<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR296913_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening bevordering van maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen 2012 WWB gemeente Doesburg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Streekjournaal, 15 februari 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening bevordering van maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen 2012 WWB gemeente Doesburg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Wet werk en bijstand, artikel 8 lid 1, sub g, en lid 2, sub d, juncto artikel 35, lid 5, evenals artikel 48, lid 4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-05-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-16016</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening bevordering van maatschappelijke participatie schoolgaande
                kinderen 2012 WWB gemeente Doesburg </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Doesburg;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Doesburg d.d. 31
                        januari 2013; </al><al>gehoord de Commissie Maatschappelijke ontwikkeling d.d. 15 januari 2013; </al><al/><al>gelet op artikel 8, lid 1, sub g, en lid 2, sub d, juncto artikel 35, lid 5,
                        evenals artikel 48, lid 4, van de Wet werk en bijstand, de bepalingen van de
                        Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat het van wezenlijk belang wordt geacht dat kinderen zich door
                        maatschappelijke participatie kunnen ontplooien en ontwikkelen en daarin
                        niet belemmerd worden door de financiële positie van de ouder(s), dat
                        gemeenten daaraan dienen bij te dragen door het voeren van beleid, gericht
                        op inkomensondersteuning van ouders met schoolgaande kinderen;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening bevordering van maatschappelijke participatie schoolgaande
                            kinderen 2012 WWB gemeente Doesburg </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Doesburg;</al></li><li nr="b."><al>de raad: de raad van de gemeente Doesburg;</al></li><li nr="c."><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="d."><al>kind: een ten laste komend kind in de leeftijd van 4 jaar
                                        tot en met 17 jaar dat onderwijs of een beroepsopleiding
                                        volgt;</al></li><li nr="e."><al>bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5,
                                        sub c, van de wet;</al></li><li nr="f."><al>laag inkomen: een inkomen tot 110% van de van toepassing
                                        zijnde bijstandsnorm;</al></li><li nr="g."><al>vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet
                                        op de datum van aanvraag;</al></li><li nr="h."><al>bijdrage: de categoriale bijzondere bijstand als bedoeld in
                                        artikel 35, lid 5, van de wet;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Doel en strekking</titel></kop><al>Degenen die tot de doelgroep behoren alsmede aan de voorwaarden voldoen,
                            hebben om vergroting van deelneming aan de samenleving alsmede de
                            educatieve ontwikkeling van ten laste komende schoolgaande kinderen te
                            bevorderen, recht op een bijdrage in de kosten hiervan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>RECHT OP BIJZONDERE BIJSTAND VOOR MAATSCHAPPELIJKE
                            PARTICIPATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De alleenstaande ouder die of het gezin dat met een of meer kinderen
                                die/dat is aangewezen op een inkomen wat gemiddeld per maand niet
                                uitkomt boven 110% van de geldende bijstandsnormen, alsmede niet
                                beschikt over in aanmerking te nemen vermogen.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Als peildatum onder a wordt genomen het moment van de datum
                                aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Het kind voor wie de bijdrage wordt aangevraagd, dient op de
                                aanvraagdatum aan het leeftijdscriterium als bedoeld in artikel 1,
                                lid 2, sub d van de verordening te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Maatschappelijke participatie</titel></kop><lid><lidnr/><al>Onder maatschappelijke participatie wordt verstaan:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad draagt er zorg voor dat ten behoeve van de verordening
                                maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen voldoende
                                financiële middelen aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op grond van deze verordening kunnen door of namens het college
                                bijdragen worden toegekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde bedragen worden verstrekt ter
                                bestrijding van de kosten van:</al><lijst><li nr="a."><al>Ouderbijdragen</al><lijst><li nr="-"><al>muziekonderwijs</al></li><li nr="-"><al>schoolzwemmen</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Contributies</al><lijst><li nr="-"><al>sport- en cultuurverenigingen</al></li><li nr="-"><al>vereniging amateuristische kunst (zang, operette,
                                                muziek, toneel)</al></li><li nr="-"><al>scouting</al></li><li nr="-"><al>jeugdclub</al></li><li nr="-"><al>speeltuinvereniging</al></li><li nr="-"><al>lesgeld muziekschool</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>Abonnementen</al><lijst><li nr="-"><al>openbare bibliotheek</al></li><li nr="-"><al>zwembad (zwemlessen)</al></li><li nr="-"><al>schouwburg en musea</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>Overige voorzieningen/activiteiten</al><lijst><li nr="-"><al>kosten theater- en bioscoopbezoek</al></li><li nr="-"><al>kosten/abonnement dierentuin</al></li><li nr="-"><al>muziekconcerten</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ook de incidentele kosten van de onder 3 genoemde kosten vallen
                                hieronder.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De hoogte van de bijdrage als bedoeld in dit artikel bedraagt
                                maximaal € 152,00 per kind per kalenderjaar (norm 2012 gemeentelijke
                                Reductieregeling).</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor het lesgeld van de muziekschool is er een extra toeslag van
                                maximaal € 122,00 (norm 2012 gemeentelijke Reductieregeling) per
                                kind per kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het bedrag genoemd in artikel 4, lid 5, wordt op 1 januari van ieder
                                kalenderjaar geïndexeerd aan de hand van de gegevens van het CBS.
                                Het bedrag wordt op hele euro’s naar boven afgerond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Educatieve ontwikkeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Naast het bevorderen van maatschappelijke participatie is er ook
                                aandacht voor de educatieve ontwikkeling van kinderen. Dit uit zich
                                in onderstaande verstrekkingen:</al><lijst><li nr="a."><al>Een bijdrage in de schoolkosten. De hoogte van de bijdrage
                                        is afhankelijk van leeftijd en het schooltype en bedraagt
                                        maximaal:</al><lijst><li nr="-"><al>€ 110,00 per kind van 4 tot 12 jaar (basisonderwijs)
                                                per kalenderjaar (norm 2012);</al></li><li nr="-"><al>€ 246,00 per kind van 12 tot 18 jaar (voortgezet
                                                onderwijs) per kalenderjaar (norm 2012).</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde bedragen worden verstrekt ter
                                bestrijding van de kosten van:</al><al><onderstreept>Voor kinderen van 4 tot 12 jaar:</onderstreept></al><lijst><li nr="-"><al>ouderbijdragen school</al></li><li nr="-"><al>bijdrage schoolzwemmen</al></li><li nr="-"><al>aanschaf schooltas, broodtrommel</al></li><li nr="-"><al>overblijfkosten</al></li><li nr="-"><al>schoolreisjes, -kamp, -excursies, sportactiviteiten en
                                        schoolfeestjes</al></li><li nr="-"><al>schoolbehoeften (pennen, schriften en overig materiaal)</al></li><li nr="-"><al>computercursus</al></li><li nr="-"><al>overige kosten verband houdend met schoolactiviteiten</al></li></lijst><al><onderstreept>Voor kinderen van 12 tot 18 jaar</onderstreept></al><lijst><li nr="-"><al>ouderbijdrage school</al></li><li nr="-"><al>aanschaf schooltas, boeken, gymspullen en overig
                                        schoolmateriaal</al></li><li nr="-"><al>schoolkamp, -excursies, -sportactiviteiten en
                                        schoolfeesten</al></li><li nr="-"><al>fiets, regenkleding</al></li><li nr="-"><al>computercursus</al></li><li nr="-"><al>overige kosten verband houdend met schoolactiviteiten</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het bepalen van de leeftijdsgrens wordt 1 augustus van elk
                                kalenderjaar gehanteerd als peildatum. Wordt het kind na deze datum
                                4 jaar of voor deze datum 18 jaar, dan is er voor het betreffende
                                kind geen recht op een bijdrage en ook geen recht op een evenredig
                                deel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bedragen genoemd in artikel 5, lid 1, sub a, worden op 1 januari
                                van ieder kalenderjaar geïndexeerd aan de hand van de gegevens van
                                het CBS. Het bedrag wordt op hele euro’s naar bovenafgerond.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>AANVRAAG OM DE BIJDRAGE/BEWIJSSTUKKEN/TERMIJN/VERHAAL</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Het aanvraag/inlichtingenformulier geschiedt met behulp van het daarvoor
                            bestemde en beschik-</al><al>baar gestelde aanvraag/inlichtingenformulier. De ouder(s) van het tot de
                            doelgroep behorend kind moeten de aanvraag indienen. Een aanvraag tot
                            verlening van een bijdrage moet het lopende kalenderjaar worden
                            ingediend. Het college heeft de bevoegdheid om een termijn in het
                            kalenderjaar te bepalen wanneer de aanvraag moet worden ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Bewijsstukken en controle</titel></kop><al>Bij aanvragen moeten bewijsstukken overgelegd worden van inkomen en
                            vermogen. Voor de bijdrage voor de kosten van maatschappelijke
                            participatie van voorzieningen/activiteiten, onder artikel 4, lid 3, en
                            bij voor de bijdrage voor de kosten educatieve ontwikkeling van
                            voorzieningen/activiteiten, onder artikel 5, lid 2, hoeven niet direct
                            bewijsstukken overgelegd te worden. Wel dienen bewijsstukken door
                            aanvragers gedurende een periode van 2 jaar bewaard te worden vanwege
                            een steekproefsgewijze controle achteraf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijn</titel></kop><al>Het college beslist op een aanvraag als bedoeld in artikel 6 binnen 8
                            weken na ontvangst van de aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Terugvordering van de bijdrage</titel></kop><al>Indien uit de (steekproefsgewijze) controle blijkt dat er onjuiste
                            informatie is verstrekt en/of de bijdrage van de gemeente niet besteed
                            is aan het doel waarvoor bestemd, volgt een besluit tot intrekking of
                            herziening. De reeds uitbetaalde bijdrage kan geheel of ten dele worden
                            teruggevorderd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vorm van een voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij de gemeenteraad anders heeft bepaald, stelt het college de
                                vorm van een voorziening vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het bepalen van de vorm van een voorziening kiest het college
                                voor de vorm die naar zijn oordeel het meest doeltreffend is om de
                                maatschappelijke participatie te bevorderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>Door of namens het college van Burgemeester en wethouders kan in
                            bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende worden afgeweken
                            van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing hiervan tot
                            onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 juli
                            2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als de “Verordening bevordering van
                            maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen 2012 WWB gemeente
                            Doesburg”. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Doesburg in zijn openbare
                        vergadering van 31 januari 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>J.B. Voorhof</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. C.J.G. Luesink</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Doesburg/i226739.pdf">Raadsbesluit</extref></al></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Algemene toelichting</label></kop><al>In de Motie Blanksma-Spekman c.s. vraagt de Tweede Kamer de regering om
                    gemeenten financieel af te rekenen als zij onvoldoende bijdragen aan de
                    doelstelling om het aantal kinderen uit arme gezinnen dat om financiële redenen
                    maatschappelijk niet meedoet, met de helft terug te dringen. Bij de uitvoering
                    van deze motie heeft de regering echter gekozen voor een uitwerking die recht
                    doet aan het uiteindelijke doel van de motie, namelijk het steviger stimuleren
                    van gemeenten om daadwerkelijk werk te maken het aantal kinderen uit arme
                    gezinnen dat maatschappelijk niet meedoet om financiële redenen terug te
                    dringen. Daartoe voorziet dit wetsvoorstel in een verordeningplicht voor
                    gemeenteraden ten aanzien van artikel 35, lid 5 van de WWB.</al><al/><al>Kinderen moeten in hun kansen en mogelijkheden tot ontwikkeling niet worden
                    belemmerd door de slechte financiële positie van hun ouders. Maatschappelijke
                    participatie van een kind is van groot belang met het oog op zijn of haar kansen
                    op een zelfredzame toekomst. De wetgever beoogt inkomensondersteuning
                    rechtstreeks aan zoveel mogelijke minderjarige kinderen van de doelgroep ten
                    goede te laten komen en vindt het daarom wenselijk dat de categoriale bijzondere
                    bijstandverstrekking aan deze groep ‘in natura’ de voorkeur boven een geldbedrag
                    verdient. Als verstrekking in natura naar het oordeel van het college leidt tot
                    een ondoelmatige uitvoering hiervan, kan gekozen worden voor een andere vorm.
                    Dit is vastgelegd in artikel 48 lid 4 WWB.</al><al>Artikel 8 lid 1, sub g WWB bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels
                    moet stellen over het verlenen van categoriale bijzondere bijstand aan een
                    persoon met een hem ten laste komend kind dat onderwijs of een beroepsopleiding
                    volgt met betrekking tot de kosten in verband met maatschappelijke participatie
                    van dat kind. Hierbij moet in ieder geval worden bepaald op welke wijze
                    invulling wordt gegeven aan het begrip ‘maatschappelijke participatie’ (artikel
                    8 lid 2, sub d WWB).</al><al>Deze vorm van categoriale bijzondere bijstand wordt uitsluitend verstrekt aan
                    mensen met maximaal een inkomen van 110% van de van toepassing zijnde
                    bijstandsnorm (artikel 35, lid 9 WWB).</al><al/><al>De verordening krijgt op voorhand geen structureel karakter. De effecten van de
                    verordeningspicht op de participatie van de betreffende doelgroep worden na twee
                    jaar door het Rijk geëvalueerd. Vervolgens vindt een beoordeling plaats of het
                    wel of niet wenselijk is om structureel te blijven verplichten om op
                    beleidsterreinen van participatie van kinderen, regels in een verordening vast
                    te leggen.</al><al/><al><vet>Betekenis verordeningsplicht en inhoud verordening</vet></al><al>Strekking van de verordeningsplicht is dat gemeenten werk maken van
                    maatschappelijke participatie van kinderen. Gemeenten die hiervoor maatregelen
                    hebben genomen, kunnen het bestaande beleid rechtstreeks in de verordening
                    opnemen en hebben daarmee voldaan aan de verordeningsplicht. De verordening
                    heeft met name een intern karakter en bovendien een beperkte duur, omdat de
                    verlening van individuele en categoriale bijzondere bijstand al wettelijk is
                    geregeld. De verordening heeft het karakter van een instructieregeling, waarmee
                    het college opgedragen wordt binnen bepaalde beleidsmatige kaders uitvoering te
                    geven aan kinderparticipatie. Er is gekozen voor een formele invulling van de
                    opdracht aan de gemeenteraad om regels te stellen. Daar wordt mee bedoeld dat in
                    de verordening wordt verwezen naar het minimabeleid van de gemeente, omdat
                    daarin het beleid met betrekking tot kinderparticipatie al beschreven
                    staat.</al><al/><al>Op 28 oktober 2004 heeft de gemeenteraad de nota “Nieuwe regelingen minimabeleid
                    Doesburg 2004 en volgende jaren” vastgesteld, waarin o.a. voorstellen zijn
                    gedaan tot voortzetting en aanpassingen van de gemeentelijke Reductieregeling
                    (dateert vanaf 1987) en de regeling Schoolkosten kinderen (dateert vanaf 1998). </al><al>In de verordening Maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen 2012 WWB
                    gemeente Doesburg zijn integraal opgenomen de huidige voorzieningen en
                    activiteiten die van toepassing zijn op kinderen in het kader van de
                    gemeentelijke Reductieregeling en de Regeling Schoolkosten kinderen, zoals door
                    de gemeenteraad in 2004 werd vastgesteld. </al><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPAINGEN</vet></al><al><vet>Artikel 1. Begripsomschrijving</vet></al><al>Er is voor gekozen om begrippen die al omschreven zijn in de WWB, Awb niet
                    afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit voorkomt dat ingeval van
                    wijziging van betreffende definities in de betreffende wetten ook de Verordening
                    moet worden gewijzigd. </al><al/><al><vet>Artikel 2. Doel en strekking</vet></al><al>In artikel 8 lid 2, sub d WWB is expliciet bepaald dat de gemeenteraad in de
                    verordening maatschappelijke participatie regels moet stellen over de wijze
                    waarop invulling wordt gegeven aan het begrip ‘maatschappelijke participatie’.
                    In artikel 2 van deze verordening is voorts aangegeven dat het oogmerk van
                    maatschappelijke participatie het voorkomen of doorbreken van een sociaal
                    isolement is alsmede de educatieve ontwikkeling van het ten laste komende kind.
                    Bij de invulling van het begrip maatschappelijke participatie is rekening
                    gehouden met het feit dat van categoriale bijzondere bijstand zoals bedoeld in
                    artikel 35 lid 5 WWB geen sprake is voor zover het hoofddoel van de vergoeding
                    het subsidiëren van culturele, educatieve of sportieve activiteiten is. Er is
                    slechts sprake van bijstandsverlening indien voor belanghebbenden kosten worden
                    weggenomen die zij anders wel zouden maken.</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 2. RECHT OP BIJZONDERE BIJSTAND VOOR MAATSCHAPPELIJKE
                        PARTICIPATIE</vet></al><al><vet>Artikel 3. Doelgroep</vet></al><al>In artikel 3 is de doelgroep van deze verordening beschreven. Bij wisselende
                    inkomsten wordt gekeken naar de inkomsten van het desbetreffende kalenderjaar,
                    derhalve van 1 januari tot het moment van de aanvraag. Als het gemiddelde
                    inkomen in het kalenderjaar onder de 110% van de geldende bijstandsnormen
                    blijft, dan wordt voldaan aan de inkomenstoets.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Maatschappelijke participatie</vet></al><al>De in artikel 4 genoemde kosten zijn grotendeels overgenomen van het huidige
                    beleid van de Reductieregeling. Omdat een aantal kostensoorten niet aansluiten
                    bij de in de verordening gehanteerde definitie voor kind (zie artikel 1 lid 2,
                    sub d van deze verordening) zijn de volgende kostensoorten niet opgenomen:
                    kinderdagverblijf (ouderbijdragen), gehandicaptenvereniging, volkstuinvereniging
                    en ouderenbond (allen contributies), kosten eigen bijdrage (erkende)
                    peuterspeelzaal, kosten kerktelefoon, kosten cursussen educatieve activiteiten,
                    kosten Kunstbus 55+ en kosten meer bewegen voor 65+ en gehandicapten (o.a.
                    gymnastiek en zwemmen (allen overige voorzieningen/activiteiten).</al><al/><al><vet>Artikel 5. Educatieve ontwikkeling</vet></al><al>Het huidige gemeentelijk beleid in het kader van de regeling Schoolkosten
                    kinderen is integraal opgenomen in deze verordening.</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 3. AANVRAAG OM DE
                    BIJDRAGE/BEWIJSSTUKKEN/TERMIJN/VERHAAL</vet></al><al><vet>Artikelen 6, 7, 8 en 9. </vet></al><al>.Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting, omdat dit het huidige beleid
                    van het gemeentelijk minimabeleid betreft. </al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 4. SLOTBEPALINGEN</vet></al><al><vet>Artikel 10. Vorm van een voorziening</vet></al><al>Het college kiest de vorm van een voorziening, tenzij daarover al iets bepaald
                    is in deze verordening of de gemeenteraad langs andere wegen daarover een ander
                    standpunt inneemt. Uitgangspunt is de meest doeltreffende vorm, uiteraard voor
                    zover dat financieel- en uitvoeringstechnisch realiseerbaar is.</al><al/><al><vet>Artikel 11. onvoorziene omstandigheden </vet></al><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet wordt beslist door het
                    college.</al><al/><al><vet>Artikel 12. Inwerkingtreding</vet></al><al>De wetgever heeft voor wat betreft de bevordering maatschappelijke participatie
                    schoolgaande kinderen de gemeenten een verordeningplicht opgelegd voor het jaar
                    2012, vandaar de inwerkingtreding met terugwerkende kracht per 1 juli 2012. In
                    tegenstelling tot gemeenten die in het kader van minima/armoedebeleid nog geen
                    beleid ontwikkeld hebben voor participatie van kinderen in sport- en culturele
                    activiteiten/voorzieningen, kent Doesburg al vele jaren een aantal gemeentelijke
                    minimaregelingen die ook van toepassing zijn op kinderen.</al><al>Het huidige minimabeleid voor kinderen is geborgd in deze verordening, vandaar
                    de argumentatie om deze verordening in te laten gaan met terugwerkende kracht. </al><al/><al><vet> Artikel 13. Citeertitel</vet></al><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>