<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR296380_1</dcterms:identifier><dcterms:title>BIBOB-beleidslijn gemeente Haaren mei 2013 betreffende de aanvraag om een omgevingsvergunning-bouwactiviteit</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haaren</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haaren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Leije, 22 mei 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>BIBOB-beleidslijn gemeente Haaren mei 2013 betreffende de aanvraag om een omgevingsvergunning-bouwactiviteit</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0013798">Wet Bevordering Integriteitsbeoordeling door het Openbaar Bestuur art. 3</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0024779">Wet algemene bepalingen omgevingsrecht art. 2.20 eerste lid en art. 5.19 vierde lid onder b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-03-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B&amp;W-voorstel 14 mei 2013</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>BIBOB-beleidslijn gemeente Haaren mei 2013 betreffende de aanvraag om een
                omgevingsvergunning-bouwactiviteit.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1. Inleiding.</nr><label/></kop><lid><lidnr/><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>1. Inleiding.</label><nr/></kop><al>Een van de conclusies die de Parlementaire Enquête Commissie Van Traa in
                        1996 trok was dat de ernst van georganiseerde criminaliteit vooral was
                        gelegen in het grote financiële gewin van honderden miljoenen guldens en de
                        economische macht die daaruit voortvloeit. Die economische macht beperkt
                        zich niet tot de onderwereld, maar dringt in allerlei gedaanten in de
                        bovenwereld door, aldus de commissie. Criminele personen kunnen met al dat
                        geld infiltreren in het economische leven door ondermeer gebruik te maken
                        van bestuurlijke faciliteiten, zoals vergunningen, subsidies en
                        overheidsopdrachten. Dit heeft een aantasting van de integriteit van de
                        overheid tot gevolg. Criminaliteit, georganiseerde criminaliteit, speelt
                        zich niet af op een eiland. Er bestaan vele raakvlakken tussen criminaliteit
                        en wat wel genoemd wordt de “wettige omgeving”. Deze raakvlakken bieden het
                        bestuur een goed aanknopingspunt om bij te dragen aan de preventie en
                        bestrijding van criminaliteit. Het bestuur heeft daarbij eigen instrumenten:
                        vergunning weigeren, vergunning intrekken, pand sluiten, een subsidie of de
                        gunning van een opdracht weigeren. Het gebruik van deze instrumenten is vaak
                        erg effectief. Soms effectiever dan opsporen en vervolgen. </al><al>Bestuursorganen hebben er op dit terrein sinds 1 juni 2003 een instrument
                        bij gekregen: de Wet Bevordering Integriteitbeoordelingen door het Openbaar
                        Bestuur(Wet BIBOB). </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2. De Wet BIBOB.</nr><titel/></kop><al>De Wet Bevordering Integriteitbeoordeling door het Openbaar Bestuur (hierna:
                        ‘Wet BIBOB’) geeft bestuursorganen een instrument in handen om zich tegen
                        het risico, dat zij ongewild criminele activiteiten faciliteren, te
                        beschermen. De Wet BIBOB geeft namelijk een aantal extra mogelijkheden om
                        deze risico-inschatting op juiste wijze uit te kunnen voeren en biedt een
                        extra weigering- en/of intrekkinggrond, op grond waarvan vergunningen of
                        subsidies kunnen worden geweigerd of ingetrokken. </al><al/><al>Wat geeft de Wet BIBOB extra:</al><al>-Het recht om in de aanvraagprocedure aanvullende informatie te vragen en te
                        beoordelen;</al><al/><al>-Een extra grond tot weigering c.q. intrekking:</al><al>Artikel 3 van de Wet BIBOB geeft aan wanneer het voor een bestuursorgaan
                        mogelijk is over te gaan tot weigering, dan wel intrekking: </al><al><cursief>er moet sprake zijn van een ernstig gevaar dat de gevraagde
                            beschikking mede zal worden gebruikt voor </cursief></al><al><cursief>a) het benutten van voordelen uit strafbare feiten,
                        of</cursief></al><al><cursief>b) het plegen van strafbare feiten. </cursief></al><al>Daarnaast kan de gevraagde beschikking geweigerd, dan wel ingetrokken
                        worden: <cursief>indien er een redelijk vermoeden bestaat dat er een
                            strafbaar feit is gepleegd teneinde de beschikking te verkrijgen (denk
                            bijvoorbeeld aan: valsheid in geschrifte of omkoping).</cursief></al><al/><al>-De mogelijkheid om extra voorwaarden te verbinden aan een te verlenen
                        vergunning;</al><al/><al>-De mogelijkheid om voor de beoordeling van de aanvraag het advies in te
                        roepen van het landelijk bureau BIBOB. </al><al>In de Wet BIBOB is bepaald, dat aan dit bureau door bestuursorganen gevraagd
                        kan worden advies uit te brengen over de mate van gevaar, bedoeld in art 3
                        eerste lid, of over de ernst van de feiten en omstandigheden, bedoeld in art
                        3 zesde lid Wet BIBOB. Zij stelt daartoe een aanvullend onderzoek in,
                        waarbij ook z.g. “gesloten bronnen” door haar bevraagd kunnen worden.</al><al/><al/><al>Een toetsing aan de Wet BIBOB met behulp van z’n advies, geldt in beginsel
                        als een uiterst middel om de integriteit van een betrokken (rechts)persoon
                        te controleren. Bij deze zware inbreuk op de privacy moet het bevoegd gezag
                        de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht nemen. Deze eisen
                        brengen mee dat het bevoegd gezag eerst gebruik moet maken van de eigen
                        instrumenten. Het bestuursorgaan kan immers ook zonder dit advies besluiten
                        over te gaan tot weigering of intrekking. Wel kan het vragen van advies
                        leiden tot een betere informatiepositie van het bestuursorgaan. Het Bureau
                        BIBOB heeft namelijk inzage in een aantal gesloten bronnen (van o.a. de
                        Belastingdienst, de politie, de Centrale Justitiële Documentatie Dienst, de
                        Immigratie en Naturalisatie Dienst etc.) en kan hierdoor een diepgaander
                        onderzoek verrichten dan het bestuursorgaan. Het vragen van een advies moet
                        evenredig zijn gelet op de mate van gevaar en de ernst van de strafbare
                        feiten.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>3. Toepassing wet BIBOB</titel></kop><lid><lidnr/><al><vet><vet><cursief>3.1</cursief></vet><vet><cursief>Algemeen</cursief></vet></vet></al><al>Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
                            van kracht geworden. In artikel 2.20, eerste lid van de Wabo,
                            respectievelijk artikel 5.19, vierde lid, onder b, van de Wabo is
                            geregeld dat een aanvraag voor een omgevingsvergunning (deels) kan
                            worden geweigerd respectievelijk een verleende vergunning (deels) kan
                            worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in
                            artikel 3 van de Wet Bibob. </al><al/><al>Een bestuursorgaan kan op basis van artikel 3 van de Wet Bibob een
                            gevraagde beschikking weigeren of intrekken, voor zover hij bij of
                            krachtens de wet daartoe de bevoegdheid heeft gekregen.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.2</lidnr><al>Beleidsuitgangspunten </al><al>Uitgaande van het doel van de Wet Bibob, het tegenhouden van
                            vergunningen waarbij een bepaalde mate van criminele beïnvloeding te
                            verwachten valt, is er gekozen voor een Bibob-toets van bouwprojecten
                            van enige omvang. In dit kader wordt er een onderscheid gemaakt tussen
                            kleinere en grotere bouwprojecten, dit bezien in combinatie met de
                            bouwsom. </al><al/><al>Als eerste algemeen uitgangspunt in deze beleidslijn geldt, dat een
                            bibobtoetsing plaats vindt in geval van een aanvraag voor een
                            omgevingsvergunning-bouwactiviteit, waarbij sprake is van een bouwsom
                            van meer dan € 350.000,-.</al><al/><al>Naast dit onderscheid vanuit de factor bouwsom, zijn er ook specifieke
                            risicocategorieën aan te wijzen, die gevoelig worden geacht voor
                            criminele invloeden. Als risicocategorieën worden vooralsnog
                            aangewezen:</al><lijst><li nr="-"><al>Horecabedrijven (inclusief coffeeshops, hotels, etc.);</al></li><li nr="-"><al>Prostitutiebedrijven (inclusief seksbioscopen, sekswinkels,
                                    massagesalons, etc.);</al></li><li nr="-"><al>Escortbedrijven; </al></li><li nr="-"><al>Wisselkantoren; </al></li><li nr="-"><al>Afval bewerkings- en verwerkingsbedrijven;</al></li><li nr="-"><al>Speelautomatenhallen;</al></li><li nr="-"><al>Kapsalons;</al></li><li nr="-"><al>Cadeauwinkels;</al></li><li nr="-"><al>Belwinkels;</al></li><li nr="-"><al>Smart-en growshops;</al></li><li nr="-"><al>Transportondernemingen;</al></li><li nr="-"><al>de autohandel;</al></li><li nr="-"><al>Sloopbedrijven;</al></li><li nr="-"><al>Im- en exportbedrijven (handelsondernemingen; schoenen, kleren,
                                    onderdelen).</al></li></lijst><al>- Agrarische bedrijven met een aanvraag voor een
                            omgevingsvergunning-bouwactiviteit, waarbij sprake is van een bouwsom
                            van meer dan € 50.000,-</al><al/><al>De bibobtoetsing zal derhalve ook altijd plaats vinden in geval de
                            omgevingsvergunning een bouwactiviteit voor een van deze
                            risicocategorieën betreft.</al><al/><al>NB.: Bovenstaande opsomming van risicocategorieën is niet limitatief.
                            Deze risicocategorieën kunnen indien nieuwe ontwikkelingen dit
                            noodzakelijk maken, door het college van burgemeester en wethouders
                            worden aangepast.</al><al/><al>Naast de hiervoor genoemde generieke gevallen waarbij <onderstreept>als
                                regel</onderstreept> een z.g. bibob-toetsing plaats zal vinden, kan
                            de wet BIBOB (binnen de mogelijkheden van de wet) ook in bijzondere
                            gevallen worden ingezet als instrument in het kader van de handhaving
                            van (lokaal) beleid, b.v. bij een A.P.V.-regeling woon- en kleefklimaat.
                            Om die reden zal, naast de hiervoor generiek aangeduide gevallen, ook
                            een BIBOB-toetsing mogelijk zijn bij een aanvraag voor een
                            omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, waarbij op basis van feiten
                            en omstandigheden, of gebaseerd op (aanvullend) lokaal beleid,
                            gemotiveerd een risico-inschatting conform de Wet BIBOB in dat geval
                            geboden is.</al><al/><al/></lid><lid><lidnr>3.3</lidnr><al>Bestaande vergunningen</al><al>Bij bestaande vergunningen kan tot een Bibob-toetsing worden overgegaan
                            indien naar het oordeel van het bestuursorgaan feiten of omstandigheden
                            duiden op het bestaan van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3
                            van de Wet Bibob. </al><al/><al/></lid><lid><lidnr>3.4</lidnr><al>Uitvoering beleid</al><al>Het van toepassing verklaren van de wet BIBOB op de hierboven genoemde
                            vergunningen betekent dat het bevoegd gezag zowel bij de verlening van
                            de vergunning alsook bij het toezicht op de naleving ervan, in de
                            aangegeven gevallen steeds zal onderzoeken of er sprake is van ernstig
                            gevaar als genoemd in artikel 3 wet BIBOB i.c. dat de beschikking mede
                            zal worden gebruikt om:</al><lijst><li nr="-"><al>Uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op
                                    geld waardeerbare voordelen te benutten (witwassen) of,</al></li><li nr="-"><al>Strafbare feiten te plegen.</al></li></lijst><al/><al>Op grond van artikel 3 wet BIBOB kan het bevoegd gezag in die situatie
                            een vergunning weigeren of intrekken. </al><al/><al>Het onderzoek naar de aanwezigheid van bovengenoemd gevaar en de daaruit
                            voortkomende toepassingsmogelijkheden van de weigering- of
                            intrekkingsgronden ex artikel 3 wet BIBOB gebeurt in een tweetal
                            stappen:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>De aanvrager wordt verzocht bij de aanvraag aanvullende
                                    informatie te verstrekken middels een aanvullend
                                    (bibob)vragenformulier. Dit aanvullend (bibob)vragenformulier
                                    maakt dus onderdeel uit van het reguliere aanvraagformulier; het
                                    totale aanvraagpakket vormt de basis voor de
                                    ontvankelijkheidstoetsing.</al></li></lijst><al>Indien op basis van toepassing van de definitie van het begrip
                            “betrokkene” ook anderen met de feitelijke vergunningaanvrager in
                            verband gebracht kunnen worden, zullen ook zij gevraagd worden dit
                            aanvullende (bibob)vragenformulier in te vullen en maakt ook dit deel
                            uit van de aanvraagprocedure omgevingsvergunning-bouwactiviteit. </al><al/><al> Dit onderzoek behelst in ieder geval de controle en analyse van;</al><lijst><li nr="-"><al>de door de aanvrager/houder van de vergunning beantwoorde
                                    BIBOB-vragen die </al></li></lijst><al> zijn opgenomen in de bijlage van het standaard aanvraagformulier;</al><lijst><li nr="-"><al>de door hem/haar daarbij aangeleverde documenten;</al></li><li nr="-"><al>eventuele extra, op verzoek van het bevoegd gezag, door
                                    aanvrager/houder overlegde documenten of informatie; </al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>open bronnen onderzoek(zoals Kamer van Koophandel, Kadaster
                                    etc)</al></li></lijst><al>De BIBOB-gronden vormen een aanvulling op de reeds bestaande
                            mogelijkheden om een vergunning te weigeren of in te trekken. Het
                            bevoegd gezag zal echter altijd eerst de bestaande weigerings- en
                            intrekkingsgronden onderzoeken en, zo mogelijk, toepassen. </al><al/><al>Wanneer het bibobvragenformulier niet volledig wordt ingevuld, wordt de
                            aanvraag op grond van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht buiten
                            behandeling gesteld. In geval van een bestaande vergunning wordt het
                            niet invullen van dit formulier op grond van artikel 4 van de Wet Bibob
                            aangemerkt als ernstig gevaar. Hierdoor kan het bestuursorgaan de
                            omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken.</al><al/><al>Als het bestuursorgaan op basis van het eigen onderzoek in het kader van
                            de Wet Bibob genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen
                            aantonen dat er sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in de Wet
                            Bibob, kan het de vergunning weigeren of intrekken. </al><al/><al>Bij een “mindere mate van gevaar” dat de (aangevraagde) vergunning wordt
                            gebruikt voor het plegen van strafbare feiten en witwaspraktijken kan
                            het bevoegd gezag extra voorwaarden aan de vergunning verbinden.</al><al/><al>Een weigering om gevraagde extra informatie aan te leveren danwel
                            onvolledig aan te leveren leidt tot het buiten behandeling stellen van
                            de nieuwe aanvraag danwel de mogelijkheid tot het intrekken van de reeds
                            verstrekte vergunning.</al><al/><al>Bij deze z.g. "eigen huiswerkfase" kan de gemeente desgewenst gebruik
                            maken van de expertise van het Regionaal Informatie- en Expertise
                            Centrum Zuid-west Nederland.</al><al/><lijst><li nr="2."><al>Aanvullend op deze extra verstrekte informatie kan een advies
                                    bij het landelijke bureau </al></li></lijst><al> BIBOB worden gevraagd indien:</al><lijst><li nr="-"><al>na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over
                                    omstandigheden in de persoon van de aanvrager en/of daarmee in
                                    verband te brengen betrokkenen, de financier van het betreffende
                                    bouwactiviteit en de onderneming of de eigenaar van het pand
                                    waarin de onderneming is gevestigd,</al></li><li nr="-"><al>na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de
                                    bedrijfsstructuur van aan de uitvoering van de beschikking te
                                    verbinden onderneming(en),</al></li><li nr="-"><al>na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de
                                    financiering van de aan de betreffende beschikking te verbinden
                                    bouwactiviteit,</al></li><li nr="-"><al>de officier van justitie de gemeente de tip geeft om in een
                                    bepaalde zaak een BIBOB-advies aan te vragen.</al></li></lijst><al/><al>Een toetsing aan de Wet BIBOB met behulp van een advies geldt in
                            beginsel als een uiterst middel om de integriteit van een betrokken
                            (rechts)persoon te controleren. Bij deze zware inbreuk op de privacy
                            moet het bevoegd gezag de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit
                            in acht nemen. Deze eisen brengen mee dat het bevoegd gezag eerst, zoals
                            hierboven is uitgewerkt, gebruik moet maken van de eigen instrumenten.
                            Voorts moet het vragen van een advies evenredig zijn gelet op de mate
                            van gevaar en de ernst van de strafbare feiten.</al><al/><al>De adviesaanvraag bij het Landelijk Buro BIBOB is geen beschikking in de
                            zin van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB). Hiertegen staat derhalve
                            geen bezwaar of beroep open. Wel is de aanvrager van een vergunning te
                            allen tijde toegestaan de aanvraag in te trekken. </al><al/><al/><al/></lid><lid><lidnr>3.5</lidnr><al>Uitzonderingen in nieuwe beleid</al><al>De toepassing van de Wet BIBOB bij een aanvraag omgevingsvergunning
                            inzake een bouwactiviteit in de hierboven genoemde gevallen zal niet
                            worden toegepast ingeval de aanvraag afkomstig is van:</al><lijst><li nr="-"><al>Overheidsinstanties;</al></li><li nr="-"><al>Semi-overheidsinstanties</al></li><li nr="-"><al>Toegelaten woning(bouw)corporaties (toegelaten door de Minister
                                    van Volkshuisvesting conform Woningbesluit 1932 middels een
                                    daartoe verstrekte vergunning).</al></li><li nr="-"><al>Door het College van B&amp;W nader aan te duiden
                                    aanvragers.</al></li></lijst><al/><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Invoeringsdatum</label></kop><al>Deze beleidslijn is vastgesteld door het College van Burgemeester en
                        Wethouders op 14 mei 2013 en zal worden ingevoerd per 15 mei 2013.</al><al/><al/><al>Het College van Burgemeester &amp; Wethouders,</al><al/><al>Joan van den Akker gemeentesecretaris</al><al> burgemeester Frans Ronnes</al><al/></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>