<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR296731_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Melding vermoeden misstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Harderwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harderwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Klokkenluidersregeling</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier=""> Artikel 15:2 AVRH [klokkenluiders]</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-01-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>AVRH</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Melding vermoeden misstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Regeling melding vermoeden misstand</al><lijst><li nr="-"><al>Artikel 15:2 AVRH (klokkenluiders)</al></li></lijst><al><vet> Inhoudsopgave </vet></al><lijst><li nr=""><al>1 Algemeen</al><lijst><li nr=""><al>Artikel 1 Begripsbepalingen</al></li><li nr=""><al>Artikel 2 Bescherming van de melder</al></li><li nr=""><al>Artikel 3 De vertrouwenspersoon</al></li><li nr=""><al>Artikel 4 Het externe meldpunt</al></li></lijst></li><li nr=""><al>2 Interne meldingsprocedure</al><lijst><li nr=""><al> Artikel 5 Melding</al></li><li nr=""><al>Artikel 6 Melding door een ex-ambtenaar</al></li><li nr=""><al>Artikel 7 Informeren van het bevoegd gezag</al></li><li nr=""><al>Artikel 8 Ontvangstbevestiging door het bevoegd gezag</al></li><li nr=""><al>Artikel 9 Onderzoek door het bevoegd gezag</al></li><li nr=""><al>Artikel 10 Standpunt en kennisgeving door het bevoegd
                                        gezag</al></li></lijst></li><li nr=""><al>3 Externe meldingsprocedure</al><lijst><li nr=""><al>Artikel 11 Melding bij het externe meldpunt</al></li><li nr=""><al>Artikel 12 Ontvangstbevestiging</al></li><li nr=""><al>Artikel 13 Niet ontvankelijkheid</al></li><li nr=""><al>Artikel 14 Onderzoek door het externe meldpunt</al></li><li nr=""><al>Artikel 15 Advies en kennisgeving door het externe
                                        meldpunt</al></li><li nr=""><al>Artikel 16 Standpunt bevoegd gezag naar aanleiding van het
                                        advies van het externe meldpunt</al></li><li nr=""><al>Artikel 17 Jaarverslag</al></li></lijst></li></lijst><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><tussenkop><vet>1 Algemeen</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen </vet></tussenkop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>In deze regeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a"><al><vet> ambtenaar:</vet> een ieder die werkzaam is of is geweest bij
                                de gemeente Harderwijk op grond van een aanstelling of een
                                arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. </al></li><li nr="b"><al><vet> bevoegd gezag:</vet> het College van Burgemeester en
                                Wethouders, dagelijks bestuur of directie; </al></li><li nr="c"><al><vet> vermoeden van een misstand:</vet> een vermoeden van</al><lijst><li nr="-"><al> schending van wettelijke voorschriften of
                                        beleidsregels;</al></li><li nr="-"><al> een gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het
                                        milieu;</al></li><li nr="-"><al> een onbehoorlijke wijze van functioneren die een gevaar
                                        vormt voor het goed functioneren van de openbare
                                        dienst;</al></li></lijst></li><li nr="d"><al><vet> melder: </vet> de ambtenaar die een vermoeden van een misstand
                                meldt overeenkomstig hoofdstuk 2 van deze regeling. </al></li><li nr="e"><al><vet> melding:</vet> de melding van een vermoeden van een misstand
                                door de melder;</al></li><li nr="f"><al><vet> vertrouwenspersoon:</vet>de functionaris als zodanig benoemd
                                door het bevoegd gezag; Dit is de heer R.Derksen, Peesterweg 4, 9335
                                TD Zuidvelde.</al></li><li nr="g"><al><vet> extern meldpunt: </vet>een externe commissie of persoon die
                                als zodanig door het bevoegd gezag is aangewezen of de
                                Onderzoeksraad Integriteit Overheid (OIO). </al></li></lijst><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>Voor de toepassing van deze regeling wordt degene die anders dan op basis
                        van een ambtelijke aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                        recht werkzaam is binnen de gemeente Harderwijk gelijkgesteld met een
                        ambtenaar als bedoeld in het eerste lid, onder a.</al><tussenkop><vet>Artikel 2 Bescherming van de melder </vet></tussenkop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al> Een ieder die betrokken is bij de behandeling van een melding maakt de
                        identiteit van de melder niet bekend zonder zijn instemming, dat zijn in
                        ieder geval de leidinggevende, de vertrouwenspersoon en het externe
                        meldpunt.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al> De ambtenaar zal als gevolg van de melding van een vermoeden van een
                        misstand geen nadelige gevolgen ondervinden voor zijn rechtspositie. Onder
                        nadelige gevolgen worden in ieder geval verstaan:</al><lijst><li nr="a"><al>het verlenen van ongevraagd ontslag;</al></li><li nr="b"><al> het niet verlengen van een aanstelling voor bepaalde tijd; </al></li><li nr="c"><al>het niet omzetten van een aanstelling voor bepaalde tijd in een
                                vaste aanstelling;</al></li><li nr="d"><al>de opgelegde benoeming in een andere functie; </al></li><li nr="e"><al>het treffen van disciplinaire maatregelen;</al></li><li nr="f"><al>het onthouden van salarisverhoging, incidentele beloning of
                                toekenning van vergoedingen;</al></li><li nr="g"><al>het onthouden van promotiekansen;</al></li><li nr="h"><al>het afwijzen van een verlofaanvraag,</al></li></lijst><al>voor zover dit redelijkerwijs verband houdt met de door de melder gedane
                        melding van een vermoeden van een misstand.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al> Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de melder ook anderszins bij de
                        uitoefening van zijn functie geen nadelige gevolgen van de melding
                        ondervindt.</al><tussenkop><vet>Lid 4</vet></tussenkop><al>Het bepaalde in lid 2 en 3 van dit artikel geldt ook voor de ambtenaar die
                        te goeder trouw een vermoeden van een misstand in een andere organisatie dan
                        die van de gemeente Harderwijk, volgens de in die organisatie geldende
                        regels, bij die organisatie heeft gemeld. De bescherming geldt alleen als de
                        ambtenaar:</al><lijst><li nr="-"><al>uit hoofde van zijn functie met die andere organisatie samenwerkt of
                                heeft samengewerkt; </al></li><li nr="-"><al>uit hoofde van zijn functie kennis heeft verkregen van de vermoede
                                misstand;</al></li><li nr="-"><al>het vermoeden van de misstand tijdig bij zijn leidinggevende heeft
                                gemeld;</al></li><li nr="-"><al>zich heeft gehouden aan de afspraken die ter zake van deze melding
                                met hem of haar zijn gemaakt door het bevoegd gezag. </al></li></lijst><tussenkop><vet>Lid 5</vet></tussenkop><al>De ambtenaar heeft recht op juridische bijstand wanneer hij als gevolg van
                        het te goede trouw melden van een vermoeden van een misstand nadelige
                        gevolgen ondervindt in zijn rechtspositie, tijdens en/of na het volgen van
                        deze regeling. Deze juridische bijstand wordt gefinancierd door de gemeente
                        Harderwijk.</al><tussenkop><vet> Artikel 3 De vertrouwenspersoon</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al> Het bevoegd gezag wijst een of meer vertrouwenspersonen aan.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al> De vertrouwenspersoon heeft tot taak de melder te adviseren.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al> De vertrouwenspersoon maakt jaarlijks een geanonimiseerd verslag van de
                        aard en de omvang van het aantal interne meldingen. Dit verslag wordt aan
                        het bevoegd gezag en de Ondernemingsraad gestuurd en openbaar gemaakt. </al><tussenkop><vet>Lid 4</vet></tussenkop><al> De vertrouwenspersoon geniet bescherming overeenkomstig het bepaalde in
                        artikel 2, tweede tot en met het vijfde lid, tegen benadeling van zijn
                        rechtspositie als gevolg van de hem bij deze regeling toebedeelde
                        taken.</al><tussenkop><vet>Artikel 4 Het externe meldpunt</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>Het bevoegd gezag wijst als extern meldpunt aan de Onderzoeksraad
                        Integriteit Overheid. </al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al> De Onderzoeksraad Integriteit Overheid heeft tot taak een door de melder
                        gemeld vermoeden van een misstand te onderzoeken en het bevoegd gezag
                        daarover te adviseren. </al><tussenkop><vet>2 Interne meldingsprocedure</vet></tussenkop><tussenkop><vet> Artikel 5 Melding</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al> De ambtenaar doet een melding bij zijn leidinggevende, bij de
                        vertrouwenspersoon of, indien daartoe aanleiding bestaat, rechtstreeks bij
                        het externe meldpunt.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al> Een melding laat de wettelijke verplichting tot het doen van aangifte van
                        een strafbaar feit onverlet.</al><tussenkop><vet> Artikel 6 Melding door een ex-ambtenaar</vet></tussenkop><al>De ex-ambtenaar die een vermoeden van een misstand wil melden doet dit
                        binnen een periode van twaalf maanden na zijn ontslag of beëindiging van
                        zijn werkzaamheden voor de gemeente Harderwijk bij een vertrouwenspersoon.
                        Hij kan alleen een melding van een vermoeden van een misstand doen als hij
                        in de hoedanigheid van ambtenaar kennis heeft gekregen van het vermoeden. </al><tussenkop><vet>Artikel 7 Informeren van het bevoegd gezag</vet></tussenkop><al>De leidinggevende of de vertrouwenspersoon bij wie een melding is gedaan
                        draagt er zorg voor dat het bevoegd gezag onverwijld op de hoogte wordt
                        gesteld van de melding en van de datum waarop de melding ontvangen is. </al><tussenkop><vet>Artikel 8 Ontvangstbevestiging door het bevoegd
                        gezag</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al> Het bevoegd gezag zendt aan de melder of de vertrouwenspersoon bij wie het
                        vermoeden van een misstand is gemeld een ontvangstbevestiging. In het
                        laatste geval stuurt de vertrouwenspersoon de ontvangstbevestiging door aan
                        de melder. De ontvangstbevestiging bevat het gemelde vermoeden van een
                        misstand en de datum waarop de melder het vermoeden heeft gemeld. </al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al> Het bevoegd gezag informeert de persoon of personen op wie een melding
                        betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor het onderzoeksbelang kan
                        worden geschaad.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al> Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de identiteit van de melder die
                        overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 of 6 een melding heeft gedaan, niet
                        verder bekend wordt dan noodzakelijk is voor de behandeling van de melding. </al><tussenkop><vet>Artikel 9 Onderzoek door het bevoegd gezag</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al> Het bevoegd gezag stelt na ontvangst van de melding onverwijld een
                        onderzoek in.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>Het onderzoek wordt niet verricht door een persoon die mogelijk betrokken is
                        of is geweest bij de vermoede misstand. </al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al> Het bevoegd gezag kan een deskundige raadplegen.</al><tussenkop><vet> Artikel 10 Standpunt en kennisgeving door het bevoegd
                            gezag</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al> Het bevoegd gezag stelt de melder of de vertrouwenspersoon bij wie de
                        melding is gedaan binnen tien weken na ontvangst van de melding schriftelijk
                        op de hoogte van zijn standpunt omtrent het gemelde vermoeden van een
                        misstand.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al> Indien niet binnen tien weken een standpunt kan worden gegeven worden de
                        melder of de vertrouwenspersoon bij wie de melding is gedaan voordat deze
                        termijn is verstreken daarvan door middel van een kennisgeving schriftelijk
                        en gemotiveerd op de hoogte gesteld. Het bevoegd gezag kan het advies met
                        ten hoogste vier weken verdagen.</al><tussenkop><vet>3 Externe meldingsprocedure</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel 11 Melding bij het externe meldpunt</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>De melder kan zijn vermoeden van een misstand binnen redelijke termijn
                        melden bij het externe meldpunt, indien:</al><lijst><li nr="a"><al> hij het niet eens is met het standpunt bedoeld in artikel 10;</al></li><li nr="b"><al> hij geen standpunt heeft ontvangen binnen de termijnen bedoeld in
                                artikel 10.</al></li></lijst><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al> Indien zwaarwegende belangen de toepassing van de interne meldingsprocedure
                        in de weg staan, kan de melder het vermoeden van een misstand rechtstreeks
                        melden bij het externe meldpunt.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al> De melding bij het externe meldpunt bevat ten minste:</al><lijst><li nr="a"><al> naam en adres van de melder;</al></li><li nr="b"><al> de organisatie waar de betrokkene werkzaam is of is geweest;</al></li><li nr="c"><al> de organisatie waarop de melding betrekking heeft;</al></li><li nr="d"><al> de omschrijving van de misstand die wordt vermoed;</al></li><li nr="e"><al> de reden van melding aan het externe meldpunt.</al></li></lijst><tussenkop><vet>Artikel 12 Ontvangstbevestiging</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al> Het externe meldpunt bevestigt de ontvangst van een melding van een
                        vermoeden van een misstand aan de melder.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al> Het externe meldpunt draagt er zorg voor dat het bevoegd gezag op de hoogte
                        wordt gesteld van de melding bij het meldpunt.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al> Het externe meldpunt informeert de persoon of personen op wie een melding
                        betrekking heeft over de melding bij het externe meldpunt, tenzij het
                        onderzoeksbelang hierdoor kan worden geschaad.</al><tussenkop><vet>Artikel 13 Advies van het meldpunt</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al>Het externe meldpunt verklaart de melding niet ontvankelijk indien:</al><lijst><li nr="a"><al> er geen sprake is van een misstand of van een misstand van
                                voldoende gewicht;</al></li><li nr="b"><al> de ambtenaar niet aantoont dat hij het vermoeden eerst intern aan
                                de orde heeft gesteld volgens deze regeling, tenzij zwaarwegende
                                belangen toepassing van de interne procedure in de weg staan; </al></li><li nr="c"><al> de ambtenaar het vermoeden intern aan de orde heeft gesteld volgens
                                deze regeling, maar de termijn waarbinnen het bevoegd gezag een
                                inhoudelijk standpunt omtrent het vermoeden van een misstand dient
                                te geven, nog niet verstreken is;</al></li><li nr="d"><al> geen sprake is van een ambtenaar zoals bedoeld in deze
                                regeling;</al></li><li nr="e"><al> de melding niet binnen redelijke termijn is ontvangen nadat de
                                ambtenaar op de hoogte is gesteld van het standpunt van het bevoegd
                                gezag. </al></li></lijst><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al> Indien de melding niet ontvankelijk is, stelt het externe meldpunt de
                        melder of vertrouwenspersoon en het bevoegd gezag hiervan binnen vier weken
                        op de hoogte.</al><tussenkop><vet>Artikel 14 Onderzoek door het externe meldpunt</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al> Wanneer de melding ontvankelijk is, kan het meldpunt indien dit voor de
                        uitoefening van zijn taak noodzakelijk is een onderzoek instellen. </al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al> Ten behoeve van het onderzoek genoemd in het eerste lid is het externe
                        meldpunt gerechtigd bij het bevoegd gezag alle inlichtingen in te winnen die
                        het voor de vorming van zijn advies nodig acht. Het bevoegd gezag verschaft
                        het externe meldpunt alle inlichtingen. </al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al> Het externe meldpunt kan een deskundige raadplegen. </al><tussenkop><vet>Lid 4</vet></tussenkop><al> Wanneer de inhoud van bepaalde door het bevoegd gezag verstrekte informatie
                        vanwege het vertrouwelijke karakter uitsluitend ter kennisneming van het
                        externe meldpunt dient te blijven, wordt dit aan het externe meldpunt
                        meegedeeld. Het externe meldpunt beveiligt informatie met een vertrouwelijk
                        karakter tegen kennisneming door onbevoegden. </al><tussenkop><vet>Artikel 15 Advies en kennisgeving door het externe
                            meldpunt</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al> Het externe meldpunt legt binnen acht weken na ontvangst van de melding
                        zijn bevindingen neer in een advies aan het bevoegd gezag. Het externe
                        meldpunt zendt een afschrift van het advies aan de melder of de
                        vertrouwenspersoon bij wie de melding is gedaan.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al> Indien niet binnen acht weken een advies kan worden gegeven worden de
                        melder of de vertrouwenspersoon bij wie de melding is gedaan alsmede het
                        bevoegd gezag voordat deze termijn is verstreken daarvan door middel van een
                        kennisgeving schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte gesteld. Het externe
                        meldpunt kan het advies met ten hoogste vier weken verdagen.</al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al> Het advies wordt, in geanonimiseerde vorm en met inachtneming van het
                        eventueel vertrouwelijke karakter van de aan het externe meldpunt verstrekte
                        informatie en de ter zake geldende wettelijke bepalingen, door het externe
                        meldpunt openbaar gemaakt op een wijze die het externe meldpunt geëigend
                        acht, tenzij zwaarwegende belangen zich hiertegen verzetten. </al><tussenkop><vet>Lid 4</vet></tussenkop><al> Het externe meldpunt maakt zijn advies niet openbaar voordat het standpunt
                        van het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 16 van deze regeling, is
                        ontvangen, of er twee weken zijn verstreken sinds het advies is
                        gegeven.</al><tussenkop><vet>Artikel 16 Standpunt bevoegd gezag naar aanleiding van het
                            advies van het externe meldpunt </vet></tussenkop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al> Het bevoegd gezag stelt binnen twee weken na ontvangst van het advies het
                        externe meldpunt schriftelijk op de hoogte van zijn standpunt en de
                        eventuele consequenties die het daaraan verbindt.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al>Het externe meldpunt zal het standpunt van het bevoegd gezag aan de melder
                        doen toekomen. </al><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>Een van het advies afwijkend standpunt wordt gemotiveerd. </al><tussenkop><vet>Artikel 17 Jaarverslag </vet></tussenkop><tussenkop><vet>Lid 1</vet></tussenkop><al> Jaarlijks wordt door het externe meldpunt een verslag opgemaakt.</al><tussenkop><vet>Lid 2</vet></tussenkop><al> In dat verslag wordt in geanonimiseerde zin en met inachtneming van de ter
                        zake wettelijke bepalingen gemeld:</al><lijst><li nr="a"><al>het aantal en de aard van de meldingen van een vermoeden van een
                                misstand;</al></li><li nr="b"><al> het aantal meldingen dat niet heeft geleid tot een onderzoek;</al></li><li nr="c"><al>het aantal onderzoeken dat het externe meldpunt heeft verricht;</al></li><li nr="d"><al>het aantal adviezen en de aard van de adviezen dat het externe
                                meldpunt heeft uitgebracht.</al></li></lijst><tussenkop><vet>Lid 3</vet></tussenkop><al>Dit jaarverslag wordt aan het bevoegd gezag en de Ondernemingsraad gestuurd
                        en openbaar gemaakt.</al><al/><al><vet>Melding vermoeden misstand </vet></al><al/><tussenkop><vet> Inhoudsopgave </vet></tussenkop><lijst><li nr=""><al>Ter introductie</al></li><li nr=""><al>Achtergrond</al></li><li nr=""><al>Relatie met het algemeen klachtrecht en aangifteplicht</al></li><li nr=""><al>Artikelsgewijze toelichting</al><lijst><li nr=""><al>1 Algemeen</al><lijst><li nr=""><al>Artikel 1 Begripsbepalingen</al></li><li nr=""><al>Artikel 2 Bescherming van de melder</al></li><li nr=""><al>Artikel 3 De vertrouwenspersoon</al></li><li nr=""><al>Artikel 4 Het externe meldpunt</al></li></lijst></li><li nr=""><al>2 Interne meldingsprocedure</al><lijst><li nr=""><al> Artikel 5 Melding</al></li><li nr=""><al>Artikel 6 Melding door een ex-ambtenaar</al></li><li nr=""><al>Artikel 7 Informeren van het bevoegd gezag</al></li><li nr=""><al>Artikel 8 Ontvangstbevestiging door het bevoegd
                                                gezag</al></li><li nr=""><al>Artikel 9 Onderzoek door het bevoegd gezag</al></li><li nr=""><al>Artikel 10 Standpunt en kennisgeving door het
                                                bevoegd gezag</al></li></lijst></li><li nr=""><al>3 Externe meldingsprocedure</al><lijst><li nr=""><al>Artikel 11 Melding bij het externe meldpunt</al></li><li nr=""><al>Artikel 12 Ontvangstbevestiging</al></li><li nr=""><al>Artikel 13 Niet ontvankelijkheid</al></li><li nr=""><al>Artikel 14 Onderzoek door het externe meldpunt</al></li><li nr=""><al>Artikel 15 Advies en kennisgeving door het externe
                                                meldpunt</al></li><li nr=""><al>Artikel 16 Standpunt bevoegd gezag naar aanleiding
                                                van het advies van het externe meldpunt</al></li><li nr=""><al>Artikel 17 Jaarverslag</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><tussenkop><vet>Ter introductie</vet></tussenkop><al> Het is belangrijk dat ambtenaren die een vermoeden van een misstand hebben,
                        deze op een laagdrempelige wijze kunnen aankaarten bij de organisatie. Dit
                        kan bijdragen aan het waarborgen van de integriteit en (verdere) schade
                        voorkomen. In media wordt op regelmatige wijze bericht over
                        ‘klokkenluiders’. (Ex-)werknemers zien zich genoodzaakt om buitenstaanders
                        informatie te verschaffen over situaties waarbij zij van mening zijn dat
                        sprake is van een misstand. Deze regeling kan ertoe bijdragen dergelijke
                        situaties voor te zijn door in voortijdig stadium dergelijk signalen serieus
                        te nemen, te onderzoeken en daar waar nodig van een oplossing te voorzien.
                        Doel van deze regeling is daarom </al><lijst><li nr="-"><al>het bevorderen van intern melden en opsporen van misstanden en </al></li><li nr="-"><al>het bieden van bescherming aan ambtenaren die volgens de geldende
                                regels en procedures vermoedens van een misstand melden. </al></li></lijst><tussenkop><vet>Achtergrond</vet></tussenkop><al>In artikel 125quinquies, eerste lid, onder f, van de Ambtenarenwet is de
                        verplichting voor de werkgever opgenomen om procedurevoorschriften vast te
                        stellen voor het melden van vermoedens van misstanden door ambtenaren. In de
                        CAR-UWO is deze verplichting verwerkt in artikel 15:2 ‘Klokkenluiders’.In
                        2003 heeft het College voor Arbeidszaken (CvA haar eerste Voorbeeldregeling
                        Klokkenluiders opgesteld. In 2008 zijn de klokkenluidersregelingen bij de
                        overheid in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken geëvalueerd.
                        Dit heeft geleid tot een nieuwe voorbeeldregeling Melding Vermoeden
                        Misstanden in 2010. </al><al> In 2003 werd voor de sector Gemeenten, waaronder ook gemeentelijke
                        samenwerkingsverbanden en andere aan de gemeente gelieerde rechtspersonen,
                        de Commissie Klokkenluiders Gemeentelijke Overheid (CKGO) ingesteld. Deze
                        fungeert als extern meldpunt voor die gemeenten die de CKGO als zodanig
                        aanwijzen. In de loop der jaren zijn ook organisaties uit de sector
                        Waterschappen bij de CKGO aangesloten. Vanwege de verbreding van het
                        werkveld is de CKGO in 2013 omgedoopt tot de Commissie Klokkenluiders
                        Decentrale Overheid (CKDO). </al><al>Om de (onderzoeks)krachten én kennis te bundelen fuseert de CKDO per 1
                        januari 2014 met de Onderzoeksraad Integriteit Overheid (hierna:
                        Onderzoeksraad). De Onderzoeksraad kent dezelfde rol en taak als het CKDO.
                        De werkwijze blijft ook nagenoeg hetzelfde. </al><al>Naar aanleiding van de fusie van de CKDO met de Onderzoeksraad is de
                        voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstanden 2010 en de toelichting hierop
                        opnieuw tegen het licht gehouden en geactualiseerd. </al><tussenkop><vet>Relatie met het algemeen klachtrecht en
                        aangifteplicht</vet></tussenkop><al>Deze regeling doet niet af aan het wettelijk recht van een ieder om een
                        klacht bij een overheidsinstantie in te dienen over de wijze waarop deze
                        instantie zich in een bepaalde aangelegenheid ten aanzien van hem of een
                        ander heeft gedragen (hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht). Die
                        klachtenprocedure is echter van algemene aard en niet toegeschreven op de
                        behandeling van vermoedens van misstanden. Evenmin treedt deze
                        voorbeeldregeling in de plaats van de wettelijke verplichting van iedere
                        burger om aangifte bij de politie/openbaar ministerie te doen van een
                        misstand die een misdrijf is. Ambtenaren en politieke ambtsdragers die in de
                        uitoefening van hun functie kennis krijgen van een misdrijf zijn op grond
                        van artikel 162 Wetboek van Strafvordering verplicht daarvan onverwijld
                        aangifte te doen, met afgifte van de tot de zaak betrekkelijke stukken, aan
                        de officier van justitie.</al><tussenkop><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></tussenkop><tussenkop><vet>1 Algemene bepalingen</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></tussenkop><al>Het <vet>bevoegd</vet> gezag is volgens deze regeling het hoogste orgaan
                        binnen een organisatie. Betrokkenheid van het bevoegd gezag bij de
                        behandeling van een meldingen is belangrijk. Het bevoegd gezag dient daarom
                        ook te allen tijde te worden geïnformeerd over de ontvangst van een melding.
                        Tevens draagt zij verantwoordelijkheid voor het (al dan niet) instellen van
                        een onderzoek naar aanleiding van de melding en voor het oordeel naar
                        aanleiding van het ingestelde onderzoek. </al><al>Voor het griffiepersoneel werkzaam bij de gemeente is de werkgeverschapstaak
                        neergelegd bij de raad. De gemeenteraad is dus het bevoegd gezag. De
                        uitoefening van het dagelijks werkgeverschap is vaak belegd bij een aparte
                        werkgeverscommissie met uitsluitend raadsleden. Deze regeling kan conform de
                        reguliere procedures worden vastgesteld door deze
                        (werkgevers)commissie.</al><al>De definitie van het begrip misstand is aangepast. De nieuwe definiëring
                        sluit aan bij de regelingen voor provincies en rijk.Een <vet>vermoeden van
                            een misstand</vet> valt uiteen in drie brede categorieën:</al><lijst><li nr="1"><al>een schending van wettelijke voorschriften.</al></li><li nr="2"><al> een gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu.</al></li><li nr="3"><al> een onbehoorlijke wijze van functioneren die een gevaar vormt voor
                                het goed functioneren van de openbare dienst.</al></li></lijst><al>Voor een toelichting op het begrip ‘misstand’ verwijzen wij naar het
                        ‘Besluit van 15 december 2009, houdende een regeling voor het melden van een
                        vermoeden van een misstand bij de sectoren Rijk en Politie’. </al><al>De <vet>melder</vet> is iedere ambtenaar of aan een ambtenaar gelijkgestelde
                        die een melding van een vermoeden van een misstand doet. Het gaat dus niet
                        alleen om ambtenaren, maar ook om stagiaires, vrijwilligers, oproepkrachten
                        etc. Een melding mag worden gedaan tot 12 maanden na uitdiensttreding. </al><al>De <vet>vertrouwenspersoon</vet> is in veel organisaties een bestaand
                        fenomeen. Het gaat hier ook om die bestaande vertrouwenspersoon die conform
                        de lokale regeling is aangesteld. </al><al>Lid 2 bepaalt dat een ieder die werkzaamheden gemeente of organisatie
                        (heeft) verricht een melding mag doen. Het gaat dus niet alleen om
                        ambtenaren, maar ook om stagiaires, vrijwilligers, oproepkrachten, ZZP’ers,
                        etc. </al><tussenkop><vet>Artikel 2 Bescherming van de melder</vet></tussenkop><al>Uitgangspunt is dat de identiteit van de melder geheim wordt gehouden. Dit
                        is alleen anders indien de melder hier zelf toestemming voor geeft. Een
                        ieder die betrokken is bij de behandeling van een melding moet zorgvuldig
                        omgaan met de identiteit van de melder. Indien de melder niet heeft
                        ingestemd met bekendmaking van zijn identiteit kan hij de melding
                        vertrouwelijk doen bij de vertrouwenspersoon. Informatie die de melder dan
                        toekomt wordt verzonden aan de vertrouwenspersoon. De vertrouwenspersoon
                        moet er zorg voor dragen dat de informatie bij de melder terecht komt. </al><al>De bescherming ziet ook op de ambtenaar die een misstand heeft gemeld in een
                        andere organisatie dan zijn eigen organisatie. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren
                        als een medewerker tijdelijk samenwerkt met collega’s van een andere
                        gemeente, of participeert in de projectorganisatie met andere organisaties.
                        Noodzakelijk is wel dat de ambtenaar uit hoofde van zijn functie die
                        misstand gewaar wordt. Aan de bescherming zijn de voorwaarden verbonden
                        zoals opgesomd in dit artikel. Deze voorwaarden dienen om te voorkomen dat
                        een onzorgvuldige en/of onjuiste melding bij een andere organisatie leidt
                        tot verstoorde verhoudingen. </al><al>De melder heeft op grond van deze regeling recht op juridische bijstand
                        wanneer hij als gevolg van het te goeder trouw melden van een vermoeden van
                        een misstand nadelige gevolgen ondervindt in zijn rechtspositie. </al><al>Organisaties die een rechtsbijstandverzekering hebben afgesloten bij
                        Centraal Beheer Achmea behoren voor dit risico verzekerd te zijn. Lokaal
                        dient dit gecontroleerd te worden in de polisvoorwaarden.</al><tussenkop><vet>Artikel 3 De vertrouwenspersoon.</vet></tussenkop><al>De vertrouwenspersoon kan een belangrijke rol vervullen in het proces van
                        integriteitbewustwording, advisering en bij een vertrouwelijke melding ook
                        voor de doorgeleiding van de melding. Het ligt voor de hand om bij grotere
                        organisaties meerdere vertrouwenspersonen te benoemen, vanwege de werklast
                        en het waarborgen van toegankelijkheid. Ook kan (aanvullend) een externe
                        functionaris als vertrouwenspersoon benoemd worden. De algemene taak van de
                        vertrouwenspersoon is de melder te adviseren over de melding. Daarbij kan
                        ook een beroep worden gedaan op het Adviespunt Klokkenluiders. </al><al>Bij de vertrouwenspersoon is ook de verplichting neergelegd de interne
                        meldingen te monitoren en daarvan jaarlijks een verslag op te maken. Dit
                        verslag wordt naar het bevoegd gezag en de Ondernemingsraad gestuurd en
                        openbaar gemaakt. De vertrouwenspersoon geniet dezelfde bescherming tegen
                        nadelige gevolgen van zijn rechtspositie als de melder. Ook de
                        vertrouwenspersoon heeft op grond van de regeling recht op juridische
                        bijstand indien hij als gevolg van zijn werkzaamheden die hem op basis van
                        deze regeling zijn toebedeeld negatieve gevolgen ondervindt in zijn
                        rechtspositie. Ook dit risico is meeverzekerd voor organisaties die een
                        rechtsbijstandverzekering hebben afgesloten bij Centraal Beheer Achmea.
                        Lokaal dient dit gecontroleerd te worden in de polisvoorwaarden.</al><tussenkop><vet>Artikel 4 Het externe meldpunt</vet></tussenkop><al>Het bevoegd gezag kan een ander extern meldpunt aanwijzen dan de
                        Onderzoeksraad. </al><tussenkop><vet>2 Interne meldingsprocedure</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel 5 Melding</vet></tussenkop><al>Het is aan de ambtenaar te bepalen waar hij zijn melding in eerste instantie
                        wil doen. Het zal aan de omstandigheden liggen of dat zijn leidinggevende –
                        de naast hogere leidinggevende als de melding de direct leidinggevende
                        betreft - dan wel de vertrouwenspersoon is. Het is belangrijk dat hij de
                        melding doet. De organisatie zal in de communicatie over de regeling
                        duidelijk moeten zijn in de mogelijkheden.Een directe melding bij het
                        externe meldpunt is mogelijk. Dat ligt voor de hand als de melding gaat over
                        bijvoorbeeld een handelwijze van college of directie. Artikel 11 gaat hier
                        verder op in. </al><al>Wanneer een (vermoeden van) een misstand een strafbaar feit betreft, moet
                        uiteraard altijd aangifte worden gedaan bij de politie. De procedure uit
                        deze regeling kan daarvoor niet in de plaats treden. Van ambtsmisdrijven
                        moet op grond van artikel 162 Strafvordering aangifte worden gedaan.</al><tussenkop><vet>Artikel 6 Melding door een ex-ambtenaar</vet></tussenkop><al>Zoals in de toelichting bij artikel 5 al opgemerkt kunnen ook ex-ambtenaren
                        – waarbij de definitie van ambtenaar is als die genoemd in artikel 1 – een
                        vermoeden van een misstand melden. Dat kan gedurende een periode van een
                        jaar na de ontslagdatum. Procedurevoorschriften zijn hierbij hetzelfde als
                        voor de ambtenaar die nog werkzaam is voor de organisatie.</al><tussenkop><vet>Artikel 7 Informeren van het bevoegd gezag</vet></tussenkop><al>Het bevoegd gezag moet zo snel mogelijk op de hoogte wordt gesteld van een
                        melding van een vermoede misstand. Belangrijk is dus dat
                        (direct-)leidinggevenden binnen de organisatie goed op hoogte zijn van het
                        bestaan van deze regeling en de bijhorende procedures. Ook als een melding
                        wordt gedaan zonder bekendmaking van de identiteit van de melder kan een
                        onderzoek plaatsvinden.</al><tussenkop><vet>Artikel 8 Ontvangstbevestiging door het bevoegd
                        gezag</vet></tussenkop><al>Door of namens het bevoegd gezag wordt zo spoedig mogelijk een
                        ontvangstbevestiging gezonden aan de melder met een samenvatting van de
                        procedure die daarop volgt. Het is van belang daarbij de datum van ontvangst
                        van de melding te noemen gezien de termijnen genoemd in artikel 10 en het
                        gevolg van het overschrijden ervan. </al><al>Indien de identiteit van de melder niet bekend is gemaakt, wordt hem de
                        ontvangstbevestiging toegezonden via de vertrouwenspersoon bij wie hij de
                        melding heeft gedaan. Deze vertrouwenspersoon zorgt ervoor dat de melder de
                        ontvangstbevestiging ontvangt.Daarnaast worden eventueel andere betrokkenen
                        geïnformeerd. Bij een melding van een vermoeden van een misstand kan de
                        integriteit van andere personen werkzaam bij of voor de organisatie in het
                        geding zijn en onderwerp zijn van onderzoek. Daarom is de bepaling opgenomen
                        dat het bevoegd gezag deze betrokkenen informeert maar daarbij geldt wel als
                        beperking dat het onderzoeksbelang niet wordt geschaad. </al><tussenkop><vet>Artikel 9 Onderzoek door het bevoegd gezag</vet></tussenkop><al>Het bevoegd gezag doet zo snel mogelijk onderzoek. Het is aan het bevoegd
                        gezag om te bepalen op welk niveau en door wie onderzoek wordt gedaan.
                        Afhankelijk van bijvoorbeeld de aard van de vermoede misstand of van de
                        plaats in de organisatie van degenen die daarbij vermoedelijk betrokken
                        zijn, kan het onderzoek worden opgedragen aan de direct leidinggevende van
                        de melder, aan de directeur van een dienst, aan een veiligheidsfunctionaris
                        of wellicht aan een extern bureau of persoon. In het tweede lid is bepaald
                        dat het onderzoek niet mag worden verricht door een persoon die mogelijk
                        betrokken is bij de vermoede misstand, ter voorkoming van mogelijke
                        vooringenomenheid en ongewenste beïnvloeding.Het bevoegd gezag kan bij het
                        onderzoek een (externe) deskundige raadplegen. Ook deze deskundige dient
                        zorgvuldig om te gaan met de identiteit van de melder. </al><tussenkop><vet>Artikel 10 Standpunt en kennisgeving door het bevoegd
                            gezag</vet></tussenkop><al>Het bevoegd gezag krijgt tien weken de tijd om onderzoek te doen en een
                        standpunt te bepalen. De praktijk wijst uit dat het onderzoek de nodige tijd
                        vergt. Als een melding vertrouwelijk wordt gedaan kan dit een reden zijn
                        voor een langere termijn omdat het bevoegd gezag hierdoor meer tijd nodig
                        kan hebben om alle relevante feiten boven tafel te krijgen. Indien de
                        periode van tien weken niet voldoende is, kan het bevoegd gezag de
                        vaststelling van het standpunt met maximaal vier weken verdagen. De
                        betrokkenen worden hiervan voor het verstrijken van deze tien weken op de
                        hoogte gesteld. Deze termijnen zijn gelijk aan de termijnen genoemd in de
                        Algemene wet bestuursrecht (Awb). </al><tussenkop><vet>3 Externe meldingsprocedure</vet></tussenkop><tussenkop><vet>Artikel 11 Melding bij het externe meldpunt</vet></tussenkop><al>Er is geen harde termijn gegeven voor de melding bij het externe meldpunt.
                        ’Redelijk’ zal per geval ingevuld moeten worden; het oordeel is aan het
                        meldpunt zelf. Als het meldpunt tot de conclusie komt dat de melding te laat
                        wordt gedaan volgt niet ontvankelijkheid. Dat is opgenomen in artikel
                        13.</al><al>Vertrouwelijke melding bij de commissie is mogelijk. In dat geval zorgt het
                        externe meldpunt ervoor dat de identiteit van de melder niet bekend
                        wordt.</al><al>Aan de rechtstreekse gang naar het externe meldpunt is de voorwaarde
                        verbonden dat daarvan alleen gebruik kan worden gemaakt indien daartoe
                        aanleiding bestaat. Een rechtstreekse melding bij het externe meldpunt kan
                        bijvoorbeeld geëigend zijn als het gaat om een vermoeden van een misstand
                        begaan door (leden van) het college of directie. Ook andere situaties of
                        omstandigheden waardoor de melder onvoldoende vertrouwen heeft in een
                        interne melding zijn denkbaar. De melder moet daarbij enigszins kunnen
                        concretiseren waarom hij niet intern wil melden. Het is vervolgens aan het
                        externe meldpunt om te oordelen of de melder zich terecht rechtstreeks tot
                        het externe meldpunt heeft gewend, of dat de melder de kwestie eerst intern
                        aanhangig had moeten maken. </al><al>Tevens kan melding bij het externe meldpunt worden gedaan als de melder zich
                        niet kan vinden in het standpunt van het bevoegd gezag en/of deze niet
                        tijdig is ontvangen door de melder. </al><tussenkop><vet>Artikel 12 Ontvangstbevestiging door het externe
                        meldpunt</vet></tussenkop><al>De melder ontvangt een ontvangstbevestiging van het externe meldpunt. Het is
                        van belang de datum van ontvangst van de melding te noemen, gezien de
                        termijnen genoemd in artikel 15. Alle betrokkenen worden over de melding
                        geïnformeerd, tenzij daardoor het onderzoeksbelang kan worden geschaad.</al><tussenkop><vet>Artikel 13 Niet ontvankelijkheid</vet></tussenkop><al>Een melding is niet ontvankelijk indien naar het oordeel van het externe
                        meldpunt er geen sprake is van een misstand of een misstand van voldoende
                        gewicht. De melding is niet-ontvankelijk als de melder zich niet heeft
                        gehouden aan de termijnen als genoemd artikel 10. Dit geldt ook als een
                        melding niet binnen een redelijke termijn is geschied.Een melding is niet
                        ontvankelijk indien rechtstreekse melding bij het externe meldpunt is
                        gedaan, maar er geen sprake is van zwaarwegende belangen die een interne
                        procedure in de weg staan. Tevens is een melding niet-ontvankelijk als geen
                        sprake is van een melder als bedoeld in artikel 1 sub c en/of de melder al
                        langer dan 12 maanden uit dienst is. Indien de melding niet ontvankelijk is
                        worden betrokken hiervan binnen vier weken op de hoogte gesteld.</al><tussenkop><vet>Artikel 14 Onderzoek door het externe meldpunt</vet></tussenkop><al>Het externe meldpunt stelt zo snel mogelijk na ontvangst van de melding een
                        onderzoek in. Het externe meldpunt kan inlichtingen winnen bij het bevoegd
                        gezag, dat verplicht is hieraan mee te werken. Indien nodig wordt een
                        (externe) deskundige geraadpleegd. Het externe meldpunt beslist of er al dan
                        niet een deskundige wordt geraadpleegd. Ook deze (externe) deskundige gaat
                        zorgvuldig om met de identiteit van de melder.</al><tussenkop><vet>Artikel 15 Advies en kennisgeving door het externe
                            meldpunt</vet></tussenkop><al>Het externe meldpunt krijgt acht weken de tijd om onderzoek te doen en een
                        advies uit te brengen. Indien de periode van acht weken niet voldoende is,
                        worden betrokkenen hiervan voor het verstrijken van deze acht weken op de
                        hoogte gesteld. Het externe meldpunt kan het uitbrengen van het advies met
                        maximaal vier weken verdagen.</al><al>Het externe meldpunt maakt het advies aan het bevoegd gezag in
                        geanonimiseerde vorm openbaar, tenzij zwaarwegende belangen zich hiertegen
                        verzetten. Het advies wordt echter niet openbaar gemaakt voordat het bevoegd
                        gezag zijn standpunt bekend heeft gemaakt of, indien er geen standpunt
                        bekend is gemaakt, de termijn van vier weken waarbinnen het bevoegd gezag
                        dit moet doen is verstreken. </al><tussenkop><vet>Artikel 16 Standpunt bevoegd gezag naar aanleiding van het
                            advies van het externe meldpunt</vet></tussenkop><al>Het bevoegd gezag moet binnen twee weken een besluit nemen op het advies van
                        het meldpunt. Gekozen is voor een relatief korte termijn. Als een
                        gemotiveerd advies van het externe meldpunt beschikbaar is, moet het bevoegd
                        gezag snel tot een besluit kunnen komen. De belangen van de melder en de
                        eventuele andere betrokkenen binnen de organisatie wegen hierbij zwaar:
                        onzekerheid moet niet langer duren dan noodzakelijk.</al><tussenkop><vet>Artikel 17 Jaarverslag</vet></tussenkop><al>Door de Onderzoeksraad (of een ander extern meldpunt) wordt jaarlijks een
                        jaarverslag opgemaakt met het aantal en de aard van de meldingen en de
                        uitgebrachte adviezen. Dit is in lijn met de plicht voor de
                        vertrouwenspersoon om de interne meldingen te monitoren en daarvan jaarlijks
                        een verslag op te maken.Het jaarverslag van de Onderzoeksraad gaat naar het
                        bevoegd gezag en de Ondernemingsraad en wordt openbaar gemaakt. </al></tekst></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de werkwijze Onderzoeksraad Integriteit Overheid</titel></kop><al> In verband met uw (voorgenomen) aansluiting bij de Onderzoeksraad, treft u
                    hierbij nadere informatie aan over enkele onderwerpen, waaronder de bekostiging
                    van de Onderzoeksraad. </al><al><cursief>Postadres melding van een vermoeden van een misstand</cursief>Het
                    postadres voor een melding van een misstand is
                    info@onderzoekssraadintegritieitoverheid.nl</al><al><cursief>Kosten van een procedure binnen uw organisatie </cursief>De kosten van
                    advies en/of of (voor)onderzoek dat al of niet uitmondt in een schriftelijke
                    rapportage vanwege de Onderzoeksraad komen voor rekening van de gemeente of
                    instelling waar de ambtenaar die een vermoeden van een misstand heeft gemeld
                    werkzaam is. De Onderzoeksraad fungeert als adviescommissie van het bevoegd
                    gezag. Meldingen van vermoedens van misstanden worden geacht namens het bevoegd
                    gezag te worden onderzocht. Ongeacht of een melding wel of niet ontvankelijk is
                    zullen de kosten die ermee zijn gemoeid in rekening worden gebracht bij het
                    bevoegd gezag. </al><al>Het bedrag dat wordt doorbelast kan bestaan uit de volgende elementen:</al><lijst><li nr="-"><al> De vacatiegelden van de commissieleden op basis van het Besluit
                            vergoedingen adviescolleges en commissie (€ 260,00 per dagdeel, excl.
                            BTW). De voorzitter en leden zijn vrijgesteld. Hun inzet wordt bekostigd
                            door het Ministerie van BZK en wordt niet doorbelast.</al></li><li nr="-"><al> De zaakgerelateerde inhoudelijke (advies)werkzaamheden door terzake
                            deskundige juristen (€ 100-121 per uur excl. BTW) op basis van de
                            tarieven 2013. </al></li><li nr="-"><al> De administratief - logistieke werkzaamheden (€ 76 per uur) op basis
                            van tarieven 2013 en eventueel reis- en verblijfskostenvergoedingen van
                            commissieleden en secretaris;</al></li><li nr="-"><al>gebruik ruimte voor hoorzittingen inclusief consumpties (tarieven
                            wwww.caop.nl)</al></li></lijst><al>De omvang van het in rekening te brengen bedrag is uiteraard afhankelijk van de
                    omvang en complexiteit van het onderzoek naar een melding. Het onderzoek wordt
                    uitgevoerd door in beginsel drie commissieleden en een secretaris.</al><al><cursief>Wijze van betaling</cursief>De facturen aan de gemeenten en
                    instellingen worden na afronding van de werkzaamheden opgemaakt en toegezonden
                    door het secretariaat van de Onderzoeksraad, dat is belegd bij het CAOP.</al><al><cursief>Procedure </cursief>De (externe) procedure voor het melden van een
                    vermoeden van een misstand bij de Onderzoeksraad verloopt conform de lokaal
                    vastgestelde regeling met betrekking tot het melden van een misstand. De
                    voorbeeldregeling is te vinden op VNG-net (www.vng.nl &gt;&gt; beleidsvelden
                    &gt;&gt; arbeidsvoorwaarden en personeelsbeleid &gt;&gt; integriteit) en op de
                    website van de Onderzoeksraad www.onderzoeksraadintegriteitoverheid.nl</al><al>Het formulier melden vermoedens van mistanden staat vermeld op de website. Het
                    formulier helpt de melder bij het doen van zijn melding.</al><al><cursief>Secretariaat </cursief>Het administratieve secretariaat van de
                    Onderzoeksraad wordt gevoerd door mr. Zerina Fatehmahomed 070-3765865/ E-mail:
                    z.fatehmahomed@caop.nl. Via dit adres kan ook het aansluitingsformulier worden
                    opgevraagd. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>