<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR296713_1</dcterms:identifier><dcterms:title>CAR/UWO</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Harderwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>1995-04-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harderwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>AVRH</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Ambtenarenwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1995-04-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1995-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>AVRH</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Diverse</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-20491</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-20492</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-20493</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-20494</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-20495</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-20496</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-20497</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-20498</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-20499</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>CAR/UWO</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor de toepassing van deze regeling en de uitwerkingsovereenkomst
                                wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al><vet>ambtenaar:</vet> hij die door of vanwege de gemeente is
                                        aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn alsmede
                                        hij met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is
                                        aangegaan;</al></li><li nr="b"><al><vet>betrekking:</vet> het geheel van werkzaamheden dat door
                                        de ambtenaar is te verrichten;</al></li><li nr="c"><al><vet>pensioenwet:</vet> de Algemene burgerlijke pensioenwet,
                                        zoals die gold tot en met 31 december 1995;</al></li><li nr="d"><al><vet>pensioen:</vet> een pensioen in de zin van het
                                        pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;</al></li><li nr="e"><al><vet>arbeidsduur:</vet> de vooraf vastgestelde omvang van
                                        het aantal uren in een bepaalde periode gedurende welke door
                                        de ambtenaar arbeid moet worden verricht;</al></li><li nr="f"><al><vet>arbeidsduur per dag:</vet> de arbeidsduur zoals die
                                        voor de ambtenaar voor een bepaalde dag is vastgesteld;</al></li><li nr="g"><al><vet>formele arbeidsduur per week:</vet> de arbeidsduur
                                        volgens de aanstelling;</al></li><li nr="h"><al><vet>feitelijke arbeidsduur per week:</vet> de arbeidsduur
                                        zoals die voor de ambtenaar voor een bepaalde week is
                                        vastgesteld;</al></li><li nr="i"><al><vet>seniorenarbeidsduur:</vet> de voor een ambtenaar, die
                                        in aanmerking komt voor het bepaalde in hoofdstuk 5 geldende
                                        arbeidsduur per week, die gelijk is aan de arbeidsduur
                                        volgens de aanstelling;</al></li><li nr="j"><al><vet>arbeidsduur per jaar:</vet> de naar jaarbasis herleide
                                        formele arbeidsduur per week, gecorrigeerd voor
                                        feestdagen;</al></li><li nr="k"><al><vet>volledige betrekking:</vet> een betrekking waarbij de
                                        arbeidsduur per jaar ten hoogste 1836 uur bedraagt en de
                                        formele arbeidsduur per week 36 uur bedraagt;</al></li><li nr="l"><al><vet>overwerk:</vet> werkzaamheden door de ambtenaar in
                                        dienstopdracht verricht buiten de feitelijke arbeidsduur per
                                        week;</al></li><li nr="m"><al><vet>werkdag:</vet> een dag waarop de ambtenaar arbeid moet
                                        verrichten;</al></li><li nr="n"><al><vet>werktijd:</vet> de periode tussen vastgestelde
                                        tijdstippen gedurende welke door de ambtenaar arbeid moet
                                        worden verricht;</al></li><li nr="o"><al><vet>uurloon:</vet> 1/156 gedeelte van het -zo nodig naar
                                        een volledige betrekking herberekende- salaris van de
                                        ambtenaar per maand;</al></li><li nr="p"><al><vet>Zvw:</vet> de Zorgverzekeringswet;</al></li><li nr="q"><al><vet>CAR:</vet> Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor
                                        de sector gemeenten;</al></li><li nr="r"><al><vet>UWO:</vet> Uitwerkingsovereenkomst;</al></li><li nr="s"><al><vet>functioneringstoelage:</vet> een toelage die aan de
                                        ambtenaar wordt toegekend op grond van buitengewone
                                        bekwaamheid, geschiktheid en ijver;</al></li><li nr="t"><al><vet>waarnemingstoelage:</vet> een vergoeding die wordt
                                        toegekend aan de ambtenaar die ingevolge hem daartoe door of
                                        namens het college verstrekte opdracht volledig een andere
                                        betrekking waarneemt, indien voor die betrekking een hogere
                                        schaal geldt dan voor de eigen betrekking;</al></li><li nr="u"><al><vet>LOGA:</vet> Landelijk Overleg Gemeentelijke
                                        Arbeidsvoorwaarden;</al></li><li nr="v"><al><vet>WAO:</vet> de Wet op de
                                        arbeidsongeschiktheidsverzekering;</al></li><li nr="w"><al><vet>arbeidsongeschiktheid:</vet> arbeidsongeschikt in de
                                        zin van artikel 18, eerste lid, van de WAO;</al></li><li nr="x"><al><vet>WAO-uitkering:</vet> een uitkering op grond van de
                                        WAO;</al></li><li nr="y"><al><vet>WIA:</vet>Wet werk en inkomen naar
                                        arbeidsvermogen;</al></li><li nr="z"><al><vet>IVA:</vet> regeling inkomensvoorziening volledig
                                        arbeidsongeschikten;</al></li><li nr="aa"><al><vet>IVA-uitkering:</vet> de uitkering bij volledige en
                                        duurzame arbeidsongeschiktheid op grond van de WIA;</al></li><li nr="bb"><al><vet>WGA:</vet> Regeling werkhervatting gedeeltelijk
                                        arbeidsgeschikten;</al></li><li nr="cc"><al><vet>WGA-uitkering:</vet> de werkhervattingsuitkering
                                        gedeeltelijk arbeidsgeschikten op grond van de WIA;</al></li><li nr="dd"><al><vet>WAJONG:</vet>Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor
                                        jong gehandicapten;</al></li><li nr="ee"><al><vet>WAZ:</vet>Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
                                        zelfstandigen;</al></li><li nr="ff"><al><vet> Waz :</vet>Wet arbeid en zorg;</al></li><li nr="gg"><al><vet>SUWI:</vet> de wet Structuur Uitvoeringsorganisatie
                                        Werk en Inkomen;</al></li><li nr="hh"><al><vet>uitvoeringsinstelling:</vet> een uitvoeringsinstelling
                                        als bedoeld in artikel 39, derde lid, van de Organisatiewet
                                        sociale verzekeringen 1997;</al></li><li nr="ii"><al><vet>pensioenreglement:</vet> het pensioenreglement van de
                                        Stichting Pensioenfonds ABP;</al></li><li nr="jj"><al><vet>WPA:</vet> de Wet privatisering ABP;</al></li><li nr="kk"><al><vet>FPU-regeling:</vet> regeling flexibel pensioen en
                                        uittreden, bedoeld in artikel 2 van de Centrale
                                        Vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel;</al></li><li nr="ll"><al><vet>FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering:</vet>
                                        het reglement zoals bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de
                                        Centrale Vut-overeenkomst overheids- en
                                        onderwijspersoneel;</al></li><li nr="mm"><al><vet>deeltijdbetrekking:</vet> een betrekking waarbij de
                                        arbeidsduur per jaar minder dan 1836 uur bedraagt en de
                                        formele arbeidsduur per week minder dan 36 uur
                                        bedraagt;</al></li><li nr="nn"><al><vet>ZW:</vet> de Ziektewet;</al></li><li nr="oo"><al><vet>ZW-uitkering:</vet> ziekengeld of uitkering krachtens
                                        de ZW;</al></li><li nr="pp"><al><vet>UWV:</vet> het Uitvoeringsinstituut
                                        Werknemersverzekeringen, als bedoeld in hoofdstuk 5 van de
                                        wet SUWI.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Tot de openbare dienst van de gemeente behoren alle diensten en
                                bedrijven door de gemeente beheerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:1:0:1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al> Voor de toepassing van dit uitvoeringsbesluit wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a"><al><vet>AVR:</vet> Arbeidvoorwaardenregeling gemeente
                                    Harderwijk;</al></li><li nr="b"><al><vet>CAR:</vet> Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor de
                                    sector gemeenten; </al></li><li nr="c"><al><vet>Ambtenaar: </vet>Degene op wie de AVR van toepassing
                                    is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:2 Geen ambtenaar</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor de toepassing van deze regeling en de uitwerkingsovereenkomst
                                wordt niet als ambtenaar beschouwd: </al><lijst><li nr="a"><al> het onderwijzend personeel bij een inrichting van openbaar
                                        onderwijs;</al></li><li nr="b"><al> het onderwijsondersteunend personeel bij een inrichting van
                                        openbaar onderwijs, indien zij belanghebbenden zijn in de
                                        zin van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel;</al></li><li nr="c"><al>de (buitengewoon) ambtenaar van de burgerlijke stand als
                                        zodanig;</al></li><li nr="d"><al>de onbezoldigd gemeenteambtenaar als genoemd in artikel 231,
                                        tweede lid, onderdeel b, c, d en e van de Gemeentewet; </al></li><li nr="e"><al>de directeur van de RDW Dienst Wegverkeer die tevens is
                                        benoemd tot onbezoldigd ambtenaar der gemeentelijke
                                        belastingen;</al></li><li nr="f"><al>de onbezoldigd gemeenteambtenaar die toezichthouder is
                                        zonder opsporingsbevoegdheid;</al></li><li nr="g"><al>de onbezoldigd gemeenteambtenaar die toezichthouder is met
                                        opsporingsbevoegdheid;</al></li><li nr="h"><al>hij die een indicatie heeft voor de sociale werkvoorziening
                                        en op grond daarvan op basis van een arbeidsovereenkomst in
                                        dienst is van de gemeente, met uitzondering van de
                                        geïndiceerde die werkzaam is bij de gemeente in het kader
                                        van begeleid werken als bedoeld in artikel 7 van de Wet
                                        sociale werkvoorziening;</al></li><li nr="i"><al>de ambtenaar als bedoeld in artikel 1.1, onder “medewerker”,
                                        van de sector-cao Ambulancezorg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor toepassing van onderdeel f of g van het eerste lid is,
                                afhankelijk van de lokale bevoegdheidsverdeling tussen het
                                georganiseerd overleg en de ondernemingsraad, overeenstemming
                                vereist in het georganiseerd overleg of instemming vereist van de
                                ondernemingsraad.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Op de ambtenaar die aangesteld is als vrijwilliger bij de
                                gemeentelijke brandweer is alleen hoofdstuk 19 en hoofdstuk 19a van
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:2:0:1 Rechtspositieregeling BABS</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in artikel 1:2 is een
                            rechtspositieregeling BABS vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:2:1 Geen ambtenaar</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Op de ambtenaar met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk
                                recht is aangegaan zijn artikel 3:3, 3:3:1, 7:24a, 7:25, 7:25a,
                                7:25b en de hoofdstukken 17 en 18 niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op de ambtenaar die is aangesteld hoofdzakelijk ten behoeve van een
                                wetenschappelijke of praktische opleiding of vorming zijn de
                                hoofdstukken 3, 7, 10d, 11a en 17 niet van toepassing</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Op de ambtenaar die is aangesteld als vakantiekracht zijn de
                                hoofdstukken 3, 10d en 17 niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Op de ambtenaar die is aangesteld voor het verrichten van
                                werkzaamheden in het kader van een door de overheid getroffen
                                regeling, die het karakter draagt door een tijdelijke tewerkstelling
                                de opneming in het arbeidsproces te bevorderen van personen, die
                                behoren tot één of meer bepaalde groepen van werklozen, zijn de
                                hoofdstukken 3, 10d en 11a niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:3 Toepassing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De bepalingen van deze regeling en de uitwerkingsovereenkomst vinden
                                ten aanzien van ambtenaren, omtrent wier rechtstoestand bij of
                                krachtens de wet regelen zijn gesteld, slechts toepassing, voor
                                zover bij of krachtens de wet die rechtstoestand niet is
                                geregeld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij besluit van het college kan de toepasselijkheid van deze
                                regeling en de uitwerkingsovereenkomst of van delen daarvan op
                                ambtenaren of groepen ambtenaren om bijzondere redenen worden
                                uitgesloten. Het voornemen een besluit te nemen, bedoeld in de
                                eerste volzin, wordt - met redenen omkleed - gemeld bij het
                                secretariaat van het LOGA. Deze melding kan voor LOGA-partijen
                                aanleiding zijn te besluiten tot een verdere handelwijze.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:3a Toepassing</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze regeling ten aanzien van de griffier en de
                            op de griffie werkzame ambtenaren is de raad bevoegd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:4:1 Voorschriften en instructies</titel></kop><al>Met inachtneming van het bepaalde in deze regeling kan het college,
                            indien zulks naar het oordeel van het college nodig of wenselijk
                            is:</al><lijst><li nr="a"><al>bijzondere voorschriften vaststellen ter uitvoering van de
                                    bepalingen van deze regeling, alsmede ten behoeve van het
                                    functioneren van de dienst;</al></li><li nr="b"><al>instructies vaststellen ten aanzien van betrekkingen en bij de
                                    vervulling daarvan te volgen werkwijzen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:4:2 Uitreiking van CAR en UWO</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op verzoek ontvangt de ambtenaar kosteloos een exemplaar van deze
                                regeling, van de wijzigingen daarvan en van alle andere regelingen
                                welke ter uitvoering van artikel 125 van de Ambtenarenwet zijn of
                                worden getroffen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Op verzoek ontvangen eveneens kosteloos een exemplaar van de in het
                                vorige lid bedoelde stukken:</al><lijst><li nr="a"><al>de centrale van overheidspersoneel welke zijn toegelaten tot
                                        het LOGA met het college voor Arbeidszaken van de Vereniging
                                        van Nederlandse Gemeenten;</al></li><li nr="b"><al>de organisatie die blijkens hun statuten de belangen van
                                        gemeenteambtenaren behartigen en aangesloten zijn bij de
                                        onder a aangeduide centrales;</al></li><li nr="c"><al>de afdelingen van de organisaties, bedoeld onder b;</al></li><li nr="d"><al>ieder ander die daarvoor naar het oordeel van het college in
                                        aanmerking komt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:4:3 Uitreiking van CAR en UWO</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Op verzoek ontvangt de ambtenaar kosteloos een exemplaar van de voor
                                hem geldende schriftelijke regels, welke zijn vastgesteld ter
                                uitwerking of uitvoering van de bepalingen van deze regeling of
                                welke hij bij de vervulling van zijn betrekking heeft na te leven,
                                tenzij de bedoelde regels op een voor hem gemakkelijk toegankelijke
                                plaats ter inzage liggen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Wanneer de ambtenaar niet schriftelijk vastgestelde regels als
                                bedoeld in het eerste lid heeft na te leven, worden deze behoorlijk
                                te zijner kennis gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:4:4 Voordragen van belangen</titel></kop><al>De ambtenaar heeft het recht zijn belangen rechtstreeks bij het hoofd
                            van dienst en bij het tot aanstelling bevoegd bestuursorgaan voor te
                            dragen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:4:5:0 Elektronisch verzenden van rechtspositionele
                                besluiten</titel></kop><al> Op aanstellings- en ontslagbesluiten na wordt alle correspondentie over
                            de uitvoering van deze Arbeidsvoorwaardenregeling digitaal verzonden
                            naar de betrokken ambtenaar. Voorwaarde hiervoor is dat de ambtenaar
                            beschikt over een werk-email adres. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:5 Omvang van de betrekking</titel></kop><al>Bij de berekening van uren onder meer bij het bepalen van de omvang van
                            de betrekking, worden deze tot op twee decimalen afgerond. Om tot een
                            decimaal te komen wordt de gangbare afbreekregel gehanteerd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1:6 Vrijstelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In een nadere regeling kan worden bepaald dat in bijzondere gevallen
                                voor nader te bepalen hogere functies een tijdelijke aanstelling kan
                                worden verleend in afwijking van artikel 2:4, alsmede dat voor
                                bedoelde functies kan worden afgeweken van de salaristabel en/of van
                                het bepaalde in hoofdstukken 8 en 10d. In de commissie voor
                                georganiseerd overleg moet overeenstemming zijn bereikt over de
                                criteria voor de aanwijzing van deze functies en over de functies
                                zelf. Ingeval geen commissie voor georganiseerd overleg is
                                ingesteld, wordt de procedure ingevolge bijlage III van deze
                                regeling gevoerd bij het opstellen van evengenoemde criteria en bij
                                het bepalen van de functies, waarbij het overeenstemmingsvereiste
                                van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde regeling kan overeenkomstig van
                                toepassing worden verklaard op ambtenaren in tijdelijke dienst die
                                projecten of functies van tijdelijke aard uitoefenen waarbij de te
                                bereiken resultaten in een bepaalde tijdsperiode tevoren kunnen
                                worden vastgesteld en de betrokken ambtenaar in verregaande mate
                                zelfstandig verantwoordelijkheid draagt voor de inrichting van de
                                werkzaamheden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2 Aanstelling en arbeidsovereenkomst</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2:1 Aanstelling; het bevoegd gezag</titel></kop><al>Tenzij bij of krachtens wet of raadsbesluit anders is of wordt bepaald,
                            geschiedt de aanstelling door het college.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:1A Aanstelling in algemene dienst</titel></kop><lid><lidnr> 1 </lidnr><al> De aanstelling geschiedt in algemene dienst van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college stelt in een lokale regeling nadere regels ter
                                uitvoering van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De ambtenaar die op 31 december 2012 in dienst is van de gemeente is
                                met ingang van 1 januari 2013 van rechtswege aangesteld in algemene
                                dienst van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:1A:0:1 Regeling algemene dienst</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in artikel 2:1A is een Regeling algemene
                            dienst vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze regeling te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:1B Aanstelling in algemene dienst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De ambtenaar is – nadat hij is gehoord – verplicht om in het belang
                                van de dienst een andere passende functie te aanvaarden. Een
                                passende functie is een functie die de ambtenaar redelijkerwijs in
                                verband met zijn persoonlijkheid, zijn omstandigheden en de voor hem
                                bestaande vooruitzichten kan worden opgedragen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien het college dit in het belang van de dienst nodig acht, is de
                                ambtenaar verplicht om: </al><lijst><li nr="a"><al> tijdelijk niet tot zijn functie behorende werkzaamheden te
                                        verrichten, dan wel tijdelijk een andere functie waar te
                                        nemen;</al></li><li nr="b"><al> tijdelijk werkzaamheden te verrichten buiten de voor hem
                                        vastgestelde werktijden;</al></li><li nr="c"><al> beschikbaar te zijn buiten de voor zijn functie
                                        vastgestelde werktijden. Voor het, gedurende onbepaalde tijd
                                        periodiek verrichten van deze beschikbaarheidsdiensten wordt
                                        de ambtenaar schriftelijk aangewezen, indien deze diensten
                                        ten minste op gemiddeld zestig kalenderdagen in een periode
                                        van twaalf maanden zullen moeten worden verricht, hetgeen
                                        uit de schriftelijke aanwijzing moet blijken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Wanneer de ambtenaar meent, dat in verband met zijn persoonlijkheid
                                en omstandigheden de in het tweede lid bedoelde werkzaamheden
                                redelijkerwijs niet van hem kunnen worden gevergd, geeft hij –
                                onverminderd zijn verplichting om die werkzaamheden terstond aan te
                                vangen – daarvan door tussenkomst van het hoofd van dienst terstond
                                kennis aan het college, dat zo spoedig mogelijk een beslissing ter
                                zake neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:2 Aanstelling; onderzoek naar bekwaamheid en
                                geschiktheid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor aanstelling kan slechts in aanmerking komen hij van wie - na
                                een daartoe door of vanwege het tot aanstelling bevoegd
                                bestuursorgaan gehouden onderzoek - kan worden aangenomen, dat hij
                                in voldoende mate beschikt over de hoedanigheden tot het verrichten
                                van de hem op te dragen werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het college treft maatregelen, waardoor de vertrouwelijkheid van de
                                gegevens, ontvangen op grond van het in het eerste lid bedoelde
                                onderzoek, te allen tijde wordt gegarandeerd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Voor aanstelling kan als vereiste worden gesteld, dat betrokkene in
                                het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de
                                Wet justitiële gegevens.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De vreemdeling, zoals omschreven in de Vreemdelingenwet 2000 kan
                                slechts voor een aanstelling in aanmerking komen indien hij beschikt
                                over een tewerkstellingsvergunning tenzij hij van deze verplichting
                                is uitgesloten krachtens artikel 3 van de Wet arbeid
                                vreemdelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:3 Aanstelling; geneeskundig onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onverminderd artikel 2:2 , kan het college bepalen dat voor
                                bepaalde functies, waarbij aan de vervulling van de functie
                                bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid moeten
                                worden gesteld, aanstelling alleen mogelijk is na een geneeskundig
                                onderzoek gericht op de te vervullen betrekking, waaruit blijkt dat
                                tegen het vervullen van de betrekking uit medisch oogpunt geen
                                bezwaren bestaan. Het geneeskundig onderzoek wordt ingesteld door de
                                geneeskundige(n), daartoe aangewezen door het college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De kosten van het geneeskundig onderzoek komen ten laste van de
                                gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:4 Duur van de aanstelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De aanstelling geschiedt vast of tijdelijk.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Vanaf de dag dat de tijdelijke aanstelling een periode van 36
                                maanden overschrijdt, geldt, met inachtneming van het derde en
                                vierde lid, de laatste aanstelling met ingang van die dag als vaste
                                aanstelling.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het tweede lid is niet van toepassing wanneer een tijdelijke
                                aanstelling wordt aangegaan voor een project met een eenmalig en
                                uniek karakter.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In afwijking van het tweede lid geldt bij een tijdelijke
                                aanstelling die is aangegaan voor vervulling van de betrekking bij
                                wijze van proef een maximale termijn van 24 maanden, eventuele
                                verlengingen daarin begrepen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing wanneer tijdelijke
                                aanstellingen elkaar met tussenpozen van niet meer dan drie maanden
                                hebben opgevolgd en een periode van 36 maanden, die tussenpozen
                                inbegrepen, overschrijden.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Vanaf de dag dat meer dan drie tijdelijke aanstellingen elkaar
                                hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan drie maanden,
                                geldt de laatste aanstelling als vaste aanstelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:4:1 Bericht van aanstelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar ontvangt voor zijn indiensttreding kosteloos het
                                bericht van aanstelling. Dit bericht vermeldt:</al><lijst><li nr="a"><al>de gegevens genoemd in artikel II, tweede lid, onderdeel a
                                        tot en met j, van de wet van 2 december 1993 (Stb. 1993,
                                        635);</al></li><li nr="b"><al>de geboortedatum en geboorteplaats van de ambtenaar</al></li><li nr="c"><al>de aanstellingsgrond, indien de ambtenaar is
                                        aangesteld:</al><lijst><li nr="I"><al>in een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde
                                                tijd;</al></li><li nr="II"><al>voor vervulling van een betrekking bij wijze van
                                                proef;</al></li><li nr="III"><al>voor een project met een eenmalig en uniek
                                                karakter;</al></li><li nr="IV"><al>hoofdzakelijk ten behoeve van een wetenschappelijke
                                                of praktische opleiding of vorming;</al></li><li nr="V"><al>als vakantiekracht;</al></li><li nr="VI"><al>voor het verrichten van werkzaamheden in het kader
                                                van een door de overheid getroffen regeling, die het
                                                karakter draagt door een tijdelijke tewerkstelling
                                                de opneming in het arbeidsproces te bevorderen van
                                                personen, die behoren tot één of meer bepaalde
                                                groepen van werklozen;</al></li><li nr="VII"><al>als werkzoekende in tijdelijke dienst.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een wijziging bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt de
                                ambtenaar kosteloos meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De mededeling als bedoeld in het zesde lid van artikel II van de
                                wet van 2 december 1993 geschiedt kosteloos.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:4:2 Vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De vervulling van een vacature geschiedt bij voorkeur uit het
                                personeel van de gemeente, tenzij naar het oordeel van het tot
                                aanstelling bevoegde bestuursorgaan het dienstbelang zich daartegen
                                verzet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het bepaalde in het vorige lid van dit artikel is van
                                overeenkomstige toepassing op degenen die een uitkering krachtens
                                hoofdstuk 10a en 10d genieten ten laste van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:5 Arbeidsovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Door het college kan met een persoon slechts een
                                arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht worden aangegaan voor het
                                bij oproep verrichten van werkzaamheden van een in aard en omvang
                                wisselend karakter.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De arbeidsovereenkomst wordt schriftelijk aangegaan, in tweevoud
                                opgemaakt en door beide partijen ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Artikel 125h van de Ambtenarenwet is van overeenkomstige toepassing
                                op de persoon met wie een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is
                                gesloten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:5:1 Arbeidsovereenkomst</titel></kop><al>Ten aanzien van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 2:5 zijn
                            de artikelen 2:1 tot en met 2:4:2 van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:5:1:1 Arbeidsovereenkomst</titel></kop><al> Ten aanzien van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 2:5 is
                            het artikel 1:2:1, derde tot en met vierde lid van overeenkomstige
                            toepassing. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:5:2 Minimum-urengarantie bij oproepkrachten</titel></kop><al>De overeenkomst kent een minimum-urengarantie. Per oproep wordt een
                            minimum van 2 uur gegarandeerd en op maandbasis wordt uitbetaling van
                            minimaal 15 uur gegarandeerd. De middeling van gewerkte uren vindt per
                            kwartaal plaats indien in de maanden van het betreffende kwartaal meer
                            of minder uren wordt gewerkt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:5:3 Inhoud oproepovereenkomst</titel></kop><al>De overeenkomst dient de volgende afspraken te bevatten:</al><lijst><li nr="a"><al>de werkgever verbindt zich, indien zich werkzaamheden voordoen
                                    die een beroep op de arbeid van de oproepkracht rechtvaardigen,
                                    het verrichten van deze werkzaamheden aan de oproepkracht aan te
                                    bieden;</al></li><li nr="b"><al>de oproepkracht verbindt zich in beginsel de werkzaamheden - na
                                    daartoe opgeroepen te zijn - te verrichten;</al></li><li nr="c"><al>een oproep door de werkgever dient ten minste 24 uur voor de
                                    aanvang van de feitelijke werkzaamheden aan de oproepkracht
                                    kenbaar gemaakt te worden. Daarbij dient de werkgever de omvang
                                    van de werkzaamheden zo nauwkeurig mogelijk aan te geven;</al></li><li nr="d"><al>de werkgever verbindt zich in de overeenkomst de tijden te
                                    vermelden, waarbinnen de werkzaamheden kunnen worden
                                    verricht;</al></li><li nr="e"><al>een oproep kan door de werkgever worden afgezegd en door de
                                    oproepkracht worden geweigerd, indien de afzegging
                                    respectievelijk de weigering uiterlijk twaalf uur voor de
                                    aanvang van de feitelijke werkzaamheden aan de wederpartij
                                    kenbaar wordt gemaakt. Indien afzegging plaatsvindt zonder de
                                    termijn van twaalf uur in acht te nemen, is de werkgever
                                    gehouden loon te betalen als ware de werkzaamheden feitelijk
                                    vervuld. Indien weigering plaatsvindt zonder de termijn van
                                    twaalf uur in acht te nemen, maakt de oproepkracht zich schuldig
                                    aan plichtsverzuim;</al></li><li nr="f"><al>indien gedurende een omschreven periode de oproepkracht niet
                                    heeft gewerkt, terwijl de werkgever de oproepkracht ten minste
                                    een omschreven aantal malen daartoe heeft opgeroepen, en de
                                    oproepkracht alsdan niet verhinderd was werkzaam te zijn wegens
                                    ziekte, kan genoemde omstandigheid gelden als grond voor ontslag
                                    van de oproepkracht op grond van artikel 8:13.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:5:4 Bezoldiging en betaling bij ziekte van de
                                oproepkracht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De gemeente verbindt zich de bezoldiging van de oproepkracht te
                                baseren op de minimum afspraken zoals geformuleerd in artikel 2:5:2
                                .</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De bezoldiging die de oproepkracht geniet, daaronder begrepen de
                                vakantietoelage, wordt uitgedrukt in een bezoldiging per uur.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Ingeval de oproepkracht aanspraak maakt op een uitkering ingevolge
                                hoofdstuk 7, wordt als berekeningsbasis voor de uitkering uitgegaan
                                van het inkomen dat gemiddeld is genoten gedurende het
                                kalenderkwartaal, voorafgaand aan het tijdstip waarop de ziekte is
                                ontstaan. Ingeval het arbeidspatroon in bedoeld kalenderkwartaal in
                                belangrijke mate afwijkt van het arbeidspatroon in een voorafgaand
                                kwartaal, wordt uitgegaan van het inkomen dat is genoten gedurende
                                een kalenderkwartaal dat een getrouw beeld geeft van het gemiddelde
                                arbeidspatroon van de oproepkracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:6 Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Op aanstellingen of arbeidsovereenkomsten die op 1 juli 2001
                                voldoen aan de voorwaarden van artikel 2:4 , wordt artikel 2:4 pas
                                van toepassing indien een volgende aanstelling of
                                arbeidsovereenkomst wordt aangegaan na een tussenpoos van niet meer
                                dan drie maanden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op een tijdelijke aanstelling of arbeidsovereenkomst die voor 1
                                juli 2001 is verleend en die na 1 juli 2001 doorloopt, blijven tot
                                het einde van deze aanstelling of arbeidsovereenkomst de bepalingen
                                van toepassing, zoals deze luidden voor 1 juli 2001.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan op grond van de bepalingen
                                van artikel 2:5 , eerste lid, onder a, b of c, en artikel 2:5:2 ,
                                onder b, juncto artikel 2:5 , eerste lid, onder e, zoals deze
                                luidden voor 1 juli 2001, worden per 1 juli 2001 omgezet in een
                                aanstelling. Van deze omzetting ontvangt betrokkene kosteloos
                                bericht. Het aanstellingsbesluit voldoet aan de voorwaarden van
                                artikel 2:4:1 .</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Arbeidsovereenkomsten voor het bij oproep verrichten van
                                werkzaamheden van een in aard en omvang wisselend karakter, die zijn
                                aangegaan voor 1 mei 1994, vallen onder de werking van hoofdstuk 2,
                                zoals dat per 1 juli 2001 luidt, met uitzondering van artikel 2:5:2
                                .</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:7 Aanpassing arbeidsduur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Overeenkomstig de Wet aanpassing arbeidsduur heeft een persoon die
                                is aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is
                                aangegaan, het recht de formele arbeidsduur per week te verminderen,
                                tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich hiertegen
                                verzetten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Overeenkomstig de Wet aanpassing arbeidsduur heeft een persoon die
                                is aangesteld als ambtenaar of met wie een arbeidsovereenkomst is
                                aangegaan, het recht om de formele arbeidsduur per week uit te
                                breiden tot het aantal uren van een volledige betrekking, tenzij
                                zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich hiertegen
                                verzetten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het college kan afwijken van het gestelde in het tweede lid ten
                                aanzien van personen die werkzaam zijn in het kader van het Besluit
                                in- en doorstroombanen, indien dit zou leiden tot een verlies van
                                subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:7a Aanpassing arbeidsduur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Op verzoek van het college kan de arbeidsduur van een ambtenaar die
                                is aangesteld voor een formele arbeidsduur van 36 uur per week,
                                worden verruimd naar maximaal 40 uur per week.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij een verruiming van de arbeidsduur geldt dat:</al><lijst><li nr="-"><al>de verruiming van de arbeidsduur plaatsvindt gedurende een
                                        vooraf te bepalen periode;</al></li><li nr="-"><al>het salaris evenredig wordt verhoogd;</al></li><li nr="-"><al>de vakantieduur evenredig wordt verhoogd;</al></li><li nr="-"><al>de pensioenopbouw evenredig wordt verhoogd;</al></li><li nr="-"><al>de minimum vakantietoelage als bedoeld in artikel 6:3 ,
                                        tweede lid, sub a, evenredig wordt verhoogd;</al></li><li nr="-"><al>de minimale eindejaarsuitkering als bedoeld in artikel 3:6 ,
                                        eerste lid, evenredig wordt verhoogd;</al></li><li nr="-"><al>instemming van de ambtenaar is vereist;</al></li><li nr="-"><al>artikel 4a:2 in de bepaalde periode niet van toepassing
                                        is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Wanneer het eerste lid van dit artikel wordt toegepast, meldt het
                                college dit vooraf aan de OR.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college rapporteert jaarlijks in het sociaal jaarverslag over
                                het gebruik van de uitbreidingsmogelijkheid van de arbeidsduur naar
                                maximaal 40 uur. Deze rapportage wordt ter bespreking voorgelegd aan
                                de OR.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3 Salaris en vergoedingsregelingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3:1 Bezoldiging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Met inachtneming van artikel 1:2:1 wordt aan de ambtenaar binnen
                                het kader van een lokaal vast te stellen bezoldigingsregeling een
                                bezoldiging toegekend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In deze bezoldigingsregeling worden de volgende begrippen
                                gebruikt:</al><lijst><li nr="a"><al><vet>schaal:</vet> de in het kader van de
                                        bezoldigingsregeling, bedoeld in het eerste lid, voor een
                                        betrekking of voor een aantal betrekkingen tezamen ter
                                        bepaling van het salaris geldende opklimmende reeks van
                                        bedragen, daaronder mede begrepen de bedragen welke gelden
                                        ter verhoging van het salaris als gevolg van
                                        diensttijduitloop;</al></li><li nr="b"><al><vet>salaris:</vet> het bedrag van de schaal hetwelk aan de
                                        ambtenaar is toegekend of, indien voor de betrekking een
                                        vast bedrag geldt, dit bedrag;</al></li><li nr="c"><al><vet>bezoldiging:</vet> het salaris, vermeerderd met het
                                        bedrag van de aan de ambtenaar toegekende emolumenten en
                                        toelagen - niet zijnde onkostenvergoedingen - als omschreven
                                        in de in het eerste lid bedoelde regeling, alsmede het
                                        bedrag van de functioneringstoelage en de
                                        waarnemingstoelage.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Van de bezoldigingsregeling, bedoeld in het eerste lid, maken deel
                                uit bijlage IIen IIa van de CAR.</al><lijst><li nr="a"><al>Bijlage II omvat de indeling van de schalen, bedoeld in het
                                        tweede lid, onderdeel a, en is van toepassing op die
                                        ambtenaar die ook op 31 maart 1996 reeds een salaris genoot
                                        op grond van deze bijlage, tenzij op grond van het gestelde
                                        onder b, tweede gedachtenstreepje, bijlage IIa op hem van
                                        toepassing is.</al></li><li nr="b"><al>Bijlage IIa omvat de indeling en de opbouw van de schalen,
                                        bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en is van toepassing
                                        op: </al><lijst><li nr="-"><al>de ambtenaar die op of na 1 april 1996 een
                                                betrekking aanvaardt in de zin van de CAR, zonder
                                                direct daaraan voorafgaand een betrekking in de zin
                                                van de CAR te hebben vervuld en</al></li><li nr="-"><al>de ambtenaar die op of na 1 april 1996 een nieuwe
                                                betrekking in de zin van de CAR aanvaardt, direct
                                                voorafgegaan door een andere betrekking in de zin
                                                van de CAR, waarbij aan die nieuwe betrekking een
                                                beter salarisperspectief is verbonden. Hierbij wordt
                                                een betrekking mede als nieuw aangemerkt ingeval een
                                                bestaande aanstelling of arbeidsovereenkomst wordt
                                                gewijzigd, als gevolg van een wijziging in de uit te
                                                voeren taken.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Met inachtneming van het bepaalde in het derde lid en het vijfde lid
                                worden in de bezoldigingsregeling nadere regels gesteld inzake de
                                wijze waarop de inschaling plaatsvindt ingevolge bijlage IIa van de
                                ambtenaren ten aanzien van wie het salaris op 31 maart 1996 is
                                vastgesteld op grond van bijlage II .</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Van de nadere regels, bedoeld in het vorige lid, maken deel uit de
                                afspraken:</al><lijst><li nr="-"><al>dat de ambtenaar met een salaris ingevolge bijlage II , die
                                        voor 1 april 1997 reeds het maximum heeft bereikt van de
                                        schaal en die binnen die betrekking geen perspectief heeft
                                        op een hogere schaal eerst per 1 april 1997 een salaris gaat
                                        ontvangen op basis van het maximum van dezelfde schaal
                                        ingevolge bijlage IIa ;</al></li><li nr="-"><al>en dat de ambtenaar met een salaris ingevolge bijlage II die
                                        op of na 1 april 1997 het maximum bereikt van de schaal en
                                        binnen zijn betrekking geen perspectief heeft op een hogere
                                        schaal op de datum van het bereiken van het maximum van de
                                        schaal een salaris gaat ontvangen op basis van het maximum
                                        van dezelfde schaal ingevolge bijlage IIa .</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het salaris wordt berekend, gebaseerd op de formele arbeidsduur per
                                week, en uitgekeerd per maand.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Met instemming van de ambtenaar kan een ambtenaar van 55 jaar of
                                ouder in het kader van seniorenbeleid aangesteld worden in een
                                functie waaraan een lagere schaal is verbonden met een
                                dienovereenkomstige aanpassing van het salaris.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> Na de toepassing van artikel 7:16 , tweede lid, kan de ambtenaar
                                worden herplaatst in de eigen of een passende functie waaraan een
                                lagere schaal is verbonden met dienovereenkomstige aanpassing van
                                het salaris. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:1:1 Bezoldiging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De bezoldiging, bedoeld in artikel 3:1, eerste lid, wordt bepaald
                                met inachtneming van de aard van de betrekking en de wijze waarop de
                                ambtenaar deze vervult. Mede kunnen in aanmerking worden genomen
                                bekwaamheid en geschiktheid van de ambtenaar, voor zover in het
                                belang van de dienst gebleken ter zake van werkzaamheden niet tot
                                zijn eigenlijke betrekking behorende. Voorts kunnen in aanmerking
                                worden genomen leeftijd en dienstjaren van de ambtenaar alsook
                                andere omstandigheden, voor zover deze naar het oordeel van het tot
                                aanstelling bevoegde bestuursorgaan, gelet op het dienstbelang en
                                gelet op verhoudingen binnen de dienst, van betekenis zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor zover daarin niet reeds is voorzien door de in artikel 3:1,
                                eerste lid, bedoelde regeling kan het college nadere regelen stellen
                                met betrekking tot het in het eerste lid bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voor zover in de in artikel 3:1, eerste lid, bedoelde regeling niet
                                anders is bepaald, geschiedt de uitbetaling van de bezoldiging per
                                maand. Omtrent de wijze waarop de uitbetaling geschiedt, kan het
                                college nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Over de tijd gedurende welke de ambtenaar in strijd met zijn
                                verplichtingen opzettelijk nalaat zijn betrekking te vervullen,
                                wordt hem zijn bezoldiging niet uitgekeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:1:1:1 Bezoldigingsregeling</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in artikel 3:1 is een
                            bezoldigingsregeling vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze regeling te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:1:1:2 Bezoldigingsreglement</titel></kop><al>In aanvulling op het gestelde in artikel 3:1 is een
                            bezoldigingsreglement vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:1:2 Waarnemingstoelage</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De ambtenaar die ingevolge hem daartoe door of namens het college
                                verstrekte opdracht volledig een andere betrekking waarneemt,
                                ontvangt, indien voor die betrekking een hogere schaal geldt dan
                                voor zijn betrekking, over de tijd van deze waarneming een
                                vergoeding overeenkomstig het bepaalde in het volgende lid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vergoeding, bedoeld in het vorige lid, bedraagt 8% van het eigen
                                salaris gedurende de periode van de waarneming. De vergoeding
                                tezamen met de bezoldiging bedraagt gedurende de waarneming niet
                                meer dan de ambtenaar zou hebben ontvangen indien hij was
                                ingeschaald in de bij de waargenomen betrekking behorende schaal,
                                hoogste periodiek. Voor de ambtenaar wiens salaris hoger is dan het
                                maximum van een bij besluit van het college voor de toepassing van
                                deze bepaling aangewezen schaal, bestaat eerst aanspraak op deze
                                vergoeding, indien de waarneming in een aaneengesloten tijdvak van
                                zes weken ten minste twintig volle werkdagen heeft geduurd, in welk
                                geval hem de vergoeding over de dagen waarop hij reeds waargenomen
                                heeft alsnog wordt uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De ambtenaar die ingevolge hem daartoe door of namens het college
                                verstrekte opdracht volledig een andere betrekking waarneemt
                                waarvoor andere werktijden zijn vastgesteld dan voor zijn betrekking
                                gelden, ontvangt - zulks onverminderd het bepaalde in het eerste lid
                                - in zoverre op de waar te nemen betrekking het bepaalde in artikel
                                3:3 van toepassing is een vergoeding overeenkomstig de in dat
                                artikel bedoelde regels. Op de eerste twee dagen en op de eerste
                                zaterdag en zondag van de waarneming ontvangt hij evenwel voor de
                                uren welke liggen buiten de voor zijn betrekking geldende werktijd
                                ten minste een bedrag gelijk aan de vergoeding als bedoeld in
                                artikel 3:2:1 . Wordt achtereenvolgens en zonder onderbreking meer
                                dan een betrekking als hier bedoeld waargenomen, dan geldt dit als
                                een geval van waarneming.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Geen vergoeding ingevolge het eerste en derde lid wordt genoten door
                                de ambtenaar voor wie krachtens zijn aanstelling een bijzondere
                                regeling geldt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college is bevoegd om in andere gevallen van waarneming een naar
                                het oordeel van het college, gelet op de aard en de omvang van de
                                ingevolge de waarneming verrichte werkzaamheden, alsmede op de duur
                                en de wijze van de waarneming, billijke vergoeding toe te
                                kennen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:2 Overwerkvergoeding</titel></kop><al>De ambtenaar heeft recht op een vergoeding voor overwerk. In een nader
                            vast te stellen regeling wordt onder meer bepaald in welke gevallen een
                            uitzondering geldt wat betreft de mogelijkheid aanspraak te maken op een
                            vergoeding, bedoeld in de eerste volzin.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:2:1 Overwerkvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergoeding, bedoeld in artikel 3:2, bestaat uit verlof gelijk aan
                                het aantal volle uren van het overwerk, alsmede uit het bedrag dat
                                voor die uren wordt berekend overeenkomstig het in het vijfde lid
                                bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het verlof, bedoeld in het vorige lid, wordt verleend op een zo
                                vroeg mogelijk tijdstip. Op verzoek van de ambtenaar en voor zover
                                de belangen van de dienst en de belangen van de andere ambtenaren
                                dit toelaten wordt het verlof verleend - zo nodig in afwijking van
                                het bepaalde in de eerste volzin - op een tijdstip dat de ambtenaar
                                wenst.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voor 1 november (tenzij lokaal anders is geregeld) kunnen verlofuren
                                die het gevolg zijn van de vergoeding voor overwerk dat zal worden
                                verricht in het daarop volgende kalenderjaar, worden omgezet in
                                vakantie als bedoeld in artikel 6:2, eerste lid. Het aantal
                                verlofuren uit de vorige volzin en het aantal vakantie-uren, als
                                bedoeld in artikel 6:2, tweede lid, tezamen mag maximaal 50,4 uur
                                bedragen. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een arbeidsduur
                                van minder dan 36 uur per week geldt een naar evenredigheid lager
                                aantal uren als maximum.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Kan geen verlof worden verleend in overeenstemming met het in het
                                tweede lid bepaalde, dan bestaat de in artikel 3:2 bedoelde
                                vergoeding uitsluitend uit een bedrag. Dit bedrag wordt berekend
                                overeenkomstig het bepaalde in het vijfde lid, met dien verstande,
                                dat de in dat lid genoemde percentages worden vermeerderd met
                                100.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><lijst><li nr="a"><al>Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde vergoeding
                                        wordt voor elk van de in aanmerking komende uren berekend
                                        naar een percentage van het uurloon van de ambtenaar. Dit
                                        percentage bedraagt:</al><lijst><li nr="-"><al>100 voor overwerk op een zondag tussen 0 en 24
                                                uur;</al></li><li nr="-"><al>75 voor overwerk op een zaterdag tussen 0 en 24
                                                uur;</al></li><li nr="-"><al>75 voor overwerk op een maandag tussen 0 en 6
                                                uur</al></li><li nr="-"><al>50 voor overwerk op een dinsdag, woensdag, donderdag
                                                of vrijdag tussen 0 en 6 uur;</al></li><li nr="-"><al>50 voor overwerk op een maandag, dinsdag, woensdag,
                                                donderdag of vrijdag tussen 20 en 24 uur;</al></li><li nr="-"><al>25 voor overwerk op maandag, dinsdag, woensdag,
                                                donderdag of vrijdag tussen 6 en 20 uur</al></li></lijst></li><li nr="b"><al>Voor overwerk op een feestdag, als bedoeld in artikel 4:2:1
                                        , derde lid, en op de dag volgende op die feestdag tussen 0
                                        en 6 uur, geldt het percentage ingevolge het voorgaande,
                                        onderscheidenlijk voor een zondag en voor een maandag tussen
                                        0 en 6 uur, bepaald.</al></li><li nr="c"><al>Is voor de ambtenaar volgens rooster in plaats van een
                                        zondag, een feestdag, als bedoeld in artikel 4:2:1 , derde
                                        lid, of een zaterdag, een andere vrije dag aangewezen dan
                                        wordt overwerk op die dag beschouwd als overwerk op
                                        overeenkomstige uren verricht op onderscheidenlijk een
                                        zondag, een feestdag, bedoeld in artikel 4:2:1 , derde lid,
                                        of een zaterdag. Het college is echter bevoegd om, indien
                                        zulks naar het oordeel van het college wenselijk is, een
                                        regeling vast te stellen waarbij in afwijking van het hier
                                        bepaalde voor overwerk op vorenbedoelde vrije dag, ongeacht
                                        of deze is aangewezen in de plaats van een zondag of een
                                        feestdag, bedoeld in artikel 4:2:1 , derde lid, of een
                                        zaterdag, een gelijke vergoeding wordt vastgesteld van
                                        80%.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het college bepaalt welke ambtenaren - gelet op de aard en het
                                niveau van hun betrekking - geen aanspraak hebben op vergoeding voor
                                overwerk.Het college is bevoegd aan de ambtenaar die op grond van
                                het bovenstaande geen aanspraak heeft op vergoeding voor overwerk in
                                bijzondere gevallen een door het college te bepalen vergoeding toe
                                te kennen, indien en naarmate dit naar het oordeel van het college,
                                gelet op de aard of omvang van het overwerk en de onvermijdelijkheid
                                daarvan, redelijk is te achten.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Het college is bevoegd om voor werkzaamheden welke door ambtenaren
                                met een verschillende bezoldiging en eventueel een verschillende
                                betrekking te samen en gelijktijdig als overwerk moeten worden
                                verricht, een naar het oordeel van het college billijke voor deze
                                ambtenaren gelijke vergoeding vast te stellen.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op overwerk dat voortvloeit uit
                                een van de in artikel 15:1:11 bedoelde verplichtingen. Het college
                                regelt afzonderlijk de vergoeding voor zodanig overwerk.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:2:1:1 Overwerkvergoeding</titel></kop><al> Voor artikel 3:2:1 lid 3 geldt dat dit binnen de gemeente Harderwijk in
                            de loop van het kalenderjaar kan in plaats van voor 1 november. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:2:1:2 Overwerkvergoeding</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in artikel 3:2 is een regeling overwerk
                            vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:3 Toelage onregelmatige dienst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De ambtenaar heeft recht op een vergoeding over de werktijd
                                vastgesteld op:</al><lijst><li nr="a"><al>maandag tot en met vrijdag tussen 00.00 en 08.00 uur en
                                        tussen 18.00 uur en 24.00 uur;</al></li><li nr="b"><al>zaterdag tussen 00.00 en 24.00 uur;</al></li><li nr="c"><al>zondag tussen 00.00 en 24.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid heeft de ambtenaar
                                geen recht op vergoeding, indien in een week slechts op één
                                aaneengesloten periode van ten hoogste 3 uur, op de in dat lid onder
                                a of b genoemde tijdstippen, werktijd is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het tweede lid behoudt de ambtenaar
                                zijn recht op vergoeding over de op zaterdag vastgestelde werktijd,
                                indien voor hem reeds vóór 1 januari 1997 in de regel werktijd op
                                zaterdag werd vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In een nader vast te stellen regeling wordt onder meer bepaald in
                                welke gevallen, anders dan in de voorgaande leden, een uitzondering
                                geldt voor de mogelijkheid om aanspraak te maken op een vergoeding,
                                als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:3:0:1 Onregelmatigheidstoelage</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in artikel 3:3 is aanvullend beleid
                            vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:3:0:2 Toelage onregelmatige dienst</titel></kop><al> Aan de ambtenaar, die anders dan bij wijze van overwerk, regelmatig of
                            vrij regelmatig arbeid verricht op andere tijden dan op de dagen maandag
                            tot en met vrijdag tussen 8 en 18 uur, wordt een toelage toegekend.</al><al> De toelage bedraagt per gewerkt uur een percentage van het voor de
                            ambtenaar geldende salaris per uur en wel</al><lijst><li nr="a"><al> 20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 6 en 8
                                    uur en tussen 18 en 22 uur; </al></li><li nr="b"><al> 40% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 0 en 6
                                    uur en tussen 22 en 24 uur; </al></li><li nr="c"><al> 45% voor de uren op zaterdag; </al></li><li nr="d"><al> 70% voor de uren op zondag; </al></li><li nr="e"><al> 100% voor de uren op de feestdagen genoemd in artikel 21,
                                    vijfde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, Eerste
                                    Paasdag en Eerste Pinksterdag, met dien verstande dat genoemde
                                    percentages worden berekend over ten hoogste het salaris per
                                    uur, dat is afgeleid van het salaris behorende bij salarisnummer
                                    10 van salarisschaal 7. </al></li></lijst><al> Voor de in het vorige lid onder a genoemde morgen- en avonduren wordt
                            de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen vóór 7
                            uur, respectievelijk is beëindigd na 19 uur. </al><al> In afwijking van het bepaalde in het eerste en het tweede lid ontvangt
                            de ambtenaar met ingang van de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar
                            bereikt een vaste toelage, mits hij op dat moment gedurende ten minste 5
                            jaar zonder wezenlijke onderbreking een toelage als bedoeld in het
                            eerste lid heeft genoten. </al><al> De toelage bedoeld in het vierde lid wordt vastgesteld op het bedrag
                            dat de ambtenaar over de twaalf kalendermaanden voorafgaande aan de
                            maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt gemiddeld per maand aan
                            toelage als bedoeld in het eerste lid heeft genoten en wordt aangepast
                            aan algemene salariswijzigingen. </al><al> Voor de toepassing van het vierde lid wordt onder wezenlijke
                            onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.</al><al> In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen, welke het
                            bepaalde in de vorige leden aanvult of daarvan afwijkt. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:3:1 Beschikbaarheidsdiensten</titel></kop><al>Het college stelt voor de ambtenaar aan wie de verplichting, bedoeld in
                            artikel 15:1:10 , tweede lid, onder c, is opgelegd, regelen ter
                            vergoeding daarvan. Geen vergoeding wordt toegekend, indien
                            uitdrukkelijk is bepaald, dat bij de vaststelling van de bezoldiging met
                            vorenbedoelde verplichting is rekening gehouden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:4 Verschuivingsvergoeding</titel></kop><al>Het college kan bepalen dat bij verschuiving van de feitelijke
                            arbeidsduur per week of bij verschuiving van de vastgestelde werktijden,
                            anders dan op verzoek van de ambtenaar, aanspraak op een vergoeding
                            ontstaat. In een nader vast te stellen regeling wordt bepaald wanneer
                            recht ontstaat op een verschuivingsvergoeding.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:4:1 Verschuivingsvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3:4 heeft de ambtenaar
                                recht op een vergoeding, indien binnen 72 uur voor aanvang van de
                                oorspronkelijk vastgestelde:</al><lijst><li nr="a"><al>feitelijke arbeidsduur per week, deze arbeidsduur wordt
                                        verschoven;</al></li><li nr="b"><al>werktijd, deze werktijd wordt verschoven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in
                                geval een verschuiving van de oorspronkelijk vastgestelde
                                arbeidsduur per week en/of de oorspronkelijk vastgestelde werktijd
                                plaatsvindt zonder dat het dienstbelang dit vereist, gedurende de
                                periode gelegen tussen een maand en 72 uur voor aanvang van de
                                betreffende week dan wel de werktijd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De hoogte van deze vergoeding bedraagt voor elk verschoven uur 25%
                                van het uurloon.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:5 Ambtsjubileumgratificatie</titel></kop><al>De ambtenaar heeft recht op een ambtsjubileumgratificatie. In een nader
                            vast te stellen regeling wordt onder meer bepaald:</al><lijst><li nr="a"><al>in welke gevallen een uitzondering geldt wat betreft de
                                    mogelijkheid aanspraak te maken op een gratificatie, bedoeld in
                                    de aanhef;</al></li><li nr="b"><al>op welke wijze het bedrag aan gratificatie wordt berekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:5:1 Ambtsjubileumgratificatie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Aan de ambtenaar die gedurende 25 jaar een betrekking bij de
                                overheid heeft vervuld, wordt een gratificatie toegekend
                                overeenkomende met de helft van de bezoldiging en van de
                                vakantietoelage waarop de ambtenaar in de maand van zijn jubileum
                                aanspraak heeft.De ambtenaar die gedurende veertig respectievelijk
                                vijftig jaar een betrekking bij de overheid heeft vervuld, ontvangt
                                een gratificatie gelijk aan een bedrag, overeenkomende met de gehele
                                bezoldiging, vermeerderd met de vakantietoelage over de maand waarin
                                hij deze jubilea gedenkt. Aan de ambtenaar, die wordt
                                ontslagen:</al><lijst><li nr="a"><al>op grond van artikel 8:3 ;</al></li><li nr="b"><al>op grond van artikel 8:4 bij een arbeidsongeschiktheid van
                                        80% of meer;</al></li><li nr="c"><al>op grond van artikel 8:10 of 8:11 indien en voorzover het
                                        een volledig ontslag betreft;</al></li></lijst><al>en die indien het ontslag niet had plaatsgevonden het voor een
                                gratificatie vereiste aantal dienstjaren binnen vijf jaren na de
                                ontslagdatum had kunnen vervullen, wordt een proportionele
                                gratificatie toegekend.Deze proportionele gratificatie wordt
                                berekend door het bedrag waarop recht zou hebben bestaan indien het
                                vereiste aantal dienstjaren zou zijn vervuld, te vermenigvuldigen
                                met een breuk. Daarvan wordt de teller gevormd door het feitelijk
                                geheel of gedeeltelijk vervulde aantal dienstjaren, waarbij naar
                                boven wordt afgerond op hele maanden; de noemer is het aantal
                                dienstjaren dat vervuld had moeten zijn om voor de gratificatie in
                                aanmerking te komen. De op grond van het vorenstaande berekende
                                bedragen worden naar boven afgerond op een veelvoud van vijf
                                euro.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij gedeeltelijk ontslag wordt de proportionele
                                ambtsjubileumgratificatie berekend naar rato van het aantal uren
                                waarvoor ontslag wordt verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:5:1:1 Ambtsjubileumgratificatie</titel></kop><al> De gratificatie die wordt genoemd artikel 3:5:1 lid 1 bedraagt 7/10
                            deel van de bezoldiging en van de vakantietoelage waarop de ambtenaar in
                            de maand van zijn jubileum aanspraak heeft in plaats van de helft. </al><al> In aanvulling op artikel 3:5:1 lid 1 geldt dat aan de ambtenaar die
                            gedurende 12,5 jaar een betrekking bij de overheid heeft vervuld, een
                            gratificatie wordt toegekend overeenkomende met de helft van de
                            bezoldiging en van de vakantietoelage waarop de ambtenaar in de maand
                            van zijn jubileum aanspraak heeft. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:5:1:2 Ambts- en dienstjubilea, pensionering en afscheid
                            </titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in artikel 3:5 is de regeling viering
                            ambts- en dienstjubilea, pensionering en afscheid vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:6 Eindejaarsuitkering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De ambtenaar heeft recht op een eindejaarsuitkering ten bedrage van
                                6,0% van het voor hem in een kalenderjaar geldende salaris op
                                jaarbasis. De uitkering bedraagt bij een volledige betrekking
                                minimaal € 1.750,--. Bij een deeltijd betrekking wordt dit bedrag
                                naar rato vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De eindejaarsuitkering wordt eenmaal per kalenderjaar in de maand
                                december betaald.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij indiensttreding na 1 januari van een kalenderjaar bouwt de
                                ambtenaar naar evenredigheid aanspraken op een eindejaarsuitkering
                                op. Bij ontslag van de ambtenaar vindt betaling van de
                                eindejaarsuitkering plaats over het gedeelte van het kalenderjaar
                                dat de ambtenaar in dienstverband werkzaam is geweest.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:7:1 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:7:2 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:7:3 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:7:4 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:7:5 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:7:6 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:7:7 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:8:0:1 Bezwarende werkomstandigheden (procedure- en
                                vergoedingsregeling) </titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in hoofdstuk 3 is de procedure- en
                            vergoedingsregeling bezwarende werkomstandigheden 2010 vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3:9:0:1 Verdienstebeloning</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in hoofdstuk 3 is aanvullend beleid
                            vastgesteld over verdienstebeloning.</al><al> Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>4 Arbeidsduur en werktijden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4:1 Arbeidsduur en werktijden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan in overleg de feitelijke arbeidsduur per week
                                vaststellen op een andere omvang dan de formele arbeidsduur per
                                week. De voor de ambtenaar geldende arbeidsduur per jaar mag
                                hierdoor niet worden overschreden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De arbeidsduur bedraagt ten hoogste 11 uur per dag en 50 uur per
                                week.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Bij de brandweer en de wat betreft de van toepassing zijnde
                                dienstroosters daarmee vergelijkbare onderdelen, kunnen van het
                                eerste en het tweede lid afwijkende afspraken worden overeengekomen,
                                met dien verstande dat het bepaalde in de laatste volzin van het
                                eerste lid van toepassing blijft.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:2 Arbeidsduur en werktijden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In een nader door het college vast te stellen regeling worden
                                algemene regels omtrent de werktijden vastgesteld. Voor zover
                                ingevolge deze regeling wisselende werktijden gelden, wordt daarvoor
                                een rooster opgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij de regeling van de werktijd wordt in acht genomen:</al><lijst><li nr="a"><al>dat geen arbeid wordt verricht op zaterdagen en zondagen,
                                        tenzij afwijking van deze regel in het belang van de dienst
                                        noodzakelijk is;</al></li><li nr="b"><al>dat de werktijden ten minste één maand voor aanvang aan de
                                        ambtenaar bekend worden gemaakt;</al></li><li nr="c"><al>dat de werktijd behoorlijk door pauze wordt
                                        onderbroken;</al></li><li nr="d"><al>dat de werktijd van een ambtenaar niet uitsluitend wordt
                                        vastgesteld om het bepaalde in artikel 3:3 , derde lid te
                                        ontwijken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Bij de brandweer, en de wat betreft de van toepassing zijnde
                                dienstroosters daarmee vergelijkbare onderdelen, kan een van het
                                tweede lid afwijkende regeling worden getroffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:2:1 Arbeidsduur en werktijden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Bij de regeling van de werktijd en haar toepassing wordt zoveel
                                mogelijk gezorgd, dat de ambtenaar op zondag en de voor hem geldende
                                kerkelijke feestdagen zijn kerk kan bezoeken en dat hij in zijn
                                zondagsrust zo weinig mogelijk wordt beperkt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een afwijking van de regeling van de werktijd, bedoeld in artikel
                                4:2 , tweede lid, onder a, is voor wat betreft de zondag slechts
                                mogelijk voor ten hoogste 26 zondagen per jaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Hetgeen in dit artikel ten aanzien van het verrichten van arbeid op
                                zondag is bepaald, geldt mede voor het verrichten van arbeid op de
                                nieuwjaarsdag, de tweede Paasdag, de Hemelvaartsdag, de tweede
                                Pinksterdag, de beide Kerstdagen en de dag waarop de verjaardag van
                                de koningin wordt gevierd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Voor zover het dienstbelang niet anders vereist, geldt, hetgeen in
                                dit artikel ten aanzien van het verrichten van arbeid op zondag is
                                bepaald, ook voor kerkelijke of nationale, landelijke, regionale of
                                plaatselijk erkende feest- of gedenkdagen die door het college zijn
                                aangewezen als dagen, waarop de openbare dienst van de gemeente is
                                gesloten.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Het bepaalde in dit artikel vindt voor hem die tot een
                                kerkgenootschap behoort dat de wekelijkse rustdag op de sabbat of de
                                zevende dag viert, overeenkomstige toepassing indien hij een daartoe
                                strekkend verzoek heeft ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:2:2 Arbeidsduur en werktijden</titel></kop><al>Indien door de ambtenaar, bedoeld in artikel 3:3 , arbeid op zaterdag of
                            zondag wordt verricht, wordt hem voor elke zaterdag of zondag waarop hij
                            arbeid heeft verricht een werkdag ter vrije beschikking toegekend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:2:3:1 Variabele werktijden</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in artikel 4:2 is de regeling variabele
                            werktijden vastgesteld.</al><al> Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:3 Spaarmogelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al>opgebouwde verloftegoed: het voor 1 april 2006 opgebouwde
                                        verlof in het kader van de voormalige
                                        verlofspaarmogelijkheid; </al></li><li nr="b"><al>kapitalisatie van het opgebouwde verloftegoed: het omzetten
                                        van het opgebouwde verloftegoed in een geldbedrag. Per
                                        verlofuur wordt een bedrag uitgekeerd ten hoogte van het op
                                        het moment van uitbetalen geldende uurloon van de ambtenaar.
                                    </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het opgebouwde verloftegoed wordt op verzoek van de ambtenaar door
                                het college verleend, tenzij de belangen van de dienst zich
                                daartegen verzetten. De ambtenaar geniet het verlof zoveel als
                                mogelijk in een aaneengesloten periode.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De ambtenaar kan verzoeken om kapitalisatie van het opgebouwde
                                verloftegoed. Het college beslist of aan dit verzoek kan worden
                                voldaan. Het verloftegoed kan enkel worden gekapitaliseerd wanneer
                                de ambtenaar deelneemt aan de levensloopregeling en wanneer het
                                gekapitaliseerde verloftegoed wordt gestort op zijn
                                levenslooprekening. Bij de kapitalisatie van het opgebouwde
                                verloftegoed gelden de randvoorwaarden zoals opgenomen in de
                                wettelijke bepalingen omtrent de levensloopregeling. Wanneer in een
                                bepaald jaar het opgebouwde verloftegoed niet volledig kan worden
                                gekapitaliseerd kan de ambtenaar in een volgend jaar opnieuw een
                                verzoek indienen tot kapitalisatie van het resterende opgebouwde
                                verloftegoed. Het college beslist dan of aan dit verzoek kan worden
                                voldaan.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In geval van ontslag op grond van artikel 8:1 wordt het resterende
                                opgebouwde verloftegoed zoveel mogelijk opgenomen gedurende de
                                opzegtermijn. In overeenstemming met de ambtenaar kan hiervoor de
                                maximale opzegtermijn zonodig worden verlengd. Indien het voor de
                                ambtenaar, in verband met het aanvaarden van een andere betrekking,
                                niet mogelijk is om de opzegtermijn te verlengen, wordt het niet
                                opgenomen resterende opgebouwde verloftegoed uitbetaald ingevolge
                                het bepaalde in het tiende lid.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> In geval van ontslag op grond van artikel 8:3 , 8:6 , 8:7 , 8:8 ,
                                8:10 of 8:11 wordt de ambtenaar in de gelegenheid gesteld om
                                voorafgaand aan het ontslag het resterende opgebouwde verloftegoed
                                op te nemen. Indien dit niet mogelijk is, wordt het niet opgenomen
                                opgebouwde verloftegoed uitbetaald ingevolge het bepaalde in het
                                tiende lid.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> In geval van ontslag op grond van artikel 8:5a of 8:13 is de
                                ambtenaar verplicht het resterende opgebouwde verloftegoed op te
                                nemen met ingang van de dag dat het voornemen tot ontslag aan de
                                ambtenaar is meegedeeld. Het ontslag gaat in op de eerste dag na
                                afloop van de opname van het opgebouwde verloftegoed</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> In geval van ontslag op grond van artikel 8:4 en 8:5 of 8:9 wordt
                                het resterende opgebouwde verloftegoed uitbetaald op grond van het
                                tiende lid.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> In het geval van overlijden van de ambtenaar wordt aan de
                                nabestaanden, met inachtneming van het bepaalde van artikel 8:16:2 ,
                                het resterende opgebouwde verloftegoed uitbetaald ingevolge het
                                bepaalde in het tiende lid.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al> In geval het ontslag als bedoeld in de voorgaande leden een
                                gedeeltelijk ontslag betreft, worden tussen de ambtenaar en het
                                college nadere afspraken gemaakt over de opname van het resterende
                                opgebouwde verloftegoed. </al></lid><lid><lidnr>10</lidnr><al> Indien het opgebouwde verloftegoed wordt uitbetaald, wordt dit
                                uitbetaald naar het op het moment van uitbetalen geldende uurloon
                                van de ambtenaar. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:3:1 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:3:2 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:3:3 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>4a Uitwisselen van arbeidsvoorwaarden</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4a:1 Vakantie-uren uitwisselen tegen geld</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar kan bij het college voor 1 november (tenzij lokaal
                                anders is geregeld) een verzoek indienen om gedurende het
                                daaropvolgende kalenderjaar de duur van de vakantie - als bedoeld in
                                artikel 6:2, eerste lid - te verminderen in ruil voor een vergoeding
                                als bedoeld in het vijfde lid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal
                                vakantie-uren –na vermindering op grond van het eerste lid –
                                minimaal 144 uren. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een
                                formele arbeidsduur van minder dan 36 uur per week en voor de
                                ambtenaar die gebruikmaakt van de seniorenregeling bedoeld in
                                artikel 5:1 of 5:3, geldt een naar evenredigheid lager aantal uren
                                als minimum.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal
                                te verminderen vakantie-uren op grond van het eerste lid maximaal 72
                                uren. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een formele
                                arbeidsduur van minder dan 36 uur per week en voor de ambtenaar die
                                gebruikmaakt van de seniorenregeling bedoeld in artikel 5:1 of 5:3,
                                geldt een naar evenredigheid lager aantal uren als maximum.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het college wijst een verzoek als bedoeld in het eerste lid toe,
                                tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen
                                verzetten.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Tenzij op lokaal niveau anders is overeengekomen ontvangt de
                                ambtenaar voor elk op grond van het eerste lid verminderd
                                vakantie-uur een vergoeding overeenkomend met de hoogte van het
                                salaris per uur dat hij geniet bij de aanvang van het kalenderjaar
                                waarop het verzoek betrekking heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4a:1:1:1 Vakantie-uren uitwisselen tegen geld</titel></kop><al> Een verzoek zoals genoemd in artikel 4a:1 lid 1 kan binnen de gemeente
                            Harderwijk gedurende het kalenderjaar worden ingediend in plaats van
                            voor 1 november. </al><al> Het aantal te verminderen vakantie-uren dat wordt genoemd in artikel
                            4a:1 lid 3 bedraagt maximaal 50,4 uren in plaats van 72 uren. Maximale
                            verkoop van te verkopen vakantiedagen (= 7,2 uur): </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al>&lt; 30 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>30-34 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>35-39 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>40-44 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>45-49 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>50-54 jaar </al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>55-64 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4a:2 Geld uitwisselen tegen vakantie-uren</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar kan bij het college voor 1 november (tenzij lokaal
                                anders is geregeld) een verzoek indienen om gedurende het
                                daaropvolgende kalenderjaar de duur van de vakantie - als bedoeld in
                                artikel 6:2 , eerste lid - te vermeerderen tegen inlevering van een
                                vergoeding als bedoeld in het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal
                                op grond van het eerste lid te vermeerderen vakantie-uren maximaal
                                72 uren. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een formele
                                arbeidsduur van minder dan 36 uur per week en voor de ambtenaar die
                                gebruikmaakt van de seniorenregeling bedoeld in artikel 5:1 of 5:3,
                                geldt een naar evenredigheid lager aantal uren als maximum.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het college wijst een verzoek als bedoeld in het eerste lid toe,
                                tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen
                                verzetten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Tenzij op lokaal niveau anders is overeengekomen, wordt op het
                                salaris van de ambtenaar voor elk op grond van het eerste lid meer
                                verkregen vakantie-uur een vergoeding ingehouden overeenkomend met
                                de hoogte van het salaris per uur dat hij geniet bij aanvang van het
                                kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4a:3 Inhouding op bezoldiging, eindejaarsuitkering,
                                vakantietoelage of urenvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het college kan op verzoek van de ambtenaar zijn bezoldiging als
                                bedoeld in artikel 3:1 , zijn eindejaarsuitkering als bedoeld in
                                artikel 3:6 , zijn vakantietoelage als bedoeld in artikel 6:3 of
                                zijn vergoeding als bedoeld in artikel 4a:1 , vijfde lid, verlagen
                                voor door het college vastgestelde bestedingsmogelijkheden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij regeling van het college kunnen voor de uitvoering van het
                                bepaalde in het eerste lid nadere voorschriften worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4a:4:0:1 Cafetariamodel</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in hoofdstuk 4a is het cafetariamodel
                            2006 vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>5a FPU Gemeenten en nieuwe seniorenmaatregelen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5a:1 Recht op uitkering</titel></kop><al>De ambtenaar die:</al><lijst><li nr="a"><al>ontslag wordt verleend op grond van artikel 8:11 en</al></li><li nr="b"><al>geen gebruik maakt of heeft gemaakt van een of meer van de in
                                    hoofdstuk 5 genoemde regelingen en</al></li><li nr="c"><al>geen betrekking heeft vervuld die door de gemeente is aangewezen
                                    als bezwarende functie en waarvoor afwijkende regels zijn
                                    gesteld,</al></li></lijst><al>heeft in het kader van de FPU Gemeenten recht op een Aanvulling
                            werkgever.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5a:2 Berekeningsgrondslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In dit hoofdstuk wordt onder berekeningsgrondslag verstaan: de
                                pensioengrondslag zoals die is vastgesteld in januari in het jaar
                                voorafgaand aan het moment van gebruikmaking van de aanvulling van
                                de werkgever, met dien verstande dat indien de ambtenaar direct
                                voorafgaande aan het ontstaan van het recht op een Aanvulling
                                werkgever meer dan een betrekking vervult, voor de vaststelling van
                                de berekeningsgrondslag wordt uitgegaan van het inkomen uit de
                                betrekking waaruit het recht op een Aanvulling werkgever
                                ontstaat.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor de ambtenaar die een deeltijdbetrekking vervult, wordt als
                                berekeningsgrondslag de in het eerste lid genoemde
                                berekeningsgrondslag gehanteerd, vermenigvuldigd met de
                                deeltijdfactor zoals genoemd in artikel 1.2, tweede lid van het
                                pensioenreglement, direct voorafgaande aan het ontstaan van het
                                recht op een Aanvulling werkgever.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5a:3 Hoogte van de Aanvulling werkgever</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De Aanvulling werkgever bedraagt een percentage van de
                                berekeningsgrondslag, dat eenmalig wordt vastgesteld op het moment
                                dat hij voor het eerst gebruikmaakt van de FPU Gemeenten aan de hand
                                van de leeftijd van de ambtenaar op 31 december 2005 en
                                bedraagt:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Leeftijd ambtenaar op 31 december 2005</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanvulling werkgever als percentage van
                                                  berekeningsgrondslag bij uittreden op
                                                  spilleeftijd</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>56</al></entry><entry colname="col2"><al>6,9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>57</al></entry><entry colname="col2"><al>8,0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>58</al></entry><entry colname="col2"><al>9,4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>59</al></entry><entry colname="col2"><al>11,3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>60</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>61 of ouder</al></entry><entry colname="col2"><al>16</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De hoogte van de aanvulling werkgever wordt actuarieel neutraal
                                herrekend indien de ambtenaar uittreedt op een eerder of later
                                moment dan de voor hem geldende spilleeftijd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><lijst><li nr="a"><al>De in het tweede lid genoemde spilleeftijd is voor de
                                        ambtenaar geboren</al><lijst><li nr="I"><al>vóór of op 1 april 1947: 61 jaar en twee maanden;
                                            </al></li><li nr="II"><al>na 1 april 1947: 62 jaar en drie maanden. </al></li></lijst></li><li nr="b"><al>Voor zover dit leidt tot een vroegere spilleeftijd dan
                                        genoemd onder a, is de in het tweede lid genoemde
                                        spilleeftijd voor de ambtenaar die onder de FPU maatregel
                                        42, 43, 44 FPU-jaren valt, het moment waarop hij het aantal
                                        dienstjaren van 42 jaar en twee maanden, respectievelijk 43
                                        jaar en twee maanden, respectievelijk 44 jaar en twee
                                        maanden bereikt. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5a:4 Aftopping aanvulling werkgever voor medewerkers die
                                vanaf 1 juli 2006 gebruikmaken van de FPU Gemeenten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor medewerkers die vanaf 1 juli 2006 op of na de spilleeftijd
                                gebruikmaken van hun recht op FPU Gemeenten wordt de uitkering
                                afgetopt op 100% van het totaalinkomen. Voor de definitie van
                                totaalinkomen wordt verwezen naar artikel 5a:4b eerste lid. Als de
                                Aanvulling werkgever niet of niet volledig tot uitkering komt wordt
                                dat gedeelte van de Aanvulling werkgever doorgeschoven naar het
                                ouderdoms- en nabestaandenpensioen vanaf 65 jaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor werknemers die vanaf 1 juli 2006 vóór de spilleeftijd
                                gebruikmaken van hun recht op FPU Gemeenten wordt de uitkering
                                afgetopt op 90% van het totaalinkomen. Voor de definitie van
                                totaalinkomen wordt verwezen naar artikel 5a:4b, eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><lijst><li nr="a"><al>de in het tweede lid genoemde spilleeftijd is voor de
                                        ambtenaar geboren:</al><lijst><li nr="I"><al>vóór of op 1 april 1947: 61 jaar en twee maanden;
                                            </al></li><li nr="II"><al>na 1 april 1947: 62 jaar en drie maanden.</al></li></lijst></li><li nr="b"><al>Voor zover dit leidt tot een vroegere spilleeftijd dan
                                        genoemd onder a, is de in het tweede lid genoemde
                                        spilleeftijd voor de ambtenaar die onder de FPU maatregel
                                        42, 43, 44 FPU-jaren valt, het moment waarop hij het aantal
                                        dienstjaren van 42 jaar en twee maanden, respectievelijk 43
                                        jaar en twee maanden, respectievelijk 44 jaar en twee
                                        maanden bereikt. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5a:4a Aftopping aanvulling werkgever voor medewerkers die
                                in de periode van 1 januari 2006 tot 1 juli 2006 gebruikmaken van de
                                FPU Gemeenten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor werknemers die vanaf 1 januari 2006 tot 1 juli 2006 op of na
                                de spilleeftijd van de FPU Gemeenten gebruikmaken van hun recht op
                                FPU Gemeenten wordt de uitkering afgetopt op 100% van het
                                totaalinkomen. Voor de definitie van totaalinkomen wordt verwezen
                                naar artikel 5a:4b eerste lid. Als de Aanvulling werkgever niet of
                                niet volledig tot uitkering komt wordt dat gedeelte van de
                                Aanvulling werkgever doorgeschoven naar het ouderdoms- en
                                nabestaandenpensioen vanaf 65 jaar. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor werknemers die vanaf 1 januari 2006 tot 1 juli 2006 vóór de
                                spilleeftijd van de FPU Gemeenten gebruikmaken van hun recht op FPU
                                Gemeenten wordt de uitkering afgetopt op 90% van het totaalinkomen.
                                Voor de definitie van totaalinkomen wordt verwezen naar artikel
                                5a:4b eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De in het eerste en tweede lid genoemde spilleeftijd is voor de
                                ambtenaar geboren:</al><lijst><li nr="a"><al>vóór of op 1 april 1947: 60 jaar</al></li><li nr="b"><al>na 1 april 1947: 61 jaar</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5a:4b Aftopping aanvulling werkgever voor medewerkers die
                                vóór 1 januari 2006 gebruikmaken van de FPU Gemeenten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onder het totaalinkomen van de ambtenaar wordt verstaan de som
                                van:</al><lijst><li nr="a"><al>de FPU-uitkering;</al></li><li nr="b"><al>de Aanvulling werkgever; en, in het geval dat een
                                        deeltijdbetrekking resteert na het ontslag op grond van
                                        artikel 8:11;</al></li><li nr="c"><al>de berekeningsgrondslag zoals genoemd in artikel 5a:2,
                                        eerste lid, vermenigvuldigd met de deeltijdfactor die
                                        ontstaat op het moment dat ontslag is verleend op grond van
                                        artikel 8:11;</al></li><li nr="d"><al>de andere inkomsten uit of in verband met de resterende
                                        deeltijdbetrekking.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De Aanvulling werkgever wordt slechts uitgekeerd voor zover het
                                totaalinkomen van de ambtenaar niet meer bedraagt dan 90% van de
                                berekeningsgrondslag. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De beoordeling of het totaalinkomen boven 90% van de
                                berekeningsgrondslag uitkomt, vindt plaats bij elk ontslag op grond
                                van artikel 8:11.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Bij de in het eerste lid, onder a, bedoelde FPU-uitkering blijft
                                buiten beschouwing dat gedeelte van de uitkering krachtens de
                                FPU-regeling dat gebaseerd is op een individuele opbouw zoals
                                geregeld in het pensioenreglement. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien de in het eerste lid, onder a, bedoelde FPU-uitkering is
                                verminderd krachtens artikel 9 of 10 van het Reglement flexibel
                                pensioen en uittreden (FPU) ter zake van basisuitkering en
                                aanvullende uitkering, respectievelijk in verband met samenloop met
                                inkomsten uit arbeid of bedrijf, of in verband met samenloop met
                                uitkering ter zake van arbeidsongeschiktheid, wordt voor de
                                toepassing van dit artikel uitgegaan van de onverminderde
                                FPU-uitkering.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5a:5 Einde van het recht op een Aanvulling
                                werkgever</titel></kop><al>Het recht op een Aanvulling werkgever eindigt bij een ontslag anders dan
                            op grond van artikel 8:11 dan wel wanneer niet langer recht bestaat op
                            een uitkering krachtens de FPU-regeling.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5a:6 Pensioenopbouw</titel></kop><al>De werkgever betaalt aan de ambtenaar die gebruikmaakt van de FPU
                            Gemeenten een vergoeding pensioenpremie die overeenkomt met de
                            werkgeversbijdrage in de doorsneepremie die vereist is voor 20%
                            pensioenopbouw gedurende de periode dat gebruik wordt gemaakt van de
                            regeling. De in de eerste volzin genoemde pensioenopbouw heeft
                            betrekking op dat deel van de dienstbetrekking waarvoor ontslag is
                            verleend op grond van artikel 8:11.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5a:7 Lokaal beleid</titel></kop><al>Het college kan een nadere regeling treffen op grond waarvan het gebruik
                            van de FPU Gemeenten kan worden beïnvloed. Deze nadere regeling laat de
                            aanspraken van de ambtenaar op de FPU Gemeenten onverlet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5a:8 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5a:9 Pensioenopbouw bij afloop loopbaan</titel></kop><al>Indien de ambtenaar op grond van artikel 3:1, zevende lid, bij dezelfde
                            of een andere werkgever in de gemeentelijke sector, een andere functie
                            met een gelijke formele arbeidsduur accepteert, blijft de pensioenopbouw
                            gebaseerd op de oude inschaling.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>6 Vakantie, vakantietoelage en (zwangerschaps- en
                            bevallings)verlof</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6:1 Recht op vakantie</titel></kop><al>In elk kalenderjaar heeft de ambtenaar recht op vakantie met behoud van
                            bezoldiging.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:1:1 Vakantieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De vakantie, waarop de ambtenaar recht heeft ingevolge artikel 6:1,
                                wordt verleend, tenzij de belangen van de dienst zich daartegen
                                verzetten en toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel
                                6:2:4, eerste lid, dan wel toepassing wordt gegeven aan artikel
                                6:2:6.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De vakantie wordt verleend door het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:2 Duur vakantie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De duur van de vakantie van de ambtenaar met een volledige
                                betrekking bedraagt ten minste 158,4 uren per kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor 1 november (tenzij lokaal anders is geregeld) kan de ambtenaar
                                verzoeken in het daaropvolgende kalenderjaar de arbeidsduur per jaar
                                te mogen overschrijden met - bij een volledige betrekking - een
                                maximum van 50,4 uren en deze uren om te zetten in vakantie als
                                bedoeld in het eerste lid. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor
                                een arbeidsduur van minder dan 36 uren per week geldt een naar
                                evenredigheid lager aantal uren als maximum.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het college wijst een verzoek als bedoeld in het vorige lid toe,
                                tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen
                                verzetten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:2:0:1 Vakantieregeling gemeentepersoneel</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in artikel 6:2 is de vakantieregeling
                            gemeentepersoneel vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:2:1 Nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Met inachtneming van het bepaalde in artikel 6:2 geeft het college
                                algemene regels met betrekking tot de duur van de vakantie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De duur van de vakantie van een ambtenaar die is aangesteld voor
                                een formele arbeidsduur van minder dan 36 uur per week, wordt naar
                                evenredigheid verminderd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Bij de in het eerste lid bedoelde algemene regels wordt ten aanzien
                                van de ambtenaren of bepaalde groepen van ambtenaren voorzien in een
                                vermeerdering van de vakantie op grond van volbrachte diensttijd of
                                bereikte leeftijd, dan wel van beide, waarbij het bepaalde in het
                                tweede lid van overeenkomstige toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De aan de ambtenaar volgens de in het eerste lid bedoelde algemene
                                regels toekomende vakantie wordt vermeerderd met 14,4 uren ten
                                aanzien van degene, bedoeld in de artikelen 3:3 en 3:3:1, indien
                                regelmatig en in belangrijke mate op onregelmatige uren wordt
                                gewerkt, respectievelijk indien de in artikel 3:3:1 genoemde
                                verplichting regelmatig en in belangrijke mate op de ambtenaar
                                rust.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> In gevallen waarin dit artikel niet voorziet, stelt het college
                                bijzondere regels vast.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Vervallen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Het recht op vermeerdering van de vakantie als bedoeld in het derde
                                lid van dit artikel vervalt met ingang van de dag waarop de
                                ambtenaar gebruikmaakt van de FPU Gemeenten als omschreven in
                                hoofdstuk 5a.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:2:2 Aaneengesloten periode</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De vakantie kan worden opgesplitst, maar wordt als regel voor ten
                                minste 2/3 deel, doch in elk geval voor ten minste tien werkdagen,
                                aaneensluitend verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De vakantie wordt desverlangd zoveel mogelijk, in het bijzonder
                                voor wat betreft de aaneengesloten periode, bedoeld in het eerste
                                lid, verleend in het tijdvak van 1 mei tot 1 oktober. De ambtenaar
                                wordt in de gelegenheid gesteld vakantie op te nemen op officiële
                                feestdagen, samenhangend met geloof en/of culturele achtergrond
                                anders dan de feestdagen genoemd in artikel 4:2:1 derde lid, bij het
                                huwelijk of geregistreerd partnerschap van bloed- en aanverwanten in
                                eerste en tweede graad en bij verhuizing.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De beslissing omtrent de tijdstippen waarop de vakantie zal worden
                                verleend, alsmede die omtrent de tijdvakken waarin de vakantie
                                eventueel zal worden gesplitst, berust bij het bestuursorgaan dat de
                                vakantie verleent. Bij die beslissing wordt, voor zover de belangen
                                van de dienst en die van de andere ambtenaren die toelaten, zoveel
                                mogelijk rekening gehouden met de wensen van de ambtenaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:2:3 Vakantieopbouw tijdens ziekte,
                                arbeidsongeschiktheid en andere redenen van afwezigheid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De ambtenaar die in de loop van een kalenderjaar is aangesteld of
                                wordt ontslagen heeft recht op een duur van de vakantie naar rato
                                van de tijd dat hij zijn betrekking vervult.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de ambtenaar die door oorzaken anders dan die bedoeld in het
                                eerste lid, niet gedurende het volle kalenderjaar zijn betrekking
                                vervult, wordt de duur van de vakantie, zo mogelijk van het lopende
                                en overigens van een volgend kalenderjaar, naar evenredigheid
                                verminderd, behoudens het bepaalde in het derde lid.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in artikel 6:1:1, eerste lid, wordt een
                                vermindering, bedoeld in het tweede lid, niet toegepast:</al><lijst><li nr="a"><al>gedurende de laatste 6 maanden van de periode van
                                        afwezigheid, wegens zwangerschap en bevalling of niet aan
                                        schuld of nalatigheid te wijten ziekte van de ambtenaar,
                                        voorafgaand aan het herstel of het ontslag van de
                                        ambtenaar;</al></li><li nr="b"><al>in geval van verblijf in militaire dienst, anders dan voor
                                        eerste oefening;</al></li><li nr="c"><al>indien en voor zolang de ambtenaar voor ten hoogste 55% van
                                        de voor hem vastgestelde werktijd wegens niet aan zijn
                                        schuld of nalatigheid te wijten ziekte verhinderd is zijn
                                        betrekking te vervullen. Deze verhindering wordt voor het
                                        bepalen van de in dit lid onder a bedoelde periode van zes
                                        maanden buiten beschouwing gelaten.</al></li></lijst><al>Een opnieuw ingetreden verhindering tot het vervullen van de
                                betrekking wegens ziekte wordt voor het bepalen van de in dit lid
                                onder a bedoelde periode van zes maanden als een voortzetting van de
                                vorige verhindering beschouwd, tenzij die verhindering zich voordoet
                                nadat tenminste vier weken zijn verstreken sedert de ambtenaar zijn
                                betrekking volledig heeft hervat.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien aan de ambtenaar op zijn verzoek vakantie wordt verleend op
                                werkdagen, waarop hij wegens ziekte slechts gedurende een gedeelte
                                daarvan zijn arbeid kan verrichten, wordt het aantal vakantie-uren
                                van de ambtenaar verminderd met het aantal uren waarmee het aantal
                                vakantie-uren verminderd zou worden ingeval de ambtenaar niet
                                gedeeltelijk wegens ziekte verhinderd zou zijn geweest, tenzij het
                                bevoegde bestuursorgaan dat de vakantie verleent in naar zijn
                                oordeel daarvoor in aanmerking komende gevallen anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Voor vakantie-uren waarop de ambtenaar aanspraak heeft, maar die met
                                ingang van de dag van ontslag nog niet zijn verleend wordt een
                                vergoeding gegeven. Deze vergoeding is gelijk aan het uurloon van de
                                ambtenaar voor elk niet verleend vakantie-uur.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:2:4 Niet genoten vakantie wegens dienstbelang</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Is aan de ambtenaar om redenen van dienstbelang in enig
                                kalenderjaar de vakantie niet of niet geheel verleend, dan wordt hem
                                die nog niet genoten vakantie zoveel mogelijk in het eerstvolgende,
                                doch uiterlijk voor het einde van het tweede volgende kalenderjaar
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien het belang van de dienst het onvermijdelijk maakt, dat de
                                vakantie of het aaneengesloten gedeelte daarvan wordt genoten buiten
                                het in artikel 6:2:2, tweede lid, genoemde tijdvak, kan door het
                                college de duur van de vakantie of het aaneengesloten deel daarvan
                                met 1/3 worden verlengd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:2:5 Intrekking</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Verleende vakantie kan worden ingetrokken, wanneer dringende
                                redenen van dienstbelang zulks noodzakelijk maken. Indien ten
                                gevolge daarvan de ambtenaar op een bepaalde werkdag slechts
                                gedeeltelijk vakantie genoot, worden de genoten vakantie-uren van
                                die werkdag niet in aanmerking genomen bij de berekening van het
                                aantal genoten vakantie-uren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de ambtenaar ten gevolge van de intrekking van de vakantie
                                geldelijke schade lijdt, wordt deze schade hem vergoed.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:2:6 Niet verleende vakantie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien in enig kalenderjaar de vakantie geheel of gedeeltelijk niet
                                is verleend:</al><lijst><li nr="a"><al>op verzoek van de ambtenaar;</al></li><li nr="b"><al>als gevolg van afwezigheid wegens ziekte die niet aan de
                                        schuld of nalatigheid van de ambtenaar is te wijten; of</al></li><li nr="c"><al>als gevolg van verblijf in militaire dienst anders dan voor
                                        eerste oefening,</al></li></lijst><al> wordt de niet genoten vakantie in een volgend kalenderjaar
                                verleend, tenzij het belang van de dienst of de belangen van de
                                andere ambtenaren zich daartegen verzetten. Een verzoek als bedoeld
                                onder a kan achterwege blijven, indien de niet genoten vakantie
                                minder is dan een nader door het college te bepalen aantal uren.
                            </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De wegens ziekte tijdens een vakantie niet genoten vakantie-uren
                                worden als niet verleend beschouwd, indien de ambtenaar aannemelijk
                                kan maken dat hij, ware hem geen vakantie verleend, op die uren
                                verhinderd zou zijn geweest zijn betrekking te vervullen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt met dien verstande,
                                dat de ambtenaar in enig kalenderjaar nimmer meer vakantie-uren kan
                                opnemen dan anderhalf maal het hem bij of krachtens artikel 6:2:1
                                toekomende aantal uren tenzij op een desbetreffend verzoek van de
                                ambtenaar uitdrukkelijk anders is beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:2:7 Derving voordelen uit betrekking</titel></kop><al>Aan de ambtenaar die tijdens zijn vakantie bepaalde voordelen welke aan
                            zijn betrekking zijn verbonden derft, kan deswege een vergoeding worden
                            toegekend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:3 Aanspraak vakantietoelage</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar heeft aanspraak op een vakantietoelage voor elke maand
                                waarover hij als zodanig bezoldiging heeft genoten. Indien een
                                ambtenaar in de loop van een maand zijn betrekking gaat vervullen
                                dan wel wordt ontslagen, ontvangt hij een evenredig deel van de
                                vakantietoelage over die maand.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vakantietoelage bedraagt per kalendermaand 8% van de voor de
                                ambtenaar in die maand geldende bezoldiging, met dien verstande dat
                                aan de ambtenaar ten minste het bedrag wordt uitbetaald dat gelijk
                                is aan de voor ambtenaren vastgestelde minimum vakantietoelage, welk
                                bedrag bij het vervullen van een onvolledige betrekking naar
                                evenredigheid wordt verminderd. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:3:1 Uitbetaling vakantietoelage</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De vakantietoelage, bedoeld in artikel 6:3, wordt eenmaal per
                                kalenderjaar uitbetaald over de periode van 12 maanden, beginnende
                                met de maand juni van het voorafgaande kalenderjaar. In afwijking
                                van het bepaalde in de vorige zin vindt uitbetaling ook plaats bij
                                ontslag van de ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><lijst><li nr="a"><al>Artikel 6:3, alsmede het eerste lid van dit artikel zijn
                                        niet van toepassing op de ambtenaar, die in werkelijke
                                        dienst is of te werk is gesteld in de zin van artikel 9 van
                                        de Wet gewetensbezwaren militaire dienst;</al></li><li nr="b"><al>Aan de ambtenaar die ingevolge wettelijke verplichting
                                        anders dan voor herhalingsoefeningen als militair in
                                        werkelijke dienst is, of te werk is gesteld in de zin van
                                        artikel 9 van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst en
                                        die vervangende dienst gedurende negen maanden heeft
                                        vervuld, wordt een bedrag uitgekeerd, dat gelijk is aan het
                                        verschil tussen het bedrag, dat hij als vakantie-uitkering
                                        uit hoofde van zijn militaire dienst of tewerkstelling in de
                                        zin van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst ontvangt en
                                        het bedrag aan vakantietoelage - mits dit hoger is - dat hij
                                        zou hebben ontvangen indien de voorgaande leden op hem van
                                        toepassing zouden zijn en de toelage zou zijn berekend op
                                        basis van de volle aan zijn betrekking verbonden
                                        bezoldiging.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Bij de toepassing van dit artikel wordt in acht genomen dat de tijd
                                gedurende welke bij wijze van disciplinaire straf of uit hoofde van
                                schorsing een gedeelte van de bezoldiging wordt ingehouden buiten
                                beschouwing wordt gelaten, indien en voorzover dat bij de
                                strafoplegging of schorsing is bepaald. Artikel 8:15:2, vierde en
                                vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Met betrekking tot de uitvoering van dit artikel kan het college
                                nadere regels stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:4 Buitengewoon verlof</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar die op grond van de Waz recht heeft op calamiteiten-
                                en ander kort verzuimverlof of kraamverlof heeft gedurende dit
                                verlof aanspraak op doorbetaling van zijn bezoldiging. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In een nader vast te stellen regeling wordt bepaald in welke andere
                                gevallen aan de ambtenaar door het college buitengewoon verlof met
                                behoud van de bezoldiging kan worden verleend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In een nader vast te stellen regeling wordt bepaald in welke
                                gevallen het college buitengewoon verlof kan verlenen aan de
                                ambtenaar die lid is van een op grond van artikel 12:1, derde lid,
                                toegelaten organisatie.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In de situatie dat er tijdens de non-activiteit elders pensioen
                                wordt opgebouwd, is het verhaal van de Vut-fonds bijdrage als
                                bedoeld in artikel 21 van het FPU-reglement basis-en aanvullende
                                uitkering gelijk aan de bijdrage die voor de ambtenaar is
                                verschuldigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:4:1 Buitengewoon verlof</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het college verleent aan de ambtenaar buitengewoon verlof met
                                behoud van bezoldiging op de dag dat het huwelijk of geregistreerd
                                partnerschap van de ambtenaar wordt voltrokken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ambtenaar meldt tenminste twee weken tevoren aan het college
                                wanneer het huwelijk of het registeren van het partnerschap zal
                                plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:4:1:1 Buitengewoon verlof voor activiteiten van de
                                Personeelsvereniging</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in artikel 6:4 is aanvullend beleid
                            vastgesteld over buitengewoon verlof voor activiteiten van de
                            Personeelsvereniging.</al><al> Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:4:1:2 Buitengewoon verlof voor het jeugd- en
                                jongerenwerk</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in artikel 6:4 is aanvullend beleid
                            vastgesteld over buitengewoon verlof voor het jeugd- en jongerenwerk. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:4:1a Langdurend zorgverlof</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar die op grond van de Waz recht heeft op langdurend
                                zorgverlof heeft over de uren dat hij dit verlof geniet aanspraak op
                                doorbetaling van 50% van zijn bezoldiging.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de ambtenaar gedurende het langdurend zorgverlof wegens
                                ziekte niet in staat is zijn betrekking te vervullen vindt geen
                                opschorting van het langdurend zorgverlof plaats.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De ambtenaar die langdurend zorgverlof geniet en langer dan 7
                                kalenderdagen wegens ziekte niet in staat is zijn betrekking te
                                vervullen heeft met ingang van de achtste kalenderdag aanspraak op
                                zijn volledige bezoldiging.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De duur van de vakantie van de ambtenaar die langdurend zorgverlof
                                geniet wordt verminderd naar evenredigheid van de omvang van het
                                langdurend zorgverlof.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien de ambtenaar wegens ziekte niet in staat is zijn betrekking
                                te vervullen en deze ziekteperiode duurt langer dan 7 kalenderdagen,
                                wordt met ingang van de achtste kalenderdag de vermindering van de
                                duur van de vakantie beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De opbouw van de vakantietoelage van de ambtenaar die langdurend
                                zorgverlof geniet vindt plaats op basis van de bezoldiging genoemd
                                in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Indien de ambtenaar wegens ziekte niet in staat is zijn betrekking
                                te vervullen en deze ziekteperiode duurt langer dan 7 kalenderdagen,
                                vindt met ingang van de achtste kalenderdag de opbouw van de
                                vakantietoelage weer plaats op basis van de volledige
                                bezoldiging.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:4:2 Vakbondsverlof</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel worden verstaan onder: </al><lijst><li nr="a"><al>Centrales van overheidspersoneel: </al><lijst><li nr="1"><al>de Algemene Centrale van overheidspersoneel (ACOP);
                                            </al></li><li nr="2"><al>de Christelijke Centrale van overheids- en onderwijs
                                                Personeel (CCOOP); </al></li><li nr="3"><al>de Centrale van middelbare en hogere functionarissen
                                                bij overheid, onderwijs, bedrijven en instellingen
                                                (CMHF). </al></li></lijst></li><li nr="b"><al>Verenigingen van ambtenaren:</al><al>de verenigingen van ambtenaren welke zijn aangesloten bij de
                                        onder a genoemde centrales van overheidspersoneel. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt
                                door het college buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging
                                verleend aan de ambtenaar: </al><lijst><li nr="a"><al>voor het bijwonen van algemene vergaderingen van
                                        verenigingen van ambtenaren of, voor zover het algemene
                                        verenigingen betreft welke ook andere groepen van ambtenaren
                                        dan gemeentepersoneel organiseren, voor het bijwonen van
                                        algemene vergaderingen van een landelijke groep van
                                        gemeentepersoneel indien de ambtenaar lid van het
                                        hoofdbestuur, bestuurslid ener landelijke groep of
                                        afgevaardigde van een afdeling is, met dien verstande dat
                                        van elke afdeling voor iedere vijftig leden of gedeelte
                                        daarvan aan ten hoogste twee afgevaardigden tot een maximum
                                        van tien afgevaardigden, verlof wordt verleend; </al></li><li nr="b"><al>voor het bijwonen van hoofdbestuursvergaderingen indien hij
                                        lid is van het hoofdbestuur van bondsraad- of
                                        bestuursraadvergaderingen indien hij lid is van de bonds- of
                                        bestuursraad, en van groepsraadvergaderingen indien hij lid
                                        is van een landelijke groepsraad; </al></li><li nr="c"><al>voor het bijwonen van één algemene vergadering van de
                                        centrale organisatie waarbij de vereniging van de ambtenaar
                                        is aangesloten, indien hij als vertegenwoordiger van zijn
                                        vereniging aan die vergadering deelneemt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten wordt door
                                het college aan de ambtenaar met een volledige betrekking
                                buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend: </al><lijst><li nr="a"><al>om, indien hij daartoe door een centrale van
                                        overheidspersoneel als bedoeld in het eerste lid, onder a of
                                        door een daarbij aangesloten vereniging is aangewezen,
                                        bestuurlijke en/of vertegenwoordigende activiteiten te
                                        ontplooien binnen die centrale of die daarbij aangesloten
                                        vereniging, onderscheidenlijk binnen het gemeentelijk
                                        apparaat, welke ertoe strekken de doelstellingen van deze
                                        centrale van overheidspersoneel en/of de daarbij aangesloten
                                        vereniging te ondersteunen, alles tezamen voor ten hoogste
                                        216 uren per kalenderjaar; </al></li><li nr="b"><al>voor het - op uitnodiging van een vereniging van ambtenaren
                                        - als cursist deelnemen aan een cursus welke door of ten
                                        behoeve van de leden van die vereniging van ambtenaren wordt
                                        gegeven, alles tezamen voor ten hoogste 43,2 uren per twee
                                        kalenderjaren. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Van het buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging van een
                                ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur per week
                                van minder dan 36 uur of waarvoor de seniorenarbeidsduur op grond
                                van artikel 5:1 of 5:3 is verminderd, wordt het aantal uren genoemd
                                in het derde lid onder a en b, naar evenredigheid verminderd. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het verlof, bedoeld in het tweede en derde lid tezamen, kan voor de
                                ambtenaar met een volledige betrekking niet meer bedragen dan ten
                                hoogste 244,8 uren per kalenderjaar, echter met dien verstande dat
                                ten hoogste 316,8 uren verlof kan worden verleend aan de ambtenaar
                                die: </al><lijst><li nr="a"><al>lid is van het hoofdbestuur van een centrale van
                                        overheidspersoneel, genoemd in het eerste lid onder a, nr. 1
                                        of 2 en/of van een vereniging van ambtenaren die
                                        rechtstreeks bij die centrale is aangesloten; </al></li><li nr="b"><al>lid is van het centrale bestuur van de centrale genoemd in
                                        het eerste lid onder a, nr. 3 en/of bestuurslid is van een
                                        sector of sectie van de centrale. Het buitengewoon verlof
                                        met behoud van bezoldiging van een ambtenaar die is
                                        aangesteld voor een formele arbeidsduur per week van minder
                                        dan 36 uur of waarvoor de seniorenarbeidsduur op grond van
                                        artikel 5:1 of 5:3 is verminderd, wordt het verlof, bedoeld
                                        in het tweede en derde lid tezamen, naar evenredigheid
                                        verminderd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Verlof, bedoeld in de vorige leden, kan slechts worden verleend aan
                                de ambtenaar die lid is van een vereniging van ambtenaren, bedoeld
                                in het eerste lid, onder b. </al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Tenzij andere belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt
                                aan de ambtenaar die door de vereniging van ambtenaren waarvan hij
                                lid is, is aangewezen als lid van de commissie, bedoeld in artikel
                                12:1, tweede lid, buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging
                                verleend voor het bijwonen van de vergadering van die commissie,
                                alsmede voor een voorvergadering per uitgeschreven
                                commissievergadering. Hetgeen ten aanzien van de voorvergadering is
                                bepaald, geldt eveneens voor de ambtenaar die door de vereniging van
                                ambtenaren waarvan hij lid is, is aangewezen als plaatsvervangend
                                lid van de commissie bedoeld in artikel 12:1, tweede lid. </al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Het college kan omtrent het bepaalde in dit artikel nadere regels
                                stellen, waarbij het te verlenen verlof, bedoeld in het tweede,
                                derde en vijfde lid, op een lager aantal uren kan worden gesteld.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:4:2a Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:4:3 Kortdurend zorgverlof</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar met een volledige betrekking kan voor maximaal 72 uur
                                per kalenderjaar aanspraak maken op kortdurend zorgverlof op grond
                                van de Waz. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het maximum van 72 uur, als genoemd in het eerste lid, wordt voor
                                de ambtenaar die is aangesteld voor een formele betrekkingsomvang
                                van minder dan 36 uur per week naar evenredigheid verminderd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het verlof komt voor de helft voor de rekening van de werkgever en
                                voor de helft voor de rekening van de ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het college bepaalt in overleg met de ambtenaar nader de wijze
                                waarop de verrekening van het verlof met hem plaatsvindt.
                                Verrekening met de vakantie bedoeld in artikel 6:2 is mogelijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:4:4 Non-activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Bij non-activiteit, bedoeld in artikel 125c, eerste lid, van de
                                Ambtenarenwet bestaat geen recht op doorbetaling van de bezoldiging
                                en vakantietoelage.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de ambtenaar uit hoofde van zijn benoeming of verkiezing,
                                bedoeld in artikel 125c, tweede lid, Ambtenarenwet, aanspraak heeft
                                op een vaste vergoeding - niet zijnde een onkostenvergoeding - wordt
                                op zijn bezoldiging over de tijd dat hij het op grond van dat
                                artikellid verleende verlof geniet een inhouding toegepast. Deze
                                inhouding gaat hetgeen hij geacht kan worden te ontvangen als
                                vergoeding voor de met het verlof overeenkomende tijd niet te
                                boven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het college kan ter uitvoering van de vorige leden nadere regels
                                vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:4:5 Overige redenen buitengewoon verlof</titel></kop><al>Het college kan aan een ambtenaar op diens verzoek, met behoud van het
                            genot van de gehele of gedeeltelijke bezoldiging en al dan niet onder
                            bepaalde nadere voorwaarden, verlof verlenen om andere redenen dan die
                            welke zijn genoemd in artikel 6:4 tot en met artikel 6:4:4. Het verlof
                            wordt verleend voor maximaal één jaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:4:5a Overige redenen buitengewoon verlof</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het college kan aan de ambtenaar die benoemd is tot bezoldigd
                                bestuurder van een vereniging van ambtenaren op diens verzoek
                                onbetaald verlof verlenen voor de duur van de vervulling van de
                                functie voor ten hoogste twee jaren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedurende de periode van het verlof is het verhaal van de
                                pensioenpremies en de Vut-fonds bijdrage als bedoeld in artikel 21
                                van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering gelijk aan het
                                bedrag van de premies en de bijdrage die voor de ambtenaar zijn
                                verschuldigd. Bij deeltijd verlof wordt het verhaal naar rato
                                vastgesteld. Het verhaal is, voor wat betreft de pensioenpremies,
                                niet aan de orde in het geval dat het verlof voor ten hoogste drie
                                maanden is verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:4:6 Buitengewoon verlof is geen vakantie</titel></kop><al>Het buitengewoon verlof dat volledig doorbetaald wordt, wordt niet in
                            mindering gebracht op de vakantie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:5 Ouderschapsverlof</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar die op grond van de Waz recht heeft op
                                ouderschapsverlof, heeft, voor zover lokaal een regeling betaald
                                ouderschapsverlof is of wordt vastgesteld, over de uren dat hij dit
                                verlof geniet, maar ten hoogste over 13 maal de formele arbeidsduur
                                per week, aanspraak op doorbetaling van een percentage van zijn
                                bezoldiging minus het daaraan gekoppelde maximale uurbedrag van de
                                fiscale tegemoetkoming van de Belastingdienst waarop de ambtenaar
                                aanspraak kan maken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het percentage bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de ambtenaar
                                die wordt bezoldigd volgens:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a </al></entry><entry colname="col2"><al>schaal 1:</al></entry><entry colname="col3"><al>90%;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b</al></entry><entry colname="col2"><al>schaal 2:</al></entry><entry colname="col3"><al>85%;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c </al></entry><entry colname="col2"><al>schaal 3:</al></entry><entry colname="col3"><al>80%;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d </al></entry><entry colname="col2"><al>schaal 4:</al></entry><entry colname="col3"><al>70%;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e </al></entry><entry colname="col2"><al>schaal 5:</al></entry><entry colname="col3"><al>60%;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f </al></entry><entry colname="col2"><al>schaal 6 en hoger:</al></entry><entry colname="col3"><al>50%.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het is niet toegestaan dat de ambtenaar gedurende de uren dat het
                                betaald ouderschapsverlof wordt genoten betaalde arbeid verricht.
                                Het college kan hieromtrent nadere regels stellen. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Op de ambtenaar die op grond van de Waz recht heeft op
                                ouderschapsverlof is artikel 6:9 niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:5:1 Voorwaarden</titel></kop><al>De ambtenaar meldt het voornemen om ouderschapsverlof op te nemen ten
                            minste drie maanden voor de door hem gewenste ingangsdatum door middel
                            van het daarvoor vastgestelde aanvraagformulier.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:5:2 Meerlingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Bij twee- of meerlingen bestaat slechts voor één kind aanspraak op
                                betaald ouderschapsverlof.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De bepalingen uit artikel 6:5:1, 6:5:3, 6:5:4 en 6:5:7 zijn van
                                overeenkomstige toepassing indien er, voor het tweede en de meerdere
                                kinderen van een twee- of meerling, gebruik wordt gemaakt van de
                                mogelijkheid onbetaald ouderschapsverlof te genieten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:5:3 Ziekte</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien de ambtenaar gedurende het ouderschapsverlof wegens ziekte
                                niet in staat is zijn betrekking te vervullen vindt geen opschorting
                                van het ouderschapsverlof plaats.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ambtenaar die ouderschapsverlof geniet en langer dan 14
                                kalenderdagen wegens ziekte niet in staat is zijn betrekking te
                                vervullen heeft met ingang van de vijftiende kalenderdag aanspraak
                                op zijn volledige bezoldiging.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:5:4 Opbouw vakantie en vakantie-toelage</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De duur van de vakantie van de ambtenaar die ouderschapsverlof
                                geniet, wordt verminderd naar evenredigheid van de omvang van het
                                ouderschapsverlof.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de ambtenaar wegens ziekte niet in staat is zijn betrekking
                                te vervullen en deze ziekteperiode duurt langer dan 14
                                kalenderdagen, wordt met ingang van de vijftiende kalenderdag de
                                vermindering van de duur van de vakantie beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De opbouw van de vakantietoelage van de ambtenaar die
                                ouderschapsverlof geniet vindt plaats op basis van de bezoldiging,
                                die tijdens dit ouderschapsverlof wordt uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien de ambtenaar wegens ziekte niet in staat is zijn betrekking
                                te vervullen en deze ziekteperiode duurt langer dan 14
                                kalenderdagen, vindt met ingang van de vijftiende kalenderdag de
                                opbouw van de vakantietoelage weer plaats op basis van de volledige
                                bezoldiging.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:5:5 Terugbetaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De ambtenaar die gedurende het betaald ouderschapsverlof of binnen
                                zes maanden daarna ontslag wordt verleend op grond van artikel 8:1,
                                eerste lid, of artikel 8:13, is verplicht de bezoldiging, die hij op
                                grond van artikel 6:5 heeft genoten, terug te betalen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Geen terugbetalingsverplichting ontstaat indien het ontslag als
                                bedoeld in artikel 8:1, eerste lid:</al><lijst><li nr="a"><al>het gevolg is van het aanvaarden van een betrekking bij een
                                        andere gemeente;</al></li><li nr="b"><al>en evenmin indien de betrokkene aanspraak heeft op een
                                        uitkering krachtens de Werkloosheidswet, vanwege
                                        werkloosheid, die is ontstaan doordat de ambtenaar ontslag
                                        heeft gevraagd omdat hij de echtgenoot of geregistreerde
                                        partner volgt, die door geheel buiten hem liggende oorzaken
                                        noodzakelijk van standplaats moet wijzigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De ambtenaar die gedurende het betaald ouderschapsverlof of binnen
                                drie maanden daarna op eigen verzoek een betrekking aanvaardt voor
                                minder uren dan hij direct voorafgaande aan het ouderschapsverlof
                                vervulde, is verplicht de bezoldiging, die hij op grond van artikel
                                6:5 heeft genoten over de uren waarmee zijn aanstelling wordt
                                verminderd, terug te betalen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De ambtenaar die van het betaald ouderschapsverlof gebruik maakt,
                                dient zich tevoren schriftelijk akkoord te verklaren met het in het
                                eerste en derde lid bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:5:6 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen) </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:5:7 Betaald ouderschapsverlof: aanvullende
                                bepaling</titel></kop><al>Voor gevallen waarin deze regeling niet of niet naar billijkheid
                            voorziet, kan het college een bijzondere regeling treffen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:5a Overgangsrecht ouderschapsverlof</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar die op grond van de Waz recht heeft op
                                ouderschapsverlof, heeft, voor zover lokaal een regeling betaald
                                ouderschapsverlof is of wordt vastgesteld, over de uren dat hij dit
                                verlof geniet, maar ten hoogste over 13 maal de formele arbeidsduur
                                per week, aanspraak op doorbetaling van zijn bezoldiging, berekend
                                naar een percentage bepaald in het tweede en derde lid, indien:</al><lijst><li nr="a"><al>hij op 31 december 2005 één of meer kinderen heeft die
                                        jonger zijn dan acht jaar en waarvoor nog geen
                                        ouderschapsverlof is genoten, en</al></li><li nr="b"><al>hij op 31 december 2005 langer dan één jaar in dienst is van
                                        de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ambtenaar die wordt bezoldigd volgens schaal 4 of hoger van de
                                bezoldigingsregeling heeft recht op doorbetaling van 75% van de
                                bezoldiging over de arbeidsduur waarvoor het ouderschapsverlof
                                geldt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De ambtenaar die wordt bezoldigd volgens de schalen 1, 2 of 3 van
                                de bezoldigingsregeling heeft recht op doorbetaling van
                                respectievelijk 90%, 85% of 80% van de bezoldiging over de
                                arbeidsduur waarvoor het ouderschapsverlof geldt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het is niet toegestaan dat betrokkene gedurende de uren dat het
                                betaald ouderschapsverlof wordt genoten betaalde arbeid verricht.
                                Het college kan hieromtrent nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Over de uren waarop de ambtenaar betaald ouderschapsverlof geniet
                                wordt het bedrag van de bezoldiging, berekend op grond van het
                                tweede en derde lid, verminderd met het daaraan gekoppelde maximale
                                uurbedrag van de fiscale tegemoetkoming van de Belastingdienst
                                waarop de ambtenaar aanspraak kan maken.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Op de ambtenaar die op grond van de Waz recht heeft op
                                ouderschapsverlof is artikel 6:9 niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:5a:1 Overgangsrecht betaald ouderschapsverlof</titel></kop><al>Op de ambtenaar die gebruikmaakt van het overgangsrecht betaald
                            ouderschapsverlof zijn de artikelen 6:5:1 tot en met 6:5:7 van
                            overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:6 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:7 Zwangerschaps- en bevallingsverlof</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De vrouwelijke ambtenaar die op grond van de Waz zwangerschaps- en
                                bevallingsverlof geniet, heeft gedurende dit verlof aanspraak op
                                doorbetaling van haar volledige bezoldiging.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De Waz-uitkering van het zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt
                                in mindering gebracht op het bedrag waarop de ambtenaar op grond van
                                het eerste lid recht heeft. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De ambtenaar is, wanneer zij recht heeft op zwangerschaps- en
                                bevallingsverlof, verplicht mee te werken aan de aanvraag en de
                                uitbetaling van de Waz-uitkering door de gemeente bij en door het
                                UWV. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door
                                de vrouwelijke ambtenaar de Waz-uitkering nog niet tot uitbetaling
                                is gekomen, vermindering ondergaat, aan de ambtenaar een boete wordt
                                opgelegd, danwel het recht op de Waz-uitkering geheel of
                                gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit aan haar schuld of toedoen te
                                wijten is, wordt de Waz-uitkering op de bezoldiging in mindering
                                gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:8 Adoptie- en pleegzorgverlof</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar die op grond van de Waz recht heeft op adoptie- of
                                pleegzorgverlof, heeft gedurende dit verlof aanspraak op
                                doorbetaling van zijn volledige bezoldiging.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De Waz-uitkering van het adoptie- of pleegzorgverlof wordt in
                                mindering gebracht op het bedrag waarop de ambtenaar op grond van
                                het eerste lid recht heeft.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De ambtenaar is, wanneer hij recht heeft op adoptie- of
                                pleegzorgverlof, verplicht mee te werken aan de aanvraag en de
                                uitbetaling van de Waz-uitkering door de gemeente bij en door het
                                UWV.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door
                                de ambtenaar de Waz-uitkering nog niet tot uitbetaling is gekomen,
                                vermindering ondergaat, aan de ambtenaar een boete wordt opgelegd,
                                danwel het recht op de Waz-uitkering geheel of gedeeltelijk wordt
                                geweigerd, en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is, wordt de
                                Waz-uitkering op de bezoldiging in mindering gebracht.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Het adoptie- en pleegzorgverlof schort de termijnen, bedoeld in
                                artikel 7:3, niet op.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:9 Onbetaald verlof onder meer t.b.v. de gemeentelijke
                                levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar die langer dan een jaar in dienst is van de gemeente
                                kan het college verzoeken hem onbetaald verlof te verlenen voor een
                                periode van tenminste 1 maand en ten hoogste 18 maanden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ambtenaar geniet in een periode van vijf jaar maximaal 18
                                maanden onbetaald verlof. Per jaar heeft de ambtenaar recht op
                                maximaal één periode van onbetaald verlof. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het college kan afwijken van de in het eerste en tweede lid
                                gestelde voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het verzoek van de ambtenaar heeft betrekking op de volledige
                                arbeidsduur of op een deel daarvan. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De ambtenaar dient het verzoek tenminste drie maanden voor de
                                gewenste ingangsdatum in. Het college stelt vast hoe het verzoek
                                wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Het college beslist zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen twee
                                maanden na ontvangst van het verzoek. De ambtenaar ontvangt
                                schriftelijk bericht van de beslissing van het college.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Indien de ambtenaar betaalde arbeid verricht over de uren dat hij
                                onbetaald verlof geniet, kan het college het verlof intrekken. </al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> Onverminderd het zevende lid kan het onbetaalde verlof niet
                                tussentijds worden beëindigd tenzij het college en de ambtenaar
                                hiermee instemmen.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al> Het college kent een verzoek om onbetaald verlof dat betrekking
                                heeft op een periode direct voorafgaand aan de pensionering toe,
                                tenzij zwaarwegende dienstbelangen zich daartegen verzetten. In
                                afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt het verlof
                                verleend voor een periode van maximaal drie jaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:10 Aanspraken tijdens onbetaald verlof</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De duur van de vakantie van de ambtenaar die onbetaald verlof
                                geniet wordt verminderd naar evenredigheid van de omvang van het
                                onbetaald verlof. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedurende de periode van verlof bestaat geen aanspraak op
                                uitkeringen, tegemoetkomingen, toeslagen, toelagen en
                                (kosten)vergoedingen. Bij deeltijd verlof wordt dit naar rato
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedurende de periode van het verlof bestaat aanspraak op de gehele
                                vergoeding als bedoeld in artikel 7:24a.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedurende de periode van het verlof is het verhaal van de
                                pensioenpremies en de Vut-fonds bijdrage als bedoeld in artikel 21
                                van het FPU-reglement basis- en aanvullende uitkering gelijk aan het
                                bedrag van de premies en de bijdrage die voor de ambtenaar zijn
                                verschuldigd. Bij deeltijd verlof wordt het verhaal naar rato
                                vastgesteld. Het verhaal is, voor wat betreft de pensioenpremies,
                                niet aan de orde in het geval dat het verlof voor ten hoogste drie
                                maanden is verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:11 Samenloop met ziekte</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het verlof van de ambtenaar die voor een deel van zijn betrekking
                                onbetaald verlof geniet en langer dan 14 kalenderdagen ziek is,
                                eindigt met ingang van de vijftiende kalenderdag. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het college kan besluiten het verlof van de ambtenaar die volledig
                                onbetaald verlof geniet en langer dan 14 kalenderdagen ziek is, in
                                schrijnende gevallen te beëindigen. Dit kan niet wanneer er sprake
                                is van verlof voorafgaand aan pensionering. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6:12 Samenloop met zwangerschaps- en
                                bevallingsverlof</titel></kop><al>Het onbetaalde verlof eindigt op de eerste dag van het zwangerschaps- en
                            bevallingsverlof. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>6a De gemeentelijke levensloopregeling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6a:1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al><vet>gemeentelijke levensloopregeling:</vet> een regeling als
                                    bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964;</al></li><li nr="b"><al><vet>instelling:</vet> een door de ambtenaar gekozen
                                    kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 19g,
                                    vierde lid, Wet op de loonbelasting 1964;</al></li><li nr="c"><al><vet>levenslooprekening:</vet> een bij de instelling door de
                                    ambtenaar geopende geblokkeerde rekening, waarop de inleg van de
                                    ambtenaar wordt gestort;</al></li><li nr="d"><al><vet>levensloopverzekering:</vet> een bij de instelling door de
                                    ambtenaar afgesloten verzekering, waarop de inleg van de
                                    ambtenaar wordt gestort;</al></li><li nr="e"><al><vet>levenslooptegoed:</vet> het tegoed op een
                                    levenslooprekening onderscheidenlijk het verzekerd
                                    kapitaal.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6a:2 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6a:3 Verzoek tot deelname levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar die deel wil nemen aan de gemeentelijke
                                levensloopregeling meldt dit bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het college verwerkt de melding uiterlijk met ingang van de derde
                                kalendermaand na ontvangst, tenzij niet wordt voldaan aan de eisen
                                zoals genoemd in artikel 6a:4.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het college stelt vast hoe de melding moet plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6a:4 Voorwaarden deelname levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar informeert het college schriftelijk over de instelling
                                waarbij de levenslooprekening of de levensloopverzekering wordt
                                aangehouden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ambtenaar verklaart schriftelijk aan het college of hij een
                                levenslooptegoed heeft opgebouwd bij een of meer gewezen
                                inhoudingsplichtigen tenzij een andere werkgever bij wie de
                                ambtenaar in dienstbetrekking staat geacht wordt inhoudingsplichtig
                                te zijn ten aanzien van dit levenslooptegoed. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De ambtenaar stemt er schriftelijk mee in dat de instelling aan het
                                college informatie verstrekt over de omvang van het levenslooptegoed
                                van de ambtenaar tenzij dit levenslooptegoed geacht wordt te zijn
                                opgebouwd bij een andere inhoudingsplichtige bij wie de ambtenaar in
                                dienstbetrekking staat. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De ambtenaar verklaart schriftelijk aan het college dat hij voldoet
                                aan de voorwaarden die de Wet op de loonbelasting 1964 aan deelname
                                stelt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6a:5 Inleg</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar vermeldt bij zijn melding om deel te nemen aan de
                                gemeentelijke levensloopregeling het gewenste bedrag van de inleg
                                per jaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ambtenaar kan eenmaal per jaar op een door het college
                                aangewezen wijze en tijdstip de hoogte van de inleg wijzigen. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De inleg bestaat uit een of meerdere van de in artikel 6a:6
                                genoemde bronnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6a:6 Bronnen</titel></kop><al>De jaarlijkse inleg van de ambtenaar in het kader van de gemeentelijke
                            levensloopregeling bestaat uit een of meer van de volgende bronnen: </al><lijst><li nr="a"><al>het salaris;</al></li><li nr="b"><al>de vakantietoelage;</al></li><li nr="c"><al>de eindejaarsuitkering;</al></li><li nr="d"><al>de levensloopbijdrage als genoemd in artikel 6a:7;</al></li><li nr="e"><al>de geldelijke vergoeding voor de verkoop van vakantie-uren als
                                    bedoeld in artikel 4a:1;</al></li><li nr="f"><al>het opgebouwde verloftegoed bedoeld in artikel 4:3, lid 3.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6a:7 Levensloopbijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar die geboren is na 31 december 1949, met uitzondering
                                van de ambtenaar die in 2005 55 jaar is geworden en die in deeltijd
                                met FPU is gegaan, heeft recht op een levensloopbijdrage ten bedrage
                                van 1,5% van het voor hem in een kalenderjaar geldende salaris op
                                jaarbasis. De bijdrage bedraagt bij een volledige betrekking
                                minimaal € 400. Bij een deeltijd betrekking wordt dit bedrag naar
                                rato vastgesteld. De levensloopbijdrage wordt tevens uitgekeerd aan
                                ambtenaren die zijn geboren voor of op 31 december 1949 en die geen
                                recht hebben op een uitkering zoals bedoeld in hoofdstuk 5a.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In afwijking van het eerste lid is de levensloopbijdrage 2,5%
                                indien en voor zolang hoofdstuk 9a op de ambtenaar van toepassing
                                is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De levensloopbijdrage bedoeld in het tweede lid wordt gedurende
                                maximaal 20 jaar verstrekt. Hierna ontvangt de ambtenaar de
                                levensloopbijdrage bedoeld in het eerste lid. De levensloopbijdrage
                                van 2,5% kan na 20 jaar voortgezet worden, indien artikel 9a:9,
                                eerste lid, onderdeel b, van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De levensloopbijdrage wordt eenmaal per kalenderjaar in de maand
                                december betaald.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Bij indiensttreding vanaf 1 augustus van een kalenderjaar bouwt de
                                ambtenaar naar evenredigheid aanspraken op een levensloopbijdrage
                                op. Bij ontslag van de ambtenaar vindt betaling van de
                                levensloopbijdrage plaats over het gedeelte van het kalenderjaar dat
                                de ambtenaar in dienstverband werkzaam is geweest.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De levensloopbijdrage behoort tot het percentage, bedoeld in het
                                eerste lid, tot het pensioengevend inkomen als bedoeld in artikel
                                3.1, lid 1, sub g van het pensioenreglement van de Stichting
                                Pensioenfonds ABP.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6a:7a Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6a:8 Beëindiging deelname levensloopregeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het college beëindigt de deelname aan de levensloopregeling
                                uiterlijk twee maanden na ontvangst van de kennisgeving hiertoe door
                                de ambtenaar. Het college stelt vast hoe de kennisgeving moet
                                plaatsvinden</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Deelname aan de gemeentelijke levensloopregeling eindigt
                                daarnaast:</al><lijst><li nr="a"><al>bij overlijden van de ambtenaar;</al></li><li nr="b"><al>bij ontslag van de ambtenaar;</al></li><li nr="c"><al>op de dag voorafgaand aan die waarop de ambtenaar de
                                        AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6a:9 Opname levenslooptegoed</titel></kop><al>Om over het levenslooptegoed te kunnen beschikken ten behoeve van de
                            opname van onbetaald verlof op grond van de Wet Arbeid en Zorg en
                            hoofdstuk 6 meldt de ambtenaar tenminste drie maanden voor de gewenste
                            ingangsdatum het college dat hij wil beschikken over (een deel van zijn)
                            levenslooptegoed. Het college stelt vast hoe de melding moet
                            plaatsvinden. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6a:10 Slotbepaling</titel></kop><al>Dit hoofdstuk is niet van toepassing op ambtenaren bedoeld in hoofdstuk
                            9 en 9b, met uitzondering van de ambtenaar op wie paragraaf 5 van
                            hoofdstuk 9b van toepassing is. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6a:11 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>7 Aanspraken bij ongeschiktheid wegens ziekte of gebrek</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7:0:0:1 18% aanvullingsregeling bij
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in hoofdstuk 7 is de 18%
                            aanvullingsregeling bij arbeidsongeschiktheid voor medewerkers
                            vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:1 Definities</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al><vet>passende arbeid:</vet> alle arbeid die voor de krachten
                                        en bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij
                                        aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of
                                        sociale aard niet van hem kan worden gevergd;</al></li><li nr="b"><al><vet>werkzaamheden in het kader van de reïntegratie:</vet>
                                        loonvormende arbeid, die specifiek gericht is op terugkeer
                                        in de eigen dan wel passende arbeid waarover afspraken zijn
                                        vastgelegd in het plan van aanpak bedoeld in artikel 7:9,
                                        derde lid;</al></li><li nr="c"><al><vet>scholing in het kader van de
                                        reïntegratie:</vet>scholing die gericht is op terugkeer in
                                        de eigen dan wel passende arbeid waarover afspraken zijn
                                        vastgelegd in het plan van aanpak bedoeld in artikel 7:9,
                                        derde lid;</al></li><li nr="d"><al><vet>arbeidsongeschiktheid in en door de dienst:</vet>
                                        arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of gebreken die in
                                        overwegende mate haar oorzaak vindt in:</al><lijst><li nr="-"><al>de aard van de opgedragen werkzaamheden of in de
                                                bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten
                                                worden verricht of;</al></li><li nr="-"><al>in een dienstongeval verband houdende met de aard
                                                van de opgedragen werkzaamheden of de bijzondere
                                                omstandigheden waarin deze werkzaamheden moesten
                                                worden verricht;</al></li></lijst><al>en die niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar is te
                                        wijten; </al></li><li nr="e"><al><vet>restverdiencapaciteit:</vet> het door UWV vast te
                                        stellen inkomen dat de ambtenaar met zijn vaardigheden en
                                        bekwaamheden, gelet op zijn beperkingen, nog kan
                                        verdienen;</al></li><li nr="f"><al><vet>arbodienst:</vet>een dienst als bedoeld in artikel 17,
                                        eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;</al></li><li nr="g"><al><vet>inactieve:</vet>de oud-ambtenaar met een WW-uitkering,
                                        aanvullende uitkering, nawettelijke uitkering,
                                        WAO-uitkering, WIA-uitkering of wachtgelduitkering, die
                                        direct voorafgaand aan de uitkering in dienst was van een
                                        gemeente;</al></li><li nr="h"><al><vet>postactieve:</vet> de oud-ambtenaar met een uitkering
                                        functioneel leeftijdsontslag, FPU-uitkering,
                                        ouderdomspensioen van het ABP of ABP keuzepensioen, die
                                        direct voorafgaand aan deze uitkering of dit pensioen in
                                        dienst was van een gemeente of inactieve was;</al></li><li nr="i"><al><vet>geselecteerde zorgverzekeraar:</vet> Als geselecteerde
                                        zorgverzekeraar is door het LOGA voor de periode 1 januari
                                        2006 tot en met 31 december 2008 aangewezen IZA
                                        Zorgverzekeraar NV.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht
                                genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:2 Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en geneeskundig
                                onderzoek</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot
                            bedrijfsgeneeskundige begeleiding en geneeskundig onderzoek.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:2:1 Arbo-dienst</titel></kop><al>De gemeente laat zich bijstaan door een arbo-dienst.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:2:2 Bedrijfsgeneeskundige begeleiding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar heeft het recht op bedrijfsgeneeskundige begeleiding
                                overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De bedrijfsgeneeskundige begeleiding van de ambtenaar geschiedt
                                door een arbo-dienst, overeenkomstig door het college te stellen
                                regels.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:2:3 Consulteren arts door ambtenaar</titel></kop><al>De ambtenaar heeft het recht een arts van de arbo-dienst rechtstreeks te
                            consulteren ter zake van gezondheidsproblemen die naar zijn mening met
                            zijn arbeidssituatie kunnen samenhangen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:2:4 Periodiek geneeskundig onderzoek</titel></kop><al>De ambtenaar die in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden
                            aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat, dan wel voor een
                            goede vervulling van zijn betrekking aan bijzondere gezondheidseisen
                            moet voldoen, is verplicht zich aan een periodiek geneeskundig onderzoek
                            te onderwerpen, indien zulks naar het oordeel van het college, na
                            overleg met de arbo-dienst, noodzakelijk is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:2:5 Geneeskundig onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het college is bevoegd de arbo-dienst opdracht te geven de
                                ambtenaar aan een geneeskundig onderzoek te onderwerpen:</al><lijst><li nr="a"><al>indien naar het oordeel van het college redelijkerwijs
                                        aanleiding bestaat tot twijfel aan een goede
                                        gezondheidstoestand van de ambtenaar;</al></li><li nr="b"><al>indien de ambtenaar niet of niet langer volledig geschikt is
                                        gebleken voor het naar behoren vervullen van zijn
                                        betrekking, zulks ten einde na te gaan of hiervoor medische
                                        oorzaken zijn aan te wijzen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ambtenaar is verplicht zich aan een onderzoek, bedoeld in het
                                eerste lid, te onderwerpen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:2:6 Buitendienststelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien bij een onderzoek, bedoeld in artikel 7:2:4 of in artikel
                                7:2:5 blijkt van een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand
                                van de ambtenaar, dat naar het oordeel van de arbo-dienst de
                                belangen van de ambtenaar, die van de dienst of van bij de
                                dienstuitoefening betrokken derden zich tegen voortzetting van zijn
                                betrekking verzetten, wordt de ambtenaar door het college buiten
                                dienst gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een buitendienststelling, bedoeld in het eerste lid, vindt niet
                                plaats indien, naar het oordeel van de arbo-dienst, de lichamelijke
                                of geestelijke toestand van de ambtenaar het wenselijk maakt dat hij
                                tijdelijk met andere werkzaamheden wordt belast, indien en voor
                                zover deze voorhanden zijn. In dat geval is artikel 7:18:1 van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een buitendienststelling, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de
                                toepassing van de overige artikelen van dit hoofdstuk gelijkgesteld
                                met een verhindering wegens ziekte.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:2:7 Maatregelen of voorzieningen in belang herstel
                                ambtenaar</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien daartoe naar het oordeel van de arbo-dienst aanleiding
                                bestaat, verzoekt het college het UWV de ambtenaar in aanmerking te
                                laten komen voor maatregelen of voorzieningen in het belang van het
                                herstel van zijn gezondheid, dan wel in het belang van het behoud,
                                het herstel of de bevordering van zijn arbeidsgeschiktheid. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ambtenaar wordt van het verzoek, bedoeld in het eerste lid,
                                schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:3 Recht op bezoldiging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn
                                arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg
                                van ziekte of gebrek vanaf de eerste dag van die ongeschiktheid
                                gedurende de eerste zes maanden recht op doorbetaling van zijn
                                volledige bezoldiging.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ambtenaar heeft bij voortduring van deze ongeschiktheid
                                gedurende de zevende tot en met de twaalfde maand recht op
                                doorbetaling van 90% van zijn bezoldiging.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De ambtenaar heeft bij voortduring van deze ongeschiktheid na 12
                                maanden gedurende de dertiende tot en met de vierentwintigste maand
                                recht op doorbetaling van 75% van zijn bezoldiging.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De ambtenaar heeft bij voortduring van deze ongeschiktheid na 24
                                maanden tot het einde van zijn dienstverband recht op doorbetaling
                                van 70% van zijn bezoldiging </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder ziekte ook
                                gebreken verstaan.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De ambtenaar heeft recht op de doorbetaling van zijn volledige
                                bezoldiging over de uren waarop hij:</al><lijst><li nr="a"><al>zijn arbeid verricht;</al></li><li nr="b"><al>passende arbeid verricht;</al></li><li nr="c"><al>werkzaamheden in het kader van zijn reïntegratie
                                        verricht;</al></li><li nr="d"><al>scholing volgt in het kader van zijn reïntegratie. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> De ambtenaar behoudt na afloop van de termijn van zes maanden recht
                                op de doorbetaling van zijn volledige bezoldiging bij
                                arbeidsongeschiktheid in en door de dienst. </al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> De ambtenaar bedoeld in het derde en vierde lid, die ten minste 50%
                                van zijn formele arbeidsduur zijn arbeid, passende arbeid,
                                werkzaamheden in het kader van zijn reïntegratie verricht of
                                scholing volgt in het kader van zijn reïntegratie, genoemd in het
                                zesde lid van dit artikel, heeft recht op een extra percentage van
                                5% berekend over de bezoldiging waar hij recht op heeft ingevolge
                                dit artikel. Hierbij geldt als maximum de bezoldiging bedoeld in het
                                eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>De ambtenaar heeft ten minste recht op het wettelijk minimumloon,
                                berekend naar rato van zijn formele arbeidsduur.</al></lid><lid><lidnr>10</lidnr><al> De periode waarover de ambtenaar voorafgaand aan de periode van het
                                zwangerschaps- en bevallingsverlof, bedoeld in artikel 6:7, ziek is
                                als gevolg van de zwangerschap, schort de periode, bedoeld in het
                                eerste tot en met het vierde lid, op. </al></lid><lid><lidnr>11</lidnr><al> Voor de toepassing van het eerste tot en met het vierde lid worden
                                perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld indien zij
                                elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of
                                indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin
                                zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt genoten, bedoeld in artikel
                                6:7, tenzij in dat geval de ongeschiktheid redelijkerwijs niet
                                geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</al></lid><lid><lidnr>12</lidnr><al> De doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in het eerste, tweede,
                                derde en vierde lid, eindigt indien de ambtenaar definitief wordt
                                herplaatst in een andere functie.</al></lid><lid><lidnr>13</lidnr><al> Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het recht
                                op bezoldiging.</al></lid><lid><lidnr>14</lidnr><al>Het college zal rekening houden met individuele gevallen van
                                terminale ziekte. In die gevallen zal de afweging worden gemaakt of
                                ook na afloop van de termijn van zes maanden, bedoeld in het eerste
                                lid, de volledige bezoldiging wordt doorbetaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:3:0:1 Tijdelijke voorziening bij gedeeltelijke
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in artikel 7:3 is een tijdelijke
                            voorziening getroffen. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:4 Bezoldiging bij ziekte bij seniorenmaatregel en
                                onbetaald/gedeeltelijk betaald verlof</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar van wie de werktijd is teruggebracht ingevolge een
                                seniorenmaatregel op grond van hoofdstuk 5, heeft recht op
                                doorbetaling van de bezoldiging als bedoeld in artikel 7:3, met dien
                                verstande dat de ambtenaar nooit een groter bedrag aan bezoldiging
                                doorbetaald kan krijgen, dan dat hij doorbetaald zou hebben
                                gekregen, indien hij niet ziek zou zijn geweest.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ambtenaar die onbetaald dan wel gedeeltelijk betaald verlof
                                geniet heeft recht op doorbetaling van de bezoldiging als bedoeld in
                                artikel 7:3, met dien verstande dat de ambtenaar nooit een groter
                                bedrag aan bezoldiging doorbetaald kan krijgen, dan dat hij
                                doorbetaald zou hebben gekregen, indien hij niet ziek zou zijn
                                geweest.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:5 Uitkering wegens arbeidsongeschiktheid in en door de
                                dienst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Aan de gewezen ambtenaar die recht heeft op een WGA- of
                                IVA-uitkering wordt, bij arbeidsongeschiktheid in en door de dienst,
                                een aanvullende uitkering verleend. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De aanvullende uitkering genoemd in het eerste lid is voor de
                                ambtenaar met een WGA- of IVA uitkering, gelijk aan het bedrag dat
                                nodig is om de aan de ambtenaar toegekende WGA- of IVA-uitkering,
                                vermeerderd met een aan de ambtenaar toegekende bovenwettelijke
                                aanvulling ingevolge het pensioenreglement van de Stichting
                                Pensioenfonds ABP, aan te vullen tot een bepaald percentage van de
                                bezoldiging die de ambtenaar heeft genoten in het jaar voorafgaand
                                aan zijn ontslag. Dit percentage is afhankelijk van de mate van
                                arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid
                                van:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al>80% of meer: </al></entry><entry colname="col2"><al>95% </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>65 tot 80% </al></entry><entry colname="col2"><al>68,875%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> 55 tot 65% </al></entry><entry colname="col2"><al>57% </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>45 tot 55% </al></entry><entry colname="col2"><al>47,5% </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>35 tot 45% </al></entry><entry colname="col2"><al>38% </al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De aanvullende uitkering eindigt:</al><lijst><li nr="a"><al>indien de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in het
                                        eerste lid genoemde voorwaarden of;</al></li><li nr="b"><al>met ingang van de dag waarop de ambtenaar de AOW-gerechtigde
                                        leeftijd bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De gewezen ambtenaar die recht heeft op een uitkering op grond van
                                dit artikel, is verplicht om het college op de hoogte te stellen van
                                wijzigingen in zijn arbeidsongeschiktheiduitkering of
                                bovenwettelijke aanvulling ingevolge het pensioenreglement van de
                                Stichting Pensioenfonds ABP.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:6 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:7 Vergoeding kosten geneeskundige verzorging bij
                                arbeidsongeschiktheid in en door de dienst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Bij arbeidsongeschiktheid in en door de dienst worden aan de
                                ambtenaar vergoed de te zijner laste blijvende, naar het oordeel van
                                het college noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige
                                behandeling of verzorging.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het college kan omtrent het bepaalde in het eerste lid nadere
                                voorschriften geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:8 Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:8:1 Vaststelling referte-tijdvak toelagen</titel></kop><al>Het referte-tijdvak dat in acht wordt genomen voor de vaststelling van
                            de gemiddelde hoogte van de toelage onregelmatige dienst, de
                            overgangstoelage onregelmatige dienst, alsmede de prestatiebeloning, ten
                            behoeve van de vaststelling van het bedrag van de bezoldiging zoals
                            bedoeld in dit hoofdstuk, dient in een lokale regeling nader te worden
                            uitgewerkt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:8:2 Periodieke salarisverhoging</titel></kop><al>Het onderwerp periodieke salarisverhogingen tijdens ziekte dient in een
                            lokale regeling nader te worden uitgewerkt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:8:3 Werktijd bij ziekte bij seniorenmaatregel en
                                toepassing van artikel 2:7a</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar wiens feitelijke arbeidsduur op grond van toepassing
                                van hoofdstuk 5 is aangepast, kan alleen verplicht worden tot
                                aanvaarding van een functie waarvan de arbeidsomvang overeenkomt met
                                deze feitelijke arbeidsduur.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ambtenaar wiens arbeidsduur is aangepast op grond van artikel
                                2:7a , kan voor de duur van de periode waarvoor toepassing van dit
                                artikel is bepaald, worden verplicht tot aanvaarding van arbeid
                                waarvan de arbeidsduur overeenkomt met deze tijdelijke uitgebreide
                                arbeidsduur. Wanneer de periode waarvoor de toepassing van artikel
                                2:7a is verstreken, geldt de verplichting voor de ambtenaar ten
                                aanzien van de aanvaarding van een nieuwe functie voor de formele
                                arbeidsduur.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:9 Verplichtingen college</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het college is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te
                                treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat
                                de ambtenaar, die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van
                                ziekte of gebrek verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat
                                wordt gesteld de eigen arbeid of passende arbeid te verrichten.
                            </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht
                                en binnen de openbare dienst van de gemeente geen passende arbeid
                                voorhanden is, bevordert het college de inschakeling van de
                                ambtenaar in passende arbeid buiten de openbare dienst van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Uit hoofde van zijn verplichting, genoemd in het eerste en tweede
                                lid, stelt het college in overeenstemming met de ambtenaar een plan
                                van aanpak op als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA. Het
                                plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig
                                geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het college stelt een protocol vast, waarin de regels zijn
                                opgenomen met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt gegeven
                                aan de begeleiding van ziekteverzuim, verplichtingen omtrent ziek-
                                en herstelmeldingen daaronder begrepen, de arbeidsgezondheidskundige
                                begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedures.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:10 Verplichting ambtenaar tot informatieverstrekking
                                bij ziekte</titel></kop><al>De ambtenaar verstrekt op verzoek van het college alle informatie die
                            noodzakelijk is voor de uitvoering van dit hoofdstuk.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:11 Verplichting tot verlening van medewerking aan
                                reïntegratie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van
                                ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, is verplicht:</al><lijst><li nr="a"><al>gevolg te geven aan, door het college of een door hem
                                        aangewezen deskundige, gegeven redelijke voorschriften en
                                        mee te werken aan door het college of een door hem
                                        aangewezen deskundige getroffen maatregelen als bedoeld in
                                        artikel 7:9;</al></li><li nr="b"><al>zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en
                                        bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel
                                        7:9, derde lid;</al></li><li nr="c"><al>zich te gedragen naar de regels die in het protocol, bedoeld
                                        in artikel 7:9, vierde lid, zijn opgenomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn betrekking
                                te vervullen, in staat is passende arbeid als bedoeld in artikel 7:1
                                te verrichten en hij door het college of een andere werkgever
                                daartoe in de gelegenheid wordt gesteld, is hij verplicht die arbeid
                                te verrichten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:12 Verplichtingen ambtenaar medisch onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De ambtenaar is verplicht zich te onderwerpen aan een door of
                                vanwege de arbo-dienst in te stellen medisch onderzoek ter
                                beantwoording van de vragen: </al><lijst><li nr="a"><al>of er sprake is van verhindering tot het vervullen van zijn
                                        betrekking wegens ziekte; </al></li><li nr="b"><al>in welke mate er sprake is van verhindering als bedoeld
                                        onder a; </al></li><li nr="c"><al>of de ambtenaar de verhindering tot het vervullen van zijn
                                        betrekking opzettelijk heeft veroorzaakt; </al></li><li nr="d"><al>of de ambtenaar ten onrechte nalaat zich onder geneeskundige
                                        behandeling te stellen of te blijven stellen, dan wel zich
                                        niet houdt aan de voorschriften hem door de behandelende
                                        geneeskundige gegeven, met dien verstande dat te dezen
                                        voorschriften tot het verlenen van medewerking aan een
                                        ingreep van heelkundige aard zijn uitgezonderd; </al></li><li nr="e"><al>of de ambtenaar zich zodanig gedraagt, dat zijn genezing
                                        wordt belemmerd of vertraagd; </al></li><li nr="f"><al>of verdere maatregelen of voorzieningen nodig zijn in het
                                        belang van het herstel van zijn gezondheid, dan wel in het
                                        belang van het behoud, het herstel of de bevordering van
                                        zijn arbeidsgeschiktheid; </al></li><li nr="g"><al>wanneer en in welke mate de vervulling van de betrekking kan
                                        worden hervat. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de redenen van
                                medisch onderzoek. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:13:1 Geen aanspraak op doorbetaling bezoldiging</titel></kop><al>Geen aanspraak op doorbetaling bezoldiging als bedoeld in artikel 7:3
                            bestaat:</al><lijst><li nr="a"><al>indien blijkens het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel
                                    7:12, sprake is van een omstandigheid waarbij de ambtenaar
                                    opzettelijk de verhindering tot het vervullen van zijn
                                    betrekking heeft veroorzaakt, tenzij de ambtenaar daarvan op
                                    grond van zijn geestelijk toestand geen verwijt kan worden
                                    gemaakt;</al></li><li nr="b"><al>indien de verhindering wegens ziekte zich voordoet binnen een
                                    half jaar na de in artikel 2:3, eerste lid, bedoelde
                                    geneeskundige keuring en alsdan blijkt dat de ambtenaar hierbij
                                    onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft
                                    verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de
                                    verklaring dat tegen de vervulling van zijn betrekking uit
                                    medisch oogpunt geen bezwaren bestaan, ten onrechte is
                                    afgegeven, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te
                                    goeder trouw heeft gehandeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:13:2 Staken van doorbetaling van de bezoldiging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in artikel 7:3, wordt
                                gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar:</al><lijst><li nr="a"><al>weigert de in artikel 7:12 neergelegde verplichting tot het
                                        verlenen van medewerking aan een door of vanwege de
                                        arbo-dienst in te stellen medische onderzoek na te
                                        komen;</al></li><li nr="b"><al>blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek ten onrechte
                                        heeft nagelaten zich onder geneeskundige behandeling te
                                        stellen of te blijven stellen;</al></li><li nr="c"><al>blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek de
                                        voorschriften van de behandelende arts niet opvolgt, met
                                        uitzondering van voorschriften om mee te werken aan een
                                        ingreep van heelkundige aard;</al></li><li nr="d"><al>zich blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek
                                        schuldig maakt aan gedragingen waardoor zijn genezing wordt
                                        belemmerd of vertraagd;</al></li><li nr="e"><al>er de oorzaak van is dat het arbeidsgezondheidskundig
                                        onderzoek door een door de arbo-dienst aangewezen arts niet
                                        kan plaatshebben;</al></li><li nr="f"><al>tijdens de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid
                                        wegens ziekte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht,
                                        tenzij dit door de arbo-dienst in het belang van zijn
                                        genezing wenselijk wordt geacht en het college daartoe
                                        toestemming heeft verleend;</al></li><li nr="g"><al>weigert mededeling te doen van inkomsten uit arbeid, die hij
                                        heeft in verband met het verrichten van door de arbo-dienst
                                        in het belang van zijn genezing wenselijk geachte arbeid
                                        voor zichzelf of derden;</al></li><li nr="h"><al>zijn arbeid verzuimt te hervatten op het door de arbo-dienst
                                        bepaalde tijdstip en in de door deze dienst bepaalde mate,
                                        indien zulks hem is opgedragen, tenzij hij daarvoor een door
                                        de arbo-dienst als geldig erkende reden heeft
                                        opgegeven;</al></li><li nr="i"><al>weigert om – op verzoek van het college – informatie te
                                        verstrekken die noodzakelijk is voor de uitvoering van dit
                                        hoofdstuk.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De doorbetaling van de bezoldiging vindt wel plaats indien de
                                ambtenaar op grond van zijn geestelijke toestand geen verwijt kan
                                worden gemaakt van het gedrag, genoemd in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:14 Sanctie bij nalatigheid algemene verplichtingen
                                ambtenaar</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar die zich niet houdt aan zijn verplichtingen, bedoeld
                                in artikel 7:11, eerste lid, onder c, wordt disciplinair gestraft
                                wegens plichtsverzuim.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De doorbetaling van de bezoldiging, bedoeld in artikel 7:3, wordt
                                gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar:</al><lijst><li nr="a"><al>weigert mee te werken aan, door het college of een door hem
                                        aangewezen deskundige, gegeven redelijke voorschriften of
                                        getroffen maatregelen, als bedoeld in artikel 7:11, eerste
                                        lid, onder a, die erop gericht zijn om de betrokkene in
                                        staat te stellen de eigen passende arbeid te verrichten;
                                    </al></li><li nr="b"><al>weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en
                                        bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel
                                        7:11, eerste lid, onder b.</al></li><li nr="c"><al>weigert aangeboden passende arbeid te verrichten, waartoe
                                        hij op grond van artikel 7:11, tweede lid, verplicht is.
                                    </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De doorbetaling van de bezoldiging, als genoemd in het tweede lid,
                                vindt wel plaats indien de ambtenaar op grond van zijn geestelijke
                                toestand geen verwijt kan worden gemaakt van het gedrag, genoemd in
                                het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:15:1 Bezoldiging uitbetalen aan anderen en nabetaling
                                aan ambtenaar</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het college kan, indien daarvoor naar zijn oordeel bijzondere
                                omstandigheden aanleiding geven, bepalen, dat de op grond van de
                                artikelen 7:13:1, 7:13:2 en 7:14 niet uitbetaalde bezoldiging,
                                geheel of ten dele aan anderen dan de ambtenaar zal worden
                                uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor zover het college van zijn in het eerste lid bedoelde
                                bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt de ingevolge de
                                artikelen 7:13:1, 7:13:2 en 7:14 niet uitbetaalde bezoldiging alsnog
                                aan de ambtenaar uitbetaald wanneer de ambtenaar op grond van de
                                second opinion die hij conform artikel 30, eerste lid, onderdeel e,
                                f en g, van de wet SUWI, heeft aangevraagd inzake het oordeel over
                                de ongeschiktheid tot werken in het gelijk gesteld wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:16 Herplaatsing in passende arbeid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Passende arbeid, bedoeld in artikel 7:11, tweede lid, wordt de
                                ambtenaar opgedragen: </al><lijst><li nr="a"><al> door plaatsing in een andere betrekking voor tijdelijke
                                        duur, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de
                                        aanstelling;</al></li><li nr="b"><al> door plaatsing in een andere betrekking bij wijze van
                                        proef, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de
                                        aanstelling; </al></li><li nr="c"><al> bij een andere werkgever, door een tijdelijke detachering,
                                        zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de
                                        aanstelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Na 24 maanden van ziekte wordt passende arbeid, bedoeld in artikel
                                7:11, tweede lid, aan de ambtenaar opgedragen door definitieve
                                herplaatsing. Deze definitieve herplaatsing vindt plaats door
                                wijziging van de aanstelling.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de ambtenaar die ziek
                                is geworden op of na 1 juli 2007 en die minder dan 35%
                                arbeidsongeschikt is, is in de periode van 12 maanden na de periode
                                van 24 maanden, bedoeld in het tweede lid, dat de ambtenaar met de
                                passende arbeid zijn volledige restverdiencapaciteit benut.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de ambtenaar die ziek
                                is geworden op of na 1 juli 2007 en die 35% of meer, maar minder dan
                                80% arbeidsongeschikt is, is in de periode van 12 maanden na de
                                periode van 24 maanden, bedoeld in het tweede lid, dat de ambtenaar
                                met de passende arbeid 50% van zijn restverdiencapaciteit of meer
                                benut.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid wordt onder
                                een andere betrekking mede verstaan het verrichten van dezelfde
                                werkzaamheden onder andere voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Voor het bepalen van de periode van 24 respectievelijk 12 maanden
                                worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de
                                betrekking tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het
                                zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het
                                zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in
                                aanmerking genomen. </al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Voor het bepalen van de periode van 24 respectievelijk 12 maanden
                                worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien
                                zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen,
                                of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode
                                waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de
                                ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden
                                voort te vloeien uit dezelfde oorzaak.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> De termijn van 24 maanden wordt verlengd:</al><lijst><li nr="a"><al> met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in
                                        artikel 24, eerste lid, van de WIA en</al></li><li nr="b"><al> met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut
                                        werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende
                                        lid, van de WIA heeft vastgesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al> De ambtenaar verleent alle medewerking en verstrekt alle informatie
                                die nodig is om de restverdiencapaciteit vast te stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:17 Terugkeer in betrekking na ziekte</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ten aanzien van de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn
                                betrekking te vervullen, kan worden bepaald dat hij zijn betrekking
                                slechts weer zal mogen vervullen, indien het college daarvoor
                                toestemming heeft verleend, onder bepaling van de mate waarin de
                                hervatting kan geschieden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ten behoeve van de bepaling van het eerste lid zal mede worden
                                gelet op het advies van de arbo-dienst of van het UWV.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De in het eerste lid bedoelde toestemming is in ieder geval vereist
                                indien de ambtenaar gedurende meer dan een jaar volledig verhinderd
                                is geweest zijn betrekking te vervullen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:18 Inkomsten uit of in verband met arbeid</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot het in
                            mindering brengen van inkomsten uit passende arbeid of werkzaamheden in
                            het kader van de reïntegratie op de bezoldiging.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:18:1 Inkomsten andere betrekking in mindering brengen
                                op bezoldiging</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien de ambtenaar tijdens de verhindering tot het vervullen van
                                zijn betrekking, op grond van een aan het college uitgebracht advies
                                door de arbo-dienst of door het UWV, in het belang van zijn genezing
                                of zijn reïntegratie, dan wel in het kader van herplaatsing
                                wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht,
                                worden de inkomsten uit deze arbeid in mindering gebracht op de
                                bezoldiging waar de ambtenaar recht op heeft krachtens artikel
                                7:3.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Tot de in het eerste lid bedoelde inkomsten wordt tevens gerekend
                                een herplaatsingstoelage, toegekend op grond van hoofdstuk 12 van
                                het pensioenreglement, alsmede elke andere toelage, onder welke
                                benaming ook, die geacht kan worden betrekking te hebben op arbeid
                                bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:19 Samenloop van bezoldiging bij ziekte met
                                ZW-uitkering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende ongeschiktheid
                                tot het verrichten van zijn werk recht heeft op een ZW-uitkering,
                                wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het
                                bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3, recht heeft.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de ambtenaar geen ZW-uitkering aanvraagt binnen de in de ZW
                                gestelde termijnen en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is,
                                wordt voor de periode dat hij dientengevolge geen ZW-uitkering
                                ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met
                                een volledige ZW-uitkering.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door
                                de ambtenaar de ZW-uitkering vermindering ondergaat, aan de
                                ambtenaar een boete wordt opgelegd, dan wel het recht op de
                                ZW-uitkering geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit aan zijn
                                schuld of toedoen te wijten is, wordt voor de toepassing van dit
                                artikel rekening gehouden met een volledige ZW-uitkering.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De ambtenaar verleent op verzoek van het college alle medewerking
                                aan het via het college tot uitbetaling laten komen van de
                                ZW-uitkering.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien de ZW-uitkering meer bedraagt dan het bedrag waarop de
                                ambtenaar op grond van artikel 7:3 recht heeft, wordt het meerdere
                                aan de ambtenaar uitbetaald. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:20 Samenloop van bezoldiging bij ziekte met een
                                WW-uitkering</titel></kop><al>Indien de ambtenaar ter zake van de dienstbetrekking waarbij de
                            ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werk is ontstaan, recht heeft
                            op een WW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering
                            gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3, recht
                            heeft.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:21 Samenloop van bezoldiging bij ziekte met uitkering
                                op grond van de WIA</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende verhindering tot
                                het vervullen van zijn betrekking recht heeft op een WGA- of een
                                IVA-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering
                                gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3 recht
                                heeft.Wanneer de ambtenaar recht heeft op een IVA-uitkering dan wel
                                een WGA-uitkering in verband met volledige, maar niet duurzame
                                arbeidsongeschiktheid, heeft de ambtenaar ten minste recht op een
                                bedrag ter hoogte van deze IVA- of WGA-uitkering.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de ambtenaar recht heeft op een WGA- of een IVA-uitkering
                                uit hoofde van twee of meer dienstbetrekkingen, wordt die uitkering
                                naar rato van de bezoldiging uit de verschillende functies, in
                                mindering gebracht op de dienstbetrekking op grond waarvan de
                                bezoldiging wordt doorbetaald.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de ambtenaar geen WGA- of IVA-uitkering aanvraagt binnen de
                                in de WIA gestelde termijnen en hem dit redelijkerwijs kan worden
                                verweten, wordt voor de periode dat hij dientengevolge geen WGA- of
                                IVA-uitkering ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening
                                gehouden met een IVA-uitkering.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door
                                de ambtenaar niet kan worden vastgesteld of de ambtenaar in
                                aanmerking komt voor een WGA- of een IVA-uitkering en hem dit
                                redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit
                                artikel rekening gehouden met een IVA-uitkering.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen
                                door betrokkene de WGA- of IVA-uitkering vermindering ondergaat, dan
                                wel het recht daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en hem
                                dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van
                                dit artikel uitgegaan van de WGA- of IVA-uitkering zoals die werd
                                genoten voor vermindering of gehele of gedeeltelijke weigering van
                                het bedrag plaatsvond.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De ambtenaar verleent op verzoek van het college alle medewerking
                                aan het via het college tot uitbetaling laten komen van de WGA- of
                                IVA-uitkering.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:22 Bovenwettelijke aanvulling Pensioenreglement</titel></kop><al>Artikel 7:21 is van overeenkomstige toepassing, wanneer de ambtenaar in
                            aanvulling op de WGA- of IVA-uitkering, bedoeld in artikel 7:21, recht
                            heeft op een bovenwettelijke aanvulling op grond van het
                            Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:23 WAJONG/WAZ</titel></kop><al>Indien de ambtenaar op grond van zijn arbeidsongeschiktheid recht heeft
                            op een WAJONG- of WAZ-uitkering, worden deze uitkeringen voor de
                            toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld met een uitkering op grond
                            van de WIA.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:23:1 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:24 Zorgverzekering</titel></kop><al>De VNG sluit voor de zorgverzekering van gemeenteambtenaren,
                            postactieven en inactieven een overeenkomst als bedoeld in artikel 18
                            van de Zorgverzekeringswet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:24a Tegemoetkoming ziektekosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar, die een aanvullende verzekering Extra Zorg 3 of Extra
                                Zorg 4 bij IZA Zorgverzekeraar NV, of Mijn Keuze 3 of Mijn Keuze 4
                                bij Zilveren Kruis Achmea heeft, heeft recht op een tegemoetkoming
                                in zijn ziektekosten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De tegemoetkoming in de ziektekosten wordt eenmaal per kalenderjaar
                                in de maand december uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Bij indiensttreding op of na 1 januari van een kalenderjaar heeft
                                de ambtenaar naar evenredigheid recht op een tegemoetkoming in de
                                ziektekosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:25 Hoogte tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De tegemoetkoming in de ziektekosten is € 168,= per jaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De tegemoetkoming in de ziektekosten is € 296,= per jaar als het
                                salaris van de ambtenaar maal de deeltijdfactor lager is dan of
                                gelijk is aan het bedrag dat hoort bij de hoogste periodiek van
                                schaal 6.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De ambtenaar die gedurende het jaar in dienst treedt of ontslagen
                                wordt ontvangt een tegemoetkoming in de ziektekosten naar rato van
                                de tijd dat hij in dienst is geweest.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De peildatum voor de vergelijking van het tweede lid is de maand
                                december. Voor de ambtenaar die gedurende het jaar uit dienst treedt
                                is de peildatum voor de vergelijking van het tweede lid de laatste
                                maand dat de ambtenaar in dienst is geweest.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:25a Meerdere dienstverbanden</titel></kop><al>Indien de ambtenaar uit hoofde van een ander dienstverband een
                            tegemoetkoming krijgt voor ziektekosten, wordt dit verrekend met de
                            tegemoetkoming op grond van artikel 7:24a en artikel 7:25. De ambtenaar
                            is verplicht de gemeente te informeren, indien hij een dergelijke
                            tegemoetkoming ontvangt uit hoofde van een andere dienstbetrekking.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:25b Inhouding ziektekostenpremies</titel></kop><al>Premies die de ambtenaar en/of zijn gezinsleden verschuldigd zijn aan de
                            geselecteerde zorgverzekeraar worden door het college op de bezoldiging
                            van de desbetreffende ambtenaar ingehouden en afgedragen aan de
                            geselecteerde zorgverzekeraar, tenzij de ambtenaar schriftelijk aan de
                            geselecteerde zorgverzekeraar heeft meegedeeld hiertegen bezwaar te
                            hebben, of tenzij de som van de af te dragen premies hoger is dan de
                            netto bezoldiging van de ambtenaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:25:1 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:25:2 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen) </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:25:3 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:25:4 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:26 Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Op de ambtenaar of gewezen ambtenaar, die wegens ziekte op 31
                                december 2000 recht heeft op bezoldiging of uitkering op grond van
                                dit hoofdstuk en waarvan de ziekte ook na deze datum voortduurt,
                                blijven de bepalingen van dit hoofdstuk, zoals deze luidden op 31
                                december 2000 van kracht tot het moment dat de ziekte van de
                                betrokkene eindigt, dan wel tot de dag met ingang waarvan de
                                betrokkene recht krijgt op een uitkering krachtens de
                                Ziektewet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De betrokkene is verplicht de onverschuldigde betalingen aan hem,
                                die op grond van dit artikel zijn verricht, terug te betalen, indien
                                hem met terugwerkende kracht een uitkering krachtens de Ziektewet
                                wordt toegekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:27 Garantie-uitkering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar die herplaatst is op grond van artikel 7:6, tweede lid
                                onder c, zoals dat luidde voor 1 januari 2003, heeft, indien
                                naderhand maar voor 1 januari 2001, de mate van
                                arbeidsongeschiktheid op een lager niveau is vastgesteld, recht op
                                een garantie-uitkering, indien hem geen aanvullende gangbare arbeid
                                is aangeboden van een zodanige omvang dat hij in staat is om zijn
                                toegenomen restverdiencapaciteit te benutten. Onder gangbare arbeid
                                wordt in dit artikel verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid
                                waartoe betrokkene in staat is, gezien zijn krachten en
                                bekwaamheden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De garantie-uitkering bedraagt te rekenen vanaf de datum van
                                aanvang van de ziekte in de oorspronkelijke betrekking 18 maanden
                                100%, vervolgens 39 maanden 80% en daarna 33 maanden 70% van de
                                bezoldiging die de ambtenaar genoot in de oorspronkelijke
                                betrekking.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Op de garantie-uitkering wordt in mindering gebracht hetgeen de
                                ambtenaar ontvangt aan bezoldiging uit de betrekking waarin hij is
                                herplaatst en, in voorkomend geval, met het recht op WAO-uitkering,
                                invaliditeitspensioen, herplaatsingstoelage en inkomsten uit of in
                                verband met arbeid of bedrijf verkregen op of na de datum waarop de
                                arbeidsongeschiktheid op een lager niveau is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien de betrokkene nalaat van de gelegenheid gebruik te maken die
                                kan leiden tot het verkrijgen van gangbare arbeid, indien hij
                                weigert gangbare arbeid te aanvaarden of indien hij opzettelijk
                                inkomsten uit gangbare arbeid verloren laat gaan, wordt het bedrag
                                van de garantie-uitkering verminderd met het bedrag van de verzuimde
                                of de verloren gegane inkomsten.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De garantie-uitkering eindigt: </al><lijst><li nr="a"><al>met ingang van de maand volgend op die waarin hij de
                                        leeftijd van 65 jaar bereikt;</al></li><li nr="b"><al>bij ontslag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:28 Overgangsartikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in
                                artikel 7:3 is gelegen voor 1 januari 2004 zijn de artikelen 7:1,
                                7:3, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16, 7:18, 7:21 en 7:22 niet van
                                toepassing. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 7:1,
                                7:3, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16, 7:18, 7:21 en 7:22 zoals die golden
                                op <extref doc="/cvdr/images/Harderwijk/i221654.pdf">31 december 2005</extref>, van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Op de ambtenaar, van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld
                                in artikel 7:3 is gelegen op of na 1 januari 2004 en die op grond
                                van de WAO recht heeft op een WAO-uitkering, zijn de artikelen 7:1,
                                7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16 en 7:21 niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 7:1,
                                7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16 en 7:21, zoals die golden op <extref doc="/cvdr/images/Harderwijk/i221655.pdf">31 december 2005</extref> , van toepassing, waarbij de verwijzing in artikel 7:21,
                                eerste lid, naar artikel 7:3, eerste lid, gelezen moet worden als
                                een verwijzing naar artikel 7:3, zoals dat luidt met ingang van 1
                                januari 2006 . </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Het college stelt per 1 januari 2006 voor de ambtenaren van wie de
                                eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, is gelegen op
                                of na 1 januari 2004, de duur van de ongeschiktheid vast. De hoogte
                                van de loondoorbetaling vanaf 1 januari 2006 wordt bij voortduring
                                van de ongeschiktheid berekend op basis van het bepaalde in artikel
                                7:3, eerste tot en met het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:28:1 Overgangsartikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in
                                artikel 7:3 is gelegen voor 1 januari 2004 is artikel 7:18:1 niet
                                van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, is artikel 7:18:1 zoals
                                dat gold op <extref doc="/cvdr/images/Harderwijk/i221656.pdf">31 december 2005</extref> , van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:28a Overgangsartikel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in
                                artikel 7:3 gelegen is voor 1 juli 2007 is artikel 7:16 niet van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in
                                artikel 7:3 gelegen is voor 1 juli 2007 is <extref doc="/cvdr/images/Harderwijk/i221657.pdf">artikel 7:16, zoals dat gold op 30 juni 2008</extref>, van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7:28b Overgangsartikel</titel></kop><al>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in
                            artikel 7:3, gelegen is voor 1 augustus 2008, is artikel 7:16 van
                            toepassing, zoals dat gold op 30 november 2008.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>8 Ontslag</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8:1 Ontslag op verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien de ambtenaar ontslag verzoekt, wordt hem dit eervol
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangehouden
                                indien een ontslag op grond van artikel 8:13 overwogen wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:1:1 Ontslag op verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het ontslag, bedoeld in artikel 8:1, wordt niet verleend met ingang
                                van een datum gelegen binnen een maand dan wel later dan drie
                                maanden na de datum waarop het verzoek om ontslag is ingekomen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de ambtenaar dit verzoekt kan van het bepaalde in het eerste
                                lid worden afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien een strafrechtelijke vervolging tegen de ambtenaar aanhangig
                                is of indien overwogen wordt hem in aanmerking te brengen voor
                                disciplinaire straf kan het nemen van een beslissing op een verzoek
                                om ontslag worden aangehouden totdat de uitspraak van de
                                strafrechter of de beslissing inzake de disciplinaire straf
                                onherroepelijk is geworden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:2 Ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde
                                leeftijd</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag
                                waarop hij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Aan de ambtenaar die voldoet aan de voorwaarden voor FPU, maar niet
                                (geheel) gebruik maakt van dit recht, wordt eervol ontslag verleend
                                met ingang van de eerste van de maand volgend op die waarin hij de
                                65-jarige leeftijd bereikt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het college kan in bijzondere gevallen, indien de ambtenaar
                                hiermede instemt, van het bepaalde in het eerste lid afwijken</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:2:1 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:2a Ontslag wegens ouderdomspensioen</titel></kop><al>De aanstelling of arbeidsovereenkomst van de medewerker die na de
                            leeftijd van 65 jaar in dienst is getreden van de gemeente, alsmede de
                            aanstelling of arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 8:2, derde
                            lid, wordt beëindigd wanneer een van de partijen dat wenselijk acht.
                            Hierbij wordt een opzegtermijn van één maand in acht genomen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:3 Ontslag wegens reorganisatie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend wegens opheffing van
                                zijn betrekking of wegens verandering in de inrichting van het
                                dienstonderdeel waarbij hij werkzaam is of van andere
                                dienstonderdelen, dan wel wegens verminderde behoefte aan
                                arbeidskrachten. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Op grond van dit artikel wordt, individuele gevallen uitgezonderd,
                                ontslag verleend ingevolge een vooraf vastgesteld plan.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:3:1 Ontslag wegens reorganisatie</titel></kop><al>Over het plan, bedoeld in artikel 8:3, derde lid, wordt overleg gepleegd
                            in de commissie bedoeld in artikel 12:1, tweede lid. Daarna wordt het
                            aan de betrokken ambtenaren medegedeeld. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:4 Ontslag wegens volledige
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onder volledige arbeidsongeschiktheid wordt verstaan:</al><lijst><li nr="a"><al> arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij recht
                                        bestaat op een WGA-uitkering;</al></li><li nr="b"><al> arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij recht
                                        bestaat op een IVA-uitkering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van volledige
                                ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking wegens ziekte.
                                Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ziekte mede verstaan
                                gebreken. Het ontslag wordt eervol verleend. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Ontslag als bedoeld in het tweede lid mag slechts plaatsvinden
                                indien er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn
                                betrekking wegens ziekte gedurende een periode van 24 maanden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het college betrekt bij het beoordelen van de vraag of er sprake is
                                van een situatie als bedoeld in het derde lid het resultaat van de
                                claimbeoordeling van de WIA en de resultaten van een mogelijke
                                herbeoordeling.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Het college stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat een
                                ontslagprocedure als bedoeld in het tweede lid wordt ingesteld. Deze
                                melding geschiedt op zijn vroegst vanaf de 21e maand na de eerste
                                ziektedag. </al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de meest
                                recente WIA-beschikking zijn genomen. </al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Indien het ontslagbesluit niet binnen de termijn, bedoeld in het
                                zesde lid, genomen is, moet het college, indien er geen
                                overeenstemming bestaat over het ontslag, een deskundigenoordeel van
                                UWV betrekken.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> Voor het bepalen van het in het derde lid bedoelde tijdvak van 24
                                maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de
                                betrekking tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het
                                zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het
                                zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in
                                aanmerking genomen. </al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>Voor het bepalen van het in het derde lid bedoelde tijdvak van 24
                                maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte
                                samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan
                                vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en
                                aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof
                                wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs
                                niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. </al></lid><lid><lidnr>10</lidnr><al> De termijn van 24 maanden, als bedoeld in het derde lid wordt
                                verlengd: </al><lijst><li nr="a"><al> met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in
                                        artikel 24, eerste lid, van de WIA en</al></li><li nr="b"><al>met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut
                                        werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende
                                        lid, van de WIA heeft vastgesteld. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:5 Ontslag wegens gedeeltelijke
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van
                                gedeeltelijke ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking
                                wegens ziekte. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ziekte
                                mede verstaan gebreken. Het ontslag wordt eervol verleend. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een ontslag als bedoeld in het eerste lid mag slechts plaatsvinden
                                indien: </al><lijst><li nr="a"><al> er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn
                                        betrekking wegens ziekte gedurende een periode van 36
                                        maanden;</al></li><li nr="b"><al> het na zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken de
                                        ambtenaar binnen de gemeentelijke dienst passende arbeid op
                                        te dragen, als bedoeld in artikel 7:9.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het college betrekt bij het beoordelen van de vraag of er sprake is
                                van een situatie als bedoeld in het tweede lid het resultaat van de
                                claimbeoordeling op grond van de WIA en de resultaten van een
                                mogelijke herbeoordeling.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het college stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat sprake
                                is van een situatie als bedoeld in het tweede lid op grond waarvan
                                de ontslagprocedure als bedoeld in het eerste lid wordt ingesteld.
                                Deze melding geschiedt op zijn vroegst vanaf de 33e maand na de
                                eerste ziektedag.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de meest
                                recente WIA-beschikking zijn genomen. </al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Indien het ontslagbesluit niet binnen de termijn, bedoeld in het
                                vijfde lid, genomen is, moet het college, indien er geen
                                overeenstemming bestaat over het ontslag, een deskundigenoordeel van
                                UWV betrekken.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde
                                tijdvak van 36 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de
                                vervulling van de betrekking tengevolge van zwangerschap voorafgaand
                                aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het
                                zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in
                                aanmerking genomen. </al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde
                                tijdvak van 36 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens
                                ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van
                                minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan
                                en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of
                                bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit
                                geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit
                                dezelfde oorzaak. </al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al> De termijn van 36 maanden, als genoemd in het tweede lid, onderdeel
                                a, wordt verlengd</al><lijst><li nr="a"><al> met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in
                                        artikel 24, eerste lid, van de WIA en</al></li><li nr="b"><al> met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut
                                        werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende
                                        lid, van de WIA heeft vastgesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>10</lidnr><al> Indien voor de ambtenaar buiten de gemeentelijke dienst passende
                                arbeid als bedoeld in artikel 7:16, derde of vierde lid, aanwezig
                                is, is ontslag vanaf 24 maanden na de eerste dag van ongeschiktheid
                                op grond van dit artikel mogelijk. Bij het bepalen van de termijn
                                van 24 maanden worden het zesde, zevende en achtste lid van artikel
                                7:16 overeenkomstig toegepast. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:5a Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar die ongeschikt is voor de vervulling van zijn functie
                                wegens ziekte of gebrek kan ontslag verleend worden indien hij
                                zonder deugdelijke grond weigert:</al><lijst><li nr="a"><al>gevolg te geven aan door het college of een door hem
                                        aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en mee
                                        te werken aan door het college of een door hem aangewezen
                                        deskundige getroffen maatregelen om hem in staat te stellen
                                        de eigen of passende arbeid te verrichten, als bedoeld in
                                        artikel 7:9;</al></li><li nr="b"><al>arbeid als bedoeld in artikel 7:11, tweede lid te verrichten
                                        waartoe het college hem in de gelegenheid stelt;</al></li><li nr="c"><al>zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en
                                        bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel
                                        25, tweede lid, van de WIA;</al></li><li nr="d"><al>een uitkering op grond van de WIA aan te vragen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in
                                het eerste lid, wint het college een hierop betrekking hebbend
                                advies van het UWV in.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:5:1 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:6 Ontslag wegens onbekwaamheid of
                                ongeschiktheid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van
                                onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van zijn
                                betrekking anders dan op grond van ziekten of gebreken. Ontslag op
                                grond van dit artikel wordt eervol verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden
                                verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:7 Overige ontslaggronden</titel></kop><al>Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van:</al><lijst><li nr="a"><al>verlies van een vereiste bij de aanstelling door het
                                    bestuursorgaan gesteld, tenzij het vereiste alleen bij
                                    aanvaarding van de betrekking geldt;</al></li><li nr="b"><al>aangaan van een graad van zwagerschap die de aanstelling in de
                                    betrekking zou uitsluiten;</al></li><li nr="c"><al>staat van curatele krachtens onherroepelijk geworden
                                    rechterlijke uitspraak;</al></li><li nr="d"><al>toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens
                                    onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;</al></li><li nr="e"><al>onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens
                                    misdrijf;</al></li><li nr="f"><al>het verstrekken van onjuiste gegevens in verband met
                                    indiensttreding, tenzij hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt
                                    kan worden gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:7:1 Overige ontslaggronden</titel></kop><al>Behalve in het geval, bedoeld in artikel 8:7, onder e, wordt een ontslag
                            op grond van evengenoemd artikel eervol verleend. Het ontslag kan niet
                            eerder ingaan dan op de dag volgende op die waarop de reden voor het
                            ontslag voor het eerst aanwezig was.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:8 Overige ontslaggronden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een ambtenaar die vast is aangesteld kan eervol worden ontslagen op
                                een bij het besluit omschreven grond, niet vallende onder de gronden
                                in vorige artikelen van dit hoofdstuk genoemd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden
                                verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:8:1 Overige ontslaggronden</titel></kop><al>De grond waarop het ontslag berust, dat is verleend ingevolge artikel
                            8:8, wordt slechts op verzoek van de ambtenaar in het ontslagbesluit
                            vermeld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:9 Overige ontslaggronden</titel></kop><al>Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in
                            een publiekrechtelijk college, waarin hij was benoemd of verkozen
                            tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt, indien hij
                            ophoudt zodanige functie te bekleden en hij naar het oordeel van het
                            college niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:10 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:10:1 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:11 Ontslag wegens FPU</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op
                                grond van de FPU-regeling wordt eervol ontslag verleend indien het
                                bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden
                                overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting
                                pensioenfonds Abp op grond van een desbetreffende aanvraag hebben
                                vastgesteld dat na te verlenen ontslag recht bestaat op een
                                uitkering op grond van die regeling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het in het eerste lid genoemde ontslag kan ook voor een gedeelte
                                van de voor de ambtenaar geldende formele arbeidsduur per week
                                worden verleend, tenzij de belangen van de dienst zich hiertegen
                                verzetten. Het deeltijdontslag bedraagt ten minste 10% van de
                                formele arbeidsduur per week. Het deeltijdontslag bedraagt
                                telkenmale dat het wordt verleend, ten minste 10% van de
                                oorspronkelijke formele arbeidsduur.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:11:1 Ontslag wegens FPU</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het ontslag, bedoeld in artikel 8:11, gaat eerst in met ingang van
                                de dag waarop het recht op een uitkering ingevolge de FPU-regeling
                                bestaat.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het bepaalde in artikel 8:1:1 is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:12 Ontslag uit een tijdelijke aanstelling of tijdelijke
                                urenuitbreiding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor bepaalde tijd is van
                                rechtswege ontslagen op de datum waarop die tijd verstrijkt. Indien
                                na de datum, bedoeld in de eerste volzin, het dienstverband
                                feitelijk wordt gehandhaafd zonder dat opnieuw een aanstelling is
                                verleend, wordt de tijdelijke aanstelling geacht voor dezelfde tijd
                                te zijn aangegaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ambtenaar met wie een urenuitbreiding voor bepaalde tijd is
                                aangegaan, is, voor zover het die urenuitbreiding betreft, van
                                rechtswege ontslagen op de datum dat de urenuitbreiding eindigt.
                                Indien na de datum, bedoeld in de eerste volzin, de urenuitbreiding
                                feitelijk wordt gehandhaafd zonder dat opnieuw een urenuitbreiding
                                is verleend, wordt de tijdelijke urenuitbreiding geacht voor
                                dezelfde tijd te zijn aangegaan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor onbepaalde tijd kan
                                ontslag worden verleend indien de omstandigheid die tot de
                                aanstelling leidde is vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De ambtenaar met wie een urenuitbreiding voor onbepaalde tijd is
                                aangegaan, kan, voor zover het die urenuitbreiding betreft, ontslag
                                worden verleend, indien de omstandigheid die tot de urenuitbreiding
                                leidde, is vervallen. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Het ontslag als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid kan
                                niet plaatsvinden wanneer de termijnen als genoemd in artikel 2:4
                                zijn overschreden.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Het college kan omtrent de opzegtermijnen voor het ontslag uit een
                                tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd nadere regels
                                stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:12:1 Tussentijds ontslag uit een tijdelijke aanstelling
                                of urenuitbreiding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar, bedoeld in artikel 8:12, eerste en tweede lid, kan
                                ook ontslag worden verleend op een van de andere gronden genoemd in
                                dit hoofdstuk.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ambtenaar, bedoeld in artikel 8:12, derde en vierde lid, kan ook
                                ontslag worden verleend op een van de andere gronden genoemd in dit
                                hoofdstuk.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:12:2 Opzegtermijn bij beëindiging tijdelijke
                                aanstelling of urenuitbreiding voor onbepaalde tijd</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Bij een ontslag als bedoeld in artikel 8:12, derde en vierde lid,
                                wordt een opzegtermijn in acht genomen:</al><lijst><li nr="a"><al>van drie maanden, indien de tijdelijke aanstelling
                                        respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de
                                        opzegtermijn onafgebroken twaalf maanden heeft geduurd;</al></li><li nr="b"><al>van twee maanden, indien de tijdelijke aanstelling
                                        respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de
                                        opzegtermijn onafgebroken zes maanden of langer, doch korter
                                        dan twaalf maanden, heeft geduurd;</al></li><li nr="c"><al>van één maand, indien de tijdelijke aanstelling
                                        respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de
                                        opzegtermijn onafgebroken korter dan zes maanden heeft
                                        geduurd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Over de tijd die aan de in het eerste lid bedoelde opzegtermijn
                                mocht ontbreken, heeft de betrokkene recht op doorbetaling van de
                                bezoldiging.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:13 Ontslag als disciplinaire straf</titel></kop><al>Als disciplinaire straf kan aan de ambtenaar ongevraagd ontslag verleend
                            worden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:14 Ontslagbescherming leden ondernemingsraad en
                                vakorganisaties</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a"><al><vet>wet:</vet>Wet op de ondernemingsraden; </al></li><li nr="b"><al><vet>ondernemingsraad:</vet> de ondernemingsraad zoals
                                        bedoeld in de wet; </al></li><li nr="c"><al><vet>ambtenaar:</vet> de persoon zoals bedoeld in artikel 1,
                                        tweede lid, van de wet. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ontslag op grond van artikel 8:8 kan niet geschieden: </al><lijst><li nr="a"><al>wegens de plaatsing van de ambtenaar op een kandidatenlijst
                                        als bedoeld in artikel 9 van de wet; </al></li><li nr="b"><al>wegens het lidmaatschap van een ondernemingsraad; </al></li><li nr="c"><al>wegens het lidmaatschap van een commissie bedoeld in artikel
                                        15 van de wet; </al></li><li nr="d"><al>van een ambtenaar die korter dan twee jaar geleden lid is
                                        geweest van een ondernemingsraad; </al></li><li nr="e"><al>van een ambtenaar die korter dan twee jaar geleden lid is
                                        geweest van een commissie bedoeld in artikel 15 van de wet.
                                    </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Ontslag op grond van artikel 8:8 kan niet geschieden wegens het feit
                                dat de ambtenaar door een toegelaten organisatie als bedoeld in
                                artikel 12:1, derde lid, of door een daarbij aangesloten bond is
                                aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te
                                ontplooien binnen zijn centrale of een daarbij aangesloten bond c.q.
                                binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de
                                doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en de
                                daarbij aangesloten bonden te ondersteunen. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in het tweede en derde lid kan ontslag
                                op grond van artikel 8:8 plaatsvinden wanneer de betrokkene
                                schriftelijk in het ontslag toestemt. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Indien de ondernemer aan de ondernemingsraad een secretaris heeft
                                toegevoegd, zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing
                                op die secretaris. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:15:1 Schorsing als ordemaatregel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in artikel 16:1:2 kan de ambtenaar door
                                het college worden geschorst:</al><lijst><li nr="a"><al>wanneer hem het voornemen tot bestraffing met
                                        onvoorwaardelijk ontslag is te kennen gegeven of hem van de
                                        oplegging van deze straf mededeling is gedaan;</al></li><li nr="b"><al>wanneer tegen hem volgens de terzake geldende bepalingen van
                                        het Wetboek van Strafvordering een bevel tot
                                        inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis wordt ten
                                        uitvoer gelegd;</al></li><li nr="c"><al>wanneer tegen hem een strafrechtelijke vervolging wegens
                                        misdrijf wordt ingesteld;</al></li><li nr="d"><al>in andere gevallen waarin schorsing wordt gevorderd door het
                                        belang van de dienst.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het schorsingsbesluit bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a"><al>een aanduiding van het tijdstip waarop de schorsing
                                        ingaat;</al></li><li nr="b"><al>een nauwkeurige aanduiding van de in het eerste lid bedoelde
                                        omstandigheid of omstandigheden welke tot de schorsing
                                        aanleiding heeft of hebben gegeven;</al></li><li nr="c"><al>een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de duur van de
                                        schorsing.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:15:2 Schorsing als ordemaatregel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1, eerste lid, onder b
                                of c, kan de bezoldiging voor een derde gedeelte worden ingehouden;
                                na verloop van een termijn van zes weken kan een verdere
                                vermindering van het uit te keren bedrag, ook tot het volle bedrag
                                van de bezoldiging, plaatsvinden, behoudens het bepaalde in het
                                derde lid. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1, eerste lid, onder a,
                                kan tot de in de strafaanzegging of –oplegging genoemde datum van
                                ingang van het ontslag de bezoldiging geheel of gedeeltelijk worden
                                ingehouden, behoudens het bepaalde in het derde lid. Met ingang van
                                de datum van het ontslag wordt de uitkering van de bezoldiging
                                geheel gestaakt. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het betaalbare gedeelte van de bezoldiging kan aan anderen dan de
                                ambtenaar worden uitgekeerd. Gedurende de schorsingsperiode blijft
                                de ambtenaar in ieder geval in het genot van een bedrag, gelijk aan
                                het op hem verhaalbare gedeelte van de premies voor pensioen. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De ingevolge het eerste lid niet uitgekeerde bezoldiging wordt
                                alsnog uitbetaald, indien de schorsing niet door een door de
                                strafrechter opgelegde straf wordt gevolgd of ook indien en in
                                zoverre op andere gronden alsnog tot uitbetaling wordt besloten.
                            </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De ingevolge het tweede lid niet uitgekeerde bezoldiging wordt
                                alsnog uitbetaald, indien op de schorsing bestraffing van de
                                ambtenaar met onvoorwaardelijk ontslag niet volgt. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:15:3 Bevoegdheid tot ontslagverlening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ontslag wordt verleend door het bestuursorgaan dat bevoegd is tot
                                aanstelling in de betrekking, laatstelijk door de ambtenaar
                                vervuld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het besluit tot het verlenen van ontslag wordt op schrift gesteld,
                                met vermelding van de datum van ingang van het ontslag dan wel een
                                omschrijving of aanduiding van die datum.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Ingeval aan een ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor
                                onbepaalde tijd ontslag wordt verleend, wordt de grond waarop het
                                ontslag berust slechts op verzoek van de ambtenaar vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:16:1 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:16:2 Overlijdensuitkering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De bezoldiging van de ambtenaar wordt niet langer uitbetaald dan
                                tot en met de dag van het overlijden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de ambtenaar wordt aan de
                                weduwe, weduwnaar of geregistreerde partner een bedrag uitgekeerd
                                gelijk aan de bezoldiging over een tijdvak van drie maanden
                                vermeerderd met de vakantietoelage. Als maatstaf bij de berekening
                                van het in de vorige volzin bedoelde bedrag wordt in aanmerking
                                genomen de voor de ambtenaar op de dag van overlijden geldende
                                bezoldiging per maand. Indien de overledene geen weduwe, weduwnaar
                                of geregistreerde partner nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve
                                van de minderjarige wettige, natuurlijke en pleegkinderen. Ontbreken
                                ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering, indien de
                                overledene kostwinner was van ouders, meerderjarige kinderen,
                                broeders of zusters, ten behoeve van deze betrekkingen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de overledene geen betrekkingen, bedoeld in het tweede lid,
                                nalaat, kan het daarbedoelde bedrag door het bevoegd bestuursorgaan
                                geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten
                                van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, indien de
                                nalatenschap van de overledene voor de betaling van die kosten
                                ontoereikend is.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Op de uitkering, bedoeld in het tweede lid, wordt in mindering
                                gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten
                                betrekkingen van de ambtenaar ter zake van diens overlijden
                                aanspraak kunnen maken krachtens enig wettelijk voorgeschreven
                                verzekering tegen ziekte of arbeidsongeschiktheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:16:3 Overlijdensuitkering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedurende de maand waarin het overlijden van de ambtenaar
                                plaatsvond en de daarop volgende drie maanden behouden de
                                achterblijvende gezinsleden het gebruik van de dienstwoning waarin
                                zij met de ambtenaar woonden. Daarvan kan echter worden afgeweken
                                als het college dat in het belang van de dienst noodzakelijk
                                acht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien door de ambtenaar voor het gebruik van de dienstwoning een
                                vergoeding verschuldigd was, voldoen de achtergebleven gezinsleden
                                deze over de tijd gedurende welke zij het gebruik van de woning
                                behouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:16a Overlijdensuitkering bij een ongeval in en door de
                                dienst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien de ambtenaar overlijdt en zijn overlijden een rechtstreeks
                                gevolg is van een ongeval in en door de dienst, dan wordt aan de
                                weduwe, weduwnaar of geregistreerd partner een uitkering verstrekt.
                                Indien de overledene geen weduwe, weduwnaar of geregistreerd partner
                                nalaat, wordt de uitkering verstrekt aan de minderjarige wettige,
                                natuurlijke en pleegkinderen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De uitkering bedraagt één jaarbezoldiging, berekend over de 12
                                kalendermaanden onmiddellijk voorafgaande aan de maand van
                                overlijden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien het college een verzekering heeft afgesloten die tot
                                uitkering komt in geval de ambtenaar overlijdt als gevolg van een
                                ongeval in en door de dienst, bedraagt de uitkering in afwijking van
                                het tweede lid het bedrag waarvoor het college zich terzake heeft
                                verzekerd, met een minimum van één jaarbezoldiging.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:17 Gedeeltelijk ontslag na terugbrengen formele
                                arbeidsduur</titel></kop><al>Indien door de werkgever de formele arbeidsduur per week gedeeltelijk
                            wordt teruggebracht, al dan niet na een tijdelijke uitbreiding daarvan,
                            dient dit te geschieden door een gedeeltelijk ontslag op grond van dit
                            hoofdstuk, behalve in het geval van wijziging van de aanstelling op
                            grond van artikel 7:16.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:18 Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de
                                vervulling van zijn betrekking wegens ziekte, bedoeld in de
                                artikelen 8:5 en 8:5a, is gelegen voor 1 januari 2004 zijn de
                                artikelen 8:5 en 8:5a niet van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 8:5
                                en 8:5a, zoals die golden op <extref doc="/cvdr/images/Harderwijk/i221658.pdf">30 juni 2006</extref>, van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Op de ambtenaar, van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de
                                vervulling van zijn betrekking wegens ziekte, bedoeld in de
                                artikelen 8:5 en 8:5a , is gelegen op of na 1 januari 2004, maar die
                                op grond van de WAO recht hebben op een WAO-uitkering, zijn de
                                artikelen 8:5 en 8:5a niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 8:5
                                en 8:5a, zoals die golden op <extref doc="/cvdr/images/Harderwijk/i221659.pdf">30 juni 2006</extref>, van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:19 Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de
                                vervulling van zijn betrekking wegens ziekte, bedoeld in artikel
                                8:5, is gelegen voor 1 juli 2007 is artikel 8:5 niet van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, is artikel 8:5, <extref doc="/cvdr/images/Harderwijk/i221660.pdf">zoals dat gold op 30 juni 2008</extref>, van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8:20 Overgangsbepaling</titel></kop><al>Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in
                            artikel 7:3, gelegen is voor 1 augustus 2008, is artikel 8:4 of artikel
                            8:5 van toepassing, zoals dat gold op <extref doc="/cvdr/images/Harderwijk/i221661.pdf">30 november 2008</extref>.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>10d Van werk naar werk-aanpak en voorzieningen bij
                            werkloosheid</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10d:0:0:1 Sanctiebeleid aanvullende en nawettelijke
                                uitkering</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in hoofdstuk 10d is een sanctiebeleid
                            aanvullende en nawettelijke uitkering vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Paragraaf 1 Werkingssfeer en begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr=""><al>Artikel 10d:1 Werkingssfeer</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:2 Begripsbepalingen</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:1 Werkingssfeer</titel></kop><al>Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die als gevolg van een
                            organisatieverandering boventallig is geworden of op grond van, 8:5, 8:6
                            of 8:8 ontslagen wordt en de ambtenaar die op grond van artikel 8:3,
                            8:5, 8:6 of 8:8 ontslagen is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:2 Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al><vet>aanvullende uitkering</vet>uitkering tijdens de
                                    werkloosheidsuitkering;</al></li><li nr="b"><al><vet>bezoldiging</vet>het gemiddelde van de bezoldiging als
                                    bedoeld in artikel 3:1, berekend over een periode van 12 maanden
                                    direct voorafgaand aan de start van de re-integratiefase of de
                                    start van het Van werk naar werk-traject, vermeerderd met de
                                    vakantietoelage en de eindejaarsuitkering; deze wordt
                                    geïndexeerd met de generieke salarisverhoging in de
                                    gemeentelijke sector;</al></li><li nr="c"><al><vet>gemeentelijke sector</vet>de gemeenten en
                                    gemeenschappelijke regelingen, die de CAR van toepassing hebben
                                    verklaard;</al></li><li nr="d"><al><vet>boventalligheid:</vet>de situatie dat een ambtenaar wegens
                                    reorganisatie niet kan terugkeren in de formatie na de
                                    reorganisatie;</al></li><li nr="e"><al><vet>na-wettelijke uitkering</vet> de uitkering na afloop van de
                                    werkloosheidsuitkering;</al></li><li nr="f"><al><vet>werkloosheid</vet>werkloosheid als bedoeld in de
                                    Werkloosheidswet, waarbij het arbeidsurenverlies voortvloeit uit
                                    de beëindiging van de aanstelling of arbeidsovereenkomst bij de
                                    gemeente;</al></li><li nr="g"><al><vet>werkloosheidsuitkering</vet>uitkering op grond van de
                                    Werkloosheidswet, welke uitkering voortvloeit uit de aanstelling
                                    of arbeidsovereenkomst met de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Paragraaf 2 Samenloop met lokale afspraken</titel></kop><lijst><li nr=""><al>Artikel 10d:3 Samenloop met lokale afspraken</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:3 Samenloop met lokale afspraken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Er kunnen lokaal aanvullende afspraken worden gemaakt op de
                                bepalingen in dit hoofdstuk.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Wanneer voor 26 juni 2012 lokaal andere afspraken zijn
                                overeengekomen, dan die in dit hoofdstuk zijn gesteld, bespreken
                                college en vakorganisaties in de Commissie voor Georganiseerd
                                Overleg wanneer tot herziening zal worden overgegaan van deze lokale
                                afspraken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Paragraaf 3 Rechten bij ontslag op grond van artikel 8:8</titel></kop><lijst><li nr=""><al>Artikel 10d:4 Rechten bij ontslag op grond van artikel 8:8</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:4 Rechten bij ontslag op grond van artikel
                                8:8</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor de ambtenaar die op grond van artikel 8:8 ontslagen wordt,
                                treft het college een passende regeling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ambtenaar wordt over de inhoud van de regeling voorafgaand door
                                het college gehoord.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het college betrekt bij de vaststelling van de regeling de inhoud
                                van de paragraaf over aanvullende uitkering bij ontslag uit dit
                                hoofdstuk, voor zover dit redelijk en billijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Paragraaf 4 Procedure van re-integratie bij ontslag op grond van
                                onbekwaamheid of ongeschiktheid (art 8:6)</titel></kop><lijst><li nr=""><al>Artikel 10d:5 Begripsbepalingen</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:6 Re-integratiefase voor ontslag</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:7 Einde re-integratiefase</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:8 Einde re-integratiefase</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:9 Verlenging re-integratiefase door middel van
                                    levensloop</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:10 Re-integratieplan</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:5 Begripsbepalingen</titel></kop><al> Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al><vet>re-integratiefase: </vet>de fase voorafgaand aan ontslag,
                                    waarin door middel van een reintegratieplan afspraken worden
                                    gemaakt over de wijze waarop de re-integratie van de ambtenaar
                                    het best tot stand kan komen en hieraan uitvoering wordt gegeven
                                    met als doel werkloosheid zoveel als mogelijk te voorkomen;
                                </al></li><li nr="b"><al><vet> re-integratieplan:</vet> het plan van aanpak waarin de
                                    re-integratie-inspanningen van gemeente en de ambtenaar
                                    beschreven staan, die tot doel hebben de re-integratie van de
                                    ambtenaar te bevorderen; </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:6 Re-integratiefase voor ontslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar die ontslagen wordt op grond van artikel 8:6 heeft
                                recht op een re-integratiefase.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De re-integratiefase begint met een besluit tot ontslag op grond van
                                artikel 8:6.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De re-integratiefase gaat in op de eerste werkdag na verzending of
                                overhandiging van het besluit tot ontslag.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De re-integratiefase is afhankelijk van de duur van het
                                dienstverband bij de gemeente,waaruit ontslag plaatsvindt. Hierbij
                                wordt de duur van het dienstverband gerekend vanaf de datum van
                                indiensttreding bij de gemeente, waaruit ontslag plaatsvindt, tot de
                                datum van de start van de re-integratiefase. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De duur van de re-integratiefase bedraagt bij een dienstverband
                                van: </al><lijst><li nr="a"><al> 2 tot 10 jaar 4 maanden</al></li><li nr="b"><al> 10 tot 15 jaar 8 maanden </al></li><li nr="c"><al> 15 jaar of meer 12 maanden. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:7 Einde re-integratiefase</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De re-integratiefase eindigt eerder dan na afloop van de voor de
                                ambtenaar geldende termijn, indien de ambtenaar voor het aflopen van
                                deze fase al dan niet in deeltijd een andere functie binnen of
                                buiten de gemeente aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De re-integratiefase eindigt eerder en het ontslag op grond van
                                artikel 8:6 gaat direct in, indien de ambtenaar zich tijdens de
                                re-integratiefase niet houdt aan de afspraken uit het
                                re-integratieplan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de re-integratiefase eerder eindigt om de in het tweede lid
                                genoemde reden, vervallen de rechten op een aanvullende uitkering en
                                een na-wettelijke uitkering. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:8 Verlenging reïntegratiefase bij nalatigheid
                                gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De re-integratiefase wordt verlengd wanneer het college zich
                                tijdens de re-integratiefase niet houdt aan de afspraken uit het
                                re-integratieplan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De verlenging duurt minimaal een maand en maximaal de helft van de
                                oorspronkelijke reintegratiefase.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Tijdens de verlengde re-integratiefase herstelt het college de
                                nalatigheid naar de mate waarin dat mogelijk is.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Tijdens de verlengde re-integratiefase blijven de gemaakte
                                afspraken uit het reintegratieplan van kracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:9 Verlenging re-integratiefase door middel van
                                levensloop</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> 1. De ambtenaar kan het college verzoeken de re-integratiefase met
                                maximaal 12 maanden te verlengen door gebruik te maken van de
                                mogelijkheid van onbetaald verlof als bedoeld in artikel 6:9.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het college stemt alleen in met het verzoek indien de ambtenaar
                                tijdens de reintegratiefase redelijkerwijs niet heeft kunnen voldoen
                                aan zijn re-integratieverplichtingen en indien:</al><lijst><li nr="a"><al>onbetaald verlof wordt opgenomen voor de volledige
                                        arbeidsduur; en</al></li><li nr="b"><al> de ambtenaar tijdens het onbetaald verlof levenslooptegoed
                                        opneemt op grond van de gemeentelijke levensloopregeling;
                                        en</al></li><li nr="c"><al> tijdens de verlengde re-integratiefase activiteiten worden
                                        ondernomen of voortgezet die de re-integratie
                                        bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het college en de ambtenaar maken nadere afspraken over de
                                voorwaarden waaronder de inspanningen van het college en de
                                ambtenaar, zoals deze zijn neergelegd in het reintegratieplan,
                                tijdens de verlenging van de re-integratiefase worden
                                voortgezet.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Artikel 10d:7 is tijdens de verlenging van de re-integratiefase van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:10 Re-integratieplan</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het college stelt zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen een
                                maand na aanvang van de re-integratiefase een re-integratieplan op.
                            </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ambtenaar wordt over de inhoud van het plan voorafgaand door het
                                college gehoord. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In het re-integratieplan worden afspraken opgenomen over de
                                re-integratie-inspanningen die van het college en de ambtenaar
                                verlangd worden. In het re-integratieplan staan in ieder geval
                                afspraken over: </al><lijst><li nr="-"><al> verlof, voor zover dat nodig is, voor activiteiten die
                                        neergelegd zijn in het reintegratieplan;</al></li><li nr="-"><al> scholing, indien die gevolgd gaat worden, welke scholing,
                                        het begin van die scholing, het einde van die scholing, de
                                        betaling en de te behalen resultaten;</al></li><li nr="-"><al>opstellen arbeidsmarktprofiel; </al></li><li nr="-"><al> sollicitatieactiviteiten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In het re-integratieplan worden afspraken gemaakt over de kosten
                                voor de verschillende activiteiten uit het re-integratieplan. De
                                kosten voor de activiteiten uit het re-integratieplan komen, mits
                                redelijk en billijk, volledig voor rekening van het college, met een
                                maximum van € 7.500,=.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Paragraaf 5 Van werk naar werk-begeleiding bij
                                boventalligheid</titel></kop><al><vet>Toelichting</vet>In deze paragraaf zijn de nieuwe bepalingen
                            opgenomen voortvloeiende uit het Cao-akkoord 2011-2012.</al><lijst><li nr=""><al><vet>Algemene bepalingen</vet></al><lijst><li nr=""><al>Artikel 10d:11 Toepassingsbereik</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:12 Duur van een Van werk naar
                                            werk-traject</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:13 Inspanningsverplichting</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:14 Start Van werk naar werk-traject</al></li></lijst></li><li nr=""><al><vet>Inhoud Van werk naar werk-traject</vet></al><lijst><li nr=""><al>Artikel 10d:15 Van werk naar werk-onderzoek</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:16 Van werk naar werk-contract</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:17 Uitvoering van het Van werk naar
                                            werk-contract</al></li></lijst></li><li nr=""><al><vet>Verlenging en einde Van werk naar werk-traject</vet></al><lijst><li nr=""><al>Artikel 10d:18 Einde Van werk naar werk-traject</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:19 Tussentijdse beëindiging</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:20 Advies loopbaanadviseur</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:21 Reguliere beëindiging Van werk naar
                                            werk-traject</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:22 Verlenging Van werk naar
                                            werk-traject</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:23 Niet-nakoming van afspraken uit Van werk
                                            naar werk-contract</al></li></lijst></li><li nr=""><al><vet>Paritaire commissie voor toezicht op Van werk naar
                                        werk-trajecten</vet></al><lijst><li nr=""><al>Artikel 10d:24 Paritaire commissie</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:11 Toepassingsbereik</titel></kop><al>Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar die door het college
                            boventallig wordt verklaard, en die op de datum waarop deze
                            boventalligheid ingaat, een dienstverband van tenminste twee jaar heeft
                            bij de betreffende gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:12 Duur van een Van werk naar werk-traject</titel></kop><al>De boventallig verklaarde ambtenaar heeft recht op een Van werk naar
                            werk-traject dat maximaal twee jaar duurt, tenzij het college besluit
                            tot verlenging op grond van artikel 10d:20 en artikel 10d:22.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:13 Inspanningsverplichting</titel></kop><al>In het Van werk naar werk-traject leveren zowel de boventallig
                            verklaarde ambtenaar als het college een actieve bijdrage aan de
                            uitvoering van het Van werk naar werk-traject. De Van werk naar
                            werk-inspanningen zijn gericht op plaatsing van de ambtenaar in een
                            passende dan wel geschikte functie, of aanvaarding door de ambtenaar van
                            een functie buiten de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:14 Start Van werk naar werk-traject</titel></kop><al>Het Van werk naar werk-traject start op de dag waarop het besluit tot
                            boventalligverklaring in werking is getreden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:15 Van werk naar werk-onderzoek</titel></kop><lid><lidnr> 1 </lidnr><al> Om richting te geven aan het Van werk naar werk-traject onderzoeken
                                college en ambtenaar gezamenlijk de wensen en
                                ontwikkelingsmogelijkheden van de ambtenaar, binnen en buiten de
                                gemeente. Hierbij worden tevens de kansen van de ambtenaar op de
                                regionale arbeidsmarkt onderzocht. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij het in het eerste lid bedoelde onderzoek kan een gecertificeerd
                                loopbaanadviseur worden ingeschakeld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het Van werk naar werk-onderzoek kan van start gaan vóór de datum
                                waarop het Van werk naar werk-traject begint en is uiterlijk binnen
                                een maand na die datum afgerond.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:16 Van werk naar werk-contract</titel></kop><lid><lidnr> 1 </lidnr><al> Binnen drie maanden na afronding van het Van werk naar
                                werk-onderzoek stellen college en ambtenaar een Van werk naar
                                werk-contract op. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde contract bevat de doelen, de
                                voorzieningen die nodig zijn om deze doelen te bereiken, nadere
                                afspraken en daaraan verbonden termijnen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Afspraken kunnen worden gemaakt over:</al><lijst><li nr="-"><al> het al dan niet toekennen van professionele begeleiding en
                                        de tijdsduur daarvan; </al></li><li nr="-"><al> het al dan niet elders opdoen van werkervaring;</al></li><li nr="-"><al> de werkzaamheden die de ambtenaar gedurende het Van werk
                                        naar werk-traject verricht; </al></li><li nr="-"><al>het al dan niet volgen van een opleiding en het daarvoor
                                        beschikbare budget;</al></li><li nr="-"><al> eventuele beperkingen van de ambtenaar, die zijn gebleken
                                        uit het Van werk naar werk-onderzoek;</al></li><li nr="-"><al> de tijd die de ambtenaar beschikbaar heeft voor
                                        sollicitatieactiviteiten en andere inspanningen gericht op
                                        het vinden van een nieuwe werkkring. Deze tijd bedraagt
                                        tenminste 20% van de omvang van de aanstelling; </al></li><li nr="-"><al> het al dan niet gebruik maken van specifieke flankerende
                                        voorzieningen, zoals bedoeld in het artikel 17:7.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De noodzakelijke kosten van het Van werk naar werk-traject komen tot
                                een bedrag van € 7.500,- voor rekening van het college. Ten aanzien
                                van kosten die dit bedrag overstijgen neemt het college een
                                afzonderlijk besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:17 Uitvoering van het Van werk naar
                                werk-contract</titel></kop><al>Vanaf de start van de uitvoering van het Van werk naar werk-contract
                            wordt de nakoming van de wederzijds gemaakte afspraken gevolgd. Iedere
                            drie maanden wordt de voortgang in het traject geëvalueerd. Hiervan
                            wordt een verslag opgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:18 Einde Van werk naar werk-traject</titel></kop><al>Het Van werk naar werk-traject eindigt op het moment dat de ambtenaar -
                            al dan niet in deeltijd - een andere functie binnen of buiten de
                            gemeente aanvaardt, op grond van ontslag op eigen verzoek of ontslag om
                            een andere reden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:19 Tussentijdse beëindiging</titel></kop><lid><lidnr> 1 </lidnr><al> Het Van werk naar werk-traject eindigt, indien de ambtenaar
                                plaatsing in een passende of geschikte functie binnen de gemeente of
                                de aanvaarding van een aangeboden functie buiten de gemeente
                                weigert. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan eveneens besluiten tot tussentijdse beëindiging van
                                het Van werk naar werk-traject en ontslag, indien de ambtenaar zich
                                niet houdt aan de afspraken uit het Van werk naar
                                werk-contract.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien het Van werk naar werk-traject eerder eindigt om de in het
                                eerste of tweede lid genoemde reden, wordt de ambtenaar ontslag
                                verleend op grond van artikel 8:3 met ingang van de dag volgend op
                                die waarop het Van werk naar werk-traject is beëindigd. In dit geval
                                kan het college aangeven dat sprake is van verwijtbare werkloosheid
                                en vervallen de rechten op een aanvullende uitkering en een
                                na-wettelijke uitkering.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:20 Advies loopbaanadviseur</titel></kop><lid><lidnr> 1 </lidnr><al> Indien het Van werk naar werk-traject na verloop van 21 maanden
                                sinds de start ervan niet met een positief resultaat is afgesloten
                                of om een andere reden is beëindigd, brengt een gecertificeerd
                                loopbaanadviseur binnen een maand een advies uit aan het college
                                over het vervolgtraject. Hierbij worden in ieder geval de
                                evaluatieverslagen als bedoeld in artikel 10d:17 in acht genomen. De
                                ambtenaar ontvangt een afschrift van het advies. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het advies bedoeld in het eerste lid gaat in op de vraag of
                                voortzetting van het Van werk naar werk-traject zinvol is, gelet op
                                de vooruitzichten op korte termijn en de mate waarin voortzetting de
                                kans op een passende of geschikte functie binnen afzienbare termijn
                                vergroot.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college beslist of het advies van de loopbaanadviseur wel of
                                niet wordt overgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:21 Reguliere beëindiging Van werk naar
                                werk-traject</titel></kop><lid><lidnr> 1 </lidnr><al> Na ontvangst van het advies van de loopbaanadviseur beslist het
                                college over het vervolg van het Van werk naar werk-traject, en
                                stelt de ambtenaar in kennis van deze beslissing. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien het Van werk naar werk-traject na verloop van 24 maanden niet
                                wordt voortgezet wordt de ambtenaar ontslag verleend op grond van
                                artikel 8:3.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het ontslag als bedoeld in het tweede lid gaat in op de eerste dag
                                na afloop van de Van werk naar werk-termijn van twee jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:22 Verlenging Van werk naar werk-traject</titel></kop><lid><lidnr> 1 </lidnr><al> Indien er zekerheid is, in de vorm van een schriftelijke toezegging
                                van een werkgever, dat binnen een half jaar een functie voor de
                                ambtenaar kan worden gevonden, of indien voortzetting van het Van
                                werk naar werk-traject de kans op het vinden van een passende of
                                geschikte functie aantoonbaar vergroot, kan het college besluiten
                                het Van werk naar werk-traject te verlengen. Deze verlenging beslaat
                                een redelijke en nader gespecificeerde periode en kan niet meer dan
                                één keer worden verleend. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien aan het einde van de periode van verlenging het Van werk naar
                                werk-traject niet tussentijds is beëindigd, verleent het college de
                                ambtenaar ontslag op grond van artikel 8:3.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het ontslag als bedoeld in het tweede lid gaat in op de eerste dag
                                na afloop van de periode waarmee het Van werk naar werk-traject is
                                verlengd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:23 Niet-nakoming van afspraken uit Van werk naar
                                werk-contract </titel></kop><lid><lidnr> 1 </lidnr><al> Indien één van beide partijen van mening is dat de andere partij
                                zich niet houdt aan de afspraken zoals vastgelegd in het Van werk
                                naar werk-contract, maakt deze partij dit aan de andere partij in
                                een gesprek kenbaar. Dit gesprek is erop gericht gezamenlijk
                                afspraken te maken over verbetering. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien één van beide partijen na het gesprek zoals bedoeld in het
                                eerste lid in gebreke is gebleven ten aanzien van de in het Van werk
                                naar werk-contract vastgelegde afspraken kan de andere partij eisen
                                dat dit gevolgen heeft voor de voortzetting van het contract. Deze
                                partij maakt dit schriftelijk aan de andere partij kenbaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Ingeval de ambtenaar van het in het tweede lid bedoelde recht
                                gebruik maakt, kan hij eisen dat het Van werk naar werk-traject
                                wordt verlengd. Deze verlenging bedraagt een redelijke termijn,
                                waarbij de periode die door de niet-nakoming verloren is gegaan als
                                richtlijn kan dienen. Gedurende de periode van verlenging herstelt
                                het college zoveel als mogelijk de gebreken die bij de uitvoering
                                van het Van werk naar werk-contract zijn ontstaan.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Ingeval het college van het in het tweede lid bedoelde recht gebruik
                                maakt, kan hij het Van werk naar werk-traject tussentijds beëindigen
                                op grond van artikel 10d:19 tweede lid en ontslag verlenen op grond
                                van artikel 8:3.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Indien over de nakoming van de afspraken in het Van werk naar
                                werk-contract of de mogelijkheden zoals vastgelegd in dit artikel
                                een geschil ontstaat, kunnen partijen dit geschil voorleggen aan de
                                paritaire commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:23:0:1 Reglement commissie Van werk naar werk</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in artikel 10d:23 is een Reglement
                            commissie Van werk naar werk vastgesteld. </al><al>Klik hier om dit reglement te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:24 Paritaire commissie</titel></kop><lid><lidnr> 1 </lidnr><al> Het college stelt een paritair samengestelde commissie in, die
                                desgevraagd toeziet op de individuele toepassing van de bepalingen
                                in deze paragraaf. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Zowel de ambtenaar als het college kan een geschil over de
                                uitvoering van het Van werk naar werk-contract, als bedoeld in
                                artikel 10d:23, vijfde lid, voorleggen aan deze commissie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De commissie brengt over een in het tweede lid bedoeld geschil een
                                bindend advies uit.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college stelt een reglement vast waarin de samenstelling,
                                bevoegdheden en werkwijze van de commissie worden vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Paragraaf 6 Aanvullende uitkering</titel></kop><lijst><li nr=""><al>Artikel 10d:25 Aanvullende uitkering</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:26 Hoogte aanvullende uitkering bij ontslag</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:27 Duur aanvullende uitkering bij ontslag</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:28 Sancties</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:29 Einde aanvullende uitkering</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:25 Aanvullende uitkering</titel></kop><lid><lidnr> 1 </lidnr><al> Recht op een aanvullende uitkering heeft de ambtenaar die: </al><lijst><li nr="a"><al>op grond van artikel 8:6 is ontslagen en de
                                        re-integratiefase heeft doorlopen, waarbij de situatie zoals
                                        beschreven in artikel 10d:7 tweede en derde lid niet aan de
                                        orde is; of</al></li><li nr="b"><al>op grond van artikel 8:3 is ontslagen en het Van werk naar
                                        werk-traject heeft doorlopen, waarbij de situatie zoals
                                        beschreven in artikel 10d:19 niet aan de orde is; en</al></li><li nr="c"><al>recht heeft op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet
                                        en deze ook daadwerkelijk ontvangt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voorwaarde voor het verkrijgen van een aanvullende uitkering is dat
                                de ambtenaar ten aanzien van iedere betaling van de aanvullende
                                uitkering alle gegevens aan de gemeente overlegt die van invloed
                                kunnen zijn op de hoogte van zijn aanvullende uitkering.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:26 Hoogte aanvullende uitkering bij ontslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De aanvullende uitkering kent twee fases.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedurende de eerste fase bedraagt de aanvullende uitkering:</al><lijst><li nr="a"><al>voor ambtenaren met een bezoldiging tot een bedrag van €
                                        4.375,= 10% van de bezoldiging naar rato van het aantal uren
                                        dat de ambtenaar werkloos is;</al></li><li nr="b"><al> voor ambtenaren met een bezoldiging vanaf € 4.375,= tot een
                                        bedrag van € 5.250,= 20% van de bezoldiging naar rato van
                                        het aantal uren dat de ambtenaar werkloos is; </al></li><li nr="c"><al> voor ambtenaren met een bezoldiging vanaf € 5.250,= 30% van
                                        de bezoldiging naar rato van het aantal uren dat de
                                        ambtenaar werkloos is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedurende de tweede fase bedraagt de aanvullende uitkering:</al><lijst><li nr="a"><al> voor ambtenaren met een bezoldiging van € 4.375,= tot een
                                        bedrag van € 5.250,= 10% van de bezoldiging naar rato van
                                        het aantal uren dat de ambtenaar werkloos is;</al></li><li nr="b"><al> voor ambtenaren met een bezoldiging van € 5.250,= tot een
                                        bedrag van € 6.560,= 20% van de bezoldiging naar rato van
                                        het aantal uren dat de ambtenaar werkloos is;</al></li><li nr="c"><al> voor ambtenaren met een bezoldiging vanaf € 6.560,= 30% van
                                        de bezoldiging naar rato van het aantal uren dat de
                                        ambtenaar werkloos is. .</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:27 Duur aanvullende uitkering bij ontslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De eerste fase van de aanvullende uitkering is één jaar, te rekenen
                                vanaf de dag na de dag van ontslag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De tweede fase van de aanvullende uitkering begint direct na afloop
                                van de eerste fase en duurt tot het einde van de
                                werkloosheidsuitkering.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:28 Sancties</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Wanneer op grond van de Werkloosheidswet een sanctie wordt
                                toegepast op de werkloosheidsuitkering, wordt deze sanctie evenredig
                                toegepast op de aanvullende uitkering.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het college stelt voor de toepassing van sancties naast de sanctie
                                op grond van het eerste lid, een sanctiebeleid op.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Wanneer op grond van de Werkloosheidswet een sanctie wordt
                                toegepast kan het college besluiten om het recht op na-wettelijke
                                uitkering geheel of gedeeltelijk te laten vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het college stelt ter uitvoering van het derde lid nadere regels
                                op.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:29 Einde aanvullende uitkering</titel></kop><al>De aanvullende uitkering eindigt als de uitkeringsduur is
                            verstreken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Paragraaf 7 Na-wettelijke uitkering</titel></kop><lijst><li nr=""><al>Artikel 10d:30 Na-wettelijke uitkering</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:31 Hoogte na-wettelijke uitkering</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:32 Duur na-wettelijke uitkering</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:33 Einde na-wettelijke uitkering</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:34 Sancties na-wettelijke uitkering</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:35 Afkoop</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:30 Na-wettelijke uitkering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar die recht had op een aanvullende uitkering heeft recht
                                op een na-wettelijke uitkering indien: </al><lijst><li nr="a"><al> de werkloosheid direct aansluitend op de
                                        werkloosheidsuitkering voortduurt;</al></li><li nr="b"><al> hij ten aanzien van iedere betaling alle gegevens aan de
                                        gemeente overlegt die van invloed kunnen zijn op de hoogte
                                        van zijn na-wettelijke uitkering. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij ontslag op grond van artikel 8:6 geldt als voorwaarde dat het
                                ontslag gelegen is in omstandigheden binnen de werksfeer.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:31 Hoogte na-wettelijke uitkering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De na-wettelijke uitkering bij werkloosheid voor 36 uur of meer
                                heeft de hoogte van de WW-uitkering, als deze zou zijn voortgezet.
                            </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Wanneer sprake is van minder dan 36 uur werkloosheid, wordt het
                                bedrag van de uitkering berekend naar rato van het aantal uren dat
                                de ambtenaar werkloos is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De na-wettelijke uitkering en het inkomen dat de ambtenaar uit of
                                in verband met arbeid ontvangt, mag een hoogte van 90% van de oude
                                bezoldiging niet overschrijden. Het meerdere wordt gekort op de
                                na-wettelijke uitkering.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:32 Duur na-wettelijke uitkering</titel></kop><al>De na-wettelijke uitkering is één maand per dienstjaar in de
                            gemeentelijke sector maal een correctiefactor. De correctiefactor is </al><lijst><li nr="a"><al> 1,4 voor dienstjaren tot de leeftijd van 40 jaar</al></li><li nr="b"><al> 2 voor dienstjaren vanaf de leeftijd van 40 tot de leeftijd van
                                    50 jaar </al></li><li nr="c"><al> 3 voor dienstjaren vanaf de leeftijd van 50 jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:33 Einde na-wettelijke uitkering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De na-wettelijke uitkering eindigt wanneer de uitkeringsduur is
                                verstreken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De na-wettelijke uitkering eindigt wanneer de werkloosheid
                                eindigt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De na-wettelijke uitkering eindigt op de eerste dag van de maand
                                volgend op die waarin de ambtenaar de leeftijd van 62 jaar en 9
                                maanden bereikt heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:34 Sancties na-wettelijke uitkering</titel></kop><al>Het college stelt een sanctiebeleid op, op grond waarvan sancties worden
                            toegepast op de uitbetaling van de na-wettelijke uitkering. Onderdeel
                            van de sanctieregeling is de plicht die de ambtenaar heeft om het
                            college te informeren over alles wat van invloed kan zijn op de duur en
                            hoogte van de na-wettelijke uitkering.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:35 Afkoop</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan eenmalig, aan het begin van de uitkeringsperiode, op
                                verzoek van de ambtenaar, toestemming geven voor afkoop van de
                                na-wettelijke uitkering. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college bepaalt de hoogte van het afkoopbedrag en de voorwaarden
                                waaronder de afkoop verstrekt wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Paragraaf 8 Bijzondere uitkering bij ontslag ingeval van minder
                                dan 35% arbeidsongeschiktheid</titel></kop><lijst><li nr=""><al>Artikel 10d:36 Bijzondere uitkering bij ontslag of definitieve
                                    herplaatsing ingeval van minder dan 35%
                                    arbeidsongeschiktheid</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:37 Hoogte bijzondere uitkering bij ontslag op grond
                                    van artikel 8:5 of definitieve herplaatsing op grond van artikel
                                    7:16</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:38 Duur bijzondere uitkering bij ontslag op grond
                                    van artikel 8:5 of definitieve herplaatsing op grond van artikel
                                    7:16</al></li><li nr=""><al>Artikel 10d:39 Overgangsrecht</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:36 Bijzondere uitkering bij ontslag of definitieve
                                herplaatsing ingeval van minder dan 35%
                                arbeidsongeschiktheid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar die voor minder dan 35% arbeidsongeschikt is en die
                                gedurende het derde ziektejaar, bedoeld in artikel 7:16, derde lid,
                                is ontslagen op grond van artikel 8:5 dan wel definitief is
                                herplaatst op grond van artikel 7:16, heeft recht op een bijzondere
                                uitkering indien en voor zolang hij arbeid heeft voor ten minste de
                                restverdiencapaciteit, zoals deze door UWV definitief is
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voorwaarde voor het recht op de bijzondere uitkering is dat de
                                ambtenaar ten aanzien van iedere betaling alle gegevens aan de
                                gemeente overlegt die van invloed kunnen zijn op de hoogte van zijn
                                bijzondere uitkering.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:37 Hoogte bijzondere uitkering bij ontslag op grond
                                van artikel 8:5 of definitieve herplaatsing op grond van artikel
                                7:16</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De bijzondere uitkering bedraagt 75% van het verschil tussen het
                                totaalinkomen uit of in verband met arbeid en de bezoldiging
                                voorafgaand aan aanvaarding van de nieuwe arbeid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op de bijzondere uitkering wordt de werkloosheidsuitkering in
                                mindering gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:38 Duur bijzondere uitkering bij ontslag op grond van
                                artikel 8:5 of definitieve herplaatsing op grond van artikel
                                7:16</titel></kop><al>De maximale duur van de bijzondere uitkering is 5 jaar na aanvaarding
                            van de nieuwe arbeid.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10d:39 Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 10d:31 is de duur van de na-wettelijke
                                uitkering voor de ambtenaar die: </al><lijst><li nr="a"><al> op 1 juli 2008 20 dienstjaren of meer had in de
                                        gemeentelijke sector en</al></li><li nr="b"><al> ontslagen wordt binnen 10 jaar na 1 juli 2008 gelijk aan
                                        (0,25 + (0,195 + 0,015 * (X- 21)) * (X - Y) - (X-18) / 12
                                        -2) jaar, met dien verstande dat de factor (X-18)
                                        gemaximeerd wordt op 38. Factor X staat hierbij voor de
                                        leeftijd in hele jaren op de dag van ontslag; factor Y voor
                                        de indiensttreedleeftijd in de gemeentelijke sector.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De duur van de overgangsuitkering is gelijk aan (0,25 + (0,195 +
                                0,015 * (X-21)) * (X - Y) - (X-18) / 12 -2) jaar, met dien verstande
                                dat de factor (X-18) gemaximeerd wordt op 38. Factor X staat hierbij
                                voor de leeftijd in hele jaren op de dag van ontslag; factor Y voor
                                de indiensttreedleeftijd in de gemeentelijke sector.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>10e Bijzondere bovenwettelijke werkloosheidsuitkering voor de
                                ambtenaar met op 1 januari 2008 20 dienstjaren of meer </titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><titel>Vervallen hoofdstuk</titel></kop><al>Hoofdstuk 10e is vervallen</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>12 Overleg met organisaties van overheidspersoneel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12:1 Algemene bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al><vet>de commissie:</vet> de in artikel 12:2 bedoelde
                                        commissie voor georganiseerd overleg;</al></li><li nr="b"><al><vet>de ambtenaren:</vet> de ambtenaren in de zin van de
                                        collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de werknemers die
                                        werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst;</al></li><li nr="c"><al><vet>de organisaties:</vet> de plaatselijk werkende
                                        groeperingen van de landelijke verenigingen van
                                        overheidspersoneel, aangesloten bij de centrales welke zijn
                                        toegelaten tot het centraal overleg met het College voor
                                        Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse
                                        Gemeenten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Er is een commissie voor georganiseerd overleg, die is samengesteld
                                uit een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en een
                                vertegenwoordiging van de toegelaten organisaties.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Onder toegelaten organisaties worden verstaan: de Algemene Centrale
                                van Overheidspersoneel (ACOP) , de Christelijke Centrale van
                                Overheids- en Onderwijzend Personeel (CCOOP) en de Centrale van
                                Middelbare en Hogere Functionarissen bij overheid, onderwijs,
                                bedrijven en instellingen (CMHF) , dan wel een van de bij deze
                                centrales aangesloten bonden, voorzover deze centrales,
                                respectievelijk bonden voldoende representatief geacht kunnen
                                worden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De leden van ABVAKABO en NOVON die op 1 juli 1998 zitting hebben in
                                de commissie namens ACOP of Ambtenarencentrum, dan wel namens
                                ABVAKABO of NOVON, behouden hun zetels als vertegenwoordigers van
                                ACOP dan wel ABVAKABO FNV/NOVON. Indien deze leden ophouden lid van
                                de commissie te zijn, worden ze niet vervangen totdat het aantal
                                leden namens ACOP dan wel ABVAKABO FNV/NOVON in overeenstemming is
                                met het aantal als genoemd in de bepaling van de samenstelling van
                                de commissie. Uiterlijk op 1 juli 2002 wordt het aantal leden in
                                overeenstemming gebracht met de hier geldende bepalingen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Andere vakorganisaties dan bedoeld in het derde lid kunnen
                                toegelaten worden indien zij representatief geacht kunnen worden.
                                Een desbetreffend verzoek wordt in het georganiseerd overleg
                                besproken.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Organisaties die tot het georganiseerd overleg zijn toegelaten,
                                verliezen hun toegang tot dit overleg zodra zij niet meer voldoende
                                representatief geacht worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:1:1 Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur in de commissie,
                                bedoeld in artikel 12:1, wijst het college uit zijn midden een of
                                meer vertegenwoordigers en hun plaatsvervangers aan. De aanwijzing
                                geschiedt bij elke nieuwe zittingsperiode van de raad en voorts
                                telkens ter vervanging van hen die ophouden lid van het college te
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor de vertegenwoordiging van de toegelaten organisaties in de
                                commissie, bedoeld in artikel 12:1, worden per centrale, bedoeld in
                                artikel 12:1, derde lid, twee leden en hun plaatsvervangers
                                aangewezen. Deze aanwijzing geschiedt door en uit de organisaties,
                                welke een minimum aantal ambtenaren tot haar leden tellen. Indien
                                verschillende organisaties deel uitmaken van een zelfde centrale,
                                geldt het in de vorige zin bepaalde voor deze organisaties
                                gezamenlijk. In een nader vast te stellen regeling wordt het
                                bedoelde minimum aantal ambtenaren bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:1:1:1 Samenstelling</titel></kop><al> Het in het vorige artikel bedoelde minimum aantal bedraagt drie. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:1:2 Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Uiterlijk 1 februari van elk jaar doet elke organisatie, bedoeld in
                                artikel 12:1:1 , tweede lid, aan college opgaaf van het aantal der
                                op 1 januari van dat jaar bij haar aangesloten ambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Degene, die als lid of als plaatsvervanger door een organisatie is
                                aangewezen, houdt op dit te zijn zodra hij geen lid van de
                                organisatie of geen ambtenaar meer is, alsmede indien de organisatie
                                schriftelijk aan college doet weten dat zijn aanwijzing als
                                vertegenwoordiger of plaatsvervanger is ingetrokken. In deze
                                gevallen wordt zo spoedig mogelijk een opvolger aangewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:1:3 Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voorzitter van de commissie is de door het college aangewezen
                                vertegenwoordiger of bij afwezigheid zijn plaatsvervanger.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het college wijst een ambtenaar, niet behorende tot de
                                vertegenwoordiging van de organisaties, tot secretaris van de
                                commissie aan, alsmede diens plaatsvervanger. Zo nodig stelt het
                                college verder personeel voor het secretariaat ter beschikking.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De secretaris kan aan de besprekingen deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:1:4 Mededeling omtrent CAR en UWO</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ingeval het LOGA tussen het College voor Arbeidszaken van de
                                Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de centrales van
                                overheidspersoneel leidt tot overeenstemming, als gevolg waarvan de
                                tekst van de CAR wijzigt, doet het college daarvan mededeling aan de
                                commissie voor georganiseerd overleg.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ten aanzien van gemeenten die zijn aangesloten bij de UWO geldt
                                dat, ingeval het LOGA, bedoeld in het eerste lid, leidt tot
                                overeenstemming, als gevolg waarvan de tekst van de UWO wijzigt, het
                                college daarvan mededeling doet aan de commissie voor georganiseerd
                                overleg.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:1:5 Mededeling omtrent CAR en UWO</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien door het bevoegde bestuursorgaan wordt voorgesteld
                                verandering te brengen in de inrichting van enig dienstonderdeel,
                                wijziging in de behoefte aan arbeidskrachten daaronder begrepen,
                                stelt het college het overleg als bedoeld in artikel 12:2 hiervan op
                                de hoogte.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het college stelt in geval van een ingrijpende verandering in de
                                inrichting van enig dienstonderdeel regels vast betreffende:</al><lijst><li nr="a"><al>de fase waarin ter zake van die verandering het overleg als
                                        bedoeld in artikel 12:2 wordt gevoerd;</al></li><li nr="b"><al>de wijze waarop en de fase waarin de bij die verandering
                                        betrokken ambtenaren worden gehoord;</al></li><li nr="c"><al>de personele gevolgen van die verandering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Over het voornemen al dan niet regels, bedoeld in het vorig lid,
                                vast te stellen wordt overleg gevoerd als bedoeld in artikel
                                12:2.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:2 Taak en bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De commissie voert overleg over alle aangelegenheden van algemeen
                                belang voor de rechtstoestand van de ambtenaren met inbegrip van de
                                algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden
                                gevoerd. De commissie kan niet overleggen over onderwerpen die
                                voorbehouden zijn aan het LOGA tussen het College voor Arbeidszaken
                                van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de centrales van
                                overheidspersoneel.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Er worden nadere regels gesteld over de werkwijze van de commissie
                                voor georganiseerd overleg.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De nadere regels, bedoeld in het tweede lid, bevatten een bepaling
                                hoe moet worden gehandeld indien een geschil niet tot
                                overeenstemming leidt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:2:1 Taak en bevoegdheden</titel></kop><al>Besluiten omtrent de onderwerpen, bedoeld in artikel 12:2, eerste lid,
                            worden door het college en de raad niet genomen, noch voorstellen
                            daaromtrent gedaan, dan nadat de commissie haar gevoelen over de
                            concept-besluiten, respectievelijk voorstellen heeft kenbaar
                            gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:2:2 Taak en bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De commissie, alsmede de vertegenwoordiging van de organisaties, is
                                bevoegd aangaande de in artikel 12:2, eerste lid, bedoelde
                                onderwerpen voorstellen te doen aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Heeft een voorstel betrekking op onderwerpen behorende tot de
                                bevoegdheid van het college, dan neemt het college daaromtrent een
                                beslissing. Behoort het voorstel tot de bevoegdheid van de raad, dan
                                legt het college het voorstel voorzien van zijn advies ter
                                besluitvorming voor aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De besluiten, welke worden genomen naar aanleiding van voorstellen
                                van de commissie, worden meegedeeld aan de vertegenwoordiging van de
                                organisaties en aan de hoofdbesturen van de vertegenwoordigde
                                organisaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:2:3 Taak en bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De commissie kan een subcommissie instellen, bestaande uit door
                                haar aan te wijzen voorzitter en leden, indien dit voor de
                                behandeling van een bepaald onderwerp nodig wordt geacht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De secretaris van de commissie is tevens secretaris van de
                                subcommissie. Hij kan zich doen bijstaan of vervangen door degenen
                                die ingevolge artikel 12:1:3, tweede lid, ter beschikking
                                staan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het bepaalde in artikel 12:2:7 is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:2:4 Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De commissie vergadert indien de voorzitter dit nodig oordeelt op
                                door hem te bepalen tijdstippen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voorts belegt de voorzitter een vergadering indien ten minste drie
                                leden van de commissie hem dit schriftelijk met opgaaf van redenen
                                verzoeken en wel uiterlijk binnen één maand na ontvangst van het
                                verzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:2:5 Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De commissie wordt tijdig, in de regel 14 dagen van tevoren, ter
                                vergadering opgeroepen. De oproepingsbrief vermeldt zoveel mogelijk
                                de te behandelen onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een vergadering kan slechts plaatshebben indien de
                                vertegenwoordiging van het gemeentebestuur aanwezig is en tenminste
                                de helft van de organisaties is vertegenwoordigd. Wanneer de
                                vertegenwoordiging van het gemeentebestuur bestaat twee of meer
                                leden van het college kan de vergadering slechts plaatshebben indien
                                ten minste de helft van de vertegenwoordiging van het
                                gemeentebestuur aanwezig is en tenminste de helft van de
                                organisaties is vertegenwoordigd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien wegens onvoltalligheid in de zin van het tweede lid een
                                vergadering niet kan plaatshebben, worden de aan de orde zijnde
                                onderwerpen door de voorzitter geplaatst op de agenda van een binnen
                                14 dagen te houden nieuwe vergadering, in welke vergadering die
                                onderwerpen in elk geval kunnen worden behandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:2:6 Vergaderingen</titel></kop><al>Elk lid heeft het recht onderwerpen ter behandeling aanhangig te maken
                            door deze schriftelijk op te geven aan de voorzitter. Deze stelt die
                            onderwerpen zoveel mogelijk in de eerstvolgende vergadering aan de
                            orde.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:2:7 Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De vergaderingen zijn niet openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De voorzitter kan hoofden van dienst of andere ambtenaren de
                                vergadering laten bijwonen. Deze kunnen aan de besprekingen
                                deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De vertegenwoordigers van de organisaties kunnen zich laten
                                bijstaan door een vertegenwoordiger van het hoofdbestuur van hun
                                organisatie; zij zijn voorts bevoegd de onderwerpen van de agenda
                                binnen de grenzen van een doelmatige en vertrouwelijke behandeling
                                van zaken aan voorbespreking in eigen kring te onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De voorzitter kan omtrent het in de vergadering behandelde en
                                omtrent de inhoud van aan de commissie overgelegde stukken
                                geheimhouding opleggen. Deze geheimhouding geldt niet ten opzichte
                                van het college en van de raad, alsmede niet tegenover de
                                hoofdbesturen van de vertegenwoordigende organisaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:2:8 Vergaderingen</titel></kop><al>De voorzitter kan op verzoek van ten minste twee leden of zo dikwijls
                            hij dit nodig acht, de vergadering schorsen voor een door hem te bepalen
                            tijd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:2:9 Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien in de vergadering moet worden gestemd brengt elke
                                vertegenwoordiging, bedoeld in artikel 12:1, tweede lid, één stem
                                uit.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De stem van de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur wordt
                                bepaald door hoofdelijke stemming van de aanwezige leden in of
                                buiten de vergadering. Bij staking van stemmen beslist de stem van
                                de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De stem van de vertegenwoordiging van de organisaties wordt bepaald
                                door stemming per vertegenwoordigende organisatie, waarbij voor elke
                                organisatie zoveel stemmen worden uitgebracht als ambtenaren bij
                                haar zijn aangesloten op de eerste dag van het lopende jaar, met
                                dien verstande dat voor een organisatie niet meer stemmen in
                                aanmerking komen dan het totaal aantal stemmen dat door de andere
                                organisaties gezamenlijk wordt uitgebracht. Bij staking van stemmen
                                wordt de vertegenwoordiging geacht tegen te hebben gestemd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien een organisatie in de loop van het jaar wordt
                                vertegenwoordigd, geldt voor de toepassing van het derde lid het
                                aantal aangesloten ambtenaren op dat tijdstip.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:2:10 Vergaderingen</titel></kop><al>Het in de vergadering behandelde wordt zakelijk weergegeven in de
                            notulen, welke zo spoedig mogelijk in afschrift aan de leden worden
                            gezonden, tenzij in het reglement, bedoeld in artikel 12:2:11, anders is
                            bepaald.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:2:11 Vergaderingen</titel></kop><al>Indien door de commissie een reglement van orde voor de vergaderingen
                            wordt vastgesteld, behoeft dit de goedkeuring van het college.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:3:1 Advies- en arbitragecommissie</titel></kop><al>De artikelen 12:3:2, 12:3:3, 12:3:4, 12:3:5, 12:3:6, 12:3:7 en 12:3:8
                            zijn slechts van toepassing in die gemeenten die zijn aangesloten bij de
                            advies- en arbitragecommissie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:3:2 Advies- en arbitragecommissie</titel></kop><al>Voor de toepassing van de artikelen 12:3:4, 12:3:5, 12:3:6, 12:3:7 en
                            12:3:8 wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al>deelnemers aan het overleg: de vertegenwoordiging van het
                                    gemeentebestuur en de vertegenwoordigers van de organisaties
                                    genoemd in artikel 12:1, derde lid;</al></li><li nr="b"><al>advies- en arbitragecommissie: de advies- en arbitragecommissie
                                    ingesteld door het College voor Arbeidszaken van de Vereniging
                                    van Nederlandse Gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:3:3 Advies- en arbitragecommissie</titel></kop><al>De artikelen 12:3:4, 12:3:5, 12:3:6, 12:3:7 en 12:3:8 zijn slechts van
                            toepassing op geschillen inzake aangelegenheden, bedoeld in artikel
                            12:2, eerste lid, voor zover die aangelegenheden uitsluitend de
                            rechtstoestand van ambtenaren betreffen, met inbegrip van de algemene
                            regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:3:4 Advies- en arbitragecommissie</titel></kop><al>Indien een of meer van de deelnemers aan het overleg tijdens het overleg
                            tot het oordeel komen dat dit overleg niet zal leiden tot een uitkomst
                            die de instemming van alle deelnemers aan het overleg zal hebben,
                            brengen zij dat oordeel binnen zes dagen, nadat zij daarvan in het
                            overleg blijk hebben gegeven, schriftelijk ter kennis van de overige
                            deelnemers aan het overleg.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:3:5 Advies- en arbitragecommissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Binnen tien dagen na de kennisgeving, bedoeld in artikel 12:3:4,
                                schrijft de voorzitter een vergadering uit van de commissie voor
                                georganiseerd overleg. De vergadering moet worden gehouden binnen
                                zeven dagen nadat deze is uitgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Tenzij door de commissie, bedoeld in het eerste lid, wordt besloten
                                het overleg voort te zetten dan wel te beëindigen, wordt in de
                                vergadering nagegaan of overeenstemming bestaat over de vraag wat
                                het onderwerp en de inhoud van het geschil is en of een oplossing
                                van dat geschil zal worden gezocht door middel van voortzetting van
                                het overleg nadat het advies is ingewonnen van de advies- en
                                arbitragecommissie dan wel door onderwerping van het geschil aan een
                                arbitrale uitspraak van die commissie.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Tot het inwinnen van advies zijn - ieder voor zich - de
                                vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en een meerderheid van
                                alle toegelaten organisaties, als bedoeld in artikel 12:1, derde en
                                vierde lid, bevoegd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Voor onderwerping van het geschil aan arbitrage is overeenstemming
                                vereist tussen de vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de
                                toegelaten organisaties, als bedoeld in artikel 12:1, derde en
                                vierde lid. Het bepaalde in artikel 12:2:9 is hierbij onverkort van
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:3:6 Advies- en arbitragecommissie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Binnen zes dagen na de vergadering, bedoeld in artikel 12:3:5,
                                wordt het verzoek om advies ter kennis gebracht van de voorzitter
                                van de advies- en arbitragecommissie. Het verzoek wordt ondertekend
                                door de deelnemers aan het overleg die zich voor inwinning van het
                                advies hebben uitgesproken en bevat ten minste het onderwerp en de
                                inhoud van het geschil. Indien in de vergadering bedoeld in artikel
                                12:3:5 geen overeenstemming is bereikt tussen alle deelnemers aan
                                het overleg over de vraag wat het onderwerp en de inhoud van het
                                geschil is, brengen de overige deelnemers aan het overleg hun visie
                                op het onderwerp en de inhoud van het geschil eveneens binnen zes
                                dagen na eerdergenoemde vergadering ter kennis van de voorzitter van
                                de advies- en arbitragecommissie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Binnen zes dagen na de vergadering bedoeld in artikel 12:3:5 wordt
                                het verzoek om arbitrage ter kennis gebracht van de voorzitter van
                                de advies- en arbitragecommissie. Het verzoek daartoe wordt
                                ondertekend door alle deelnemers aan het overleg en dient ten minste
                                te bevatten:</al><lijst><li nr="a"><al>het onderwerp en de inhoud van het geschil;</al></li><li nr="b"><al>de standpunten van alle deelnemers aan het overleg omtrent
                                        onderwerp en inhoud van het geschil.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:3:7 Advies- en arbitragecommissie</titel></kop><al>Binnen twee weken na ontvangst van het advies wordt het overleg over het
                            geschil voortgezet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:3:8 Advies- en arbitragecommissie</titel></kop><al>De arbitrale uitspraak van de advies- en arbitragecommissie heeft
                            bindende kracht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12:3:9 Advies- en arbitragecommissie</titel></kop><al>In de gevallen, waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college,
                            na overleg met de commissie van georganiseerd overleg.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>13 Overgangsbepaling en slotbepalingen CAR</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 13:1 Overgangs- en slotbepaling CAR</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Deze regeling treedt in werking per............ (*1)</al><al>Noot *1:De ingangsdatum wordt lokaal ingevuld. LOGA-partijen zijn
                                overeengekomen dat als uiterste ingangsdatum geldt 1 januari
                                1996.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Met ingang van de datum waarop deze regeling in werking treedt,
                                vervallen de bepalingen van het geldende algemeen
                                ambtenarenreglement dan wel van die verordeningen, die tekstueel dan
                                wel materieel gelijkluidend zijn aan de bepalingen van deze
                                regeling.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de inwerkingtreding van deze regeling ertoe leidt dat
                                bepalingen uit het geldende algemeen ambtenarenreglement vervallen,
                                waardoor aanspraken van individuele ambtenaren in neerwaartse of
                                opwaartse zin worden bijgesteld, vindt overleg plaats over de
                                gevolgen daarvan.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In afwijking van het gestelde in het eerste en tweede lid hebben de
                                artikelen 10:1, 10:6, 10:15 eerste en tweede lid, 10:19, 10:23
                                tweede lid, 11:1, 11:6 zevende en achtste lid, 11:13 eerste en
                                tweede lid, 11:23, 11:24 en artikel 11:27 tweede lid, terugwerkende
                                kracht tot en met 1 augustus 1993.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13:2 Overgangs- en slotbepaling CAR</titel></kop><al>Ten aanzien van degene die per 31 december 1996 geen volledige
                            betrekking bekleedt, geldt dat de omvang van deze betrekking per 1
                            januari 1997 naar rato is teruggebracht, tenzij betrokkene heeft
                            verzocht om handhaving van het aantal uren van de betrekking per 31
                            december 1996 en dit verzoek niet is afgewezen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13:3 Overgangs- en slotbepaling CAR</titel></kop><al>Ten aanzien van de toegekende FLO-uitkeringen, wachtgelden en
                            uitkeringen ingevolge hoofdstuk 11 die voortduren tot na 1 januari 1997
                            geldt dat de artikelen 9:2, tweede lid, 10:5, eerste lid, en 11:5,
                            eerste lid, terugwerkende kracht hebben tot en met 1 januari 1997.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>14 Medezeggenschap</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 14:1 Medezeggenschap</titel></kop><al>Aan het begin van iedere zittingsperiode van de OR sluiten de ondernemer
                            en de (centrale) ondernemingsraad een convenant over de benodigde inzet
                            voor het OR-werk, de compensatie daarvoor en het (maximum) aantal
                            zittingstermijnen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>15 Overige rechten en verplichtingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 15:1 Verplichtingen</titel></kop><al>De ambtenaar is gehouden zijn betrekking nauwgezet en ijverig te
                            vervullen en zich ook overigens te gedragen zoals een goed ambtenaar
                            betaamt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1a Verplichtingen</titel></kop><al>De ambtenaar is verplicht de eed of belofte af te leggen die bij wet,
                            bij instructie of bij besluit van het college is voorgeschreven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1b Persoonlijk gebruik van goederen of
                                diensten</titel></kop><al>Het is de ambtenaar verboden, behoudens toestemming verleend door of
                            namens het college in bijzondere gevallen, ten eigen bate:</al><lijst><li nr="a"><al>diensten te laten verrichten door personen in
                                    gemeentedienst;</al></li><li nr="b"><al>aan de gemeente toebehorende eigendommen te gebruiken;</al></li><li nr="c"><al>gebruik te maken van hetgeen hem in of in verband met zijn
                                    betrekking ter kennis is gekomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1c Aannemen van geschenken en gelden</titel></kop><al>Het is de ambtenaar verboden:</al><lijst><li nr="a"><al>in verband met zijn betrekking vergoedingen, beloningen, giften
                                    of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te
                                    nemen, anders dan met toestemming van het college;</al></li><li nr="b"><al>steekpenningen aan te nemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1d In acht nemen ordemaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar is verplicht zich te gedragen naar de maatregelen van
                                orde die ten aanzien van het verblijf in de kantoren, werkplaatsen
                                of op andere arbeidsterreinen zijn vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de ambtenaar verhinderd is zijn betrekking te vervullen, is
                                hij verplicht dit zo spoedig mogelijk mede te delen of te doen
                                mededelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1e Nevenwerkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar is verplicht aan het college, op een door dit orgaan
                                te bepalen wijze, opgave te doen van de nevenwerkzaamheden die hij
                                verricht of voornemens is te gaan verrichten, die de belangen van de
                                dienst, voorzover deze in verband staan met zijn functievervulling,
                                kunnen raken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Er wordt een registratie gevoerd op basis van de ingevolge het
                                eerste lid gedane opgaven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het is de ambtenaar verboden nevenwerkzaamheden te verrichten
                                waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede
                                functionering van de openbare dienst, voorzover deze in verband
                                staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn
                                verzekerd. Omtrent dit verbod kunnen nadere regels worden
                                gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het college regelt de openbaarmaking van de in het eerste lid
                                bedoelde nevenwerkzaamheden van de gemeentesecretaris en directeuren
                                van gemeentelijke diensten en bedrijven, alsmede van andere
                                ambtenaren aangesteld in een functie waarvoor ter bescherming van de
                                integriteit van de openbare dienst openbaarmaking van
                                nevenwerkzaamheden noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1f Melding financiële belangen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het college wijst ambtenaren aan die zijn aangesteld in een functie
                                waaraan in het bijzonder het risico van financiële
                                belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van
                                koersgevoelige informatie verbonden is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ambtenaar bedoeld in het eerste lid meldt aan het college, op
                                een door dit orgaan te bepalen wijze, zijn financiële belangen
                                respectievelijk bezit van en transacties in effecten, die de
                                belangen van de dienst, voor zover deze in verband staan met de
                                functievervulling, kunnen raken. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Er wordt een registratie gevoerd van de meldingen bedoeld in het
                                tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het is de ambtenaar verboden financiële belangen te hebben,
                                effecten te bezitten en transacties in effecten te verrichten
                                waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede
                                functionering van de openbare dienst, voorzover deze in verband
                                staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn
                                verzekerd. Omtrent dit verbod kunnen nadere regels worden
                                gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1g Aanneming en levering ten behoeve van de openbare
                                dienst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het is de ambtenaar verboden middellijk of onmiddellijk deel te
                                nemen aan aannemingen en leveringen ten behoeve van de openbare
                                dienst.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het college kan regelen stellen betreffende het deelnemen van de
                                ambtenaar, middellijk of onmiddellijk, aan aannemingen en leveringen
                                ten behoeve van anderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:9 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al><al>De artikelen 15:1:1 tot en met 15:1:6 zijn vernummerd tot 15:1 tot en
                            met 15:1e</al><al>Artikel 15:1:8 is vernummerd tot 15:1g</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:10 Staking bij een particuliere werkgever</titel></kop><lid><lidnr> 1 </lidnr><al> De ambtenaar kan niet worden verplicht, indien bij enig particulier
                                werkgever een staking is uitgebroken of een uitsluiting plaats
                                heeft, ter vervanging van stakers of uitgesloten werkzaamheden te
                                verrichten of werknemers bij het verrichten van werkzaamheden
                                behulpzaam te zijn, tenzij naar het oordeel van het college zulks
                                met het oog op de openbare veiligheid of gezondheid of voor de
                                regelmatige functionering van de openbare dienst van de gemeente
                                noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Ter zake van de toepassing van het bepaalde in het eerste lid wordt
                                zo spoedig mogelijk overleg gepleegd in de commissie, bedoeld in
                                artikel 12:1 tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:11 Aanvaarden andere werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar is verplicht, indien hij daartoe door of namens het
                                college wordt aangewezen, in tijden van oorlog, oorlogsgevaar of
                                andere buitengewone omstandigheden andere werkzaamheden te
                                verrichten dan die welke hij gewoonlijk verricht, mits deze
                                werkzaamheden strekken ter uitvoering van de taak die de gemeente in
                                die tijden heeft of zal krijgen, dan wel ertoe strekken een zo goed
                                en ongestoord mogelijke uitvoering van die taak te verzekeren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ambtenaar is verplicht, indien hij daartoe door het college
                                wordt aangewezen, taken te verrichten in het kader van de Wet
                                veiligheidsregio’s.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In geval van een ramp of crisis als bedoeld in artikel 1 Wet
                                veiligheidsregio’s, is de ambtenaar die is aangewezen op grond van
                                het tweede lid van dit artikel verplicht de taken in het kader van
                                de Wet veiligheidsregio’s te verrichten onder leiding en toezicht
                                van het bevoegd gezag van de veiligheidsregio waar de ramp of crisis
                                plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De ambtenaar, op grond van het eerste of tweede lid aangewezen, is
                                te allen tijde verplicht lessen te volgen en deel te nemen aan
                                oefeningen welke verband houden met zijn in dat lid aangeduide
                                taak.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid geschiedt
                                slechts, indien de persoonlijke omstandigheden van de ambtenaar
                                zulks redelijkerwijs toelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:12 Vergoeding van schade</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar kan worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke
                                vergoeding van door de gemeente geleden schade, voor zover deze aan
                                zijn schuld of nalatigheid is te wijten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het bedrag van de schadevergoeding en de wijze van inhouding
                                daarvan op zijn bezoldiging worden niet vastgesteld dan nadat de
                                ambtenaar in de gelegenheid is gesteld zich schriftelijk of
                                mondeling te verantwoorden en ter zake van de wijze van inhouding
                                zijn wensen kenbaar te maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:13 Plichten rekenplichtige ambtenaar</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De rekenplichtige ambtenaar wordt voor de verplichting tot
                                aanzuivering van een tekort geheel of gedeeltelijk ontheven naarmate
                                hij het beheer nauwgezet heeft gevoerd en de nodige voorzorgen heeft
                                genomen voor de bewaring van gelden en geldswaardige papieren.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Vloeit de verplichting tot aanzuivering van een tekort voort uit
                                een aansprakelijkheid voor ondergeschikt personeel dan wordt
                                bovendien in aanmerking genomen in hoeverre hij op de handelingen
                                van dat personeel deugdelijk toezicht heeft gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De rekenplichtige ambtenaar is van zijn verantwoordelijkheid
                                ontheven gedurende de tijd dat hij door ziekte of wettige
                                afwezigheid zijn beheer niet persoonlijk heeft gevoerd, indien
                                gedurende die tijd zijn betrekking wordt waargenomen krachtens
                                aanwijzing door of namens het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:14 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:15 Beoordeling van de ambtenaar</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het college kan bepalen, dat met inachtneming van door het college
                                te stellen regelen over de ambtenaar periodiek een beoordeling wordt
                                uitgebracht omtrent de wijze waarop hij zijn betrekking vervult en
                                omtrent zijn gedragingen tijdens de uitoefening van die
                                betrekking.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt met de ambtenaar
                                zijn gedrag besproken tijdens de uitoefening van zijn betrekking of
                                de wijze waarop hij zijn betrekking vervult, voor zover deze
                                aanleiding geven tot aanmerkingen, waarbij tevens aandacht wordt
                                geschonken aan de wijze waarop het gedrag of de wijze waarop hij
                                zijn betrekking vervult naar het oordeel van het college verbeterd
                                kan worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:15:1 Resultaat en Ontwikkelgesprekken
                                (reglement)</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in artikel 15:1:15 is het reglement
                            resultaat en ontwikkelgesprekken vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:16 Dragen van uniform of dienstkleding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar is verplicht tijdens de vervulling van zijn betrekking
                                de door het college voor die betrekking of voor bepaalde
                                werkzaamheden voorgeschreven kleding of uniform en
                                onderscheidingstekenen te dragen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het deelnemen aan betogingen en optochten in het voorgeschreven
                                uniform is de ambtenaar slechts toegestaan, indien daarvoor door of
                                namens het college toestemming is gegeven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het is de ambtenaar verboden om bij gekleed gaan in uniform
                                insignes of andere onderscheidingstekens of in dienst
                                uniformkledingstukken te dragen, een en ander voor zover die niet
                                van gemeentewege zijn verstrekt of voorgeschreven of tot het dragen
                                waarvan niet door het college vergunning is verleend. Dit verbod is
                                niet van toepassing ten aanzien van ordetekenen tot het aannemen of
                                dragen waarvan door het hoger bestuursorgaan verlof is
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Bij afzonderlijke regeling kunnen regelen worden gesteld
                                betreffende de verstrekking, reiniging en herstelling van de in het
                                eerste lid bedoelde kleding.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:16:1 Gelaatsbedekkende kleding</titel></kop><al> Het is niet toegestaan om gelaatsbedekkende kleding te dragen om de
                            open communicatie binnen de gemeentelijke organisatie te waarborgen.
                        </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:16:2 Kleding- en uniformreglement</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in artikel 15:1:16 is het kleding- en
                            uniformreglement vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:17 Standplaats</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien het dienstbelang dit eist, kan de ambtenaar de verplichting
                                worden opgelegd in of meer nabij zijn standplaats te gaan
                                wonen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Onder standplaats dient te worden verstaan: de gemeente of het met
                                name genoemde gedeelte van de gemeente, waar de ambtenaar gewoonlijk
                                zijn werkzaamheden verricht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het college kan ter uitvoering van het in het eerste lid bepaalde
                                nadere regels stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:17:1 Standplaats</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in artikel 15:1:17 is aanvullend beleid
                            vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:18 Dienstwoning</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar is verplicht, indien hem door het college een
                                dienstwoning is aangewezen, deze te betrekken en zich ter zake van
                                de bewoning en het gebruik te gedragen naar de voorschriften die
                                daaromtrent zijn gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Hij draagt de onderhoudskosten welke volgens de wet en het
                                plaatselijk gebruik gemeenlijk voor rekening van de huurder zijn,
                                tenzij terzake een afwijkende regeling is vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:19 Verbod betreden arbeidsterrein</titel></kop><al>Aan de ambtenaar kan door of namens het college de toegang tot de
                            kantoren, werkplaatsen of andere arbeidsterreinen, dan wel het verblijf
                            aldaar worden ontzegd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:20 Infectieziekten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar die in contact staat of kort geleden gestaan heeft met
                                een persoon, die een ziekte heeft, waarvoor ingevolge het krachtens
                                de Infectieziektewet bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt,
                                mag zijn betrekking niet vervullen en heeft geen toegang tot de
                                dienstgebouwen, -lokalen en -terreinen voor zolang de
                                hoofdinspecteur of de inspecteur van het staatstoezicht op de
                                volksgezondheid niet heeft verklaard, dat hij het gevaar voor
                                overbrenging van een infectieziekte, of het gevaar dat hij verdacht
                                moet worden te lijden aan zodanige ziekte, geweken acht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ambtenaar die verkeert in de in het vorige lid omschreven
                                situatie, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan
                                het college. Hij is gehouden zich te gedragen naar de door of
                                vanwege het college gegeven aanwijzingen, waaronder die met
                                betrekking tot het ondergaan van een geneeskundig onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De ambtenaar geniet over de tijd, gedurende welke het hem
                                overeenkomstig het bepaalde in dit artikel verboden is zijn
                                betrekking te vervullen, zijn volledige bezoldiging.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:21 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:22 Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar heeft recht op vergoeding van reis- en verblijfkosten
                                ter zake van reizen in het belang van de dienst.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Deze vergoeding wordt vastgesteld en uitgekeerd overeenkomstig de
                                daarvoor door het college gestelde regelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:22:1 Reis- en verblijfkosten</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in artikel 15:1:22 is de regeling reis-
                            en verblijfkosten vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:23 Vergoeden van schade</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Aan de ambtenaar wordt de schade aan hem toebehorende kleding en
                                uitrusting, geen motorrijtuig in de zin van de Wet
                                Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen zijnde, vergoed welke
                                hij buiten zijn schuld of nalatigheid lijdt ten gevolge van de
                                vervulling van zijn betrekking, voor zover die schade niet bestaat
                                uit de normale slijtage dier goederen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Aan de ambtenaar wordt schade vergoed aan een aan hem toebehorend
                                motorrijtuig in de zin van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering
                                motorrijtuigen welke hij lijdt ten gevolge van de vervulling van
                                zijn betrekking, tenzij:</al><lijst><li nr="a"><al>die schade bestaat uit de normale slijtage of;</al></li><li nr="b"><al>er sprake is van aan opzet of bewuste roekeloosheid
                                        grenzende verwijtbaarheid of;</al></li><li nr="c"><al>de ambtenaar in de regel 10.000 of meer kilometers per jaar
                                        rijdt ten behoeve van de dienst en per kilometer een
                                        vergoeding ontvangt gelijk aan of hoger dan het
                                        belastingvrije bedrag per kilometer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:24 Gebruik motorrijtuig</titel></kop><al>Het is de ambtenaar slechts toegestaan een hem toebehorend motorrijtuig
                            in de zin van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen bij de
                            vervulling van zijn betrekking te gebruiken, indien en voor zover hem
                            daartoe door of namens het college toestemming is verleend. Aan deze
                            toestemming kunnen bepaalde voorwaarden worden verbonden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:25 Schadeloosstelling</titel></kop><al>Het college kan bepalen in welke niet elders voorziene gevallen
                            schadeloosstelling en vergoeding van kosten zullen worden verleend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:26 Volgen van een opleiding</titel></kop><al>De ambtenaar is, indien het college dit bepaalt, verplicht zich voor het
                            volgen van een bijzondere vakopleiding beschikbaar te stellen of enig
                            ander door het college nader aan te duiden onderwijs te volgen. De aan
                            het volgen van het in dit artikel bedoelde onderwijs verbonden kosten
                            komen ten laste van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:27 Volgen van een opleiding</titel></kop><al>Aan de ambtenaar beneden de leeftijd van 18 jaar wordt, indien hij dit
                            wenst en voor zolang de belangen van de dienst zich daartegen niet
                            verzetten, gedurende ten hoogste één dag per week verlof met behoud van
                            bezoldiging verleend voor het volgen van lessen aan inrichtingen voor
                            voortgezet, herhalings- of vakonderwijs en vormingsinstituten voor
                            leerplichtvrije jeugd. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:28 Bijzondere prestaties</titel></kop><al>Wegens buitengewone toewijding of bijzonder loffelijke vervulling van de
                            betrekking kan aan de ambtenaar, naast een tevredenheidsbetuiging, een
                            bijzondere beloning worden toegekend in de vorm van:</al><lijst><li nr="a"><al>extra verlof;</al></li><li nr="b"><al>gratificatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:29 Onbekendheid met gemeentelijke bepalingen</titel></kop><al>Ter zake van niet-naleving van bepalingen welke redelijkerwijs niet
                            kunnen worden geacht de ambtenaar bekend te zijn, worden hem geen
                            voordelen onthouden of nadelen toegebracht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:30 Borstvoeding</titel></kop><al>Aan de vrouwelijke ambtenaar, die een borstkind heeft, wordt gedurende
                            ten hoogste 1 jaar na de geboorte van het kind de gelegenheid gegeven
                            haar kind te zogen dan wel de borstvoeding te kolven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:1:31 Benadeling positie gemeentelijke
                                organisatie</titel></kop><al>De gemeente draagt er zorg voor dat degene die als lid of als
                            plaatsvervangend lid door een organisatie is aangewezen voor de
                            commissie bedoeld in artikel 12:1, tweede lid, dan wel activiteiten
                            vervult waarvoor hij krachtens artikel 6:4:2 buitengewoon verlof kan
                            genieten, niet uit hoofde van zijn lidmaatschap of activiteiten wordt
                            benadeeld in zijn positie in de gemeentelijke organisatie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:2 Klokkenluiders</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het college stelt een regeling vast voor het omgaan met vermoedens
                                van misstanden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ambtenaren en door het college aangewezen interne
                                vertrouwenspersonen die misstanden conform de vast te stellen
                                regeling aan de orde stellen, mogen niet om die reden worden
                                ontslagen of anderszins in hun positie binnen de gemeente benadeeld
                                worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:3 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15:4:0:1 Melding vermoeden misstand</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in hoofdstuk 15 is de regeling melding
                            vermoeden misstanden vastgesteld.</al><al> Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Arikel 15:5:0:1 Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in hoofdstuk 15 is de verordening
                            klachtenregeling ongewenste omgangsvormen 2010 vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>16 Disciplinaire straffen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16:1:1 Plichtsverzuim</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of
                                zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt dan wel bij
                                herhaling aanleiding geeft tot toepassing te zijnen aanzien van
                                maatregelen van inhouding, beslag of korting, als bedoeld in de
                                tweede titel van de Ambtenarenwet, kan deswege disciplinair worden
                                gestraft.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van enig voorschrift als
                                het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke
                                omstandigheden behoort na te laten of te doen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16:1:2 Disciplinaire straffen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Naast de mogelijkheid genoemd in artikel 8:13, kunnen de volgende
                                disciplinaire straffen worden toegepast:</al><lijst><li nr="a"><al>schriftelijke berisping;</al></li><li nr="b"><al>arbeid buiten de voor de betrekking van de ambtenaar
                                        vastgestelde werktijden zonder vergoeding of tegen een
                                        lagere dan de normale vergoeding voor ten hoogste zes uren
                                        met een maximum van drie uren per dag en met dien verstande
                                        dat deze arbeid niet kan worden opgelegd op zondag en op de
                                        voor de ambtenaar geldende kerkelijke feestdagen;</al></li><li nr="c"><al>vermindering van vakantie met ten hoogste 1/3 van het aantal
                                        uren waarop de ambtenaar voor het desbetreffende
                                        kalenderjaar aanspraak heeft;</al></li><li nr="d"><al>geldboete tot ten hoogste 1% van het bedrag van het salaris
                                        per jaar;</al></li><li nr="e"><al>niet-betaling van het salaris, doch ten hoogste tot een
                                        bedrag overeenkomende met het salaris over een halve
                                        maand;</al></li><li nr="f"><al>stilstand van verhoging van salaris, met uitzondering van
                                        verhogingen als gevolg van algemene loonmaatregelen, een
                                        herwaardering van de betrekking daaronder begrepen, voor ten
                                        hoogste vier jaren;</al></li><li nr="g"><al>vermindering van salaris met ten hoogste het bedrag van de
                                        laatste twee periodieke verhogingen, of, indien aan de door
                                        de ambtenaar beklede betrekking geen schaal is verbonden,
                                        vermindering van het salaris met ten hoogste 5%, een en
                                        ander voor de tijd van niet langer dan twee jaren;</al></li><li nr="h"><al>plaatsing in een andere betrekking, al of niet in een ander
                                        onderdeel van de dienst, voor bepaalde of onbepaalde tijd en
                                        met of zonder vermindering van bezoldiging;</al></li><li nr="i"><al>schorsing voor een bepaalde tijd zonder of met gedeeltelijk
                                        genot van bezoldiging.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De straffen genoemd in het eerste lid, onder a t/m g, worden
                                opgelegd door het college; de straffen genoemd onder h en i, alsmede
                                de straf genoemd in artikel 8:13, worden opgelegd door het
                                bestuursorgaan dat bevoegd is tot aanstelling in de laatstelijk door
                                de ambtenaar vervulde betrekking.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Bij het opleggen van een straf kan worden bepaald, dat zij niet ten
                                uitvoer zal worden gelegd indien de betrokken ambtenaar zich
                                gedurende de bij het opleggen van de straf te bepalen termijn niet
                                schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim als waarvoor de
                                bestraffing plaatsvindt, noch aan enig ander ernstig plichtsverzuim
                                en zich houdt aan bij het opleggen van de straf eventueel te stellen
                                bijzondere voorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16:1:3 Verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De verantwoording door de ambtenaar geschiedt, indien deze niet
                                schriftelijk plaatsvindt, ten overstaan van het college of ten
                                overstaan van een door het college aangewezen vertegenwoordiger. De
                                verantwoording vindt niet eerder dan 6 maal 24 uur en niet later dan
                                12 maal 24 uur plaats. Op verzoek van de ambtenaar kan van deze
                                termijn worden afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Geschiedt de verantwoording mondeling, dan wordt daarvan binnen 36
                                uur proces-verbaal opgemaakt, dat na voorlezing wordt getekend door
                                hem te wiens overstaan de verantwoording plaats heeft en door de
                                ambtenaar. Weigert de ambtenaar de ondertekening, dan wordt daarvan
                                in het proces-verbaal, zo mogelijk met vermelding van de redenen,
                                melding gemaakt. Een afschrift van het proces-verbaal wordt de
                                ambtenaar uitgereikt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de ambtenaar zulks verlangt, worden hij en zijn raadsman in
                                de gelegenheid gesteld kennis te nemen van de ambtelijke rapporten
                                of andere bescheiden welke op de hem ten laste gelegde feiten
                                betrekking hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16:1:4 Verantwoording</titel></kop><al>De ambtenaar verstrekt het college een bewijs van ontvangst van het
                            schriftelijk besluit tot strafoplegging.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16:1:5 Verantwoording</titel></kop><al>De straf, behalve die van schriftelijke berisping, wordt niet ten
                            uitvoer gelegd zolang zij niet onherroepelijk is geworden, tenzij bij de
                            strafoplegging onmiddellijke tenuitvoerlegging is bevolen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>17 Opleiding en ontwikkeling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 17:1 Ontwikkeling en mobiliteit</titel></kop><lid><lidnr> 1 </lidnr><al> De ambtenaar is op de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor zijn
                                duurzame inzetbaarheid en loopbaanperspectief, waardoor diens
                                positie op de interne en externe arbeidsmarkt verbetert. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In het belang van de organisatie en zichzelf ontwikkelt de
                                ambtenaar zich door middel van scholing en het opdoen van
                                werkervaring.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De ambtenaar maakt actief gebruik van het gemeentelijk
                                loopbaanbeleid. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17:2 Ontwikkeling en mobiliteit</titel></kop><lid><lidnr> 1 </lidnr><al> Het college begeleidt en ondersteunt de ambtenaar bij het
                                verbeteren en ontwikkelen van diens inzetbaarheid en mobiliteit.
                            </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het college voert een actief intern en extern mobiliteitsbeleid en
                                onderhoudt loopbaanbeleid, gericht op mobiliteit en
                                organisatieverandering.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het college wijst de ambtenaar op diens mogelijkheden binnen het
                                gemeentelijk loopbaanbeleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17:3 Individueel loopbaanbudget </titel></kop><lid><lidnr> 1 </lidnr><al> De ambtenaar heeft jaarlijks recht op een loopbaanbudget van €
                                500.-. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien bij inwerkingtreding van dit artikel het college een
                                opleidingsplan heeft vastgesteld dat gelijkwaardige ruimte biedt aan
                                loopbaanontwikkeling op basis van individuele wensen over
                                loopbaanactiviteiten gericht op vergroting van inzetbaarheid kan dit
                                opleidingsplan ongewijzigd worden voortgezet ongeacht het bepaalde
                                in het eerste lid. Dit na instemming van de ondernemingsraad.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De ambtenaar zet het loopbaanbudget in ten behoeve van
                                loopbaangerelateerde activiteiten, zoals opleiding, training,
                                scholing, loopbaanadvies, coaching en ontwikkeling, gericht op de
                                vergroting van zijn inzetbaarheid en zijn arbeidsmarktpotentie ten
                                behoeve van een andere functie binnen of buiten de organisatie.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De in het derde lid genoemde activiteiten dienen te zijn gericht op
                                een reëel loopbaanperspectief.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Afspraken over de wijze van besteding van het loopbaanbudget worden
                                vastgelegd in een (aanvulling op het) persoonlijk
                                ontwikkelingsplan.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Het resterende budget dat na verloop van het kalenderjaar waarin de
                                aanspraak is opgebouwd niet is benut, komt te vervallen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>In afwijking op het bepaalde in het zesde lid kan de ambtenaar het
                                loopbaanbudget gedurende maximaal drie jaar opsparen, om daarmee
                                eenmalig een duurdere activiteit te financieren. Dit wordt
                                vastgelegd in (een aanvulling op) het persoonlijk
                                ontwikkelingsplan.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> Indien na toepassing van het bepaalde in het zevende lid na verloop
                                van de overeengekomen periode het budget niet of niet volledig is
                                benut komt het resterende budget te vervallen.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al> Dit artikel is geldig in 2013, 2014 en 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17:4 Persoonlijk ontwikkelingsplan</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Naast de afspraken over het individueel loopbaanbudget leggen het
                                college en de ambtenaar in een persoonlijk ontwikkelingsplan de
                                afspraken vast over de loopbaanontwikkeling en de vereiste kennis en
                                vaardigheden van de ambtenaar, alsmede een in dat kader door hem te
                                volgen opleiding en de te ondernemen activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het persoonlijk ontwikkelingsplan wordt ten minste een keer per
                                drie jaar opgesteld en door het college vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een te volgen opleiding en de te ondernemen activiteiten passen in
                                de doelstellingen, criteria en budgettaire voorwaarden van het
                                gemeentelijk opleidingsbeleid, zoals neergelegd in het door het
                                college vastgestelde opleidingsplan.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De kosten die gemaakt worden in het kader van de in het persoonlijk
                                ontwikkelingsplan opgenomen opleiding en activiteiten worden door
                                het college vergoed.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> In het persoonlijk ontwikkelingsplan worden afspraken vastgelegd
                                met betrekking tot benodigd verlof en eventuele verdere medewerking
                                van de zijde van de werkgever die de ambtenaar in staat moeten
                                stellen de gemaakte afspraken uit te voeren.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> In het persoonlijk ontwikkelingsplan worden afspraken vastgelegd
                                met betrekking tot een of meer van de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="-"><al> de keuze van opleidingsvorm of instituut, alsmede de
                                        redelijkerwijs te maken kosten; </al></li><li nr="-"><al> de periode gedurende welke een studie gevolgd zal worden;
                                    </al></li><li nr="-"><al> de minimaal te behalen resultaten en te maken voortgang;
                                    </al></li><li nr="-"><al> de omstandigheden onder welke een te volgen studie kan
                                        worden onderbroken of gestopt; </al></li><li nr="-"><al> de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de genoten
                                        vergoeding bij het voortijdig afbreken van een studie door
                                        de ambtenaar; </al></li><li nr="-"><al> de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de genoten
                                        vergoeding bij het verlaten van de gemeentelijke dienst
                                        binnen een te bepalen periode na afronding van de studie;
                                    </al></li><li nr="-"><al> eventuele andere onderwerpen die van belang zijn voor een
                                        goede uitvoering van de gemaakte afspraken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17:5 Loopbaanadvies</titel></kop><al>De ambtenaar heeft na elke periode van vijf jaar recht op loopbaanadvies
                            bij een door het college aangewezen interne of externe deskundige.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17:6 Inzetbaarheid</titel></kop><al> In het persoonlijk ontwikkelingsplan van en het functioneringsgesprek
                            met een ambtenaar van 50 jaar en ouder stelt het college zijn belasting
                            en belastbaarheid aan de orde. Zo nodig worden naar aanleiding hiervan
                            afspraken gemaakt over aanpassingen in het individuele takenpakket.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17:4:0:1 Studiefaciliteiten</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in hoofdstuk 17 is een regeling
                            studiefaciliteiten vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17:7 Flankerend beleid</titel></kop><al>Het college stelt vast welke mobiliteitsbevorderende voorzieningen
                            beschikbaar kunnen worden gesteld aan ambtenaren die zich in een
                            Van-werk-naar-werk-traject bevinden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>18 Verplaatsingskosten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 18:0:0:1 Vergoeding reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in hoofdstuk 18 is het reglement
                            incidentele vergoeding reiskosten woon-werkverkeer vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18:1:1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al><vet>betrokkene:</vet> de ambtenaar of gewezen ambtenaar in
                                        de zin van de CAR;</al></li><li nr="b"><al><vet>woongebied:</vet> een door het college aan te wijzen
                                        gebied aansluitend aan het grondgebied van de gemeente;</al></li><li nr="c"><al><vet>standplaats:</vet> de gemeente of het met name genoemde
                                        deel daarvan, waar de ambtenaar gewoonlijk zijn
                                        werkzaamheden verricht;</al></li><li nr="d"><al><vet>gezinsleden:</vet> de echtgenoot, geregistreerde
                                        partner van de betrokkene en de kinderen, stief- en
                                        pleegkinderen van de betrokkenen en/of van de echtgenoot,
                                        geregistreerde partner voor zover zij samenwonen;</al></li><li nr="e"><al><vet>eigen huishouding voeren:</vet> het zelfstandig en voor
                                        eigen rekening bewonen van woonruimte, voorzien van eigen
                                        meubilair en stoffering, een en ander ter beoordeling van
                                        het bevoegde gezag;</al></li><li nr="f"><al><vet>berekeningsbasis:</vet> het twaalfvoud van de
                                        bezoldiging – in de zin van artikel 3:1, dan wel hetgeen
                                        daarmede overeenkomt ingeval dat artikel niet op hem van
                                        toepassing is – die betrokkene geniet op het
                                        berekeningstijdstip, vermeerderd met de aanspraak op de
                                        vakantie-uitkering en in voorkomende gevallen vermeerderd
                                        met: </al><lijst><li nr="1"><al>genoten wachtgeld of uitkering krachtens hoofdstuk
                                                10 of 11 of een genoten werkloosheidsuitkering
                                                krachtens de WW en eventueel hoofdstuk 10a;</al></li><li nr="2"><al>genoten uitkering krachtens dan wel overeenkomstig
                                                hoofdstuk 9 of het FPU-reglement basis- en
                                                aanvullende uitkering;</al></li><li nr="3"><al>genoten herplaatsingstoelage krachtens hoofdstuk 12
                                                van het pensioenreglement;</al></li></lijst></li><li nr="g"><al><vet>berekeningstijdstip:</vet> 1e datum waarop de
                                        betrokkene verhuist; 2e indien de betrokkene verhuist voor
                                        de datum dat de functie feitelijk wordt vervuld, de datum
                                        van ingang van de functievervulling; 3e bij het overlijden
                                        of ontslag van de betrokkene, de datum waarop laatstelijk
                                        bezoldiging werd genoten;</al></li><li nr="h"><al><vet>verplaatsen en verplaatsing:</vet> veranderen
                                        onderscheidenlijk verandering van de standplaats van de
                                        betrokkene in opdracht van het bestuursorgaan;</al></li><li nr="i"><al><vet>verplaatsingskostenvergoeding:</vet> tegemoetkoming in
                                        de kosten van een verplaatsing, dan wel van een verhuizing
                                        voortvloeiende uit indiensttreding of ontslag, ofwel een
                                        tegemoetkoming in reis- en pensionkosten voor de periode dat
                                        de verhuizing nog niet heeft plaatsgevonden;</al></li><li nr="j"><al><vet>dienstwoning:</vet> de door het bevoegde gezag aan de
                                        betrokkene in verband met de uitoefening van zijn functie
                                        aangewezen woning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht
                                genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18:1:2 Tegemoetkoming verhuiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De betrokkene, die vanwege het dienstbelang de verplichting is
                                opgelegd om in of meer nabij zijn standplaats te gaan wonen, als
                                bedoeld in artikel 15:1:17, tweede lid, wordt een tegemoetkoming in
                                verhuiskosten verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De betrokkene, die in verband met een indiensttreding is verhuisd
                                en aan wie binnen twee jaar na verhuizing ontslag op verzoek wordt
                                verleend of die ten gevolge van aan hem te wijten feiten of
                                omstandigheden binnen twee jaren na de verhuizing wordt ontslagen,
                                dient de hem toegekende tegemoetkoming in verhuiskosten terug te
                                betalen. Overgang zonder onderbreking naar een andere tak van dienst
                                van dezelfde gemeente of naar een van haar bedrijven of instellingen
                                wordt niet als ontslag op verzoek beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De tegemoetkoming in verhuiskosten wordt aan de betrokkene, die in
                                verband met een indiensttreding dient te verhuizen, slechts
                                verleend, indien hij schriftelijk heeft verklaard dat een
                                verplichting tot terugbetalen als bedoeld in het vorige lid hem
                                bekend is.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18:1:3 Tegemoetkoming verhuiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De betrokkene, die in opdracht van het bevoegde gezag, anders dan
                                in verband met een verplaatsing of indiensttreding, een dienstwoning
                                betrekt of verlaat, wordt een tegemoetkoming in verhuiskosten
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien het verlaten van een dienstwoning samenhangt met een ontslag
                                op verzoek anders dan een ontslag op verzoek met recht op uitkering
                                voor vervroegd uittreden, of met een ontslag als gevolg van aan
                                betrokkene te wijten feiten of omstandigheden en het ontslag niet
                                ingaat binnen twee jaren nadat de dienstwoning is betrokken, kan een
                                gedeeltelijke tegemoetkoming in verhuiskosten worden verleend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien het verlaten van een dienstwoning verband houdt met het
                                overlijden van de betrokkene, wordt een tegemoetkoming in
                                verhuiskosten verleend aan de nagelaten gezinsleden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Bij toepassing van het tweede en derde lid wordt een vergoeding in
                                de verhuiskosten, bedoeld in artikel 18:1:5, eerste lid, verleend,
                                met dien verstande dat deze vergoeding niet meer bedraagt dan die
                                waarop aanspraak zou bestaan bij verhuizing binnen het
                                woongebied.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18:1:4 Tegemoetkoming verhuiskosten</titel></kop><al>Geen tegemoetkoming in verhuiskosten ingevolge de artikelen 18:1:2 en
                            18:1:3 wordt verleend, indien de verhuizing niet heeft plaatsgevonden
                            binnen twee jaar nadat de verplichting tot verhuizen is opgelegd dan wel
                            na de datum van het ontslag, het overlijden of de verplaatsing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18:1:5 Tegemoetkoming verhuiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De tegemoetkoming in verhuiskosten kan slechts bestaan uit:</al><lijst><li nr="a"><al>een bedrag voor de kosten van transport van de bagage en van
                                        de inboedel van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de
                                        nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en
                                        uitpakken van breekbare zaken;</al></li><li nr="b"><al> een bedrag voor dubbele woonkosten, gelijk aan de
                                        noodzakelijk te maken kosten, met een maximum van € 292,68
                                        per maand met dien verstande dat de tegemoetkoming ten
                                        hoogste voor vier maanden wordt verleend;</al></li><li nr="c"><al>een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing
                                        voortvloeiende kosten, met een maximum van € 5.853,12.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de betrokkene op de dag van de verhuizing een eigen
                                huishouding voert, wordt het bedrag bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel c, voor zover bij of krachtens dit artikel niet anders is
                                bepaald, gesteld op een tegemoetkoming van 3% van de
                                berekeningsbasis voor ieder woon- of slaapvertrek, tot een maximum
                                van vier van deze vertrekken, die de achtergelaten woning telt, met
                                dien verstande dat het maximumbedrag genoemd in het eerste lid,
                                onderdeel c, niet overschreden wordt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien het betreft een verhuizing van een gezin, waarin de
                                echtgenoten, geregistreerde partners beide betrokkene zijn in de zin
                                van dit hoofdstuk en afzonderlijk opdracht hebben om te verhuizen of
                                zijn verplaatst, wordt voor beide betrokkenen de berekeningsbasis
                                vastgesteld. Ingeval beide betrokkenen een deeltijdbetrekking hebben
                                en niet tevens een deeltijdbetrekking bij een andere werkgever die
                                aanspraak geeft op een tegemoetkoming in verhuiskosten, wordt de
                                berekeningsbasis vastgesteld als ware er sprake van een
                                voltijdbetrekking. De tegemoetkoming wordt toegekend op grond van de
                                hoogste berekeningsbasis.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien de betrokkene geen eigen huishouding voert, wordt geen
                                tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid, onder c, verleend.
                                Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan voor
                                deze kosten niettemin een tegemoetkoming worden verleend van 3% van
                                de berekeningsbasis.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18:1:6 Tegemoetkoming woon- werkverkeer</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De betrokkene die vanwege het dienstbelang de verplichting is
                                opgelegd om in of meer nabij zijn standplaats te gaan wonen, zoals
                                bedoeld in artikel 15:1:17 en daarin, ondanks alle pogingen daartoe,
                                niet slaagt heeft aanspraak op een vergoeding van de kosten voor het
                                dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling,
                                zolang hij bij de verhuizing in aanmerking zou kunnen komen voor een
                                tegemoetkoming in de verhuiskosten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een betrokkene als bedoeld in het eerste lid, die naar het oordeel
                                van het bevoegde gezag niet dagelijks heen en weer kan reizen,
                                heeft, tenzij van gemeentewege al dan niet tegen betaling in
                                huisvesting wordt voorzien, aanspraak op een tegemoetkoming in de
                                pensionkosten voor verblijf in een pension in of nabij het gebied
                                als bedoeld in artikel 15:1:17, benevens een tegemoetkoming voor ten
                                hoogste eenmaal per week in de reiskosten naar de plaats waar hij
                                metterwoon nog gevestigd is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien een betrokkene als bedoeld in het eerste en tweede lid, naar
                                het oordeel van het bevoegde gezag niet alles, wat redelijkerwijs
                                van hem mag worden verwacht, heeft gedaan om zo spoedig mogelijk te
                                verhuizen, komt hij niet langer in aanmerking voor tegemoetkomingen
                                als bedoeld in het eerste en tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Een betrokkene die een functie voor betrekkelijk korte duur
                                bekleedt of voor betrekkelijk korte duur elders is geplaatst en als
                                gevolg daarvan niet behoeft te verhuizen kan een tegemoetkoming in
                                de reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden verleend, dan wel
                                een tegemoetkoming overeenkomstig het tweede lid, indien de
                                betrokkene naar het oordeel van het bevoegde gezag niet dagelijks
                                heen en weer kan reizen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18:1:7 Hoogte tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De tegemoetkoming in reiskosten bedoeld in artikel 18:1:6, eerste
                                en vierde lid, is gelijk aan de gemaakte kosten van het openbaar
                                vervoer op basis van het tarief van de tweede klasse.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vergoeding die plaatsvindt op basis van het eerste lid is, voor
                                dat deel dat gebruik wordt gemaakt van de trein, gemaximeerd op het
                                bedrag van € 3.708 per jaar.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De betrokkene die met de trein reist en van de woning of het pension
                                met het ander (aansluitend) openbaar vervoer naar het eerst
                                mogelijke station kan reizen maar van dit openbaar vervoer geen
                                gebruik maakt en in plaats daarvan met eigen vervoer naar dat
                                station reist, ontvangt een tegemoetkoming van € 97,82 op
                                jaarbasis.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De tegemoetkoming in reiskosten bedoeld in artikel 18:1:6, eerste en
                                vierde lid, is, indien het college de plaats van tewerkstelling van
                                een betrokkene heeft aangewezen als een plaats van tewerkstelling
                                die niet per openbaar vervoer is te bereiken, of indien de
                                betrokkene behoort tot een aangewezen groep voor wie de plaats van
                                tewerkstelling vanwege de opgedragen werktijden niet per openbaar
                                vervoer is te bereiken, € 0,16 per kilometer met een maximum van 20
                                kilometer enkele reis.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De betrokkene, die naar het oordeel van het college de plaats van
                                tewerkstelling met het openbaar vervoer kan bereiken maar daarvan
                                geen gebruik maakt, heeft aanspraak op een tegemoetkoming van 25%
                                van de tegemoetkoming bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18:1:7a Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18:1:8 Niet verhuisplichtig, toch een tegemoetkoming
                                woon-werkverkeer</titel></kop><al>Indien het bevoegde gezag de plaats van tewerkstelling van een
                            betrokkene die niet conform artikel 15:1:17 verhuisplichtig is, heeft
                            aangewezen als een plaats van tewerkstelling die niet met het openbaar
                            vervoer is te bereiken, of indien de betrokkene behoort tot een
                            aangewezen groep voor wie de plaats van tewerkstelling vanwege de
                            opgedragen werktijden niet per openbaar vervoer is te bereiken, wordt
                            aan de betrokkene voor de gehele duur van het dienstverband een
                            vergoeding per afgelegde kilometer verstrekt. De hoogte van deze
                            vergoeding wordt vastgesteld door het bevoegde gezag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18:1:9 Pensionkosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De tegemoetkoming in pensionkosten als bedoeld in artikel 18:1:6,
                                tweede lid, bedraagt voor de betrokkene die gewoonlijk met
                                gezinsleden samenwoont 90% en voor de overige betrokkenen 60% van de
                                betaalde pensionkosten, voor zover deze kosten niet uitgaan boven de
                                door het bestuursorgaan redelijk geoordeelde pensionkosten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De tegemoetkoming in reiskosten voor gezinsbezoek dan wel voor het
                                bezoeken van de plaats waar betrokkene nog is gehuisvest is gelijk
                                aan de kosten van het gebruik van het openbaar vervoer en wel naar
                                het tarief van de laagste klasse.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18:1:10 Duur tegemoetkoming reis- en
                                pensionkosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De tegemoetkoming ingevolge het bepaalde in de artikelen 18:1:7 en
                                18:1:9 wordt voor de eerste keer voor niet langer dan zes maanden
                                verleend. Het bevoegde gezag kan deze termijn op verzoek van
                                betrokkene telkens voor niet langer dan zes maanden verlengen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Geen aanspraak op tegemoetkoming in reis- en/of verblijfkosten
                                bestaat indien de declaratie van de in een kalendermaand gemaakte
                                kosten conform artikel 18:1:7, eerste lid, en artikel 18:1:14, in
                                geval wordt gekozen voor het vergoedingssysteem zoals dat gold vóór
                                1 juli 2004, niet binnen drie maanden na die kalendermaand bij het
                                bevoegde gezag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het bevoegd gezag is bevoegd te bepalen dat de tegemoetkomingen
                                vastgesteld op basis van artikel 18:1:7, eerste lid, en artikel
                                18:1:14 maandelijks zonder declaratie worden uitbetaald met
                                inachtneming van een korting op de bedragen van 6%.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18:1:11 Procedure tegemoetkoming verhuiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De aanvraag voor een tegemoetkoming in verhuiskosten dient voor de
                                datum van de verhuizing bij het bevoegde gezag te zijn
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Zo spoedig mogelijk na de verhuizing doch in ieder geval binnen zes
                                maanden daarna doet de betrokkene bij het bevoegde gezag opgave van
                                de kosten als bedoeld in artikel 18:1:5, eerste lid, onder b.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18:1:12 Voorschot</titel></kop><al>Het bevoegde gezag kan ter zake van de in dit hoofdstuk bedoelde
                            tegemoetkomingen een voorschot verlenen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18:1:13 Slotbepaling</titel></kop><al>Het college kan voor zover nodig in afwijking van de bij of krachtens
                            dit hoofdstuk gestelde regels beslissen in individuele gevallen, waarin
                            deze regelen naar het oordeel van het college niet of niet naar
                            redelijkheid voorzien.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18:1:14 Overgangsrecht</titel></kop><al>De betrokkene aan wie voor 1 juli 2004 een tegemoetkoming
                            woon-werkverkeer op grond van artikel 18:1:7, vierde lid zoals dat
                            luidde voor 1 juli 2004, is toegekend, heeft gedurende de periode van
                            maximaal twee jaar, welke ingaat op het moment van toekenning, recht op
                            een tegemoetkoming woon-werkverkeer conform de vergoedingssystematiek
                            zoals die gold voor 1 juli 2004. Indien de vergoedingssystematiek zoals
                            die geldt vanaf 1 juli 2004 financieel voordeliger is voor deze
                            betrokkene, dan heeft hij recht op een tegemoetkoming conform de
                            laatstgenoemde vergoedingssystematiek. Indien de medewerker gehoor heeft
                            gegeven aan de verhuisplicht, dan vervalt de tegemoetkoming
                            woon-werkverkeer.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18:1:15:1 Verplaatsingskosten</titel></kop><al> In aanvulling op het gestelde in hoofdstuk 18 is aanvullend beleid
                            vastgesteld. </al><al>Klik hier om deze te raadplegen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>19 Rechtspositieregeling vrijwilligers bij de gemeentelijke
                            brandweer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19:1 Werkingssfeer</titel></kop><al>Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die door het college
                            aangesteld is als vrijwilliger bij de gemeentelijke brandweer.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:2 Begripsbepaling</titel></kop><al><vet>Hoofdwerkgever:</vet> de werkgever waarbij de vrijwilliger in
                            loondienst is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:3 Overleg met vakorganisaties</titel></kop><al>Het overleg over de aangelegenheden die van algemeen belang zijn voor de
                            rechtstoestand van de vrijwilligers vindt plaats in de op grond van
                            artikel 12:1, tweede lid, van de CAR ingestelde commissie voor
                            georganiseerd overleg. Dit geldt ook voor de algemene regels volgens
                            welke het personeelsbeleid gevoerd zal worden. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:4 Informatievoorziening aan de vrijwilliger</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vrijwilliger ontvangt op zijn verzoek kosteloos een exemplaar van
                                dit hoofdstuk, van de wijzigingen daarvan en van alle andere
                                schriftelijke regels die hij bij de uitvoering van zijn
                                werkzaamheden heeft na te leven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vrijwilliger die regels heeft na te leven die niet schriftelijk
                                zijn vastgesteld wordt hierover naar behoren geïnformeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:5 Informatievoorziening aan derden</titel></kop><al>Een exemplaar van dit hoofdstuk, van de wijzigingen daarvan en van alle
                            regels die ter uitvoering van artikel 125 van de Ambtenarenwet voor de
                            vrijwilliger worden getroffen met inbegrip van de wijzigingen daarop,
                            worden kosteloos ter beschikking gesteld aan:</al><lijst><li nr="-"><al>de vakorganisaties die deelnemen aan het georganiseerd overleg
                                    bedoeld in artikel 19:3, eerste lid;</al></li><li nr="-"><al>ieder ander die daarvoor naar het oordeel van het college in
                                    aanmerking komt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:6 Aanstelling in vaste of tijdelijke dienst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan de vrijwilliger aanstellen in vaste dienst, of in
                                tijdelijke dienst voor een bepaalde periode.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een aanstelling in tijdelijke dienst wordt alleen verleend bij wijze
                                van proef.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een aanstelling in tijdelijke dienst wordt voor een periode van
                                maximaal twee jaar verleend. In bijzondere gevallen kan de
                                tijdelijke aanstelling verlengd worden met een periode van ten
                                hoogste een jaar.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college verleent de vrijwilliger een vaste aanstelling zodra de
                                maximale termijn voor een tijdelijke aanstelling verstreken is,
                                tenzij de proef niet geslaagd is.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:7 Voorwaarden voor aanstelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor aanstelling als vrijwilliger kunnen alleen die personen in
                                aanmerking komen die voldoen aan de eisen die het Besluit personeel
                                veiligheidsregio’s daarvoor stelt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Degene die in aanmerking wil komen voor aanstelling als vrijwilliger
                                voldoet bovendien aan de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="a"><al>hij beschikt over de voor de brandweerdienst vereiste
                                        karaktereigenschappen;</al></li><li nr="b"><al>hij is door de aard en de plaats van zijn dagelijkse
                                        werkzaamheden en de ligging van zijn woning, in staat om
                                        zijn taak bij de gemeentelijke brandweerdienst naar behoren
                                        te vervullen;</al></li><li nr="c"><al>hij is ten minste 18 jaar.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:7a Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:8 Bericht van aanstelling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vrijwilliger ontvangt voor indiensttreding kosteloos een bericht
                                van aanstelling. Hierin wordt vermeld:</al><lijst><li nr="a"><al>de naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum van de
                                        vrijwilliger;</al></li><li nr="b"><al> de duur van de aanstelling; bij een tijdelijke aanstelling
                                        wordt de periode waarvoor de aanstelling is aangegaan zo
                                        nauwkeurig mogelijk omschreven;</al></li><li nr="c"><al>de ingangsdatum van de aanstelling;</al></li><li nr="d"><al>de functie waarin de vrijwilliger is aangesteld en de
                                        vergoeding die aan hem wordt toegekend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college deelt wijzigingen in de punten b tot en met d zo spoedig
                                mogelijk, kosteloos, mee aan de vrijwilliger.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:9 Bevordering</titel></kop><al>Het college kan een vrijwilliger alleen tot een hogere functie
                            bevorderen wanneer hij voldoet aan de eisen die het Besluit personeel
                            veiligheidsregio’s daarvoor stelt. In het besluit tot bevordering worden
                            ten minste de nieuwe functie en de daaraan verbonden vergoeding
                            vermeld.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:10 Vervallen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:11 Informatie over hoofdwerkgever</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vrijwilliger die in loondienst is verstrekt het college bij
                                indiensttreding de contactgegevens van zijn hoofdwerkgever en
                                informeert het college over zijn werktijden aldaar. De vrijwilliger
                                informeert het college zo spoedig mogelijk over wijzigingen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vrijwilliger die werkzaam is als zelfstandig ondernemer
                                informeert het college bij zijn indiensttreding hierover en
                                verstrekt gegevens over de aard van zijn werkzaamheden en het
                                tijdsbeslag daarvan. De vrijwilliger informeert het college zo
                                spoedig mogelijk over wijzigingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:12 Informatie aan hoofdwerkgever</titel></kop><al>De vrijwilliger bericht zijn hoofdwerkgever zo spoedig mogelijk na
                            indiensttreding dat:</al><lijst><li nr="a"><al>hij aangesteld is als vrijwilliger bij de brandweer; </al></li><li nr="b"><al>hij tijdens werktijd ingezet kan worden voor
                                    brandweerwerkzaamheden; </al></li><li nr="c"><al> de Arbeidstijdenwet van toepassing is op zijn werkzaamheden
                                    voor de brandweer en dat bij de vaststelling van zijn werktijden
                                    hier rekening mee gehouden moet worden;</al></li><li nr="d"><al> de gemeente hem een vergoeding verstrekt voor
                                    brandweeractiviteiten tijdens werktijd; </al></li><li nr="e"><al> ingeval van ziekte als gevolg van een dienstongeval bij de
                                    brandweer, de hoofdwerkgever recht heeft op een vergoeding.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:13 Vergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vrijwilliger ontvangt zolang de aanstelling duurt een vergoeding
                                overeenkomstig de regels van dit hoofdstuk en bijlage IIb van de
                                CAR-UWO.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, ontvangt de medewerker die vanaf 31
                                december 1979 onafgebroken ambtenaar en als vrijwilliger werkzaam
                                is, zolang de aanstelling duurt een vergoeding overeenkomstig de
                                regels van dit hoofdstuk en bijlage IIc van de CAR-UWO.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:14 Jaarvergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vrijwilliger ontvangt elk kalenderjaar een jaarvergoeding. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De jaarvergoeding wordt vastgesteld op het bedrag dat in de bijlage,
                                genoemd in artikel 19:13 is vermeld achter de functiecategorie,
                                behorende bij de functie waarin de vrijwilliger is aangesteld, in de
                                tweede kolom.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In de jaarvergoeding is een netto-bedrag opgenomen van € 136, ter
                                vergoeding van onkosten die worden gemaakt in verband met de
                                beroepsuitoefening.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In de jaarvergoeding voor de officieren is tevens een
                                netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2 per in het kader van de
                                beroepsuitoefening verrichte activiteit niet zijnde brandbestrijding
                                of andere hulpverlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:15 Vergoeding voor oefeningen, cursussen en overige
                                werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vrijwilliger die deelneemt aan een oefening, een cursus volgt met
                                toestemming van het college, of in opdracht van het college overige
                                werkzaamheden verricht heeft recht op een vergoeding. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van het uurbedrag dat in
                                de bijlage, genoemd in artikel 19:13 staat vermeld achter de functie
                                waarin de vrijwilliger is aangesteld, in de derde kolom. Wanneer de
                                vergoeding op nul is gesteld heeft de vrijwilliger voor die
                                activiteit geen recht op vergoeding. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In de uurvergoeding genoemd in het tweede lid is een
                                netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2 per activiteit voor
                                vrijwilligers niet zijnde officieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:16 Vergoeding voor daadwerkelijke brandbestrijding en
                                hulpverlening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vrijwilliger die zich, na hiertoe opgeroepen te zijn, bezighoudt
                                met daadwerkelijke brandbestrijding en hulpverlening ontvangt
                                hiervoor een vergoeding.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van het uurbedrag dat in
                                de bijlage, genoemd in artikel 19:13 staat vermeld achter de
                                functiecategorie, behorende bij de functie van de vrijwilliger, in
                                de vierde kolom. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In de uurvergoeding genoemd in het tweede lid is een
                                netto-onkostenvergoeding opgenomen van € 2 per activiteit voor
                                vrijwilligers niet zijnde officieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:17 Vergoeding voor langdurige aanwezigheid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vrijwilliger die, in opdracht van het college, vijf uur of langer
                                ingezet wordt voor oefeningen, cursussen of overige
                                brandweerwerkzaamheden, ontvangt een vergoeding voor langdurige
                                aanwezigheid. De vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van het
                                uurbedrag dat in bijlage, genoemd in artikel 19:13 staat vermeld
                                achter de functiecategorie, behorende bij de functie waarin de
                                vrijwilliger is aangesteld, in de vijfde kolom.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Wanneer de vergoeding op nul is gesteld heeft de vrijwilliger geen
                                recht op een vergoeding voor langdurige aanwezigheid.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De vergoeding voor langdurige aanwezigheid wordt alleen verstrekt
                                over die uren waarin de vrijwilliger daadwerkelijk geoefend heeft,
                                een cursus gevolgd heeft of overige brandweerwerkzaamheden verricht
                                heeft. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:18 Consignatievergoeding</titel></kop><al>De vrijwilliger die zich ter beschikking moet houden om opgeroepen te
                            worden voor werkzaamheden ontvangt een consignatievergoeding. Deze
                            vergoeding bedraagt: </al><lijst><li nr="a"><al>per uur 16% van het bedrag genoemd in kolom drie van de
                                    bijlagen, genoemd in artikel 19:13 op zondagen, nieuwjaarsdag,
                                    tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, de beide
                                    Kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de koningin wordt
                                    gevierd en iedere andere dag die daarnaast door het college
                                    wordt aangewezen als feestdag; </al></li><li nr="b"><al> per uur 10% van het bedrag genoemd in kolom drie van de
                                    bijlagen, genoemd in artikel 19:13 voor alle overige dagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:19 Kazerneringsdienst</titel></kop><al>Het college kan bij lokale regeling regels stellen over de vergoeding
                            van kazerneringsdiensten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:20 Vergoeding tijdens en in verband met
                                zwangerschap</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vrijwilliger bedoeld in artikel 19:29 heeft gedurende de periode
                                dat zij niet ingezet wordt in de repressieve brandweerdienst, of
                                niet deelneemt aan oefeningen recht op doorbetaling van de
                                vergoedingen bedoeld in artikel 19:15 tot en met 19:18.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De hoogte van deze vergoeding wordt berekend op basis van het bedrag
                                dat de vrijwilliger gemiddeld over het kwartaal voorafgaand aan de
                                eerste dag van het verlof ontvangen heeft. Indien het arbeidspatroon
                                in deze periode sterk afwijkt van het gebruikelijke, past het
                                college deze berekening toe op een kalenderkwartaal waarin wel
                                sprake was van een gebruikelijk arbeidspatroon. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:21 Opleidingskosten</titel></kop><al>Het college vergoedt de kosten van het volgen van een opleiding of een
                            cursus, deelname aan examens en het bijwonen van bijeenkomsten, voor
                            zover deze in opdracht van of met toestemming van het college zijn
                            gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:22 Gratificatie</titel></kop><al>Bij lokale regeling kan het college regels vaststellen voor het
                            toekennen van een gratificatie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:23 Fiscaal aantrekkelijke regelingen</titel></kop><al>De vrijwilliger kan gebruik maken van de lokale regeling met fiscaal
                            gunstige personeelsvoorzieningen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:24 Salarismutaties</titel></kop><al>De algemene salarismutaties voor de sector gemeenten zoals die in het
                            LOGA worden overeengekomen, zijn wat betreft het percentage en de
                            ingangsdatum van overeenkomstige toepassing op de bedragen genoemd in
                            bijlage bij artikel 19:13. De overeenkomstig het vorige lid berekende
                            vergoedingen worden wat betreft de jaarvergoeding afgerond op hele
                            euro’s en wat betreft de overige vergoedingen op eurocenten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:25 Ongevallenverzekering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college sluit een ongevallenverzekering af voor de
                                vrijwilliger.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De ongevallenverzekering keert uit bij overlijden, tijdelijke en
                                blijvende arbeidsongeschiktheid als gevolg van een dienstongeval,
                                overeenkomstig de polisvoorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De vrijwilliger wordt bij indiensttreding geïnformeerd over de
                                inhoud van de verzekering.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Wijzigingen worden zo spoedig mogelijk ter kennis van de
                                vrijwilliger gebracht.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De vrijwilliger ontvangt op zijn verzoek kosteloos een afschrift van
                                de polisvoorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:26 Vergoeding geneeskundige kosten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college vergoedt de vrijwilliger de noodzakelijk gemaakte
                                medische kosten die ontstaan zijn als gevolg van een dienstongeval
                                en die voor zijn rekening blijven. De vergoeding bedraagt ten
                                hoogste het bedrag waarvoor het college zich terzake heeft
                                verzekerd. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien het verzekerde bedrag niet toereikend is om de in het eerste
                                lid genoemde medische kosten van de vrijwilliger te vergoeden, kan
                                het college in bijzondere gevallen een tegemoetkoming verstrekken in
                                de hogere kosten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:27 Verzekering zelfstandig ondernemers</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan voor de vrijwilliger die zelfstandig ondernemer is
                                een aanvullende verzekering sluiten die voorziet in een uitkering
                                bij blijvende arbeidsongeschiktheid als gevolg van een
                                dienstongeval.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college informeert de vrijwilliger die het betreft bij
                                indiensttreding of deze verzekering voor hem is afgesloten en indien
                                dat het geval is wordt de vrijwilliger geïnformeerd over de dekking
                                van de verzekering.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:28 Schade aan kleding en uitrusting</titel></kop><al>Het college vergoedt de vrijwilliger de schade aan zijn kleding,
                            uitrusting en een hem toebehorend motorrijtuig in de zin van de Wet
                            aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, die hij buiten zijn schuld
                            of nalatigheid lijdt ten gevolge van de door hem verrichtte
                            werkzaamheden, voor zover de schade niet bestaat uit normale slijtage
                            van die goederen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:29 Zwangerschap</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vrijwilliger meldt haar zwangerschap in een zo vroeg mogelijk
                                stadium bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Gedurende de zwangerschap, tot zes maanden daarna en tijdens de
                                periode van borstvoeding wordt de vrijwilliger niet ingezet voor
                                repressieve brandweeractiviteiten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Deelname aan brandweeroefeningen in de in het tweede lid genoemde
                                situaties vindt alleen plaats na voorafgaande toestemming door de
                                bedrijfsarts.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:30 Beschikbaarheid van de vrijwilliger</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stelt regels over de beschikbaarheid van de vrijwilliger
                                voor de brandweerdienst.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De vrijwilliger neemt deel aan oefeningen, bijeenkomsten en
                                cursussen die door of vanwege het college zijn georganiseerd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De vrijwilliger die niet beschikbaar is voor de brandweerdienst, of
                                niet kan deelnemen aan een oefening, bijeenkomst of cursus doet
                                daarvan tijdig melding, onder opgave van redenen en overeenkomstig
                                de instructie van het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:31 Verplichtingen</titel></kop><al>De vrijwilliger dient zijn werkzaamheden nauwgezet en ijverig te
                            verrichten en zich te gedragen als een goed vrijwilliger.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:32 Eed of belofte</titel></kop><al>De vrijwilliger is verplicht de eed of belofte af te leggen die bij wet,
                            bij instructie of bij besluit van het college is voorgeschreven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:33 Verboden</titel></kop><al>Het is de vrijwilliger verboden:</al><lijst><li nr="a"><al> de aan de gemeente toebehorende eigendommen aan te wenden voor
                                    persoonlijk gebruik, tenzij hiervoor toestemming is verleend
                                    door of namens het college;</al></li><li nr="b"><al> vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te
                                    vorderen, te verzoeken of aan te nemen, tenzij hiervoor
                                    toestemming is verleend door of namens het college; </al></li><li nr="c"><al> steekpenningen aan te nemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:34 Gebruik van motorrijtuig</titel></kop><al>Het is de vrijwilliger slechts toegestaan een motorrijtuig in de zin van
                            de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen te gebruiken ten
                            behoeve van zijn werkzaamheden als vrijwilliger, indien hem daartoe door
                            het college toestemming is verleend. Aan deze toestemming kunnen
                            bepaalde voorwaarden worden verbonden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:35 Kledingvoorschrift</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vrijwilliger is verplicht tijdens zijn werkzaamheden de door het
                                college voorgeschreven dienstkleding en uitrustingsstukken te
                                dragen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De dienstkleding en uitrustingsstukken worden door het college
                                kosteloos in bruikleen verstrekt aan de vrijwilliger, die bij
                                ontslag verplicht is deze bij het college in te leveren.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De vrijwilliger draagt zorg voor het onderhoud van de hem in
                                bruikleen verstrekte dienstkleding en uitrustingsstukken en hij is
                                verplicht deze te doen onderwerpen aan inspectie en controle,
                                wanneer daartoe door het college opdracht is gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het college is verantwoordelijk voor reparatie van de dienstkleding
                                en uitrustingsstukken. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:36 Verboden ten aanzien van de kleding</titel></kop><al>Het is de vrijwilliger verboden: </al><lijst><li nr="a"><al> de dienstkleding en uitrustingsstukken te dragen wanneer hij
                                    geen werkzaamheden als vrijwilliger verricht, behalve in de
                                    gevallen waarin het college daarvoor toestemming heeft verleend;
                                </al></li><li nr="b"><al> de dienstkleding en uitrustingsstukken aan derden in bruikleen
                                    te geven;</al></li><li nr="c"><al> dienstkleding te dragen voorzien van:</al><lijst><li nr="I"><al> andere rangonderscheidingstekenen dan die verbonden aan
                                            de rang, behorende bij de functie die de vrijwilliger
                                            bekleedt;</al></li><li nr="II"><al> insignes en andere onderscheidingstekenen, tenzij tot
                                            het dragen daarvan door de staat of door het college
                                            toestemming is verleend.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:37 Vergoeding van schade</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vrijwilliger die door zijn schuld of nalatigheid de gemeente
                                schade toebrengt kan verplicht worden deze schade geheel of
                                gedeeltelijk te vergoeden. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De vrijwilliger wordt in de gelegenheid gesteld om zijn wensen
                                kenbaar te maken ten aanzien van de inhouding van de
                                schadevergoeding op zijn vergoeding. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:38 Plichtsverzuim</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vrijwilliger die zich aan plichtsverzuim schuldig maakt, kan
                                disciplinair worden gestraft. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van een voorschrift als
                                het overigens doen of nalaten van iets dat een goed vrijwilliger in
                                gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:39 Disciplinaire straffen</titel></kop><al>De volgende disicplinaire straffen kunnen worden opgelegd: </al><lijst><li nr="a"><al> schriftelijke berisping;</al></li><li nr="b"><al> inhouding van een deel van de jaarvergoeding bedoeld in artikel
                                    19:14;</al></li><li nr="c"><al> schorsing voor een bepaalde tijd, al dan niet met inhouding van
                                    de vergoeding;</al></li><li nr="d"><al> ongevraagd ontslag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:40 Schorsing in het belang van de dienst</titel></kop><al>De vrijwilliger kan voor een bepaalde tijd geschorst worden:</al><lijst><li nr="a"><al> wanneer hem de straf van disciplinair ontslag is opgelegd of
                                    hem het voornemen daartoe kenbaar is gemaakt;</al></li><li nr="b"><al> wanneer tegen hem, op grond van het daartoe bepaalde in het
                                    Wetboek van Strafvordering, een bevel tot inverzekeringstelling
                                    of voorlopige hechtenis ten uitvoer wordt gelegd;</al></li><li nr="c"><al> wanneer tegen hem een strafrechtelijke vervolging is ingesteld
                                    wegens misdrijf;</al></li><li nr="d"><al> in andere gevallen waarin het belang van de dienst dit
                                    noodzakelijk maakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:41 Ontslag op eigen verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college verleent eervol ontslag aan de vrijwilliger die daarom
                                verzoekt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Dit ontslag wordt verleend met ingang van een datum die ten minste
                                een maand en ten hoogste drie maanden ligt na de datum van ontvangst
                                van het verzoek.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan een beslissing op het verzoek om eervol ontslag
                                aanhouden, wanneer tegen de vrijwilliger een strafrechtelijke
                                vervolging wegens misdrijf loopt, of wanneer overwogen wordt de
                                vrijwilliger disciplinair te straffen. Beslissing op het
                                ontslagverzoek vindt plaats zodra de uitspraak van de rechter
                                onherroepelijk geworden is, respectievelijk zodra besloten is de
                                vrijwilliger al dan niet disciplinair te straffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:42 Ongevraagd ontslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan de vrijwilliger ongevraagd ontslag verlenen op grond
                                van:</al><lijst><li nr="a"><al>het eindigen van de noodzaak tot beschikbaarheidsstelling of
                                        wegens verandering van de brandweerorganisatie; </al></li><li nr="b"><al> de omstandigheid dat hij door de aard of de plaats van zijn
                                        dagelijkse werkzaamheden dan wel de ligging van zijn woning
                                        geacht moet worden niet langer in staat te zijn taak bij de
                                        brandweer te vervullen; </al></li><li nr="c"><al> onbekwaamheid of ongeschiktheid tot het verrichten van zijn
                                        werkzaamheden op grond van ziekten of gebreken; </al></li><li nr="d"><al> onbekwaamheid of ongeschiktheid tot het verrichten van zijn
                                        werkzaamheden anders dan op grond van ziekten of
                                        gebreken;</al></li><li nr="e"><al> onder curatelestelling;</al></li><li nr="f"><al> toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens
                                        onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;</al></li><li nr="g"><al> onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf
                                        wegens misdrijf;</al></li><li nr="h"><al> een in het ontslagbesluit genoemde andere grond;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het ongevraagd ontslag wordt eervol verleend, met uitzondering van
                                het ontslag op de grond genoemd in het eerste lid, onderdeel g van
                                dit artikel. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19:43 Einde tijdelijk dienstverband</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De tijdelijke aanstelling eindigt van rechtswege op de laatste dag
                                van de periode waarvoor deze is aangegaan. Wordt het dienstverband
                                nadien feitelijk gehandhaafd zonder dat opnieuw een tijdelijke
                                aanstelling is verleend, dan is de vrijwilliger met ingang van de
                                eerste dag na het verstrijken van vorenbedoelde periode in vaste
                                dienst.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De tijdelijke aanstelling kan tussentijds ongevraagd beëindigd
                                worden op een van de gronden genoemd in artikel 19:42..</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Vergoedingentabel vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer
                                per 1 april 2012</titel></kop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth=""/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>jaarvergoeding</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>uurbedrag oefeningen en cursussen
                                                e.d.</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>uurbedrag voor brandbestrijding en
                                                  hulpverlening</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>uurbedrag voor langdurige
                                                aanwezigheid</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>1. aspirant manschap a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>322,00</al></entry><entry colname="col3"><al>9,96</al></entry><entry colname="col4"><al>18,62</al></entry><entry colname="col5"><al>12,41</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2. Manschap A, Chauffeur, Voertuigbediener,
                                                  Gaspakdrager, Brandweerduiker, Verkenner
                                                  gevaarlijke stoffen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>322,00</al></entry><entry colname="col3"><al>11,45 </al></entry><entry colname="col4"><al>21,51 </al></entry><entry colname="col5"><al>14,34 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3. Manschap B, duikploegleider, langer dan 5
                                                  jaar manschap A, manschap A en ten minste twee
                                                  specialisaties uit categorie 2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>322,00</al></entry><entry colname="col3"><al>12,69 </al></entry><entry colname="col4"><al>23,80 </al></entry><entry colname="col5"><al>15,87 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4. bevelvoerder</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>483,00</al></entry><entry colname="col3"><al>15,90 </al></entry><entry colname="col4"><al>29,89 </al></entry><entry colname="col5"><al>19,93 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5. officier van dienst</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3810,00</al></entry><entry colname="col3"><al>0,00</al></entry><entry colname="col4"><al>38,10 </al></entry><entry colname="col5"><al>0,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>6 hoofdofficier van dienst, adviseur
                                                  gevaarlijke stoffen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5471,00</al></entry><entry colname="col3"><al>0,00</al></entry><entry colname="col4"><al>54,71 </al></entry><entry colname="col5"><al>0,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>7.commandant van dienst</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>8139,00</al></entry><entry colname="col3"><al>0,00</al></entry><entry colname="col4"><al>61,05 </al></entry><entry colname="col5"><al>0,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><titel>Gebruteerde vergoedingentabel vrijwilligers bij de gemeentelijke
                                brandweer per 1 april 2012</titel></kop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth=""/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>jaarvergoeding</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>uurbedrag oefeningen en cursussen
                                                e.d.</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>uurbedrag voor brandbestrijding en
                                                  hulpverlening</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>uurbedrag voor langdurige
                                                aanwezigheid</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>1. Aspirant manschap A</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>326,00</al></entry><entry colname="col3"><al>10,10</al></entry><entry colname="col4"><al>18,94</al></entry><entry colname="col5"><al>12,61</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2. Manschap A, Chauffeur, Voertuigbediener,
                                                  Gaspakdrager, Brandweerduiker, Verkenner
                                                  gevaarlijke stoffen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>326,00</al></entry><entry colname="col3"><al>11,66</al></entry><entry colname="col4"><al>21,95</al></entry><entry colname="col5"><al>14,62</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3. Manschap B, duikploegleider, langer dan 5
                                                  jaar manschap A, manschap A en ten minste twee
                                                  specialisaties uit categorie 2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>326,00</al></entry><entry colname="col3"><al>12,92</al></entry><entry colname="col4"><al>24,19</al></entry><entry colname="col5"><al>16,13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4. bevelvoerder</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>491,00</al></entry><entry colname="col3"><al>16,17</al></entry><entry colname="col4"><al>30,35</al></entry><entry colname="col5"><al>20,23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5. officier van dienst</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3883,00</al></entry><entry colname="col3"><al>0,00</al></entry><entry colname="col4"><al>38,83</al></entry><entry colname="col5"><al>0,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>6 hoofdofficier van dienst, adviseur
                                                  gevaarlijke stoffen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5569,00</al></entry><entry colname="col3"><al>0,00</al></entry><entry colname="col4"><al>55,69</al></entry><entry colname="col5"><al>0,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>7.commandant van dienst</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>8291,00</al></entry><entry colname="col3"><al>0,00</al></entry><entry colname="col4"><al>62,14</al></entry><entry colname="col5"><al>0,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>In deze bijlage is de tabel opgenomen die uitsluitend geldt voor de zeer
                            beperkte categorie vrijwilligers bij de brandweer voor wie de
                            vergoedingen tot het inkomen in de zin van het Pensioenreglement worden
                            gerekend. Het gaat hierbij om personen die vóór 1 januari 1980 een
                            aanstelling hadden als vrijwilliger bij de gemeentelijke brandweer.
                            Onder bepaalde voorwaarden vielen zij onder de werking van de Algemene
                            Burgerlijke Pensioenwet (ABP-wet). Op 1 januari 1980 is de regeling op
                            dit punt gewijzigd en zijn vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer
                            uitgesloten van het ambtenaarschap in de zin van de ABP. Bij de
                            wijziging in 1980 is een overgangsmaatregel getroffen. Deze hield in dat
                            vrijwilligers die op 31 december 1979 al ambtenaar waren, het
                            ambtenaarschap behielden zolang zij in dezelfde dienstverhouding
                            werkzaam bleven. Op grond van deze overgangsbepaling zijn er nu nog
                            vrijwilligers bij de brandweer die overheidswerknemer zijn en pensioen
                            opbouwen bij het ABP. Degenen die na 1 januari 1980 zijn aangesteld,
                            zijn per definitie geen ABP-deelnemer. Voor hen is deze bijlage niet van
                            belang. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>19a Keuringen brandweerpersoneel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19a:1 Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die bij de
                                brandweer is aangesteld, als beroeps of vrijwilliger, in de functie
                                van bevelvoerder en manschap A en B, zoals vermeld in het Besluit
                                personeel veiligheidsregio’s. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het college kan in aanvulling op het eerste lid andere functies bij
                                de brandweer aanwijzen waarop dit hoofdstuk van toepassing is. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19a:2 Aanstellingskeuring</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Aanstelling in een functie, bedoeld in artikel 19a:1, is alleen
                                mogelijk als na een geneeskundig onderzoek gericht op de te bekleden
                                functie blijkt dat tegen het bekleden van de functie uit medisch
                                oogpunt geen bezwaren bestaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het geneeskundig onderzoek bestaat uit de onderdelen zoals
                                opgenomen in de aanstellingskeuring in bijlage VIIa van de CAR.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het geneeskundig onderzoek wordt gedaan door geneeskundigen, die
                                daartoe door het college zijn aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De kosten van het geneeskundig onderzoek komen ten laste van de
                                gemeente. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19a:3 Periodiek Preventief Medisch Onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Periodiek wordt de medische gezondheid van de ambtenaar, die is
                                aangesteld in een functie, bedoeld in artikel 19a:1, getoetst
                                conform het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO).</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het PPMO bestaat uit de onderdelen, zoals opgenomen in bijlage VIIb
                                van de CAR.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het geneeskundig onderzoek geschiedt voor de ambtenaar gelijktijdig
                                of minimaal een half jaar na indienstreding.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het geneeskundig onderzoek geschiedt voor de ambtenaar met een
                                leeftijd van:</al><lijst><li nr="a"><al>jonger dan veertig één keer in de vier jaar;</al></li><li nr="b"><al> tussen de veertig en vijftig één keer per twee jaar; </al></li><li nr="c"><al> ouder dan vijftig jaar eens per jaar. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Als het college daar aanleiding toe ziet kan in afwijking van de
                                frequentie zoals bedoeld in lid 4 een tussentijdse keuring worden
                                afgenomen. </al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Als de uitkomst van het PPMO daar aanleiding toe geeft, kan het
                                college de medewerker tijdelijk en voor een vooraf bepaalde tijd van
                                een aantal of het totaal van zijn taken vrijstellen. Deze bepaalde
                                tijd kan in bijzondere gevallen, zolang de mate van ongeschiktheid
                                zich voordoet, worden verlengd. </al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Bij geheel of gedeeltelijke vrijstelling van taken houdt de
                                beroepsmedewerker recht op zijn bezoldiging en de vrijwillige
                                medewerker op zijn vergoeding, met dien verstande dat het recht op
                                toeslagen en vergoedingen alleen geldt als de werkzaamheden van de
                                medewerker recht hierop geven. Bij geheel of gedeeltelijke
                                vrijstelling wegens ziekte en ongeschiktheid is hoofdstuk 7
                                onverkort van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Het college kan de medewerker die is aangesteld als beroeps
                                gedurende de tijdelijke vrijstelling van taken andere werkzaamheden
                                opleggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19a:4 Fysieke test</titel></kop><al>Jaarlijks wordt de fysieke conditie van de ambtenaar, die is aangesteld
                            in een functie bedoeld in artikel 19a:1, getoetst.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>19b Aanvullende rechtspositieregeling voor de ambtenaar in een
                            instelling voor kunsteducatie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19b:1 Werkingssfeer</titel></kop><al>Dit hoofdstuk is van toepassing op ambtenaren werkzaam in de
                            kunsteducatie in de functie van:</al><lijst><li nr="a"><al>docent, bedoeld in bijlage IVa1;</al></li><li nr="b"><al>consulent, bedoeld in bijlage IVa1;</al></li><li nr="c"><al>balletbegeleider, bedoeld in bijlage IVa1.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19b:2 Begripsbepaling</titel></kop><al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder instelling:
                            een onderdeel van de gemeente dat kunsteducatie aanbiedt of ondersteunt.
                        </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19b:3 Functie-eisen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een voorwaarde bij aanstelling is dat de ambtenaar werkzaam in de
                                functie van docent en consulent in het bezit is van een diploma van
                                een HBO-opleiding op zijn specifieke vakgebied. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In uitzonderlijke gevallen kan het college, na overleg erover met de
                                OR, afwijken van het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19b:4 Functioneringsgesprek</titel></kop><al>Na elke periode van een jaar wordt met de ambtenaar een
                            functioneringsgesprek gehouden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19b:5 Verdeling van werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al>lesgebonden uren: alle uren waarin direct en educatief
                                        contact is met leerlingen;</al></li><li nr="b"><al>niet-lesgebonden uren: alle uren die niet te kwalificeren
                                        zijn als lesgebonden uren;</al></li><li nr="c"><al>sjabloon: opsomming van werkzaamheden binnen lesgebonden en
                                        niet-lesgebonden uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Niet-lesgebonden uren als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b
                                zijn in te delen in de volgende vier categorieën:</al><lijst><li nr="a"><al>het voorbereiden van lesgebonden uren;</al></li><li nr="b"><al>het in opdracht van de werkgever reizen tussen locaties van
                                        dezelfde instelling;</al></li><li nr="c"><al>activiteiten voor opleiding en ontwikkeling, of andere
                                        activiteiten die ertoe bijdragen de eigen vakbekwaamheid op
                                        peil te houden;</al></li><li nr="d"><al>algemene werkzaamheden in het belang van de instelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college stelt aan de hand van het sjabloon van bijlage IVa een
                                regeling vast waarin per discipline de verhouding lesgebonden versus
                                niet-lesgebonden uren staat. In de regeling kan per discipline een
                                afwijking op deze verhouding en de voorwaarden daarvoor worden
                                opgenomen. Voor de vaststelling van deze regeling is overeenstemming
                                vereist tussen de werkgever en de OR. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college stelt aan de hand van de regeling, bedoeld in het derde
                                lid, voor iedere ambtenaar vast wat voor zijn functie de verhouding
                                lesgebonden versus niet-lesgebonden uren is. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Zolang voor de functie van de ambtenaar de verhouding, bedoeld in
                                het vierde lid, nog niet is vastgesteld, heeft de ambtenaar maximaal
                                65% van zijn formele arbeidsduur aan lesgebonden uren en minimaal
                                35% van zijn formele arbeidsduur aan niet-lesgebonden uren. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19b:6 Vaststelling salaris</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In plaats van bijlage II en IIa , bedoeld in artikel 3:1, derde lid,
                                past het college de salaristabel, genoemd in bijlage IV, toe bij het
                                vaststellen van het salaris van de ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het functiewaarderingssysteem, bedoeld in de bezoldigingsregeling,
                                bedoeld in artikel 3:1, eerste lid, is niet van toepassing. De
                                functie van </al><lijst><li nr="a"><al>balletbegeleider is gewaardeerd op schaal 5;</al></li><li nr="b"><al>docent is gewaardeerd op schaal 8;</al></li><li nr="c"><al>consulent is gewaardeerd op schaal 9.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college bepaalt met inachtneming van het tweede lid de invoering
                                en de waardering van junior- of seniorfuncties. Het college stelt
                                hiervoor de functiebeschrijving vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19b:7 Aanloopbedragen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Als een ambtenaar in een functie wordt benoemd zonder dat hij reeds
                                voldoet aan alle daarvoor geldende eisen van ervaring, opleiding of
                                vaardigheden, kan zijn salaris worden vastgesteld in één van de
                                aanloopbedragen van de bij de functie behorende salarisschaal. De
                                aanloopbedragen zijn opgenomen in de salaristabel, genoemd in
                                bijlage IV.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college stelt regels vast voor het gebruik van aanloopbedragen
                                en voor de bevordering naar een bij de functie behorende
                                salarisschaal.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19b:8 Uitloopbedragen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In de salaristabel, genoemd in bijlage IV, zijn uitloopbedragen
                                opgenomen. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een ambtenaar krijgt na twee achtereenvolgende jaren ingeschaald te
                                zijn in het maximum van de bij de functie behorende salarisschaal
                                een periodieke verhoging naar het eerste uitloopbedrag. Vervolgens
                                vindt periodieke verhoging iedere keer na twee jaar plaats. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19b:9 Recht op toelage onregelmatige dienst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Artikel 3:3 is niet van toepassing. De ambtenaar heeft wel recht op
                                een toelage onregelmatige dienst over volle uren arbeid verricht op
                                zondag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De toelage onregelmatige dienst wordt uitgekeerd in de vorm van
                                verlof en bedraagt 25% van de uren.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verlof, bedoeld in het tweede lid, wordt op verzoek van de
                                ambtenaar verleend tenzij de belangen van de dienst zich daartegen
                                verzetten en toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel
                                6:2:4, eerste lid, of aan artikel 6:2:6.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Indien zowel het college als de ambtenaar dat wensen, wordt de
                                toelage, in afwijking van het eerste lid, in geld verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19b:10 Vakantie-uren</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 6:2 is de duur van de vakantie voor de
                                ambtenaar met een volledige betrekking 180 uur, indien </al><lijst><li nr="a"><al>met toepassing van artikel 19b:11 een deel van het jaar is
                                        aangemerkt als verplicht vrije periode of </al></li><li nr="b"><al>de ambtenaar geen verlof kan opnemen door het toegewezen
                                        hebben gekregen van lessen/cursussen</al></li></lijst><al>Bij een deeltijdbetrekking geldt de duur van de vakantie naar
                                rato.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vakantie-uren worden gelijkelijk over de verplicht vrije periodes
                                en eventueel de vrij opneembare vakantie verdeeld, met een maximum
                                van 36 uur per week. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19b:11 Verplicht vrije periodes</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stelt per cursusjaar 12 weken vast, waarin de ambtenaar
                                verplicht vrij is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De ambtenaar houdt zich op verzoek van het college gedurende
                                maximaal een week tijdens de verplicht vrije periode beschikbaar
                                voor werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Afwijkingen van het eerste lid zijn mogelijk indien de
                                ondernemingsraad dan wel de ambtenaar daarmee instemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19b:12 Vaststellen van het rooster</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 4:1, eerste lid, is op de ambtenaar artikel
                                5.7 van de Arbeidstijdenwet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In aanvulling op artikel 4:2 verstrekt het college zo snel mogelijk
                                maar in ieder geval binnen 2 maanden na ingang van een cursusjaar
                                een rooster van de in dat cursusjaar te werken uren.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Als substantiële wijzigingen optreden in het rooster, verstrekt het
                                college zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen een maand, een
                                aangepast rooster.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19b:13 Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de ambtenaar met een volledige betrekking, die op 31 december
                                2008 een kortere arbeidsduur heeft dan 1836 uur per jaar, wordt de
                                arbeidsduur met ingang van 1 januari 2009 met 72 uur per jaar
                                verhoogd. Deze verhogingen vinden plaats totdat voor de ambtenaar
                                een arbeidsduur geldt van 1836 uur per jaar. Voor een ambtenaar met
                                een deeltijdbetrekking gelden deze verhogingen naar rato.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien een ambtenaar na 1 januari 2009 wordt aangesteld, geldt voor
                                deze ambtenaar een arbeidsduur zoals die geldt voor de ambtenaren,
                                die in dienst zijn van de instelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19b:14 Ontslagbescherming tijdens
                                overgangstermijn</titel></kop><al>Tot 1 januari 2012 vindt geen ontslag plaats op grond van artikel 8:3
                            indien en voor zover dit ontslag uitsluitend wordt veroorzaakt door
                            verhoging van het aantal te werken uren als bedoeld in artikel
                            19b:13.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19b:15 Samenloop zwangerschaps- en bevallingsverlof met
                                een verplicht vrije periode</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij samenloop van een verplichte vrije periode als bedoeld in
                                artikel 19b:11, eerste lid, met zwangerschaps- en bevallingsverlof
                                heeft de ambtenaar met een volledige betrekking recht op compensatie
                                van het vakantieverlof tot 144 uur vakantieverlof per jaar. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een ambtenaar met een deeltijd betrekking heeft naar rato recht op
                                compensatie van het vakantieverlof tot 144 uur vakantieverlof per
                                jaar. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>3Vakantie voor de gecompenseerde vakantie-uren wordt op verzoek van
                                de ambtenaar verleend tenzij de belangen van de dienst zich
                                daartegen verzetten en toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in
                                artikel 6:2:4, eerste lid, of aan artikel 6:2:6. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19b:16 Overtolligheid</titel></kop><al>Uiterlijk in de tiende week van elk cursusjaar bekijkt het college of
                            het totaal aantal uren werk voor ambtenaren met dezelfde functie
                            overeenkomt met de totale aanstellingsomvang van deze ambtenaren.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19b:17 Reorganisatieontslag en ontslagvolgorde</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Bij ontslag op grond van artikel 8:3 wordt, zolang het plan, bedoeld
                                in artikel 8:3, derde lid, nog niet bestaat, de volgende
                                ontslagvolgorde gehanteerd:</al><lijst><li nr="a"><al>(deeltijd)ontslag verlenen aan ambtenaren die daarvoor in
                                        aanmerking wensen te komen;</al></li><li nr="b"><al>aanstellingen voor bepaalde tijd niet te verlengen;</al></li><li nr="c"><al>(deeltijd)ontslag verlenen aan ambtenaren na toepassing van
                                        het afspiegelingsbeginsel in combinatie met
                                        anciënniteitsbeginsel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij toepassing van het afspiegelingsbeginsel, genoemd in het eerste
                                lid, onderdeel c, wordt binnen categorieën van ambtenaren met
                                dezelfde functies uitgegaan van de volgende drie leeftijdsgroepen: </al><lijst><li nr="-"><al>van 15 tot 30 jaar;</al></li><li nr="-"><al>van 30 tot 45 jaar; en</al></li><li nr="-"><al>van 45 jaar en ouder.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van de
                                ontslagvolgorde, genoemd in het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19b:18 Reorganisatieontslag voor minder dan 5 uur of, bij
                                een formele arbeidsduur van minder dan 10 uur, voor minder dan de
                                helft van de formele arbeidsduur</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Dit artikel is van toepassing op de ambtenaar die voor minder dan 5
                                uur of, bij een formele arbeidsduur van minder dan 10 uur, voor
                                minder dan de helft van zijn formele arbeidsduur wordt
                                ontslagen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de ambtenaar geldt de ontslagvolgorde uit het plan, bedoeld in
                                artikel 8:3, derde lid.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Zolang het plan, bedoeld in artikel 8:3, derde lid, nog niet
                                bestaat, is artikel 19b:17 van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Op de ambtenaar is hoofdstuk 10d niet van toepassing. Ontslag op
                                grond van artikel 8:3 vindt slechts plaats indien het na een
                                zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken om de ambtenaar
                                binnen de openbare dienst van de gemeente andere mede in verband met
                                zijn persoonlijkheid en omstandigheden voor hem passende
                                werkzaamheden op te dragen, dan wel indien deze zodanige
                                werkzaamheden weigert te aanvaarden.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Bij ontslag op grond van artikel 8:3 wordt een opzegtermijn van drie
                                maanden in acht genomen. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19b:19 Garantie-uitkering KV</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder</al><lijst><li nr="-"><al>de ambtenaar: de ambtenaar die voor minder dan 5 uur of, bij
                                        een formele arbeidsduur van minder dan 10 uur, voor minder
                                        dan de helft van zijn formele arbeidsduur wordt
                                        ontslagen</al></li><li nr="-"><al>minimumuurloon: het naar een uur herleid minimumloon als
                                        bedoeld in de Wet minimumloon en
                                        minimumvakantiebijslag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De garantie-uitkering KV is de uitkering aan de ambtenaar die:</al><lijst><li nr="a"><al>gedeeltelijk werkloos is als gevolg van een ontslag op grond
                                        van artikel 8:3;</al></li><li nr="b"><al>in de 39 weken onmiddellijk voorafgaand aan het ontslag in
                                        tenminste 26 weken als werknemer als bedoeld in artikel 3
                                        van de Werkloosheidswet werkzaam is geweest;</al></li><li nr="c"><al>aantoont dat hij in de periode van vijf jaren onmiddellijk
                                        voorafgaand aan het jaar waarin zijn eerste werkloosheidsdag
                                        is gelegen, in tenminste vier jaren over 52 of meer dagen
                                        per jaar loon heeft ontvangen;</al></li><li nr="d"><al>ter zake van het arbeidsurenverlies geen WW-recht
                                        heeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De duur van de garantie-uitkering KV is afhankelijk van de lengte
                                van het dienstverband bij de instelling. Bij een dienstverband
                                van:</al><lijst><li nr="a"><al>een tot twee jaar is de duur van de uitkering 6
                                        maanden;</al></li><li nr="b"><al>twee tot drie jaar is de duur van de uitkering 12
                                        maanden;</al></li><li nr="c"><al>drie tot vier jaar is de duur van de uitkering 18
                                        maanden;</al></li><li nr="d"><al>ten minste vier jaar is de duur van de uitkering 24
                                        maanden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De garantie-uitkering KV bedraagt:</al><lijst><li nr="a"><al>gedurende de eerste twaalf maanden 70% van het uurloon op de
                                        dag voorafgaand aan het ontslag, vermenigvuldigd met het
                                        aantal verloren arbeidsuren, en</al></li><li nr="b"><al>vervolgens 70% van het minimumuurloon, vermenigvuldigd met
                                        het aantal verloren arbeidsuren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>In afwijking van het tweede tot en met het vierde lid heeft de
                                ambtenaar die niet voldoet aan de voorwaarde in het tweede lid onder
                                c, maar wel aan de overige voorwaarden in het tweede lid, recht op
                                een garantie-uitkering KV gedurende 6 maanden. Deze uitkering
                                bedraagt 70% van het minimumuurloon vermenigvuldigd met het aantal
                                verloren arbeidsuren.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>De ambtenaar aan wie een garantie-uitkering KV is toegekend, is
                                verplicht zich in te schrijven als werkzoekende bij het CWI en zich
                                beschikbaar te stellen voor het aannemen van passende werkzaamheden.
                                Daarnaast dient hij alle informatie te verstrekken die voor de
                                uitvoering van deze regeling noodzakelijk is. Bij het niet nakomen
                                van deze verplichtingen kan het college besluiten de
                                garantie-uitkering (gedeeltelijk) te beëindigen.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Indien de ambtenaar aan wie een garantie-uitkering KV is toegekend,
                                na zijn ontslag nieuwe werkzaamheden ter hand neemt, wordt de
                                garantie-uitkering KV beëindigd met het aantal uren dat de nieuwe
                                werkzaamheden omvat.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al>Indien het recht op een garantie-uitkering KV op grond van het
                                zevende lid geheel of gedeeltelijk is beëindigd, en vervolgens de
                                werkzaamheden die tot dat eindigen hebben geleid, hebben opgehouden
                                te bestaan, herleeft het recht op de garantie-uitkering KV voor
                                zover er geen nieuwe rechten op enige uitkering uit hoofde van het
                                ontslag uit deze werkzaamheden zijn ontstaan.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al>Het recht op de garantie-uitkering KV eindigt volledig:</al><lijst><li nr="a"><al>als de ambtenaar ter zake van het arbeidsurenverlies, dat
                                        tot het toekennen van een garantie-uitkering heeft geleid,
                                        een andere uitkering kan krijgen;</al></li><li nr="b"><al>met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die
                                        waarin de ambtenaar volledig gebruik maakt van het ABP
                                        Keuzepensioen;</al></li><li nr="c"><al>op de dag na het overlijden van de ambtenaar;</al></li><li nr="d"><al>met ingang van de dag waarop de ambtenaar recht krijgt op
                                        een WAO- of WIA-uitkering, berekend naar een
                                        arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>20 Vergoeding piketdiensten beroepsbrandweer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 20:1:1 Vergoeding piketdienst beroepsbrandweer</titel></kop><al>De ambtenaar, op wie de verplichting rust zich buiten de voor hem
                            geldende werktijden ter beschikking te houden ten behoeve van de
                            brandweerdienst, heeft aanspraak op een vergoeding.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20:1:2 Vergoeding piketdienst beroepsbrandweer</titel></kop><al>Deze vergoeding bestaat uit verlof, dat door de commandant wordt
                            verleend zo spoedig mogelijk in de regel binnen zes kalenderweken na het
                            tijdvak waarin de ambtenaar zich ter beschikking moest houden. Het
                            verlof bedraagt 16% van het aantal uren, waarin hij zich ter beschikking
                            moest houden, voor zover deze vielen op zondag, nieuwjaarsdag, tweede
                            Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de dag
                            waarop de verjaardag van de koningin wordt gevierd en iedere andere dag,
                            die daarboven door het college wordt aangewezen en 10% van het aantal
                            uren waarin hij zich ter beschikking moest houden, indien deze uren
                            vielen op andere dagen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20:1:3 Vergoeding piketdienst beroepsbrandweer</titel></kop><al>Indien naar het oordeel van de commandant het dienstbelang zich verzet
                            tegen het toekennen van verlof, wordt een vergoeding in geld gegeven. De
                            vergoeding bedraagt 16% van het 1/156 gedeelte van het salaris per maand
                            voor elk uur, waarin de ambtenaar zich ter beschikking moet houden, voor
                            zover deze uren vielen op zondag, nieuwjaarsdag, tweede Paasdag,
                            Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de dag waarop
                            de verjaardag van de koningin wordt gevierd en iedere andere dag die
                            daarboven door het college wordt aangewezen en 10% van dat
                            salarisgedeelte voor elk uur, waarin hij zich ter beschikking moest
                            houden, indien deze uren vielen op andere dagen. De uitbetaling heeft zo
                            spoedig mogelijk plaats.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>21 De rechtspositionele erkenning van alternatieve
                            samenlevingsvormen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 21:1:1 Begripsomschrijving</titel></kop><al>Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder levenspartner verstaan:
                            een persoon met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont en met het
                            oogmerk duurzaam samen te leven een gemeenschappelijke huishouding
                            voert, hetgeen blijkt uit een schriftelijke verklaring, ingericht
                            volgens door het college nader te stellen regels. Tegelijkertijd kan
                            slechts één persoon als levenspartner worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21:1:2 Gelijkstelling levenspartner met
                                echtgenoot</titel></kop><al>De bepalingen die gelden voor de gehuwde ambtenaar, zijn op
                            overeenkomstige wijze van toepassing op de ambtenaar met een
                            levenspartner. Waar in deze bepalingen staat "echtgenoot" moet tevens
                            worden gelezen "levenspartner".</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21:1:3 Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21:1:4 Gelijkstelling levenspartner met
                                echtgenoot</titel></kop><al>In gevallen waarin dit hoofdstuk niet of niet naar redelijkheid
                            voorziet, treft het college een passende voorziening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>22 Overgangs- en slotbepaling UWO</titel></kop><artikel><kop><titel>Vervallen hoofdstuk</titel></kop><al> Hoofdstuk 22 is niet van toepassing. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting CAR/UWO</titel></kop><tussenkop>Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen (T)</tussenkop><al><vet><cursief>Onderdeel a</cursief></vet> Het eerste lid geeft onder a een
                    begripsomschrijving van de term ‘ambtenaar’, zoals deze voor de toepassing van
                    de CAR/UWO geldt. Uit de gekozen terminologie blijkt dat er aansluiting is
                    gezocht bij artikel 1, lid 1, van de Ambtenarenwet. Toegevoegd aan het begrip
                    ambtenaar volgens de Ambtenarenwet zijn de woorden ‘door of vanwege de
                    gemeente’.</al><al>Hoewel de burgemeester ambtenaar is in de zin van de Ambtenarenwet is de CAR/
                    UWO niet op hem van toepassing. Een burgemeester wordt immers benoemd door de
                    Kroon en dus niet door of vanwege de gemeente. De rechtspositie van de
                    burgemeester is geregeld in het Rechtspositiebesluit burgemeesters 1994 (KB. van
                    15 juni 1994, Stb. 462).</al><al>De wethouder is geen ambtenaar in de zin van de CAR/UWO of de Ambtenarenwet.
                    Behalve in de Gemeentewet is zijn rechtspositie geregeld in de Algemene
                    pensioenwet politieke ambtsdragers en in het Rechtspositiebesluit wethouders (KB
                    van 22 maart 1994, Stb. 243). Omdat er tussen de wethouder en de gemeente geen
                    gezagsverhouding werkgever/werknemer bestaat, is er geen sprake van een
                    dienstbetrekking.</al><al><vet><cursief>Onderdeel d</cursief></vet> Hoewel de pensioenwet per 1 januari
                    1996 is vervallen en vervangen door een privaat pensioenreglement, blijft
                    niettemin de vermelding van de pensioenwet noodzakelijk. Dit met het oog op
                    bijvoorbeeld de vaststelling van voor pensioengeldige tijd in het kader van de
                    wachtgeldregeling (hoofdstuk 10 van de CAR).</al><al><vet><cursief>Onderdeel g en h</cursief></vet> De feitelijke arbeidsduur per
                    week kan gelijk zijn aan de formele arbeidsduur per week, maar kan daar door
                    toepassing van artikel 4:1, eerste lid, ook van afwijken.</al><al><vet><cursief>Onderdeel j en k</cursief></vet> Een volledige betrekking heeft
                    een arbeidsduur van ten hoogste 1836 uur per jaar. In deze berekening zijn
                    meegenomen het aantal werkdagen verminderd met het aantal, niet jaarlijks op
                    zaterdag of zondag vallende, feestdagen per jaar, gecorrigeerd met de kans dat
                    zij periodiek op een zaterdag of zondag vallen. Het gaat hier gemiddeld om 5 6/7
                    dag per jaar. De in aanmerking genomen feestdagen zijn Nieuwjaarsdag (gemiddeld
                    per jaar 5/7 dag), 2e paasdag (7/7), Koninginnedag (5/7), Hemelvaartsdag (7/7),
                    2e pinksterdag (7/7) en de beide kerstdagen (10/7).</al><al>De berekening is dan als volgt: 365,25 dagen x 5/7 – 5 6/7 = 255 dagen. 255 x
                    7,2 uren(= 36 uren : 5) = 1836 uren.</al><al>Indien lokaal nog andere feestdagen zijn aangewezen (zoals bijvoorbeeld
                    bevrijdingsdag, goede vrijdag, 1 mei, maar ook andere dagen zoals de biddag voor
                    het gewas, carnavalsmaandag en/of dinsdag, vrije dagen voor de plaatselijke
                    kermis etc.) moeten deze, op overeenkomstige wijze, in mindering worden gebracht
                    op de in dit lid genoemde maximale arbeidsduur. De vermindering bedraagt 5/7
                    vermenigvuldigd met 7,2 uur bij een feestdag die elk jaar op een andere dag van
                    de week valt en 7,2 uur bij een feestdag die elk jaar op dezelfde dag van de
                    week valt, niet zijnde een zaterdag of zondag. Een volledige betrekking kent een
                    formele arbeidsduur van 36 uur per week. Door toepassing van artikel 4:1, eerste
                    lid, kan de feitelijke arbeidsduur in een bepaalde week afwijken van de formele
                    arbeidsduur.</al><al><vet><cursief>Onderdeel n</cursief></vet> De arbeidsduur kan in de vorm van
                    werktijden zowel geheel worden vastgelegd als ook gedeeltelijk. Indien de
                    werktijden gedeeltelijk zijn vastgelegd, spreekt men bijvoorbeeld van
                    bloktijden.</al><al><vet><cursief>Onderdeel o</cursief></vet> Als gevolg van de invoering van de
                    36-urige werkweek wordt het uurloon gewijzigd van 1/165 gedeelte van het salaris
                    naar 1/156 gedeelte van het salaris. De berekening hiervoor luidt als volgt: 36
                    x 52 weken : 12 maanden = 156 uur per maand.</al><tussenkop>Artikel 1:2 Geen ambtenaar (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al><vet><cursief>Onderdeel a</cursief></vet> De rechtspositie van het onderwijzend
                    personeel bij een inrichting van openbaar onderwijs is onder andere geregeld in
                    het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel. Grondslag voor dit besluit ligt in
                    de diverse onderwijswetten. Onderwijzend personeel bij het bijzonder onderwijs
                    is op arbeidsovereenkomst werkzaam bij die instellingen en dus daarom al is de
                    CAR/UWO niet op hen van toepassing. De gemeente treedt hier immers niet als
                    werkgever op.</al><al><vet><cursief>Onderdeel b</cursief></vet> Het onderwijsondersteunend personeel
                    is belanghebbende in de zin van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel als
                    het rechtstreeks bij de school is aangesteld. Wanneer bijvoorbeeld een
                    schoolschoonmaker bij de gemeente is aangesteld, is de CAR/UWO onverkort van
                    toepassing. </al><al><vet><cursief>Onderdeel c</cursief></vet>Ook de (buitengewoon) ambtenaar van de
                    burgerlijke stand, die als zodanig optreedt, is geen ambtenaar in de zin van het
                    CAR. Wanneer het gaat om een ambtenaar die in hoofdfunctie bij de gemeente
                    werkzaam is, geldt de uitzondering dus uitsluitend indien de ambtenaar - in
                    nevenfunctie - functioneert in de hoedanigheid van (buitengewoon) ambtenaar van
                    de burgerlijke stand. </al><al><vet><cursief>Onderdeel d</cursief></vet> Alle onbezoldigde gemeenteambtenaren
                    die conform artikel 231 van de Gemeentewet zijn belast met de heffing en
                    invordering van gemeentelijke belastingen worden voor de toepassing van de
                    CAR/UWO niet als ambtenaar beschouwd. </al><al><vet><cursief>onderdeel f en g</cursief></vet>Gemeenten kunnen voor de
                    uitoefening van bepaalde taken toezichthouders aanstellen. Een toezichthouder is
                    volgens artikel 5:11 van de Awb: 'Een persoon, bij of krachtens wettelijk
                    voorschrift belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde
                    bij of krachtens enig wettelijk voorschrift'. Er zijn toezichthouders zonder
                    opsporingsbevoegdheid en toezichthouders met opsporingsbevoegdheid. Aan deze
                    laatste groep wordt door het Ministerie van Justitie een BOA-akte verleend. </al><al>Gemeenten krijgen door het toevoegen van onderdeel f aan artikel 1:2 CAR/UWO de
                    mogelijkheid om toezichthouders zonder opsporingsbevoegdheid, maar die volgens
                    wet- en regelgeving aangesteld dienen te zijn als ambtenaar om hun
                    toezichthoudende werkzaamheden te mogen uitoefenen, onbezoldigd aan te stellen
                    zonder dat de CAR/UWO op hen van toepassing wordt. Op basis van dit artikel
                    kunnen gemeenten dus toezichthouders zonder opsporingsbevoegdheid inhuren via
                    particuliere bureaus en aanstellen als onbezoldigd ambtenaar. </al><al>Met het toevoegen van onderdeel g aan artikel 1:2 CAR/UWO krijgen gemeenten de
                    mogelijkheid om toezichthouders met opsporingsbevoegdheid aan te stellen als
                    onbezoldigd ambtenaar zonder dat de CAR/UWO op hen van toepassing wordt.
                    Belangrijk hierbij is dat dit alleen toegepast kan worden op ambtenaren in
                    functies die door het ministerie van Justitie zijn uitgezonderd van de
                    hoofdregel dat BOA-aktes alleen worden toegekend als de ambtenaar in bezoldigde
                    dienst is van de overheid. De gemeentelijke functies van parkeercontroleur en
                    APV-controleur zijn de twee uitzonderingen. Dit is geregeld in een functielijst
                    in de circulaire van het ministerie van Justitie, Directoraat-Generaal
                    Rechtshandhaving, Bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden, 2
                    december 2004, onderwerp: functielijst buitengewoon opsporingsambtenaar, kenmerk
                    5324449/504 en de aanvulling daarop van 7 februari 2006, kenmerk
                    5402271/506/CBK. </al><al><cursief><vet>Onderdeel h</vet></cursief>Veelal laten gemeenten de Wet sociale
                    werkvoorziening (Wsw) uitvoeren door een gemeenschappelijke regeling. Gemeenten
                    kunnen er echter ook voor kiezen om de Wet sociale werkvoorziening zelf uit te
                    voeren en geïndiceerden voor de sociale werkvoorziening zelf in dienst te nemen.
                    In het kader van de wet dienen geïndiceerden op basis van een
                    arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht in dienst te worden genomen. Deze
                    mensen vallen onder de CAO sociale werkvoorziening. Op grond van onderdeel h,
                    eerste zinsdeel, worden deze personen uitgezonderd van de toepassing van de
                    CAR/UWO. Hiermee wordt voorkomen dat deze personen zowel aanspraken kunnen
                    ontlenen aan de CAO sociale werkvoorziening als aan de CAR/UWO. </al><al> Uitzondering op de regel zijn degenen die werkzaam zijn bij de gemeenten in het
                    kader van begeleid werken. Zij vallen wel onder de CAR/UWO. Deze uitzondering is
                    geregeld in het tweede (en laatste zinsdeel) van onderdeel h. </al><al><vet>onderdeel i </vet>Per 1 januari 2011 is voor de gehele ambulancesector één
                    arbeidsvoorwaardenregeling van toepassing: de sector-cao Ambulancezorg. De
                    directe aanleiding voor de totstandkoming van de cao vormt de inwerkingtreding
                    van de Wet ambulancezorg. De sector-Cao Ambulancezorg heeft geen rechtstreekse
                    doorwerking naar de publieke ambulancediensten. Dat wordt ook niet gerealiseerd
                    door de voorgenomen algemeenverbindendverklaring van de sector-Cao. Tussen alle
                    bij de Cao betrokken partijen is afgesproken dat de publieke diensten de
                    sector-Cao Ambulancezorg als rechtspositionele regeling zullen vaststellen en
                    daarin boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige
                    toepassing zullen verklaren. Deze afspraak wordt neergelegd in een apart en
                    bindend convenant dat alle betrokken ambulancediensten ondertekenen. </al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Voordat ambtenaren zoals genoemd in onderdeel f of g van het eerste lid kunnen
                    worden uitgesloten van de toepasselijkheid van de CAR/UWO dient er
                    overeenstemming over te zijn bereikt in het GO of met de OR. Of dit in het GO of
                    met de OR besproken moet worden is afhankelijk van de lokale
                    bevoegdheidsverdeling tussen het GO en de OR. </al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Niet als ambtenaar in de zin van de CAR/UWO wordt beschouwd de vrijwilliger bij
                    de gemeentelijke brandweer. De rechtspositie voor deze categorie is geregeld in
                    hoofdstuk 19 en hoofdstuk 19a van de UWO. Het personeel van de beroepsbrandweer
                    is wel ambtenaar in de zin van de CAR/UWO.</al><tussenkop>Artikel 1:3 Toepassing (T)</tussenkop><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Dit artikel biedt de mogelijkheid de CAR/UWO of delen van deze regeling, om
                    bijzondere redenen, uit te zonderen voor ambtenaren of groepen ambtenaren. Voor
                    het uitzonderen van de CAR/UWO, of van gedeelten daarvan, is een collegebesluit
                    nodig. Omdat het hier een aangelegenheid betreft die de rechtspositie van
                    ambtenaren aangaat, dient het voornemen een categorie ambtenaren van de werking
                    van CAR/UWO uit te sluiten, eerst in het lokale georganiseerd overleg aan de
                    orde te zijn geweest. Vervolgens kan een collegebesluit niet genomen worden dan
                    nadat partijen in het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden (LOGA)
                    van dit voornemen in kennis zijn gesteld. Immers, het is niet de bedoeling dat
                    op grote schaal groepen werknemers van de werking van de CAR/UWO worden
                    uitgesloten. Op deze wijze kan namelijk afbreuk worden gedaan aan de bindende
                    werking van de CAR/UWO. Indien LOGA-partijen van mening zijn dat het niet
                    wenselijk is (een groep) ambtenaren van de werking van de CAR/UWO – of gedeelten
                    daarvan – uit te zonderen, wordt besloten tot een verdere procedure. Het is de
                    bedoeling dat een afvaardiging van het LOGA in contact treedt met het lokale
                    bestuur om de motieven voor het voorgenomen besluit door te spreken. Vervolgens
                    kunnen LOGA-partijen oordelen dat tegen de uitzondering geen bezwaren bestaan.
                    Ingeval het LOGA zijn bezwaren handhaaft, kan het LOGA een procedure in gang
                    zetten, die ertoe leidt dat het betreffend besluit onverbindend wordt
                    verklaard.</al><tussenkop>Artikel 1:3a Toepassing (T)</tussenkop><al>Dit artikel heeft de volgende functies:</al><lijst><li nr="a"><al>het maakt zichtbaar dat de raad bevoegd gezag is ten aanzien van de
                            griffier en diens ambtenaren;</al></li><li nr="b"><al>het maakt duidelijk dat de CAR/UWO van toepassing is op de griffier en
                            diens ambtenaren;</al></li><li nr="c"><al>het biedt een kapstok voor besluiten van de raad ten aanzien van de
                            rechtspositie van de griffier.</al></li></lijst><al>Ten aanzien van de toepassing van de CAR/UWO op de griffier en de
                    griffiemedewerkers wordt het volgende opgemerkt. De griffier valt onder de
                    begripsomschrijving in artikel 1:1, eerste lid onder a van de CAR. In de memorie
                    van antwoord op de Wet dualisering gemeentebestuur is gesteld dat de
                    rechtspositie van het griffiepersoneel gelijk zal zijn aan die van het overige
                    gemeentepersoneel, omdat ook deze ambtenaren vallen onder de algemene afspraken
                    die de VNG met de bonden voor de sector gemeenten heeft gemaakt. Dit geldt zowel
                    voor de CAR als voor de UWO. Het LOGA heeft in de ledenbrief van 30 mei 2002
                    geadviseerd om de lokale gemeentelijke rechtspositie en de toekomstige
                    wijzigingen daarin van toepassing te laten verklaren op de griffier en de op de
                    griffie werkzame ambtenaren. Dit dient door de raad te gebeuren omdat de raad
                    bevoegd gezag is ten aanzien van de griffie.</al><al><cursief>Delegatie uitvoering rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van de
                        griffie.</cursief> Omdat de raad bevoegd gezag is, is ook de uitvoering van
                    rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van de griffie een zaak van de raad.
                    In de CAR/UWO wordt in nagenoeg alle bepalingen uitgegaan van of gesproken over
                    het college als bevoegd gezag. Voor de uitvoering van deze bepalingen op de
                    griffie dient dus voor ‘het college’ te worden gelezen: de raad.</al><al>De raad zal moeten bepalen hoe het werkgeverschap in de dagelijkse praktijk
                    wordt uitgeoefend. Het zal niet wenselijk geacht worden om de raad zelf met de
                    gehele uitvoering van de rechtspositie te belasten. Het uitvoeren van de CAR/UWO
                    en de lokale rechtspositieregeling ten aanzien van de griffier en de op de
                    griffie werkzame ambtenaren, kan door de raad gedelegeerd worden aan het
                    college. Zoals gebruikelijk binnen de ambtelijke organisatie, zal het college op
                    zijn beurt een groot aantal bevoegdheden hebben gemandateerd aan zijn
                    ambtenaren, volgens het in de gemeente geldende delegatie- en mandaatbesluit. De
                    bevoegdheid tot het vaststellen van een instructie, aanstelling, schorsing en
                    ontslag leent zich in het kader van het dualisme minder goed voor
                    delegatie.</al><al>Daarnaast is er een categorie personele bevoegdheden die in het algemeen aan
                    diensthoofden is gemandateerd. Voor wat betreft het griffiepersoneel is het
                    wenselijk dat deze door of namens de raad uitgevoerd worden, omdat deze in
                    verband staan met de aansturing van de griffie. Gedacht kan worden aan
                    beloningsbeslissingen, opdracht tot overwerk, verlofverlening, het verplichten
                    tot aanvaarding van een andere betrekking, het beoordelen, het verplichten tot
                    het volgen van een opleiding, het opleggen van een disciplinaire maatregel en
                    het vaststellen van een persoonlijk ontwikkelingsplan. In het delegatiebesluit
                    dient bepaald te worden welke bevoegdheden door of namens de raad uitgevoerd
                    worden, en dus niet gedelegeerd worden aan het college. Tevens dient bepaald te
                    worden wie namens de raad de van delegatie uitgezonderde personele bevoegdheden
                    uitoefent. Ten aanzien van de griffiemedewerkers zal de griffier gemandateerd
                    worden. Ten aanzien van de griffier zelf kan dat het seniorenconvent, het
                    raadspresidium, een raadscommissie of de burgemeester zijn.</al><tussenkop>Artikel 1:4:1 Voorschriften en instructies (T)</tussenkop><al>Bij de in dit artikel bedoelde voorschriften en instructies kan gedacht worden
                    aan uitvoeringsregelingen van de UWO of daarmee vergelijkbare lokale regelingen.
                    Voorbeelden daarvan zijn een uitvoeringsregeling onbetaald verlof, de
                    bijzonderverlofregeling of de verplaatsingskostenregeling.</al><tussenkop>Artikel 1:4:2 Uitreiking van CAR en UWO (T)</tussenkop><al>De verstrekking kan ook plaatsvinden door een elektronische tekstdrager,
                    bijvoorbeeld een diskette, of door terbeschikkingstelling via een intern
                    netwerk.</al><al>Bij het tweede lid, onder d, kan onder meer gedacht worden aan de
                    ondernemingsraad. Op grond van artikel 28 van de Wet op de ondernemingsraden
                    heeft deze immers tot taak toe te zien op de naleving van de
                    rechtspositieregeling.</al><al>Noot van Driessen:Het softwarepakket RAP van Driessen HRM_Payroll is bij uitstek
                    een geschikt medium om uw personeel te informeren over wijzigingen in uw
                    arbeidsvoorwaarden.</al><tussenkop>Artikel 1:4:3 Uitreiking van CAR en UWO (T)</tussenkop><al>Hetgeen in artikel 1:4:3 is bepaald ten aanzien van de UWO, geldt ook voor de
                    lokale (uitvoerings)regels.</al><tussenkop>Artikel 1:4:4 Voordragen van belangen (T)</tussenkop><al>Voor de volledigheid: voor iedere ambtenaar, ook de gemeentesecretaris, is het
                    bevoegd bestuursorgaan het college. Dit geldt niet voor de griffier en de
                    griffiemedewerkers. Zij dienen hun belangen bij de gemeenteraad voor te
                    dragen.</al><tussenkop>Artikel 1:5 Omvang van de betrekking (T)</tussenkop><al>Bij het berekenen van de nieuwe deeltijdbetrekking als gevolg van de invoering
                    van de adv maar ook bij het berekenen van verlof zullen uren uitgerekend worden
                    tot meerdere decimalen achter de komma. Op grond van het bepaalde in artikel 1:5
                    moeten uren aan het einde van de berekening worden afgerond tot op twee
                    decimalen achter de komma. Hiermee wordt voorkomen dat afrondingsverschillen
                    ontstaan die ongewenste salarisverschillen met zich kunnen brengen. Op jaarbasis
                    kan het hierbij gaan om tientallen euro's.</al><al>Onder de gangbare afbreekregel wordt verstaan dat tot en met vier wordt afgerond
                    naar beneden en vanaf vijf wordt afgerond naar boven.</al><tussenkop>Artikel 1:6 Vrijstelling (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid voor hogere functies van artikel 2:4 af te
                    wijken. Dit betekent dat noch de termijn van 36 maanden geldt, noch de
                    restrictie dat de termijn van 36 maanden alleen maar mag worden overschreden
                    wanneer een aanstelling is aangegaan voor een project met een eenmalig en uniek
                    karakter. Ook geldt voor de hier bedoelde hogere functies niet het principe dat
                    de vierde aanstelling een vaste aanstelling is. Daarbij kan ook worden bepaald
                    dat voor de nader aan te wijzen hogere functies wordt afgeweken van de
                    salaristabel. Tevens kunnen in de nadere regeling bepalingen worden opgenomen
                    die inhouden dat degene die een functie bekleedt waarbij afwijkende afspraken
                    worden gemaakt, niet behoort tot de kring van rechthebbenden op de
                    bovenwettelijke werkloosheidsvoorzieningen krachtens hoofdstuk 10d. Voordat een
                    dergelijke regeling kan worden opgesteld, dient overeenstemming te zijn bereikt
                    in het georganiseerd overleg over de criteria aan de hand waarvan de functies
                    worden aangewezen en over de functies zelf.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Behalve voor hogere functies kan ook voor projectmedewerkers en andere
                    tijdelijke functionarissen de algemene vrijstelling worden toegepast, uiteraard
                    onder de procedurele voorwaarden die in het eerste lid zijn aangewezen. Deze
                    mogelijkheid maakt het aantrekken van interim-personeel in gemeentelijke dienst
                    gemakkelijker. Behalve van de salaristabel kan ook van de beperkte
                    ontslaggronden uit hoofdstuk 8 en van de bovenwettelijke
                    werkloosheidsvoorzieningen krachtens hoofdstuk 10d worden afgeweken. Uiteraard
                    dient elke afwijking van de CAR in ieder individueel geval bij de aanstelling te
                    worden vastgelegd, evenals de criteria op grond waarvan de te verrichten
                    prestatie wordt beoordeeld en de voorwaarden waaronder deze dient te worden
                    verricht.</al><tussenkop>Artikel 2:1 Aanstelling; het bevoegd gezag (T)</tussenkop><al>De gemeentesecretaris en de overige ambtenaren die werkzaam zijn voor het
                    college, worden benoemd door het college. De griffier en de griffiemedewerkers
                    worden benoemd door de gemeenteraad.</al><tussenkop>Artikel 2:1A Aanstelling in algemene dienst (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1 </vet></al><al> Er bestaat een verplichting om de functie waarin de ambtenaar wordt geplaatst
                    in het bericht van aanstelling op te nemen (Wet van 2 december 1993, Stb. 1993,
                    635). Dit is geregeld in artikel 2:4:1 UWO. </al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>In de CAO gemeenten 2011-2012 hebben LOGA-partijen de afspraak opgenomen dat
                    alle ambtenaren uiterlijk op 1 januari 2013 een aanstelling in algemene dienst
                    hebben. De functie van de medewerker verandert niet als gevolg van deze
                    omzetting.</al><tussenkop>Artikel 2:1B Aanstelling in algemene dienst (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>In elk concreet geval zal nauwkeurig moeten worden overwogen of een nieuwe
                    functie passend is. </al><al>Het ‘horen’ van de ambtenaar moet niet als formaliteit worden beschouwd. Uit de
                    besluitvorming moet duidelijk blijken dat met de argumenten van de ambtenaar
                    rekening is gehouden. </al><al>Het belang van de dienst moet de reden zijn voor de aanwijzing van een andere
                    betrekking. Het dienstbelang is hier geen subjectief gegeven. Het gaat er dus
                    niet om of naar het oordeel van het bevoegd gezag een dienstbelang aanwezig is,
                    maar of er gemeten met objectieve maatstaven van een dienstbelang sprake
                    is.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Het tijdelijk verrichten van niet tot de betrekking behorende werkzaamheden is
                    een minder ingrijpende zaak dan het aanvaarden van een andere betrekking. De
                    voorwaarden waaraan moet worden voldaan om de opdracht daartoe te kunnen geven
                    zijn dan ook minder stringent. Het dienstbelang moet – in tegenstelling tot het
                    bepaalde in het eerste lid – al aanwezig worden geacht als dat naar het oordeel
                    van het bestuursorgaan het geval is. De rechter zal slechts kunnen toetsen of
                    het bestuursorgaan in redelijkheid tot dat oordeel is gekomen.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>De ambtenaar moet met de werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid direct
                    beginnen, ook als hij daartegen bezwaren heeft in verband met zijn
                    persoonlijkheid of omstandigheden. Het bezwaar schort de werking van het besluit
                    niet op.</al><tussenkop>Artikel 2:2 Aanstelling; onderzoek naar bekwaamheid en geschiktheid
                    (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Slechts diegenen kunnen als ambtenaar worden aangesteld van wie mag worden
                    aangenomen dat zij voldoen aan de voor de functie te stellen bekwaamheids- en
                    geschiktheidseisen. Deze bepaling vormt als het ware de keerzijde van artikel
                    8:6 en artikel 8:7, onderdeel a. Hoe duidelijker de bekwaamheids- en
                    geschiktheidseisen zijn geformuleerd, des te beter zal men de artikelen 8:6 en
                    8:7, onderdeel a, kunnen omgaan.</al><al>Wanneer personeel van gemeenten of rechtspositievolgers van gemeenten
                    werkzaamheden verrichten die een risico geven op besmetting met hepatitis B, dan
                    moet aan de werknemers, die dit risico lopen een inenting tegen hepatitis B
                    aangeboden worden. Het gaat om bij operaties betrokken personeel. In het geval
                    dat vaccinatie om principiële redenen wordt geweigerd of vaccinatie niet leidt
                    tot de gewenste bescherming, moet de medewerker wel toestaan dat hij enkele
                    malen per jaar gecontroleerd wordt. Medewerkers mogen niet gedwongen worden zich
                    te laten inenten.</al><al>Meer informatie is op te vragen bij de Commissie Preventie Iatrogene Hepatitis
                    B, Postbus 16119, 2500 BC Den Haag.</al><tussenkop>Artikel 2:3 Aanstelling; geneeskundig onderzoek (T)</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat de aanstellingskeuring geen regel is, maar uitzondering.
                    Slechts in een beperkt aantal gevallen is het mogelijk een aanstellingskeuring
                    op te leggen. Deze gevallen doen zich voor als er aan de vervulling van de
                    betrekking bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid moeten
                    worden gesteld. Deze bepaling vloeit voort uit de Wet op de medische keuringen,
                    die sinds 1 januari 1998 van kracht is en ook voor de overheid van toepassing
                    is.</al><al>De functies waarvoor een aanstellingskeuring wenselijk is, dienen in overleg met
                    de Arbo-dienst geïnventariseerd te worden. In de regel zullen deze functies in
                    een lijst worden opgenomen. Wanneer een regeling wordt opgesteld, waarin
                    criteria zijn opgenomen aan de hand waarvan bepaald wordt of voor een functie en
                    aanstellingskeuring wenselijk is, heeft de ondernemingsraad (OR) op grond van
                    artikel 27, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de ondernemingsraden
                    instemmingsrecht omtrent deze regeling.</al><al>De lijst van functies die uit deze lijst voortvloeit hoeft in dat geval niet aan
                    de OR te worden voorgelegd. Wanneer er voor gekozen wordt om niet eerst een
                    regeling te ontwerpen, maar direct een lijst op te stellen, heeft de OR
                    instemmingsrecht wat betreft deze lijst.</al><al>Het verdient aanbeveling de lijst met functies waarvoor een aanstellingskeuring
                    geldt openbaar te maken en in sollicitatieprocedures met betrekking tot
                    dergelijke functies al in het beginstadium aan te geven dat de keuring deel
                    uitmaakt van de sollicitatieprocedure. Het ligt voor de hand dat de
                    aanstellingskeuring wordt uitgevoerd door de geneeskundigen van de Arbo-dienst
                    waarbij de gemeente is aangesloten.</al><tussenkop>Artikel 2:4 Duur van de aanstelling (T)</tussenkop><al>In het eerste lid van dit artikel wordt de basis gelegd voor een vaste of
                    tijdelijke aanstelling. </al><al>De tijdelijke aanstelling kan voor bepaalde of onbepaalde tijd plaatsvinden. </al><al>In tegenstelling tot voor 1 juli 2001 is er geen limitatieve opsomming van
                    aanstellingsgronden meer. Iedere grond mag gebruikt worden. Alleen bij een
                    tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd móet een aanstellingsgrond genoemd
                    worden (zie artikel 2:4:1). Het niet langer aanwezig zijn van de
                    aanstellingsgrond is de reden dat uit die aanstelling voor onbepaalde tijd
                    ontslag verleend kan worden (zie ook artikel 8:12). Bij een tijdelijke
                    aanstelling voor bepaalde tijd is het niet nodig om een aanstellingsgrond te
                    noemen. Het verstrijken van de termijn van aanstelling is de reden van
                    beëindiging van die aanstelling (zie artikel 8:12). </al><al>In dit artikel worden voorts de maximale termijnen voor tijdelijke aanstellingen
                    bepaald, alsmede het maximum aantal tijdelijke aanstellingen dat mag worden
                    gegeven alvorens deze tijdelijke aanstelling wordt omgezet in een vaste
                    aanstelling. Voor deze termijnen en het maximum aantal aanstellingen is
                    aangesloten bij de systematiek van de Wet Flexibiliteit en Zekerheid (Stb. 1998,
                    300).</al><al>Deze restricties gelden niet voor een aanstelling voor een project met een
                    eenmalig en uniek karakter. Hierbij mag, mits dit bij aanvang van de tijdelijke
                    aanstelling is aangegeven, de termijn van 36 maanden worden overschreden zonder
                    dat de tijdelijke aanstelling wordt omgezet in een vaste aanstelling. Bij de
                    toepassing van het derde lid moet aan beide criteria worden voldaan. Er moet dus
                    sprake zijn van een project met een eenmalig én uniek karakter. Een groot
                    bouwproject valt daar bijvoorbeeld niet onder, aangezien dat weliswaar een
                    eenmalig iets kan zijn, maar zeker niet uniek. Een dergelijk project zal
                    meerdere keren voorkomen.</al><al>Ook voor een aanstelling bij wijze van proef gelden andere, zij het beperktere,
                    regels. Deze aanstelling mag namelijk maximaal (inclusief eventuele
                    verlengingen) 24 maanden duren, voordat omzetting in een vaste aanstelling
                    plaatsvindt. </al><al>Overigens geldt dit artikel ook voor arbeidsovereenkomsten (zie artikel
                    2:5:1).</al><tussenkop>Artikel 2:4:1 Bericht van aanstelling (T)</tussenkop><al>Dit artikel bevat welke gegevens een aanstellingsbesluit moet bevatten. De Wet
                    van 2 december 1993 tot uitvoering van de richtlijn van de Raad van de Europese
                    Gemeenteschappen betreffende informatie van de werknemer over zijn
                    arbeidsovereenkomst of arbeidsverhouding (Stb. 1993, 635) stelt regels terzake.
                    In deze wet wordt bepaald dat de overheidswerkgever verplicht is de werknemer
                    een schriftelijke opgave te doen van:</al><lijst><li nr="-"><al>de identiteit van de werkgever;</al></li><li nr="-"><al>de naam en woonplaats van de werknemer;</al></li><li nr="-"><al>de functie van de werknemer;</al></li><li nr="-"><al>de datum van indiensttreding;</al></li><li nr="-"><al>de duur van de aanstelling of de arbeidsovereenkomst, indien deze voor
                            bepaalde duur wordt aangegaan;</al></li><li nr="-"><al>de aanspraak op vakantie of de wijze van berekening van deze
                            aanspraak;</al></li><li nr="-"><al>de duur van de door de werkgever en de werknemer in acht te nemen
                            ontslag- respectievelijk opzegtermijnen;</al></li><li nr="-"><al>het salaris en de termijn van uitbetaling;</al></li><li nr="-"><al>de gemiddelde wekelijkse of dagelijkse arbeidsduur;</al></li><li nr="-"><al>het toepasselijk algemeen verbindend verklaarde voorschrift, houdende
                            regelen inzake de algemene arbeidsvoorwaarden en het salaris.</al></li></lijst><al>De LOGA-brief van 17 februari 1994 (kenmerk ARZ/401235) informeert hierover. Het
                    derde lid verwijst naar een artikel uit genoemde wet, waarin is bepaald dat
                    wijziging van salaris of gemiddelde arbeidsduur kosteloos aan de werknemer wordt
                    medegedeeld.</al><al>De elementen die een aanstellingsbesluit moet bevatten staan in het algemeen een
                    aanstelling in algemene dienst niet in de weg. Gedetailleerde
                    functiebeschrijvingen vormen hiertoe overigens wel een belemmering.</al><al>In het bericht van de aanstelling moet worden opgenomen wat de grond van
                    aanstelling is indien de tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd is
                    aangegaan. Het vervallen van deze grond (dit is de reden van aanstelling) is
                    namelijk de reden om tot beëindiging van die aanstelling over te gaan (zie ook
                    artikel 8:12). De reden dat de overige gronden in artikel 2:4:1, eerste lid,
                    onder c, in het aanstellingsbesluit genoemd moeten worden is dat voor deze
                    categorie medewerkers bepaalde artikelen en hoofdstukken van de CAR niet van
                    toepassing zijn. Het aanstellen op deze gronden heeft dus gevolgen voor de
                    rechtspositie van deze medewerkers. Zie ook artikel 1:2:1.</al><tussenkop>Artikel 2:5 Arbeidsovereenkomst (T)</tussenkop><al>De CAR heeft als uitgangspunt dat de aanstelling als ambtenaar (in vaste of
                    tijdelijke dienst) regel is en het aangaan van een arbeidsovereenkomst
                    uitzondering. Daarom is het slechts mogelijk om een arbeidsovereenkomst naar
                    burgerlijk recht aan te gaan in het geval van oproepkrachten.</al><al>Op grond van Europese regelgeving (richtlijn 1999/70/EG) mag een werkgever geen
                    onderscheid maken in arbeidsvoorwaarden tussen de medewerker in tijdelijke
                    dienst en de medewerker in vaste dienst, tenzij dit objectief gerechtvaardigd is
                    (legitimiteit, doelmatigheid en proportionaliteit). Voor de beoordeling bij de
                    vraag of er sprake is van gelijke behandeling is een vergelijkbare medewerker in
                    vaste dienst het ijkpunt. Met een vergelijkbare medewerker in vaste dienst wordt
                    de medewerker bedoeld die in dezelfde organisatie, hetzelfde of soortgelijk werk
                    verricht of dezelfde of een soortgelijke functie uitoefent, waarbij rekening
                    wordt gehouden met kwalificaties en bekwaamheden. </al><al>Voor medewerkers bij de overheid met een aanstelling is dit geregeld in artikel
                    125h van de Ambtenarenwet. De Ambtenarenwet is echter niet van toepassing op
                    arbeidscontractanten. Daarom is in de CAR artikel 125h van de Ambtenarenwet van
                    overeenkomstige toepassing verklaard op medewerkers met wie de gemeente een
                    tijdelijke arbeidsovereenkomst heeft gesloten.</al><tussenkop>Artikel 2:5:1 Arbeidsovereenkomst (T)</tussenkop><al>De belangrijkste consequentie van de bepaling dat artikel 2:1 tot en met 2:4:2
                    van overeenkomstige toepassing zijn, is dat hierdoor de termijnen uit artikel
                    2:4 ook voor arbeidsovereenkomsten gelden. Dit betekent onder meer dat het bij
                    de termijnen van artikel 2:4 niet uitmaakt of sprake is geweest van een
                    opeenvolging van slechts arbeidsovereenkomsten of aanstellingen dan wel van een
                    combinatie daarvan.</al><tussenkop>Artikel 2:5:2 Minimum-urengarantie bij oproepkrachten (T)</tussenkop><al>In dit artikel wordt de minimumomvang van de oproep gegarandeerd, alsmede de
                    minimum salarisgarantie per maand. Het aantal te werken uren wordt per kwartaal
                    bepaald, zodat eventueel te veel gewerkte uren in één maand ertoe kunnen leiden
                    dat in de volgende maand (binnen datzelfde kwartaal) minder dan 15 uur hoeft te
                    worden gewerkt. Zowel over de maand dat meer dan 15 uur is gewerkt als over de
                    dan minder dan 15 uur is gewerkt hoeft slechts 15 uur te worden uitbetaald.
                    Slechts wanneer over een kwartaal meer dan 15 uur per maand gemiddeld is
                    gewerkt, moet een nabetaling plaatsvinden. Zie ook de LOGA-brief van 6 mei 1994,
                    kenmerk ARZ/403483.</al><tussenkop>Artikel 2:5:3 Inhoud oproepovereenkomst (T)</tussenkop><al>Dit artikel bevat enkele afspraken die de arbeidsovereenkomst tussen de
                    werkgever en de oproepkracht moet bevatten. In de overeenkomst kan naar dit
                    artikel worden verwezen. Het gaat hier - naast de tweezijdigheid - om de andere
                    essenties die de arbeidsrelatie tussen werkgever en werknemer maken tot een
                    arbeidsovereenkomst. Beide partijen nemen verplichtingen op zich en verkrijgen
                    rechten ten opzichte van elkaar. In onderdeel f is aangegeven dat ingeval de
                    oproepkracht herhaalde malen weigert aan een oproep door de werkgever gehoor te
                    geven, terwijl er geen sprake is van ziekte, dit kan leiden tot ontslag op grond
                    van artikel 8:13 (disciplinair ontslag). Daarbij is het wel noodzakelijk dat het
                    aantal malen dat de oproepkracht gedurende een bepaald tijdvak een oproep kan
                    weigeren in de overeenkomst is vastgelegd. Wederzijds is dus geen sprake van
                    vrijblijvendheid.</al><tussenkop>Artikel 2:5:4 Bezoldiging en betaling bij ziekte van de oproepkracht
                    (T)</tussenkop><al>Met de oproepcontractant wordt een contract aangegaan voor minimaal 15 uur per
                    maand. Voor die uren bestaat er dan ook een loonbetalingsverplichting, ook als
                    de oproepcontractant ziek is. Aangezien hoofdstuk 7 per definitie van toepassing
                    is (de CAR/UWO is namelijk van toepassing), hoeft deze
                    loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte niet meer expliciet te worden
                    opgenomen.De berekeningsbasis van de ziekte-uitkering wordt gevormd door het
                    inkomen dat de oproepkracht gedurende het laatste kwartaal genoot.</al><tussenkop>Artikel 2:6 Overgangsrecht (T)</tussenkop><al>Uit dit artikel blijkt dat het nieuwe hoofdstuk 2 pas gaat gelden voor
                    tijdelijke aanstellingen die ná 1 juli 2001 zijn aangegaan. Voor
                    oproepcontracten die zijn aangegaan voor 1 mei 1994, de datum waarop de
                    2-uur-per-oproep-bepaling en de 15-uursgarantie zijn ingevoerd, wordt een
                    uitzondering gemaakt voor artikel 2:5:2. Uit het tweede lid blijkt dat de
                    aanstelling die volgt op de aanstelling die reeds voor 1 juli 2001 is aangegaan
                    en die na 1 juli 2001 nog doorloopt, onder de nieuwe regels valt.</al><tussenkop>Artikel 2:7 Aanpassing arbeidsduur (T)</tussenkop><al/><al><vet>Algemeen</vet>Als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet aanpassing
                    arbeidsduur van 1 juli 2000 (Stb. 2000, 114) wordt het voor werknemers mogelijk
                    om een verzoek in te dienen voor meer of minder uren werken binnen de huidige
                    functie. De werkgever kan een verzoek van de werknemer afwijzen op basis van
                    zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang. </al><al><vet>Lid 1 en 2</vet></al><al>In het eerste lid worden hiermee in ieder geval problemen bedoeld die ontstaan
                    ten aanzien van de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen uren,
                    op het gebied van de veiligheid, of van roostertechnische aard. In het tweede
                    lid worden in ieder geval bedoeld problemen van financiële of organisatorische
                    aard, het niet voorhanden zijn van voldoende werk, of omdat de vastgestelde
                    formatieruimte of personeelsbegroting ontoereikend is. In de wet zijn enkele
                    nadere voorwaarden opgenomen, waaronder:</al><lijst><li nr="-"><al>de werknemer moet minimaal één jaar in dienst zijn voorafgaand aan het
                            beoogde tijdstip van ingang van de aanpassing van de arbeidsduur;</al></li><li nr="-"><al>het verzoek om aanpassing moet ten minste vier maanden voor het beoogde
                            tijdstip van ingang schriftelijk worden ingediend met daarin vermeld de
                            gewenste omvang en spreiding over de week;</al></li><li nr="-"><al>de werkgever is verplicht overleg te plegen met de werknemer;</al></li><li nr="-"><al>de werkgever dient een beslissing te hebben genomen ten minste één maand
                            voor het beoogde tijdstip van inwerkingtreding en dit schriftelijk aan
                            de werknemer mee te delen. Wanneer de werkgever dit nalaat, kan het
                            verzoek door de werknemer als ingewilligd worden beschouwd;</al></li><li nr="-"><al>de werknemer kan maximaal eenmaal per twee jaar een verzoek
                            indienen.</al></li></lijst><al><vet>Lid 3</vet></al><al>De Wet aanpassing arbeidsduur geeft aan op welke gronden een verzoek om meer of
                    minder te gaan werken kan worden afgewezen. Bij in- en doorstroombanen is sprake
                    van een ernstig financieel probleem indien het verzoek meer uren te gaan werken
                    leidt tot het verlies van subsidie ervoor. Een tekortschietende subsidie wordt
                    gelijk gesteld met een ernstig financieel probleem en vormt een grond voor
                    afwijzing. Er zijn echter gevallen denkbaar waarin een verzoek om meer te gaan
                    werken niet zou leiden tot het verlies van subsidie. Dat hangt namelijk af van
                    de wijze waarop een gemeente het totale aantal in het kader van het Besluit in-
                    en doorstroombanen (Stb. 1999, 591) beschikbare uren over de betreffende
                    medewerkers heeft verdeeld. Daarnaast biedt het Besluit (artikel 13, zesde en
                    zevende lid) nog mogelijkheden voor compensatie. </al><al>Een verzoek kan pas gemotiveerd afgewezen worden indien over het verlies van de
                    subsidie zekerheid bestaat.</al><tussenkop>Artikel 2:7a Aanpassing arbeidsduur (T)</tussenkop><al/><al><vet>Algemeen</vet> Het college kan tijdelijk, voor een vooraf vast te stellen
                    periode de formele arbeidsduur per week van een ambtenaar van 36 naar maximaal
                    40 uur uitbreiden. Instemming van de ambtenaar is hierbij vereist. De periode
                    waarin de arbeidsduur wordt uitgebreid kan na afloop eventueel worden
                    verlengd.</al><al>Uitgangspunt is dat de formele arbeidsduur ook voor de betreffende functies
                    structureel op 1836 uur per jaar en gemiddeld 36 uur per week blijft liggen.
                    Hierop wordt voor de betreffende medewerker in het jaar waarin de uitbreiding
                    zich voordoet, een uitzondering gemaakt. Het gaat dus om een tijdelijke
                    uitbreiding van gemiddeld maximaal 4 uur, die na afloop van de vastgestelde
                    periode weer van rechtswege ophoudt (zie artikel 8:12, tweede lid). De regeling
                    betekent niet dat de aanstelling zelf verandert. Als de betrekkingsomvang na de
                    bepaalde periode teruggaat naar 36 uur behoudt de betrokkene derhalve een
                    volledige betrekking en wordt hij geen deeltijder. </al><al>Deze systematiek brengt met zich dat salaris, toeslagen, premies,
                    inkomensafhankelijke bijdragen en vergoedingen op grond van de Zvw, afdracht
                    loonbelasting, pensioenopbouw, minimum vakantietoelage, bodembedrag van de
                    eindejaarsuitkering en vakantie-aanspraken evenredig worden aangepast gedurende
                    de uitbreiding van de arbeidsduur.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Naast de afspraak van een tijdelijke uitbreiding van de arbeidsduur kunnen niet
                    gelijktijdig via het cafetariamodel vakantie-uren worden gekocht.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Artikel 2:7a is bindend en komt als zodanig niet ter discussie in de OR. Wel
                    moet een plan dat ten grondslag ligt aan de uitvoering van
                    uitbreidingsmogelijkheid naar 40 uur in de OR worden besproken. Hierop is
                    wettelijk gezien noch het adviesrecht, noch het instemmingsrecht van de OR van
                    toepassing. De bespreking van het uitvoeringsplan met de OR is echter van méér
                    dan procedurele aard. </al><tussenkop>Artikel 3:1 Bezoldiging (T)</tussenkop><al/><al><vet>Algemeen </vet>In artikel 3:1 wordt melding gemaakt van een
                    bezoldigingsregeling. Tevens wordt in verschillende artikelen de formulering
                    gehanteerd waarbij vermeld wordt dat zaken in een nader vast te stellen regeling
                    worden uitgewerkt. In aansluiting op het regime van de Gemeentewet is ervoor
                    gekozen uitsluitend de term regeling te gebruiken in die gevallen waarbij het om
                    een algemene regeling gaat, zoals een bezoldigings- of een werktijdenregeling.
                    In dit verband wordt nog opgemerkt dat de term regeling uitsluitend een
                    modernisering inhoudt ten opzichte van de term verordening en dat hiermee geen
                    inhoudelijke wijziging wordt beoogd. In dit verband is het van belang te wijzen
                    op het onderscheid tussen de verplichting danwel de mogelijkheid nadere regels
                    te stellen. In dit hoofdstuk wordt in de artikelen 3:2 tot en met 3:4 bepaald
                    wat ten minste de inhoud dient te zijn van de nader vast te stellen regeling
                    waarin voorschriften staan omtrent het aanspraak maken op bijvoorbeeld een
                    overwerkvergoeding of een toelage onregelmatige dienst. In deze gevallen dient
                    een nadere regeling te worden vastgesteld. </al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Het tweede lid beoogt de lokale bezoldigingsregeling in zoverre te uniformeren
                    dat de kernbegrippen van de bezoldigingsregeling eensluidend zijn. </al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>In het derde lid wordt bepaald dat bijlage II (de "oude" salarisstructuur) en
                    bijlage IIa (de salarisstructuur per 1 april 1996) van de CAR met de
                    schaalindeling - de salaristabellen - onderdeel uitmaakt van de
                    bezoldigingsregeling. Per 1 april 1996 is bijlage II van toepassing op de
                    ambtenaar die reeds op 31 maart 1996 een salaris genoot op grond van bijlage II
                    (de lopende gevallen). Bijlage IIa is van toepassing op de ambtenaar die op of
                    na 1 april 1996 een betrekking gaat vervullen in de zin van de CAR, zonder dat
                    betrokkene daaraan voorafgaand een betrekking in de zin van de CAR heeft
                    vervuld. Bijlage IIa is ook van toepassing op degene die aansluitend aan een
                    betrekking waaraan een salaris was verbonden, een nieuwe betrekking gaat
                    vervullen waaraan een beter salarisperspectief is verbonden (de nieuwe
                    gevallen).</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Het vierde lid bepaalt dat in de bezoldigingsregeling nadere regels worden
                    gesteld inzake de wijze waarop de inschaling in de nieuwe salaristabel (tabel
                    IIa) plaatsvindt van degenen die op 31 maart 1996 op basis van de oude
                    salaristabel (tabel II) zijn ingeschaald. Bij deze regels moet het gestelde in
                    artikel 3:1, derde en vijfde lid, in acht worden genomen. </al><al><vet>Lid 5</vet></al><al>Het vijfde lid bepaalt dat:</al><lijst><li nr="-"><al>degene die voor 1 april 1997 het maximum van de geldende salarisschaal
                            heeft bereikt en geen perspectief heeft op een hogere salarisschaal, pas
                            per 1 april 1997 een salaris ontvangt op basis van het maximum van
                            dezelfde schaal ingevolge bijlage IIa;</al></li><li nr="-"><al>degene met een salaris op grond van bijlage II die op of na 1 april 1997
                            het maximum van zijn schaal ontvangt en geen perspectief heeft op een
                            hogere schaal binnen zijn functie, op het moment dat het maximum is
                            bereikt, een salaris ontvangt op basis van het maximum van dezelfde
                            schaal ingevolge bijlage IIa. </al></li></lijst><al><vet>Lid 7</vet></al><al> Dit artikel biedt de mogelijkheid dat een ambtenaar in het kader van
                    seniorenbeleid de laatste jaren van de loopbaan een rustiger functie kan
                    aanvaarden en op die wijze de loopbaan kan afbouwen. De werkgever wordt de
                    mogelijkheid geboden het salaris op het niveau van de nieuwe functie uit te
                    betalen. Deze teruggang in salaris als gevolg van ‘een stapje terug’ heeft geen
                    gevolgen voor de pensioenopbouw. Dit is geregeld in artikel 5a:9.</al><al><vet>Lid 8</vet></al><al> In artikel 7:16, tweede lid, is de grondslag opgenomen voor definitieve
                    herplaatsing na 24 maanden van ziekte in de eigen of een passende functie. Bij
                    herplaatsing zal het salaris aangepast moeten worden aan de gewijzigde
                    functie.</al><tussenkop>Artikel 3:1:1 Bezoldiging (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>In dit artikel wordt geregeld dat het salaris wordt bepaald op grond van
                    functiewaardering (de aard van de betrekking) en beoordeling (de wijze van
                    functievervulling). Tevens kan uit dit artikellid worden afgeleid, maar dit
                    dient in de bezoldigingsverordening nader te worden uitgewerkt, dat de ambtenaar
                    niet vanzelfsprekend in het minimum van de desbetreffende schaal dient te worden
                    ingepast. Het college (respectievelijk de gemeenteraad in het geval dat het de
                    griffier en de griffiemedewerkers betreft) kan hiervan afwijken, bijvoorbeeld
                    als de aan te stellen ambtenaar in zijn vorige betrekking reeds een hogere
                    bezoldiging genoot of als de situatie op de arbeidsmarkt daartoe aanleiding
                    geeft (andere bekwaamheid en geschiktheid, leeftijd, dienstjaren).</al><al>In de regel wordt bij aanstelling ingepast op het minimum van de voor de functie
                    geldende schaal.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>De in dit artikellid genoemde nadere regels kunnen bijvoorbeeld betrekking
                    hebben op de datum waarop de uitbetaling plaatsvindt en de wijze hoe hiermee
                    wordt omgegaan ingeval deze datum in het weekeinde of op een feestdag valt.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Op grond van dit artikellid wordt de bezoldiging ingehouden als een ambtenaar
                    zijn betrekking niet vervult. Bijvoorbeeld: als een ambtenaar zijn functie niet
                    vervult vanwege het deelnemen aan een collectieve actie, kan worden overwogen om
                    zijn bezoldiging over de vrijwillig nietgewerkte tijd in te houden. (Zie
                    hierover onze ledenbrief van 27 mei 1997, kenmerk ARZ/703071.) Dit is evenwel
                    géén disciplinaire straf! (Zie hiervoor hoofdstuk 16.) De opzet om het werk niet
                    te verrichten moet worden vastgesteld. Dit zal in veel gevallen niet moeilijk
                    zijn, maar er kunnen zich situaties voordoen waarin twijfel kan rijzen of de
                    ambtenaar wel verantwoordelijk kan worden gesteld voor zijn nalatigheid, gelet
                    op zijn fysieke en/of psychische gesteldheid. Dit zal dan nader moeten worden
                    uitgezocht.</al><al>Voor de volledigheid verwijzen wij hier naar artikelen 7:13:1 en 7:13:2. Hierin
                    staan de situaties waarin geen aanspraak op doorbetaling van de bezoldiging
                    bestaat dan wel de doorbetaling van de bezoldiging wordt gestaakt.</al><tussenkop>Artikel 3:1:2 Waarnemingstoelage (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Ingevolge dit lid ontvangt de ambtenaar die een andere betrekking 'volledig'
                    waarneemt een vergoeding indien voor die betrekking een hogere schaal geldt. Het
                    is vaak moeilijk vast te stellen of een waarneming 'volledig' is. In de praktijk
                    verdient het aanbeveling om met een globale benadering te volstaan. Echter: zie
                    ook het vijfde lid van dit artikel.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De waarnemingstoelage bedraagt 8% van het eigen salaris gedurende de periode van
                    waarneming. Niet alle ambtenaren die krachtens een daartoe door het college
                    verstrekte opdracht een betrekking waarnemen waarvoor een hogere schaal geldt,
                    kunnen aanspraak maken op een waarnemingstoelage. Vanaf een bepaalde
                    salarisschaal moet de waarneming ten minste 20 volle werkdagen, in zes
                    aaneengesloten weken, hebben geduurd. Het college dient een besluit te nemen
                    voor wèlke salarisschaal dit geldt. In de praktijk is dit vaak vanaf schaal
                    9.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Een bijzondere regeling kan bijvoorbeeld gelden voor de functie van waarnemend
                    hoofd. Uit de aard van de functie volgt dat de persoon die deze functie vervult,
                    het hoofd vervangt bij afwezigheid. In voorkomend geval ontvangt het waarnemend
                    hoofd uit dit voorbeeld geen waarnemingstoelage.</al><al><vet>Lid 5</vet></al><al>Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de situatie waarin de ambtenaar de
                    functie niet volledig waarneemt. Het college kan voor een dergelijke situatie
                    een vergoeding toekennen.</al><tussenkop>Artikel 3:2 Overwerkvergoeding (T)</tussenkop><al>De artikelen 3:2 tot en met 3:5 kennen eenzelfde terminologie, in die zin dat
                    wordt bepaald dat in een nader vast te stellen regeling zaken omtrent het recht
                    op bijvoorbeeld een overwerkvergoeding worden uitgewerkt. Om bij hetzelfde
                    voorbeeld te blijven, het recht op een overwerkvergoeding (artikel 3:2) vormt
                    het uitgangspunt, in een nadere regeling - in veel gevallen is dit de
                    Uitwerkingsovereenkomst (UWO) - wordt bepaald hoe hoog de vergoeding is en/of in
                    welke gevallen een uitzondering geldt.</al><tussenkop>Artikel 3:2:1 Overwerkvergoeding (T)</tussenkop><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Het omzetten van de verlofuren die het gevolg zijn van de overwerkvergoeding in
                    vakantie als bedoeld in artikel 6:2, eerste lid, dient op hetzelfde moment
                    plaats te vinden als de keuze voor de opbouw van extra vakantie-uren als bedoeld
                    in artikel 6:2, tweede lid. Afhankelijk van de vraag of gebruik wordt gemaakt
                    van de opbouw van extravakantie-uren ls bedoeld in artikel 6:2 en zo ja voor
                    hoeveel uren, kan een inschatting worden gemaakt hoeveel uren overwerkvergoeding
                    kunnen worden omgezet in vakantie-uren.</al><al><vet>Lid 5</vet></al><al>onderdeel a</al><al>Voorbeeld 1Een ambtenaar werkt in één week in totaal 10 uur over.</al><al>De verdeling is:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al>maandag</al></entry><entry colname="col2"><al>van 19.00 tot 21.00 uur (twee uur);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>dinsdag</al></entry><entry colname="col2"><al>van 17.00 tot 20.00 uur (drie uur);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>zaterdag</al></entry><entry colname="col2"><al>van 9.00 tot 12.00 uur (drie uur);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>zondag</al></entry><entry colname="col2"><al>van 9.00 tot 11.00 uur (twee uur).</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De ambtenaar heeft aanspraak op een vergoeding bestaande uit verlof en een
                    bedrag. De vergoeding in verlof is gelijk aan het aantal uren overwerk en
                    bedraagt dus 10 uur.</al><al>Het bedrag van de vergoeding wordt als volgt bepaald:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al>maandag</al></entry><entry colname="col2"><al>1 uur à 25%1 uur à 50%</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1" nameend="col2" namest="col1"><al>dinsdag:</al></entry><entry colname="col2" morerows="1" nameend="col3" namest="col2"><al>3 uur à 25%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>zaterdag:</al></entry><entry colname="col2"><al>3 uur à 75%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>zondag:</al></entry><entry colname="col2"><al>2 uur à 100%</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Voorbeeld 2</cursief>Een ambtenaar die vanwege deeltijdwerk nooit op
                    woensdag werkt, maar op een woensdag van 11:00 tot 16:00 moet overwerken, krijgt
                    voor de op die woensdag gewerkte overuren een overwerkvergoeding van 25%.</al><al><vet>Lid 5</vet></al><al>onderdeel c</al><al>Indien een ambtenaar volgens rooster moet werken op een zondag of een daarmee
                    gelijkgestelde vrije dag (nadrukkelijk wordt géén lokale feestdag bedoeld), en
                    vervolgens ook nog overwerkt op die dag, dan is in principe de normale
                    overwerkvergoeding van toepassing.</al><al>Het college heeft de bevoegdheid om in plaats van bedoelde vergoedingsregeling
                    een vergoedingspercentage van 80 toe te kennen, ongeacht de uren waarop overwerk
                    werd verricht.</al><al><vet>Lid 6</vet></al><al>Dit artikellid ziet op de mogelijkheid dat het college een regeling treft
                    waardoor ambtenaren vanaf een bepaalde salarisschaal niet meer in aanmerking
                    komen voor overwerkvergoeding. In de praktijk is dit vaak salarisschaal 11.</al><al><vet>Lid 8</vet></al><al>De overwerkregeling is niet van toepassing bij indienstroeping vanwege oorlog,
                    oorlogsgevaar of andere bijzondere omstandigheden, of bij toepassing van de
                    Rampenwet. Het college kan op een andere wijze de vergoeding voor dergelijke
                    werkzaamheden regelen.</al><tussenkop>Artikel 3:3 Toelage onregelmatige dienst (T)</tussenkop><al/><al><vet><cursief>Algemeen</cursief></vet>De artikelen 3:2 tot en met 3:5 kennen
                    eenzelfde terminologie, in die zin dat wordt bepaald dat in een nader vast te
                    stellen regeling zaken omtrent het recht op bijvoorbeeld een overwerkvergoeding
                    worden uitgewerkt. Om bij hetzelfde voorbeeld te blijven, het recht op een
                    overwerkvergoeding (artikel 3:2) vormt het uitgangspunt, in een nadere regeling
                    - in veel gevallen is dit de Uitwerkingsovereenkomst (UWO) - wordt bepaald hoe
                    hoog de vergoeding is en/of in welke gevallen een uitzondering geldt.</al><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De regeling toelage onregelmatige dienst (TOD), die herzien is met ingang van 1
                    januari 1997, kent als hoofdregel dat aanspraak op TOD gemaakt kan worden over
                    vastgestelde werktijden die als onregelmatig kunnen worden beschouwd.
                    Onregelmatig zijn werktijden die vallen op tijdstippen buiten de periode van
                    8.00 uur tot en met 18.00 uur op maandag tot en met vrijdag. De hoogte van de
                    vergoeding is een lokale aangelegenheid.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>In afwijking van de hoofdregel wordt, indien slechts eenmaal per week werktijd
                    wordt aangewezen in één aaneengesloten periode van ten hoogste 3 uur die tussen
                    18.00 uur en 08.00 uur op maandag tot en met vrijdag of op zaterdag valt, deze
                    niet als onregelmatig beschouwd. Er bestaat in dat geval dan ook geen recht op
                    een toelage. Indien meer werktijd wordt aangewezen (al dan niet aansluitend aan
                    de genoemde periode van ten hoogste 3 uur), die valt buiten de regelmatige uren
                    is er recht op een vergoeding (dus ook over de periode van ten hoogste 3
                    uur).</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Het derde lid geeft een garantie voor degenen voor wie al voor 1 januari 1997 in
                    de regel werktijd op zaterdag werd vastgesteld. Ook na 1 januari 1997 behouden
                    zij recht op een toelage, ook indien het slechts een periode van 3 uur (of
                    minder) betreft. Gewezen wordt nog op het bepaalde in artikel 4:2, tweede lid
                    onder d, dat beoogt ontwijken van de hier neergelegde garantie te
                    voorkomen.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Geeft de mogelijkheid om nader te regelen in welke gevallen geen aanspraak op
                    vergoeding bestaat. Hiervan is bijvoorbeeld in artikel 3:3:1
                    gebruikgemaakt.</al><tussenkop>Artikel 3:3:1 Beschikbaarheidsdiensten (T)</tussenkop><al>Met dit artikel wordt duidelijk dat voor de beschikbaarheidsdiensten een
                    afzonderlijke vergoedingsregeling door het college wordt vastgesteld. Voor
                    beschikbaarheidsdiensten geldt dus niet automatisch een toelage onregelmatige
                    dienst.</al><tussenkop>Artikel 3:4:1 Verschuivingsvergoeding (T)</tussenkop><al>Er ontstaat recht op een verschuivingsvergoeding indien de vooraf feitelijk
                    vastgestelde arbeidsduur en/of de vastgestelde werktijden, anders dan op verzoek
                    van de ambtenaar, worden verschoven binnen een aangegeven tijdsbestek. Indien de
                    verschuiving plaatsvindt binnen 72 uur voor aanvang, ontstaat er altijd recht op
                    de verschuivingsvergoeding.</al><al>Als de verschuiving tussen een maand en 72 uur voor aanvang plaatsvindt,
                    ontstaat er alleen recht op de verschuivingsvergoeding als de verschuiving
                    plaatsvindt zonder dat het dienstbelang dit vereist. Bijvoorbeeld: de ambtenaar
                    is in week 14 voor 36 uur en in week 15 voor 38 uur ingeroosterd. Binnen 72 uur
                    voor aanvang, dus bijvoorbeeld op zaterdag, wordt de arbeidsduur voor deze weken
                    verschoven week 14 wordt 40 uur en week 15 wordt 34 uur. De ambtenaar heeft dan
                    recht op een verschuivingsvergoeding over de 4 uur die in week 14 zijn
                    verschoven (in feite verschoven van week 15 naar week 14). In deze situatie is
                    er geen sprake van overwerk.</al><tussenkop>Artikel 3:5:1 Ambtsjubileumgratificatie (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Voor het bepalen van de datum van een ambtsjubileum komt in aanmerking de al of
                    niet aansluitende tijd, doorgebracht in een betrekking bij de overheid (voltijd
                    en/of deeltijd). Het maakt daarbij niet uit of het een aanstelling of een
                    arbeidsovereenkomst is. De nadere vaststelling van het begrip 'overheid' kan
                    geschieden in de vorm van een regeling. In de praktijk zoeken veel gemeenten
                    aansluiting bij de terzake geldende rijksregeling, zoals opgenomen in de
                    ministeriële regeling van 9 november 1989, Stcrt. 223. De tijd doorgebracht als
                    vrijwilliger bij de brandweer telt dan bijvoorbeeld niet mee, evenmin
                    onbezoldigde baantjes of stages. Militaire diensttijd telt wèl mee.</al><al>Overigens is een ambtsjubileumgratificatie niet in alle gevallen onbelast; het
                    is derhalve raadzaam dit bij de Belastingdienst te controleren.</al><al>NB: er zijn lokale regelingen waarin een ambtsjubileumgratificatie bij een 12
                    1/2-jarig overheidsdienstverband wordt toegekend. Een dergelijke uitkering is
                    altijd belast.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Een proportionele ambtsjubileumgratificatie wordt alleen verstrekt bij
                    reorganisatieontslag, bij ontslag op grond van arbeidsongeschiktheid voor 80% of
                    meer en bij ontslag wegens pré-VUT en FPU, voor zover dit volledig ontslag
                    betreft. Van deze ontslaggronden is alleen ontslag op grond van artikel 8:3
                    gedeeltelijk mogelijk. Alleen in deze situatie kan het dus voorkomen dat een
                    proportionele ambtsjubileumgratificatie verstrekt moet worden naar rato van het
                    aantal uren waarvoor ontslag is verleend.</al><tussenkop>Artikel 3:6 Eindejaarsuitkering (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De hoogte van de structurele eindejaarsuitkering bedraagt: 0,05 x het salaris op
                    jaarbasis. Voor degenen met een deeltijdaanstelling of arbeidsovereenkomst wordt
                    de eindejaarsuitkering conform het salaris vermenigvuldigd met de
                    deeltijdfactor. </al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>De eindejaarsuitkering van enig jaar wordt gebaseerd op de vanaf januari van dat
                    jaar opgebouwde aanspraken per maand. Aan ambtenaren die niet een geheel
                    kalenderjaar in dienst zijn, wordt een eindejaarsuitkering betaald over dat
                    gedeelte van het kalenderjaar dat zij in dienstverband werkzaam zijn
                    geweest.</al><tussenkop>Artikel 3:7:1 t/m 3:7:7 Vervallen (T)</tussenkop><al>(Vervallen)</al><tussenkop>Artikel 4:1 Arbeidsduur en werktijden (T)</tussenkop><al>Dit artikel biedt de werkgever de mogelijkheid om de feitelijke arbeidsduur per
                    week van de ambtenaar in overleg met hem op een andere omvang vast te stellen
                    dan de formele arbeidsduur per week. Hierdoor kunnen medewerkers in drukke
                    tijden meer ingezet worden en in rustiger tijden minder. Ook biedt deze regeling
                    de mogelijkheid om de werktijden van de ambtenaar beter aan te laten sluiten op
                    zijn privésituatie. Steeds meer werknemers moeten arbeid immers combineren met
                    zorgtaken. LOGA partijen vinden het belangrijk dat medewerkers in staat gesteld
                    worden om mantelzorg te verrichten. Daarom is afgesproken dat wanneer een
                    medewerker mantelzorg gaat verlenen, deze medewerker in overleg met de werkgever
                    afspraken maakt over de te verlenen mantelzorg zelf en de indeling van de
                    werktijden. Zo kan een medewerker bijvoorbeeld tijdelijk minder werken ten
                    behoeve van het verlenen van mantelzorg; deze uren worden op een af te spreken
                    moment weer ingehaald.</al><al>Tot aan de invoering van de CAO 2009-2011 kon afwijking van de formele
                    arbeidsduur per week slechts plaatsvinden binnen vastgestelde marges, de
                    zogeheten bandbreedtesystematiek. Deze bandbreedtesystematiek is verlaten,
                    hierdoor zijn de mogelijkheden om te differentiëren in de feitelijke arbeidsduur
                    verruimd. De grenzen staan genoemd in het eerste en tweede lid. De voor de
                    ambtenaar geldende arbeidsduur per jaar mag niet overschreden worden en er
                    gelden maxima voor de arbeidsduur per dag (11) en per week (50). Deze grenzen
                    hebben alleen betrekking op de toepassing van dit artikel. Gebruikmaking van
                    bijvoorbeeld de artikelen 2:7a en 6:2, tweede lid, leidt wel tot overschrijding
                    van de voor de ambtenaar geldende arbeidsduur per jaar en dat is toegestaan. Het
                    opdragen van overwerk kan ertoe leiden dat de maximale arbeidsduur per dag/week
                    overschreden wordt; ook dat is toegestaan. De werkgever dient er wel altijd
                    strikt op toe te zien dat de Arbeidstijdenwet/het Arbeidstijdenbesluit nageleefd
                    wordt.</al><al>De bezoldiging van de ambtenaar ondergaat geen wijziging als gevolg van
                    toepassing van dit artikel. Wordt een ambtenaar ontslag verleend gedurende het
                    kalenderjaar dan zal zo spoedig mogelijk een berekening gemaakt worden van de te
                    veel/ te weinig gewerkte uren in relatie tot de formele arbeidsduur per week.
                    Het positieve/negatieve saldo wordt gecompenseerd door in de resterende periode
                    dat de ambtenaar in dienst is bij de gemeente minder/meer te werken. Is dit niet
                    – volledig - mogelijk dan vindt bij de eindafrekening financiële verrekening
                    plaats.</al><tussenkop>Artikel 4:2 Arbeidsduur en werktijden (T)</tussenkop><al/><al><vet><cursief>Algemeen</cursief></vet> Op grond van de bepalingen in
                    artikel 4:1 moet de arbeidsduur, indien deze afwijkt van de formele arbeidsduur
                    per week, ruim van te voren (ten minste één maand voor aanvang) aan de ambtenaar
                    worden bekend gemaakt. Op grond van de bepalingen in artikel 4:2 kunnen de
                    werktijden worden vastgesteld. Indien aan de ambtenaar wisselende werktijden
                    worden opgedragen, moeten de werktijden in een rooster worden vastgesteld. De
                    werktijden moeten dan ruim van te voren (eveneens tenminste één maand) aan de
                    ambtenaar bekend gemaakt worden. Beide bepalingen noodzaken een goede
                    planning.Bij het vaststellen van de werktijden hoort rekening te worden gehouden
                    met de bepalingen van de Arbeidstijdenwet (ATW) <cursief>.</cursief></al><al><vet>Lid 2 </vet></al><al>onder d</al><al>Het hier bepaalde moet in nadrukkelijke samenhang gezien worden met het bepaalde
                    in artikel 3:3, derde lid. Dit onderdeel beoogt slechts te voorkomen dat
                    personen die al vóór 1 januari 1997 in de regel op zaterdag werkten - en die dus
                    krachtens artikel 3:3, derde lid recht zouden hebben op een toelage - tegen hun
                    zin vervangen worden door personen die vóór 1 januari 1997 niet in de regel op
                    zaterdag werkten - en dus volgens de regels van artikel 3:3, tweede lid geen
                    recht op een toelage hebben.</al><tussenkop>Artikel 4:2:1 Arbeidsduur en werktijden (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Als in het belang van de dienst op een zondag/feestdag arbeid moet worden
                    verricht, moet de ambtenaar zo veel mogelijk in de gelegenheid worden gesteld de
                    kerk te bezoeken en dient de arbeid zo beperkt mogelijk te worden gehouden. Hoe
                    moet worden omgegaan met degene die tot een kerkgenootschap behoort dat de
                    wekelijkse rustdag op de sabbat of de zevende dag viert, is geregeld in het
                    vijfde lid van dit artikel.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Het verrichten van arbeid op de genoemde feestdagen wordt voor dit artikel
                    gelijkgesteld aan het verrichten van arbeid op zondag.</al><al>In de berekening voor het vaststellen van de arbeidsduur per jaar wordt rekening
                    gehouden met de feestdagen.</al><al>Indien bijvoorbeeld op tweede paasdag toch gewerkt moet worden en de werktijd
                    wordt ingeroosterd, ontstaat er geen overwerk. Derhalve komt deze tijd ook niet
                    voor een overwerkvergoeding in aanmerking. De gewerkte tijd telt wel mee voor de
                    berekening van de arbeidsduur op jaarbasis.</al><al>Moet de ambtenaar buiten de voor hem vastgestelde werktijd arbeid verrichten,
                    dan is er wel sprake van overwerk. Voor de bepaling van de hoogte van de
                    overwerkvergoeding voor gewerkte tijd op tweede paasdag geldt dat - op grond van
                    artikel 3:2:1, vijfde lid, onder b, van de UWO - deze feestdag gelijk wordt
                    gesteld aan een zondag. Voor een berekeningsvoorbeeld van de overwerkvergoeding
                    wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 3:2:1, vijfde lid, onder a, van
                    de UWO.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al> Dit artikellid bepaalt dat lokale feestdagen voor de regeling van de werktijd
                    beschouwd worden als een zondag. Dat betekent dat in principe op een lokale
                    feestdag niet gewerkt wordt. Gelijkstelling met een zondag betekent echter niet
                    dat overwerk op een lokale feestdag als overwerk op zondag moet worden gezien.
                    Dat is immers niet in dit artikel geregeld, maar in artikel 3:2:1.</al><al>Dergelijke aangewezen dagen moeten in de berekening van de arbeidsduur op
                    jaarbasis worden meegenomen.</al><al>Voorbeelden van bovengenoemde door het college aangewezen feestdagen zijn de
                    carnavalsmaandag, maar ook de 5-meiviering. Met betrekking tot 5 mei wordt het
                    volgende opgemerkt. 5 mei is een algemeen erkende feestdag in het kader van de
                    Algemene Termijnenwet en in 1990 is de dag erkend als een jaarlijkse nationale
                    feestdag (Koninklijk Besluit 24 september 1990). </al><al>Vaak wordt er gedacht dat 5 mei eens in de vijf jaar een nationaal erkende dag
                    en dus een doorbetaalde vrije dag is. Dit berust op een misverstand. Vóór 1990
                    was 5 mei eens in de vijf jaar een erkende nationale feestdag. In 1990 meende
                    het kabinet dat de dag inmiddels voldoende verankerd was in de samenleving, dat
                    het gerechtvaardigd was om het als nationale feestdag aan te wijzen. Ook in
                    lustrumjaren is 5 mei echter geen vrije dag voor gemeenteambtenaren; sociale
                    partners in de gemeentelijke sector hebben hierover immers geen afspraken
                    gemaakt. </al><al>Bevrijdingsdag, 5 mei, is dus niet een feestdag als bedoeld in het derde lid.
                    Voor gemeenteambtenaren is 5 mei dan ook een gewone werkdag, tenzij lokaal
                    anders is geregeld. In dat geval is artikel 4:2:1, lid 4, van toepassing.</al><tussenkop>Artikel 4:3 Spaarmogelijkheid (T)</tussenkop><al/><al><cursief>Algemeen</cursief> Vanaf 1 april 2006 is niet meer mogelijk om extra
                    uren te werken en deze uren te sparen. De medewerker die deelnam aan de
                    verlofspaarregeling behoudt zijn reeds opgebouwde verloftegoed. Werkgever en
                    werknemer bepalen in onderling overleg hoe het opgebouwde spaartegoed wordt
                    aangewend. Er zijn hierbij twee scenario’s denkbaar. In het eerste scenario
                    behoudt de medewerker zijn reeds opgebouwde verloftegoed en werkgever en
                    medewerker bepalen in onderling overleg wanneer dat verlof wordt genoten. In het
                    tweede scenario wordt het verloftegoed van de medewerker gekapitaliseerd en
                    gestort in de levensloopregeling.</al><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Tot 1 april 2006 had de ambtenaar de mogelijkheid om gedurende een afgesproken
                    spaarperiode ten hoogste gemiddeld 1/9 deel van de voor die spaarperiode
                    geldende formele arbeidsduur per week aan spaaruren op te bouwen. Vanaf 1 april
                    2006 vindt geen opbouw van spaarverlof meer plaats. </al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Wanneer het opgebouwde verloftegoed wordt behouden, dienen ambtenaar en college
                    overeen te komen wanneer dit verlof wordt genoten. Dit verlof kan op elk
                    willekeurig moment worden genoten, ook voorafgaand aan pensionering en een
                    periode van levensloopverlof. Voor het toekennen van het reeds opgebouwde
                    spaarverlof gelden de normale regels zoals die gelden bij het toekennen van
                    vakantieverlof. De medewerker geeft aan op welk moment hij het verlof wil
                    genieten en tenzij de belangen van de dienst zich hiertegen verzetten, wordt het
                    verlof verleend.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> Werkgever en medewerker kunnen in onderling overleg besluiten het opgebouwde
                    verloftegoed om te zetten in een geldbedrag (kapitaliseren van verlof) en dit
                    bedrag te storten op de levenslooprekening van de medewerker. De werkgever is
                    niet verplicht om in te stemmen met een verzoek tot kapitalisatie van het
                    verlof. Ook wanneer een medewerker zijn verlofspaartegoed niet wenst te
                    kapitaliseren kan hij hiertoe niet worden verplicht.</al><al>Wanneer zowel werkgever als medewerker besluiten tot het kapitaliseren van
                    verlof kan dit enkel binnen de randvoorwaarden zoals die worden gesteld in
                    hoofdstuk 6a De gemeentelijke levensloopregeling en in de wettelijke bepalingen
                    omtrent de levensloopregeling. Dit houdt in dat enkel tot kapitalisatie van het
                    verloftegoed kan worden overgegaan wanneer het levensloopsaldo van een
                    medewerker aan het begin van het kalenderjaar minder bedraagt dan 210% van het
                    loon over het voorgaande kalenderjaar. De wettelijke levensloopregeling bepaalt
                    dat een medewerker niet meer mag sparen wanneer het saldo op de
                    levenslooprekening meer bedraagt dan 210% van het loon over het voorgaande
                    kalenderjaar. Ook geldt de voorwaarde dat jaarlijks maximaal 12% van het loon in
                    het kalenderjaar mag worden ingelegd. Met het loon in een kalenderjaar wordt het
                    belastbare loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 bedoeld, m.a.w.
                    het loon voor de loonheffing, kolom 6 (veelal zal dit het brutoloon zijn dat
                    vermeld staat op de loonstrook van de medewerker). </al><al>Voor medewerkers geboren na 1949 en voor 1955 geldt dit laatste maximum van 12%
                    van het loon in het kalenderjaar niet. Zie artikel 61 e lid 1
                    Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001.</al><al>Per verlofuur wordt een bedrag uitgekeerd ten hoogte van het op het moment van
                    uitbetalen geldende uurloon van de ambtenaar. Omdat dit bedrag wordt gestort op
                    de levenslooprekening van de medewerker worden op dit bedrag geen loonbelasting
                    en premies volksverzekeringen ingehouden, wel premies werknemersverzekering en
                    pensioenpremie. De inkomensafhankelijke ziektekostenbijdrage wordt niet over dit
                    bedrag ingehouden. </al><al><onderstreept>Voorbeeld 1</onderstreept> Een medewerker die is geboren in 1970
                    heeft een verlofspaartegoed van 352 uur. Zijn salaris (schaalbedrag) bedraagt €
                    2000. Zijn jaarinkomen is € 28.000. Hij heeft nog geen tegoed op zijn
                    levenslooprekening. </al><lijst><li nr="-"><al>De waarde van een verlofuur moet worden berekend. Dit is het
                            schaalbedrag * 1/156 (artikel 1:1, eerste lid onder o) = 2000/156 = €
                            12,82.</al></li><li nr="-"><al>De totale waarde van zijn verloftegoed bedraagt € 12,82 * 352 = €
                            4512,64.</al></li><li nr="-"><al>Op basis van zijn jaarinkomen mag hij maximaal 12 % van € 28.000 = €
                            3360 sparen op zijn levenslooprekening.</al></li><li nr="-"><al>Er kan dit jaar dus maximaal 262 uur (= 3360/12,82 afgerond) worden
                            gekapitaliseerd. Dit komt overeen met een bedrag van € 3359. De overige
                            uren (352-262 = 90) blijven staan als verlof en kunnen eventueel in een
                            volgend jaar worden gekapitaliseerd.</al></li></lijst><al><onderstreept>Voorbeeld 2</onderstreept> Een medewerker die is geboren in 1951
                    heeft een verlofspaartegoed van 300 uur. Zijn salaris (schaalbedrag) is € 3250.
                    Zijn jaarinkomen bedraagt € 45.000. Hij heeft een saldo van € 90.000 op zijn
                    levenslooprekening. </al><lijst><li nr="-"><al>Omdat deze persoon al een tegoed heeft op zijn levenslooprekening wordt
                            eerst bekeken of hij nog verder mag sparen. Het saldo mag niet meer
                            bedragen dan 210% van zijn jaarinkomen. In dit voorbeeld mag het saldo
                            dus niet meer bedragen dan 210% * € 45.000 = € 94.500. Dit jaar mag er
                            nog € 4.500 (94.500 – 90.000) worden gespaard. De bepaling dat jaarlijks
                            maximaal 12% van zijn jaarinkomen mag worden ingelegd is niet van
                            toepassing op deze ambtenaar omdat hij is geboren na 1949 en voor
                            1955.</al></li><li nr="-"><al>De waarde van een verlofuur bedraagt € 3250/156 = € 20,83.</al></li><li nr="-"><al>De totale waarde van zijn verloftegoed bedraagt € 20,83 * 300 = € 6249.
                            Dit is meer dan het maximale dat nog kan worden gespaard. </al></li><li nr="-"><al>Er kan dit jaar dus maximaal 216 uur (= 4500/20,83) worden
                            gekapitaliseerd. Dit komt overeen met een bedrag van € 4499. De overige
                            uren (300-216 = 84) blijven staan als verlof en kunnen eventueel in een
                            volgend jaar worden gekapitaliseerd indien dit binnen de gestelde
                            voorwaarden mogelijk is.</al></li></lijst><al>De medewerker en werkgever kunnen indien zij besluiten over te gaan tot
                    kapitalisatie van het verlofspaartegoed dit op elk gewenst moment doen. Wanneer
                    dit jaar niet wordt overgegaan tot kapitalisatie van het verlof kan in een
                    volgend jaar alsnog worden besloten dit wel te doen. Wanneer dit jaar wordt
                    overgegaan tot de kapitalisatie van een deel van het opgebouwde verloftegoed kan
                    eventueel in een volgend jaar het resterende verloftegoed worden
                    gekapitaliseerd. De ambtenaar dient hiertoe een verzoek in en het college
                    beslist of aan dit verzoek kan worden voldaan.</al><al><vet>Lid 4 t/m 9</vet></al><al> In het vierde tot en met negende lid is vastgelegd hoe er moet worden omgegaan
                    met het opgebouwde verloftegoed in geval van ontslag of in geval van overlijden
                    van de ambtenaar. </al><al>Wanneer een ambtenaar ontslag wordt verleend, gelden de volgende regels met
                    betrekking tot het verloftegoed. Bij ontslag op verzoek (artikel 8:1 CAR) worden
                    de verlofuren zoveel mogelijk voor de ontslagdatum opgenomen. In overeenstemming
                    met de medewerker kan hiervoor de maximale opzegtermijn zonodig worden verlengd.
                    Wanneer dit niet mogelijk is in verband met het aanvaarden van een andere
                    betrekking worden de verlofuren die nog resteren aan de ambtenaar uitbetaald. </al><al>Als een ambtenaar wordt ontslagen wegens reorganisatie (artikel 8:3 CAR),
                    onbekwaamheid of ongeschiktheid (artikel 8:6 CAR), Pré-vut (artikel 8:10 CAR),
                    FPU (artikel 8:11 CAR) of op overige ontslaggronden (artikel 8:7, 8:8 CAR) wordt
                    de medewerker in de gelegenheid gesteld om voorafgaand aan het ontslag de
                    verlofuren die nog resteren op te nemen. Indien dit niet mogelijk is, wordt het
                    niet opgenomen verloftegoed uitbetaald.</al><al>Wanneer een medewerker wordt ontslagen in verband met het niet nakomen van
                    bepaalde verplichtingen bij ziekte (artikel 8:5a CAR) of als disciplinaire straf
                    (artikel 8:13 CAR) is de ambtenaar verplicht het resterende opgebouwde
                    verloftegoed op te nemen met ingang van de dag dat het voornemen tot ontslag aan
                    de medewerker is meegedeeld. Het ontslag gaat in na de eerste dag na afloop van
                    de opname van het opgebouwde verloftegoed.</al><al>In geval van ontslag wegens arbeidsongeschiktheid (artikel 8:4 en 8:5 CAR) of
                    ontslag aansluitend op politiek verlof (artikel 8:9 CAR) wordt het resterende
                    opgebouwde verloftegoed uitbetaald. Wanneer de ambtenaar overlijdt, wordt aan de
                    nabestaanden het resterende opgebouwde verloftegoed uitbetaald.</al><al>Als het ontslag zoals hierboven beschreven gedeeltelijk ontslag betreft, worden
                    tussen de ambtenaar en werkgever nadere afspraken gemaakt over de opname van het
                    resterende opgebouwde verloftegoed. </al><al><vet>Lid 10</vet></al><al> De ambtenaar ontvangt voor ieder verlofuur een bedrag dat gelijk staat aan het
                    geldende uurloon van de ambtenaar op het moment van uitbetalen. Op het
                    uitgekeerde moet niet alleen loonbelasting en sociale premies worden ingehouden
                    maar ook de inkomensafhankelijke ziektekostenbijdrage (6,5%) en de
                    pensioenpremie. Wanneer dit bedrag wordt gestort op de levenslooprekening van de
                    medewerker worden over dit bedrag geen loonbelasting en premies
                    volksverzekeringen en inkomensafhankelijke ziektekostenbijdrage ingehouden, wel
                    premies werknemersverzekering en pensioenpremie.</al><tussenkop>Artikel 4a:1 Vakantie-uren uitwisselen tegen geld (T)</tussenkop><al/><al>Het uitwisselen van vrije tijd tegen geld en omgekeerd is een van de elementen
                    van een cafetariamodel of CAO à la carte. Artikel 4a:1 maakt het mogelijk om
                    vakantie-uren te verkopen en artikel 4a:2 maakt het mogelijk om extra
                    vakantie-uren te kopen. Artikel 4a:3 maakt het mogelijk om een lokale regeling
                    te treffen met fiscaal gunstige personeelsvoorzieningen.</al><al>In dit artikel is geregeld dat de ambtenaar vóór 1 november (of vóór een andere
                    datum als dit op lokaal niveau is vastgesteld) een verzoek kan indienen bij het
                    college tot het verkopen van vakantie-uren in het daarop volgende kalenderjaar
                    (eerste lid). Dit betekent dat de ambtenaar in 1999 een verzoek moet indienen om
                    in het kalenderjaar 2000 feitelijk uren te kunnen verkopen.</al><al>Het maximum aantal uren dat per jaar mag worden verkocht, is geregeld in de
                    leden twee en drie. Als het college het verzoek toewijzen (vierde lid), dan
                    krijgt de ambtenaar een vergoeding voor de verminderde vakantie-uren ter hoogte
                    van zijn salaris per uur, tenzij op lokaal niveau anders is overeengekomen
                    (eerste en vijfde lid).</al><al><vet>Lid 2 en 3</vet></al><al> Het maximum aantal uren dat per jaar mag worden verkocht is 72 uur. </al><al>Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft op 6 april 2006 (HvJ
                    EG 6 april 2006, C-124/05) een uitspraak gedaan over de verkoop van de
                    wettelijke vakantie-uren. In de Europese richtlijn over arbeidstijden
                    (93/104/EG) is geregeld dat werknemers recht hebben op een jaarlijkse vakantie
                    van tenminste vier weken. Deze minimumperiode van de jaarlijkse vakantie mag
                    niet worden vervangen door een financiële vergoeding, ook niet in volgende
                    jaren. Bij een volledige formele arbeidsduur gaat het dus om 4 x 36 uur = 144
                    uur minimale wettelijke vakantie-uren. Een ambtenaar heeft bij een volledige
                    formele arbeidsduur recht op ten minste 158,4 vakantie-uren per jaar op grond
                    van artikel 6:2, eerste lid CAR/UWO. De minimum periode van de jaarlijkse
                    vakantie op grond van de CAR/UWO ligt daarmee hoger dan het aantal wettelijke
                    vakantie-uren op grond van de richtlijn want dit zijn er 144. De wettelijke
                    vakantie-uren kunnen niet afgekocht worden, ook niet in een volgend jaar.</al><al><cursief>Voorbeeld 1:</cursief> Een ambtenaar treedt op 1 januari 2004 in dienst
                    en heeft een volledig dienstverband. Hij heeft in dat jaar recht op 158,4
                    vakantie-uren maar neemt 110 uur op in 2004. In 2005 wil hij de resterende 48,4
                    vakantie-uren verkopen. Dit is niet toegestaan. Het wettelijk aantal
                    vakantie-uren van de ambtenaar bedraagt 144. Het verschil tussen 158,4 en 144
                    mag hij verkopen (inzetten in het cafetariamodel) maar de overige uren moet hij
                    opnemen in 2004 of daarna. </al><al>Echter op basis van het tweede lid van artikel 6:2 CAR/UWO kan het aantal
                    vakantie-uren worden verhoogd met maximaal 50,4 uren (voor voltijders) door in
                    een kalenderjaar 50,4 uur meer te werken dan de arbeidsduur per jaar. Op deze
                    wijze wordt het aantal vakantie-uren verhoogd tot 208,8 uur en kan maximaal 64,8
                    uur worden verkocht. Verder is het mogelijk om op grond van artikel 3:2:1 lid 3
                    verlofuren die het gevolg zijn van de vergoeding van overwerk om te zetten in
                    vakantie-uren. Overigens is dit omzetten niet onbeperkt. De som van het aantal
                    uren op grond van artikel 3:2:1 lid 3 en het aantal uren op grond van artikel
                    6:2, tweede lid is maximaal 50,4 uren. Voor deeltijders geldt steeds een aantal
                    uren naar rato van de deeltijdfactor. Voor medewerkers die van de
                    seniorenmaatregel gebruikmaken geldt hetzelfde principe (zie ook artikel 6:2:1
                    lid 6).</al><al><cursief>Voorbeeld 2:</cursief> Een ambtenaar treedt op 1 januari 2004 in dienst
                    en heeft een volledig dienstverband. Hij heeft in dat jaar recht op 158,4
                    vakantie-uren. Daarnaast heeft hij een verzoek ingediend om 50,4 uur extra te
                    werken en deze uren om te zetten in vakantie-uren. In totaal heeft deze
                    ambtenaar 208, 8 (158,4+ 50,4) vakantie-uren in 2004. Hij neemt daarvan 130 uur
                    op en houdt 78,8 (208,8-130) vakantie-uren over. De ambtenaar heeft in 2004 niet
                    het wettelijk aantal vakantie-uren (144) opgenomen. Deze 14 (144-130) uren kan
                    hij niet verkopen en neemt hij mee naar 2005. De ambtenaar kan van zijn
                    vakantieaanspraak over 2004, 64,8 (50,4+14,4) uren verkopen.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>De werkgever wijst een verzoek toe tenzij zwaarwegende bedrijfs- of
                    dienstbelangen zich daartegen verzetten. Van zo’n belang is in ieder geval
                    sprake indien toekenning van de aanvraag leidt tot ernstige problemen:</al><lijst><li nr="a"><al>van financiële en organisatorische aard;</al></li><li nr="b"><al>wegens het niet voorhanden zijn van voldoende werk, of</al></li><li nr="c"><al>omdat de vastgestelde formatieruimte of personeelsbegroting daartoe geen
                            ruimte biedt.</al></li></lijst><al>De werkgever rapporteert de toegewezen verzoeken met betrekking tot vakantie
                    voor geld en omgekeerd aan de OR, zodat deze zicht heeft op het totale gebruik
                    van de mogelijkheden. Dit is een uitvloeisel van artikel 28 van de Wet op de
                    ondernemingsraden, waarin is geregeld dat de OR de naleving bevordert van de
                    voor de onderneming geldende voorschriften op het gebied van
                    arbeidsvoorwaarden.</al><al><vet>Lid 5</vet></al><al>Indien een medewerker vakantie-uren verkoopt, ontvangt hij per vakantie-uur een
                    vergoeding van een (bruto) uursalaris bovenop zijn normale (bruto) salaris. Dit
                    is zijn eigen uursalaris, tenzij lokaal anders is overeengekomen. Door het
                    verkopen van vakantie-uren worden de grondslagen voor WAO/WIA-premie,
                    pseudo-premie WW, UFO-premie, Zorgverzekeringswet, loonheffing en
                    inkomstenbelasting verhoogd. De uitkeringen (op basis van de WAO, WIA, WW en ZW)
                    en suppletie worden tevens verhoogd. Het verkopen van vakantie-uren heeft geen
                    gevolgen voor de hoogte van de eindejaarsuitkering, vakantie-uitkering en
                    levensloopbijdrage. Het verkopen van vakantie-uren is op basis van het
                    Pensioenreglement pensioengevend. Het ABP hanteert echter de
                    peildatumsystematiek waardoor de pensioengrondslag gedurende een jaar niet kan
                    worden gewijzigd. De verhoging van het pensioengevend inkomen vanwege het
                    verkopen van vakantie-uren kan in het pensioengevend inkomen van het volgende
                    jaar worden verwerkt. De opbrengst van de verkoop van uren kan worden ingezet
                    voor de gemeentelijke levensloopregeling zoals vastgelegd in hoofdstuk 6a. De
                    tegenwaarde van de uren wordt dan gestort op de levenslooprekening van de
                    medewerker.</al><tussenkop>Artikel 4a:2 Geld uitwisselen tegen vakantie-uren (T)</tussenkop><al/><al>Dit artikel is de tegenhanger van artikel 4a:1. Door middel van dit artikel kan
                    de ambtenaar geld uitwisselen voor vrije uren. Een werknemer met een formele
                    arbeidsduur van 36 uur kan maximaal 72 vakantie-uren in een kalenderjaar kopen.
                    Voor de deeltijder geldt dit naar rato. Verrekening geschiedt door middel van
                    inhouding van een geldbedrag. Door het kopen van vakantie-uren worden de
                    grondslagen voor WAO/WIA-premie, pseudo-premie WW, UFO-premie,
                    Zorgverzekeringswet, loonheffing en inkomstenbelasting lager. In tegenstelling
                    tot bij het verkopen van uren blijven de uitkeringen (op basis van de WAO, WIA,
                    WW en ZW) en suppletie onveranderd. De eindejaarsuitkering, vakantie-uitkering
                    en levensloopbijdrage blijven ook onveranderd. Het pensioengevend inkomen als
                    genoemd in artikel 3.1 van het Pensioenreglement wijzigt bij de aankoop van
                    vakantie-uren niet mits wordt voldaan aan de voorwaarden van het besluit van 8
                    september 2008, CPP2008/1727M.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang zoals vermeld in lid 3 is in ieder
                    geval sprake indien toewijzing van het verzoek leidt tot ernstige
                    problemen:</al><lijst><li nr="A"><al>voor de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen
                            uren;</al></li><li nr="B"><al>op het gebied van veiligheid, of</al></li><li nr="C"><al>van roostertechnische aard.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4a:3 Inhouding op bezoldiging, eindejaarsuitkering,
                    vakantietoelage of urenvergoeding (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Dit lid biedt de mogelijkheid om de bezoldiging, eindejaarsuitkering,
                    vakantie-uitkering of de vergoeding voor extra te werken uren te verlagen in
                    ruil voor andere bestedingsmogelijkheden. In 2006 zijn de
                    bestedingsmogelijkheden o.a. een fietsregeling, de vakbondscontributie of een
                    vergoeding voor de kosten van woonwerkverkeer. Dit kan een fiscaal voordeel
                    opleveren voor de ambtenaar, als aan de fiscale voorwaarden wordt voldaan. In
                    ieder geval wordt door deze bepaling aan één van de voorwaarden van de
                    belastingdienst voldaan. Voorwaarde is namelijk dat er een basis in de
                    arbeidsvoorwaardenregeling is gelegd voor het inleveren van bezoldiging,
                    eindejaarsuitkering, vakantie-uitkering en vergoeding voor de verkoop van
                    vakantie-uren. </al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> In een lokaal te treffen regeling (bijvoorbeeld een fietsregeling, de
                    vakbondscontributie of een vergoeding voor de kosten van woonwerkverkeer) kunnen
                    de voorschriften en de voorwaarden worden vastgelegd, rekening houdend met de
                    fiscale randvoorwaarden.De lokale bezoldigingsverordening mag een dergelijke
                    tijdelijke verlaging van de bezoldiging niet in de weg staan.</al><tussenkop>Artikel 5a:1 Recht op uitkering (T)</tussenkop><al>In dit artikel wordt gesproken over de Aanvulling werkgever. Dit is een
                    aanvullende uitkering op de FPU-uitkering. Deze Aanvulling werkgever vormt samen
                    met de FPU-uitkering de gemeentelijke FPU-uitkering.</al><al>De Aanvulling werkgever komt volledig voor rekening van de werkgever.</al><al>In dit artikel staan de voorwaarden voor een Aanvulling werkgever.</al><al>Ten eerste moet ontslag zijn verleend op grond van artikel 8:11
                    (FPU-ontslag).Dit is het geval zodra het bestuur van de Stichting fonds
                    vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel en het bestuur van de
                    Stichting pensioenfonds ABP hebben vastgesteld dat er recht bestaat op een
                    uitkering op grond van de desbetreffende regeling (basis- en aanvullende
                    uitkering, respectievelijk de FPU-uitkering). Om voor een dergelijke uitkering
                    in aanmerking te komen moet er een ononderbroken diensttijd zijn van ten minste
                    10 jaar, direct voorafgaande aan het tijdstip van vervroegde uittreding,bij een
                    of meer werkgevers die zijn aangesloten bij het ABP.Voltijd of deeltijd maakt
                    daarbij geen verschil. Een onderbreking van twee maanden is toegestaan. Wel
                    geldt dat in de zes maanden direct voorafgaande aan de FPU, de ambtenaar
                    werknemer moet zijn geweest bij een werkgever die aangesloten is bij het
                    ABP.</al><al>De tweede voorwaarde is dat de ambtenaar niet reeds gebruikmaakt of heeft
                    gemaakt van de op 1 januari 2000 bestaande seniorenregelingen (de
                    56-jarigenregeling, de pré-VUT en de 60-jarigen-regeling). Een ambtenaar die op
                    1 januari 2000 deelneemt aan een van de genoemde regelingen,kan deze deelname
                    gewoon voortzetten. Een ambtenaar die op de genoemde datum tussen 55 en 65 jaar
                    oud is,kan kiezen tussen de oude regelingen en de nieuwe gemeentelijke FPU. Een
                    keuze voor het een betekent dat geen recht meer bestaat op het ander. De
                    ambtenaar die op de genoemde datum jonger is dan 55 jaar, heeft geen keuze en
                    kan uitsluitend gebruikmaken van de FPU Gemeenten (dit is niet in dit artikel
                    opgenomen,maar in artikel 5:6)</al><al>De derde voorwaarde is dat een ambtenaar die een 'FLO-functie ' vervult,geen
                    gebruik kan maken van de FPU Gemeenten.</al><al>Bij deelname aan de FPU Gemeenten vervallen de leeftijdsverlofdagen. Dit is
                    geregeld in artikel 6:2:1, zevende lid.</al><tussenkop>Artikel 5a:2 Berekeningsgrondslag (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> De aanpassing van de berekeningsgrondslag aan de salarisontwikkeling
                    (=indexatie) vindt plaats op een overeenkomstige wijze en op hetzelfde moment
                    als de indexatie van de FPU uitkering. Concreet betekent dit dat de
                    salarisontwikkeling in de sector gemeenten niet rechtstreeks doorwerkt in de
                    berekeningsgrondslag, maar via het gewogen gemiddelde van de salarisontwikkeling
                    van alle overheidssectoren. Op grond van de uitkomst van dit gewogen gemiddelde
                    indexeert het ABP jaarlijks - in beginsel per 1 januari - de FPU-uitkering.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Uit de definitie van berekeningsgrondslag volgt dat de berekeningsgrondslag voor
                    een voltijder even hoog is als voor een deeltijder. Om te bereiken dat de
                    toeslag voor een deeltijder een naar rato percentage bedraagt van de toeslag van
                    een voltijder is in het tweede lid geregeld dat de toeslag bij een
                    deeltijdbetrekking wordt vermenigvuldigd met de desbetreffende
                    deeltijdfactor.</al><tussenkop>Artikel 5a:3 Hoogte van de Aanvulling werkgever (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Anders dan bij de FPU-uitkering is de Aanvulling werkgever niet afhankelijk van
                    de mate van uittreden. Dit betekent dat wanneer een ambtenaar in stapjes
                    uittreedt de Aanvulling werkgever op het moment van het eerste deeltijdontslag
                    wordt vastgesteld en nadien niet meer wijzigt (er vindt wel een indexatie
                    plaats: zie artikel 5a:2). Per 1 juli 2006 zijn dit de percentages ‘Aanvulling
                    werkgever’. Partijen hebben hierover overeenstemming bereikt in de CAO
                    2005-2007. Voor de hoogte van de Aanvulling is de leeftijd van de ambtenaar op
                    31 december 2005 én het moment van uittreden belangrijk. Het in de tabel
                    genoemde aanvullingspercentage is de Aanvulling bij uittreden op spilleeftijd.
                    Later of eerder uittreden leidt tot een hogere respectievelijk lagere
                    uitkering.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Dit artikel regelt de in de wetgeving inzake VUT, prepensioen en levensloop
                    voorgeschreven actuariële herrekening van een uitkering bij later uittreden (Wet
                    aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie
                    levensloopregeling). Ook bij eerdere uittreding is afgesproken de uitkering
                    actuarieel te herrekenen. Uitgangspunt is de uitkering op de spilleeftijd (deze
                    uitkering is afhankelijk van de leeftijd van betrokkene op 31 december 2005). </al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> De spilleeftijd van de ambtenaar is de spilleeftijd zoals bedoeld in het
                    ‘hoofdlijnenakkoord inzake aanpassing ABP-regelingen aan VPL-wetgeving’ (zie
                    ledenbrief ) 18 juli 2005, MARZ/CvA/U200515077). </al><tussenkop>Artikel 5a:4 Aftopping aanvulling werkgever voor medewerkers die vanaf 1
                    juli 2006 gebruikmaken van de FPU Gemeenten (T)</tussenkop><al>Per 1 januari 2006 is de fiscale wetgeving voor vroegpensioenregelingen
                    (waaronder de FPU Gemeenten) gewijzigd. Onderdeel van deze wijziging is dat bij
                    uittreding na de spilleeftijd de uitkering geheel ten goede moet komen aan de
                    ambtenaar. Aftopping op 100% is mogelijk, maar het meerdere wordt doorgeschoven
                    naar het ouderdomspensioen van de ambtenaar. Wanneer men uittreedt vóór het
                    bereiken van de spilleeftijd dan kan er nog wel sprake zijn van aftopping op
                    90%. Op ieder moment dat er sprake is van uittreding (bij deeltijduittreden dus
                    op meerdere momenten) wordt bepaald of het uittreden vóór of ná de spilleeftijd
                    is. Voorbeeld: een ambtenaar gaat vóór zijn spilleeftijd 10% met FPU. Dan kan er
                    sprake zijn van een aftopping op 90%. Gaat hij vervolgens ná zijn spilleeftijd
                    voor nog 50% met FPU, dan is er geen sprake meer van een aftopping op 90%, maar
                    wordt er afgetopt op 100% en wordt het meerdere doorgeschoven naar het
                    ouderdoms- en nabestaandenpensioen vanaf 65 jaar. Het feit dat er bij de eerste
                    deeltijduitdiensttreding wel aftopping plaatsvond tot 90% is niet meer van
                    belang. De spilleeftijd van de ambtenaar is de spilleeftijd zoals bedoeld in het
                    ‘hoofdlijnenakkoord inzake aanpassing ABP-regelingen aan VPL-wetgeving’ (zie
                    ledenbrief ) 18 juli 2005, MARZ/CvA/U200515077). Tot vóór 1 juli 2006 kende de
                    FPU Gemeenten een afwijkende spilleeftijd ten opzichte van de spilleeftijd in
                    het hoofdlijnenakkoord. In de CAO 2005-2007 is invulling gegeven aan het
                    overgangsrecht FPU Gemeenten. Hierbij is onder andere aangesloten bij de
                    spilleeftijd in het hoofdlijnenakkoord. </al><tussenkop>Artikel 5a:4a Aftopping aanvulling werkgever voor medewerkers die in de
                    periode van 1 januari 2006 tot 1 juli 2006 gebruikmaken van de FPU Gemeenten
                    (T)</tussenkop><al>Per 1 januari 2006 is de fiscale wetgeving voor vroegpensioenregelingen
                    (waaronder de FPU Gemeenten) gewijzigd. Onderdeel van deze wijziging is dat bij
                    uittreding na de spilleeftijd de uitkering geheel ten goede moet komen aan de
                    ambtenaar. Aftopping op 100% is mogelijk, maar het meerdere wordt doorgeschoven
                    naar het ouderdomspensioen van de ambtenaar. Wanneer men uittreedt vóór het
                    bereiken van de spilleeftijd dan kan er nog wel sprake zijn van aftopping op
                    90%. </al><al>Op ieder moment dat er sprake is van uittreding (bij deeltijduittreden dus op
                    meerdere momenten) wordt bepaald of het uittreden vóór of ná de spilleeftijd is.
                    Voorbeeld: een ambtenaar gaat vóór zijn spilleeftijd 10% met FPU. Dan kan er
                    sprake zijn van een aftopping op 90%. Gaat hij vervolgens ná zijn spilleeftijd
                    voor nog 50% met FPU, dan is er geen sprake meer van een aftopping op 90%, maar
                    wordt er afgetopt op 100% en wordt het meerdere doorgeschoven naar het
                    ouderdoms- en nabestaandenpensioen vanaf 65 jaar. Het feit dat er bij de eerste
                    deeltijduitdiensttreding wel aftopping plaatsvond tot 90% is niet meer van
                    belang.</al><al>De spilleeftijd van de ambtenaar is de spilleeftijd zoals bedoeld in het
                    ‘hoofdlijnenakkoord inzake aanpassing ABP-regelingen aan VPL-wetgeving’ (zie
                    ledenbrief ) 18 juli 2005, MARZ/CvA/U200515077). Tot vóór 1 juli 2006 kende de
                    FPU Gemeenten een afwijkende spilleeftijd ten opzichte van de spilleeftijd in
                    het hoofdlijnenakkoord. In de CAO 2005-2007 is invulling gegeven aan het
                    overgangsrecht FPU Gemeenten. Hierbij is onder andere aangesloten bij de
                    spilleeftijd in het hoofdlijnenakkoord. </al><tussenkop>Artikel 5a:4b Aftopping aanvulling werkgever voor medewerkers die vóór 1
                    januari 2006 gebruikmaken van de FPU Gemeenten (T)</tussenkop><al>Dit artikel regelt de aftopping. Het af te toppen bedrag wordt voor het eerst
                    vastgesteld bij het eerste FPU-ontslag en vervolgens telkens bij een nieuw
                    FPU-ontslag. Als het totaalinkomen boven 90% van de berekeningsgrondslag
                    uitkomt, wordt het meerdere in mindering gebracht op de Aanvulling werkgever.
                    Een voorbeeld kan dit verduidelijken:</al><al>Een ambtenaar gaat op 56-jarige leeftijd met deeltijd-FPU-ontslag voor 20%. Hij
                    ontvangt dan 80% bezoldiging, een FPU-uitkering van 4,6% (willekeurig
                    percentage; dit moet bij het Abp worden opgevraagd) en een Aanvulling werkgever
                    van 8,9% (uit de tabel). Totaal: 93,5%. Er vindt dan een aftopping plaats tot
                    90%. De aftopping van 3,5% wordt in mindering gebracht op de Aanvulling
                    werkgever van 8,9% zodat een Aanvulling werkgever resteert van 5,4%. In totaal
                    bedraagt dan het inkomen: 80% (bezoldiging) en 4,6% (FPU-uitkering) en 5,4%
                    (Aanvulling werkgever). Totaal: 90%. Bij een volgend ontslag op grond van
                    artikel 8:11 wordt opnieuw beoordeeld of en welke aftopping aan de orde is. In
                    het vierde lid is geregeld dat een individueel bijverzekerde FPU-uitkering niet
                    wordt betrokken bij de aftopping.</al><al>In het vijfde lid is geregeld dat inkomsten die op of na het FPU-ontslag worden
                    verkregen uit verhoogde werkzaamheid (bijvoorbeeld een nieuwe baan) of nog
                    voortvloeien uit ziekte, in de betrekking voor het FPU-ontslag niet van invloed
                    zijn op de hoogte van de Aanvulling werkgever. Dergelijke inkomsten kunnen
                    krachtens het FPU-reglement leiden tot een vermindering van de FPU-uitkering.
                    Zonder lid 5 zou de situatie kunnen optreden dat deze vermindering van de
                    FPU-uitkering wordt gecompenseerd door een hogere Aanvulling werkgever.</al><tussenkop>Artikel 5a:5 Einde van het recht op een Aanvulling werkgever
                    (T)</tussenkop><al>Bij een ontslag om een andere reden dan FPU vervallen de (resterende)aanspraken
                    op de Aanvulling werkgever. Dit betekent dat als een ambtenaar enige tijd
                    gebruik heeft gemaakt van de FPU Gemeenten en vervolgens ontslag neemt of krijgt
                    (bijvoorbeeld vanwege een andere baan of arbeidsongeschiktheid), er geen beroep
                    kan worden gedaan op uitbetaling van de resterende FPU-toeslagen.</al><al>De Aanvulling werkgever is gekoppeld aan het recht op FPU.Dit betekent dat op
                    het moment dat er geen recht meer bestaat op de FPU (bij ouderdomspensioen of
                    overlijden), de Aanvulling werkgever stopt.</al><tussenkop>Artikel 5a:6 Pensioenopbouw (T)</tussenkop><al>Bij de invoering van de FPU Gemeenten is overeengekomen dat deelnemers aan de
                    regeling over de periode dat gebruik wordt gemaakt van de regeling,
                    pensioenopbouw moeten kunnen hebben. Deze pensioenopbouw moet uiteindelijk tegen
                    doorsneepremie en met de gebruikelijke premieverdeling tussen werkgever en
                    werknemer worden gerealiseerd. Op dit moment laat het ABP-pensioenreglement dit
                    niet toe. Tot het moment waarop dit wél mogelijk is, heeft de werkgever aan de
                    ambtenaar die gebruikmaakt van de regeling recht op een Vergoeding
                    pensioenpremie, ten laste van de werkgever, die overeenkomt met de
                    werkgeversbijdrage in de ABP-doorsneepremie die vereist is voor
                    20%pensioenopbouw over de FPU gedurende de periode dat van de regeling gebruik
                    wordt gemaakt. De Vergoeding pensioenpremie kan door de werknemer worden
                    gebruikt om zélf,op basis van artikel 16.3 van het
                    pensioenreglement,pensioenopbouw te verzekeren. Op grond van artikel 16.3 van
                    het pensioenreglement kan de ambtenaar vier jaar lang 50% pensioenopbouw
                    vrijwillig verzekeren. De premie hiervoor komt volledig voor rekening van de
                    werknemer (waarbij de eerdergenoemde werkgeversbijdrage op de volledige premie
                    in mindering kan worden gebracht). De werknemer is niet verplicht om de
                    werkgeversbijdrage te besteden aan een pensioenvoorziening op grond van artikel
                    16.3 van het pensioenreglement. Hij kan ook kiezen voor een andere
                    verzekeringsmaatschappij of een ander bestedingsdoel.</al><al>Een voorbeeld. Een ambtenaar treedt op 60-jarige leeftijd volledig uit op grond
                    van de FPU. Dit betekent dat er dan gedurende vijf jaar een volledige
                    FPU-uitkering is, samen met een Aanvulling werkgever. Op grond van dit artikel
                    is er een werkgeverbijdrage in de pensioenopbouw gedurende die vijf jaar die
                    overeenkomt met de werkgeversbijdrage in de doorsneepremie bij 20%
                    pensioenopbouw over die periode. Omdat de verdeling werkgever – werknemer in de
                    doorsneepremie 70% -30% is, komt dus 70% van de benodigde premie voor rekening
                    van de werkgever. Bij een doorsneepremie van bijvoorbeeld 12% zou de
                    werkgeversbijdrage in dit geval dus 12% x 20% x 70% bedragen, derhalve 1,68%. In
                    de situatie dat er sprake is van deeltijd-FPU-ontslag, is de werkgeversbijdrage
                    voor pensioenopbouw over het FPU-deel, uiteraard naar rato van het percentage
                    FPU-ontslag. Bij een FPU-ontslag van 30% en een doorsneepremie van bijvoorbeeld
                    12% bedraagt de werkgeversbijdrage in het kader van deze regeling dan 0,504%
                    (12% x 20% x 70% x 30%). </al><tussenkop>Artikel 5a:7 Lokaal beleid (T)</tussenkop><al>Gebruik maken van de FPU Gemeenten is een recht voor de ambtenaar. Op lokaal
                    niveau kan de werkgever het gebruik beïnvloeden door op maat gesneden
                    faciliteiten aan te bieden die een werknemer kan stimuleren dan wel weerhouden
                    om een beroep op de regeling te doen.Te denken valt aan enerzijds
                    scholingsfaciliteiten, taakverlichting en extra verlof of anderzijds een extra
                    financiële prikkel tot FPU-ontslag. Hiervoor is op lokaal niveau 0,1% van de
                    loonsom beschikbaar. Op lokaal niveau wordt een regeling opgesteld op welke
                    wijze de werkgever dit budget kan inzetten. Hierover dient overeenstemming te
                    bestaan in het georganiseerd overleg dan wel de ondernemingsraad.</al><tussenkop>Artikel 5a:9 Pensioenopbouw bij afloop loopbaan (T)</tussenkop><al>Dit artikel is de basis voor artikel 3.5 van het pensioenreglement. Het artikel
                    regelt dat bij teruggang in salaris na de leeftijd van 55 jaar de pensioenopbouw
                    gebaseerd blijft op de oude inschaling. Op de oude salarisschaal, die voor de
                    pensioenopbouw van de ambtenaar blijft gelden, wordt de in de CAO afgesproken
                    salarisverhoging toegepast. </al><al>Teruggang in functieschaal en mogelijk ook teruggang in salaris bij afbouw van
                    de loopbaan vanaf 55 jaar wordt, slechts in overleg met de ambtenaar, mogelijk
                    gemaakt door artikel 3:1, lid 7. </al><al>Wanneer een ambtenaar van 55 jaar of ouder in een andere gemeente een functie
                    met een lagere functieschaal betrekt en hierdoor teruggaat in salaris, blijft de
                    grondslag voor de pensioenopbouw slechts dan ongewijzigd als de wisseling van
                    functie voortkomt uit het seniorenbeleid van de oude werkgever. </al><al>Wanneer een ambtenaar in het kader van seniorenbeleid naast het accepteren van
                    een lagere functie ook een (kleinere) deeltijdfactor accepteert, dan wordt de
                    pensioenopbouw naar rato gecontinueerd op basis van de oude salarisschaal. </al><al>Is sprake van afbouw van de loopbaan door vermindering van de formele
                    arbeidsduur, zonder dat sprake is van een nieuwe functie, dan blijft de
                    pensioengrondslag ongewijzigd, omdat voor de ambtenaar geen lagere functieschaal
                    gaat gelden. Artikel 5a:9 is in dat geval niet van toepassing. De gevolgen voor
                    de reeds opgebouwde pensioenrechten zijn in deze situatie niet aanwezig. De
                    pensioengrondslag wijzigt namelijk niet; op de pensioenberekening wordt slechts
                    – voor de laatste jaren – een deeltijdfactor losgelaten.</al><tussenkop>Artikel 6:1:1 Vakantieverlening (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Dit artikellid heeft als uitgangspunt dat vakantie op verzoek van de ambtenaar
                    wordt verleend. Anders dan hetgeen in het BW is bepaald, vervallen de aanspraken
                    op niet opgenomen vakantiedagen niet. </al><al>Mede ter voorkoming van verlofstuwmeren kan het college in de algemene regels
                    met betrekking tot de duur van de vakantie (artikel 6:2:1, eerste lid) ook
                    aangeven welke gedragslijnen worden gehanteerd wanneer het vakantieverlof van
                    enig jaar niet in zijn geheel is genoten. De mogelijkheid om niet-genoten
                    verlofuren door te schuiven naar een volgend jaar zijn beperkt tot die gevallen
                    zoals genoemd in de artikelen 6:2:4, eerste lid, en 6:2:6 UWO. In het geval dat
                    het dienstbelang zich tegen het verlenen van vakantie verzet en hierdoor de
                    vakantie in dat kalenderjaar geheel of gedeeltelijk niet is toegekend, wordt de
                    niet-genoten vakantie zo veel mogelijk in het eerstvolgend kalenderjaar verleend
                    (artikel 6:2:4, eerste lid). Wanneer vakantie niet is verleend op gronden
                    genoemd in artikel 6:2:6 (op verzoek, wegens ziekte of herhalingsoefening
                    militaire dienst), wordt de niet-genoten vakantie in principe toegekend in het
                    volgend kalenderjaar. Op verzoek van de ambtenaar kunnen over het tijdstip van
                    opname ook andere afspraken worden gemaakt.</al><tussenkop>Artikel 6:2 Duur vakantie (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Het aantal vakantiedagen is vermenigvuldigd met de factor 7,2.</al><al>Indien de ambtenaar is ingeroosterd voor meer of minder dan 7,2 uur per dag, zal
                    het verlof met het aantal ingeroosterde uren waarop de ambtenaar verlof wil
                    genieten, worden verminderd.</al><al>De situatie kan zich voordoen dat een ambtenaar gedurende de weken dat hij voor
                    42 uren is ingeroosterd, verlof wil. Dit kost de ambtenaar relatief veel
                    verlofuren. Daar tegenover staat dat, als de ambtenaar verlof wil in weken
                    waarbij zijn feitelijke arbeidsduur slechts 30 uur bedraagt, het verlof slechts
                    met relatief minder uren wordt verminderd.</al><al>Indien, als gevolg van verlof in weken met een feitelijke arbeidsduur van 42
                    uur, de ambtenaar bijvoorbeeld slechts weinig verlofuren resteert, kan het de
                    ambtenaar worden toegestaan om gedurende de weken dat hem een feitelijke
                    arbeidsduur van minder dan 36 uur is opgedragen, deze arbeidsduur te realiseren
                    over minder dan vijf dagen waardoor de ambtenaar aaneengesloten vrije tijd kan
                    creëren.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Een ambtenaar kan verzoeken in enig jaar maximaal 50,4 uur op jaarbasis (bij een
                    volledige betrekking) meer te werken dan de maximale arbeidsduur van 1836 uur
                    die uit artikel 4:1 voortvloeit. Voor een deeltijder geldt een naar
                    evenredigheid aantal uren als maximum. Toekenning van dit verzoek geeft de
                    ambtenaar recht op een gelijk aantal extra vakantie-uren. Dit verzoek dient
                    betrokkene in vóór 1 november (tenzij anders geregeld) in het jaar voorafgaande
                    aan het kalenderjaar waarvoor het verzoek geldt. Niet voor niets is hiervoor de
                    zelfde formulering gekozen als in de artikelen 4a:1, eerste lid, en artikel
                    4a:2, eerste lid (het verzoek tot verkoop dan wel koop van vakantie-uren). Gelet
                    op de samenhang met het cafetariamodel ligt het voor de hand dat het college bij
                    de toewijzing van de verzoeken rekening houdt met alle mutaties van het verlof,
                    te weten:</al><lijst><li nr="-"><al>extra vakantie-uren op basis van dit artikel;</al></li><li nr="-"><al>verkoop van vakantie-uren op basis van artikel 4a:1;</al></li><li nr="-"><al>koop van vakantie-uren op basis van artikel 4a:2.</al></li></lijst><al>Op basis van het totaalbeeld van de effecten van alle verzoeken kan worden
                    bezien in hoeverre sprake is van ernstige problemen van organisatorische dan wel
                    roostertechnische aard.</al><al>Verder is het ook mogelijk om verlofuren die op grond van artikel 3:2:1 het
                    gevolg zijn van de vergoeding van overwerk om te zetten in vakantie-uren.
                    Overigens is dit omzetten niet onbeperkt. De som van het aantal uren op grond
                    van artikel 3:2:1, tweede lid, en het aantal uren op grond van artikel 6:2,
                    tweede lid is maximaal 50,4 uren.</al><al>Voor deeltijders geldt steeds een aantal uren naar rato van de
                    deeltijdfactor.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zoals vermeld in het derde lid is
                    in ieder geval sprake indien toekenning van het verzoek leidt tot ernstige
                    problemen:</al><lijst><li nr="a"><al>van organisatorische aard;</al></li><li nr="b"><al>van roostertechnische aard.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 6:2:1 Nadere regels (T)</tussenkop><al><vet>Lid 2</vet></al><al>In dit artikellid is aangegeven dat de basisverlofduur voor deeltijders naar
                    rato moet worden vastgesteld. Uitgangspunt hierbij vormt de formele arbeidsduur
                    op jaarbasis. Dit is de arbeidsduur overeenkomstig de aanstelling. De minimale
                    duur van de vakantie voor ambtenaren met een volledige betrekking is vastgelegd
                    in artikel 6:2 CAR. Dit betekent dat voor een deeltijder met een formele
                    arbeidsduur van 24 uur per week het aantal verlofuren ten minste 24/36 x 158,4 =
                    105,6 uur per kalenderjaar bedraagt.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Door middel van een lokale regeling voorziet het college ten aanzien van (een
                    groep) ambtenaren in een vermeerdering van de vakantie op grond van volbrachte
                    diensttijd, bereikte leeftijd dan wel beide. Per extra verlofdag dient het
                    basisverlof voor een voltijder met 7,2 uur te worden vermeerderd. Een werknemer
                    met bijvoorbeeld drie leeftijdverlofdagen heeft derhalve 21,6 uur verlof bovenop
                    het basisverlof van ten minste 158,4 uur per kalenderjaar. Bij een deeltijder
                    wordt het extra aantal verlofdagen naar rato vastgesteld.</al><al>In het arbeidsvoorwaardenakkoord 1995-1997 (kenmerk ARZ/507630) is het lokale
                    overleg geadviseerd om twee leeftijdverlofdagen voor nieuw indiensttredend
                    personeel te laten vervallen. Ook in het geval dat iemand de ene gemeentelijke
                    werkgever verruilt voor een andere gemeentelijke werkgever vervallen deze
                    leeftijdverlofdagen.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Dit artikellid bepaalt dat ambtenaren die op onregelmatige tijdstippen werken en
                    ambtenaren die zich buiten de voor hun betrekking vastgestelde werktijden ter
                    beschikking houden, aanspraak hebben op extra verlof. Voorwaarde hierbij is wel
                    dat het onregelmatige arbeidspatroon van de ambtenaar dan wel de evengenoemde
                    plicht zich beschikbaar te houden, regelmatig en in belangrijke mate geldt.</al><tussenkop>Artikel 6:2:2 Aaneengesloten periode (T)</tussenkop><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Ten aanzien van de mogelijkheid die de tweede volzin van dit aan de ambtenaar
                    geeft om voor bepaalde gelegenheden verlof op te nemen, mag van de ambtenaar
                    redelijkerwijs worden verwacht dat de werkgever zo vroeg mogelijk op de hoogte
                    wordt gesteld van het voornemen om verlof op deze gronden op te nemen.</al><tussenkop>Artikel 6:2:3 Vakantieopbouw tijdens ziekte, arbeidsongeschiktheid en
                    andere redenen van afwezigheid (T)</tussenkop><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Dit artikellid richt zich op ambtenaren die niet gedurende het gehele jaar een
                    betrekking vervullen, bijvoorbeeld ten gevolge van non-activiteit, (on)betaald
                    verlof of schorsing. Vermindering van de duur van de vakantie vindt plaats over
                    het lopende kalenderjaar en eventueel over een volgend kalenderjaar. Ingeval van
                    ziekte en militaire dienst geldt lid 3 van dit artikel.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Onder a wordt bepaald dat bij afwezigheid wegens zwangerschap en bevalling of
                    ziekte die niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar is te wijten, geen
                    vermindering wordt toegepast gedurende de laatste zes maanden van de periode van
                    afwezigheid. Of er een vermindering plaatsvindt, kan pas na afloop van de
                    periode van afwezigheid worden vastgesteld.</al><al>Indien de ambtenaar voor ten hoogste 55% van de voor hem vastgestelde werktijd
                    wegens ziekte verhinderd is zijn betrekking te vervullen (ofwel voor 45% of meer
                    arbeidsgeschikt), dan vindt de vermindering niet plaats. Indien betrokkene
                    gebruikmaakt van een seniorenregeling, moet dit percentage genomen worden van de
                    werktijd zoals die voor hem geldt na toepassing van de seniorenregeling. Dit
                    betekent dat voor een zieke senior wordt uitgegaan van de
                    seniorenarbeidsduur.</al><al>Tijdvakken gedurende welke hieraan wordt voldaan, blijven derhalve buiten
                    beschouwing voor de vermindering. Bovendien wordt bepaald dat de periode van zes
                    maanden opnieuw gaat tellen na een periode van volledig herstel gedurende ten
                    minste vier weken.</al><al>Geadviseerd wordt om de beperking van de vakantieopbouw tijdens ziekte omwille
                    van de eenvoud zodanig toe te passen dat deze vermindering wordt uitgedrukt in
                    maanden. Enkele voorbeelden ter illustratie:</al><lijst><li nr="-"><al>indien betrokkene zeven maanden volledig ziek is, vindt er gedurende zes
                            maanden vakantieopbouw plaats, 1/12 van het aantal verlofuren wordt
                            gekort;</al></li><li nr="-"><al>bij een ziekte van vijf maanden, gevolgd door een periode van vijf
                            maanden gedurende welke sprake is van de arbeidsgeschiktheid van 50%,
                            vindt gedurende de gehele periode de volledige vakantieopbouw
                            plaats;</al></li><li nr="-"><al>indien de ziekte negen maanden duurt waarbij gedurende twee maanden
                            sprake is van arbeidsongeschiktheid van 50%, wordt het aantal
                            vakantiedagen met 1/12 gekort;</al></li><li nr="-"><al>bij een ziekte van twee maanden, gevolgd door een periode van volledig
                            herstel gedurende vijf weken waarna een periode van ziekte volgt van
                            zeven maanden, wordt het aantal vakantiedagen met 1/12 gekort.</al></li></lijst><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Indien een ambtenaar wegens ziekte slechts gedeeltelijk werkt, bijvoorbeeld voor
                    halve dagen, en hij in deze periode vakantiedagen wil opnemen, dan gelden deze
                    dagen als volle vakantiedagen, met andere woorden: er dient dan het aantal uren
                    van zijn vakantietegoed te worden afgeschreven alsof de ambtenaar volledig
                    werkt.</al><al>Onder het gedeeltelijk hervatten van werk wordt niet het werken op
                    therapeutische basis verstaan. Therapeutisch werk wordt namelijk gelijkgesteld
                    met ziekte. Indien betrokkene bij therapeutisch werk vakantie wil opnemen, dan
                    behoeft derhalve geen verlof van de verlofkaart te worden afgeschreven.</al><al><vet>Lid 5</vet></al><al>Voor vakantie-uren die niet zijn opgenomen bij ontslag krijgt de ambtenaar een
                    vergoeding. Het uurloon bedraagt 1/156 van het - voor deeltijders naar een
                    volledige betrekking herberekend - salaris van de ambtenaar per maand (artikel
                    1:1, eerste lid, sub o van de CAR). Het salaris is het bedrag van de schaal
                    welke aan de ambtenaar is toegekend of, indien voor de betrekking een vast
                    bedrag geldt, dit bedrag (zie artikel 3:1, tweede lid onder b CAR).</al><al>Op de vergoedingen worden naast sociale zekerheidspremies, Zvw-bijdragen en
                    loonheffing ook ABP-premies ingehouden.</al><tussenkop>Artikel 6:2:4 Niet genoten vakantie wegens dienstbelang (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Dit artikellid regelt dat de toekenning van de niet-verleende vakantie om
                    redenen van dienstbelang niet op de lange baan wordt geschoven. De vakantie
                    dient uiterlijk voor het einde van het tweede volgend kalenderjaar te worden
                    verleend. Dit betekent echter niet dat de vakantie na twee jaar is
                    verjaard.</al><tussenkop>Artikel 6:2:5 Intrekking (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Dit artikellid bepaalt dat indien op een bepaalde werkdag slechts gedeeltelijk
                    vakantie wordt genoten omdat de verleende vakantie wordt ingetrokken, de genoten
                    vakantie-uren als niet verleend worden beschouwd.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Alleen de geldelijke schade ten gevolge van het intrekken van vakantie wordt
                    vergoed, er vindt derhalve geen vergoeding plaats van immateriële schade.</al><al>Bij geldelijke schade kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de huur van een
                    vakantiehuisje dat niet betrokken kan worden of de kosten van vliegtickets waar
                    geen gebruik van gemaakt kan worden.</al><tussenkop>Artikel 6:2:6 Niet verleende vakantie (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Het op een van de in dit lid genoemde gronden niet genoten verlof wordt in een
                    volgend kalenderjaar verleend, tenzij het belang van de dienst of de belangen
                    van de andere ambtenaren zich daartegen verzetten. Doet zich de situatie niet of
                    niet langer voor, dan kan het nog niet genoten verlof worden geëffectueerd met
                    inachtneming van de beperking zoals verwoord in lid 3.</al><al>Deze bepaling geeft overigens niet de bevoegdheid niet opgenomen verlof-uren te
                    schrappen (met uitzondering van het bepaalde in artikel 6:2:3, tweede lid).</al><al>Het is mogelijk dat een ambtenaar gedurende zijn ziekte een bepaalde tijd
                    doorbrengt buiten zijn woonplaats, zonder dat daartegen uit medisch oogpunt
                    bezwaren bestaan of omdat men daarvan verwacht dat dit een heilzame uitwerking
                    zal hebben.</al><al>Als voorwaarde kan worden gesteld dat de ambtenaar moet kunnen aantonen,
                    bijvoorbeeld door middel van een verklaring van de behandelend of controlerend
                    arts, dat hij gedurende die periode nog niet genezen was en dat er uit medisch
                    oogpunt geen bezwaren bestonden tegen zijn afwezigheid dan wel dat er een
                    heilzame uitwerking werd verwacht.</al><al>Er wordt tijdens deze periode geen verlof opgenomen. Gedurende ziekte geniet de
                    ambtenaar namelijk ziekteverlof gedurende welke niet nog eens verlof uit andere
                    hoofde kan worden opgenomen.</al><al>Indien de ambtenaar wegens ziekte slechts een gedeelte van zijn arbeid kan
                    verrichten en vakantie opneemt, geldt artikel 6:2:3, vierde lid.</al><al>Indien het aantal naar een volgend kalenderjaar over te boeken verlofuren
                    slechts een gering aantal betreft - het college dient dan in een besluit te
                    bepalen hoeveel - kan een verzoek tot overboeking achterwege blijven. Het
                    overboeken geschiedt dan automatisch. Daarbij kan het college tevens stipuleren
                    dat dit aantal verlofdagen vóór een bepaalde datum moet worden opgenomen. Het
                    spreekt vanzelf dat over een dergelijke nadere regelgeving plaatselijk overleg
                    dient te worden gevoerd.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Dit artikellid heeft betrekking op situaties dat de ambtenaar ziek wordt tijdens
                    zijn vakantie. Het aannemelijk maken kan bestaan uit het overleggen van een
                    verklaring van een arts of van een op verleende geneeskundige hulp betrekking
                    hebbende rekening. De ambtenaar moet zich zo spoedig mogelijk ziek melden.
                    Indien het onmogelijk is dit bij aanvang van de ziekte te doen, is het voldoende
                    dat hij achteraf aantoont dat hij ziek was.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Dit artikellid vormt een beperking op de mogelijkheid van het opnemen van het op
                    grond van lid 1 naar een volgend kalenderjaar overgeboekt vakantieverlof. Een
                    ambtenaar met bijvoorbeeld recht op 187,2 uren vakantieverlof kan, wanneer op
                    zijn verzoek dit verlof in zijn geheel wordt overgeboekt naar een volgend
                    kalenderjaar, nooit meer dan 1,5 x 187,2 = 280,8 uur verlof opnemen (tenzij op
                    verzoek van de ambtenaar uitdrukkelijk anders is beslist). De dan nog resterende
                    verlofuren worden vervolgens naar het volgende kalenderjaar doorgeschoven.</al><tussenkop>Artikel 6:3 Aanspraak vakantietoelage (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Het eerste lid bepaalt dat de ambtenaar geen aanspraak heeft op vakantietoelage
                    gedurende de periode dat betrokkene geen aanspraak heeft op bezoldiging
                    (bijvoorbeeld tijdens een periode van non-activiteit). Voor de berekening van
                    een evenredig deel van de vakantietoelage wordt de maand gesteld op 30
                    dagen.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>In het tweede lid wordt bepaald dat de vakantietoelage per kalendermaand wordt
                    berekend over de in die maand geldende bezoldiging. De omschrijving van het
                    begrip bezoldiging in artikel 3:1, tweede lid, onderdeel c, leidt ertoe dat ook
                    over de in de bezoldigingsregeling genoemde toelagen vakantietoelage berekend
                    dient worden. Een onkostenvergoeding wordt niet gerekend tot de toelagen. De
                    minimum vakantietoelage bedraagt € 146,65 per maand.</al><tussenkop>Artikel 6:3:1 Uitbetaling vakantietoelage (T)</tussenkop><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Dit artikellid bepaalt onder andere dat indien een deel van de bezoldiging wordt
                    ingehouden in geval van een disciplinaire maatregel of een schorsing, over deze
                    periode geen vakantietoeslag wordt uitbetaald. Voorwaarde is wel dat dit
                    expliciet bij de strafoplegging of schorsing is bepaald. Is dat niet dat geval,
                    dan ontvangt betrokkene een vakantietoeslag over dat deel van de bezoldiging dat
                    niet is ingehouden.</al><tussenkop>Artikel 6:4 Buitengewoon verlof (T)</tussenkop><al/><al><cursief>Algemeen</cursief> De Wet arbeid en zorg (Waz) is per 1 december 2001
                    in werking getreden (Stb. 2001, 567) en is van toepassing op werknemers en
                    ambtenaren. Het doel van de Waz is werknemers en ambtenaren in de gelegenheid te
                    stellen betaald werk te combineren met zorgtaken. In de Waz zijn daarom regels
                    gesteld omtrent diverse vormen van verlof, zoals calamiteiten- en
                    kortverzuimverlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof, verlof bij adoptie en
                    pleegzorg, kraamverlof, ouderschapsverlof en kortdurend zorgverlof. De
                    bepalingen van de Waz zijn niet opgenomen in de CAR en de UWO; dit is niet nodig
                    omdat de wet rechtstreeks van toepassing is op gemeenteambtenaren. In de CAR en
                    de UWO zijn alleen die aangelegenheden geregeld die afwijken van de wet of
                    aanvullende aanspraken bieden. Incidenteel is omwille van de leesbaarheid van de
                    regeling een bepaling uit de Waz overgenomen. </al><al><vet>Lid 1</vet></al><al> In het eerste lid is, onder verwijzing naar de Waz, geregeld dat de ambtenaar
                    die calamiteiten-, ander kort verzuim- of kraamverlof geniet, aanspraak heeft op
                    doorbetaling van zijn bezoldiging.</al><al><cursief>Calamiteiten- en ander kortverzuimverlof</cursief>De ambtenaar heeft op
                    grond van de Waz recht op calamiteiten- en ander kort verzuimverlof wanneer hij
                    zijn arbeid niet kan verrichten wegens:</al><lijst><li nr="a"><al>zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden;</al></li><li nr="b"><al>een door wet of overheid, zonder geldelijke vergoeding, opgelegde
                            verplichting, waarvan de invulling niet in zijn vrije tijd kon
                            plaatsvinden;</al></li><li nr="c"><al>de uitoefening van het actief kiesrecht.</al></li></lijst><al>Ad a In de Waz is bepaald dat onder zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden
                    in elk geval begrepen worden:</al><lijst><li nr="-"><al>de bevalling van de echtgenote, de geregistreerde partner of de persoon
                            met wie de werknemer ongehuwd samenwoont;</al></li><li nr="-"><al>het overlijden en de lijkbezorging van een van zijn huisgenoten of een
                            van zijn bloed- en aanverwanten in de rechte lijn en in de tweede graad
                            van de zijlijn.</al></li></lijst><al>Deze opsomming is niet limitatief. Dit betekent dat onder zeer bijzondere
                    persoonlijke omstandigheden ook andere gebeurtenissen kunnen worden begrepen.
                    Een voorbeeld hiervan is plotselinge ziekte van kinderen. </al><al>Ad b Hierbij kan worden gedacht aan het doen van aangifte van geboorte of
                    overlijden. </al><al><cursief>Kraamverlof</cursief>De ambtenaar heeft op grond van de Waz na de
                    bevalling van de echtgenote, de geregistreerde partner, de persoon met wie hij
                    ongehuwd samenwoont of degene van wie hij het kind erkent, recht op twee dagen
                    verlof op dagen waarop hij gewoonlijk arbeid pleegt te verrichten. Het recht op
                    verlof bestaat gedurende een tijdvak van vier weken. Dit tijdvak gaat in vanaf
                    de eerste dag dat het kind feitelijk op hetzelfde adres als de moeder woont. De
                    twee dagen kraamverlof hoeven niet aaneensluitend opgenomen te worden.</al><al><cursief>Meldingsprocedure</cursief>In de Waz is een regeling getroffen inzake
                    de meldingsverplichting van de ambtenaar bij opname van calamiteiten- en ander
                    kort verzuimverlof of kraamverlof. De ambtenaar moet voordat hij calamiteiten-
                    en ander kort verzuimverlof of kraamverlof wil opnemen de werkgever melden dát
                    hij verlof wil opnemen en waarom hij verlof wil opnemen. In geval van acute
                    noodsituaties zal dit niet altijd mogelijk zijn; in die gevallen meldt de
                    werknemer het opnemen van het verlof zo spoedig mogelijk aan de werkgever, onder
                    opgave van redenen. De werkgever mag achteraf van de ambtenaar verlangen dat hij
                    aannemelijk maakt dat hij zijn arbeid niet heeft kunnen verrichten vanwege een
                    calamiteit of een situatie die noodzaakte tot kort verzuim of het opnemen van
                    kraamverlof. </al><al><cursief>Samenloop van calamiteiten- en kort verzuimverlof met
                        kraamverlof</cursief>De bevalling van de partner levert een grond op om kort
                    verzuimverlof op te nemen. In beginsel zal het verlof dan één dag bedragen. De
                    ambtenaar kan dan eventueel aansluitend twee dagen kraamverlof opnemen.</al><al><cursief>Samenloop van calamiteiten- en kort verzuimverlof met kortdurend
                        zorgverlof</cursief>De Waz regelt niet precies de duur van het calamiteiten
                    – en ander kort verzuimverlof, maar bepaalt dat het gaat om een korte naar
                    billijkheid te berekenen tijd. Daarom heeft de wetgever het noodzakelijk geacht
                    om een regeling te treffen over samenloop tussen de diverse verlofvormen. Het is
                    immers mogelijk dat een situatie zowel voldoet aan de voorwaarden voor
                    calamiteitenverlof als aan de voorwaarden voor kortdurend zorgverlof. In dat
                    geval zou het voor de ambtenaar aantrekkelijk kunnen zijn om voor
                    calamiteitenverlof te kiezen omdat dit verlof verleend wordt met behoud van de
                    volledige bezoldiging. In artikel 5:8 Waz is daarom bepaald dat indien zowel is
                    voldaan aan de voorwaarden voor het calamiteitenverlof, als aan de voorwaarden
                    voor het kortdurend zorgverlof, het calamiteitenverlof na één dag eindigt.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Het tweede lid bepaalt dat een nadere regeling vastgesteld dient te worden,
                    inzake de mogelijkheid in andere dan in het eerde lid genoemde gevallen
                    buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging te verlenen. De UWO bevat een
                    dergelijke regeling (artikel 6:4:1).</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> Het derde lid stelt dat er ook een regeling getroffen dient te worden die
                    aanspraak op vakbondsverlof regelt (artikel 6:4:2).</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al> In het geval er tijdens non-activiteit elders pensioen wordt opgebouwd, is het
                    verhaal van de VUT-fonds-premie zowel het werkgevers- als het werknemersaandeel.
                    Omdat er elders pensioen wordt opgebouwd, vindt er géén verhaal plaats van
                    ABP-ouderdoms- en ABP-nabestaandenpensioenpremie. Omdat betrokkene verzekerd
                    blijft voor de bovenwettelijke IP-regeling, blijft de volledige
                    invaliditeitspensioenpremie verschuldigd. Bij het verhaal van deze premie wordt
                    er van uitgegaan alsof er géén verlof is.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al><extref doc="/cvdr/images/Harderwijk/i221663.pdf">pdf10</extref></al></entry><entry colname="col2"><al>Overzicht graden van bloed- en aanverwantschap</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Artikel 6:4:1 Buitengewoon verlof (T)</tussenkop><al>Onder huwelijksdag wordt verstaan de dag dat het burgerlijk huwelijk wordt
                    voltrokken.</al><tussenkop>Artikel 6:4:1a Langdurend zorgverlof (T)</tussenkop><al/><al><vet><cursief>Algemeen</cursief></vet> Op 1 juni 2005 is de Wet arbeid en zorg
                    gewijzigd in verband met het tot stand brengen van een recht op langdurend
                    zorgverlof (Stb. 2005, 275). De Waz is van toepassing op werknemers en op
                    ambtenaren.</al><al>De ambtenaar heeft recht op langdurend zorgverlof voor de verzorging van de
                    volgende naasten:</al><lijst><li nr="a"><al>de echtgenoot, de geregistreerde partner, of de persoon met wie de
                            ambtenaar ongehuwd samenwoont;</al></li><li nr="b"><al>het eigen kind, een kind van de onder a genoemde personen, een pleegkind
                            als bedoeld in 5:1 lid 1, onderdeel d van de Waz; </al></li><li nr="c"><al>een bloedverwant in de eerste graad van de ambtenaar.</al></li></lijst><al>Er is recht op langdurig zorgverlof ingeval de naaste voor wie gezorgd wordt
                    levensbedreigend ziek is. Hieronder wordt verstaan dat het leven van de naaste
                    op korte termijn ernstig in gevaar is.</al><al>Het recht op langdurend zorgverlof bedraagt in elke achtereenvolgende periode
                    van 12 kalendermaanden maximaal zes maal de arbeidsduur per week. De
                    standaardvorm voor langdurend zorgverlof is dat de werknemer gedurende 12 weken
                    verlof opneemt voor de helft van zijn betrekking. De ambtenaar kan de werkgever
                    verzoeken om meer verlof per week op te nemen gedurende minder dan 12 weken. Ook
                    is spreiding van het verlof over meer weken mogelijk; hieraan is een maximum
                    verbonden van 18 weken.</al><al>De Waz bepaalt dat de aanvraag voor het verlof tenminste twee weken voor de
                    beoogde ingangsdatum schriftelijk ingediend moet worden. De ambtenaar geeft
                    hierbij aan wat de reden van het verzoek om verlof is en voor wie gezorgd zal
                    gaan worden. Bij de verlofaanvraag geeft de ambtenaar ook aan hoe hij het verlof
                    wil opnemen en wat de ingangsdatum is.</al><al>De werkgever moet uiterlijk een week voor de beoogde ingangsdatum van het verlof
                    op het verzoek beslissen; laat de werkgever dit na dan gaat het verlof in op de
                    door de ambtenaar aangevraagde wijze. De werkgever kan het langdurend zorgverlof
                    weigeren ingeval van zodanig zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang dat het
                    belang van de ambenaar daarvoor op grond van redelijkheid en billijkheid moet
                    wijken. Zo die situatie zich voordoet moet de werkgever in overleg treden met de
                    ambtenaar; zodoende kan bezien worden of een andere invulling van het langdurig
                    zorgverlof tot de mogelijkheden behoort.</al><al>Het verlof eindigt door het verstrijken van de periode waarvoor het verlof is
                    verleend. Indien de naaste tijdens het verlof overlijdt of niet meer
                    levensbedreigend ziek is, eindigt het verlof de dag volgend op de dag waarop
                    deze omstandigheid zich heeft voorgedaan.</al><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Het wettelijk recht op langdurend zorgverlof is onbetaald. In dit lid is
                    geregeld dat de ambtenaar recht heeft op doorbetaling van 50% van zijn
                    bezoldiging over de uren dat hij langdurend zorverlof geniet. Het inkomen
                    gedurende het langdurend zorgverlof kan worden aangevuld met het opgebouwde
                    spaartegoed uit de levensloopregeling. De voorwaarden hiervoor zijn opgenomen in
                    hoofdstuk 6a.</al><al><vet>Lid 2 tot en met 7</vet></al><al> Ten aanzien van de opbouw van vakantie-uren en vakantietoelage geldt een
                    vergelijkbare regeling als bij het ouderschapsverlof. Ziekte schort het
                    langdurend zorgverlof niet op. Ingeval van samenloop tussen langdurend
                    zorgverlof en ziekte heeft de ambtenaar na 7 kalenderdagen ziekte aanspraak op
                    zijn volledige bezoldiging, wordt de vermindering van de duur van de vakantie
                    beëindigd en vindt de opbouw van de vakantietoelage weer plaats op basis van de
                    volledige bezoldiging. </al><tussenkop>Artikel 6:4:2 Vakbondsverlof (T)</tussenkop><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Zie lid 5 ten aanzien van het maximum van het verlof.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid om aan 'kaderleden' van de vakverenigingen van
                    ambtenaren verloffaciliteiten te verlenen. De vakverenigingen zelf bepalen wie
                    er kaderlid is. Om van de verloffaciliteiten gebruik te kunnen maken, is het dus
                    noodzakelijk dat de ambtenaar door de bond waarbij hij is aangesloten aangewezen
                    is als kaderlid. De werkgever kan verlangen dat door middel van verslagen of
                    uitnodigingen verantwoording wordt afgelegd over het verlof.</al><al>Er is een maximum verbonden aan het verlof, zie ook lid 4 en 5.</al><al><vet>Lid 7</vet></al><al>Er wordt alleen verlof verleend voor de voorvergadering en de vergadering zelf.
                    Voor de voorbereiding van de vergadering en werkzaamheden ten gevolge van de
                    vergadering wordt geen verlof verleend.</al><al><vet>Lid 8</vet></al><al>Aangezien het hier een regeling betreft met maximumaanspraken, zal het nodig
                    zijn dat in goed overleg met de vakorganisaties plaatselijk in de
                    uitvoeringsregeling inhoud wordt gegeven aan het verlenen van het bijzonder
                    verlof. Hierbij ligt het in de rede dat rekening wordt gehouden met de lokale
                    omstandigheden, zoals de gemeentegrootte, de personeelsbezetting, het aantal in
                    de vakorganisaties actieve leden etc. Een nadere regeling kan bijvoorbeeld
                    voorkomen dat steeds (terecht of onterecht) bijzonder verlof wordt geweigerd op
                    grond van het dienstbelang.</al><tussenkop>Artikel 6:4:3 Kortdurend zorgverlof (T)</tussenkop><al/><al><vet>Algemeen</vet> De Wet arbeid en zorg (Waz) is per 1 december 2001 in
                    werking getreden (Stb. 2001, 567) en is van toepassing op werknemers en
                    ambtenaren. Het doel van de Waz is werknemers en ambtenaren in de gelegenheid te
                    stellen betaald werk te combineren met zorgtaken. In de Waz zijn daarom regels
                    gesteld omtrent diverse vormen van verlof, zoals calamiteiten- en
                    kortverzuimverlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof, verlof bij adoptie en
                    pleegzorg, kraamverlof, ouderschapsverlof en kortdurend zorgverlof. De
                    bepalingen van de Waz zijn niet opgenomen in de CAR en de UWO; dit is niet nodig
                    omdat de wet rechtstreeks van toepassing is op gemeenteambtenaren. In de CAR en
                    de UWO zijn alleen die aangelegenheden geregeld die afwijken van de wet of
                    aanvullende aanspraken bieden. Incidenteel is omwille van de leesbaarheid van de
                    regeling een bepaling uit de Waz overgenomen.</al><al>De ambtenaar heeft op grond van de Waz recht op kortdurend zorgverlof wanneer
                    hij genoodzaakt is om voor een zieke naaste te zorgen. Recht op kortdurend
                    zorgverlof bestaat voor de volgende personen:</al><lijst><li nr="-"><al>de echtgenoot, de geregistreerde partner of de persoon met wie de
                            ambtenaar ongehuwd samenwoont;</al></li><li nr="-"><al>een inwonend kind tot wie de ambtenaar als ouder in een
                            familierechtelijke betrekking staat;</al></li><li nr="-"><al>een inwonend kind van de echtgenoot, de geregistreerde partner of de
                            persoon met wie de partner ongehuwd samenwoont;</al></li><li nr="-"><al>een pleegkind dat blijkens verklaringen uit de gemeentelijke
                            basisadministratie op hetzelfde adres woont als de ambtenaar en door hem
                            in diens gezin duurzaam wordt verzorgd en opgevoed op basis van een
                            pleegcontract als bedoeld in artikel 39 van de Wet op de
                            jeugdhulpverlening;</al></li><li nr="-"><al>een bloedverwant in de eerste graad, niet zijnde een kind.</al></li></lijst><al><cursief>Meldingprocedure</cursief> In de Waz is een regeling getroffen inzake
                    de meldingsverplichting van de ambtenaar bij opname van kortdurend zorgverlof.
                    De ambtenaar moet voordat hij kortdurend zorgverlof wil opnemen de werkgever
                    melden dát hij verlof wil opnemen en waarom hij verlof wil opnemen. In geval van
                    acute noodsituaties zal dit niet altijd mogelijk zijn; in die gevallen meldt de
                    werknemer het opnemen van het verlof zo spoedig mogelijk aan de werkgever, onder
                    opgave van redenen. De werkgever mag achteraf van de ambtenaar verlangen dat hij
                    aannemelijk maakt dat hij zijn arbeid niet heeft kunnen verrichten in verband
                    met de noodzakelijke verzorging van een persoon genoemd in de Waz.</al><al>Op grond van de Waz kunnen zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen voor de
                    werkgever reden zijn om het kortdurend zorgverlof te beëindigen of niet te doen
                    aanvangen. Een werkgever mag dit argument niet lichtvaardig gebruiken. Het
                    dienstbelang van de werkgever dient zodanig zwaarwegend te zijn dat het belang
                    van de ambtenaar daarvoor naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid
                    dient te wijken.</al><al><cursief>Samenloop met andere verlofvormen</cursief> De wetgever heeft het
                    noodzakelijk geacht om een regeling te treffen over samenloop tussen de diverse
                    verlofvormen. Het is immers mogelijk dat een situatie zowel voldoet aan de
                    voorwaarden voor calamiteitenverlof, als aan de voorwaarden voor kortdurend
                    zorgverlof. In dat geval zou het voor de ambtenaar aantrekkelijk kunnen zijn om
                    voor calamiteitenverlof te kiezen omdat dit verlof verleend wordt met behoud van
                    de volledige bezoldiging. In artikel 5:8 Waz is daarom bepaald dat indien zowel
                    is voldaan aan de voorwaarden voor het calamiteitenverlof, als aan de
                    voorwaarden voor het kortdurend zorgverlof, het calamiteitenverlof na één dag
                    eindigt.</al><al><vet>Lid 1</vet></al><al> In het eerste lid is bepaald dat een ambtenaar met een volledige betrekking ten
                    hoogste 72 uur zorgverlof per jaar kan opnemen. Dit betekent dat ook de
                    ambtenaar wiens aanstelling op grond van artikel 2:7a verruimd is naar maximaal
                    40 uur per week maximaal 72 uur per kalenderjaar zorgverlof kan opnemen.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> In het tweede lid is bepaald dat het recht op kortdurend zorgverlof van de
                    ambtenaar met een betrekkingsomvang van minder dan 36 uur per week, naar
                    evenredigheid wordt verminderd.</al><al><vet>Lid 3 en 4</vet></al><al> In de leden 3 en 4 is geregeld dat het kortdurend zorgverlof voor de helft voor
                    rekening van de ambtenaar en voor de helft voor rekening van de werkgever komt.
                    Voor de verrekening van het verlof kan worden gedacht aan de inlevering van
                    regulier verlof, verlof in verband met de toepassing van het cafetariamodel en
                    verlof dat is opgebouwd in het kader van de verlofspaarregeling. Ook kan de
                    mogelijkheid worden geboden om het verlof op een later moment in te halen. In
                    geval van ernstige ziekte is artikel 6:4:1 eerste lid, onderdeel a van
                    toepassing. Het college bepaalt in overleg met de ambtenaar hoe de verrekening
                    van het verlof zal plaatsvinden.</al><tussenkop>Artikel 6:4:4 Non-activiteit (T)</tussenkop><al>Ten aanzien van afdracht van pensioen-, vut- en AAOP-premies zijn afspraken
                    gemaakt in artikel 3, lid 7, onderdeel a, van de Pensioenovereenkomst van 15
                    maart 1995 tussen de minister van Binnenlandse Zaken en de centrales van
                    overheidspersoneel. Wanneer volledig politiek verlof wordt genoten, vindt geen
                    pensioenopbouw plaats vanuit het ambtenaarschap. Wethouders, gedeputeerden of
                    hoogheemraden bouwen bij het overheidsorgaan waar zij zijn benoemd een pensioen
                    op op basis van de Algemene pensioenwet politiek ambtsdragers (Appa). De vut- en
                    AAOP-premies blijven verschuldigd. Echter, op grond van de Pensioenovereenkomst
                    blijft de verdeling van het verhaal ongewijzigd: de werkgever draagt de lasten
                    van het werkgeversdeel, maar hij kan het werknemersdeel wel verhalen op de
                    ambtenaar.</al><tussenkop>Artikel 6:4:5 Overige redenen buitengewoon verlof (T)</tussenkop><al>Het is aan de gemeente om invulling te geven aan dit artikel. Het kan
                    bijvoorbeeld gaan om verlof wanneer het langdurend zorgverlof niet toereikend
                    blijkt te zijn (zie daarvoor ook artikel 6:4:1a) of om verlof om het overlijden
                    van een verwant te verwerken (rouwverlof). </al><al>Het verlof kan met behoud van gehele of gedeeltelijke bezoldiging worden
                    verleend. Wanneer er sprake is van een gedeeltelijke doorbetaling van de
                    bezoldiging kan het inkomen worden aangevuld met het opgebouwde spaartegoed uit
                    de levensloopregeling. De voorwaarden hiervoor zijn opgenomen in hoofdstuk 6a. </al><tussenkop>Artikel 6:4:5a Overige redenen buitengewoon verlof (T)</tussenkop><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Ten aanzien van de afdracht van pensioen- en vutpremies tijdens het verlof
                    zoals bedoeld in het eerste lid wordt verwezen naar de toelichting bij artikel
                    6:10, vierde lid.</al><tussenkop>Artikel 6:5 Ouderschapsverlof (T)</tussenkop><al/><al><cursief>Algemeen</cursief> De Wet arbeid en zorg (Waz) is per 1 december 2001
                    in werking getreden (Stb. 2001, 567) en is van toepassing op werknemers en
                    ambtenaren. Het doel van de Waz is werknemers en ambtenaren in de gelegenheid te
                    stellen betaald werk te combineren met zorgtaken. In de Waz zijn daarom regels
                    gesteld omtrent diverse vormen van verlof, zoals calamiteiten- en
                    kortverzuimverlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof, verlof bij adoptie en
                    pleegzorg, kraamverlof, ouderschapsverlof en kortdurend zorgverlof. De
                    bepalingen van de Waz zijn niet opgenomen in de CAR en de UWO; dit is niet nodig
                    omdat de wet rechtstreeks van toepassing is op gemeenteambtenaren. In de CAR en
                    de UWO zijn alleen die aangelegenheden geregeld die afwijken van de wet of
                    aanvullende aanspraken bieden. Incidenteel is omwille van de leesbaarheid van de
                    regeling een bepaling uit de Waz overgenomen.</al><al>In dit artikel is opgenomen dat een ambtenaar, die ouderschapsverlof geniet op
                    grond van de Waz, recht heeft op een gedeeltelijke doorbetaling van zijn
                    bezoldiging over ten hoogste 13 maal de formele arbeidsduur per week. Deze
                    regeling geldt voor die gemeenten waarin lokaal een regeling betaald
                    ouderschapsverlof vastgesteld is of wordt of wanneer een regeling betaald
                    ouderschapsverlof gewijzigd wordt. </al><al>Hieronder wordt het recht op ouderschapsverlof volgens de Waz toegelicht.</al><al><cursief>Werkingssfeer</cursief> Op grond van de Waz hebben ouders recht op
                    ouderschapsverlof voor kinderen onder de leeftijd van acht jaar tot wie zij in
                    een familierechtelijke betrekking staan of die zij als hun eigen kind opvoeden
                    en verzorgen en dat blijkens een verklaring uit het bevolkingsregister op
                    hetzelfde adres als de ambtenaar woont. Voor de bepaling of de werknemer op
                    hetzelfde adres woont als het kind geldt het moment van ingang van het verlof
                    (artikel 6:1, lid 2, Waz). Ingeval bijvoorbeeld de werknemer gedurende de
                    verlofperiode verhuist en daardoor niet meer op hetzelfde adres als het kind
                    woont, heeft dit geen consequenties voor het resterende verlofrecht: het verlof
                    loopt dan gewoon door. Indien het kind door gescheiden ouders gezamenlijk, maar
                    apart, wordt opgevoed, bestaat er eveneens recht op ouderschapsverlof. Beide
                    ouders staan immers in een familierechtelijke betrekking tot het kind. De
                    vereiste dat het verlof dient te zijn genoten voor het kind de leeftijd van acht
                    jaar heeft bereikt, heeft betrekking op de gehele verlofperiode. Indien het kind
                    op het moment van ingang van het verlof bijvoorbeeld zeven jaar en negen maanden
                    is, kan slechts drie maanden verlof worden genoten. Het verlof vervalt dan zodra
                    het kind acht jaar is geworden (artikel 6:4 Waz).</al><al>Voordat de ambtenaar ouderschapsverlof kan opnemen, moet hij tenminste een jaar
                    in dienst zijn bij de gemeente (artikel 6:3 lid 1 Waz). Heeft de ambtenaar
                    verschillende keren op tijdelijke basis bij dezelfde gemeente gewerkt, dan
                    worden deze perioden bij elkaar opgeteld, voorzover zij elkaar met
                    onderbrekingen van niet meer dan drie maanden opvolgen. Hetzelfde geldt indien
                    de ambtenaar voorafgaande aan zijn indiensttreding voor dezelfde gemeente op
                    uitzend- of detacheringsbasis gewerkt heeft; deze perioden worden meegeteld voor
                    de berekening van de periode van 1 jaar, voorzover er geen sprake is van een
                    onderbreking van meer dan drie maanden.</al><al><cursief>Intrekking of wijziging aanvraag</cursief> Een ambtenaar kan verzoeken
                    het aangevraagde ouderschapsverlof niet op te nemen dan wel niet voort te zetten
                    (artikel 6:6 Waz). Het college kan een dergelijk verzoek afwijzen als
                    zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang zich hiertegen verzet. Aan een dergelijk
                    verzoek hoeft niet eerder gevolg te worden gegeven dan vier weken na het
                    verzoek. Als het ouderschapsverlof is opgedeeld in meerdere perioden dan geldt
                    dit voor elke afzonderlijke periode. De CAR/UWO regelt echter expliciet dat er
                    bij ziekte geen sprake is van opschorting van het ouderschapsverlof (artikel
                    6:5:3, eerste lid). De aanvraag van de ambtenaar om wijziging van de aanvraag om
                    die reden, kan worden afgewezen.</al><al><cursief>Nieuwe werkgever</cursief> In de situatie dat een werknemer bij de oude
                    werkgever het ouderschapsverlof heeft gesplitst en de arbeidsverhouding wordt
                    beëindigd voordat het totale verlof is genoten, heeft de werknemer, als hij een
                    nieuwe arbeidsovereenkomst of aanstelling aangaat, tegenover de nieuwe werkgever
                    aanspraak op het resterende deel van het verlof dat hij nog niet heeft genoten
                    bij zijn vorige werkgever. Het komt erop neer dat indien de oude werkgever heeft
                    ingestemd met een splitsing van het verlof en de nieuwe werkgever daaraan is
                    gebonden. Wanneer een medewerker van werkgever verandert moet hij eerst een jaar
                    in dienst zijn alvorens hij aanspraak kan maken op het resterende deel van het
                    ouderschapsverlof (artikel 6:3 lid 1 Waz).</al><al><vet>Lid 1 en 2</vet></al><al>De ambtenaar die werkzaam is bij een gemeente met een regeling betaald
                    ouderschapsverlof en die op grond van de Waz ouderschapsverlof opneemt, heeft
                    recht op doorbetaling van een percentage van zijn bezoldiging over dit verlof
                    gedurende ten hoogste 13 maal de formele arbeidsduur per week. De doorbetaling
                    bedraagt het in het tweede lid aangegeven percentage van de bezoldiging minus
                    het bedrag van de fiscale tegemoetkoming van de Belastingsdienst waarop de
                    ambtenaar, voor de uren waarvoor hij betaald ouderschapsverlof krijgt, aanspraak
                    kan maken. Met deze fiscale tegemoetkoming wordt de zogeheten
                    ouderschapsverlofkorting bedoeld. Bij het vaststellen van het bedrag dat de
                    werkgever moet doorbetalen over de uren ouderschapsverlof wordt ervan uitgegaan
                    dat de ambtenaar over deze uren het maximale uurbedrag aan
                    ouderschapsverlofkorting krijgt van de Belastingdienst. Of hij dit maximale
                    bedrag daadwerkelijk krijgt, doet niet ter zake.</al><al><cursief>Voorbeeld</cursief>Een medewerker werkt fulltime (36 uur), heeft
                    maandelijks recht op een bezoldiging van € 2500 en is ingeschaald in schaal 9.
                    Deze medewerker neemt gedurende een periode van één jaar (van 1 januari tot en
                    met 31 december), 18 uur per week ouderschapsverlof op. De medewerker kiest
                    ervoor om de eerste 26 weken betaald ouderschapsverlof te genieten en de tweede
                    periode van 26 weken onbetaald ouderschapsverlof.</al><al><onderstreept>Ouderschapsverlofkorting</onderstreept> Deze medewerker neemt 52
                    weken x 18 uur = 936 uur ouderschapsverlof op. Per uur ouderschapsverlof
                    ontvangt deze medewerker maximaal € 3,99 ouderschapsverlofkorting. Van de
                    Belastingdienst ontvangt deze medewerker over 936 uur ouderschapsverlof x € 3,99
                    = € 3734,64. Dit is 311,22 per maand.</al><al><onderstreept>Gedeeltelijk betaald versus onbetaald verlof</onderstreept> Deze
                    medewerker neemt 936 uur ouderschapsverlof op. Gedurende de eerste 26 weken
                    bestaat recht op 50% van de bezoldiging. Over de laatste 26 weken van het jaar
                    bestaat geen recht op doorbetaling van de bezoldiging.</al><al><onderstreept>Berekening doorbetaling van de bezoldiging tijdens de periode van
                        gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof</onderstreept>Deze medewerker
                    ontvangt van zijn werkgever tijdens de periode van betaald ouderschapsverlof
                    maandelijks: 50% (18 uur) van € 2500 = € 1250 50% x 50% (18 uur
                    ouderschapsverlof) van € 2500 = € 625 Over de dag ouderschapsverlof krijgt deze
                    medewerker de helft doorbetaald omdat hij is ingeschaald in schaal 9. Dit
                    betekent dat de medewerker voor deze 18 uur maximaal € 625 ontvangt. Hiervan
                    ontvangt de medewerker van zijn werkgever: € 625 - € 311,22
                    (ouderschapsverlofkorting) = € 313,78.</al><al>In totaal ontvangt deze medewerker van zijn werkgever: € 1250 + 313,78 = €
                    1563,78. Wanneer deze medewerker ook het maximale uurbedrag aan
                    ouderschapsverlofkorting van de Belastingdienst krijgt, ontvangt hij in totaal:
                    € 1573,92 + € 311,22 = € 1875.</al><al><onderstreept>Berekening doorbetaling van de bezoldiging tijdens de periode van
                        onbetaald ouderschapsverlof</onderstreept> Deze medewerker ontvangt van zijn
                    werkgever tijdens de periode van onbetaald ouderschapsverlof maandelijks: 50%
                    (18 uur) van € 2500 = € 1250 Over 50% (18 uur ouderschapsverlof) is er sprake
                    van onbetaald verlof.</al><al>Wanneer deze medewerker ook het maximale uurbedrag aan ouderschapsverlofkorting
                    van de Belastingdienst krijgt (311,22 per maand) ontvangt deze medewerker in
                    totaal € 1250 (van zijn werkgever) en € 311,22 (ouderschapsverlofkorting) = €
                    1561,22.</al><al>De berekening in dit voorbeeld is gebaseerd op het bedrag van de
                    ouderschapsverlofkorting zoals dat geldt op 1 januari 2009. Dit bedrag en
                    daarmee de berekening in dit voorbeeld kan aan verandering onderhevig zijn door
                    een wijziging van de fiscale regelgeving.</al><tussenkop>Artikel 6:5:1 Voorwaarden (T)</tussenkop><al>Dit artikel schrijft voor dat de ambtenaar de wens tot het opnemen van het
                    verlof tijdig aan de werkgever kenbaar moet maken: minimaal drie maanden vóór de
                    geplande ingangsdatum. Als een ambtenaar ervoor kiest om het verlof op te
                    knippen in verschillende perioden dan zal hij ook telkens drie maanden van te
                    voren moeten melden dat hij weer een deel van zijn verlof wenst op te nemen.
                    Uiteraard kunnen deze perioden ook vooraf vastgelegd worden, aan de
                    driemaandentermijn is dan bij de eerste verlofaanvraag al voldaan. De ambtenaar
                    kan het verlof pas genieten nadat drie maanden na de voorgeschreven melding zijn
                    verstreken. Vanwege de organisatorische gevolgen van het opnemen van
                    ouderschapsverlof is bepaald dat de melding via een aanvraagformulier dient te
                    geschieden. Deze meldingsprocedure is opgenomen met het oog op het goed
                    functioneren van de arbeidsorganisatie. De gemeente heeft op deze wijze de
                    gelegenheid tijdig de nodige voorzieningen te treffen in verband met de
                    tijdelijke (gedeeltelijke) afwezigheid van de ambtenaar.</al><al>Als de ambtenaar het ouderschapsverlof wil koppelen aan het einde van het
                    bevallingsverlof, dan mag de precieze ingangsdatum in het midden gelaten worden,
                    totdat duidelijkheid bestaat over het moment dat het bevallingsverlof
                    eindigt.</al><al><cursief>Vaderschapsverlof</cursief> Door gebruik te maken van de mogelijkheid
                    om het ouderschapsverlof te knippen kan voorzien worden in de behoefte van veel
                    vaders om rondom de geboorte van hun kind korte of langere tijd verlof op te
                    nemen. De ingangsdatum van het verlof kan gekoppeld worden aan de datum van de
                    bevalling.</al><tussenkop>Artikel 6:5:2 Meerlingen (T)</tussenkop><al>Bij twee- of meerlingen bestaat slechts voor één kind aanspraak op betaald
                    ouderschapsverlof. Voor de overige kinderen van de twee- of meerling geldt wel
                    het recht op ouderschapsverlof volgens de Waz, doch zonder doorbetaling van de
                    bezoldiging. Voor het ouderschapsverlof van de overige kinderen zijn de
                    bepalingen uit artikel 6:5:1, 6:5:3, 6:5:4 en 6:5:7 van overeenkomstige
                    toepassing.</al><tussenkop>Artikel 6:5:3 Ziekte (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Dit artikellid bepaalt dat bij ziekte geen opschorting van het
                    ouderschapsverlof plaatsvindt. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen
                    gehele of gedeeltelijke ziekte. Ook wordt geen onderscheid gemaakt tussen
                    betaald en onbetaald ouderschapsverlof.</al><al>Als de ambtenaar zwangerschaps-, bevallingsverlof of adoptieverlof op wil nemen
                    en de periode van dit verlof valt samen met het ouderschapsverlof, dan kan het
                    ouderschapsverlof wel worden opgeschort. De ambtenaar moet hiervoor een verzoek
                    indienen. Het college kan dit verzoek alleen afwijzen, indien een zwaarwegend
                    bedrijfs- of dienstbelang zich hiertegen verzet (artikel 6:6 Waz). De ambtenaar
                    mag dan het onderbroken ouderschapsverlof op een latere datum opnemen. Hij
                    blijft dus recht houden op (het resterende) ouderschapsverlof.</al><al>Als de ambtenaar het ouderschapsverlof om een andere reden dan zwangerschap,
                    bevalling of adoptie stopzet of onderbreekt, vervalt het recht op de rest van
                    het verlof.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Dit artikel heeft enkel betrekking op de betaling van bezoldiging in geval van
                    ziekte. Indien de ambtenaar langdurig ziek is, wordt de korting van de
                    bezoldiging vanaf de vijftiende kalenderdag beëindigd. Hierbij wordt geen
                    onderscheid gemaakt tussen gehele of gedeeltelijke ziekte. Het ouderschapsverlof
                    schort echter niet op (zie lid 1).</al><tussenkop>Artikel 6:5:4 Opbouw vakantie en vakantie-toelage (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1 en 2</vet></al><al> De korting van vakantieverlof vindt gedurende het ouderschapsverlof plaats
                    overeenkomstig de omvang en de duur van dit verlof. Geniet de ambtenaar
                    bijvoorbeeld ouderschapsverlof gedurende zes maanden voor de helft van zijn
                    arbeidsduur en loopt het verlof van 1 mei tot 1 november, dan heeft betrokkene
                    tot en met april recht op volledig verlof (4/12 x verlofaanspraak op jaarbasis),
                    van mei tot november een halve verlofopbouw (6/12 x verlofaanspraak op jaarbasis
                    x 0,5) en in november en december weer een gehele verlofopbouw (2/12 x
                    verlofaanspraak op jaarbasis).Een uitzondering wordt gemaakt voor die gevallen
                    dat het ouderschapsverlof wordt genoten en de ambtenaar ziek wordt. Indien deze
                    ziekteperiode langer duurt dan 14 kalenderdagen, wordt de korting van het
                    vakantieverlof beëindigd en vindt derhalve vanaf de vijftiende kalenderdag weer
                    volledige opbouw van het vakantieverlof plaats (artikel 6:5:4, tweede lid).</al><al><vet>Lid 3 en 4</vet></al><al>Lid 3 bepaalt dat de opbouw van de vakantietoelage tijdens ouderschapsverlof
                    plaatsvindt op basis van de bezoldiging, die tijdens het ouderschapsverlof wordt
                    doorbetaald. Bij betaald ouderschapsverlof wordt dus gedeeltelijk
                    vakantietoelage opgebouwd. Bij onbetaald ouderschapsverlof wordt geen
                    vakantietoelage opgebouwd.</al><al>Wanneer sprake is van ziekte gedurende het ouderschapsverlof en deze ziekte
                    duurt langer dan 14 kalenderdagen, wordt de korting van de bezoldiging beëindigd
                    en vindt derhalve vanaf de vijftiende kalenderdag weer opbouw van de
                    vakantietoelage plaats over de gehele bezoldiging (artikel 6:5:4, vierde lid).
                    Dit geldt, ongeacht of er sprake is van betaald of onbetaald
                    ouderschapsverlof.</al><tussenkop>Artikel 6:5:5 Terugbetaling (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> De terugbetaling van de bezoldiging betreft de bezoldiging die is betaald over
                    de uren dat de ambtenaar het betaald ouderschapsverlof heeft genoten. Dit geldt
                    alleen bij ontslag op grond van artikel 8:1 (ontslag op verzoek) en artikel 8:13
                    (ontslag als disciplinaire straf).</al><al>Als een ambtenaar het ouderschapsverlof opdeelt in meerdere perioden moet voor
                    de toepassing van artikel 6:5:5 eerste lid, elke periode worden beschouwd als
                    een afzonderlijk deel.</al><al><cursief>Voorbeeld</cursief> De ambtenaar heeft het ouderschapsverlof opgedeeld.
                    Van 1-01-2001 tot 1-04-2001 heeft hij ouderschapsverlof opgenomen voor de helft
                    van zijn betrekking. Van 1-01-2002 tot 1-04-2002 heeft hij nogmaals
                    ouderschapsverlof opgenomen voor de helft van zijn betrekking. Op 1-05-2002
                    wordt hij op eigen verzoek ontslagen. De terugbetalingsverplichting geldt dan
                    niet voor de eerste periode van ouderschapsverlof maar wel voor de tweede
                    periode van ouderschapsverlof.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Een uitzondering op de regel van terugbetaling bij ontslag op verzoek, geldt
                    indien de ambtenaar bij een andere gemeente gaat werken of indien er recht
                    bestaat op een uitkering wegens het volgen van de echtgenoot die door geheel
                    buiten hem of haar liggende oorzaken noodzakelijk van standplaats moet
                    veranderen.</al><al>Onder het regime van de Werkloosheidswet is het mogelijk dat een uitkering wordt
                    verstrekt bij werkloosheid die ontstaan is doordat de ambtenaar ontslag heeft
                    gevraagd omdat hij de echtgenoot of geregistreerde partner volgt, die door
                    geheel buiten hem liggende oorzaken noodzakelijk van standplaats moet wijzigen.
                    Als dit het geval is en een WW-uitkering wordt verstrekt, wordt geen
                    terugbetaling van het ouderschapsverlof gevorderd.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> Onder het aanvaarden van een betrekking voor minder uren dan hij direct
                    voorafgaande aan het ouderschapsverlof vervulde, wordt mede begrepen een verzoek
                    om vermindering van arbeidsduur. Sinds 1 januari 2001 moet dit worden
                    vormgegeven door middel van een besluit tot gedeeltelijk ontslag. Een en ander
                    is geregeld in artikel 8:1, tweede lid, en in artikel 8:17.</al><al><cursief>Voorbeeld</cursief>Een ambtenaar heeft ouderschapsverlof opgenomen voor
                    de helft van zijn betrekking. Zijn aanstelling bedraagt 36 uur en zijn
                    feitelijke arbeidsduur bedraagt gedurende het ouderschapsverlof 18 uur. Deze
                    ambtenaar wordt bezoldigd volgens schaal 8.De ambtenaar verzoekt binnen drie
                    maanden na afloop van het ouderschapsverlof om zes uur per week minder te mogen
                    werken. Zijn aanstelling wordt daarop teruggebracht tot 30 uur per week.
                    Betrokkene zal, voor die uren waarmee zijn aanstelling wordt verminderd, de
                    bezoldiging die hij genoot over de arbeidsduur waarvoor het ouderschapsverlof
                    gold, dienen terug te betalen. In dit voorbeeld betekent dit dat betrokkene over
                    zes uur bezoldiging dient terug te betalen; dus 6 uur x 26 weken x 50%
                    bezoldiging.Indien er ouderschapsverlof wordt opgenomen voor vier uur per week
                    en de aanstelling wordt binnen drie maanden na afloop van het ouderschapsverlof
                    op verzoek van betrokkene met zes uur verminderd, geldt dat de bezoldiging die
                    hij genoot over de vier uur ouderschapsverlof terugbetaald dient te worden; dus
                    4 uur x 26 weken x 50% bezoldiging.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Ingevolge het bepaalde in dit lid dient de ambtenaar die ouderschapsverlof gaat
                    genieten, zich schriftelijk akkoord te verklaren met de
                    terugbetalingsverplichting in de gevallen zoals deze in de vorige leden zijn
                    genoemd.</al><tussenkop>Artikel 6:5a Overgangsrecht ouderschapsverlof (T)</tussenkop><al>Deze overgangsregeling is bedoeld voor ambtenaren die op 31 december 2005 ten
                    minste één jaar in dienst zijn van de gemeente en die op die datum één of meer
                    kinderen hebben die jonger zijn dan acht jaar en waarvoor nog geen
                    ouderschapsverlof genoten is. De overgangsregeling is inhoudelijk een
                    voortzetting van de regeling zoals die gold op 31 december 2005. De ambtenaar
                    die gebruikmaakt van de overgangsregeling betaald ouderschapsverlof komt in
                    principe ook in aanmerking voor de fiscale tegemoetkoming van de
                    Belastingdienst. De ambtenaar ontvangt dan over de uren dat hij betaald
                    ouderschapsverlof geniet het percentage van de bezoldiging zoals bepaald in het
                    tweede en derde lid minus de daaraan gekoppelde ouderschapsverlofkorting waarop
                    de ambtenaar aanspraak kan maken bij de Belastingdienst. Of hij dit maximale
                    bedrag daadwerkelijk krijgt, doet niet ter zake.</al><tussenkop>Artikel 6:6 Vervallen (T)</tussenkop><al>(Vervallen)</al><tussenkop>Artikel 6:7 Zwangerschaps- en bevallingsverlof (T)</tussenkop><al/><al><cursief>Algemeen</cursief> De Wet arbeid en zorg (Waz) is per 1 december 2001
                    in werking getreden (Stb. 2001, 567) en is van toepassing op werknemers en
                    ambtenaren. Het doel van de Waz is werknemers en ambtenaren in de gelegenheid te
                    stellen betaald werk te combineren met zorgtaken. In de Waz zijn daarom regels
                    gesteld omtrent diverse vormen van verlof, zoals calamiteiten- en
                    kortverzuimverlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof, verlof bij adoptie en
                    pleegzorg, kraamverlof, ouderschapsverlof en kortdurend zorgverlof. De
                    bepalingen van de Waz zijn niet opgenomen in de CAR en de UWO; dit is niet nodig
                    omdat de wet rechtstreeks van toepassing is op gemeenteambtenaren. In de CAR en
                    de UWO zijn alleen die aangelegenheden geregeld die afwijken van de wet of
                    aanvullende aanspraken bieden. Incidenteel is omwille van de leesbaarheid van de
                    regeling een bepaling uit de Waz overgenomen.</al><al>In dit artikel is opgenomen dat een vrouwelijke ambtenaar recht heeft op
                    doorbetaling van de bezoldiging als zij zwangerschaps- en bevallingsverlof
                    geniet op grond van de Waz. De bepalingen van Waz gelden voor zover daarvan niet
                    is afgeweken in artikel 6:7. </al><al>De vrouwelijke ambtenaar heeft gedurende minimaal 16 weken recht op
                    zwangerschaps- en bevallingsverlof. Het recht op zwangerschapsverlof bestaat
                    vanaf zes weken voor de dag na de vermoedelijke datum van bevalling, zoals
                    aangegeven in een aan de werkgever overlegde schriftelijke verklaring van een
                    arts of verloskundige, tot en met de dag van de vermoedelijke datum van de
                    bevalling (artikel 3:1 lid 2 Waz). De vrouwelijke ambtenaar meldt aan de
                    werkgever de dag met ingang waarvan zij het zwangerschapsverlof opneemt
                    uiterlijk drie weken voor de dag dat het zwangerschapsverlof aanvangt. Het
                    zwangerschapsverlof gaat in uiterlijk vier weken voor de dag na de vermoedelijke
                    datum van de bevalling (artikel 3:1 lid 2 Waz). De vrouwelijke ambtenaar meldt
                    haar bevalling uiterlijk op de tweede dag volgend op die van de bevalling
                    (artikel 3:3 lid 1 en 2 Waz).</al><al>Het bevallingsverlof gaat in op de dag na de bevalling en bedraagt tien
                    aaneengesloten weken vermeerderd met het aantal dagen dat het
                    zwangerschapsverlof tot en met de vermoedelijke datum van de bevalling, minder
                    dan zes weken heeft bedragen (artikel 3:1 lid 3 Waz). De duur van het
                    zwangerschaps- en bevallingsverlof samen is langer dan 16 weken als de bevalling
                    later heeft plaatsgevonden dan op de uitgerekende datum. </al><al>Uit het gelijke behandelingsrecht vloeit voort dat het zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof niet mag worden aangemerkt als ziekte. In dit artikel is
                    geregeld dat de vrouwelijke ambtenaar tijdens haar zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof recht heeft op doorbetaling van haar volledige bezoldiging. </al><al><vet>Lid 1 en 2</vet></al><al> De vrouwelijke ambtenaar heeft recht op volledige doorbetaling van de volledige
                    bezoldiging. Vrouwelijke ambtenaren hebben gedurende de periode van het
                    zwangerschaps- en bevallingsverlof aanspraak op een uitkering (artikel 3:7 lid 1
                    Waz). De hoogte van de uitkering in geval van zwangerschap en bevalling bedraagt
                    100% van het voor de ambtenaar geldende dagloon met een vastgesteld maximum
                    (artikel 3:13 Waz). Het bedrag van deze uitkering wordt in mindering gebracht op
                    de bezoldiging, waarop de betrokken ambtenaar recht heeft. </al><al><vet>Lid 3 en 4</vet></al><al> De werkgever dient ten tijde van het zwangerschaps- en bevallingsverlof de
                    bezoldiging door te betalen. De vrouwelijke ambtenaar moet bij de werkgever de
                    informatie overleggen die de werkgever nodig heeft voor het ontvangen van de
                    uitkering op grond van de Waz (artikel 3:11 lid 1 Waz). Deze informatie dient
                    uiterlijk twee weken voor de datum van de ingang van het zwangerschapsverlof aan
                    de werkgever te zijn gemeld (artikel 3:11 lid 2 Waz). </al><al>De informatie betreft:</al><lijst><li nr="a"><al>de vermoedelijke datum van de bevalling, onder overlegging van de
                            verklaring van een arts of van een verloskundige waarin die datum is
                            aangegeven;</al></li><li nr="b"><al>de datum waarop het zwangerschapsverlof ingaat.</al></li></lijst><al>Als vanwege schuld of toedoen van de ambtenaar geen uitkering wordt verstrekt
                    kan dit geheel of gedeeltelijk in mindering worden gebracht op de bezoldiging.
                    Er wordt dan een fictieve uitkering ter hoogte van 100% van het dagloon in
                    mindering gebracht. Om verrekening van de bezoldiging met de uitkering wegens
                    zwangerschaps- en bevallingsverlof praktisch mogelijk te maken, is de ambtenaar
                    verplicht mee te werken aan de uitbetaling van de Waz-uitkering door het UWV aan
                    de gemeentelijke werkgever.</al><al><cursief>Ziekte voor zwangerschapsverlof</cursief> Er kan sprake zijn van een
                    situatie dat de vrouwelijke ambtenaar een bepaalde periode voor ingang van haar
                    zwangerschapsverlof haar werkzaamheden niet kan verrichten wegens gehele of
                    gedeeltelijke ziekte. Voor zover deze ziekte plaatsvindt vanaf zes weken voor de
                    vermoedelijke bevallingsdatum, wordt deze ziekte aangemerkt als
                    zwangerschapsverlof, ongeacht de keuze van de vrouwelijke ambtenaar ten aanzien
                    van de duur van het zwangerschapsverlof (artikel 3:1 lid 4 Waz). Dit kan
                    betekenen dat het zwangerschapsverlof langer duurt dan van tevoren was gekozen.
                    De periode van het bevallingsverlof wordt in dat geval evenredig verkort. </al><al>Bij deze samenloop van zwangerschapsverlof en ziekte doet het niet ter zake of
                    een medewerker geheel of gedeeltelijk ziek is. Ook bij gedeeltelijke ziekte
                    wordt het zwangerschapsverlof geacht in te gaan. Duidelijk is dan wel dat de
                    vrouwelijke ambtenaar, die gedeeltelijk ziek is, vanaf zes weken voor de
                    vermoedelijke bevallingsdatum niet meer hoeft te werken.</al><al>Hier zijn enkele voorbeelden ter verduidelijking.</al><al>Een vrouw kiest ervoor vier weken voor de bevalling met zwangerschapsverlof te
                    gaan en dus 12 weken bevallingsverlof te genieten. Zes weken voor de
                    vermoedelijke bevallingsdatum wordt zij volledig ziek. Op dit moment gaat haar
                    zwangerschaps- en bevallingsverlof in. In principe heeft zij dus recht op zes
                    weken zwangerschapsverlof (er worden twee weken bij de gemaakte keuze opgeteld)
                    en tien weken bevallingsverlof (er vindt een korting van twee weken plaats ten
                    opzichte van de keuze).</al><lijst><li nr="A"><al>Vijf weken voor de uitgerekende datum vindt de bevalling plaats. Haar
                            zwangerschapsverlof heeft slechts 1 week geduurd. De vijf resterende
                            weken worden bij het bevallingsverlof opgeteld. Zij heeft dus nog recht
                            op 15 weken bevallingsverlof. In totaal is betrokkene 16 weken afwezig
                            wegens haar zwangerschap en bevalling</al></li><li nr="B"><al>De bevalling vindt plaats drie weken na de uitgerekende datum. Dit
                            betekent dat de betrokken ambtenaar 9 zwangerschapsverlof heeft gehad.
                            Vervolgens heeft zij nog recht op 10 weken bevallingsverlof. In totaal
                            is de betrokken ambtenaar 19 weken afwezig (negen weken
                            zwangerschapsverlof en 10 weken bevallingsverlof). </al></li></lijst><al>Een vrouw kiest ervoor vier weken voor de bevalling met zwangerschapsverlof te
                    gaan. Op het moment dat ze vijf maanden zwanger is, werkt zij wegens ziekte
                    halve dagen.</al><lijst><li nr="C"><al>Het zwangerschaps- en bevallingsverlof gaat zes weken voor de
                            vermoedelijke bevallingsdatum in. In principe heeft zij dus recht op zes
                            weken zwangerschapsverlof en 10 weken bevallingsverlof. De datum van de
                            bevalling bepaalt hoe lang het zwangerschapsverlof en het
                            bevallingsverlof uiteindelijk duurt (zie voorbeelden A en B
                            hiervoor)</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 6:8 Adoptie- en pleegzorgverlof (T)</tussenkop><al/><al><cursief>Algemeen</cursief> De Wet arbeid en zorg (Waz) is per 1 december 2001
                    in werking getreden (Stb. 2001, 567) en is van toepassing op werknemers en
                    ambtenaren. Een onderdeel van deze wet is het recht op adoptie- en
                    pleegzorgverlof. Het doel van de Waz is werknemers en ambtenaren in de
                    gelegenheid te stellen betaald werk te combineren met zorgtaken. In de Waz zijn
                    daarom regels gesteld omtrent diverse vormen van verlof, zoals calamiteiten- en
                    kortverzuimverlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof, verlof bij adoptie en
                    pleegzorg, kraamverlof, ouderschapsverlof en kortdurend zorgverlof. De
                    bepalingen van de Waz zijn niet opgenomen in de CAR en de UWO; dit is niet nodig
                    omdat de wet rechtstreeks van toepassing is op gemeenteambtenaren. In de CAR en
                    de UWO zijn alleen die aangelegenheden geregeld die afwijken van de wet of
                    aanvullende aanspraken bieden. Incidenteel is omwille van de leesbaarheid van de
                    regeling een bepaling uit de Waz overgenomen.</al><al>Het recht op adoptie- en pleegzorgverlof bestaat gedurende een tijdvak van 18
                    weken en bedraagt ten hoogste 4 aaneengesloten weken. Het recht bestaat vanaf 2
                    weken vóór de eerste dag dat de feitelijke opneming ter adoptie of pleegzorg een
                    aanvang heeft genomen of zal nemen, zoals die dag is aangeduid in een door de
                    ambtenaar aan het bevoegd gezag overlegd document waaruit blijkt dat een kind
                    ter adoptie of pleegzorg is of zal worden opgenomen (artikel 3:2 lid 2 Waz). </al><al>Indien als gevolg van adoptie- of pleegzorg tegelijkertijd meerdere kinderen
                    worden opgenomen, bestaat het recht op verlof slechts ten aanzien van één van
                    die kinderen (artikel 3:2 lid 3 Waz). De ambtenaar meldt aan de werkgever het
                    opnemen van het verlof in verband met adoptie of pleegzorg zo mogelijk uiterlijk
                    drie weken voor de dag van ingang van het verlof onder opgave van de omvang van
                    het verlof. Bij de melding worden documenten gevoegd waaruit blijkt dat een kind
                    ter adoptie of pleegzorg is of zal worden opgenomen (artikel 3:3 lid 2
                    Waz).</al><al><vet>Lid 2, 3 en 4</vet></al><al> Er bestaat aanspraak op volledige loondoorbetaling, daarom wordt de uitkering
                    aangevraagd via de werkgever. De werkgever vraagt uiterlijk twee weken voor de
                    datum van ingang van het verlof een uitkering bij het UWV aan (artikel 3:11 lid
                    2). De uitkering wordt gestort op rekening van de werkgever en de werkgever
                    betaalt de volledige bezoldiging door. De ambtenaar verleent op verzoek van de
                    werkgever alle medewerking aan het via de werkgever tot uitbetaling laten komen
                    van de uitkering ter zake het adoptie- en pleegzorgverlof. Wanneer een ambtenaar
                    geen volledige medewerking verleent ten aanzien van de aanvraag van de uitkering
                    kan dit leiden tot een korting op de bezoldiging.</al><al><vet>Lid 5</vet></al><al> Het tijdvak waarover adoptie- en pleegzorgverlof wordt genoten, schort de
                    termijn van 18 maanden van artikel 7:3 gedurende welke termijn het recht bestaat
                    op doorbetaling van de volledige bezoldiging niet op. Dit betekent dat indien
                    een ambtenaar ziek is en tijdens de ziekte adoptie- en pleegzorgverlof geniet,
                    het verlof onderdeel uitmaakt van de 18 maanden termijn.</al><al><cursief>Samenloop adoptie- en pleegzorgverlof met zwangerschaps- en
                        bevallingsverlof</cursief> Wanneer een vrouw over dezelfde periode zowel
                    recht heeft op een uitkering in verband met zwangerschap en bevallingsverlof als
                    op een uitkering in verband met adoptie of pleegzorg, vervalt de uitkering voor
                    adoptie of pleegzorg. Wanneer een werknemer in een zelfde periode zowel recht
                    heeft op een uitkering in verband met adoptie als op een uitkering in verband
                    met pleegzorg krijgt de werknemer de uitkering in verband met pleegzorg evenmin
                    uitbetaald. Er is dus in de wet een hiërarchie aangebracht tussen de
                    verschillende uitkeringsrechten in het geval zij samenlopen (artikel 3:29
                    Waz).</al><tussenkop>Artikel 6:9 Onbetaald verlof onder meer t.b.v. de gemeentelijke
                    levensloopregeling (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> De periode van verlof voor een ambtenaar bedraagt minimaal 1 maand en maximaal
                    18 maanden. Voor de maximale duur van het verlof is aansluiting gezocht bij de
                    sociale zekerheidswetgeving. In deze wetgeving is bepaald dat het normale voor
                    ingang van het verlof geldende arbeidspatroon uitgangspunt blijft voor de
                    vaststelling van het recht op een uitkering, mits het verlof niet langer duurt
                    dan 18 maanden.</al><al>Indien de ambtenaar heeft deelgenomen aan de levensloopregeling van hoofdstuk 6a
                    CAR kan hij gedurende deze periode van onbetaald verlof beschikken over zijn
                    levenslooptegoed. Voor meer informatie over de opname van het levenslooptegoed
                    wordt verwezen naar artikel 6a:9 CAR en de toelichting op dit artikel.</al><al>Na afloop van het verlof keert de ambtenaar terug in de functie die hij voor
                    aanvang van dat verlof vervulde tenzij er zwaarwegende omstandigheden zijn aan
                    te voeren die terugkeer naar deze functie belemmeren.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> Als college en ambtenaar beiden wensen af te wijken van de voorwaarden zoals
                    die worden genoemd in het eerste en tweede lid, is dat op basis van dit
                    artikellid mogelijk. Er kan hierbij bijvoorbeeld worden gedacht aan het
                    toekennen van verlof dat korter dan een maand duurt. </al><al><vet>Lid 5</vet></al><al> De termijn van drie maanden sluit aan bij de termijn die geldt voor het
                    beschikken over het levenslooptegoed (artikel 6a:9, tweede lid CAR). De aanvraag
                    voor het gebruik maken van het levenslooptegoed en het verzoek om onbetaald
                    verlof kan tegelijkertijd plaatsvinden. Er kan uiteindelijk slechts tot
                    uitkering van het levenslooptegoed worden overgegaan wanneer het verlof wordt
                    toegekend. </al><al>Het verzoek van de ambtenaar wordt ingewilligd tenzij dienstbelang zich
                    daartegen verzet. Hiervan is onder meer sprake indien honorering van het verzoek
                    zou leiden tot een dusdanige kleine aanstelling dat dit leidt tot bijvoorbeeld
                    roostertechnische problemen.</al><al>Indien het verzoek van de ambtenaar niet ingewilligd kan worden, komen partijen
                    in onderling overleg tot een oplossing die zoveel mogelijk recht doet aan de
                    belangen van de ambtenaar.</al><al><vet>Lid 7</vet></al><al> Dit artikellid houdt niet in dat het college het verlof automatisch intrekt
                    wanneer een ambtenaar betaalde arbeid verricht over de uren dat hij onbetaald
                    verlof geniet. Het biedt het college enkel de mogelijkheid. In sommige gevallen
                    is het denkbaar dat ook de werkgever een belang heeft bij of geen nadeel
                    ondervindt van betaalde activiteiten van de ambtenaar. </al><al><vet>Lid 9</vet></al><al> Onbetaald verlof ten behoeve van vervroegde uittreding van een periode van drie
                    jaar direct voorafgaand aan pensionering kan slechts worden geweigerd als een
                    zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang zich daartegen verzet. Het college mag dit
                    argument niet lichtvaardig gebruiken. Het dienstbelang van de werkgever dient
                    zodanig zwaarwegend te zijn dat het belang van de ambtenaar daarvoor naar de
                    maatstaven van redelijkheid en billijkheid dient te wijken.</al><al>Van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang is in ieder geval sprake indien
                    toewijzing van het verzoek leidt tot ernstige problemen:</al><lijst><li nr="a"><al>voor de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen
                            uren;</al></li><li nr="b"><al>op het gebied van veiligheid, of</al></li><li nr="c"><al>van roostertechnische aard.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 6:10 Aanspraken tijdens het verlof (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> In het eerste lid is geregeld dat over de opgenomen uren van onbetaald verlof
                    geen opbouw van vakantie-uren plaatsvindt. </al><al>Omdat een eventuele maandelijkse uitkering van het levenslooptegoed van artikel
                    6a:9 CAR niet kan worden aangemerkt als salaris noch als bezoldiging vindt over
                    de opgenomen uren van onbetaald verlof ook geen opbouw van de vakantietoelage,
                    levensloopbijdrage en eindejaarsuitkering plaats. </al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> De ambtenaar heeft gedurende de periode van verlof geen recht op uitkeringen,
                    tegemoetkomingen, toeslagen, toelagen en (kosten)vergoedingen. Hierbij moet ook
                    gedacht worden aan een kinderopvangvergoeding, kostenvergoeding en een
                    verstrekking in natura zoals bijvoorbeeld een telefoon. Het college draagt zorg
                    voor de aanpassing van de lokale regelingen op dit punt.</al><al>Opname van het onbetaalde verlof heeft geen gevolgen voor de uitkeringsrechten
                    van de ambtenaar na de periode van verlof. In de sociale zekerheidswetgeving is
                    immers bepaald dat het normale voor ingang van het verlof geldende
                    arbeidspatroon uitgangspunt blijft voor de vaststelling van het recht op een
                    uitkering, mits het verlof niet langer duurt dan 18 maanden.</al><al>Dit artikellid bepaalt dat de ambtenaar geen recht heeft op uitkeringen,
                    tegemoetkomingen, toeslagen, toelagen en (kosten)vergoedingen. Echter wanneer
                    het college gedurende de periode van onbetaald verlof van de ambtenaar een
                    vergoeding voor bijvoorbeeld het volgen van een studie of een opleiding wil
                    verstrekken dan sluit dit artikellid dat niet uit. </al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Het vierde lid regelt dat de ambtenaar de pensioen- en FPU-premies in de
                    situatie van onbetaald verlof voor zijn eigen rekening neemt. De ambtenaar
                    betaalt zowel het werkgeversdeel als het werknemersdeel. Het college draagt zorg
                    voor de afdracht van de premies maar verhaalt deze afdracht gedurende de gehele
                    periode van verlof op de ambtenaar. Enkel wanneer het verlof slechts een periode
                    van maximaal drie maanden behelst, geldt dit niet. Dan betaalt de ambtenaar
                    enkel het werknemersdeel, het werkgeversdeel wordt bij verlof van maximaal drie
                    maanden door het college betaald. Bij deeltijdverlof wordt het verhaal naar rato
                    vastgesteld. De mate van opbouw van pensioen tijdens onbetaald verlof is
                    geregeld in het pensioenreglement. Artikel 6:10, vierde lid, regelt de
                    premieverdeling tussen het college en de ambtenaar. Hieronder wordt aangegeven
                    in welke mate pensioen wordt opgebouwd, hoe de premieverdeling is geregeld en
                    hoe het college de premie moet verhalen op de ambtenaar.</al><lijst><li nr="1"><al>Pensioen opbouwen</al><al><cursief> Onbetaald verlof zonder levensloopuitkering</cursief> Bij
                            onbetaald verlof zonder levensloopuitkering vindt gedurende de gehele
                            verlofperiode de pensioenopbouw plaats alsof er geen sprake van verlof
                            is (artikel 3:4, eerste lid, van het pensioenreglement). De ambtenaar
                            blijft dus ongewijzigd pensioen opbouwen.</al><al><cursief>Onbetaald verlof met levensloopuitkering</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Als de levensloopuitkering hoger of gelijk is aan 70% van het
                                    inkomen dat zou zijn genoten als de ambtenaar niet met verlof
                                    was gegaan, wordt de pensioenopbouw gebaseerd op het inkomen dat
                                    zou zijn genoten als de ambtenaar niet met verlof was gegaan.
                                    Dit is alleen in het eerste jaar. Daarna stopt de opbouw. De
                                    ambtenaar heeft dan wel de keuze om nog pensioen op te bouwen op
                                    basis van een individueel vastgestelde premie.</al></li><li nr="-"><al> Bij een levensloopuitkering van minder dan 70% van het inkomen
                                    dat zou zijn genoten als de ambtenaar niet met verlof was
                                    gegaan, wordt de pensioenopbouw gebaseerd op de
                                    levensloopuitkering die de medewerker geniet. Ook in deze
                                    situatie geldt dat na één jaar de ambtenaar kan kiezen voor
                                    voortzetting van pensioenopbouw op basis van een individuele
                                    premie. Dit is bepaald in artikel 16.6 van het
                                    pensioenreglement.</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>Premieafdracht pensioen</al><al>Als een ambtenaar onbetaald verlof opneemt (ongeacht of het wordt
                            gefinancierd door levenloop) voor een periode korter dan drie maanden
                            dan blijft de premieafdracht ongewijzigd. Het college betaalt dus 70%
                            van de premie en de ambtenaar 30% (voor de FPU-premie geldt
                            50%-50%).</al><al>Als de ambtenaar onbetaald verlof wil opnemen voor langer dan drie
                            maanden betaalt hij vanaf de eerste verlofdag de volledige
                            pensioenpremies zelf. Als de ambtenaar het verlof financiert met
                            levenloop dan stopt de pensioenopbouw op basis van de doorsneepremie van
                            het ABP na één jaar. De ambtenaar kan ervoor kiezen om de opbouw voort
                            te zetten. Hij betaalt dan zelf de volledige individuele premie.</al><al> Financiert de ambtenaar het onbetaalde verlof niet met levensloop dan
                            loopt de pensioenopbouw ook na één jaar door op basis van de
                            doorsneepremie van het ABP. De ambtenaar betaalt de volledige premie
                            zelf.</al><al> Voor de pensioenvormen ANW, AAOP (arbeidsongeschiktheidspensioen) en
                            FPU (VUTfondsbijdrage) vindt geen opbouw plaats. Er moet wel premie
                            worden afgedragen. Met die premie worden de uitkeringen gefinancierd van
                            (ex)-deelnemers van het ABP die recht hebben op die uitkering. Hieraan
                            kunnen de premiebetalers geen rechten ontlenen.</al></li><li nr="3"><al>Verhalen premie</al><al>Het verhaal van de premie op de ambtenaar moet op een van de volgende
                            manieren:</al><lijst><li nr="-"><al>Als de ambtenaar een levensloopuitkering geniet tijdens het
                                    onbezoldigd verlof houdt het college daar de door de ambtenaar
                                    verschuldigde pensioenpremie direct op in.</al></li><li nr="-"><al> Als de ambtenaar geen levensloopuitkering geniet tijdens het
                                    onbezoldigd verlof kan het bedrag dat het college moet verhalen
                                    op de ambtenaar niet verrekend worden met een betaling vanuit de
                                    gemeente aan de ambtenaar. Er ontstaat een vordering van de
                                    gemeente op de ambtenaar. De gemeente dient afspraken te maken
                                    met de ambtenaar hoe deze vordering ingelost wordt.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Artikel 6:11 Samenloop met ziekte (T)</tussenkop><al/><al>Tijdens de opnameperiode van volledig verlof is men in beginsel niet verzekerd
                    voor de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Wet op de
                    arbeidsongeschiktheidsverzekering aangezien er in die periode geen loon en
                    daardoor ook geen sociale zekerheidspremies worden betaald. De werknemer
                    ondervindt na afloop van de verlofperiode geen nadeel voor de toepassing van de
                    Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Wet op de
                    arbeidsongeschiktheidsverzekering, mits dit verlof maximaal 18 maanden
                    duurt.</al><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Bij gedeeltelijk verlof stopt de periode van verlof bij ziekte na twee weken. Op
                    grond van de wet geldt als eerste ziektedag de dag dat de ambtenaar zijn
                    dienstbetrekking niet meer kan vervullen wegen ziekte.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Indien er sprake is van volledig verlof kan het college bij ziekte van de
                    ambtenaar die langer dan 14 kalenderdagen duurt, besluiten om in schrijnende
                    gevallen de periode van verlof te beëindigen. Hiervan kan enkel sprake zijn
                    wanneer een ambtenaar tussentijds verlof geniet, d.w.z. verlof dat niet
                    voorafgaand aan pensionering wordt genoten. </al><al>Uitgangspunt echter bij volledig verlof is dat de periode van verlof niet stopt
                    bij ziekte. </al><al>Op grond van de wet geldt als eerste ziektedag bij volledig verlof de dag dat de
                    ambtenaar zijn arbeid weer zou kunnen gaan vervullen na de periode van verlof
                    als hij niet ziek zou zijn geweest. </al><tussenkop>Artikel 6:12 Samenloop met zwangerschaps- en bevallingsverlof
                    (T)</tussenkop><al>Op grond van hoofdstuk 3 van de Wet arbeid en zorg bestaat een onaantastbaar
                    recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof. In verband met het bijzondere
                    karakter van dat verlof is bepaald dat het onbetaalde verlof eindigt bij
                    samenloop van dat verlof. Indien de ambtenaar gedurende de periode van het
                    verlof een uitkering geniet uit zijn levenslooptegoed zoals bedoeld in artikel
                    6a:9 CAR wordt deze uitkering bij aanvang van het zwangerschaps- of
                    bevallingsverlof stopgezet. De reden hiervoor is dat het levenslooptegoed op
                    grond van artikel 61h Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 niet mag worden
                    opgenomen voor zover de uitkering uit dit tegoed samen met het daarnaast van de
                    werkgever genoten loon uitgaat boven het laatstgenoten loon. Aan de ambtenaar
                    die met zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt op grond van artikel 6:6 CAR de
                    volledige bezoldiging doorbetaald zodat deze grens wordt overschreden.</al><tussenkop> Hoofdstuk 6a De gemeentelijke levensloopregeling (T)</tussenkop><al><vet>Algemene toelichting voor hoofdstuk 6a De gemeentelijke
                        levensloopregeling.</vet></al><al><cursief>Inleiding</cursief> De levensloopregeling zoals die is opgenomen in
                    artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964 en hoofdstuk 7 van de Wet arbeid
                    en zorg is per 1 januari 2006 in werking getreden. In de Uitvoeringsregeling
                    loonbelasting 2001 is een nieuw hoofdstuk 5A opgenomen waarin nadere
                    uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de levensloopregeling zijn gegeven.
                    Daarin is onder meer verplicht gesteld dat de werkgever een schriftelijk
                    vastgelegde levensloopregeling heeft. Aan deze wettelijke verplichting is door
                    het LOGA uitvoering gegeven met de invoering van hoofdstuk 6a CAR. Tevens is in
                    artikel 6a:7 CAR de zogenaamde levensloopbijdrage opgenomen, een
                    werkgeversbijdrage die de ambtenaar kan sparen in het kader van de gemeentelijke
                    levensloopregeling.</al><al>De wettelijke bepalingen over de levensloopregeling zijn niet opgenomen in de
                    CAR. Dit is niet nodig omdat de wettelijke bepalingen over de levensloopregeling
                    rechtstreeks van toepassing zijn op gemeenteambtenaren. In de CAR zijn alleen
                    die aangelegenheden geregeld die wettelijk verplicht zijn of aanvullende
                    afspraken bieden. Van dit principe wordt enkel afgeweken wanneer dat ten goede
                    komt van de leesbaarheid en begrijpelijkheid van de regeling. Hieronder een
                    globaal overzicht van de levensloopregeling zoals die is vastgelegd in de
                    bovenstaande wettelijke regelingen. </al><al><cursief>Hoofdlijnen levensloopregeling</cursief> Het doel van de wettelijke
                    levensloopregeling is werknemers de mogelijkheid te bieden om op individuele
                    basis een voorziening op te bouwen - het levenslooptegoed - om eerder met
                    pensioen te gaan of (meerdere) periodes van onbetaald verlof te financieren.
                    Elke vorm van onbetaald verlof is toegestaan. De voorziening kan bestaan uit een
                    saldo op een bankrekening of een afgesloten levensloopverzekering. </al><al>Het wettelijke recht om deel te nemen aan de levensloopregeling is opgenomen in
                    de Wet arbeid en zorg. Het recht op deelname aan de regeling houdt overigens
                    niet automatisch in dat er recht op verlof bestaat. De werkgever zal toestemming
                    voor het verlof moeten geven in overeenstemming met de bestaande
                    rechtspositieregeling en met inachtneming van de bestaande wettelijke regelingen
                    inzake verlof zoals de Wet arbeid en zorg. In hoofdstuk 6 van de CAR/UWO is
                    opgenomen wanneer en onder welke voorwaarden de ambtenaar recht heeft op
                    onbetaald verlof. In artikel 6:9 CAR is het recht op niet doelgebonden onbetaald
                    verlof opgenomen.</al><al><cursief>Maximum levenslooptegoed</cursief> De hoogte van het levenslooptegoed
                    is gebonden aan een wettelijk maximum. De ambtenaar mag maximaal 210% van zijn
                    bruto jaarloon sparen. Zolang dit maximum nog niet is bereikt mag de werknemer
                    jaarlijks maximaal 12% sparen van het bruto jaarloon dat in dat jaar door hem
                    wordt verdiend. Zelfs als het tegoed daardoor in de loop van het jaar uitstijgt
                    boven 210% van het bruto jaarloon. Bepalend is de hoogte van het
                    levenslooptegoed per 1 januari. </al><al><cursief>Rekenvoorbeeld 1</cursief> Ambtenaar A heeft een volledige aanstelling
                    en een bruto jaarloon van € 25.000. Op 1 januari van jaar x bedraagt zijn
                    levenslooptegoed, inclusief de daarop gekweekte inkomsten en behaalde
                    vermogenswinsten, € 52.000. Dit is minder dan 210% van het bruto jaarloon in
                    jaar x-/-1. Daarom mag A in jaar x nog 12% van zijn jaarloon in jaar x sparen
                    binnen de levensloopregeling. In jaar x spaart A € 3.000 (12% * € 25.000).</al><al><cursief>Rekenvoorbeeld 2</cursief> Per 31 december van jaar x bedraagt het
                    levenslooptegoed van ambtenaar A € 52.000 + (stel 4% rente) € 2.080 + € 3.000
                    (spaarbedrag jaar x)= € 57.080. Dit tegoed is hoger dan 210% van het jaarloon
                    zoals A dat in jaar x genoot. A mag in jaar x+1 daarom geen additionele bedragen
                    meer sparen. Ook niet als hij een salarisverhoging ontvangt in jaar x+1.</al><al>Nadat het maximum is bereikt mogen – totdat het levenslooptegoed weer lager is
                    dan het maximum – geen stortingen meer plaatsvinden. Het maximum mag in die
                    periode wel verder worden overschreden door oprenting of toename van de waarde
                    van de levensloopverzekering.</al><al>Let op: uitzondering in het geval van demotie Als in het voorafgaande
                    kalenderjaar een salarisvermindering heeft plaatsgevonden mag op grond van de
                    wet bij de beoordeling of nog kan worden doorgespaard van het niet verminderde
                    salaris worden uitgegaan, mits die salarisvermindering het gevolg is van het
                    aanvaarden van een deeltijdfunctie of het terugtreden naar een lager
                    gekwalificeerde functie in de periode die aanvangt 10 jaar direct voor de
                    ingangsdatum van het pensioen. Daarbij geldt als extra eis dat het dienstverband
                    na het aanvaarden van een deeltijdfunctie niet minder mag zijn dan 50% van de
                    omvang van het dienstverband op de laatste dag voor de dag die 10 jaar voor de
                    pensioendatum ligt. </al><al><cursief>Loonbelasting en premie aspecten gedurende spaarperiode</cursief> De
                    werkgever houdt bij deelname van de werknemer aan de levensloopregeling maximaal
                    12% in op het brutoloon van de werknemer. Dit bedrag wordt door de werkgever
                    gestort op een geblokkeerde levenslooprekening of levensloopverzekering naar
                    keuze en op naam van de ambtenaar. Over deze stortingen is geen loonheffing
                    (loonbelasting en premies volksverzekeringen) verschuldigd. Bij de
                    levensloopregeling is namelijk de omkeerregel van toepassing. Deze houdt in dat
                    over de bedragen die worden gespaard geen loonheffing verschuldigd is en dat
                    heffing pas plaatsvindt op het moment dat deze bijdragen tot uitkering komen.
                    Ook is over deze bedragen geen inkomensafhankelijke ziektekostenbijdrage
                    verschuldigd zoals bedoeld in artikel 41 Zorgverzekeringswet. Over de stortingen
                    zijn wel de gebruikelijke premies werknemersverzekeringen verschuldigd.</al><al><cursief>Loonbelasting en premie aspecten gedurende verlofperiode</cursief>
                    Zoals gezegd kan het levenslooptegoed worden gebruikt om eerder met pensioen te
                    gaan of om periodes van onbetaald verlof te financieren. Op dat moment maakt de
                    instelling waar het levenslooptegoed is ondergebracht het tegoed (periodiek)
                    over naar de werkgever. De werkgever houdt de verschuldigde loonheffing en de
                    inkomensafhankelijke ziektekostenbijdrage in en maakt het resterende tegoed
                    (periodiek) aan de werknemer over. De werkgever is op grond van de wet verplicht
                    de inkomensafhankelijke ziektekostenbijdrage te vergoeden aan de werknemer.</al><al>Bij opname van het levenslooptegoed voor verlof bestaat recht op een
                    heffingskorting van € 183 (2006) per gespaard jaar. Een werknemer die
                    bijvoorbeeld 10 jaar heeft gespaard, heeft bij opname van het tegoed recht op
                    een bedrag van € 1.830 aan levensloopverlofkorting. De levensloopverlofkorting
                    moet door de werkgever in mindering worden gebracht op de verschuldigde
                    loonheffing. De korting is nooit hoger dan het bedrag dat wordt opgenomen van
                    het levenslooptegoed. De werknemer heeft alleen recht op de korting bij opname
                    van verlof.</al><tussenkop>Artikel 6a:1 Begripsomschrijvingen (T)</tussenkop><al>Verzekeraars, banken, dochters van pensioenfondsen of
                    pensioenuitvoeringsbedrijven en beleggingsinstellingen mogen de
                    levensloopregeling uitvoeren. De ambtenaar bepaalt zelf bij welke instelling hij
                    de levenslooprekening (of –verzekering) wil onderbrengen.</al><al>Onder levenslooptegoed valt niet alleen het levenslooptegoed dat de ambtenaar in
                    zijn ambtelijke dienstbetrekking opbouwt maar ook elk ander levenslooptegoed
                    opgebouwd bij een andere inhoudingsplichtige. </al><tussenkop>Artikel 6a:3 Verzoek tot deelname levensloopregeling (T)</tussenkop><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Dit artikel regelt dat wanneer de ambtenaar deel wil nemen aan de gemeentelijke
                    levensloopregeling hij dit bij het college meldt. Het college kan de deelname
                    enkel weigeren als niet wordt voldaan aan de eisen zoals die zijn gesteld in
                    artikel 6a:4 CAR. </al><al>Indien het college gevolg geeft aan de melding blijft de ambtenaar deelnemen aan
                    de gemeentelijke levensloopregeling tot dat de deelname wordt beëindigd op grond
                    van artikel 6a:8 CAR. Het college heeft wel de wettelijke mogelijkheid om
                    inhoudingen op het loon ten behoeve van de levensloopregeling te corrigeren als
                    blijkt dat de grenzen van artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964 worden
                    overschreden.</al><al>De termijn genoemd in dit lid is wettelijk voorgeschreven op grond van artikel
                    7:2 van de Wet arbeid en zorg.</al><al>Op grond van de Wet arbeid en zorg kan de werknemer slechts een keer per jaar
                    melden aan de werkgever dat hij wil deelnemen aan de levensloopregeling.</al><tussenkop>Artikel 6a:4 Voorwaarden deelname levensloopregeling (T)</tussenkop><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Dit artikel regelt dat de ambtenaar schriftelijk moet verklaren aan het college
                    of hij bij een of meer gewezen werkgevers/inhoudingsplichtigen een
                    levenslooptegoed heeft opgebouwd. </al><al>Indien de ambtenaar meerdere dienstbetrekkingen tegelijkertijd vervult, hoeft
                    hij het levenslooptegoed dat wordt opgebouwd bij andere inhoudingsplichtigen
                    niet door te geven aan het college. </al><al><cursief>Algemeen</cursief> De werkgever bij wie het levenslooptegoed is
                    opgebouwd, is ook inhoudingsplichtig met betrekking tot de over het
                    levenslooptegoed verschuldigde loonheffing en inkomensafhankelijke
                    ziektekostenbijdrage op grond van artikel 41 Zorgverzekeringswet. Dit geldt in
                    beginsel ook indien de werknemer niet meer in dienst is bij deze
                    inhoudingsplichtige. Echter, indien de werknemer een nieuwe dienstbetrekking
                    aanvaardt, wordt het levenslooptegoed geacht te zijn opgebouwd bij de nieuwe
                    werkgever. Met andere woorden, de nieuwe werkgever wordt ook inhoudingsplichtig
                    ten aanzien van het bij de oude werkgever opgebouwde levenslooptegoed. Dit is
                    slechts anders indien:</al><lijst><li nr="-"><al>de werknemer niet gaat deelnemen aan de levensloopregeling van de nieuwe
                            werkgever; of,</al></li><li nr="-"><al>het levenslooptegoed al wordt geacht te zijn opgebouwd bij een andere
                            inhoudingsplichtige bij wie de werknemer op dat moment in
                            dienstbetrekking staat. Dit kan het geval zijn als de werknemer al in
                            dienst is bij een andere werkgever.</al></li></lijst><al>De inhoudingsplichtige moet toetsen of het levenslooptegoed van de werknemer
                    binnen de 210% grens blijft. Hierbij telt ook het levenslooptegoed mee waarvoor
                    hij geacht wordt inhoudingsplichtig te zijn. Indien de werknemer aan de
                    levensloopregeling van meerdere werkgevers tegelijk deelneemt, geldt de 210%
                    grens per dienstbetrekking.</al><al>Voorbeeld 1 Ambtenaar X heeft bij werkgever A een levenslooptegoed opgebouwd van
                    € 30.000. Hij neemt ontslag bij werkgever A en aanvaardt een nieuwe
                    dienstbetrekking bij werkgever B. Ambtenaar X neemt geen deel aan de
                    levensloopregeling bij werkgever B. Werkgever A blijft inhoudingsplichtig ten
                    aanzien van het levenslooptegoed van € 30.000. In dit geval is overigens
                    uitsluitend een uitkering ineens toegestaan zoals bij afkoop het geval is (zie
                    artikel 6a:9 derde lid CAR). Immers, werkgever A kan de ambtenaar geen verlof
                    meer verlenen.</al><al>Voorbeeld 2 Ambtenaar X neemt ontslag bij werkgever A en aanvaardt een nieuwe
                    dienstbetrekking bij werkgever B. Ambtenaar X gaat ook bij de nieuwe werkgever
                    deelnemen aan de levensloopregeling. Het levenslooptegoed van € 30.000 wordt nu
                    geacht te zijn opgebouwd bij werkgever B. Werkgever B is inhoudingsplichtig ten
                    aanzien van dit levenslooptegoed en moet toetsen of het totale levenslooptegoed
                    van de ambtenaar binnen de 210% grens blijft. Het levenslooptegoed kan blijven
                    staan bij de eerder gekozen levensloopinstelling waar het is opgebouwd.</al><al>Voorbeeld 3 Ambtenaar X gaat naast zijn dienstbetrekking met werkgever B een
                    tweede dienstbetrekking aan met werkgever C. Ook bij deze werkgever gaat de
                    ambtenaar deelnemen aan de levensloopregeling. Omdat werkgever B al
                    inhoudingsplichtig is ten aanzien van het levenslooptegoed van € 30.000 hoeft
                    werkgever C geen rekening te houden met dit levenslooptegoed. De ambtenaar hoeft
                    werkgever C ook niet te informeren over dit levenslooptegoed.</al><al>Voorbeeld 4 Ambtenaar X neemt deel aan zowel de levensloopregeling van werkgever
                    B als werkgever C. Zijn inkomen van werkgever B bedraagt € 15.000, zijn inkomen
                    bij werkgever C bedraagt € 20.000. Beide werkgevers moeten ieder kalenderjaar
                    toetsen of het maximum is bereikt om te bepalen of de werknemer nog mag sparen
                    in het betreffende kalenderjaar. Bij werkgever B bedraagt het levenslooptegoed
                    op 1 januari € 30.000. Dit is minder dan 210% van het bruto jaarloon zijnde €
                    15.000. Daarom mag X in het aankomende kalenderjaar nog 12% van € 15.000 sparen
                    binnen de levensloopregeling bij werkgever B. Bij werkgever C heeft de ambtenaar
                    nog geen levenslooptegoed opgebouwd. Bij werkgever C mag de ambtenaar daarom in
                    het aankomende kalenderjaar 12% van € 20.000 sparen binnen de
                    levensloopregeling.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> Om een relatie met de levensloopinstelling te waarborgen dient de instelling na
                    afloop van elk kalenderjaar een overzicht van het levenslooptegoed van de
                    ambtenaar te verstrekken aan het college. De reden hiervoor is dat het college
                    moet toetsen of het levenslooptegoed van de ambtenaar binnen de 210% grens
                    blijft. De verklaring geldt niet voor levenslooptegoed waarvoor het college niet
                    inhoudingsplichtig is. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als de ambtenaar bij
                    meerdere werkgevers tegelijk deelneemt aan een levensloopregeling. </al><tussenkop>Artikel 6a:5 Inleg (T)</tussenkop><al>Ambtenaren mogen op grond van de wet maximaal 12% per jaar van hun brutoloon
                    sparen. Hierbij mag worden uitgegaan van het fiscale loon zoals vermeld op de
                    jaaropgave. Als de werknemer meerdere dienstbetrekkingen naast elkaar heeft,
                    geldt het maximum per dienstbetrekking. Het wettelijke maximum van 12% geldt
                    niet voor de ambtenaar die op 31 december 2005 de leeftijd van 51 jaar maar niet
                    de leeftijd van 56 jaar heeft bereikt.</al><al>De inleg wordt door het college gestort op de levenslooprekening dan wel
                    overgemaakt als premie voor de levensloopverzekering, zoveel mogelijk in de
                    maand waarin de door de ambtenaar aangewezen bronnen zouden zijn uitbetaald. </al><tussenkop>Artikel 6a:6 Bronnen (T)</tussenkop><al>Dit artikel somt de bronnen op die de ambtenaar kan inzetten. Ter beperking van
                    de uitvoeringslast zijn niet alle bestanddelen die onder het fiscale loon vallen
                    als bron aangewezen. </al><al>Het opgebouwde verloftegoed van artikel 4.3 zoals dat luidde voor 1 april 2006
                    kan alleen worden ingezet indien het college in samenspraak met de ambtenaar tot
                    het besluit is gekomen dat het verloftegoed wordt omgezet in een
                    geldbedrag.</al><tussenkop>Artikel 6a:7 Vervallen (T)</tussenkop><al>(Vervallen)</al><tussenkop>Artikel 6a:8 Beëindiging deelname levensloopregeling (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Dit artikel regelt op welke wijze de ambtenaar zijn deelname aan de
                    gemeentelijke levensloopregeling kan beëindigen. Wil de ambtenaar na verloop van
                    tijd weer verder sparen dan moet hij dit opnieuw melden (zie artikel 6a:3 CAR).
                    De ambtenaar kan op grond van de wet slechts eenmaal per jaar een melden dat hij
                    wil deelnemen aan de levensloopregeling.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Dit artikel geeft aan wanneer deelname aan de gemeentelijke levensloopregeling
                    in ieder geval beëindigd wordt. </al><al>Op grond van artikel 8:2 CAR eindigt het dienstverband van de werknemer met
                    ingang van de dag dat hij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Deelname aan de
                    gemeentelijke levensloopregeling eindigt op de dag voordat zijn dienstverband
                    eindigt. Als de medewerker het levenslooptegoed nog niet heeft opgenomen voor
                    die datum, heeft hij twee keuzes. In de eerste plaats kan het levenslooptegoed
                    contant worden opgenomen door de medewerker onder inhouding van de verschuldigde
                    loonheffing en inkomensafhankelijke ziektekostenbijdrage (als loon uit vroegere
                    dienstbetrekking). Daarnaast bestaat de mogelijkheid om het tegoed te besteden
                    aan het verbeteren van het ouderdomspensioen, mits hiervoor nog fiscale ruimte
                    is.</al><al>De hoogte van de uitkering bij overlijden, hangt af van de voorwaarden die de
                    instelling hanteert waarbij het levenslooptegoed is ondergebracht. </al><tussenkop>Artikel 6a:9 Opname levenslooptegoed (T)</tussenkop><al>Als het levenslooptegoed wordt opgenomen voor andere reden dan voor een periode
                    van verlof dan is melding 3 maanden vooraf niet nodig. De gemeente wordt in die
                    situatie namelijk niet geconfronteerd met onverwachte kosten of onverwachte
                    afwezigheid. Bij opname van levenslooptegoed zijn de bepaling in de Wet op de
                    Loonbelasting 1964 en de Wet Inkomstenbelasting van toepassing.</al><al>Indien de ambtenaar het levenslooptegoed wil inzetten voor verlof moet het
                    college op verzoek van de ambtenaar het levenslooptegoed (periodiek) uitkeren
                    aan de ambtenaar gedurende een periode van verlof. Op de uitkering bij verlof
                    wordt de eventueel verschuldigde loonheffing, inkomensafhankelijke bijdrage,
                    pensioenpremies en eventuele andere inhoudingen ingehouden.De ambtenaar meldt
                    het college drie maanden voor de gewenste ingangsdatum dat hij over (een deel
                    van) zijn levenslooptegoed wil beschikken. Deze termijn sluit aan bij de termijn
                    die geldt voor de aanvraag van onbetaald verlof (artikel 6:9, vijfde lid CAR).
                    De aanvraag voor het gebruik maken van het levenslooptegoed en het verzoek om
                    onbetaald verlof kan tegelijkertijd plaatsvinden. Er kan uiteindelijk slechts
                    tot uitkering van het levenslooptegoed worden overgegaan wanneer het verlof
                    wordt toegekend.De instelling waar het levenslooptegoed is ondergebracht maakt
                    het tegoed alleen over naar het college voor zover het college en de ambtenaar
                    samen daarvoor toestemming hebben verleend.Aan de hoeveelheid levenslooptegoed
                    die een werknemer per maand kan opnemen is een limiet gesteld. Het opgenomen
                    bedrag mag niet meer zijn dan het loon dat de werknemer direct voorafgaand aan
                    de verlofperiode per maand ontving. Dus: een werknemer die in juli € 1.000
                    verdiende, mag in augustus niet meer dan € 1.000 aan levenslooptegoed opnemen
                    voor de financiering van 1 maand onbetaald verlof. Er moet daarbij ook rekening
                    worden gehouden met een eventuele loondoorbetaling door de werkgever. Krijgt
                    deze werknemer tijdens het verlof al € 500 van zijn werkgever, dan mag hij nog
                    maar € 500 van zijn levenslooptegoed opnemen.Het laatstgenoten loon is het
                    reguliere loon dat voorafgaand aan de verlofperiode van de werkgever werd
                    ontvangen. Hierbij mag rekening gehouden worden met inmiddels opgetreden
                    algemene salarisstijgingen. Bij de toetsing of niet meer wordt opgenomen dat het
                    laatstgenoten loon hoeft op grond van de wet geen rekening te worden gehouden
                    met genoten loon van een andere inhoudingsplichtige.De opname van het
                    levenslooptegoed kan niet worden aangemerkt als bezoldiging. Daarom behoort de
                    opname van het levenslooptegoed niet tot de grondslag voor de berekening van de
                    vakantietoelage en de ziektekostenvergoeding zoals bedoeld in artikel 7:24a CAR.
                    Ook behoort de opname niet tot de grondslag voor de eindejaarsuitkering omdat de
                    uitkering niet kan worden aangemerkt als salaris zoals bedoeld in artikel 3:1,
                    lid 2, sub b CAR.</al><al>Voor de opname van het levenslooptegoed voor andere bestedingsdoelen zijn geen
                    verdere bepalingen nodig. Het is dus bijvoorbeeld mogelijk om het
                    levenslooptegoed binnen de fiscale mogelijkheden in te zetten voor de opbouw van
                    extra pensioen. </al><tussenkop>Artikel 6a:10 Slotbepaling (T)</tussenkop><al>Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaren die vallen onder hoofdstuk
                    9 en 9b.</al><al>Voor zover hier van belang, wordt hoofdstuk 9 (Uitkering functioneel
                    leeftijdsontslag) tot 1 juli 2006 nog toegepast op de ambtenaar die op grond van
                    artikel 9:11 buitengewoon verlof wordt verleend, dan wel FLO-ontslag wordt
                    verleend. Omdat voor deze ambtenaren in het kader van het overgangsrecht
                    personeel in bezwarende functies afwijkende afspraken zijn gemaakt, hebben zij
                    geen recht op de levensloopbijdrage van 1,5%.</al><al>Hoofdstuk 9b (overgangsrecht) is van toepassing op de ambtenaar die:</al><lijst><li nr="-"><al>op 31 december 2005 werkzaam was bij een beroepsbrandweerkorps of bij
                            een ambulancedienst; en</al></li><li nr="-"><al>op 31 december 2005 een betrekking vervulde, waarvoor door het college
                            krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005,
                            leeftijdsgrenzen zijn bepaald; en</al></li><li nr="-"><al>sinds 31 december 2005 onafgebroken een betrekking heeft vervuld, op
                            grond waarvan krachtens artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december
                            2005, ontslag werd verleend op de leeftijd van 55 jaar of ouder.</al></li></lijst><al>Voor deze ambtenaren is een afwijkende levensloopbijdrage afgesproken. Zij
                    hebben dus geen recht op de levensloopbijdrage van 1,5%.</al><al>De ambtenaar die onder paragraaf 5 van hoofdstuk 9b valt (dat is de ambtenaar
                    die op 31 december 2005 een functie vervulde, waarvoor een leeftijdsgrens was
                    bepaald, maar die feitelijk niet bezwarend was), valt wel onder hoofdstuk
                    6a.</al><tussenkop>Artikel 6a:11 Vervallen (T)</tussenkop><al>(Vervallen)</al><tussenkop>Artikel 7:1 Definities (T)</tussenkop><al/><al><cursief> Sub a</cursief>De definitie van passende arbeid komt overeen met de
                    definitie die sinds de invoering van de Wet Verbetering Poortwachter in artikel
                    658a van boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek is opgenomen.</al><al>In zijn algemeenheid dient de vraag wat passende arbeid is in elk concreet geval
                    aan de hand van de omstandigheden te worden beantwoord. Als leidraad geldt dat
                    het bij passende arbeid moet gaan om arbeid die in redelijkheid aan de ambtenaar
                    kan worden opgedragen, gelet op onder meer het arbeidsverleden, de opleiding, de
                    gezondheidstoestand, de afstand tot het werk, de bezoldiging en hetgeen waartoe
                    de ambtenaar nog in staat is. Hierbij geldt dat naarmate de
                    arbeidsongeschiktheid langer duurt, een bredere oriëntatie ten aanzien van de te
                    verrichten arbeid mag worden verwacht. Naarmate de duur van de gedeeltelijke
                    arbeidsongeschiktheid langer is, kan van de ambtenaar worden verlangd dat hij
                    concessies doet met betrekking tot de door hem te verrichten werkzaamheden, als
                    reïntegratie in de eigen functie niet tot de mogelijkheden behoort. Dit leidt
                    ertoe dat arbeid die in eerste instantie niet als passend moet worden
                    aangemerkt, op een later moment -door wijziging van de omstandigheden- wel als
                    passend kan worden aangemerkt.</al><al>Eerst dient te worden nagegaan of de eigen arbeid, al dan niet met aanpassingen,
                    of een andere organisatie van het werk, naar verwachting nog zal kunnen worden
                    verricht. Als dat het geval is, dan ligt het in de rede dat werkgever en
                    ambtenaar hun inspanningen daarop richten. Dit sluit niet uit dat de ambtenaar
                    tijdelijk ander werk kan verrichten, mits hij daartoe in staat is en dit niet
                    belemmerend is voor het herstelproces en voor zover dit werk ook overigens in
                    redelijkheid aan de ambtenaar kan worden opgedragen, gelet op onder meer diens
                    arbeidsverleden en werkervaring. Behoort terugkeer naar de eigen werkplek niet
                    meer tot de reële mogelijkheden, is een bredere oriëntatie nodig. Hierbij moet
                    in eerste instantie zo dicht mogelijk worden aangesloten bij de laatst
                    overeengekomen functie. Als (binnen een redelijke termijn) dergelijke arbeid
                    noch bij de eigen werkgever, noch bij een derde voorhanden is, mag van de
                    ambtenaar worden verlangd, dat hij zich wat betreft door hem te aanvaarden
                    arbeid ruimer opstelt. In de jurisprudentie is dit betreffende het begrip
                    passende arbeid een algemeen aanvaard uitgangspunt.</al><al> De vraag welke arbeid als passend kan worden beschouwd, is in eerste instantie
                    ter beoordeling van de werkgever, die de eigen bedrijfsarts kan raadplegen om te
                    kunnen beoordelen wat (gegeven de gezondheidssituatie) van een ambtenaar mag
                    worden gevraagd. Als de werkgever twijfelt over de vraag of de arbeid die hij
                    voornemens is aan te bieden wel als passend kan worden aangemerkt, kan hij
                    daarover ingevolge artikel 30, eerste lid, onderdeel f, van de SUWI, een oordeel
                    vragen aan het UWV, als onafhankelijke deskundige. Ook de ambtenaar heeft deze
                    mogelijkheid. Voor de rechtsbescherming van de werknemer is relevant dat wanneer
                    de werkgever besluit op grond van artikel 7:14, tweede lid, onder b, de
                    bezoldiging niet uit te betalen, de bezoldiging alsnog aan de ambtenaar moet
                    worden uitbetaald als de ambtenaar op grond van de second opinion ingevolge
                    artikel 30, eerste lid, onderdeel f, van de SUWI in het gelijk wordt
                    gesteld.</al><al>Het begrip passende arbeid speelt een rol in de verplichting van de werkgever –
                    als de ambtenaar ziek is – te zoeken naar passende arbeid (artikel 7:9).
                    Daarnaast is de ambtenaar verplicht passende arbeid te aanvaarden, wanneer deze
                    wordt aangeboden (artikel 7:11). Artikel 7:14 en 8:5a maken het mogelijk de
                    weigering van een ambtenaar passende arbeid te aanvaarden te sanctioneren.</al><al><cursief>Sub b</cursief> De ambtenaar die tijdens zijn ziekte werkzaamheden
                    verricht met oog op terugkeer in zijn eigen of passende arbeid, heeft over die
                    uren ingevolge artikel 7:3, zesde lid, onder c, recht op 100% doorbetaling van
                    zijn bezoldiging. Deze werkzaamheden kunnen lager bezoldigd zijn dan de eigen
                    arbeid. Over de invulling van deze werkzaamheden maakt de werkgever heldere
                    afspraken met de ambtenaar. De werkgever laat zich bijstaan door een ter zake
                    deskundige, bijvoorbeeld de bedrijfsarts of door de arbo-dienst. Bij het maken
                    van de afspraken tussen de werkgever en ambtenaar kan worden gedacht aan het
                    aantal uren dat een ambtenaar op bepaalde dagen moet gaan werken, wat de
                    aanvangs- en vertrektijden zijn, welke taken de ambtenaar moet gaan uitvoeren en
                    wie zijn werkzaamheden aanstuurt. De afspraken worden vastgelegd in het plan van
                    aanpak bedoeld in artikel 7:9.</al><al>De ambtenaar is verplicht deze werkzaamheden te aanvaarden, wanneer deze worden
                    aangeboden (artikel 7:11). Artikel 7:14 en 8:5a maken het mogelijk de weigering
                    van een ambtenaar werkzaamheden in het kader van de reïntegratie te aanvaarden
                    te sanctioneren.</al><al><cursief>Sub c</cursief> De ambtenaar die tijdens zijn ziekte scholing volgt met
                    het oog op terugkeer in zijn eigen of passende arbeid, heeft ingevolge artikel
                    7:3, zesde lid, onder d, over deze uren recht op de doorbetaling van zijn
                    volledige bezoldiging. Gedacht kan worden aan scholing die het mogelijk maakt
                    dat de ambtenaar op een andere wijze zijn eigen functie weer volledig kan
                    verrichten. Ook kan scholing worden gezocht die de ambtenaar in staat stelt een
                    passende functie uit te kunnen oefenen. Over de specifieke scholing moeten de
                    ambtenaar en de werkgever afspraken maken. De werkgever laat zich bijstaan door
                    een ter zake deskundige, bijvoorbeeld de bedrijfsarts of door de arbo-dienst. De
                    afspraken worden vastgelegd in het plan van aanpak bedoeld in artikel 7:9.</al><al>De ambtenaar verplicht de scholing te aanvaarden, wanneer deze wordt aangeboden
                    (artikel 7:11). Artikel 7:14 en 8:5a maken het mogelijk de weigering van een
                    ambtenaar scholing in het kader van de reïntegratie te aanvaarden te
                    sanctioneren.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Door de verwijzing naar artikel 1:2:1 wordt eraan herinnerd dat artikel 7:24a,
                    7:25, 7:25a en 7:25b niet van toepassing zijn op de ambtenaar met een
                    arbeidsovereenkomst en dat hoofdstuk 7 niet van toepassing is op de ambtenaar
                    die is aangesteld hoofdzakelijk ten behoeve van een wetenschappelijke of
                    praktische opleiding of vorming.</al><tussenkop>Artikel 7:2 Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en geneeskundig onderzoek
                    (T)</tussenkop><al>Artikel 7:2 geeft de basis aan voor UWO-artikelen die het onderwerp
                    bedrijfsgeneeskundige begeleiding en geneeskundig onderzoek nader regelen. Dat
                    betekent dat voor UWO-gemeenten de bedrijfsgeneeskundige begeleiding in de
                    artikelen 7:2:1 tot en met 7:2:7 inhoudelijk volledig is uitgewerkt.
                    UWO-gemeenten kunnen derhalve weliswaar geen nadere regels aan deze
                    UWO-artikelen toevoegen, wel kunnen UWO-gemeenten nadere uitvoeringsregels
                    vaststellen ter uitvoering van de UWO-artikelen voor zover noodzakelijk.</al><al>Voor alle gemeenten is in artikel 7:12 het geneeskundig onderzoek nader
                    uitgewerkt.</al><tussenkop>Artikel 7:2:1 Arbo-dienst (T)</tussenkop><al>Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet is de gemeente verplicht om zich bij de
                    begeleiding van werknemers die door ziekte niet in staat zijn hun arbeid te
                    verrichten te laten bijstaan door een deskundige die gecertificeerd is op het
                    terrein van de arbeids- en bedrijfsgeneeskunde of een arbo-dienst. Dit houdt
                    onder andere in dat de gemeente bij de uitvoering van de
                    reintegratieverplichtingen ingevolge de WIA de bovengenoemde deskundige of de
                    arbo-dienst na 6 weken van ziekte moet vragen om een probleemanalyse en een
                    advies, die de basis vormen van het plan van aanpak, dat na 8 weken ziekte
                    opgesteld moet zijn.</al><tussenkop>Artikel 7:2:5 Geneeskundig onderzoek (T)</tussenkop><al>Dit artikel geeft het college de bevoegdheid de ambtenaar te onderwerpen aan een
                    geneeskundig onderzoek. Deze bevoegdheid kan van belang zijn wanneer
                    bijvoorbeeld het gedrag van een ambtenaar op de werkplek aanleiding vormt voor
                    de werkgever zich af te vragen of betrokkene een goede gezondheid geniet. Het
                    kan voor de werkgever ook van belang zijn te weten of de ongeschiktheid voor een
                    functie een medische oorzaak heeft.</al><al>Ingevolge het bepaalde in artikel 7:12 is de ambtenaar verplicht zich aan een
                    dergelijk onderzoek te onderwerpen, in artikel 7:13:2 is de sanctie neergelegd
                    indien de ambtenaar weigert zich te onderwerpen aan een dergelijk
                    onderzoek.</al><tussenkop>Artikel 7:2:7 Maatregelen of voorzieningen in belang herstel ambtenaar
                    (T)</tussenkop><al>Artikel 7:2:7 heeft betrekking op subsidies die de gemeente kan aanvragen,
                    bijvoorbeeld in het kader van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
                    De brochure ‘Slim omgaan met subsidies voor arbeidsgehandicapten’ van het
                    A+Ofonds geeft hierover uitgebreide informatie.</al><tussenkop>Artikel 7:3 Recht op bezoldiging (T)</tussenkop><al/><al><vet>Inleiding</vet> Voor een omschrijving van het begrip ziekte wordt
                    aangesloten bij de jurisprudentie zoals die door de Centrale Raad van Beroep is
                    gevormd op basis van artikel 19 van de Ziektewet. Voor een recht op ziekengeld
                    moet een verzekerde ongeschikt zijn voor het verrichten van zijn arbeid wegens
                    ziekte. Onder het begrip ‘ongeschiktheid tot werken’ verstaat de Centrale Raad
                    het op medische gronden naar objectieve maatstaven gemeten niet kunnen of mogen
                    verrichten van de in aanmerking komende arbeid. Vervolgens hanteert de Centrale
                    Raad een medisch ziektebegrip. Er moet, naar het oordeel van de Centrale Raad,
                    sprake zijn van een ‘de gezondheidstoestand ongunstig beïnvloedend procesmatig
                    gebeuren’. </al><al><vet>Lid 1, 2, 3 en 4</vet></al><al> In het eerste tot en met het vierde lid wordt de hoofdlijn van het regime van
                    de hoogte van de loondoorbetaling tijdens ziekte weergegeven. Met ingang van de
                    eerste ziektedag wordt de bezoldiging gedurende zes maanden volledig
                    doorbetaald. Hierna heeft de ambtenaar gedurende de zevende maand tot en met de
                    twaalfde maand recht op 90% van zijn bezoldiging. Na twaalf maanden van ziekte
                    heeft de ambtenaar recht op 75% van zijn bezoldiging. Na 24 maanden van ziekte
                    heeft de ambtenaar recht op 70% van zijn bezoldiging tot het einde van zijn
                    dienstverband.</al><al>Uit het gelijke behandelingsrecht vloeit voort dat het zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof niet mag worden aangemerkt als ziekte. De leden 1, 2, 3 en 4,
                    die de hoogte van de doorbetaling van de bezoldiging bepalen tijdens ziekte zijn
                    hier niet van toepassing. In artikel 6:7 is geregeld dat de vrouwelijke
                    ambtenaar tijdens haar zwangerschaps- en bevallingsverlof recht heeft op de
                    doorbetaling van haar volledige bezoldiging. Dit geldt ook als de ambtenaar ziek
                    is tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof. Het zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof heeft met andere woorden voorrang boven de financiële
                    aanspraken die gelden tijdens ziekte. </al><al>Op grond van artikel 29a van de Ziektewet heeft de medewerkster recht op
                    ziekengeld ter hoogte van 100% van haar dagloon over de perioden van
                    zwangerschapsgerelateerde ziekte voorafgaand aan het zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof en daarna.</al><al><vet>Lid 6</vet></al><al> De definities met betrekking tot passende arbeid, werkzaamheden en scholing in
                    het kader van de reïntegratie zijn opgenomen in artikel 7:1, eerste lid,
                    onderdelen a, b en c. </al><al><vet>Lid 7</vet></al><al> Wanneer de ziekte is veroorzaakt door een dienstongeval blijft aanspraak
                    bestaan op de gehele bezoldiging.</al><al><vet>Lid 8</vet></al><al>De ambtenaar die gedurende het tweede ziektejaar en daarna voor ten minste 50%
                    van zijn arbeidsduur zijn arbeid, passende arbeid of werkzaamheden in het kader
                    van zijn reïntegratie verricht of scholing volgt als genoemd in het zesde lid,
                    heeft recht op een bonus van 5%, berekend over de bezoldiging waarop hij recht
                    heeft ingevolge dit artikel. Deze bonus geeft naast de betaling van 100% over de
                    gewerkte uren en uren van scholing in het kader van de reïntegratie een extra
                    reïntegratiestimulans voor de ambtenaar. Een ambtenaar heeft in het eerste
                    ziektejaar geen recht op de bonus. </al><al><vet>Lid 10</vet></al><al> Uit jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep volgt (CRvB 25 februari
                    2005, vindplaats: LJN AS9294, 02/3044 AW) dat uit het recht op gelijke
                    behandeling tussen mannen en vrouwen voortvloeit dat de periode vanaf het begin
                    van de zwangerschap tot aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof waarin de
                    zwangerschap gepaard gaat met stoornissen en complicaties niet meegeteld mag
                    worden voor de berekening van de termijn als bedoeld in het eerste tot en met
                    het vierde lid. Indien dat wel het geval zou zijn, zou de medewerkster die
                    zwangerschapsgerelateerd ziek is, eerder geconfronteerd worden met een verlaging
                    van haar bezoldiging. Deze verlaging kan alleen vrouwen treffen en is daarom
                    strijdig met het gelijke behandelingsrecht. In het tiende lid is daarom geregeld
                    dat de periode van de zwangerschapsgerelateerde ziekte de termijnen als bedoeld
                    in het eerste tot en met het vierde lid opschort. Dit houdt in dat het langer
                    duurt voordat de bezoldiging van betrokkene op een lager niveau gesteld wordt. </al><al>Hieronder is een voorbeeld opgenomen ter verduidelijking.</al><al><cursief>Voorbeeld</cursief> Een medewerkster is met ingang van 1 februari 2006
                    ziek vanwege een hernia. Zij wordt hersteld verklaard op 1 mei 2006 (zij is dan
                    3 maanden ziek). Op 15 mei 2006 valt zij uit wegens zwangerschapsklachten
                    (minder dan 4 weken van herstel) en herstelt hiervan met ingang van 15 juni 2006
                    (1 maand ziek). Met ingang van 1 juli 2006 valt zij voor 4 maanden uit wegens
                    een hernia (minder dan 4 weken van herstel). Als gevolg van de samentelregeling
                    uit het elfde lid, worden ziekteperioden samengeteld als er minder dan 4 weken
                    van herstel tussenligt. Ingevolge lid 2 zou de medewerkster dan met ingang van 1
                    september 2006 (dan zijn in totaal – de korte periodes van herstel niet
                    meegerekend – 6 maanden van ziekte verstreken), recht hebben op 90% van haar
                    bezoldiging. De periode van zwangerschapsgerelateerde ziekte schort de periode
                    van de hoogte van de loondoorbetaling echter op. De medewerkster is 1 maand
                    zwangerschapsgerelateerd ziek geweest. Als gevolg hiervan wordt haar bezoldiging
                    met ingang van 1 oktober 2006 naar 90% bijgesteld. </al><al>Let wel, het tiende lid ziet alleen op een opschorting van de periode bedoeld in
                    het eerste tot en met het vierde lid. Als een medewerker 7 maanden ziek is en na
                    3 weken herstel zwangerschapsgerelateerd ziek wordt, dan heeft zij op grond van
                    het tweede lid van dit artikel recht op 90% doorbetaling van haar bezoldiging
                    tijdens de zwangerschapsgerelateerde ziekte. De periode van de
                    zwangerschapsgerelateerde ziekte schort de berekening van de periode waarover de
                    hoogte van de loondoorbetaling wordt bepaald, op. Ingevolge artikel 29a van de
                    Ziektewet heeft de vrouwelijke ambtenaar over de periode van
                    zwangerschapsgerelateerde ziekte recht op ziekengeld ter hoogte van 100% van
                    haar dagloon. In artikel 7:19 is de samenloop van bezoldiging bij ziekte met het
                    ziekengeld geregeld.</al><al><vet>Lid 11</vet></al><al> Volgens het elfde lid worden ziekteperioden samengeteld als zij elkaar met een
                    onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Uit het gelijke
                    behandelingsrecht vloeit voort dat de periode van zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof niet aangemerkt mag worden als ziekte. Dit heeft tot gevolg dat
                    ziekteperioden die onderbroken worden door het zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof in principe niet mogen worden samengeteld aangezien er door het
                    verlof een onderbreking van vier weken of meer plaatsvindt tussen de
                    ziekteperioden. Indien de ziekte echter direct voorafgaat aan en direct aansluit
                    op het zwangerschaps- en bevallingsverlof én de ziekte moet redelijkerwijs
                    worden geacht voort te vloeien uit dezelfde oorzaak, worden deze perioden
                    samengeteld. </al><al>Hieronder zijn een aantal voorbeelden opgenomen.</al><al><cursief>Voorbeeld I</cursief> Een medewerkster is ziek vanaf 1 januari 2006. Op
                    15 maart 2006 herstelt zij, waarna zij op 29 maart 2006 (na 2 weken) weer ziek
                    wordt. De periode van herstel heeft korter geduurd dan 4 weken. Daardoor geldt 1
                    januari 2006 als eerste ziektedag. Dit betekent dat de bezoldiging op 15 juli
                    2006 (dit is zes maanden + 2 weken na 1 januari 2006) wordt teruggebracht naar
                    90%. Op 15 januari 2007 wordt de bezoldiging vervolgens teruggebracht naar 75 %
                    en per 15 januari 2008 naar 70%.</al><al><cursief>Voorbeeld II</cursief> Een medewerkster is ziek vanaf 1 januari 2006.
                    Op 15 maart 2006 herstelt zij, waarna zij op 26 april 2006 (na 6 weken) weer
                    ziek wordt. De periode van herstel heeft langer geduurd dan 4 weken. Daardoor
                    geldt 26 april 2006 als eerste ziektedag, waarop de termijn voor terugbrengen
                    van de bezoldiging begint te lopen. Dit betekent dat de bezoldiging op 26
                    oktober 2006 (dit is 6 maanden na 26 april 2006) wordt teruggebracht naar 90%.
                    Op 26 april 2007 wordt de bezoldiging vervolgens teruggebracht naar 75% en per
                    26 april 2008 naar 70%.</al><al><cursief>Voorbeeld III</cursief> Een medewerkster is ziek vanaf 1 januari 2006.
                    Op 15 maart 2006 herstelt zij. Op 29 maart 2006 gaat zij met zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof. Zij zou op 19 juli 2006 weer moeten gaan werken. Op dat moment
                    is zij echter ziek. Omdat de medewerkster voorafgaand aan het zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof niet ziek was, geldt het zwangerschaps- en bevallingsverlof als
                    onderbreking van 4 weken of meer. Daardoor geldt 19 juli 2006 als eerste
                    ziektedag, waarop de termijn voor het terugbrengen van de bezoldiging begint te
                    lopen. Dit betekent dat op 19 januari 2007 (dit is 6 maanden na 20 juli 2006) de
                    bezoldiging wordt teruggebracht tot 90%. Op 19 juli 2007 wordt de bezoldiging
                    vervolgens teruggebracht naar 75% en per 19 juli 2008 naar 70%.</al><al><cursief>Voorbeeld IV</cursief> Een medewerkster is ziek vanaf 1 januari 2006.
                    Op 1 mei 2006 gaat zij met zwangerschaps- en bevallingsverlof tot en met 20
                    augustus 2006. Op 21 augustus 2006 zou zij weer moeten gaan werken. Echter, zij
                    is op dat moment nog ziek. Er zijn twee mogelijkheden.</al><al><cursief>Mogelijkheid A</cursief> De ziekte na het zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof heeft dezelfde oorzaak als de ziekte voor dat verlof. In dit
                    geval geldt 1 januari 2006 als eerste ziektedag, waarop de termijn voor
                    terugbrengen van de bezoldiging begint te lopen. Dit betekent dat de bezoldiging
                    op 21 oktober 2006 (dit is 6 maanden + 16 weken na 1 januari 2006) wordt
                    teruggebracht naar 90%. Op 21 april 2007 wordt de bezoldiging vervolgens
                    teruggebracht naar 75% en per 21 april 2008 naar 70%.</al><al><cursief>Mogelijkheid B</cursief> De ziekte na het zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof heeft een andere oorzaak dan de ziekte voor dat verlof. In dit
                    geval geldt 21 augustus 2006 als eerste ziektedag, waarop de termijn voor het
                    terugbrengen van de bezoldiging begint te lopen. Dit betekent dat op 21 februari
                    2007 (dit is 6 maanden na 21 augustus 2006) de bezoldiging wordt teruggebracht
                    tot 90%. Op 21 augustus 2007 wordt de bezoldiging vervolgens teruggebracht naar
                    75% en per 21 augustus 2008 naar 70%.</al><al><vet>Lid 12</vet></al><al> Indien de ambtenaar na 24 maanden van ziekte definitief wordt herplaatst in een
                    andere betrekking door middel van een wijziging van de aanstelling (artikel
                    7:16, tweede lid), ontstaat op de ingangsdatum van de wijziging van de
                    aanstelling een nieuwe situatie. Als de ambtenaar weer ziek wordt in deze
                    aanstelling beginnen de termijnen van dit artikel opnieuw te lopen. </al><al><vet>Lid 13</vet></al><al> Het dertiende lid geeft de basis voor artikelen die het onderwerp recht op
                    bezoldiging nader regelen. In de artikelen 7:8 tot en met 7:8:3 is hieraan
                    uitdrukking gegeven. Ook de artikelen 7:13:1, 7:13:2, 7:14 en 7:15:1 bevatten
                    bepalingen met betrekking tot het niet uitbetalen van en het tussentijds
                    stopzetten van de bezoldiging.</al><al><vet>Lid 14</vet></al><al>Het college kan in bepaalde gevallen van oordeel zijn dat een korting op de
                    bezoldiging niet redelijk is en besluiten tot doorbetaling van de volledige
                    bezoldiging. Deze afweging wordt in ieder geval gemaakt als er sprake is van een
                    zodanige gezondheidssituatie dat het levenseinde van de ambtenaar, volgens
                    objectieve medische maatstaven, nabij is. Voordat het college een besluit neemt,
                    kan advies worden gevraagd aan de bedrijfsarts of de gezondheidssituatie van de
                    ambtenaar levensbedreigend is en of zijn leven op korte termijn ernstig gevaar
                    loopt.</al><tussenkop>Artikel 7:5 Uitkering wegens arbeidsongeschiktheid in en door de dienst
                    (T)</tussenkop><al>Dit artikel voorziet in een aanvullende uitkering wanneer de
                    arbeidsongeschiktheid in overwegende mate haar oorzaak vindt in een
                    dienstongeval en dit ongeval niet verwijtbaar is aan betrokkene. De WGA- of
                    IVA-uitkering, eventueel aangevuld met een bovenwettelijke aanvulling op grond
                    van het pensioenreglement van het ABP, wordt aangevuld tot een bepaald
                    percentage van de bezoldiging, genoten in het jaar voorafgaand aan het ontslag.
                    De percentages zijn afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid. </al><tussenkop>Artikel 7:6 Vervallen (T)</tussenkop><al>(Vervallen)</al><tussenkop>Artikel 7:8:1 Vaststelling referte-tijdvak toelagen (T)</tussenkop><al>Volgens dit artikel dient het referte-tijdvak dat in acht wordt genomen voor de
                    vaststelling van de gemiddelde hoogte van de toelage onregelmatige dienst, de
                    overgangstoelage onregelmatige dienst, alsmede de prestatiebeloning in een
                    lokale regeling nader te worden uitgewerkt. Het ligt voor de hand om dit in de
                    lokale bezoldigingsverordening te regelen.</al><tussenkop>Artikel 7:8:2 Periodieke salarisverhoging (T)</tussenkop><al>Het onderwerp periodieke salarisverhogingen tijdens ziekte dient volgens dit
                    artikel in een lokale regeling nader te worden uitgewerkt. Gelet op de aard van
                    het onderwerp ligt het voor de hand om hiervoor de lokale
                    bezoldigingsverordening te gebruiken.</al><tussenkop>Artikel 7:8:3 Werktijd bij ziekte bij seniorenmaatregel en toepassing van
                    artikel 2:7a (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Als een ambtenaar van de seniorenregeling uit hoofdstuk 5 gebruik maakt en op
                    grond daarvan zijn feitelijke arbeidstijd is teruggebracht, kan hij niet
                    verplicht worden tot aanvaarding van een functie met zijn oude
                    betrekkingsomvang. De ambtenaar wiens arbeidstijd is teruggebracht, kan dus
                    alleen verplicht worden een baan te accepteren voor die verminderde
                    betrekkingsomvang.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Als een ambtenaar met toepassing van artikel 2:7a tijdelijk (maximaal) 40 uur
                    werkt, kan hij verplicht worden tot aanvaarding van een functie voor (maximaal)
                    40 uur, voor zover en zolang artikel 2:7a op hem van toepassing is. Na afloop
                    van deze periode kan de ambtenaar verplicht worden een functie te accepteren
                    voor de formele arbeidsduur van 36 uur. Na afloop van deze periode wordt de
                    bezoldiging ook teruggebracht naar een bezoldiging voor 36 uur.</al><tussenkop>Artikel 7:9 Verplichtingen college (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1 en 2</vet></al><al> Onder het treffen van maatregelen moeten ook het verrichten van werkzaamheden
                    in het kader van de reïntegratie en het volgen van noodzakelijke scholing in het
                    kader van de reïntegratie, bedoeld in artikel 7:1, eerste lid, onder b en c,
                    worden begrepen. Doel van deze maatregelen is terugkeer in de eigen arbeid dan
                    wel plaatsing in een passende functie. </al><al>Op grond van de Wet verbetering poortwachter is in artikel 7:9 voor de werkgever
                    de verplichting opgenomen om er, zover als mogelijk, voor te zorgen dat de
                    ambtenaar bij de eigen organisatie arbeid kan verrichten (eerste spoor). Als bij
                    de eigen organisatie geen passende arbeid te vinden is, moet de werkgever
                    (laten) zoeken naar passende arbeid bij een andere werkgever (tweede spoor). De
                    tekst van artikel 7:9 komt overeen met de tekst van artikel 658a van boek 7,
                    titel 10 van het Burgerlijk Wetboek.</al><al>Het is mogelijk dat de werkgever en de werknemer van mening verschillen over de
                    aanwezigheid van passende arbeid. Artikel 30, eerste lid, onder f, van de Wet
                    structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen bepaalt dat de werknemer of de
                    werkgever UWV kan verzoeken een onderzoek in te stellen naar en een oordeel te
                    geven over de aanwezigheid van passende arbeid, die de zieke werknemer voor de
                    werkgever in staat is te verrichten.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> In de WIA zijn, naast de aanspraken van de werknemers, ook verplichtingen voor
                    werkgever en werknemer opgenomen. Een van de verplichtingen betreft het
                    opstellen van een plan van aanpak, dat opgesteld moet worden op het moment dat
                    sprake is van dreigend langdurig ziekteverzuim. Dit plan van aanpak moet volgen
                    op een probleemanalyse en advies van de arbo-dienst, dat na 6 weken ziekte moet
                    worden opgesteld. Binnen twee weken daarna moet het plan van aanpak zijn
                    opgesteld. Hierin moet worden opgenomen welke maatregelen in het kader van het
                    herstel van de ambtenaar getroffen worden. </al><al>Afspraken over de te verrichten werkzaamheden en de te volgen scholing moeten
                    worden neergelegd in het plan van aanpak. De werkgever laat zich bij het maken
                    van de afspraken bijstaan door een ter zake deskundige, bijvoorbeeld de
                    bedrijfsarts of door de arbo-dienst.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al> In de CAO 2002-2003 is de verplichting opgenomen dat de werkgever een
                    verzuimprotocol vaststelt. In diezelfde CAO zijn enkele verplichte elementen van
                    dat verzuimprotocol vastgesteld. In de ledenbrief van 26 november 2002, Lbr.
                    02/167 is een handreiking gedaan voor een verzuimprotocol. De verplichte
                    elementen maken daar onderdeel van uit.</al><tussenkop>Artikel 7:10 Verplichting ambtenaar tot informatieverstrekking bij ziekte
                    (T)</tussenkop><al>Het niet naleven van artikel 7:10 kan leiden tot staking van de bezoldiging. Dit
                    is bepaald in artikel 7:13:2, eerste lid, onder i.</al><tussenkop>Artikel 7:11 Verplichting tot verlening van medewerking aan reïntegratie
                    (T)</tussenkop><al/><al>In artikel 7:11 zijn de algemene verplichtingen opgenomen die, ook in het derde
                    ziektejaar, in het kader van ziekteverzuim en reïntegratie voor de ambtenaar
                    gelden.</al><al><vet>Lid 1</vet></al><al> In het kader van de Wet verbetering poortwachter is in het eerste lid,
                    onderdeel a en b, voor de werknemer de verplichting opgenomen medewerking te
                    verlenen aan zijn reïntegratie. Dit artikel is opgenomen in de CAR om hiermee
                    uitdrukking te geven aan de nieuwe en strengere regelgeving in het kader van
                    preventie ziekteverzuim en reïntegratie en de invoering van de Wet verbetering
                    poortwachter, die op 1 april 2002 in werking is getreden. De tekst van het
                    eerste lid komt overeen met artikel 660a, boek 7, titel 10, van het Burgerlijk
                    Wetboek.</al><al>Het eerste lid is ook de tegenhanger van de verplichtingen die in het kader van
                    preventie ziekteverzuim en reïntegratie aan de werkgever worden opgelegd (zie
                    artikel 7:9). Het artikel verplicht de ambtenaar actief mee te werken aan het
                    reïntegratieproces, zowel in het eerste begin van de ziekte als lopende het
                    reïntegratietraject. Onder de maatregelen waaraan de ambtenaar gevolg moet geven
                    moeten onder andere werkzaamheden en scholing in het kader van de reïntegratie
                    worden verstaan (zie artikel 7:9, tweede lid). </al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> De ambtenaar is verplicht om aangeboden passende arbeid te aanvaarden. De
                    sanctie op het zonder deugdelijke grond niet aanvaarden van deze arbeid is
                    neergelegd in artikel 7:14 (inhouding bezoldiging) en artikel 8:5a (ontslag
                    binnen dan wel na 24 maanden na de eerste ziektedag bij het zonder deugdelijke
                    grond niet aanvaarden van passende arbeid).</al><al>Artikel 30, eerste lid, onder f, SUWI bepaalt dat werkgever of werknemer UWV kan
                    verzoeken een onderzoek in te stellen naar dan wel een oordeel te geven over de
                    aanwezigheid van passende arbeid, die de zieke werknemer voor de werkgever in
                    staat is te verrichten.</al><tussenkop>Artikel 7:12 Verplichtingen ambtenaar medisch onderzoek (T)</tussenkop><al>De ambtenaar dient mee te werken aan een medisch onderzoek door of vanwege de
                    bedrijfsgezondheidsdienst om bepaalde in het eerste lid omschreven vragen te
                    kunnen beantwoorden. De geneeskundige die het medisch onderzoek verricht, deelt
                    de uitkomst daarvan schriftelijk mee aan betrokkene en aan het college. </al><al>Op overtreding van deze verplichting staat een sanctie, evenals wanneer het
                    onderzoek wel heeft plaatsgevonden, maar daaruit blijkt van verwijtbaar gedrag
                    van de ambtenaar. De sancties zijn opgenomen in artikel 7:13:1 en 7:13:2.</al><tussenkop>Artikel 7:13:1 Geen aanspraak op doorbetaling bezoldiging (T)</tussenkop><al>Artikel 7:13:1 bepaalt in welke gevallen geen recht bestaat op doorbetaling van
                    de bezoldiging. Het gaat hierbij om situaties waarin al vrij snel na de eerste
                    ziektedag bekend is dat:</al><lijst><li nr="-"><al>de ambtenaar de verhindering tot het vervullen van de betrekking
                            opzettelijk heeft veroorzaakt en dit gedrag betrokkene verwijtbaar
                            is;</al></li><li nr="-"><al>de ziekte zich voordoet binnen een halfjaar na de geneeskundige keuring,
                            waarbij blijkt dat de ambtenaar willens en wetens onjuiste informatie
                            omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt, zodanig dat de
                            verklaring dat tegen de vervulling van de betrekking geen medische
                            bezwaren bestaan, niet afgegeven zou zijn.</al></li></lijst><al>De in dit artikel beschreven situaties zijn geen situaties die hersteld kunnen
                    worden. Als de situatie zoals beschreven zich voordoet, bestaat er vanaf de
                    eerste dag van ziekte geen recht op doorbetaling van de bezoldiging.</al><tussenkop>Artikel 7:13:2 Staken van doorbetaling van de bezoldiging (T)</tussenkop><al>Zowel artikel 7:13:2 als artikel 7:14 bevatten de sancties op overtreding van de
                    verplichtingen als genoemd in artikel 7:10, 7:11 en 7:12, alsmede de conclusies
                    die uit het onderzoek als bedoeld in artikel 7:12 getrokken kunnen worden. </al><al>De in deze artikelen beschreven situaties kunnen tijdelijk zijn. Dit houdt in
                    dat artikel 7:13:2 en 7:14 ook tussentijds kunnen worden toegepast. Wanneer de
                    situatie weer hersteld is, wordt de betaling van de bezoldiging weer
                    gestart.</al><al>Artikel 7:13:2 ziet op de verplichtingen die aan de ambtenaar zijn opgelegd in
                    artikel 7:10 en 7:12. Artikel 7:14 ziet op de verplichtingen die op grond van
                    artikel 7:11 aan de ambtenaar zijn opgelegd.</al><al>Artikel 7:13:2 sanctioneert allereerst de weigering de benodigde informatie te
                    verstrekken. De andere sancties van artikel 7:13:2 betreffen gedrag van de
                    ambtenaar, waarbij de arbo-dienst een rol speelt in de beoordeling van dat
                    gedrag.</al><al>De sancties op de overtredingen die genoemd zijn, zijn imperatief: de
                    doorbetaling van de bezoldiging wordt gestaakt wanneer bijvoorbeeld de ambtenaar
                    nalaat zich onder geneeskundige behandeling te stellen of zich niet houdt aan
                    voorschriften van behandelende geneeskundigen.</al><al>Als van het gedrag van de ambtenaar geen verwijt gemaakt kan worden op grond van
                    zijn geestelijke toestand, vindt doorbetaling van de bezoldiging wel plaats. De
                    gemeente moet zich voor het besluit om de bezoldiging te staken dus vergewissen
                    van de geestestoestand van de ambtenaar.</al><tussenkop>Artikel 7:14 Sanctie bij nalatigheid algemene verplichtingen ambtenaar
                    (T)</tussenkop><al/><al>De in dit artikel beschreven situaties kunnen tijdelijk zijn. Dit houdt in dat
                    artikel 7:14 ook tussentijds kan worden toegepast. Wanneer de situatie weer
                    hersteld is, wordt de betaling van de bezoldiging weer gestart.</al><al>Artikel 7:14 ziet op de verplichtingen die op grond van artikel 7:11 aan de
                    ambtenaar zijn opgelegd.</al><al>UWO-gemeenten worden verwezen naar artikel 7:13:2 en de toelichting daarop.</al><al>Artikel 7:14 sanctioneert de ambtenaar die zich niet houdt aan de volgende
                    verplichtingen, te weten:</al><lijst><li nr="-"><al>het niet naleven van het ziekteverzuimprotocol;</al></li><li nr="-"><al>het niet naleven van de voorschriften en maatregelen (zoals het
                            verrichten van werkzaamheden en scholing in het kader van de
                            reïntegratie als bedoeld in artikel 7:1, eerste lid, onderdelen b en c)
                            die door het college gesteld kunnen worden;</al></li><li nr="-"><al>het niet meewerken aan het plan van aanpak en </al></li><li nr="-"><al>het weigeren van passende arbeid.</al></li></lijst><al><vet>Lid 1</vet></al><al> In de CAO 2002-2003 is overeengekomen dat overtreding van de regels uit het
                    verzuimprotocol uiteindelijk kan leiden tot zware disciplinaire maatregelen. Dit
                    is uitgewerkt in de zin dat overtreding van de regels uit het verzuimprotocol
                    als plichtsverzuim wordt aangemerkt en via de procedure van hoofdstuk 16
                    gesanctioneerd kan worden. De op te leggen sanctie moet overeenkomen met de
                    ernst van de gedraging. Ook de verwijtbaarheid van de gedragingen maakt deel uit
                    van de afwegingen, die leiden tot de keuze voor de sanctie.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> De ambtenaar die zonder deugdelijke grond weigert zich te houden aan de
                    voorschriften en maatregelen, die door de gemeente zijn gesteld, weigert
                    passende arbeid te verrichten of die weigert medewerking te verlenen aan de
                    totstandkoming, evaluatie en – eventueel – bijstelling van het plan van aanpak,
                    kan bestraft worden met inhouding van de bezoldiging. Daarnaast bestaat ook de
                    mogelijkheid van bestraffing met ontslag na 24 maanden dan wel binnen 24 maanden
                    na de eerste ziektedag (artikel 8:5a).</al><al>De sanctie op het zonder deugdelijke grond niet meewerken aan de opstelling,
                    evaluatie en – eventueel – bijstelling van het plan van aanpak en de sanctie op
                    het weigeren van passende of gangbare arbeid is gelijk aan de sanctie die sinds
                    de inwerkingtreding van de Wet verbetering poortwachter in artikel 629, boek 7,
                    titel 10, van het Burgerlijk wetboek is opgenomen.</al><al>De sancties op de overtredingen die in het tweede lid genoemd zijn, zijn
                    imperatief: de doorbetaling van de bezoldiging wordt gestaakt wanneer de
                    ambtenaar het beschreven gedrag betoont.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> Als van het gedrag van de ambtenaar, als genoemd in het tweede lid, geen
                    verwijt gemaakt kan worden op grond van zijn geestelijke toestand, vindt
                    doorbetaling van de bezoldiging wel plaats. De gemeente moet zich voor het
                    besluit om de bezoldiging te staken dus vergewissen van de geestestoestand van
                    de ambtenaar.</al><tussenkop>Artikel 7:15:1 Bezoldiging uitbetalen aan anderen en nabetaling aan
                    ambtenaar (T)</tussenkop><al>Het eerste lid biedt de mogelijkheid de op grond van artikel 7:13:1, 7:13:2 of
                    7:14 niet-uitbetaalde bezoldiging aan anderen dan aan de ambtenaar te betalen.
                    Het kan hierbij gaan om betalingen die aan familieleden worden gedaan. </al><al>Ingevolge het tweede lid wordt de niet-uitbetaalde bezoldiging alsnog uitbetaald
                    wanneer de ambtenaar na een door hem aangevraagde second opinion door het UWV in
                    het gelijk gesteld wordt. </al><tussenkop>Artikel 7:16 Herplaatsing in passende arbeid (T)</tussenkop><al/><al>Gedurende de hele periode van ziekte geldt dat de ambtenaar passende arbeid moet
                    verrichten. Gedurende de eerste 24 maanden kan de ambtenaar niet definitief
                    worden herplaatst in deze passende arbeid. Na 24 maanden gebeurt dat wel.
                    Hieraan worden echter in de 12 maanden na afloop van de eerste 24 maanden
                    voorwaarden verbonden. Deze voorwaarde is voor de medewerker die minder dan 35%
                    arbeidsongeschikt is, dat hij met de passende arbeid zijn volledige
                    restverdiencapaciteit benut. Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de
                    ambtenaar die 35% tot 80% arbeidsongeschikt is, is dat hij met de passende
                    arbeid 50% of meer van zijn restverdiencapaciteit benut. Zie verder lid 3 en 4. </al><al>Voor definitieve herplaatsing na het derde ziektejaar gelden de voorwaarden van
                    lid 3 en 4 niet meer. De ambtenaar hoeft met de passende arbeid dan niet meer
                    zijn volledige restverdiencapaciteit te benutten (minder dan 35%
                    arbeidsongeschikt) of 50% of meer van zijn restverdiencapaciteit te benutten
                    (35% tot 80% arbeidsongeschikt).</al><al>Bij het opdragen van passende arbeid kunnen twee situaties worden onderscheiden: </al><lijst><li nr="1"><al>de situatie waarin de aanstelling in de oude betrekking gehandhaafd
                            blijft, maar waarbij de ambtenaar tijdelijk andere arbeid wordt
                            opgedragen;</al></li><li nr="2"><al>de situatie waarin de aanstelling na 24 maanden van ziekte wordt
                            gewijzigd; de oude betrekking van de ambtenaar komt te vervallen en deze
                            krijgt een nieuwe betrekking in passende arbeid.</al></li></lijst><al><cursief> ad 1</cursief> De situatie beschreven onder 1) zal zich vooral
                    voordoen in die gevallen waarbij:</al><lijst><li nr="a"><al>terugkeer in de oude betrekking nog mogelijk wordt geacht en de
                            ambtenaar bijvoorbeeld passende arbeid verricht,</al></li><li nr="b"><al>(volledige) terugkeer in de oude betrekking niet mogelijk wordt geacht
                            en de ambtenaar tijdelijk een andere betrekking vervult, bijvoorbeeld
                            bij wijze van proef voorafgaand aan een definitieve herplaatsing.</al></li></lijst><al> Door schriftelijk vast te leggen op welke wijze passende arbeid, ook zonder
                    aanpassing van de aanstelling, aan de ambtenaar wordt opgedragen, wordt voor de
                    ambtenaar en de werkgever inzichtelijk wat van de ambtenaar verlangd wordt. Ook
                    is het mogelijk dat de ambtenaar terugkeert in zijn eigenlijke functie. Over de
                    uren dat de ambtenaar deze werkzaamheden verricht, heeft hij recht op de
                    doorbetaling van zijn bezoldiging (artikel 7:3, zesde lid, onderdeel b). </al><al><cursief>ad 2</cursief>Voordat de medewerker aanspraak kan maken op een
                    uitkering ingevolge de WIA, geldt voor hem een wachttijd van 104 weken (de
                    wachttijd voor een WAO-uitkering bedroeg 52 weken). Indien het mogelijk zou zijn
                    de zieke medewerker definitief te herplaatsen binnen twee jaar in een passende
                    functie, zou de situatie ontstaan dat hij naast zijn nieuwe inkomen geen recht
                    heeft op een uitkering op grond van de WIA. De betrokken medewerker is voor zijn
                    nieuwe functie namelijk niet ziek. Dit is de reden geweest dat een wijziging van
                    de aanstelling pas plaatsvindt nadat er twee jaren van ziekte zijn
                    verstreken.</al><al> In het derde en vierde lid van artikel 7:16 zijn aanvullende voorwaarden
                    opgenomen waaraan moet zijn voldaan voordat de ambtenaar in het derde ziektejaar
                    definitief wordt herplaatst via een wijziging van zijn aanstelling. Er zijn twee
                    voorwaarden waaraan moet zijn voldaan:</al><lijst><li nr="1"><al>de herplaatsing moet plaatsvinden in een passende functie </al></li><li nr="2"><al>waarbij rekening moet worden gehouden met het restverdiencapaciteit van
                            de ambtenaar die afhankelijk is van de mate van
                            arbeidsgeschiktheid:</al><lijst><li nr="a"><al>volledige invulling restverdiencapaciteit bij 35% of minder
                                    arbeidsongeschiktheid</al></li><li nr="b"><al>ten minste 50% invulling restverdiencapaciteit bij
                                    arbeidsongeschiktheid tussen de 35% en 80%
                                    arbeidsongeschiktheid</al></li></lijst></li></lijst><al> De definitieve herplaatsing kan eventueel vooraf worden gegaan door een
                    herplaatsing bij wijze van proef. Een belangrijk verschil met de situatie onder
                    1) is dat bij een definitieve herplaatsing door middel van een wijziging in de
                    aanstelling de bezoldiging van de ambtenaar wordt aangepast aan het niveau en de
                    omvang van de nieuwe betrekking. Dit is mogelijk op grond van artikel 3:1,
                    achtste lid. </al><al>Indien de ambtenaar definitief wordt herplaatst in een andere betrekking door
                    middel van een wijziging van de aanstelling, ontstaat op de ingangsdatum van de
                    wijziging van de aanstelling een nieuwe situatie. Als de ambtenaar ziek wordt in
                    deze functie beginnen de termijnen ingevolge artikel 7:3 opnieuw te lopen.
                    Indien de ambtenaar definitief is herplaatst, wordt voor de doorbetaling van de
                    bezoldiging altijd uitgegaan van de bezoldiging die geldt voor die nieuwe
                    betrekking. </al><al>Naarmate de arbeidsongeschiktheid langer duurt, mag een bredere oriëntatie ten
                    aanzien van de te verrichten passende arbeid worden verwacht. Naarmate de duur
                    van de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid langer is, kan van de ambtenaar
                    worden verlangd dat deze concessies doet met betrekking tot door hem te
                    verrichten passende arbeid als reïntegratie in de eigen arbeid niet tot de
                    mogelijkheden behoort. </al><al>Artikel 7:14 biedt de mogelijkheid om de bezoldiging te staken, wanneer de
                    ambtenaar zonder deugdelijke grond de aangeboden passende arbeid weigert. Bij de
                    beoordeling van de 'deugdelijkheid' van de weigeringgrond zal worden meegewogen
                    of de arbeid wel voldoet aan het criterium 'passend'. De ultieme sanctie op het
                    zonder deugdelijke reden weigeren van passende arbeid is ontslag. Dit kan binnen
                    24 maanden, maar ook in de periode van 12 maanden daarna plaatsvinden. Artikel
                    8:5a biedt daartoe de mogelijkheid. </al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> Dit artikellid is van toepassing op de ambtenaar die ziek is geworden op of na
                    1 juli 2007. Lid 3 geeft speciale eisen aan de aan te bieden functie in het
                    geval er sprake is van arbeidsongeschiktheid voor minder dan 35%. In het derde
                    ziektejaar moet gezocht worden naar een passende functie, waarmee de volledige
                    restverdiencapaciteit wordt ingevuld. Als aan deze voorwaarde wordt voldaan,
                    ontvangt de ambtenaar een hogere uitkering (zie paragraaf 7 van hoofdstuk 10d). </al><al>In beginsel is sprake van een ontslagverbod binnen 36 maanden na de eerste
                    ziektedag. Wanneer echter in het derde ziektejaar binnen de gemeente een functie
                    gevonden is voor de volledige restverdiencapaciteit, mag de medewerker
                    definitief herplaatst worden. Er is dan formeel geen sprake van ontslag.
                    Hiernaast geldt dat er wel volledig ontslag van de medewerker mag plaatsvinden
                    als er in het derde ziektejaar buiten de gemeente een passende functie gevonden
                    is voor de volledige restverdiencapaciteit. </al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Dit artikellid is van toepassing op de ambtenaar die ziek is geworden op of na 1
                    juli 2007. Lid 4 geeft speciale eisen aan de aan te bieden functie in het geval
                    er sprake is van arbeidsongeschiktheid 35% of meer, maar minder dan 80%. In het
                    derde ziektejaar moet gezocht worden naar een passende functie, waarmee ten
                    minste 50% van de restverdiencapaciteit vervuld wordt. De uitkeringsrechten van
                    de ambtenaar op grond van de WIA en het ABP Arbeidsongeschiktheidspensioen zijn
                    in dit geval groter, dan wanneer de ambtenaar een functie aanvaardt voor minder
                    dan 50% van zijn restverdiencapaciteit. Als de ambtenaar gedeeltelijk
                    arbeidsongeschikt is, is het niet mogelijk hem wegens arbeidsongeschiktheid te
                    ontslaan voordat er 36 maanden zijn verstreken. Wanneer echter in het derde
                    ziektejaar binnen de gemeente een functie gevonden is voor ten minste 50% van de
                    restverdiencapaciteit, mag de medewerker definitief herplaatst worden. Er is dan
                    formeel geen sprake van ontslag. Hiernaast geldt dat er wel volledig ontslag van
                    de medewerker mag plaatsvinden als er in het derde ziektejaar buiten de gemeente
                    een passende functie gevonden is voor ten minste 50% van de
                    restverdiencapaciteit. </al><al><cursief>Situationele arbeidsongeschiktheid</cursief>In het geval de ambtenaar
                    situationeel arbeidsongeschikt is, zal in de regel geen sprake zijn van
                    verminderde arbeidsgeschiktheid in de zin van de WIA. Als de ambtenaar arbeid
                    wordt aangeboden, die gelijk of nagenoeg gelijk is aan de functie die hij
                    bekleedde, zij het bij een ander organisatieonderdeel, dan zal de ambtenaar deze
                    arbeid in principe niet mogen weigeren. De oorzaak van de uitval, de situatie
                    waarin de ambtenaar zijn werk moest verrichten, is dan immers weggenomen.
                    Weigert de ambtenaar deze arbeid wel, dan kan besloten worden tot toepassing van
                    artikel 7:14 en kan de bezoldiging gestaakt worden. </al><al><vet>Lid 6</vet></al><al> Op grond van jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie inzake gelijke
                    behandeling van man en vrouw, mag voor de berekening van de ontslagtermijn
                    wegens ziekte de periode van ziekte tijdens de zwangerschap als gevolg van de
                    zwangerschap en het zwangerschaps- en bevallingsverlof zelf, niet worden
                    meegeteld. Het Europees Hof heeft in zijn jurisprudentie een onderscheid
                    aangebracht tussen enerzijds ziekte tijdens de zwangerschap die verband houdt
                    met zwangerschap en zwangerschaps- en bevallingsverlof, en anderzijds ziekte die
                    verband houdt met de zwangerschap en de bevalling na het bevallingsverlof. Deze
                    laatste periode kan gewoon meegeteld worden voor de berekening van de termijn
                    van 24 respectievelijk 12 maanden. Hetzelfde geldt voor ziekte tijdens de
                    zwangerschap die niet veroorzaakt wordt door de zwangerschap; ook deze periode
                    mag meegerekend worden voor de termijn van 24 respectievelijk 12 maanden. </al><al><cursief>Voorbeeld</cursief>Een medewerkster van de gemeente valt tijdens haar
                    zwangerschap uit wegens zwangerschapsgerelateerde klachten. Zij blijft ziek tot
                    de ingangsdatum van het zwangerschapsverlof. Aansluitend op het bevallingsverlof
                    meldt zij zich ziek wegens bekkeninstabiliteit, veroorzaakt door de
                    zwangerschap. Voor berekening van de termijn van 24 dan wel 12 maanden mag niet
                    meegeteld worden de periode dat de medewerkster tijdens de zwangerschap ziek is
                    wegens zwangerschapsgerelateerde klachten; hetzelfde geldt voor de periode van
                    het zwangerschaps- en bevallingsverlof. Perioden van arbeidsongeschiktheid
                    aansluitend op het bevallingsverlof mogen wel meegerekend worden voor de termijn
                    van 24 dan wel 12 maanden, onafhankelijk van de vraag of deze veroorzaakt zijn
                    door de zwangerschap of de bevalling. De termijn van 24 dan wel 12 maanden start
                    in dit voorbeeld dus op de dag aansluitend op de laatste dag van het
                    bevallingsverlof. </al><al><vet>Lid 7</vet></al><al> Volgens het zevende lid worden ziekteperioden samengeteld als zij elkaar met
                    een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Uit het zesde lid vloeit
                    voort dat de periode van zwangerschapsgerelateerde ziekte en het zwangerschaps-
                    en bevallingsverlof niet meegeteld worden voor de berekening van de 24 en 12
                    maanden termijn. Dit heeft tot gevolg dat ziekteperioden die worden onderbroken
                    door zwangerschapsgerelateerde ziekte die 4 weken of langer duurt of door het
                    zwangerschaps- en bevallingsverlof, in principe niet mogen worden samengeteld
                    aangezien sprake is van een onderbreking van vier weken of langer. Indien de
                    ziekte (die zijn oorzaak niet vindt in de zwangerschap zelf) echter direct
                    voorafgaat aan en direct aansluit op het zwangerschaps- en bevallingsverlof én
                    de ziekte wordt geacht redelijkerwijs voort te vloeien uit dezelfde oorzaak,
                    mogen de perioden worden samengeteld voor de berekening van de ontslagtermijn. </al><al>Zie de toelichting op artikel 8:5 voor enkele voorbeelden. </al><al><vet>Lid 8</vet></al><al> De termijn van 24 maanden wordt verlengd in de volgende gevallen. </al><al><cursief>Ad a </cursief>Artikel 38 ZW legt een werkgever de verplichting op
                    uiterlijk op de eerste dag nadat de ziekte 13 weken heeft geduurd de ziekte te
                    melden bij het UWV. Als de werkgever deze melding te laat doet, wordt de
                    wachttijd voor de WIA met de duur van de vertraging verlengd. De WIA-uitkering
                    gaat dan pas later in. </al><al><cursief>Ad b</cursief>In artikel 24, eerste lid, van de WIA is bepaald dat de
                    wachttijd op verzoek van werkgever en werknemer gezamenlijk verlengd kan worden. </al><al><cursief>Ad c</cursief>Bij de aanvraag van een uitkering ingevolge de WIA moet
                    een reïntegratieverslag worden ingediend. Als het UWV van mening is dat de
                    werkgever zonder deugdelijke grond zijn verplichtingen niet is nagekomen of
                    onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht, kan het UWV de termijn
                    gedurende de werkgever het loon moet doorbetalen verlengen. De termijn van de
                    verlenging is maximaal 52 weken en wordt afhankelijk gesteld van de aard en
                    ernst van het verzuim. Deze sanctiebevoegdheid is neergelegd in artikel 25,
                    negende lid, van de WIA. De medewerker merkt financieel niets van de verlenging
                    van de ontslagtermijn op grond van de hiervoor genoemde redenen. Op grond van
                    artikel 7:3 heeft de medewerker na 24 maanden ziekte recht op 70% van zijn
                    bezoldiging. </al><al>Onderdeel a is niet van toepassing op werkgevers die eigenrisicodrager zijn voor
                    de WIA. Artikel 85 van de WIA stelt hen namelijk vrij van de 13e weeks melding
                    van artikel 38 Ziektewet. Eigenrisicodragers moeten op grond van dit laatste
                    artikel uiterlijk acht maanden nadat de ongeschiktheid tot werken zijn
                    verstreken, aangifte van die ongeschiktheid doen bij het UWV. Vertraging van
                    deze laatste aangifte leidt dus niet tot verlenging van de termijn van 24
                    maanden.</al><al><vet>Lid 9</vet></al><al>Onder de informatie die de medewerker moet verstrekken valt onder meer een kopie
                    van het arbeidskundige rapport. De gemeente ontvangt als belanghebbende een
                    kopie van de WIA-beschikking, waarin de mate van arbeidsongeschiktheid en het
                    resterend verdienvermogen genoemd worden. </al><tussenkop>Artikel 7:18 Inkomsten uit of in verband met arbeid (T)</tussenkop><al>Artikel 7:18 geeft de basis aan voor UWO-artikelen die het onderwerp het in
                    mindering brengen van inkomsten uit passende arbeid of werkzaamheden in het
                    kader van de reïntegratie op de bezoldiging nader regelen. Dat betekent dat voor
                    UWO-gemeenten het in mindering brengen van inkomsten uit passende arbeid of
                    werkzaamheden in het kader van de reïntegratie op de bezoldiging inhoudelijk in
                    artikel 7:18:1 volledig is uitgewerkt. UWO-gemeenten kunnen derhalve weliswaar
                    geen nadere regels aan dit UWO-artikel toevoegen, wel kunnen UWO-gemeenten
                    nadere uitvoeringsregels vaststellen ter uitvoering van een UWO-artikelen voor
                    zover noodzakelijk.</al><tussenkop>Artikel 7:18:1 Inkomsten andere betrekking in mindering brengen op
                    bezoldiging (T)</tussenkop><al>Als de zieke ambtenaar in het belang van zijn genezing, reïntegratie of
                    herplaatsing werkzaamheden verricht voor zichzelf of voor derden (bijvoorbeeld
                    bij een andere werkgever), moeten de verkregen inkomsten in mindering gebracht
                    worden op de bezoldiging waarop hij ingevolge artikel 7:3 aanspraak op heeft.
                    Deze verrekening vindt als volgt plaats. In overleg met de ambtenaar wordt
                    vastgesteld hoeveel uren hij besteedt aan de betreffende werkzaamheden. Op basis
                    hiervan wordt de hoogte van de loondoorbetaling, bedoeld in artikel 7:3,
                    vastgesteld. De inkomsten die de ambtenaar verwerft, worden op de bezoldiging in
                    mindering gebracht. </al><tussenkop>Artikel 7:19 Samenloop van bezoldiging bij ziekte met ZW-uitkering
                    (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> De Ziektewet bepaalt wanneer recht op ziekengeld bestaat. De hoofdregel is dat
                    er geen recht op ziekengeld bestaat wanneer er aanspraak gemaakt kan worden op
                    een loondoorbetaling. Hierin voorziet artikel 7:3 CAR. In de ZW wordt evenwel
                    een uitzondering gemaakt voor de volgende categorie‘n werknemers in actieve
                    dienst:</al><lijst><li nr="-"><al>vrouwelijke ambtenaren die op basis van artikel 29a ZW recht op een
                            uitkering hebben;</al></li><li nr="-"><al>medewerkers die wegens orgaandonatie ongeschikt zijn hun betrekking te
                            vervullen;</al></li><li nr="-"><al>arbeidsgehandicapten in de zin van de Wet REA, die in de eerste vijf
                            jaren na aanvang van de dienstbetrekking ongeschikt worden hun
                            betrekking te vervullen.</al></li></lijst><al>Deze categorieën actieve werknemers krijgen dus wel recht op een ziekengeld
                    krachtens de Ziektewet. Artikel 7:19 CAR bepaalt dat de ZW-uitkering in
                    mindering gebracht wordt op de bezoldiging, waarop de betrokken ambtenaar op
                    grond van artikel 7:3 recht heeft.</al><al>De vrouwelijke ambtenaar heeft rond de periode van zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof recht op een uitkering krachtens artikel 29A ZW indien:</al><lijst><li nr="a"><al>zij voorafgaand aan de dag waarop zij recht heeft op een uitkering op
                            grond van artikel 3:7, eerste lid, van de Waz (dus voor de ingang van
                            het zwangerschapsverlof) ongeschikt wordt tot het verrichten van haar
                            arbeid en die ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de zwangerschap;</al></li><li nr="b"><al>zij in de periode waarin zij recht had kunnen hebben op een uitkering op
                            grond van artikel 3:7, eerste lid, van de Waz, doch die uitkering nog
                            niet is aangevangen, wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van
                            haar arbeid Dit betreft de periode tussen de zes en vier weken voor de
                            vermoedelijke bevallingsdatum. Indien de ingang van het
                            zwangerschapsverlof bepaald is op bijvoorbeeld vier weken voor de
                            vermoedelijke bevallingsdatum en zes weken voor de vermoedelijke
                            bevallingsdatum wordt de vrouwelijke ambtenaar ziek (ongeacht of deze
                            ziekte te maken heeft met de zwangerschap), dan gaat het verlof op basis
                            van de Waz in vanaf die zes weken. Tijdens de periode van zes tot vier
                            weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum heeft de vrouwelijke
                            ambtenaar recht op een ZW-uitkering. Daarna heeft de vrouwelijke
                            ambtenaar gedurende veertien weken recht op een Waz-uitkering;</al></li><li nr="c"><al>zij nadat het recht op een uitkering op grond van artikel 3:7, eerste
                            lid, van de Waz is geëindigd (dus na de afloop van het
                            bevallingsverlof), aansluitend ongeschikt is tot het verrichten van haar
                            arbeid en die ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de bevalling of de
                            daaraan voorafgaande zwangerschap. </al></li></lijst><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Als vanwege schuld of toedoen van de ambtenaar geen ZW-uitkering wordt
                    verstrekt, wordt in het kader van de vermindering als bedoeld in het eerste lid
                    gehandeld alsof de ambtenaar wel een volledige ZW-uitkering ontvangt. Er wordt
                    dan een fictieve uitkering ter hoogte van 70% van het dagloon in mindering
                    gebracht in geval van arbeidsgehandicapten en orgaandonoren en 100% van het
                    dagloon in geval van vrouwelijke ambtenaren die op basis van 29a ZW recht op een
                    uitkering hebben. </al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> Wanneer de ZW-uitkering door schuld of toedoen van de ambtenaar vermindering
                    ondergaat, geheel of gedeeltelijk geweigerd wordt of aan de ambtenaar een boete
                    wordt opgelegd, wordt in het kader van de vermindering als bedoeld in het eerste
                    lid gehandeld alsof de ambtenaar wel een volledige uitkering ontvangt. Er wordt
                    dan een fictieve uitkering ter hoogte van 70% van het dagloon in mindering
                    gebracht. Sancties en boetes die in het kader van de ZW aan de ambtenaar worden
                    opgelegd, leiden niet tot aanpassing van de vermindering. Sancties en boetes in
                    het kader van de ZW worden dus niet gecompenseerd.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al> Om verrekening van de bezoldiging met de ZW-uitkering praktisch mogelijk te
                    maken, moet de ambtenaar de ZW-uitkering cederen aan de gemeentelijke
                    werkgever.</al><al><vet>Lid 5</vet></al><al> De medewerker die zwangerschapsgerelateerde ziek is, heeft ingevolge de
                    Ziektewet recht op een uitkering. De uitkering is gecedeerd aan de werkgever
                    ingevolge het vierde lid. Als het bedrag van de uitkering hoger ligt dan het
                    bedrag waar de ambtenaar recht op heeft op grond van artikel 7:3, wordt het
                    meerdere uitbetaald aan de ambtenaar.</al><tussenkop>Artikel 7:20 Samenloop van bezoldiging bij ziekte met een WW-uitkering
                    (T)</tussenkop><al>Wanneer de ambtenaar gedeeltelijk arbeidsongeschikt is én 6 (voor ziektegevallen
                    van voor 1 januari 2004 moet hier 18 maanden gelezen worden) maanden na de
                    eerste ziektedag verstreken zijn, kan het zijn dat de Werkloosheidswet (WW) op
                    grond van urenverlies én verlies van loon recht geeft recht op een uitkering.
                    Wanneer dat het geval is, heeft de ambtenaar het recht een WW-uitkering aan te
                    vragen. Indien hij een WW-uitkering aanvraagt, wordt deze uitkering in mindering
                    gebracht op de bezoldiging, waarop de betrokken ambtenaar op grond van artikel
                    7:3 recht heeft. Hiermee wordt voorkomen dat een medewerker dubbele inkomsten
                    ontvangt. Om de werknemer niet te veel te belasten wordt deze op grond van de
                    CAR/UWO niet verplicht een WW-uitkering aan te vragen. Het is echter wel
                    mogelijk dat deze verplichting uit de WW voortvloeit. Eventuele kortingen op de
                    WW-uitkering worden echter niet in mindering gebracht op de doorbetaling van de
                    bezoldiging.</al><tussenkop>Artikel 7:21 Samenloop van bezoldiging bij ziekte met uitkering op grond
                    van de WIA (T)</tussenkop><al/><al>In artikel 76a van de Ziektewet is bepaald dat de wachttijd voor een uitkering
                    ingevolge de WIA in drie gevallen kan worden verlengd en wel:</al><lijst><li nr="a"><al>met de duur van de vertraging indien de werkgever de aangifte, bedoeld
                            in artikel 38, eerste lid, van de ZW, later doet dan op grond van dat
                            artikel is voorgeschreven;</al></li><li nr="b"><al>met de duur van de verlenging van het tijdvak waarin recht bestaat op
                            bezoldiging op grond van artikel 24, eerste lid, van de WIA;</al></li><li nr="c"><al>met de duur van het tijdvak dat het UWV op grond van artikel 25, negende
                            lid, van de WIA heeft vastgesteld.</al></li></lijst><al>ad a Artikel 38 ZW legt een werkgever de verplichting op uiterlijk op de eerste
                    dag nadat de ziekte 13 weken heeft geduurd de ziekte te melden bij het UWV. Als
                    de werkgever deze melding te laat doet, wordt de wachttijd voor de WIA met de
                    duur van de vertraging verlengd. De WIA-uitkering gaat dan pas later in. </al><al>ad b In artikel 24, eerste lid, van de WIA is bepaald dat de WIA-wachttijd op
                    verzoek van werkgever en werknemer gezamenlijk verlengd kan worden. </al><al>ad c Bij de aanvraag van een WIA-uitkering moet een reïntegratieverslag worden
                    ingediend. Als het UWV van mening is dat de werkgever zonder deugdelijke grond
                    zijn verplichtingen niet is nagekomen of onvoldoende reïntegratie-inspanningen
                    heeft verricht, kan het UWV de termijn gedurende welke de werkgever het loon
                    moet doorbetalen verlengen. Dit komt neer op een verlenging van de
                    WIA-wachttijd. De termijn van de verlenging is maximaal 52 weken en wordt
                    afhankelijk gesteld van de aard en ernst van het verzuim. Deze
                    sanctiebevoegdheid is neergelegd in artikel 25, negende lid, van de WIA.</al><al>Als om de drie hiervoor genoemde redenen de uitkering op grond van de WIA pas op
                    een later tijdstip ingaat dan na 104 weken ziekte, kan op de door te betalen
                    bezoldiging na 104 weken ziekte geen WGA- of IVA-uitkering in mindering worden
                    gebracht. Dit betekent dat de werkgever feitelijk na 104 weken ziekte een
                    zwaardere financiële last draagt. In het geval genoemd onder b hiervoor is
                    sprake van een bewuste keuze. Deze keuze kan voor werkgever én werknemer gunstig
                    zijn als reïntegratie aanstaande is. De werknemer krijgt dan niet te maken met
                    een uitkering op grond van de WIA; de werkgever heeft als voordeel dat de
                    Pemba-premie niet verhoogd wordt als gevolg van het feit dat een medewerker een
                    uitkering op grond van de WIA heeft. In de gevallen a en c hiervoor kan dit
                    worden beschouwd als een sanctie voor de werkgever voor het niet naleven van de
                    reïntegratieverplichtingen.</al><al>De medewerker merkt financieel dus niets van de verlenging van de wachttijd op
                    grond van de hiervoor genoemde redenen. Op grond van artikel 7:3 heeft de
                    medewerker na 24 maanden ziekte recht op 70% van zijn bezoldiging. </al><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Het eerste lid bepaalt dat de aanspraak op een WGA- of IVA-uitkering in
                    mindering wordt gebracht op de doorbetaling van bezoldiging.</al><al>Let op: de WGA- of IVA-uitkering wordt alleen in mindering gebracht op de door
                    te betalen bezoldiging indien deze kan worden toegerekend aan één en dezelfde
                    betrekking. In het geval de betrokkene ondertussen definitief herplaatst is in
                    een andere functie door middel van een wijziging van de aanstelling wordt de
                    WGA-uitkering, voor zover die voortvloeit uit die oude betrekking, niet in
                    mindering gebracht op de door te betalen bezoldiging tijdens ziekte.</al><al>Iemand die recht heeft op een IVA-uitkering of een WGA-uitkering in verband met
                    volledige, maar niet duurzame arbeidsongeschiktheid, krijgt een uitkering ter
                    hoogte van 75% van zijn laatste loon. Wanneer dit hoger is dan de doorbetaling
                    van de bezoldiging, waarop op grond van artikel 7:3 recht bestaat, heeft de
                    ambtenaar ten minste recht op het bedrag van de IVA- of WGA-uitkering. Dit is
                    het geval na 24 maanden van ziekte, waarna recht op doorbetaling van 70% van de
                    bezoldiging bestaat. </al><al>Niet altijd zal er sprake van zijn dat de door te betalen bezoldiging lager is
                    dan de IVA- of WGA-uitkering bij volledige maar niet duurzame
                    arbeidsongeschiktheid. Hiervan is geen sprake iemand eerder voor een
                    IVA-uitkering in aanmerking komt (verkorte wachttijd op grond van artikel 23,
                    zesde lid, WIA). Deze eerdere ingang van de IVA-uitkering is al mogelijk vanaf
                    13 weken na de eerste ziektedag. Op dat moment (na 13 weken) is er zelfs nog
                    sprake van 100% loondoorbetaling. Op dat moment vindt dus wel volledige
                    verrekening van de uitkering met de loondoorbetaling plaats.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Het tweede lid bevat een bepaling voor de situatie waarin sprake is van een
                    zieke ambtenaar die meer dan één baan heeft. Indien betrokkene voor beide
                    betrekkingen arbeidsongeschikt wordt, zal slechts één uitkering op grond van de
                    WIA worden toegekend die betrekking heeft op beide banen. Op doorbetaling van
                    bezoldiging voor één van die functies zal de werkgever uitsluitend dat deel van
                    de uitkering ingevolge de WIA in mindering moeten brengen dat verband houdt met
                    de arbeidsongeschiktheid uit die functie. Dit dient naar rato van de bezoldiging
                    uit de beide betrekkingen te worden bepaald. </al><al><vet>Lid 3 t/m 5</vet></al><al> In het derde tot en met vijfde lid wordt geregeld dat bij samenloop van een
                    uitkering op grond van de WIA en doorbetaling van bezoldiging tijdens ziekte
                    wordt uitgegaan van een WGA- of een IVA-uitkering, als sprake is van gedrag dat
                    verwijtbaar is aan betrokkene. Hiermee wordt voorkomen dat de ontstane
                    meerlasten kunnen worden afgewenteld op de werkgever die immers een hoger bedrag
                    aan bezoldiging dient door te betalen ingeval de WGA- of IVA-uitkering niet of
                    niet volledig tot uitbetaling komt en dit betrokkene te verwijten is. Omdat dit
                    gevolg ongewenst is, geven genoemde leden de werkgever de mogelijkheid in
                    dergelijke gevallen toch een korting op de bezoldiging toe te passen.</al><tussenkop>Artikel 7:22 Bovenwettelijke aanvulling Pensioenreglement (T)</tussenkop><al>Indien betrokkene recht heeft op een aanvulling op de WIA-uitkering op grond van
                    het pensioenreglement van het ABP, wordt deze aanvulling verrekend met de
                    loondoorbetaling op grond van artikel 7:3.</al><tussenkop>Artikel 7:24 Zorgverzekering (T)</tussenkop><al>De VNG heeft een contract met IZA Zorgverzekeraar NV en Zilveren Kruis Achmea
                    voor de periode 1 januari 2013 tot 1 januari 2016, dat optioneel 3 keer met 1
                    jaar verlengd kan worden. Het contract is een exclusief collectief
                    zorgverzekeringscontract voor gemeenteambtenaren, postactieven en inactieven. De
                    definitie van postactieven en inactieven staat in artikel 7:1, eerste lid.</al><tussenkop>Artikel 7:24a Tegemoetkoming ziektekosten (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De tegemoetkoming in de ziektekosten is een onkostenvergoeding en maakt daarom
                    geen onderdeel uit van de bezoldiging. De ambtenaar die zowel zijn
                    basisverzekering als zijn aanvullende verzekering met de naam Extra Zorg 3,
                    Extra Zorg 4 (IZA) of Mijn Keuze 3, Mijn Keuze 4 (Zilveren Kruis Achmea) heeft
                    afgesloten binnen het collectieve contract heeft recht op de tegemoetkoming.
                    Wettelijk gezien mag dit bij twee verschillende verzekeringspartijen zijn. In de
                    praktijk zal dit nauwelijks voorkomen. Omdat de basisverzekering wettelijk
                    verplicht is wordt hier in het artikel omwille van de leesbaarheid niet meer
                    naar verwezen. </al><tussenkop>Artikel 7:25 Hoogte tegemoetkoming (T)</tussenkop><al>Op grond van dit artikel zijn er twee mogelijke tegemoetkomingen in de
                    ziektekosten, namelijk € 168,= per jaar of € 296,= per jaar. In de maand
                    december wordt het salaris van de medewerker in die maand maal zijn
                    deeltijdfactor in die maand vergeleken met het in december geldende bedrag van
                    het maximum van schaal 6. De maand december is dus de peildatum voor de
                    beoordeling of de medewerker de lage of de hoge tegemoetkoming in de
                    ziektekosten ontvangt. Is het salaris van de medewerker in december meer dan het
                    maximum van schaal 6, dan ontvangt hij de lage tegemoetkoming. Is het salaris
                    van de medewerker in december gelijk aan of minder dan het maximum van schaal 6,
                    dan ontvangt hij de hoge tegemoetkoming.</al><al>Voorbeeld toepassing hoge tegemoetkoming ziektekosten Jan heeft een aanstelling
                    voor 18 uur per week. Zijn salaris is schaal 8. Hij is ingedeeld in periodiek 4.
                    Het bedrag van de salarisschaal maal de deeltijdfactor bedraagt in de maand
                    december € 2423,= x 18/36 = € 1211,50. Dit is minder dan het maximum van schaal
                    6 (€ 2438,=). Jan ontvangt dus de hoge tegemoetkoming in de ziektekosten.</al><al>Voorbeeld toepassing lage tegemoetkoming ziektekosten Marieke heeft op 1 januari
                    2010 een aanstelling van 18 uur per week. Marieke is ingeschaald in
                    salarisschaal 10, periodiek 9. Vanaf 1 juli 2010 gaat zij 28,8 uur per week
                    werken. In december krijgt Marieke de lage tegemoetkoming in de ziektekosten.
                    Haar salarisschaal maal de deeltijdfactor in december is namelijk 28,8/36 * €
                    3564; dat is € 2851,20. Dat is meer dan het maximum van schaal 6. Was de
                    aanstelling van Marieke ongewijzigd gebleven en was zij dus 18 uur blijven
                    werken, dan had zij in december de hoge tegemoetkoming in de ziektekosten
                    gekregen.</al><al>Voorbeeld peildatum bij gedeelte van een jaar in dienst Lies is op 1 januari
                    2009 in dienst getreden bij de gemeente X. Lies treedt op 15 oktober 2010 uit
                    dienst. Lies heeft een aanstelling van 36 uur per week. Haar salarisschaal is
                    schaal 10. Lies krijgt in oktober 9,5/12 maal de lage tegemoetkoming in de
                    ziektekosten.</al><tussenkop>Artikel 7:25b Inhouding ziektekostenpremies (T)</tussenkop><al>De premies voor de basis- en/of aanvullende verzekering worden door de gemeente
                    in beginsel ingehouden op de netto bezoldiging. De geselecteerde zorgverzekeraar
                    voorziet de gemeenten van de benodigde informatie. Indien de ambtenaar bezwaar
                    aantekent tegen de inhouding van de premies op zijn salaris kan de ambtenaar
                    verwachten dat hij een aantal voordelen kwijtraakt van het collectieve
                    arrangement met de geselecteerde zorgverzekeraar. Hij kan dan geconfronteerd
                    worden met zaken als het door de zorgverzekeraar in rekening brengen van extra
                    kosten voor de premieheffing en eisen als premiebetaling vooraf. Ook in het
                    geval de netto bezoldiging lager is dan de som van de af te dragen premies
                    (zoals het geval kan zijn bij kleine deeltijders) hoeft de werkgever de premies
                    niet in te houden op het salaris.</al><tussenkop>Artikel 7:26 Overgangsbepaling (T)</tussenkop><al>Ten aanzien van sommige lopende gevallen (op 31 december 2000 én 1 januari 2001
                    ziek) is bepaald dat de ZW met terugwerkende kracht ingaat. Dit geldt voor
                    ambtenaren wier vastgestelde zwangerschaps- en bevallingsverlof eindigt ná 31
                    januari 2001 en de zieken die op 15 februari 2001 nog ziek zijn (ziekte in
                    verband met zwangerschap en/of bevalling daaronder begrepen). Hierbij is voorts
                    bepaald dat als een ziekte eindigt en binnen vier weken weer herleeft, dit als
                    een nieuw ziektegeval wordt beschouwd.</al><al>Wanneer de ZW niet van toepassing wordt of de ZW niet tot uitkering komt, moet
                    gegarandeerd worden dat de op 1 januari 2001 lopende uitkering blijft bestaan en
                    dat de bepalingen van hoofdstuk 7, zoals dat gold op 31 december 2001, blijven
                    gelden. Met het eerste lid van artikel 7:26 wordt dit gerealiseerd.</al><al>Bij sommige lopende gevallen die met terugwerkende kracht onder de ZW vallen,
                    komt de ZW ook daadwerkelijk tot uitbetaling. De uitkeringen op grond van
                    hoofdstuk 7 (van voor 1 januari 2001) zijn dan onverschuldigd betaald. Lid 2 van
                    artikel 7:26 voorziet in een terugbetaling daarvan.</al><tussenkop>Artikel 7:27 Garantie-uitkering (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Door de invoering van de WW kan de ambtenaar die verminderd arbeidsongeschikt
                    raakt en geen aanvullende werkzaamheden krijgt aangeboden - en derhalve werkloos
                    wordt - in tegenstelling tot de situatie voor 1 januari 2001 aanspraak maken op
                    een WW-uitkering. Derhalve is de garantie-uitkering overbodig geworden voor
                    nieuwe gevallen die optreden na 1 januari 2001. Door wijziging van het eerste
                    lid blijven de bestaande garantie-uitkeringen gegarandeerd. De algemene
                    opmerkingen en de voorbeelden die hierna zijn opgenomen gelden voor de
                    uitkeringen, die voor 1 januari 2001 zijn ingegaan.</al><al><cursief>Algemeen</cursief>Dit artikel biedt een inkomensvoorziening voor de
                    gedeeltelijk arbeidsongeschikte ambtenaar die na definitief herplaatst te zijn
                    in een nieuwe betrekking wordt afgeschat en zijn toegenomen
                    restverdiencapaciteit niet volledig kan benutten, omdat hem geen aanvullende
                    werkzaamheden worden aangeboden.</al><al>Definitieve herplaatsing van de gedeeltelijk arbeidsongeschikte dient op grond
                    van artikel 7:16, lid 1, onder c plaats te vinden door middel van een wijziging
                    van de aanstelling. Herplaatsing gaat met andere woorden niet gepaard met
                    ontslag, maar slechts met een wijzigingsbesluit. Niet alleen artikel 7:16 sluit
                    ontslag uit, maar ook artikel 8:5, dat expliciet bepaalt dat
                    arbeidsongeschiktheidsontslag alleen dan kan plaats vinden, indien het niet
                    mogelijk is om de betrokkene te herplaatsen in passende/gangbare arbeid. Omdat
                    geen ontslag plaatsvindt, heeft de betrokkene ook geen recht op een uitkering
                    gebaseerd op die oorspronkelijke betrekking, een suppletie-uitkering, waar
                    gedeeltelijk arbeidsongeschikte ambtenaren die niet herplaatst kunnen worden wel
                    recht op hebben. Dit gemis aan uitkering kan in de situatie dat een gedeeltelijk
                    arbeidsongeschikte wordt afgeschat, maar hem geen aanvullende arbeid kan worden
                    aangeboden (en waardoor de betrokkene in feite gedeeltelijk werkloos raakt),
                    vervelende inkomensgevolgen hebben, waardoor de betrokkene in een slechtere
                    situatie zou kunnen komen dan de ambtenaar die niet herplaatst wordt en
                    suppletie krijgt. De garantie-uitkering biedt een inkomensvoorziening in deze
                    gevallen van werkloosheid en zorgt er voor dat een ambtenaar die meewerkt aan
                    reïntegratie een vergelijkbare inkomenssituatie kent als iemand die niet kan
                    worden herplaatst.</al><al>Bij afschatting van de arbeidsongeschiktheidsklasse en dus verlaging van de
                    WAO-uitkering kan een WW-uitkering aangevraagd worden.</al><al><cursief>Situatieschets</cursief>Een ambtenaar met een bezoldiging van € 2.500,-
                    wordt op 1 januari 1998 ziek. Op 1 januari 1999 wordt hem een WAO-uitkering
                    toegekend gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidsuitkering van 45 tot 55%. Na 14
                    maanden, op 1 maart 1999, wordt hij definitief herplaatst in een betrekking
                    waarin hij zijn volledige restverdiencapaciteit benut. De bezoldiging in de
                    nieuwe betrekking bedraagt € 1.250,-. Omdat hij zijn volledige
                    restverdiencapaciteit benut, heeft hij tevens recht op herplaatsingstoelage
                    (HPT).</al><al>Het totale inkomen van de ambtenaar ziet er als volgt uit:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al>bezoldiging uit nieuwe betrekking</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.500,-</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO + IP)</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 875,-</al></entry><entry colname="col3"><al>(35% van € 2.500,-)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>herplaatsingstoelage</al></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>€ 375,-</onderstreept></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Totaal</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.250,-</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De ambtenaar wordt op 1 januari 2000 afgeschat, zijn
                    arbeidsongeschiktheidspercentage wordt vastgesteld op 15 tot 25%. De werkgever
                    is niet in staat om de ambtenaar aanvullende werkzaamheden te bieden, waardoor
                    de ambtenaar zijn toegenomen restverdiencapaciteit kan benutten. Hierdoor krijgt
                    de ambtenaar niet alleen te maken met een lagere
                    arbeidsongeschiktheidsuitkering, maar wordt hij ook geconfronteerd met het
                    verlies van zijn herplaatsingstoelage.Zonder garantie-uitkering ziet het totale
                    inkomen van de ambtenaar er als volgt uit:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al>bezoldiging uit de nieuwe betrekking</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.250,-</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>arbeidsongeschiktheidsuitkering</al></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>€ 350,-</onderstreept></al></entry><entry colname="col3"><al>(14% van € 2.500,-)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Totaal</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.600,-</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Artikel 7:27 bepaalt dat er in deze gevallen recht bestaat op een
                    garantie-uitkering waardoor de inkomensgevolgen veel beperkter blijven. Op grond
                    van het pensioenreglement van het ABP vindt over deze garantie-uitkering
                    volledige pensioenopbouw plaats.</al><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Op grond van artikel 7:27, lid 1, heeft de ambtenaar die wordt afgeschat, nadat
                    hij is herplaatst op grond van artikel 7:6, lid 2, onder c, zoals dat luidde
                    voor 1 januari 2003, recht op een garantie-uitkering indien hem geen aanvullende
                    arbeid wordt aangeboden van een zodanige omvang dat hij in staat is om zijn
                    toegenomen restverdiencapaciteit volledig te benutten en daardoor zijn
                    herplaatsingstoelage verliest.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Lid 2 bepaalt de termijn en de hoogte van de uitkering. Bij de bepaling van de
                    termijn en de fasering in de percentages wordt uitgegaan van de begindatum van
                    de ziekte in de oorspronkelijke betrekking. Verder is de hoogte van de
                    garantie-uitkering gebaseerd op de bezoldiging in de oorspronkelijke
                    betrekking.Toegepast op de bovenstaande situatieschets zou de betrokkene met
                    ingang van 1 januari 2000 recht krijgt op een garantie-uitkering, tot uiterlijk
                    7,5 jaar na aanvang ziekte in de oorspronkelijke betrekking (1 januari 1998),
                    dus tot uiterlijk 1 juli 2005. De hoogte bedraagt € 2.000,- (80% van de
                    oorspronkelijke bezoldiging van € 2.500,-) in de periode 1 januari 2000 tot 1
                    oktober 2002. In de periode 1 oktober 2002 tot 1 juli 2005 bedraagt de uitkering
                    € 1.750,- (70% van € 2.500,-).</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Lid 3 bepaalt dat op de garantie-uitkering de bezoldiging uit de betrekking
                    waarin de ambtenaar is herplaatst, de WAO-uitkering, het invaliditeitspensioen
                    en de herplaatsingstoelage in mindering worden gebracht. Ook nieuwe inkomsten
                    verworven op of na de datum dat de ambtenaar is afgeschat worden op de
                    garantie-uitkering in mindering gebracht.Toegepast op de bovenstaande situatie
                    zou dat bijvoorbeeld betekenen dit het volgende betekenen.</al><al><cursief>Voorbeeld 1</cursief></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Periode 1 januari 2000 tot 1 oktober
                                        2002</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>inkomen uit de nieuwe betrekking</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.250,-</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2" nameend="col2" namest="col1"><al>arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO + IP)</al></entry><entry colname="col2" morerows="2" nameend="col3" namest="col2"><al>€ 350,-</al></entry><entry colname="col3" morerows="2" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>garantie-uitkering</al></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>€ 400,-</onderstreept></al></entry><entry colname="col3"><al>(2000-1250-350=400)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Totaal</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.000,-</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>·</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Periode 1 oktober 2002 tot 1 juli
                                        2005</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>inkomen uit de nieuwe betrekking</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.250,-</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2" nameend="col2" namest="col1"><al>arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO + IP)</al></entry><entry colname="col2" morerows="2" nameend="col3" namest="col2"><al>€ 350,-</al></entry><entry colname="col3" morerows="2" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>garantie-uitkering</al></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>€ 150,-</onderstreept></al></entry><entry colname="col3"><al>(1750-1250-350=150)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Totaal</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.750,-</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Voorbeeld 2</cursief>Indien de ambtenaar naderhand aanvullende arbeid
                    krijgt aangeboden ter waarde van € 300,- zou dit ter illustratie leiden tot de
                    volgende situatie (alleen de situatie tot 1 oktober 2002 wordt
                    weergegeven).</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Periode 1 januari 2000 tot 1 oktober
                                        2002</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>inkomen uit de nieuwe betrekking</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.250,-</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2" nameend="col2" namest="col1"><al>aanvullend inkomen uit nieuwe betrekking</al></entry><entry colname="col2" morerows="2" nameend="col3" namest="col2"><al>€ 300,-</al></entry><entry colname="col3" morerows="2" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3" nameend="col2" namest="col1"><al>arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO + IP)</al></entry><entry colname="col2" morerows="3" nameend="col3" namest="col2"><al>€ 350,-</al></entry><entry colname="col3" morerows="3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>garantie-uitkering</al></entry><entry colname="col2"><al><onderstreept>€ 100,-</onderstreept></al></entry><entry colname="col3"><al>(2000-1250-350-300=100)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Totaal</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.000,-</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Voorbeeld 3</cursief>Indien de ambtenaar naderhand aanvullende arbeid
                    zou zijn aangeboden ter waarde van € 750,- (en daardoor zijn volledige
                    restverdiencapaciteit weer kan benutten zou dit tot de volgende situatie leiden
                    (alleen de situatie tot 1 oktober 2002 wordt weergegeven).</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Periode 1 januari 2000 tot 1 oktober
                                        2002</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>inkomen uit de nieuwe betrekking</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.250,-</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2" nameend="col2" namest="col1"><al>aanvullend inkomen uit nieuwe betrekking</al></entry><entry colname="col2" morerows="2" nameend="col3" namest="col2"><al>€ 750,-</al></entry><entry colname="col3" morerows="2" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="3" nameend="col2" namest="col1"><al>arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO + IP)</al></entry><entry colname="col2" morerows="3" nameend="col3" namest="col2"><al>€ 350,-</al></entry><entry colname="col3" morerows="3" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="4" nameend="col2" namest="col1"><al>herplaatsingstoelage</al></entry><entry colname="col2" morerows="4" nameend="col3" namest="col2"><al>€ 150,-</al></entry><entry colname="col3" morerows="4" nameend="col4" namest="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="5" nameend="col2" namest="col1"><al>garantie-uitkering</al></entry><entry colname="col2" morerows="5" nameend="col3" namest="col2"><al><onderstreept>€ 0,-</onderstreept></al></entry><entry colname="col3" morerows="5" nameend="col4" namest="col3"><al>(2500-1250-750-350-150=0)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Totaal</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.500,-</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Lid 4 bepaalt de sanctie indien de ambtenaar gangbare arbeid weigert, verloren
                    laat gaan of geen gebruik maakt van gelegenheden tot het verkrijgen daarvan. De
                    sanctie is gelijk aan de omvang van de inkomsten die de ambtenaar uit deze
                    gangbare arbeid had kunnen krijgen. Indien de werkgever de ambtenaar
                    bijvoorbeeld arbeid aanbiedt ter waarde van bijvoorbeeld € 500,- en de ambtenaar
                    weigert deze arbeid, dan wordt dit bedrag van € 500,- toch in mindering gebracht
                    op de garantie-uitkering.</al><tussenkop>Artikel 7:28 Overgangsartikel (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1 en 2</vet></al><al> Het overgangsartikel heeft de volgende strekking. De artikelen gelden met
                    ingang van 1 januari 2006 en zijn van toepassing op de lopende ziektegevallen
                    van op of na 1 januari 2004. Dit betekent niet dat de artikelen terugwerken tot
                    1 januari 2004. Er wordt door middel van dit artikel een onderverdeling gemaakt
                    in twee groepen van ziektegevallen. De groep van wie de ziekte ligt voor 1
                    januari 2004, hiervoor gelden de bepalingen genoemd in artikel 7:28 zoals die
                    golden op 31 december 2005. De groep van wie de eerste ziektedag lag op of na 1
                    januari 2004 valt met ingang van 1 januari 2006 onder de huidige
                    bepalingen.</al><al><vet>Lid 3 en 4</vet></al><al> De WAO kent een aantal bepalingen op grond waarvan na beeindiging van de
                    verzekering of het recht op uitkering alsnog, dan wel opnieuw aanspraak op een
                    uitkering ingevolge de WAO bestaat. De wetgever heeft ervoor gekozen bij de
                    invoering van de WIA het recht op een WAO-uitkering voor deze personen in stand
                    te laten. Dit betekent dat wanneer de betreffende medewerker, ook al ligt zijn
                    eerste ziektedag op grond van de CAR/UWO op of na 1 januari 2004, in aanmerking
                    kan komen voor een WAO-uitkering in plaats van een uitkering op grond van de
                    WIA. De leden 3 en 4 voorzien in een overgangsbepaling voor deze groep
                    medewerkers. De belangrijkste hiervan zijn de bepaling die ziet op definitieve
                    herplaatsing in passende of gangbare arbeid voordat 2 jaar van ziekte is
                    verstreken en de bepalingen die zien op verrekening van een WAO-uitkering met de
                    loondoorbetaling tijdens de periode van ziekte.</al><al><vet>Lid 5</vet></al><al> De hoogte van de loondoorbetaling als bedoeld in de leden een tot en met vier
                    van artikel 7:3 gelden vanaf 1 januari 2006 voor medewerkers die op of na 1
                    januari 2004 ziek zijn geworden. Voor de ambtenaar van wie de eerste ziektedag
                    lag voor 1 januari 2004, vangt een nieuwe ziekteperiode ingevolge artikel 7:3,
                    vierde lid (zoals dat artikel gold op 31 december) aan, als sprake is geweest
                    van een onderbreking in 2004 van 4 weken of langer. Er is sprake van een nieuwe
                    ziekteperiode die is aangevangen na 1 januari 2004. Hetzelfde geldt voor de
                    zieke medewerker van voor 1 januari 2004, die in 2004 definitief is herplaatst
                    op grond van artikel 7:16, eerste lid, onder c (zoals dat artikel gold op 31
                    december 2005 ). Als de medewerker in de gewijzigde aanstelling opnieuw ziek
                    wordt, is sprake van een ziekteperiode die is aangevangen na 1 januari
                    2004.</al><al>Dit betekent voor een medewerker van wie bijvoorbeeld de eerste ziektedag lag op
                    1 maart 2005, dat hij op 1 januari 2006 10 maanden ziek is. Op grond van artikel
                    7:3, tweede lid, heeft hij met ingang van 1 januari 2006 recht op doorbetaling
                    van 90% van zijn bezoldiging. Met ingang van 1 maart 2006 is de ambtenaar 12
                    maanden ziek en heeft hij ingevolge artikel 7:3, derde lid, recht op
                    doorbetaling van 75% van zijn bezoldiging.</al><al>Op doorlopende ziektegevallen van voor 1 januari 2004 blijven de percentages van
                    de loondoorbetaling gelden, die zijn opgenomen in artikel 7:3, zoals die
                    bepaling gold op 31 december 2005 (eerste 18 maanden 100%, daarna 80% van de
                    bezoldiging).</al><tussenkop>Artikel 7:28:1 Overgangsartikel (T)</tussenkop><al>Voor de strekking van dit overgangsartikel zij verwezen naar de toelichting bij
                    artikel 7:28, eerste en tweede lid.</al><tussenkop>Artikel 7:28a Overgangsartikel (T)</tussenkop><al>Ambtenaren die ziek zijn geworden voor 1 juli 2007 kunnen na 24 maanden van
                    ziekte definitief worden herplaatst of ontslagen. Voor hen geldt dus niet een
                    derde ziektejaar, zoals opgenomen is in artikel 7:16, derde en vierde lid.</al><tussenkop>Artikel 7:28b Overgangsartikel (T)</tussenkop><al>Met dit overgangsartikel wordt duidelijk dat artikel 7:16, achtste lid,
                    onderdeel a van toepassing blijft voor ambtenaren die voor 1 augustus 2008 ziek
                    zijn geworden. Artikel 38 ZW legt voor ambtenaren die voor 1 augustus 2008 ziek
                    zijn geworden, aan een werkgever de verplichting op uiterlijk op de eerste dag
                    nadat de ziekte 13 weken heeft geduurd de ziekte te melden bij het UWV. Als de
                    werkgever deze 13e weeksmelding te laat doet, wordt de wachttijd voor de WIA met
                    de duur van de vertraging verlengd. De WIA-uitkering gaat dan pas later in. De
                    periode waarna definitieve herplaatsing kan plaatsvinden, wordt met een gelijke
                    duur verlengd.</al><al>Vanaf 1 november 2008 zijn de regels veranderd voor het ziekmelden van
                    medewerkers. Artikel 38 ZW legt een werkgever de verlichting op uiterlijk de
                    eerste dag nadat de ziekte 42 weken heeft geduurd de ziekte te melden bij het
                    UWV. Dit geldt ook als een werkgever eigenrisicodrager is voor de WAO en/of WGA.
                    Als de werkgever deze melding te laat doet loopt hij de kans een boete te
                    krijgen. De vertraging heeft geen gevolgen meer voor de
                    loondoorbetalingsverplichting.</al><tussenkop>Artikel 8:1 Ontslag op verzoek (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De formele eenzijdigheid van de aanstelling brengt met zich mee dat de ambtenaar
                    geen ontslag kan nemen. Hem moet dat verleend worden. Behoudens andersluidend
                    voorschrift dient een verzoek om ontslag ingewilligd te worden. </al><al>Het verzoek om ontslag kan zowel mondeling als schriftelijk gebeuren. Indien een
                    ambtenaar op een dergelijk verzoek wenst terug te komen, en het college heeft
                    nog niet beslist, dan kan de betrokken ambtenaar volstaan met de schriftelijke
                    mededeling dat men het desbetreffende verzoek als niet gedaan dient te
                    beschouwen. </al><al>Indien echter het college reeds een ontslagbesluit hebben genomen, is het
                    college niet verplicht op dat besluit terug te komen. Het college heeft wel die
                    bevoegdheid. Een en ander kan afhankelijk zijn van bepaalde factoren zoals de
                    stand van zaken in de vacaturevoorziening en het tijdstip waarop de ambtenaar
                    het verzoek intrekt. Het belang van betrokkene dient zorgvuldig tegen dat van de
                    organisatie afgewogen te worden. </al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat als een ambtenaar zélf een
                    verzoek om ontslag indient omdat strafontslag dreigt, hem dit ontslag eervol zou
                    moeten worden verleend.</al><tussenkop>Artikel 8:1:1 Ontslag op verzoek (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Dit artikellid bepaalt dat de opzegtermijn bij ontslag op eigen verzoek tussen
                    één en drie maanden ligt. Deze open periode betekent dat de medewerker niet
                    koste wat kost vast mag houden aan één maand en de werkgever niet aan drie
                    maanden. Na overleg zal de ontslagdatum vastgesteld worden door de werkgever.
                    Hierbij moet zowel het belang van de medewerker als het belang van de gemeente
                    worden afgewogen. </al><al>Overigens is de gemeente niet gehouden aan een opzegtermijn per de eerste dag
                    van de maand. Opzegging kan ook tegen andere dagen plaatsvinden.</al><al>Een werknemer die ondanks de vastgestelde opzegtermijn toch eerder weg gaat,
                    handelt opzettelijk in strijd met zijn verplichtingen zijn betrekking nauwgezet
                    te vervullen (artikel 3:1:1, vierde lid).</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Het bepaalde in dit artikellid biedt de mogelijkheid om een ontslagverzoek
                    vooralsnog niet in te willigen wanneer een strafrechtelijke vervolging aanhangig
                    is of een disciplinaire straf wordt overwogen en het niet wenselijk is om deze
                    procedure te moeten staken omdat de ambtenaar inmiddels ontslag heeft
                    genomen.</al><tussenkop>Artikel 8:2 Ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd
                    (T)</tussenkop><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Een ambtenaar die volledig gebruik maakt van de FPU-regeling heeft reeds voor
                    zijn 65ste ontslag gekregen op grond van artikel 8:11. Ambtenaren met recht op
                    een FPU-uitkering, maar daar niet of niet geheel gebruik van maken hebben op hun
                    65ste nog een (resterende) betrekking. Voor deelnemers met FPU-rechten regelt
                    het ABP dat het pensioen niet eerder kan ingaan dan op de dag dat de deelnemer
                    65 wordt. Er moet dan ontslag wegens ouderdomspensioen worden verleend. De CAR
                    regelt dat dat ontslag ingaat op de eerste van de maand volgend op die waarin de
                    ambtenaar 65 is geworden.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>In bijzondere situaties, bijvoorbeeld tijdens een herindeling, kan het wenselijk
                    zijn dat een bepaalde ambtenaar nà zijn 65-jarige leeftijd tijdelijk doorwerkt.
                    Als betrokkene hiermee instemt, wordt hem op een latere datum eervol ontslag
                    verleend. Een tweede mogelijkheid is betrokkene na zijn ontslag een nieuwe
                    aanstelling te verlenen op grond van artikel 2:4.</al><al>In het eerste geval zal betrokkene, op grond van het pensioenreglement, ook
                    langer pensioen opbouwen: inhouding van pensioenpremie op zijn bezoldiging is
                    derhalve dan ook aan de orde. In het tweede geval, waarbij een nieuw
                    dienstverband wordt aangegaan na de 65-jarige leeftijd, heeft de ambtenaar de
                    keuze of er verder pensioenopbouw plaatsvindt. Dit is geregeld in artikel 16.1
                    van het pensioenreglement.</al><al>Door het verkrijgen van het recht op ouderdomspensioen worden financiële
                    belemmeringen weggenomen bij ambtenaar en werkgever om een dienstverband aan te
                    gaan dat geheel en al aansluit bij de wens van beide partijen. Zo kan de
                    ambtenaar de wens hebben een minder belastende functie te krijgen, bijvoorbeeld
                    in de vorm van minder uren en/of lager functieniveau met bijbehorende lagere
                    betaling.</al><al>Bij voortzetting van het dienstverband verschilt het bruto-netto traject en de
                    premieafdrachten van de situatie waarin na de leeftijd van 65 jaar een nieuw
                    dienstverband is aangegaan. Het aangaan van een nieuw dienstverband is voor
                    zowel werkgever als werknemer voordeliger in financieel opzicht. Wel heeft het
                    niet langer betalen van pensioenpremies natuurlijk gevolgen voor de
                    pensioenopbouw. Tijdens het nieuwe dienstverband wordt geen pensioen meer
                    opgebouwd. In het navolgende schema vindt u een overzicht met de gevolgen.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Continuering dienstverband (art. 8:2 CAR)</al></entry><entry colname="col3"><al>Nieuw dienstverband (art. 2:4 CAR, met toepassing 8:2, derde
                                        lid)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ingangsdatum OP</al></entry><entry colname="col2"><al>Na afloop dienstverband</al></entry><entry colname="col3"><al>M.i.v. eerste van de maand volgend op die waarin betrokkene
                                        65 jaar wordt</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Opbouw OP/NP</al></entry><entry colname="col2"><al>Tot einde dienstverband</al></entry><entry colname="col3"><al>Stopt op eerste van de maand volgend op die waarin
                                        betrokkene 65 jaar wordt</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Premie AAOP</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Premie OP</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Premie NP</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Premie FPU</al></entry><entry colname="col2"><al>Nee</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Pseudopremie WW</al></entry><entry colname="col2"><al>Nee</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Premie WAO</al></entry><entry colname="col2"><al>Nee</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Artikel 8:2a Ontslag wegens ouderdomspensioen (T)</tussenkop><al>Op twee manieren kunnen mensen na de leeftijd van 65 jaar in dienst zijn van de
                    gemeente. De eerste mogelijkheid is dat iemand na de leeftijd van 65 jaar in
                    dienst treedt van de gemeente. Dit is mogelijk op grond van artikel 2:4. De
                    tweede mogelijkheid is dat iemand al in dienst is, maar dat zijn aanstelling of
                    arbeidsovereenkomst door toepassing van artikel 8:2, derde lid, na het bereiken
                    van de leeftijd van 65 jaar is voortgezet. Bij dit soort aanstellingen is de
                    wens van een van de partijen voldoende om de aanstelling te beëindigen.</al><tussenkop>Artikel 8:3 Ontslag wegens reorganisatie (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>In dit lid worden drie ontslaggronden genoemd: wegens opheffing van de
                    betrekking, wegens verandering in de inrichting van het dienstonderdeel danwel
                    wegens een verminderde behoefte aan arbeidskrachten.</al><al>De opgenomen zinsnede ‘of van andere dienstonderdelen’ impliceert dat ontslag in
                    principe ook mogelijk is bij een reorganisatie van een ander dienstonderdeel dan
                    dat waar de ambtenaar werkzaam is. Afgezien van de vraag of zulks niet in strijd
                    is met de redelijkheid, zal ontslag niet vaak mogelijk zijn. De reden voor het
                    ontslag moet immers zijn de overbodigheid en niet slechts het feit van de
                    reorganisatie.</al><al>Uit de jurisprudentie komt naar voren dat aan het besluit tot opheffing van een
                    betrekking of tot reorganisatie zakelijke motieven ten grondslag dienen te
                    liggen en niet de wens voor een bepaalde ambtenaar een ontslaggrond te
                    creëren.</al><al>Indien niet duidelijk is welk van de genoemde drie ontslaggronden in een
                    voorkomend geval gehanteerd moet worden, heeft men in principe de vrije keus,
                    mits rekening is gehouden met de belangen van de ambtenaar.</al><al>Alvorens tot ontslag op grond van artikel 8:3 over te gaan moet, individuele
                    gevallen uitgezonderd, overeenstemming zijn bereikt over het sociaal statuut. Op
                    het moment dat het sociaal plan gereed is en duidelijk is dat de functie van
                    betrokkene na reorganisatie niet meer terugkomt, dan wel als duidelijk is dat de
                    betrokken medewerker niet meer terugkomt op zijn functie, kan het ontslagbesluit
                    genomen worden. Van dit laatste is sprake als bijvoorbeeld van de vijf
                    beleidsmedewerkers er na de reorganisatie maar drie terugkeren. Op grond van
                    lokale regels wordt dan bepaald welke twee medewerkers niet kunnen terugkeren.
                    Als ook geen andere passende functie beschikbaar is, kan het ontslagbesluit
                    worden genomen. </al><al>Als er geen sociaal plan is, kan het ontslagbesluit worden genomen, zodra
                    duidelijk is dat de functie van de medewerker of de functies van een kleine
                    groep medewerkers worden opgeheven, als duidelijk is dat de betrokken
                    medewerker(s) niet meer terugkomt op zijn functie en als duidelijk is dat er ook
                    geen andere passende functie beschikbaar is. </al><al>Ingeval hoofdstuk 10d van toepassing is, vindt, nadat het ontslagbesluit genomen
                    is, intern en extern een onderzoek plaats naar een andere functie voor de
                    medewerker. Dit onderzoek vindt dan plaats tijdens de re-integratiefase op grond
                    van hoofdstuk 10d. </al><al>Na ontslag kan op grond van hoofdstuk 10d recht bestaan op een aanvullende en
                    nawettelijke uitkering.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Het plan van afvloeiing moet op grond van artikel 12:2 met vakorganisaties
                    worden besproken en vooraf aan de betrokken ambtenaren bekend worden gemaakt.
                    Het maken van een dergelijk plan is reeds noodzakelijk wanneer het gaat om het
                    ontslag van meer dan één ambtenaar.</al><tussenkop>Artikel 8:4 Ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid
                    (T)</tussenkop><al/><al>Aan de ambtenaar die volledig ongeschikt is voor de eigen arbeid kan ontslag
                    worden verleend op grond van die ongeschiktheid, zodra die ongeschiktheid ten
                    minste 24 maanden heeft geduurd. Eerder kan ontslag op deze grond niet
                    plaatsvinden. Ontslag op andere gronden dan wegens ziekte kan binnen die termijn
                    wel worden verleend. Met deze termijn van twee jaar wordt aangesloten bij de
                    situatie in de marktsector, waar ook een dergelijke ontslagbescherming geldt. </al><al>Van volledige arbeidsongeschiktheid is sprake als de ambtenaar: </al><lijst><li nr="1"><al>Volledig arbeidsongeschikt wordt bevonden door UWV (80% tot 100%
                            arbeidsongeschikt) en recht heeft op een WGA-uitkering</al></li><li nr="2"><al>Volledig én duurzaam arbeidsongeschikt wordt bevonden door UWV (80% tot
                            100% arbeidsongeschikt) en recht heeft op een IVA-uitkering. </al></li></lijst><al> Ontslagverlening wegens volledige arbeidsongeschiktheid is slechts mogelijk
                    wanneer voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in artikel 8:4, derde lid. Het
                    college betrekt hierbij de uitkomst van de claimbeoordeling op grond van de WIA.
                    Deze voorwaarden komen namelijk aan bod tijdens de claimbeoordeling voor de
                    aanvraag van een uitkering op grond van de WIA. </al><al>De claimbeoordeling op grond van de WIA start in week 87 (21e maand) als UWV de
                    ambtenaar een aanvraagformulier voor de WIA-uitkering toestuurt en UWV bij de
                    werkgever gegevens opvraagt voor de vaststelling van de uitkering. De werkgever
                    kan vanaf dit moment zijn voornemen tot ontslag wegens arbeidsongeschiktheid
                    schriftelijk aan de ambtenaar kenbaar maken. </al><al>De aanzegging van het college dat een ontslagprocedure op grond van
                    arbeidsongeschiktheid zal worden opgestart en dat hierbij de claimbeoordeling op
                    grond van de WIA betrokken wordt, is geen besluit in de zin van de Awb en
                    daarmee geen besluit dat vatbaar is voor bezwaar en beroep. Het feitelijk
                    ontslagbesluit is uiteraard wel een besluit dat vatbaar is voor bezwaar en
                    beroep. </al><al>Na de claimbeoordeling volgt de beschikking van UWV op grond van de WIA. Het
                    ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de WIA-beschikking zijn
                    genomen. Het college moet in zijn ontslagbesluit naar deze WIA-beschikking
                    verwijzen. Mocht de ambtenaar een negatieve beschikking van UWV ontvangen wegens
                    onvoldoende medewerking, verwijst het college naar deze maatregel in zijn
                    ontslagbesluit. </al><al>In de gevallen waarin de ambtenaar het niet eens is met het ontslag of als de
                    ambtenaar bezwaar indient tegen het ontslagbesluit, kan het college een
                    deskundigenoordeel aanvragen bij UWV op grond van artikel 30 SUWI. UWV geeft een
                    oordeel over de vragen of de medewerker ziek is voor de vervulling van zijn
                    betrekking en of er binnen de gemeentelijke dienst een passende functie
                    voorhanden is (zie lid 2). </al><al><vet>Lid 8</vet></al><al>Op grond van jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie inzake gelijke
                    behandeling van man en vrouw, mag voor de berekening van de ontslagtermijn
                    wegens ziekte de periode van ziekte tijdens de zwangerschap als gevolg van de
                    zwangerschap en het zwangerschaps- en bevallingsverlof zelf, niet worden
                    meegeteld. Het Europees Hof heeft in zijn jurisprudentie een onderscheid
                    aangebracht tussen enerzijds ziekte tijdens de zwangerschap die verband houdt
                    met zwangerschap en zwangerschaps- en bevallingsverlof, en anderzijds ziekte die
                    verband houdt met de zwangerschap en de bevalling na het bevallingsverlof. Deze
                    laatste periode kan gewoon meegeteld worden voor de berekening van de
                    ontslagtermijn van 24 maanden. Hetzelfde geldt voor ziekte tijdens de
                    zwangerschap die niet veroorzaakt wordt door de zwangerschap; ook deze periode
                    mag meegerekend worden voor de ontslagtermijn van 24 maanden. </al><al><cursief>Voorbeeld</cursief>Een medewerkster van de gemeente valt tijdens haar
                    zwangerschap uit wegens zwangerschapsgerelateerde klachten. Zij blijft ziek tot
                    de ingangsdatum van het zwangerschapsverlof. Aansluitend op het bevallingsverlof
                    meldt zij zich ziek wegens bekkeninstabiliteit, veroorzaakt door de
                    zwangerschap. Voor berekening van de ontslagtermijn van 24 maanden mag niet
                    meegeteld worden de periode dat de medewerkster tijdens de zwangerschap ziek is
                    wegens zwangerschapsgerelateerde klachten; hetzelfde geldt voor de periode van
                    het zwangerschaps- en bevallingsverlof. Perioden van arbeidsongeschiktheid
                    aansluitend op het bevallingsverlof mogen wel meegerekend worden voor de
                    ontslagtermijn, onafhankelijk van de vraag of deze veroorzaakt zijn door de
                    zwangerschap of de bevalling. De ontslagtermijn van 24 maanden start in dit
                    voorbeeld dus op de dag aansluitend op de laatste dag van het bevallingsverlof. </al><al><vet>Lid 9</vet></al><al>Volgens het negende lid worden ziekteperioden samengeteld als zij elkaar met een
                    onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Uit het achtste lid vloeit
                    voort dat de periode van zwangerschapsgerelateerde ziekte en het zwangerschaps-
                    en bevallingsverlof niet meegeteld worden voor de berekening van de 24 maanden
                    termijn. Dit heeft tot gevolg dat ziekteperioden die worden onderbroken door
                    zwangerschapsgerelateerde ziekte die 4 weken of langer duurt of door het
                    zwangerschaps- en bevallingsverlof, in principe niet mogen worden samengeteld
                    aangezien sprake is van een onderbreking van vier weken of langer. Indien de
                    ziekte (die zijn oorzaak niet vindt in de zwangerschap zelf) echter direct
                    voorafgaat aan en direct aansluit op het zwangerschaps- en bevallingsverlof én
                    de ziekte wordt geacht redelijkerwijs voort te vloeien uit dezelfde oorzaak,
                    mogen de perioden worden samengeteld voor de berekening van de ontslagtermijn. </al><al>Hieronder zijn een aantal voorbeelden opgenomen. </al><al><cursief>Voorbeeld I</cursief>Een medewerker is ziek vanaf 1 januari 2006. Op 15
                    maart 2006 herstelt hij, waarna hij op 29 maart 2006 (na 2 weken) weer ziek
                    wordt. De periode van herstel heeft korter geduurd dan 4 weken. Daardoor geldt 1
                    januari 2006 als eerste ziektedag, waarop de termijn voor ontslag begint te
                    lopen. Dit betekent dat de medewerker op 14 januari 2008 (dit is 24 maanden + 2
                    weken na 1 januari 2006) kan worden ontslagen. </al><al><cursief>Voorbeeld II</cursief>Een medewerker is ziek vanaf 1 januari 2006. Op
                    15 maart 2006 herstelt hij, waarna hij op 26 april 2006 (na 6 weken) weer ziek
                    wordt. De periode van herstel heeft langer geduurd dan 4 weken. Daardoor geldt
                    27 april 2006 als eerste ziektedag, waarop de termijn voor ontslag begint te
                    lopen. Dit betekent dat de medewerker op 27 april 2008 (dit is 24 maanden na 27
                    april 2006) kan worden ontslagen. </al><al><cursief>Voorbeeld III</cursief>Een medewerkster is ziek vanaf 1 januari 2006.
                    Op 15 maart 2006 herstelt zij. Op 29 maart 2006 gaat zij met zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof. Zij zou op 20 juli 2006 weer moeten gaan werken. Op dat moment
                    is zij echter ziek. Omdat de medewerkster voorafgaand aan het zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof niet ziek was, geldt het zwangerschaps- en bevallingsverlof als
                    onderbreking van meer dan 4 weken. Daardoor geldt 20 juli 2006 als eerste
                    ziektedag, waarop de termijn voor ontslag begint te lopen. Dit betekent dat de
                    medewerkster op 20 juli 2008 (dit is 24 maanden na 20 juli 2006) kan worden
                    ontslagen. </al><al><cursief>Voorbeeld IV</cursief>Een medewerkster is ziek vanaf 1 januari 2006. Op
                    1 mei 2006 gaat zij met zwangerschaps- en bevallingsverlof tot 21 augustus 2006.
                    Op 22 augustus 2006 zou zij weer moeten gaan werken. Echter, zij is op dat
                    moment nog ziek. Er zijn twee mogelijkheden. </al><al><cursief>Mogelijkheid A</cursief>De ziekte na het zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof heeft dezelfde oorzaak als de ziekte voor dat verlof. In dit
                    geval geldt 1 januari 2006 als eerste ziektedag, waarop de termijn voor ontslag
                    begint te lopen. Dit betekent dat de medewerkster op 23 april 2008 (dit is 24
                    maanden + 16 weken na 1 januari 2006) kan worden ontslagen. </al><al><cursief>Mogelijkheid B</cursief>De ziekte na het zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof heeft een andere oorzaak dan de ziekte voor dat verlof. In dit
                    geval geldt 22 augustus 2006 als eerste ziektedag, waarop de termijn voor
                    ontslag begint te lopen. Dit betekent dat de medewerkster op 22 augustus 2008
                    (dit is 24 maanden na 22 augustus 2006) kan worden ontslagen. </al><al><cursief>Voorbeeld V</cursief>Een zwangere medewerkster is ziek vanaf 1 januari
                    2006. Op 15 maart 2006 krijgt zij zwangerschapsgerelateerde klachten, die duren
                    tot 26 april 2006 (6 weken). Daarna stoppen de zwangerschapsgerelateerde
                    klachten en wordt zij weer gewoon ziek. Deze ziekte duurt voort. De
                    zwangerschapsgerelateerde ziekte heeft langer geduurd dan 4 weken. Daardoor
                    geldt 27 april 2006 als eerste ziektedag, waarop de termijn voor ontslag begint
                    te lopen. Dit betekent dat de medewerkster op 18 augustus 2008 (dit is 24
                    maanden + 16 weken na 27 april 2006) kan worden ontslagen. </al><al><vet>Lid 10</vet></al><al>In het tiende lid is geregeld dat de termijn van de verplichte loondoorbetaling
                    van twee jaar wordt verlengd met de verlenging van de wachttijd voor een
                    uitkering ingevolge de WIA. </al><al>De ontslagtermijn wordt verlengd in de volgende gevallen. <cursief>Ad
                        a</cursief>Artikel 38 ZW legt een werkgever de verplichting op uiterlijk op
                    de eerste dag nadat de ziekte 13 weken heeft geduurd de ziekte te melden bij het
                    UWV. Als de werkgever deze melding te laat doet, wordt de wachttijd voor de WIA
                    met de duur van de vertraging verlengd. De WIA-uitkering gaat dan pas later in.
                        <cursief>Ad b</cursief> In artikel 24, eerste lid, van de WIA is bepaald dat
                    de wachttijd op verzoek van werkgever en werknemer gezamenlijk verlengd kan
                    worden. <cursief>Ad c</cursief>Bij de aanvraag van een uitkering ingevolge de
                    WIA moet een reïntegratieverslag worden ingediend. Als het UWV van mening is dat
                    de werkgever zonder deugdelijke grond zijn verplichtingen niet is nagekomen of
                    onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht, kan het UWV de termijn
                    gedurende de werkgever het loon moet doorbetalen verlengen. De termijn van de
                    verlenging is maximaal 52 weken en wordt afhankelijk gesteld van de aard en
                    ernst van het verzuim. Deze sanctiebevoegdheid is neergelegd in artikel 25,
                    negende lid, van de WIA. De medewerker merkt financieel niets van de verlenging
                    van de ontslagtermijn op grond van de hiervoor genoemde redenen. Op grond van
                    artikel 7:3 heeft de medewerker na 24 maanden ziekte recht op 70% van zijn
                    bezoldiging. </al><al>Onderdeel a is niet van toepassing op werkgevers die eigenrisicodrager zijn voor
                    de WIA. Artikel 85 van de WIA stelt hen namelijk vrij van de 13e weeks melding
                    van artikel 38 Ziektewet. Eigenrisicodragers moeten op grond van dit laatste
                    artikel uiterlijk acht maanden nadat de ongeschiktheid tot werken zijn
                    verstreken, aangifte van die ongeschiktheid doen bij het UWV. Vertraging van
                    deze laatste aangifte leidt dus niet tot verlenging van de termijn van 24
                    maanden.</al><tussenkop>Artikel 8:5 Ontslag wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid
                    (T)</tussenkop><al/><al>Aan de ambtenaar die gedeeltelijk ongeschikt is voor de eigen arbeid kan ontslag
                    worden verleend op grond van die ongeschiktheid, zodra die ongeschiktheid ten
                    minste 36 maanden heeft geduurd. Eerder ontslag kan op deze grond slechts
                    plaatsvinden indien er een passende functie voorhanden is na 24 maanden ziekte
                    buiten de gemeentelijke dienst. Ontslag op andere gronden dan wegens ziekte kan
                    wel binnen de genoemde termijnen worden verleend. </al><al>De bepaling ’gedeeltelijk’ houdt in dat dit artikel de mogelijkheid van volledig
                    ontslag geeft voor medewerkers die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn (minder
                    dan 80% arbeidsongeschikt). Deze mogelijkheid geldt dus ook voor de mensen die
                    minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn. Let wel, dit artikel ziet op volledig
                    ontslag en niet op gedeeltelijk ontslag uit de functie. Indien er binnen de
                    gemeentelijke dienst na 24 maanden van ziekte een passende functie voorhanden
                    is, kan de ambtenaar onder de voorwaarden die zijn genoemd in artikel 7:16,
                    derde en vierde lid, namelijk definitief worden herplaatst. </al><al>Ontslagverlening wegens gedeeltelijke ongeschiktheid is slechts mogelijk wanneer
                    voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in artikel 8:5, tweede lid. Het college
                    betrekt hierbij de uitkomst van de claimbeoordeling op grond van de WIA. Deze
                    voorwaarden komen namelijk aan bod tijdens de claimbeoordeling voor de aanvraag
                    van een uitkering op grond van de WIA. </al><al>De claimbeoordeling op grond van de WIA start in week 87 (21e maand) als UWV de
                    ambtenaar een aanvraagformulier voor de WIA-uitkering toestuurt en UWV bij de
                    werkgever gegevens opvraagt voor de vaststelling van de uitkering.</al><al>De aanzegging van het college dat een ontslagprocedure op grond van
                    arbeidsongeschiktheid zal worden opgestart en dat hierbij de claimbeoordeling op
                    grond van de WIA betrokken wordt, is geen besluit in de zin van de Awb en
                    daarmee geen besluit dat vatbaar is voor bezwaar en beroep. Het feitelijk
                    ontslagbesluit is uiteraard wel een besluit dat vatbaar is voor bezwaar en
                    beroep. </al><al>Tussen week 87 en 91 stellen de werkgever en de ambtenaar gezamenlijk in overleg
                    met de bedrijfsarts of de arbodienst het reïntegratieverslag op. Het door UWV
                    (als onderdeel van de WIA-beschikking) beoordeelde reïntegratieverslag is basis
                    voor het oordeel van de werkgever of het mogelijk is de ambtenaar binnen de
                    gemeentelijke dienst passende arbeid op te dragen (onderdeel b). In week 91
                    stuurt de ambtenaar het aanvraagformulier WIA-uitkering op, tezamen met het
                    reïntegratieverslag. UWV beoordeelt eerst de reïntegratie-inspanningen van de
                    werkgever en de ambtenaar. </al><al>Indien de reïntegratie-inspanningen van de werkgever onvoldoende zijn geweest
                    wordt de ontslagtermijn verlengd (zie lid 9, onder b). Indien de
                    reïntegratie-inspanningen van de werkgever als voldoende zijn beoordeeld, volgt
                    de verdere claimbeoordeling. UWV beoordeelt in dit kader de arbeidsgeschiktheid
                    van de ambtenaar. Het oordeel van UWV terzake (als onderdeel van de
                    WIA-beschikking) is basis voor het oordeel van de werkgever of voldaan is aan de
                    voorwaarden die zijn genoemd in lid 2. </al><al>Na de claimbeoordeling volgt de beschikking van UWV op grond van de WIA.
                    Medewerkers van wie het loonverlies minder dan 35% is, worden niet
                    arbeidsongeschikt bevonden. Dit is ook een WIA-beschikking. Het ontslagbesluit
                    moet binnen één jaar na de datum van de meest recente WIA-beschikking zijn
                    genomen. Het college moet in zijn ontslagbesluit naar deze meest recente
                    WIA-beschikking verwijzen. Mocht de ambtenaar een negatieve beschikking van UWV
                    ontvangen wegens onvoldoende medewerking, verwijst het college naar deze
                    maatregel in zijn ontslagbesluit. </al><al>In de gevallen waarin de ambtenaar het niet eens is met het ontslag of als de
                    ambtenaar bezwaar indient tegen het ontslagbesluit, kan het college een
                    deskundigenoordeel aanvragen bij UWV op grond van artikel 30 SUWI. UWV geeft een
                    oordeel over de vragen of de medewerker ziek is voor de vervulling van zijn
                    betrekking en of er binnen de gemeentelijke dienst een passende functie
                    voorhanden is (zie lid 2). </al><al><cursief>Herplaatsing in het derde ziektejaar </cursief>In artikel 7:16 zijn
                    specifieke bepalingen opgenomen over herplaatsing in het derde ziektejaar. </al><al><vet>Lid 3, 4 en 5</vet></al><al> UWV beoordeelt tussen de 21e en 24e maand of de medewerker recht heeft op een
                    WIA-uitkering. De medewerker die 35% of meer arbeidsongeschikt wordt verklaard,
                    wordt vervolgens jaarlijks herkeurd. Deze herkeuring kan dus liggen binnen de
                    ontslagtermijn van 36 maanden. Daarom moet de werkgever ook de resultaten van de
                    herbeoordeling betrekken bij het uiteindelijke ontslagbesluit. De herkeuring kan
                    gevolgen hebben voor de inspanningen van werkgever en werknemer in de loop van
                    de 36 maanden. En dus ook voor de beoordeling of de ambtenaar binnen de gemeente
                    herplaatst kan worden. Verminderde arbeidsongeschiktheid leidt tot grotere
                    herplaatsingsmogelijkheden, terwijl verhoogde arbeidsongeschiktheid leidt tot
                    mindere herplaatsingsmogelijkheden. </al><al>Wanneer sprake is van de situatie als bedoeld in het tweede lid, en er dus 36
                    maanden van ziekte verstrijken zonder dat er een mogelijkheid is om de ambtenaar
                    te herplaatsen, wordt de ambtenaar 33 maanden na ingang ziekte (dus 3 maanden
                    voor de beoogde ontslagdatum bij ontslag na 36 maanden) op de hoogte gesteld van
                    het feit dat de ontslagprocedure in gang is gezet. Deze melding is dus niet aan
                    de orde als de ambtenaar gedurende het derde ziektejaar wordt herplaatst op
                    grond van artikel 7:16, dan wel ontslagen wordt op grond van het tiende lid van
                    dit artikel. </al><al>Dit laat overigens onverlet dat de WIA-aanvraag wel in de 21e maand moet
                    plaatsvinden.</al><al><vet>Lid 7</vet></al><al> Op grond van jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie inzake gelijke
                    behandeling van man en vrouw, mag voor de berekening van de ontslagtermijn
                    wegens ziekte de periode van ziekte tijdens de zwangerschap als gevolg van de
                    zwangerschap en het zwangerschaps- en bevallingsverlof zelf, niet worden
                    meegeteld. Het Europees Hof heeft in zijn jurisprudentie een onderscheid
                    aangebracht tussen enerzijds ziekte tijdens de zwangerschap die verband houdt
                    met zwangerschap en zwangerschaps- en bevallingsverlof, en anderzijds ziekte die
                    verband houdt met de zwangerschap en de bevalling na het bevallingsverlof. Deze
                    laatste periode kan gewoon meegeteld worden voor de berekening van de
                    ontslagtermijn van 36 maanden. Hetzelfde geldt voor ziekte tijdens de
                    zwangerschap die niet veroorzaakt wordt door de zwangerschap; ook deze periode
                    mag meegerekend worden voor de ontslagtermijn van 36 maanden. </al><al><cursief>Voorbeeld</cursief> Een medewerkster van de gemeente valt tijdens haar
                    zwangerschap uit wegens zwangerschapsgerelateerde klachten. Zij blijft ziek tot
                    de ingangsdatum van het zwangerschapsverlof. Aansluitend op het bevallingsverlof
                    meldt zij zich ziek wegens bekkeninstabiliteit, veroorzaakt door de
                    zwangerschap. Voor berekening van de ontslagtermijn van 36 maanden mag niet
                    meegeteld worden de periode dat de medewerkster tijdens de zwangerschap ziek is
                    wegens zwangerschapsgerelateerde klachten; hetzelfde geldt voor de periode van
                    het zwangerschaps- en bevallingsverlof. Perioden van arbeidsongeschiktheid
                    aansluitend op het bevallingsverlof mogen wel meegerekend worden voor de
                    ontslagtermijn, onafhankelijk van de vraag of deze veroorzaakt zijn door de
                    zwangerschap of de bevalling. De ontslagtermijn van 36 maanden start in dit
                    voorbeeld dus op de dag aansluitend op de laatste dag van het bevallingsverlof. </al><al><vet>Lid 8</vet></al><al> Volgens het achtste lid worden ziekteperioden samengeteld als zij elkaar met
                    een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Uit het zevende lid vloeit
                    voort dat de periode van zwangerschapsgerelateerde ziekte en het zwangerschaps-
                    en bevallingsverlof niet meegeteld worden voor de berekening van de 36 maanden
                    termijn. Dit heeft tot gevolg dat ziekteperioden die worden onderbroken door
                    zwangerschapsgerelateerde ziekte die 4 weken of langer duurt of door het
                    zwangerschaps- en bevallingsverlof, in principe niet mogen worden samengeteld
                    aangezien sprake is van een onderbreking van vier weken of langer. Indien de
                    ziekte (die zijn oorzaak niet vindt in de zwangerschap zelf) echter direct
                    voorafgaat aan en direct aansluit op het zwangerschaps- en bevallingsverlof én
                    de ziekte wordt geacht redelijkerwijs voort te vloeien uit dezelfde oorzaak,
                    mogen de perioden worden samengeteld voor de berekening van de ontslagtermijn. </al><al>Hieronder zijn een aantal voorbeelden opgenomen. </al><al>Voorbeeld I Een medewerker is ziek vanaf 1 januari 2009. Op 15 maart 2009
                    herstelt hij, waarna hij op 29 maart 2009 (na 2 weken) weer ziek wordt. De
                    periode van herstel heeft korter geduurd dan 4 weken. Daardoor geldt 1 januari
                    2009 als eerste ziektedag, waarop de termijn voor ontslag begint te lopen. Dit
                    betekent dat de medewerker op 14 januari 2012 (dit is 36 maanden + 2 weken na 1
                    januari 2009) kan worden ontslagen.</al><al>Voorbeeld IIEen medewerker is ziek vanaf 1 januari 2009. Op 15 maart 2009
                    herstelt hij, waarna hij op 26 april 2009 (na 6 weken) weer ziek wordt. De
                    periode van herstel heeft langer geduurd dan 4 weken. Daardoor geldt 27 april
                    2009 als eerste ziektedag, waarop de termijn voor ontslag begint te lopen. Dit
                    betekent dat de medewerker op 27 april 2012 (dit is 36 maanden na 27 april 2009)
                    kan worden ontslagen.</al><al>Voorbeeld III Een medewerkster is ziek vanaf 1 januari 2008. Op 15 maart 2008
                    herstelt zij. Op 29 maart 2008 gaat zij met zwangerschaps- en bevallingsverlof.
                    Zij zou op 20 juli 2008 weer moeten gaan werken. Op dat moment is zij echter
                    ziek. Omdat de medewerkster voorafgaand aan het zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof niet ziek was, geldt het zwangerschaps- en bevallingsverlof als
                    onderbreking van meer dan 4 weken. Daardoor geldt 20 juli 2008 als eerste
                    ziektedag, waarop de termijn voor ontslag begint te lopen. Dit betekent dat de
                    medewerkster op 20 juli 2011 (dit is 36 maanden na 20 juli 2008) kan worden
                    ontslagen.</al><al>Voorbeeld IV Een medewerkster is ziek vanaf 1 januari 2009. Op 1 mei 2009 gaat
                    zij met zwangerschapsen bevallingsverlof tot 21 augustus 2009. Op 22 augustus
                    2009 zou zij weer moeten gaan werken. Echter, zij is op dat moment nog ziek. Er
                    zijn twee mogelijkheden.</al><al>Mogelijkheid ADe ziekte na het zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft dezelfde
                    oorzaak als de ziekte voor dat verlof. In dit geval geldt 1 januari 2009 als
                    eerste ziektedag, waarop de termijn voor ontslag begint te lopen. Dit betekent
                    dat de medewerkster op 23 april 2012 (dit is 36 maanden + 16 weken na 1 januari
                    2009) kan worden ontslagen.</al><al>Mogelijkheid BDe ziekte na het zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft een
                    andere oorzaak dan de ziekte voor dat verlof. In dit geval geldt 22 augustus
                    2009 als eerste ziektedag, waarop de termijn voor ontslag begint te lopen. Dit
                    betekent dat de medewerkster op 22 augustus 2012 (dit is 36 maanden na 22
                    augustus 2009) kan worden ontslagen. </al><al>Voorbeeld V Een zwangere medewerkster is ziek vanaf 1 januari 2008. Op 15 maart
                    2008 krijgt zij zwangerschapsgerelateerde klachten, die duren tot 26 april 2008
                    (6 weken). Daarna stoppen de zwangerschapsgerelateerde klachten en wordt zij
                    weer gewoon ziek. Deze ziekte duurt voort. De zwangerschapsgerelateerde ziekte
                    heeft langer geduurd dan 4 weken. Daardoor geldt 27 april 2008 als eerste
                    ziektedag, waarop de termijn voor ontslag begint te lopen. Dit betekent dat de
                    medewerkster op 18 augustus 2011 (dit is 36 maanden + 16 weken na 27 april 2008)
                    kan worden ontslagen.</al><al><vet>Lid 9</vet></al><al> In het negende lid is geregeld dat de termijn van de verplichte
                    loondoorbetaling van twee jaar wordt verlengd met de verlenging van de wachttijd
                    voor een uitkering ingevolge de WIA. </al><al>De ontslagtermijn wordt verlengd in drie gevallen. <cursief>Ad
                    a</cursief>Artikel 38 ZW legt een werkgever de verplichting op uiterlijk op de
                    eerste dag nadat de ziekte 13 weken heeft geduurd de ziekte te melden bij het
                    UWV. Als de werkgever deze melding te laat doet, wordt de wachttijd voor de WIA
                    met de duur van de vertraging verlengd. De WIA-uitkering gaat dan pas later in.
                    Deze verlenging schort eveneens de periode van 36 maanden op. <cursief>Ad b
                    </cursief>In artikel 24, eerste lid, van de WIA is bepaald dat de wachttijd op
                    verzoek van werkgever en werknemer gezamenlijk verlengd kan worden. Deze
                    verlenging schort de periode van 36 maanden op. </al><al><cursief>Ad c</cursief>Bij de aanvraag van een uitkering ingevolge de WIA moet
                    een reïntegratieverslag worden ingediend. Als het UWV van mening is dat de
                    werkgever zonder deugdelijke grond zijn verplichtingen niet is nagekomen of
                    onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht, kan het UWV de termijn
                    gedurende de werkgever het loon moet doorbetalen verlengen. De termijn van de
                    verlenging is maximaal 52 weken en wordt afhankelijk gesteld van de aard en
                    ernst van het verzuim. Deze sanctiebevoegdheid is neergelegd in artikel 25,
                    negende lid, van de WIA. De medewerker merkt financieel niets van de verlenging
                    van de ontslagtermijn op grond van de hiervoor genoemde redenen. Op grond van
                    artikel 7:3 heeft de medewerker na 36 maanden ziekte recht op 70% van zijn
                    bezoldiging. </al><al>Onderdeel a is niet van toepassing op werkgevers die eigenrisicodrager zijn voor
                    de WIA. Artikel 85 van de WIA stelt hen namelijk vrij van de 13e weeks melding
                    van artikel 38 Ziektewet. Eigenrisicodragers moeten op grond van dit laatste
                    artikel uiterlijk acht maanden nadat de ongeschiktheid tot werken zijn
                    verstreken, aangifte van die ongeschiktheid doen bij het UWV. Vertraging van
                    deze laatste aangifte leidt dus niet tot verlenging van de termijn van 24
                    maanden.</al><al><vet>Lid 10</vet></al><al>Artikel 7:16 bepaalt dat definitieve herplaatsing pas na 24 maanden ziekte
                    mogelijk is. Voor de periode van 24 tot 36 maanden na de eerste ziektedag is
                    deze definitieve herplaatsing aan bepaalde voorwaarden verbonden. Definitieve
                    herplaatsing is slechts mogelijk indien:</al><lijst><li nr="-"><al>voor medewerkers die 35% of meer, maar minder dan 80% arbeidsongeschikt
                            zijn met de aangeboden arbeid ten minste 50% van de
                            restverdiencapaciteit wordt vervuld of</al></li><li nr="-"><al>voor medewerkers die minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn met de
                            aangeboden arbeid ten minste 100% van de restverdiencapaciteit wordt
                            vervuld.</al></li></lijst><al> Definitieve herplaatsing kan ook buiten de gemeentelijke dienst plaatsvinden.
                    Hiervoor is echter wel ontslag nodig. Het tiende lid van artikel 8:5 bepaalt dat
                    in dat geval ook ontslag na 24 maanden mag plaatsvinden. </al><tussenkop>Artikel 8:5a Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Artikel 8:5a betekent dat een ambtenaar, die wegens ziekte ongeschikt is zijn
                    betrekking te vervullen, ook binnen 24 maanden na de eerste ziektedag kan worden
                    ontslagen, wanneer hij niet meewerkt aan zijn reïntegratie. Concreet uitgewerkt
                    gaat het erom dat zowel binnen als na 24 maanden ontslag gegeven kan worden,
                    indien de ambtenaar:</al><lijst><li nr="-"><al>zich zonder goede reden niet houdt aan redelijke voorschriften en
                            maatregelen (zoals het verrichten van werkzaamheden in het kader van de
                            reïntegratie en het volgen van scholing in het kader van de reïntegratie
                            als bedoeld in artikel 7:1, eerste lid, onderdeel b en c) die hem in het
                            kader van zijn reïntegratie worden opgedragen;</al></li><li nr="-"><al>zonder goede reden passende arbeid bij de eigen werkgever dan wel een
                            andere werkgever weigert te aanvaarden;</al></li><li nr="-"><al>zonder goede reden niet meewerkt aan de opstelling, evaluatie en
                            bijstelling van het plan van aanpak;</al></li><li nr="-"><al>zonder goede reden geen aanvraag op grond van de WIA indient.</al></li></lijst><al>Deze – ultieme – sanctie is gelijk aan de sanctie die sinds de inwerkingtreding
                    van de Wet verbetering poortwachter in artikel 670b, boek 7, titel 10, van het
                    Burgerlijk Wetboek is opgenomen.</al><al>Als de ambtenaar zonder goede reden geen aanvraag op grond van de WIA indient,
                    kan de claimbeoordeling voor de WIA niet plaatsvinden en kan de werkgever het
                    resultaat van deze claimbeoordeling niet bij het ontslagbesluit betrekken,
                    terwijl dit verplicht is op grond van artikel 8:4 en 8:5. Als dit de reden is
                    dat geen ontslag op grond van artikel 8:4 en 8:5 kan plaatsvinden, mag het
                    college de ambtenaar ontslag verlenen op grond van artikel 8:5a.</al><al>Gedurende het gehele periode van ziekte moet de ambtenaar passende arbeid
                    aanvaarden. Gedurende de gehele periode gaat het hierbij om een functie, waarin
                    de ambtenaar tijdelijk herplaatst kan worden. In het derde ziektejaar kan
                    definitieve herplaatsing alleen plaatsvinden als de arbeid voldoet aan de
                    voorwaarden, genoemd in artikel 7:16, derde of vierde lid. Daarna gelden deze
                    specifieke voorwaarden voor definitieve herplaatsing niet meer. </al><al>Gedurende de hele periode van ziekte geldt echter dat de ambtenaar, in ieder
                    geval tijdelijk, passende arbeid moet aanvaarden. </al><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Alvorens tot ontslag over te gaan, moet het UWV toetsen of van de situatie als
                    hiervoor bedoeld sprake is.</al><tussenkop>Artikel 8:6 Ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid
                    (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Concrete feiten en omstandigheden dienen te worden genoemd die de conclusie
                    wettigen dat de ambtenaar zodanige eigenschappen van karakter, geest of gemoed
                    vertoont (ongeschiktheid) dan wel een zodanig gebrek aan kennis, vaardigheden,
                    niveau heeft (onbekwaamheid) dat hij redelijkerwijs niet in zijn functie kan
                    worden gehandhaafd. Vage aanduidingen als ‘past niet in het team’ zijn niet
                    voldoende. Voorts is niet slechts de eigenschap die een bepaald gedrag tot
                    gevolg heeft voldoende, maar dient er ook een relatie te zijn tussen dat gedrag
                    en de door de ambtenaar uit te oefenen betrekking. Overigens kan, ondanks
                    gebleken ongeschiktheid, naar het oordeel van de Centrale raad van beroep de
                    ontslagbevoegdheid beperking ondergaan wanneer het disfunctioneren van de
                    betrokken ambtenaar (mede) zijn oorzaak vindt in omstandigheden tot het ontstaan
                    en voortbestaan waaraan de gemeente zelf heeft bijgedragen. Tolereert men
                    bijvoorbeeld gedurende langere tijd bepaalde gedragingen zonder van afkeuring te
                    doen blijken, dan kan men niet van de een op de andere dag dat gedrag aangrijpen
                    voor een ongeschiktheidsontslag. Vanzelfsprekend dient de betrokken ambtenaar er
                    op te worden gewezen dat een dergelijk gedrag in de toekomst niet meer wordt
                    getolereerd.</al><al>In de praktijk is het onderscheid tussen ongeschiktheid en onbekwaamheid vaak
                    moeilijk te maken en kan men een keuze vaak beter vermijden. Zoals reeds vermeld
                    verwacht de administratieve rechter een dossier (beoordelingen,
                    gespreksverslagen, vastlegging van afspraken, verslagen, brieven met klachten;
                    alles wat als bewijs kan dienen).</al><al>De ongeschiktheid mag haar oorzaak niet vinden in of het gevolg zijn van ziekten
                    of gebreken. Of dat al dan niet het geval is, kan soms alleen maar worden
                    vastgesteld via een voorafgaand medisch onderzoek. Voor een dergelijk onderzoek
                    moet een gerede aanleiding zijn.</al><al>(Zie voor eventuele voorzieningen bij werkloosheid hoofdstuk 10:d).</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Doordat voor de beoordeling of aanspraak bestaat op een uitkering krachtens de
                    Werkloosheidswet het urenverlies en niet meer de ontslaggrond bepalend is, maar
                    de ontslaggrond wél bepalend is voor het recht op een aanvullende dan wel
                    aansluitende uitkering, moet ook in de CAR worden voorzien in de mogelijkheid
                    tot gedeeltelijk ontslag.</al><tussenkop>Artikel 8:7 Overige ontslaggronden (T)</tussenkop><al><cursief><vet>Onderdeel a</vet></cursief>Deze bepaling vindt zelden toepassing.
                    Het is moeilijk aan te geven wanneer een vereiste alleen bij het aanvaarden van
                    de betrekking geldt. De geneeskundige verklaring, genoemd in artikel 2:3, en de
                    verklaring omtrent gedrag, artikel 2:2 het derde lid, zijn hier voorbeelden van.
                    Een voorbeeld van een blijvend vereiste is het bezit van de rijbevoegdheid voor
                    een chauffeur. Het is echter geen automatisme dat, als deze chauffeur tijdelijk
                    zijn rijbevoegdheid verliest, ontslag op grond van het bepaalde in dit artikel
                    wordt gegeven. Ontslag kán worden gegeven, getoetst kán dus worden of een
                    ontslagbesluit in redelijkheid kon worden genomen.</al><al>In het geval betrokkene een vaste aanstelling had, bestaat er na het ontslag
                    aanspraak op een uitkering conform hoofdstuk 11.</al><al><cursief><vet>Onderdeel b</vet></cursief>Onder ‘zwagerschap’ wordt hier
                    ‘aanverwantschap’ bedoeld die door huwelijk ontstaat. Het woord ‘aangaan’ duidt
                    op een actieve betrokkenheid; de ambtenaar die het huwelijk aangaat waardoor de
                    verboden aanverwantschap ontstaat, kan in aanmerking komen voor ontslag.</al><al>Over deze ontslaggrond is geen jurisprudentie bekend.</al><al><cursief><vet>Onderdeel c</vet></cursief>Ook hierover zijn geen gevallen uit de
                    praktijk bekend. </al><al>In het geval betrokkene een vaste aanstelling had, bestaat er na het ontslag
                    aanspraak op een uitkering conform hoofdstuk 11.</al><al><cursief><vet>Onderdeel d</vet></cursief>Bedoeld wordt gijzeling. Ook deze
                    ontslaggrond wordt in de praktijk niet gebruikt.</al><al><vet><cursief>Onderdeel e</cursief></vet>Ook een voorwaardelijke veroordeling
                    tot vrijheidsstraf valt in principe onder deze bepaling.</al><al>Ontslag zal, vanwege de ernst, veelal op zijn plaats zijn maar er mag geen
                    sprake zijn van een automatisme. Het is geen strafontslag. Er moet een
                    zorgvuldige afweging van belangen plaatsvinden; volgens de Centrale raad van
                    beroep in dezelfde mate als bij besluiten tot ontslag van ambtenaren in het
                    algemeen. In een dergelijke afweging van belangen moeten bijvoorbeeld naast de
                    ernst van het begane misdrijf worden betrokken het verband van dat misdrijf met
                    het ambtenaarschap van betrokkene en met de aard van zijn werkzaamheden, de
                    wijze waarop hij in zijn betrekking heeft gefunctioneerd en met name de vraag
                    of, en zo ja welke, bezwaren zouden zijn verbonden aan voortzetting van het
                    dienstverband, hetzij in de oude betrekking, voor zover die na het ondergaan van
                    de straf nog bestaat, hetzij in een andere betrekking.</al><al><vet><cursief>Onderdeel f</cursief></vet>Ontslag kan worden verleend als tijdens
                    de medische keuring onjuiste gegevens zijn verstrekt dan wel relevante gegevens
                    zijn verzwegen. Deze gegevens moeten relevant zijn in die zin dat betrokkene
                    niet zou zijn aangesteld als die gegevens volledig bekend zouden zijn geweest.
                    Van een en ander moet betrokkene redelijkerwijs een verwijt kunnen worden
                    gemaakt.</al><tussenkop>Artikel 8:8 Overige ontslaggronden (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Dit artikel wordt veelal gebruikt als er sprake is van een zodanig verschillende
                    persoonlijkheidsstructuur tussen twee mensen die gezien hun taak nauw met elkaar
                    moeten samenwerken, dat een vruchtbare samenwerking tussen hen niet mogelijk
                    blijkt, terwijl zij met een ander wel zouden kunnen samenwerken
                    (onverenigbaarheid van karakter of incompatibilité d'humeur). Het bestuursorgaan
                    is vrij in de keuze wie van beiden ontslagen dient te worden, als het ten minste
                    in redelijkheid van oordeel kan zijn dat het ontslag voor de gerezen
                    moeilijkheden een afdoende oplossing biedt en degene die niet ontslagen wordt
                    wel met een ander zal kunnen samenwerken.</al><al> De raad kan ten aanzien van het te voeren financiële beleid bij de uitoefening
                    van de werkgeverstaak bij de begroting aan het college een budgettaire ruimte
                    toekennen om aan medewerkers waarvan om bijzondere redenen de aanstelling wordt
                    beëindigd een uitkering te verstrekken. De raad kan daarover ook
                    beleidsafspraken maken. Immers, ook in het dualistisch stelsel is het
                    vaststellen van een uitkering die afwijkt van de normale aanspraken of een
                    vaststellingsovereenkomst, een besluit waarop de raad invloed zal moeten kunnen
                    uitoefenen. Achteraf wordt bij de jaarrekening gerapporteerd over de feitelijke
                    consequenties daarvan.</al><al>Voorts geldt een actieve inlichtingenplicht van het college naar de raad. Het
                    college moet op grond van artikel 169 lid 2 Gemeentewet, de raad alle
                    inlichtingen geven die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
                    Daarnaast kan de raad, als zich een incident voordoet of dreigt voor te doen het
                    college met de aan de raad ten dienste staande middelen ter verantwoording
                    roepen. </al><al>Met betrekking tot de actieve inlichtingenplicht wordt nog het volgende
                    opgemerkt. In sommige gevallen zal buiten kijf staan dat het college de raad
                    inlicht over een voornemen tot ontslag en uitkering op grond van artikel 8:8.
                    Criteria daarvoor kunnen zijn de politieke relevantie of de bijzondere
                    financiële consequenties. Is er sprake van een overeenkomst met de betrokken
                    ambtenaar, dan geldt bovendien het vierde lid van artikel 169 Gemeentewet.
                    Hierin wordt bepaald dat het college de raad vooraf inlicht over een besluit tot
                    privaatrechtelijk handelen indien dit ingrijpende gevolgen kan hebben voor de
                    gemeente. </al><al> In ‘lichtere’ gevallen, of indien een voorgenomen besluit past binnen gemaakte
                    beleidsafspraken, zal het college tot de afweging kunnen komen dat het niet
                    nodig is de raad te informeren. De concrete invulling van de inlichtingenplicht
                    zal dus variëren afhankelijk van de feitelijke omstandigheden. Raad en college
                    kunnen daarover zelf afspraken maken. Indien het nodig zou kunnen zijn om de
                    raad te informeren over het voorgenomen besluit, dient dit tijdig kenbaar
                    gemaakt te worden door middel van een voorbehoud. </al><tussenkop>Artikel 8:9 Overige ontslaggronden (T)</tussenkop><al>Een ambtenaar die een openbare functie bekleedt, maakt gebruik van de
                    non-activiteitsregeling. Op grond van dit artikel kan een ambtenaar die na
                    afloop van de non-activiteit, ondanks de inspanningen van de werkgever om een
                    passende functie aan te bieden, niet terug kan keren naar een passende functie
                    binnen de gemeente, eervol worden ontslagen.</al><tussenkop>Artikel 8:10 Vervallen (T)</tussenkop><al>(Vervallen)</al><tussenkop>Artikel 8:11 Ontslag wegens FPU (T)</tussenkop><al>Per 1 januari 2006 is de FPU-regeling van het ABP komen te vervallen. Een
                    bepaalde groep medewerkers kan nog gebruik maken van een aangepaste
                    FPU-regeling. Dit zijn degenen die geboren zijn vóór 1950 én op 1 april 1997
                    deelnemer waren bij het ABP én dat sindsdien zijn gebleven. Voor hen geldt dat
                    zij nog kunnen worden ontslagen op grond van dit artikel en nog recht hebben op
                    een aanvulling van de FPU volgens hoofdstuk 5a. Voor degenen die niet onder het
                    overgangsrecht van de FPU vallen, geldt dat zij (onder voorwaarden) extra
                    ouderdomspensioen opbouwen hetgeen zij eerder kunnen laten ingaan dan op 65
                    jaar. Ontslag vindt dan plaats op grond van 8:2. Gemeenten zijn over de
                    afschaffing van de FPU en het overgangsrecht geïnformeerd middels de ledenbrief
                    van 18 juli 2005, Lbr. 05/74.</al><tussenkop>Artikel 8:12 Ontslag uit een tijdelijke aanstelling of tijdelijke
                    urenuitbreiding (T)</tussenkop><al>Het is van belang dat de werkgever de einddatum van de tijdelijke aanstelling
                    voor bepaalde tijd in de gaten houdt. Immers, als er niet tijdig onderkend wordt
                    dat de tijdelijke aanstelling moet eindigen en betrokkene blijft op de datum
                    waarop de tijdelijke aanstelling eindigt en daarna feitelijk zijn werk
                    verrichten, dan wordt hij geacht met ingang van die datum te zijn aangesteld
                    voor een gelijke periode. Na afloop van deze periode kan de aanstelling wederom
                    van rechtswege beëindigd worden. Uiteraard moeten hierbij de voorwaarden uit
                    artikel 2:4 wel in de gaten gehouden worden. Als een tijdelijke aanstelling voor
                    bepaalde tijd zonder mededeling zo vaak verlengd wordt, dat de termijn van 36
                    maanden wordt overschreden, mag het ontslag niet meer plaatsvinden. Ditzelfde
                    geldt als voor de tijdelijke aanstelling voor de vierde maal verlengd wordt. Dit
                    is in het nieuwe vijfde lid van artikel 8:12 verwoord.</al><al> Ook is in artikel 8:12 opgenomen wanneer een tijdelijke aanstelling voor
                    onbepaalde tijd kan worden beëindigd. Dit is het geval, wanneer de grond voor
                    het aangaan van de tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd is komen te
                    vervallen. </al><al>Artikel 8:12 bevat ook de redenen en wijze van beëindiging van de tijdelijke
                    urenuitbreiding. Wanneer er sprake is van een tijdelijke urenuitbreiding voor
                    bepaalde tijd, gelden gelijke regels als voor de tijdelijke aanstelling voor
                    bepaalde tijd. Dit betekent dus ook dat overschrijding van de termijn, zonder
                    dat een nieuwe tijdelijke urenuitbreiding is afgesproken, leidt tot een nieuwe
                    urenuitbreiding met dezelfde duur als de eerste urenuitbreiding. Is er sprake
                    van een tijdelijke urenuitbreiding voor onbepaalde tijd, dan gelden de regels
                    voor beëindiging van de tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd. Door deze
                    bepalingen is tevens bepaald dat het ook aangaan van een tijdelijke
                    urenuitbreiding voor bepaalde dan wel onbepaalde tijd kan plaatsvinden. Bij een
                    urenuitbreiding voor bepaalde tijd hoeft geen reden te worden genoemd;
                    verstrijken van de termijn is reden voor beëindiging van de tijdelijke
                    urenuitbreiding. Bij een urenuitbreiding voor onbepaalde tijd moet wel een grond
                    worden aangegeven, aangezien het vervallen van die reden tegelijkertijd de reden
                    van beëindiging is.</al><al> Tot slot geldt dat ook bij een urenuitbreiding de termijnen van artikel 2:4 in
                    de gaten moeten worden gehouden. Wordt een termijn van 36 maanden overschreden
                    of wordt voor de vierde maal een tijdelijke urenuitbreiding aangegaan, dan geldt
                    deze urenuitbreiding als een vaste aanstelling.</al><al> Voor de aanspraak op een eventuele aanvullende uitkering: zie hoofdstuk
                    10a.</al><tussenkop>Artikel 8:12:1 Tijdelijk ontslag en tijdelijke aanstelling of
                    urenuitbreiding (T)</tussenkop><al>In artikel 8:12:1 is expliciet opgenomen dat een ambtenaar met een tijdelijke
                    aanstelling voor bepaalde of onbepaalde tijd dan wel een tijdelijke
                    urenuitbreiding voor bepaalde of onbepaalde tijd ook ontslag verleend kan worden
                    op grond van een van de andere bepalingen van hoofdstuk 8. Dit ontslag zal dan
                    uiteraard in het algemeen plaatsvinden voor de beëindiging conform artikel 8:12.
                    Wanneer de einddatum reeds genaderd is, lijkt het praktischer om de einddatum af
                    te wachten en de tijdelijke aanstelling van rechtswege te beëindigen. In een
                    eventuele procedure zal deze vorm van beëindiging namelijk veel terughoudender
                    worden getoetst dan een ontslag op basis van een andere ontslaggrond.</al><tussenkop>Artikel 8:12:2 Opzegtermijn bij beëindiging tijdelijke aanstelling of
                    urenuitbreiding voor onbepaalde tijd (T)</tussenkop><al>In dit artikel staan de opzegtermijnen voor een tijdelijke aanstelling voor
                    onbepaalde tijd, dan wel een tijdelijke urenuitbreiding voor onbepaalde tijd.
                    Bij de formulering van de opzegtermijnen wordt gesproken van ‘maanden’: dit
                    hoeven dus geen kalendermaanden te zijn.</al><tussenkop>Artikel 8:13 Ontslag als disciplinaire straf (T)</tussenkop><al>Er dient sprake te zijn van evenredigheid tussen de opgelegde straf en het
                    geconstateerde plichtsverzuim. Criteria voor wat wel of niet als evenredig valt
                    aan te merken, zijn niet te geven. De Centrale raad van beroep komt niet verder
                    dan overwegingen in de zin dat de opgelegde straf naar zijn oordeel in
                    overeenstemming is met het gepleegde plichtsverzuim, of dat de disciplinaire
                    straf in overeenstemming is met de ernst van het geconstateerde
                    plichtsverzuim.</al><al>UWV beoordeelt of recht bestaat op een WW-uitkering. Bij ontslag op grond van
                    artikel 8:13 wordt niet voldaan aan de voorwaarden om voor een uitkering op
                    grond van hoofdstuk 10a in aanmerking te komen. Zie artikel 10a:2.</al><tussenkop>Artikel 8:14 Ontslagbescherming leden ondernemingsraad en vakorganisaties
                    (T)</tussenkop><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Dit lid regelt de ontslagbescherming voor (kandidaat- en oud-) OR-leden en
                    -commissieleden. Bedoelde ontslagbescherming dient in de rechtspositie te worden
                    opgenomen omdat de Wet op de ondernemingsraden alleen voorziet in
                    ontslagbescherming voor bedoelde werknemers met een arbeidsovereenkomst. De
                    bescherming voor werknemers met een publiekrechtelijke aanstelling dient in de
                    rechtspositieregeling te worden opgenomen. De bescherming in dit artikellid is
                    overigens gelijk aan die welke voor werknemers met een arbeidsovereenkomst geldt
                    op grond van artikel 21, tweede tot en met vijfde lid, van de WOR.</al><al>Alhoewel in de CAR sprake is van een gesloten ontslagsysteem, biedt artikel 8:8
                    de mogelijkheid andere ontslaggronden te gebruiken dan in de overige artikelen
                    genoemd. De in artikel 8:14, tweede lid, aangegeven ontslagbescherming brengt
                    met zich dat er slechts van ontslagbescherming sprake is in het geval er een
                    causaal verband bestaat tussen het ontslag en de omstandigheden hier genoemd.
                    Als er geen verband is tussen het ‘OR-werk’ en het ontslag, is ontslag op een
                    van de gronden zoals genoemd in de CAR, wèl mogelijk.</al><al>De bescherming tegen benadeling als bedoeld in het eerste lid van genoemd
                    wetsartikel, is weer wèl van toepassing op werknemers met een publiekrechtelijke
                    aanstelling.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Hierin wordt geregeld dat ambtenaren niet kunnen worden ontslagen op grond van
                    het feit dat zij activiteiten als vakbondskaderlid uitoefenen.</al><al><vet>Lid 5</vet></al><al>Als gevolg van de inwerkingtreding van de wet van 14 februari 1998, Stb. 1998,
                    107, tot wijziging van de Wet op de ondernemingsraden en titel 7.10
                    (arbeidsovereenkomst) van het nieuw Burgerlijk Wetboek, is de ontslagbescherming
                    voor kandidaat-, oud en zittende OR-leden en overeenkomstige leden van
                    OR-commissies ook van toepassing geworden op de eventueel aan de OR toegevoegde
                    (ambtelijke) secretaris. Aangezien de artikelleden 2 t/m 5 van artikel 21 van de
                    WOR geen rechtstreekse werking hebben naar de overheid, is deze
                    ontslagbescherming voor de sector gemeenten geregeld in de CAR. Het nieuwe
                    vijfde lid van artikel 8:14 voorziet in een overeenkomstige ontslagbescherming
                    voor de ambtelijk secretaris. Het eerste lid van artikel 21 WOR, ter zake van
                    benadeling, heeft wel rechtstreekse werking.</al><tussenkop>Artikel 8:15:1 Schorsing als ordemaatregel (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De schorsing in dit artikel is een ordemaatregel, bijvoorbeeld om de organisatie
                    de gelegenheid te geven eventuele interne onderzoeken te (doen) houden, of om
                    rust binnen de organisatie te krijgen. Het besluit om een ambtenaar van zijn
                    werkplek te verwijderen dient te berusten op een behoorlijke afweging van de
                    daarvoor in aanmerking komende belangen. (Zie TAR 1991/184, TAR 1995/236, TAR
                    1994/195). De hier bedoelde schorsing kan gevolgd worden door een schorsing
                    zoals bedoeld in 16:1:2: de disciplinaire straf.</al><al>Een besluit tot schorsing is een besluit in de zin van de Awb: de ambtenaar
                    dient derhalve vooraf gehoord te worden.</al><al>In onderdeel d wordt gesproken over ‘het belang van de dienst’: de rechter zal
                    zich hierover een oordeel moeten vormen.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>In dit lid zijn een aantal vormvereisten van het schorsingsbesluit geformuleerd.
                    De woorden in onderdeel c – ‘zo nauwkeurig mogelijke aanduiding’ – impliceren
                    reeds dat een exact aangeven van de duur van de schorsing vaak niet mogelijk is.
                    De duur van de schorsing kan dan ook worden verlengd. De schorsing kan uiteraard
                    door ontslag of anderszins binnen de gestelde duur worden opgeheven. Schorsing
                    ontslaat de ambtenaar niet van zijn ambtelijke verplichtingen. Zo zal hij dus
                    bijvoorbeeld moeten meewerken aan een tijdens de schorsing te houden
                    geneeskundig onderzoek.</al><tussenkop>Artikel 8:15:2 Schorsing als ordemaatregel (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Uit dit artikellid volgt dat het niet automatisch zo is dat als er niet gewerkt
                    wordt, er geen bezoldiging wordt uitbetaald: hiervoor is een apart besluit
                    nodig. Dit betekent dus dat als er geen besluit wordt genomen, de bezoldiging
                    normaal wordt doorbetaald. De ambtenaar behoudt in ieder geval het op hem te
                    verhalen deel van de pensioen- en ziektekostenpremie (zie het derde lid).</al><al>Er kan géén inhouding van de bezoldiging plaatsvinden wanneer er sprake is van
                    een schorsing op grond van het dienstbelang.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Bij een schorsing op grond van het voornemen van onvoorwaardelijk strafontslag
                    is meteen inhouding van meer dan eenderde deel mogelijk. Echter, de ambtenaar
                    behoudt in ieder geval het op hem te verhalen deel van de pensioen- en
                    ziektekostenpremie (zie het derde lid).</al><al>In principe dient bij de inhouding van bezoldiging te worden aangesloten bij
                    titel II van de Ambtenarenwet. Het is gebruikelijk een zodanige inhouding op de
                    bezoldiging toe te passen dat de ambtenaar ten minste een bedrag behoudt dat
                    overeenkomt met 90% van een uitkering ingevolge de Algemene bijstandswet.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Tijdens de schorsing kan de niet-ingehouden bezoldiging aan anderen worden
                    uitbetaald. Onder ‘anderen’ dienen in dit verband te worden verstaan de personen
                    die door de ambtenaar geheel of gedeeltelijk in hun levensonderhoud worden
                    voorzien.</al><tussenkop>Artikel 8:15:3 Bevoegdheid tot ontslagverlening (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Het bestuursorgaan dat bevoegd is tot aanstelling, is eveneens bevoegd tot
                    ontslag. </al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Het schriftelijk vastleggen en het (doen) uitreiken van het ontslagbesluit zijn
                    uitvoeringshandelingen. Ten aanzien van het ontslagbesluit is in dit artikellid
                    geregeld dat de (omschrijving van de) ingangsdatum van het ontslag in ieder
                    geval in dit ontslagbesluit dient te worden vermeld. Uit de andere artikelen van
                    dit hoofdstuk is voorts af te leiden dat de volgende aspecten in het
                    ontslagbesluit (kunnen) staan:</al><lijst><li nr="-"><al>de grond van het ontslag (bij ontslag op grond van artikel 8:8 en
                            ontslag uit een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd, gebeurt dit
                            slechts op verzoek van betrokkene);</al></li><li nr="-"><al>ontslagdatum;</al></li><li nr="-"><al>of er eervol ontslag wordt verleend (of niet);</al></li><li nr="-"><al>welke uitkering betrokkene na het ontslag ontvangt: een FLO-uitkering,
                            een pensioenuitkering, een wachtgeld, etc.;</al></li><li nr="-"><al>het ontslagbesluit is een besluit in de zin van de Awb; betrokkene kan
                            binnen zes weken bezwaar aantekenen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 8:16:1 Vervallen (T)</tussenkop><al>vervallen</al><tussenkop>Artikel 8:16:2 Overlijdensuitkering (T)</tussenkop><al>Hier wordt nadrukkelijk van ‘bezoldiging’ gesproken en niet van salaris. Dit
                    betekent dat eventuele toelagen moeten worden meegenomen in het uit te keren
                    bedrag.</al><tussenkop>Artikel 8:16:3 Overlijdensuitkering (T)</tussenkop><al>Het feit dat een huis ‘dienstwoning’ wordt genoemd, betekent nog niet dat dit
                    huis ook een dienstwoning in de zin van dit artikel is. Slechts als het voor een
                    goede vervulling van zijn werkzaamheden noodzakelijk is dat de ambtenaar in een
                    bepaald huis woont, is er sprake van een dienstwoning in eigenlijke zin. Te
                    denken valt aan een portierswoning of een conciërgewoning. Beëindiging van het
                    dienstverband brengt dan de verplichting met zich mee de dienstwoning te
                    verlaten. De woning die door een gemeente aan de ambtenaar ter beschikking wordt
                    gesteld zonder dat tussen de werkzaamheden die de ambtenaar moet verrichten en
                    het gebruik van de woning een duidelijk verband bestaat, wordt in het
                    spraakgebruik ook wel dienstwoning genoemd, maar is in feite een normale
                    huurwoning. Einde van het dienstverband betekent dan niet automatisch einde van
                    de huurovereenkomst. In die gevallen geldt de normale huurbescherming.</al><tussenkop>Artikel 8:16a Overlijdensuitkering bij een ongeval in en door de dienst
                    (T)</tussenkop><al>Nabestaanden van medewerkers die als gevolg van een ongeval in en door de dienst
                    overlijden krijgen deze overlijdensuitkering bij een ongeval in en door de
                    dienst naast de overlijdensuitkering van artikel 8:16:2 CAR-UWO.</al><al>De hoogte van de uitkering is één jaarbezoldiging waarbij de 12 kalendermaanden
                    direct voorafgaand aan de maand van overlijden de referteperiode is. Ziekte van
                    de medewerker in die referteperiode waarbij zijn bezoldiging gekort is onder
                    toepassing van de regels omtrent loondoorbetaling bij ziekte, heeft geen invloed
                    op hoogte van deze overlijdensuitkering. Voor de jaarbezoldiging wordt gerekend
                    met de ongekorte bezoldiging. Ook bij toepassing van lid 3 zijn de 12
                    kalendermaanden voorafgaand aan de maand van overlijden de referteperiode voor
                    vaststelling van de jaarbezoldiging.</al><tussenkop>Artikel 8:17 Gedeeltelijk ontslag na terugbrengen formele arbeidsduur
                    (T)</tussenkop><al>Doordat voor de beoordeling of aanspraak bestaat op een uitkering krachtens de
                    Werkloosheidswet het urenverlies en niet meer de ontslaggrond bepalend is, maar
                    de ontslaggrond wél bepalend is voor het recht op een aanvullende dan wel
                    aansluitende uitkering, moet ook in de CAR worden voorzien in de mogelijkheid
                    tot gedeeltelijk ontslag.</al><al>Bij een aanpassing van de aanstelling op basis van artikel 7:16 kan sprake zijn
                    van vermindering van de omvang van de betrekking. In deze situatie is echter een
                    formeel gedeeltelijk ontslag niet toegestaan, maar dient de vermindering van de
                    omvang van de betrekking te worden vormgegeven door middel van een wijziging van
                    de aanstelling. Dit omdat bij een formeel ontslag recht ontstaat op suppletie
                    krachtens hoofdstuk 11a. Conform de oorspronkelijke doelstelling van de
                    suppletieregeling heeft een ambtenaar alleen recht op suppletie indien hij in
                    het geheel niet herplaatst kan worden bij zijn werkgever en derhalve volledig
                    ontslagen is.</al><tussenkop>Artikel 8:18 Overgangsbepaling (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1 en 2</vet></al><al> Dit artikel is van toepassing op de medewerker van wie de eerste ziektedag lag
                    voor 1 januari 2004. Deze medewerkers kunnen in aanmerking komen voor een
                    uitkering op grond van de WAO. De oude artikelen 8:5 en 8:5a, zoals die golden
                    op 30 juni 2006, is op hen van toepassing. </al><al><vet>Lid 3 en 4</vet></al><al> Daarnaast kent de WAO een aantal bepalingen op grond waarvan na beëindiging van
                    de verzekering of het recht op uitkering alsnog, dan wel opnieuw aanspraak op
                    een uitkering ingevolge de WAO bestaat. De wetgever heeft ervoor gekozen bij de
                    invoering van de WIA het recht op een WAO-uitkering voor deze personen in stand
                    te laten. Dit betekent dat wanneer de betreffende medewerker, ook al ligt zijn
                    eerste ziektedag op grond van de CAR/UWO op of na 1 januari 2004, in aanmerking
                    kan komen voor een WAO-uitkering in plaats van een uitkering op grond van de
                    WIA. De oude artikelen 8:5 en 8:5a zoals die golden op 30 juni 2006, is op hen
                    van toepassing. </al><al>Ambtenaren die ziek zijn geworden voor 1 juli 2007 kunnen na 24 maanden van
                    ziekte worden definitief worden herplaatst of ontslagen. Voor hen geldt dus niet
                    dat ontslag pas na 36 maanden van ziekte mag plaatsvinden. </al><tussenkop>Artikel 8:19 Overgangsbepaling (T)</tussenkop><al>Ambtenaren die ziek zijn geworden voor 1 juli 2007 kunnen na 24 maanden van
                    ziekte worden definitief worden herplaatst of ontslagen. Voor hen geldt dus niet
                    dat ontslag pas na 36 maanden van ziekte mag plaatsvinden. </al><tussenkop>Artikel 8:20 Overgangsbepaling (T)</tussenkop><al>Met dit overgangsartikel wordt duidelijk dat artikel 8:4, tiende lid, of artikel
                    8:5, negende lid, toepassing blijft voor ambtenaren die voor 1 augustus 2008
                    ziek zijn geworden. Artikel 38 ZW legt voor ambtenaren die voor 1 augustus 2008
                    ziek zijn geworden, aan een werkgever de verplichting op uiterlijk op de eerste
                    dag nadat de ziekte 13 weken heeft geduurd de ziekte te melden bij het UWV. Als
                    de werkgever deze 13e weeksmelding te laat doet, wordt de wachttijd voor de WIA
                    met de duur van de vertraging verlengd. De WIA-uitkering gaat dan pas later in.
                    De periode waarna ontslag kan plaatsvinden, wordt met een gelijke duur
                    verlengd.</al><al>Vanaf 1 november 2008 zijn de regels veranderd voor het ziekmelden van
                    medewerkers. Artikel 38 ZW legt een werkgever de verlichting op uiterlijk de
                    eerste dag nadat de ziekte 42 weken heeft geduurd de ziekte te melden bij het
                    UWV. Dit geldt ook als een werkgever eigenrisicodrager is voor de WAO en/of WGA.
                    Als de werkgever deze melding te laat doet loopt hij de kans een boete te
                    krijgen. De vertraging heeft geen gevolgen meer voor de
                    loondoorbetalingsverplichting.</al><tussenkop> Hoofdstuk 10d Van werk naar werk-aanpak en voorzieningen bij
                    werkloosheid (T)</tussenkop><al><vet>Algemene toelichting voor hoofdstuk 10d Van werk naar werk-aanpak en
                        voorzieningen bij werkloosheid.</vet></al><al>Dit het hoofdstuk behandelt de verschillende procedures die dienen te worden
                    gevolgd bij boventalligheid of bij ontslag wegens ongeschiktheid. Daarnaast
                    bevat het hoofdstuk bepalingen over de uitkeringen bij werkloosheid of
                    gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. In het Cao-akkoord 2011 en 2012 zijn de
                    toen bestaande bepalingen over Van werk naar werk-trajecten bij boventalligheid
                    aangescherpt.</al><al>In dit hoofdstuk zijn nu de procedures opgenomen die gelden voor ontslag wegens
                    andere gronden (artikel 8:8); re-integratie en ontslag op grond van
                    onbekwaamheid/ongeschiktheid (artikel 8:6); re-integratie en ontslag wegens
                    reorganisatie (artikel 8:3) en ontslag wegens gedeeltelijke (minder dan 35%)
                    arbeidsongeschiktheid (artikel 8:5). Dit is dan ook uitgedrukt in de
                    werkingssfeerbepaling artikel 10d:1. </al><al>Voor de overige ontslaggronden van hoofdstuk 8 (de artikelen 8:1, 8:2, 8:4, 8:7,
                    8:9, 8:10, 8:11, 8:12 en 8:13) gelden geen bovenwettelijke (uitkerings)rechten. </al><tussenkop>Artikel 10d:1 Werkingssfeer (T)</tussenkop><al>In artikel 10d:1 wordt onderscheid gemaakt tussen ontslagen worden en ontslagen
                    zijn op grond van artikel 8:3, 8:5, 8:6 of 8:8. Het onderscheid tussen “worden”
                    en “zijn” ziet op de reintegratiefase voor ontslag (als medewerkers worden
                    ontslagen) en de (uitkerings)rechten na ontslag (als medewerkers zijn
                    ontslagen).</al><tussenkop>Artikel 10d:2 Begripsbepalingen (T)</tussenkop><al>Ad g werkloosheidsuitkering Wanneer ambtenaren na ingang van de
                    werkloosheidsuitkering een baan krijgen, eindigt hun werkloosheid. Wanneer ook
                    deze baan weer eindigt, kan er op grond van de WW sprake zijn van een herleving
                    van het recht op uitkering. Waar in dit hoofdstuk gesproken wordt over de
                    werkloosheidsuitkering, wordt ook gedoeld op dit herleefde recht op
                    uitkering.</al><tussenkop>Artikel 10d:3 Samenloop met lokale afspraken (T)</tussenkop><al>LOGA partijen zijn overeengekomen dat de aanpak, zoals vastgelegd in dit
                    hoofdstuk, de basisaanpak wordt voor alle gemeenten, omdat daarmee door middel
                    van wederzijdse inspanningen maximaal geïnvesteerd wordt in het voorkomen van
                    werkloosheid. In lid 1 is bepaald dat lokaal aanvullende afspraken gemaakt mogen
                    worden ten opzichte van de basisaanpak in dit hoofdstuk, mits deze aanpak
                    gevolgd wordt. Er zijn twee soorten aanvullingen mogelijk: aanvullingen met
                    betrekking tot onderwerpen die niet geregeld zijn in dit hoofdstuk en
                    aanvullingen die tot een verruiming leiden van de afspraken in dit hoofdstuk.
                    Als er op de in lid 2 genoemde datum een sociaal plan of vergelijkbare afspraak
                    geldt, welke niet voldoet aan de bepalingen in hoofdstuk 10d, bespreken college
                    en vakorganisaties in het GO wanneer tot aanpassing van het lokale beleid zal
                    worden overgegaan. </al><tussenkop>Artikel 10d:4 Rechten bij ontslag op grond van artikel 8:8
                    (T)</tussenkop><al>Het college treft een passende regeling voor de ambtenaar die ontslagen wordt op
                    grond van artikel 8:8. LOGA-partijen hebben niet willen vastleggen welke inhoud
                    een dergelijke regeling moet krijgen. Daarvoor zijn de omstandigheden rond het
                    ontslag te divers. Het ligt echter wel in de rede dat de inhoud, voor zover dat
                    redelijk en billijk is, gebaseerd wordt op de rechten die gelden voor ambtenaren
                    die op grond van artikel 8:3 of 8:6 ontslagen worden. Afhankelijk van de
                    omstandigheden ligt opschorting van het ontslag wellicht minder voor de hand.
                    Maar ook voor deze groep ontslagenen geldt dat overstappen van werk naar werk
                    het primaire doel is van de ontslagregeling. Het ter beschikking stellen van
                    faciliteiten (financieel of anderszins) om de re-integratie te stimuleren zal
                    daarom vaak onderdeel uitmaken van de ontslagregeling. Mocht werkloosheid niet
                    te voorkomen zijn, dan geldt de mogelijkheid om, onder gelijke voorwaarden als
                    voor de ambtenaren die ontslagen worden op grond van artikel 8:3 of 8:6,
                    afspraken te maken over een aanvulling op de WW-uitkering en een na-wettelijke
                    uitkering na afloop van de WW-uitkering. De exacte hoogte en duur van deze
                    uitkeringen zijn mede afhankelijk van de overige afspraken die rond het ontslag
                    gemaakt zijn.</al><tussenkop>Artikel 10d:6 Re-integratiefase voor ontslag (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Het doel van de re-integratiefase is het voorkomen van werkloosheid.</al><al><vet>Lid 2 en 3</vet></al><al>Het ontslagbesluit bevat de datum waarop het ontslag ingaat. Doordat eerst nog
                    de reintegratiefase doorlopen moet worden, is dit een datum die in de toekomst
                    ligt. Deze ontslagdatum wordt bepaald op de eerstvolgende datum die, gelet op de
                    duur van de reintegratiefase die voor de ambtenaar geldt, mogelijk is. Wanneer
                    voor de ambtenaar een reintegratiefase van 4 maanden geldt, bevat het
                    ontslagbesluit een datum, gelegen 4 maanden na de verzending/overhandiging van
                    het ontslagbesluit. In artikel 10d:7 worden de mogelijkheden genoemd, op grond
                    waarvan het ontslag al eerder dan na afloop van de reintegratiefase kan
                    eindigen. Om die reden moet in het ontslagbesluit worden opgenomen dat het
                    ontslag eerder kan eindigen, indien dat op grond van artikel 10d:7 aan de orde
                    is.</al><al> Als met inachtneming van de artikelen 10d:8 en 10d:9 de re-integratiefase
                    verlengd wordt, moet het oorspronkelijke ontslagbesluit worden ingetrokken en
                    worden vervangen door een nieuw ontslagbesluit met een ontslagdatum die verder
                    ligt dan de oorspronkelijke ontslagdatum. </al><al><vet>Lid 5 en 6</vet></al><al>Het besluit tot ontslag, inclusief ontslagdatum, kan worden genomen als aan de
                    noodzakelijke voorwaarden voor het ontslag op grond van artikel 8:6 voldaan
                    is.</al><al>Bij ontslag op grond van artikel 8:6 moet een dossier zijn opgebouwd, waaruit
                    het college de conclusie heeft getrokken dat de ambtenaar ongeschikt of
                    onbekwaam is om zijn functie te blijven uitoefenen. Als dit dossier voldoende
                    is, kan het besluit tot ontslag genomen worden.</al><al>Bezwaar tegen een ontslagbesluit schort de werking van het ontslagbesluit en de
                    intreding van de re-integratiefase niet op.</al><tussenkop>Artikel 10d:7 Einde re-integratiefase (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Ook bij het aanvaarden van een deeltijdbetrekking eindigt de re-integratiefase.
                    Op grond van artikel 72a WW heeft de gemeente voor zijn oud-medewerkers een
                    plicht om de re-integratie in de arbeid te bevorderen. Zolang de re-integratie
                    nog niet volledig is gelukt en heeft geleid tot volledige opheffing van de
                    werkloosheid (minder dan 5 uur werkloos), blijft deze plicht van de gemeente
                    bestaan. In dat verband kan het zinvol zijn om afspraken uit het
                    re-integratieplan voort te zetten.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Tijdens de re-integratiefase worden afspraken gemaakt over de inspanningen die
                    van de gemeente en de ambtenaar verlangd worden. Deze afspraken worden door het
                    college vastgesteld en vastgelegd in het re-integratieplan. Dit kunnen onder
                    meer afspraken zijn over sollicitatieactiviteiten, opleidingen en
                    outplacementtraject (zie artikel 10d:10). Wanneer de ambtenaar zich niet houdt
                    aan de gemaakte afspraken, zoals het niet starten van een cursus of onvoldoende
                    sollicitaties verrichten, gaat het ontslag op grond van 8:6 eerder in dan pas na
                    afloop van de re-integratiefase. Uiteraard gelden hierbij de algemene beginselen
                    van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel (belangenafweging) en
                    proportionaliteitsbeginsel (de sanctie moet niet zwaarder zijn dan op grond van
                    het gedrag te rechtvaardigen is). De medewerker kan het stopzetten van de
                    re-integratiefase aan de rechter voorleggen. De rechter beoordeelt de
                    redelijkheid en billijkheid hiervan. Ook kan disciplinair ontslag plaatsvinden
                    op grond van artikel 8:13 (de nalatigheid moet dan voldoen aan de eisen die bij
                    disciplinair ontslag horen). In beide gevallen moet een besluit genomen worden
                    waarin, gemotiveerd en onder verwijzing naar artikel 10d:7, de nieuwe
                    ontslagdatum is opgenomen.</al><al>Onderdeel van de afspraken kan bij ontslag op grond van artikel 8:6 ook zijn
                    welke eisen de ambtenaar mag stellen aan de aangeboden functie. Als de ambtenaar
                    een functie die aan dergelijke eisen voldoet, niet accepteert, kan eveneens vóór
                    het aflopen van de reintegratietermijn ontslag plaatsvinden op grond van artikel
                    8:6. Naarmate de re-integratiefase langer duurt, mag een bredere oriëntatie op
                    arbeid verwacht worden. Op grond van jurisprudentie kan dat, afhankelijk van de
                    omstandigheden van het geval, betekenen dat de ambtenaar na verloop van tijd een
                    functie moet aanvaarden, waaraan een salaris is verbonden van maximaal 2 schalen
                    lager.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Eerdere beëindiging van de re-integratiefase leidt tot het vervallen van het
                    recht op een aanvullende uitkering en na-wettelijke uitkering. Ook hierbij moet
                    het college de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen.</al><tussenkop>Artikel 10d:8 Verlenging reïntegratiefase bij nalatigheid gemeente
                    (T)</tussenkop><al>De sanctie voor de medewerker op nalatigheid is beëindiging van de
                    re-integratiefase en het vervallen van het recht op de aanvullende uitkering en
                    de na-wettelijke uitkering. Ook het college moet zich aan de acties uit het
                    re-integratieplan houden. Doet het college dit niet, dan wordt de
                    re-integratiefase verlengd met minimaal één maand en maximaal de helft van de
                    oorspronkelijke re-integratiefase verlengd, binnen welke termijn geprobeerd
                    wordt de nalatigheid te herstellen, voor zover dit naar redelijkheid en
                    billijkheid mogelijk is. </al><tussenkop>Artikel 10d:9 Verlenging re-integratiefase door middel van levensloop
                    (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1 en 2</vet></al><al>Als de ambtenaar levenslooptegoed opneemt voor zijn volledige arbeidsduur, kan
                    zijn dienstverband worden voortgezet. Dit betekent in ieder geval dat zijn WW
                    pas later ingaat. Belangrijker is dat hij van werk naar werk kan overstappen,
                    wat het vinden van een baan over het algemeen makkelijker maakt. De verlenging
                    van de re-integratiefase wordt slechts toegestaan, wanneer de ambtenaar tijdens
                    die fase aan zijn re-integratie blijft werken.</al><al>Het college stemt alleen in met een verzoek tot verlenging van de
                    re-integratiefase, wanneer de ambtenaar de re-integratiefase niet volledig heeft
                    kunnen benutten aan re-integratie. De oorzaak hiervoor moet redelijk zijn. Dit
                    kan bijvoorbeeld de zorg voor een ernstig zieke partner zijn. Hierdoor kan het
                    voor de ambtenaar onmogelijk zijn geweest om tijdens de reintegratiefase aan
                    zijn re-integratieverplichtingen te voldoen. Het college kan dan instemmen met
                    een verlenging. Een langdurige vakantie wordt niet als redelijk beschouwd. </al><al>Voldoet de ambtenaar tijdens de verlenging van de re-integratiefase niet meer
                    aan de voorwaarde dat aan re-integratie gewerkt moet worden, dan wordt de
                    verlenging gestopt en gaat het oorspronkelijke ontslag alsnog in. Door
                    aangepaste fiscale wetgeving kunnen alleen mensen, die op 1 januari 2012
                    minimaal 3000 euro op hun levenslooprekening hadden staan, doorgaan met sparen
                    volgens deze regeling. </al><al><vet>Lid 4</vet></al><al> Lid 4 geeft aan dat de bepalingen over de eerdere beëindiging van de
                    aanstelling of arbeidsovereenkomst van overeenkomstige toepassing zijn. Wanneer
                    tijdens de verlenging afspraken worden gemaakt over voortzetting van de
                    re-integratieactiviteiten en de ambtenaar houdt zich niet aan deze afspraken,
                    wordt voor het aflopen van de verlengde re-integratiefase het ontslag verleend
                    op grond van artikel 8:6.</al><tussenkop>Artikel 10d:10 Re-integratieplan (T)</tussenkop><al/><al>Tijdens de re-integratiefase geldt de reguliere rechtspositieregeling. Dit houdt
                    onder meer in dat de ambtenaar gewoon verlof opbouwt, zoals hij dat eerder
                    opbouwde. Wanneer hij tijdens de re-integratiefase geen werkzaamheden verricht,
                    betekent dit dat hij in principe geen verlof nodig heeft voor activiteiten die
                    in het kader van het re-integratieplan zijn afgesproken.</al><al> Als bij de start van de re-integratiefase al duidelijk is dat direct na de
                    beoogde ontslagdatum een functie voorhanden is, bestaat het re-integratieplan
                    uit het benoemen van die functie en de datum vanaf wanneer de ambtenaar deze
                    functie gaat bekleden. Het re-integratieplan hoeft dan niet verder uitgewerkt te
                    worden. </al><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Het is zinvol om te beginnen met het opstellen van het re-integratieplan, zodra
                    duidelijk is dat de ambtenaar ontslagen gaat worden op grond van artikel 8:6 en
                    daarmee dus niet te wachten tot het ontslagbesluit genomen is. Gemeente noch
                    ambtenaar zijn hiertoe overigens verplicht. Medewerking van beide partijen kan
                    echter de mogelijkheden op het vinden van een baan bespoedigen en dus de kans op
                    het voorkomen van werkloosheid vergroten. </al><al>Het re-integratieplan moet in ieder geval binnen 1 maand na ingang van de
                    re-integratiefase zijn opgesteld.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>De gemeente maakt een kosten-batenanalyse van de voorgenomen
                    re-integratieactiviteiten. De gemeente stelt vast welke kosten redelijkerwijs
                    voor rekening van de gemeente komen (de wensen van de ambtenaar kunnen verder
                    gaan dan op grond van re-integratie noodzakelijk zijn, waardoor de gemeente niet
                    de volledige kosten vergoedt). </al><al>Wanneer besloten wordt dat volledige vergoeding van de kosten door de gemeente
                    niet redelijk is of wanneer de kosten uitstijgen boven het bedrag van € 7.500,=,
                    kan van de ambtenaar verlangd kan worden dat hij zelf ook financieel bijdraagt
                    aan de activiteiten uit het re-integratieplan.</al><tussenkop>Artikel 10d:11 Toepassingsbereik (T)</tussenkop><al>Het toepassingsbereik van paragraaf 5 strekt zich uit over ambtenaren die een
                    dienstverband van 2 jaar of langer bij dezelfde gemeente hebben. In dit licht
                    wijst het LOGA op artikel 10d:3 lid 1.</al><tussenkop>Artikel 10d:13 Inspanningsverplichting (T)</tussenkop><al>Dit artikel drukt uit dat een goede uitvoering van het Van werk naar
                    werk-traject de verantwoordelijkheid is van zowel werkgever als ambtenaar.</al><tussenkop>Artikel 10d:14 Start Van werk naar werk-traject (T)</tussenkop><al>Een goed te definiëren moment markeert de start van het hele traject. Voor beide
                    partijen moet duidelijk zijn dat vanaf dit moment, dat boventalligheid intreedt,
                    de periode van twee jaar begint te lopen.</al><tussenkop>Artikel 10d:15 Van werk naar werk-onderzoek (T) </tussenkop><al>In dit artikel worden de inhoudelijke stappen van het Van werk naar werk-traject
                    geregeld.De start is het onderzoek naar wensen en mogelijkheden en
                    arbeidsmarktpotentie, ook buiten de gemeente. Het onderzoek wordt afgerond
                    binnen een maand na de startdatum van het Van werk naar werk-traject. De
                    startdatum is de dag waarop het besluit tot boventalligverklaring in werking is
                    getreden. Het onderzoek kan eerder opgestart worden, als al is voorzien dat
                    boventalligheid aan de orde zal komen. Duidelijk is dat wanneer het onderzoek
                    eerder aanvangt, sneller met de uitvoering ervan kan worden gestart, en de kans
                    van slagen toeneemt.Bij het onderzoek kan een gecertificeerde loopbaanadviseur
                    worden ingeschakeld. Dit kan ook een functionaris zijn die bij de gemeente zelf
                    in dienst is, mits deze aantoonbaar is gekwalificeerd als
                    loopbaanbegeleider.</al><al>Wat betreft de loopbaanadviseur is van belang dat deze voldoet aan de
                    professionele kwaliteitseisen van de beroepsgroep van loopbaanbegeleiders ofwel
                    aantoonbaar daartoe gevolgde opleidingen en/of relevante ervaring heeft.</al><tussenkop>Artikel 10d:16 Van werk naar werk-contract (T)</tussenkop><al>Na het onderzoek genoemd in artikel 10d:13 wordt een contract gemaakt. Dat is
                    uiterlijk gereed drie maanden na afronding van het onderzoek. Het contract bevat
                    de afspraken tussen werkgever en ambtenaar gericht op het vinden van nieuw werk.
                    Het contract is maatwerk en zal per individu verschillen. Het is van belang
                    concreet alle van belang zijnde afspraken op te nemen. In het artikel is een
                    niet-limitatieve opsomming hiervan opgenomen. Gedurende de looptijd van het
                    contract is de ambtenaar boventallig; ten aanzien van de werkzaamheden die hij
                    gedurende de Van werk naar werk-termijn voor de werkgever verricht dienen daarom
                    ook afspraken te worden gemaakt.</al><tussenkop>Artikel 10d:17 Uitvoering van het Van werk naar werk-contract
                    (T)</tussenkop><al>De monitoring en de verslaglegging van de voortgang en evaluatiegesprekken wordt
                    neergelegd bij een nader aan te wijzen persoon of organisatie. Van belang is dat
                    goed wordt toegezien op de uitvoering, voor beide partijen. Het verloop van het
                    Van werk naar werktraject kan immers aanleiding geven tot een verschil in
                    opvatting dat aan een commissie ter toetsing wordt voorgelegd (zie artikel
                    10d:24). De dossiervorming moet dan op orde zijn.</al><tussenkop>Artikel 10d:18 Einde Van werk naar werk-traject (T)</tussenkop><al>Een Van werk naar werk-traject duurt twee jaar. Maar deze termijn kan korter
                    zijn als eerder passend of geschikt werk is gevonden. Passend of geschikt werk
                    kan ook werk in deeltijd zijn en/of werk buiten de eigen organisatie of
                    gemeente.</al><tussenkop>Artikel 10d:19 Tussentijdse beëindiging (T)</tussenkop><al>Als de boventallige ambtenaar een aanbod voor passend of geschikt werk binnen of
                    buiten de gemeentelijke organisatie weigert, volgt beëindiging van het Van werk
                    naar werk-contract en vervolgens reorganisatieontslag (ontslag op grond van
                    artikel 8:3 CAR). Partijen leggen in het Van werk naar werk-contract vast welke
                    functies passend dan wel geschikt zijn. Als de ambtenaar een dergelijke functie
                    weigert, eindigt het Van werk naar werk-contract. Afhankelijk van de duur van
                    het Van werk naar werk-traject mag een bredere oriëntatie op arbeid verwacht
                    worden. Op grond van jurisprudentie kan dat, afhankelijk van de omstandigheden
                    van het geval, betekenen dat de ambtenaar na verloop van tijd een functie moet
                    aanvaarden, waaraan een salaris is verbonden van maximaal 2 schalen lager of een
                    vergelijkbaar verschil als het een functie buiten de gemeente betreft. Hiermee
                    wordt gevolg gegeven aan de essentie van deze afspraken, namelijk dat het voor
                    de ambtenaren van belang is dat zij aan het werk blijven. Dat wordt ook
                    uitgedrukt door lid 2: als de ambtenaar zich niet houdt aan de afspraken uit het
                    contract, dan wordt het traject eveneens gestopt en tot ontslag overgegaan. In
                    beide gevallen verliest de ambtenaar ook het recht op aanvulling op de
                    werkloosheidsuitkering en de na-wettelijke uitkering.</al><tussenkop>Artikel 10d:20 Advies loopbaanadviseur (T)</tussenkop><al>Het Van werk naar werk-traject duurt twee jaar. Als na verloop van 21 maanden
                    geen ander werk is gevonden dient een loopbaanadviseur een advies uit te brengen
                    over een eventueel vervolgtraject. Om een goed advies te kunnen uitbrengen,
                    heeft de loopbaanadviseur in ieder geval inzage in de evaluatieverslagen, en
                    zonodig in andere relevante correspondentie. De loopbaanadviseur moet overwegen
                    of een vervolgtraject een zinvolle stap is, die de kans op ander werk evident
                    doet toenemen. De verwachte ontwikkelingen binnen de organisatie en de
                    arbeidsmarkt van dat moment zijn daarbij relevant. De loopbaanadviseur adviseert
                    het college; het college hoeft dit advies niet te volgen.</al><tussenkop>Artikel 10d:21 Reguliere beëindiging Van werk naar werk-traject
                    (T)</tussenkop><al>Als de termijn van 2 jaar voorbij is wordt het Van werk naar werk-traject
                    beëindigd. Er volgt dan, zonder verdere opzegtermijnen of wachttijd, een
                    ontslagbesluit op grond van artikel 8:3 CAR. Dat is alleen anders als het
                    college het advies van de loopbaanadviseur tot verlenging volgt.</al><tussenkop>Artikel 10d:22 Verlenging Van werk naar werk-traject (T)</tussenkop><al>De mogelijkheid bestaat om het Van werk naar werk-contract te verlengen.
                    Logischerwijs zou dit kunnen voortvloeien uit het advies van de loopbaanadviseur
                    zoals bedoeld in artikel 10d:20, maar ook een zeer reële kans op een andere
                    functie –schriftelijk te bevestigen door de werkgever in kwestie- kan leiden tot
                    verlenging. Een besluit hieromtrent is geheel aan de werkgever. Er kan maar een
                    keer worden verlengd. Het traject wordt definitief beëindigd op de datum waarop
                    het verlengde contract afloopt. Na afloop daarvan volgt het ontslagbesluit op
                    grond van artikel 8:3.</al><tussenkop>Artikel 10d:23 Niet-nakoming van afspraken uit Van werk naar
                    werk-contract (T)</tussenkop><al>In dit artikel is geregeld wat er gebeurt als een van beide partijen het Van
                    werk naar werkcontract niet nakomt of als bij de uitvoering ervan geschillen
                    optreden.</al><al>Als de ene partij van oordeel is dat de ander zich niet houdt aan de afspraken
                    is de eerste stap dat in goed overleg naar een uitweg wordt gezocht. Als een
                    gesprek niet leidt tot een oplossing volgt een ingebrekestelling: de partij die
                    vindt dat de ander niet doet wat is afgesproken in het contract stelt de ander
                    hiervan schriftelijk in kennis.Voor de gemeente kan dit leiden tot beëindiging
                    van het contract en een ontslag. Dat is beschreven in artikel 10d:19 bij
                    tussentijdse beëindiging.Voor de ambtenaar betekent dit dat hij kan eisen dat
                    het Van werk naar werk-contract wordt verlengd met de periode waarin het gebrek
                    is opgetreden. Men kan hierbij bijvoorbeeld denken aan de situatie dat een
                    loopbaancoach afwezig is waardoor afgesproken gesprekken niet hebben
                    plaatsgevonden. Deze worden dan als het ware ingehaald. Uitgangspunt is dat ook
                    in deze fase werkgever en ambtenaar er samen uitkomen. Maar als dat niet lukt,
                    kan de paritaire toetsingscommissie om advies worden gevraagd.</al><tussenkop>Artikel 10d:24 Paritaire commissie (T)</tussenkop><al>Dit artikel regelt de positie van de paritaire toetsingscommissie. De commissie
                    is paritair. Gemeenten die al een dergelijke paritaire commissie hebben kunnen
                    de bestaande commissie aanwijzen. Het college moet een reglement vaststellen
                    waarin de samenstelling, bevoegdheden en werkwijze van de commissie worden
                    vastgelegd. De LOGA partijen hebben een voorbeeld reglement opgesteld.</al><tussenkop>Artikel 10d:25 Aanvullende uitkering (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1, sub a</vet></al><al>Wanneer de re-integratiefase eerder is geëindigd, omdat de ambtenaar zich niet
                    heeft gehouden aan de afspraken die in het re-integratieplan zijn neergelegd,
                    vervalt het recht op de aanvullende uitkering.</al><al><vet>Lid 1, sub b</vet></al><al>Wanneer het Van werk naar werk-traject eerder is geëindigd, omdat de ambtenaar
                    zich niet heeft gehouden aan de afspraken die in het Van werk naar werk-contract
                    zijn neergelegd, vervalt het recht op de aanvullende uitkering.</al><al><vet>Lid 1, sub c</vet></al><al>De ambtenaar moet niet alleen in principe recht hebben op een
                    werkloosheidsuitkering, maar deze ook daadwerkelijk ontvangen. Het kan
                    bijvoorbeeld zo zijn dat de ambtenaar alleen vanwege het feit dat hij met
                    vakantie is nog geen WW-uitkering ontvangt. Dan ontvangt hij ook geen
                    aanvullende uitkering. De WW-uitkering, en de aanvullende uitkering, vangen dan
                    tegelijk aan, na de vakantie.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Gedacht kan worden aan de betalingsberichten van UWV, gegevens over
                    werkhervatting (ter bepaling van het aantal uren dat iemand werkloos is) of
                    sanctiebesluiten van UWV. Hiervoor wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de
                    procedure van gegevenslevering zoals deze bij UWV geldt (zie voor meer
                    informatie www.uwv.nl; zoeken op poortwachtertoets). Deze voorwaarde geldt ter
                    bepaling van de hoogte van de aanvullende uitkering (artikel 10d:26) en ter
                    controle van sancties, die door UWV kunnen zijn opgelegd (artikel 10d:28).</al><tussenkop>Artikel 10d:26 Hoogte aanvullende uitkering bij ontslag (T)</tussenkop><al>In artikel 10d:2 is de bezoldiging gedefinieerd. De hoogte van de uitkering is
                    gedurende de twee fases verschillend. De genoemde bedragen zijn feitelijke
                    bezoldigingsbedragen. Hiermee wordt dus niet de voltijdsbezoldiging bedoeld, die
                    omgerekend moet worden naar de deeltijdfactor van de medewerker. Dus ook een
                    medewerker die met een functie voor 30 uur per week een bezoldiging van €
                    5.500,= ontvangt, krijgt gedurende de eerste fase een aanvullende uitkering van
                    30% van deze bezoldiging en gedurende de tweede fase een aanvullende uitkering
                    van 20% van deze bezoldiging. De zinsnede “naar rato van het aantal uren dat de
                    ambtenaar werkloos is” houdt in dat indien iemand een arbeidsduur had van 36
                    uur, waaruit hij voor 18 uur is ontslagen hij een aanvullende uitkering ontvangt
                    van 10%, respectievelijk 20% of 30% maal 18/36. Als deze persoon vervolgens een
                    baan aanvaardt van 10 uur per week, ontvangt hij een aanvullende uitkering van
                    10% (respectievelijk 20% of 30%) maal 8/36 van zijn bezoldiging. </al><tussenkop>Artikel 10d:27 Duur aanvullende uitkering bij ontslag (T)</tussenkop><al>Het kan voorkomen dat een medewerker, bijvoorbeeld vanwege vakantie rond de
                    datum van ontslag, nog geen WW-uitkering ontvangt (hij is dan namelijk niet
                    beschikbaar voor de arbeidsmarkt). Ook dan eindigt het recht op de aanvullende
                    uitkering 12 maanden na de dag van ontslag en niet 12 maanden na dag van ingang
                    van de WW-uitkering </al><tussenkop>Artikel 10d:28 Sancties (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Iedere sanctie die door UWV wordt opgelegd, leidt tot een evenredige sanctie op
                    de aanvullende uitkering. Dit betekent dat als UWV voor de duur van 3 maanden
                    een sanctie oplegt van 10%, ook de aanvullende uitkering voor de duur van 3
                    maanden gekort wordt met 10%. Beëindiging van de WW-uitkering voor bijvoorbeeld
                    6 maanden leidt ook tot beëindiging van de aanvullende uitkering voor 6 maanden.
                    Hiermee wordt de ambtenaar gestimuleerd om zijn verplichtingen (die grotendeels
                    gericht zijn op werkhervatting) op grond van de Werkloosheidswet na te
                    komen.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Een sanctie die door UWV wordt opgelegd, kán leiden tot het vervallen van het
                    recht op een na-wettelijke uitkering. Dit is een facultatieve bepaling en is
                    afhankelijk van de aard en ernst van het gedrag dat heeft geleid tot de sanctie
                    die door UWV is opgelegd.</al><tussenkop>Artikel 10d:29 Einde aanvullende uitkering (T)</tussenkop><al>Omdat de aanvullende uitkering gekoppeld is aan de uitkering op grond van de
                    Werkloosheidswet, eindigt de aanvullende uitkering sowieso als de WW-uitkering
                    eindigt.</al><al><cursief>Herleving aanvullende uitkering</cursief>Omdat de
                    werkloosheidsuitkering gedefinieerd is als uitkering op grond van de
                    Werkloosheidswet, welke uitkering voortvloeit uit de aanstelling of
                    arbeidsovereenkomst met de gemeente, herleeft de aanvullende uitkering, wanneer
                    de werkloosheidsuitkering herleeft. Omdat de duur van de aanvullende uitkering
                    van één jaar gekoppeld is aan de dag van ontslag, geldt de herleving van de
                    eerste fase van de aanvullende uitkering alleen wanneer de
                    werkloosheidsuitkering herleeft binnen 12 maanden na de ingangsdatum van
                    ontslag. Deze eerste fase wordt dus niet opgeschort met de periode, waarin geen
                    werkloosheidsuitkering is ontvangen. Gedurende de resterende tijd van de
                    werkloosheidsuitkering wordt de hoogte van de tweede fase uitbetaald.</al><tussenkop>Artikel 10d:30 Na-wettelijke uitkering (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Onderdeel a</al><al>Ook na afloop van de werkloosheidsuitkering moet sprake zijn van werkloosheid,
                    zoals gedefinieerd in artikel 10d:1. Zowel deze verwijzing naar werkloosheid,
                    als naar de definitie van werkloosheidsuitkering geven aan dat het moet gaan om
                    een uitkering die voortvloeit uit de aanstelling of arbeidsovereenkomst bij de
                    gemeente.</al><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Onderdeel b</al><al>Hiervoor wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de procedure van gegevenslevering
                    zoals deze bij UWV geldt (zie voor meer informatie www.uwv.nl; zoeken op
                    poortwachtertoets). Deze gegevens zijn nodig ter bepaling van de hoogte van de
                    na-wettelijke uitkering (artikel 10d:31) en het door de gemeente te voeren
                    sanctiebeleid (zie artikel 10d:34).</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Bij -ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid (artikel 8:6) ontstaat
                    alleen recht op een na-wettelijke uitkering als het ontslag gelegen is in
                    omstandigheden binnen de werksfeer. Dit betekent dat de ambtenaar zelf geen
                    schuld heeft aan de ongeschiktheid of onbekwaamheid. </al><tussenkop>Artikel 10d:31 Hoogte na-wettelijke uitkering (T)</tussenkop><al><vet>Lid 2</vet></al><al> In lid 2 is opgenomen dat als iemand voor minder dan 36 uur werkloos is, zijn
                    na-wettelijke uitkering naar evenredigheid wordt bepaald. De na-wettelijke
                    uitkering wordt namelijk gebaseerd op de mate van werkloosheid.</al><al>Als uit een arbeidsovereenkomst of aanstelling blijkt dat iemand een functie van
                    20 uur in de week heeft, ontvangen hij een na-wettelijke uitkering voor de
                    resterende 16 uur. Als door een nieuwe baan een werkloosheid resteert van minder
                    dan 5 uur, is de werkloosheid beëindigd en eindigt de na-wettelijke uitkering
                    (zie definitie werkloosheid en artikel 10d:18).</al><al>Gedeeltelijke werkhervatting, maar ook werkzaamheden als zelfstandige
                    verminderen de werkloosheid. Of iemand minder dan 36 uur werkloos is, is af te
                    leiden uit de gegevens over werkzaamheden (bijvoorbeeld salarisstroken). In
                    artikel 10d:15 is opgenomen dat de ambtenaar alle gegevens moet overleggen die
                    van belang zijn voor het bepalen van het recht op nawettelijke uitkering.
                    Hiertoe behoren dus ook salarisstroken en arbeidsovereenkomsten. </al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Het is mogelijk dat iemand met het aantal uren werkhervatting meer verdient dat
                    hij in de oude situatie deed. Daarom is in lid 3 een bepaling opgenomen, waaruit
                    voortvloeit dat het nieuwe inkomen en de na-wettelijke uitkering nooit meer kan
                    bedragen dan 90% van de oude bezoldiging.</al><al><cursief>Voorbeeld</cursief>Iemand werkte 36 uur en verdiende € 2000,=. De
                    na-wettelijke uitkering bedraagt 70% hiervan; dit is € 1400,=. Hij krijgt
                    tijdens de periode van de na-wettelijke uitkering een baan voor 18 uur. Hiermee
                    resteert een werkloosheid voor 18 uur. Met zijn nieuwe baan gaat hij € 1500,=
                    verdienen. Zijn uitkering zou, gebaseerd op 18 uur werkloosheid, € 700,=
                    bedragen. Samen met de inkomsten van € 1500,= komt zijn totaal inkomen uit op €
                    2200,=. Het totaalinkomen is gemaximeerd op 90% van € 2000,=; dit is € 1800,=.
                    Zijn uitkering wordt dus gekort met € 300,=. Hij ontvangt nog een na-wettelijke
                    uitkering van € 400,=.</al><tussenkop>Artikel 10d:32 Duur na-wettelijke uitkering (T)</tussenkop><al>Als iemand 45 is op de dag van ontslag en hij heeft vanaf zijn 25e in de
                    gemeentelijke sector gewerkt, ontvangt hij een na-wettelijke uitkering voor de
                    duur van (15 x 1,4) + (5 x 2) = 31 maanden.</al><tussenkop>Artikel 10d:33 Einde na-wettelijke uitkering (T)</tussenkop><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Recht op een werkloosheidsuitkering bestaat als iemand meer dan 5 uur of meer
                    dan de helft van zijn oorspronkelijke arbeidsduur per week verliest. Als door
                    werkhervatting een werkloosheid resteert van minder dan 5 uur (of minder dan de
                    helft van zijn oorspronkelijke arbeidsduur per week) eindigt de werkloosheid en
                    eindigt de na-wettelijke uitkering. </al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>De na-wettelijke uitkering eindigt altijd op 62 jaar en 9 maanden. De ambtenaar
                    kan dan zijn ouderdomspensioen laten ingaan. Artikel 10d:34 Sancties
                    na-wettelijke uitkering Het college stelt een sanctiebeleid op, op grond waarvan
                    sancties worden toegepast op de uitbetaling van de na-wettelijke uitkering.
                    Onderdeel van de sanctieregeling is de plicht die de ambtenaar heeft om het
                    college te informeren over alles wat van invloed kan zijn op de duur en hoogte
                    van de na-wettelijke uitkering. </al><tussenkop>Artikel 10d:35 Afkoop (T)</tussenkop><al>Er bestaat geen recht op afkoop van de na-wettelijke uitkering. Het college kan
                    echter op verzoek van de ambtenaar besluiten tot afkoop van de na-wettelijke
                    uitkering. Het college bepaalt daarbij de voorwaarden en de hoogte van het
                    afkoopbedrag. </al><al>Als partijen het niet eens worden over de hoogte van het afkoopbedrag, vallen
                    partijen terug op de normale regels over hoogte en duur van de na-wettelijke
                    uitkering. </al><tussenkop>Artikel 10d:36 Bijzondere uitkering bij ontslag of definitieve
                    herplaatsing ingeval van minder dan 35% arbeidsongeschiktheid (T)</tussenkop><al>De ambtenaar die minder dan 35% arbeidsongeschikt is, kan in het derde
                    ziektejaar definitief worden herplaatst, wanneer hij een functie aanvaardt,
                    waarmee hij ten minste in 100% van de restverdiencapaciteit, zoals deze door UWV
                    is vastgesteld, kan voorzien. Wanneer een dergelijke functie buiten de
                    organisatie van de gemeente wordt gevonden, kan ontslag op grond van artikel 8:5
                    plaatsvinden. Is dat het geval dan ontvangt de ambtenaar, zolang hij arbeid
                    heeft waarmee hij ten minste in 100% van de restverdiencapaciteit kan voorzien,
                    een bijzondere uitkering.</al><tussenkop>Artikel 10d:39 Overgangsrecht (T)</tussenkop><al>In de CAO 2007-2008 is overgangsrecht overeengekomen voor de ambtenaar die</al><lijst><li nr="-"><al>op de dag van inwerkingtreding van hoofdstuk 10d (1 juli 2008) 20
                            dienstjaren of meer heeft in de gemeentelijke sector en</al></li><li nr="-"><al>die binnen 10 jaar daarna daadwerkelijk ontslag verleend wordt.</al></li></lijst><al>Het overgangsrecht houdt in dat de duur van de overgangsuitkering overeenkomt
                    met de aansluitende uitkering uit hoofdstuk 10a, zoals dit hoofdstuk tot 1 juli
                    2008 luidde. Wel is afgesproken dat de berekening hiervan voor gemeenten
                    gemakkelijker wordt gemaakt. Daarom is de oude berekeningsduur van de
                    aansluitende uitkering omgezet in een formule, die in het tweede lid, is
                    opgenomen.Vanaf 1 juli 2008 valt iedereen onder hoofdstuk 10d. Alle ambtenaren
                    die op grond van artikel 8:3 en 8:6 ontslagen worden, krijgen dus recht op een
                    re-integratiefase of een Van werk naar werk-traject. Mocht daarna sprake zijn
                    van werkloosheid, dan geldt slechts ten aanzien van de duur van de uitkering na
                    afloop van de WW een uitzondering voor de ambtenaren, voor wie dit
                    overgangsrecht is overeengekomen.</al><al>De overgangsuitkering eindigt op de leeftijd van 62 jaar en 9 maanden (artikel
                    10d:33). Vanwege deze beëindiging op 62 jaar en 9 maanden komt de potentiële
                    uitkeringsduur uit lid 2, bij ontslag op de leeftijd van 50 jaar en ouder niet
                    volledig tot uitkering. Samen met een WW van minimaal 20 maanden (het
                    overgangsrecht is voor mensen die op 1 juli 2008 minstens 20 dienstjaren hadden)
                    komt deze uitkering namelijk boven de leeftijd van 62 jaar en 9 maanden
                    uit.</al><tussenkop>Hoofdstuk 10e Geen Toelichting (T)</tussenkop><al>Dit hoofdstuk heeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 12:1 Algemene bepalingen (T)</tussenkop><al/><al>Van belang bij dit artikel is dat hierin is opgenomen dat de commissie G.O. niet
                    alleen bevoegd is voor alle ambtenaren, maar evenzeer voor de mensen die
                    werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst. </al><al>Het al dan niet representatief zijn is een beslissing die op lokaal niveau
                    genomen wordt. Op deze wijze kan rekening gehouden worden met lokale
                    organisaties van ambtenaren.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>De tekst van het vierde lid voorziet in een overgangsbepaling die het - in
                    afwijking van de reguliere bepalingen over de samenstelling - mogelijk maakt om
                    de vertegenwoordigers van genoemde organisaties die op 1 juli 1998 zitting
                    hebben in persoon nog maximaal vier jaar in de commissie te laten deelnemen.
                    Deze tijdelijke oververtegenwoordiging heeft geen gevolgen voor de
                    stemverhouding in de commissie, die immers gebaseerd is op de aantallen
                    vertegenwoordigde personeelsleden.</al><tussenkop>Artikel 12:1:1 Samenstelling (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> Het college wijst uit zijn midden vrijwel altijd de portefeuillehouder
                    personeel en organisatie aan. Het is ook mogelijk dat naast deze
                    vertegenwoordiger van de werkgever een tweede collegelid wordt toegevoegd. In
                    artikel 12:1:3 en 12:1:7 is de ambtelijke ondersteuning geregeld.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>In een nader vast te stellen regeling moet het minimumaantal ambtenaren worden
                    bepaald dat lid van een organisatie moet zijn om die organisatie tot het overleg
                    toe te laten. Het gaat hier om de representativiteit van de organisatie. Voor de
                    bepaling van het minimum zijn geen vaste regels te geven. Het kan, behalve van
                    lokale omstandigheden, afhankelijk zijn van het aantal medewerkers en van hun
                    organisatiegraad.</al><tussenkop>Artikel 12:1:2 Samenstelling (T)</tussenkop><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Een ambtenaar die gedetacheerd wordt buiten de gemeente, behoeft in formele zin
                    zijn lidmaatschap niet op te geven. Indien de detachering langer duurt dan
                    bijvoorbeeld zes maanden, ligt het voor de hand het lidmaatschap op te geven.
                    Een dergelijke handelwijze zou op lokaal niveau als spelregel kunnen worden
                    afgesproken.</al><tussenkop>Artikel 12:1:3 Samenstelling (T)</tussenkop><al>Het verdient aanbeveling om het hoofd personeel en organisatie als secretaris
                    aan te wijzen of anders de medewerker die met die taken is belast. Het valt af
                    te raden de gemeentesecretaris aan te wijzen omdat die immers de voorzitter is
                    van het overleg met de ondernemingsraad. Het is beter om die rollen te
                    scheiden.</al><al>De secretaris van het overleg kan voorzitter zijn van het zogenaamde informeel
                    of technisch overleg, dat het georganiseerd overleg voorbereidt.</al><tussenkop>Artikel 12:1:4 Mededeling omtrent CAR en UWO (T)</tussenkop><al>Gemeenten zijn gehouden de CAR te volgen, hetzelfde geldt voor de UWO indien
                    gemeenten zich daarvoor hebben aangemeld. Omdat op lokaal niveau van een in het
                    LOGA afgesproken wijziging niet kan worden afgeweken, volstaat een mededeling
                    van de wijziging.</al><al>Voor een gemeente die de hoorbepaling volgt (zie bijlage III bij CAR en UWO)
                    geldt dat wijzigingen van CAR en/of UWO niet ter kennis van de centrales
                    behoeven te worden gebracht.</al><tussenkop>Artikel 12:1:5 Mededeling omtrent CAR en UWO (T)</tussenkop><al>De vraag is of bij reorganisaties het primaat bij het GO of bij de
                    ondernemingsraad ligt. Het besluit tot reorganiseren moet in eerste instantie,
                    conform artikel 25 van de WOR, voor advies aan de ondernemingsraad worden
                    voorgelegd. Nadat het advies is uitgebracht en het gemeentebestuur een besluit
                    heeft genomen, komt het GO in beeld. Het GO spreekt zich uit over de personele
                    gevolgen van het besluit. Als regel zijn die gevolgen neergelegd in een sociaal
                    statuut. Het toezicht op de uitvoering van het sociaal statuut is weer een zaak
                    voor de ondernemingsraad.</al><al>Deze formele taakafbakening neemt overigens niet weg dat het bevoegd gezag er
                    verstandig aan doet om beide organen in alle fasen te informeren over zijn
                    voornemens. Dat maakt het mogelijk dat GO en de ondernemingsraad elkaar
                    beïnvloeden en hun opvattingen op elkaar afstemmen. Dat kan de kwaliteit van het
                    proces en het draagvlak van de besluiten alleen maar vergroten.</al><tussenkop>Artikel 12:2 Taak en bevoegdheden (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Uit het eerste lid volgt dat die onderwerpen die op sectoraal niveau worden
                    besproken, niet voor overleg in de commissie G.O. in aanmerking komen. Dit
                    spreekt voor zich: de CAR is onderwerp van overleg op sectoraal (=LOGA-)niveau
                    en hierover hoeft derhalve niet opnieuw overleg op gemeentelijk niveau plaats te
                    vinden (de grootste vier gemeenten hebben een afwijkende rechtspositie).
                    Voldoende is om het G.O. te informeren. In het geval een gemeente zich heeft
                    aangemeld voor de UWO, geldt hetzelfde: afspraken hierover worden op LOGA-niveau
                    gemaakt en niet in de commissie G.O. Voor een gemeente die zich daarentegen niet
                    voor de UWO heeft aangemeld, geldt dat de onderwerpen in de UWO behoren tot het
                    ‘lokale domein’: in de commissie G.O. dient over deze onderwerpen overleg plaats
                    te vinden.</al><al>Uit het eerste lid volgt tevens dat in de commissie G.O. nooit over individuele
                    kwesties wordt gesproken.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De in het tweede lid bedoelde nadere regels zijn voor de ‘UWO-gemeenten’
                    opgenomen in de UWO (bijvoorbeeld in artikel 12:2:1 waarin het
                    overeenstemmingsvereiste aan de orde komt) en voor de ‘niet-UWO-gemeenten’
                    dienen deze in de commissie G.O. aan de orde te komen.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>De in het derde lid bedoelde nadere bepalingen over een geschillenregeling zijn
                    in de UWO in artikel 12:3:1 e.v. opgenomen. Een ‘niet-UWO-gemeente’ dient over
                    deze nadere regels in de commissie G.O. overleg te voeren. In de commissie G.O.
                    dient in dat geval tevens gesproken te worden over het al dan niet deelnemen aan
                    de Lokale Advies- en Arbitragecommissie (L.A.A.C.).</al><tussenkop>Artikel 12:2:1 Taak en bevoegdheden (T)</tussenkop><al>In het LOGA zijn partijen het niet eens geworden over een eenduidige formulering
                    van het overeenstemmingsvereiste. Lokaal moet een formulering voor het
                    overeenstemmingsvereiste zijn vastgelegd. Hiermee wordt invulling gegeven aan
                    het begrip “gevoelen” uit het artikel. In de LOGA-brief van 7 juni 1994, Lbr.
                    94/152, is aangegeven dat, wanneer het in de gemeente van toepassing zijnde
                    overeenstemmingsvereiste bevredigend functioneert, dit gehandhaafd kan worden.
                    Waar het overeenstemmingsvereiste niet is geformuleerd of waar het niet
                    bevredigend functioneert, is aan de gemeenten in de genoemde LOGA-brief een
                    keuze voorgelegd uit twee formuleringen, die respectievelijk een brede (voorkeur
                    van de vakbonden) en een beperktere (voorkeur van het College voor Arbeidszaken)
                    invulling aan het vereiste geven.</al><al>Formulering 1 luidt als volgt: ‘invoering of wijziging van aangelegenheden van
                    algemeen belang voor de rechtstoestand van ambtenaren met inbegrip van de
                    algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, vindt
                    niet plaats dan nadat daarover overeenstemming is bereikt met de centrales van
                    overheidspersoneel’.</al><al>Formulering 2 luidt: ‘Invoering, intrekking of wijziging van een regeling welke
                    verplichtingen schept voor individuele ambtenaren, dan wel waaraan individuele
                    ambtenaren rechten kunnen ontlenen, vindt niet plaats dan nadat daarover
                    overeenstemming is bereikt met de centrales van overheidspersoneel’.</al><al>Het verschil tussen de beide formuleringen zit erin dat in formulering 1 ‘de
                    algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd’ wel onder
                    het overeenstemmingsvereiste valt en in formulering 2 niet.</al><al>Concreet betekent dit verschil dat in formulering 2 onderwerpen als de
                    inrichting van het personeelsbeleid als zodanig, de werving en selectie, het
                    personeelsregistratiesysteem en het opleidingsbeleid niet onder het
                    overeenstemmingsvereiste vallen. Dat is wel het geval met de uit deze regelingen
                    voortvloeiende rechten en plichten voor individuele ambtenaren.</al><al>In formulering 1 vallen de onderwerpen als zodanig onder het
                    overeenstemmingsvereiste, en natuurlijk de regelingen die daaruit
                    voortvloeien.</al><al>Besluiten of voorstellen die specifiek de rechtstoestand van de griffie en de
                    griffiemedewerkers betreffen, moeten nog steeds door de gemeenteraad worden
                    genomen respectievelijk aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Alleen in de
                    situatie dat de gemeenteraad zijn bevoegdheid heeft gedelegeerd aan het college,
                    is het college het bevoegde orgaan.</al><tussenkop>Artikel 12:2:2 Taak en bevoegdheden (T)</tussenkop><al><vet>Lid 2</vet></al><al> De besluiten in de tweede zin betreffen aangelegenheden van algemeen belang die
                    specifiek de rechtstoestand van de griffie en de griffiemedewerkers betreffen.
                    De griffier kan op grond van artikel 12:2:7, tweede lid, de vergadering bijwonen
                    en deelnemen aan de besprekingen.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> Het gaat hier onder meer over de bevoegdheden van de overlegpartijen. Besluiten
                    moeten passen binnen het mandaat dat men heeft; dat geldt voor beide zijden.
                    Wanneer het mandaat onvoldoende is om tot overeenstemming te komen, moeten
                    partijen terug naar hun achterban.</al><tussenkop>Artikel 12:2:5 Vergaderingen (T)</tussenkop><al><vet>Lid 2 en 3</vet></al><al>Soms wordt door een van beide partijen bewust aangestuurd op onvoltalligheid
                    teneinde gevoelens van onvrede tot uitdrukking te brengen. Een voorbeeld hiervan
                    was dat tijdens de acties in 1993 de centrales het overleg in alle GO's
                    opschortten. Dit betekent uiteraard niet dat in zo'n geval in het geheel geen
                    besluiten meer genomen kunnen worden. Wanneer ook bij een tweede vergadering
                    niet ten minste de helft van de werknemersvertegenwoordiging aanwezig is, kunnen
                    de geagendeerde onderwerpen behandeld en van een standpunt voorzien worden.
                    Indien behandeling geweigerd wordt, kan niettemin besluitvorming plaatsvinden.
                    Uiteraard gebeurt dat alleen in gevallen waarin uitstel niet mogelijk is en de
                    andere partij nadrukkelijk op de gevolgen van hun handelwijze gewezen is.</al><tussenkop>Artikel 12:2:7 Vergaderingen (T)</tussenkop><al><vet>Lid 4</vet></al><al> Ook in gedualiseerde verhoudingen moet het te allen tijde mogelijk zijn om de
                    raad op de hoogte te brengen van hetgeen in het GO ter bespreking voorligt, met
                    name als dit raakt aan door de raad gestelde beleidsmatige of financiële
                    kaders.</al><tussenkop>Artikel 12:2:9 Vergaderingen (T)</tussenkop><al><vet>Lid 2</vet></al><al> Het tweede lid zegt dat de stem van de werkgeversvertegenwoordiging wordt
                    bepaald door hoofdelijke stemming van de leden in of buiten de vergadering. Voor
                    het geval dat meer werkgeversvertegenwoordigers zijn aangewezen is deze bepaling
                    noodzakelijk.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Op basis van dit lid vindt een weging van de stemmen plaats zodanig dat geen
                    enkele organisatie bij een stemming de absolute meerderheid heeft, ook niet in
                    de situatie waarin een organisatie meer leden in de gemeente heeft dan de andere
                    organisaties gezamenlijk.</al><tussenkop>Artikel 12:3:1 Advies- en arbitragecommissie (T)</tussenkop><al>Bij de advies- en arbitragecommissie hadden zich per 1 januari 1997 circa 400
                    gemeenten aangemeld. De Lokale advies- en arbitragecommissie (LAAC) is te
                    bereiken via het secretariaat van het College voor Arbeidszaken, Postbus 30435,
                    2500 GK Den Haag.</al><tussenkop>Artikel 12:3:2 Advies- en arbitragecommissie (T)</tussenkop><al>De helft van de (plaatsvervangend) leden van de advies- en arbitragecommissie
                    wordt aangewezen door het College voor Arbeidszaken, gehoord het
                    Interprovinciaal Overlegorgaan en de Unie van Waterschappen. De andere helft
                    wordt aangewezen door de centrales van overheidspersoneel.</al><tussenkop>Artikel 13:3 Overgangs- en slotbepaling CAR (T)</tussenkop><al>De berekeningsbasis van wachtgelden en (FLO-)uitkeringen wordt uitgebreid met de
                    eindejaarsuitkering. De invoering van de eindejaarsuitkering per 1 januari 1997
                    betekent dat deze uitkering per genoemde datum maandelijks wordt opgebouwd. Deze
                    ingangsdatum van de eindejaarsuitkering brengt met zich dat, nu de
                    berekeningsbasis van de wachtgelden en (FLO)uitkeringen met deze uitkering wordt
                    uitgebreid, deze uitbreiding betrekking heeft op alle op 1 januari 1997
                    toegekende wachtgelden en (FLO-)uitkeringen.</al><tussenkop>Artikel 14:1 Medezeggenschap in ondernemingen met 35-50 werknemers
                    (T)</tussenkop><al>Het bepaalde uit de artikelen 17, 18 en 34 van de Wet op de Ondernemingsraden
                    wordt in acht genomen. Conform artikel 18 van de Wet op de ondernemingsraden
                    (WOR) wordt de tijd vastgesteld die (C)OR en commissieleden redelijkerwijs nodig
                    hebben voor hun medezeggenschapswerk. In het convenant spreken WOR-bestuurder en
                    OR af hoe de individuele leden in staat worden gesteld deze tijdsbesteding te
                    combineren met hun functie. Hierbij geldt dat OR-werk ook regulier werk is.
                    Mogelijkheden hiertoe zijn onder meer herverdeling van werkzaamheden indien
                    noodzakelijk in combinatie met een tijdelijke uitbreiding van de formatie van de
                    organisatorische eenheid waar het OR-lid werkzaam is. Een andere mogelijkheid is
                    met gebruikmaking van artikel 2:7a CAR het verruimen van de arbeidsduur van
                    individuele OR-leden tot maximaal 40 uur per week, als de bezetting van de
                    afdeling in relatie tot het werk dat nodig maakt. </al><al>De bedoeling van LOGA-partijen is dat lokaal overleg wordt gevoerd over het
                    (maximaal) aantal zittingstermijnen. Afspraken hierover worden opgenomen in het
                    convenant. In zijn algemeenheid is het niet wenselijk om voor lange tijd
                    achtereen OR werk te doen. Er zijn uitzonderingsgevallen mogelijk.</al><tussenkop>Artikel 15:1 Verplichtingen (T)</tussenkop><al>Dit in algemene bewoordingen gestelde artikel (een zogenaamd kapstokartikel)
                    heeft naast artikel 16:1:1 nauwelijks enige zelfstandige betekenis. Overtreding
                    ervan levert immers plichtsverzuim op en daarvan geeft artikel 16:1:1, lid 2, de
                    definitie.</al><al>De jurisprudentie is dan ook geheel gericht op de interpretatie van het begrip
                    ‘plichtsverzuim’, zodat hier verwezen kan worden naar de toelichting bij artikel
                    16:1:1.</al><tussenkop>Artikel 15:1a Verplichtingen (T)</tussenkop><al>Sinds maart 2006 is de overheidwerkgever wettelijk verplicht om nieuw aan te
                    stellen personeel een ambtseed- of belofte af te nemen. Veel gemeenten hebben
                    naar aanleiding van deze verplichting de bestaande ambtseed heringevoerd of een
                    nieuwe tekst vastgesteld. Indien een ambtseed- of belofte of een
                    integriteitverklaring slechts één van de formaliteiten bij indiensttreding is,
                    zal deze niet het bedoelde effect van bewustwording van integriteitaspecten
                    hebben. Wil de betekenis van eedaflegging beklijven dan dient het moment de
                    nodige lading te krijgen: door de inhoud actief uit te spreken, door de
                    ceremonie erom heen, door de keuze van de persoon ten overstaan van wie de eed
                    wordt afgelegd, door de keuze van tijdstip en plaats.</al><tussenkop>Artikel 15:1b Persoonlijk gebruik van goederen of diensten
                    (T)</tussenkop><al>Dat overtreding van deze artikelen plichtsverzuim oplevert, wat reden kan zijn
                    tot het opleggen van een disciplinaire straf, zal duidelijk zijn. Enkele
                    voorbeelden zijn de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep d.d. 13 juli 1995,
                    TAR 1995, nr. 206 (gebruik van gemeente-eigendommen bij een verhuizing en
                    aannemen van een geldbedrag) en Centrale Raad van Beroep d.d. 21 december 1993,
                    TAR 1994, nr.44 (aannemen van een geldbedrag).</al><tussenkop>Artikel 15:1c Aannemen van geschenken en gelden (T)</tussenkop><al>Dat overtreding van deze artikelen plichtsverzuim oplevert, wat reden kan zijn
                    tot het opleggen van een disciplinaire straf, zal duidelijk zijn. Enkele
                    voorbeelden zijn de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep d.d. 13 juli 1995,
                    TAR 1995, nr. 206 (gebruik van gemeente-eigendommen bij een verhuizing en
                    aannemen van een geldbedrag) en Centrale Raad van Beroep d.d. 21 december 1993,
                    TAR 1994, nr.44 (aannemen van een geldbedrag).</al><tussenkop>Artikel 15:1e Nevenwerkzaamheden (T)</tussenkop><al/><al>De term ‘nevenwerkzaamheden’ dient ruim te worden opgevat. Hieronder worden
                    verschillende werkzaamheden verstaan, zoals het lidmaatschap van het bestuur van
                    een vereniging of stichting, het zijn van commissaris, bestuurder, vennoot of
                    aandeelhouder. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen betaalde en
                    onbetaalde nevenwerkzaamheden of nevenwerkzaamheden die binnen of buiten de
                    normale diensttijd worden verricht.</al><al>Een gedane melding dient getoetst te worden aan het tot de ambtenaar gerichte
                    verbod, dat in het derde lid is geformuleerd. De ambtenaar zal zich een oordeel
                    moeten vormen over de vraag of door een nevenwerkzaamheid de goede
                    functievervulling of de goede functionering van de openbare dienst, voorzover
                    deze in verband staat met de functievervulling, niet in redelijkheid is
                    verzekerd.</al><al>De constatering dat een nevenwerkzaamheid zich niet goed verdraagt met de
                    ambtelijke functie, hoeft niet zonder meer te leiden tot het opleggen van een
                    verbod. Er kunnen ook zodanige nadere afspraken worden gemaakt dat de
                    mogelijkheid van belangenverstrengeling of anderszins zich niet meer voordoet.
                    Jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep over dit onderwerp geeft
                    eenzelfde richting aan.</al><al>De registratie van nevenwerkzaamheden kan op verschillende wijzen worden
                    ingericht. In elk geval dient de registratie te voldoen aan de regels die
                    gesteld zijn op grond van de Wet persoonsregistraties en de op deze wet
                    gebaseerde verordening, voorzover deze in de gemeente is vastgesteld.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al> In 2003 is aan de Ambtenarenwet een bepaling toegevoegd die overheidswerkgevers
                    verplicht om voorschriften vast te stellen over de openbaarmaking van
                    nevenwerkzaamheden verricht door topambtenaren. In artikel 15:1e, vierde lid,
                    zijn twee functies genoemd waaraan een verplichte openbaarmaking van
                    nevenwerkzaamheden gekoppeld is: de gemeentesecretaris en de directeur van een
                    gemeentelijke dienst of bedrijf (dan wel functionarissen in functies die daarmee
                    op één lijn staan maar in het gemeentelijk organisatiemodel een andere benaming
                    hebben). Lokaal dient bepaald te worden of er daarnaast nog sprake is van
                    ‘andere ambtenaren aangesteld in een functie waarvoor ter bescherming van de
                    integriteit van de openbare dienst openbaarmaking van de nevenwerkzaamheden
                    noodzakelijk is’. Gedacht kan worden aan de functies waaraan het
                    plaatsvervangend directeurschap is verbonden. Daarnaast kunnen in aanmerking
                    komen de stadsdeelsecretaris en functies zoals directeur van een
                    projectorganisatie, concern- of dienstcontroller, afdelingshoofd, commandant van
                    de brandweer. </al><al>Het LOGA verstaat onder openbaar te maken gegevens het volgende:</al><lijst><li nr="-"><al>hoofdfunctie (dus niet de persoonsnaam van de ambtenaar);</al></li><li nr="-"><al>de nevenfunctie die de functionaris verricht, voorzover het een
                            nevenfunctie betreft die de belangen van de dienst, voorzover deze in
                            verband staan met de functievervulling, kunnen raken;</al></li><li nr="-"><al>de organisatie waarbinnen de nevenfunctie wordt vervuld;</al></li><li nr="-"><al>de eventuele beperkingen die het college heeft gesteld aan de
                            uitoefening van de nevenfunctie.</al></li></lijst><al>Tevens verdient het aanbeveling om openbaar te maken met ingang van welke datum
                    de nevenwerkzaamheid wordt verricht.De openbaarmaking kan geschieden door ter
                    inzage legging van de gegevens op het gemeentehuis zoals dat is voorgeschreven
                    voor de openbaarmaking van nevenfuncties van politieke ambtsdragers.</al><tussenkop>Artikel 15:1f Melding financiële belangen (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al> In 2003 is aan de Ambtenarenwet een bepaling toegevoegd die overheidswerkgevers
                    verplicht om voorschriften vast te stellen over het melden van financiële
                    belangen door ambtenaren die een functie uitoefenen waarin risico bestaat op
                    financiële belangenverstrengeling. Het begrip financieel belang is zeer divers.
                    Het kan gaan om het bezit van effecten, vorderingsrechten, onroerend goed,
                    bouwgrond alsook om financiële deelneming in ondernemingen. Het college dient
                    ambtenaren aan te wijzen die zijn aangesteld in een functie (dan wel feitelijke
                    werkzaamheden verrichten) waaraan een bijzonder risico op financiële
                    belangenverstrengeling is verbonden. Bij de gemeentelijke overheid kan gedacht
                    worden aan ambtenaren die betrokken zijn bij grondzaken, subsidieverstrekking,
                    sponsoring, verstrekking van leningen, verstrekking van garanties, inkoop en
                    aanbesteding zoals bijvoorbeeld het gunnen van onderzoeks- en adviesopdrachten.
                    Ambtenaren die deze taken verrichten zouden in de verleiding kunnen komen zich
                    bij het nemen van functionele beslissingen te laten leiden door niet-functionele
                    belangen zoals een persoonlijk financieel belang. Of er inderdaad sprake is van
                    een bijzonder risico hangt af van de feitelijke werkzaamheden en bevoegdheden
                    van de ambtenaar en dient lokaal bepaald te worden. Ook ambtenaren die uit
                    hoofde van hun functie (dan wel hun feitelijke werkzaamheden) beschikken of
                    kunnen beschikken over koersgevoelige informatie zullen een meldplicht opgelegd
                    moeten krijgen. Zij hebben immers de mogelijkheid deze informatie oneigenlijk te
                    gebruiken of lopen het risico de schijn van oneigenlijk gebruik op te wekken. De
                    inschatting is dat zich bij de gemeenten niet of nauwelijks bijzondere risico’s
                    zullen voordoen met betrekking tot oneigenlijk gebruik van koersgevoelige
                    informatie.</al><al><vet>Lid 2 en lid 3</vet></al><al> Het college bepaalt op welke wijze financiële belangen worden gemeld. Nadere
                    regels kunnen betrekking hebben op de volgende elementen.</al><lijst><li nr="-"><al>Het gebruik van een formulier voor de melding.</al></li><li nr="-"><al>De functionaris aan wie de melding gedaan moet worden. </al></li><li nr="-"><al>De wijze van registratie in verband met de bescherming van de
                            persoonlijke levenssfeer. </al></li><li nr="-"><al>De wijze waarop de actualiteit van de registratie gewaarborgd wordt.
                        </al></li><li nr="-"><al>De plicht van de ambtenaar tot het verstrekken van nadere gegevens over
                            het financiële belang of het bezit van (of de transactie in) effecten.
                        </al></li></lijst><al>Met betrekking tot de plicht tot verstrekking van gegevens wordt opgemerkt dat
                    het bevoegd gezag in de gelegenheid moet zijn om te beoordelen of de gemelde
                    belangen en bezittingen een risico opleveren in de werkzaamheden van de
                    ambtenaar. De ambtenaar dient alle informatie te verschaffen die voor deze
                    beoordeling nodig is. Is er sprake van een risico dan dient beoordeeld te worden
                    hoe dit risico voorkomen of verkleind kan worden. </al><al><vet>Lid 4</vet></al><al> Het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de ambtenaar om te
                    voorkomen dat hij in (de schijn van) een situatie terecht komt dat hij in zijn
                    functievervulling wordt beïnvloed door persoonlijke financiële belangen. Dat
                    vloeit voort uit de algemene norm van goed ambtenaarschap en is nu uitdrukkelijk
                    bepaald in artikel 15:1f, vierde lid. De vraag of een financieel belang
                    toelaatbaar is kan niet eenduidig beantwoord worden. Bezien moet worden of het
                    concrete financieel belang daadwerkelijk risico’s met zich meebrengt bij het
                    uitoefenen door de ambtenaar van zijn bevoegdheden en werkzaamheden. Wordt het
                    financiële belang of effectenbezit niet toelaatbaar geacht dan zal de werkgever
                    op basis van de verbodsbepaling maatregelen moeten nemen om een risico op
                    financiële belangenverstrengeling of misbruik het hoofd te bieden. Daarbij dient
                    eerst naar de minst ingrijpende oplossing gezocht te worden. Gedacht kan worden
                    aan aanpassing van de taakinhoud of overplaatsing in een andere functie. Is een
                    dergelijke oplossing niet mogelijk dan is de ambtenaar verplicht het financieel
                    belang af te stoten.</al><tussenkop>Artikel 15:1:11 Aanvaarden andere werkzaamheden (T)</tussenkop><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Op grond van dit artikellid valt een ambenaar die op grond van artikel 15:1:11,
                    tweede lid, is aangewezen om taken te verrichten in het kader van de Wet
                    veiligheidsregio’s voor wat betreft die werkzaamheden onder leiding en toezicht
                    van het bevoegd gezag van de veiligheidsregio waar de ramp of crisis
                    plaatsvindt. Daartoe zijn dus geen individuele detacheringsovereenkomsten nodig.
                    Het college van de gemeente waar de ambtenaar is aangesteld, blijft de formele
                    werkgever van desbetreffende ambenaar en de rechtspositie van die gemeente
                    blijft, ook voor onderhavige werkzaamheden in het kader van de Wet
                    veiligheidsregio’s, van toepassing.</al><tussenkop>Artikel 15:1:12 Vergoeding van schade (T)</tussenkop><al>Dit artikel opent de mogelijkheid om door de gemeente geleden schade op de
                    schuldige of nalatige ambtenaar te verhalen. Bij elk schadegeval zal daarover
                    door het college een beslissing moeten worden genomen, met name over de vraag of
                    de schuld of nalatigheid van de ambtenaar van dien aard is dat zij geheel op hem
                    kan worden verhaald of dat met een gedeeltelijke schadevergoeding kan worden
                    volstaan. Overigens moet men natuurlijk niet voor elk wissewasje naar dit
                    artikel grijpen. In elke organisatie komen ‘bedrijfsongevalletjes’ voor die
                    inherent zijn aan menselijk handelen. Deze zijn meestal wel aan iemand toe te
                    rekenen, maar de woorden ‘schuld’ en ‘nalatigheid’ wijzen er toch wel op dat het
                    moet gaan om zaken waarover men de ambtenaar echt een verwijt kan maken.</al><tussenkop>Artikel 15:1:13 Plichten rekenplichtige ambtenaar (T)</tussenkop><al>Hierbij gaat het om iedere ambtenaar die beroepshalve geld int en/of uitgeeft,
                    bijvoorbeeld via een loketkas of op andere wijze financiële waarden beheert. Het
                    betreft hier dus niet alleen degenen die ontvangersfuncties bekleden op grond
                    van het bepaalde in artikel 212 van de Gemeentewet. Genoemd artikel bepaalt dat
                    de administratie en het beheer van vermogenswaarden van de gemeente worden
                    verricht door de bij de in dat lid bedoelde regels aan te wijzen
                    ambtenaren.</al><tussenkop>Artikel 15:1:15 Beoordeling van de ambtenaar (T)</tussenkop><al>De aan dit artikel ten grondslag liggende beoordelingsregeling behoeft de
                    instemming van de ondernemingsraad, dit op grond van het bepaalde in artikel 27,
                    eerste lid, onderdeel g van de Wet op de ondernemingsraden.</al><tussenkop>Artikel 15:1:16 Dragen van uniform of dienstkleding (T)</tussenkop><al>Op grond van het bepaalde in het eerste lid kan bijvoorbeeld een collegebesluit
                    worden opgesteld waarin wordt bepaald dat het niet geoorloofd is voor ambtenaren
                    die baliewerkzaamheden verrichten of anderszins regelmatig in contact treden met
                    burgers, in een korte broek op de werkplek te verschijnen.</al><tussenkop>Artikel 15:1:17 Standplaats (T)</tussenkop><al>Wat betreft de verplichting voor de ambtenaar in of nabij de standplaats te
                    wonen, dient rekening gehouden te worden met het vierde Protocol bij het
                    Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele
                    vrijheden. In artikel 2, eerste lid van dat Protocol is immers het volgende
                    individuele grondrecht van elke burger - dus ook van die burger die in een
                    arbeidsrelatie tot de overheid staat - geformuleerd: ‘een ieder die zich wettig
                    op het grondgebied van een (verdragsluitende) staat bevindt, heeft het recht
                    zich daar vrij te verplaatsen en er in vrijheid plaats van verblijf te kiezen’.
                    Op dit grondrecht kan ingevolge artikel 2, derde lid van hetzelfde Protocol
                    slechts inbreuk worden gemaakt bij wet en indien de daarin op te leggen
                    beperkingen ‘in een democratische samenleving nodig zijn in het belang van ’s
                    lands veiligheid of de openbare veiligheid, ter handhaving van de openbare orde,
                    ter voorkoming van strafbare handelingen, ter bescherming van de gezondheid of
                    ter bescherming van de rechten en vrijheden van anderen’.</al><al>De beperking op het individuele grondrecht is neergelegd in artikel 15:1:17. Een
                    relevante uitspraak in dit verband is de uitspraak van de Centrale Raad van
                    Beroep van 20 april 1990 (TAR 1990, nr. 139). In deze zaak is geoordeeld dat de
                    relevante verdragsartikelen verdragspartijen niet verbieden aan de vervulling
                    van een ambtelijke betrekking te verbinden dat de ambtenaar in de omgeving van
                    zijn werkplek dient te wonen, op voorwaarde dat die begrenzing van de
                    woonomgeving in een functionele relatie tot die betrekking staat. Aan die
                    voorwaarde is volgens de Centrale Raad voldaan indien de grenzen van dit
                    woongebied zodanig zijn vastgesteld dat in redelijkheid kan worden gezegd dat,
                    wanneer de ambtenaar buiten dat gebied gaat wonen, de goede vervulling van zijn
                    functie te zeer in het gedrang komt. Dit laatste kan zich bijvoorbeeld voordoen
                    wanneer de reistijden excessief lang zijn of wanneer de ambtenaar in verband met
                    de aard van zijn functie niet snel genoeg op zijn werkplek aanwezig kan zijn.
                    Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld de brandweercommandant, het hoofd
                    interne zaken of de gemeentesecretaris. Het aspect van calamiteiten die zich in
                    een gemeente kunnen voordoen speelt hierbij een rol.</al><tussenkop>Artikel 15:1:18 Dienstwoning (T)</tussenkop><al>Een huis is pas een dienstwoning in de zin van dit artikel als het voor een
                    goede vervulling van zijn werkzaamheden noodzakelijk is dat de ambtenaar in een
                    bepaald huis woont (zie artikel 18:1:3). Te denken valt aan portiers- of
                    conciërgewoningen. Einde van het dienstverband brengt dan de verplichting met
                    zich mee de dienstwoning te verlaten.</al><al>De woning die door de gemeente aan de ambtenaar ter beschikking wordt gesteld
                    zonder dat tussen de werkzaamheden die de ambtenaar moet verrichten en het
                    gebruik van de woning een duidelijk verband bestaat, wordt ook wel
                    ‘dienstwoning’ genoemd, maar is in feite een normale huurwoning. Einde van het
                    dienstverband betekent dan niet automatisch het einde van de huurovereenkomst.
                    In die gevallen geldt de normale huurbescherming.</al><tussenkop>Artikel 15:1:22 Reis- en verblijfkosten (T)</tussenkop><al>De vergoeding van reis- en verblijfkosten van reizen in het belang van de dienst
                    is een onderdeel van de rechtspositie dat onderwerp uitmaakt van het lokale
                    domein. Hetzelfde geldt overigens voor de kosten woon-werkverkeer voor de
                    niet-verhuisplichtige ambtenaar. Hiermee wordt bedoeld dat het hier een zaak
                    betreft die niet is geregeld in CAR of UWO. In veel gemeenten wordt het Besluit
                    van 1 maart 1993, houdende vaststelling van het Reisbesluit binnenland voor het
                    burgerlijk rijkspersoneel (Reisbesluit binnenland, Stbl. 1993, 144), van
                    overeenkomstige toepassing verklaard.</al><al>Klik hier voor de reisregeling binnenland</al><tussenkop>Artikel 15:1:23 Vergoeden van schade (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De schade die hier bedoeld wordt, moet zijn geleden als gevolg van de vervulling
                    van zijn betrekking. Deze beperking betekent niet dat alleen schade die het
                    directe gevolg is van het werk dat de ambtenaar verricht, vergoed wordt. Er moet
                    een zodanig verband zijn met de betrekking, dat de schade zich niet zou hebben
                    voorgedaan (althans niet op die tijd en plaats) als de ambtenaar niet aan het
                    werk zou zijn geweest. Bij het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding mag
                    rekening worden gehouden met normale slijtage. Voorkomen moet worden dat de
                    ambtenaar ongerechtvaardigd voordeel geniet, wat het geval zou zijn wanneer als
                    schadevergoeding de nieuwwaarde van een goed wordt betaald, terwijl het goed
                    deze waarden niet meer had op het moment van de schade. In het algemeen zal geen
                    schade vergoed hoeven worden bij diefstal van een fiets uit een fietsenstalling
                    of diefstal van een jas uit een garderobe, omdat deze goederen doorgaans niet
                    nodig zijn voor de uitoefening van de functie.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>In het tweede lid van dit artikel wordt geregeld in welke gevallen de schade aan
                    een eigen auto wordt vergoed, die is opgelopen tijdens een dienstreis. Deze
                    bepaling is opgenomen als gevolg van een uitspraak van de Centrale Raad van
                    Beroep van 1 juni 1995 waar in een ledenbrief van het College voor Arbeidszaken
                    van 27 juli 1995 (kenmerk ARZ/505527) nader op wordt ingegaan. Er wordt niets
                    geregeld over de hoogte van de vergoeding die betaald dient te worden. Dit kan
                    de schade aan de eigen auto zijn, dan wel het verlies aan no-claimkorting. Er is
                    bewust voor gekozen af te zien van de verplichting voor de ambtenaar een
                    all-riskverzekering af te sluiten omdat dit niet in alle gevallen in
                    redelijkheid kan worden opgelegd. </al><tussenkop>Artikel 15:1:24 Gebruik van motorrijtuig (T)</tussenkop><al>Het gebruik van de eigen auto ten behoeve van de dienst is gebonden aan
                    toestemming van het college ter voorkoming van een ongelimiteerd gebruik.
                    Wanneer toestemming is verleend, mag de ambtenaar verwachten dat de gemaakte
                    kosten die voortvloeien uit het gebruik van de eigen auto worden vergoed. De
                    juridische basis hiervoor is gelegen in artikel 15:1:22. Als voorwaarde
                    verbonden aan de toestemming de eigen auto te gebruiken ten behoeve van
                    dienstreizen, kan bijvoorbeeld het afsluiten van een all-riskverzekering worden
                    verbonden.</al><tussenkop>Artikel 15:1:25 Schadeloosstelling (T)</tussenkop><al>Het college moet op grond van artikel 169 lid 2 Gemeentewet, de raad alle
                    inlichtingen geven die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
                    Daarnaast kan de raad, als zich een incident voordoet of dreigt voor te doen het
                    college met de aan de raad ten dienste staande middelen ter verantwoording
                    roepen. </al><al>Met betrekking tot de actieve inlichtingenplicht wordt nog het volgende
                    opgemerkt. In sommige gevallen zal buiten kijf staan dat het college de raad
                    inlicht over een voornemen tot een schadeloosstelling of vergoeding van kosten.
                    Criteria daarvoor kunnen zijn de politieke relevantie of de bijzondere
                    financiële consequenties. Is er sprake van een overeenkomst met de betrokken
                    ambtenaar, dan geldt bovendien het vierde lid van artikel 169 Gemeentewet.
                    Hierin wordt bepaald dat het college de raad vooraf inlicht over een besluit tot
                    privaatrechtelijk handelen indien dit ingrijpende gevolgen kan hebben voor de
                    gemeente. </al><tussenkop>Artikel 15:1:30 Borstvoeding (T)</tussenkop><al>Ingevolge dit artikel dient de werkgever een ruimte beschikbaar te stellen waar
                    de ambtenaar borstvoeding kan kolven of kan zogen. Deze voorziening kan in de
                    plaats komen van de gelegenheid die de ambtenaar krijgt haar kind zelf te
                    voeden. Bij dit alles speelt de redelijkheid een belangrijke rol.</al><tussenkop>Artikel 15:1:31 Benadeling positie gemeentelijke organisatie
                    (T)</tussenkop><al>Dit artikel bevat een zorgplicht voor de gemeente voor de werknemers in de zin
                    van artikel 2:4 (aanstelling) en 2:5 (arbeidsovereenkomst) die
                    (plaatsvervangend) lid zijn van de commissie voor georganiseerd overleg.
                    Dezelfde plicht ligt er ten aanzien van de werknemers die anderszins door de
                    vakorganisaties zijn aangewezen om vakbondsactiviteiten te vervullen. Het gaat
                    daarbij om de activiteiten waarvoor zij op grond van artikel 6:4:2 buitengewoon
                    verlof kunnen genieten.</al><al>De zorgplicht is te vergelijken met die voor de ondernemingsraadsleden,
                    opgenomen in artikel 21, eerste lid van de Wet op de ondernemingsraden. Omdat
                    zij door de uitoefening van hun taak kwetsbaarder zijn dan andere werknemers, is
                    deze extra rechtsbescherming in de CAR/UWO opgenomen. Daardoor wordt gewaarborgd
                    dat zij onafhankelijk in de onderneming kunnen optreden zolang zij door hun
                    vakorganisatie daarvoor een aanwijzing hebben gekregen. Het gaat daarbij om
                    benadeling in promotiekansen, verslechtering van werkomstandigheden, gedwongen
                    overplaatsing, schorsing vanwege vakbondsactiviteiten en het niet verlengen van
                    een aanstelling/arbeidsovereenkomst. De feitelijke handelwijze van de gemeente
                    moet gelijk zijn aan het handelen wanneer betrokkene de vakbondsactiviteiten
                    niet zou vervullen. De werknemer die zich desondanks benadeeld voelt, kan zich
                    wenden tot de administratieve kamer van de arrondissementsrechtbank
                    (aanstelling) of de kantonrechter (arbeidsovereenkomst).</al><tussenkop>Artikel 15:2 Klokkenluiders (T)</tussenkop><al>Het verdient aanbeveling dat het college de raad informeert over de vaststelling
                    van de klokkenluidersregeling en de wijzigingen daarin. De raad kan het college
                    ter verantwoording roepen over het gevoerde beleid ter zake van de
                    meldingen.</al><tussenkop>Artikel 16:1:1 Plichtsverzuim (T)</tussenkop><al>In dit artikel is de bevoegdheid neergelegd om een ambtenaar te straffen. Deze
                    zeer ruime formulering van de strafbaarstelling brengt met zich dat het
                    bestuursorgaan zeer zorgvuldig te werk moet gaan alvorens een straf op te
                    leggen. In de eerste plaats moeten feiten in die zin bewezen worden dat zij in
                    rechte kunnen worden aangetoond. Daarbij moeten bepaalde gedragingen van
                    betrokkene als verwijtbaar worden aangemerkt. Het aspect van de verwijtbaarheid
                    speelt nogal eens een rol wanneer een bestuursorgaan tot strafontslag wil
                    overgaan in een geval waarbij de ambtenaar zich niet bereid toont op het
                    spreekuur van de bedrijfsarts te komen. Uiteraard moet het hierbij om een zwaar
                    dossier gaan; dit vergt dossieropbouw. Met het opleggen van een dergelijke
                    sanctie loopt het bestuursorgaan het risico dat het strafontslag ongedaan wordt
                    gemaakt op grond van het feit dat de gedragingen de betrokkene niet kunnen
                    worden verweten. In dit verband speelt artikel 15:1:1 een rol; dit artikel
                    bepaalt onder meer dat de ambtenaar gehouden is zich te gedragen als een goed
                    ambtenaar betaamt.</al><tussenkop>Artikel 16:1:2 Disciplinaire straffen (T)</tussenkop><al>In het eerste lid worden de disciplinaire straffen limitatief opgesomd. De
                    straffen lopen uiteen van een schriftelijke berisping tot een strafontslag. In
                    dit verband wordt ook aandacht gevraagd voor artikel 8:15:1, dat gaat over de
                    schorsing als ordemaatregel. Wat betreft onderdeel e dient te worden opgemerkt
                    dat het niet-uitbetalen van het salaris - ten hoogste tot een bedrag
                    overeenkomend met het salaris over een halve maand - slechts eenmaal kan worden
                    opgelegd.</al><al>Het is mogelijk een combinatie van straffen op te leggen. De op te leggen straf
                    dient in overeenstemming te zijn met het plichtsverzuim. Het besluit een straf
                    toe te passen, zoals genoemd in artikel 16:1:2, eerste lid, is een besluit
                    ingevolge de Awb.</al><al>Het derde lid biedt de mogelijkheid om een voorwaardelijke straf op te leggen.
                    De voorwaarden dienen redelijk te zijn; er dient rekening te worden gehouden met
                    de belangen van de organisatie en die van de ambtenaar. Ook de termijn
                    waarbinnen de voorwaarde kan worden vervuld, dient redelijk te zijn. Wanneer een
                    ambtenaar bijvoorbeeld geruime tijd heeft gefraudeerd met het
                    tijdsregistratiesysteem, kan worden afgesproken dat betrokkene strafontslag
                    wordt verleend wanneer hij binnen enkele maanden na een afgesproken tijdstip
                    zich wederom schuldig maakt aan hetzelfde feit. Wanneer aan een voorwaarde is
                    voldaan, wordt de straf ten uitvoer gelegd. Een dergelijk uitvoeringsbesluit is
                    een besluit in de zin van de Awb, hetgeen betekent dat de betreffende ambtenaar
                    vooraf gehoord dient te worden.</al><tussenkop>Artikel 16:1:3 Verantwoording (T)</tussenkop><al>Voordat een ambtenaar een straf wordt opgelegd, wordt het voornemen tot
                    strafoplegging de ambtenaar schriftelijk meegedeeld. Betrokkene dient allereerst
                    te worden gehoord om zijn zienswijze kenbaar te kunnen maken. Het gaat hier
                    immers om een besluit waar de ambtenaar niet om gevraagd heeft en waar hij naar
                    verwachting bezwaar tegen zal hebben, waarbij de beschikking zal steunen op
                    gegevens of feiten die de ambtenaar betreffen en die hij niet zelf heeft
                    verstrekt. Artikel 16:1:3 kan begrepen worden als een uitwerking van de
                    hoorprocedure ingevolge de Awb (artikel 4:8).</al><al>Dit horen kan pas plaatsvinden na een afkoelingsperiode van zes dagen en kan
                    niet later gebeuren dan na 12 dagen na ontvangst van de schriftelijke mededeling
                    waarin het voornemen tot het opleggen van een disciplinaire straf wordt
                    aangekondigd.</al><tussenkop>Artikel 17:3 Individueel loopbaanbudget (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1 </vet></al><al> Lid 1 regelt de hoogte van het individuele budget. Het budget is niet naar rato
                    van omvang dienstverband of naar rato van aantal maanden dienstverband als
                    iemand in de loop van het jaar in dienst komt. Op het moment een medewerker in
                    de tweede helft van een kalenderjaar in dienst komt, is het verstandig om bij
                    aanstelling meteen afspraken te maken over het individueel loopbaanbudget in dat
                    kalenderjaar. </al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>In lid 2 is bepaald dat wanneer er een opleidings- en/of loopbaanbeleid is
                    vastgesteld in de gemeente dat vergelijkbare en gelijkwaardige mogelijkheden en
                    rechten biedt als het voorgestelde loopbaanbudget, dit beleid niet vervangen
                    hoeft te worden door het loopbaanbudget. Zulks ter beoordeling van de
                    Ondernemingsraad.</al><al><vet>Lid 3 en 4</vet></al><al>In de leden 3 en 4 is vastgelegd dat het individueel loopbaanbudget ingezet moet
                    worden voor individuele opleiding- en ontwikkelingswensen die gericht zijn op
                    het verbeteren van de eigen inzetbaarheid en arbeidsmarktpotentie.</al><al><vet>Lid 6</vet></al><al>Om te voorkomen dat medewerkers die in de loop van het jaar in dienst treden dit
                    budget niet meer kunnen besteden en het budget komt te vervallen na verloop van
                    het kalenderjaar, is het van belang dat de leidinggevende dit onderwerp in een
                    vroegtijdig stadium aan de orde stelt.</al><al><vet>Lid 7</vet></al><al>Lid 7 biedt de mogelijkheid om het individueel loopbaanbudget maximaal drie jaar
                    te sparen. In het persoonlijk ontwikkelingsgesprek worden hierover afspraken
                    gemaakt: deze worden in het persoonlijk opleidingsplan vastgelegd. Het is niet
                    mogelijk om over de geldigheidsduur van dit artikel heen te sparen. Sparen omdat
                    er niet over gesproken is en er dus geen afspraken zijn gemaakt wordt door de
                    LOGA partijen als ongewenst gezien.</al><tussenkop>Artikel 17:4 Persoonlijk ontwikkelingsplan (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Het persoonlijk ontwikkelingsplan is de basis van de loopbaanontwikkeling en van
                    de ontwikkeling van de kennis en vaardigheden van de medewerker. In (een
                    aanvulling op) het persoonlijk ontwikkelingsplan worden tevens de afspraken
                    rondom het individueel loopbaanbudget vastgelegd. Vorm en inhoud zijn in
                    beginsel vrij, dat wil zeggen dat het plan zowel kan bestaan uit een korte
                    feitelijke aanduiding van een opleidingsafspraak als uit een meer uitgebreide
                    afspraak over - door beide partijen - te ondernemen ontwikkelingsactiviteiten in
                    brede zin. Ook kan het accent liggen op activiteiten die alleen de medewerker
                    zal ondernemen of op inspanningen die beide partijen zich zullen getroosten. Ook
                    de mate waarin het initiatief voor het doen van voorstellen voor de inhoud van
                    het persoonlijk ontwikkelingsplan bij de medewerker dan wel bij de
                    leidinggevende ligt, kan van geval tot geval uiteenlopen. Essentieel is dat het
                    persoonlijk ontwikkelingsplan gezamenlijk wordt vastgesteld door leidinggevende
                    en medewerker. Bij ontbreken van overeenstemming is uiteindelijk de beslissing
                    van de leidinggevende namens de werkgever een voor beroep vatbaar besluit. Bij
                    dit laatste dient bedacht te worden dat het in het algemeen niet of nauwelijks
                    denkbaar is, dat de werkgever meer aan opleidingsinspanningen van de medewerker
                    kan eisen dan waartoe deze bereid is, afgezien van de opleidingen die krachtens
                    artikel 15:1:26 in het kader van een goede functie-uitoefening noodzakelijk zijn
                    te achten. Een besluit dat voor beroep vatbaar is, zal doorgaans alleen in de
                    omgekeerde situatie kunnen voorkomen: de medewerker wil meer dan de werkgever
                    wil of kan toestaan.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Ten minste een maal per drie jaar dient een persoonlijk ontwikkelingsplan te
                    worden vastgesteld. De medewerker heeft daar recht op. Overigens kunnen partijen
                    in onderling overleg concluderen dat er bijvoorbeeld in een bepaalde periode
                    geen reden is voor bijzondere inspanningen of afspraken. Het is in de praktijk
                    ook denkbaar dat er vaker, bijvoorbeeld jaarlijks, een gesprek plaatsvindt
                    tussen leidinggevende en medewerker over onderwerpen die van belang zijn voor de
                    ontwikkeling van kennis en vaardigheden en de loopbaan van de medewerker. De
                    voortgang van de eerdere afspraken kan aan de orde komen. Het vastleggen van de
                    afspraken in een dergelijk gesprek kan worden gezien als een nieuw persoonlijk
                    ontwikkelingsplan. Het ligt in de rede dat deze gesprekken in het kader van het
                    functioneringsgesprek en/of beoordelingsgesprek plaatsvinden, maar noodzakelijk
                    is dat niet.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>De inhoud van het persoonlijk ontwikkelingsplan dient te passen in het
                    gemeentelijk opleidingsbeleid, zoals dat is neergelegd in het gemeentelijk
                    opleidingsplan. De verplichting van het college om een opleidingsplan vast te
                    stellen is niet met zoveel woorden in de tekst opgenomen, omdat het hier niet
                    gaar om een deel van de persoonlijke rechtspositie. De individuele medewerker
                    heeft dus niet het recht om een opleidingsplan te eisen en hij kan er ook niet
                    direct rechten aan ontlenen of tegen in beroep komen. De Ondernemingsraad kan er
                    om vragen en heeft conform de Wet op de ondernemingsraden instemmingsrecht met
                    het opleidingsplan. Dit plan kan voor de gehele gemeente tegelijk worden
                    vastgesteld, maar uiteraard is het ook mogelijk, en in veel situaties zelfs meer
                    voor de handliggend, dat het per sector of dienstonderdeel wordt vastgesteld.
                    Ook de frequentie waarmee het wordt vastgesteld kan verschillen. Behalve
                    inhoudelijke doelen en criteria voor de gewenste opleidingen waarmee het beoogde
                    profiel van de organisatie als geheel of het betrokken onderdeel kan worden
                    bereikt, kan het opleidingsplan ook budgettaire en organisatorische
                    randvoorwaarden bevatten. Ook kan in het opleidingsplan worden geformuleerd of
                    en zo ja tot welke grenzen of onder welke voorwaarden de werkgever bereid is in
                    het kader van goed werkgeverschap of stimulering van mobiliteit mee te werken
                    aan opleidingen, die primair het persoonlijke loopbaanbelang van medewerkers
                    dienen en maar ten dele het directe dienstbelang.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Studies en andere ontwikkelingsactiviteiten die in het persoonlijk
                    ontwikkelingsplan staan en passen in het gemeentelijk opleidingsplan worden
                    volledig bekostigd. Indien ze niet in die termen vallen, kan er wellicht wel
                    enige faciliteit worden verstrekt, maar dat valt buiten de formeel geregelde
                    rechten van medewerkers. Bij de kostenvergoeding wordt niet langer verschil
                    gemaakt tussen een deeltijder en een voltijder. Beiden hebben bij gelijke
                    afspraken ook gelijke aanspraken op vergoeding van kosten.</al><al><vet>Lid 5</vet></al><al>Naast de vergoeding van kosten wordt ook het noodzakelijke verlof door de
                    werkgever verleend. Verlof met behoud van bezoldiging, maar ook andere vormen
                    van medewerking door de werkgever worden vastgelegd. Te denken valt aan
                    afspraken over de inroostering van werktijden, inzet op een bepaald project dat
                    directe relatie heeft met de gevolgde opleiding en het ter beschikking stellen
                    van technische hulpmiddelen. Er is geen vast stramien vastgelegd hoeveel verlof
                    noodzakelijk is. Van geval tot geval zullen partijen samen dienen te bepalen wat
                    het begrip noodzakelijk in redelijkheid dient in te houden. Uiteraard mag er een
                    beroep op de betrokken medewerker worden gedaan om ook eigen tijd in de
                    ontwikkeling van zijn loopbaan te investeren, maar andersom is het redelijk dat
                    de werkgever rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden en de zwaarte van
                    de studie.</al><al><vet>Lid 6</vet></al><al>In het persoonlijk ontwikkelingsplan worden afspraken gemaakt over de concrete
                    keuze van de opleiding, het instituut waar de opleiding zal worden gevolgd, de
                    voorwaarden waaronder de opleiding of andere activiteiten worden uitgevoerd, wat
                    de consequenties zijn van tussentijdse complicaties zoals voortijdige
                    beëindiging of onderbreking, verandering van functie of ontslag. Of en zo ja
                    welke afspraken er over eventuele terugbetaling van de vergoeding worden
                    vastgelegd is een zaak van lokaal beleid. Uiteraard kan daarbij worden betrokken
                    wat het niveau van de kosten is, in wiens primaire belang de kosten zijn gemaakt
                    en wat de reden en termijn is van het ontslag. Aard en omvang van de te maken
                    kosten worden in redelijkheid vastgesteld. Doorgaans zal de kostenkwestie al bij
                    de keuze van de opleiding aan de orde komen. Minstens zal het gaan om de kosten
                    van de opleiding zelf, de kosten van studiemateriaal en de kosten van reizen en
                    eventueel verblijf. Voor de verdere activiteiten die worden afgesproken is
                    moeilijk eenduidig een indicatie te geven van de relevante kosten.</al><tussenkop>Artikel 17:7 Flankerend beleid (T) </tussenkop><al>Hierbij kan worden gedacht aan reis- en verhuiskosten, suppletie van salaris bij
                    aanvaarden van een lager betaalde functie, voorziening voor pensioenlacunes,
                    stimuleringspremie bij vrijwillig ontslag etc. </al><tussenkop>Artikel 18:1:1 Begripsomschrijvingen (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>In dit artikel zijn de verschillende begrippen gedefinieerd. Bij de definitie
                    van het begrip ‘eigen huishouding voeren’ is de eis opgenomen dat het gaat om
                    het zelfstandig bewonen van woonruimte. Iemand die bij zijn ouders inwoont komt
                    dus niet in aanmerking voor een volledige verhuiskostenvergoeding.</al><al>De drie inkomsten die bij punt f onder 1 tot en met 3 vermeld worden, worden
                    slechts meegenomen bij de berekeningsbasis voorzover zij naast de bezoldiging
                    worden genoten.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Door de verwijzing naar artikel 1:2:1 wordt duidelijk gemaakt dat hoofdstuk 18
                    niet van toepassing is op de oproepkracht.</al><al>Klik hier voor de Verplaatsingskostenregeling 1989</al><tussenkop>Artikel 18:1:2 Tegemoetkoming verhuiskosten (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Dit artikel regelt de aanspraak op tegemoetkoming in verhuiskosten voor
                    ambtenaren die in verband met een verplaatsing of indiensttreding moeten
                    verhuizen. Zie ook de toelichting bij artikel 15:1:17.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Dit lid is bedoeld om te voorkomen dat een betrokkene niet op de hoogte is van
                    de terugbetalingsverplichting.</al><tussenkop>Artikel 18:1:3 Tegemoetkoming verhuiskosten (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Een werknemer die een dienstwoning betrekt, heeft recht op dezelfde
                    tegemoetkoming in de verhuiskosten als een werknemer die vanwege dienstbelang
                    dient te verhuizen naar een huur- of koopwoning. Zie artikel 15:1:18.</al><tussenkop>Artikel 18:1:5 Tegemoetkoming verhuiskosten (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De kosten voor het in- en uitpakken van breekbare zaken worden vergoed; dit is
                    expliciet geregeld. Het inpakken van andere goederen door de transporteur dient
                    door de betrokkene zelf te worden betaald.</al><al>De bedragen voor transportkosten en dubbele woonkosten worden vastgesteld op
                    basis van de werkelijk gemaakte kosten. Het maakt niet uit of de dubbele
                    woonkosten betrekking hebben op huishuur, hypotheeklasten of beide.</al><al>Het bedrag voor de andere kosten (onderdeel C) beoogt niet kostendekkend te
                    zijn.</al><al>De Belastingdienst hanteert maxima voor de bedragen die fiscaal onbelast kunnen
                    worden toegekend.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Wie zelfstandig, dus niet als alleenstaande bij de ouders inwonend, woonruimte
                    bewoont met eigen inboedel en stoffering komt in aanmerking voor de vergoeding.
                    Het is aan te nemen dat een kamerbewoner lagere verhuiskosten maakt dan iemand
                    die een groot huis achterlaat. Daarom is er een differentiatie naar het aantal
                    achter te laten kamers. Dit voorkomt dat de gemeente gaat meebetalen aan de
                    inrichting van een groter huis. De differentiatie naar bezoldiging is gebaseerd
                    op de gedachte dat er tussen de waarde van de inboedel en het inkomen een zekere
                    relatie bestaat.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Bij een verhuizing waarbij beide levenspartners zijn betrokken, wordt voor beide
                    personen de berekeningsbasis vastgesteld. De tegemoetkoming wordt vervolgens
                    toegekend op grond van de hoogste berekeningsbasis. Voor deeltijders wordt de
                    berekeningsbasis vastgesteld als ware er sprake van een voltijdbetrekking
                    (tenzij die deeltijder tevens een andere betrekking heeft die eveneens aanspraak
                    geeft op een vergoeding).</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Om te voorkomen dat een betrokkene die geen eigen huishouding voerde, en dus een
                    nieuwe inrichting moet kopen, zich op kosten van de gemeente gaat inrichten, is
                    geregeld dat hij niet voor een vergoeding in aanmerking komt. In bijzondere
                    omstandigheden kan hierop een uitzondering worden gemaakt. Bijvoorbeeld in de
                    situatie dat een werknemer tijdelijk elders wordt geplaatst en dus tijdelijk
                    andere woonruimte moet betrekken.</al><tussenkop>Artikel 18:1:6 Tegemoetkoming woon- werkverkeer (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>In principe komen alleen werknemers die verhuisplichtig zijn in aanmerking voor
                    een tegemoetkoming in de reiskosten.</al><al>Omdat de reiskosten voor verhuisplichtigen relatief hoog kunnen zijn, is het van
                    belang om in het oog te houden of er wel voldoende inspanningen worden verricht
                    om aan de verhuisverplichting te voldoen. De tegemoetkoming in de reis- en
                    pensionkosten komt automatisch te vervallen als de werknemer niet binnen twee
                    jaar na het ontstaan van de verhuisverplichting is verhuisd (zie art. 18:1:4).
                    De verplichting om te verhuizen blijft overigens wel bestaan.</al><tussenkop>Artikel 18:1:7 Vervallen (T)</tussenkop><al>(Vervallen)</al><tussenkop>Artikel 18:1:8 Niet verhuisplichtig, toch een tegemoetkoming
                    woon-werkverkeer (T)</tussenkop><al>Dit artikel regelt een vergoeding voor de betrokkene wiens plaats van
                    tewerkstelling door het bevoegde gezag is aangewezen als een plaats van
                    tewerkstelling die niet per openbaar vervoer is te bereiken of wiens plaats van
                    tewerkstelling vanwege de opgedragen tijden niet per openbaar vervoer is te
                    bereiken. Ondanks het feit dat de betrokkene niet de verplichting is opgelegd om
                    in of meer nabij zijn standplaats te gaan wonen, heeft de betrokkene toch op
                    grond van de rechtspositieregeling recht op een kilometervergoeding voor
                    woon-werkverkeer. De hoogte van deze vergoeding wordt bepaald door het bevoegde
                    gezag en geldt voor de gehele duur van de dienstbetrekking.</al><tussenkop>Artikel 18:1:9 Pensionkosten (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Wat onder redelijk gemaakte pensionkosten verstaan moet worden is niet zonder
                    meer te zeggen; dit zal regionaal en per seizoen kunnen verschillen.</al><tussenkop>Artikel 18:1:10 Duur tegemoetkoming reis- en pensionkosten
                    (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Deze bepaling is opgenomen om er op toe te kunnen zien of betrokkene wel genoeg
                    inspanningen verricht om snel te verhuizen (opdat onnodige kosten worden
                    voorkomen).</al><tussenkop>Artikel 18:1:11 Procedure tegemoetkoming verhuiskosten (T)</tussenkop><al>Het is aan te raden de in dit artikel genoemde termijnen strikt te hanteren: bij
                    overschrijding van de termijnen zal het namelijk niet altijd meer mogelijk zijn
                    de aanvraag respectievelijk de bedragen te toetsen. Vanzelfsprekend dient de
                    werknemer over deze termijnen te worden geïnformeerd. Het niet voldoen aan de
                    voorwaarden leidt tot het vervallen van de aanspraken op vergoeding.</al><tussenkop>Artikel 18:1:13 Slotbepaling (T)</tussenkop><al>Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om bij wijze van uitzondering van
                    de gestelde regels af te wijken, zowel in individuele gevallen als voor groepen
                    van personen. Bijvoorbeeld bij ingrijpende reorganisaties en daarmee gepaard
                    gaande verplaatsingen kan op grond van dit artikel een aanvullend sociaal beleid
                    gevoerd worden.</al><tussenkop>Artikel 19:1 Werkingssfeer (T)</tussenkop><al>Vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer zijn ambtenaren. Daarom moet het
                    college op grond van artikel 125 van de Ambtenarenwet een rechtspositieregeling
                    voor hen vaststellen. De rechtspositie van de vrijwilligers bij de brandweer
                    wordt in dit hoofdstuk geregeld. De overige hoofdstukken van de CAR/UWO zijn
                    niet van toepassing.</al><tussenkop>Artikel 19:3 Overleg met vakorganisaties (T)</tussenkop><al>In artikel 125 van de Ambtenarenwet wordt bepaald dat het bevoegd gezag van een
                    gemeente voorschriften vaststelt over de wijze waarop met de daarvoor in
                    aanmerking komende vakorganisaties van overheidspersoneel overleg wordt
                    gepleegd. Dit artikel is een uitwerking van die bepaling. </al><tussenkop>Artikel 19:6 Aanstelling in vaste of tijdelijke dienst (T)</tussenkop><al>Een vrijwilliger kan in vaste of in tijdelijke dienst aangesteld worden. Een
                    tijdelijke aanstelling kan alleen bij wijze van proef, dus om te beoordelen of
                    de vrijwilliger goed functioneert en geschikt is voor de brandweerdienst. Een
                    aanstelling op proef ligt vooral voor de hand als de vrijwilliger nog in
                    opleiding is. De tijdelijke aanstelling wordt altijd aangegaan voor een van te
                    voren omschreven periode. Deze periode wordt vermeld in de aanstelling. Een
                    eerste tijdelijke aanstelling kan verleend worden voor ten hoogste twee jaren.
                    Uitgangspunt is dat in die periode bekeken wordt of de vrijwilliger in
                    aanmerking kan komen voor een vaste aanstelling, is dat niet het geval dan
                    eindigt het dienstverband. Na afloop van de eerste tijdelijke aanstelling kan er
                    ook nog onduidelijkheid zijn over het functioneren van de vrijwilliger;
                    bijvoorbeeld omdat de vrijwilliger lange tijd ziek is geweest. Daarom is het
                    mogelijk om in bijzondere situaties een tweede tijdelijke aanstelling te
                    verlenen. De maximale termijn voor een tijdelijke proefaanstelling is drie jaar
                    en er kunnen maximaal twee tijdelijke aanstellingen verleend worden. </al><tussenkop>Artikel 19:7 Voorwaarden voor aanstelling (T)</tussenkop><al>Het Besluit brandweerpersoneel stelt een aantal eisen aan de vrijwilliger. Een
                    belangrijke voorwaarde is dat de vrijwilliger blijkens een geneeskundig
                    onderzoek in staat geacht kan worden de op te dragen werkzaamheden naar behoren
                    te verrichten. Dit betekent dat een vrijwilliger voordat hij aangesteld kan
                    worden een keuring moet ondergaan. Daarna wordt de vrijwilliger periodiek
                    gekeurd.</al><tussenkop>Artikel 19:7a Vervallen (T)</tussenkop><al>(Vervallen)</al><tussenkop>Artikel 19:9 Bevordering (T)</tussenkop><al>Het Besluit brandweerpersoneel stelt opleidingseisen aan de verschillende
                    rangen. Bevordering naar een volgende rang kan alleen plaatsvinden indien de
                    vrijwilliger het daarvoor benodigde diploma heeft behaald. Het is overigens niet
                    zo dat het behalen van een diploma recht geeft op bevordering; hierover beslist
                    het college. Dit artikel beoogt niet in te grijpen in lokale aanstellings- en
                    bevorderingsbesluiten.</al><tussenkop>Artikel 19:10 Vervallen (T)</tussenkop><al>(Vervallen)</al><tussenkop>Artikel 19:12 Informatie aan hoofdwerkgever (T)</tussenkop><al>De meeste vrijwilligers hebben een baan in loondienst. Om als vrijwilliger goed
                    inzetbaar te zijn is het van belang dat de hoofdwerkgever medewerking hieraan
                    verleent. Het kan immers voorkomen dat een vrijwilliger onder werktijd
                    werkzaamheden voor de brandweer moet verrichten. Ook dienen zowel de gemeente
                    als de hoofdwerkgever bij het vaststellen van de werktijden rekening te houden
                    met de Arbeidstijdenwet; de werkzaamheden voor de brandweer worden namelijk
                    meegeteld als arbeidstijd in het kader van de Arbeidstijdenwet. </al><al>De vrijwilliger moet de gemeente informatie geven over zijn hoofdwerkgever die
                    er, onder meer, toe strekt dat de gemeente in contact kan komen met de
                    hoofdwerkgever. De vrijwilliger heeft daarnaast de plicht om zijn hoofdwerkgever
                    te informeren over een aantal praktische zaken die bij het vrijwilligerschap
                    horen. </al><tussenkop>Artikel 19:13 Vergoeding (T)</tussenkop><al>Voor een zeer beperkte groep vrijwilligers geldt een aangepaste
                    vergoedingentabel. De aangepaste tabel geldt voor de zeer beperkte categorie
                    vrijwilligers bij de brandweer voor wie de vergoedingen tot het inkomen in de
                    zin van het Pensioenreglement worden gerekend. Het gaat hierbij om personen die
                    vóór 1 januari 1980 een aanstelling hadden als vrijwilliger bij de gemeentelijke
                    brandweer. Onder bepaalde voorwaarden vielen zij onder de werking van de
                    Algemene Burgerlijke Pensioenwet (ABP). Op 1 januari 1980 is de regeling op dit
                    punt gewijzigd en zijn vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer uitgesloten
                    van het ambtenaarschap in de zin van de ABP. Bij de wijziging in 1980 is een
                    overgangsmaatregel getroffen. Deze hield in dat vrijwilligers die op 31 december
                    1979 al ambtenaar waren, het ambtenaarschap behielden zolang zij in dezelfde
                    dienstverhouding werkzaam bleven. Op grond van deze overgangsbepaling zijn er nu
                    nog vrijwilligers bij de brandweer die overheidswerknemer zijn en pensioen
                    opbouwen bij het ABP. </al><al>Degenen die na 1 januari 1980 zijn aangesteld, zijn per definitie geen
                    ABP-deelnemer. Voor hen is deze aparte vergoedingentabel niet van belang, maar
                    geldt de reguliere vergoedingentabel.</al><tussenkop>Artikel 19:15 Vergoeding voor oefeningen, cursussen en overige
                    werkzaamheden (T)</tussenkop><al>In deze paragraaf worden de vergoedingen geregeld. De vergoeding valt uiteen in
                    een jaarvergoeding en een aantal vergoedingen per activiteit. De hoogte van de
                    vergoeding verschilt per functie en per activiteit.</al><al>De onkostenvergoeding is bedoeld voor de vergoeding van de reiskosten van de
                    vrijwilligers.</al><tussenkop>Artikel 19:16 Vergoeding voor daadwerkelijke brandbestrijding en
                    hulpverlening (T) </tussenkop><al>De onkostenvergoeding is bedoeld voor de vergoeding van de reiskosten van de
                    vrijwilligers.</al><tussenkop>Artikel 19:17 Vergoeding voor langdurige aanwezigheid (T)</tussenkop><al>De vergoeding voor langdurige aanwezigheid is bedoeld voor activiteiten die een
                    groot tijdsbeslag leggen op de agenda van de vrijwilliger of waarvoor de
                    vrijwilliger verlof moet opnemen in zijn hoofdbetrekking. Als voorbeeld kan
                    dienen het deelnemen aan oefeningen in het buitenland; dit neemt vaak meerdere
                    dagen in beslag. Als de vrijwilliger recht heeft op de langdurigheidstoeslag
                    komt deze in de plaats van de vergoeding uit kolom twee, de vergoeding voor
                    oefeningen, cursussen en overige werkzaamheden.</al><al>De vrijwilliger ontvangt een vergoeding voor langdurige aanwezigheid wanneer hij
                    vijf uur of langer ingezet wordt. De vergoeding geldt voor alle uren van de
                    inzet; duurt de inzet bijvoorbeeld zes uur dan ontvangt de vrijwilliger over
                    alle zes uren de vergoeding voor langdurige aanwezigheid. De vergoeding wordt
                    alleen verstrekt over die uren waarin daadwerkelijk geoefend wordt of een cursus
                    gevolgd wordt; de reistijd bijvoorbeeld telt dus niet mee voor de berekening van
                    de vijf uren en over deze tijd wordt ook geen vergoeding verstrekt. De
                    vergoeding voor langdurige aanwezigheid is evenmin bedoeld als vergoeding voor
                    kazerneringsdiensten. Wanneer een gemeente werkt met kazerneringsdiensten voor
                    vrijwilligers dan moet hiervoor op grond van artikel 19:19 lokaal een
                    vergoedingsregeling vastgesteld worden. </al><tussenkop>Artikel 19:18 Consignatievergoeding (T)</tussenkop><al>Deze vergoeding wordt alleen verstrekt wanneer een vrijwilliger zich buiten de
                    kazerne ter beschikking moet houden om opgeroepen te worden.</al><tussenkop>Artikel 19:19 Kazerneringsdienst (T)</tussenkop><al>LOGA-partijen hebben in het onderhandelingsakkoord over de vrijwilligers bij de
                    brandweer, d.d. 15 mei 2009, afgesproken dat onderzoek verricht zal worden naar
                    de in het land gebruikte bedrijfsvoeringsmodellen voor de inzet van
                    brandweervrijwilligers. Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek
                    treden LOGA-partijen opnieuw met elkaar in overleg over de rechtspositie van de
                    vrijwilliger. De mogelijkheid om lokaal een regeling te treffen over vergoeding
                    van kazerneringsdiensten is daardoor van tijdelijke aard.</al><tussenkop>Artikel 19:22 Gratificatie (T)</tussenkop><al>Het toekennen van een gratificatie is alleen mogelijk als hiertoe lokaal een
                    regeling is opgesteld. Deze regeling moet specifiek betrekking hebben op
                    vrijwilligers bij de brandweer. </al><al>De lokale regeling over gratificaties en andere vormen van flexibele beloning is
                    niet van toepassing op de vrijwilligers.</al><tussenkop>Artikel 19:23 Fiscaal aantrekkelijke regelingen (T)</tussenkop><al>Artikel 4a:3 van de CAR/UWO maakt het mogelijk om een lokale regeling te treffen
                    met fiscaal gunstige personeelsvoorzieningen. Als een gemeente een dergelijke
                    regeling heeft dan mag de vrijwilliger hier ook gebruik van maken. Of de
                    vrijwilliger ook daadwerkelijk fiscaal voordeel geniet hangt van individuele
                    factoren en of de vrijwilliger voldoet aan de eisen die de fiscus stelt aan
                    gebruikmaking van de regeling. Het openstellen van deze regelingen voor
                    vrijwilligers betekent dus niet automatisch dat de vrijwilliger hier ook gebruik
                    van kan maken.</al><al>De voorwaarden die in de lokale regeling gesteld zijn ten aanzien van deelname
                    zijn van overeenkomstige toepassing op de vrijwilliger. Biedt de lokale regeling
                    ook andere aanspraken dan alleen de mogelijkheid van gebruikmaking van fiscaal
                    gunstige voorzieningen, dan zijn deze andere aanspraken niet van toepassing op
                    de vrijwilliger. Dit artikel voorziet enkel in de mogelijkheid om de
                    vrijwilliger de mogelijkheid te geven om binnen de fiscale randvoorwaarden
                    gebruik te maken van fiscaal gunstige regelingen.</al><tussenkop>Artikel 19:25 Ongevallenverzekering (T)</tussenkop><al>Het college is verplicht om een ongevallenverzekering voor de vrijwilliger af te
                    sluiten. Deze verzekering voorziet in een financiële uitkering wanneer de
                    vrijwilliger overlijdt of tijdelijk of blijvend arbeidsongeschikt raakt als
                    gevolg van een ongeval tijdens de brandweerdienst. Een goede
                    informatievoorziening over de inhoud van de verzekering is van groot belang;
                    daarom heeft de werkgever de plicht om de vrijwilliger bij indiensttreding te
                    informeren en relevante wijzigingen te melden.</al><tussenkop>Artikel 19:26 Vergoeding geneeskundige kosten (T)</tussenkop><al>De medische kosten van een vrijwilliger zullen grotendeels vergoed worden door
                    de zorgverzekeraar. Een deel van de kosten kan echter voor rekening blijven van
                    de vrijwilliger; de ongevallen verzekering biedt hiervoor een voorziening.</al><tussenkop>Artikel 19:27 Verzekering zelfstandig ondernemers (T)</tussenkop><al>De gevolgen van een dienstongeval zijn voor vrijwilligers die zelfstandig
                    ondernemer zijn vaak groter dan voor vrijwilligers in loondienst. De
                    vrijwilliger in loondienst heeft vanuit zijn hoofdbetrekking immers recht op
                    loondoorbetaling gedurende twee jaar. Voor de zelfstandig ondernemer is dit
                    afhankelijk van de verzekering die hij zelf tegen arbeidsongeschiktheid heeft
                    afgesloten. Om die reden geven LOGA-partijen gemeenten het advies om een
                    aanvullende verzekering af te sluiten. Deze aanvullende verzekering is echter
                    niet verplicht.</al><tussenkop>Artikel 19:28 Schade aan kleding en uitrusting (T)</tussenkop><al>Als de vrijwilliger schade lijdt als gevolg van zijn werkzaamheden wordt dit in
                    onder voorwaarden vergoed door het college. Dit artikel beperkt zich tot de
                    schade aan kleding en uitrusting en schade aan het voertuig waarmee de
                    vrijwilliger een dienstreis maakt. Voor de duidelijkheid wordt opgemerkt dat de
                    vrijwilliger voorafgaand toestemming nodig heeft van het college om bij een
                    dienstreis gebruik te maken van de eigen auto. Bij het bepalen van de hoogte van
                    de schadevergoeding mag de werkgever rekening houden met normale slijtage. Het
                    is niet de bedoeling dat de medewerker een onrechtvaardig voordeel geniet door
                    standaard de schade te vergoeden op basis van de nieuwwaarde van een goed.</al><tussenkop>Artikel 19:29 Zwangerschap(T)</tussenkop><al>De werkgever is wettelijk verplicht om ervoor te zorgen dat een vrouw veilig en
                    gezond kan werken tijdens de zwangerschap; hierover zijn regels vastgelegd in
                    wet- en regelgeving over arbeidsomstandigheden en arbeidstijden. De eisen die
                    aan de werkgever gesteld worden, in combinatie met de aard van het brandweerwerk
                    zijn van dien aard dat ervoor gekozen is om zwangere vrouwen en vrouwen die
                    borstvoeding geven uit de repressieve brandweerdienst te halen. Dit geldt ook
                    voor vrouwen die korter dan zes maanden geleden zijn bevallen. Deelname aan
                    brandweeroefeningen is alleen toegestaan nadat voorafgaand overleg is geweest
                    met de bedrijfsarts en toestemming verleend is. Om deze regeling goed uit te
                    kunnen voeren is het belangrijk dat een vrouwelijke vrijwilliger in een zo vroeg
                    mogelijk stadium haar zwangerschap meldt.</al><tussenkop>Artikel 19:30 Beschikbaarheid van de vrijwilliger (T)</tussenkop><al>De organisatie van de vrijwillige brandweer verschilt per korps. Veel korpsen
                    werken met het vrije instroomprofiel, anderen werken met consignatie- of
                    kazerneringsdiensten voor vrijwilligers. In alle gevallen is het van belang dat
                    de vrijwilliger voldoende beschikbaar is voor de brandweerdienst en dat de
                    korpsleiding ervan op de hoogte is wie wel en wie niet beschikbaar is. </al><tussenkop>Artikel 19:31 Verplichtingen (T)</tussenkop><al>Dit artikel legt een verband met de plichten die een vrijwilliger heeft op grond
                    van zijn aanstelling. Het biedt de grondslag om een disciplinaire maatregel op
                    te leggen wegens plichtsverzuim.</al><tussenkop>Artikel 19:32 Eed of belofte (T)</tussenkop><al>Sinds maart 2006 is de overheidswerkgever wettelijk verplicht om nieuw aan te
                    stellen personeel een ambtseed- of belofte af te nemen. Dit is een van de
                    middelen om bewuster om te gaan met integriteit.</al><tussenkop>Artikel 19:33 Verboden (T)</tussenkop><al>Overtreding van deze artikelen levert plichtsverzuim op; dit kan leiden tot een
                    disciplinaire straf. Bij persoonlijk gebruik van goederen van de gemeente kan
                    bijvoorbeeld gedacht worden aan het gebruik van een brandweervoertuig voor een
                    privéverhuizing. </al><tussenkop>Artikel 19:34 Gebruik van motorrijtuig (T)</tussenkop><al>Gebruik van de eigen auto voor dienstreizen is alleen toegestaan wanneer het
                    college daarvoor toestemming heeft verleend. Indien de vrijwilliger zonder
                    toestemming van het college toch de eigen auto gebruikt dan zal ingeval van
                    eventuele schade het college niet gehouden zijn tot vergoeding daarvan.</al><al>Het al dan niet verlenen van toestemming is niet van invloed op de
                    aansprakelijkheid van het college jegens derden ex artikel 6:170 van het
                    Burgerlijk Wetboek. Dit artikel stelt dat de werkgever aansprakelijk is voor
                    schade die aan een derde wordt toegebracht door één van de werknemers.</al><tussenkop>Artikel 19:35 Kledingvoorschrift (T)</tussenkop><al>Vrijwilligers dragen dezelfde uniformen en onderscheidingstekenen als de
                    beroepsbrandweerlieden. De bij de rangen behorende onderscheidingstekenen zijn
                    te vinden in de Regeling uniformkleding en onderscheidingstekenen
                    rijksbrandweerpersoneel. Grondslag voor deze regeling is Artikel 65, eerste lid,
                    Algemeen Rijksambtenarenreglement. Hierin staat dat de ambtenaar verplicht is de
                    dienstkleding en de onderscheidingstekenen te dragen, voor zover dit door Onze
                    Minister is voorgeschreven.</al><tussenkop>Artikel 19:39 Disciplinaire straffen (T)</tussenkop><al>Tijdens de periode van schorsing als disciplinaire straf wordt als regel de
                    vergoeding ingehouden. Het gaat hier om zowel de vaste als de variabele
                    vergoeding.</al><tussenkop>Algemeen (T)</tussenkop><al>In dit hoofdstuk is de aanstellingskeuring en de periodieke medische keuring
                    voor repressief brandweerpersoneel geregeld. </al><tussenkop>Artikel 19a:1 Algemeen (T)</tussenkop><al>Omdat het werk in repressieve dienst bijzondere eisen stelt aan de medische
                    geschiktheid van de medewerker en gevaren met zich mee kan brengen voor de
                    medewerker zelf en voor derden die zijn betrokken bij zijn werkzaamheden, wordt
                    de medewerker in repressieve dienst onderworpen aan een aanstellingskeuring en
                    een periodiek medische keuring. De keuringen zijn verplicht voor medewerkers
                    (beroeps en vrijwilligers) in een functie van manschap a en b of bevelvoerder
                    zoals vermeld in het Besluit personeel veiligheidsregio’s. Het college heeft de
                    mogelijkheid andere functies aan te wijzen waarvoor de aanstellingskeuring en
                    periodieke medische keuring wordt verplicht. Uitgangspunt hierbij moet wel zijn
                    dat het uitoefenen van de functie belastend is voor de gezondheid van de
                    medewerker, danwel risico’s voor derden met zich meebrengt. Hierbij dient de Wet
                    op de medische keuringen in acht te worden genomen. </al><tussenkop>Artikel 19a:2 Aanstellingskeuring (T)</tussenkop><al>Al het brandweerpersoneel dat in dienst treedt in een functie van manschap A en
                    B of bevelvoerder moet gekeurd worden. Dit zijn de functies binnen de brandweer
                    waarbij aan medewerkers bijzondere eisen aan de medische geschiktheid worden
                    gesteld. Dit geldt zowel voor beroepspersoneel als voor vrijwilligers. Lokaal
                    kan worden vastgesteld bij welke andere functies ook gekeurd moet worden. </al><al>Hierbij moet rekening worden gehouden met de Wet op de medische keuringen. Deze
                    staat een aanstellingskeuring alleen toe als aan de vervulling van de functie,
                    waarop de aanstelling betrekking heeft, bijzondere eisen op het punt van de
                    medische geschiktheid moeten worden gesteld. Onder medische geschiktheid voor de
                    functie wordt begrepen de bescherming van de gezondheid en veiligheid van degene
                    die gekeurd wordt en van derden bij de uitvoering van de desbetreffende arbeid. </al><al>De inhoud van de aanstellingskeuring is vastgelegd in bijlage VIIa van de CAR.
                    Deze aanstellingskeuring is in opdracht van het LOGA door het Coronel instituut
                    ontwikkeld.</al><tussenkop>Artikel 19a:3 Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Vanwege bescherming van de gezondheid en veiligheid van de brandweermedewerker
                    en vanwege de bescherming van de gezondheid en veiligheid van derden bij de
                    uitvoering van de arbeid is het noodzakelijk om de medische geschiktheid van de
                    medewerker ook na aanstelling te blijven toetsen. Daarom zijn regels gesteld
                    over het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO). Uit het PPMO volgt een
                    oordeel over de medische geschiktheid van de medewerker voor de uitoefening van
                    zijn functie. Het PPMO geeft daarnaast een prognose over de belastbaarheid van
                    de medewerker in de nabije toekomst. Het LOGA heeft een model gemaakt over het
                    rechtspositioneel kader bij de keuringen. Hierin staan de rechten en plichten
                    van de werkgever en de medewerker bij de keuring. Dit model is onder meer te
                    vinden op vng.nl.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De inhoud van het PPMO is ontwikkeld door het Coronel Instituut in samenwerking
                    met de sociale partners en mensen uit de brandweerbranche. Het PPMO geeft
                    inzicht in de ontwikkeling van de belastbaarheid. Met de keuring is beoogd in te
                    schatten of de medewerker voldoet aan de bijzondere eisen aan medische
                    geschiktheid die de functie vereist. Dit ter bescherming van de gezondheid van
                    de medewerker en ter bescherming van derden die betrokken zijn bij het werk van
                    de medewerkers. Als uit het PPMO blijkt dat de medewerker nu of op termijn zijn
                    werkzaamheden niet meer kan uitvoeren dan ondernemen de werkgever en de
                    medewerker gezamenlijk actie. Doel hierbij is de medewerker klaar te stomen voor
                    een andere functie. Het LOGA zal in overleg met de NVBR een handreiking maken
                    over hoe omgegaan kan worden met keuringresultaten en welke stappen er genomen
                    kunnen worden. Naar verwachting is deze handreiking in het voorjaar van 2011
                    gereed. </al><al><vet>Lid 3 en 4</vet></al><al>De frequentie van het PPMO is gekoppeld aan de leeftijd van de medewerker. Bij
                    indiensttreding wordt het PPMO afgenomen als nulmeting. Vervolgens wordt iedere
                    medewerker die jonger is dan 40 jaar eenmaal per 4 jaar getest. Medewerkers
                    tussen de 40 en 50 jaar, eens per twee jaar en medewerkers ouder dan 50 worden
                    ieder jaar getest. Met deze frequentie is aangesloten bij het oude besluit
                    brandweerpersoneel en dus bij de frequenties van de oude medische testen. </al><al><vet>Lid 6</vet></al><al>Oefenen is ook onderdeel van de taken van een medewerker. Bij de beoordeling van
                    welke taken de medewerker wordt vrijgesteld moet dus ook worden vastgesteld in
                    hoeverre de medewerker nog kan meedoen aan de oefening.</al><tussenkop>Artikel 19a:4 Fysieke test (T)</tussenkop><al>De functie van manschap a en b en bevelvoerder stelt bijzondere eisen aan de
                    fysieke conditie van de medewerker. Jaarlijks wordt de fysieke conditie daarom
                    getoetst. De functiespecifieke test van het PPMO kan hiervoor gebruikt worden. </al><tussenkop>Artikel 19b:1 Werkingssfeer (T)</tussenkop><al>Alle genoemde functies, zonder onderscheid in junior of senior, behoren tot de
                    doelgroep van dit hoofdstuk. </al><tussenkop>Artikel 19b:2 Begripsbepaling (T)</tussenkop><al>Een instelling kan zowel kunsteducatie aanbieden als ondersteuning hierbij
                    leveren. Ook een combinatie van het aanbieden en het leveren van ondersteuning
                    is mogelijk.</al><tussenkop>Artikel 19b:5 Verdeling van werkzaamheden (T)</tussenkop><al/><al>De werkgever moet een regeling vaststellen waarin per discipline de verhouding
                    wordt vastgesteld van de verschillende soorten werkzaamheden binnen lesgebonden
                    en niet-lesgebonden uren. Het sjabloon, opgenomen in bijlage IVa, waarin de
                    werkzaamheden binnen lesgebonden en niet-lesgebonden uren worden opgesomd, is
                    het handvat voor de lokale regeling. Aan de hand van kenmerken van de instelling
                    en de discipline worden onderdelen uit het sjabloon opgenomen in de lokale
                    regeling. </al><al>Zo zal in instellingen die uit meerdere vestigingen bestaan de reistijd die
                    nodig is om tussen de verschillende vestigingen te reizen van invloed zijn op de
                    verhouding lesgebonden en niet-lesgebonden uren. Wanneer bepaalde werkzaamheden
                    worden verricht op verschillende locaties zullen meer niet-lesgebonden uren
                    nodig zijn dan wanneer dezelfde werkzaamheden op één locatie worden uitgevoerd. </al><al>In de regeling kan per discipline een afwijking op de verhouding lesgebonden
                    versus niet-lesgebonden uren worden opgenomen. De voorwaarden voor deze
                    afwijking, die ook in de regeling zijn opgenomen, bepalen welke verhouding voor
                    de individuele ambtenaar geldt. </al><al>Voorbeeld: Voor de discipline gitaardocent is in de lokale regeling vastgelegd
                    dat de standaardverhouding X% lesgebonden uren en Y% niet-lesgebonden uren is.
                    Als afwijking is in de regeling opgenomen dat een gitaardocent met minder dan 3
                    jaar ervaring 5% meer niet-lesgebonden uren krijgt voor de voorbereiding van
                    lessen. Voor hem geldt dan een verhouding van X – 5% lesgebonden uren en Y + 5%
                    niet-lesgebonden uren. </al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Het college stelt de regeling vast. Maar het college doet dat niet voordat er
                    via open en reëel overleg overeenstemming over is bereikt tussen de werkgever en
                    de OR. Wanneer een van de partijen vindt dat het overleg over deze lokale
                    regeling niet juist heeft plaatsgevonden, legt het college de regeling op basis
                    van de WOR ter instemming voor aan de OR. </al><tussenkop>Artikel 19b:8 Uitloopbedragen (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De uitloopbedragen gelden voor alle ambtenaren in de kunsteducatie en zijn erop
                    gericht om wat langer financieel perspectief te bieden. </al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Voorbeeld De heer Van de Wel heeft op 1 augustus 2009 zijn periodieke verhoging
                    gehad naar periodiek 15 van schaal 8 (dit is de maximumperiodiek). De
                    eerstvolgende verhoging naar uitloopbedrag 1 van schaal 8 vindt pas na 2 jaar
                    plaats: per 1 augustus 2011. </al><tussenkop>Artikel 19b:9 Recht op toelage onregelmatige dienst (T)</tussenkop><al/><al>Het werken op onregelmatige tijden (de tijden buiten de reguliere kantoortijden)
                    is gebruikelijk in de kunsteducatie. Voor het werken op zondag wordt een toelage
                    onregelmatige dienst verstrekt. </al><al><vet>Lid 2 en 4</vet></al><al>Hoofdregel is dat de compensatie voor het werken op zondag wordt verstrekt in de
                    vorm van extra vrije tijd. Mochten zowel het college als de ambtenaar dat wensen
                    dan kan de compensatie ook in geld in plaats van vrije tijd worden
                    verleend.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>De extra vrije tijd die de ambtenaar krijgt voor het werken op zondag, wordt
                    niet, zoals bij vakantie-uren het geval is, ingeroosterd in de verplicht vrije
                    periode conform artikel 19b:11, lid 1. Deze extra vrije tijd wordt op verzoek
                    van de ambtenaar verleend. Dit verzoek dient te worden getoetst aan de algemene
                    regels over de duur van de vakantie van artikel 6:2:1, eerste lid.</al><tussenkop>Artikel 19b:10 t/m 19b:15 Algemene toelichting op paragraaf 3
                    (T)</tussenkop><al>Ambtenaren die onder de werking van dit hoofdstuk vallen, hebben meer vrij dan
                    een reguliere gemeenteambtenaar. Dit resulteert in een lager aantal te werken
                    uur per jaar. Een reguliere ambtenaar werkt 1.677,6 uur per jaar op basis van
                    een fulltime betrekking (1.836 uur -/- 158,4 vakantie-uren). Een ambtenaar die
                    onder de werking van dit hoofdstuk valt, werkt 1656 uur per jaar.</al><al>Deze 1656 uur per jaar komen als volgt tot stand:</al><lijst><li nr="-"><al>een volledige betrekking bedraagt 1836 uur per jaar </al></li><li nr="-"><al>aftrek van het standaard aantal vakantie-uren van 158,4 uur per
                            jaar</al></li><li nr="-"><al>aftrek van extra vakantie-uren van 21,6 uur per jaar.</al><al>Hier wordt gefaseerd naar toe gewerkt (zie artikel 19b:13).</al></li></lijst><al>De extra vakantie-uren van 21,6 uur per jaar worden toegekend omdat cursorisch
                    onderwijs in de sector met zich meebrengt dat het onderwijzend personeel
                    beperkter is in de vakantieopname dan reguliere gemeenteambtenaren. Voorwaarde
                    voor het krijgen van deze extra vakantie-uren is dat voor de ambtenaar:</al><lijst><li nr="-"><al>een deel van het jaar is aangemerkt als verplichte vakantieperiode,
                            of</al></li><li nr="-"><al>een deel van het jaar geen vakantie kan worden opgenomen door toewijzing
                            van lessen/cursussen.</al><al>Deze 21,6 uur geldt voor fulltimers. Voor parttimers is dat naar rato.
                            Wanneer een ambtenaar voldoet aan bovenstaande voorwaarden is de totale
                            hoeveelheid vakantieverlof 180 uur per jaar (158,4 + 21,6).</al></li></lijst><al>Hoewel kortdurend cursorisch onderwijs in opkomst is, komt langlopend cursorisch
                    onderwijs nog steeds erg veel voor. Bij het vaststellen van de perioden voor
                    langlopend cursorisch onderwijs houdt de werkgever rekening met 12 lokale
                    schoolvakantieweken, waarvan de ambtenaar zich gedurende 1 week beschikbaar moet
                    houden voor werkzaamheden van organisatorische aard. Onderwijzend personeel
                    heeft daarom vakantie in de perioden dat er geen cursorisch onderwijs is
                    ingepland. Dit betekent dat onderwijzend personeel verplicht vrij is in de 12
                    lokaal vastgestelde vakantieweken. Hiervan kan worden afgeweken: </al><lijst><li nr="-"><al>met instemming van de ondernemingsraad of </al></li><li nr="-"><al>na overeenstemming daarover tussen de werkgever en de individuele
                            ambtenaar.</al></li></lijst><al>De te werken uren moeten worden verdeeld over het jaar, afhankelijk van het
                    aantal verplicht vrije weken, dat lokaal is vastgesteld. Hieronder wordt in een
                    aantal voorbeelden toegelicht hoe de feitelijke arbeidsduur per week bepaald
                    wordt. Overigens hoeft de instelling niet voor alle ambtenaren die werkzaam zijn
                    binnen de instelling dezelfde verdeling te hanteren. Het is mogelijk dat voor
                    een deel van het personeel alle vakantie-uren opgenomen moeten worden in de 12
                    verplichte vrije weken terwijl voor een ander deel van het personeel (een deel
                    van) de vakantie-uren vrij opneembaar zijn. </al><al>Hieronder volgt een aantal voorbeelden waarbij telkens:</al><lijst><li nr="-"><al>bij bullet 1 wordt aangegeven hoe men vanuit 1656 uur per jaar komt tot
                            het aantal te werken uren per dag en</al></li><li nr="-"><al>bij bullet 2 wordt aangegeven hoeveel uur verlof de ambtenaar
                            (rekentechnisch) opneemt per verlofdag. Dit is relevant te weten bij
                            samenloopsituaties van verplicht vrije perioden met bijvoorbeeld ziekte,
                            zwangerschaps- of bevallingsverlof en ouderschapsverlof.</al></li></lijst><al>Voorbeeld 1: Een instelling hanteert 12 verplicht vrije weken. Er zijn dan: </al><lijst><li nr="-"><al>40 werkweken (52 – 12 verplicht vrije weken) met een feitelijke
                            arbeidsduur van 41,4 uur (1656 / 40) per week. Dit is 8,28 uur per dag.
                        </al></li><li nr="-"><al>12 weken verplicht vrij waarin de ambtenaar 180 (158,4 + 21,6) / 12 = 15
                            uur per week = 3 uur per dag verlof opneemt. Per verplicht vrije dag
                            worden dus 3 vakantie-uren ingeleverd.</al></li></lijst><al>Voorbeeld 2: Een instelling hanteert 12 verplicht vrije weken, maar medewerkers
                    moeten 1 week hiervan werkzaamheden voor de instelling verrichten. Er zijn dan: </al><lijst><li nr="-"><al>41 werkweken (52 – 11 verplicht vrije weken) met een feitelijke
                            arbeidsduur van 40,39 uur (1656 / 41) per week. Dit is 8,08 uur per dag.
                        </al></li><li nr="-"><al>11 weken verplicht vrij waarin de ambtenaar 180 (158,4 + 21,6) / 11 =
                            16,36 uur per week = 3,27 uur per dag verlof opneemt. Per verplicht
                            vrije dag worden dus 3,27 vakantie-uren ingeleverd.</al></li></lijst><al>Voorbeeld 3 (bij artikel 19b:10 lid 2): Een instelling kiest met instemming van
                    de OR of in overeenstemming met de individuele ambtenaar voor een combinatie van
                    verplicht vrije periodes met vrij opneembare vakantie-uren. De instelling kiest
                    voor 1 week vrij opneembare vakantie en 6 verplicht vrije weken. Er zijn dan: </al><lijst><li nr="-"><al>45 werkweken (52 – 7 vrije weken) met een feitelijke arbeidsduur van
                            36,8 uur (1656 / 45) per week. Dit is 7,36 uur per dag. </al></li><li nr="-"><al>6 weken verplicht vrij + 1 week vrij opneembaar vakantie waarin de
                            ambtenaar (180 (158,4 + 21,6) / 7 = 25,71 uur per week = 5,14 uur per
                            dag verlof opneemt. Per verplicht vrije dag en vrij opneembare dag
                            worden dus 5,14 vakantie-uren ingeleverd.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 19b:12 Vaststellen van het rooster (T)</tussenkop><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De werkgever maakt zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 2 maanden na
                    ingang van het cursusjaar, een rooster van de in dat cursusjaar te werken uren. </al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>Als een geplande cursus niet doorgaat, moet de werkgever bekijken of een nieuw
                    rooster moet worden gemaakt. Op die manier wordt voorkomen dat een ambtenaar,
                    van wie een cursus niet doorgaat, aan het eind van een cursusjaar nog veel uren
                    extra moet werken om het voorgeschreven aantal te werken uren per jaar te
                    behalen.</al><tussenkop>Artikel 19b:13 Overgangsrecht (T)</tussenkop><al/><al>Afgesproken is dat het aantal daadwerkelijk te werken uren 1656 uur per jaar
                    bedraagt op basis van een volledige betrekking. Deze 1656 uur komt als volgt tot
                    stand:</al><lijst><li nr="-"><al>een volledige betrekking bedraagt 1836 uur per jaar </al></li><li nr="-"><al>aftrek van het standaard vakantieverlof van 158,4 uur per jaar</al></li><li nr="-"><al>aftrek van extra vakantieverlof van 21,6 uur per jaar.</al></li></lijst><al>Omdat ambtenaren in veel instellingen tot 1 januari 2009 een lager aantal te
                    werken uren per jaar kennen is overgangsrecht overeengekomen. Het overgangsrecht
                    houdt in dat de ambtenaar vanaf 1 januari 2009 elk jaar 72 uur meer gaat werken
                    totdat men het te werken aantal uren van 1656 bereikt. Voor instellingen die
                    minder dan 72 uur van de 1656 uur af zitten, wordt het aantal te werken uren
                    verhoogd tot 1656 uur.</al><al>Voorbeeld: In instelling A werkt het onderwijzend personeel momenteel na aftrek
                    van het standaard aantal vakantie-uren 1440 uren per jaar. De werkgever van deze
                    instelling werkt in stappen van 72 uur per jaar toe naar 1656 werkuren per
                    jaar:</al><lijst><li nr="-"><al>per 1 januari 2009: 1440 + 72 = 1512 uur per jaar werken;</al></li><li nr="-"><al>per 1 januari 2010: 1512 + 72 = 1584 uur per jaar werken;</al></li><li nr="-"><al>per 1 januari 2011: 1584 + 72 = 1656 uur per jaar werken.</al></li></lijst><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Indien tijdens de overgangsfase nieuwe ambtenaren worden aangesteld, geldt voor
                    deze nieuwe ambtenaren het aantal te werken uur zoals op dat moment geldt voor
                    de al in dienst zijnde ambtenaren. Het aantal te werken uren van deze nieuwe
                    ambtenaren wordt vervolgens op gelijke wijze verhoogd als bij de in dienst
                    zijnde ambtenaren. </al><al>Voorbeeld: In instelling A (dezelfde instelling als in het vorige voorbeeld)
                    wordt op 1 januari 2010 een nieuwe ambtenaar aangesteld. Deze ambtenaar met een
                    volledige betrekking werkt in 2010 1584 uur. Vanaf 1 januari 2011 werkt deze
                    ambtenaar 1656 uur per jaar. </al><tussenkop>Artikel 19b:14 Ontslagbescherming tijdens overgangstermijn
                    (T)</tussenkop><al>Bij het verhogen van het aantal te werken uren per jaar geldt tot 2012 een
                    ontslagverbod als er te weinig werk voorhanden is om de meer te werken uren per
                    jaar in te vullen. Het ontslagverbod geldt alleen als de verhoging van het
                    aantal te werken uren uitsluitend oorzaak is voor overtolligheid. Ontslag op een
                    andere grond wel is geoorloofd.</al><tussenkop>Artikel 19b:15 Samenloop zwangerschaps- en bevallingsverlof met een
                    verplicht vrije periode (T)</tussenkop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>Conform artikel 19b:11, eerste lid, kan een ambtenaar een verplicht vrije
                    periode worden opgelegd in bepaalde weken van het jaar. Die verplichte vrije
                    periode kan samenlopen met een periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof.
                    Daarnaast wordt deze ambtenaar geacht in die verplicht vrije periode vakantie te
                    genieten. Omdat er slechts sprake kan zijn van één verlofvorm tegelijkertijd en
                    in dit geval zwangerschaps- en bevallingsverlof voorgaat op vakantie, geniet de
                    ambtenaar geen vakantie in die verplichte vrije periode. Dit artikel regelt dat
                    de ambtenaar bij deze samenloop een compensatie krijgt voor de niet genoten
                    vakantie-uren tot 144 uur (het geldende minimum volgens de uitspraak van het Hof
                    van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 6 april 2006 (C-124/05)). Het
                    aantal vakantie-uren dat gecompenseerd wordt, is afhankelijk van de feitelijke
                    arbeidsduur in de verplicht vrije periode (zie artikel 19b:10, lid 2 en de
                    toelichting op paragraaf 3).</al><al>Voorbeeld 1:Een fulltime ambtenaar gaat eind 2009 3 weken voorafgaand aan de
                    jaarwisseling met zwangerschaps- of bevallingsverlof. Haar verlof duurt tot en
                    met week 13 van 2010. </al><al>De instelling werkt met 12 verplicht vrije weken per jaar, waarvan</al><lijst><li nr="-"><al>de laatste week van 2009 vrij is in verband met de kerstvakantie, </al></li><li nr="-"><al>de eerste anderhalve week (8 werkdagen) van 2010 vrij is in verband met
                            de kerstvakantie en</al></li><li nr="-"><al>week 8 van 2010 vrij is in verband met de voorjaarsvakantie. </al></li></lijst><al>Het vaststellen van 12 verplicht vrije weken per jaar. Hierdoor zijn de 180
                    vakantie-uren verspreid over 12 weken, zijnde 60 (werk)dagen. Per (werk)dag in
                    de verplicht vrije periode genieten medewerkers dus 3 uur vakantie.</al><al><cursief>Berekening 2009</cursief>In 2009 loopt de periode van zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof dus samen met 1 week verplicht vrij. </al><al>Betrokkene geniet 11 van de 12 verplicht vrije weken zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof. In 11 verplicht vrije weken geniet betrokkene wel vakantie met
                    een totale omvang van 11 x 5 x 3 = 165 uren. Omdat dit aantal hoger is dan 144
                    uur per jaar, krijgt betrokkene in 2009 geen compensatie. </al><al><cursief>Berekening 2010</cursief>In 2010 loopt de periode van zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof dus samen met 2 en een halve week (13 werkdagen) verplicht
                    vrij. </al><al>Betrokkene geniet op 13 werkdagen van de 12 verplicht vrije weken zwangerschaps-
                    en bevallingsverlof. In 9 weken en 2 dagen verplicht vrij geniet betrokkene wel
                    vakantie met een totale omvang van (9 x 5 + 2) x 3 = 141 uren. Het aantal
                    vakantie-uren dat gecompenseerd wordt is daarom gelijk aan 144 – 141 = 3
                    uur.</al><al>Voorbeeld 2:Een fulltime ambtenaar is zwanger in 2013. Voor haar zijn 12
                    verplicht vrije weken vastgesteld. De periode van zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof loopt samen met 5 weken verplicht vrij in de zomer. </al><al>De 180 vakantie-uren zijn verspreid over 12 weken, zijnde 60 (werk)dagen. Per
                    (werk)dag in de verplicht vrije periode geniet men dus 3 uur vakantie. </al><al>Betrokkene geniet 5 van de 12 verplicht vrije weken zwangerschaps- en
                    bevallingsverlof. In 7 verplicht vrije weken geniet betrokkene wel vakantie met
                    een totale omvang van 7 x 5 x 3 = 105 uren. Het aantal vakantie-uren dat
                    gecompenseerd wordt is daarom gelijk aan 144 – 105 = 39 uur. </al><al><vet>Lid 3</vet></al><al>De vakantie-uren die de ambtenaar gecompenseerd krijgt, worden niet, zoals bij
                    de normale vakantie-uren het geval is, ingeroosterd in de verplicht vrije
                    periode conform artikel 19b:11, lid 1. De gecompenseerde vakantie-uren worden op
                    verzoek van de ambtenaar verleend. Dit verzoek dient te worden getoetst aan de
                    algemene regels over de duur van de vakantie van artikel 6:2:1, eerste lid.</al><al>Voorbeeld:De ambtenaar uit het voorbeeld bij het eerste lid krijgt 39 uur
                    gecompenseerd. Omdat deze ambtenaar in de te werken weken een arbeidsduur heeft
                    van 41,4 uur per week, kan deze ambtenaar 39 / 41,4 uur = 0,94 weken vakantie
                    opnemen. </al><al>NOTA BENE Samenloop ziekte met een verplicht vrije periode Bij samenloop tussen
                    een verplicht vrije periode en ziekte geldt dezelfde uitvoering als hiervoor is
                    aangegeven, echter zonder het maximum van 144 uur. De ambtenaar krijgt dus alle
                    wegens ziekte niet genoten vakantie-uren gecompenseerd. Dit is gelijk aan de
                    regeling voor de reguliere ambtenaar. </al><tussenkop>Artikel 19b:16 t/m 19b:19 Toelichting paragraaf 4 (T)</tussenkop><al>Reorganisatieontslag kan verschillende redenen hebben. Een van de redenen is dat
                    uit de actie van het college als bedoeld in artikel 19b:16 blijkt dat er in het
                    lopende cursusjaar minder ambtenaren met een bepaalde functie nodig zijn voor
                    het aantal cursussen en overige werkzaamheden binnen de instelling dan de totale
                    aanstellingsomvang van deze ambtenaren met dezelfde functie. In dat geval kan
                    (deeltijd)ontslag worden aangezegd op grond van artikel 8:3. Een andere reden
                    kan zijn dat er door vermindering van subsidie minder arbeidsplaatsen mogelijk
                    zijn.</al><al>In deze paragraaf wordt geregeld welke rechten gelden bij
                    reorganisatieontslag.</al><tussenkop>Artikel 19b:17 Reorganisatieontslag en ontslagvolgorde (T)</tussenkop><al/><al>In navolging op de CAO-afspraak 2005-2007 voor reguliere gemeenteambtenaren zijn
                    partijen overeengekomen de vaststelling van de ontslagvolgorde bij
                    reorganisaties ook over te laten aan het lokale overleg.</al><al>Mocht het lokale overleg nog niet tot een ontslagvolgorde zijn gekomen voor
                    ambtenaren in de instelling, dan geldt een ontslagvolgorde die achtereenvolgens
                    uitgaat van de drie genoemde criteria. </al><al>Onderdeel cHet afspiegelingsbeginsel in combinatie met het anciënniteitsbeginsel
                    houdt in dat medewerkers die het kortst in dienst zijn per leeftijdsgroep het
                    eerst voor ontslag in aanmerking komen. Bij het bepalen van het aantal
                    medewerkers dat per leeftijdsgroep voor ontslag in aanmerking wordt gebracht,
                    wordt getracht om de onderlinge verhouding van het aantal medewerkers in elk van
                    de leeftijdsgroepen gelijk te houden. </al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Het achtereenvolgens hanteren van de in lid 2 genoemde criteria kan in sommige
                    gevallen onredelijk zijn. In uitzonderlijke gevallen kan het college afwijken
                    van deze ontslagvolgorde. Dit is het geval als een bepaalde ambtenaar beschikt
                    over zodanige kennis of bekwaamheden, dat zijn ontslag voor het functioneren van
                    de instelling bezwaarlijk is. Zo kan het college bijvoorbeeld beslissen dat een
                    pianoleraar die als tweede bevoegdheid harp heeft, niet ontslagen wordt ook al
                    komt hij voor ontslag in aanmerking bij toepassing van het
                    afspiegelingsbeginsel. De kwalificatie van deze docent, dat hij ook harplessen
                    kan geven, maakt hem uniek voor de instelling. </al><tussenkop>Artikel 19b:18 Reorganisatieontslag voor minder dan 5 uur of, bij een
                    formele arbeidsduur van minder dan 10 uur, voor minder dan de helft van de
                    formele arbeidsduur (T)</tussenkop><al/><al>Dit artikel regelt de afwijkingen en de rechten voor onderwijzend personeel in
                    de kunstzinnige vorming in geval van reorganisatieontslag voor minder dan 5 uur
                    of, bij een formele arbeidsduur van minder dan 10 uur, voor minder dan de helft
                    van zijn formele arbeidsduur. De reden van de afwijking is dat LOGA-partijen
                    vinden dat de langdurige verplichtingen voor zowel werkgever als medewerker van
                    hoofdstuk 10d niet in verhouding staan tot het geringe verlies van arbeidsuren
                    voor de medewerker. Daarom hebben LOGA-partijen besloten dat hoofdstuk 10d in
                    zijn geheel niet van toepassing is.</al><al>Net als voor ambtenaren in de kunstzinnige vorming die voor 5 uur of meer of,
                    bij een formele arbeidsduur van minder dan 10 uur, voor de helft of meer van hun
                    oorspronkelijke arbeidsduur ontslagen worden, geldt voor deze medewerkers bij
                    ontslag op grond van artikel 8:3 de ontslagvolgorde uit het vooraf vastgesteld
                    plan. Zolang dat plan nog niet is opgesteld, geldt ook voor hen de
                    ontslagvolgorde die als vangnetbepaling in artikel 19b:17 is opgenomen. </al><al>Los van wat individueel wordt afgesproken, geldt voor deze ambtenaren een
                    opzegtermijn van 3 maanden, waarbinnen zorgvuldig onderzoek plaatsvindt om te
                    beoordelen of de ambtenaar binnen de openbare dienst van de gemeente andere mede
                    in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden voor hem passende
                    werkzaamheden op te dragen zijn. Ontslag kan ook plaatsvinden als de ambtenaar
                    deze werkzaamheden weigert te aanvaarden. </al><al>Overigens kunnen ambtenaren met klein reorganisatieontslag als bedoeld in dit
                    artikel in plaats van de bovenwettelijke uitkeringen uit hoofdstuk 10d recht
                    hebben op de garantie-uitkering KV van artikel 19b:19.</al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De ontslagvolgorde uit het vooraf vastgesteld plan, of als dat nog niet bestaat,
                    de ontslagvolgorde uit artikel 19b:17 is van toepassing op de ambtenaar. Al het
                    andere uit het vooraf vastgesteld plan geldt voor deze ambtenaren niet, tenzij
                    voor deze ambtenaren op individueel niveau nadere afspraken worden gemaakt.</al><tussenkop>Artikel 19b:19 Garantie-uitkering KV (T)</tussenkop><al><vet>Lid 9</vet></al><al>Onderdeel a</al><al>Dit onderdeel heeft onder meer betrekking op het recht op een
                    werkloosheidsuitkering dat kan ontstaan indien de ambtenaar</al><lijst><li nr="-"><al>minder dan 5 uren of, bij een formele arbeidsduur van minder dan 10 uur,
                            minder dan de helft van zijn formele arbeidsduur verliest en</al></li><li nr="-"><al>binnen 12 maanden wederom minder dan 5 uren of, bij een formele
                            arbeidsduur van minder dan 10 uur, minder dan de helft van zijn formele
                            arbeidsduur verliest</al></li></lijst><al>waardoor in die 12 maanden sprake is van een totaal verlies van minimaal 5 uren
                    of, bij een formele arbeidsduur van minder dan 10 uur, minimaal de helft van die
                    oorspronkelijke arbeidsduur. De ambtenaar moet wel zelf om de samentelling van
                    de uren verzoeken om een WW-uitkering te ontvangen. Dit is in aanvulling op de
                    Werkloosheidswet geregeld in het Besluit nadere regeling verlies van
                    arbeidsuren. In deze situatie ontstaat het recht op WW dus niet automatisch.
                    Indien het recht op een werkloosheidsuitkering kan ontstaan, dus als de
                    ambtenaar een verzoek om samentelling van zijn arbeidsurenverlies kan doen,
                    eindigt de garantie-uitkering. Dit betekent dat als de ambtenaar geen verzoek
                    indient voor een WW-uitkering, maar hij er wel recht op heeft, de
                    garantie-uitkering KV ook stopt.</al><tussenkop>Hoofdstuk 20 Geen Toelichting (T)</tussenkop><al>Dit hoofdstuk heeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 21:1:1 Begripsomschrijving (T)</tussenkop><al>Dit hoofdstuk regelt de rechtspositionele gevolgen van de gelijkstelling van
                    levenspartners aan echtgenoten van gehuwde ambtenaren. Artikel 21:1:1 bepaalt
                    onder welke voorwaarden een levenspartner van een ambtenaar gelijk wordt gesteld
                    aan een echtgeno(o)t(e). </al><al>Het gaat daarbij om:</al><lijst><li nr="-"><al>de ter uitvoering van de CAR en deze regeling vastgestelde regelingen
                            met betrekking tot</al><lijst><li nr="a"><al>aanspraken op bezoldiging tijdens militaire dienst;</al></li><li nr="b"><al>het verlof met behoud van bezoldiging wegens persoonlijke of
                                    familieomstandigheden;</al></li><li nr="c"><al>de uitkering bij overlijden van de ambtenaar, waarbij voor de
                                    toepassing van artikel 8:16:3 de levenspartner als gezinslid
                                    wordt aangemerkt;</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>de bepalingen van hoofdstuk 10 met betrekking tot de uitkering bij
                            overlijden van de wachtgelder;</al></li><li nr="-"><al>de bepalingen van hoofdstuk 11 met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a"><al>het recht op een uitkering;</al></li><li nr="b"><al>de uitkering bij overlijden van betrokkene;</al></li></lijst></li><li nr="-"><al>de bepalingen van hoofdstuk 18 met betrekking tot de verhuiskosten-, de
                            reiskosten- en de pensionkostenvergoeding;</al></li><li nr="-"><al>de bepalingen van hoofdstuk 9 met betrekking tot de uitkering bij
                            overlijden van de gewezen ambtenaar.</al></li></lijst><al>Omdat er niet wordt verwezen naar de bepaling die het buitengewoon verlof regelt
                    bij een huwelijk, kan er geen sprake zijn van het verlenen van buitengewoon
                    verlof bij het ondertekenen van een samenlevingscontract.</al><tussenkop>Hoofdstuk 22 Geen Toelichting (T)</tussenkop><al>Dit hoofdstuk heeft geen toelichting.</al></nota-toelichting><bijlage><kop><titel>Bijlagen</titel></kop><artikel><kop><titel>Bijlage I Salarisverhoging</titel></kop><al>In de bijlage van de in artikel 3:1, eerste lid, bedoelde
                        bezoldigingsregeling worden met ingang van 1 april 1993 de daarin opgenomen
                        schaalbedragen verhoogd met 2%.</al><al>Met ingang van 1 januari 1995 worden de schaalbedragen verhoogd met
                        0,5%.</al><al>Met ingang van 1 augustus 1995 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,25%,
                        behoudens de schaalbedragen van personeel werkzaam bij gemeentelijke
                        zorginstellingen. Ten aanzien van personeel dat op of na 1 augustus 1995
                        werkzaam is bij gemeentelijke ziekenhuizen, gemeentelijke verpleegtehuizen
                        of gemeentelijke psychiatrische ziekenhuizen, geldt dat zij in januari 1996
                        een eenmalige uitkering ontvangen ter grootte van 1,25% van de grondslag. De
                        grondslag bestaat uit de over de maanden augustus tot en met december 1995
                        genoten bezoldiging, vermeerderd met 8% vakantietoeslag. Deze uitkering
                        wordt niet verstrekt aan personeel dat voor 1 januari 1996 uit dienst is
                        getreden en in de periode van 1 augustus tot en met 31 december 1995 minder
                        dan 100 uur bij één instelling heeft gewerkt.</al><al>Met ingang van 1 januari 1996 is de gemeentelijke salarismutatie ook op
                        personeel van zorginstellingen van toepassing. </al><al>Met ingang van 1 augustus 1996 worden de schaalbedragen verhoogd met
                        1,25%.</al><al>Vanaf 1997 wordt een structurele eindejaarsuitkering uitgekeerd van 0,3% van
                        het jaarsalaris.</al><al>Per 1 juni 1997 worden de schaalbedragen met 3,0% verhoogd.</al><al>Met ingang van 1 april 1998 worden de schaalbedragen verhoogd met
                        2,25%.</al><al>Met ingang van 1 april 1999 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,0%.</al><al>Met ingang van 1 oktober 1999 worden de schaalbedragen verhoogd met
                        1,0%.</al><al>Degenen die op 1 december 1999 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die
                        maand een eenmalige uitkering van ƒ 350,– bruto bij een volledige
                        betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato
                        vastgesteld. De uitkering werkt door naar de postactieven.</al><al>Degenen die op 1 april 2000 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die
                        maand een eenmalige uitkering van ƒ 350,– bruto bij een volledige
                        betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato
                        vastgesteld. De uitkering werkt door naar de postactieven.</al><al>Met ingang van 1 augustus 2000 worden de schaalbedragen verhoogd met
                        1,5%.</al><al>Met ingang van 1 oktober 2000 worden de schaalbedragen verhoogd met
                        1,5%.</al><al>In 2000 wordt de structurele eindejaarsuitkering van 0,8% eenmalig verhoogd
                        met 0,5% onder een gelijktijdige verhoging van het minimale bedrag met ƒ
                        250,-. Dit resulteert voor 2000 in een eindejaarsuitkering van 1,3% met een
                        minimaal bedrag van ƒ 650,-.</al><al>Met ingang van 1 januari 2001 worden de schaal;bedragen gebruteerd met 1,9%
                        met een maximum van ƒ 1.745,-.</al><al>Met ingang van 1 mei 2001 worden de schaalbedragen verhoogd met 3,3%.</al><al>Vanaf 2001 wordt de eindejaarsuitkering met 0,95% structureel verhoogd naar
                        1,75%. Tevens wordt vanaf 2001 het minimale bedrag verhoogd van ƒ 400,- naar
                        ƒ 1.125,- bruto. In 2001 wordt deze minimale uitkering eenmalig opgehoogd
                        met ƒ 50,- naar ƒ 1.175,-</al><al>Vanaf 2002 bedraagt de eindejaarsuitkering 1,75% met een minimaal bedrag van
                        € 511,-.</al><al>Met ingang van 1 februari 2002 worden de schaalbedragen verhoogd met 3
                        %.</al><al>Met ingang van 1 oktober 2002 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,5
                        %.</al><al>Vanaf 2002 wordt de eindejaarsuitkering structureel met 1 procentpunt
                        verhoogd naar 2,75 %. Tevens wordt vanaf 2002 het minimale bedrag verhoogd
                        van € 511,- naar € 611,- bruto. Vanaf 2002 is de grondslag van de
                        eindejaarsuitkering het jaarsalaris.</al><al>Met ingang van 1 april 2003 worden de schaalbedragen verhoogd met 2 %.</al><al>Vanaf 2003 wordt de eindejaarsuitkering structureel met 0,25 procentpunt
                        verhoogd naar 3 %. Tevens wordt vanaf 2003 het minimale bedrag verhoogd van
                        € 611,- naar € 836,- bruto. </al><al>Degenen die op 1 oktober 2003 in dienst zijn van de gemeente krijgen in die
                        maand een eenmalige uitkering van € 200,- bruto bij een volledige
                        betrekking. Bij een deeltijdbetrekking wordt dit bedrag naar rato
                        vastgesteld. De uitkering werkt niet door naar de pensioenen en de
                        uitkeringen in verband met ontslag en werkloosheid, zowel wat betreft opbouw
                        als indexatie. </al><al>Met ingang van 1 juni 2005 worden de schaalbedragen verhoogd met 1 %.</al><al>Met ingang van 1 februari 2006 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,6
                        %.</al><al>Met ingang van 1 februari 2007 worden de schaalbedragen verhoogd met
                        0,8%.</al><al>Met ingang van 1 juni 2007 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,2%. In
                        2007 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 0,5 procentpunt.
                        Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 3,5%. De bodem van de
                        eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 836,-.</al><al>Met ingang van 1 juni 2008 worden de schaalbedragen verhoogd met 2,2%. In
                        2008 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 1,5 procentpunt.
                        Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 5%. De bodem van de
                        eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 836,-.</al><al>In 2010 wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 0,5
                        procentpunt. Dit resulteert in een eindejaarsuitkering van 5,5%. De bodem in
                        de eindejaarsuitkering wordt verhoogd van € 836, - naar € 1.750, -. Degenen
                        die (een deel van) de maand april 2010 in dienst zijn van de gemeente
                        ontvangen een eenmalige uitkering van 1% en een eenmalige uitkering van
                        0,5%. Beide eenmalige uitkeringen worden berekend over het salaris dat de
                        medewerker ontvangen heeft in de maand april 2010 vermenigvuldigd met de
                        factor 12. Voor medewerkers met een deeltijdbetrekking worden de twee
                        eenmalige uitkeringen vastgesteld naar rato van de betrekkingsomvang. De
                        eenmalige uitkeringen zijn pensioengevend en hebben geen invloed op de
                        hoogte van bovenwettelijke uitkeringen in verband met ontslag en
                        werkloosheid (uitkeringen op grond van hoofdstuk 9, 9a, 9b, 9c, 10, 10a,
                        10d, 11 en 11a van de CAR). </al><al>Met ingang van 1 januari 2011 worden de schaalbedragen verhoogd met 0,5% en
                        wordt de eindejaarsuitkering structureel verhoogd met 0,5 procentpunt. Dit
                        resulteert in een eindejaarsuitkering van 6,0%. De bodem van de
                        eindejaarsuitkering wordt niet verhoogd en blijft € 1.750, -.</al><al>Met ingang van 1 januari 2012 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,0%. </al><al>Met ingang van 1 april 2012 worden de schaalbedragen verhoogd met 1,0%.
                    </al></artikel><artikel><kop><titel>Bijlage II Schaalindeling</titel></kop><al><vet>Salaristabellen</vet></al><al>Deze bijlage bevat de schaalindeling, als onderdeel van de
                        bezoldigingsregeling, bedoeld in artikel 3:1, eerste lid.</al><al>Salaristabel gemeente ambtenaren per 1 april 2012, oude structuur (bijlage
                        II)</al><al>Salaristabel gemeente ambtenaren per 1 april 2012, nieuwe structuur (bijlage
                        IIa)</al><table><tgroup cols="11"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth=""/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth=""/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth=""/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth=""/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth=""/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth=""/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth=""/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>periodiek</al></entry><entry colname="col2" nameend="col12" namest="col2"><al>Schaal </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>5</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>6</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>7</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>8</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>9</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>10</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>0</al></entry><entry colname="col2"><al>1385</al></entry><entry colname="col3"><al>1418</al></entry><entry colname="col4"><al>1455</al></entry><entry colname="col5"><al>1498</al></entry><entry colname="col6"><al>1543</al></entry><entry colname="col7"><al>1648</al></entry><entry colname="col8"><al>1856</al></entry><entry colname="col9"><al>2131</al></entry><entry colname="col10"><al>2370</al></entry><entry colname="col11"><al>2560</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>1418</al></entry><entry colname="col3"><al>1467</al></entry><entry colname="col4"><al>1517</al></entry><entry colname="col5"><al>1567</al></entry><entry colname="col6"><al>1619</al></entry><entry colname="col7"><al>1726</al></entry><entry colname="col8"><al>1936</al></entry><entry colname="col9"><al>2219</al></entry><entry colname="col10"><al>2473</al></entry><entry colname="col11"><al>2682</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>1454</al></entry><entry colname="col3"><al>1516</al></entry><entry colname="col4"><al>1579</al></entry><entry colname="col5"><al>1636</al></entry><entry colname="col6"><al>1694</al></entry><entry colname="col7"><al>1803</al></entry><entry colname="col8"><al>2016</al></entry><entry colname="col9"><al>2308</al></entry><entry colname="col10"><al>2576</al></entry><entry colname="col11"><al>2803</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1490</al></entry><entry colname="col3"><al>1566</al></entry><entry colname="col4"><al>1641</al></entry><entry colname="col5"><al>1705</al></entry><entry colname="col6"><al>1771</al></entry><entry colname="col7"><al>1881</al></entry><entry colname="col8"><al>2096</al></entry><entry colname="col9"><al>2396</al></entry><entry colname="col10"><al>2679</al></entry><entry colname="col11"><al>2925</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>1525</al></entry><entry colname="col3"><al>1615</al></entry><entry colname="col4"><al>1703</al></entry><entry colname="col5"><al>1774</al></entry><entry colname="col6"><al>1847</al></entry><entry colname="col7"><al>1958</al></entry><entry colname="col8"><al>2177</al></entry><entry colname="col9"><al>2484</al></entry><entry colname="col10"><al>2783</al></entry><entry colname="col11"><al>3046</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>1561</al></entry><entry colname="col3"><al>1664</al></entry><entry colname="col4"><al>1765</al></entry><entry colname="col5"><al>1843</al></entry><entry colname="col6"><al>1922</al></entry><entry colname="col7"><al>2036</al></entry><entry colname="col8"><al>2257</al></entry><entry colname="col9"><al>2573</al></entry><entry colname="col10"><al>2886</al></entry><entry colname="col11"><al>3168</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>1597</al></entry><entry colname="col3"><al>1713</al></entry><entry colname="col4"><al>1828</al></entry><entry colname="col5"><al>1912</al></entry><entry colname="col6"><al>1998</al></entry><entry colname="col7"><al>2112</al></entry><entry colname="col8"><al>2338</al></entry><entry colname="col9"><al>2662</al></entry><entry colname="col10"><al>2989</al></entry><entry colname="col11"><al>3289</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>1633</al></entry><entry colname="col3"><al>1762</al></entry><entry colname="col4"><al>1890</al></entry><entry colname="col5"><al>1981</al></entry><entry colname="col6"><al>2074</al></entry><entry colname="col7"><al>2190</al></entry><entry colname="col8"><al>2418</al></entry><entry colname="col9"><al>2750</al></entry><entry colname="col10"><al>3092</al></entry><entry colname="col11"><al>3411</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>1669</al></entry><entry colname="col3"><al>1812</al></entry><entry colname="col4"><al>1952</al></entry><entry colname="col5"><al>2050</al></entry><entry colname="col6"><al>2150</al></entry><entry colname="col7"><al>2267</al></entry><entry colname="col8"><al>2498</al></entry><entry colname="col9"><al>2838</al></entry><entry colname="col10"><al>3195</al></entry><entry colname="col11"><al>3532</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>1705</al></entry><entry colname="col3"><al>1861</al></entry><entry colname="col4"><al>2014</al></entry><entry colname="col5"><al>2119</al></entry><entry colname="col6"><al>2226</al></entry><entry colname="col7"><al>2345</al></entry><entry colname="col8"><al>2578</al></entry><entry colname="col9"><al>2927</al></entry><entry colname="col10"><al>3298</al></entry><entry colname="col11"><al>3654</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>1740</al></entry><entry colname="col3"><al>1910</al></entry><entry colname="col4"><al>2076</al></entry><entry colname="col5"><al>2188</al></entry><entry colname="col6"><al>2302</al></entry><entry colname="col7"><al>2422</al></entry><entry colname="col8"><al>2659</al></entry><entry colname="col9"><al>3015</al></entry><entry colname="col10"><al>3402</al></entry><entry colname="col11"><al>3775</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>1776</al></entry><entry colname="col3"><al>1959</al></entry><entry colname="col4"><al>2138</al></entry><entry colname="col5"><al>2257</al></entry><entry colname="col6"><al>2378</al></entry><entry colname="col7"><al>2500</al></entry><entry colname="col8"><al>2739</al></entry><entry colname="col9"><al>3103</al></entry><entry colname="col10"><al>3505</al></entry><entry colname="col11"><al>3896</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="11"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth=""/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth=""/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth=""/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth=""/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth=""/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth=""/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth=""/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>periodiek</al></entry><entry colname="col2" nameend="col12" namest="col2"><al>Schaal </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al><vet>10A</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>11</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>11A</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>12</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>13</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>14</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>15</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>16</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>17</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>18</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>0</al></entry><entry colname="col2"><al>2827</al></entry><entry colname="col3"><al>3077</al></entry><entry colname="col4"><al>3392</al></entry><entry colname="col5"><al>3707</al></entry><entry colname="col6"><al>4144</al></entry><entry colname="col7"><al>4406</al></entry><entry colname="col8"><al>4741</al></entry><entry colname="col9"><al>5080</al></entry><entry colname="col10"><al>5627</al></entry><entry colname="col11"><al>6242</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>2952</al></entry><entry colname="col3"><al>3206</al></entry><entry colname="col4"><al>3521</al></entry><entry colname="col5"><al>3836</al></entry><entry colname="col6"><al>4271</al></entry><entry colname="col7"><al>4559</al></entry><entry colname="col8"><al>4918</al></entry><entry colname="col9"><al>5286</al></entry><entry colname="col10"><al>5849</al></entry><entry colname="col11"><al>6482</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>3076</al></entry><entry colname="col3"><al>3336</al></entry><entry colname="col4"><al>3651</al></entry><entry colname="col5"><al>3964</al></entry><entry colname="col6"><al>4398</al></entry><entry colname="col7"><al>4712</al></entry><entry colname="col8"><al>5095</al></entry><entry colname="col9"><al>5492</al></entry><entry colname="col10"><al>6072</al></entry><entry colname="col11"><al>6721</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>3201</al></entry><entry colname="col3"><al>3465</al></entry><entry colname="col4"><al>3779</al></entry><entry colname="col5"><al>4091</al></entry><entry colname="col6"><al>4524</al></entry><entry colname="col7"><al>4865</al></entry><entry colname="col8"><al>5272</al></entry><entry colname="col9"><al>5699</al></entry><entry colname="col10"><al>6294</al></entry><entry colname="col11"><al>6960</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>3325</al></entry><entry colname="col3"><al>3594</al></entry><entry colname="col4"><al>3908</al></entry><entry colname="col5"><al>4218</al></entry><entry colname="col6"><al>4651</al></entry><entry colname="col7"><al>5018</al></entry><entry colname="col8"><al>5449</al></entry><entry colname="col9"><al>5905</al></entry><entry colname="col10"><al>6516</al></entry><entry colname="col11"><al>7199</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>3450</al></entry><entry colname="col3"><al>3724</al></entry><entry colname="col4"><al>4035</al></entry><entry colname="col5"><al>4345</al></entry><entry colname="col6"><al>4778</al></entry><entry colname="col7"><al>5171</al></entry><entry colname="col8"><al>5626</al></entry><entry colname="col9"><al>6111</al></entry><entry colname="col10"><al>6739</al></entry><entry colname="col11"><al>7438</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>3574</al></entry><entry colname="col3"><al>3853</al></entry><entry colname="col4"><al>4162</al></entry><entry colname="col5"><al>4471</al></entry><entry colname="col6"><al>4905</al></entry><entry colname="col7"><al>5325</al></entry><entry colname="col8"><al>5803</al></entry><entry colname="col9"><al>6317</al></entry><entry colname="col10"><al>6961</al></entry><entry colname="col11"><al>7677</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>3699</al></entry><entry colname="col3"><al>3981</al></entry><entry colname="col4"><al>4289</al></entry><entry colname="col5"><al>4598</al></entry><entry colname="col6"><al>5032</al></entry><entry colname="col7"><al>5478</al></entry><entry colname="col8"><al>5981</al></entry><entry colname="col9"><al>6523</al></entry><entry colname="col10"><al>7183</al></entry><entry colname="col11"><al>7916</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>3823</al></entry><entry colname="col3"><al>4108</al></entry><entry colname="col4"><al>4416</al></entry><entry colname="col5"><al>4725</al></entry><entry colname="col6"><al>5159</al></entry><entry colname="col7"><al>5631</al></entry><entry colname="col8"><al>6158</al></entry><entry colname="col9"><al>6729</al></entry><entry colname="col10"><al>7406</al></entry><entry colname="col11"><al>8155</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>3947</al></entry><entry colname="col3"><al>4235</al></entry><entry colname="col4"><al>4542</al></entry><entry colname="col5"><al>4852</al></entry><entry colname="col6"><al>5285</al></entry><entry colname="col7"><al>5784</al></entry><entry colname="col8"><al>6334</al></entry><entry colname="col9"><al>6936</al></entry><entry colname="col10"><al>7628</al></entry><entry colname="col11"><al>8394</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>4069</al></entry><entry colname="col3"><al>4362</al></entry><entry colname="col4"><al>4669</al></entry><entry colname="col5"><al>4979</al></entry><entry colname="col6"><al>5412</al></entry><entry colname="col7"><al>5937</al></entry><entry colname="col8"><al>6511</al></entry><entry colname="col9"><al>7142</al></entry><entry colname="col10"><al>7851</al></entry><entry colname="col11"><al>8633</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>4191</al></entry><entry colname="col3"><al>4489</al></entry><entry colname="col4"><al>4796</al></entry><entry colname="col5"><al>5105</al></entry><entry colname="col6"><al>5539</al></entry><entry colname="col7"><al>6090</al></entry><entry colname="col8"><al>6688</al></entry><entry colname="col9"><al>7348</al></entry><entry colname="col10"><al>8073</al></entry><entry colname="col11"><al>8872</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="22"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth=""/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth=""/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth=""/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth=""/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth=""/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth=""/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth=""/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth=""/><colspec colname="col12" colnum="12" colwidth=""/><colspec colname="col13" colnum="13" colwidth=""/><colspec colname="col14" colnum="14" colwidth=""/><colspec colname="col15" colnum="15" colwidth=""/><colspec colname="col16" colnum="16" colwidth=""/><colspec colname="col17" colnum="17" colwidth=""/><colspec colname="col18" colnum="18" colwidth=""/><colspec colname="col19" colnum="19" colwidth=""/><colspec colname="col20" colnum="20" colwidth=""/><colspec colname="col21" colnum="21" colwidth=""/><colspec colname="col22" colnum="22" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Salaris</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Salaris</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Schaal</vet></al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>1-1-2012</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>1-4-2012</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>A</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>5</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>6</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>7</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>8</vet></al></entry><entry colname="col13"><al><vet>9</vet></al></entry><entry colname="col14"><al><vet>10</vet></al></entry><entry colname="col15"><al><vet>11</vet></al></entry><entry colname="col16"><al><vet>12</vet></al></entry><entry colname="col17"><al><vet>13</vet></al></entry><entry colname="col18"><al><vet>14</vet></al></entry><entry colname="col19"><al><vet>15</vet></al></entry><entry colname="col20"><al><vet>16</vet></al></entry><entry colname="col21"><al><vet>17</vet></al></entry><entry colname="col22"><al><vet>18</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>A1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1371</al></entry><entry colname="col3"><al>1385</al></entry><entry colname="col4"><al>0</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>A2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1421</al></entry><entry colname="col3"><al>1435</al></entry><entry colname="col4"><al>1</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1473</al></entry><entry colname="col3"><al>1487</al></entry><entry colname="col4"><al>2</al></entry><entry colname="col5"><al>0</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1505</al></entry><entry colname="col3"><al>1520</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>0</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1538</al></entry><entry colname="col3"><al>1553</al></entry><entry colname="col4"><al>3</al></entry><entry colname="col5"><al>1</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1572</al></entry><entry colname="col3"><al>1587</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>1</al></entry><entry colname="col7"><al>1</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1603</al></entry><entry colname="col3"><al>1619</al></entry><entry colname="col4"><al>4</al></entry><entry colname="col5"><al>2</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>1</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>6</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1633</al></entry><entry colname="col3"><al>1649</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>2</al></entry><entry colname="col7"><al>2</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>0</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>6a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1645</al></entry><entry colname="col3"><al>1662</al></entry><entry colname="col4"><al>5</al></entry><entry colname="col5"><al>3</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>7</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1668</al></entry><entry colname="col3"><al>1684</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>6</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>2</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>8</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1704</al></entry><entry colname="col3"><al>1721</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>8</al></entry><entry colname="col6"><al>3</al></entry><entry colname="col7"><al>3</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>9</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1750</al></entry><entry colname="col3"><al>1768</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>4</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>3</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>0</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>9a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1759</al></entry><entry colname="col3"><al>1776</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>10</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>10</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1804</al></entry><entry colname="col3"><al>1822</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>7</al></entry><entry colname="col7"><al>4</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>1</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>11</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1867</al></entry><entry colname="col3"><al>1886</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>9</al></entry><entry colname="col7"><al>5</al></entry><entry colname="col8"><al>4</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>12</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1930</al></entry><entry colname="col3"><al>1949</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>6</al></entry><entry colname="col8"><al>5</al></entry><entry colname="col9"><al>3</al></entry><entry colname="col10"><al>2</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>12a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1940</al></entry><entry colname="col3"><al>1959</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>11</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>13</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1990</al></entry><entry colname="col3"><al>2009</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>9</al></entry><entry colname="col8"><al>6</al></entry><entry colname="col9"><al>4</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>0</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>14</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2049</al></entry><entry colname="col3"><al>2070</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>11</al></entry><entry colname="col8"><al>7</al></entry><entry colname="col9"><al>5</al></entry><entry colname="col10"><al>3</al></entry><entry colname="col11"><al>1</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>15</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2106</al></entry><entry colname="col3"><al>2127</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>10</al></entry><entry colname="col9"><al>6</al></entry><entry colname="col10"><al>4</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>15a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2117</al></entry><entry colname="col3"><al>2138</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>13</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>16</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2164</al></entry><entry colname="col3"><al>2186</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>12</al></entry><entry colname="col9"><al>7</al></entry><entry colname="col10"><al>5</al></entry><entry colname="col11"><al>2</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>17</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2220</al></entry><entry colname="col3"><al>2243</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>8</al></entry><entry colname="col10"><al>6</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>17a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2235</al></entry><entry colname="col3"><al>2257</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>14</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>18</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2276</al></entry><entry colname="col3"><al>2299</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>11</al></entry><entry colname="col10"><al>7</al></entry><entry colname="col11"><al>3</al></entry><entry colname="col12"><al>0</al></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>19</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2335</al></entry><entry colname="col3"><al>2358</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>8</al></entry><entry colname="col11"><al>4</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>19a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2354</al></entry><entry colname="col3"><al>2378</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>13</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>20</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2392</al></entry><entry colname="col3"><al>2415</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>9</al></entry><entry colname="col11"><al>5</al></entry><entry colname="col12"><al>1</al></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al>0</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>21</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2446</al></entry><entry colname="col3"><al>2471</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>6</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>21a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2475</al></entry><entry colname="col3"><al>2500</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>10</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>22</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2505</al></entry><entry colname="col3"><al>2530</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>7</al></entry><entry colname="col12"><al>2</al></entry><entry colname="col13"><al>0</al></entry><entry colname="col14"><al>1</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>23</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2565</al></entry><entry colname="col3"><al>2591</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>8</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>24</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2627</al></entry><entry colname="col3"><al>2654</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>9</al></entry><entry colname="col12"><al>3</al></entry><entry colname="col13"><al>1</al></entry><entry colname="col14"><al>2</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>25</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2698</al></entry><entry colname="col3"><al>2725</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>4</al></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>25a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2712</al></entry><entry colname="col3"><al>2739</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>10</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>26</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2763</al></entry><entry colname="col3"><al>2791</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>5</al></entry><entry colname="col13"><al>2</al></entry><entry colname="col14"><al>3</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>27</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2819</al></entry><entry colname="col3"><al>2848</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>6</al></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>28</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2881</al></entry><entry colname="col3"><al>2909</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>7</al></entry><entry colname="col13"><al>3</al></entry><entry colname="col14"><al>4</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>29</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2943</al></entry><entry colname="col3"><al>2973</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>8</al></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>30</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3002</al></entry><entry colname="col3"><al>3032</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>9</al></entry><entry colname="col13"><al>4</al></entry><entry colname="col14"><al>5</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>31</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3056</al></entry><entry colname="col3"><al>3087</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>31a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3073</al></entry><entry colname="col3"><al>3103</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>10</al></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>32</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3110</al></entry><entry colname="col3"><al>3142</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al>5</al></entry><entry colname="col14"><al>6</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>34</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3221</al></entry><entry colname="col3"><al>3253</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al>6</al></entry><entry colname="col14"><al>7</al></entry><entry colname="col15"><al>0</al></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>36</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3343</al></entry><entry colname="col3"><al>3377</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al>7</al></entry><entry colname="col14"><al>8</al></entry><entry colname="col15"><al>1</al></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>38</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3452</al></entry><entry colname="col3"><al>3486</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al>9</al></entry><entry colname="col15"><al>2</al></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>38a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3470</al></entry><entry colname="col3"><al>3505</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al>8</al></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>40</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3561</al></entry><entry colname="col3"><al>3597</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al>10</al></entry><entry colname="col15"><al>3</al></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>42</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3670</al></entry><entry colname="col3"><al>3706</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al>11</al></entry><entry colname="col15"><al>4</al></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>44</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3792</al></entry><entry colname="col3"><al>3830</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al>5</al></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>44a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3858</al></entry><entry colname="col3"><al>3896</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al>12</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>46</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3912</al></entry><entry colname="col3"><al>3951</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al>6</al></entry><entry colname="col16"><al>0</al></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>48</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4026</al></entry><entry colname="col3"><al>4066</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al>7</al></entry><entry colname="col16"><al>1</al></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>50</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4140</al></entry><entry colname="col3"><al>4181</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al>8</al></entry><entry colname="col16"><al>2</al></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>52</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4254</al></entry><entry colname="col3"><al>4296</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al>9</al></entry><entry colname="col16"><al>3</al></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>54</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4363</al></entry><entry colname="col3"><al>4407</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al>10</al></entry><entry colname="col16"><al>4</al></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>55</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4422</al></entry><entry colname="col3"><al>4467</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>55a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4444</al></entry><entry colname="col3"><al>4489</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al>11</al></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>56</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4479</al></entry><entry colname="col3"><al>4524</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al>5</al></entry><entry colname="col17"><al>0</al></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>58</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4594</al></entry><entry colname="col3"><al>4639</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al>6</al></entry><entry colname="col17"><al>1</al></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>60</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4703</al></entry><entry colname="col3"><al>4750</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al>7</al></entry><entry colname="col17"><al>2</al></entry><entry colname="col18"><al>0</al></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>62</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4817</al></entry><entry colname="col3"><al>4866</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al>8</al></entry><entry colname="col17"><al>3</al></entry><entry colname="col18"><al>1</al></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>64</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4960</al></entry><entry colname="col3"><al>5010</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al>9</al></entry><entry colname="col17"><al>4</al></entry><entry colname="col18"><al>2</al></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>65</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5030</al></entry><entry colname="col3"><al>5080</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>65a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5055</al></entry><entry colname="col3"><al>5105</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al>10</al></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>66</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5102</al></entry><entry colname="col3"><al>5153</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al>5</al></entry><entry colname="col18"><al>3</al></entry><entry colname="col19"><al>0</al></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>68</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5245</al></entry><entry colname="col3"><al>5297</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al>6</al></entry><entry colname="col18"><al>4</al></entry><entry colname="col19"><al>1</al></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>70</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5388</al></entry><entry colname="col3"><al>5442</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al>7</al></entry><entry colname="col18"><al>5</al></entry><entry colname="col19"><al>2</al></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>71</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5456</al></entry><entry colname="col3"><al>5511</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>71a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5484</al></entry><entry colname="col3"><al>5539</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al>8</al></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>72</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5530</al></entry><entry colname="col3"><al>5586</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al>6</al></entry><entry colname="col19"><al>3</al></entry><entry colname="col20"><al>0</al></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>74</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5681</al></entry><entry colname="col3"><al>5738</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al>7</al></entry><entry colname="col19"><al>4</al></entry><entry colname="col20"><al>1</al></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>76</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5836</al></entry><entry colname="col3"><al>5894</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al>8</al></entry><entry colname="col19"><al>5</al></entry><entry colname="col20"><al>2</al></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>78</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5995</al></entry><entry colname="col3"><al>6055</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al>6</al></entry><entry colname="col20"><al>3</al></entry><entry colname="col21"><al>0</al></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>78a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>6030</al></entry><entry colname="col3"><al>6090</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al>9</al></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>80</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>6186</al></entry><entry colname="col3"><al>6248</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al>7</al></entry><entry colname="col20"><al>4</al></entry><entry colname="col21"><al>1</al></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>82</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>6383</al></entry><entry colname="col3"><al>6447</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al>8</al></entry><entry colname="col20"><al>5</al></entry><entry colname="col21"><al>2</al></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>84</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>6587</al></entry><entry colname="col3"><al>6653</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al>6</al></entry><entry colname="col21"><al>3</al></entry><entry colname="col22"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>84a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>6622</al></entry><entry colname="col3"><al>6688</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al>9</al></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>86</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>6797</al></entry><entry colname="col3"><al>6865</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al>7</al></entry><entry colname="col21"><al>4</al></entry><entry colname="col22"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>88</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>7014</al></entry><entry colname="col3"><al>7084</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al>8</al></entry><entry colname="col21"><al>5</al></entry><entry colname="col22"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>90</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>7238</al></entry><entry colname="col3"><al>7310</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al>6</al></entry><entry colname="col22"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>90a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>7275</al></entry><entry colname="col3"><al>7348</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al>9</al></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>92</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>7469</al></entry><entry colname="col3"><al>7544</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al>7</al></entry><entry colname="col22"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>94</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>7708</al></entry><entry colname="col3"><al>7785</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al>8</al></entry><entry colname="col22"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>96 </vet></al></entry><entry colname="col2"><al>7954</al></entry><entry colname="col3"><al>8033</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>96a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>7993</al></entry><entry colname="col3"><al>8073</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al>9</al></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>98</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>8208</al></entry><entry colname="col3"><al>8290</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>100</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>8471</al></entry><entry colname="col3"><al>8555</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al>8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>102</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>8741</al></entry><entry colname="col3"><al>8829</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>102a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>8784</al></entry><entry colname="col3"><al>8872</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al>9</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><titel>Bijlage IIb en IIc Vergoedingentabel vrijwilligers bij de
                            gemeentelijke brandweer</titel></kop><al><vet>Vergoedingentabellen</vet></al><al>De actuele tabellen kunt u vinden in hoofdstuk 19 Rechtspositieregeling
                        vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer.</al><al>Vergoedingentabel vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer per 1 april
                        2012.</al><al>Gebruteerde vergoedingentabel vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer
                        per 1 april 2012.</al></artikel><artikel><kop><titel>Bijlage III Hoorbepaling</titel></kop><al>Deze tekst bevat een alternatieve tekst voor hoofdstuk 12, bestemd voor
                        gemeenten waar geen commissie voor georganiseerd overleg is ingesteld.</al><al>Met de organisaties waarbij de ambtenaren zijn aangesloten vindt overleg
                        plaats aangaande aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand
                        van de ambtenaren met inbegrip van de algemene regels volgens welke het
                        personeelsbeleid zal worden gevoerd, voor zover daarin niet wordt voorzien
                        door het LOGA-overleg tussen het College voor Arbeidszaken van de Vereniging
                        van Nederlandse Gemeenten en de centrales van overheidspersoneel.</al><al>Als organisaties bedoeld in het vorige lid worden aangemerkt de landelijke
                        verenigingen van overheidspersoneel aangesloten bij de centrales van
                        overheidspersoneel, toegelaten tot het overleg in het vorige lid
                        bedoeld.</al><al>Het overleg wordt gevoerd door aan een organisatie een ontwerp van het
                        voorgenomen besluit met toelichting toe te zenden, met het verzoek binnen
                        een daarbij te stellen termijn, welke niet korter dan veertien dagen zal
                        zijn, vermeldt het college schriftelijk haar gevoelen kenbaar te maken.
                        Indien de organisatie dit verlangt wordt zij tot mondelinge toelichting
                        toegelaten. </al><al>Aan de bepaling van het eerste lid wordt geacht te zijn voldaan, indien de
                        organisatie in gebreke is gebleven binnen de in het vorige lid bedoelde
                        termijn van haar gevoelen te doen blijken.</al><al>Behoort het nemen van het in het derde lid bedoelde besluit tot de
                        bevoegdheid van de raad, dan vermeldt het college bij het ontwerp van het
                        besluit tevens het gevoelen van de organisaties terzake. </al><al>Het college zendt een afschrift van zijn besluiten en een eventueel besluit
                        van de raad binnen veertien dagen nadat deze zijn genomen aan de
                        organisaties. </al></artikel><artikel><kop><titel>Bijlage IV Salarisschalen kunsteducatie per 1 april 2012</titel></kop><table><tgroup cols="7"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth=""/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth=""/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth=""/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry><entry colname="col3"><al>6</al></entry><entry colname="col4"><al>7</al></entry><entry colname="col5"><al>8</al></entry><entry colname="col6"><al>9</al></entry><entry colname="col7"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>aanloopbedrag 1</al></entry><entry colname="col2"><al>1674</al></entry><entry colname="col3"><al>1710</al></entry><entry colname="col4"><al>1747</al></entry><entry colname="col5"><al>1794</al></entry><entry colname="col6"><al>2040</al></entry><entry colname="col7"><al>2393</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>aanloopbedrag 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>1794</al></entry><entry colname="col4"><al>1849</al></entry><entry colname="col5"><al>1914</al></entry><entry colname="col6"><al>2159</al></entry><entry colname="col7"><al>2508</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>aanloopbedrag 3</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>2040</al></entry><entry colname="col6"><al>2276</al></entry><entry colname="col7"><al>2630</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>0</al></entry><entry colname="col2"><al>1747</al></entry><entry colname="col3"><al>1914</al></entry><entry colname="col4"><al>1978</al></entry><entry colname="col5"><al>2159</al></entry><entry colname="col6"><al>2393</al></entry><entry colname="col7"><al>2694</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>1794</al></entry><entry colname="col3"><al>1978</al></entry><entry colname="col4"><al>2040</al></entry><entry colname="col5"><al>2219</al></entry><entry colname="col6"><al>2452</al></entry><entry colname="col7"><al>2766</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>1849</al></entry><entry colname="col3"><al>2040</al></entry><entry colname="col4"><al>2101</al></entry><entry colname="col5"><al>2276</al></entry><entry colname="col6"><al>2508</al></entry><entry colname="col7"><al>2833</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>1914</al></entry><entry colname="col3"><al>2101</al></entry><entry colname="col4"><al>2159</al></entry><entry colname="col5"><al>2333</al></entry><entry colname="col6"><al>2568</al></entry><entry colname="col7"><al>2890</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>1978</al></entry><entry colname="col3"><al>2159</al></entry><entry colname="col4"><al>2219</al></entry><entry colname="col5"><al>2393</al></entry><entry colname="col6"><al>2630</al></entry><entry colname="col7"><al>2953</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>2040</al></entry><entry colname="col3"><al>2219</al></entry><entry colname="col4"><al>2276</al></entry><entry colname="col5"><al>2452</al></entry><entry colname="col6"><al>2694</al></entry><entry colname="col7"><al>3018</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>2101</al></entry><entry colname="col3"><al>2276</al></entry><entry colname="col4"><al>2333</al></entry><entry colname="col5"><al>2508</al></entry><entry colname="col6"><al>2766</al></entry><entry colname="col7"><al>3078</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>2159</al></entry><entry colname="col3"><al>2333</al></entry><entry colname="col4"><al>2393</al></entry><entry colname="col5"><al>2568</al></entry><entry colname="col6"><al>2833</al></entry><entry colname="col7"><al>3133</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>2219</al></entry><entry colname="col3"><al>2393</al></entry><entry colname="col4"><al>2452</al></entry><entry colname="col5"><al>2630</al></entry><entry colname="col6"><al>2890</al></entry><entry colname="col7"><al>3189</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>2276</al></entry><entry colname="col3"><al>2452</al></entry><entry colname="col4"><al>2508</al></entry><entry colname="col5"><al>2694</al></entry><entry colname="col6"><al>2953</al></entry><entry colname="col7"><al>3245</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>2333</al></entry><entry colname="col3"><al>2508</al></entry><entry colname="col4"><al>2568</al></entry><entry colname="col5"><al>2766</al></entry><entry colname="col6"><al>3018</al></entry><entry colname="col7"><al>3302</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>2568</al></entry><entry colname="col4"><al>2630</al></entry><entry colname="col5"><al>2833</al></entry><entry colname="col6"><al>3078</al></entry><entry colname="col7"><al>3365</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>2694</al></entry><entry colname="col5"><al>2890</al></entry><entry colname="col6"><al>3133</al></entry><entry colname="col7"><al>3427</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>2766</al></entry><entry colname="col5"><al>2953</al></entry><entry colname="col6"><al>3189</al></entry><entry colname="col7"><al>3484</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>14</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>2833</al></entry><entry colname="col5"><al>3018</al></entry><entry colname="col6"><al>3245</al></entry><entry colname="col7"><al>3539</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>2890</al></entry><entry colname="col5"><al>3078</al></entry><entry colname="col6"><al>3302</al></entry><entry colname="col7"><al>3592</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>uitloopbedrag 1</al></entry><entry colname="col2"><al>2452</al></entry><entry colname="col3"><al>2694</al></entry><entry colname="col4"><al>3018</al></entry><entry colname="col5"><al>3245</al></entry><entry colname="col6"><al>3427</al></entry><entry colname="col7"><al>3705</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>uitloopbedrag 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>2833</al></entry><entry colname="col4"><al>3133</al></entry><entry colname="col5"><al>3427</al></entry><entry colname="col6"><al>3539</al></entry><entry colname="col7"><al>3823</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>uitloopbedrag 3</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>3539</al></entry><entry colname="col6"><al>3651</al></entry><entry colname="col7"><al>3948</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><titel> Bijlage IVa Sjabloon voor de verdeling van werkzaamheden voor
                            onderwijzend personeel in de kunsteducatie</titel></kop><al><vet>Sjabloon voor de verdeling van werkzaamheden voor onderwijzend
                                    personeel in de kunsteducatie</vet>LOGA-partijen vinden dat bij
                                de verhouding lesgebonden versus niet-lesgebonden uren binnen de
                                aanstelling lokaal maatwerk gewenst is. Daarom is in artikel 19b:5
                                vastgelegd dat de werkgever, met toepassing van de Wet op de
                                ondernemingsraden (WOR), een lokale regeling vaststelt waarin per
                                discipline de verhouding wordt vastgesteld van de verschillende
                                soorten werkzaamheden binnen lesgebonden en niet-lesgebonden uren.
                                    <vet>Van een vaste verhouding naar een lokale regeling</vet>Tot
                                1 januari 2009 kende de aanvullende rechtspositieregeling voor
                                onderwijzend personeel een vaste maximale verhouding van 26
                                lesgebonden uren en 10 overige niet-lesgebonden uren. Per 1 januari
                                2009 wordt deze vaste maximale verhouding losgelaten. Reden daarvoor
                                is dat een centraal voorgeschreven verhouding geen recht kan doen
                                aan verschillen per discipline, per instelling of per onderwijzend
                                personeelslid. Met een lokale regeling kan wel ingespeeld worden op
                                deze specifieke kenmerken. <vet>Status sjabloon</vet>In dit sjabloon
                                worden mogelijke werkzaamheden binnen lesgebonden en
                                niet-lesgebonden uren opgesomd. Die opsomming is niet limitatief. In
                                een instelling kan worden vastgesteld dat bepaalde in het sjabloon
                                genoemde werkzaamheden niet binnen de instelling voorkomen en dus
                                niet in de lokale regeling worden opgenomen. Daarentegen kan ook
                                worden vastgesteld dat er instellingsspecifieke werkzaamheden zijn
                                die niet in het sjabloon voorkomen, maar die wel in de lokale
                                regeling moeten worden genoemd. Het sjabloon is dus een handvat voor
                                de lokale regeling waarin onder andere rekening wordt gehouden
                                met</al><al>de ervaring van de ambtenaar,</al><al>het cursustype dat de ambtenaar geeft en </al><al>de discipline van de ambtenaar.</al><al><vet>Opbouw Sjabloon</vet>Schematisch is de opbouw van het sjabloon
                                als volgt: <plaatje><illustratie id="i1d216403-d450-48e6-9c5f-c831bd933209" naam="i221664i1d216403-d450-48e6-9c5f-c831bd933209.jpg" type="foto" breedte="14.5cm" hoogte="7.05cm"/></plaatje><vet>Categorieën van werkzaamheden </vet>Dit sjabloon
                                onderscheidt als hoofdcategorieën:</al><al>lesgebonden uren en</al><al>niet-lesgebonden uren.</al><al> De categorie niet-lesgebonden uren kan vervolgens weer opgedeeld
                                worden in drie subcategorieën: </al><al><cursief><vet>2a. Voorbereiding en nazorg van de lesgebonden
                                                uren. </vet></cursief>Deze subcategorie
                                            <onderstreept>hangt direct samen met</onderstreept> de
                                        lesgebonden uren. </al><al><cursief><vet>2b. Algemene werkzaamheden</vet></cursief>Deze
                                        subcategorie staat los van het aantal lesgebonden uren.
                                    </al><al><vet><cursief>2c. Variabele
                                        werkzaamheden</cursief></vet>Deze subcategorie staat los van
                                        het aantal lesgebonden uren.</al><al> De (sub)categorieën zijn hierna verder uitgewerkt: </al><al><vet>Lesgebonden uren in uren per
                                            schooljaar/cursusjaar/seizoen </vet>Het gaat in deze
                                        categorie om het aantal te verzorgen lesgebonden uren op
                                        jaarbasis. Het betreft alle door een discipline uit te
                                        voeren les- of cursuswerkzaamheden, al of niet te
                                        onderscheiden naar bijvoorbeeld:</al><al>Type lessen/cursussen: individuele lessen,
                                                combinatielessen, groepslessen, klassikale
                                                lessen</al><al>Homogene ensembles</al><al>Heterogene ensembles</al><al>Koren</al><al>Orkesten</al><al>Regulier onderwijs</al><al>Speciaal onderwijs</al><al><vet>Niet-lesgebonden uren in uren per
                                            schooljaar/cursusjaar/seizoen </vet></al><al><cursief><vet>2a. Voorbereiding en nazorg van de
                                                  lesgebonden uren</vet></cursief>Het gaat in deze
                                                subcategorie om de werkzaamheden van elke discipline
                                                in een bepaalde verhouding tot het aantal
                                                lesgebonden uren. Dit is afhankelijk van het type
                                                instelling en het type lessen/werkzaamheden. Deze
                                                uren worden ook wel “aanstellingsafhankelijke of
                                                leerling- of cursistafhankelijke uren” genoemd. Het
                                                betreft bijvoorbeeld:</al><al>Roosterwerkzaamheden </al><al>Inhoudelijke voorbereiding en nazorg van de
                                                  lessen</al><al>Bijhouden van lesvorderingen en lesresultaten,
                                                  leerlingvolgsysteem en dergelijke</al><al>Administratieve afwikkeling van de
                                                  lessen/cursussen (bijvoorbeeld
                                                  presentielijsten)</al><al>Rapporten/studieverslagen voor van de
                                                  leerlingen/cursisten </al><al>(Voortgangs)gesprekken met
                                                  ouders/verzorgers/leerlingen</al><al>Bijhouden van de pedagogische, methodische en
                                                  didactische ontwikkelingen</al><al>Bijhouden van vakliteratuur<noot id="FN13554_1"><noot.al>Elke medewerker wordt geacht ook zelf te
                                                  investeren in het bijhouden van
                                                  pedagogisch-didactische ontwikkelingen, het lezen
                                                  van vakliteratuur en het onderhouden van de
                                                  artistieke vaardigheden. Niettemin zijn er
                                                  situaties voorstelbaar (bijvoorbeeld indien het
                                                  onderwijzend personeelslid een
                                                  onderwijsvernieuwende werkzaamheid heeft) waar
                                                  toedeling van tijd voor dergelijke werkzaamheden
                                                  geboden is.</noot.al></noot></al><al>Onderhouden van de direct aan de lespraktijk
                                                  verbonden artistieke vaardigheden</al><al>Examens/toetsen</al><al><vet><cursief>2b. Algemene
                                                  werkzaamheden</cursief></vet>Het gaat in deze
                                                subcategorie om werkzaamheden die losstaan van het
                                                aantal lesgebonden uren. Deze uren worden ook wel
                                                “organisatiegebonden uren” genoemd. Het betreft
                                                bijvoorbeeld:</al><al> Personeelsvergaderingen,
                                                  afdelingsvergaderingen, sector- en
                                                  sectievergaderingen</al><al>Collegiaal overleg (intern en extern)</al><al>Voorbereiding en deelname aan open dagen</al><al>Functioneringsgesprekken,
                                                  ontwikkelingsgesprekken, persoonlijk
                                                  ontwikkelingsplan</al><al>Overleg over het jaarlijkse
                                                  cursusboekje/studiegids </al><al>Zorg voor het instrumentarium van de
                                                  instelling en (indien gebruik door de werkgever
                                                  verplicht is gesteld) van het eigen
                                                  instrument/gereedschap</al><al><vet><cursief>2c. Variabele
                                                  werkzaamheden</cursief></vet>Het gaat in deze
                                                subcategorie om specifieke werkzaamheden die
                                                losstaan van het aantal lesgebonden uren. Deze uren
                                                worden ook wel “persoonsgebonden uren” genoemd. Het
                                                betreft bijvoorbeeld:</al><al> Werkzaamheden voor onderzoek en ontwikkeling
                                                  in relatie tot de lessen en lesmaterialen</al><al>Materiële voorbereiding en nazorg van de
                                                  lessen</al><al>Lidmaatschap van de ondernemingsraad of
                                                  personeelsvertegenwoordiging</al><al>Stagebegeleiding</al><al>Organisatie en voorbereiding van
                                                  leerlingenuitvoeringen/-concerten (intern en/of
                                                  extern)</al><al>Organisatie en voorbereiding van concerten
                                                  speciaal voor onderwijzend personeelsleden (intern
                                                  en/of extern)</al><al>Organisatie en voorbereiding van exposities
                                                  (intern en/of extern)</al><al>Organisatie en voorbereiding van
                                                  instellingspresentaties (intern en/of extern)
                                                  </al><al>Deelname aan activiteiten en evenementen voor
                                                  zover niet genoemd onder subcategorie 2b.</al><al>Organiseren van kunstuitingen van cursisten,
                                                  zoals voorspeelavonden en tentoonstellingen</al><al>Begeleiden van een collega bij een
                                                  voorspeelavond</al><al>Coördinatiewerkzaamheden</al><al>Algemene organisatiewerkzaamheden,
                                                  bijvoorbeeld voor nieuwsbrief/schoolkrant van de
                                                  instelling</al><al>Adviseren van leerlingen ten aanzien van
                                                  instrument- of materiaalkeuzes</al><al>Bijhouden van de vakgebonden bibliotheek van
                                                  de instelling</al><al>Bijdragen aan het jaarlijkse
                                                  cursusboekje/studiegids</al><al>Opleiding en ontwikkeling, of andere
                                                  activiteiten die ertoe bijdragen de eigen
                                                  vakbekwaamheid op peil te houden</al><al>Deelname aan studiedagen van bijvoorbeeld
                                                  beroepsverenigingen, vakgroepen, mits de werkgever
                                                  toestemming heeft verleend </al><al>Het in opdracht van de werkgever reizen tussen
                                                  locaties van dezelfde instelling voor
                                                  kunsteducatie.</al><al><vet>Van sjabloon naar lokale regeling</vet>Om een beeld te
                                        geven hoe aan de hand van het sjabloon een lokale regeling
                                        tot stand kan komen geeft het LOGA een voorbeeld. U dient
                                        dit voorbeeld niet op te vatten als een door het LOGA
                                        gewenste verdeling van de verhouding lesgebonden uren versus
                                        niet-lesgebonden uren. Het gaat om de wijze waarop aan de
                                        hand van het sjabloon een lokale regeling kan worden
                                        opgesteld.Binnen instelling X is onderwijzend personeel
                                        werkzaam in drie verschillende disciplines:</al><al>Discipline A</al><al>Discipline B</al><al>Discipline C</al><al>Binnen instelling X geldt per discipline de volgende
                                        verhouding lesgebonden versus niet-lesgebonden uren: </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Discipline</al></entry><entry colname="col2"><al>1. Lesgebonden uren </al></entry><entry colname="col3"><al>2. Niet-lesgebonden uren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Discipline A </al></entry><entry colname="col2"><al>65%</al></entry><entry colname="col3"><al>35%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Discipline B </al></entry><entry colname="col2"><al>60%</al></entry><entry colname="col3"><al>40%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Discipline C</al></entry><entry colname="col2"><al>70%</al></entry><entry colname="col3"><al>30%</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Binnen instelling X zijn de aanstellingen van het
                                        onderwijzend personeel in omvang zeer verschillend. Daarom
                                        wordt er in instelling X voor gekozen om binnen de categorie
                                        niet-lesgebonden uren per aanstellingsomvang een
                                        uitsplitsing te maken in de subcategorieën. Die uitsplitsing
                                        is als volgt: </al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al>De verdeling van niet-lesgebonden uren over de
                                                  subcategorieën</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Aanstellingsomvang</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>2a. Voorbereiding en nazorg van de
                                                  lesgebonden uren</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>2b. Algemene werkzaamheden</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>2c. Variabele werkzaamheden</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Meer dan 27 uur per week</al></entry><entry colname="col2"><al>30%</al></entry><entry colname="col3"><al>30%</al></entry><entry colname="col4"><al>40%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>18 tot en met 27 uur per week</al></entry><entry colname="col2"><al>35%</al></entry><entry colname="col3"><al>35%</al></entry><entry colname="col4"><al>30%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7,2 tot en met 18 uur per week</al></entry><entry colname="col2"><al>40%</al></entry><entry colname="col3"><al>40%</al></entry><entry colname="col4"><al>20%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>tot en met 7,2 uur per week </al></entry><entry colname="col2"><al>47%</al></entry><entry colname="col3"><al>47% </al></entry><entry colname="col4"><al>6%</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>In dit voorbeeld is de verdeling van niet-lesgebonden uren
                                        over de subcategorieën voor alle disciplines gelijk. Het is
                                        ook mogelijk om elke discipline een aparte verdeling van
                                        niet-lesgebonden uren over de subcategorieën te maken.
                                            <vet>Individuele afwijkmogelijkheden op de verhouding
                                            per discipline</vet>Er zijn individuele omstandigheden
                                        voorstelbaar waarin het onredelijk is vast te houden aan de
                                        verhouding lesgebonden versus niet-lesgebonden die per
                                        discipline is bepaald. Bijvoorbeeld door rekening te houden
                                        met:</al><al>zeer veel of zeer weinig ervaring van het
                                                onderwijzend personeellid of</al><al>het cursustype dat het onderwijzend personeelslid
                                                geeft (groepslessen versus individuele lessen)</al><al>In de lokale regeling kunnen individuele
                                        afwijkingsmogelijkheden op de verhouding die per discipline
                                        is vastgelegd worden opgenomen. De voorwaarden waaraan
                                        voldaan moet worden voordat individuele afwijking is
                                        toegestaan, dienen in de lokale regeling te worden
                                        opgenomen. Deze individuele afwijkmogelijkheden bepalen
                                        tezamen met de verhouding lesgebonden versus
                                        niet-lesgebonden uren die voor de discipline van de
                                        ambtenaar is vastgelegd, welke verhouding voor de
                                        individuele ambtenaar geldt.Voorbeeld: Voor discipline D
                                        staat in de lokale regeling dat de verhouding 70%
                                        lesgebonden uren en 30% niet-lesgebonden uren geldt. In de
                                        lokale regeling is ook vastgelegd dat voor discipline D een
                                        individuele afwijkmogelijkheid bestaat voor ambtenaren met
                                        minder dan 3 jaar ervaring. Die ambtenaren krijgen ten koste
                                        van het aantal lesgebonden uren 5% meer niet-lesgebonden
                                        uren voor de voorbereiding en nazorg van de lesgebonden
                                        uren. Het college stelt bij toepassing van de lokale
                                        regeling voor een ambtenaar met discipline D en minder dan 3
                                        jaar ervaring de verhouding vast op 65% lesgebonden en 35%
                                        niet-lesgebonden uren. Deze 5% extra voor niet-lesgebonden
                                        uren wordt binnen de subcategorieën geheel toegeschreven aan
                                        subcategorie 2a. <vet>Tot slot </vet>Te overwegen valt om
                                        een beperkt percentage van de tijd niet toe te wijzen aan
                                        specifieke activiteiten. Niet alles valt namelijk op
                                        voorhand te plannen. Aan een aantal kleinere werkzaamheden
                                        uit de eerder genoemde (sub)categorieën hoeft dan eveneens
                                        niet specifiek tijd te worden toegewezen; zij kunnen tot de
                                        vrij in te delen tijd worden gerekend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Bijlage IVa1 Functiebeschrijvingen onderwijzend personeel in de
                            kunsteducatie</titel></kop><al><vet>Functiebeschrijvingen</vet><vet>1. Consulent</vet></al><al>Beschrijving van de functieFunctiebenaming: consulent
                                        Functie-eisen:
                                        HBO-niveau<onderstreept>Taken</onderstreept></al><al>Het in overleg met cliënten opstellen van een
                                                steunfunctie-activiteitenplan </al><al>Het verzorgen van steunfunctieactiviteiten </al><al>Het bijdragen aan de ontwikkeling van beleid,
                                                producten en programma’s </al><al>Beschrijving van de taken</al><al><onderstreept> B.1 Het in overleg met cliënten
                                                  opstellen van een
                                                  steunfunctie-activiteitenplan</onderstreept>Informeert
                                                en adviseert (potentiële) cliënten over de
                                                mogelijkheden van steunfunctieactiviteiten. Overlegt
                                                met (de leiding van) potentiële cliënten over wensen
                                                en verwachtingen. Stelt een activiteiten- of
                                                begeleidingsplan op of ondersteunt de cliënt
                                                daarbij. Overlegt waar nodig met externe
                                                instanties.</al><al><onderstreept>B.2 Het verzorgen van
                                                  steunfunctieactiviteiten</onderstreept> Geeft
                                                informatie en adviezen over methoden en
                                                leermiddelen. Verzorgt teamtrainingen en individuele
                                                begeleiding van docenten. Adviseert bij de aanschaf
                                                van leermiddelen en ontwikkelt, waar nodig, zelf
                                                leermiddelen en methodieken. Organiseert met de
                                                cliënt producties, tentoonstellingen en andere
                                                evenementen. Begeleidt bij de opstelling van
                                                werkplannen. Bewaakt de afspraken met betrekking tot
                                                begroting, planning en inzet.</al><al><onderstreept>B.3 Het bijdragen aan de ontwikkeling
                                                  van beleid, producten en programma’s
                                                </onderstreept>Volgt en signaleert relevante
                                                ontwikkelingen op het terrein van de kunstzinnige
                                                vorming. Levert bijdragen aan beleidsontwikkeling,
                                                marktanalyses en aan de ontwikkeling van nieuw
                                                aanbod en marktontwikkelingsplannen; overlegt met
                                                opdrachtgevers en andere instanties over organisatie
                                                en uitvoering van projecten. Werkt voorstellen uit
                                                in projectbeschrijvingen. </al><al><vet>2. Docent</vet></al><al> Beschrijving van de functieFunctiebenaming:
                                                docentFunctie-eisen:
                                                  HBO-niveau<onderstreept>Taken</onderstreept></al><al>Het verzorgen van de inhoud van
                                                  onderwijsactiviteiten</al><al>Het geven van de onderwijsactiviteiten</al><al>Het bijdragen aan de ontwikkeling van
                                                  KV-producten en -programma’s</al><al> Het verrichten van overige werkzaamheden</al><al>Beschrijving van de taken</al><al><onderstreept>B.1 Het verzorgen van de inhoud
                                                  van onderwijsactiviteiten</onderstreept> Verzorgt
                                                  het (meerjaren)leerplan; stemt het leerplan af met
                                                  leiding en collega’s. Bepaalt vanuit het leerplan
                                                  de inhoud van de onderwijsactiviteiten. Zorgt voor
                                                  les- en documentatiemateriaal.</al><al><onderstreept>B.2 Het geven van de
                                                  onderwijsactiviteit </onderstreept>Bereidt de
                                                  activiteit voor; stemt af op het niveau van de
                                                  groep. Geeft de onderwijsactiviteit; doet voor en
                                                  stuurt bij. Zorgt voor variatie in presentatie en
                                                  lesvorm. Houdt rekening met persoonlijkheid en
                                                  doelstelling deelnemers. Bespreekt regelmatig de
                                                  vorderingen met (ouders van) deelnemers en
                                                  evalueert de onderwijsactiviteit; stelt eventueel
                                                  leerdoelstellingen bij. Organiseert kunstuitingen
                                                  van en voor deelnemers.</al><al><onderstreept>B.3 Het bijdragen aan de
                                                  ontwikkeling van KV-producten en
                                                  -programma’s</onderstreept>Volgt en signaleert
                                                  relevante ontwikkelingen op het terrein van de
                                                  kunstzinnige vorming. Levert bijdragen aan
                                                  marktanalyses, de ontwikkeling van nieuw aanbod en
                                                  marktontwikkelingsplannen; overlegt met
                                                  opdrachtgevers en andere instanties over
                                                  organisatie en uitvoering van projecten. Werkt
                                                  voorstellen uit in projectbeschrijvingen. </al><al><onderstreept>B.4 Het verrichten van overige
                                                  werkzaamheden</onderstreept>Woont diverse
                                                  overlegvormen bij. Houdt ontwikkelingen op het
                                                  vakgebied bij; neemt deel aan na- en bijscholing.
                                                  Levert bijdragen aan
                                                  evenementen/instellingsactiviteiten.</al><al><vet>3. Balletbegeleider</vet></al><al>Beschrijving van de functieFunctiebenaming:
                                                BalletbegeleiderFunctie-eisen:
                                                  MBO-niveau<onderstreept>Taken</onderstreept></al><al>Het instrumentaal begeleiden van lessen</al><al>Het bijhouden van ontwikkelingen op het
                                                  vakgebied</al><al>Het verrichten van overige werkzaamheden</al><al>Beschrijving van de taken</al><al><onderstreept>B.1 Het instrumentaal begeleiden
                                                  van lessen</onderstreept>Begeleidt klassieke
                                                  balletlessen en andere lesvormen op piano en
                                                  andere instrumenten. Zorgt waar nodig voor
                                                  improvisatie en zorgt ervoor dat het karakter van
                                                  de oefening muzikaal wordt ondersteund. Past
                                                  gedurende de oefening tempo en sfeer aan en legt
                                                  andere accenten als de docent dit aangeeft.
                                                  Verzorgt de instrumentale begeleiding van
                                                  uitvoeringen.</al><al><onderstreept>B.2 Het bijhouden van
                                                  ontwikkelingen op het vakgebied</onderstreept>
                                                  Houdt ontwikkelingen binnen het vakgebied bij.
                                                  </al><al><onderstreept>B.3 Het verrichten van overige
                                                  werkzaamhede</onderstreept>n Voert periodiek
                                                  overleg met de docent over het afstemmen van het
                                                  spel op de oefeningen en de samenwerking tussen
                                                  docent en begeleider.</al></artikel><artikel><kop><titel>Bijlage IVb Reglement benoembaarheidseisen kunstzinnige
                            vorming</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Bijlage V Aanvullende rechtspositieregeling voor de ambtenaar
                            behorend tot het onderwijzend personeel in de Kunstzinnige
                            vorming</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Bijlage Va Afvloeiingsreglement ten behoeve van docenten, consulenten
                            en Balletbegeleiders werkzaam in de Kunstzinnige Vorming</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Bijlage VI Vervallen</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Bijlage VIIa Aanstellingskeuring brandweerpersoneel</titel></kop><al><vet>Onderstaand schema geeft per bijzondere functie-eis aan welke
                            signaalvragen, screeningsinstrumenten en functionele tests bij de
                            aanstellingskeuring gebruikt dienen te worden. De uitwerking van
                            onderstaande onderdelen en de beoordeling hiervan is vastgelegd in de
                            aanstellingskeuring zoals die is ontwikkeld door het Coronel Instituut.
                            Deze uitwerking is te vinden op www.vng.nl.</vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Bijzondere functie-eis:</al></entry><entry colname="col2"><al>Aspect van de belastbaarheid opgenomen mag worden in
                                            keuring:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1. Waakzaamheid en oordeelsvermogen</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- bekendheid met aanpassingsprobleem bij onregelmatige
                                            diensten,</al><al>- ooit doorgemaakte psychose, schizofrenie,
                                            epilepsie</al><al>- aanwezigheid van hoogtevrees</al><al>- aanwezigheid van claustrofobie</al><al>- ooit doorgemaakte warmtestuwing</al><al>- gebruik medicatie tegen epilepsie afgelopen 5
                                            jaar</al><al>- huidig medicijngebruik (mee laten nemen)</al><al>Inzet gevalideerd screeningsinstrument ter detectie van
                                            de huidige aanwezigheid van:</al><al>- hoge mate van slaperigheid (checklist)</al><al>- depressieve klachten (checklist)</al><al>- angstklachten (checklist)</al><al>Inzet gevalideerde fysiek functionele test ter detectie
                                            van:</al><al>- hoogtevrees (laddertest)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2. Emotionele piekbelasting</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- recent doorgemaakt trauma</al><al>Inzet gevalideerd screeningsinstrument ter detectie van
                                            de huidige aanwezigheid van:</al><al>- posttraumatische stressklachten (checklist)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3. Energetische piekbelasting</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- fysieke activiteit inzetbaarheid (PAR-Q)</al><al>- belangrijkste risicofactoren hart- en vaatziekten
                                            (familiair voorkomen HVZ; eerder doorgemaakte- of
                                            huidige hartziekte; roken)</al><al>Inzet gevalideerd screeningsinstrument ter detectie van
                                            de huidige aanwezigheid van verhoogd risico op
                                            toekomstig HVZ (ter regulering en niet ter
                                            afkeuring):</al><al>- te hoge BMI of buikvet</al><al>- hoge bloeddruk</al><al>- diabetes mellitus</al><al>- afwijkingen ECG</al><al>Inzet gevalideerde fysiek functionele test die een
                                            indruk geeft van het piek-anaerobe inspanningsvermogen.
                                            (aanstellingsbrandweertraplooptest) </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4. Goed gezichtsvermogen</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- huidige problemen met gezichtsvermogen</al><al>Inzet gevalideerd test ter detectie van de huidige
                                            aanwezigheid van:</al><al>- onvoldoende scherp zicht (lees en afstand)</al><al>- onvoldoende kleurenzicht</al><al>- onvoldoende mobiliteit nekwervelkolom</al><al>- onvoldoende gezichtsveld</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5. Goed gehoorsvermogen</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- huidige problemen met gehoorsvermogen</al><al>Inzet gevalideerde test ter detectie van de huidige
                                            aanwezigheid van:</al><al>- onvoldoende vermogen om spraak-in-ruis te horen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6. Risico op expositie aan stof, rook, gas of
                                            dampen</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- overgevoeligheid huid / huidige huidaandoening</al><al>- overgevoeligheid longen / huidige klachten
                                            luchtweg/longen</al><al>Inzet gevalideerde test ter detectie van de huidige
                                            aanwezigheid van:</al><al>- mogelijke huidaandoening op armen/handen
                                            (eczeem/atopie)</al><al>- mogelijke longaandoening (astma/atopie)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7. Risico op (verspreiding van) infectieziekten</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- geldige inentingen</al><al>- huidige aanwezigheid infectieziekten (Hepatitis,
                                            Difterie, Tetanus, Tuberculose, HIV) </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8. Tillen/dragen</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- problemen met tillen</al><al>- huidige nek-, rug- en schouderklachten</al><al>- problemen met krachtleverantie met geheven armen</al><al>Inzet gevalideerde fysieke, functionele til/draag test
                                            (tijdens aanstellingskeuring-brandbestrijdingstest)
                                        </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9. Knielen/hurken</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- huidige duizeligheidsklachten</al><al>Inzet gevalideerde fysieke, functionele kniel/hurk test
                                            (tijdens aanstellingskeuring-brandbestrijdingstest)
                                        </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.Klimmen/klauteren/traplopen</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- huidige duizeligheidsklachten</al><al>Inzet gevalideerde fysieke, functionele klim/klauter
                                            test (laddertest) (brandweertraplooptest) </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.Houdingen en krachtleverantie met rug </al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- huidige rugklachten</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Kort NA aanstelling worden als intredekeuring de volgende basismetingen
                        verricht om latere effecten van mogelijke blootstelling aan factoren van het
                        werk te kunnen aantonen: </al><al>longfunctiebepaling met behulp van spirometrie</al><al> audiogram afname </al></artikel><artikel><kop><titel>Bijlage VIIb Periodiek Preventief Medisch Onderzoek</titel></kop><al><vet>Onderstaand schema geeft per bijzondere functie-eis aan welke
                            signaalvragen, screeningsinstrumenten en functionele tests bij het
                            Periodiek Preventief Medisch Onderzoek gebruikt dienen te worden. De
                            uitwerking van onderstaande onderdelen en de beoordeling hiervan is
                            vastgelegd in het PPMO zoals die is ontwikkeld door het Coronel
                            Instituut. Deze uitwerking is te vinden op www.vng.nl.</vet></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Bijzondere functie-eis:</al></entry><entry colname="col2"><al>Aspect van de belastbaarheid opgenomen mag worden in
                                            keuring:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1. Waakzaamheid en oordeelsvermogen</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- aanpassingsprobleem door onregelmatige diensten,</al><al>- aanwezigheid van hoogtevrees</al><al>- aanwezigheid van claustrofobie</al><al>- doorgemaakte warmtestuwing sinds vorige keuring</al><al>- gebruik medicatie tegen epilepsie nu of geslikt sinds
                                            vorige keuring</al><al>- huidig medicijngebruik (mee laten nemen)</al><al>Inzet gevalideerd screeningsinstrument ter detectie van
                                            de huidige aanwezigheid van:</al><al>- hoge mate van slaperigheid (checklist)</al><al>- depressieve klachten (checklist)</al><al>- angstklachten (checklist)</al><al>- hoge werkgerelateerde vermoeidheid (checklist)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2. Emotionele piekbelasting</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- recent doorgemaakt trauma</al><al>Inzet gevalideerd screeningsinstrument ter detectie van
                                            de huidige aanwezigheid van:</al><al>- posttraumatische stressklachten (checklist)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Bijzondere functie-eis:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Aspect van de belastbaarheid wat opgenomen mag
                                                worden in keuring:</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3. Energetische piekbelasting</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- fysieke activiteit inzetbaarheid (PAR-Q)</al><al>- belangrijkste risicofactoren hart- en vaatziekten
                                            (familiair voorkomen HVZ; eerder doorgemaakte- of
                                            huidige hartziekte; roken)</al><al>Inzet gevalideerd screeningsinstrument ter detectie van
                                            de huidige aanwezigheid van verhoogd risico op
                                            toekomstig HVZ (ter regulering en niet ter
                                            afkeuring):</al><al>- te hoge BMI of buikvet</al><al>- hoge bloeddruk</al><al>- diabetes mellitus</al><al>- afwijkingen ECG</al><al>Inzet gevalideerde fysiek functionele test die een
                                            indruk geeft van het piek-anaerobe inspanningsvermogen.
                                            (brandweertraplooptest) </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4. Goed gezichtsvermogen</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- huidige problemen met gezichtsvermogen tijdens
                                            werk</al><al>Inzet gevalideerd test ter detectie van de huidige
                                            aanwezigheid van:</al><al>- onvoldoende scherp zicht (lees en afstand)</al><al>- onvoldoende kleurenzicht</al><al>- onvoldoende mobiliteit nekwervelkolom</al><al>- onvoldoende gezichtsveld</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5. Goed gehoorsvermogen</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- huidige problemen met gehoorvermogen tijdens werk</al><al>Inzet gevalideerde test ter detectie van de huidige
                                            aanwezigheid van:</al><al>- onvoldoende vermogen om spraak-in-ruis te horen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Bijzondere functie-eis:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Aspect van de belastbaarheid wat opgenomen mag
                                                worden in keuring:</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6. Risico op expositie aan stof, rook, gas of
                                            dampen</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- overgevoeligheid huid / huidige huidaandoening</al><al>- overgevoeligheid longen / huidige klachten
                                            luchtweg/longen</al><al>Inzet gevalideerde test ter detectie van de huidige
                                            aanwezigheid van:</al><al>- mogelijke huidaandoening op armen/handen
                                            (eczeem/atopie)</al><al>- mogelijke longaandoening (astma/atopie)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7. Risico op (verspreiding van) infectieziekten</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- huidige aanwezigheid infectieziekten die een gevaar
                                            voor anderen kunnen opleveren</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8. Tillen/dragen</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- problemen met tillen</al><al>- huidige nek-, rug- en schouderklachten</al><al>- problemen met krachtleverantie met geheven armen</al><al>Inzet gevalideerde fysieke, functionele til/draag test
                                            (tijdens brandbestrijdingstest) </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9. Knielen/hurken</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvragen (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- huidige duizeligheidsklachten</al><al>Inzet gevalideerde fysieke, functionele kniel/hurk test
                                            (tijdens brandbestrijdingstest) </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.Klimmen/klauteren/traplopen</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- huidige duizeligheidsklachten</al><al>Inzet gevalideerde fysieke, functionele klim/klauter
                                            test (tijdens brandbestrijdingstest en
                                            brandweertraplooptest) </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.Houdingen en krachtleverantie met rug </al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvraag (mondeling of schriftelijk) naar:</al><al>- huidige rugklachten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1-11 met als doel signalering voor begeleiding</al></entry><entry colname="col2"><al>Signaalvraag (mondeling):</al><al>Is sinds de vorige keuring een nieuwe ziekte of
                                            gezondheidsklachten opgelopen die van invloed (kunnen)
                                            zijn op de uitvoering van uw werk? </al><al>Signaalvraag (schriftelijk) naar:</al><al>1 Aanwezigheid chronische ziekten (stofwisseling,
                                            psychisch, bewegingsapparaat, hart- en vaataandoeningen,
                                            urinewegen/geslachtsorganen, spijsverteringsorganen,
                                            tumoren, luchtwegen, huidaandoeningen)</al><al>2 Ingeschat eigen werkvermogen nu</al><al>3 Ingeschat eigen huidige inzetbaarheid gegeven de
                                            fysieke en psychologische taakeisen</al><al>4 doorgemaakte expositie aan agressie in afgelopen
                                            periode</al><al>5 doorgemaakte expositie aan hard geluid in afgelopen
                                            periode met acute oorsuizingen of tijdelijke
                                            gehoorsvermindering als gevolg</al><al>6 doorgemaakte expositie aan stof, rook, gas of dampen
                                            in afgelopen periode</al><al>Inzet testen ter monitoring indien aanleiding bestaat om
                                            achteruitgang in longfunctie of gehoor aan te kunnen
                                            tonen:</al><al>- longfunctiebepaling met behulp van spirometrie </al><al>- audiogram afname </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><titel>Salaristabel gemeente ambtenaren per 1 april 2012 oude
                            structuur</titel></kop><table><tgroup cols="22"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth=""/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth=""/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth=""/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth=""/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth=""/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth=""/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth=""/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth=""/><colspec colname="col12" colnum="12" colwidth=""/><colspec colname="col13" colnum="13" colwidth=""/><colspec colname="col14" colnum="14" colwidth=""/><colspec colname="col15" colnum="15" colwidth=""/><colspec colname="col16" colnum="16" colwidth=""/><colspec colname="col17" colnum="17" colwidth=""/><colspec colname="col18" colnum="18" colwidth=""/><colspec colname="col19" colnum="19" colwidth=""/><colspec colname="col20" colnum="20" colwidth=""/><colspec colname="col21" colnum="21" colwidth=""/><colspec colname="col22" colnum="22" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Salaris</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Salaris</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Schaal</vet></al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>1-1-2012</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>1-4-2012</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>A</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>5</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>6</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>7</vet></al></entry><entry colname="col12"><al><vet>8</vet></al></entry><entry colname="col13"><al><vet>9</vet></al></entry><entry colname="col14"><al><vet>10</vet></al></entry><entry colname="col15"><al><vet>11</vet></al></entry><entry colname="col16"><al><vet>12</vet></al></entry><entry colname="col17"><al><vet>13</vet></al></entry><entry colname="col18"><al><vet>14</vet></al></entry><entry colname="col19"><al><vet>15</vet></al></entry><entry colname="col20"><al><vet>16</vet></al></entry><entry colname="col21"><al><vet>17</vet></al></entry><entry colname="col22"><al><vet>18</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>A1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1371</al></entry><entry colname="col3"><al>1385</al></entry><entry colname="col4"><al>0</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>A2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1421</al></entry><entry colname="col3"><al>1435</al></entry><entry colname="col4"><al>1</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1473</al></entry><entry colname="col3"><al>1487</al></entry><entry colname="col4"><al>2</al></entry><entry colname="col5"><al>0</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1505</al></entry><entry colname="col3"><al>1520</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>0</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1538</al></entry><entry colname="col3"><al>1553</al></entry><entry colname="col4"><al>3</al></entry><entry colname="col5"><al>1</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1572</al></entry><entry colname="col3"><al>1587</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>1</al></entry><entry colname="col7"><al>1</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1603</al></entry><entry colname="col3"><al>1619</al></entry><entry colname="col4"><al>4</al></entry><entry colname="col5"><al>2</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>1</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>6</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1633</al></entry><entry colname="col3"><al>1649</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>2</al></entry><entry colname="col7"><al>2</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>0</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>6a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1645</al></entry><entry colname="col3"><al>1662</al></entry><entry colname="col4"><al>5</al></entry><entry colname="col5"><al>3</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>7</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1668</al></entry><entry colname="col3"><al>1684</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>6</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>2</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>8</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1704</al></entry><entry colname="col3"><al>1721</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>8</al></entry><entry colname="col6"><al>3</al></entry><entry colname="col7"><al>3</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>1</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>9</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1750</al></entry><entry colname="col3"><al>1768</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>4</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>3</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>0</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>9a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1759</al></entry><entry colname="col3"><al>1776</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>10</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>10</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1804</al></entry><entry colname="col3"><al>1822</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>7</al></entry><entry colname="col7"><al>4</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>2</al></entry><entry colname="col10"><al>1</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>11</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1867</al></entry><entry colname="col3"><al>1886</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>9</al></entry><entry colname="col7"><al>5</al></entry><entry colname="col8"><al>4</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>12</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1930</al></entry><entry colname="col3"><al>1949</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>6</al></entry><entry colname="col8"><al>5</al></entry><entry colname="col9"><al>3</al></entry><entry colname="col10"><al>2</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>12a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1940</al></entry><entry colname="col3"><al>1959</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>11</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>13</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>1990</al></entry><entry colname="col3"><al>2009</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>9</al></entry><entry colname="col8"><al>6</al></entry><entry colname="col9"><al>4</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>0</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>14</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2049</al></entry><entry colname="col3"><al>2070</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>11</al></entry><entry colname="col8"><al>7</al></entry><entry colname="col9"><al>5</al></entry><entry colname="col10"><al>3</al></entry><entry colname="col11"><al>1</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>15</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2106</al></entry><entry colname="col3"><al>2127</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>10</al></entry><entry colname="col9"><al>6</al></entry><entry colname="col10"><al>4</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>15a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2117</al></entry><entry colname="col3"><al>2138</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>13</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>16</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2164</al></entry><entry colname="col3"><al>2186</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>12</al></entry><entry colname="col9"><al>7</al></entry><entry colname="col10"><al>5</al></entry><entry colname="col11"><al>2</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>17</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2220</al></entry><entry colname="col3"><al>2243</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>8</al></entry><entry colname="col10"><al>6</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>17a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2235</al></entry><entry colname="col3"><al>2257</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>14</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>18</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2276</al></entry><entry colname="col3"><al>2299</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>11</al></entry><entry colname="col10"><al>7</al></entry><entry colname="col11"><al>3</al></entry><entry colname="col12"><al>0</al></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>19</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2335</al></entry><entry colname="col3"><al>2358</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>8</al></entry><entry colname="col11"><al>4</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>19a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2354</al></entry><entry colname="col3"><al>2378</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al>13</al></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>20</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2392</al></entry><entry colname="col3"><al>2415</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>9</al></entry><entry colname="col11"><al>5</al></entry><entry colname="col12"><al>1</al></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al>0</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>21</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2446</al></entry><entry colname="col3"><al>2471</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>6</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>21a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2475</al></entry><entry colname="col3"><al>2500</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al>10</al></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>22</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2505</al></entry><entry colname="col3"><al>2530</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>7</al></entry><entry colname="col12"><al>2</al></entry><entry colname="col13"><al>0</al></entry><entry colname="col14"><al>1</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>23</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2565</al></entry><entry colname="col3"><al>2591</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>8</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>24</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2627</al></entry><entry colname="col3"><al>2654</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>9</al></entry><entry colname="col12"><al>3</al></entry><entry colname="col13"><al>1</al></entry><entry colname="col14"><al>2</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>25</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2698</al></entry><entry colname="col3"><al>2725</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>4</al></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>25a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2712</al></entry><entry colname="col3"><al>2739</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al>10</al></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>26</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2763</al></entry><entry colname="col3"><al>2791</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>5</al></entry><entry colname="col13"><al>2</al></entry><entry colname="col14"><al>3</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>27</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2819</al></entry><entry colname="col3"><al>2848</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>6</al></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>28</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2881</al></entry><entry colname="col3"><al>2909</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>7</al></entry><entry colname="col13"><al>3</al></entry><entry colname="col14"><al>4</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>29</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>2943</al></entry><entry colname="col3"><al>2973</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>8</al></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>30</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3002</al></entry><entry colname="col3"><al>3032</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>9</al></entry><entry colname="col13"><al>4</al></entry><entry colname="col14"><al>5</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>31</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3056</al></entry><entry colname="col3"><al>3087</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>31a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3073</al></entry><entry colname="col3"><al>3103</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al>10</al></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>32</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3110</al></entry><entry colname="col3"><al>3142</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al>5</al></entry><entry colname="col14"><al>6</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>34</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3221</al></entry><entry colname="col3"><al>3253</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al>6</al></entry><entry colname="col14"><al>7</al></entry><entry colname="col15"><al>0</al></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>36</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3343</al></entry><entry colname="col3"><al>3377</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al>7</al></entry><entry colname="col14"><al>8</al></entry><entry colname="col15"><al>1</al></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>38</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3452</al></entry><entry colname="col3"><al>3486</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al>9</al></entry><entry colname="col15"><al>2</al></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>38a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3470</al></entry><entry colname="col3"><al>3505</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al>8</al></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>40</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3561</al></entry><entry colname="col3"><al>3597</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al>10</al></entry><entry colname="col15"><al>3</al></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>42</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3670</al></entry><entry colname="col3"><al>3706</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al>11</al></entry><entry colname="col15"><al>4</al></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>44</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3792</al></entry><entry colname="col3"><al>3830</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al>5</al></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>44a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3858</al></entry><entry colname="col3"><al>3896</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al>12</al></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>46</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>3912</al></entry><entry colname="col3"><al>3951</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al>6</al></entry><entry colname="col16"><al>0</al></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>48</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4026</al></entry><entry colname="col3"><al>4066</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al>7</al></entry><entry colname="col16"><al>1</al></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>50</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4140</al></entry><entry colname="col3"><al>4181</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al>8</al></entry><entry colname="col16"><al>2</al></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>52</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4254</al></entry><entry colname="col3"><al>4296</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al>9</al></entry><entry colname="col16"><al>3</al></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>54</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4363</al></entry><entry colname="col3"><al>4407</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al>10</al></entry><entry colname="col16"><al>4</al></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>55</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4422</al></entry><entry colname="col3"><al>4467</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>55a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4444</al></entry><entry colname="col3"><al>4489</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al>11</al></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>56</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4479</al></entry><entry colname="col3"><al>4524</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al>5</al></entry><entry colname="col17"><al>0</al></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>58</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4594</al></entry><entry colname="col3"><al>4634</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al>6</al></entry><entry colname="col17"><al>1</al></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>60</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4703</al></entry><entry colname="col3"><al>4750</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al>7</al></entry><entry colname="col17"><al>2</al></entry><entry colname="col18"><al>0</al></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>62</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4817</al></entry><entry colname="col3"><al>4866</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al>8</al></entry><entry colname="col17"><al>3</al></entry><entry colname="col18"><al>1</al></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>64</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>4960</al></entry><entry colname="col3"><al>5010</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al>9</al></entry><entry colname="col17"><al>4</al></entry><entry colname="col18"><al>2</al></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>65</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5030</al></entry><entry colname="col3"><al>5080</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>65a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5055</al></entry><entry colname="col3"><al>5105</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al>10</al></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>66</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5102</al></entry><entry colname="col3"><al>5153</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al>5</al></entry><entry colname="col18"><al>3</al></entry><entry colname="col19"><al>0</al></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>68</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5245</al></entry><entry colname="col3"><al>5297</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al>6</al></entry><entry colname="col18"><al>4</al></entry><entry colname="col19"><al>1</al></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>70</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5388</al></entry><entry colname="col3"><al>5442</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al>7</al></entry><entry colname="col18"><al>5</al></entry><entry colname="col19"><al>2</al></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>71</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5456</al></entry><entry colname="col3"><al>5511</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>71a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5484</al></entry><entry colname="col3"><al>5539</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al>8</al></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>72</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5530</al></entry><entry colname="col3"><al>5586</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al>6</al></entry><entry colname="col19"><al>3</al></entry><entry colname="col20"><al>0</al></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>74</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5681</al></entry><entry colname="col3"><al>5738</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al>7</al></entry><entry colname="col19"><al>4</al></entry><entry colname="col20"><al>1</al></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>76</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5836</al></entry><entry colname="col3"><al>5894</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al>8</al></entry><entry colname="col19"><al>5</al></entry><entry colname="col20"><al>2</al></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>78</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>5995</al></entry><entry colname="col3"><al>6055</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al>6</al></entry><entry colname="col20"><al>3</al></entry><entry colname="col21"><al>0</al></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>78a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>6030</al></entry><entry colname="col3"><al>6090</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al>9</al></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>80</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>6186</al></entry><entry colname="col3"><al>6248</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al>7</al></entry><entry colname="col20"><al>4</al></entry><entry colname="col21"><al>1</al></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>82</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>6383</al></entry><entry colname="col3"><al>6447</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al>8</al></entry><entry colname="col20"><al>5</al></entry><entry colname="col21"><al>2</al></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>84</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>6587</al></entry><entry colname="col3"><al>6653</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al>6</al></entry><entry colname="col21"><al>3</al></entry><entry colname="col22"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>84a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>6622</al></entry><entry colname="col3"><al>6688</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al>9</al></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>86</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>6797</al></entry><entry colname="col3"><al>6865</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al>7</al></entry><entry colname="col21"><al>4</al></entry><entry colname="col22"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>88</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>7014</al></entry><entry colname="col3"><al>7084</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al>8</al></entry><entry colname="col21"><al>5</al></entry><entry colname="col22"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>90</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>7238</al></entry><entry colname="col3"><al>7310</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al>6</al></entry><entry colname="col22"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>90a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>7275</al></entry><entry colname="col3"><al>7348</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al>9</al></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>92</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>7469</al></entry><entry colname="col3"><al>7544</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al>7</al></entry><entry colname="col22"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>94</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>7708</al></entry><entry colname="col3"><al>7785</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al>8</al></entry><entry colname="col22"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>96 </vet></al></entry><entry colname="col2"><al>7954</al></entry><entry colname="col3"><al>8033</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>96a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>7993</al></entry><entry colname="col3"><al>8073</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al>9</al></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>98</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>8208</al></entry><entry colname="col3"><al>8290</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>100</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>8471</al></entry><entry colname="col3"><al>8555</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al>8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>102</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>8741</al></entry><entry colname="col3"><al>8829</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>102a</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>8784</al></entry><entry colname="col3"><al>8872</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry><entry colname="col9"><al/></entry><entry colname="col10"><al/></entry><entry colname="col11"><al/></entry><entry colname="col12"><al/></entry><entry colname="col13"><al/></entry><entry colname="col14"><al/></entry><entry colname="col15"><al/></entry><entry colname="col16"><al/></entry><entry colname="col17"><al/></entry><entry colname="col18"><al/></entry><entry colname="col19"><al/></entry><entry colname="col20"><al/></entry><entry colname="col21"><al/></entry><entry colname="col22"><al>9</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><titel>Salaristabel gemeente ambtenaren per 1 april 2012, nieuwe
                            structuur</titel></kop><table><tgroup cols="11"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth=""/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth=""/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth=""/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth=""/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth=""/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth=""/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth=""/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>periodiek</al></entry><entry colname="col2" nameend="col12" namest="col2"><al>Schaal </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>3</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>5</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>6</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>7</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>8</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>9</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>10</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>0</al></entry><entry colname="col2"><al>1385</al></entry><entry colname="col3"><al>1418</al></entry><entry colname="col4"><al>1455</al></entry><entry colname="col5"><al>1498</al></entry><entry colname="col6"><al>1543</al></entry><entry colname="col7"><al>1648</al></entry><entry colname="col8"><al>1856</al></entry><entry colname="col9"><al>2131</al></entry><entry colname="col10"><al>2370</al></entry><entry colname="col11"><al>2560</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>1418</al></entry><entry colname="col3"><al>1467</al></entry><entry colname="col4"><al>1517</al></entry><entry colname="col5"><al>1567</al></entry><entry colname="col6"><al>1619</al></entry><entry colname="col7"><al>1726</al></entry><entry colname="col8"><al>1936</al></entry><entry colname="col9"><al>2219</al></entry><entry colname="col10"><al>2473</al></entry><entry colname="col11"><al>2682</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>1454</al></entry><entry colname="col3"><al>1516</al></entry><entry colname="col4"><al>1579</al></entry><entry colname="col5"><al>1636</al></entry><entry colname="col6"><al>1694</al></entry><entry colname="col7"><al>1803</al></entry><entry colname="col8"><al>2016</al></entry><entry colname="col9"><al>2308</al></entry><entry colname="col10"><al>2576</al></entry><entry colname="col11"><al>2803</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1490</al></entry><entry colname="col3"><al>1566</al></entry><entry colname="col4"><al>1641</al></entry><entry colname="col5"><al>1705</al></entry><entry colname="col6"><al>1771</al></entry><entry colname="col7"><al>1881</al></entry><entry colname="col8"><al>2096</al></entry><entry colname="col9"><al>2396</al></entry><entry colname="col10"><al>2679</al></entry><entry colname="col11"><al>2925</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>1525</al></entry><entry colname="col3"><al>1615</al></entry><entry colname="col4"><al>1703</al></entry><entry colname="col5"><al>1774</al></entry><entry colname="col6"><al>1847</al></entry><entry colname="col7"><al>1958</al></entry><entry colname="col8"><al>2177</al></entry><entry colname="col9"><al>2484</al></entry><entry colname="col10"><al>2783</al></entry><entry colname="col11"><al>3046</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>1561</al></entry><entry colname="col3"><al>1664</al></entry><entry colname="col4"><al>1765</al></entry><entry colname="col5"><al>1843</al></entry><entry colname="col6"><al>1922</al></entry><entry colname="col7"><al>2036</al></entry><entry colname="col8"><al>2257</al></entry><entry colname="col9"><al>2573</al></entry><entry colname="col10"><al>2886</al></entry><entry colname="col11"><al>3168</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>1597</al></entry><entry colname="col3"><al>1713</al></entry><entry colname="col4"><al>1828</al></entry><entry colname="col5"><al>1912</al></entry><entry colname="col6"><al>1998</al></entry><entry colname="col7"><al>2112</al></entry><entry colname="col8"><al>2338</al></entry><entry colname="col9"><al>2662</al></entry><entry colname="col10"><al>2989</al></entry><entry colname="col11"><al>3289</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>1633</al></entry><entry colname="col3"><al>1762</al></entry><entry colname="col4"><al>1890</al></entry><entry colname="col5"><al>1981</al></entry><entry colname="col6"><al>2074</al></entry><entry colname="col7"><al>2190</al></entry><entry colname="col8"><al>2418</al></entry><entry colname="col9"><al>2750</al></entry><entry colname="col10"><al>3092</al></entry><entry colname="col11"><al>3411</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>1669</al></entry><entry colname="col3"><al>1812</al></entry><entry colname="col4"><al>1952</al></entry><entry colname="col5"><al>2050</al></entry><entry colname="col6"><al>2150</al></entry><entry colname="col7"><al>2267</al></entry><entry colname="col8"><al>2498</al></entry><entry colname="col9"><al>2838</al></entry><entry colname="col10"><al>3195</al></entry><entry colname="col11"><al>3532</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>1705</al></entry><entry colname="col3"><al>1861</al></entry><entry colname="col4"><al>2014</al></entry><entry colname="col5"><al>2119</al></entry><entry colname="col6"><al>2226</al></entry><entry colname="col7"><al>2345</al></entry><entry colname="col8"><al>2578</al></entry><entry colname="col9"><al>2927</al></entry><entry colname="col10"><al>3298</al></entry><entry colname="col11"><al>3654</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>1740</al></entry><entry colname="col3"><al>1910</al></entry><entry colname="col4"><al>2076</al></entry><entry colname="col5"><al>2188</al></entry><entry colname="col6"><al>2302</al></entry><entry colname="col7"><al>2422</al></entry><entry colname="col8"><al>2659</al></entry><entry colname="col9"><al>3015</al></entry><entry colname="col10"><al>3402</al></entry><entry colname="col11"><al>3775</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>1776</al></entry><entry colname="col3"><al>1959</al></entry><entry colname="col4"><al>2138</al></entry><entry colname="col5"><al>2257</al></entry><entry colname="col6"><al>2378</al></entry><entry colname="col7"><al>2500</al></entry><entry colname="col8"><al>2739</al></entry><entry colname="col9"><al>3103</al></entry><entry colname="col10"><al>3505</al></entry><entry colname="col11"><al>3896</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="11"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth=""/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth=""/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth=""/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth=""/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth=""/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth=""/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth=""/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>periodiek</al></entry><entry colname="col2" nameend="col12" namest="col2"><al>Schaal </al></entry></row><row><entry colname="col2"><al><vet>10A</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>11</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>11A</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>12</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>13</vet></al></entry><entry colname="col7"><al><vet>14</vet></al></entry><entry colname="col8"><al><vet>15</vet></al></entry><entry colname="col9"><al><vet>16</vet></al></entry><entry colname="col10"><al><vet>17</vet></al></entry><entry colname="col11"><al><vet>18</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>0</al></entry><entry colname="col2"><al>2827</al></entry><entry colname="col3"><al>3077</al></entry><entry colname="col4"><al>3392</al></entry><entry colname="col5"><al>3707</al></entry><entry colname="col6"><al>4144</al></entry><entry colname="col7"><al>4406</al></entry><entry colname="col8"><al>4741</al></entry><entry colname="col9"><al>5080</al></entry><entry colname="col10"><al>5627</al></entry><entry colname="col11"><al>6242</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>2952</al></entry><entry colname="col3"><al>3206</al></entry><entry colname="col4"><al>3521</al></entry><entry colname="col5"><al>3836</al></entry><entry colname="col6"><al>4271</al></entry><entry colname="col7"><al>4559</al></entry><entry colname="col8"><al>4918</al></entry><entry colname="col9"><al>5286</al></entry><entry colname="col10"><al>5849</al></entry><entry colname="col11"><al>6482</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>3076</al></entry><entry colname="col3"><al>3336</al></entry><entry colname="col4"><al>3651</al></entry><entry colname="col5"><al>3964</al></entry><entry colname="col6"><al>4398</al></entry><entry colname="col7"><al>4712</al></entry><entry colname="col8"><al>5095</al></entry><entry colname="col9"><al>5492</al></entry><entry colname="col10"><al>6072</al></entry><entry colname="col11"><al>6721</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>3201</al></entry><entry colname="col3"><al>3465</al></entry><entry colname="col4"><al>3779</al></entry><entry colname="col5"><al>4091</al></entry><entry colname="col6"><al>4524</al></entry><entry colname="col7"><al>4865</al></entry><entry colname="col8"><al>5272</al></entry><entry colname="col9"><al>5699</al></entry><entry colname="col10"><al>6294</al></entry><entry colname="col11"><al>6960</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>3325</al></entry><entry colname="col3"><al>3594</al></entry><entry colname="col4"><al>3908</al></entry><entry colname="col5"><al>4218</al></entry><entry colname="col6"><al>4651</al></entry><entry colname="col7"><al>5018</al></entry><entry colname="col8"><al>5449</al></entry><entry colname="col9"><al>5905</al></entry><entry colname="col10"><al>6516</al></entry><entry colname="col11"><al>7199</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>3450</al></entry><entry colname="col3"><al>3724</al></entry><entry colname="col4"><al>4035</al></entry><entry colname="col5"><al>4345</al></entry><entry colname="col6"><al>4778</al></entry><entry colname="col7"><al>5171</al></entry><entry colname="col8"><al>5626</al></entry><entry colname="col9"><al>6111</al></entry><entry colname="col10"><al>6739</al></entry><entry colname="col11"><al>7438</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>3574</al></entry><entry colname="col3"><al>3853</al></entry><entry colname="col4"><al>4162</al></entry><entry colname="col5"><al>4471</al></entry><entry colname="col6"><al>4905</al></entry><entry colname="col7"><al>5325</al></entry><entry colname="col8"><al>5803</al></entry><entry colname="col9"><al>6317</al></entry><entry colname="col10"><al>6961</al></entry><entry colname="col11"><al>7677</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>3699</al></entry><entry colname="col3"><al>3981</al></entry><entry colname="col4"><al>4289</al></entry><entry colname="col5"><al>4598</al></entry><entry colname="col6"><al>5032</al></entry><entry colname="col7"><al>5478</al></entry><entry colname="col8"><al>5981</al></entry><entry colname="col9"><al>6523</al></entry><entry colname="col10"><al>7183</al></entry><entry colname="col11"><al>7916</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>3823</al></entry><entry colname="col3"><al>4108</al></entry><entry colname="col4"><al>4416</al></entry><entry colname="col5"><al>4725</al></entry><entry colname="col6"><al>5159</al></entry><entry colname="col7"><al>5631</al></entry><entry colname="col8"><al>6158</al></entry><entry colname="col9"><al>6729</al></entry><entry colname="col10"><al>7406</al></entry><entry colname="col11"><al>8155</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>3947</al></entry><entry colname="col3"><al>4235</al></entry><entry colname="col4"><al>4542</al></entry><entry colname="col5"><al>4852</al></entry><entry colname="col6"><al>5285</al></entry><entry colname="col7"><al>5784</al></entry><entry colname="col8"><al>6334</al></entry><entry colname="col9"><al>6936</al></entry><entry colname="col10"><al>7628</al></entry><entry colname="col11"><al>8394</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>4069</al></entry><entry colname="col3"><al>4362</al></entry><entry colname="col4"><al>4669</al></entry><entry colname="col5"><al>4979</al></entry><entry colname="col6"><al>5412</al></entry><entry colname="col7"><al>5937</al></entry><entry colname="col8"><al>6511</al></entry><entry colname="col9"><al>7142</al></entry><entry colname="col10"><al>7851</al></entry><entry colname="col11"><al>8633</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>4191</al></entry><entry colname="col3"><al>4489</al></entry><entry colname="col4"><al>4796</al></entry><entry colname="col5"><al>5105</al></entry><entry colname="col6"><al>5539</al></entry><entry colname="col7"><al>6090</al></entry><entry colname="col8"><al>6688</al></entry><entry colname="col9"><al>7348</al></entry><entry colname="col10"><al>8073</al></entry><entry colname="col11"><al>8872</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><titel>Inpassingtabel betreffende de gemeentelijke salarisschalen per 1
                            april 2012</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Regelnummer</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Garantieschalen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>33</al></entry><entry colname="col2"><al>3197</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>35</al></entry><entry colname="col2"><al>3315</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>37</al></entry><entry colname="col2"><al>3433</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>39</al></entry><entry colname="col2"><al>3539</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>41</al></entry><entry colname="col2"><al>3650</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>43</al></entry><entry colname="col2"><al>3766</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>45</al></entry><entry colname="col2"><al>3889</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>47</al></entry><entry colname="col2"><al>4009</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>49</al></entry><entry colname="col2"><al>4124</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>51</al></entry><entry colname="col2"><al>4239</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>53</al></entry><entry colname="col2"><al>4349</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>57</al></entry><entry colname="col2"><al>4582</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>59</al></entry><entry colname="col2"><al>4692</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>61</al></entry><entry colname="col2"><al>4808</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>63</al></entry><entry colname="col2"><al>4938</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>67</al></entry><entry colname="col2"><al>5225</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>69</al></entry><entry colname="col2"><al>5370</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>73</al></entry><entry colname="col2"><al>5656</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>75</al></entry><entry colname="col2"><al>5801</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>77</al></entry><entry colname="col2"><al>5966</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>79</al></entry><entry colname="col2"><al>6128</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>81</al></entry><entry colname="col2"><al>6290</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>83</al></entry><entry colname="col2"><al>6467</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>85</al></entry><entry colname="col2"><al>6658</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>87</al></entry><entry colname="col2"><al>6848</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>89</al></entry><entry colname="col2"><al>7040</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>91</al></entry><entry colname="col2"><al>7231</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>93</al></entry><entry colname="col2"><al>7422</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>95</al></entry><entry colname="col2"><al>7615</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></bijlage></regeling></body></cvdr>