<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR296328_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland,</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waterland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gmeenteblad 2013, 22</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0020031&amp;artikel=5">Wet maatschappelijke ondersteuning artikel 5</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013 artikel 17</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537&amp;artikel=4:81">Algemene wet bestuursrecht artikel 4:81</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland, </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>overwegende dat het noodzakelijk is beleidsregels op het gebied van de
                        voorzieningen maatschappelijke ondersteuning vast te stellen; gelet op
                        artikel 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning, artikel 17 van de
                        Verordening voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013 en artikel 4:81 van de
                        Algemene wet bestuursrecht, </al><al/><al>BESLUIT: </al><al/><al>Vast te stellen de navolgende Beleidsregels voorzieningen Wmo gemeente
                        Waterland 2013. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Beoordeling van de te bereiken resultaten</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1. Resultaat 1: een schoon en leefbaar huis</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al>Tot een schoon en leefbaar huis behoort het zwaar en licht
                                huishoudelijk werk, zoals voor 2007 benoemd onder de AWBZ. Het gaat
                                daarbij concreet om het stofzuigen van de woning, het soppen van
                                badkamer, keuken, toilet, het dweilen van vloeren en het overigens
                                schoonhouden van de ruimten die onder de compensatieplicht vallen.
                                Deze ruimten zijn die ruimten die - op het niveau sociale woningbouw
                                - voor dagelijks gebruik noodzakelijk zijn. Niveau sociale
                                woningbouw betekent dat dit niveau als uitgangspunt wordt genomen.
                                Daarbij kunnen persoonskenmerken en behoeften het noodzakelijk maken
                                hiervan af te wijken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Afwegingskader</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het gaat om alle activiteiten teneinde het huis, exclusief
                                        de tuin, maar inclusief balkon en berging, schoon en
                                        leefbaar te houden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Allereerst beoordeelt het college of er sprake is van
                                        gebruikelijke zorg. Van gebruikelijke zorg is sprake indien
                                        er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden
                                        geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Onder
                                        huisgenoot wordt verstaan: een persoon die - ofwel op basis
                                        van een familieband, ofwel op basis van een bewuste keuze -
                                        één huishouden vormt met de persoon die beperkingen
                                        ondervindt. Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonend
                                        kind, maar zijn ook inwonende ouders. Om te beoordelen of
                                        sprake is van inwonendheid wordt naar de concrete feitelijke
                                        situatie gekeken. Daarbij staat inwonend tegenover het
                                        hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding,
                                        waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten
                                        nutsvoorzieningen, voordeur e.d. door elkaar lopen. Bij
                                        gebruikelijke zorg wordt rekening gehouden met de leeftijd
                                        van de huisgenoot. Tot 18 jaar wordt van huisgenoten
                                        verwacht dat zij hun bijdragen leveren bijvoorbeeld door hun
                                        eigen kamer schoon te houden en/of door hand- en
                                        spandiensten te verrichten, zoals het doen van (kleine)
                                        boodschappen, het helpen bij de afwas, enz. Bij
                                        gebruikelijke zorg wordt uitgegaan van de mogelijkheid om
                                        naast een volledige baan een huishouden te kunnen voeren.
                                        Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot
                                        gedurende een aantal dagen en nachten zullen de
                                        niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Bij het
                                        zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het veelal om
                                        uitstelbare taken. Alleen als schoonmaken niet kan blijven
                                        liggen (regelmatig geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat
                                        direct moeten gebeuren. Hier zal dan ondanks de gedeeltelijk
                                        gebruikelijke zorg wel voor geïndiceerd worden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Daarna beoordeelt het college of in het gesprek, als dat
                                        heeft plaatsgevonden, alle voorliggende en algemeen
                                        gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. Voor dit
                                        resultaat zijn bijvoorbeeld een glazenwasser of een was- en
                                        strijkservice voorliggende algemene voorzieningen. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4"><al>Vervolgens beoordeelt het college of er andere eigen
                                        mogelijkheden zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de
                                        situatie waarin men al jaren op eigen kosten iemand voor
                                        deze werkzaamheden inhuurt. Als tegelijk met het optreden
                                        van de beperking geen inkomenswijziging heeft plaatsgevonden
                                        en er geen aantoonbare meerkosten zijn in relatie tot de
                                        handicap, is het oordeel in zijn algemeenheid dat er geen
                                        compensatie nodig is, omdat het probleem al opgelost is. Dit
                                        is uiteraard anders als aangetoond kan worden dat er
                                        zodanige wijzigingen zijn dat het niet meer mogelijk is deze
                                        hulp zelf te betalen. Is sprake van een latrelatie, dan zal
                                        de gemeente nagaan of en in hoeverre de partner bij kan
                                        dragen aan het huishouden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing
                                        van het probleem, zal het college compenseren. Hierbij wordt
                                        uitgegaan van de in bijlage 1 opgenomen: ‘Normering hulp bij
                                        het huishouden’. Uiteraard wordt hierbij gekeken naar
                                        persoonlijke omstandigheden van de aanvragen en kan het
                                        aantal te leveren uur hoger of lager worden vastgesteld.
                                    </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="6."><al>De hulp kan door het college worden toegekend in natura of
                                        in de vorm van een persoonsgebonden budget. De hoogte van de
                                        pgb’s staan in het Besluit voorzieningen Wmo gemeente
                                        Waterland. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="7."><al>Bij huishoudelijke hulp in natura kent het college hulp toe
                                        in uren. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="8."><al>Een indicatie wordt afgegeven voor de duur van maximaal 5
                                        jaar. Er zijn situaties waarbij indicaties niet voor de
                                        maximale duur afgegeven worden. Dergelijke situaties komen
                                        voor bij: </al></li></lijst><al/><al>- ontslag uit ziekenhuis: in deze situatie wordt in eerste instantie
                                een indicatie voor de duur van 3 maanden afgegeven. </al><al>- progressieve ziekte: bij dergelijke ziektebeelden is het moeilijk
                                te zeggen hoe de ziekte zich ontwikkelt. Afhankelijk van de situatie
                                wordt een kortdurende indicatie afgegeven. In eerste instantie kan
                                gedacht worden aan 6 maanden. Een vervolgindicatie kan eenvoudig
                                worden geregeld door bijvoorbeeld de informatie van de huisarts of
                                specialist te gebruiken. </al><al>- gezinnen met kinderen in relatie met de toepassing van
                                gebruikelijke zorg op het moment dat inwonende kinderen 18 of 23
                                jaar worden, wordt er een andere rol in het huishouden van ze
                                verwacht. Dit kan mogelijk de ingezette hulp beïnvloeden. De
                                geldigheidsduur van de indicatie wordt hierop afgestemd. </al><al/><lijst><li nr="9."><al>Wanneer bij een mantelzorger sprake is van problemen met een
                                        schoon huis is sprake van een afgeleid recht van de
                                        verzorgde. De mantelzorger heeft geen zelfstandig recht.
                                    </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Resultaat 2: wonen in een geschikt huis</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al>In de Wmo is in artikel 4 lid 1 geen duidelijk onderscheid gemaakt
                                tussen resultaten die bereikt moeten worden op het huishoudelijke
                                vlak en resultaten voor wat betreft een voor de persoon en zijn
                                kenmerken geschikte woning. De term ‘voeren van een huishouden’
                                geeft daar geen duidelijkheid over. Daarbij is er één belangrijke
                                voorwaarde voordat er gecompenseerd kan worden: er moet een woning
                                zijn. Als er geen woning is, is het niet de taak van de gemeente om
                                voor een woning te zorgen. Iedere Nederlandse burger dient zelf voor
                                een woning te zorgen. Bij de keus van een woning moet de burger
                                rekening houden met de eigen situatie. Dat betekent ook dat er met
                                bestaande of bekende komende beperkingen rekening moet worden
                                gehouden. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Afwegingskader</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Uitgangspunt is dat iedereen eerst zelf zorg dient te dragen
                                        voor een woning. Daarbij mag er van uit worden gegaan dat
                                        rekening wordt gehouden met bekende beperkingen, ook wat
                                        betreft de toekomst. Een eigen woning kan zowel een gekochte
                                        woning zijn als een huurwoning. Ook bij afwijkende
                                        situaties, zoals een woonboot of een woonwagen met vaste
                                        standplaats en een woonbestemming wordt in principe
                                        gesproken van woning. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Voorliggende woonvoorzieningen</al><al>In de verordening is aangegeven dat een algemene
                                        woonvoorziening voorliggend is aan een individuele
                                        woonvoorziening. Bij algemene woonvoorzieningen kan gedacht
                                        worden aan eenvoudige woonvoorzieningen zoals beugels,
                                        antislipvloer en het verwijderen van drempels via een
                                        klussendienst. In principe is het de verantwoordelijkheid
                                        van mensen zelf om tijdig de woning aan te passen als zij
                                        door ouderdomsbeperkingen minder mobiel worden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Het college beoordeelt allereerst of het resultaat: wonen in
                                        een geschikt huis, ook te bereiken is via een verhuizing.
                                        Hierbij zullen alle aspecten worden meegewogen: financiële
                                        consequenties van de verhuizing, de termijn waarop een
                                        woning beschikbaar komt (in verband met de medische
                                        verantwoorde termijn), de argumenten pro en contra
                                        verhuizing ten aanzien van de belanghebbende en argumenten
                                        op basis van eventueel aanwezige mantelzorg. Een zorgvuldige
                                        afweging van alle argumenten wordt aan het besluit ten
                                        grondslag gelegd. Wanneer de totale kosten voor aanpassingen
                                        die de woning langdurig geschikt maken lager zijn dan het
                                        bedrag genoemd in het Besluit voorzieningen Wmo gemeente
                                        Waterland 2013 wordt het primaat van verhuizen niet
                                        toegepast.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Als sprake is van een aanvraag van een mantelzorgwoning gaat
                                        het college ook daarbij uit van de eigen
                                        verantwoordelijkheid voor het hebben van een woning. Dit kan
                                        door zelf een woning te bouwen of te huren die op het
                                        terrein nabij de woning van de mantelzorgers kan worden
                                        geplaatst. Daarbij is uitgangspunt dat de uitgaven die de
                                        verzorgde(n) had(den) voor de situatie van de mantelzorg in
                                        de mantelzorgwoning, aan het wonen in deze woning besteed
                                        kunnen worden. Daarbij kan gedacht worden aan huur, kosten
                                        nutsvoorzieningen, verzekeringen enz. Met die middelen zou
                                        een mantelzorgwoning gehuurd kunnen worden. Ook zouden deze
                                        middelen besteed kunnen worden aan een lening of hypotheek
                                        om een mantelzorgwoning (deels) van te betalen. De gemeente
                                        kan adviseren en ondersteunen als het gaat om de nodige
                                        vergunningen op het gebied van de ruimtelijke ordening.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>Als voor het bereiken van het resultaat noodzakelijk is dat
                                        er een aanbouw geplaatst wordt besluit het college vanwege
                                        financieel-economische argumenten alleen tot een aanbouw als
                                        tevoren vast staat dat de aanbouw hergebruikt kan worden,
                                        zoals bij huurwoningen van woningcorporaties. Bij eigen
                                        woningen zal de kans op hergebruik miniem zijn. Daarom kiest
                                        het college bij eigen woningen als het maar enigszins kan
                                        voor het plaatsen van een herbruikbare losse woonunit.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="6."><al>Als het gaat om een aanbouw bij een eigen woning zal het
                                        college allereerst beoordelen wat iemands mogelijkheden zijn
                                        om uit oogpunt van kosten zelf in de compenserende
                                        voorziening te voorzien. Als het mogelijk is deze aanbouw
                                        zelf te financieren, bijvoorbeeld door een hypotheek op de
                                        woning te vestigen zal eerst naar deze mogelijkheid gekeken
                                            worden<cursief>.</cursief></al></li></lijst><al/><lijst><li nr="7."><al>Als een inpandige aanpassing mogelijk is, bijvoorbeeld in de
                                        situatie van een ruime benedenverdieping, zal het college
                                        allereerst die situatie beoordelen, voordat uitbreiding van
                                        de woning aan de orde komt. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="8."><al>Bij grotere bouwkundige aanpassingen aan de woning werkt het
                                        college altijd eerst met een programma van eisen, waarmee zo
                                        nodig meerdere offertes opgevraagd kunnen worden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="9."><al>Een bouwkundige aanpassing aan een woning wordt als gevolg
                                        van artikel 7 lid 2 Wmo door het college uitbetaald aan de
                                        eigenaar van de woning, als financiële tegemoetkoming. De
                                        beschikking wordt verstuurd aan de belanghebbende met een
                                        afschrift aan de eigenaar.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="10."><al>Een niet-bouwkundige aanpassing aan de woning kan door het
                                        college in natura en als persoonsgebonden budget worden
                                        verstrekt aan de belanghebbende.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="11."><al>Bij het bepalen van al dan niet bouwkundige
                                        woonvoorzieningen houdt het college rekening met de belangen
                                        van mantelzorgers, zoals bij tilliften en andere
                                        hulpmiddelen die door mantelzorgers bediend moeten
                                        worden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="12."><al>Bij het verstrekken van een verhuiskostenvergoeding houdt
                                        het college rekening met de mate waarin de verhuizing te
                                        verwachten of te voorspellen was. Bij een te verwachten of
                                        voorspelbare verhuizing wordt in principe geen
                                        verhuiskostenvergoeding toegekend.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="13."><al>Als er door co-ouderschap sprake is van twee hoofdverblijven
                                        voor een kind, dan kunnen de woonvoorzieningen in beide
                                        ouderlijke woningen worden getroffen. De ouders zijn
                                        verplicht om vooraf met de gemeente in overleg te treden om
                                        gezamenlijk op zoek te gaan naar de goedkoopst-compenserende
                                        oplossing. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="14."><al>Anti-speculatiebeding </al><al>De eigenaar-bewoner, die een financiële tegemoetkoming in de
                                        kosten voor het treffen van een woonvoorziening heeft
                                        ontvangen en die binnen een periode van vijf jaar na de
                                        datum van gereedmelding van de werkzaamheden de woning
                                        verkoopt, is gehouden om binnen een week na het passeren van
                                        de akte het college hiervan schriftelijk op de hoogte te
                                        stellen. De meerwaarde die door het treffen van de
                                        voorziening is ontstaan, dient gedeeltelijk aan de gemeente
                                        te worden teruggestort. Door middel van dit
                                        anti-speculatiebeding wordt voorkomen worden dat de
                                        meerwaarde die het huis door de aanpassing heeft verkregen,
                                        bij verkoop ten goede komt aan de belanghebbende/eigenaar.
                                    </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Resultaat 3: goederen voor primaire levensbehoeften</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al>In elk huishouden zijn boodschappen voor de dagelijkse activiteiten
                                nodig. De compensatieplicht is beperkt tot de levensmiddelen en
                                schoonmaakmiddelen, zaken die dagelijks/wekelijks gebruikt worden in
                                elk huishouden. Hieronder vallen niet de grotere inkopen zoals
                                kleding en duurzame goederen, zoals apparaten.</al><al>Het is heel normaal dat mensen deze boodschappen geclusterd doen
                                door één maal per week de grote voorraad in huis te halen. Indien
                                mogelijk wordt daarbij gebruik gemaakt van boodschappendiensten van
                                WonenPlus, een supermarkt of een ander initiatief. Een
                                boodschappendienst wordt volgens de jurisprudentie aanvaardbaar
                                geacht als er niet al te hoge kosten aan verbonden zijn.</al><al>Ook het bereiden van maaltijden valt onder dit resultaat. In sommige
                                situaties kan van een maaltijdservice gebruik worden gemaakt. Ook
                                zijn er kant- en klaar maaltijden te koop in de supermarkt en bij
                                diverse winkels in Waterland die soms (tijdelijk) een oplossing
                                kunnen bieden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Afwegingskader</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder dit resultaat worden gerekend de boodschappen
                                        betreffende levens- en schoonmaakmiddelen die dagelijks
                                        nodig zijn en zo nodig de bereiding van maaltijden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Allereerst beoordeelt het college of er sprake is van
                                        gebruikelijke zorg. Bij gebruikelijke zorg wordt uitgegaan
                                        van de mogelijkheid om naast een volledige baan een
                                        huishouden te voeren. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid
                                        van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten
                                        zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden.
                                        Het doen van boodschappen is uitstelbare hulp, het bereiden
                                        van maaltijden is niet-uitstelbare hulp. Hier kan wel voor
                                        geïndiceerd kunnen worden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Daarna beoordeelt het college of in het gesprek, als dat
                                        heeft plaatsgevonden, alle voorliggende en algemeen
                                        gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. Hierbij valt te
                                        denken aan het gebruik van een boodschappenservice, zowel
                                        die beschikbaar gesteld zijn door supermarkten, Wonen Plus
                                        of andere vrijwilligersorganisaties. Als het gaat om het
                                        bereiden van maaltijden kan bekeken worden of vormen van
                                        maaltijdvoorziening of het gebruik maken van kant en klare
                                        maaltijden mogelijk en bruikbaar zijn.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Vervolgens zal het college beoordelen of er andere eigen
                                        mogelijkheden zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de
                                        situatie dat in de omgeving wonende bekenden en/of kinderen
                                        gewend of bereid zijn deze boodschappen te doen en of
                                        maaltijden te bereiden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing
                                        van het probleem zal het college compenseren met een
                                        individuele voorziening.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="6."><al>Bij boodschappen is het uitgangspunt: één maal in de week
                                        boodschappen doen. Een uitzondering wordt door het college
                                        alleen gemaakt als volstrekt helder is dat dit niet in één
                                        maal per week mogelijk is.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="7."><al>De normtijden hiervoor zijn weer de normen zoals voorheen
                                        onder de AWBZ gehanteerd, tenzij de feitelijke situatie tot
                                        een andere norm leidt.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="8."><al>Deze normen worden uitgedrukt in uren.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="9."><al>Het resultaat: beschikken over goederen voor primaire
                                        levensbehoeften, als individuele voorziening, kan door het
                                        college in natura als ook via een persoonsgebonden budget
                                        bereikt worden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="10."><al>Het college houdt rekening met de belangen van
                                        mantelzorgers. Zo kan in geval van dreigende overbelasting
                                        een individuele voorziening aan de verzorgde worden
                                        toegekend. Deze voorziening kan dan niet – als het een pgb
                                        betreft - door de mantelzorger worden ingevuld: het gaat
                                        immers om diens (dreigende) overbelasting. Ook hier gaat het
                                        om een afgeleid recht. Het college kan ook op voorhand
                                        rekening houden met periodes van afwezigheid van de
                                        mantelzorger voor vakantie of anderszins.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>Resultaat 4: beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                kleding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al>De dagelijkse kleding moet met enige regelmaat schoongemaakt worden.
                                Dit betekent het wassen, drogen en in bepaalde situaties strijken
                                van kleding. En soms gaat het om een los naadje of knoopje. We
                                spreken hier uitsluitend over normale kleding voor alledag. Daarbij
                                is het uitgangspunt dat zo min mogelijk kleding gestreken hoeft te
                                worden. Met het kopen van kleding kan hier rekening mee worden
                                gehouden. Bij het wassen en drogen van kleding is het normaal
                                gebruik te maken van de beschikbare - algemeen gebruikelijke -
                                moderne hulpmiddelen, zoals een wasmachine en een droger.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Afwegingskader</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Allereerst beoordeelt het college of er sprake is van
                                        gebruikelijke zorg. Bij beschikken over schone, draagbare en
                                        doelmatige kleding zal het over het algemeen gaan om
                                        uitstelbare taken. Alleen als de was niet kan blijven liggen
                                        zal dat direct moeten gebeuren. Hier zal dan ondanks de
                                        gedeeltelijke gebruikelijke zorg wel voor geïndiceerd kunnen
                                        worden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Daarna beoordeelt het college of in het gesprek, als dat
                                        heeft plaatsgevonden, alle voorliggende en algemeen
                                        gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. Hierbij valt te
                                        denken aan het gebruik van een wasserij.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Vervolgens zal het college beoordelen of er andere eigen
                                        mogelijkheden zijn die benut kunnen worden. Hierbij kan
                                        gedacht worden aan de aanschaf door belanghebbende van een
                                        wasmachine en/of droger<cursief>.</cursief></al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing
                                        van het probleem zal het college compenseren met een
                                        individuele voorziening.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>De inhoud van het resultaat schone en doelmatige kleding
                                        bestaat uit het wassen en drogen daarvan en eventueel licht
                                        verstelwerk, zoals het vastzetten van een naadje of het
                                        aanzetten van een knoop.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="6."><al>Wat betreft het strijken van kleding worden er geen lakens,
                                        theedoeken, zakdoeken en ondergoed etc. gestreken. Wat
                                        betreft de kleding wordt uitgegaan van een eigen
                                        verantwoordelijkheid ten aanzien van de keuze van kleding,
                                        die in principe niet hoeft te worden gestreken.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="7."><al>Er zal met de mantelzorger rekening worden gehouden met het
                                        oog op dreigende overbelasting. Als er een indicatie wordt
                                        gesteld, gebeurd dat als afgeleide van de verzorgde op zijn
                                        of haar naam.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.</nr><titel>Resultaat 5: het thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                behoren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al>De zorg voor kinderen die tot het huishouden behoren is in eerste
                                instantie een taak van de ouders. Zo moeten werkende ouders er zorg
                                voor dragen dat er op tijden dat zij beide werken opvang voor de
                                kinderen is. Dat kan op de manier waarop zij dat willen (oppasoma,
                                kinderopvang), maar het is een eigen verantwoordelijkheid. Dat is
                                niet anders in de situatie dat beide ouders mede door beperkingen
                                niet in staat zijn hun kinderen op te vangen. In die situatie zal
                                men een permanente oplossing moeten zoeken.</al><al>De Wmo heeft vooral een taak om tijdelijk in te springen zodat de
                                ruimte ontstaat om een oplossing te zoeken. Dat wil zeggen: de acute
                                problemen worden opgelost zodat er gezocht kan worden naar een
                                permanente oplossing.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Afwegingskader</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Allereerst beoordeelt het college of in het gesprek, als dat
                                        heeft plaatsgevonden, alle voorliggende en algemeen
                                        gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. Hierbij valt te
                                        denken aan bijvoorbeeld voorschoolse, tussenschoolse en
                                        naschoolse opvang, kinderopvang, opvang door grootouders
                                        enz.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Ook beoordeelt het college de mogelijkheden van
                                        ouderschapsverlof.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing
                                        van het probleem zal het college compenseren met een
                                        individuele voorziening.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Bij tijdelijke opvang gaat het om die tijden dat de partner
                                        vanwege werkzaamheden niet thuis is. Dat kan dus gaan om
                                        maximaal 40 uur, bij een 40-urige werkweek, plus de
                                        noodzakelijke reistijden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>Bij de toekenning stelt door het college bij beschikking
                                        vast om welke tijdelijke periode het gaat en op welke wijze
                                        gezocht dient te worden naar een definitieve oplossing.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="6."><al>Ten aanzien van mantelzorgers zal door het college rekening
                                        worden gehouden met hun belangen als het gaat om het thuis
                                        zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.</nr><titel>Resultaat 6: verplaatsen in en om de woning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11. Inleiding</nr></kop><al>Onder het verplaatsen in en om de woning valt de rolstoel die iemand
                                nodig heeft voor dagelijks zittend gebruik. Dat sluit op zich de
                                rolstoel voor incidenteel gebruik bijna altijd uit, omdat die nu
                                juist daar niet voor bedoeld is, maar voor verplaatsingen over
                                langere afstanden elders, tijdens uitstapjes. Deze rolstoel past
                                daarmee meer onder resultaat 8. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Afwegingskader</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het gaat om het zich verplaatsen in en om de woning. Dat
                                        betekent dat het om verplaatsingen gaat die direct vanuit de
                                        woning worden gedaan. Daarom gaat het hier om
                                        belanghebbenden die voor het dagelijks zittend verplaatsen
                                        zijn aangewezen op een rolstoel.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Rolstoelen voor het zogenaamde ‘incidentele’ gebruik,
                                        waarbij de rolstoel in de auto wordt meegenomen om elders,
                                        bij het winkelen of bij uitstapjes, te gebruiken, vallen
                                        niet onder dit te bereiken resultaat. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>De sportrolstoel wordt niet gerekend tot een rolstoel voor
                                        het verplaatsen in en rond de woning.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Als er noodzaak bestaat voor een rolstoel voor dagelijks
                                        zittend gebruik, dan wordt door het college een programma
                                        van eisen opgesteld. Indien het college dit nodig acht wordt
                                        dit programma van eisen opgesteld door een (medisch)
                                        adviseur.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>Een rolstoel kan door het college verstrekt worden in natura
                                        of in de vorm van een persoonsgebonden budget.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="6."><al>Bij een verstrekking als persoonsgebonden budget wordt de
                                        rolstoel die belanghebbende zou hebben gekregen als
                                        voorziening in natura als uitgangspunt genomen voor de
                                        hoogte van het bedrag.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="7."><al>Ten aanzien van mantelzorgers zal door het college rekening
                                        worden gehouden met hun belangen. Dat kan bijvoorbeeld
                                        betekenen dat als de mantelzorger niet in staat is de
                                        rolstoel in alle omstandigheden te duwen, er een
                                        ondersteunende motorvoorziening verschaft kan worden.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7.</nr><titel>Resultaat 7: lokaal verplaatsen per vervoersmiddel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al>Het lokaal verplaatsen per vervoermiddel is de mogelijkheid om in de
                                eigen woon- en leefomgeving te gaan en staan waar men wil. Er wordt
                                gesproken over lokaal verplaatsen, waarbij gedacht moet worden aan
                                verplaatsingen in een straal van 15 tot 20 kilometer rond de woning.
                                Buiten dit gebied kan gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden
                                van het boven-regionale vervoer, dat Valys in opdracht van het
                                ministerie van VWS verricht.Het collectief vervoersysteem heeft de
                                prioriteit, zodat de keuze voor een persoonsgebonden budget beperkt
                                blijft, uiteraard wordt hierbij rekening gehouden met de
                                persoonskenmerken en behoeften van de belanghebbende.</al><al>Er wordt geen onbeperkte kostenloze vervoermogelijkheid aangeboden.
                                Net als voor personen zonder beperkingen geldt, dient men voor het
                                vervoer een bijdrage te betalen in de vorm van een zonetarief.</al><al>Als er na het optreden van beperkingen geen sprake is van een andere
                                situatie op vervoersgebied dan daarvoor (men heeft al 40 jaar een
                                auto en is gewend daar alles mee te doen) zal er geen noodzaak zijn
                                te compenseren omdat er geen probleem is of omdat men het zelf kan
                                oplossen. Dat kan anders zijn indien door het optreden van de
                                beperkingen ook het inkomen sterk daalt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Afwegingskader</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Om voor een individuele voorziening in aanmerking te komen
                                        zal het college eerst nagaan of in het gesprek alle
                                        mogelijke alternatieven al zijn beoordeeld. Dat kunnen ook
                                        fietsen in bijzondere uitvoering zijn, zoals fietsen met
                                        trapondersteuning en dergelijke.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Als het college dient te compenseren zal allereerst gekeken
                                        worden waar de vervoersbehoefte van de belanghebbende uit
                                        bestaat.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Aan de hand van deze vervoersbehoefte zal het college
                                        beoordelen of deze behoefte bij een persoon met een maximale
                                        loopafstand van 800 meter ingevuld kan worden met een
                                        systeem van collectief vraagafhankelijk vervoer. Hierbij
                                        houdt het college rekening met de persoonskenmerken en
                                        behoeften van de belanghebbende.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Met een systeem voor collectief vervoer of met een andere
                                        individuele voorziening dient een afstand van 1500 - 2000 km
                                        per jaar te kunnen worden afgelegd. Indien daar aanleiding
                                        voor is kan het college dit aantal kilometers ophogen. Bij
                                        dit aantal kilometers kan het gebruik van een andere,
                                        verstrekte, voorziening zoals een scootmobiel, meegenomen
                                        worden wat invloed kan hebben op het aantal kilometers.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="5."><al>Bij personen met een loopafstand van minder dan 100 meter
                                        zal het college beoordelen of naast een voorziening als
                                        collectief vervoer ook nog een voorziening verstrekt moet
                                        worden voor de zeer korte afstand.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="6."><al>Ook bij personen met een loopafstand van meer dan 100 meter,
                                        maar minder dan 800 meter, zal het college beoordelen of een
                                        voorziening voor de zeer korte afstand noodzakelijk is.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="7."><al>Indien collectief vervoer niet mogelijk is, kan het college
                                        een individuele voorziening in de vorm van een voorziening
                                        in natura (taxipas, rolstoeltaxipas) of een persoonsgebonden
                                        budget te besteden aan vervoer verstrekken.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="8."><al>Bij het verstrekken van voorzieningen die af te leiden zijn
                                        van de auto, beoordeelt het college of er sprake is van
                                        meerkosten ten opzichte van de periode voordat de
                                        beperkingen ontstonden. Alleen dan komt men in aanmerking
                                        voor een individuele voorziening.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="9."><al>Voorzieningen kunnen door het college verstrekt worden in
                                        natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="10."><al>Bij een persoonsgebonden budget is de voorziening die de
                                        belanghebbende als voorziening in natura zou ontvangen voor
                                        het college uitgangspunt voor de hoogte van het bedrag.
                                    </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="11."><al>Met de positie van mantelzorgers kan rekening worden
                                        gehouden bij het bepalen van de vervoersvoorziening. Zo kan
                                        het noodzakelijk zijn dat de mantelzorger mee wordt vervoerd
                                        (vanwege de noodzaak tijdens het vervoer in te grijpen)
                                        zodat het vervoer van de mantelzorger als noodzakelijke
                                        begeleider gratis plaats vindt.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>8.</nr><titel>Resultaat 8: hebben van contacten en deelname recreatieve,
                                maatschappelijke en religieuze activiteiten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al>Het laatste op grond van artikel 4 lid 1 Wmo genoemde resultaat is
                                een heel algemene. Het gaat daarbij om de mogelijkheid deel te nemen
                                aan recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten, dat
                                wil zeggen deel te kunnen nemen aan het leven van alledag.</al><al>Een belangrijke voorwaarde hiervoor zit in een ander te bereiken
                                resultaat: het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel. Daarnaast
                                kan een sportrolstoel verstrekt worden als deze nodig is voor
                                recreatieve activiteiten en er niet op een andere manier het
                                resultaat ‘contacten met andere mensen en deelname aan recreatieve
                                activiteiten’ behaald kan worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Afwegingskader</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beoordeelt altijd eerst of andere, algemeen
                                        gebruikelijke, voorliggende en andere gemakkelijk zelf te
                                        realiseren voorzieningen mogelijk zijn.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Als het gaat om een vervoerprobleem zal het college eerst
                                        beoordelen of dit via het zevende resultaat opgelost kan
                                        worden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Als het gaat om een sportrolstoel dan zal het college
                                        beoordelen of deze nodig is voor de activiteit en of het
                                        resultaat niet via andere activiteiten behaald kan worden.
                                    </al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële
                            tegemoetkoming. Eigen bijdrage en eigen aandeel.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>9.</nr><titel>Verstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al>Artikel 6 van de Wmo bepaalt in lid 1 het volgende: </al><al>“Het college van burgemeester en wethouders biedt personen die
                                aanspraak hebben op een individuele voorziening de keuze tussen het
                                ontvangen van een voorziening in natura of het ontvangen van een
                                hiermee vergelijkbaar en toereikend persoonsgebonden budget,
                                waaronder de vergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoelt in
                                artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij
                                hiertegen overwegende bezwaren bestaan.” </al><al/><al>Door deze bepaling zijn er in de Wmo drie vormen van verstrekking
                                mogelijk om het resultaat dat bereikt moet worden: het compenseren
                                van problemen die een belanghebbende ondervindt, te bereiken.</al><al>De eerste mogelijkheid is de voorziening in natura. Daarmee wordt
                                bedoeld dat de gemeente de belanghebbende een voorziening verstrekt,
                                die hij of zij kant-en-klaar krijgt. En met de voorziening die
                                belanghebbende in natura krijgt moet het probleem voldoende
                                gecompenseerd zijn.</al><al/><al>De tweede mogelijkheid is de in artikel 6 Wmo verplicht gestelde
                                mogelijkheid een alternatief te ontvangen in de vorm van een
                                persoonsgebonden budget of een vergoeding voor Alfahulpen. De derde
                                mogelijkheid van verstrekking is de financiële tegemoetkoming, zo
                                blijkt uit artikel 7, lid 2 Wmo:</al><al/><al>‘Een persoonsgebonden budget en een financiële tegemoetkoming voor
                                een bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte
                                wordt verleend aan de eigenaar van de woonruimte. Artikel 6 is van
                                overeenkomstige toepassing’.</al><al/><al>Als het gaat om bouwkundige woonvoorzieningen is de gemeente
                                verplicht om een financiële tegemoetkoming uit te betalen aan de
                                eigenaar van de woning. Een dergelijke financiële tegemoetkoming kan
                                alleen al om die reden in sommige situaties geen persoonsgebonden
                                budget zijn. Dat gaat immers rechtstreeks naar de
                                belanghebbende.</al><al>Ook is soms sprake van een financiële tegemoetkoming bij een taxi-
                                of rolstoeltaxikostenvergoeding op declaratiebasis. </al><al/><al>De gemeente kan ook andere systemen opzetten, mits die niet in
                                plaats van maar naast het persoonsgebonden budget komen. Dat geldt
                                bijvoorbeeld voor vouchers of cheques. </al><al/><al>Het onderscheid tussen de begrippen financiële tegemoetkoming en
                                persoonsgebonden budget is niet altijd even duidelijk. Dat wordt nog
                                ingewikkelder gemaakt, doordat soms een financiële tegemoetkoming
                                als forfaitaire financiële tegemoetkoming verstrekt wordt. De
                                verschillen tussen een financiële tegemoetkoming, een forfaitaire
                                financiële tegemoetkoming en een persoonsgebonden budget zijn het
                                beste als volgt aan te geven.</al><al><onderstreept>Een financiële tegemoetkoming</onderstreept> is een
                                bedrag bedoeld om een individuele voorziening mee te realiseren. Het
                                begrip financiële tegemoetkoming wordt in de wet gebruikt in artikel
                                7 lid 2 waar gesproken wordt over een financiële tegemoetkoming voor
                                een bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte.
                                Een financiële tegemoetkoming kan afhankelijk worden gesteld van het
                                inkomen van de belanghebbende. De belanghebbende betaalt dan mee en
                                dat wordt een eigen aandeel genoemd. Samen met dit eigen aandeel zal
                                een financiële tegemoetkoming kostendekkend zijn. </al><al><onderstreept>Een forfaitaire financiële
                                    tegemoetkoming</onderstreept> is een bedrag dat los van de
                                werkelijke kosten en meestal los van het inkomen wordt vastgesteld.
                                Het is dus geen kostendekkend bedrag en zal meestal niet op het
                                inkomen van de belanghebbende worden afgestemd. Te denken valt aan
                                een verhuiskostenvergoeding of een auto- of taxikostenvergoeding.
                                Ook hier kan eventueel wel rekening worden gehouden met een algemeen
                                gebruikelijk deel, zoals het tarief van het collectief vervoer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Afwegingskader</titel></kop><al><cursief>1. Een persoonsgebonden budget</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>Een persoonsgebonden budget is een geldbedrag bedoeld om
                                        zelf hulp bij het huishouden of een voorziening mee aan te
                                        schaffen of te betalen. Het college bepaalt of een
                                        persoonsgebonden budget wordt toegekend. Op dit
                                        persoonsgebonden budget kan een eigen bijdrage in mindering
                                        worden gebracht, tenzij het om een rolstoel gaat. Het
                                        verschil tussen een persoonsgebonden budget en een
                                        financiële tegemoetkoming is klein. Helder is wel dat bij
                                        een bouwkundige woningaanpassing niet gesproken kan worden
                                        van een persoonsgebonden budget, omdat die aan de eigenaar
                                        moet worden uitbetaald.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="b."><al>In de parlementaire behandeling van de Wmo is aangegeven dat
                                        er uitzonderingen mogelijk zijn op deze keuzevrijheid,
                                        vooral als het gaat om personen waarvan verwacht kan worden
                                        dat zij niet met het beschikbare geld kunnen omgaan. In het
                                        Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013 is
                                        vastgelegd wanneer er geen persoonsgebonden budget wordt
                                        verstrekt. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="c."><al>Naast deze uitzonderingen komt het voor dat bij een
                                        belanghebbende met een zeer progressief ziektebeeld al op
                                        voorhand vast staat dat binnen korte tijd vervanging van de
                                        voorziening nodig is, wellicht daarna weer. Dan is een
                                        persoonsgebonden budget niet het gewenste
                                        verstrekkingmiddel. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="d."><al>Het college verstrekt een persoonsgebonden budget alleen ten
                                        aanzien van individuele voorzieningen. Dat betekent dat bij
                                        algemene voorzieningen geen persoonsgebonden budget
                                        verstrekt wordt. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft
                                        dit in diverse uitspraken. Voor deze voorzieningen geldt ook
                                        de eigen bijdragen systematiek niet.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="e."><al>Het college bepaalt de omvang van het persoonsgebonden
                                        budget. De bedragen zijn vastgelegd in het Besluit
                                        voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013 .</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="f."><al>Voor de hoogte van het persoonsgebonden budget voor
                                        voorzieningen maakt het college per toekenning een
                                        berekening. Daarbij moet het bedrag voldoende zijn om de
                                        voorziening aan te schaffen en dus de bestaande problemen
                                        voldoende te compenseren. De kosten van de voorziening als
                                        de voorziening in natura zou worden verstrekt zijn daarbij
                                        uitgangspunt. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="g."><al>In de beschikking vermeldt het college wat de omvang van het
                                        persoonsgebonden budget is en voor hoeveel jaar het
                                        persoonsgebonden budget bedoeld is. Om volstrekt duidelijk
                                        te laten zijn wat met het persoonsgebonden budget dient te
                                        worden aangeschaft en meer precies: aan welke vereisten de
                                        aan te schaffen voorziening dient te voldoen, wordt een zo
                                        nauwkeurig mogelijk omschreven programma van eisen bij de
                                        beschikking gevoegd. Hierdoor kan voorkomen worden dat door
                                        onduidelijkheid over de eisen die aan de voorziening gesteld
                                        moeten worden een verkeerde voorziening wordt aangeschaft.
                                        Dat wil zeggen een voorziening waarmee het beoogde resultaat
                                        niet bereikt kan worden. Dat zou tot inadequate
                                        voorzieningen kunnen leiden, waardoor het te bereiken
                                        resultaat, het compenseren van problemen, niet bereikt
                                        wordt, wat op zich weer tot nieuwe aanvragen aanleiding zou
                                        kunnen zijn. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="h."><al>Het college neemt in de beschikking ook op dat er een eigen
                                        bijdrage/eigen aandeel in de kosten verschuldigd is. Omdat
                                        die eigen bijdrage vastgesteld en geïnd zal worden door het
                                        CAK, zal uitsluitend een aankondiging opgenomen worden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="i."><al>Zodra de beschikking door het college is verzonden, wordt
                                        het persoonsgebonden budget beschikbaar gesteld. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="j."><al>De controle van het persoonsgebonden budget vindt plaats
                                        nadat met het Pgb een voorziening is aangeschaft of in het
                                        geval van het inkopen van diensten jaarlijks of als het een
                                        hoog Pgb betreft meerdere keren per jaar. Iedere
                                        budgethouder dient een verantwoording van het Pgb in te
                                        dienen en daarbij de volgende stukken te overleggen: de
                                        nota/factuur van de aangeschafte voorziening; een
                                        betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening of een
                                        overzicht van de salarisadministratie met bewijsmiddelen. Er
                                        wordt gecontroleerd of het persoonsgebonden budget besteed
                                        is aan het doel waarvoor het verstrekt is en volgens de
                                        afspraken in de beschikking. Is dat het geval, dan hoeft er
                                        verder niets te gebeuren. Is het persoonsgebonden budget
                                        anders besteed dan bedoeld, dan kan het college overwegen
                                        het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terug te
                                        vorderen. Daarbij zal leidend zijn of er opzet in het spel
                                        is geweest, of dat sprake is geweest van onwetendheid. In
                                        die laatste situatie kan overlegd worden dat deze situatie
                                        in de toekomst vermeden dient te worden. Bij opzet moet
                                        afgewogen worden of terugvordering in verhouding staat tot
                                        wat er bewust onjuist is gedaan.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="k."><al>In het Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013
                                        staat wanneer bij een persoonsgebonden budget een eigen
                                        bijdrage verschuldigd is. </al></li></lijst><al/><al><cursief> 2. De financiële tegemoetkoming</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>Naast het persoonsgebonden budget kan ook een financiële
                                        tegemoetkoming worden toegekend. Het aantal mogelijkheden
                                        voor een financiële tegemoetkoming is beperkt: het zal gaan
                                        om een bouwkundige woonvoorziening, uit te betalen aan de
                                        eigenaar van de woning, een verhuiskostenvergoeding, een
                                        autoaanpassing of een financiële tegemoetkoming voor gebruik
                                        van een taxi of een rolstoeltaxi. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="b."><al>Bij een financiële tegemoetkoming kan ook een eigen
                                        bijdrage, het eigen aandeel genoemd, verschuldigd zijn. In
                                        het Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013 staat
                                        wanneer een eigen aandeel verschuldigd is. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="c."><al>Het college neemt in de beschikking op dat er een eigen
                                        aandeel in de kosten verschuldigd is. Omdat deze eigen
                                        bijdrage vastgesteld en geïnd zal worden door het CAK, zal
                                        uitsluitend een aankondiging opgenomen worden.</al></li></lijst><al/><al><cursief>3. De voorziening in
                                    natura</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>Bij een voorziening in natura verstrekt het college deze.
                                        Het college heeft met diverse partijen contracten afgesloten
                                        voor het leveren van diensten en het leveren en onderhouden
                                        van voorzieningen.</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>Voor een voorziening in natura kan een eigen bijdrage in de
                                        kosten verschuldigd zijn. In het Besluit voorzieningen Wmo
                                        gemeente Waterland 2013 staat wanneer een eigen bijdrage
                                        verschuldigd is</al></li><li nr="c."><al>Het college neemt in de beschikking op dat er een eigen
                                        bijdrage verschuldigd is. Omdat die eigen bijdrage
                                        vastgesteld en geïnd zal worden door het CAK, zal
                                        uitsluitend een aankondiging opgenomen worden.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies, besluitvorming,
                            intrekking en terugvordering</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>10.</nr><titel>Procedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al>Bij toekenning van voorzieningen op grond van de Wet voorzieningen
                                gehandicapten of bij indicatiestelling ten behoeve van de functie
                                Huishoudelijke Verzorging AWBZ was het begrip ‘medische noodzaak’
                                doorslaggevend. Uit de jurisprudentie van de Centrale Raad van
                                Beroep op beide terreinen blijkt dat die medische noodzaak in de
                                ogen van de Raad aanwezig moet zijn om voorzieningen te verstrekken.
                                Dit heeft – als dit uitgangspunt ook onder de Wmo geldt - tot gevolg
                                dat een medisch advies van een onafhankelijk sociaal medisch
                                adviseur, van cruciaal belang is. </al><al>Onder de Wmo, waar het ook kan gaan om psychische of psychosociale
                                problemen, kan een advies van een andere deskundige dan een medicus
                                noodzakelijk zijn. Dit gold onder de Wvg al bij de “uitraasruimte”
                                waar soms het advies van een psycholoog of (ortho)pedagoog werd
                                gevraagd. Onder de Wmo zal dit vaker nodig kunnen zijn. Maar of het
                                nu een medicus of een andere deskundige is, het deskundigenadvies
                                kan in bepaalde situaties van groot belang zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Criteria</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een onderzoek laten uitvoeren om te bepalen
                                        of er al dan niet sprake is van medische noodzaak. Uit de
                                        jurisprudentie blijkt dat indien een belanghebbende geen
                                        medewerking verleent de aanvraag afgewezen mag worden op
                                        grond van de onmogelijkheid voldoende onderzoek te doen,
                                        mits het inderdaad zo is dat zonder dit onderzoek de
                                        medische noodzaak niet vast te stellen is. Er zal dus altijd
                                        beoordeeld moeten worden of op een andere wijze de medische
                                        noodzaak vastgesteld kan worden.</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Belanghebbende moet die gegevens die noodzakelijk zijn voor
                                        het beoordelen van de aanvraag aan het college verschaffen.
                                        Hierbij kan gedacht worden aan medische, maar ook aan
                                        financiële gegevens of aan medische indicatiegegevens op
                                        grond van de AWBZ. Bij medische gegevens komt het frequent
                                        voor dat informatie van de behandelende sector noodzakelijk
                                        is. Dit kan – zeker als dit schriftelijk moet - geruime tijd
                                        in beslag nemen. Dat werkt vertragend op de doorlooptermijn
                                        van de aanvraag. Ook in dit soort situaties kan met
                                        inschakeling van de belanghebbende vaak sneller over de
                                        benodigde gegevens beschikt worden, vooral indien de
                                        belanghebbende aangeeft welk (grote) belang hij heeft bij
                                        het verstrekken van de gevraagde informatie aan de medische
                                        adviseur. Het opvragen van medische gegevens bij de
                                        behandelende sector vindt uitsluitend plaats met toestemming
                                        van de belanghebbende. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Bij de medische advisering moet de systematiek zoals
                                        neergelegd in de International Classification of Functions,
                                        Disabilities and Impairments, de zogenaamde ICF
                                        classificatie, gebruikt worden. Zie ook bijlage 2 en 3. De
                                        ICF is een classificatie van het menselijk functioneren. De
                                        classificatie is systematisch geordend in
                                        gezondheidsdomeinen en met de gezondheid verband houdende
                                        domeinen. Op elk niveau zijn de domeinen verder gegroepeerd
                                        op grond van gemeenschappelijke kenmerken, en in een
                                        zinvolle ordening geplaatst. Van de zeer uitgebreide
                                            ICF<extref doc="https://cvdr.overheid.nl/cvdr/Algemeen/Xopus/xopus/xopus.html#_ftn1"><sup>[1]</sup><sup/></extref> zijn vooral de lijsten
                                        met ‘functies’ en ‘activiteiten en participatie’ van belang.
                                        De adviseur dient van de ICF gebruik te maken op de volgende
                                        wijze. Door de adviseur wordt allereerst aangegeven om welke
                                        stoornissen het bij de belanghebbende gaat (de ICF is
                                        gericht op functiestoornissen). Het gaat daarbij vooral om
                                        de zogenaamde classificatie op het tweede niveau, en dan
                                        vooral in de vorm van de op het tweede niveau aangegeven
                                        functies. Hierbij dienen alleen die functies genoemd te
                                        worden die relevant zijn voor de aanvraag, omdat een
                                        volledig overzicht geen meerwaarde heeft. Indien dat wel het
                                        geval is moeten ook niet direct relevante functies worden
                                        aangegeven. Problemen met functies leiden tot stoornissen
                                        bij activiteiten en participatie. Het is op dit niveau dat
                                        de compensatie op basis van de Wmo plaats zal moeten vinden.
                                        Ook bij de vermelding van deze stoornissen in ‘activiteiten
                                        en participatie’ zal gebruik gemaakt worden van het
                                        begrippenkader van de ICF. Samengevat betekent dit dat de
                                        medische adviseur in het licht van de aanvraag de stoornis
                                        en de daaruit volgende beperkingen evenals de mate van die
                                        beperkingen dient te vermelden, gerelateerd aan de mogelijke
                                        compensatie of de te verstrekken voorzieningen, waarbij het
                                        vocabulaire van de ICF wordt gebruikt. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="4."><al>Het college beoordeelt het medisch advies en besluit tot
                                        (gedeeltelijke) toekenning of afwijzing van de aangevraagde
                                        compensatie/voorziening.</al></li></lijst><al><extref doc="https://cvdr.overheid.nl/cvdr/Algemeen/Xopus/xopus/xopus.html#_ftnref1"/></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Alternatieven voor bezwaar</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Iedere belanghebbende heeft het recht, als hij het met een
                                        beschikking niet eens is, in bezwaar te gaan. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>De gemeente streeft ernaar, voordat een negatief of
                                        afwijkend besluit valt, belanghebbende in de gelegenheid te
                                        stellen hierop te reageren, zodat de kans groot is dat door
                                        de gemeente gemaakte eventuele fouten hersteld kunnen
                                        worden. Bij het in bezwaar gaan bestaat de mogelijkheid
                                        samen nog eens naar het probleem te kijken. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2013. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="2."><al>Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels
                                        voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013.</al></li></lijst><al/><al/><al>Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en
                                wethouders van de gemeente Waterland, gehouden op 21 mei 2013.</al><al/><al>Het college voornoemd,</al><al/><al>D. Broere L.M.B.C. Wagenaar-Kroon</al><al>Algemeen directeur/secretaris Burgemeester</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1.</nr><titel>Normering hulp bij het huishouden</titel></kop><al>De definitie voor hulp bij het huishouden is als volgt omschreven: “hulp bij het
                    huishouden omvat het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het
                    gebied van het verzorgen van het huishouden in verband met een somatische,
                    psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, een
                    verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of een psychosociaal
                    probleem die of dat leidt of dreigt te leiden tot het disfunctioneren van de
                    verzorging van het huishouden van een persoon dan wel van de leefeenheid waartoe
                    de persoon behoort”.</al><al/><al>De gemeente Waterland heeft een onderscheid gemaakt tussen drie vormen van hulp
                    bij het huishouden. Hieronder worden de huishoudelijke taken beschreven.</al><al/><al><onderstreept>HBH 1: huishoudelijke werkzaamheden</onderstreept></al><al>schoonmaken van het huis, licht en zwaar;</al><al>wassen, drogen, vouwen en strijken;</al><al>opruimen van de kamers;</al><al>bedden opmaken, afhalen en verschonen;</al><al>beperkte verzorging van huisdieren en planten;</al><al>opruimen huishoudelijk afval;</al><al>actief signaleren of deze vorm van hulp bij het huishouden nog voldoet en
                    contact hierover met de contactpersoon.</al><al/><al><onderstreept>HBH 2: organisatie van het huishouden in verband met chronische
                        ziekte of beperkingen</onderstreept></al><al>huishoudelijke werkzaamheden zoals beschreven bij HBH 1;</al><al>dagelijkse organisatie van het huishouden;</al><al>gebruikelijke verzorging (helpen met zelfverzorging) voor inwonende kinderen (in
                    relatie tot gebruikelijke zorg);</al><al>signaleren van veranderingen in de gezondheids- en sociale situatie;</al><al>adviseren en/of doorverwijzen – zo mogelijk activeren;</al><al>actief handelen naar aanleiding van signalen.</al><al/><al><onderstreept>HBH 3: organisatie van het huishouden bij een ontregeld huishouden
                        als gevolg van psychische problemen, verstandelijke beperking of een
                        combinatie van problemen</onderstreept></al><al>huishoudelijke werkzaamheden zoals beschreven bij HBH 1;</al><al>organisatie van het huishouden zoals beschreven bij HBH 2;</al><al>zorg afstemmen met andere hulpverleners;</al><al>opstellen of bijstellen van een zorgplan;</al><al>Lichte vorm van psychosociale begeleiding.</al><al/><al><vet><cursief>Het doen van boodschappen voor het dagelijkse
                        leven.</cursief></vet></al><al>In principe wordt het doen van boodschappen voor het dagelijkse leven als een
                    voorliggende voorziening beschouwd. Dit kan immers eenvoudig worden opgelost met
                    een boodschappenservice. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan het doen van
                    boodschappen toch geïndiceerd worden.</al><al>Bijvoorbeeld wanneer een persoon met te hoge kosten geconfronteerd wordt door
                    gebruik te maken van deze service en onder de bijstandsnorm valt, of wanneer het
                    nodig is in een ontregeld huishouden deze taak aan te leren.</al><al>Onder het doen van boodschappen voor het dagelijkse leven vallen het
                    samenstellen van een boodschappenlijst en het inkopen en opbergen van
                    boodschappen. Dit kan 1x per week worden gedaan en daar kan ( bij een huishouden
                    tot en met 4 personen) 60 minuten per week voor worden toegekend.</al><al>Als het gaat om meer dan 4 personen of als er kinderen jonger dan 12 jaar
                    aanwezig zijn, kan 2x per week boodschappen worden toegekend.</al><al>Indien de afstand tot de winkels groot is, kan 30 minuten extra worden
                    toegekend.</al><al>Dat betekent dat voor boodschappen de marge voor toekennen 60 tot 180 minuten
                    is. Eigen keuzen, zoals de keuze voor speciaal voedsel dat maar beperkt te koop
                    aangeboden wordt zodat extra gereisd moet worden, of het doen van boodschappen
                    in een groot aantal winkels, worden niet gehonoreerd.</al><al>Alleen medisch geïndiceerde keuzes kunnen leiden tot toekenning van extra
                    minuten.</al><al><vet><cursief>Maaltijdverzorging: broodmaaltijd, warme
                    maaltijd.</cursief></vet></al><al>In principe wordt de maaltijdvoorziening als voorliggend beschouwd. Dit kan
                    immers eenvoudig worden verzorgd door organisaties als tafeltje-dek-je. In
                    enkele gevallen kan de maaltijdverzorging wel geïndiceerd worden. Namelijk in
                    situaties waarin de organisatie van het huishouden in gezinnen met kleine
                    kinderen tijdelijk overgenomen moet worden. Of in situaties waarin er sprake is
                    van een ontregeld huishouden en deze functie aangeleerd moet worden. Of indien
                    de kosten van het gebruik maken van deze service te hoog worden en het inkomen
                    onder de bijstandsnorm uitkomt.</al><al>Hieronder vallen wat betreft de broodmaaltijd: broodmaaltijd klaarzetten, tafel
                    dekken en afruimen, koffie/thee zetten en afwassen, met de machine of
                    handmatig.</al><al>Wat betreft de warme maaltijd vallen hieronder: eten bereiden (voorbereiden en
                    koken), tafel dekken en afruimen, afwassen en opruimen en tevens het opslaan en
                    het beheer van de levensmiddelenvoorraad.</al><al>Voor de broodmaaltijd kan per keer 15 minuten, voor de warme maaltijd per keer
                    30 minuten worden toegekend.</al><al>In geval van aanwezigheid van kinderen onder de 12 jaar kan per keer 20 minuten
                    extra worden toegekend.</al><al>Per dag kan het dus gaan om 2 broodmaaltijden en 1 warme maaltijd, waarbij de
                    variatie kan liggen tussen 60 minuten en 120 minuten.</al><al/><al><vet><cursief>Licht poetswerk in huis, kamers opruimen.</cursief></vet></al><al>Hieronder vallen de volgende activiteiten:</al><al>Indien geen maaltijdvoorziening is geïndiceerd: afwassen, handmatig 15-30
                    minuten per keer, machine in- en uitruimen 10 minuten per keer.</al><al>Opruimen, stof afnemen, bedden opmaken en wekelijkse beurt interieur; dit is
                    afhankelijk van de grootte van de woning en de specifieke kenmerken van de
                    gezinssamenstelling en bedraagt 15 tot 40 minuten per keer.</al><al>Bij kinderen onder de 12 jaar, bij allergie (alleen als het gaat om een
                    gesaneerde woning) en bij ernstige beperkingen in armen en handen die leidt tot
                    extra rommel kan meer tijd worden toegekend. Dit geldt alleen voor de kamers die
                    in gebruik zijn en uitgaande van een woning niveau sociale woningbouw. Extra
                    toegekende tijd in principe maximaal 3 maal per week 20-30 minuten.</al><al/><al><vet><cursief>Zwaar huishoudelijk werk.</cursief></vet></al><al>Hieronder vallen: stofzuigen, schrobben, dweilen, soppen van sanitair en keuken,
                    bedden verschonen, opruimen huishoudelijk afval.</al><al>Omvang bij een eenpersoonshuishouden en een huis met 2 kamers 1 x 3 uur per 14
                    dagen, of 90 minuten per week. Bij een meerpersoonshuishouden met tevens meer
                    dan 3 kamers geldt een uitbreiding van maximaal 2 uur per 14 dagen of 60 minuten
                    per week.</al><al>In grote woningen met een hoge bezettingsgraad, bij een hoge vervuilingsgraad
                    (door de situatie, niet door verwaarlozing) bij COPD-problematiek in een
                    gesaneerde woning, bij aanwezigheid van jonge kinderen kunnen extra uren,
                    afhankelijk van de situatie, worden toegekend. Verzorging van huisdieren wordt
                    meegenomen maar niet extra geïndiceerd.</al><al/><al><vet><cursief>Verzorging kleding/linnengoed.</cursief></vet></al><al>Hier wordt onder gerekend: sorteren en wassen van kleding met behulp van een
                    wasmachine, centrifugeren, ophangen en afhalen of was drogen in droger, vouwen,
                    strijken en opbergen, ophangen/afhalen wasgoed. Hiervoor wordt bij 1 persoon 60
                    minuten per week toegekend, bij 2 personen 90 minuten per week.</al><al>Meer per week: bij kinderen onder de 16 jaar 30 minuten per week extra, bij
                    bedlegerige personen 30 minuten per week extra, bij extra wassen door overmatige
                    transpiratie, incontinentie, speekselverlies etc. 30 minuten per week extra. Bij
                    huishoudens met kleine kinderen kan tot maximaal 3x per week wassen worden
                    toegekend, in andere situaties wordt uitgegaan van eenmaal per week.</al><al/><al/><al><vet><cursief>Organisatie van het huishouden.</cursief></vet></al><al>Kinderopvang (kinderdagverblijf, gastouderhulp, buitenschoolse opvang) wordt bij
                    de opvang en/of verzorging van kinderen in principe als voorliggende voorziening
                    beschouwd. </al><al>Ook maaltijdbereiding wordt in principe als voorliggend beschouwd (zie
                    boven).</al><al>Tot de organisatie van het huishouden wordt gerekend opvang en/of verzorging van
                    kinderen/volwassen huisgenoten (anderen helpen met zelfverzorging) en anderen
                    helpen bij het </al><al>bereiden van maaltijden, indien dit noodzakelijk blijkt en niet opgevangen kan
                    worden met een voorliggende voorziening.</al><al>Het gaat hierbij om een ouder die tijdelijk niet in staat is de ouderrol op zich
                    te nemen.</al><al>Totaal omvang tot maximaal 40 uur per week aanvullend op de eigen mogelijkheden,
                    te besteden aan wassen en aankleden, hulp bij eten en/of drinken, maaltijd
                    voorbereiden, sfeer scheppen, spelen, opvoedingsactiviteiten.</al><al>Meer of minder kan worden geïndiceerd vanwege het aantal kinderen, de leeftijd
                    van de kinderen, de gezondheidssituatie, het functioneren van
                    kinderen/huisgenoten, aanwezigheid gedragsproblematiek, samenvallende
                    activiteiten.</al><al/><al><vet><cursief>Dagelijkse organisatie van het
                    huishouden.</cursief></vet></al><al>Administratieve werkzaamheden, organiseren, plannen en beheren van
                    middelen.</al><al>Indien hier aanleiding toe bestaat kan hier 30 minuten per week voor worden
                    geïndiceerd.</al><al>Hiervan kan worden afgeweken bij communicatieproblemen, kinderen onder de 16
                    jaar of andere tijdvragende huisgenoten, of psychosociale of andere problematiek
                    bij meerdere huisgenoten.</al><al/><al><vet><cursief>Hulp bij ontregelde huishouding in verband met psychische
                            stoornissen.</cursief></vet></al><al>Hieronder kan ook observeren vallen, evenals het formuleren van doelen met
                    betrekking tot de huishouding, helpen verkrijgen of handhaven van structuur in
                    het huishouden, helpen verkrijgen of handhaven van zelfredzaamheid t.a.v.
                    budget, begeleiden ouders bij opvoeding (beperkt en in combinatie met andere
                    onderdelen) en begeleiding kinderen.</al><al>Omvang 30 minuten per week.</al><al/><al><vet><cursief>Advies, instructie, voorlichting (AIV) gericht op het
                            huishouden.</cursief></vet></al><al>Instructie omgaan met hulpmiddelen, instructie licht huishoudelijk werk,
                    instructie textielverzorging, instructie boodschappen doen, instructie
                    koken.</al><al>Maximaal 30 minuten per week. Maximaal 3x per week gedurende 6 weken.</al><al>Bij communicatieproblemen kan meer tijd worden geïndiceerd.</al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2.</nr><titel>De ICF: functies</titel></kop><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet><cursief>Hoofdstuk
                                                1 Mentale functies.</cursief></vet></al><al><cursief>Algemene mentale functies.</cursief></al><al>Bewustzijn</al><al>Oriëntatie</al><al>Intellectuele functies</al><al>Globale psychosociale functies</al><al>Temperament en persoonlijkheid</al><al>Energie en driften</al><al>Slaap</al><al>Algemene mentale functies, anders gespecificeerd en niet
                                        gespecificeerd</al><al/><al><cursief>Specifieke mentale functies.</cursief></al><al>Aandacht</al><al>Geheugen</al><al>Psychomotorische functies</al><al>Stemming</al><al>Perceptie</al><al>Denken</al><al>Hogere cognitieve functies</al><al>Mentale functies gerelateerd aan taal</al><al>Mentale functies gerelateerd aan rekenen</al><al>Bepalen sequentie bij complexe bewegingen</al><al>Ervaren van zelf en tijd</al><al>Specifieke mentale functies, anders gespecificeerd en niet
                                        gespecificeerd</al><al>Mentale functies, anders gespecificeerd</al><al>Mentale functies, niet gespecificeerd</al></entry></row><row><entry><al><vet><cursief>Hoofdstuk 2 Sensorische functies en
                                                pijn</cursief></vet></al><al><cursief>Visuele en verwante functies.</cursief></al><al>Visuele functies</al><al>Functies van aan oog verwante structuren</al><al>Gewaarwordingen van oog en verwante structuren</al><al>Visuele en verwante functies, anders gespecificeerd en niet
                                        gespecificeerd</al><al><cursief>Hoorfuncties en vestibulaire
                                        functies</cursief></al><al>Hoorfuncties</al><al>Vestibulaire functies</al><al>Gewaarwordingen gepaard gaande met hoorfuncties en
                                        vestibulaire functies</al><al>Hoorfuncties vestibulaire functies, anders gespecificeerd en
                                        niet gespecificeerd </al><al><cursief>Andere sensorische functies</cursief></al><al>Smaak</al><al>Reuk</al><al>Propriocepsis</al><al>Tast</al><al>Sensorische functies verwant aan temperatuur en andere
                                        stimuli</al><al>Andere sensorische functies, anders gespecificeerd en niet
                                        gespecificeerd</al><al/><al><cursief>Pijn</cursief></al><al>Pijngewaarwording</al><al>Pijngewaarwording, anders gespecificeerd en niet
                                        gespecificeerd</al><al>Sensorische functies en pijn, anders gespecificeerd</al><al>Sensorische functies en pijn, niet gespecificeerd.</al></entry></row><row><entry><al><vet><cursief>Hoofdstuk 3 Stem en
                                        spraak</cursief></vet></al><al><cursief>Stem</cursief></al><al>Articulatie</al><al>Vloeiendheid en ritme van spreken</al><al>Alternatieve vormen van stemgebruik</al><al>Stem en spraak, anders gespecificeerd</al><al>Stem en spraak, niet gespecificeerd</al></entry></row><row><entry><al><vet><cursief>Hoofdstuk 4 Functies van hart en
                                                bloedvatenstelsel. Hematologisch systeem,
                                                afweersysteem en
                                        ademhalingsstelsel</cursief></vet></al><al><cursief>Functies van hart en
                                        bloedvatenstelsel</cursief></al><al>Hartfuncties</al><al>Functies van bloedvaten</al><al>Bloeddruk</al><al>Functies van hart en bloedvatenstelsel, anders
                                        gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al/><al><cursief>Functies van hematologisch systeem en
                                            afweersysteem</cursief></al><al>Functies van hematologisch systeem</al><al>Functies van afweersysteem</al><al>Functies van hematologisch systeem en afweersysteem, anders
                                        gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al/><al><cursief>Functies van ademhalingsstelsel</cursief></al><al>Ademhaling</al><al>Functies van ademhalingsspieren</al><al>Functies van ademhalingsstelsel, anders gespecificeerd en
                                        niet gespecificeerd</al><al><cursief>Andere functies en gewaarwordingen van hart en
                                            bloedvatenstelsel en ademhalingsstelsel</cursief></al><al>Andere ademhalingsfuncties</al><al>Inspanningstolerantie</al><al>Gewaarwordingen gepaard gaande met cardiovasculaire en
                                        respiratoire functies</al><al>Andere functies en gewaarwordingen van hart en
                                        bloedvatenstelsel en ademhalingsstelsel, anders
                                        gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Functies van hart en bloedvatenstelsel, hematologisch
                                        systeem, afweersysteem en ademhalingsstelsel, anders
                                        gespecificeerd</al><al>Functies van hart en bloedvatenstelsel, hematologisch
                                        systeem, afweersysteem en ademhalingsstelsel, niet
                                        gespecificeerd</al></entry></row><row><entry><al><vet><cursief>Hoofdstuk 5 Functies van
                                                spijsverteringsstelsel, metabool stelsel en
                                                hormoonstelsel</cursief></vet></al><al><cursief>Opname van voedsel</cursief></al><al>Vertering</al><al>Assimilatie</al><al>Defecatie</al><al>Handhaving lichaamsgewicht</al><al>Gewaarwordingen verband houdend met
                                        spijsverteringsstelsel</al><al>Functies van spijsverteringsstelsel, anders gespecificeerd
                                        en niet gespecificeerd</al></entry></row><row><entry><al><vet><cursief>Hoofdstuk 6 Functies van urogenitaal stelsel
                                                en reproductieve functies</cursief></vet></al><al><cursief>Functies gerelateerd aan urine</cursief></al><al>Productie en opslag van urine</al><al>Functies gerelateerd aan urinelozing</al><al>Gewaarwordingen gepaard gaande met urinelozing</al><al>Functies gerelateerd aan urine, anders gespecificeerd en
                                        niet gespecificeerd</al><al/><al><cursief>Genitale en reproductieve functies</cursief></al><al>Seksuele functies</al><al>Functies gerelateerd aan menstruatie</al><al>Functies gerelateerd aan voortplanting</al><al>Gewaarwordingen gepaard gaande met genitale en reproductieve
                                        functies</al><al>Genitale en reproductieve functies, anders gespecificeerd en
                                        niet gespecificeerd</al><al>Functies van urogenitaal stelsel en reproductieve functies,
                                        anders gespecificeerd</al><al>Functies van urogenitaal stelsel en reproductieve functies,
                                        niet gespecificeerd</al></entry></row><row><entry><al><vet><cursief>Hoofdstuk 7 Functies van bewegingssysteem en
                                                aan beweging verwante functies</cursief></vet></al><al><cursief>Functies van gewrichten en botten</cursief></al><al>Mobiliteit van gewrichten</al><al>Stabiliteit van gewrichten</al><al>Mobiliteit van botten</al><al>Functies van gewrichten en botten, anders gespecificeerd en
                                        niet gespecificeerd</al><al/><al><cursief>Spierfuncties</cursief></al><al>Spiersterkte</al><al>Spiertonus</al><al>Spieruithoudingsvermogen</al><al>Spierfuncties, anders gespecificeerd en niet
                                        gespecificeerd</al><al/><al><cursief>Bewegingsfuncties</cursief></al><al>Motorische reflexfuncties</al><al>Onwillekeurige bewegingsreacties</al><al>Controle van willekeurige bewegingen</al><al>Onwillekeurige bewegingen</al><al>Gangpatroon</al><al>Gewaarwordingen verband houdend met spieren en
                                        bewegingsfuncties</al><al>Bewegingsfuncties, anders gespecificeerd en niet
                                        gespecificeerd</al><al>Functies van bewegingssysteem en aan beweging verwante
                                        functies, anders gespecificeerd</al><al>Functies van bewegingssysteem en aan beweging verwante
                                        functies, niet gespecificeerd</al></entry></row><row><entry><al><vet><cursief>Hoofdstuk 8 Functies van huid en verwante
                                                structuren </cursief></vet><cursief>Functies van de
                                            huid</cursief></al><al>Beschermende functies van huid</al><al>Herstelfuncties van huid</al><al>Andere functies van huid</al><al>Gewaarwording verband houdend met huid</al><al>Functies van huid, anders gespecificeerd en niet
                                        gespecificeerd</al><al><cursief>Functies van haren en nagels</cursief></al><al>Functies van haar</al><al>Functies van nagels</al><al>Functies van haren en nagels, anders gespecificeerd en niet
                                        gespecificeerd</al><al>Functies van huid en verwante structuren, anders
                                        gespecificeerd</al><al>Functies van huid en verwante structuren, niet
                                        gespecificeerd</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>3.</nr><titel>De ICF: activiteiten en participatie</titel></kop><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet><cursief>Hoofdstuk 1 Leren en toepassen van
                                                kennis</cursief></vet></al><al><cursief>Doelbewust gebruiken van zintuigen</cursief></al><al>Gadeslaan</al><al>Luisteren</al><al>Doelbewust gebruiken van andere zintuigen</al><al>Doelbewust gebruiken van zintuigen, anders gespecificeerd en
                                        niet gespecificeerd</al><al><cursief>Basaal leren</cursief></al><al>Nadoen</al><al>Herhalen</al><al>Leren lezen</al><al>Leren schrijven</al><al>Leren rekenen</al><al>Ontwikkelen van vaardigheden</al><al>Basaal leren, anders gespecificeerd en niet
                                        gespecificeerd</al><al><cursief>Toepassen van kennis</cursief></al><al>Richten van aandacht</al><al>Denken</al><al>Lezen</al><al>Schrijven</al><al>Rekenen</al><al>Oplossen van problemen</al><al>Besluiten nemen</al><al>Toepassen van kennis, anders gespecificeerd en niet
                                        gespecificeerd</al><al>Leren en toepassen van kennis, anders gespecificeerd</al><al>Leren en toepassen van kennis, niet gespecificeerd</al></entry></row><row><entry><al><vet><cursief>Hoofdstuk 2 Algemene taken en
                                            eisen</cursief></vet></al><al/><al>Ondernemen van enkelvoudige taak</al><al>Ondernemen van meervoudige taken</al><al>Uitvoeren van dagelijkse routinehandelingen</al><al>Omgaan met stress en andere mentale eisen</al><al>Algemene taken en eisen, anders gespecificeerd</al><al>Algemene taken en eisen, niet gespecificeerd</al></entry></row><row><entry><al><vet><cursief>Hoofdstuk 3 Communicatie</cursief></vet></al><al><cursief>Communiceren - begrijpen</cursief></al><al>Begrijpen van gesproken boodschappen</al><al>Begrijpen van non-verbale boodschappen</al><al>Begrijpen van formele gebarentaal</al><al>Begrijpen van geschreven boodschappen</al><al>Communiceren - begrijpen, anders gespecificeerd en niet
                                        gespecificeerd</al><al/><al><cursief>Communiceren – zich uiten</cursief> Spreken</al><al>Zich non-verbaal uiten</al><al>Zich uiten via formele gebarentaal</al><al>Schrijven van boodschappen</al><al>Communiceren - zich uiten, anders gespecificeerd en niet
                                        gespecificeerd</al><al><cursief>Conversatie en gebruik van communicatie-apparatuur
                                            en –technieken</cursief></al><al>Converseren</al><al>Bespreken</al><al>Gebruiken van communicatieapparatuur en -technieken</al><al>Communicatie, anders gespecificeerd</al><al>Communicatie, niet gespecificeerd</al></entry></row><row><entry><al><vet><cursief>Hoofdstuk 4 Mobiliteit</cursief></vet></al><al><cursief>Veranderen en handhaven van
                                            lichaamshouding</cursief></al><al>Veranderen van basale lichaamshouding</al><al>Handhaven van lichaamshouding</al><al>Uitvoeren van transfers</al><al>Veranderen en handhaven van lichaamshouding, anders
                                        gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al/><al><cursief>Dragen, verplaatsen en manipuleren van iets of
                                            iemand</cursief></al><al>Optillen en meenemen</al><al>Verplaatsen van iets of iemand met onderste
                                        extremiteiten</al><al>Nauwkeurig gebruiken van hand</al><al>Gebruiken van hand en arm</al><al>Dragen, verplaatsen en manipuleren van iets of iemand,
                                        anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al><cursief>Lopen en zich verplaatsen</cursief></al><al>Lopen</al><al>Zich verplaatsen</al><al>Zich verplaatsen tussen verschillende locaties</al><al>Zich verplaatsen met speciale middelen</al><al>Lopen en zich verplaatsen, anders gespecificeerd en niet
                                        gespecificeerd</al><al><cursief>Zich verplaatsen per vervoermiddel</cursief></al><al>Gebruiken van vervoermiddel</al><al>Besturen</al><al>Rijden op dieren als vervoermiddel</al><al>Zich verplaatsen per vervoermiddel, anders gespecificeerd en
                                        niet gespecificeerd</al><al>Mobiliteit, anders gespecificeerd</al><al>Mobiliteit, niet gespecificeerd</al></entry></row><row><entry><al><vet><cursief>Hoofdstuk 5
                                        Zelfverzorging</cursief></vet></al><al>Zich wassen</al><al>Verzorgen van lichaamsdelen</al><al>Zorgdragen voor toiletgang</al><al>Zich kleden</al><al>Eten</al><al>Drinken</al><al>Zorgdragen voor eigen gezondheid</al><al>Zelfverzorging, anders gespecificeerd</al><al>Zelfverzorging, niet gespecificeerd</al></entry></row><row><entry><al><vet><cursief>Hoofdstuk 6 Huishouden</cursief></vet></al><al><cursief>Verwerven van benodigdheden</cursief></al><al><cursief>Verzorgen van wat bij huishouden behoort en
                                            assisteren van andere personen</cursief></al><al>Verzorgen van wat bij huishouden behoort</al><al>Assisteren van andere personen</al><al>Verzorgen van wat bij huishouden behoort en assisteren van
                                        andere personen, anders gespecificeerd en niet
                                        gespecificeerd</al><al>Huishouden, anders gespecificeerd</al><al>Huishouden, niet gespecificeerd</al></entry></row><row><entry><al><vet><cursief>Hoofdstuk 7 Tussenmenselijke interacties en
                                                relaties</cursief></vet></al><al><cursief>Algemene tussenmenselijke
                                        interacties</cursief></al><al>Basale tussenmenselijke interacties</al><al>Complexe tussenmenselijke interacties</al><al>Omgaan met onbekenden</al><al>Formele relaties</al><al>Informele sociale relaties</al><al>Familierelaties</al><al>Intieme relaties</al><al>Bijzondere tussenmenselijke relaties, anders gespecificeerd
                                        en niet gespecificeerd</al><al>Tussenmenselijke interacties en relaties, anders
                                        gespecificeerd</al><al>Tussenmenselijke interacties en relaties, niet
                                        gespecificeerd</al><al/><al><vet><cursief>Hoofdstuk 8 Belangrijke
                                                levensgebieden</cursief></vet></al><al><cursief>Informele opleiding</cursief></al><al>Voorschoolse opleiding</al><al>Schoolse opleiding</al><al>Beroepsopleiding</al><al>Hogere opleiding</al><al>Opleiding, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al><cursief>Beroep en werk</cursief></al><al>Werkend leren</al><al>Verwerven, behouden en beëindigen van werk</al><al>Betaald werk</al><al>Onbetaald werk</al><al>Beroep en werk, anders gespecificeerd en niet
                                        gespecificeerd</al><al><cursief>Economisch leven</cursief></al><al>Verwerven van woonruimte</al><al>Verwerven van goederen en diensten</al><al>Verwerven van benodigdheden, anders gespecificeerd en niet
                                        gespecificeerd</al><al/><al><cursief>Huishoudelijke taken</cursief></al><al>Bereiden van maaltijden</al><al>Huishoudelijke taken, anders gespecificeerd en niet
                                        gespecificeerd</al><al>Huishouden doen</al></entry></row><row><entry><al><vet><cursief>Hoofdstuk 9 Maatschappelijk, sociaal en
                                                burgerlijk leven</cursief></vet></al><al><cursief>Maatschappelijk leven</cursief></al><al>Recreatie en vrije tijd</al><al>Religie en spiritualiteit</al><al>Mensenrechten</al><al>Politiek en burgerschap</al><al>Maatschappelijk, sociaal en burgerlijk leven, anders
                                        gespecificeerd</al><al>Maatschappelijk, sociaal en burgerlijk leven, niet
                                        gespecificeerd.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>