<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR296737_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Sanctiebeleid aanvullende en nawettelijke uitkering</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Harderwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-06-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harderwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Sanctiebeleid aanvullende en nawettelijke uitkering</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Hoofdstuk 10 d AVRH [voorzieningen bij werkloosheid]</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-06-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-06-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>AVRH</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Sanctiebeleid aanvullende en nawettelijke uitkering</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al>In dit besluit wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al><vet> WW:</vet> de Werkloosheidswet; </al></li><li nr="b"><al><vet> UWV:</vet> het Uitvoeringsinstituut
                                Werknemers-verzekeringen;</al></li><li nr="c"><al><vet> CAR/UWO:</vet> de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en
                                Uitwerkingsovereenkomst in de sector Gemeenten</al></li><li nr="d"><al><vet> Het college: </vet>het college van burgemeester en wethouders
                                van de gemeente Harderwijk; </al></li><li nr="e"><al><vet>Betrokkene: </vet>de (gewezen) ambtenaar van de gemeente
                                Harderwijk, aan wie ingevolge hoofdstuk 10d van de CAR/UWO een
                                aanvullende en/of nawettelijke uitkering is toegekend. </al></li></lijst><al>Het college geeft ter zake het opleggen van sancties overeenkomstige
                        toepassing aan het sanctiebeleid van het UWV, tenzij en behoudens voor zover
                        daarvan in dit besluit wordt afgeweken.</al><al>De aanvullende en nawettelijke uitkering worden blijvend geheel geweigerd
                        indien het ontslag waaruit dat recht voortkomt is te wijten aan eigen schuld
                        of toedoen van de betrokkene.</al><al> De aanvullende en de nawettelijke uitkering kunnen geheel of gedeeltelijk
                        vervallen worden verklaard ten aanzien van de betrokkene als:</al><lijst><li nr="a"><al> die nalaat het college op zijn verzoek of onverwijld uit eigen
                                beweging alle feiten en omstandigheden mede te delen, waarvan hem
                                redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn
                                op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op
                                uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of op het bedrag
                                van de uitkering dat aan de betrokkene wordt betaald; </al></li><li nr="b"><al> die zich zonder toestemming van het college in het buitenland
                                vestigt of geacht moet worden aldaar duurzaam te verblijven; </al></li><li nr="c"><al> die zich zodanig gedraagt dat hem ontslag zou zijn verleend als hij
                                in dienst was gebleven; </al></li><li nr="d"><al> achteraf blijkt, dat voor het aan de betrokkene verleende ontslag
                                zich feiten en/of omstandigheden hebben voorgedaan, die, zo deze
                                eerder bekend waren, aanleiding zouden hebben gevormd hem als
                                ambtenaar met toepassing van artikel 8:13 van de CAR/UWO ontslag te
                                verlenen. </al></li></lijst><al> De aanvullende en de nawettelijke uitkering komt geheel te vervallen indien
                        betrokkene ter zake het niet naleven van de verplichtingen ingevolge artikel
                        24 van de WW wordt geconfronteerd met een blijvend gehele weigering van de
                        uitkering ingevolge de WW.</al><al> Indien de uitkering ter zake het niet naleven van de verplichtingen
                        ingevolge artikel 24 van de WW anders dan blijvend geheel wordt geweigerd,
                        vervalt het recht op nawettelijke uitkering voor 50% van het
                        uitkeringsbedrag.</al><al> Indien de uitkering ingevolge de WW gedeeltelijk of geheel aan de
                        betrokkene wordt onthouden wegens het niet naleven van enige andere
                        wettelijke verplichting wordt de getroffen sanctie evenredig toegepast op de
                        nawettelijke uitkering.</al><al>De maatregelen die ingevolge het bepaalde bij en krachtens het
                        Maatregelenbesluit sociale zekerheidswetten kunnen worden getroffen, zijn
                        van overeenkomstige toepassing ten aan-zien van de nawettelijke uitkering
                        van de betrokkene die niet voldoet aan één of meer van de navolgende
                        verplichtingen:</al><lijst><li nr="a"><al> het meewerken aan een door hem gewenst onderzoek naar zijn
                                arbeidsgeschiktheid door een arts, een psycholoog of een
                                beroepskeuzeadviseur; </al></li><li nr="b"><al> het bij deelname aan een re-integratietraject, onmiddellijk
                                mededelen van de reden van het niet naleven van
                                re-integratieverplichtingen aan het re-integratiebedrijf; </al></li><li nr="c"><al> de registratie als werkzoekende bij de CWI en het tijdig verlengen
                                van die registratie; </al></li><li nr="d"><al> het meewerken aan scholing, opleiding of activiteiten zoals bedoeld
                                in de hoofdstukken VI en XA van de WW; </al></li><li nr="e"><al> het voorkomen werkloos te zijn of te blijven door in onvoldoende
                                mate te trachten passende arbeid te verkrijgen of door in verband
                                met te verrichte arbeid eisen te stellen die het aanvaarden of
                                verkrijgen van passende arbeid belemmeren; </al></li><li nr="f"><al> het zich zodanig gedragen dat hij de gemeente niet benadeelt of zou
                                kunnen benadelen. </al></li></lijst><al>Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 maart 2009.</al><al>Dit besluit wordt aangehaald als: “Sanctiebeleid aanvullende en nawettelijke
                        uitkering”.</al></tekst></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>Sanctiebeleid aanvullende en nawettelijke uitkering</titel></kop><al> Wie ontslagen wordt wegens reorganisatie of wegens onbekwaamheid of
                    ongeschiktheid heeft in principe recht op WW met een bovenwettelijke aanvulling.
                    Daarvoor geldt echter wel een aantal voorwaarden. Een daarvan is dat de
                    ambtenaar zoveel mogelijk moet voorkomen verzeild te raken in een situatie
                    waarin hij gedwongen is op deze uitkering een beroep te doen. Hij zal zich dan
                    ook zowel voorafgaand aan het ontslag als tijdens de re-integratiefase en na de
                    ingangsdatum van de uitkering maximaal moeten inspannen om passend werk te
                    behouden of te hervinden. </al><al>Over hetgeen de ambtenaar in dat verband allemaal moet doen en nalaten is het
                    nodige geregeld in de Werkloosheidswet. Ook de CAR/UWO bevat bepalingen over de
                    verplichtingen die op de ambtenaar rusten gedurende de re-integratiefase en in
                    de periode waarin hij een WW-uitkering geniet die op grond van hoofdstuk 10d
                    tijdens de looptijd wordt aangevuld. Daarbij is gekozen voor het systeem dat
                    sancties op grond van de WW automatisch doorwerken naar de aanvullende uitkering
                    bij ontslag, terwijl er daarnaast en tegelijkertijd ook verplichtingen en
                    sancties kunnen worden opgelegd die uitsluitend betrekking hebben op de
                    bovenwettelijke voorzieningen. </al><al>Een voorbeeld daarvan is te vinden in artikel 10d:6, derde lid, waarin is
                    opgenomen dat de rechten op een aanvullende uitkering en een nawettelijke
                    uitkering vervallen indien de re-integratiefase eerder eindigt omdat de
                    ambtenaar zich niet heeft gehouden aan de afspraken uit het re-integratieplan.
                    Een ander voorbeeld is te vinden in artikel 10d:10 lid 2. Daarin is opgenomen
                    dat om een aanvullende uitkering te verkrijgen, ten aanzien van iedere betaling
                    de gegevens moeten worden overgelegd die van invloed kunnen zijn op de hoogte
                    van de aanvullende uitkering. </al><al>In artikel 10d:13 is vastgelegd dat sancties die op grond van de
                    werkloosheidswet worden opgelegd naar evenredigheid worden toegepast op de
                    aanvullende uitkering. Diezelfde bepaling schrijft voor dat een sanctiebeleid
                    moet worden opgesteld voor sancties die alleen worden getroffen ten aanzien van
                    de aanvullende uitkering buiten de werkloosheidswet om. Het derde lid maakt het
                    mogelijk om de nawettelijke uitkering geheel of gedeeltelijk te laten vervallen
                    in de situatie waarin op grond van de werkloosheidswet een sanctie wordt
                    getroffen. Op grond van het vierde lid moet ter uitvoering van die bevoegdheid
                    een nadere regeling worden getroffen. </al><al>Als de uitkeringsduur op grond van de WW eindigt, kan het zijn dat de betrokkene
                    nog wel recht kan doen gelden op een na-wettelijke uitkering. Over de regels
                    waar hij zich in die fase aan moet houden is in hoofdstuk 10d niets
                    geregeld.</al><al>Dat betekent dat er ook geen sancties kunnen worden opgelegd in de situatie
                    waarin de ambtenaar bijvoorbeeld te weinig doet om weer aan de slag te komen.
                    Artikel 10d:19 schrijft daarom voor dat een sanctiebeleid moet worden opgesteld,
                    op grond waarvan sancties kunnen worden getroffen ten aanzien van de
                    na-wettelijke uitkering. Uit hoofde van diezelfde bepaling moet daarin ook
                    worden geregeld dat de ambtenaar de plicht heeft informatie te verschaffen over
                    alles wat van invloed kan zijn op de duur en de hoogte van de na-wettelijke
                    uitkering.</al><al>Dit besluit dient om de hiervoor bedoelde nadere regels te stellen, alsmede om
                    vast te leggen welk beleid wordt gevoerd ten aanzien van de bovenwettelijke
                    uitkeringen. Er is ervoor gekozen de lijn van overeenkomstige toepassing van
                    verplichtingen en sancties op grond van de WW door te trekken naar de
                    nawettelijke uitkering. In aanvulling daarop is zowel voor de aanvullende als de
                    nawettelijke uitkering het criterium van eigen schuld of eigen toedoen
                    geherintroduceerd als reden voor een volledige weigering van de bovenwettelijke
                    uitkeringen. Ook is de mogelijkheid gehandhaafd om de bovenwettelijke
                    uitkeringen geheel of gedeeltelijk vervallen te verklaren in de situaties die in
                    de oude uitkeringsregeling expliciet waren genoemd.</al><al>Omwille van de leesbaarheid wordt een aantal begrippen dat in deze regeling
                    herhaaldelijk wordt gebruikt afgekort weergegeven. De volledige aanduiding is
                    opgenomen in dit artikel.</al><al>In deze bepaling is vastgelegd dat in principe het sanctiebeleid van het UWV
                    leidend is. Van die hoofdregel wordt slechts in een aantal in deze regeling
                    genoemde gevallen afgeweken. </al><al>Voordat de WW ook op ambtenaren van toepassing werd, was in het modelreglement
                    de bepaling opgenomen dat voor een ambtenaar die wegens onbekwaamheid of
                    ongeschiktheid voor de verdere vervulling van zijn betrekking anders dan op
                    grond van ziekten of gebreken werd ontslagen een afwijkende uitkeringsregeling
                    kon worden vastgesteld, indien dat ontslag was te wijten aan eigen schuld of
                    eigen toedoen van de betrokkene. Aangezien de WW een vergelijkbare bepaling
                    bevatte is dat artikel sindsdien komen te vervallen. Tegelijk met de versobering
                    van de WW is de zogeheten verwijtbaarheidstoets echter met ingang van 1 oktober
                    2006 versoepeld. Die versoepeling werkte daarmee automatisch door naar de
                    bovenwettelijke uitkeringen, zonder dat dit uitdrukkelijk door de regelgever
                    werd beoogd en zonder dat hier een goede reden voor was te noemen. </al><al>Aangezien de bovenwettelijke regelingen de ambtenaar nog steeds aanspraken
                    bieden die duidelijk uitgaan boven de aanspraken op grond van de WW, is het
                    gerechtvaardigd de versoepeling van de verwijtbaarheidstoets in het kader van de
                    recente wijziging van de bovenwettelijke regeling ongedaan te maken. Deze nieuwe
                    regeling staat immers nog meer dan de oude in het teken van het voorkomen van
                    onvrijwillige werkloosheid en daarmee van het aanscherpen van de verplichtingen
                    die ook de ambtenaar daarbij in acht heeft te nemen. Het sluit daarbij naadloos
                    aan van de ambtenaar te verlangen zich kritiek op zijn functioneren aan te
                    trekken en dat functioneren te verbeteren, uiteraard slechts voor zover dat
                    binnen zijn vermogen ligt. Deze bepaling ziet dus op het geval waarin de
                    ambtenaar wel beter kan, maar dat om hem moverende redenen niet wil. Het is
                    gerechtvaardigd hem dan blijvend geheel de volledige bovenwettelijke uitkering
                    te weigeren, mede gezien het feit dat zijn recht op WW daardoor in principe
                    onaangetast blijft. Voor de invulling van dit begrip kan steun worden gezocht
                    bij de ruime jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep die over dit
                    leerstuk voorhanden is.</al><al>Op grond van artikel 10d:10 van de CAR/UWO moet de ambtenaar ten aanzien van
                    iedere betaling van de aanvullende uitkering alle gegevens aan de gemeente
                    overleggen die van invloed kunnen zijn op de hoogte van die aanvullende
                    uitkering. Er kan zich echter een situatie voordoen waarin de ambtenaar niet
                    eigener beweging relevante informatie verschaft en eerst achteraf uit anderen
                    hoofde bekend wordt dat hij in een bepaalde periode ten onrechte een aanvullende
                    uitkering heeft genoten. Deze bepaling maakt het mogelijk zowel de aanvullende
                    als de nawettelijke uitkering in die situatie geheel of gedeeltelijk vervallen
                    te verklaren. Het gevolg daarvan kan niet alleen zijn dat een nog lopende
                    uitkering wordt gestopt, maar ook dat een uitkering die op basis van onvolledige
                    informatie is verstrekt van de betrokkene kan worden teruggevorderd. Daarnaast
                    zijn in deze bepaling de overige gronden opgesomd die voorheen waren opgenomen
                    in artikel 10:22 van de CAR/UWO en die voorheen aanleiding vormden voor het
                    geheel of ge-deeltelijk vervallen verklaren van wachtgeld. Deze bepaling dekt
                    namelijk ook een aantal gevallen die niet elders zijn geregeld en waarin
                    ingrijpen in de bovenwettelijke uitkeringen geboden c.q. gerechtvaardigd is,
                    zoals het aan het licht treden van nog tijdens het dienstverband gepleegd
                    plichtsverzuim.</al><al>In artikel 4 lid 2 en 3 wordt onderscheid gemaakt tussen de situatie waarin een
                    uitkering wordt geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid en waarin een sanctie
                    wordt getroffen op een andere grond. Bij volledige weigering op die eerste grond
                    vervalt de nawettelijke uitkering geheel, en bij een gedeeltelijke weigering op
                    diezelfde grond voor de helft. Als geen sprake is van een sanctie die wordt
                    getroffen in verband met verwijtbare werkloosheid, maar in verband met het niet
                    naleven van enige andere wettelijke verplichting, wordt die naar evenredigheid
                    toegepast op de nawettelijke uitkering. </al><al>Het gaat daarbij om maatregelen in de zin van het Maatregelenbesluit sociale
                    zekerheidswetten, bijvoorbeeld in de situatie waarin een informatieverplichting
                    wordt geschonden of waarin onvoldoende medewerking wordt verleend aan onderzoek,
                    re-integratie en scholing. De maatregelen die op grond van deze bepaling kunnen
                    doorwerken naar de nawettelijke uitkering lopen uiteen van een procentuele
                    vermindering van het uitkeringsbedrag tot een blijvend gehele weigering van de
                    uitkering. </al><al>Deze bepaling ziet op de situatie waarin de WW-duur is verstreken en waarin de
                    betrokkene (eerst) wanneer hij in het genot is komen te verkeren van een
                    na-wettelijke uitkering het in dit artikel geduide ongewenste gedrag vertoont.
                    Deze bepaling maakt het mogelijk om met overeenkomstige toepassing van de
                    sancties op basis van het Maatregelenbesluit sociale zekerheidswetten de
                    geëigende maatregelen te treffen. Hier gaat het om het bestraffen van
                    gedragingen die de kans op het vinden van ander werk verkleinen en/of anderszins
                    de uitstroom uit de uitkeringsregeling belemmeren of vertragen. De opsomming is
                    ontleend aan het Maatregelenbesluit sociale zekerheidswetten, met dien verstande
                    dat verplichtingen die naar hun aard niet van toepassing in de fase van de
                    nawettelijke uitkering buiten beschouwing zijn gelaten. De te treffen
                    maatregelen lopen ook hier uiteen van een procentuele korting op de uitkering
                    van tussen de vijf en honderd procent tot een blijvend gehele weigering. </al><al>In de regeling moet worden bepaald wanneer deze in werking treedt. Die datum
                    moet zo worden gekozen dat alle partijen die iets met de uitvoering te maken
                    hebben van de inhoud kennis hebben kunnen nemen en zich op de inwerkingtreding
                    hebben kunnen instellen. In elk geval moet de inwerkingtreding zijn gelegen na
                    de datum waarop de regeling is gepubliceerd, bijvoorbeeld door publicatie in het
                    Gemeenteblad, door middel van een mededeling in een personeelsblad en een
                    rondschrijven aan gewezen ambtenaren die reeds in het genot zijn van een
                    uitkering op grond van hoofdstuk 10d. </al></bijlage><bijlage><al><vet>Sanctiebeleid aanvullende en nawettelijke uitkering</vet></al><al/><al/><al>Artikel 1</al><al/><al>Artikel 2</al><al/><al>Artikel 3</al><al/><al>Artikel 4</al><al/><al>Artikel 5</al><al/><al>Artikel 6</al><al/><al>Artikel 7</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>