<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR296525_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bouwverordening gemeente Buren 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Buren</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Buren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Stad Tiel van 15-05-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bouwverordening gemeente Buren 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005181">Woningwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-06-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-06-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV/13/00301</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-15506</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Bouwverordening gemeente Buren 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al><onderstreept>bevoegd gezag</onderstreept>: bestuursorgaan als
                                    bedoeld in de Woningwet, artikel 1, eerste lid, onderdeel e, dan
                                    wel bij het ontbreken van een bestuursorgaan als bedoeld in dit
                                    artikellid, burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>Bouwbesluit</onderstreept>: de algemene maatregel
                                    van bestuur als bedoeld in artikel 2 van de Woningwet;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>bouwtoezicht</onderstreept>: degene die ingevolge
                                    artikel 92, tweede lid, van de Woningwet in samenhang met
                                    artikel 5.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                                    belast is met het bouw- en woningtoezicht;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>bouwwerk</onderstreept>: elke constructie van
                                    enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op
                                    de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de
                                    grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of
                                    op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>gebruiksoppervlakte</onderstreept>: de
                                    gebruiksoppervlakte als bedoeld in het Bouwbesluit;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>hoogte van de weg</onderstreept>: de hoogte van de
                                    weg zoals die door of namens burgemeester en wethouders is
                                    vastgesteld;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>NEN</onderstreept>: een door de Stichting
                                    Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>NVN</onderstreept>: een door de Stichting
                                    Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven voornorm;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>o</onderstreept><onderstreept>mgevingsvergunning
                                        voor het bouwen</onderstreept>: vergunning voor een
                                    bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a,
                                    van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>o</onderstreept><onderstreept>mgevingsvergunning
                                        voor het slopen</onderstreept>: vergunning voor een
                                    sloopactiviteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder a,
                                    van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>straatpeil</onderstreept>:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de
                                            weg grenst de hoogte van de weg ter plaatse van die
                                            hoofdtoegang;</al></li><li nr="b."><al>voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct
                                            aan de weg grenst de hoogte van het terrein ter plaatse
                                            van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;</al></li></lijst></li><li nr="-"><al><onderstreept>weg</onderstreept>: alle voor het openbaar rij- of
                                    ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de
                                    daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden
                                    behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende
                                    en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.</al></li></lijst><al>In deze verordening wordt mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al><onderstreept>bouwwerk</onderstreept>: een gedeelte van een
                                    bouwwerk;</al></li><li nr="-"><al><onderstreept>gebouw</onderstreept>: een gedeelte van een
                                    gebouw.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Termijnen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Indeling van het gebied van de gemeente (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Gegevens en bescheiden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.1</nr><titel>Aanvraag bouwvergunning (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.2</nr><titel>In de aanvraag op te nemen gegevens (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.3</nr><titel>Bij de aanvraag in te dienen bescheiden (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.4</nr><titel>Gegevens met betrekking tot het coördineren van
                                    vergunningaanvragen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.5</nr><titel>Bodemonderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in
                                    artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>de resultaten van een recent milieuhygiënisch
                                            bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740, uitgave 2009,
                                            in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt
                                            uit figuur 1; </al></li><li nr="b."><al><cursief>vervallen;</cursief></al></li><li nr="c."><al>Indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat
                                            te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen
                                            asbestvezels, -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig
                                            is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als
                                            voorzien in NEN 5707, uitgave 2003.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld
                                    in artikel 2.4, onder d van de Regeling omgevingsrecht geldt
                                    niet indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar
                                    aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het
                                    Besluit omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II. Deze
                                    verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in het Besluit
                                    omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van
                                    de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport bedoeld in
                                    artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht toe, indien
                                    voor toepassing van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds
                                    bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht
                                    tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in
                                    artikel 2.5, onder d van de Regeling omgevingsrecht toestaan
                                    voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingstermijn, als
                                    bedoeld in artikel 2.23 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                                    en artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht, indien uit het
                                    in NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek naar het
                                    historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de
                                    locatie onverdacht is dan wel de gerezen verdenkingen een
                                    volledig veldonderzoek volgens NEN 5740, uitgave 2009 niet
                                    rechtvaardigen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige
                                    bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te
                                    vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt
                                    begonnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.6</nr><titel>Overige gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag om
                                    bouwvergunning (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.7</nr><titel>Bouwregistratie (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.8</nr><titel>Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om bouwvergunning
                                    woonwagens en standplaatsen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Behandeling van de aanvraag om bouwvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.1</nr><titel>Ontvangst van de aanvraag (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.2</nr><titel>Samenloop met vrijstelling ruimtelijke ordening
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.3</nr><titel>Bekendmaking van termijnen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.4</nr><titel>In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.5</nr><titel>In behandeling nemen en bodemonderzoek (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.6</nr><titel>Kennisgeving van rechtswege verleende bouwvergunning
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Welstandstoetsing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.1</nr><titel>Welstandscriteria (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.1</nr><titel>Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem</titel></kop><al>Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te
                                verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden
                                gebouwd voor zover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk:</al><lijst><li nr="a."><al>waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen
                                        verblijven;</al></li><li nr="b."><al>voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het
                                        bouwen is vereist; en</al><lijst><li nr="1."><al>dat de grond raakt, of</al></li><li nr="2."><al>waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik
                                                niet wordt gehandhaafd. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.2</nr><titel>Voorwaarden bouwvergunning</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het
                                bepaalde in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht,
                                kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de
                                omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van
                                het in de Regeling omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en/of
                                andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het
                                tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde
                                saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid van die Wet van
                                oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel
                                maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden
                                gemaakt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Voorschriften van stedenbouwkundige aard en
                                bereikbaarheidseisen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.1</nr><titel>Richtlijnen voor de verlening van ontheffing van de
                                    stedenbouwkundige bepalingen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.2</nr><titel>Anti-cumulatiebepaling</titel></kop><al>Terrein dat voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het
                                bouwen in aanmerking moet worden genomen, mag niet nog eens bij de
                                verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen voor een ander
                                bouwwerk in aanmerking worden genomen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.3</nr><titel>Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer.
                                    Brandblusvoorzieningen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.3A</nr><titel>Brandweeringang (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.4</nr><titel>Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.5</nr><titel>Ligging van de voorgevelrooilijn</titel></kop><al>De voorgevelrooilijn is:</al><lijst><li nr="a."><al>langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg
                                        regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande
                                        bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn,
                                        welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de
                                        voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk
                                        gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de
                                        richting van de weg geeft;</al></li><li nr="b."><al>langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a
                                        bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd:</al><lijst><li nr="1."><al>bij een wegbreedte van tenminste 10 meter, de lijn
                                                gelegen op 15 m uit de as van de weg; </al></li><li nr="2."><al>bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn
                                                gelegen op 10 m uit de as van de weg. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.6</nr><titel>Verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.7</nr><titel>Toegelaten overschrijding van de voorgevelrooilijn
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.8</nr><titel>Ontheffing voor overschrijdingen van de voorgevelrooilijn
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.9</nr><titel>Bouwen op de weg (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.10</nr><titel>Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de
                                    voorgevelrooilijn. Afschuining van straathoeken
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.11</nr><titel>Ligging van de achtergevelrooilijn (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.12</nr><titel>Verbod tot bouwen met overschrijding van de
                                    achtergevelrooilijn (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.13</nr><titel>Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooilijn
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.14</nr><titel>Ontheffing voor overschrijdingen van de achtergevelrooilijn
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.15</nr><titel>Erf bij woningen en woongebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een woning of woongebouw moet een erf aanwezig zijn dat
                                    tenminste een strook grond omvat die:</al><lijst><li nr="a."><al>over de volle breedte van het gebouw aansluit aan de
                                            achtergevel, en</al></li><li nr="b."><al>voor wat betreft het achter het gebouw gelegen deel dat
                                            is begrepen tussen het verlengde van de zijgevels, een
                                            diepte heeft van tenminste 5 meter.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De maat genoemd in het eerste lid, moet worden gemeten haaks op
                                    de achtergevelrooilijn en vanuit het verst achterwaarts gelegen
                                    deel van het gebouw. Daarbij moeten de onderdelen van dat
                                    gebouw, bedoeld in artikel 2.5.13, en de balkons en veranda's
                                    buiten beschouwing blijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
                                    afwijking van het bepaalde in:</al><lijst><li nr="a."><al>het eerste lid, wat de aanwezigheid van het erf betreft,
                                            indien de gelijkstraats gelegen bouwlaag niet tot
                                            bewoning bestemd is;</al></li><li nr="b."><al>het eerste lid, indien aan één van de volgende
                                            voorwaarden wordt voldaan:</al><lijst><li nr="1"><al>een gunstige, andere indeling van het erf is
                                                  aanwezig;</al></li><li nr="2"><al>het gebouw zal zijn gelegen op een terrein
                                                  waarvan twee tegenover elkaar liggende zijden
                                                  grenzen aan wegen, aan een weg en een openbaar
                                                  water, aan een weg en een spoorweg of aan een weg
                                                  en een plantsoen, mits dat terrein slechts aan één
                                                  van die zijden mag worden bebouwd en tevens een
                                                  erf van redelijke afmetingen tot stand wordt
                                                  gebracht;</al></li><li nr="3"><al>bij het vergroten van een gebouw dat niet aan de
                                                  bepalingen voor te bouwen woningen en woongebouwen
                                                  van het Bouwbesluit voldoet, wordt de bestaande
                                                  toestand verbeterd.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.16</nr><titel>Erf bij overige gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Achter een gebouw, waarvan geen deel tot woning, anders dan als
                                    dienstwoning is bestemd, moet een bij het gebouw behorend erf
                                    aanwezig zijn ter diepte van tenminste 2 meter achter het verst
                                    achterwaarts gelegen deel van het gebouw en over de volle
                                    breedte daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
                                    afwijking van het bepaalde in het eerste lid:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ligging en bestemming van het gebouw hiervoor
                                            geen beletsel vormen;</al></li><li nr="b."><al>indien, voor zover nodig, afwijking is toegestaan van
                                            het verbod tot overschrijding van de
                                            achtergevelrooilijn.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.17</nr><titel>Ruimte tussen bouwwerken</titel></kop><al>1.De zijdelingse begrenzing van een bouwwerk moet ten opzichte van
                                de zijdelingse grens van het erf zodanig zijn gelegen dat tussen dat
                                bouwwerk en de op het aangrenzende erf aanwezige bebouwing geen
                                tussenruimten ontstaan die:</al><lijst><li nr="a."><al>vanaf de hoogte van het erf tot 2,2 meter daarboven minder
                                        dan 1 meter breed zijn;</al></li><li nr="b."><al>niet toegankelijk zijn.</al></li></lijst><al>Bebouwing van ondergeschikte aard op het erf of op het aangrenzende
                                erf wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.</al><al>2.Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking
                                van het bepaalde in het eerste lid, indien voldoende mogelijkheid
                                aanwezig is voor reiniging en onderhoud van de vrij te laten
                                ruimte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.18</nr><titel>Erf- en terreinafscheidingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Erf- en terreinafscheidingen, anders dan bedoeld in artikel 2,
                                    onderdeel 12 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, zijn
                                    niet toegelaten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
                                    afwijking van het bepaalde in het eerste lid in het belang van
                                    het af te scheiden erf of terrein.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.19</nr><titel>Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en
                                    ondergrondse</titel></kop><al><vet> hoofdtransportleidingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van voor
                                        stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                        hoogspanningslijnen mogen zich geen delen bevinden van
                                        andere bouwwerken, voor het bouwen waarvan een
                                        omgevingsvergunning is vereist, dan die welke deel uitmaken
                                        van de hoogspanningslijn. Bij het bepalen van deze afstand
                                        moet rekening worden gehouden met het uitzwaaien van de
                                        draden ten gevolge van de wind. Onder hoogspanningslijn
                                        wordt in dit artikel verstaan een lijn met een nominale
                                        elektrische spanning van 1000 volt of meer.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van een
                                        ondergrondse hoofdtransportleiding mogen geen bouwwerken,
                                        voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist,
                                        worden gebouwd.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
                                        afwijking van:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde in het eerste lid voor wat betreft de
                                                afstand van 6 meter, indien de elektrische spanning
                                                van de hoogspanningslijn daarvoor geen bezwaar
                                                oplevert;</al></li><li nr="b."><al>het bepaalde in het tweede lid voor wat betreft de
                                                afstand van 6 meter, indien daartegen met het oog op
                                                de veilige en ongestoorde ligging van de leiding
                                                geen bezwaar bestaat. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.20</nr><titel>Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.21</nr><titel>Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.22</nr><titel>Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een
                                    achtergevelrooilijn (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.23</nr><titel>Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.24</nr><titel>Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.25</nr><titel>Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende terreinen
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.26</nr><titel>Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van een bouwwerk of van een gevel of van een ander
                                    buitenvlak van een bouwwerk moet worden gemeten ten opzichte van
                                    straatpeil. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van gevels die geen horizontale beëindiging hebben,
                                    moet worden bepaald door de oppervlakte te delen door de
                                    breedte. Plaatselijke verhogingen, als bedoeld in artikel
                                    2.5.27, onder d, en artikel 2.5.28, onder h, i, j en k, moeten -
                                    voor zover zij de maximale hoogte overschrijden - buiten
                                    beschouwing worden gelaten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.27</nr><titel>Toegelaten afwijkingen van de toegelaten bouwhoogte
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.28</nr><titel>Ontheffing voor overschrijdingen van de toegelaten bouwhoogte
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.29</nr><titel>Ontheffing voor overschrijding van de rooilijnen en van de
                                    toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van nieuw
                                    ruimtelijk beleid (vervallen)</titel></kop><al><vet><cursief>(</cursief></vet><vet><cursief>Alternatief
                                        2.</cursief></vet><vet><cursief>)</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.30</nr><titel>Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in
                                    gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe
                                    aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen
                                    van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of
                                    onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat
                                    bij dat gebouw behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn,
                                    gelet op het gebruik of de bewoning van het gebouw, waarbij
                                    rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid
                                    per openbaar vervoer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde ruimte voor het parkeren van
                                    auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare
                                    personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten
                                            tenminste 1,80 m bij 5,00 m en ten hoogste 3,25 m bij
                                            6,00 m bedragen;</al></li><li nr="b."><al>indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte
                                            voor een gehandicapte - voor zover die ruimte niet in de
                                            lengterichting aan een trottoir grenst - tenminste 3,50
                                            m bij 5,00 m bedragen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te
                                    verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van
                                    goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien
                                    aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde
                                    terrein dat bij dat gebouw behoort.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in
                                    afwijking van het bepaalde in het eerste en het derde lid:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere
                                            omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of</al></li><li nr="b."><al>voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of
                                            stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt
                                            voorzien.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en
                                vluchtrouteaanduidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.1</nr><titel>Algemene eisen voor brandveiligheidsinstallaties in gebouwen
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.2</nr><titel>Aanwezigheid van brandmeldinstallaties (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.3</nr><titel>Omvang van de bewaking door brandmeldinstallaties
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.4</nr><titel>Kwaliteit van brandmeldinstallaties (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.5</nr><titel>Beginsel inzake ontruimingsalarminstallaties
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.6</nr><titel>Aanwezigheid van ontruimingsalarminstallaties
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.7</nr><titel>Kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.8</nr><titel>Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.9</nr><titel>Aanwezigheid van vluchtrouteaanduidingen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.10</nr><titel>Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.11</nr><titel>Gelijkwaardigheid (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.12</nr><titel>Communicatiesysteem voor publieke hulpverleningsdiensten
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7</nr><titel>Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.1</nr><titel>Eis tot aansluiting aan de waterleiding (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.2</nr><titel>Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.3</nr><titel>Eis tot aansluiting aan het aardgasnet (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.4</nr><titel>Eis tot aansluiting aan de openbare riolering
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.5</nr><titel>Aansluiting anders dan aan de openbare riolering
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.6</nr><titel>Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven
                                    en terreinen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.7</nr><titel>Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het
                                    openbare net van de nutsvoorzieningen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>De melding (vervallen)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>De wijze van melden (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Welstandscriteria (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij</titel></kop><structuurtekst><al><vet>ingebruikneming van een bouwwerk</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of tussentijdse
                                staking van bouwwerkzaamheden</titel></kop><al><vet><cursief>(vervallen)</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden
                                (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Wijzigingen in gegevens bouwregistratie (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Het uitzetten van de bouw (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van)
                                de</titel></kop><al><vet><cursief>
                                    bouwwerkzaamheden</cursief></vet><vet><cursief>(vervallen)</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen
                                (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Bemalen van bouwputten (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8</nr><titel>Veiligheid op het bouwterrein (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.9</nr><titel>Afscheiding van het bouwterrein (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.10</nr><titel>Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder
                                (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11</nr><titel>Bouwafval (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.12</nr><titel>Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden
                                (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.13</nr><titel>Melden van werken bij lage temperaturen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.14</nr><titel>Verbod tot ingebruikneming (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.15</nr><titel>Verbod te bouwen als bouw stilgelegd is (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de
                            nutsvoorzieningen en het weren van schadelijk en hinderlijk
                            gedierte</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Staat van open erven en terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.1</nr><titel>Staat van onderhoud van open erven en terreinen
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.2</nr><titel>Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer.
                                    Brandblusvoorzieningen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.3</nr><titel>Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Staat van brandveiligheidsinstallaties en
                                vluchtrouteaanduidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.1</nr><titel>Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en
                                    vluchtrouteaanduidingen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.2</nr><titel>Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in gebouwen
                                    niet zijnde woningen, woongebouwen, logiesverblijven,
                                    logiesgebouwen of kantoorgebouwen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.3</nr><titel>Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in woongebouwen
                                    van bijzondere aard (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.4</nr><titel>Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in
                                    logiesverblijven en logiesgebouwen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.5</nr><titel>Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in
                                    kantoorgebouwen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Aansluiting op de nutsvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.1</nr><titel>Eis tot aansluiting aan de waterleiding (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.2</nr><titel>Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.3</nr><titel>Eis tot aansluiting aan het aardgasnet (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.4</nr><titel>Eis tot aansluiting aan de openbare riolering
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.5</nr><titel>Aansluiting anders dan aan de openbare riolering
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.6</nr><titel>Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven
                                    en terreinen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.7</nr><titel>Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het
                                    openbare net van de</titel></kop><al><vet><cursief>
                                    nutsvoorzieningen</cursief></vet><vet><cursief>(vervallen)</cursief></vet></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.1</nr><titel>Preventie (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>Brandveilig gebruik</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Gebruiksvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.1</nr><titel>Vergunning gebruik bouwwerk (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.2</nr><titel>Aanvraag gebruiksvergunning (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.3</nr><titel>In behandeling nemen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.4</nr><titel>Termijn van beslissing (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.5</nr><titel>Weigeren gebruiksvergunning (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.6</nr><titel>Intrekken gebruiksvergunning (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.7</nr><titel>Verplicht aanwezige bescheiden (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Het voorkomen van brand en het beperken van brand en
                                brandgevaar</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2.1</nr><titel>Gebruikseisen voor bouwwerken (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2.2</nr><titel>Opslag brandgevaarlijke stoffen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2.3</nr><titel>Opslag en verwerking stoffen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Het bestrijden van brand en het voorkomen van ongevallen bij
                                brand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3.1</nr><titel>Gebruiksgereed houden bluswater winplaatsen
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3.2</nr><titel>Gebruik middelen en voorzieningen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Hinder in verband met de brandveiligheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4.1</nr><titel>Hinder in verband met de brandveiligheid (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>Overige gebruiksbepalingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Overbevolking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1.1</nr><titel>Overbevolking van woningen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1.2</nr><titel>Overbevolking van woonwagens (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Staken van het gebruik</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2.1</nr><titel>Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2.2</nr><titel>Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan
                                    hygiëne (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2.3</nr><titel>Staken van het gebruik van een woonwagen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3.1</nr><titel>Verbod tot het gebruik van bouwwerken, open erven en
                                    terreinen in afwijking</titel></kop><al><vet><cursief> van de bestemming
                                        (vervallen)</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3.2</nr><titel>Hinder (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4.1</nr><titel>Preventie (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Watergebruik</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.5.1</nr><titel>Verboden gebruik van water (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Installaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.6.1</nr><titel>Gebruiksgereed houden van installaties (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>Slopen (vervallen)</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het slopen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.1</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.2</nr><titel>Aanvraag sloopvergunning (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.3</nr><titel>In behandeling nemen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.4</nr><titel>Termijn van beslissing (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.5</nr><titel>Samenloop van slopen en bouwen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.6</nr><titel>Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.7</nr><titel>Intrekking omgevingsvergunning voor het slopen
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Uitzonderingen op het vereiste van omgevingsvergunning voor het
                                slopen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2.1</nr><titel>Sloopmelding (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2.2</nr><titel>Overige uitzonderingen op het vereiste van
                                    omgevingsvergunning voor het</titel></kop><al><vet><cursief>slopen</cursief></vet><vet><cursief>(vervallen)</cursief></vet></al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Verplichtingen tijdens het slopen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3.1</nr><titel>Veiligheid op sloopterrein (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3.2</nr><titel>Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3.3</nr><titel>Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor het
                                    slopen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3.4</nr><titel>Plichten van degene die sloopt (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3.5</nr><titel>Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3.6</nr><titel>Plichten ten aanzien van de sloop van tuinbouwkassen
                                    (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Vrij slopen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.4.1</nr><titel>Sloopafval algemeen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>Welstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.1</nr><titel>De welstandscriteria en het welstandsreglement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de beoordeling of een bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van
                                welstand als bedoeld in artikel 12 van de Woningwet wordt het
                                bouwwerk getoetst aan de toetsingscriteria volgens de geldende
                                welstandsnota (hoofdstuk 4 Welstandsnota 2013 gemeente Buren).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover dat in de criteria is aangegeven, wordt getoetst aan de
                                standaard sneltoetscriteria (hoofdstuk 5 van de Welstandsnota 2013
                                gemeente Buren).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De benoeming en de samenstelling, de taakomschrijving en de
                                werkwijze van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de evaluatie
                                over het welstandstoezicht zijn vastgelegd in het reglement op de
                                Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (dat is opgenomen in BIJLAGE
                                9).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.2</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.3</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.4</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.5</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.6</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.7</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.8</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.9</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>10</nr><titel>Overige administratieve bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.1</nr><titel>De aanvraag om woonvergunning (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.2</nr><titel>De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde
                                onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.3</nr><titel>Overdragen vergunning (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.4</nr><titel>Overdragen mededeling (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.5</nr><titel>Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens
                                alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.6</nr><titel>Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere
                                voorschriften</titel></kop><al>Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en
                            vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere
                            voorschriften waarnaar in deze verordening - of in de bij deze
                            verordening behorende bijlagen - wordt verwezen, indien de bevoegde
                            instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het
                            voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging
                            heeft gepubliceerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>11</nr><titel>Handhaving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.1</nr><titel>Stilleggen van de bouw (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.2</nr><titel>Overtreding van het verbod tot ingebruikneming
                                (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.3</nr><titel>Stilleggen van het slopen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.4</nr><titel>Onderzoek naar een gebrek (vervallen)</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>12</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.1</nr><titel>Strafbare feiten (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.2</nr><titel>Overgangsbepaling bodemonderzoek (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.3</nr><titel>Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en
                                terreinen</titel></kop><al>Het bepaalde in de artikelen 5.1.2 en 5.1.3 inzake de bereikbaarheid van
                            gebouwen is niet van toepassing op een gebouw, dat gebouwd is of wordt
                            op basis van een bouwvergunning als bedoeld in artikel 47, eerste lid,
                            van de Woningwet van 12 juli 1962, tenzij bij een latere vergunning op
                            grond van artikel 40 van de Woningwet eisen aan de bereikbaarheid van
                            dat gebouw zijn gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.4</nr><titel>Overgangsbepaling (aanvragen om) gebruiksvergunning
                                (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.5</nr><titel>Overgangsbepaling sloopmelding (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.6</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2013.</al></li><li nr="2."><al>Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervallen:</al><lijst><li nr="a."><al>de bouwverordening vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 29
                                            januari 2008 en alle daarin aangebrachte
                                            wijzigingen;</al></li><li nr="b."><al>de brandbeveiligingsverordening, vastgesteld bij
                                            raadsbesluit, en alle daarin aangebrachte wijzigingen,
                                            voor zover deze brandbeveiligingsverordening eisen aan
                                            het brandveilig gebruik van bouwwerken stelt. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Bouwverordening
                                    gemeente Buren 2010'.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Buren
                            van 2 april 2013</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening><ondertekening>Drs. K.C. Tammes G. van Droffelaar</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>BIJLAGEN</titel></kop></bijlage><bijlage><kop><titel>BIJLAGE 1 GEGEVENS EN BESCHEIDEN AANVRAAG BOUWVERGUNNING </titel></kop><tussenkop>(vervallen)</tussenkop></bijlage><bijlage><kop><titel>BIJLAGE 2 GEGEVENS EN BESCHEIDEN AANVRAAG GEBRUIKSVERGUNNING</titel></kop><tussenkop>(vervallen)</tussenkop></bijlage><bijlage><kop><titel>BIJLAGE 3 GEBRUIKSEISEN VOOR BOUWWERKEN</titel></kop><tussenkop>(vervallen)</tussenkop></bijlage><bijlage><kop><titel>BIJLAGE 4 Gebruikseisen voor bouwwerken met uitzondering van de </titel></kop><tussenkop> niet-gemeenschappelijke ruimten in woonfuncties</tussenkop><tussenkop>(vervallen)</tussenkop></bijlage><bijlage><kop><titel>BIJLAGE 5 OPSLAG BRANDGEVAARLIJKE STOFFEN</titel></kop><tussenkop>(vervallen)</tussenkop></bijlage><bijlage><kop><titel>BIJLAGE 6 OPSLAG BRANDGEVAARLIJKE STOFFEN </titel></kop><al><vet><cursief>(</cursief></vet><vet><cursief>vervallen</cursief></vet><vet><cursief>)</cursief></vet></al></bijlage><bijlage><kop><titel>BIJLAGE 7 KWALITEITSEISEN VOOR BUIZEN EN HULPSTUKKEN VAN DE
                        BUITENRIOLERING OP ERVEN EN TERREINEN</titel></kop><tussenkop>Bij<vet>lage als bedoeld in artikel 2.7.6(vervallen)</vet></tussenkop></bijlage><bijlage><kop><titel>BIJLAGE 8 CHECKLIST VOOR DE VISUELE INSPECTIE VAN WONINGEN EN DAARMEE
                        VERGELIJKBARE BOUWWERKEN OP DE AANWEZIGHEID VAN ASBEST</titel></kop><tussenkop>(vervallen)</tussenkop></bijlage><bijlage><kop><titel>BIJLAGE 9 REGLEMENT VAN ORDE VAN DE COMMISSIE RUIMTELIJKE
                        KWALITEIT</titel></kop><al><vet>Reglement op de </vet><vet>Commissie Ruimtelijke Kwaliteit</vet><vet> in
                        Buren </vet>(hierna te noemen: de commissie)</al><tussenkop>Inhoudsopgave</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Benoeming en samenstelling van de commissie</al></li><li nr="1.1"><al> Benoemingsprocedure</al></li><li nr="2."><al>Taakomschrijving</al></li><li nr="2.1"><al>Taakomschrijving commissie</al></li><li nr="2.2"><al>Wettelijke taken</al></li><li nr="2.3"><al>Niet wettelijk verplichte taken</al></li><li nr="2.4"><al>Taken van de ambtelijk secretaris</al></li><li nr="2.5"><al>Taken van de voorzitter</al></li><li nr="2.6"><al>Taken overige leden</al></li><li nr="2.7"><al>Belangenverstrengeling</al></li><li nr="3."><al>Werkwijze betreffende afdeling</al></li><li nr="4."><al>Werkwijze van de commissie</al></li><li nr="4.1"><al>Vooroverleg over bouwplannen</al></li><li nr="4.2"><al>Openbaarheid gemandateerde behandeling</al></li><li nr="4.3"><al>Toelichting opdrachtgever/ontwerper</al></li><li nr="4.4"><al>Openbare commissievergadering</al></li><li nr="4.5"><al>Locatie vergadering</al></li><li nr="4.6"><al>Publicatie agenda</al></li><li nr="4.7"><al>Het welstandsadvies</al></li><li nr="4.8"><al>Afwijken van het welstandsadvies en/of -criteria</al></li><li nr="4.9"><al>Second opinion</al></li><li nr="5."><al>Evaluatie welstandstoezicht</al></li><li nr="5.1"><al>Jaarverslag B&amp;W</al></li><li nr="5.2"><al>Jaarverslag commissie</al></li><li nr="1."><al><vet>Benoeming en samenstelling van de commissie</vet><vet>.</vet></al></li><li nr="1.1"><al>Benoemingsprocedure.</al></li></lijst><al>De gemeenteraad wijst op voordracht van het college van burgemeester en
                    wethouders de leden van de commissie aan. Dit betreft de voorzitter en twee
                    leden. De leden beschikken over expertise op het gebied van architectuur,
                    monumenten en stedenbouw. Tevens wordt een lid benoemd, die op afroep
                    beschikbaar is. De commissie wordt bij de uitvoering van zijn werkzaamheden
                    ondersteund door een ambtelijk secretaris.</al><al>Alle leden van de commissie worden benoemd voor een periode van drie jaar, met
                    de mogelijkheid van verlenging met nog eens drie jaar. Bij afwezigheid van de
                    voorzitter neemt één van de leden de rol van voorzitter over. De voorzitter en
                    leden zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur en de
                    gemeentelijke organisatie. Er bestaan geen bindingen of relaties op</al><al>basis waarvan het advies over de welstandsaspecten wordt beïnvloed. De commissie
                    streeft naar voortdurende afstemming met het beleid inzake de ruimtelijke
                    ontwikkeling van de gemeente.</al><lijst><li nr="2."><al><vet>Taakomschrijving</vet></al></li><li nr="2.1"><al>Taakomschrijving Commissie.</al></li></lijst><al>De commissie is belast met zowel wettelijk verplichte als niet wettelijk
                    verplichte taken. De wettelijke taken van de commissie worden uitgevoerd op
                    grond van de Wabo en de gemeentelijke bouw- en monumentenverordening. De
                    commissie is beleidsmatig gebonden aan het gemeentelijk welstandsbeleid, zoals
                    dat is vastgelegd in de gemeentelijke welstandsnota. Daarnaast heeft de
                    commissie tot taak om burgemeester en wethouders gevraagd en ongevraagd te
                    adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Monumentenverordening
                    Buren 1999 en de subsidieregeling beschermde monumenten Buren 1999 en het
                    monumentenbeleid.</al><lijst><li nr="2.2"><al>Wettelijke taken</al></li><li nr="1."><al>Toetsing van vergunningplichtige bouwwerken. De commissie adviseert
                            B&amp;W over de welstandsaspecten van aanvragen om omgevingsvergunning
                            als bedoeld in 2.1 lid 1 onder a van de Wabo. Vergunningplichtige
                            aanvragen die ontvankelijk zijn worden in de regel binnen vier weken na
                            behandeling van een welstandsadvies voorzien.</al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders mandateert een ambtenaar om
                            kleine veel voorkomende aanvragen zelfstandig af te handelen. Daarbij
                            wordt getoetst aan de ambtelijke toetsingscriteria, die in de
                            welstandsnota zijn opgenomen (hoofdstuk 5).</al></li><li nr="3."><al>Jaarverslag commissie. De commissie legt de gemeenteraad eenmaal per
                            jaar een verslag voor van de door haar verrichte werkzaamheden. In het
                            verslag zet de commissie tenminste uiteen op welke wijze zij toepassing
                            heeft gegeven aan de welstandscriteria. Op verzoek van het college van
                            burgemeester en wethouders en/of de commissie vindt, ten behoeve van het
                            jaarverslag, een evaluatiegesprek plaats tussen beide.</al></li><li nr="2.3"><al>Niet wettelijk verplichte taken</al></li></lijst><al>De commissie krijgt de opdracht om naast de reguliere taken de volgende (niet
                    wettelijk verplichte) taken uit te voeren:</al><lijst><li nr="a."><al>Desgevraagd beoordeling van aanvragen voor reclames (inzake de
                            gemeentelijke APV).</al></li><li nr="b."><al>Onder de regie van de gemeente, en op verzoek van de commissie, de
                            gemeente of de aanvrager, noodzakelijk geacht overleg voeren met
                            betrokkenen bij de voorbereiding van Bouwplannen.</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>Desgevraagd adviezen uitbrengen aan B&amp;W over de welstandsaspecten
                            van in voorbereiding zijnde structuurplannen, bestemmingsplannen,
                            beeldkwaliteitplannen, stedenbouwkundige plannen en andere relevante
                            beleidsstukken.</al></li><li nr="d."><al>Desgevraagd adviseren over stedenbouwkundige en architectonische
                            ontwikkelingen die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in de
                            gemeente.</al></li><li nr="e."><al>Desgevraagd adviseren in het geval van excessen: buitensporigheden in
                            het uiterlijk van bouwwerken die ook voor niet-deskundigen evident
                            zijn.</al></li><li nr="f."><al>Desgevraagd voorlichting geven inzake ruimtelijke kwaliteit aan de
                            gemeenteraad, burgemeester en wethouders en burgers.</al></li><li nr="2.4"><al>Taken van de ambtelijk secretaris</al></li></lijst><al>De ambtelijk secretaris voert de eerste gesprekken - het vooroverleg - met de
                    gemeente, aanvragers, ontwerpers en andere belanghebbenden, verzamelt relevante
                    informatie en bereidt de behandeling van bouwplannen in de commissie voor. De
                    ambtelijk secretaris stelt de agenda voor</al><al>de commissievergadering op en geeft die door aan de behandelend ambtenaar van de
                    betreffende afdeling. Tijdens de commissievergadering introduceert hij de
                    bouwplannen en verstrekt gegevens over het relevante welstandsbeleid voor het
                    betreffende plan en/of gebied. Onder de verantwoordelijkheid van de ambtelijk
                    secretaris wordt de beraadslaging en conclusie over een bouwplan uitgewerkt in
                    een schriftelijk advies, dat in beginsel binnen een week -(of zoveel eerder als
                    mogelijk- na de commissievergadering aan het college van burgemeester en
                    wethouders wordt verzonden.</al><lijst><li nr="2.5"><al>Taken voorzitter</al></li></lijst><al>De voorzitter is verantwoordelijk voor het functioneren van de commissie en de
                    kwaliteit van de advisering. Hij let erop dat de commissie adviseert binnen de
                    kaders van het gemeentelijk welstandsbeleid. Tijdens de openbare vergadering
                    treedt de voorzitter op als gastheer voor alle</al><al>aanwezigen. Hij legt in het kort de vergaderprocedure uit en informeert wie van
                    de aanwezigen bij een bepaald plan wil inspreken. Indien een plan in het
                    vooroverleg is besproken, geeft de voorzitter een korte samenvatting van hetgeen
                    in dat stadium van het planproces besproken is. De voorzitter leidt de discussie
                    en biedt alle commissieleden de gelegenheid om hun mening voldoende naar voren
                    te brengen. Hij zorgt ervoor dat na een inhoudelijke discussie over een
                    adviesaanvraag een voor alle aanwezigen korte en heldere samenvatting wordt
                    gegeven. De voorzitter bewaakt verder de voortgang van de agenda.</al><al>De voorzitter wordt mede benoemd op grond van zijn expertise op een relevant
                    vakgebied en heeft stemrecht. Bij het overleg met de gemeente (bestuurders en
                    ambtenaren) en met de pers treedt de voorzitter namens de commissie naar buiten.
                    De voorzitter organiseert met de commissie een jaarlijkse inhoudelijke evaluatie
                    van de werkzaamheden. De resultaten van</al><al>de evaluatie worden opgenomen in het jaarlijks verslag van de commissie. </al><lijst><li nr="2.6"><al>Taken overige leden</al></li></lijst><al>In de commissie hebben twee leden zitting met expertise binnen een bepaald
                    vakgebied (architectuur/ monumenten). Zij geven vanuit hun ervaring en inzicht
                    in het vakgebied een onafhankelijke visie op de adviesaanvragen. Daarnaast is
                    een lid (op afroep) beschikbaar.</al><lijst><li nr="2.7"><al>Belangenverstrengeling</al></li></lijst><al>Op het moment dat een van de commissieleden op de een of andere wijze een
                    binding heeft met een bepaald bouwplan treedt deze in overleg met de overige
                    commissieleden tijdelijk terug. Zijn plaats wordt dan door het lid overgenomen,
                    die op afroep beschikbaar is.</al><lijst><li nr="3"><al><vet>Werkwijze betreffende afdeling</vet></al></li></lijst><al>De welstandsprocedure begint met een selectie van bouwplannen bij de betreffende
                    afdeling. De afdeling toetst een bouwplan eerst op de indieningsvereisten.
                    Vervolgens wordt getoetst aan het ter plaatse geldende bestemmingsplan en de
                    bouwverordening. Ten behoeve van de welstandstoets beoordeelt de ambtenaar of
                    het bouwplan is voorzien van de benodigde bescheiden om het te kunnen toetsen.
                    Welke gegevens nodig zijn, is vastgelegd in de ‘regeling omgevingsrecht
                    (Mor)’.</al><al>Kleine veel voorkomende bouwwerken, als bedoeld in hoofdstuk 5 van deze nota,
                    worden door de ambtelijk secretaris behandeld; hij is gemandateerd door het
                    college van burgemeester en wethouders. Bij twijfel of afwijking van de criteria
                    wordt het plan voorgelegd aan de commissie. Kleine veel voorkomende bouwwerken
                    worden in de regel binnen één week na behandeling van een welstandsadvies
                    voorzien.</al><lijst><li nr="4."><al><vet>Werkwijze van de commissie</vet></al></li><li nr="4.1"><al>Vooroverleg over bouwplannen</al></li></lijst><al>De gemeente biedt de aanvrager de mogelijkheid, om een nog niet formeel
                    aangevraagd bouwplan in een vooroverleg met de commissie toe te lichten en te
                    bespreken. De ambtelijk secretaris maakt altijd een verslag van het vooroverleg.
                    Vooroverleg vindt in principe in het openbaar plaats. Hiervan kan worden
                    afgeweken na overleg tussen de gemeente, de aanvrager en de commissie.</al><lijst><li nr="4.2"><al>Openbaarheid gemandateerde behandeling</al></li></lijst><al>De behandeling van bouwplannen onder mandaat is besloten. De agenda wordt niet
                    gepubliceerd.</al><lijst><li nr="4.3"><al>Toelichting opdrachtgever/ontwerper</al></li></lijst><al>Opdrachtgevers en ontwerpers worden altijd in de gelegenheid gesteld om de
                    behandeling van hun plan in de commissie bij te wonen. Indien zij hun plan
                    willen toelichten, vermelden ze dit op het daarvoor bestemde formulier. Hij
                    zorgt voor de uitnodiging.</al><lijst><li nr="4.4"><al>Openbare commissievergadering</al></li></lijst><al>De commissie vergadert in de regel één keer per vier weken. De openbaarheid
                    geldt voor de beraadslaging over bouwplannen, de beoordeling daarvan en voor de
                    adviezen. </al><al>De commissievergadering of een gedeelte daarvan is niet openbaar in gevallen als
                    bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet Openbaarheid van Bestuur en in
                    gevallen waarin het belang van openbaarheid niet opweegt tegen de in artikel 10,
                    tweede lid, van die wet genoemde belangen.</al><lijst><li nr="4.5"><al>Locatie vergadering</al></li></lijst><al>De commissie vergadert in het gemeentehuis van Buren.</al><lijst><li nr="4.6"><al>Het welstandsadvies</al></li></lijst><al>De commissie brengt heldere en goed beargumenteerde adviezen uit aan het college
                    van burgemeester en wethouders over de vraag of ‘het uiterlijk en de plaatsing
                    van een bouwwerk of een standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de
                    omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met
                    redelijke eisen van welstand’. Dit wordt beoordeeld</al><al>aan de hand van de criteria zoals opgenomen in de welstandsnota. </al><al> Een welstandsadvies kan de volgende uitkomsten hebben:</al><tussenkop>Akkoord</tussenkop><al>De commissie is van oordeel dat het plan volgens de van toepassing zijnde
                    welstandscriteria niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Desgewenst
                    motiveert de commissie haar advies schriftelijk.</al><tussenkop>Akkoord mits</tussenkop><al>De commissie adviseert aan B&amp;W het plan te laten aanpassen omdat het volgens
                    de van toepassing zijnde criteria op een aantal punten (nog) niet voldoet aan
                    redelijke eisen van welstand. Een akkoord mits wordt gegeven als de commissie
                    van mening is dat de aanvrager kan volstaan met enkele aanpassingen en deze
                    daarin heeft toegestemd c.q. dit redelijkerwijze is te</al><al>verwachten. De gemeente controleert of de definitieve bouwtekening in
                    overeenstemming is met de voorwaarden van de commissie.</al><tussenkop>Niet akkoord</tussenkop><al>De commissie brengt een negatief advies uit aan B&amp;W omdat het plan volgens
                    de van toepassing zijnde welstandscriteria niet voldoet aan redelijke eisen van
                    welstand. Een negatief advies wordt gegeven als de commissie van mening is dat
                    een bouwplan ingrijpend moet worden aangepast.</al><al>Adviseert de commissie negatief, dan geeft ze een nauwkeurige schriftelijke
                    motivering. Deze bevat een korte omschrijving van het ingediende plan, een
                    verwijzing naar de van toepassing zijnde welstandscriteria en een samenvatting
                    van de beoordeling van het plan op die punten. De gemeente maakt een inschatting
                    of de gevraagde aanpassingen nog binnen de vereisten van het bestemmingsplan en
                    de resterende vergunningtermijn te realiseren zijn. Indien dat niet mogelijk is,
                    betekent het negatief advies dat de vergunning opnieuw moet worden
                    aangevraagd.</al><tussenkop>Aanhouden</tussenkop><al>Wanneer meer informatie of een toelichting van de ontwerper noodzakelijk is kan
                    de commissie het advies aanhouden, waarbij de behandeld ambtenaar aangeeft of/en
                    hoe lang dit binnen de resterende vergunningtermijn mogelijk is.</al><lijst><li nr="4.7"><al>Afwijken van het welstandsadvies en/of -criteria</al></li></lijst><al>Burgemeester en wethouders hebben de wettelijke mogelijkheid om ook op andere
                    dan welstandsgronden, af te wijken van een welstandsadvies. De redenen voor
                    afwijking moeten bij de bekendmaking van het besluit worden vermeld.
                    Burgemeester en wethouders kunnen, eventueel op advies van de commissie,
                    gemotiveerd (op welstandsgronden) afwijken van de welstandscriteria zelf.</al><lijst><li nr="4.8"><al>Second opinion</al></li></lijst><al>Alvorens een second opinion te vragen, bieden B&amp;W eerst de vaste commissie
                    de mogelijkheid tot heroverweging van het eerder uitgebrachte advies. Indien
                    alsnog een second opinion wordt gevraagd, wordt dit gemeld aan de commissie. Bij
                    een second opinion wordt de aanvraag</al><al>omgevingsvergunning voorgelegd aan een andere commissie.</al><lijst><li nr="5."><al><vet>Evaluatie welstandstoezicht</vet></al></li><li nr="5.1"><al>Jaarverslag B&amp;W</al></li></lijst><al>Burgemeester en wethouders leggen de gemeenteraad tenminste eenmaal per jaar een
                    verslag voor waarin zij uiteenzetten:</al><lijst><li nr="-"><al>op welke wijze zij zijn omgegaan met de adviezen van de commissie;</al></li><li nr="-"><al>in welke categorieën van gevallen zij de aanvraag voor kleine veel
                            voorkomende bouwwerken aan de commissie hebben voorgelegd en op welke
                            wijze zij in die gevallen zelf toepassing hebben gegeven aan de
                            welstandscriteria;</al></li><li nr="-"><al>in welke categorieën van gevallen:</al><lijst><li nr="·"><al>zij tot aanschrijving op grond van art. 12 Woningwet zijn
                                    overgegaan en daarbij de keuze hebben gelaten tussen ofwel het
                                    uitvoeren van de aanschrijving, ofwel het slopen van het
                                    bouwwerk of de standplaats binnen de door hen te bepalen
                                    termijn, en</al></li><li nr="·"><al>zij bij of na een aanschrijving op grond van artikel 12
                                    Woningwet zijn overgegaan tot toepassing van bestuursdwang op
                                    grond van artikel 5.4 Awb.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="5.2"><al> Jaarverslag commissie</al></li></lijst><al>Zie onder onderdeel 2.2.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>BIJLAGE 10 TABEL 2.6.1 behorende bij ARTIKEL 2.6.1
                        (BRANDMELDINSTALLATIES)</titel></kop><tussenkop>(vervallen)</tussenkop></bijlage><bijlage><kop><titel>BIJLAGE 11 TABEL 2.6.5 behorende bij ARTIKEL 2.6.5
                        ONTRUIMINGSALARMINSTALLATIES</titel></kop><tussenkop>(vervallen)</tussenkop></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>12 TABEL 2.6.8 behorende bij ARTIKEL 2.6.8 VLUCHTROUTE AANDUIDING </nr></kop><al/><tussenkop>(vervallen)</tussenkop></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel/></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Buren/i225637.pdf">Toelichting op de Model-bouwverordening</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>