<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR296738_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Sociaal Statuut</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Harderwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harderwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Sociaal Statuut 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 8:3 AVRH [ontslag wegens reorganisatie]</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 2.3, 6.2, 6.3</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>AVRH</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Sociaal Statuut</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen </titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1:1 Definities</titel></kop><al>In de regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al><vet>ambtenaar:</vet> hij die door of vanwege de gemeente is
                                    aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn alsmede hij
                                    met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is
                                    aangegaan, zoals bedoeld in de CAR;</al></li><li nr="b"><al><vet>werkgever:</vet> de gemeente Harderwijk; </al></li><li nr="c"><al><vet>organisatiewijziging: </vet>een belangrijke inkrimping of
                                    wijziging van de werkzaamheden van de gemeente (of een onderdeel
                                    daarvan) of een belangrijke wijziging van de laatst vastgestelde
                                    organisatiestructuur van de gemeente (of een onderdeel daarvan),
                                    die niet van tijdelijke aard is en die personele gevolgen met
                                    zich meebrengt;</al></li><li nr="d"><al><vet>privatisering:</vet>een organisatiewijziging die het gevolg
                                    is van de verzelfstandiging van een deel van de organisatie tot
                                    een nieuwe (privaatrechtelijke) rechtspersoon of de overdracht
                                    van een deel van de organisatie aan een derde
                                    (privaatrechtelijke) partij;</al></li><li nr="e"><al><vet>publiekrechterlijke taakoverheveling:</vet> een
                                    organisatiewijziging die het gevolg is van de overheveling van
                                    een deel van de organisatie naar een ander publiekrechtelijk
                                    orgaan;</al></li><li nr="f"><al><vet>personele gevolgen:</vet>gevolgen voor de functie of de
                                    rechtspositie van de betrokken ambtenaren;</al></li><li nr="g"><al><vet>boventalligheid:</vet>de situatie dat een ambtenaar wegens
                                    reorganisatie niet kan terugkeren in de formatie na de
                                    reorganisatie.</al></li><li nr="h"><al><vet>salaris: </vet>het voor de ambtenaar geldende bedrag van de
                                    aan de ambtenaar toegekende schaal als bedoeld in artikel 3:1
                                    van de CAR; </al></li><li nr="i"><al><vet>salarisperspectief:</vet> de opeenvolgende
                                    salarisperiodieken tot en met het hoogste bedrag van de
                                    functieschaal van de ambtenaar en, op voorwaarde van voldoende
                                    functioneren (in zijn nieuwe functie), tot en met het hoogste
                                    bedrag van de uitloopschaal van de ambtenaar, voor zover van
                                    toepassing, en eventueel schriftelijk vastgelegde extra
                                    individuele salarisafspraken; het salaris, vermeerderd met het
                                    bedrag van de aan de ambtenaar toegekende emolumenten en
                                    toelagen, niet zijnde onkostenvergoedingen;</al></li><li nr="j"><al><vet>bezoldiging:</vet> het salaris, vermeerderd met het bedrag
                                    van de aan de ambtenaar toegekende emolumenten en toelagen, niet
                                    zijnde onkostenvergoedingen;</al></li><li nr="k"><al><vet>toelage:</vet> de toelage waarmee het salaris wordt
                                    vermeerderd ingevolge de Bezoldigingsverordening van de gemeente
                                    Harderwijk;</al></li><li nr="l"><al><vet>functie:</vet> het geheel van werkzaamheden dat de
                                    ambtenaar volgens zijn functiebeschrijving verricht;</al></li><li nr="m"><al><vet>ongewijzigde functie:</vet> een functie die gelijk of
                                    nagenoeg gelijk is aan de functie die de ambtenaar voor de
                                    organisatiewijziging vervulde;</al></li><li nr="n"><al><vet> passende functie: </vet>een functie die de ambtenaar
                                    redelijkerwijs kan worden opgedragen gelet op het werk- en
                                    denkniveau van die functie en gezien de persoonlijke en
                                    bijzondere omstandigheden van de ambtenaar. Onder persoonlijke
                                    en bijzondere omstandigheden kunnen in ieder geval worden
                                    verstaan: interesse, capaciteiten, ervaring, leeftijd,
                                    gezondheidstoestand, gezinsomstandigheden en scholing. Een
                                    passende functie is doorgaans van hetzelfde functieniveau als de
                                    functie die de ambtenaar voor de organisatiewijziging vervulde,
                                    maar kan ook van een hoger niveau of maximaal één niveau lager
                                    zijn;</al></li><li nr="o"><al><vet> geschikte functie:</vet> een functie die niet valt onder
                                    het begrip passende functie, maar die de ambtenaar bereid is te
                                    vervullen;</al></li><li nr="p"><al><vet>CAR:</vet> Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling voor de
                                    sector gemeenten;</al></li><li nr="q"><al><vet>georganiseerd overleg:</vet> de commissie voor
                                    georganiseerd overleg zoals bedoeld in artikel 12:1 van de CAR;
                                </al></li><li nr="r"><al><vet>ondernemingsraad:</vet> de ondernemingsraad zoals bedoeld
                                    in artikel 2 van de Wet op de ondernemingsraden;</al></li><li nr="s"><al><vet>sociaal plan:</vet>nadere afspraken, gebaseerd op en
                                    aanvullend op dit sociaal statuut, met betrekking tot de
                                    personele gevolgen van een organisatiewijziging.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:2 Werkingssfeer</titel></kop><al> Dit sociaal statuut is van toepassing op alle organisatiewijzigingen in
                            de gemeentelijke organisatie, niet zijnde een organisatiewijziging als
                            gevolg van een gemeentelijke herindeling.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:3 Bevoegdheid tot het nemen van het besluit tot
                                organisatiewijziging</titel></kop><al> Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het nemen van besluiten
                            over de wijziging van de ambtelijke organisatie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:4 Bevoegdheid tot het nemen van besluiten betreffende
                                individuele ambtenaren</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het nemen van
                            besluiten over wijziging van de aanstelling, overplaatsing en ontslag
                            van ambtenaren, tenzij bij of krachtens wet anders is bepaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Procedurele bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2:1 Overleg over de personele gevolgen en
                                maatregelen</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Als het georganiseerd overleg van mening is dat de bepalingen uit
                            hoofdstuk 10d van de CAR/UWO onvoldoende zijn, worden er of individueel
                            aanvullende afspraken (maatwerk) gemaakt met een medewerker of
                            collectief een sociaal plan opgesteld. Voor wat betreft de termijnen
                            voor re-ïntegratie, trajecten Van Werk Naar Werk (VWNW), scholing,
                            outplacement etc. wordt aangesloten bij de bepalingen en termijnen zoals
                            genoemd in hoofdstuk 10d van de CAR.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Over een sociaal plan moet in het georganiseerd overleg overeenstemming
                            worden bereikt.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> De leden van het georganiseerd overleg kunnen tussentijds bijeen worden
                            geroepen dan wel schriftelijk worden geraadpleegd, wanneer de
                            omstandigheden een versnelde procedure vereisen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:2 Taakverdeling tussen ondernemingsraad en
                                georganiseerd overleg</titel></kop><al> Ten aanzien van de medezeggenschap van ambtenaren en vakcentrales geldt
                            het algemene uitgangspunt dat onderwerpen die gedurende het proces van
                            organisatiewijziging aan bod komen, door één orgaan worden
                            behandeld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:3 Aanvullende afspraken</titel></kop><al>Na de zomer 2017 wordt in het GO een nieuw voorstel voor een Sociaal
                            Statuut vanaf 1-1-2018 besproken. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Passende of geschikte functie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3:1 Geen passende of geschikte functie</titel></kop><al>Indien binnen de organisatie voor de ambtenaar met een dienstverband van
                            meer dan twee jaar bij de gemeente Harderwijk zijn eigen, ongewijzigde
                            functie of een passende of geschikte functie niet meer voorhanden is,
                            volgt zo spoedig mogelijk een Van Werk Naar Werk-onderzoek zoals bedoeld
                            in artikel 10d:5 CAR. Daarop aansluitend volgt het college de bepalingen
                            van paragraaf 5 van hoofdstuk 10d van de CAR.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:2 Verplichting ambtenaar</titel></kop><al>De ambtenaar is verplicht, onverminderd het recht op bezwaar en beroep,
                            een passende functie die hem met inachtneming van de
                            herplaatsingsprocedure is toegewezen, te aanvaarden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:3 Salarisgarantie</titel></kop><al> De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar passende of geschikte functie
                            binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt recht op het salaris en het
                            salarisperspectief, zoals die voor hem golden in de oude functie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:4 Functiegebonden toelagen</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Voor de ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een passende of
                            geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie vervallen de
                            functiegebonden toelagen.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Aan de ambtenaar, wiens bezoldiging als gevolg van het vervallen van de
                            functiegebonden toelagen een blijvende verlaging ondergaat, wordt een
                            aflopende compensatie toegekend indien:</al><lijst><li nr="a"><al> de blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de
                                    bezoldiging;</al></li><li nr="b"><al>de ambtenaar deze toelagen gedurende ten minste een jaar zonder
                                    wezenlijke onderbreking heeft genoten. </al></li></lijst><al><vet>Lid 3</vet></al><al> Deze compensatie kent het volgende verloop: </al><lijst><li nr="1"><al>het eerste en tweede jaar na de overplaatsing ontvangt de
                                    ambtenaar 100% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg
                                    is van het vervallen van de functiegebonden toelagen;</al></li><li nr="2"><al>het derde en vierde jaar na de overplaatsing ontvangt de
                                    ambtenaar 50% van de daling van de bezoldiging, die het gevolg
                                    is van het vervallen van de functiegebonden toelagen;</al></li></lijst><al><vet>Lid 4</vet></al><al> Indien de ambtenaar in zijn nieuwe functie geen aanspraak meer kan
                            maken op bepaalde vaste (onkosten)-vergoedingen wordt hem een aflopende
                            vergoeding toegekend, die in de eerste drie maanden na aanvang van de
                            nieuwe werkzaamheden 100% bedraagt van de laatstelijk verleende vaste
                            vergoedingen) en vervolgens 75, 50 en 25% gedurende de daaropvolgende
                            perioden van telkens drie maanden. Nadien vervalt de aflopende
                            vergoeding.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:5 Persoonsgebonden toelagen</titel></kop><al>De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een passende of geschikte
                            functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt recht op zijn
                            persoonsgebonden toelagen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:6 Studiefaciliteiten</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een passende of geschikte
                            functie binnen de gemeentelijke organisatie, behoudt de rechten die hem
                            op grond van de studiefaciliteitenregeling zijn toegekend, indien hij de
                            studie voortzet.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De ambtenaar die wordt overgeplaatst naar een andere functie binnen de
                            gemeentelijke organisatie en die in overleg met zijn nieuwe
                            leidinggevende besluit te stoppen met zijn studie, wordt ontheven van
                            terugbetalingsverplichtingen die voortvloeien uit de
                            studiefaciliteitenregeling.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:7 Aanvullende scholing</titel></kop><al>De werkgever onderzoekt of het nodig is de ambtenaar, die is
                            overgeplaatst naar een passende of geschikte functie binnen de
                            gemeentelijke organisatie, bij of om te scholen voor het vervullen van
                            zijn nieuwe functie. De ambtenaar kan daartoe worden verplicht. De
                            kosten van de scholing zijn voor rekening van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:8 Functie buiten de gemeentelijke organisatie</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Indien de ambtenaar, waarvoor in de herplaatsingsprocedure geen
                            passende of geschikte functie is gevonden, een functie accepteert buiten
                            de gemeentelijke organisatie, wordt hem eervol ontslag verleend.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> De ambtenaar die overeenkomstig het eerste lid ontslag wordt verleend,
                            wordt ontheven van eventuele terugbetalingsverplichtingen die
                            voortvloeien uit de studiefaciliteitenregeling, de verhuiskostenregeling
                            en de regeling betaald ouderschapsverlof of andere regelingen. </al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> Indien de ambtenaar als bedoeld in het eerste lid een functie van ten
                            minste een gelijke betrekkingsomvang accepteert buiten de gemeentelijke
                            organisatie, vult de werkgever het brutosalaris gedurende twee jaar aan
                            tot aan het niveau van het brutosalaris dat de ambtenaar genoot direct
                            voorafgaand aan het ontslag.De ambtenaar die een functie accepteert met
                            een kleinere betrekkingsomvang ontvangt gedurende twee jaar een
                            aanvulling van zijn brutosalaris naar rato.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Herplaatsingsprocedure</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4:1 Herplaatsingsprocedure</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Het college van burgemeester en wethouders stelt een
                            herplaatsingscommissie in, die als taak heeft om de benodigde gegevens
                            te verzamelen en om het college van burgemeesters en wethouders te
                            adviseren over de te nemen herplaatsingsbesluiten. </al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> De herplaatsingcommissie is als volgt samengesteld:</al><lijst><li nr="-"><al> één door de in het georganiseerd overleg vertegenwoordigde
                                    vakorganisatie aan te wijzen lid;</al></li><li nr="-"><al>één door het college aan te wijzen lid;een gezamenlijk, door de
                                    onder a genoemde vakorganisatie en het college aan te wijzen
                                    lid, tevens voorzitter.</al></li><li nr="-"><al>de P &amp; O adviseur neemt als adviseur/informant deel aan de
                                    besprekingen. De adviseur draagt tevens zorg voor de
                                    administratieve afhandeling van de besluitvorming in de
                                    herplaatsingcommissie </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:2 Advies over herplaatsing</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> De herplaatsingscommissie verzamelt alle volgens haar benodigde
                            gegevens en adviseert op basis van deze gegevens het college van
                            burgemeester en wethouders over de herplaatsing van de betrokken
                            ambtenaren.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Het college van burgemeester en wethouders informeert de ambtenaar
                            schriftelijk over het advies van de herplaatsingscommissie over zijn
                            herplaatsing, respectievelijk over het advies van de commissie om hem
                            vooralsnog geen passende of geschikte functie aan te bieden.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> De ambtenaar dient op zijn verzoek te worden gehoord door de
                            herplaatsingscommissie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:3 Bedenkingen tegen voorstel</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Indien de ambtenaar bedenkingen heeft tegen het advies van de commissie
                            over zijn herplaatsing, respectievelijk tegen het advies van de
                            commissie om hem vooralsnog geen passende of geschikte functie aan te
                            bieden, kan hij deze binnen vier weken schriftelijk indienen bij het
                            college van burgemeester en wethouders.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De ambtenaar kan verzoeken om mondeling te worden gehoord door (een
                            vertegenwoordiging van) of namens het college van burgemeester en
                            wethouders. De ambtenaar die hiertoe een verzoek indient, zal binnen
                            vier weken worden gehoord. Van de hoorzitting wordt schriftelijk verslag
                            opgemaakt.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> De ambtenaar kan zich laten bijstaan door een raadsman.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:4 Herplaatsingsbesluiten</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Het college van burgemeester en wethouders neemt het besluit tot
                            herplaatsing van de betrokken ambtenaar. De ambtenaar wordt zo spoedig
                            mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld van dit besluit. In de
                            motivering van het besluit wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die
                            door de ambtenaar zijn ingediend.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De ambtenaar voor wie in de herplaatsingsprocedure geen passende of
                            geschikte functie is gevonden, wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk
                            van dit besluit in kennis gesteld. In de motivering van het besluit
                            wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die door de ambtenaar zijn
                            ingediend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Privatisering en taakoverheveling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5:1 Werkingssfeer hoofdstuk</titel></kop><al> Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op privatiseringen en
                            publiekrechtelijke taakoverhevelingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5:2 Werkgelegenheid</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> De werkgever zal zich tot het uiterste inspannen om ervoor te zorgen
                            dat de werkgelegenheid van de bij de privatisering of overheveling van
                            taken betrokken ambtenaren behouden blijft.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> De werkgever treedt met de betrokken privaatrechtelijke of
                            publiekrechtelijke instantie in overleg over de overname van de
                            ambtenaren van het desbetreffende organisatieonderdeel. Gemaakte
                            afspraken worden schriftelijk vastgelegd.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> Voordat de werkgever een besluit neemt over de overgang van een
                            ambtenaar naar de betrokken privaatrechtelijke of publiekrechtelijke
                            instantie, biedt hij de betrokkene de gelegenheid om zijn belangstelling
                            kenbaar te maken voor passende functies die op dat moment vacant zijn of
                            op korte termijn vacant worden in de gemeentelijke organisatie. De
                            ambtenaar zal als interne kandidaat in de selectieprocedure worden
                            betrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5:3 Geen passende of geschikte functie </titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Indien de werkgever er niet in slaagt om de ambtenaar onder te brengen
                            bij de nieuwe werkgever dan wel direct een passende of geschikte functie
                            aan te bieden binnen de gemeentelijke organisatie, zal zo spoedig
                            mogelijk een Van Werk Naar Werk-onderzoek worden gestart zoals bedoeld
                            in artikel 10d:5 CAR.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Daarop aansluitend volgt het college de bepalingen van paragraaf 5 van
                            hoofdstuk 10d van de CAR.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5:4 Sociaal plan</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Als het georganiseerd overleg van mening is dat de privatisering of
                            taakoverheveling zodanig ingrijpende personele gevolgen met zich
                            meebrengt dat hierover aanvullende afspraken moeten worden gemaakt,
                            wordt door de werkgever een sociaal plan opgesteld. Dit plan regelt de
                            overplaatsingsprocedure (inclusief de ontslag- en aanstellingsprocedure
                            van het over te plaatsen personeel) en bevat rechtspositionele
                            bepalingen. Over dit sociaal plan moet in het georganiseerd overleg
                            overeenstemming worden bereikt.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Er worden geen definitieve besluiten genomen ten aanzien van ambtenaren
                            voordat er overeenstemming is over het sociaal plan. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5:5 Rechtspositievergelijking</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Indien de betrokken ambtenaren overgaan naar een privaatrechtelijke of
                            een andere publiekrechtelijke werkgever waarvoor een afwijkende
                            rechtspositieregeling of CAO geldt, maakt de werkgever een vergelijking
                            tussen de arbeidsvoorwaardenpakketten die van toepassing zijn op de
                            gemeentelijke werkgever en de nieuwe werkgever.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Indien uit de vergelijking blijkt dat het totaalpakket van
                            arbeidsvoorwaarden (bestaande uit in ieder geval salaris, uitkeringen en
                            toelagen, (pre)pensioen, vakantie, ziektekostenregeling en
                            werkloosheidsuitkering) bij de nieuwe werkgever minder is dan het
                            totaalpakket bij de gemeentelijke werkgever, worden in het sociaal plan
                            nadere afspraken gemaakt over afbouw, behoud of compensatie van
                            aanspraken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6:1 Hardheidsclausule</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> In gevallen waarin toepassing van het sociaal statuut zou leiden tot
                            een onbillijke situatie voor een ambtenaar, kan het college van
                            burgemeester en wethouders van het statuut afwijken in een voor de
                            ambtenaar gunstige zin.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> In gevallen waarin het sociaal statuut niet voorziet, beslist het
                            college van burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:2 Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Sociaal Statuut gemeente Harderwijk
                            2014 .</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:3 Looptijd</titel></kop><al> De looptijd van dit Sociaal Statuut is voor de periode van 1 januari
                            2014 tot 1 januari 2018. Verlenging vindt plaats in en na
                            overeenstemming met de commissie voor georganiseerd overleg. Blijft
                            overeenstemming over de verlenging uit dan behoudt het oude Sociaal
                            Statuut zijn geldigheid.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al><vet>Sociaal Statuut </vet></al><al/><al>- Artikel 8:3 AVRH (ontslag wegens reorganisatie)</al><al><vet> Inhoudsopgave </vet></al><al/><al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</al><al/><al>Artikel 1:1 Definities</al><al/><al>Artikel 1:2 Werkingssfeer</al><al/><al>Artikel 1:3 Bevoegdheid tot het nemen van het besluit tot
                    organisatiewijziging</al><al/><al>Artikel 1:4 Bevoegdheid tot het nemen van besluiten betreffende individuele
                    ambtenaren</al><al/><al/><al>Hoofdstuk 2 Procedurele bepalingen</al><al/><al>Artikel 2:1 Overleg over de personele gevolgen en maatregelen</al><al/><al>Artikel 2:2 Taakverdeling tussen ondernemingsraad en georganiseerd overleg</al><al/><al>Artikel 2:3 Aanvullende afspraken</al><al/><al/><al>Hoofdstuk 3 Passende of geschikte functie</al><al/><al>Artikel 3:1 Geen passende of geschikte functie</al><al/><al>Artikel 3:2 Verplichting ambtenaar</al><al/><al>Artikel 3:3 Salarisgarantie</al><al/><al>Artikel 3:4 Functiegebonden toelagen</al><al/><al>Artikel 3:5 Persoonsgebonden toelagen</al><al/><al>Artikel 3:6 Studiefaciliteiten</al><al/><al>Artikel 3:7 Aanvullende scholing</al><al/><al>Artikel 3:8 Functie buiten de gemeentelijke organisatie</al><al/><al/><al>Hoofdstuk 4 Herplaatsingsprocedure</al><al/><al>Artikel 4:1 Herplaatsingsprocedure</al><al/><al>Artikel 4:2 Advies over herplaatsing</al><al/><al>Artikel 4:3 Bedenkingen tegen voorstel</al><al/><al>Artikel 4:4 Herplaatsingsbesluiten</al><al/><al/><al>Hoofdstuk 5 Privatisering en taakoverheveling</al><al/><al>Artikel 5:1 Werkingssfeer hoofdstuk</al><al/><al>Artikel 5:2 Werkgelegenheid</al><al/><al>Artikel 5:3 Geen passende of geschikte functie </al><al/><al>Artikel 5:4 Sociaal plan</al><al/><al>Artikel 5:5 Rechtspositievergelijking</al><al/><al/><al>Hoofdstuk 6 Slotbepalingen</al><al/><al>Artikel 6:1 Hardheidsclausule</al><al/><al>Artikel 6:2 Citeertitel</al><al/><al>Artikel 6:3 Looptijd</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>