<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR296701_1</dcterms:identifier><dcterms:title>DE VERORDENING LEERLINGENVERVOER 2013 ALBRANDSWAARD</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.albrandswaard.nl/document.php?m=4&amp;fileid=40083&amp;f=9d2cb85a6e38c0ed25a5690f8d6dcda3&amp;attachment=0&amp;c=97155">De Schakel Albrandswaard d.d. 23 mei 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening leerlingenvervoer 2013 Albrandswaard</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0003420&amp;artikel=4&amp;g=2013-05-13">Artikel 4 Wet op het primair onderwijs</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0003549&amp;artikel=4&amp;g=2013-05-13">Artikel 4 van de Wet op de expertisecentra</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0002399&amp;artikel=4&amp;g=2013-05-13">Artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-03-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>125916</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>RAADSBESLUIT</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Besluit nr.: 125916</al><al>Onderwerp: Verordening Leerlingenvervoer 2013 Albrandswaard </al><al/><al>De raad van de gemeente Albrandswaard; </al><al/><al>Gezien het voorstel van het college van de gemeente Albrandswaard met
                        kenmerk 127216, 8 april 2013; </al><al/><al>Gelet op: </al><al>De uitgangspunten van het project Optimalisatie Leerlingenvervoer BAR
                        gemeenten en de uitgebreide participatie van lokale
                        belangenvertegenwoordigers uit de drie gemeenten; </al><al/><al>Gelet op de artikelen 4 van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de
                        expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs; </al><al/><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al/><al>Vast te stellen: </al><al><vet>DE VERORDENING LEERLINGENVERVOER 2013 ALBRANDSWAARD </vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>TITEL</label><nr>1:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>school:</al><lijst><li nr="-"><al>een basisschool of speciale school voor basisonderwijs
                                            als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs (Stb.
                                            1998, 495);</al></li><li nr="-"><al>een school voor speciaal onderwijs of speciaal en
                                            voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal
                                            onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra
                                            (Stb. 1998, 496);</al></li><li nr="-"><al>een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de
                                            Wet op het voortgezet onderwijs (Stb. 1998, 512);</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>ouders: de ouders, voogden of verzorgers dan wel de wettelijke
                                    vertegenwoordiger (s) van de leerling;</al></li><li nr="c."><al>leerling: een leerling van een school als bedoeld onder a;</al></li><li nr="d."><al>ontwikkelingsleeftijd: is de leeftijd waarop de leerling
                                    functioneert;</al></li><li nr="e."><al>woning: de plaats waar de leerling structureel en feitelijk
                                    verblijft;</al></li><li nr="f."><al>afstand: de afstand tussen de woning en de school, gemeten langs
                                    de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg
                                    volgens een routeplanner;</al></li><li nr="g."><al>vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer
                                    tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat
                                    plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de
                                    schooldag volgens het schoolplan, tenzij de structurele
                                    beperking van een leerplichtige leerling die aansluiting
                                    onmogelijk maakt;</al></li><li nr="h."><al>openbaar vervoer: voor eenieder openstaand personenvervoer
                                    volgens een dienstregeling per trein, metro, tram, bus,
                                    veerdienst of auto;</al></li><li nr="i."><al>aangepast vervoer: (gecombineerd) vervoer per besloten (school)
                                    busvervoer, taxi, treintaxi of bustaxi;</al></li><li nr="j."><al>eigen vervoer: vervoer per eigen auto, bromfiets of fiets;</al></li><li nr="k."><al>reistijd: de totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van
                                    de woning en de aanvang van de schooldag volgens het schoolplan,
                                    minus maximaal 10 minuten indien en voorzover de leerling het
                                    schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt
                                    dan het schoolplan aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die
                                    ligt tussen het einde van de schooldag volgens het schoolplan en
                                    de aankomst bij de woning;</al></li><li nr="l."><al>schooltijd: begin en einde van de schooldag volgens het algemene
                                    schoolplan;</al></li><li nr="m."><al>schoolplan: jaarplan waarin opgenomen de onderwijskundige lessen
                                    en ondersteunende activiteiten;</al></li><li nr="n."><al>toegankelijke school:</al><lijst><li nr="-"><al>voor wat betreft basisscholen en speciale scholen voor
                                            basisonderwijs: de basisschool van de verlangde
                                            godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel
                                            de openbare school of de speciale school voor
                                            basisonderwijs waarop de leerling is aangewezen van de
                                            verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting
                                            dan wel de openbare school;</al></li><li nr="-"><al>voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en
                                            scholen voor voortgezet onderwijs: de school van de
                                            soort waarop de leerling is aangewezen van de verlangde
                                            godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel
                                            de openbare school van de soort waarop de leerling is
                                            aangewezen;</al></li></lijst></li><li nr="o."><al>inkomen: volgens de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is dit het
                                    vastgestelde belastbaar inkomen van de ouders. Gehanteerd wordt
                                    het belastbaar inkomen, van het tweede kalenderjaar voorafgaand
                                    aan het schooljaar waarvoor bekostiging wordt aangevraagd. </al></li><li nr="p."><al>drempelbedrag: is een eigen bijdrage gebaseerd op de kosten van
                                    het openbaar vervoer; </al></li><li nr="q."><al>inkomensafhankelijke bijdrage: is een bijdrage gebaseerd op het
                                    inkomen van ouders die wordt toegepast voor basisonderwijs
                                    waarvan de afstand 20 km of meer bedraagt; </al></li><li nr="r."><al>opstapplaats: plaats waar vandaan de leerling, indien dit voor
                                    de leerling mogelijk is, gebruik kan maken van het aangepast
                                    vervoer;</al></li><li nr="s."><al>commissie voor de begeleiding: de commissie die is ingesteld
                                    door het bevoegd gezag van een school als bedoeld in artikel 1
                                    van de Wet op de expertisecentra. De commissie van begeleiding
                                    bestaat uit deskundigen en is zodanig samengesteld dat zij
                                    adequaat vanuit hun vakgebied kan adviseren vanuit zowel
                                    onderwijskundig als pedagogisch, psychologisch en medisch
                                    oogpunt, rekening houdend met de beperking van de leerling.
                                </al></li><li nr="t."><al>vervoersvoorziening: onder een vervoersvoorziening wordt
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="-"><al>een voor de leerling passende voorziening voor het
                                            schoolbezoek. Hieronder kan worden verstaan een
                                            fietsvergoeding of vergoeding voor openbaar of
                                            eigenvervoer-, zonodig met begeleiding of bekostiging
                                            van het aangepast vervoer.</al></li></lijst></li><li nr="u."><al>permanente commissie leerlingenzorg: de commissie als bedoeld in
                                    artikel 23 van de Wet op het primair onderwijs;</al></li><li nr="v."><al>commissie voor de indicatiestelling: de commissie als bedoeld in
                                    artikel 28c van de Wet op de expertisecentra;</al></li><li nr="w."><al>samenwerkingsverband: het samenwerkingsverband als bedoeld in
                                    artikel 18 van de Wet op het primair onderwijs;</al></li><li nr="x."><al>opdc: orthopedagogisch en -didactisch centrum als bedoeld in
                                    artikel 10h, derde lid van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs;</al></li><li nr="y."><al>ambulante begeleiding: de begeleiding door een personeelslid van
                                    een school of instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet op
                                    de expertisecentra van leerlingen die zijn geplaatst op een
                                    basisschool of leerlingen die zijn geplaatst op een school voor
                                    voortgezet onderwijs en naar het oordeel van het bevoegd gezag
                                    zonder die begeleiding zouden zijn aangewezen op het speciaal
                                    onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs.</al></li><li nr="z."><al>begeleiding: indien begeleiding noodzakelijk is, zijn ouders
                                    verantwoordelijk voor het organiseren van deze begeleiding.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Bekostiging van de door het college noodzakelijk te achten
                                vervoerskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van
                                in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag bekostiging van
                                de noodzakelijk te achten vervoerskosten toe, met inachtneming van
                                het bepaalde in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college bekostiging van de vervoerskosten als bedoeld in
                                het eerste lid verstrekt, kunnen ouders ingevolge het bepaalde in
                                deze verordening een eigen bijdrage in de vervoerskosten
                                verschuldigd zijn. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verschuldigde eigen bijdrage wordt indien mogelijk direct in
                                mindering gebracht op de toegekende vergoeding, of wordt door middel
                                van facturering aan de ouders opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij weigering tot of nalatigheid in de betaling van de verschuldigde
                                eigen bijdrage vervalt de aanspraak op bekostiging. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ongeacht de bepalingen in deze verordening, blijven ouders
                                verantwoordelijk voor het schoolbezoek van hun kinderen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de
                                bekostiging op aanvraag verstrekt aan de leerling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bekostiging van de vervoerskosten wordt toegekend over de afstand
                                tussen de woning dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor
                                de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder
                                weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou
                                brengen en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk
                                instemmen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien ouders bekostiging van de vervoerskosten aanvragen voor het
                                bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is
                                gelegen dan in artikel 8 of 13 is bepaald, terwijl een of meer
                                scholen van dezelfde onderwijssoort dichterbij de woning zijn
                                gelegen, ontstaat slechts aanspraak op bekostiging naar
                                eerstgenoemde school als door de ouders schriftelijk wordt verklaard
                                dat zij overwegende bezwaren hebben tegen het openbaar onderwijs dan
                                wel tegen de richting van het onderwijs van alle bijzondere scholen,
                                van de soort waarop de leerling is aangewezen, die dichterbij de
                                woning zijn gelegen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Uitbetaling van de bekostiging</titel></kop><al>Het college bepaalt bij het verstrekken van bekostiging van
                            vervoerskosten de wijze en het tijdstip van de uitbetaling, alsmede de
                            periode van vergoeding, met dien verstande dat de tijdsduur, indien dit
                            mogelijk is, voor meerdere jaren of de hele schoolperiode kan worden
                            vastgesteld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanvraagprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor bekostiging van de vervoerskosten wordt gedaan
                                door indiening bij het college van een volledig ingevuld
                                aanvraagformulier, dat door het college is vastgesteld. Het
                                aanvraagformulier dient ondertekend te zijn en voorzien van de op
                                het formulier gevraagde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag wordt, indien het een aanvraag voor het eerstvolgende
                                schooljaar betreft, (uiterlijk) acht weken voor aanvang van het
                                schooljaar ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk
                                is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te
                                verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien dit voor een juiste beoordeling noodzakelijk is, kan het
                                college advies inwinnen bij onafhankelijke externe deskundigen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college besluit op de aanvraag binnen acht weken na ontvangst
                                van alle benodigde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan de in het vorige lid bedoelde beslistermijn met ten
                                hoogste vier weken verdagen. Zij stelt de ouders hiervan
                                schriftelijk in kennis.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien de bekostiging van de vervoerskosten wordt toegekend, wordt
                                deze met ingang van: </al><lijst><li nr="a."><al>het nieuwe schooljaar toegekend, als de aanvraag uiterlijk
                                        acht weken voor aanvang van de eerst volgende schoolvakantie
                                        volledig is ingediend; </al></li><li nr="b."><al>de door de ouders verzochte datum toegekend, als het een
                                        aanvraag gedurende het schooljaar betreft mits de aanvraag
                                        binnen een redelijke termijn is ingediend waar tijdig op
                                        geanticipeerd kan worden. Toekenning van bekostiging vindt
                                        niet plaats met terugwerkende kracht. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Doorgeven van wijzigingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ouders zijn verplicht wijzigingen die van invloed kunnen zijn
                                    op de toegekende bekostiging, onder vermelding van de datum van
                                    wijziging, per direct schriftelijk mede te delen aan het
                                    college.</al></li><li nr="2."><al>Conform het eerste lid dienen incidentele wijzigingen, zoals
                                    ziekte, doktersbezoek of ander incidenteel verzuim, per direct
                                    schriftelijk of telefonisch gemeld te worden ;</al></li></lijst><al>a: Indien niet conform het tweede lid wordt gehandeld kunnen daar
                            financiële gevolgen voor de aanvrager uit voortvloeien;</al><lijst><li nr="3."><al>Indien sprake is van een wijziging die van invloed is op de
                                    toegekende bekostiging, vervalt de aanspraak en verstrekt het
                                    college al dan niet opnieuw een bekostiging.</al></li><li nr="4."><al>Indien de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste
                                    lid, en het college een wijziging als bedoeld in het derde lid
                                    vaststelt, waardoor blijkt dat ten onrechte bekostiging van de
                                    vervoerskosten is verstrekt, vervalt de aanspraak per direct en
                                    verstrekt het college al dan niet opnieuw bekostiging van de
                                    vervoerskosten.</al></li><li nr="5."><al>De vervoersvoorziening kan worden gewijzigd, opgeschort of
                                    ingetrokken indien de bij de aanvraag verstrekte gegevens
                                    zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat er op de aanvraag een
                                    andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van de
                                    aanvraag de juiste omstandigheden volledig bekend waren
                                    geweest.</al></li><li nr="6."><al>Een ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden
                                    teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele
                                    nieuwe verstrekking van een bekostiging.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanspraak op bekostiging wordt verminderd met de aanspraak op
                                    een toelage, voor zover die betrekking heeft op de reiskosten
                                    van de betreffende leerling.</al></li><li nr="2."><al>De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de leerling
                                    gedurende het verblijf van de leerling in het aangepast vervoer
                                    berust bij de ouders. </al></li><li nr="3."><al>In geval van ernstig wangedrag door de leerling gedurende het
                                    verblijf in het aangepast vervoer, kan het college besluiten de
                                    verstrekte bekostiging van de vervoerskosten te wijzigen, op te
                                    schorten dan wel in te trekken. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TITEL</label><nr>2:</nr><titel>Bepalingen omtrent het vervoer van de (niet gehandicapte) leerlingen
                            van scholen voor primair onderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Algemene bepalingen omtrent het vervoer van de niet –
                                gehandicapte leerlingen van scholen voor primair onderwijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt aan de ouders van de leerling:</al><lijst><li nr="a."><al>die een school voor basisonderwijs of een speciale school
                                        voor basisonderwijs bezoekt bekostiging van de
                                        vervoerskosten, indien de afstand van de woning naar de
                                        dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school zes kilometer
                                        of meer bedraagt.</al></li><li nr="b."><al>uit de gemeente Barendrecht en Albrandswaard, die een
                                        speciale school voor basisonderwijs bezoekt bekostiging van
                                        de vervoerskosten, indien de afstand van de woning naar de
                                        dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school zes kilometer
                                        of meer bedraagt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt bekostiging
                                verstrekt voor het vervoer over de afstand tussen de woning dan wel
                                opstapplaats en:</al><lijst><li nr="a."><al>de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale
                                        school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van
                                        de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, waarbij het
                                        samenwerkingsverband er naar streeft om de meest
                                        dichtstbijzijnde passende voorziening te adviseren aan de
                                        ouders/verzorgers, of</al></li><li nr="b."><al>een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder
                                        a. bedoelde samenwerkingsverband, indien het vervoer naar
                                        die school voor de gemeente minder kosten met zich mee
                                        brengt dan het vervoer naar de speciale school voor
                                        basisonderwijs, bedoeld onder a. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ontwikkelingsleeftijd van de leerling wordt bij de beoordeling
                                van de aanvraag meegenomen en is medebepalend voor het toekennen van
                                een passende voorziening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het college de gevraagde bekostiging niet of slechts
                                gedeeltelijk toekent, betrekt zij bij de beoordeling van de aanvraag
                                een eventueel aanwezig (vervoers)advies van de permanente commissie
                                leerlingenzorg of het advies van andere deskundigen die voor de
                                beoordeling van die aanvraag van belang kan zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                                fiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school
                                voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs
                                bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer,
                                indien wordt voldaan aan de kilometergrens genoemd in artikel 8.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, maar onverminderd het bepaalde in
                                artikel 8 eerste lid verstrekt het college bekostiging op basis van
                                de kosten van het vervoer per fiets (op basis van de Reisregeling
                                binnenland), indien de leerling naar het oordeel van het college, al
                                dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per
                                fiets.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Bekostiging van de kosten van vervoer ten behoeve van een
                                begeleider</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 9,
                                verstrekt het college tevens bekostiging van een begeleider, indien
                                door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt
                                aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het
                                openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt,
                                komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één
                                begeleider voor bekostiging in aanmerking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van
                                aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor
                                basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt,
                                indien voldaan wordt aan het afstandscriterium van artikel 8, en </al><lijst><li nr="a."><al>de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar
                                        school of terug meer dan anderhalf uur onderweg is en de
                                        reistijd met aangepast vervoer tot 50 % of minder van de
                                        reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht,
                                        of</al></li><li nr="b."><al>openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het
                                        oordeel van het college al dan niet onder begeleiding
                                        gebruik kan maken van het vervoer per fiets.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien begeleiding in het aangepaste vervoer vereist is, vergoedt
                                het college geen andere kosten dan de vervoerskosten, welke
                                verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepaste
                                vervoer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten,
                                    kan het college de ouders op aanvraag toestaan één of meer
                                    leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. Het college
                                    kan in plaats daarvan besluiten tot bekostiging van een
                                    goedkopere wijze van vervoer;</al></li><li nr="2."><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                    verleend, verstrekt het college aan de ouders die een leerling
                                    zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren: </al><lijst><li nr="a."><al>de bekostiging van het openbaar vervoer, een bedrag op
                                            basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens
                                            het bepaalde in het vijfde lid;</al></li><li nr="b."><al>de bekostiging van aangepast vervoer, een bedrag op
                                            basis van een kilometervergoeding voor de kortste
                                            autoroute, afgeleid van de Reisregeling binnenland, met
                                            een maximum van de kosten voor het aangepast vervoer
                                            behoudens het bepaalde in het vierde lid.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                    verleend, verstrekt het college aan de ouders die meer dan één
                                    leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een
                                    bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de kortste
                                    autoroute afgeleid van de Reisregeling binnenland, behoudens het
                                    bepaalde in het vierde lid.</al></li><li nr="4."><al>Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door
                                    andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of
                                    meer leerlingen bekostiging ontvangen afgeleid van de
                                    Reisregeling binnenland, wordt door het college geen bekostiging
                                    verstrekt.</al></li><li nr="5."><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging en het college
                                    desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is dat de leerling
                                    gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het
                                    college aan de ouders een bedrag op basis van een
                                    kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van de Reisregeling
                                    binnenland.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TITEL</label><nr>3:</nr><titel>Bepalingen omtrent het vervoer van de leerlingen van scholen voor
                            (voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een
                                    school voor (voortgezet)speciaal onderwijs bezoekt, bekostiging
                                    van de vervoerskosten, indien :</al><lijst><li nr="a."><al>de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde
                                            toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt
                                            en;</al></li><li nr="b."><al>met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 geldt
                                            voor de leerling die een school voor (voortgezet)
                                            speciaal onderwijs uit cluster 4 bezoekt als
                                            dichtstbijzijnde toegankelijke school, de school die
                                            door de commissie voor de indicatiestelling is
                                            geadviseerd. Dit is van toepassing zolang de leerling
                                            zijn woonplaats heeft in het gebied van het regionale
                                            expertisecentrum waaraan voornoemde commissie is
                                            verbonden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij de beoordeling van de aanvraag voor een passende voorziening
                                    wordt rekening gehouden met de ontwikkelingsleeftijd van de
                                    leerling. </al></li><li nr="3."><al>Indien het college de gevraagde bekostiging niet of slechts
                                    gedeeltelijk verstrekt, betrekt zij bij de beoordeling van de
                                    aanvraag een eventueel aanwezig (vervoers)advies van de
                                    commissie voor de begeleiding of het advies van andere
                                    deskundigen die voor de beoordeling van die aanvraag van belang
                                    kan zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                                fiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school
                                voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, bekostiging op basis
                                van het openbaar vervoer, indien voldaan wordt aan artikel 13 eerste
                                lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, maar onverminderd het bepaalde in
                                artikel 13 eerste lid, verstrekt het college een bekostiging op
                                basis van de kosten van het vervoer per fiets dan wel bromfiets (op
                                basis van de Reisregeling binnenland), indien de leerling naar het
                                oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan
                                maken van het vervoer per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan
                                maken van het vervoer per bromfiets. Deze bekostiging is ten hoogste
                                gelijk aan de kosten voor het openbaar vervoer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer ten behoeve van
                                een begeleider</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 14,
                                verstrekt het college tevens de daarin bedoelde vervoerskosten ten
                                behoeve van een begeleider, indien door de ouders ten behoeve van
                                het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling, vanwege
                                zijn beperking, niet in staat is zelfstandig van het openbaar
                                vervoer of de fiets gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                                slechts gedeeltelijk toekent, betrekt zij bij de beoordeling van de
                                aanvraag een eventueel aanwezig (vervoers)advies van de commissie
                                voor de begeleiding of het advies van andere deskundigen die voor de
                                beoordeling van die aanvraag van belang kan zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt,
                                komen slechts de vervoerskosten van het openbaar vervoer ten behoeve
                                van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van
                                aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor
                                (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt indien voldaan wordt aan het
                                afstandscriterium van artikel 13, en </al><lijst><li nr="a."><al>de leerling, die naar het oordeel van het college, gelet op
                                        zijn beperking of ontwikkelingsleeftijd niet in staat is -
                                        ook niet onder begeleiding - van openbaar vervoer gebruik te
                                        maken, of;</al></li><li nr="b."><al>de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar
                                        school of terug meer dan anderhalf uur onderweg is en de
                                        reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de
                                        reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht,
                                        of:</al></li><li nr="c."><al>openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het
                                        oordeel van het college al dan niet onder begeleiding
                                        gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan wel
                                        zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per
                                        bromfiets.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                                slechts gedeeltelijk toekent, betrekt zij bij de beoordeling van de
                                aanvraag een eventueel aanwezig (vervoers)advies van de commissie
                                voor de begeleiding of het advies van andere deskundigen die voor de
                                beoordeling van die aanvraag van belang kan zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien begeleiding in het aangepaste vervoer vereist is, vergoedt
                                het college geen andere kosten dan de vervoerskosten, welke
                                verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepaste
                                vervoer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan
                                het college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen
                                zelf te vervoeren of te laten vervoeren. Het college kan in plaats
                                daarvan besluiten tot vergoeding of bekostiging van een goedkopere
                                wijze van vervoer;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien toestemming als gevolg van het eerste lid aan de ouders is
                                verleend, verstrekt het college aan de ouders die een leerling zelf
                                vervoeren, dan wel laten vervoeren: </al><lijst><li nr="a."><al>de kosten van het openbaar vervoer, een bedrag op basis van
                                        de kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde
                                        in het vijfde lid; </al></li><li nr="b."><al>bekostiging van aangepast vervoer, een bedrag op basis van
                                        een kilometervergoeding voor de kortste autoroute, afgeleid
                                        van de Reisregeling binnenland, met een maximum van de
                                        kosten voor het aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in
                                        het vierde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien toestemming als gevolg van het eerste lid aan de ouders is
                                verleend, verstrekt het college aan de ouders die meer dan één
                                leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een
                                bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de kortste
                                autoroute, afgeleid van de Reisregeling binnenland, behoudens het
                                bepaalde in het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere
                                ouders die van gemeentewege voor het vervoer van één of meer
                                leerlingen een bekostiging ontvangen afgeleid van de Reisregeling
                                binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging en het college desgewenst
                                toestaat, dan wel van oordeel is dat de leerling gebruik kan maken
                                van het vervoer per fiets of bromfiets, verstrekt het college aan de
                                ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets
                                dan wel bromfiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Bekostiging vervoerskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verstrekt eveneens bekostiging op basis van de
                                    kosten van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die
                                    een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, in het
                                    geval de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor de
                                    leerling toegankelijke school minder bedraagt dan is bepaald in
                                    artikel 13, indien het college van oordeel is dat de
                                    lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap van de
                                    leerling dat vereist.</al></li><li nr="2."><al>Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet
                                    of slechts gedeeltelijk toekent, betrekt zij bij de beoordeling
                                    van de aanvraag een eventueel aanwezig (vervoers)advies van de
                                    commissie voor de begeleiding of het advies van andere
                                    deskundigen die voor de beoordeling van die aanvraag van belang
                                    kan zijn.</al></li><li nr="3."><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten
                                    zoals bedoeld in het eerste lid, is artikel 17 van
                                    toepassing.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TITEL</label><nr>4:</nr><titel>Bepalingen omtrent weekeinde- en vakantievervoer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Bekostiging van de kosten van het weekeinde- en vakantievervoer
                                aan de in de gemeente wonende ouders</titel></kop><al>Het college verstrekt desgewenst bekostiging van- de kosten van het
                            weekeinde- en vakantievervoer aan de in de gemeente wonende ouders van
                            de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend
                            (voortgezet) speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin
                            verblijft, volgens het bepaalde in deze titel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Bekostiging kosten weekeinde- en vakantievervoer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verstrekt aan de ouders bekostiging van het
                                    weekeinde vervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde
                                    gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de
                                    leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor
                                    zover de weekeinden niet vallen binnen de in het tweede lid
                                    bedoelde schoolvakanties.</al></li><li nr="2."><al>Het college verstrekt bekostiging van het vakantievervoer van de
                                    leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of
                                    meer, gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de
                                    leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor
                                    zover de vakantie voorkomt in het schoolplan van de school die
                                    de leerling bezoekt.</al></li><li nr="3."><al>Titel 3 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing,
                                    met uitzondering van artikel 15 tweede lid; artikel 16, eerste
                                    lid, onder b; artikel 16, tweede lid; en artikel 18.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TITEL</label><nr>5:</nr><titel>Drempelbedrag en inkomensafhankelijke bijdrage</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Drempelbedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of
                                een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het
                                gezinsinkomen meer bedraagt dan € 24.300,-, wordt slechts
                                bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die
                                leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 8
                                bepaalde afstand te boven gaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval het college het vervoer laat verzorgen, betalen de ouders
                                van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale
                                school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een
                                drempelbedrag dat gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer
                                over de in artikel 8 bepaalde afstand, indien het inkomen meer
                                bedraagt dan € 24.300,-.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede
                                lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die voor die afstand
                                redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van
                                openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bedrag genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van
                                januari 2014 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het
                                indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft
                                ondergaan ten opzicht van het voorafgaande jaar en rekenkundig
                                afgerond op een veelvoud van €450. Het aangepaste bedrag treedt in
                                plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie
                                ingevolge Titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Inkomensafhankelijke bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde
                                    toegankelijke school voor basisonderwijs 20 kilometer of meer
                                    bedraagt wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een
                                    van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk
                                    bedrag.</al></li><li nr="2."><al>In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te
                                    kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, en de
                                    afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke
                                    school voor basisonderwijs 20 kilometer of meer bedraagt betalen
                                    de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke
                                    bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het
                                    vervoer.</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de
                                    bijdrage als bedoeld in het tweede lid zijn afhankelijk van de
                                    hoogte van het belastbaar inkomen van de ouders en bedragen: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="37*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="63*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Tabel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Inkomen in euro’s</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Eigen bijdragen in euro’s</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>0 – 32.500</al></entry><entry colname="col2"><al>Nihil</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>32.500 – 39.000</al></entry><entry colname="col2"><al>130</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>39.000 – 45.000</al></entry><entry colname="col2"><al>545</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>45.000 – 51.000</al></entry><entry colname="col2"><al>1.015</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>51.000 – 58.000</al></entry><entry colname="col2"><al>1.485</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>58.000 – 64.000</al></entry><entry colname="col2"><al>1.955</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>64.000 en verder</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor elke extra € 5.000: € 480 erbij</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li><li nr="4."><al>De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden jaarlijks
                                    aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de
                                    regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten
                                    opzichte van 1 januari van het voorgaande jaar, en rekenkundig
                                    afgerond op een veelvoud van € 500.</al></li><li nr="5."><al>De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid,
                                    worden jaarlijks aangepast aan de wijziging die het
                                    consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het
                                    onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1
                                    januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op
                                    een veelvoud van € 5.</al></li><li nr="6."><al>Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie als
                                    gevolg van Titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TITEL</label><nr>6:</nr><titel>Bepalingen betreffende het vervoer van gehandicapte leerlingen van
                            scholen voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van openbaar vervoer met
                                begeleiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt op aanvraag bekostiging in de vervoerskosten
                                op basis van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding aan de
                                ouders van de leerling die een basisschool, speciale school voor
                                basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs bezoekt en
                                vanwege een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap
                                niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken. Ten
                                aanzien van een leerling van een speciale school voor basisonderwijs
                                neemt het college tevens artikel 8, lid 2 in acht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                                slechts gedeeltelijk toekent, betrekt het bij de beoordeling van de
                                aanvraag een eventueel aanwezig (vervoers) advies van de permanente
                                commissie leerlingenzorg, de ambulante begeleider of het advies van
                                andere deskundigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een begeleider meer dan een leerling tegelijk begeleidt,
                                komen slechts de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van een
                                begeleider voor bekostiging in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders
                                bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets dan wel
                                bromfiets, indien de leerling naar het oordeel van het college, al
                                dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per
                                fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per
                                bromfiets.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Bekostiging op basis van kosten van aangepast vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van
                                aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een basisschool,
                                speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet
                                onderwijs bezoekt, indien </al><lijst><li nr="a."><al>de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn
                                        lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet
                                        in staat is - ook niet onder begeleiding - van openbaar
                                        vervoer gebruik te maken. Ten aanzien van een leerling van
                                        een speciale school voor basisonderwijs neemt het college
                                        artikel 8, lid 2 in acht. Of:</al></li><li nr="b."><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 23
                                        en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar
                                        school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de
                                        reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de
                                        reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht,
                                        of:</al></li><li nr="c."><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 23
                                        en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het
                                        oordeel van het college al dan niet onder begeleiding
                                        gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan wel
                                        zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per
                                        bromfiets.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                                slechts gedeeltelijk toekent, betrekt het bij de beoordeling van de
                                aanvraag een eventueel aanwezig (vervoers) advies van de permanente
                                commissie leerlingenzorg, de ambulante begeleider of het advies van
                                andere deskundigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten,
                                    kan het college de ouders op aanvraag toestaan één of meer
                                    leerlingen zelf te vervoeren of laten vervoeren. Het college kan
                                    in plaats daarvan besluiten tot vergoeding of bekostiging van
                                    een goedkopere wijze van vervoer.</al></li><li nr="2."><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                    verleend, verstrekt het college aan de ouders die een leerling
                                    zelf vervoeren of laten vervoeren: </al><lijst><li nr="a."><al>een bedrag op basis van de kosten van het openbaar
                                            vervoer indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op
                                            basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens
                                            het bepaald in het vijfde lid; </al></li><li nr="b."><al>een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de
                                            auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien
                                            aanspraak zou bestaan op bekostiging van de kosten van
                                            aangepast vervoer, tot een maximum van het aangepast
                                            vervoer behoudens het bepaalde in het vierde lid .</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                    verleend, verstrekt het college aan de ouders die meer dan een
                                    leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren,
                                    bekostiging op basis van een kilometervergoeding voor de kortste
                                    autoroute, afgeleid van de Reisregeling binnenland, tot een
                                    maximum van het aangepast vervoer behoudens het bepaalde in het
                                    vierde lid.</al></li><li nr="4."><al>Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door
                                    andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of
                                    meer leerlingen bekostiging ontvangen afgeleid van de
                                    Reisregeling binnenland, wordt door het college geen bekostiging
                                    verstrekt.</al></li><li nr="5."><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging in de vervoerskosten en
                                    het college desgewenst toestaat dan wel van oordeel is dat de
                                    leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets of
                                    bromfiets, verstrekt het college aan de ouders bekostiging van
                                    een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets of
                                    bromfiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>TITEL</label><nr>7:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen die de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffen en
                            waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>Het college stelt nadere regels vast betreffende de uitvoering van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Afwijkingen van bepalingen</titel></kop><al>In bijzondere gevallen, kan het college aangaande het vervoer voor
                            onderwijs, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze
                            verordening. Hierbij kan advies worden gevraagd aan de commissie voor de
                            begeleiding en/of andere deskundigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Inwerkintreding nieuwe verordening en intrekking oude
                                verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                de datum van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De “Verordening Leerlingenvervoer Albrandswaard 2011” wordt met
                                ingang van de in lid 1 genoemde datum ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Overgangsregeling</titel></kop><al>Voor leerlingen die in het schooljaar 2012-2013 gebruik maken van het
                            leerlingenvervoer en waarvoor de vervoersvoorziening , op basis van deze
                            verordening, in het nieuwe schooljaar 2013-2014 ongunstiger uitpakt,
                            geldt een overgangsregeling tot 22 februari 2014, hetgeen inhoudt dat de
                            bepalingen van de Verordening leerlingenvervoer 2011 tijdelijk nog van
                            toepassing zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                            leerlingenvervoer 2013 Albrandswaard.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente </ondertekening><ondertekening>Albrandswaard in zijn openbare vergadering van, </ondertekening><ondertekening>13 mei 2013 </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>mr. Renske van der Tempel</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Ger J. van de Velde-de Wilde</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting Verordening leerlingenvervoer Albrandswaard
                        2013</titel></kop><al><cursief>Inleiding</cursief></al><al>Ieder kind heeft recht op passend onderwijs. In sommige gevallen kunnen kinderen
                    niet zelfstandig naar school, of kunnen ze niet door hun ouders gehaald en
                    gebracht worden. Als aan bepaalde criteria is voldaan, kunnen ouders een beroep
                    doen op de verordening leerlingenvervoer. De verordening leerlingenvervoer gaat
                    over de bekostiging van een vervoersvoorziening. Het expliciete doel van de
                    regeling is het verstrekken van een voorziening. Het is aan de gemeente om te
                    beslissen in welke vorm de voorziening wordt verstrekt. Het impliciete doel is
                    het effectueren van het recht op onderwijs en de vrijheid van onderwijs.</al><al>Voor de toekenning van de vergoeding wordt uitgegaan van de kosten van het
                    vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor een leerling met een
                    beperking. De ouders kunnen de gemeente ook vragen het vervoer van hun
                    kind(eren) naar de dichtstbijzijnde school van de gewenste levensbeschouwelijke
                    richting te verzorgen. Voor vervoer naar het primair onderwijs voor de niet
                    gehandicapte leerling wordt een eigen bijdrage opgelegd. Dit is niet voor iedere
                    leerling van toepassing. ( zie nadere uitwerking)</al><al/><al>Artikel 4, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), artikel 4,
                    eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en artikel 4, eerste
                    lid van de Wet op de expertisecentra (WEC), verplichten de gemeenteraad een
                    regeling vast te stellen voor het leerlingenvervoer. De verordening geeft
                    uitvoering aan de taakstelling van de gemeentebesturen inzake de bekostiging van
                    het vervoer van leerlingen van en naar scholen voor basisonderwijs, speciale
                    scholen voor basisonderwijs, of (voortgezet) speciaal onderwijs. Tevens worden
                    nadere regels gegeven voor de bekostiging van het weekeinde- en
                    vakantievervoer.</al><al/><al>Er is <vet>geen</vet> zorgplicht in het kader van leerlingenvervoer voor
                    leerlingen die het reguliere voortgezet onderwijs bezoeken, dus ook niet voor
                    praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs. Een uitzondering geldt voor
                    leerlingen die vanwege een handicap niet of niet zelfstandig van het openbaar
                    vervoer gebruik kunnen maken, zij hebben recht op leerlingenvervoer op basis van
                    Titel 6 van de verordening. Dit moet per leerling bekeken worden.</al><al/><al>Naast procedurevoorschriften over de wijze waarop de aanvragen voor bekostiging
                    door de ouders kunnen worden ingediend, bevat deze verordening criteria aan de
                    hand waarvan ouders aanspraak kunnen maken op bekostiging van de vervoerkosten.
                    Centraal uitgangspunt is daarbij dat de verantwoordelijkheid voor het
                    schoolbezoek van de leerling bij de ouders blijft liggen (artikel 2 van de
                    verordening).</al><al>Met het begrip ‘bekostiging’ wordt bedoeld dat de betaling aan de ouders niet
                    het karakter heeft van een ‘kostendekkende betaling’. Dit neemt echter niet weg
                    dat de bekostiging in een aantal gevallen kostendekkend kan zijn.</al><al/><al><cursief>Wijze van vervoer</cursief></al><al>Het college bepaalt welke wijze van vervoer wordt bekostigd aan de ouders.
                    Uitgangspunt van de regeling is voor de leerling het meest passende
                    vervoer.</al><al>De verordening onderscheidt een drietal wijzen van vervoer:</al><lijst><li nr="1."><al>openbaar vervoer;</al></li><li nr="2."><al>aangepast vervoer;</al></li><li nr="3."><al>eigen vervoer, (brom) fiets of auto .</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="24*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="27*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="27*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="21*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Bekostiging leerlingenvervoer</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Soort vervoersvoorziening</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Titel 2</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Titel 3 </vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Titel 6</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Fiets</al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 9</al></entry><entry colname="col3"><al>Artikel 14</al></entry><entry colname="col4"><al>Niet van toepassing</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Openbaar Vervoer</al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 9</al></entry><entry colname="col3"><al>Artikel 14</al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Begeleiding OV of fiets</al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 10</al></entry><entry colname="col3"><al>Artikel 15</al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aangepast Vervoer</al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 11</al><al>-Reistijd 1,5uur of meer</al><al>-Geen OV</al><al>-Beleidsregels </al></entry><entry colname="col3"><al>Artikel 16</al><al>-Beperking</al><al>-Reistijd 1,5 uur of meer</al><al>-Geen OV</al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 24</al><al>-Handicap</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Eigen vervoer</al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 12</al></entry><entry colname="col3"><al>Artikel 17</al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Uitzondering in verband met handicap</al></entry><entry colname="col2"><al>Titel 6</al><al>Geen afstandsgrens</al></entry><entry colname="col3"><al>Artikel 18 </al><al>Geen afstandsgrens </al></entry><entry colname="col4"><al>Niet van toepassing</al></entry></row></tbody></tgroup></table></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting verordening leerlingenvervoer</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In artikel 1 is een aantal begrippen nader gedefinieerd, die regelmatig
                        gebruikt worden in de verordening.</al><al/><al><vet><cursief>Ad a School </cursief></vet></al><al>Wat wordt verstaan onder primair onderwijs</al><al>-Regulier primair Onderwijs</al><al>Het openbaar onderwijs is een onderwijsvorm in Nederland die door de
                        overheid wordt opgericht en onderhouden.</al><al>-Bijzonder Onderwijs</al><al>Bijzonder onderwijs heeft een bepaalde levensbeschouwelijke, bijvoorbeeld
                        godsdienstige, maatschappelijke of onderwijskundige, visie opgericht door
                        een stichting of vereniging. </al><al/><al>Speciale school voor basisonderwijs (Speciaal Basis Onderwijs) </al><al>De Wet op het primair onderwijs (WPO), die op 1 augustus 1998 in werking is
                        getreden, voorziet in de samenvoeging van het basisonderwijs en het
                        onderwijs voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (lom), moeilijk
                        lerende kinderen (mlk) en in hun ontwikkeling bedreigde kleuters (iobk) in
                        een wet. De scholen voor lom, mlk en iobk heten onder de WPO ‘speciale
                        scholen voor basisonderwijs’.</al><al/><al><cursief>School voor kinderen van kermisexploitanten, schippers of
                            circusmedewerkers</cursief> Het Besluit trekkende bevolking van de WBO
                        (Stb. 465, 1985) bevat voorschriften voor scholen voor kinderen van wie de
                        ouders een trekkend bestaan leiden (zoals scholen voor kinderen van
                        kermisexploitanten, schippers of circusmedewerkers). De voorzieningen ten
                        behoeve van deze groepen zijn opgenomen in de WPO en de betreffende scholen
                        worden aangemerkt als basisscholen. Belangrijkste overweging hiervoor is,
                        dat de desbetreffende kinderen in principe aangewezen zijn op het reguliere
                        basisonderwijs. Van overwegende orthopedagogische of didactische benadering
                        is geen sprake. Dit betekent dat de ouders van de betreffende leerlingen
                        aanspraak kunnen maken op bekostiging van vervoer. Hiervoor gelden de
                        bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen naar scholen voor
                        basisonderwijs en speciale scholen voor basisonderwijs (Titel 2 van de
                        verordening ). </al><al/><al>Een belangrijke uitzondering vormen:</al><lijst><li nr="-"><al>leerlingen die rijdende scholen bezoeken voor kinderen van
                                kermisexploitanten of van circusmedewerkers (Titel B Besluit
                                trekkende bevolking);</al></li><li nr="-"><al>leerlingen die ligplaatsscholen bezoeken voor varende kinderen
                                (Titel C Besluit trekkende bevolking).</al></li></lijst><al/><al>Ouders van leerlingen die voornoemde scholen bezoeken, komen niet voor
                        bekostiging van vervoer in aanmerking. De kosten voor noodzakelijk vervoer
                        van deze leerlingen ten behoeve van het schoolbezoek, vormen onderdeel van
                        de materiële instandhouding van die scholen</al><al/><al><cursief>School voor voortgezet onderwijs</cursief></al><al>Onder een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de WVO, vallen het
                        voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo), het hoger algemeen
                        voortgezet onderwijs (havo)en het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
                        (vmbo), waar praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs deel van
                        uit maken. </al><al><cursief>Particuliere scholen</cursief> Aanspraak op leerlingenvervoer kan
                        zowel naar rijksbekostigde als particuliere scholen bestaan, mits de
                        particuliere school een onderwijsrichting vertegenwoordigt en mits de
                        particuliere school een ‘school’ in de zin van de onderwijswetten is. </al><al/><al><cursief>School voor beroeps- universitair onderwijs</cursief></al><al>Het vervoer naar het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger beroepsonderwijs
                        en het universitair onderwijs valt onder geen enkele omstandigheid onder het
                        leerlingenvervoer. Gehandicapte leerlingen die een dergelijke opleiding
                        volgen, kunnen zich tot het UWV wenden voor een eventuele vergoeding.</al><al/><al><cursief>Speciaal onderwijs (WEC)</cursief></al><al>De Wet op de expertisecentra (WEC) omvat al het overig speciaal en
                        voortgezet speciaal onderwijs. Het gaat om onderwijs voor doven,
                        slechthorenden, kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden, visueel
                        gehandicapten, lichamelijk gehandicapten, kinderen opgenomen in het
                        ziekenhuis, langdurig zieken, zeer moeilijk lerende kinderen, zeer moeilijk
                        opvoedbare kinderen, meervoudig gehandicapten en onderwijs op pedologische
                        instituten. </al><al>De WEC onderscheidt de volgende clusters:</al><al>Cluster 1: </al><al>onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen dan wel meervoudig gehandicapte
                        kinderen met deze handicap;</al><al>Cluster 2: </al><al>onderwijs aan dove kinderen, slechthorende kinderen en kinderen met ernstige
                        spraakmoeilijkheden dan wel meervoudige gehandicapte kinderen met een van
                        deze handicaps;</al><al>Cluster 3: </al><al>onderwijs aan langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap,
                        lichamelijk gehandicapte kinderen en zeer moeilijk lerende kinderen dan wel
                        meervoudig gehandicapte kinderen met een van deze handicaps;</al><al>Cluster 4: </al><al>onderwijs aan langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke
                        handicap, zeer moeilijk opvoedbare kinderen en kinderen in scholen verbonden
                        aan pedologische instituten.</al><al/><al><cursief>School gecombineerd met medische behandeling en zorg</cursief></al><al>Gemeenten worden steeds vaker geconfronteerd met aanvragen van ouders voor
                        bekostiging van vervoer naar instellingen waar kinderen dagbehandelingen
                        (zorg) krijgen, al dan niet in combinatie met onderwijs. Gemeenten zijn hier
                        in principe niet toe verplicht. Het leerlingenvervoer betreft slechts het
                        vervoer naar en van een school op de schooltijden die zijn aangegeven in het
                        schoolplan. Dan gaat het dus om een onderwijsinstelling in de zin van de
                        onderwijswetgeving; zorginstellingen, medisch kinderdagverblijven en
                        dergelijke worden hier niet toe gerekend. </al><al> Volgt een kind ook onderwijs op of nabij die locatie, dan kan het zijn dat
                        ouders een (gedeeltelijke) tegemoetkoming bij de gemeente kunnen krijgen.
                        Ook dan moet het gaan om onderwijs in de zin van onderwijswetgeving, dus
                        moet de instelling die het onderwijs verzorgt een “school” zijn. Hierbij
                        geldt dat gemeenten vervoeren in aansluiting op het begin en einde van de
                        schooldag volgens het schoolplan (artikel 1, onderdeel m, van de
                        Verordening). Krijgen kinderen voor, tijdens of na schooltijd zorg of
                        behandelingen, dan zijn toch de schooltijden leidend voor het
                        leerlingenvervoer. </al><al/><al><vet><cursief>Ad b Ouders</cursief></vet></al><al>Ook pleegouders, voogden en/of wettelijk vertegenwoordigers zijn aan te
                        merken als verzorgers en vallen daarmee onder het begrip “ouders”, zoals
                        bedoeld in de verordening. </al><al/><al><vet><cursief>Ad c Leerling</cursief></vet></al><al>In artikel 39, derde lid, van de WPO is bepaald dat kinderen vanaf drie jaar
                        en tien maanden ten hoogste vijf dagen (schoolgewenningsdagen) de
                        basisschool mogen bezoeken. Deze kinderen worden echter pas als zij de
                        leeftijd van vier jaar hebben bereikt leerling in de zin van de WPO (artikel
                        39, eerste lid, WPO). De ouders kunnen dan ook pas vanaf het moment dat hun
                        kind vier jaar is geworden eventueel aanspraak maken op bekostiging van de
                        vervoerkosten naar de basisschool of speciale school voor basisonderwijs. De
                        toelatingsleeftijd voor kinderen in het speciaal onderwijs is geregeld in
                        artikel 39 van de WEC. Voor leerlingen die op grond van de
                        onderwijswetgeving toegelaten zijn op een school voor (voortgezet) speciaal
                        onderwijs, ongeacht of zij de leerplichtige leeftijd hebben bereikt, of al
                        voorbij zijn kunnen de ouders, indien zij voldoen aan de voorwaarden van de
                        gemeentelijke verordening leerlingenvervoer, aanspraak maken op bekostiging
                        van de vervoerskosten. Voor het voortgezet onderwijs geldt dat er voor
                        leerlingen met een structurele handicap aanspraak kan bestaan op bekostiging
                        op grond van Titel 6 van de verordening.</al><al/><al><cursief>Illegale leerlingen</cursief></al><al>Het recht op onderwijs, ook voor in ons land verblijvende illegale
                        leerlingen, is gebaseerd op het principe dat jongeren waar ook ter wereld
                        moeten worden toegerust om aan het maatschappelijke leven deel te nemen,
                        Nederland is hiertoe ook internationale verdragsrechtelijke verplichtingen
                        aangegaan. In de Koppelingswet is zelfs vastgelegd dat illegale kinderen die
                        voor hun 18e jaar een onderwijstraject zijn gestart het recht hebben om dit
                        af te maken. Hier vloeit uit voort dat illegale leerlingen in principe ook
                        recht hebben op leerlingenvervoer. Scholen en gemeenten hoeven leerplichtige
                        leerlingen niet te vragen naar de verblijfsstatus. </al><al/><al><cursief>Asielzoekerskinderen</cursief></al><al>Voor kinderen die in een Asielzoekerscentrum (AZC) verblijven en naar school
                        toe gaan, bestaat de Richtlijn schoolvervoer asielzoekers. Deze richtlijn
                        houdt in dat het AZC het vervoer betaalt van het AZC naar de school. Dit
                        betaalt het AZC uit de middelen die het via het Centraal Orgaan Opvang
                        Asielzoekers (COA) ontvangt. Leerlingen die niet in een asielzoekerscentrum
                        verblijven, vallen onder de gemeentelijke regeling leerlingenvervoer. </al><al/><al><vet><cursief>Ad d Ontwikkellingsleeftijd</cursief></vet></al><al>De ontwikkelingsleeftijd is de leeftijd waarop de leerling functioneert en
                        kan afwijken van de kalenderleeftijd. </al><al/><al><vet><cursief>Ad e Woning</cursief></vet></al><al>Onder ‘woning’ wordt in de verordening verstaan: de plaats waar de leerling
                        structureel en feitelijk verblijft. Met andere woorden, de plaats van
                        waaruit het kind de school bezoekt. Het is niet relevant in welke gemeente
                        de ouders en/of het kind staan ingeschreven.</al><al>Ook doet het niet ter zake of de ouders, voogden of verzorgers in de
                        gemeente hun officiële verblijf hebben in de zin van de artikelen 10 en
                        verder van Boek I van het Burgerlijk wetboek. Dit betekent dat indien een
                        leerling tijdelijk in een andere gemeente verblijft er in deze andere
                        gemeente (in het algemeen) bekostiging van de vervoerkosten van deze
                        leerling aangevraagd moet worden (dit geldt overigens niet indien het
                        bijvoorbeeld een leerling betreft die vanwege een vakantie van de ouders
                        tijdelijk elders verblijft). </al><al/><al><vet><cursief>Ad f Afstand</cursief></vet></al><al>De afstand wordt consequent met een vaste routeplanner gemeten. </al><al/><al><vet><cursief>Ad g Vervoer</cursief></vet></al><al>Ter verduidelijking is opgenomen dat het vervoer alleen plaatsvindt in
                        aansluiting op het begin en einde van de schooldag, zoals aangegeven in het
                        schoolplan. Hiermee wordt voorkomen dat ouders op basis van bijvoorbeeld
                        sociale of tijdelijke medische overwegingen aanvragen indienen voor het
                        vervoer tijdens de schooltijd (bijvoorbeeld omdat de leerling te jong is om
                        het hele onderwijsprogramma te volgen). Uitsluitend indien de structurele
                        beperking van een leerplichtige leerling noodzaakt tot het volgen van
                        slechts een deel van het onderwijsprogramma, dient in voorkomend geval wel
                        tijdens de schooltijd vervoerd te worden. </al><al/><al><vet><cursief>Ad h Openbaar vervoer</cursief></vet></al><al>Bij de definiëring van het begrip ‘openbaar vervoer’ is aangesloten bij de
                        begripsomschrijving zoals deze is vastgelegd in artikel 1 van de Wet
                        personenvervoer (wet van 12 maart 1987, Stb. 175). In deze Wet wordt onder
                        ‘openbaar vervoer’ verstaan: voor een ieder openstaand personenvervoer per
                        trein, metro, tram, bus, of auto volgens een dienstregeling. De Wet
                        personenvervoer definieert ‘dienstregeling’ als voor een ieder kenbaar
                        schema van reismogelijkheden. In de verordening is de begripsomschrijving
                        ‘openbaar vervoer’ uitgebreid met ‘veerdienst’. </al><al/><al><vet><cursief>Ad i aangepast vervoer</cursief></vet></al><al>Ten behoeve van het aangepast vervoer sluit de gemeente een vervoerscontract
                        af, waardoor de leerlingen door een taxibedrijf door middel van een taxi,
                        taxibusje, (touringcar)bus, treintaxi, bustaxi van en naar school wordt
                        vervoerd. Hierbij wordt het vervoer van leerlingen zoveel mogelijk
                        gecombineerd. </al><al/><al><vet><cursief>Ad j eigen vervoer</cursief></vet></al><al>Het is mogelijk om een vergoeding te geven voor het eigen vervoer van de
                        ouders of de leerling. Dit kan zijn voor de inzet van de eigen auto,
                        bromfiets of fiets. Indien men met de eigen auto rijdt is het bovendien
                        mogelijk om ook andere leerlingen mee te nemen. Ouders die dit zelf doen,
                        vallen niet onder de Wet op het Personenvervoer. </al><al/><al><vet><cursief>Ad k Reistijd</cursief></vet></al><al>Onder “reistijd” wordt verstaan, de tijd die ligt tussen het verlaten van
                        het huis en de aanvang van de schooldag, dan wel de tijd die ligt tussen het
                        einde van de schooldag en de aankomst bij het huis. De praktijk leert dat
                        leerlingen, ongeacht of zij gebruikmaken van het leerlingenvervoer, zich
                        vaak zo’n tien minuten voor de aanvang van de lessen op het schoolplein
                        bevinden. Deze tijd wordt niet meegerekend als reistijd. Eventuele wachttijd
                        aan het einde van de schooldag wordt wel meegerekend bij de reistijd. </al><al/><al><vet><cursief>Ad l Schooltijd</cursief></vet></al><al>Het begin en het einde van de schooldag, volgens het schoolplan. Voor
                        afwijkende schooltijden stelt het college nadere regels vast.</al><al/><al><vet><cursief>Ad m Schoolplan</cursief></vet></al><al>Het schoolplan is een jaarplan waarin onderwijskundige lessen en
                        ondersteunende activiteiten zijn opgenomen. </al><al/><al><vet><cursief>Ad n Toegankelijke school</cursief></vet></al><al>De WPO kent het orgaan de permanente commissie leerlingenzorg (pcl, artikel
                        23 WPO). Deze commissie beslist op aanvraag van de ouders of een leerling op
                        het onderwijs van een speciale school voor basisonderwijs is aangewezen.
                        Alleen als dit besluit positief is, kan een leerling op een speciale school
                        voor basisonderwijs worden opgenomen. Het college moet bij de beoordeling
                        van een aanvraag voor leerlingenvervoer van dit besluit uitgaan. Dit besluit
                        is overigens een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
                        In het kader van de operatie Weer samen naar school is afgesproken dat,
                        indien vaststaat dat een leerling is aangewezen op een hulpklas bij een
                        basisschool, deze basisschool moet worden aangemerkt als de toegankelijke
                        school, ook wanneer dit niet de dichtstbijzijnde basisschool is, en dat
                        derhalve vervoer naar deze basisschool met hulpklas dient te worden
                        bekostigd. </al><al/><al><vet><cursief>Ad o Inkomen</cursief></vet></al><al>Om te bepalen of er een drempelbedrag kan worden geheven op grond van
                        artikel 21, is het inkomen van ouders in het peiljaar nodig. Het peiljaar is
                        het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor bekostiging
                        wordt aangevraagd. Ouders kunnen hiervoor een IB 60-formulier opvragen bij
                        de Belastingdienst, waarop dit gecorrigeerde verzamelinkomen staat vermeld.
                            </al><al/><al><vet><cursief>Ad p Drempelbedrag</cursief></vet></al><al>Voor ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een
                        speciale school voor basisonderwijs bezoekt, kan een drempelbedrag in
                        rekening worden gebracht (zie artikel 21 van de verordening). Bij het
                        drempelbedrag is de ouderlijke bijdrage gekoppeld aan de door de gemeente
                        vastgestelde kilometergrens. Het drempelbedrag is gelijk aan de kosten van
                        het openbaar vervoer. Het drempelbedrag wordt per leerling in rekening
                        gebracht.</al><al/><al>Voor de bepaling of een drempelbedrag verplicht is, dient een inkomen in de
                        zin van de Wet op de inkomstenbelasting aanwezig te zijn. Als de aanvrager
                        een rechtspersoon is (bijvoorbeeld een zorginstelling), dan valt deze
                        formeel niet onder de werking van de Wet op de inkomstenbelasting. In de
                        bekostiging van instellingen is vaak rekening gehouden met bekostiging van
                        de kosten van het dagelijks vervoer naar school en het weekeinde- en
                        vakantievervoer.</al><al/><al><vet><cursief>Ad q: Inkomensafhankelijke bijdrage</cursief></vet></al><al>Naast het drempelbedrag kan voor ouders van leerlingen die een school voor
                        basisonderwijs bezoeken, die tenminste 20 kilometer van de woning is
                        gelegen, een inkomensafhankelijke bijdrage gelden (zie artikel 22 van de
                        verordening). De inkomensafhankelijke bijdrage wordt in mindering gebracht
                        op de toegekende bekostiging. De inkomensafhankelijke bijdrage wordt per
                        gezin geheven.</al><al/><al><vet><cursief>Ad r Opstapplaats</cursief></vet></al><al>Voor het aangepast vervoer kan de gemeente opstapplaatsen gebruiken. Indien
                        de leerling hiertoe in staat is wordt deze vanaf de opstapplaats met de taxi
                        of bus vervoerd. De leerlingen worden dan niet meer thuis voor de deur
                        opgehaald, maar dienen zich, al dan niet onder begeleiding van de ouders, te
                        begeven naar de door de gemeente aangewezen opstapplaats. </al><al/><al><vet><cursief>Ad s Commissie voor de begeleiding</cursief></vet></al><al>De commissie voor de begeleiding is zodanig samengesteld dat zij adequaat
                        kan adviseren vanuit zowel onderwijskundig als pedagogisch, psychologisch en
                        medisch oogpunt, rekening houdend met de beperking van de leerling.
                        Daarnaast heeft de commissie voor begeleiding de taak een voorstel te doen
                        voor het handelingsplan en de uitvoering van het handelingsplan te evalueren
                        alsmede te adviseren over terugplaatsing of overplaatsing van de leerling
                        naar het basisonderwijs of het voortgezet onderwijs. </al><al/><al><vet><cursief>Ad t Vervoersvoorziening</cursief></vet></al><al>De wet bepaalt dat de gemeenten het vervoer zelf kunnen verzorgen, dan wel
                        doen verzorgen. In de begripsbepaling ‘vervoersvoorziening’ is dit nader
                        uitgewerkt. Er dient een keuze te worden gemaakt tussen één van de
                        weergegeven mogelijkheden, zoals aangegeven in de verordening. </al><al/><al><vet><cursief>Ad u Permanente commissie leerlingenzorg</cursief></vet></al><al>De WPO kent de permanente commissie leerlingenzorg (pcl). Besluiten van de
                        pcl over de toelating van een leerling tot een speciale school voor
                        basisonderwijs kunnen door het college bij de beoordeling van een aanvraag
                        voor leerlingenvervoer betrokken te worden, ingeval het college een
                        negatieve beschikking geeft op de gevraagde voorziening.</al><al/><al><vet><cursief> Ad v Commissie voor de indicatiestelling</cursief></vet></al><al>Elk kind dat wordt aangemeld voor het speciaal onderwijs moet worden
                        geïndiceerd. De commissie voor de indicatiestelling beoordeelt aan de hand
                        van onafhankelijke landelijke criteria of een leerling in aanmerking komt
                        voor leerlinggebonden ﬁnanciering en in welk cluster de leerling wordt
                        geplaatst.</al><al/><al><vet><cursief>Ad w Samenwerkingsverband</cursief></vet> Op basis van de WPO
                        moeten basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs die samenwerken,
                        een zodanige zorgstructuur inrichten, dat voor elke leerling de benodigde
                        zorg kan worden geboden. Artikel 18 van de WPO geeft een regeling voor de
                        samenwerkingsverbanden.</al><al/><al><vet><cursief>Ad x Opdc</cursief></vet></al><al>Opdc: orthopedagogisch en didactisch centrum. Bovenschoolse voorziening
                        bedoeld om leerlingen extra zorg te geven. Op een opdc kan ook onderwijs
                        gegeven worden, maar de leerlingen blijven ingeschreven op een school voor
                        voortgezet onderwijs.</al><al>Leerlingen die volledig onderwijs volgen aan een opdc en aanspraak maken op
                        vervoer op basis van Titel 6, kunnen in aanmerking komen voor
                        leerlingenvervoer naar het opdc. Leerlingen die gedeeltelijk onderwijs
                        volgen aan een opdc en gedeeltelijk aan een school voor voortgezet
                        onderwijs, kunnen alleen in aanmerking komen voor leerlingenvervoer naar de
                        school voor voortgezet onderwijs. </al><al/><al><vet><cursief>Ad y Ambulante begeleiding</cursief></vet></al><al>Een ambulante begeleider is verbonden aan een school voor speciaal onderwijs
                        en geeft ondersteuning aan leerlingen met een beperking in het reguliere
                        primair en voortgezet onderwijs. De gemeente kan aan de ambulante begeleider
                        van gehandicapte leerlingen in het reguliere onderwijs, voor wie een
                        aanvraag leerlingenvervoer wordt ingediend, advies vragen over de
                        vervoersbehoefte van die leerlingen.</al><al/><al><vet>Ad z Begeleiding</vet></al><al>Als blijkt dat het voor de leerling niet mogelijk is zelfstandig te reizen
                        en bij de reis begeleid dient te worden zijn ouders verantwoordelijk voor de
                        begeleiding van de leerling. Wie uiteindelijk als begeleider zal fungeren is
                        in principe niet van belang. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Bekostiging van de door het college noodzakelijk te achten
                            vervoerskosten</titel></kop><al>In de verordening worden de aanspraken van de ouders op gehele of
                        gedeeltelijke bekostiging voor het dagelijks vervoer van leerlingen naar
                        scholen voor basisonderwijs, speciale scholen voor basisonderwijs en
                        (voortgezet) speciaal onderwijs vastgelegd. Indien het college het vervoer
                        laat verzorgen, kan zij van ouders, die voor bekostiging van de
                        vervoerskosten in aanmerking komen, verlangen dat hun kinderen van dit
                        vervoer gebruik maken. Tevens kan zij van ouders, aan wie slechts een
                        gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, verlangen een eigen
                        bijdrage te betalen voor het vervoer van hun kinderen (artikel 2, tweede
                        lid). </al><al/><al>De hoogte van deze bijdrage, die slechts van toepassing is op ouders van
                        leerlingen die scholen voor basisonderwijs of speciale scholen voor
                        basisonderwijs bezoeken, is afhankelijk van het inkomen van de ouders en de
                        afstand tussen de woning en de te bezoeken school. Indien de ouders weigeren
                        of nalatig zijn met betrekking tot de volgens de verordening te betalen
                        bijdrage, leidt dit tot het vervallen van de aanspraak op de bekostiging dan
                        wel, indien gebruik wordt gemaakt van bijvoorbeeld een taxi (busje), tot
                        stopzetting van het vervoer. De eigen bijdrage kan nooit hoger zijn dan de
                        werkelijke kosten van het vervoer. </al><al>De verantwoordelijkheid voor het schoolbezoek blijft ingevolge de
                        Leerplichtwet in alle gevallen bij de ouders liggen. In artikel 2, vijfde
                        lid is deze verantwoordelijkheid nog eens expliciet vastgelegd. Deze
                        verantwoordelijkheid kan door de ouders niet op- of overgedragen worden aan
                        de gemeente. De wettelijke regeling, noch de gemeentelijke verordening
                        beperkt deze verantwoordelijkheid van de ouders.</al><al>In het zesde lid staat dat een leerling die meerderjarig en
                        handelingsbekwaam is zelf een aanvraag voor leerlingenvervoer doet. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school</titel></kop><al> Een van de uitgangspunten van de artikelen 4 van de WPO, WVO en de WEC is
                        dat de gemeenteraad bij het vaststellen van de verordening en het college
                        bij de uitvoering daarvan de op godsdienst of levensbeschouwing van ouders
                        berustende keuze voor een school dient te eerbiedigen. Tevens is in genoemde
                        artikelen bepaald dat in de verordening geen onderscheid wordt gemaakt
                        tussen openbaar en bijzonder onderwijs. In de verordening is dit verankerd
                        in artikel 3. Bekostiging van de vervoerskosten wordt verstrekt over de
                        afstand tussen de woning van de leerling en de dichtstbijzijnde voor hem
                        toegankelijke school. Als dichtstbijzijnde school kan worden aangemerkt: de
                        school die naar afstand het dichtstbij gelegen is, gemeten langs de kortste
                        voor de leerling voldoende (meest) begaanbare, veilige weg. </al><al/><al>Als toegankelijke school is aan te merken wat betreft het primair onderwijs:
                        de school van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting
                        dan wel de openbare school. Wat betreft (voortgezet) speciaal onderwijs
                        wordt hier nog een tweede criterium aan toegevoegd: de school van de soort
                        waarop de leerling is aangewezen op grond van zijn lichamelijke of
                        geestelijke toestand. De hier bedoelde soorten zijn schooltypen zoals
                        vermeld in artikel 2 van de WEC en artikel 5 van de WVO. Op grond van de WPO
                        dient voor de speciale scholen voor basisonderwijs het vervoer naar de
                        dichtstbijzijnde toegankelijke school in het samenwerkingsverband te worden
                        bekostigd. Zie daarvoor artikel 8 van de verordening . </al><al/><al><cursief>Onderwijsrichting</cursief></al><al>In de parlementaire behandeling van de Wet gemeentelijke regelingen
                        leerlingenvervoer is uitgebreid aandacht besteed aan de richting van het
                        onderwijs. Om alle twijfels weg te nemen dat de afstand die voor bekostiging
                        in aanmerking komt maximaal betrekking heeft op de kortste voor de leerling
                        voldoende begaanbare en veilige weg naar de dichtstbijzijnde toegankelijke
                        school van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting is,
                        door middel van een Vierde nota van wijziging (Kamerstuk 18841, nr. 21) in
                        de relevante artikelen expliciet opgenomen dat vervoer plaatsvindt naar de
                        dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij het vervoer
                        met betrekking tot een verder weg gelegen school voor de gemeente minder
                        kosten met zich mee zou brengen, en de ouders met het vervoer naar die
                        school instemmen.</al><al/><al>Bovengenoemd uitgangspunt houdt in dat indien een leerling een school
                        bezoekt die, met voorbijgaan van een school van dezelfde gewenste richting,
                        verder van de woning van de leerling is verwijderd, de aanspraak in principe
                        beperkt blijft tot de kosten verbonden aan het vervoer naar en van de
                        dichtstbijzijnde bij de woning gelegen school. Dit is echter geen
                        verplichting. Het college kan besluiten om in het geheel geen bekostiging te
                        verstrekken indien vervoer aanwezig is waarvan de kosten gelijk blijven
                        ongeacht het aantal leerlingen dat van dat vervoer gebruik maakt.</al><al/><al>Indien de situatie zich zou voordoen dat vervoer naar een verder van de
                        woning van de leerling gelegen school van dezelfde richting voor de gemeente
                        goedkoper zou zijn (of niet meer kosten met zich meebrengt), kan het college
                        aan de ouders vragen ermee in te stemmen dat de leerling naar die school
                        wordt vervoerd. Voor een openbare school geldt hetzelfde.</al><al/><al><cursief>Speciaal onderwijs</cursief></al><al>Uiteraard geldt voor het (voortgezet) speciaal onderwijs dat het
                        bovenstaande slechts van toepassing is op dichterbij gesitueerde scholen van
                        de soort waarop de leerling is aangewezen.</al><al/><al><cursief>Interconfessioneel onderwijs</cursief></al><al>Hieronder wordt verstaan onderwijs dat is gebaseerd op verschillende
                        geloofsovertuigingen. Interconfessionele scholen zijn meestal ontstaan uit
                        de fusie van een protestante en</al><al>een katholieke school. Gezien de statuten van deze scholen wordt dit type
                        onderwijs niet</al><al>als aparte richting ten opzichte van andere confessionele scholen
                        aangemerkt. </al><al/><al><cursief>‘Vrije scholen’</cursief></al><al>Deze scholen, die hun onderwijs stoelen op de antroposofische wijsbegeerte
                        en met name de filosofie van Rudolf Steiner, kunnen geacht worden een
                        bepaalde richting in het onderwijs te vertegenwoordigen, aangezien het
                        onderwijs wordt gegeven vanuit een eigen mens- en wereldbeschouwing. De
                        vrije school is in Nederland bekend onder namen als Rudolf Steinerschool,
                        Parcivalschool en de Zonneschool. </al><al/><al><cursief>Overige scholen</cursief></al><al>Niet tot het begrip ‘richting’ wordt gerekend een bepaalde onderwijskundige
                        methode van een school. Hiermee worden onder andere bedoeld:
                        Jenaplanscholen, Montessorischolen, Daltonscholen en Freinetscholen. Deze
                        scholen baseren hun identiteit op de onderwijskundige inrichting van de
                        school en niet op de godsdienstige of levensbeschouwelijke richting. </al><al/><al>Montessorischolen c.a. kunnen onder meer van katholieke, protestante
                        signatuur zijn. Dit betekent dat er in dezen geen verschil bestaat tussen
                        een ‘reguliere’ katholieke basisschool en een katholieke Montessorischool,
                        etc. Relatief nieuw zijn de zogenaamde ‘Iederwijsscholen’. Dit zijn
                        particuliere scholen die sinds 2000 op verschillende plaatsen in Nederland
                        gestart zijn. In het algemeen worden deze scholen erkend als ’scholen’ in de
                        zin van de onderwijswetten. De identiteit van de school lijkt meer geënt op
                        de onderwijskundige inrichting, dan een godsdienst of levensovertuiging. Er
                        is geen jurisprudentie bekend waaruit blijkt dat er sprake is van een
                        afzonderlijke richting.</al><al/><al><cursief>Verklaring van bezwaar</cursief></al><al>Op grond van artikel 3, tweede lid, dienen ouders, indien een leerling een
                        school voor basisonderwijs bezoekt op grotere afstand dan bepaald in de
                        verordening , terwijl zich dichterbij andere (openbare en bijzondere)
                        basisscholen bevinden, schriftelijk te verklaren, dat zij overwegende
                        bezwaren hebben tegen het openbaar onderwijs dan wel tegen de richting van
                        de dichterbij gelegen bijzondere basisscholen. </al><al>Een verklaring van bezwaar dient zich te richten tegen de richting van het
                        bijzonder onderwijs dan wel tegen het openbaar onderwijs en niet tegen de
                        onderwijskundige methode die op de school gehanteerd wordt. Sinds de
                        totstandkoming van onderwijswetgeving met betrekking tot de vrijheid van
                        onderwijs, is het oordeel over de bezwaren, die aan de richting van het
                        onderwijs verbonden zijn, aan de overheid onttrokken. Met andere woorden:
                        het college is niet gerechtigd de bezwaren van ouders tegen een bepaalde
                        richting inhoudelijk te verifiëren. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitbetaling van de bekostiging</titel></kop><al>De gekozen formulering van artikel 4 laat de ruimte om per situatie de
                        termijn van de bekostiging te bepalen. Indien er in de situatie van de
                        leerling geen verbetering of verandering valt te verwachten, kan er worden
                        gekozen voor het afgeven van een beschikking voor meerdere jaren. De
                        aanvrager dient jaarlijks inkomensgegevens te overleggen, om te kunnen
                        beoordelen of het drempelbedrag al dan niet betaald moet worden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvraagprocedure</titel></kop><al>Indien ouders menen voor bekostiging in aanmerking te komen, dienen zij
                        hiervoor een aanvraag in bij het college. De gemeente stelt hiervoor een
                        (digitaal) aanvraagformulier beschikbaar.</al><al/><al><cursief>Onvolledige aanvraag</cursief></al><al>Aanvragen dienen volledig te zijn ingevuld en te zijn voorzien van de
                        noodzakelijk e bijlagen. </al><al/><al>Wanneer de aanvraag onjuist of onvolledig is ingevuld, zullen de ouders de
                        aanvraag moeten aanvullen of corrigeren. In artikel 4:15 van de Awb is
                        bepaald dat de beslistermijn wordt opgeschort tot de dag waarop de aanvraag
                        met de ontbrekende gegevens is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn
                        ongebruikt is verstreken. Is er sprake van een bovengenoemde situatie dan is
                        artikel 5, vijfde lid van toepassing. Hierin wordt bepaald dat het college
                        binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beslissing neemt, nadat
                        ouders in voorkomend geval in de gelegenheid zijn gesteld de aanvraag met
                        ontbrekende gegevens aan te vullen.</al><al/><al>Onder gegevens dient ook te worden verstaan eventuele toevoeging van
                        verklaringen (bewijsstukken). Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan een
                        medische verklaring, werkgeversverklaring, verklaring van de rijksinspecteur
                        der belasting, verklaring van overwegende bezwaren en eventuele andere
                        bewijsstukken.</al><al/><al>Ouders zijn op grond van artikel 4:2 van de Awb verplicht deze gegevens te
                        overleggen, indien deze gegevens van belang zijn voor een juiste beoordeling
                        van de aanvraag. Of gegevens daadwerkelijk van belang zijn voor een juiste
                        beoordeling wordt door het college bepaald. Uiteraard dient het begrip
                        ‘juist’ redelijk geïnterpreteerd te worden. Criterium is: gegevens die van
                        invloed zijn op de aanvraag dienen juist en volledig ingevuld te zijn. Het
                        college bepaalt of dat daadwerkelijk het geval is.</al><al>Indien het aanvraagformulier gecorrigeerd dient te worden of dient te worden
                        aangevuld , worden ouders in de gelegenheid gesteld om de verlangde gegevens
                        binnen een door het college te bepalen termijn aan te vullen of te
                        verbeteren. </al><al/><al>Wordt hiervan geen gebruik gemaakt, dan dient het college de afweging te
                        maken of de aanvraag in behandeling wordt genomen (artikel 4:5, eerste lid,
                        van de Awb). Op grond van artikel 4:5, vierde lid van de Awb, dient in een
                        voorkomend geval aan de aanvrager bekend te worden gemaakt dat de aanvraag
                        niet in behandeling wordt genomen.</al><al/><al><cursief>Inwerkingtreding</cursief></al><al>Een aanvraag kan in principe op ieder moment in het jaar worden gedaan.
                        Wanneer het echter een aanvraag voor het nieuwe schooljaar betreft verdient
                        het de voorkeur dat de aanvraag ruim op tijd wordt ingediend, bijvoorbeeld
                        voor 1 juni. Dit is echter geen verplichting. </al><al/><al>Indien op een aanvraag positief is beslist of indien via bezwaar of beroep
                        een positieve beschikking is afgedwongen, luidt de vraag met ingang van
                        welke datum de bekostiging wordt verleend. </al><al/><al>In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat het college de ingangsdatum van
                        de bekostiging bepaalt. In het geval een aanvraag voor het nieuwe schooljaar
                        , tijdig en volledig wordt ingediend zal de ingangsdatum van de bekostiging
                        in principe samenvallen met de eerste schooldag van het nieuwe schooljaar
                        (artikel 5, zevende lid, onder a). Hieronder dient dan de werkelijke start
                        van het schooljaar verstaan te worden en niet de wettelijke aanvangsdatum.
                        De bekostiging gaat uiteraard pas in op de dag dat het vervoer daadwerkelijk
                        plaatsvindt.</al><al/><al>Voor aanvragen die gedurende het schooljaar worden ingediend zal de
                        ingangsdatum van de bekostiging zo veel mogelijk aansluiten bij de in het
                        aanvraagformulier verzochte datum van ingang, echter niet voor de datum
                        waarop de aanvraag wordt gedaan (artikel 5, zevende lid). </al><al/><al>Opgemerkt dient te worden, dat ook bij vergoedingen van het aangepaste
                        vervoer het streven is om bij de gevraagde datum aan te sluiten, maar dat de
                        beoordeling van de aanvraag en de organisatie van het aangepaste vervoer
                        meer tijd kunnen vereisen. Dit kan er toe leiden, dat de vergoeding niet op
                        de door de ouders verzochte datum kan ingaan. Bij de behandeling van deze
                        aanvragen en de organisatie van het vervoer wordt de aangevraagde datum
                        echter wél nagestreefd als ingangsdatum van de vergoeding.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Doorgeven van wijzigingen</titel></kop><al>Artikel 6, eerste lid, stelt dat ouders verplicht zijn om wijzigingen die
                        van invloed zijn op de verstrekte bekostiging per direct schriftelijk te
                        melden. </al><al>Gegevens die van invloed kunnen zijn op de bekostiging zijn onder
                        andere:</al><lijst><li nr="-"><al>wijziging van de reistijd, in verband met verandering in
                                bijvoorbeeld het openbaar vervoer;</al></li><li nr="-"><al>wijziging in het woonadres van de leerling, door bijvoorbeeld
                                verhuizing;</al></li><li nr="-"><al>wijziging van de gezinssamenstelling;</al></li><li nr="-"><al>wijziging in de gezinssituatie, die invloed heeft op het al dan niet
                                begeleiden van leerlingen;</al></li><li nr="-"><al>wijziging van het adres van de school;</al></li><li nr="-"><al>wijziging van de schooltijden van de school;</al></li><li nr="-"><al>wijziging van school (bijvoorbeeld van speciaal onderwijs naar
                                voortgezet speciaal onderwijs);</al></li><li nr="-"><al>toekenning van bekostiging op grond van de Wet WIA , of op grond van
                                andere wet en regelgeving. </al></li></lijst><al>Indien de wijziging daartoe aanleiding geeft trekt het college de verstrekte
                        bekostiging in en verstrekt het college al dan niet opnieuw bekostiging van
                        de vervoerskosten (artikel 6, derde lid.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><al> Indien kan worden aangetoond dat een aanvrager van leerlingenvervoer via
                        een andere weg (bijvoorbeeld door stage via de werkgever) vergoeding
                        ontvangt voor de kosten van het vervoer naar school, mag de gemeente die
                        vergoeding aftrekken van de bekostiging die de aanvrager zou hebben gekregen
                        op basis van de verordening leerlingenvervoer. Dat geldt echter niet voor
                        vergoedingen die worden verstrekt door de IB-groep op basis van de Wet
                        tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, die ouders van
                        schoolgaande kinderen in het voortgezet onderwijs kunnen aanvragen. </al><al/><al>Deze vergoeding is opgebouwd uit verschillende componenten, zoals lesgeld,
                        boekengeld enzovoort en is niet puur bestemd voor reiskosten. Deze
                        vergoeding mag daarom niet worden afgetrokken van de bekostiging
                        leerlingenvervoer.</al><al/><al>Ernstig wangedrag in het aangepaste vervoer kan voor het college aanleiding
                        zijn om de verstrekte bekostiging van de vervoerskosten te wijzigen, op te
                        schorten of in te trekken. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Algemene bepalingen omtrent het vervoer van de niet – gehandicapte
                            leerlingen van scholen voor primair onderwijs</titel></kop><al><cursief>Lid 1</cursief></al><al>Artikel 8 lid 1a, bepaalt dat de ouders van leerlingen die een school voor
                        basisonderwijs bezoeken, in aanmerking kunnen komen voor een bekostiging van
                        de vervoerskosten, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde
                        voor de leerling toegankelijke school zes kilometer of meer bedraagt. In
                        artikel 8 lid 1b, wordt de kilometergrens bepaald voor leerlingen van het
                        speciale basisonderwijs. </al><al/><al><cursief>Lid 2</cursief></al><al>Dit lid is een aanvulling op artikel 3 . Voor alle onderwijssoorten geldt de
                        hoofdregel van artikel 3, eerste lid. Artikel 4 van de WPO bepaalt voor
                        speciale scholen voor basisonderwijs echter dat het vervoer naar de
                        dichtstbijzijnde school in het samenwerkingsverband dient te worden
                        bekostigd. Dat zal veelal wel, maar hoeft niet de dichtstbijzijnde
                        toegankelijke school van zijn soort te zijn omdat buiten het
                        samenwerkingsverband een dichterbij gelegen speciale school kan zijn. Deze
                        regeling is door de wetgever getroffen om zo veel mogelijk opvang binnen het
                        eigen samenwerkingsverband te realiseren. Evenals bij de regeling voor
                        basisscholen wordt bij het toekennen van een voorziening voor
                        leerlingenvervoer rekening gehouden met de toegankelijkheid voor de leerling
                        en de op godsdienst of levensbeschouwing berustende keuze van de ouders. In
                        artikel 8 wordt gesproken van de basisschool waarvan de leerling afkomstig
                        is. Dit is op grond van artikel 3 de dichtstbijzijnde toegankelijke
                        basisschool. Is dit het geval, dan is artikel 8 van toepassing. Daarnaast
                        geldt als gevolg van de verwijzing naar artikel 3 bij toepassing van
                        onderdeel b ook hier het vereiste van schriftelijke instemming van de
                        ouders.</al><al><cursief>Lid 3</cursief></al><al>Hierin is opgenomen dat de ontwikkelingsleeftijd van een leerling wordt
                        meegenomen bij de overweging welke wijze van vervoer het best passend
                        is.</al><al><cursief>Lid 4</cursief></al><al>In de WPO wordt aan de permanente commissie leerlingenzorg (pcl) de taak
                        opgedragen om een besluit te nemen over de toelating van een leerling tot
                        een speciale school voor basisonderwijs. Daarnaast kunnen door het
                        samenwerkingsverband aan de pcl adviestaken worden opgedragen. Wanneer dat
                        is gebeurd dient het college het advies van de commissie bij de beoordeling
                        te betrekken. Omdat het een advies betreft, is het college daaraan echter
                        niet gebonden. Om de bestuurslast beperkt te houden is bepaald, dat het
                        advies van de pcl alleen moet worden betrokken, als het college een
                        negatieve beschikking op de gevraagde voorziening geeft.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                            fiets</titel></kop><al><vet>Artikel 9 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                            fiets</vet></al><al/><al>Als voldaan wordt aan het afstandscriterium van het eerste lid van artikel 8
                        voorziet artikel 9 er in dat een bekostiging op basis van de kosten van het
                        openbaar vervoer dan wel vervoer per fiets kan worden verstrekt. (De hoogte
                        van deze vergoeding wordt afgeleid van de vergoedingen die genoemd zijn in
                        de Reisregeling binnenland.) Het college dient dan van oordeel te zijn dat
                        de leerling, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het
                        vervoer per ﬁets. Hierbij dienen in overweging te worden genomen de leeftijd
                        van de leerling, en de veiligheid van de af te leggen route en de
                        afstand.</al><al/><al>In artikel 8 zijn de minimumvoorwaarden vastgelegd wanneer ouders aanspraak
                        kunnen maken op bekostiging van de vervoerkosten. Hierbij geldt als
                        uitgangspunt: ‘bekostiging van de kosten van openbaar vervoer dan wel de
                        kosten van het vervoer per ﬁets’.</al><al>Artikel 8 e.v. en artikel 13 e.v. bepalen dat het college bekostiging
                        verstrekt in de kosten van leerlingenvervoer, indien de afstand van de
                        woning van de leerling naar de dichtstbijzijnde voor de leerling
                        toegankelijke school voor basisonderwijs zes kilometer of meer bedraagt. </al><al>Als uitgangspunt geldt dat de feitelijke locatie die door de leerling wordt
                        bezocht als school kan worden beschouwd in de zin van de verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bekostiging van de kosten van vervoer ten behoeve van een
                            begeleider</titel></kop><al>In een aantal gevallen zal blijken dat het voor de leerling niet mogelijk is
                        zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen. In deze situatie blijven
                        ouders verantwoordelijk voor de begeleiding van de leerling. Wie
                        uiteindelijk als begeleider zal fungeren is in principe niet van belang. </al><al/><al>Ongeacht wie de leerling begeleidt, vindt de bekostiging van de kosten
                        plaats aan de ouders van de leerling. Indien één begeleider (al dan niet een
                        ouder) meer dan één leerling tegelijk begeleidt, geldt slechts bekostiging
                        als ware er sprake van de begeleiding van een leerling. </al><al/><al>Artikel 10 is van toepassing als voldaan wordt aan de algemene bepalingen
                        van artikel 8 en de ouders kunnen aantonen dat de leerling niet in staat is
                        zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken. Ter onderbouwing
                        dienen ouders bewijsstukken, zoals gegevens over de routes van het openbaar
                        vervoer, psychologische -en medische verklaringen aan te leveren . Het
                        college stelt nadere regels vast.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer</titel></kop><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer</titel></kop><al>Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer ten behoeve van de
                        leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor
                        basisonderwijs bezoekt, dient in principe slechts in uitzonderingsgevallen
                        te worden verleend. </al><al/><al><cursief>Onderdeel a. Reistijd met openbaar vervoer is meer dan anderhalf
                            uur</cursief></al><al>Indien de leerling met gebruikmaking van het openbaar vervoer, meer dan
                        anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of
                        minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht, wordt
                        bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer verstrekt.</al><al>Overigens is het niet zo dat de ouders, indien zij op basis van het
                        criterium reistijd aanspraak op bekostiging van aangepast vervoer maken, van
                        het college kunnen eisen dat de totale reistijd ook daadwerkelijk tot 50% of
                        minder wordt teruggebracht.</al><al/><al>Indien een schoolbusje meer leerlingen vervoert, kan dit tijdscriterium
                        overschreden worden. Slechts van belang is dat via individuele meting de
                        conclusie wordt getrokken, dat de totale reisduur van die leerling met het
                        openbaar vervoer meer dan anderhalf uur bedraagt en deze met het aangepast
                        vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden
                        teruggebracht. Is hiervan sprake dan kunnen ouders aanspraak maken op
                        bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer.</al><al/><al><cursief>Onderdeel b. Openbaar vervoer ontbreekt</cursief></al><al>In een aantal gemeenten komt het voor dat openbaar vervoer geheel ontbreekt
                        of zo weinig frequent rijdt dat leerlingen daar geen gebruik van kunnen
                        maken voor het vervoer van woning naar school of vice versa. In principe
                        kunnen de ouders dan aanspraak maken op bekostiging op basis van aangepast
                        vervoer. </al><al/><al>Overigens biedt artikel 11, lid 1 onder b, het college de mogelijkheid om te
                        beoordelen of de leerling in staat mag worden geacht met de fiets naar
                        school te gaan. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><al>Dit artikel geeft nadere regels omtrent de bekostiging van het eigen
                        vervoer. Hieronder kan worden verstaan: ouders die de leerlingen zelf naar
                        school vervoeren of laten vervoeren met een eigen vervoermiddel (auto,
                        bromfiets etc.), of een leerling die gebruikmaakt van fietsvervoer.</al><al/><al>Of van bekostiging van eigen vervoer sprake kan zijn is ter beoordeling van
                        het college. Een belangrijke maatstaf hierbij kan zijn dat dit vervoer voor
                        de gemeente een goedkopere wijze van vervoer is. Hiervan is bijvoorbeeld
                        geen sprake indien voor de desbetreffende leerling nog plaats is in een
                        aangepast vervoermiddel (busje, taxi) waarmee de leerling anders zou kunnen
                        reizen. Ook kunnen aspecten als zelfredzaamheid van de leerling meespelen
                        bij de beoordeling van het college of de leerling zelf gebruik kan maken van
                        het vervoer per fiets.</al><al/><al>De bekostiging van het eigen vervoer is gerelateerd aan de bekostiging waar
                        de ouders in principe op basis van de bepalingen in de verordening voor in
                        aanmerking komen:</al><lijst><li nr="a."><al>voor openbaar vervoer;</al></li><li nr="b."><al>voor aangepast vervoer.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Openbaar vervoer</cursief></al><al>Indien ouders in aanmerking komen voor bekostiging van openbaar vervoer en
                        zij vervoeren de leerling met toestemming van het college zelf, dan keert
                        het college bekostiging uit op basis van het openbaar vervoer.</al><al/><al><cursief>Aangepast vervoer</cursief></al><al>Indien ouders in aanmerking komen voor bekostiging van aangepast vervoer en
                        zij met toestemming van het college de leerling zelf vervoeren, geldt een
                        vergoeding per kilometer. In artikel 12, tweede tot en met vijfde lid is
                        bepaald dat onder omstandigheden bekostiging aan ouders wordt verstrekt die
                        bestaat uit een bedrag op basis van een kilometervergoeding afgeleid van de
                        Reisregeling binnenland. De kilometervergoeding betreft enkelvoudige reizen.
                        Dit betekent dat indien het kind per auto vervoerd wordt, in principe
                        aanspraak bestaat op vier maal de afstand woning-school. Indien de gemeente
                        echter de volledige kilometervergoeding op basis van de Reisregeling
                        binnenland hanteert, maken ouders aanspraak op twee maal de afstand
                        woning-school (de reis van de leerling).</al><al>Geen bekostiging wordt verstrekt voor de kosten die ontstaan indien de
                        leerling ook tussen de middag wordt vervoerd.</al><al/><al>Indien ouders twee of meer leerlingen vervoeren die aangepast vervoer
                        behoeven, mag uitgegaan worden van de rijafstand uitgaande van de woning van
                        de te vervoeren leerling die het verst van de school verwijderd woont.</al><al/><al><cursief>Kilometer vergoeding</cursief></al><al>In artikel 12, derde lid, is bepaald, dat ouders aanspraak maken op
                        bekostiging op basis van een kilometervergoeding, indien zij meer dan 1
                        leerling tegelijk vervoeren en daarvoor van het college toestemming hebben
                        gekregen. Dit is ook het geval indien ouders in principe slechts aanspraak
                        maken op bekostiging op basis van de kosten van openbaar vervoer. Indien
                        ouders bijvoorbeeld zes kinderen met een eigen busje vervoeren, kunnen het
                        college bij wijze van uitzondering op grond van de hardheidsclausule een
                        andere bekostiging vaststellen. Dit vervoer kan goedkoper zijn dan aangepast
                        vervoer per leerling. Ook in een dergelijk geval is toestemming van het
                        college noodzakelijk. Hierbij zal uiteraard rekening gehouden moeten worden
                        met de kosten die daarmee gepaard gaan.</al><al/><al>Ten slotte bepaalt artikel 12, vijfde lid, dat het college bekostiging
                        verstrekt op basis van het aantal kilometers fietsvervoer, indien de
                        leerling gebruik maakt van het vervoer per fiets. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al>Dit artikel geeft algemene bepalingen voor de aanvragen om bekostiging die
                        betrekking hebben op leerlingen van het (voortgezet)speciaal onderwijs. In
                        de verordening is voor het speciaal onderwijs een afstandsgrens opgenomen
                        van zes kilometer of meer.</al><al/><al>Voor leerlingen van een cluster 4-school geldt dat zij recht hebben op een
                        vergoeding van het vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke cluster
                        4-school (van de gewenste richting) of de cluster 4-school waarvoor de
                        commissie voor de indicatiestelling (cvi) een advies heeft afgegeven.
                        Artikel 4, vijfde lid van de Wet op de Expertisecentra bepaalt namelijk dat
                        de cluster 4-school waarvoor de cvi een advies heeft afgegeven, aangemerkt
                        wordt als de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Dit geldt zolang de
                        leerling woont in het gebied van het regionaal expertisecentrum waar deze
                        commissie aan verbonden is.</al><al/><al><cursief>Lid 3</cursief></al><al>Het college kan advies inwinnen bij de commissie voor de begeleiding en/of
                        de ambulante begeleider van de leerling. Als zij niet op de hoogte zijn van
                        de gesteldheid van de leerling waarvoor een aanvraag is binnengekomen, kan
                        advies worden ingewonnen bij de school. Deze moet een gemotiveerd advies
                        geven.</al><al/><al>Van de mogelijkheid dat het college het advies van andere deskundigen in kan
                        winnen, kan gebruik worden gemaakt indien bijvoorbeeld het oordeel van het
                        college afwijkt van het advies van genoemde commissies, of in geval een
                        beperking van de leerling dit vraagt. Andere deskundigen zijn bijvoorbeeld
                        medische specialisten, een orthopedagoog, de huisarts van de leerling, een
                        kinderpsycholoog, en dergelijke.</al><al/><al><cursief>Advisering bij negatieve beschikking</cursief></al><al>Om de bestuurslast beperkt te houden, is bepaald dat alleen in het geval het
                        college een negatieve beschikking op de gevraagde voorziening geeft, het
                        advies van genoemde commissies daarbij moet worden betrokken. Indien het
                        voor een gemeente duidelijk is dat het aangevraagde vervoer voor de leerling
                        passend is (bijvoorbeeld omdat het een herhalingsaanvraag betreft of omdat
                        de beperking dat vervoer noodzakelijk maakt), behoeft het advies niet te
                        worden gevraagd. Uiteraard laat deze bepaling onverlet dat het advies van
                        genoemde commissies ook gevraagd kan worden indien de gemeente dit wenselijk
                        vindt.</al><al/><al>Commissies hebben slechts adviserende taken over de beperking van de
                        leerling . Het spreekt voor zich dat de commissies het gemotiveerde advies
                        aan het college uitbrengen binnen een door het college te stellen termijn.
                        Deze commissies zijn externe adviseurs in de zin van artikel 3:5 van de Awb.
                        Dit houdt in dat de algemene regels die in afdeling 3:3 van de Awb zijn
                        gegeven van toepassing zijn. Dit betekent onder andere dat het
                        bestuursorgaan de adviseur een termijn kan stellen waarbinnen het advies
                        wordt verwacht, en dat in of bij het besluit vermeld dient te worden wie de
                        adviseur is die het advies heeft uitgebracht.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                            fiets</titel></kop><al>Voor het vervoer van leerlingen naar scholen voor (voortgezet) speciaal
                        onderwijs geldt als uitgangspunt: bekostiging van openbaar vervoer. Indien
                        het college van oordeel is, eventueel na de commissie voor de begeleiding en
                        andere deskundigen gehoord te hebben, dat een andere wijze van vervoer
                        noodzakelijk is, kan een andere wijze van vervoer bekostigt worden .</al><al/><al>Het college kan op grond van het tweede lid bepalen dat bekostiging voor de
                        fiets wordt verstrekt. Het college moet dan van oordeel zijn dat de
                        leerling, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer
                        per fiets. Hierbij dient in overweging worden genomen: de
                        ontwikkelingsleeftijd van de leerling, de eventuele beperking van de
                        leerling, de veiligheid van de af te leggen route en de afstand. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer ten behoeve van een
                            begeleider</titel></kop><al>Indien ouders van een leerling op grond van artikel 14 in aanmerking komen
                        voor bekostiging op basis van de kosten van openbaar vervoer, en het college
                        van oordeel is dat de leerling niet zelfstandig van het openbaar vervoer of
                        de fiets gebruik kan maken, komen de ouders tevens in aanmerking voor
                        bekostiging van de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van een
                        begeleider. </al><al/><al>Van bekostiging voor een begeleider kan onder andere sprake zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>indien de beperking dan wel de ontwikkelingsleeftijd van de leerling
                                begeleiding noodzakelijk maakt;</al></li><li nr="-"><al>indien de leerling gedurende de rit met het openbaar vervoer een of
                                meerdere malen over moet stappen op te gevaarlijke overstappunten en
                                dit gezien de ontwikkelingsleeftijd van de leerling onverantwoord
                                is;</al></li><li nr="-"><al>indien de route van het uitstappunt van de bus naar de school te
                                gevaarlijke punten kent, en een adequate oplossing van deze
                                gevaarlijke punten niet mogelijk is (bijvoorbeeld verkeersbrigadiers
                                etc).</al></li></lijst><al/><al>Indien het college de aanvraag voor begeleiding afwijst, dient daarbij het
                        advies van de commissie voor de begeleiding of andere deskundigen
                        (bijvoorbeeld specialist, pedagoog en psycholoog) te worden betrokken. Het
                        advies betreft dan de vraag of de leerling, gezien zijn beperking dan wel
                        leeftijd, niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan
                        maken. In principe is het niet van belang wie de leerling uiteindelijk
                        begeleidt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer</titel></kop><al>Ook voor het vervoer naar scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs geldt
                        dat bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer in principe
                        uitzondering is. Wel moet de toegankelijkheid van het (voortgezet) speciaal
                        onderwijs gewaarborgd blijven. Daar waar vervoer, openbaar of aangepast,
                        noodzakelijk is, moet dit op passende wijze kunnen plaatsvinden. In artikel
                        16 van de verordening zijn deze waarborgen verankerd.</al><al/><al><cursief>Onderdeel a. De beperking van de leerling vereist aangepast
                            vervoer</cursief></al><al>Indien de leerling niet in staat is, ook niet onder begeleiding, van het
                        openbaar vervoer gebruik te maken, bekostigt het college de kosten van het
                        aangepast vervoer. Welke wijze van aangepast vervoer bekostigd wordt,
                        bepaalt het college. Een belangrijk criterium hierbij is: op welke wijze kan
                        het aangepast vervoer zo goedkoop en efficiënt mogelijk georganiseerd worden
                        zonder de bereikbaarheid van de school in gevaar te brengen? </al><al/><al><cursief>Onderdeel b. Reistijd met openbaar vervoer is meer dan anderhalf
                            uur</cursief></al><al>Het college verstrekt ook bekostiging op basis van de kosten van aangepast
                        vervoer, indien de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar
                        school of terug meer dan ten minste anderhalf uur onderweg is en de reistijd
                        met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer
                        kan worden teruggebracht. Ook hierbij geldt dat het advies van de commissie
                        voor de begeleiding niet gevraagd hoeft te worden. </al><al/><al><cursief>Onderdeel c. Openbaar vervoer ontbreekt</cursief></al><al>Artikel 16 eerste lid, geeft een mogelijkheid om aanspraak te maken op
                        bekostiging van aangepast vervoer. Dit lid bepaalt tevens dat het college de
                        kosten van het aangepast vervoer bekostigt, indien openbaar vervoer
                        ontbreekt. Ook kan het voorkomen dat het openbaar vervoer zo weinig frequent
                        rijdt dat de leerling daarvan geen gebruik kan maken. Het college kan het
                        bepalen dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per (brom)fiets.
                        Hierbij kan het college het advies van de commissie voor de begeleiding of
                        het advies van andere deskundigen opvragen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><al> Indien ouders de leerlingen zelf wensen te vervoeren of laten vervoeren
                        worden onder dit artikel nadere voorschriften gegeven.</al><al/><al><cursief>Openbaar vervoer</cursief></al><al>Indien ouders de leerling zelf wensen te vervoeren of te laten vervoeren
                        tegen een (kilometer)vergoeding, is toestemming van het college
                        noodzakelijk. Toestemming is nodig zodat beoordeeld kan worden of deze wijze
                        van vervoer daadwerkelijk de goedkoopste is. Is dat het geval, dan kan het
                        college toestaan dat de ouders de leerling zelf vervoeren of laten
                        vervoeren. De bekostiging die hier dan tegenover staat is afhankelijk van de
                        bekostiging waarop de ouders in principe recht hebben.</al><al>Maken ouders aanspraak op bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en
                        wensen zij de leerling zelf te vervoeren of te laten vervoeren, dan
                        bekostigt het college de kosten van het openbaar vervoer.</al><al/><al><cursief>Aangepast vervoer</cursief></al><al>Maken ouders aanspraak op bekostiging op basis van de kosten van aangepast
                        vervoer en vervoeren zij de leerling, na toestemming van het college, zelf
                        of laten zij de leerling zelf vervoeren, dan bekostigt het college een
                        bedrag per kilometer. Deze bekostiging is analoog aan de betreffende
                        bepaling in Titel 2, namelijk een bedrag per kilometer, afgeleid van de
                        Reisregeling binnenland. </al><al/><al>In artikel 17, derde lid, is tevens bepaald dat, indien het college de
                        ouders heeft toegestaan meer dan een leerling zelf te vervoeren of te laten
                        vervoeren, bekostiging op basis van een kilometervergoeding bestaat. Dit
                        geldt ook indien de ouders aanspraak maken op bekostiging gebaseerd op
                        openbaar vervoer.</al><al/><al>Indien de ouders of het college van oordeel zijn dat de leerling met de
                        fiets of de bromfiets naar school en terug kan, wordt bekostiging verstrekt
                        op basis van een fietsvergoeding dan wel op basis van een
                        bromfietsvergoeding. Hierbij kan het advies van de commissie voor de
                        begeleiding of andere deskundigen worden ingewonnen.</al><al/><al>Zeker voor leerlingen die een school voor voortgezet speciaal onderwijs
                        bezoeken, kan deze vorm van vervoer nuttig zijn in het kader van de
                        bevordering van de zelfredzaamheid. Het college verleent dan een vergoeding
                        per km fiets(brom)vervoer afgeleid van de bedragen als genoemd in de
                        Reisregeling binnenland.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Bekostiging vervoerskosten</titel></kop><al> Uitgangspunt van de verordening is dat in principe voldaan dient te worden
                        aan het gestelde afstandscriterium in artikel 13, dat is gebaseerd op
                        artikel 4, zevende lid, van de WEC. Hierin is bepaald dat de gemeenteraad
                        kan bepalen dat geen aanspraak op bekostiging bestaat op grond van de
                        afstand tussen de woning en de school. </al><al/><al>Echter, artikel 4, zevende lid, van de WEC bepaalt tevens dat leerlingen met
                        een beperking, die op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, op
                        een passende wijze dienen te worden vervoerd. In een aantal gevallen zal het
                        voorkomen dat een leerling, gezien zijn handicap , ook over een afstand van
                        minder dan zes kilometer aangepast vervoer behoeft. Artikel 18 van de
                        verordening voorziet in een dergelijke voorziening. </al><al>Maakt de handicap van de leerling aangepast vervoer noodzakelijk naar de
                        school die dichterbij is gelegen dan zes kilometer, dan kunnen ouders toch
                        in aanmerking komen voor bekostiging van de vervoerkosten. (Deze leerlingen
                        vallen dus niet onder Titel 6 van de verordening).) </al><al>Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn, indien door de aard van de handicap
                        aangepast vervoer technisch de enige mogelijkheid is (bijvoorbeeld
                        rolstoel).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Bekostiging van de kosten van het weekeinde- en vakantievervoer aan
                            de in de gemeente wonende ouders</titel></kop><al>In dit artikel is bepaalt dat het college desgewenst de kosten van het
                        weekeinde- en vakantievervoer bekostigt aan de in de gemeente wonende ouders
                        van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend
                        (voortgezet) speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft. </al><al/><al>Dit artikel valt in twee belangrijke onderdelen uiteen:</al><lijst><li nr="1."><al>Het college van de gemeente waar de ouders wonen, bekostigt de
                                kosten van het weekeinde- en vakantievervoer.</al></li><li nr="2."><al>Het college bekostigt de kosten van het weekeinde- en
                                vakantievervoer, indien het verblijf van de leerling in een
                                internaat of een pleeggezin noodzakelijk is met het oog op het
                                volgen van passend (voortgezet) speciaal onderwijs.</al></li></lijst><al><cursief>Ad 1</cursief></al><al>Indien de ouders ten behoeve van hun kind aanspraak maken op bekostiging van
                        het weekeinde- en vakantievervoer, dan wordt deze bekostiging verstrekt door
                        het college van de gemeente waar de ouders woonachtig zijn, en dus niet door
                        het college van de gemeente waar de leerling in een internaat of een
                        pleeggezin verblijft. Wellicht ten overvloede wordt hier nog opgemerkt dat
                        het college van de gemeente waar de leerling in het internaat of het
                        pleeggezin verblijft, het dagelijks vervoer van het internaat of pleeggezin
                        naar de school en terug dient te bekostigen, indien de leerling daarvoor in
                        aanmerking komt.</al><al/><al><cursief>Ad 2</cursief> Essentieel voor de regeling is dat pas bekostiging
                        van het weekeinde- en vakantievervoer wordt verleend als het verblijf in het
                        internaat of pleeggezin noodzakelijk is voor het volgen van passend
                        (voortgezet) speciaal onderwijs. Woont de leerling niet meer bij zijn ouders
                        om sociale of medische redenen (denk aan uithuisplaatsing, crisisopvang),
                        dan wordt dit vervoer niet door de gemeente vergoed in het kader van het
                        leerlingenvervoer. </al><al/><al>Doorslaggevend is de directe relatie tussen het verblijf in een internaat of
                        pleeggezin en het volgen van passend onderwijs. Dit betekent dat het college
                        geen bekostiging voor het weekeinde- en vakantievervoer verstrekt, als de
                        leerling passend onderwijs kan volgen dat met dagelijks vervoer vanuit het
                        ouderlijk huis bereikt kan worden. Tevens betekent dit dat het vervoer niet
                        wordt bekostigd van gemeentewege indien de leerling om medische of sociale
                        redenen in een internaat of pleeggezin verblijft. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bekostiging kosten weekeinde- en vakantievervoer</titel></kop><al>Dit artikel bepaalt welke bekostiging maximaal wordt verleend, namelijk ten
                        behoeve van:</al><lijst><li nr="1."><al>de reis van het internaat of pleeggezin naar de woning van de ouders
                                en terug in elk weekeinde, voor zover de weekeinden niet vallen
                                binnen de schoolvakanties;</al></li><li nr="2."><al>de reis van het internaat of het pleeggezin naar de woning van de
                                ouders en terug in elke vakantie van twee of meer schooldagen, voor
                                zover deze vakantie is opgenomen in de schoolgids van de school die
                                de leerling bezoekt.</al></li></lijst><al/><al>Welke wijze van vervoer wordt bekostigd, bepaalt het college van de gemeente
                        waar de ouders wonen. Artikel 20, derde lid, van de verordening geeft aan
                        dat de bepalingen van Titel 3 van de verordening van overeenkomstige
                        toepassing zijn op de toekenning van bekostiging voor weekeinde- en
                        vakantievervoer, met uitzondering van artikel 15 tweede lid, artikel 16,
                        eerste lid, onder b, artikel 16, tweede lid en artikel 18. </al><al/><al>Analoge toepassing van Titel 3 betekent dat:</al><lijst><li nr="1."><al>bekostiging van openbaar vervoer regel is indien aan de
                                afstandscriteria van artikel 13 wordt voldaan.</al></li><li nr="2."><al>het college tevens de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve
                                van een begeleider kan bekostigen, in het geval door de ouders ten
                                behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling,
                                gelet op zijn beperking of ontwikkelingsleeftijd, niet in staat is
                                zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken (artikel 15,
                                eerste lid).</al></li><li nr="3."><al>het college de kosten van het aangepast vervoer bekostigt,
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de leerling gelet op zijn beperking niet in staat is - ook
                                        niet onder begeleiding - van het openbaar vervoer gebruik te
                                        maken (artikel 16, eerste lid, onder a);</al></li><li nr="b."><al>openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het
                                        oordeel van het college van het (brom) fietsvervoer gebruik
                                        kan maken.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>het college kan toestaan dat de ouders de leerling zelf vervoeren.
                                De bekostiging is dan afhankelijk van de bekostiging van het vervoer
                                waarop de ouders aanspraak zouden maken (artikel 17).</al></li></lijst><al/><al>De algemene bepalingen van Titel 1 van de verordening zijn uiteraard ook van
                        toepassing, alsmede het bepaalde in Titel 7. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Drempelbedrag</titel></kop><al>De WPO, WEC en WVO biedt de gemeenten de keuze om een drempelbedrag bij
                        ouders in rekening te brengen. De gemeenteraad van Albrandswaard heeft
                        besloten om gebruik te maken van deze optie. De wetgever heeft bedoeld de
                        ouders verantwoordelijk te laten zijn voor een bepaald deel van de
                        (werkelijk gemaakte) kosten van het vervoer; de zogenaamde drempel. Het
                        bedrag wordt per leerling in rekening gebracht. Indien een leerling slechts
                        een deel van het schooljaar gebruik maakt van het leerlingenvervoer, wordt
                        het drempelbedrag naar evenredigheid in rekening gebracht.</al><al/><al>Bij het drempelbedrag is de eigenbijdrage gekoppeld aan de door de gemeente
                        vastgestelde kilometergrens, dat wil zeggen de afstand van de woning tot de
                        school waarboven aanspraak kan bestaan op leerlingenvervoer. Invoering van
                        het drempelbedrag houdt in dat de kosten van het openbaar vervoer tot aan
                        deze kilometergrens voor rekening van de ouders komen.</al><al/><al>Voor de hoogte van het drempelbedrag is de gemeente bij de berekening ervan
                        gebonden aan de wet. Er kan niet worden gewerkt met een ﬁctief bedrag. De
                        kosten van het openbaar vervoer dienen te worden bepaald op basis van de
                        zone-indeling. Dit betekent dat bij een aanvraag voor leerlingenvervoer moet
                        worden nagegaan hoeveel zones gereisd moet worden om de afstand tot aan de
                        door de gemeente vastgestelde kilometergrens te overbruggen. Het
                        drempelbedrag bedraagt wordt jaarlijks vastgesteld door de VNG. Bij de
                        vaststelling van de hoogte van het drempelbedrag is het niet van belang of
                        de leerling daadwerkelijk gebruikmaakt van het openbaar vervoer. Ook wanneer
                        de leerling gebruik maakt van aangepast vervoer of wanneer er geen openbaar
                        vervoer aanwezig is, dienen de ouders de kosten van het openbaar vervoer
                        over de afstand tot aan de door de gemeente gestelde kilometergrens zelf te
                        dragen. In dat geval dient te worden uitgegaan van de meest gangbare, voor
                        de leerling toegankelijke route.</al><al/><al>De doelgroep voor het drempelbedrag bestaat uit leerlingen die een school
                        voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs bezoeken en
                        waarvan de ouders een gecorrigeerd verzamelinkomen hebben hoger dan het
                        bedrag genoemd in artikel 21.</al><al/><al>Voor leerlingen die onder Titel 6 vallen (gehandicapte leerlingen in het
                        reguliere primair en voortgezet onderwijs) geldt, dat aan de ouders geen
                        drempelbedrag gevraagd mag worden. Ook wanneer de leerling zelf de aanvraag
                        doet mag geen drempelbedrag gevraagd worden. </al><al/><al><cursief>Het begrip ‘inkomen’</cursief></al><al>Onder inkomen moet worden verstaan: het gecorrigeerd verzamelinkomen in de
                        zin van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 in het peiljaar. Als peiljaar
                        moet op grond van de wet worden aangemerkt het tweede kalenderjaar
                        voorafgaande aan het schooljaar waarvoor bekostiging van de vervoerkosten
                        wordt gevraagd. </al><al>In de meeste gevallen zal ten behoeve van het peiljaar het gecorrigeerd
                        verzamelinkomen voorhanden zijn. Indien het gecorrigeerd verzamelinkomen van
                        het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor bekostiging
                        wordt gevraagd nog niet bekend is, kan het derde jaar voorafgaande aan het
                        desbetreffende schooljaar als voorlopig uitgangspunt worden gehanteerd. In
                        een later stadium, als het gecorrigeerd verzamelinkomen in het peiljaar
                        bekend is, kan een definitieve berekening worden gemaakt.</al><al/><al>De hoogte van het gecorrigeerd verzamelinkomen is voor het peiljaar 2011(dus
                        ten behoeve van het schooljaar 2013-2014) vastgesteld op € 24.300,- wat
                        betreft het innen van het drempelbedrag. Dit bedrag wordt jaarlijks
                        aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van
                        volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het
                        voorafgaande jaar en afgerond op een veelvoud van € 450,-.</al><al/><al><cursief>Pleegouders</cursief></al><al>Pleegouders kunnen als ‘ouders’ in de zin van de verordening worden
                        aangemerkt . Zij kunnen bekostiging van de vervoerskosten ontvangen. De
                        gemeente kan pleegouders een drempelbedrag in rekening brengen. Tevens
                        zullen de pleegouders de eventuele inkomensafhankelijke bijdrage ook aan de
                        gemeente moeten voldoen. Eventueel kunnen zij deze kosten wel verhalen op de
                        natuurlijke ouders of voogden van de leerling.</al><al>In tegenstelling tot de vrijwillige plaatsing zijn de natuurlijke ouders bij
                        een justitiële plaatsing niet meer aan te spreken voor de extra kosten,
                        tenzij de natuurlijke ouders en niet de pleegouders de aanvraag hebben
                        ingediend. Voogdij-instellingen kunnen ook als ‘ouder worden aangemerkt. Zij
                        kunnen tevens een aanvraag indienen. Bij hen kan echter geen drempelbedrag
                        worden vastgesteld, omdat zij geen inkomen in de zin van de Wet op de
                        inkomstenbelasting hebben. (Deze wet ziet op natuurlijke personen.)
                        </al><al/><al><cursief>Invordering drempelbedrag</cursief></al><al>Ten aanzien van de invordering van het drempelbedrag is het navolgende van
                        belang: </al><lijst><li nr="-"><al>In artikel 2, derde lid, is onder meer bepaald: “Dat de
                                verschuldigde eigen bijdrage indien mogelijk direct in mindering
                                wordt gebracht op de toegekende vergoeding, of door middel van
                                facturering aan de ouders wordt opgelegd.</al></li><li nr="-"><al>In artikel 2, vierde lid, is onder meer bepaald: ‘Dat bij weigering
                                tot of nalatigheid in de betaling van de eigenbijdrage aanspraak op
                                bekostiging vervalt.</al></li><li nr="-"><al>Indien het college zelf het vervoer verzorgt of laat verzorgen
                                dienen de ouders die daarvoor in aanmerking komen het drempelbedrag
                                aan de gemeente over te maken. Doen zij dit niet of niet geheel dan
                                vervalt de aanspraak.</al></li></lijst><al/><al>Indien het college dit wenst kan het weigerachtige ouders in gebreke stellen
                        en de (kanton)rechter verzoeken uit te spreken dat de ouders de eigen
                        bijdrage dienen te betalen. Vervolgens kan met inschakeling van een
                        deurwaarder de bijdrage worden geïnd. Aangezien deze procedure nogal
                        omslachtig en duur is kan het, als er sprake is van aangepast vervoer,
                        raadzaam zijn het vervoer te stoppen. De ouders blijven echter op grond van
                        de Leerplichtwet verantwoordelijk voor het schoolbezoek van hun kind. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inkomensafhankelijke bijdrage</titel></kop><al>Artikel 4 van de WPO biedt gemeenten de mogelijkheid aan ouders van kinderen
                        die een school voor basisonderwijs bezoeken en van wie de school twintig
                        kilometer of meer van de woning is verwijderd, een inkomensafhankelijke
                        bijdrage te vragen in de kosten van het vervoer. Deze inkomensafhankelijke
                        bijdrage wordt per gezin geheven (in tegenstelling tot het drempelbedrag dat
                        per leerling in rekening wordt gebracht) en kan dus alleen bij het reguliere
                        basisonderwijs worden gevraagd.</al><al/><al>In dit artikel is gekozen voor een systeem waarin met een aantal
                        inkomensblokken wordt gewerkt, waaraan een vooraf vastgesteld
                        inkomensafhankelijke bijdrage is gekoppeld. Zowel de bedragen van de
                        inkomensblokken als van de verschuldigde bijdrage worden geïndexeerd
                        vastgesteld op een wijze die aansluit bij artikel 4 van de WPO.</al><al/><al>Indien het gecorrigeerde verzamelinkomen van de betrokken ouders in de
                        periode valt waarin het inkomen wordt bepaald en het jaar waarin de aanvraag
                        wordt ingediend, op een structurele wijze is gedaald, is het redelijk om in
                        het voordeel van de ouders een later peiljaar te kiezen door gebruik te
                        maken van de afwijkingsmogelijkheid van artikel 27 van de verordening . Door
                        het kiezen van een later peiljaar kan het voorkomen dat ouders in dat latere
                        peiljaar niet voldoen aan de inkomensgrens en dus geen drempelbedrag hoeven
                        te betalen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van openbaar vervoer met
                            begeleiding</titel></kop><al>In Titel 6 wordt geregeld dat alleen gehandicapte leerlingen in het regulier
                        primair en voortgezet onderwijs, die niet of niet zelfstandig van het
                        openbaar vervoer gebruik kunnen maken, in aanmerking kunnen komen voor
                        leerlingenvervoer. Voor deze gehandicapte leerlingen geldt geen
                        afstandscriterium. Gemeenten kunnen aan de ambulante begeleider die
                        verbonden is aan de reguliere school voor primair of voortgezet onderwijs of
                        een externe deskundige, advies vragen over passend vervoer voor deze
                        leerlingen (zie toelichting artikel 1). Mocht een leerling geen ambulante
                        begeleiding krijgen, dan kan de gemeente het advies van de schooldirecteur
                        of andere deskundigen vragen (bijvoorbeeld een GGD arts).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Bekostiging op basis van kosten van aangepast vervoer</titel></kop><al>Ten aanzien van leerlingen met en beperking die zelfstandig met het openbaar
                        vervoer kunnenreizen, maar die daartoe niet in staat zijn omdat het openbaar
                        vervoer in de regio ontbreekt, verwijzen wij naar de toelichting op artikel
                        11. Leerlingen die een handicap hebben waardoor ze niet zelfstandig met het
                        openbaar vervoer kunnen reizen, maken aanspraak op aangepast vervoer indien
                        het openbaar vervoer in de regio ontbreekt. Zij zijn dan immers niet in
                        staat om onder begeleiding met het openbaar vervoer te reizen, omdat het
                        niet aanwezig is. De gemeente heeft echter wel de plicht om passend vervoer
                        te verzorgen in zo’n geval, dus aangepast vervoer. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><al> Over eigen vervoer is een uitgebreide toelichting te vinden bij de
                        artikelen 12 en 17. In dit artikel wordt de bekostiging gerelateerd aan de
                        bekostiging waar ouders in principe op basis van de verordening voor in
                        aanmerking komen. Voor de leerlingen in Titel 6 betekent dit ofwel
                        bekostiging op basis van openbaar vervoer met begeleiding (artikel 23) ofwel
                        aangepast vervoer (artikel 24).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet
                            voorziet</titel></kop><al>Dit artikel bepaalt dat het college beslist in gevallen, de uitvoering van
                        het leerlingenvervoer betreffende, waarin de verordening niet voorziet. In
                        de verordening zijn de hoofdlijnen van de bekostiging van het
                        leerlingenvervoer vastgelegd. Uiteraard zal zich een aantal concrete
                        gevallen voordoen, waarin de verordening niet voorziet. Het college stelt
                        hiervoor nadere regels vast. </al><al>Voor dergelijke en andere situaties waarin de verordening niet voorziet, is
                        in dit artikel bepaald dat het college beslist. Hierbij dient in
                        redelijkheid gehandeld te worden. Uitgangspunt bij deze besluitvorming dient
                        te zijn dat in de geest van de wet en de verordening gehandeld wordt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>Het college stelt nadere regels vast betreffende de uitvoering van deze
                        verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Afwijken van bepalingen</titel></kop><al>In bijzondere situaties, kan het college aangaande het vervoer voor
                        onderwijs, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in deze
                        verordening. Hierbij kan een gemotiveerd advies worden gevraagd aan de
                        commissie van begeleiding of andere onafhankelijke deskundigen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>. Inwerkintreding nieuwe verordening en intrekking oude
                            verordening</titel></kop><al>In dit artikel wordt de datum vastgesteld waarop de verordening in werking
                        treed en de datum waarop de oude verordening wordt ingetrokken. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Overgangsregeling</titel></kop><al>Dit artikel bepaald dat, indien na beoordeling van de aanvraag voor het
                        schooljaar 2013-2014, de aanspraak op bekostiging voor de leerling door
                        invoering van de nieuwe verordening en/of beleidsregels, wijzigt de leerling
                        nog tot 22 februari 2014 gebruik kan maken van dezelfde regeling als het
                        schooljaar 2012-2013. Deze periode wordt dan aangehouden als
                        gewenningsperiode.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>31:</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>In dit artikel wordt de wettelijke benaming van de verordening benoemd. De
                        verordening kan worden aangehaald als: Verordening leerlingenvervoer
                        Albrandswaard 2013.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>