<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR297098_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nadere regels behorende bij de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Laren 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Laren</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Laren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Larens Journaal 19 april 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nadere regels behorende bij de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Laren 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING">Wet maatschappelijke ondersteuning, art. 5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-02-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Collegebesluit, 05-02-2013</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De nadere regels behorende bij de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Laren 2013 treedt in werking gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Laren 2013.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Nadere regels behorende bij de Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning
            gemeente Laren 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr/><titel/></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In de Nadere regels wordt verstaan onder:</al><al>a. a. Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge de verordening een
                                persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college
                                verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget
                                verschuldigd is.</al><al>b. Eigen aandeel: een door het college vast te stellen bijdrage, die
                                bij verstrekking van een financiële tegemoetkoming voor rekening van
                                de belanghebbende komt.</al><al>c. Eigen bijdrage: een door het college vast te stellen bijdrage,
                                die bij de verstrekking van een voorziening in natura en een
                                persoonsgebonden budget voor rekening van de belanghebbende
                                komt.</al><al>d. Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair
                                of gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor
                                het te bereiken resultaat.</al><al>e. Individuele voorziening: een voorziening die door het college ten
                                behoeve van één persoon op basis van artikel 4 Wmo wordt
                                verstrekt.</al><al>f. Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het
                                te bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in
                                natura.</al><al>g. Verordening: de Verordening wet maatschappelijke ondersteuning
                                gemeente Laren 2013.</al><al>h. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning.</al><al>i. Alle begrippen die in de Nadere regels worden gebruikt en die
                                niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                wet, verordening en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Het Persoonsgebonden budget</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Compensatie via een pgb</titel></kop><al>Verstrekking van een individuele voorziening in de vorm van een
                                persoonsgebonden budget (hierna: pgb) vindt plaats op verzoek van
                                belanghebbende. Dit verzoek maakt onderdeel uit van de aanvraag.
                                Wanneer budgethouder gecompenseerd wordt via een pgb gelden in ieder
                                geval de volgende verplichtingen: Het pgb wordt uitsluitend gebruikt
                                voor het bereiken van het in de beschikking vastgelegd resultaat.
                                Budgethouder sluit een particuliere aansprakelijkheidsverzekering af
                                voor schade die door het gebruik van de compenserende maatregel aan
                                derden kan ontstaan. Indien budgethouder gecompenseerd wordt door
                                een voorziening die een motorrijtuig is in de zin van de Wet
                                aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM), dan dient
                                budgethouder die voorziening te verzekeren overeenkomstig artikel 2
                                van die wet. Budgethouder bewaart de rekening(en) en betalingsbewijs
                                (betalingsbewijzen) van de met het pgb verworven compenserende
                                maatregel gedurende vijf jaar of, indien de normale
                                afschrijvingsduur langer is dan deze termijn, overeenkomstig deze
                                langere termijn en stelt deze op verzoek ter beschikking van het
                                college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Hoogte pgb</titel></kop><al> De hoogte van het pgb wordt bepaald als tegenwaarde van de
                                dienst/zaak die belanghebbende op dat moment ontvangen zou hebben
                                als de dienst/zaak in natura zou zijn verstrekt. Hierbij wordt
                                rekening gehouden met eventuele overheadkosten, een afschrijftermijn
                                en onderhoud. Ten aanzien van een pgb voor een dienst gaat het om de
                                betaling van tijd/arbeid. Het pgb moet tenminste het bruto
                                uurloonbedrag zijn. De hoogte van het pgb wordt voor de inkoop van
                                diensten berekend naar het aantal minuten aan ondersteuning,
                                eventueel afgerond naar hele/halve uren, dat nodig is om het beoogd
                                resultaat te bereiken. Bij het bepalen van de hoogte van het pgb
                                wordt het tarief van ondersteuning in natura/de
                                goedkoopst-compenserende voorziening als vertrekpunt genomen.
                                HHierbij geldt dat het basisbedrag voor het pgb 80% van dit tarief
                                bedraagt. Het pgb wordt per jaar als volgt vastgesteld: tarief in
                                natura/goedkoopst-compenserende voorziening x 80 % x aantal
                                uren/minuten in de week in natura x aantal weken. Voor diensten kan
                                een netto persoonsgebonden budget worden uitbetaald aan
                                budgethouder. Het netto persoonsgebonden budget bedraagt het
                                verschil tussen het bruto persoonsgebonden budget en de eigen
                                bijdrage als bedoeld in artikel 19 lid 2 van de verordening. Wanneer
                                er een netto pgb uitbetaald word wordt de eigen bijdrage voorlopig
                                door het college berekend. Na ontvangst van de vaststelling van de
                                definitieve eigen bijdrage door het CAK wordt het netto
                                persoonsgebonden budget door het college definitief vastgesteld. Het
                                verschil wordt nabetaald danwel verrekend of teruggevorderd. Voor
                                het pgb voor de inkoop van diensten kan belanghebbende, indien
                                gewenst, ondersteund worden door de Sociale Verzekeringsbank (SVB)
                                ten aanzien van de werkgevers-en opdrachtgeverstaken. Bij de
                                berekening van de hoogte van het pgb wordt voor de inkoop van
                                goederen en voor bouwkundige of woontechnische woonvoorzieningen het
                                tarief van de voorziening in natura/de goedkoopst-compenserende
                                voorziening als vertrekpunt genomen. Hierbij wordt uitgegaan van de
                                koopprijs. Het basisbedrag voor het pgbHierhhhs omvat 90% van het
                                bedrag van de voorziening in natura/de goedkoopst-compenserende
                                voorziening. Indien een pgb wordt verstrekt voor de aanschaf van
                                goederen dan kan er een financiële tegemoetkoming per jaar worden
                                verstrekt voor onderhouds- en reparatiekosten. Hierbij worden de
                                kosten op declaratiebasis vergoed. De maximale vergoeding staat
                                gelijk aan wat gemiddeld aan onderhouds- en reparatiekosten van de
                                goedkoopst meest compenserende voorziening betaald wordt. Indien
                                budgethouder op basis van het in lid 3 en lid 4 bepaalde aantoonbaar
                                niet in staat wordt gesteld om de nodige ondersteuning te verwerven,
                                wordt van de genoemde percentages afgeweken. De hoogte van het pgb
                                wordt dan aangepast aan het geldbedrag dat nodig is om de
                                ondersteuning te verwerven. Het tarief voor ondersteuning in natura
                                wordt jaarlijks geïndexeerd conform de ontwikkelingen van de
                                prijsindex volgens het Centraal Bureau van de Statistiek en de
                                NEA-index. Hier wordt bij de uitbetaling van het pgb rekening mee
                                gehouden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Bijzondere verplichtingen voor het pgb</titel></kop><al>1. Bij de toekenning van een pgb waarmee budgethouder een dienst
                                inkoopt, worden budgethouder de volgende bijzondere verplichtingen
                                opgelegd:</al><al/><al>a. budgethouder sluit een schriftelijke overeenkomst met de persoon
                                of instantie bij wie hij de ondersteuning betrekt waarin ten minste
                                de volgende afspraken zijn opgenomen:</al><al>1. declaraties voor de ondersteuning worden niet betaald indien zij
                                niet binnen zes weken na de maand waarin de ondersteuning is
                                verleend bij belanghebbende zijn ingediend,</al><al>2. een declaratie van een persoon bij wie de budgethouder de
                                ondersteuning betrekt bevat een overzicht van de dagen waarop is
                                gewerkt, het uurtarief, het aantal te betalen uren, het
                                sociaal-fiscaal nummer/burgerservicenummer en de naam en het adres
                                van de persoon bij wie belanghebbende de ondersteuning betrekt en
                                wordt door deze persoon ondertekend,</al><al>3. een declaratie van een instantie bij wie de budgethouder de
                                ondersteuning betrekt, bevat het BTW-nummer van die instantie, een
                                overzicht van de dagen waarop is gewerkt, het tarief, het aantal te
                                betalen uren, dagdelen of etmalen en de naam en het adres van de
                                instantie en wordt namens de instantie ondertekend.</al><al/><al>b. budgethouder bewaart de in onderdeel a bedoelde originele
                                overeenkomsten en declaraties en bewijsstukken van de loonbetaling
                                gedurende vijf jaar en stelt kopieën hiervan op verzoek ter
                                beschikking van het college.</al><al/><al>c. Indien budgethouder een pgb voor de inkoop van een dienst
                                ontvangt en deze tijdelijk niet gebruikt, meldt budgethouder dit bij
                                het Wmo loket. De uitbetaling van het pgb kan, afhankelijk van hoe
                                lang budgethouder geen gebruik maakt van de dienst voor bepaalde
                                tijd worden stopgezet.</al><al/><al>2. Bij de toekenning van een pgb voor het inkopen van goederen en
                                voor bouwkundige of woontechnische woonvoorzieningen bewaart
                                belanghebbende de volgende stukken voor een periode van vijf
                                jaar:</al><al> 1. De originele nota/factuur van de aangeschafte voorziening. 2.
                                Het betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanvangsdatum en gebruik pgb</titel></kop><al>1. Een (bruto) pgb wordt toegekend voor een periode die aanvangt op
                                de dag van het besluit tot toekenning van de ondersteuning, danwel
                                de eerstvolgende periode.</al><al/><al>2. Het (netto) pgb kan op voorschot in vierwekelijkse termijnen
                                worden uitbetaald.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>De financiële tegemoetkoming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Hoogte financiële tegemoetkoming</titel></kop><al>1. De hoogte van een door het college te verlenen financiële
                                tegemoetkoming wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag
                                zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. Het
                                eigen aandeel in de kosten wordt hierop in mindering gebracht.</al><al>2. De financiële tegemoetkoming wordt op declaratiebasis betaalbaar
                                gesteld. Belanghebbende is verplicht gedurende een periode van vijf
                                jaar alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de
                                compensatie beschikbaar te houden.</al><al>3. Indien belanghebbende gecompenseerd wordt via een tegemoetkoming
                                in de verhuis en inrichtingskosten, dan bedraagt de tegemoetkoming
                                maximaal € 2500.</al><al>4.Indien belanghebbende gecompenseerd wordt via een tegemoetkoming
                                in de kosten van gebruik van een (rolstoel)taxi, bedraagt de
                                tegemoetkoming maximaal € 2855 per jaar.</al><al>5. Indien belanghebbende gecompenseerd wordt via een tegemoetkoming
                                in de kosten van gebruik van een eigen auto bedraagt de
                                tegemoetkoming maximaal € 750 per jaar.</al><al>6.Indien belanghebbende gecompenseerd wordt via een tegemoetkoming
                                in de kosten van aanpassing van een eigen auto is de tegemoetkoming
                                gelijk aan de door het college geaccepteerde offerte. Belanghebbende
                                is verplicht om minimaal twee offertes te vragen.</al><al>7.Indien belanghebbende gecompenseerd wordt via een tegemoetkoming
                                in tijdelijke huisvesting of dubbele woonlasten, dan is de
                                tegemoetkoming gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten, met als
                                maximum de maximale huurgrens als genoemd in artikel 13 van de Wet
                                op de huurtoeslag.</al><al>8. Indien belanghebbende gecompenseerd wordt via een tegemoetkoming
                                in de kosten van keuring/inspectie, is de tegemoetkoming gelijk aan
                                de kosten zoals vermeld in de door het college geaccepteerde
                                offerte.</al><al>9. Indien belanghebbende gecompenseerd wordt voor het bezoekbaar
                                maken van een woonruimte, niet zijnde een hoofdverblijf, dan
                                bedraagt de financiële tegemoetkoming maximaal € 5.000. Indien
                                belanghebbende gecompenseerd wordt via een tegemoetkoming voor een
                                sportvoorziening, dan bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 2.500.
                                Dit bedrag betreft de aanschaf, onderhoud en reparatie voor een
                                periode van 3 jaar.</al><al>11.De financiële tegemoetkoming als bedoeld in lid 2 en 4 tot en met
                                9 wordt tot een bedrag van maximaal € 375 betaalbaar gesteld. De
                                uitbetaling van de financiële tegemoetkoming als bedoeld in lid 2
                                tot en met 9 gebeurt op declaratiebasis en kan na afloop van het
                                kwartaal betaalbaar worden gesteld.</al><al>12. Indien belanghebbende op basis van de in dit artikel genoemde
                                maximale bedragen aantoonbaar niet voldoende gecompenseerd wordt,
                                kan het college afwijken van de in dit artikel maximale
                                bedragen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>De eigen bijdrage en het eigen aandeel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Bedragen eigen bijdrage en eigen aandeel</titel></kop><al>1. De bedragen en het percentage die gelden voor een eigen bijdrage
                                of eigen aandeel zijn gelijk aan de bedragen zoals opgenomen in het
                                Besluit maatschappelijke ondersteuning, Stb.2006 nr. 450, artikel
                                4.1 en 4.2, zoals jaarlijks aangepast door de Minister van
                                Volksgezondheid, Welzijn en Sport.</al><al/><al>2. Wanneer belanghebbende via het collectief vraagafhankelijk
                                vervoer gecompenseerd wordt voor mobiliteitsbeperkingen dan is er
                                geen sprake van een eigen bijdrage zoals bedoeld in het vorige lid.
                                Er is dan sprake van een reizigersbijdrage.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1. De nadere regels behorende bij de Verordening Maatschappelijke
                                Ondersteuning gemeente Laren 2013 treedt in werking gelijktijdig met
                                de inwerkintreding van de Verordening wet maatschappelijke
                                ondersteuning gemeente Laren 2013.</al><al/><al>2. Het Besluit behorende bij de Voorzieningenverordening
                                maatschappelijke ondersteuning 2010 wordt ingetrokken gelijktijdig
                                met de inwerkintreding van de Verordening wet maatschappelijke
                                ondersteuning gemeente Laren 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel.</titel></kop><al>Dit besluit kan worden aangehaald als: “Nadere regels behorende bij
                                de Verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Laren
                                2013”.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Laren
                        in de vergadering van 5 februari 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>ir. B. Coppens-van Nunen drs. E.J. Roest</ondertekening><ondertekening>secretaris burgemeester</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>