<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR296640_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de raadsvergaderingen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Doetinchem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doetinchem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gelderse Post, 12 juni 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de raadsvergaderingen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 16</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-04-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Dit reglement vervangt het Reglement van orde voor de raadsvergaderingen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE RAADSVERGADERINGEN 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>- ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>amendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    ontwerpbesluit, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden
                                    opgenomen;</al></li><li nr="-"><al>sub-amendement: voorstel tot wijziging van een
                                    ontwerpverordening of ontwerpbesluit, naar de vorm geschikt om
                                    direct te worden opgenomen in het amendement waarop het
                                    betrekking heeft;</al></li><li nr="-"><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="-"><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="-"><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een
                                    ander voorstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="d."><al>wat de wet of dit reglement hem verder opdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is in elke vergadering van de gemeenteraad
                                aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een door de
                                gemeenteraad daartoe aangewezen ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd,
                                aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>- TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; FRACTIES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het onderzoek van de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende
                                stukken van nieuw benoemde leden geschiedt door een commissie van
                                drie leden door en uit de raad te benoemen. De commissie onderzoekt
                                de geloofsbrieven en de overige daarop betrekking hebbende stukken
                                van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de
                                stembureaus.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt na gedaan onderzoek van de geloofsbrieven
                                verslag uit aan de vergadering en doet daarbij een voorstel tot het
                                nemen van een besluit. In het besluit wordt ook melding gemaakt van
                                een eventueel minderheidsstandpunt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter roept een toegelaten lid op om in de eerste
                                vergadering waarin hij zijn betrekking volgens de Gemeentewet kan
                                aanvaarden, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te
                                leggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed
                                of verklaring of belofte af te leggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Fracties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Leden kunnen zich verenigen tot een groep, fractie genaamd. Zij doen
                                hiervan mededeling aan de voorzitter, onder vermelding van de naam
                                van de fractie en de namen van degenen die als voorzitter van de
                                fractie en als diens plaatsvervanger zullen optreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De mededelingsplicht geldt ook in geval van splitsing, samenvoeging
                                of opheffing van een fractie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien één lid zich als een fractie beschouwt, doet hij hiervan
                                mededeling aan de voorzitter.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>– VERGADERINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>- Tijd van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Tijd en plaats van vergaderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen vinden in de regel plaats op donderdag, vangen
                                    aan om 19.30 uur en worden gehouden in het stadhuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen na overleg met het
                                    presidium een andere dag of een ander aanvangsuur bepalen of een
                                    andere vergaderplaats aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Oproep; agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt - spoedeisende vergaderingen uitgezonderd -
                                    zoveel mogelijk zeven dagen voor een vergadering de leden een
                                    schriftelijke oproep, onder vermelding van de dag, tijd en
                                    plaats van de vergadering, alsmede de voorstellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De oproepingsbrief vermeldt de onderwerpen die in de vergadering
                                    behandeld worden in de volgorde waarin deze aan de orde worden
                                    gesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan het begin van de vergadering stelt de raad de agenda vast.
                                </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan bij het vaststellen van de agenda besluiten op
                                    voorstel van een lid van de raad of de voorzitter, onderwerpen
                                    die niet in de oproepingsbrief zijn vermeld, aan de agenda toe
                                    te voegen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter kan na het verzenden van de oproepingsbrief zo
                                    nodig een aanvullende agenda doen uitgaan. De daarop vermelde
                                    voorstellen worden zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk tweemaal
                                    24 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.
                                </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                    beraadslaging voorbereid acht, kan hij besluiten tot verwijzing
                                    naar een beeldvormende raadsbijeenkomst of tot terugzending naar
                                    burgemeester en wethouders om nadere inlichtingen of om advies.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De stukken die dienen ter toelichting van de raadsvoorstellen,
                                    worden gelijktijdig met het verzenden van de voorstellen voor de
                                    leden ter inzage gelegd. Indien na dit tijdstip stukken ter
                                    inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                    leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van de raad mag een origineel van een ter inzage gelegd
                                    stuk niet buiten het stadhuis brengen. Een lid mag een kopie van
                                    een ter inzage gelegd stuk slechts voor eigen gebruik buiten het
                                    stadhuis brengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Stukken waarvoor ingevolge artikel 25, eerste dan wel tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden gelegd
                                    in het daarvoor bestemde kastje in de fractiekamer. Na inzage
                                    moet het lid van de raad de stukken weer terugleggen in het
                                    hiervoor genoemde kastje.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging in een of meer in de
                                    gemeente verschijnende huis-aan-huisbladen en door plaatsing op
                                    de website van de gemeente ter openbare kennis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, de aanvangstijd en plaats van de
                                            vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar eenieder de agenda en
                                            de daarbij behorende voorstellen kan inzien.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>- Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Ieder ter vergadering komend lid tekent onmiddellijk na aankomst in
                                de vergaderzaal de presentielijst. Aan het einde van elke
                                vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door
                                ondertekening afgesloten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de leden en de griffier, alsmede de wethouders,
                                    hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg met de
                                    fractievoorzitters bij iedere nieuwe zittingsperiode van de raad
                                    aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De indeling kan, indien daartoe aanleiding bestaat, na overleg
                                    met de fractievoorzitters worden herzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden blijkens
                                    de presentielijst aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                    volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                    Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid-
                                en/of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de
                                voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Verslagen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van de raadsvergaderingen wordt een videoverslag gemaakt en een
                                    besluitenlijst opgesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ontwerpbesluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt,
                                    voor zover mogelijk, aan de leden (en aan de wethouders)
                                    toegezonden gelijktijdig met de overige voorstellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering wordt, voor zover mogelijk, de
                                    besluitenlijst vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden en de wethouders hebben het recht een voorstel tot
                                    verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst
                                    onjuistheden zou bevatten of niet duidelijk weergeeft wat
                                    besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor de
                                    desbetreffende vergadering schriftelijk bij de griffier te
                                    worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De besluitenlijst moet inhouden: </al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier en de ter
                                            vergadering aanwezige leden en wethouders, alsmede van
                                            de leden die afwezig waren; </al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest, met inbegrip van moties en amendementen; </al></li><li nr="c."><al>de uitslag van elke stemming, onder aantekening van de
                                            namen van de leden die zich overeenkomstig de
                                            Gemeentewet van stemming hebben onthouden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De besluitenlijst wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid
                                    van de griffier. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de
                                    griffier ondertekend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ingekomen brieven; mededelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen brieven respectievelijk schriftelijke
                                    mededelingen die burgemeester en wethouders aan de raad wensen
                                    te doen, worden op een lijst geplaatst. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt daarvan op voorstel van griffier en voorzitter de
                                    wijze van afdoening vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><al>De leden spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten
                                zich tot de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid voert slechts het woord na het aan de voorzitter
                                    gevraagd en van hem verkregen te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter verleent zoveel mogelijk het woord in de volgorde
                                    waarin het is gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De volgorde kan worden verbroken, wanneer een lid het woord
                                    vraagt over een persoonlijk feit of om een voorstel van orde in
                                    te dienen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een voorstel of onderwerp geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in lid 3 is niet van toepassing op het lid dat een
                                    (sub-)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft
                                    ingediend, wat betreft dat amendement, die motie of dat
                                    voorstel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een persoonlijk feit of over een voorstel van
                                    orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De spreektijd bij een voorstel of onderwerp bedraagt per termijn
                                    ten hoogste drie minuten per lid en ten hoogste vijf minuten
                                    voor het college van burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Beantwoording van interrupties zijn in tijd uitgezonderd van de
                                    spreektijd zoals genoemd in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na overleg met de fractievoorzitters kan de voorzitter bij een
                                    voorstel of onderwerp een andere spreektijd hanteren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn rede niet worden gestoord, tenzij de
                                    voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit
                                    reglement te herinneren. Interrupties zijn toegestaan, tenzij de
                                    voorzitter beslist dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                                    interrupties zal afronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een lid zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
                                    veroorlooft, afwijkt van het onderwerp in behandeling, een
                                    spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde
                                    verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen.
                                    Indien het betrokken lid hieraan geen gevolg geeft, kan de
                                    voorzitter hem gedurende de vergadering waarin dit plaatsheeft,
                                    over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                    besluiten over een of meer onderdelen van een voorstel of
                                    onderwerp afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                    voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door
                                    hem te bepalen tijd te schorsen teneinde burgemeester en
                                    wethouders of de leden de gelegenheid te geven tot onderling
                                    nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de
                                    schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                    aanwezige leden van de raad, wethouders of de voorzitter
                                    deelnemen aan de beraadslaging. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een
                                    der leden van de raad genomen voordat met de beraadslaging over
                                    het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op degene die op grond van dit artikel is toegelaten deel te
                                    nemen aan de beraadslaging, zijn de bepalingen van dit reglement
                                    van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te
                                motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Beslissing</titel></kop><al>Na de beraadslaging en beslissing over de eventuele amendementen
                                wordt over het voorstel in zijn geheel, zoals het dan luidt, een
                                eindbeslissing genomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>- Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Stemming over zaken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten of indien niemand het woord
                                    verlangt, brengt de voorzitter het voorstel tot
                                    besluitvorming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                    stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                    stelt de voorzitter vast dat het voorstel is aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
                                    notulen vragen dat zij geacht willen worden te hebben
                                    tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt
                                    gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter roept de leden bij naam op hun stem uit te
                                    brengen, beginnend bij degene die hij daarvoor bij loting heeft
                                    aangewezen, en daarna het daarop volgende lid van de
                                    presentielijst. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
                                    dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden,
                                    verplicht zijn stem uit te brengen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De leden brengen hun stem uit door het woord "vóór" of "tegen"
                                    uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                    kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
                                    gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan
                                    kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend
                                    heeft gemaakt, wel aantekening vragen dat hij zich heeft
                                    vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
                                    verandering.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
                                    besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                    wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op een amendement een sub-amendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het sub-amendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien twee of meer amendementen of sub-amendementen op een
                                    aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                    volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de
                                    regel dat het meest verstrekkende amendement of sub-amendement
                                    het eerst in stemming wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de
                                    motie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer een stemming over personen (aanbeveling of voordracht)
                                    moet plaatshebben, benoemt de voorzitter twee leden tot
                                    stembureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                    Gemeentewet van stemming moet onthouden, is verplicht een
                                    stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                    benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                    voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                    worden samengevat op één briefje.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                    gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid
                                    verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                    niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze
                                    te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                    artikel 30 van de Gemeentewet, worden geacht geen stem te hebben
                                    uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                    ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="-"><al>een blanco ingevuld stembriefje;</al></li><li nr="-"><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="-"><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld,
                                            tenzij de stemming verscheidene vacatures betreft;</al></li><li nr="-"><al>een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op
                                            voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die
                                            niet is voorgedragen;</al></li><li nr="-"><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt
                                            gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
                                    de raad, op voorstel van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter stelt in overeenstemming met het stembureau de
                                    uitslag van de stemming vast.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                    onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                    meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                    de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen op
                                    zich hebben verenigd (herstemming). Zijn bij de tweede stemming
                                    de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan
                                    wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee
                                    personen de derde stemming zal plaatshebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                    staken, beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>- RECHTEN VAN LEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Vragenhalfuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een lid van oordeel is dat het college van burgemeester en
                                wethouders over een actueel en spoedeisend onderwerp dat niet op de
                                agenda voorkomt aan de gemeenteraad inlichtingen dient te
                                verstrekken, dient deze bij de voorzitter vragen voor het
                                vragenhalfuur in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het vragenhalfuur is het eerste agendapunt van de raadsvergadering
                                na de opening en de vaststelling van de besluitenlijst van de
                                voorgaande vergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vragen voor het vragenhalfuur worden ten minste 24 uur voor de
                                aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van
                                het college van burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vragensteller en een lid van het college van burgemeester en
                                wethouders voeren niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden
                                van de gemeenteraad niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hen
                                hiertoe verlof geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd tijdens de
                                beraadslagingen wijzigingen voor te stellen op het voorgestelde
                                besluit (amendement). Ook kan hij voorstellen, het voorgestelde
                                besluit in een of meer onderdelen te splitsen, waarover
                                afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                stellen (sub-amendement).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk (sub-)amendement en elk voorstel moet schriftelijk bij de
                                voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op
                                het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt dat met een
                                mondelinge indiening kan worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een (sub-)amendement dient zodanig te zijn geformuleerd dat de tekst
                                ervan geschikt is om in het ontwerpbesluit te worden verwerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid kan ter vergadering een motie indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp vindt
                                tegelijk met de beraadslaging daarover plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen zijn behandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling
                                een voorstel van orde doen, dat kort wordt toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Initiatiefvoorstellen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid heeft het recht voorstellen aan de raad te doen, die
                                buiten de agenda vallen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zo'n voorstel moet, om in behandeling te kunnen worden genomen,
                                schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende
                                vergadering, tenzij de oproep hiervoor reeds verzonden is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda
                                behandelde voorstellen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat
                                het voorstel tezamen met een ander voorstel of onderwerp dient te
                                worden behandeld, het voorstel eerst in een beeldvormende
                                raadsbijeenkomst dient te worden behandeld dan wel om advies in
                                handen van het college dient te worden gesteld. Indien de raad
                                beslist tot het direct in behandeling nemen van het voorstel, vindt
                                behandeling van het voorstel plaats, nadat alle op de agenda
                                voorkomende onderwerpen zijn behandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een lid van oordeel is dat het college van burgemeester en
                                wethouders over een onderwerp dat niet op de agenda voorkomt, aan de
                                gemeenteraad inlichtingen dient te verstrekken omtrent het door hem
                                gevoerde bestuur, vraagt deze bij de voorzitter een interpellatie
                                aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de burgemeester
                                voor het door hem als bestuursorgaan van de gemeente gevoerde
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste
                                tweemaal 24 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij
                                de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke
                                omschrijving van het onderwerp waarover de inlichtingen worden
                                verlangd alsmede de te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden. Bij de behandeling van de ingekomen
                                stukken van de eerstvolgende vergadering na indiening wordt het
                                verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip
                                tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hun
                                hiertoe verlof geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid kan aan de burgemeester of aan burgemeester en wethouders
                                schriftelijk vragen stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen
                                van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven
                                of schriftelijke dan wel mondelinge beantwoording wordt
                                verlangd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze
                                draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van
                                de overige leden van de raad worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn binnengekomen.
                                Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
                                raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen
                                kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd
                                bericht, waarbij aangegeven wordt de termijn waarbinnen
                                beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een
                                antwoord.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De antwoorden worden door de voorzitter aan de leden van de raad
                                meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als
                                bedoeld in artikel 18 aan de leden van de raad toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
                                dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
                                voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door
                                de burgemeester of door het college gegeven antwoord.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een lid over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de
                                artikelen 169, derde lid, en 180 van de Gemeentewet verlangt, wordt
                                een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het college van
                                burgemeester en wethouders of de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener toegezonden aan
                                de raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daaropvolgende vergadering gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                vergadering waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V</nr><titel>- BEGROTING EN REKENING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet, geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek en de behandeling van de begroting volgens een procedure
                            die de raad vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Procedure rekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet, geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek en de vaststelling van de gemeenterekening volgens een
                            procedure die de raad vaststelt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI</nr><titel>- LIDMAATSCHAP VAN ANDERE ORGANISATIES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Verslag; verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan aan een raadslid, een wethouder, de
                                burgemeester, de secretaris of de griffier, als aangewezen door de
                                gemeenteraad tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar
                                lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op
                                grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, schriftelijke vragen
                                stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen,
                                vastgesteld in artikel 36, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een lid van de raad de persoon als bedoeld in het eerste lid
                                ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren
                                als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels
                                voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 37, zijn
                                van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel tot ontslag van een door de raad aangewezen lid
                                van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
                                gemeenschappelijk orgaan, als bedoeld in het eerste lid, wordt niet
                                beraadslaagd dan nadat in een vergadering, ten minste 14 dagen van
                                tevoren gehouden, is besloten te verklaren dat de betrokken persoon
                                niet meer het vertrouwen van de raad bezit als lid van het bedoelde
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op personen die de
                                raad in andere organisaties heeft benoemd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VII</nr><titel>- BESLOTEN VERGADERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van toepassing die gelden
                            voor een openbare vergadering, voor zover deze bepalingen niet strijdig
                            zijn met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Notulen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De notulen van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld,
                                maar liggen uitsluitend voor de leden ter inzage.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad
                                een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze
                                notulen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier
                                ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                            overeenkomstig artikel 25, eerste lid van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien
                            daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                            in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VIII</nr><titel>- TOEHOORDERS EN PERS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Maatregelen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de voorzitter dit nodig oordeelt, kan hij de vergadering voor
                                een door hem te bepalen tijd schorsen ter handhaving van de orde op
                                de publieke tribune.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens
                                de vergadering gebruik van moderne communicatiemiddelen dat inbreuk
                                kan maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van de
                                voorzitter niet toegestaan. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IX</nr><titel>- SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het Reglement van orde voor de raadsvergaderingen 2013 treedt in
                                    werking op 31 mei 2013.</al></li><li nr="2."><al>Op die dag vervalt het Reglement van orde voor de vergaderingen
                                    van de raad van de gemeente Doetinchem, vastgesteld bij besluit
                                    van 3 januari 2005, nadien gewijzigd bij besluit van 7 oktober
                                    2011.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente </ondertekening><ondertekening>Doetinchem in zijn vergadering van 30 mei 2013,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>HOOFDSTUK I - ALGEMENE BEPALINGEN </al><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 2 De voorzitter </al><al>Artikel 3 De griffier </al><al>HOOFDSTUK II - TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; FRACTIES </al><al>Artikel 4 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging </al><al>Artikel 5 Fracties </al><al>HOOFDSTUK III – VERGADERINGEN </al><al>Paragraaf 1 - Tijd van vergaderen; voorbereidingen </al><al>Artikel 6 Tijd en plaats van vergaderen </al><al>Artikel 7 Oproep; agenda </al><al>Artikel 8 Ter inzage leggen van stukken </al><al>Artikel 9 Openbare kennisgeving </al><al>Paragraaf 2 - Orde der vergadering </al><al>Artikel 10 Presentielijst </al><al>Artikel 11 Zitplaatsen </al><al>Artikel 12 Opening vergadering; quorum </al><al>Artikel 13 Geluid- en beeldregistraties </al><al>Artikel 14 Verslagen </al><al>Artikel 15 Ingekomen brieven; mededelingen </al><al>Artikel 16 Spreekregels </al><al>Artikel 17 Volgorde sprekers </al><al>Artikel 18 Aantal spreektermijnen </al><al>Artikel 19 Spreektijd </al><al>Artikel 20 Handhaving orde; schorsing </al><al>Artikel 21 Beraadslaging </al><al>Artikel 22 Deelname aan de beraadslaging door anderen
                                </al><al>Artikel 23 Stemverklaring </al><al>Artikel 24 Beslissing </al><al>Paragraaf 3 - Procedures bij stemmingen </al><al>Artikel 25 Stemming over zaken </al><al>Artikel 26 Stemming over amendementen en moties </al><al>Artikel 27 Stemming over personen </al><al>Artikel 28 Herstemming over personen </al><al>Artikel 29 Beslissing door het lot </al><al>HOOFDSTUK IV - RECHTEN VAN LEDEN </al><al>Artikel 30 Vragenhalfuur </al><al>Artikel 31 Amendementen </al><al>Artikel 32 Moties </al><al>Artikel 33 Voorstellen van orde </al><al>Artikel 34 Initiatiefvoorstellen </al><al>Artikel 35 Interpellatie </al><al>Artikel 36 Schriftelijke vragen </al><al>Artikel 37 Inlichtingen </al><al>HOOFDSTUK V - BEGROTING EN REKENING </al><al>Artikel 38 Procedure begroting </al><al>Artikel 39 Procedure rekening </al><al>HOOFDSTUK VI - LIDMAATSCHAP VAN ANDERE ORGANISATIES </al><al>Artikel 40 Verslag; verantwoording </al><al>HOOFDSTUK VII - BESLOTEN VERGADERING </al><al>Artikel 41 Algemeen </al><al>Artikel 42 Notulen </al><al>Artikel 43 Geheimhouding </al><al>Artikel 44 Opheffing geheimhouding </al><al>HOOFDSTUK VIII - TOEHOORDERS EN PERS </al><al>Artikel 45 Toehoorders en pers </al><al>Artikel 46 Maatregelen van orde </al><al>HOOFDSTUK IX - SLOTBEPALINGEN </al><al>Artikel 47 Uitleg reglement </al><al>Artikel 48 Inwerkingtreding </al></bijlage></regeling></body></cvdr>