<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR296347_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Referendumverordening Velsen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Jutter/ Hofgeest, 30 mei 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Referendumverordening Velsen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="Gemeentewet: artikel 149"/><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-02-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R13.036</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Referendumverordening Velsen 2007 inclusief wijzigingen van 2009 en 2012 komt te vervallen met de inwerkingtreding van deze verordening</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-30463</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Referendumverordening Velsen 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>concept raadsbesluit:</al><al>een aan de raad voorgelegd besluit dat op de agenda van de
                                raadsvergadering is opgenomen;</al></li><li nr="b."><al>referendum:</al><al>stemming waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een
                                concept raadsbesluit;</al></li><li nr="c."><al>kiesgerechtigden:</al><al>diegenen die stemrecht hebben voor de verkiezing van de leden van de
                                raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2. Referendabele besluiten</titel></kop><al>Concept raadsbesluiten kunnen onderwerp zijn van een referendum, met
                        uitzondering van besluiten:</al><lijst><li nr="a."><al>over individuele kwesties zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen,
                                kwijtscheldingen en schenkingen;</al></li><li nr="b."><al>over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers,
                                gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden;</al></li><li nr="c."><al>de vaststelling, wijziging of intrekking van
                                arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met
                                betrekking tot de griffier en medewerkers van de griffie;</al></li><li nr="d."><al>over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de
                                rekening;</al></li><li nr="e."><al>over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen;</al></li><li nr="f."><al>over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten;</al></li><li nr="g."><al>in het kader van deze verordening;</al></li><li nr="h."><al>ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de
                                wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft;</al></li><li nr="i"><al>die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder
                                genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden
                                gehouden; of</al></li><li nr="j."><al>waarvan de raad van mening is dat andere dringende redenen
                                aanleiding zijn om geen referendum te houden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. Samenstelling referendumcommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt een onafhankelijke referendumcommissie in en benoemt
                                en ontslaat haar leden. Deze commissie wordt benoemd zodra de raad
                                een besluit als bedoeld in artikel 6, lid 4 tot toewijzing van een
                                verzoek als bedoeld in artikel 6, lid 1 heeft genomen.</al></li><li nr="2."><al>De referendumcommissie bestaat uit vijf leden en kiest uit haar
                                midden een voorzitter.</al></li><li nr="3."><al>Voor de besluitvorming is een quorum vereist van drie leden. Bij het
                                staken van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.</al></li><li nr="4."><al>De commissie wordt ondersteund door de griffier of een door de
                                griffier aan te wijzen medewerker van de griffie.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken
                                van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het
                                bestuursorgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Taken referendumcommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie heeft tot taak: </al><lijst><li nr="a."><al>de raad een voorstel te doen voor de vraagstelling van een
                                        referendum;</al></li><li nr="b."><al>toezicht te houden op de uitvoering van de verordening en de
                                        organisatie van het referendum;</al></li><li nr="c."><al>toezicht te houden op de objectiviteit van de door de
                                        gemeente te verstrekken voorlichting;</al></li><li nr="d."><al>de raad te adviseren over de verdeling van het
                                        subsidieplafond bedoeld in artikel 9, tweede lid; en</al></li><li nr="e."><al>de raad te adviseren over de evaluatie van gehouden
                                        referenda</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De commissie adviseert voorts gevraagd en ongevraagd over
                                aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en
                                referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken
                                die het referendum betreffen.</al></li><li nr="3."><al>De adviezen van de commissie zijn openbaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Inleidend verzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een inleidend verzoek om een referendum te houden wordt uiterlijk
                                één week voor de plenaire behandeling van het concept raadsbesluit
                                bij de raad ingediend. Het verzoek is voorzien van een dagtekening
                                en vermeldt om welk concept besluit het gaat.</al></li><li nr="2."><al>Het verzoek wordt ondersteund door ten minste 250 handtekeningen van
                                kiesgerechtigden. Elke handtekening gaat vergezeld van een daarbij
                                behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum.</al></li><li nr="3."><al>De in het tweede lid bedoelde ondersteuningsverklaringen worden
                                geplaatst op een daartoe door het college verstrekt standaard
                                formulier dat ter ondertekening op het gemeentehuis ligt. Bij het
                                plaatsen van de handtekening op een lijst dient de kiesgerechtigde
                                zich te legitimeren met een geldig identiteitsbewijs.</al></li><li nr="4."><al>Indien het verzoek voldoet aan het bepaalde in de voorgaande leden,
                                beslist de raad, met inachtneming van artikel 2, of het verzoek tot
                                het houden van een referendum wordt ingewilligd.</al></li><li nr="5."><al>Als het verzoek wordt ingewilligd, wordt het concept raadsbesluit
                                waarop het referendumverzoek betrekking heeft in de vergadering van
                                de raad plenair behandeld.</al></li><li nr="6."><al>De stemming over het concept raadsbesluit, zoals dat luidt na
                                verwerking van de aanvaarde amendementen, wordt aangehouden tot de
                                eerstvolgende vergadering na de dag waarop het referendum wordt
                                gehouden, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het
                                referendumverzoek wordt beslist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Definitief verzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Kiesgerechtigden dienen binnen zes weken na de dag dat de raad het
                                besluit bedoeld in artikel 5, vierde lid, heeft genomen, een
                                definitief verzoek om een referendum te houden in.</al></li><li nr="2."><al>Dit verzoek wordt ondersteund door ten minste 2.500 handtekeningen
                                van kiesgerechtigden.</al></li><li nr="3."><al>Artikel 5, tweede lid, tweede volzin en artikel 5, derde lid, zijn
                                van toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Als het verzoek voldoet aan het bepaalde in de voorgaande leden
                                neemt de raad een besluit over het houden van het referendum.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Datum</titel></kop><al>De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo
                        spoedig mogelijk daarna, gehoord het college, de dag vast waarop het
                        referendum wordt gehouden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Vraagstelling</titel></kop><al>Tenzij de raad anders besluit wordt bij het referendum aan de
                        kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het concept
                        raadsbesluit zijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9. Budget</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Nadat is besloten tot het houden van een referendum, brengt de raad
                                een bedrag op de begroting voor voorlichting en organisatie.</al></li><li nr="2."><al>Tevens stelt de raad een subsidieplafond vast voor subsidies aan
                                verzoekers van het referendum en aan maatschappelijke organisaties
                                voor het organiseren van debat en publiciteit over het onderwerp
                                waarop het referendum betrekking heeft. De raad bepaalt daarbij
                                volgens welke verdeelsleutel het subsidieplafond over de groepen van
                                subsidiegerechtigden wordt verdeeld.</al></li><li nr="3."><al>Het college beslist op de aanvragen om subsidie in volgorde van
                                ontvangst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10. Uitvoering</titel></kop><al>Het college is belast met de organisatie en uitvoering van het
                        referendum.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Procedure stemming</titel></kop><al>De bepalingen van de Kieswet en het Kiesbesluit zijn op de gang van zaken
                        bij het referendum van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12. Geldigheid van de uitslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het referendum is geldig, indien het aantal geldig uitgebrachte
                                stemmen meer bedraagt dan 30 % van het aantal kiesgerechtigden.</al></li><li nr="2."><al>De uitslag van het referendum wordt berekend op basis van de gewone
                                meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte stemmen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13. Strafbepaling</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van
                                de tweede categorie wordt gestraft degene die:a. stembiljetten,
                                volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk
                                deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen
                                gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft
                                nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen
                                hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst
                                gebruikt of door anderen doet gebruiken, dan wel deze met het
                                oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen
                                te doen gebruiken, in voorraad heeft met het oogmerk deze
                                wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="c."><al>als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is
                                overleden;</al></li><li nr="d."><al>bij een verkiezing door gift of belofte een kiezer omkoopt om
                                volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem;</al></li><li nr="e."><al>stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert
                                ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart,
                                bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart
                                af te geven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14. Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op de dag na officiële bekendmaking ervan.
                        Op dezelfde datum komen de Referendumverordening 2007 en de hierin
                        aangebrachte wijzigingen van 2009 en 2012 te vervallen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15. Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een (inleidend) verzoek om een referendum te houden is ingediend en
                                nog niet op dat verzoek is beslist, wordt het verzoek afgehandeld
                                volgens de verordening van 2007.</al></li><li nr="2."><al>Op een aanhangig bezwaarschrift, betreffende een (inleidend) verzoek
                                bedoeld in het eerste lid, dat is ingediend voor het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening, wordt beslist met toepassing
                                van de verordening van 2007.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16. Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Referendumverordening 2013’.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Referendumverordening 2013</titel></kop><al>Een referendumverordening waarbij de mogelijkheid wordt gegeven een referendum
                    te organiseren over een concept raadsbesluit is bij uitstek een instrument van
                    de raad. In de verordening worden diverse taken niet gedelegeerd aan het college
                    maar aan de raad (c.q. de griffie) gelaten. De organisatie en uitvoering van het
                    referendum zelf, nadat duidelijk is dat dit er komt, ligt uiteraard wel bij het
                    college.</al><divisie><kop><titel>Artikel 1. Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr=""><al>a. en b. Deze onderdelen van dit artikel behoeven geen
                                toelichting.</al></li><li nr=""><al>c. Wat betreft de kiesgerechtigden is aangesloten bij degenen die
                                gerechtigd zijn deel te nemen aan de raadsverkiezingen. Dit is
                                geregeld in artikel B3 en artikel J1 van de Kieswet. Een referendum
                                is alleen mogelijk binnen het grondgebied van de eigen
                                gemeente.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 2. Referendabele besluiten</titel></kop><al>Alleen concept besluiten van de raad kunnen onderwerp van een referendum
                        zijn. De besluiten genomen door het college of door de burgemeester zijn
                        niet referendabel op grond van deze verordening. Een aantal onderwerpen
                        waarover de raad een besluit kan nemen, lenen zich minder goed voor een
                        referendum. In deze verordening is een lijst met uitzonderingen opgenomen,
                        gebaseerd op de ervaringen van onder meer de Tijdelijke referendumwet en
                        autonome gemeentelijke verordeningen. Enerzijds dient voorkomen te worden
                        dat de verordening een leeg instrument wordt waarbij het praktisch
                        onmogelijk wordt een referendum te organiseren. Anderzijds is het voor de
                        burger belangrijk dat duidelijk is over welke besluiten geen referendum kan
                        worden gehouden.</al><al>In de oude verordening was de volgende uitzonderingsgrond opgenomen: waarbij
                        het belang van het referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van
                        de raad voor kwetsbare groepen en hun plaats in de samenleving. Deze is
                        geschrapt omdat dit al onder de algemene uitzonderingsgrond valt. De
                        algemene uitzonderingsgrond benadrukt en garandeert de beoordelingsvrijheid
                        van de raad. Deze uitzonderingsgrond kan bijvoorbeeld worden toegepast
                        indien er over het onderwerp al een uniforme openbare
                        voorbereidingsprocedure is geweest, of in het geval van korte termijnen
                        waarop het besluit moet worden genomen of de mogelijkheid van grote
                        financiële claims.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 3. Samenstelling referendumcommissie</titel></kop><al>In het geval er een referendum wordt gehouden, is het raadzaam dat er een
                        referendumcommissie wordt ingesteld. Het onderwerp wat ten grondslag ligt
                        aan het referenduminitiatief is doorgaans politiek gevoelig. Burgers zijn
                        van mening dat de raad moet worden gecorrigeerd. Maar het is wel de gemeente
                        die het referendum en de voorlichting organiseert. Een ‘pettenprobleem’ komt
                        in de praktijk bij referenda vaak voor. Een onafhankelijke
                        referendumcommissie kan dan de neutrale derde partij zijn die toeziet op de
                        organisatie en uitvoering van het referendum.</al><al>Er is voor gekozen om de commissie eerst te benoemen, als zich voor de
                        eerste keer de situatie voordoet dat de raad heeft besloten tot het houden
                        van een referendum. Er is voorts gekozen voor een qua aantal ruime
                        commissie. Door meer leden te benoemen dan nodig voor het quorum wordt een
                        oplossing geboden in het geval één van de leden afwezig is of zich wil
                        onthouden van deelname in verband met mogelijke belangenverstrengeling. Er
                        is niet expliciet geregeld dat leden (bijv. in geval van niet functioneren)
                        ontslagen kunnen worden. In het algemeen geldt dat degene die benoemt ook
                        kan ontslaan.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 4. Taken referendumcommissie</titel></kop><al>Deze commissie heeft diverse adviserende taken gekregen. Daarnaast wordt de
                        onafhankelijke positie ondersteund door de mogelijkheid gevraagd en
                        ongevraagd advies te geven.</al><al>De commissie doet een voorstel voor de vraagstelling van het referendum. De
                        vraag moet eenduidig zijn en begrijpelijk voor de burgers. Wat betreft het
                        toezicht op de objectiviteit van de door de gemeente verstrekte voorlichting
                        kan worden gedacht aan bijv. een folder waarin argumenten pro en contra
                        worden genoemd. De bevoegdheid van de commissie strekt zich niet uit tot de
                        door de burgers gevoerde campagne. De vrijheid van meningsuiting staat
                        daarin voorop. De commissie heeft ook een rol bij de advisering van de
                        verdeling van de beschikbaar gestelde subsidie. Deze advisering ziet
                        ondermeer op de verdeelsleutel die wordt vastgesteld. Zo kan worden besloten
                        dat 40% van de subsidiegelden is bestemd voor activiteiten van voorstanders
                        van het besluit, 40% voor tegenstanders en 20% voor neutrale/ informerende
                        activiteiten. De commissie heeft ook een rol bij de evaluatie van gehouden
                        referenda. Deze taak is een logisch gevolg van de toezichthoudende taak bij
                        het hele referendumproces.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 5. Inleidend verzoek</titel></kop><al>Kiesgerechtigden nemen het initiatief tot een referendum. Hiertoe kunnen zij
                        een verzoek indienen tot het houden van een referendum. Een referendum biedt
                        burgers de mogelijkheid aan de noodrem te trekken als hun politieke
                        vertegenwoordigers een besluit dreigen te nemen dat in hun ogen verkeerd is.
                        Het is logisch dat burgers dan ook zelf kunnen beslissen wanneer dit
                        noodzakelijk is. Er is gekozen voor een eenvoudige procedure. Het inleidend
                        verzoek wordt een week voor de raadsvergadering ingediend bij de griffier en
                        wordt later mogelijk gevolgd door een definitief verzoek. Door de duale
                        verhoudingen wordt het verzoek formeel ingediend bij de griffier, praktisch
                        gezien zal de medewerking van het ambtelijk apparaat nodig zijn. Het doel
                        van het inleidend verzoek is tweeledig. De raad moet op korte termijn
                        beslissen of een onderwerp referendabel is en niet valt onder de
                        uitzonderingen genoemd in artikel 2. Daarnaast moet worden aangetoond dat
                        een onderwerp niet alleen maar leeft bij enkele mensen maar op enig
                        draagvlak in de gemeente kan steunen. Hiertoe wordt een aantal
                        handtekeningen overgelegd. Op korte termijn is het voor burgers dan
                        duidelijk of het zin heeft om handtekeningen te verzamelen ter ondersteuning
                        van het definitief verzoek.</al><al><cursief>Handtekeningenlijsten</cursief></al><al>Bij het verzamelen van de handtekeningen kan worden gekozen voor een ‘haal’-
                        of een ‘brengsysteem’. In het eerste geval wordt het ophalen van de vereiste
                        handtekeningen aan de initiatiefnemers overgelaten. In het tweede geval
                        dienen kiesgerechtigden hun handtekening te plaatsen in de daarvoor
                        aangewezen plaatsen, zoals bijvoorbeeld de publieksbalie in het
                        gemeentehuis. Uit de evaluatie van de Tijdelijke referendumwet blijkt dat
                        een groot nadeel van het haalsysteem is dat de controle op handtekeningen
                        een tijdrovend karwei is en door onvolledig ingevulde lijsten veel
                        handtekeningen ongeldig moeten worden verklaard. Derhalve is gekozen voor
                        het brengsysteem op het gemeentehuis zodat direct de identiteit
                        (kiesgerechtigdheid) van de ondertekenaar kan worden gecontroleerd aan de
                        hand van het GBA. Om de controle op de kiesgerechtigdheid zo makkelijk
                        mogelijk te maken is een legitimatieplicht opgenomen. Dit is voor een burger
                        niet extra belastend; gezien de Wet op de identificatieplicht heeft een
                        burger dit bij zich. Het is uiteraard mogelijk om op andere plaatsen in de
                        gemeente handtekeningen te laten zetten, zij het dat dan niet direct in het
                        GBA de controle op kiesgerechtigdheid kan plaatsvinden. Gezien de controle
                        op identiteit ligt het voor de hand om aan de gemeente gebonden openbare
                        instellingen zoals de openbare bibliotheek te kiezen.</al><al>Bij het controleren van de handtekeningen moet worden beoordeeld of degene
                        die de ondersteuningsverklaring indient op dat moment kiesgerechtigd zou
                        zijn voor de raadsverkiezingen. Immers bij het zetten van de handtekening is
                        nog niet bekend of en zo ja wanneer het referendum wordt gehouden en kan dus
                        niet worden gewerkt met een apart bestand van kiesgerechtigden voor het
                        referendum.</al><al>De handtekeningen moeten worden geplaatst op van gemeentewege verstrekte
                        lijsten. Op basis van artikel 4:4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de
                        gemeente de bevoegdheid om een formulier voor het aanvragen en verstrekken
                        van gegevens vast te stellen. Het inleidend verzoek is te beschouwen als een
                        aanvraag in de zin van de Awb.</al><al>Wat betreft de procedure van het inleidend verzoek moet allereerst een
                        termijn worden vastgesteld waarbinnen de handtekeningen moeten worden
                        ingeleverd. Gekozen is voor handhaving van de korte termijn van één week
                        voor de raadsvergadering. De achterliggende gedacht is dat op deze manier in
                        de raadsvergadering zelf besloten kan worden of er voldoende geldige
                        handtekeningen zijn verzameld zodat de volgende fase in het proces (het
                        definitieve verzoek) kan ingaan.</al><al><cursief>Drempel inleidend verzoek</cursief></al><al>De hoogte van de drempel die wordt gesteld ten aanzien van het verzoek om
                        een referendum blijft hetzelfde als in de oude verordening, te weten 250
                        handtekeningen voor het inleidend verzoek naast 2500 handtekeningen voor het
                        definitief verzoek. Deze drempels zijn niet te hoog om een verzoek tot
                        referendum onmogelijk te maken, maar wel hoog genoeg om te voorkomen dat een
                        referendum wordt aangevraagd dat te weinig draagvlak vindt onder de
                        bevolking.</al><al><cursief>Beslissing inleidend verzoek</cursief></al><al>Allereerst dient de raad vast te stellen of het verzoek een besluit betreft
                        waarover op grond van de verordening een referendum niet is uitgezonderd.
                        Vervolgens wordt beslist of het inleidend verzoek is gedaan door het
                        vereiste aantal kiesgerechtigden. De voorgeschreven eisen dienen om de
                        kiesgerechtigdheid te bepalen. Door de identificatieverplichting zal het
                        aantal afgekeurde ondersteunings- verklaringen gering zijn.</al><al>Het besluit van de raad op het inleidend verzoek is een besluit in de zin
                        van de Awb. Hiertegen staat bezwaar en beroep open.</al><al><cursief>Toepassing elektronische handtekening en DigiD</cursief></al><al>In de verordening is niet de mogelijkheid opgenomen om via een elektronische
                        handtekening steun te verlenen aan het referendumverzoek. Een bestuursorgaan
                        kan op grond van afdeling 2.3 Awb de elektronische weg openstellen voor
                        referendumverzoeken. Aan het gebruik van de elektronische weg kan het
                        bestuursorgaan nadere eisen stellen. De elektronische weg voor
                        referendumverzoeken komt naast en niet in de plaats van de conventionele
                        weg.</al><al>Bij het zetten van een handgeschreven handtekening ter ondersteuning van een
                        referendumverzoek heeft de handtekening verschillende functies. Deze dient
                        ter authenticatie en identificatie (vaststellen van de identiteit van een
                        persoon) en om de wilsuiting vast te leggen (van belang in het kader van
                        rechtsgevolg en/of bewijsvoering). Deze functies zijn ook via de
                        elektronische handtekening te bewerkstelligen.</al><al>Het gebruik van DigiD zou voor burgers die over deze handtekening beschikken
                        drempelverlagend kunnen werken. Voor hen is het eenvoudiger een
                        referendumverzoek te ondersteunen via enkele handelingen op de computer dan
                        om naar het gemeentehuis te gaan om een handtekening te zetten. Voor de
                        gemeente is er geen sprake van werkbesparing. Zij zal ook de
                        ondersteuningsverklaringen afgelegd via DigiD moeten controleren op
                        kiesgerechtigdheid (woont deze persoon in de gemeente, is deze oud genoeg
                        enz.).</al><al>De stand van zaken van dit moment is dat het nu nog niet mogelijk is
                        voldoende waarborgen te creëren om te gaan werken met digitale verzoeken en
                        ondersteuningsverklaringen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 6. Definitief verzoek</titel></kop><al>Als de raad van mening is dat het onderwerp referendabel is, zijn de
                        initiatiefnemers weer aan bod. Zij moeten een verzoek tot het houden van een
                        referendum en voldoende ondersteunende handtekeningen verzamelen. De
                        procedure is in grote lijnen gelijk aan die bij het inleidende verzoek. De
                        raad controleert of er voldoende (geldige) handtekeningen zijn verzameld. De
                        toelaatbaarheid van het onderwerp is al eerder in de procedure, bij het
                        inleidend verzoek, getoetst. Een voldoende aantal handtekeningen zal dan ook
                        een positief besluit tot het houden van het referendum tot gevolg
                        hebben.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 7. Datum</titel></kop><al>Het vaststellen van de datum waarop het referendum zal worden gehouden, is
                        voorbehouden aan de raad. Van belang is dat er voldoende tijd is om het
                        referendum te organiseren (stemlokalen huren, bemensing stembureaus,
                        drukwerk etc.) en dat er enige ruimte is om vakantieperioden (juli/augustus,
                        december/januari) te overbruggen omdat deze niet geschikt zijn voor het
                        houden van een referendum. Het ligt voor de hand dat het advies van het
                        college op dergelijke zaken ziet. De datum kan vallen op een dag waarop
                        tevens andere verkiezingen worden gehouden, maar dat hoeft niet het geval te
                        zijn. Het combineren van verkiezingen is praktisch omdat kiesgerechtigden
                        niet twee maal naar de stembus hoeven te komen. Ook zorgt een combinatie
                        doorgaans voor een hogere opkomst en voor een reductie in de kosten van een
                        referendum. Uiteraard kunnen er ook meerdere referenda op dezelfde dag
                        plaatsvinden.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 8. Vraagstelling</titel></kop><al>De raad beslist of en wanneer een referendum wordt gehouden en stelt ook de
                        vraagstelling vast. Het meest voor de hand ligt een vraagstelling welke is
                        gekoppeld met het voorgenomen besluit. Aan de kiezers wordt dan de vraag
                        voorgelegd of zij vóór of tegen het concept raadsbesluit, waarover het
                        referendum wordt gehouden, zijn. De vraagstelling moet wel voldoende
                        duidelijk zijn, de referendumcommissie heeft tot taak hierover te adviseren.
                        Het is mogelijk om de vraagstelling tevens op te nemen op de
                        stempas/oproepkaart.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 9. Budget</titel></kop><al>Er kan jaarlijks een vast bedrag op de begroting worden opgenomen voor het
                        organiseren van referenda of er kan per referendum een budget worden
                        vastgesteld. Hier is gekozen voor het laatste. Naast een bedrag voor de
                        organisatie van het referendum zelf zal de voorlichting geld kosten. Dit
                        betreft zowel de voorlichting door de gemeente zelf (uitleg over het concept
                        raadsbesluit) als de voorlichting door verschillende belangengroeperingen
                        waaronder de initiatiefnemers van het referendum.</al><al>De referendumcommissie heeft een belangrijke adviserende rol. Zowel bij de
                        totstandkoming van de beleidsregels op grond waarvan de subsidies kunnen
                        worden verstrekt als de toekenning van de subsidies zelf.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 10. Uitvoering</titel></kop><al>Het feit dat het college is belast met de uitvoering volgt uit de
                        Gemeentewet (artikel 160, eerste lid, onder b.). Tot de organisatie behoren
                        diverse taken, zowel de voorlichting over het onderwerp waarop het
                        referendum ziet, als de inrichting en bemensing van de stemlokalen en het
                        drukken van de stembiljetten en oproepkaarten/stempassen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 11. Procedure stemming</titel></kop><al>Het ligt voor de hand om voor de procedures rond de stemming aan te sluiten
                        bij de gang van zaken bij de raadsverkiezingen en dit niet allemaal opnieuw
                        per verordening te regelen. Vandaar dat de Kieswet en het Kiesbesluit van
                        overeenkomstige toepassing zijn. Dit omvat het hele proces van de termijn
                        waarop bij de kiesgerechtigden de oproepkaart/stempas voor het referendum
                        bezorgd dient te zijn als de werkwijze in het stembureau en de vaststelling
                        en bekendmaking van de uitslag.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 12. Geldigheid van de uitslag</titel></kop><al>Wanneer 30% van de kiesgerechtigden zijn stem heeft uitgebracht, wordt de
                        uitslag van het referendum geacht geldig te zijn. Dit percentage is lager
                        dan het gemiddelde opkomstpercentage bij raadsverkiezingen, maar hoog genoeg
                        om een drempel op te werpen. Op deze wijze komen alleen onderwerpen aan bod
                        die door een redelijk deel van de bevolking als van belang worden beschouwd,
                        zonder dat het praktisch onmogelijk zal worden een geldige uitslag te
                        krijgen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 13. Strafbepalingen</titel></kop><al>Op grond van artikel 154 Gemeentewet kan de raad op overtreding van een
                        verordening straf stellen. Voor het bepalen van wat strafbaar is, is
                        aangesloten bij de Kieswet, hoofdstuk Z.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 14. Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 15. Overgangsbepaling</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 16. Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie></nota-toelichting><bijlage><al><vet>Bijlagen</vet></al><al><extref doc="/cvdr/images/Velsen/i262189.pdf">Inleidend verzoek referendum</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>