<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR297062_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Overlegverordening voor het georganiseerd overleg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Zuiderzeeland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Overlegverordening voor het georganiseerd overleg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>162683</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Overlegverordening voor het georganiseerd overleg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Algemene Vergadering van Waterschap Zuiderzeeland;</al><al>gelezen het voorstel d.d. 5 februari 2013, nummer 164731;</al><al><cursief>besluit:</cursief></al><al>vast te stellen de: Overlegverordening voor het georganiseerd overleg.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>De commissie : de in artikel A5, lid 1 van het Algemeen
                                    ambtenarenreglement bedoelde commissie voor georganiseerd
                                    overleg;</al></li><li nr="b."><al>De ambtenaren : de ambtenaren in de zin van het Algemeen
                                    ambtenarenreglement en de werknemers in de zin van de
                                    Arbeidsovereenkomstenverordening;</al></li><li nr="c."><al>De organisaties : de plaatselijk werkende groeperingen van de
                                    landelijke verenigingen van overheidspersoneel, aangesloten bij
                                    de centrales die deel uitmaken van het Landelijk
                                    Arbeidsvoorwaardenoverleg Waterschappen (LAWA).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aan het slot van het vorige lid bedoelde centrales zijn: de Algemene
                            Centrale van Overheidspersoneel (ACOP), de Christelijke Centrale van
                            Overheids- en Onderwijzend Personeel (CCOOP) en de Centrale van
                            Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven
                            en Instellingen (CMHF).</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Samenstelling</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie is samengesteld uit een vertegenwoordiging van het
                            waterschapsbestuur en een vertegenwoordiging van de organisaties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de vertegenwoordiging van het waterschapsbestuur wijst het college
                            van Dijkgraaf en Heemraden uit zijn midden een vertegenwoordiger en
                            diens plaatsvervanger aan en doet de algemene vergadering uit zijn
                            midden aanwijzing van ten minste drie leden en hun
                            plaatsvervangers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de vertegenwoordiging van de organisaties worden per centrale,
                            bedoeld in artikel 1, lid 2, twee leden en hun plaatsvervangers
                            aangewezen. Deze aanwijzing geschiedt door en uit de organisaties, welke
                            ten minste één ambtenaar tot haar leden telt. Indien verschillende
                            organisaties deel uitmaken van een zelfde centrale, geldt het in de
                            vorige zin bepaalde voor deze organisaties gezamenlijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanwijzing door het college van Dijkgraaf en Heemraden en de Algemene
                            Vergadering geschiedt voor een periode van ten hoogste zes jaren en
                            voorts telkens ter vervanging van hen die ophouden lid van het college
                            van Dijkgraaf en Heemraden of van de Algemene Vergadering te zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uiterlijk 1 februari van elk jaar doet elke organisatie, bedoeld in
                            artikel 2, lid 3, aan het college van Dijkgraaf en Heemraden opgaaf
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal der op 1 januari van dat jaar bij haar aangesloten
                                    ambtenaren;</al></li><li nr="b."><al>de namen en adressen der ambtenaren, die ingevolge artikel 2,
                                    lid 3, als leden en plaatsvervangers zijn aangewezen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene, die als lid of als plaatsvervanger door een organisatie is
                            aangewezen, houdt op dit te zijn zodra hij geen lid van de organisatie
                            of geen ambtenaar meer is, alsmede indien de organisatie schriftelijk
                            aan het college van Dijkgraaf en Heemraden doet weten dat zijn
                            aanwijzing als vertegenwoordiger of plaatsvervanger is ingetrokken. In
                            deze gevallen wordt zo spoedig mogelijk een opvolger aangewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorzitter van de commissie is de door het college van Dijkgraaf en
                            Heemraden aangewezen vertegenwoordiger of bij afwezigheid zijn
                            plaatsvervanger.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van Dijkgraaf en Heemraden wijst een ambtenaar, niet
                            behorende tot de vertegenwoordiging van de organisatie, tot secretaris
                            van de commissie aan, alsmede diens plaatsvervanger. Zo nodig stelt het
                            college van Dijkgraaf en Heemraden verder personeel voor het
                            secretariaat ter beschikking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris kan aan de besprekingen deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Taak en bevoegdheden</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie beraadslaagt over alle aangelegenheden van algemeen belang
                            voor de rechtstoestand van de ambtenaren met inbegrip van de algemene
                            regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden ingevoerd, voor
                            zover in het overleg niet wordt voorzien door het Landelijk
                            Arbeidsvoorwaardenoverleg Waterschappen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt over een onderwerp een regeling getroffen overeenkomstig de
                            uitkomsten van het Landelijk Arbeidsvoorwaardenoverleg Waterschappen,
                            dan doet het college van Dijkgraaf en Heemraden daarvan mededeling aan
                            de commissie; wordt geen regeling getroffen dan vindt terzake alsnog
                            overleg in de commissie plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorstellen strekkende tot invoering, intrekking en wijziging van
                            regelingen waaraan individuele personeelsleden rechten kunnen ontlenen
                            en die een uitwerking zijn van voorstellen die in het landelijk overleg
                            met de centrales van overheidspersoneel zijn overeengekomen, worden
                            slechts ten uitvoer gebracht indien daarover overeenstemming is bereikt
                            tussen de werkgeversdelegatie en de meerderheid van de
                            werknemersvertegenwoordigers van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts worden voorstellen strekkende tot invoering, intrekking en
                            wijziging van in geld waardeerbare regelingen waaraan individuele
                            personeelsleden rechten kunnen ontlenen, slechts ten uitvoer gebracht
                            indien daarover overeenstemming is bereikt tussen de werkgeversdelegatie
                            en de meerderheid van de werknemersvertegenwoordigers van de
                            commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Besluiten omtrent de overige in artikel 5 bedoelde onderwerpen worden
                            door het college van Dijkgraaf en Heemraden en de Algemene Vergadering
                            niet genomen, noch voorstellen daaromtrent door het college van
                            Dijkgraaf en Heemraden aan de Algemene Vergadering gedaan, dan nadat de
                            werknemersdelegatie van de commissie haar gevoelen over de
                            conceptbesluiten, respectievelijk voorstellen heeft kenbaar
                            gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ten aanzien van voorstellen voortvloeiende uit algemene
                            wetgevingsprojecten, stelselwijzigingen of operaties die op werknemers
                            in het algemeen betrekking hebben, is het bepaalde onder het eerste en
                            tweede lid alleen van toepassing op de uit deze projecten voortvloeiende
                            invoering of wijziging van regelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie, alsmede de vertegenwoordiging van de organisaties, is
                            bevoegd aangaande de in artikel 5 bedoelde onderwerpen voorstellen te
                            doen aan het college van Dijkgraaf en Heemraden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Heeft een voorstel betrekking op onderwerpen, behorende tot de
                            bevoegdheid van het college van Dijkgraaf en Heemraden dan neemt dit
                            bestuur daaromtrent een beslissing. Behoren zij tot de bevoegdheid van
                            de Algemene Vergadering dan brengt het college van Dijkgraaf en
                            Heemraden het voorstel, voorzien van zijn advies, in elk geval ter
                            kennis van de Algemene Vergadering, indien uit het voorstel de
                            eenstemmige wens der vertegenwoordiging van de organisaties daartoe
                            blijkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De besluiten, welke naar aanleiding van voorstellen van de commissie
                            worden genomen, worden aan de vertegenwoordiging van de organisaties en
                            aan de hoofdbesturen van de vertegenwoordigde organisaties
                            meegedeeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie kan, indien dit voor de behandeling van een bepaald
                            onderwerp nodig wordt geacht, een subcommissie instellen, bestaande uit
                            door haar aan te wijzen voorzitter en leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris van de commissie is tevens secretaris van de subcommissie.
                            Hij kan zich doen bijstaan of vervangen door degenen die ingevolge
                            artikel 4, lid 2, ter beschikking staan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 12 is van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Vergaderingen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie vergadert indien de voorzitter dit nodig oordeelt op door
                            hem te bepalen tijdstippen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts belegt de voorzitter een vergadering indien tenminste drie leden
                            van de commissie hem dit schriftelijk met opgaaf van redenen verzoeken
                            en wel uiterlijk binnen één maand na ontvangst van het verzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie wordt tijdig, in de regel 14 dagen tevoren, ter vergadering
                            opgeroepen. De oproepingsbrief vermeldt zoveel mogelijk de te behandelen
                            onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergadering kan slechts plaatshebben indien ten minste de helft van
                            de vertegenwoordiging van het waterschapsbestuur aanwezig is en ten
                            minste de helft van de organisaties is vertegenwoordigd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien wegens onvoltalligheid in de zin van het vorige lid een
                            vergadering niet kan plaatshebben, worden de aan de orde zijnde
                            onderwerpen door de voorzitter geplaatst op de agenda van een binnen 14
                            dagen te houden nieuwe vergadering, in welke vergadering die onderwerpen
                            in elk geval kunnen worden behandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Elk lid heeft het recht onderwerpen ter behandeling aanhangig te maken door
                        deze schriftelijk op te geven aan de voorzitter. Deze stelt die onderwerpen
                        zoveel mogelijk in de eerstvolgende vergadering aan de orde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen zijn niet openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan hoofden van dienst of andere ambtenaren de vergadering
                            doen bijwonen. Deze kunnen aan de besprekingen deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vertegenwoordigers der organisaties kunnen zich doen bijstaan door
                            een vertegenwoordiger van het hoofdbestuur van hun organisatie; zij zijn
                            voorts bevoegd de onderwerpen der agenda binnen de grenzen ener
                            doelmatige en vertrouwelijke behandeling van zaken aan voorbespreking in
                            eigen kring te onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan omtrent het in de vergadering behandelde en omtrent de
                            inhoud van aan de commissie overgelegde stukken geheimhouding opleggen.
                            Deze geheimhouding geldt niet ten opzichte van het college van Dijkgraaf
                            en Heemraden en van de Algemene Vergadering, alsmede niet tegenover de
                            hoofdbesturen van de vertegenwoordigde organisaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>De voorzitter kan op verzoek van ten minste twee leden of zo dikwijls hij
                        dit nodig acht de vergadering schorsen voor een door hem te bepalen
                        tijd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien in de vergadering moet worden gestemd brengt elke
                            vertegenwoordiging, bedoeld in artikel 2, lid 1, één stem uit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De stem van de vertegenwoordiging van het waterschapsbestuur wordt
                            bepaald door hoofdelijke stemming der aanwezige leden in of buiten de
                            vergadering. Bij staking van stemmen beslist de stem van de
                            voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De stem van de vertegenwoordiging der organisaties wordt bepaald door
                            stemming per vertegenwoordigde organisatie, waarbij voor iedere
                            organisatie zoveel stemmen worden uitgebracht als ambtenaren bij haar
                            zijn aangesloten op de eerste van het lopende jaar, met dien verstande,
                            dat voor een organisatie niet meer stemmen in aanmerking komen dan het
                            totaal aantal stemmen min één, dat door de andere organisaties
                            gezamenlijk wordt uitgebracht. Bij staking van stemmen wordt de
                            vertegenwoordiging geacht te hebben tegengestemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een organisatie in de loop van het jaar wordt vertegenwoordigd,
                            geldt voor de toepassing van het vorige lid het aantal aangesloten
                            ambtenaren op dat tijdstip.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>Het in de vergadering behandelde wordt zakelijk weergegeven in de notulen,
                        welke, tenzij in het bij artikel 16 bedoelde reglement anders is bepaald, zo
                        spoedig mogelijk in afschrift aan de leden worden gezonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>Indien door de commissie een reglement van orde voor de vergaderingen wordt
                        vastgelegd, behoeft dit de goedkeuring van het college van Dijkgraaf en
                        Heemraden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>deelnemers aan het overleg: de vertegenwoordiging van het
                                waterschapsbestuur en de vertegenwoordigers van de organisaties
                                genoemd in artikel 1, lid 1;</al></li><li nr="2."><al>Advies- en Arbitragecommissie: de Advies- en Arbitragecommissie
                                ingesteld door het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van
                                Nederlandse Gemeenten, de gezamenlijke colleges van Gedeputeerde
                                Staten en het bestuur van de Unie van Waterschappen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>De artikelen 19 t/m 23 zijn slechts van toepassing op geschillen inzake
                        aangelegenheden als bedoeld in artikel 5, lid 1, voor zover die
                        aangelegenheden uitsluitend de rechtstoestand van ambtenaren met inbegrip
                        van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden
                        gevoerd, betreffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>Indien een of meer van de deelnemers aan het overleg tijdens het overleg tot
                        het oordeel komt dat dit overleg niet zal leiden tot een uitkomst die de
                        instemming van alle deelnemers van het overleg zal hebben, brengen zij dat
                        oordeel binnen drie dagen, nadat zij daarvan in het overleg blijk hebben
                        gegeven schriftelijk ter kennis van de overige deelnemers aan het
                        overleg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen tien dagen na de kennisgeving bedoeld in het vorige artikel
                            schrijft de voorzitter een vergadering van de commissie uit. De
                            vergadering moet worden gehouden binnen zeven dagen nadat deze is
                            uitgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenzij door de commissie wordt besloten het overleg voort te zetten, dan
                            wel te beëindigen, wordt in de vergadering nagegaan of overeenstemming
                            bestaat over de vraag wat het onderwerp en de inhoud van het geschil is
                            en of een oplossing van dat geschil zal worden gezocht door middel van
                            voortzetting van het overleg nadat het advies is ingewonnen van de
                            Advies- en Arbitragecommissie, dan wel door onderwerping van het geschil
                            aan een arbitrale uitspraak van die commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot het inwinnen van advies zijn - ieder voor zich - de
                            vertegenwoordiging van het waterschapsbestuur en de vertegenwoordiging
                            der organisaties bevoegd. Het bepaalde in artikel 14 is hierbij van
                            toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor onderwerping van het geschil aan arbitrage is overeenstemming
                            vereist tussen alle deelnemers aan het overleg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen zes dagen na de vergadering bedoeld in artikel 20 wordt het
                            verzoek om advies ter kennis gebracht van de voorzitter van de Advies-
                            en Arbitragecommissie. Het verzoek wordt ondertekend door de deelnemers
                            aan het overleg die zich voor inwinning van het advies hebben
                            uitgesproken en bevat ten minste het onderwerp en de inhoud van het
                            geschil. Indien in de vergadering bedoeld in artikel 20 geen
                            overeenstemming is bereikt tussen alle deelnemers aan het overleg over
                            de vraag wat het onderwerp en de inhoud van het geschil is, brengen de
                            overige deelnemers aan het overleg hun visie op het onderwerp en de
                            inhoud van het geschil eveneens binnen zes dagen na eerdergenoemde
                            vergadering ter kennis van de voorzitter van de Advies- en
                            Arbitragecommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen zes dagen na de vergadering bedoeld in artikel 20 wordt het
                            verzoek om arbitrage ter kennis gebracht van de voorzitter van de
                            Advies- en Arbitragecommissie. Het verzoek daartoe wordt ondertekend
                            door alle deelnemers aan het overleg en dient ten minste te
                            bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>het onderwerp en de inhoud van het geschil;</al></li><li nr="b."><al>de standpunten van alle deelnemers aan het overleg omtrent
                                    onderwerp en inhoud van het geschil.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al>Binnen twee weken na ontvangst van het advies wordt het overleg over het
                        geschil voortgezet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><al>De arbitrale uitspraak van de Advies- en Arbitragecommissie heeft bindende
                        kracht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Slotbepalingen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><al>In de gevallen, waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college van
                        Dijkgraaf en Heemraden na overleg met de commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling kan niet worden gewijzigd dan nadat het voorstel tot
                            wijziging in de commissie is behandeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie heeft het recht voorstellen omtrent wijziging voor te
                            leggen aan het college van Dijkgraaf en Heemraden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2013 en kan worden
                        aangehaald als 'Overlegverordening voor het georganiseerd overleg'.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de Algemene Vergadering van Waterschap Zuiderzeeland,
                        d.d. 26 februari 2013.</ondertekening><ondertekening>Lelystad, 6 maart 2013,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>ir. J.B. van der Veen. mr. ir. H.L. Tiesinga.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>