<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR296784_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening Elburg 2013 - meerdere locaties</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Elburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Elburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis aan huis Elburg 4 juni 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening Elburg 2013 - meerdere locaties van de gemeente Elburg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wro, art. 3.38 en 3.39</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-06-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Beheersverordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestemmingen, beheer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Beheersverordening Elburg 2013 - Meerdere locaties
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad der gemeente Elburg;</al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 april 2013;</al>
          <al>gelet op de bepalingen van de Wet ruimtelijke ordening, waaronder de
                        artikelen 3.38 en artikel 3.39;</al>
          <al/>
          <al>besluit:</al>
          <al/>
          <al>de 'Beheersverordening Elburg 2013 - Meerdere locaties' vast te stellen, met
                        de daarbij behorende en daarvan deel uitmakende verbeelding, regels en
                        bijlagen.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS</label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 1 Begripsbepalingen </label>
            </kop>
            <al>In deze regels wordt verstaan onder:</al>
            <al>
              <vet>1.1 verordening:</vet>
            </al>
            <al>de beheersverordening Elburg 2013 - meerdere locaties van de gemeente
                            Elburg;</al>
            <al>
              <vet>1.2 verordeningsgebied:</vet>
            </al>
            <al>het gebied waarop deze verordening van toepassing is, vervat in het
                            GML-bestand NL.IMRO.0230.BHVMeerLocaties-VST1 met bijbehorende
                            bestanden;</al>
            <al>
              <vet>1.3 bestaand legaal gebruik:</vet>
            </al>
            <al>het (al dan niet aanwezige) gebruik van de gronden en bouwwerken zoals
                            toegestaan conform:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>een in werking getreden wijzigingsplan;</al></li>
              <li nr="2."><al>een omgevingsvergunning voor het gebruik;</al></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>1.4 bestaande legale bouwwerken:</vet>
            </al>
            <al>bouwwerken die op het tijdstip van de vaststelling van de verordening: </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>aanwezig zijn én bij of krachtens de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht zijn gebouwd;</al></li>
              <li nr="2."><al>nog kunnen worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor
                                    het bouwen;</al></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>1.5 bouwwerk:</vet>
            </al>
            <al>elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander
                            materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden,
                            hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;</al>
            <al>
              <vet>1.6 kwetsbaar object:</vet>
            </al>
            <al>een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid
                            inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot
                            een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden; </al>
            <al>
              <vet>1.7 risicovolle inrichting:</vet>
            </al>
            <al>een inrichting, waarbij volgens het Besluit externe veiligheid
                            inrichtingen een grenswaarde of richtwaarde voor het risico c.q. een
                            risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan
                            toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;</al>
            <al>
              <vet>1.8 vuurwerkbedrijf</vet>:</al>
            <al>een bedrijf dat is gericht op de vervaardiging of assemblage van
                            vuurwerk of de (detail)handel in vuurwerk, niet bedoeld periodieke
                            verkoop in consumentenvuurwerk, c.q. de opslag van vuurwerk en/of de
                            daarvoor benodigde stoffen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 2 Meten</label>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Wijze van meten: </al>
              <al>Tenzij anders bepaald, worden de waarden die in m of m² zijn
                                uitgedrukt op de volgende wijze gemeten:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>afstanden loodrecht;</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="b."><al>hoogten vanaf het aansluitende afgewerkte terrein, waarbij
                                        plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein
                                        passende ophogingen of verdiepingen aan de voet van het
                                        bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan,
                                        buiten beschouwing blijven, en</al></li>
                <li nr="c."><al>maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van
                                        ondergeschikte aard tot maximaal 0,50 m buiten beschouwing
                                        blijven.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al> Hoogte</al>
              <al>Bij het meten van de hoogten als bedoeld in 2.1, onderdeel b, wordt
                                een bouwwerk, voorzover het zich bevindt op een erf- of
                                perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt
                                terrein het hoogste is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al> Inhoud</al>
              <al>Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de
                                gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van
                                daken en dakkapellen.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK 2 GEBRUIKS- EN BOUWREGELS</label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 3 Bouw- en gebruiksregels</label>
            </kop>
            <al>In het verordeningsgebied gelden de volgende regels:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>ten aanzien van het gebruik, het bouwen en het uitvoeren van
                                    werken en werkzaamheden geldt:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>de regeling zoals opgenomen in Bijlage 3 Buitengebied
                                            Elburg voorschriften; Bijlage 7 Buitengebied 1980
                                            voorschriften; Bijlage 9 Dorp Doornspijk voorschriften,
                                            Bijlage 11 Oostendorp West voorschriften, Bijlage 13 't
                                            Harde-Oost voorschriften, met inachtneming van het
                                            bepaalde in lid b;</al></li>
                  <li nr="2."><al>en de daarbij behorende kaarten, verbeeldingen c.q.
                                            kaartfragmenten, fragmenten van verbeeldingen, zoals
                                            opgenomen in Bijlage 1 Buitengebied Elburg blad 3,
                                            Bijlage 2 Buitengebied Elburg renvooi, Bijlage 4
                                            Buitengebied blad 1, Bijlage 5 Buitengebied 1980 blad 3,
                                            Bijlage 6 Buitengebied 1980 blad 4 renvooi, Bijlage 8
                                            Dorp Doornspijk plankaart en renvooi, Bijlage 10
                                            Oostendorp West plankaart en legenda, Bijlage 12 't
                                            Harde-Oost plankaart en renvooi, met inachtneming van
                                            het bepaalde in lid b;</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="b."><al>in afwijking van het bepaalde in lid a, is de regeling in
                                    Bijlage 3 Buitengebied Elburg voorschriften, Bijlage 7
                                    Buitengebied 1980 voorschriften, Bijlage 9 Dorp Doornspijk
                                    voorschriften, Bijlage 11 Oostendorp West voorschriften, Bijlage
                                    13 't Harde-Oost voorschriften, voorzover het betreft de in de
                                    artikelen genoemde leden 'Nadere eisen' en
                                    'Wijzigingsbevoegdheid', alsmede de artikelen
                                    'Wijzigingsbevoegdheid', 'Overgangsbepalingen', 'Strafbepaling'
                                    en 'Slotbepaling' niet van toepassing;</al></li>
              <li nr="c."><al>in afwijking van het bepaalde in lid a, zijn uitsluitend
                                    bestaande risicovolle inrichtingen en vuurwerkbedrijven
                                    toegestaan;</al></li>
              <li nr="d."><al>in aanvulling op het bepaalde in lid a geldt, voor zover het
                                    bestaande legale gebruik (bouwen en gebruik) afwijkt van hetgeen
                                    in artikel 3 Bouw- en gebruiksregels is geregeld, het
                                    volgende:</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>de in het verordeningsgebied gelegen gronden en
                                            bestaande legale bouwwerken mogen worden gebruikt
                                            overeenkomstig het bestaande legale gebruik; </al></li>
                  <li nr="2."><al>bestaande legale bouwwerken mogen worden vervangen door
                                            bouwwerken van dezelfde afmetingen en op dezelfde
                                            locatie; </al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="e."><al>daar waar in Bijlage 3 Buitengebied Elburg voorschriften,
                                    Bijlage 7 Buitengebied 1980 voorschriften, Bijlage 9 Dorp
                                    Doornspijk voorschriften, Bijlage 11 Oostendorp West
                                    voorschriften, Bijlage 13 't Harde-Oost voorschriften,
                                    'aanlegvergunningen' staat wordt gelezen: 'omgevingsvergunning
                                    voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of
                                    werkzaamheden'; </al></li>
              <li nr="f."><al>daar waar in Bijlage 3 Buitengebied Elburg voorschriften,
                                    Bijlage 7 Buitengebied 1980 voorschriften, Bijlage 9 Dorp
                                    Doornspijk voorschriften, Bijlage 11 Oostendorp West
                                    voorschriften, Bijlage 13 't Harde-Oost voorschriften,
                                    'vrijstelling verlenen' staat wordt gelezen: 'afwijken'; </al></li>
              <li nr="g."><al>daar waar in Bijlage 3 Buitengebied Elburg voorschriften,
                                    Bijlage 7 Buitengebied 1980 voorschriften, Bijlage 9 Dorp
                                    Doornspijk voorschriften, Bijlage 11 Oostendorp West
                                    voorschriften, Bijlage 13 't Harde-Oost voorschriften,
                                    'vrijstelling' staat wordt gelezen: 'afwijking';</al></li>
              <li nr="h."><al>ter plaatse van het besluitsubvlak 'ontsluiting 1' geldt,
                                    overeenkomstig de voorwaarde van het vrijstellingsbesluit voor
                                    het perceel Zuiderzeestraatweg 111 te Doornspijk, dat voor de
                                    ontsluiting van het bedrijf gebruik wordt gemaakt van de nog aan
                                    te leggen hoofdontsluitingsweg bij het bedrijventerrein zodra
                                    deze weg is aangelegd;</al></li>
              <li nr="i."><al>ter plaatse van het besluitsubvlak 'ontsluiting 2' geldt dat er
                                    ten hoogste één in/uitrit voor het noordelijke deel van het
                                    bedrijventerrein toegestaan is. De aan te leggen ontsluiting
                                    dient te fungeren als in/uitrit voor het perceel aan de
                                    Zuiderzeestraatweg West 132 te Doornspijk en het naastgelegen
                                    bedrijfsperceel dat nog ontwikkeld wordt, conform de tekening
                                    bij de op 27 april 2004 verleende vrijstelling, tekening nummer
                                    N282, blad 1, gewijzigd 13-10-2003, zoals opgenomen in bijlage
                                    14.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 4 Archeologie</label>
            </kop>
            <al>Ter plaatse van het besluitvlak 'Archeologie - 2' gelden de volgende
                            regels:</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>4.1 Bouwregels</vet>
            </al>
            <al>
              <cursief>4.1.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen</cursief>
            </al>
            <al>Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 120 m² en waarvoor dieper
                            dan 0,30 m te rekenen van het maaiveld in de bodem zal worden geroerd,
                            moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend,
                            door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin: </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>de archeologische waarden van de gronden die blijkens de
                                    aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn
                                    vastgesteld; en</al></li>
              <li nr="2."><al>in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische
                                    waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <cursief>4.1.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het
                            bouwen</cursief>
            </al>
            <al>Indien uit het in lid 4.1.1 genoemde rapport blijkt dat de
                            archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de
                            omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één
                            of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de
                            omgevingsvergunning voor het bouwen: </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen
                                    waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden
                                    behouden;</al></li>
              <li nr="2."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li>
              <li nr="3."><al>de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de
                                    bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het
                                    terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de bij
                                    de vergunning te stellen kwalificaties.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <vet>4.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen
                                bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <cursief>4.2.1 Vergunningplicht</cursief>
            </al>
            <al>Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is,
                            ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van
                            toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen
                                    en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het
                                    anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur;</al></li>
              <li nr="2."><al>het uitvoeren van overige grondbewerkingen;</al></li>
              <li nr="3."><al>het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;</al></li>
              <li nr="4."><al>het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende
                                    beplanting;</al></li>
              <li nr="5."><al>het aanbrengen van houtsingels (met uitzondering van
                                    erfbeplanting);</al></li>
              <li nr="6."><al>het (gedeeltelijk) rooien van houtsingels;</al></li>
              <li nr="7."><al>het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of
                                    communicatieleidingen.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <cursief>4.2.2 Uitzondering</cursief>
            </al>
            <al>Het bepaalde in lid 4.2.1 is niet van toepassing op werken, geen
                            bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>het normale onderhoud of de normale exploitatie betreffen;</al></li>
              <li nr="2."><al>reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht
                                    worden van dit plan;</al></li>
              <li nr="3."><al>in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van
                                    opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe
                                    bevoegde instantie;</al></li>
              <li nr="4."><al>niet dieper gaan dan 0,30 m beneden het maaiveld en een kleinere
                                    oppervlakte dan 120 m² beslaan.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <cursief>4.2.3 Toetsingscriteria</cursief>
            </al>
            <al>De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen
                            onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de
                            gronden.</al>
            <al/>
            <al>
              <cursief>4.2.4 Onderzoeksplicht</cursief>
            </al>
            <al>Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend nadat door de aanvrager
                            een rapport is overgelegd waarin: </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>de archeologische waarden van de gronden die blijkens de
                                    aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn
                                    vastgesteld; en</al></li>
              <li nr="2."><al>in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische
                                    waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <cursief>4.2.5 Beoordelingscriteria</cursief>
            </al>
            <al>Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend moet er ten behoeve van
                            de beoordeling van het rapport advies worden ingewonnen bij een ter zake
                            deskundige.</al>
            <al/>
            <al>
              <cursief>4.2.6 Voorwaarden omgevingsvergunning</cursief>
            </al>
            <al>Indien uit het in lid 4.2.4 genoemde rapport blijkt dat de
                            archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of
                            werkzaamheden zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de
                            volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen
                                    waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden
                                    behouden;</al></li>
              <li nr="2."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li>
              <li nr="3."><al>de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de
                                    bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het
                                    terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de bij
                                    de vergunning te stellen kwalificaties.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 5 Archeologie</label>
            </kop>
            <al>Ter plaatse van het besluitvlak 'Archeologie - 3' gelden de volgende
                            regels:</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>5.1 Bouwregels</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <cursief>5.1.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen</cursief>
            </al>
            <al>Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m² en waarvoor dieper
                            dan 0,30 m te rekenen van het maaiveld in de bodem zal worden geroerd,
                            moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend,
                            door de aanvrager een rapport worden overgelegd waarin: </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>de archeologische waarden van de gronden die blijkens de
                                    aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn
                                    vastgesteld; en</al></li>
              <li nr="2."><al>in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische
                                    waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <cursief>5.1.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het
                            bouwen</cursief>
            </al>
            <al>Indien uit het in lid 5.1.1 genoemde rapport blijkt dat de
                            archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de
                            omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kunnen één
                            of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de
                            omgevingsvergunning voor het bouwen: </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen
                                    waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden
                                    behouden;</al></li>
              <li nr="2."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li>
              <li nr="3."><al>de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de
                                    bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het
                                    terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de bij
                                    de vergunning te stellen kwalificaties.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <vet>5.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen
                                bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden</vet>
            </al>
            <al/>
            <al>
              <cursief>5.2.1 Vergunningplicht</cursief>
            </al>
            <al>Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is,
                            ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze regels van
                            toepassing zijnde bestemmingen een omgevingsvergunning vereist:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>het ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen
                                    en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het
                                    anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur;</al></li>
              <li nr="2."><al>het uitvoeren van overige grondbewerkingen;</al></li>
              <li nr="3."><al>het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;</al></li>
              <li nr="4."><al>het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende
                                    beplanting;</al></li>
              <li nr="5."><al>het aanbrengen van houtsingels (met uitzondering van
                                    erfbeplanting);</al></li>
              <li nr="6."><al>het (gedeeltelijk) rooien van houtsingels;</al></li>
              <li nr="7."><al>het aanleggen van ondergrondse energie-, transport- en of
                                    communicatieleidingen.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <cursief>5.2.2 Uitzondering</cursief>
            </al>
            <al>Het bepaalde in lid 5.2.1 is niet van toepassing op werken, geen
                            bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>het normale onderhoud of de normale exploitatie betreffen;</al></li>
              <li nr="2."><al>reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht
                                    worden van dit plan;</al></li>
              <li nr="3."><al>in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van
                                    opgravingen worden uitgevoerd, mits verricht door een daartoe
                                    bevoegde instantie;</al></li>
              <li nr="4."><al>niet dieper gaan dan 0,30 m beneden het maaiveld en een kleinere
                                    oppervlakte dan 500 m² beslaan.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <cursief>5.2.3 Toetsingscriteria</cursief>
            </al>
            <al>De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen
                            onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de
                            gronden.</al>
            <al/>
            <al>
              <cursief>5.2.4 Onderzoeksplicht</cursief>
            </al>
            <al>Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend nadat door de aanvrager
                            een rapport is overgelegd waarin: </al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>de archeologische waarden van de gronden die blijkens de
                                    aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn
                                    vastgesteld; en</al></li>
              <li nr="2."><al>in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische
                                    waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <cursief>5.2.5 Beoordelingscriteria</cursief>
            </al>
            <al>Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend moet er ten behoeve van
                            de beoordeling van het rapport advies worden ingewonnen bij een ter zake
                            deskundige.</al>
            <al/>
            <al>
              <cursief>5.2.6 Voorwaarden omgevingsvergunning</cursief>
            </al>
            <al>Indien uit het in lid 5.2.4 genoemde rapport blijkt dat de
                            archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of
                            werkzaamheden zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de
                            volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen
                                    waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden
                                    behouden;</al></li>
              <li nr="2."><al>de verplichting tot het doen van opgravingen;</al></li>
              <li nr="3."><al>de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de
                                    bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het
                                    terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de bij
                                    de vergunning te stellen kwalificaties.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK 3 OVERGANGS- EN SLOTREGELS 29</label>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 6 Overgangsrecht gebruik</label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip
                                    van inwerkingtreding van de beheersverordening en hiermee in
                                    strijd is, mag worden voortgezet.</al></li>
              <li nr="b."><al>Het is verboden het met de beheersverordening strijdige gebruik,
                                    bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een
                                    ander met de beheersverordening strijdig gebruik, tenzij door
                                    deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt
                                    verkleind.</al></li>
              <li nr="c."><al>Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van
                                    inwerkingtreding van de beheersverordening voor een periode
                                    langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit
                                    gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.</al></li>
              <li nr="d."><al>Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op het gebruik dat
                                    reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan of
                                    de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de
                                    overgangsbepalingen van dat plan of de verordening.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 7 Overgangsrecht bouwen</label>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van de
                                    beheersverordening aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd
                                    kan worden krachtens een omgevingsvergunning en afwijkt van de
                                    beheersverordening, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang
                                    niet wordt vergroot,</al><lijst>
                  <li nr="1."><al>gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;</al></li>
                  <li nr="2."><al>na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel
                                            worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de
                                            omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen
                                            twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet
                                            gegaan.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="b."><al>Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een
                                    omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud
                                    van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%.</al></li>
              <li nr="c."><al>Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die
                                    weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van de
                                    beheersverordening, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in
                                    strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan of de daarvoor
                                    geldende beheersverordening, daaronder begrepen de
                                    overgangsbepaling van dat plan of de verordening.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel 8 Inwerkingtreding</label>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking van het
                            raadsbesluit.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: <vet>Beheersverordening Elburg
                                2013 - Meerdere locaties</vet><vet>van de gemeente
                            Elburg.</vet></al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Nota-toelichting</label>
          <nr/>
          <titel/>
        </kop>
        <al>
          <vet>HOOFDSTUK 1 INLEIDING</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>1.1 Aanleiding</vet>
        </al>
        <al>De gemeente Elburg is bezig met de actualisatie van de bestemmingsplannen voor
                    haar grondgebied. Voor de meeste gebieden zijn inmiddels bestemmingsplannen in
                    procedure of ook al eerder vastgesteld. Voor een vijftal gebieden is nog niet
                    overal een actueel <sup>1)</sup> bestemmingsplan geldend. Deze gebieden zijn
                    niet meegenomen in de nieuwe bestemmingsplannen. Om te voldoen aan de
                    actualisatieplicht per 1 juli 2013 is ervoor gekozen voor deze gebieden een
                    beheersverordening op te stellen. </al>
        <al/>
        <al>
          <sup>1) Een bestemmingsplan is wettelijk 'actueel' wanneer het in de afgelopen
                        10 jaar is vastgesteld.</sup>
        </al>
        <al/>
        <al>Deze beheersverordening is van toepassing op de volgende gebieden:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>De Rehoboth-locatie in Oostendorp.</al></li>
          <li nr="2."><al>Vossenakker-Noord aan de oostzijde van Oostendorp.</al></li>
          <li nr="3."><al>Doornspijk-Zuid.</al></li>
          <li nr="4."><al>Hokseberg aan de noordwestzijde van 't Harde.</al></li>
          <li nr="5."><al>De locatie Eperweg 83 't Harde.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>De vijf gebieden zijn gezamenlijk in een beheersverordening opgenomen. Het
                    gebied wordt het verordeningsgebied genoemd. Het verordeningsgebied is hierboven
                    beschreven en is weergegeven in figuur 1. Voor het verordeningsgebied gelden
                    momenteel meerdere bestemmingsplannen. Het gaat om de volgende:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>bestemmingsplan Buitengebied 1980 (vastgesteld op 4 februari 1980);</al></li>
          <li nr="2."><al>bestemmingsplan Buitengebied Elburg (vastgesteld 18 oktober 2001);</al></li>
          <li nr="3."><al>bestemmingsplan Dorp Doornspijk (vastgesteld op 25 mei 1989);</al></li>
          <li nr="4."><al>bestemmingsplan Oostendorp West (vastgesteld op 2 december 1976);</al></li>
          <li nr="5."><al>bestemmingsplan 't Harde-Oost (vastgesteld op 22 februari 1979).</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>Bovendien zijn in de loop van de tijd een tweetal vrijstellingsprocedures
                    gevoerd om (perceelsgebonden) ontwikkelingen mogelijk te maken, namelijk voor de
                    Zuiderzeestraatweg 132 en Zuiderzeestraatweg 111 in Doornspijk. Deze zijn in de
                    beheersverordening verwerkt. Deze beheersverordening geeft in één keer een
                    nieuwe en uniforme juridische regeling voor het hele verordeningsgebied. In
                    onderstaand figuur is de ligging van de vijf gebieden waarop deze
                    beheersverordening van toepassing is aangegeven. </al>
        <al>
          <plaatje>
            <illustratie id="idad1cccb-f75b-435d-840c-4a4085e3f30b" naam="i221677idad1cccb-f75b-435d-840c-4a4085e3f30b.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="23.8cm"/>
          </plaatje>
        </al>
        <al>
          <vet>1.2 Waarom een beheersverordening</vet>
        </al>
        <al>Bij de actualisatie van een juridische ruimtelijke regeling kan gekozen worden
                    voor een bestemmingsplan en een beheersverordening. In dit geval is gekozen voor
                    een beheersverordening, omdat:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>in het verordeningsgebied sprake is van een feitelijk bestaande situatie
                            en;</al></li>
          <li nr="2."><al>in het verordeningsgebied alleen sprake is van perceelsgebonden
                            ontwikkelingen <sup>2)</sup> en;</al></li>
          <li nr="3."><al>een beheersverordening door middel van een snelle procedure kan worden
                            vastgesteld en past in het beleid van verdergaande deregulering. </al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>
          <sup>2) Een perceelsgebonden ontwikkeling is een (kleinschalige) ontwikkeling
                        die op een perceel mogelijk wordt gemaakt. </sup>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>1.2.1 Feitelijk bestaande situatie</vet>
        </al>
        <al>De toepassing van de beheersverordening is voor dit verordeningsgebied mogelijk,
                    omdat daarin sprake is van een feitelijk bestaande situatie, zie hoofdstuk 2.
                    Illegale bouwwerken horen niet bij de feitelijk bestaande situatie en worden in
                    de beheersverordening niet zonder meer gelegaliseerd.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>1.2.2 Ontwikkelingen</vet>
        </al>
        <al>De gebieden waar ruimtelijke ontwikkelingen spelen zijn buiten het
                    verordeningsgebied gehouden. In het verordeningsgebied worden dan ook geen
                    ontwikkelingen meer mogelijk gemaakt die nog niet zijn toegestaan op grond van
                    het geldende bestemmingsplan. Wel zijn enkele perceelsgebonden ontwikkelingen
                    mogelijk. Bij de perceelsgebonden ontwikkelingen gaat het om (kleinschalige)
                    ontwikkelingen die in de geldende bestemmingsplannen al mogelijk waren gemaakt.
                    Dit houdt in dat bijvoorbeeld een bestaand bedrijfsgebouw mag worden uitgebreid
                    tot een bepaalde oppervlakte.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>1.2.3 Procedure</vet>
        </al>
        <al>Een beheersverordening is een goed middel om binnen korte termijn een actuele
                    juridische regeling voor het grond gebied te hebben. Een beheersverordening
                    heeft een relatief korte procedure om te komen tot de vaststelling. De procedure
                    wordt besproken in 5.2.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>1.3 Waaruit bestaat deze beheersverordening</vet>
        </al>
        <al>Kort gezegd bestaat een beheersverordening uit een verbeelding van het
                    verordeningsgebied en regels. Meer concreet gaat het om:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>een object dat bestaat uit het gebied waarop de verordening betrekking
                            heeft (het verordeningsgebied);</al></li>
          <li nr="2."><al>een of meer objecten binnen het gebied (besluit(sub)vakken);</al></li>
          <li nr="3."><al>regels die gekoppeld zijn aan het gebied en/of de objecten binnen het
                            gebied en die gericht zijn op het beheer van het gebied;</al></li>
          <li nr="4."><al>regels die gaan over gebruiken, bouwen, aanleggen en slopen, afwijken
                            met een omgevingsvergunning en overgangsrecht. </al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>De beheersverordening gaat vergezeld van deze toelichting. Deze motiveert in
                    ieder geval de keuze voor het instrument, waarom er geen ruimtelijke
                    ontwikkelingen worden voorzien, welke onderzoeken hebben plaatsgevonden, etc. De
                    toelichting bevat ook een uitleg van de regeling. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>1.4 Wat regelt deze beheersverordening</vet>
        </al>
        <al>De beheersverordening wordt een verordening in ruime zin. Het uitgangspunt is de
                    bestaande situatie, maar deze wordt aangevuld met (perceelsgebonden)
                    bouwmogelijkheden vanuit de geldende bestemmingsplannen. Het juridische deel van
                    die bestemmingsplannen (opgenomen in de bijlagen bij de regels) wordt dan ook
                    gekoppeld aan de regels.</al>
        <al>Het kan voorkomen dat een ontwikkeling gewenst is, die niet binnen de in deze
                    beheersverordening opgenomen (perceelsgebonden) ontwikkelingsmogelijkheden past.
                    In zo een geval is een nieuwe juridisch-planologische regeling nodig,
                    bijvoorbeeld een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning waarbij wordt
                    afgeweken van deze beheersverordening. </al>
        <al>De beheersverordening legt dus de feitelijke situatie vast door middel van een
                    algemene regeling, waardoor een eenvoudige regeling mogelijk is. Er zijn echter
                    aandachtspunten die mogelijk invloed hebben op de systematiek van de
                    verordening. Een nadere specificering en/of detaillering door middel van
                    besluit(sub)vlakken op de verbeelding of specifieke bepalingen in de regels kan
                    nodig zijn. In het verordeningsgebied is inderdaad sprake van enkele gebieden
                    met specifieke regelingen. Hierover wordt in hoofdstuk 5 meer informatie
                    gegeven. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>1.5 Hoe werkt de verordening</vet>
        </al>
        <al>De beheersverordening moet digitaal worden gemaakt volgens de Praktijkrichtlijn
                    Gebiedsgerichte Besluiten. De verordening wordt door de gebruiker daarom via een
                    digitaal platform (meestal de website RO-online, <extref doc="http://www.ruimtelijkeplannen.nl/">www.ruimtelijkeplannen.nl</extref>)
                    benaderd. Digitaal gezien zijn er verschillende vlakken zichtbaar, namelijk het
                    verordeningsgebied (of besluitgebied), de besluitvlakken en (eventueel) de
                    besluitsubvlakken. Hierna volgt een korte omschrijving van wat deze vlakken
                    regelen:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>
              <onderstreept>Verordeningsgebied</onderstreept>. Het verordeningsgebied
                            is het gebied waarvoor de beheersverordening van toepassing is. De
                            regelingen die niet specifiek gekoppeld zijn aan een besluitvlak of een
                            besluitsubvlak zijn altijd van toepassing op het hele
                            verordeningsgebied. De regels zijn gericht op het behouden van de
                            bestaande situatie. </al></li>
          <li nr="2."><al>
              <onderstreept>Besluitvlak</onderstreept>. Op het hele
                            verordeningsgebied, of een bepaald deel daarvan, kan een besluitvlak
                            zijn gelegd. In deze beheersverordening heeft het hele
                            verordeningsgebied het besluitvlak 'Bestaand'. Dit omdat de regels, die
                            bij dit besluitvlak horen, gericht zijn op het behoud van de bestaande
                            situatie. Deze regels zijn (digitaal) direct gekoppeld aan het
                            besluitvlak. In een andere situatie, bijvoorbeeld een besluitvlak
                            'Veiligheidszone - lpg', worden aanvullende regels gegeven die gericht
                            zijn op het voorkomen van de bouw van kwetsbare of beperkt kwetsbare
                            objecten binnen de veiligheidszone.</al></li>
          <li nr="3."><al>
              <onderstreept>Besluitsubvlak</onderstreept>. Binnen het besluitvlak is
                            in deze verordening sprake van meerdere besluitsubvlakken. De
                            besluitsubvlakken zijn bedoeld om in een bepaald deel van het
                            besluitvlak aanvullende regelingen te geven, gebaseerd op de geldende
                            bestemmingsplannen. Deze beheersverordening kent geen besluitsubvlakken.
                        </al></li>
          <li nr="4."><al>
              <onderstreept>Overige</onderstreept>. Naast de regelingen zoals hiervoor
                            omschreven kan ook sprake zijn van afwijkingsregels. Ook deze kunnen
                            zijn gekoppeld aan een besluit(sub)vlak.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>
          <vet>1.6 Leeswijzer</vet>
        </al>
        <al>De beheersverordening is als volgt opgebouwd. In het volgende hoofdstuk wordt
                    allereerst een beschrijving gegeven van de bestaande situatie. De bestaande
                    situatie is immers het uitgangspunt voor deze beheersverordening en daarom van
                    belang. Daarna wordt in hoofdstuk 3 het beleid uiteengezet, voor zover dit
                    betrekking heeft op de juridische regelingen in het verordeningsgebied. Ook
                    wanneer het gaat om een beheersverordening, waarbij de bestaande situatie het
                    uitgangspunt is, worden perceelsgebonden ontwikkelingen mogelijk gemaakt. In
                    hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de van belang zijnde sectorale aspecten, die
                    daarop invloed kunnen hebben. Hoofdstuk 5 geeft een juridische toelichting op de
                    beheersverordening. In dit hoofdstuk staat dus de toelichting op de regeling in
                    deze beheersverordening en staat een korte uitleg van de procedure die de
                    beheersverordening doorloopt om rechtskracht te krijgen. In hoofdstuk 6 wordt
                    tot slot ingegaan op de uitvoerbaarheid van de verordening. Daarbij wordt
                    aandacht besteed aan de maatschappelijk en de economische uitvoerbaarheid. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>HOOFDSTUK 2 BESTAANDE SITUATIE</vet>
        </al>
        <al>Voor het vaststellen van de bestaande situatie zijn de volgende bronnen
                    geraadpleegd. </al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>De geldende bestemmingsplannen. Deze zijn opgenomen in de bijlagen bij
                            de regels . Deze zijn ook in te zien op het gemeentehuis van de gemeente
                            Elburg. </al></li>
          <li nr="2."><al>De basisregistratie adressen en gebouwen (BAG). Deze informatie is
                            beschikbaar via de website van <extref doc="http://bagviewer.geodan.nl/">de BAG viewer</extref>.</al></li>
          <li nr="3."><al>Het ruimtelijk beleid van de gemeente Elburg is opgenomen op de <extref doc="http://www.elburg.nl/Wonen_Wijken_Milieu/Geldende_visies_en_ruimtelijke_plannen">website van de </extref><extref doc="http://www.elburg.nl/Wonen_Wijken_Milieu/Geldende_visies_en_ruimtelijke_plannen">gemeente Elburg</extref>.</al></li>
          <li nr="4."><al>Ruimtelijk beleid van andere overheden is te zien op <extref doc="http://www.ruimtelijkeplannen.nl/">www.ruimtelijkeplannen.nl</extref>. </al></li>
          <li nr="5."><al>Voor het waterschapsbeleid is de <extref doc="http://www.vallei-veluwe.nl/">website van het Waterschap Vallei
                                en Veluwe</extref> gehanteerd.</al></li>
          <li nr="6."><al>Bij de ruimtelijke verschijningsvorm van de bebouwing en openbare ruimte
                            is de bestaande situatie het uitgangspunt. Ook zijn via de <extref doc="http://maps.google.nl/">website van Google Maps</extref>
                            luchtfoto's van het gebied beschikbaar.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>
          <vet>2.1 Locatie Rehoboth Elburg</vet>
        </al>
        <al>De locatie Rehoboth in Elburg is deels in gebruik door een scholengemeenschap.
                    Op deze locatie is dan ook nog een schoolgebouw aanwezig, met de daarbij horende
                    voorzieningen als een fietsenstalling, parkeerplaats en dergelijke. Het gebouw
                    is omgeven door een parkachtige omgeving, wat al dan niet openbaar toegankelijk
                    is. In onderstaande afbeelding is een luchtfoto (2005) met de bestaande
                    situatie.</al>
        <al>
          <plaatje>
            <illustratie id="ic9992a0a-ba55-449b-beba-0db66853d873" naam="i221678ic9992a0a-ba55-449b-beba-0db66853d873.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="15.8cm"/>
          </plaatje>
          <cursief>Locatie Rehoboth Elburg (bron: Google)</cursief>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>2.2 Locatie Vossenakker-Noord Elburg</vet>
        </al>
        <al>De locatie Vossenakker-Noord is nu nog een landbouwgebied en bestaat uit
                    weilanden. Deze wordt begrensd door wegen, paden en woonpercelen. De zuidelijke
                    grens wordt bepaald door het perceel van het Nuborgh College. De bestaande
                    situatie (2005) is zichtbaar in onderstaande luchtfoto. </al>
        <al>
          <plaatje>
            <illustratie id="i2f6cdda5-f166-489d-bbc2-4137ab79ec63" naam="i221679i2f6cdda5-f166-489d-bbc2-4137ab79ec63.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="15.8cm"/>
          </plaatje>
          <cursief>Locatie Vossenakker-Noord Elburg (bron: Google)</cursief>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>2.3 Locatie Doornspijk-Zuid</vet>
        </al>
        <al>Deze locatie kent een veelzijdig gebruik, bijvoorbeeld agrarische bedrijven en
                    bedrijven. Daarnaast is in het gebied landbouwgrond aanwezig, dit is
                    voornamelijk in gebruik als weilanden. De Zuiderzeestraatweg-West die door deze
                    locatie loopt is een belangrijke ontsluitingsroute vanaf Doornspijk naar onder
                    meer Nunspeet. De onderstaande luchtfoto (2005) geeft een weergave van de
                    bestaande situatie in deze locatie. </al>
        <al>
          <plaatje>
            <illustratie id="i23b08f5b-b9bb-458b-ae45-a6ca318302b6" naam="i221680i23b08f5b-b9bb-458b-ae45-a6ca318302b6.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="16.0cm"/>
          </plaatje>
          <cursief>Locatie Doornspijk-Zuid (bron: Google)</cursief>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>2.4 Locatie Hokseberg 't Harde</vet>
        </al>
        <al>De locatie Hokseberg grenst aan de noordwestzijde aan de dorpskern van 't Harde.
                    Het gebied heeft aan de noordzijde een gebruik als landbouwgrond (weiland) en
                    aan de zuidzijde voor een (voormalig) tuincentrum. Naast het tuincentrum is een
                    reguliere woning aanwezig. Een andere opvallende functie is de riooloverstort
                    aan de Stadsweg, deze is ondergronds aanwezig. Het gebied ligt in een
                    coullissenlandschap, dit landschap is op deze locatie herkenbaar aan de
                    boomsingels. In onderstaande afbeelding is de luchtfoto van de bestaande
                    situatie (2005) zichtbaar. </al>
        <al/>
        <al>
          <plaatje>
            <illustratie id="i2d500721-406c-4504-9624-d1254169a11e" naam="i221681i2d500721-406c-4504-9624-d1254169a11e.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="15.9cm"/>
          </plaatje>
          <cursief>Locatie Hokseberg 't Harde (bron: Google)</cursief>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>2.5 Locatie Eperweg 83 't Harde</vet>
        </al>
        <al>Op deze locatie is een (voormalige) dienstwoning van de aangrenzende school
                    aanwezig. Het gaat daarbij om een hoofdgebouw (voormalige dienstwoning) met
                    enkele bijgebouwen. Om dit gebouw heen ligt een erf met beplanting (tuin). Aan
                    de noord- en oostzijde wordt de locatie begrensd door een erf bij een school en
                    een schoolgebouw. In onderstaande luchtfoto een weergave van de bestaande
                    situatie (2005).</al>
        <al>
          <plaatje>
            <illustratie id="ia3c08521-e7e8-4db0-94b6-8cc6aeb5cf18" naam="i221682ia3c08521-e7e8-4db0-94b6-8cc6aeb5cf18.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="15.9cm"/>
          </plaatje>
          <cursief>Locatie Eperweg 83 't Harde (bron: Google)</cursief>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>HOOFDSTUK 3 BELEID</vet>
        </al>
        <al>Op verschillende niveaus gelden beleidsnota's die betrekking hebben op het
                    verordeningsgebied. Op rijks- en provinciaal niveau zijn dit onder andere de
                    "Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte" en het "Streekplan Gelderland 2005",
                    die verder zijn uitgewerkt in respectievelijk het "Besluit algemene regels
                    ruimtelijke ordening" en de "Ruimtelijke Verordening Gelderland". Op
                    gemeentelijk niveau zijn dit onder andere de “Toekomstvisie gemeente Elburg
                    2020”, de in oktober 2012 vastgestelde “Structuurvisie gemeente Elburg 2030”, de
                    “Woonvisie gemeente Elburg 2008-2012”, de “Detailhandelsstructuurvisie gemeente
                    Elburg 2008”, de "Archeologische beleidskaart Elburg 2012", het
                    “Groenstructuurplan” en de “Welstandsnota”. Met uitzondering van de
                    Archeologische beleidskaart, geven deze beleidsnota's geen specifieke
                    uitgangspunten voor het verordeningsgebied. De bestaande situatie wordt
                    vastgelegd en nieuwe, ruimtelijk relevante ontwikkelingen worden niet mogelijk
                    gemaakt. In 4.7.1 wordt nader ingegaan op het aspect archeologie en het daaraan
                    gekoppelde beleid. In algemene zin wordt gestreefd naar een voortzetting en
                    verbetering van het bestaande kwaliteitsniveau. Dit geldt dan ook voor het
                    verordeningsgebied. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>HOOFDSTUK 4 SECTORALE ASPECTEN</vet>
        </al>
        <al>In dit hoofdstuk is beschreven hoe rekening is gehouden met de in en rond het
                    verordeningsgebied voorkomende relevante omgevingsaspecten. De onderzoeksopgave
                    heeft een beperkte omvang, omdat deze beheersverordening slechts de bestaande
                    planologische situatie voortzet. De afweging per aspect is daarom beknopt
                    weergegeven. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>4.1 Milieuzonering</vet>
        </al>
        <al>De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) het systeem "Bedrijven en
                    milieuzonering" ontwikkeld, waarin de bedrijven zijn gecategoriseerd op hun
                    milieueffecten. De lijst kent aan de bedrijven en/of instellingen een
                    milieucategorie toe. Deze is afhankelijk van de mate waarin de opgenomen
                    bedrijven en/of instellingen milieuhinder (uitgaande van de gemiddelde
                    bedrijfssituatie) kunnen veroorzaken. Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt
                    de milieu-indeling op van 1 t/m 6, met bijbehorende (richtlijn)afstanden voor
                    mogelijk hinder. </al>
        <al> Deze beheersverordening legt de bestaande situatie vast. De bestaande
                    milieuhygiënische situatie is en blijft gehandhaafd en een planologische
                    verslechtering is niet mogelijk. Milieuzonering geeft geen uitgangspunten voor
                    het verordeningsgebied.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>4.2 Geluid</vet>
        </al>
        <al>De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen met betrekking tot de geluidbelasting van
                    geluidgevoelige gebouwen en terreinen door drie verschillende geluidsbronnen:
                    wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. In en rondom het dorp zijn geen
                    spoorwegen aanwezig.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>4.2.1 Wegverkeerslawaai</cursief>
        </al>
        <al>In de Wgh is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft, waar aandacht aan
                    geluidhinder moet worden besteed. Wegen waar deze zone in principe niet geldt,
                    zijn onder andere wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur. Rond
                    de verschillende locaties in het verordeningsgebied is wegverkeerslawaai van
                    belang, vanwege de ligging aan of nabij een weg met een wettelijke geluidzone. </al>
        <al>Dit aspect levert voor het verordeningsgebied geen uitgangspunten op. Het aantal
                    geluidgevoelige objecten binnen de wettelijke geluidzones rond die wegen mag
                    door de regeling in deze verordening niet toenemen. In deze beheersverordening
                    worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>4.2.2 Spoorweglawaai</cursief>
        </al>
        <al>Naast wegen hebben ook spoorwegen wettelijk vastgestelde geluidzones.
                    Spoorweglawaai is van belang bij de locaties in 't Harde, omdat ten zuiden van
                    de snelweg (A28) het spoorwegtraject Zwolle - Amersfoort ligt. </al>
        <al>Dit aspect levert voor het verordeningsgebied geen uitgangspunten op. Het aantal
                    geluidgevoelige objecten binnen de wettelijke geluidzones rond die spoorweg mag
                    door de regeling in deze verordening niet toenemen. In deze beheersverordening </al>
        <al>worden geen nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>4.2.3 Industrielawaai</cursief>
        </al>
        <al>Bij industrielawaai gaat het om geluidgezoneerde bedrijven(terreinen) en om
                    geluidproducerende bedrijven en instellingen. In en rond de gebieden van deze
                    verordening is geen sprake van geluidgezoneerde bedrijven(terreinen). Wel is
                    sprake van geluidproducerende bedrijven en instellingen. Een voorbeeld daarvan
                    is het MFC bij het gebied Hokseberg. De benodigde geluidsruimte van dergelijke
                    bedrijven en instellingen is over het algemeen vastgelegd in een vergunning. </al>
        <al>Dit aspect levert voor het verordeningsgebied echter geen uitgangspunten op.
                    Binnen de geluidzones van bedrijven is geen sprake van toename een toename van
                    het aantal geluidgevoelige objecten. De beheersverordening staat dit niet toe. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>4.3 Externe veiligheid</vet>
        </al>
        <al>Externe veiligheid gaat over het beheersen van risico's. Deze risico's kunnen
                    ontstaan door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen en transportroutes
                    voor gevaarlijke stoffen (ondergronds en bovengronds). Rond de verschillende
                    gebieden van het verordeningsgebied zijn risicovolle inrichtingen en/of
                    transportroutes aanwezig. Het gaat daarbij om de volgende:</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>4.3.1 Risicovolle inrichtingen</cursief>
        </al>
        <al>Ten noordoosten van de locatie Rehoboth staat aan de Enkstraat in Elburg een LPG
                    tankstation. Ten noorden van de locatie Doornspijk zuid bevindt zich een LPG
                    tankstation aan de Zuiderzeestraatweg West 85a. Het verordeningsgebied ligt
                    buiten de contouren van het plaatsgebonden risico van de genoemde tankstations.
                    Het invloedsgebied van het tankstation in Elburg (150 meter) ligt niet over het
                    verordeningsgebied. Het invloedsgebied van het LPG tankstation in Doornspijk
                    wel. </al>
        <al>Externe veiligheid rond inrichtingen geeft geen uitgangspunten voor deze
                    verordening. De risicocontouren van het plaatsgebonden risico vallen niet over
                    het verordeningsgebied heen. Daarnaast is er geen sprake van de noodzaak voor
                    een onderzoek naar het groepsrisico. De beheersverordening staat immers geen
                    nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten toe. LPG tankstations vallen onder de
                    werking van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>4.3.2 Transportroutes gevaarlijke stoffen</cursief>
        </al>
        <al>Rond het verordeningsgebied zijn verschillende transportroutes voor gevaarlijke
                    stoffen aanwezig. Het gaat daarbij om transport door leidingen, over de weg en
                    over het spoor. </al>
        <al>Van transport via een leiding is sprake langs de locatie Hokseberg. Daar ligt
                    een <cursief>hoofdgastransportleiding</cursief> noordoostelijk langs het gebied.
                    De plaatsgebonden risicocontour van deze leiding ligt niet over deze locatie
                    heen. Het groepsrisico is in het kader van het op te stellen bestemmingsplan
                    voor deze locatie berekend. Daaruit blijkt dat dit in de bestaande situatie geen
                    problemen oplevert. Deze leiding geeft geen uitgangspunten voor de verordening.
                    Deze leiding valt onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen. </al>
        <al>De <cursief>snelweg A28</cursief>, zuidelijk van 't Harde, is een transportroute
                    voor gevaarlijke stoffen over de weg. Deze weg geeft geen uitgangspunten voor
                    deze verordening. De plaatsgebonden risicocontouren van deze weg vallen niet
                    over het verordeningsgebied heen. Een verdere verantwoording van het
                    groepsrisico is bovendien niet nodig, omdat geen sprake is van een toename van
                    nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten in het verordeningsgebied. De A28 is
                    opgenomen in het Basisnet Weg. </al>
        <al>Westelijk langs de locatie Vossenakker-Noord (Elburg) loopt de
                        <cursief>Oostelijke Rondweg</cursief>. Deze transportroute is nog niet
                    officieel aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen. Deze weg geeft
                    geen uitgangspunten voor de verordening. De plaatsgebonden risicocontour van
                    deze weg valt niet over het verordeningsgebied heen. Voor de Oostelijke Rondweg
                    wordt een groepsrisicocontour van 200 meter aangegeven, die over het
                    verordeningsgebied valt. Een verdere verantwoording van het groepsrisico is
                    bovendien niet nodig, omdat geen sprake is van een toename van nieuwe (beperkt)
                    kwetsbare objecten in het verordeningsgebied. </al>
        <al>Ten zuiden van 't Harde loopt de <cursief>spoorlijn Zwolle -
                        Amersfoort</cursief>. Daarover vindt transport van gevaarlijke stoffen
                    plaats. Deze transportroute levert geen uitgangspunten voor deze verordening op.
                    De plaatsgebonden risicocontour van deze spoorlijn ligt niet over het
                    verordeningsgebied. Een verantwoording van het groepsrisico is bovendien niet
                    nodig, omdat in het verordeningsgebied geen sprake is van een toename van
                    (beperkt) kwetsbare objecten. De spoorlijn valt onder het Basisnet Spoor.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>4.4 Luchtkwaliteit</vet>
        </al>
        <al>De Wet luchtkwaliteit is een deel van de Wet milieubeheer. In de wet zijn normen
                    opgenomen voor de luchtkwaliteit. Dit aspect levert voor deze verordening geen
                    uitgangspunten op. Het aspect luchtkwaliteit is nergens in de gemeente Elburg
                    een belemmering. Bovendien is geen sprake van ruimtelijke ontwikkelingen die in
                    het verordeningsgebied mogelijk worden gemaakt. Het gaat slechts om
                    perceelsgebonden ontwikkelingen die ruim onder de toetsingsgrenzen voor
                    luchtkwaliteit liggen, zoals onder andere opgenomen in de regeling Niet in
                    betekenende mate. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>4.5 Bodem</vet>
        </al>
        <al>Voor het aspect bodem is onder meer de Wet bodembeheer van toepassing. Dit
                    aspect geeft geen uitgangspunten voor deze verordening. Met betrekking tot de
                    bodem wordt aangegeven dat in het verordeningsgebied geen nieuwe (grootschalige)
                    ontwikkelingen worden toegestaan waarvoor op voorhand bodemonderzoek
                    noodzakelijk is. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>4.6 Water</vet>
        </al>
        <al>Het verordeningsgebied valt onder het beheer van het Waterschap Vallei en
                    Veluwe, dat zorgdraagt voor de kwaliteit van het oppervlaktewater in het gebied
                    en dat de grotere boezemwateren en sloten beheert, alsmede de waterkeringen,
                    zoals geregeld in de Waterwet. Ook is het waterschap belast met het peilbeheer
                    in het verordeningsgebied.</al>
        <al>Het aspect geeft geen uitgangspunten voor deze verordening. Voor de watergangen
                    en waterpartijen in het verordeningsgebied geldt dat de bestaande situatie
                    blijft bestaan en planologisch geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden
                    gemaakt. De kwaliteit- en kwantiteitsfunctie van het water in het
                    verordeningsgebied is hiermee gewaarborgd.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>4.7 Archeologie en cultuurhistorie</vet>
        </al>
        <al>In wet- en regelgeving, onder andere de Monumentenwet, is aangegeven dat
                    rekening gehouden moet worden met bestaande archeologische en cultuurhistorische
                    waarden. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>4.7.1 Archeologie</cursief>
        </al>
        <al>Door de gemeente is in 2012 een archeologische beleidskaart vastgesteld. Daarbij
                    zijn aanwijzingen gegeven over de manier waarop daar in ruimtelijke plannen
                    omgegaan moet worden. Het gaat daarbij om gebieden met hogere en lagere
                    (verwachtings)waarden. </al>
        <al>Het gemeentelijk beleid geeft voor de verschillende gebieden aanwijzingen over
                    wanneer sprake is van een onderzoeksplicht. In het verordeningsgebied is sprake
                    van twee gebieden. Dit zijn gebieden met een hogere (verwachtings)waarde. Deze
                    hebben een onderzoeksplicht bij ontwikkelingen met een oppervlakte vanaf 120
                    m<sup>2</sup>. De gebieden met een lagere verwachtingswaarde hebben een
                    onderzoeksplicht bij ontwikkelingen met een oppervlakte vanaf 500 m<sup>2</sup>.
                    In 5.1 staat een nadere toelichting op de regeling. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>4.7.2 Cultuurhistorie</cursief>
        </al>
        <al>Het aspect cultuurhistorie geeft geen uitgangspunten voor deze verordening. Het
                    verordeningsgebied kent geen aangewezen provinciale monumenten, gemeentelijke
                    monumenten, karakteristieke bebouwing en cultuurhistorisch waardevolle gebieden.
                    Een rijksmonument is aanwezig in de vorm van Zuiderzeestraatweg 111 in
                    Doornspijjk. Deze wordt beschermd via de Monumentenwet. Een regeling hiervoor in
                    de verordening is dan ook niet nodig. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>4.8 Ecologie</vet>
        </al>
        <al>Het verordeningsgebied is getoetst aan de ecologische aspecten. Hierbij wordt
                    onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>4.8.1 Gebiedsbescherming</cursief>
        </al>
        <al>Gebiedsbescherming geeft voor het verordeningsgebied geen uitgangspunten. Het
                    verordeningsgebied maakt geen deel uit van gebieden die zijn aangewezen als
                    Natura 2000-gebied. Daarnaast zijn in het verordeningsgebied geen gebieden die
                    onder de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) vallen. De verordening geeft bovendien
                    slechts ruimte voor perceelsgebonden ontwikkelingen, grotere ontwikkelingen zijn
                    niet toegestaan, waardoor de bestaande beschermde gebieden. De
                    ontwikkelings(on)mogelijkheden binnen EHS zijn geregeld in het Besluit algemene
                    regels ruimtelijke ordening (Barro). De Natura 2000-gebieden zijn beschermd via
                    de Natuurbeschermingswet.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>4.8.2 Soortenbescherming</cursief>
        </al>
        <al>De soortenbescherming geeft geen uitgangspunten voor de verordening. Het is
                    mogelijk dat in het verordeningsgebied beschermde flora- en faunasoorten
                    aanwezig zijn, maar deze verordening is gericht op het behoud van de bestaande
                    situatie. De aanwezige soorten worden dan ook niet geschaad door grotere
                    ontwikkelingen. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>4.9 Kabels en leidingen</vet>
        </al>
        <al>Dit aspect geeft geen uitgangspunten voor de verordening. In het
                    verordeningsgebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig die naar aard en
                    omvang een ruimtelijk en/of functioneel belang hebben. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>HOOFDSTUK 5 JURIDISCHE TOELICHTING</vet>
        </al>
        <al>In dit hoofdstuk vind een toelichting op de juridische regeling en de procedure
                    van deze beheersverordening plaats. </al>
        <al>
          <cursief>5.1 Juridische regeling</cursief>
        </al>
        <al>In de beheersverordening is de bestaande situatie vastgelegd door middel van een
                    verordeningsgebied. De bestaande situatie is weergegeven in hoofdstuk 2. Deze
                    vormt de basis voor de gebruiks- en de bouwregels. </al>
        <al>Onder de feitelijke bestaande situatie wordt het bestaande gebruik en de
                    bestaande bouwwerken verstaan:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>het gebruik van de gronden en bouwwerken zoals aanwezig op het moment
                            van de inwerkingtreding van deze beheersverordening;</al></li>
          <li nr="2."><al>bouwwerken die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze
                            beheersverordening aanwezig zijn, dan wel gebouwd kunnen worden
                            krachtens een (al verleende) omgevingsvergunning voor het bouwen.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>In deze beheersverordening zijn de bestaande functies en bebouwing geregeld,
                    door middel van gebruik- en bouwregels. Deze regelen de functies die beschreven
                    zijn in hoofdstuk 2 en het gebruik en de bebouwing die is opgenomen in de
                    bijlagen. De regeling is in enkele gevallen aangevuld met regelingen uit het
                    bestemmingsplan zoals die tot vaststelling van deze verordening geldt.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>5.1.1 Gebruiksregels</cursief>
        </al>
        <al>De gebruiksregels beschrijven het toegestane bestaande gebruik van bebouwing en
                    openbare ruimte. De basis hiervoor is het bestaande gebruik zoals toegestaan in
                    de regels van de verordening. Algemeen worden daarmee de bestaande functies
                    mogelijk gemaakt op de plaats waar deze nu aanwezig zijn. In het geval van een
                    aanvullend of specifiek gebruik, bijvoorbeeld bedrijven in bepaalde toegestane
                    milieucategorieën of met een aanvullende functie, is een besluitsubvlak
                    opgenomen. Dit geeft een aanvullende regeling op die voor het bestaand gebruik.
                    In deze verordening is van besluitsubvlakken echter geen sprake.</al>
        <al>Aanvullend op het bestaande gebruik zijn de regels van de (voorheen) geldende
                    bestemmingsplannen van toepassing. Deze geven onder meer mogelijkheden voor
                    perceelsgebonden ontwikkelingen zoals een aanvullende functie bij een bestaande
                    hoofdfunctie. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van een woning voor een
                    aan-huis-verbonden beroep. Op eenzelfde manier zijn omgevingsvergunningen voor
                    werken en/of werkzaamheden en afwijken van de gebruiksregels mogelijk. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>5.1.2 Bouwregels</cursief>
        </al>
        <al>De bouwregels van deze beheersverordening geven in eerste instantie aan dat
                    bestaande bouwwerken toegestaan zijn. De feitelijk bestaande situatie is daarbij
                    het uitgangspunt. Er is echter gekozen om vergroting van bestaande bouwwerken en
                    nieuwe bouwwerken (in beperkte mate) toe te staan. De regeling die opgenomen is,
                    is gericht op het handhaven van de bestaande situatie, maar ook op het mogelijk
                    maken van perceelsgebonden ontwikkelingen. De bestemmingsplannen die tot voor
                    vaststelling van deze verordening golden, zijn hiervoor de basis.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>5.1.3 Specifieke regels</cursief>
        </al>
        <al>Voor sommige aspecten kunnen in een beheersverordening specifieke regels worden
                    opgenomen. Bij deze verordening is dat het geval met betrekking tot
                        <cursief>archeologie</cursief>. Bij die regeling is rekening gehouden met
                    het behoud en de bescherming van de bestaande situatie. Deze regeling is
                    opgenomen omdat door perceelsgebonden ontwikkelingen mogelijk archeologische
                    waarden aangetast worden. Door bij dergelijke ontwikkelingen van een bepaalde
                    omvang een onderzoek te vereisen kunnen de effecten van de ontwikkeling op
                    archeologische waarden in beeld worden gebracht. Mogelijk maatregelen kunnen
                    naar aanleiding daarvan worden getroffen. Het is dus een toetsingskader wanneer
                    een omgevingsvergunning voor een perceelsgebonden ontwikkeling gewenst is. </al>
        <al/>
        <al>Daarnaast is ook voor de <cursief>ontsluitingswegen</cursief> bij Doornspijk
                    zuid een specifieke regeling opgenomen. Deze zijn gericht op het mogelijk maken
                    van de realisatie van die wegen. De regeling bepaald dat de ontsluiting vanaf
                    het bedrijventerrein op een bepaalde manier moet plaatsvinden, om zo te veel
                    aansluitingen op de Zuiderzeestraatweg te voorkomen. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>5.2 Procedure beheersverordening</vet>
        </al>
        <al>De Wet ruimtelijke ordening (Wro) kent geen voorbereidingsprocedure voor de
                    beheersverordening. Voor deze beheersverordening is geen inspraak toegepast. In
                    het verordeningsgebied is feitelik geen nieuw beleid op perceelsniveau. De
                    bestaande situatie is het uitgangspunt voor de beheersverordening. Deze wordt
                    aangevuld met (perceelsgebonden) ontwikkelingsmogelijkheden die voortvloeien uit
                    de (voorheen) geldende bestemmingsplannen, het bestaande beleid is dus
                    overgenomen. </al>
        <al/>
        <al>De beheersverordening wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Hierop zijn
                    hoofdstuk 3a van de Wro en hoofdstuk 3 van de Algemene wet bestuursrecht van
                    toepassing. Ook moet een beheersverordening op grond van artikel 139 Gemeentewet
                    bekend worden gemaakt, omdat de Wro voor de beheersverordening geen van de
                    Gemeentewet afwijkende bepalingen bevat en de beheersverordening onmiskenbaar
                    een gemeentelijke verordening is. Tegen het vaststellingsbesluit van een
                    beheersverordening kan geen bezwaar of beroep worden aangetekend.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>HOOFDSTUK 6 UITVOERBAARHEID</vet>
        </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid</vet>
        </al>
        <al>De veranderingen die de beheersverordening mogelijk maakt, zijn perceelsgebonden
                    en kleinschalig van aard. De beheersverordening voorziet niet in ingrijpende
                    veranderingen waarbij particuliere belangen geschaad kunnen worden. De bestaande
                    situatie en mogelijke situatie uit de (voor deze beheersverordening) geldende
                    juridische regelingen worden voortgezet. De maatschappelijke uitvoerbaarheid is
                    hiermee gewaarborgd.</al>
        <al/>
        <al>
          <vet>6.2 Economische uitvoerbaarheid</vet>
        </al>
        <al>De economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijke regeling wordt bepaald door
                    de financiële haalbaarheid van daarin mogelijk gemaakte ontwikkelingen en de
                    grondexploitatie. Door middel van de grondexploitatieregeling in de Wro en het
                    Bro beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten. De
                    vaststelling van een exploitatieplan is bij een beheersverordening niet nodig,
                    omdat de grondexploitatieregeling niet van toepassing is. De Wet ruimtelijke
                    ordening geeft namelijk aan dat een exploitatieplan alleen van toepassing is bij
                    een bestemmingsplan, een wijzigingsplan en een omgevingsvergunning voor
                    afwijking van het bestemmingsplan of de beheersverordening. </al>
        <al/>
      </nota-toelichting>
      <bijlage>
        <kop>
          <label>Bijlage</label>
          <nr/>
          <titel>verwijzing naar:</titel>
        </kop>
        <al>Op de landelijke website ruimtelijkeplannen.nl kan de beheersverordening met
                    bijlagen worden geraadpleegd onder: </al>
        <al>
          <extref doc="http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/bestemmingsplannen?planidn=NL.IMRO.0230.BHVMeerLocaties-VST1">http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/bestemmingsplannen?planidn=NL.IMRO.0230.BHVMeerLocaties-VST1</extref>
        </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>