<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR296281_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling veranderen en gebruiken van wegen Noord-Brabant 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-05-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brabant.nl/politiek-en-bestuur/gedeputeerde-staten/bestuursinformatie/provinciale-bladen.aspx?qvi=44587">Provinciaal Blad, 2013, 77</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling veranderen en gebruiken van wegen Noord-Brabant 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening wegen Noord-Brabant 2010, artikelen 2 en 5, derde lid, onder b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-04-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>S0265733</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verkeer en vervoer, wegen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-41966</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling veranderen en gebruiken van wegen Noord-Brabant 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant</al><al>Gelet op de artikelen 2 en 5, derde lid, onder b, van de Verordening wegen
                        Noord-Brabant 2010;</al><al>Overwegende dat het op grond van artikel 4 van de Verordening wegen
                        Noord-Brabant 2010 verboden is zonder vergunning van Gedeputeerde Staten de
                        weg te veranderen;</al><al>Overwegende dat het op grond van artikel 5, eerste en tweede lid, van de
                        Verordening wegen Noord-Brabant 2010 verboden is zonder vergunning van
                        Gedeputeerde Staten de weg te gebruiken;</al><al>Overwegende dat de vergunningplicht als bedoeld in artikel 5, eerste en
                        tweede lid, van de Verordening wegen Noord-Brabant 2010 niet nodig is voor
                        gedenktekens, mits deze door hun aanwezigheid, grootte, plaats of vormgeving
                        de belangen die de Verordening wegen Noord-Brabant 2010 beschermt niet in
                        het geding brengen;</al><al>Overwegende dat Gedeputeerde Staten in het belang van de belangen die de
                        Verordening wegen Noord-Brabant 2010 beschermt, een goed en consistent
                        vergunningenregime op het gebied van het veranderen van de weg en het
                        gebruiken van de weg wenselijk achten;</al><al>Overwegende dat Gedeputeerde Staten voor het plaatsen en onderhouden van
                        gedenktekens eveneens nadere regels wensen te stellen, waarbij zij naast de
                        uitvoering van de zorgplicht voor wegen ook rekening willen houden met de
                        belangen van nabestaanden van verkeersslachtoffers op provinciale
                        wegen;</al><al>Overwegende dat Gedeputeerde Staten de Regeling veranderen en gebruiken van
                        wegen Noord-Brabant, in werking getreden op 22 september 2010, hebben
                        geëvalueerd en naar aanleiding daarvan de regeling op een aantal punten
                        wensen te wijzigen;</al><al>Overwegende dat Gedeputeerde Staten het vanwege het grote aantal wijzigingen
                        in die regeling wenselijk achten een geheel nieuwe regeling vast te
                        stellen;</al><al>Besluiten vast te stellen de volgende regeling:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen algemeen</titel></kop><al>In deze regeling wordt mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> Awb: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="b."><al> bebouwde kom: bebouwde kom als bedoeld in artikel 20a van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al> burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente waarop de aanvraag betrekking
                                    heeft;</al></li><li nr="d."><al> CROW: Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-,
                                    Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek;</al></li><li nr="e."><al> erftoegangsweg: weg met een verblijfsfunctie, die zich bevindt
                                    in een verblijfsgebied in een stedelijke of landelijke omgeving
                                    en waarop ontsluiting van percelen kan plaatsvinden;</al></li><li nr="f."><al> gebiedsontsluitingsweg: weg die de verbindingsschakel vormt
                                    tussen stroomwegen en erftoegangswegen;</al></li><li nr="g."><al> stroomweg: weg, met een nationale of internationale functie
                                    voor het langeafstandsverkeer, die een snelle verbinding vormt
                                    tussen steden, landsdelen of landen;</al></li><li nr="h."><al> tot de weg behorende verkeersvoorziening: element met een
                                    verkeersfunctie die door de bevoegde wegbeheerder in het kader
                                    van diens zorgplicht voor wegen is geplaatst of aangebracht op
                                    of aan de weg;</al></li><li nr="i."><al> weg: weg als bedoeld in artikel 1 van de Verordening wegen
                                    Noord-Brabant 2010.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2 Veranderen van de weg</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2 Begripsbepalingen specifiek</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> activiteiten die op weggebruikers zijn gericht: weggebonden
                                    activiteiten of mogelijkheden die voorzien in een onmiddellijke
                                    behoefte van weggebruikers;</al></li><li nr="b."><al> bijzondere aanduidingen: aanduidingen voor
                                    toeristisch-recreatieve fiets- en wandelroutes als bedoeld in de
                                    Richtlijn bewegwijzering, publicatienummer 222, van het CROW,
                                    aanduidingen voor toeristisch-recreatieve objecten en terreinen
                                    als bedoeld in de Richtlijn toeristische bewegwijzering,
                                    publicatienummer 262, van het CROW, mottoborden en
                                    bouwborden;</al></li><li nr="c."><al> bouwbord: bord waarmee de weggebruiker geïnformeerd wordt over
                                    de uitvoering van bouw- of onderhoudswerkzaamheden aan de
                                    weg;</al></li><li nr="d."><al> dagrecreatief object of terrein: dagrecreatief object of
                                    terrein als bedoeld in de Richtlijn bewegwijzering,
                                    publicatienummer 222, van het CROW;</al></li><li nr="e."><al> gesloten verharding: asfalt, beton, open verharding met
                                    cementgebonden funderingen, klinkers met voegvulling,
                                    menggranulaat als puinverharding ten behoeve van de
                                    bovenliggende gesloten verharding en belemmerende ondergrondse
                                    voorzieningen;</al></li><li nr="f."><al> haven: haven, niet zijnde een industriële haven, bestemd als
                                    opstapplaats voor passagiers te water;</al></li><li nr="g."><al> industrieterrein, bedrijventerrein of kantorenpark: terrein als
                                    bedoeld in de Richtlijn bewegwijzering, publicatienummer 222,
                                    van het CROW, alsmede industriële havens;</al></li><li nr="h."><al> kabel: buigzame verbinding, bestaande uit één of meer
                                    geleiders, die zijn samengesteld uit draden van metaal of
                                    glasvezel en geschikt zijn voor het transport van elektrische
                                    energie, elektrische signalen of optische signalen;</al></li><li nr="i."><al> kabel of leiding met een openbare functie:
                                    telecommunicatiekabel of niet-gevulde mantelbuis als bedoeld in
                                    de Telecommunicatiewet, elektriciteitskabel, gasleiding,
                                    waterleiding of riolering en perceel- of huisaansluitingen van
                                    deze kabels of leidingen;</al></li><li nr="j."><al> kunstobject: niet verkeersfunctioneel element op de weg dat
                                    dient ter uiting van enige vorm van kunst;</al></li><li nr="k."><al> kunstwerk: civielbouwkundige constructie die onderdeel is van
                                    de weg bij kruising met een andere weg, spoorweg, waterweg of
                                    terreinverdieping;</al></li><li nr="l."><al> leiding: holle buis, vervaardigd van een duurzaam
                                    materiaal;</al></li><li nr="m."><al> leidingstrook: strook grond die primair is bestemd voor het
                                    leggen van kabels of leidingen, al dan niet voorzien van een
                                    mantelbuis;</al></li><li nr="n."><al> mantelbuis: kunststof of metalen beschermbuis rondom een kabel
                                    of leiding;</al></li><li nr="o."><al> militair object of terrein: object of terrein van het
                                    Ministerie van Defensie;</al></li><li nr="p."><al> mottobord: bord waarmee de weggebruikers geïnformeerd worden
                                    over gewenst verkeersgedrag;</al></li><li nr="q."><al> nationaal park met een bezoekerscentrum: park als bedoeld in de
                                    Richtlijn bewegwijzering, publicatienummer 222, van het
                                    CROW;</al></li><li nr="r."><al> open verharding: verharding van ongebonden elementen op
                                    zand;</al></li><li nr="s."><al> oppervlaktewaterlichaam: oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in
                                    artikel 1.1 van de Waterwet;</al></li><li nr="t."><al> ontsluiting tankstationterrein: ontsluitingsmogelijkheid naar
                                    de weg van een terrein waarop een motorbrandstofverkooppunt is
                                    gevestigd;</al></li><li nr="u."><al> reclamebord: opschrift, aankondiging of afbeelding op een bord,
                                    vlag, spandoek of constructie met de kennelijke bedoeling
                                    handelsreclame te uiten;</al></li><li nr="v."><al> recreatiegebied: gebied met een toeristisch-recreatieve
                                    functie;</al></li><li nr="w."><al> reguliere bewegwijzeringborden: borden als bedoeld in hoofdstuk
                                    K, bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                    1990;</al></li><li nr="x."><al> strokenbord: verwijzing naar een object of terrein of een groep
                                    van objecten of terreinen met een bord volgens model van de
                                    provincie Noord-Brabant;</al></li><li nr="y."><al> uitweg: ontsluitingsmogelijkheid van één of meerdere percelen
                                    naar de weg;</al></li><li nr="z."><al> veranderen van de weg: veranderen van de weg als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Verordening wegen Noord-Brabant 2010;</al></li><li nr="aa."><al> verkeersbord: bord als bedoeld in artikel 4 van het Besluit
                                    administratieve bepalingen inzake het wegverkeer;</al></li><li nr="ab."><al> vliegveld: luchthaven uitsluitend of gedeeltelijk bestemd voor
                                    de burgerluchtvaart;</al></li><li nr="ac."><al> wegenbouwproject: aanleg van een nieuwe weg of de reconstructie
                                    van een bestaande weg;</al></li><li nr="ad."><al> winkelgebied: gebied dat bestemd is voor de vestiging van
                                    meerdere winkels op één locatie;</al></li><li nr="ae."><al> ziekenhuis: instelling voor onderzoek, behandeling of
                                    verpleging van zieken, inclusief het gebouw waarin de instelling
                                    gehuisvest is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Soorten vergunning</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen vergunning verlenen voor het veranderen van
                            de weg ten behoeve van:</al><lijst><li nr="a."><al> werkzaamheden door of namens het Rijk, provincies anders dan de
                                    provincie Noord-Brabant, gemeenten, waterschappen of beheerders
                                    als bedoeld in de Spoorwegwet uit hoofde van de zorgplicht voor
                                    wegen of spoorwegen of een andere wettelijke verplichting;</al></li><li nr="b."><al> verkeersmaatregelen in verband met werkzaamheden of
                                    activiteiten buiten de weg;</al></li><li nr="c."><al> kabels of leidingen;</al></li><li nr="d."><al> uitwegen;</al></li><li nr="e."><al> ontsluitingen van tankstationterreinen;</al></li><li nr="f."><al> aanduidingen van objecten of terreinen op reguliere
                                    bewegwijzeringborden;</al></li><li nr="g."><al> aanduidingen van objecten of terreinen op strokenborden;</al></li><li nr="h."><al> bijzondere aanduidingen;</al></li><li nr="i."><al> reclameborden binnen de bebouwde kom;</al></li><li nr="j."><al> verkiezingsborden binnen de bebouwde kom;</al></li><li nr="k."><al> kunstobjecten binnen de bebouwde kom.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Algemene vergunningvereisten</titel></kop><al>Om voor een vergunning als bedoeld in artikel 3 in aanmerking te komen,
                            wordt voldaan aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al> de periode waarin de verandering van de weg wordt gerealiseerd,
                                    is verenigbaar met de werkzaamheden die de provincie
                                    Noord-Brabant in dezelfde periode op dezelfde weg uitvoert;</al></li><li nr="b."><al> de verandering van de weg tast de kwaliteit van de weg niet
                                    aan;</al></li><li nr="c."><al> de verandering van de weg vormt geen belemmering voor het doel,
                                    de functionaliteit, het onderhoud van de weg of van tot de weg
                                    behorende verkeersvoorzieningen;</al></li><li nr="d."><al> de verandering van de weg vormt geen belemmering voor het
                                    uitzicht van weggebruikers op de weg of het zicht op tot de weg
                                    behorende verkeersvoorzieningen;</al></li><li nr="e."><al> voor het realiseren van de verandering van de weg is voldoende
                                    fysieke ruimte beschikbaar;</al></li><li nr="f."><al> de verandering van de weg is niet strijdig met de andere
                                    belangen die de Verordening wegen Noord-Brabant 2010
                                    beschermt;</al></li><li nr="g."><al> onverminderd de onderdelen a tot en met f is de verandering van
                                    de weg niet strijdig met het bepaalde in de Provinciale
                                    milieuverordening Noord-Brabant 2010.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Vergunningvereisten kabels of leidingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onverminderd artikel 4, gelden voor alle kabels of leidingen de
                                volgende vereisten: </al><lijst><li nr="a."><al> de kabel of leiding heeft een openbare of daarmee gelijk te
                                        stellen functie;</al></li><li nr="b."><al> de kabel of leiding ligt niet in de lengterichting onder
                                        een gesloten verharding, met uitzondering van
                                        telecommunicatiekabels of elektriciteitskabels indien
                                        daarvoor in de berm van de weg onvoldoende fysieke ruimte
                                        beschikbaar is of wordt;</al></li><li nr="c."><al> de kabel of leiding ligt uitsluitend in een kunstwerk
                                        indien het kunstwerk op de ontvangstdatum van de aanvraag
                                        beschikt over mantelbuizen of holle ruimten die voor de
                                        ligging van een kabel of leiding zijn gereserveerd, met
                                        uitzondering van een kabel als bedoeld in artikel 1.1 van de
                                        Telecommunicatiewet;</al></li><li nr="d."><al> de kabel of leiding ligt op zodanige afstand dat aan bomen
                                        en struiken geen schade wordt toegebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In afwijking van het eerste lid, onder a, kunnen Gedeputeerde
                                Staten vergunning verlenen voor leidingen voor het lozen als bedoeld
                                in artikel 6.1 van de Waterwet in een oppervlaktewaterlichaam dat in
                                beheer of onderhoud is bij de provincie Noord-Brabant.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Om voor een vergunning als bedoeld in het tweede lid in aanmerking
                                te komen geldt het vereiste dat voor zover de Waterwet of de keur
                                van het waterschap toestemming vereist voor het lozen, het
                                waterschap daarvoor toestemming heeft verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Vergunningvereisten uitwegen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onverminderd artikel 4, gelden voor uitwegen de volgende vereisten: </al><lijst><li nr="a."><al> de uitweg ontsluit niet op een stroomweg;</al></li><li nr="b."><al> de uitweg ontsluit uitsluitend op een
                                        gebiedsontsluitingsweg indien: </al><lijst><li nr="1°."><al> geen andere uitwegmogelijkheid beschikbaar is;
                                                en</al></li><li nr="2°."><al> bundeling van uitwegen met één of meerdere
                                                naastgelegen percelen ruimtelijk of technisch
                                                onmogelijk is; tenzij de gebiedsontsluitingsweg
                                                binnen de bebouwde kom is gelegen;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al> de aanvraag heeft betrekking op de eerste uitweg van het
                                        perceel, tenzij een tweede uitweg in het belang van de
                                        verkeersveiligheid noodzakelijk is;</al></li><li nr="d."><al> er is voldoende uitzicht om veilig en onbelemmerd de uitweg
                                        in- en uit te rijden;</al></li><li nr="e."><al> de uitweg ligt op een andere locatie dan waar tot de weg
                                        behorende verkeersvoorzieningen zijn gelegen die het veilig
                                        en onbelemmerd in- en uitrijden van de uitweg kunnen
                                        beperken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op het advies, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Verordening
                                wegen Noord-Brabant 2010, is het eerste lid van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Vergunningvereisten ontsluitingen van
                                tankstationterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onverminderd artikel 4, gelden voor ontsluitingen van
                                tankstationterreinen gelegen binnen de bebouwde kom de vereisten als
                                bedoeld in artikel 6.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Onverminderd artikel 4, gelden voor ontsluitingen van
                                tankstationterreinen gelegen buiten de bebouwde kom de volgende
                                vereisten: </al><lijst><li nr="a."><al> het perceel ontsluit uitsluitend op een
                                        gebiedsontsluitingsweg of stroomweg indien: </al><lijst><li nr="1°."><al> geen andere uitwegmogelijkheid beschikbaar is;
                                                en</al></li><li nr="2°."><al> bundeling van uitwegen met één of meerdere
                                                naastgelegen percelen waarop activiteiten
                                                plaatsvinden die op weggebruikers zijn gericht
                                                ruimtelijk of technisch onmogelijk is;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al> de aanvraag heeft betrekking op de eerste ontsluiting van
                                        het tankstationterrein;</al></li><li nr="c."><al> er is voldoende uitzicht om veilig en onbelemmerd de
                                        ontsluiting van het tankstationterrein in- en uit te
                                        rijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Op het advies, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Verordening
                                wegen Noord-Brabant 2010, is het eerste en tweede lid van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Vergunningvereisten aanduidingen van objecten of
                                terreinen op reguliere bewegwijzeringborden</titel></kop><al>Onverminderd artikel 4, geldt voor het aanduiden van objecten of
                            terreinen op reguliere bewegwijzeringborden het vereiste dat het object
                            of terrein niet kan worden bereikt door de bestaande reguliere
                            bewegwijzeringborden te volgen, tenzij het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al> een industrieterrein, bedrijventerrein of kantorenpark met een
                                    oppervlakte van minimaal 50 hectare;</al></li><li nr="b."><al> een vliegveld of haven van waaruit minimaal 25.000 reizigers
                                    per kalenderjaar worden vervoerd;</al></li><li nr="c."><al> een ziekenhuis;</al></li><li nr="d."><al> een dagrecreatief object of terrein met minimaal 500.000
                                    bezoekers per kalenderjaar en op een maximale rijafstand van 10
                                    kilometer ligt gerekend vanaf de weg;</al></li><li nr="e."><al> een nationaal park met een bezoekerscentrum;</al></li><li nr="f."><al> een recreatiegebied dat in het gemeentelijke bestemmingsplan
                                    als zodanig is aangeduid;</al></li><li nr="g."><al> een winkelgebied dat in het gemeentelijke bestemmingsplan als
                                    zodanig is aangeduid;</al></li><li nr="h."><al> een militair object of terrein;</al></li><li nr="i."><al> een object of terrein met een eigen ontsluiting of eigen zijweg
                                    met het karakter van een openbare weg op de weg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Vergunningvereisten aanduidingen van objecten of
                                terreinen op strokenborden</titel></kop><al>Onverminderd artikel 4, gelden voor het aanduiden van objecten of
                            terreinen op strokenborden de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al> het object of terrein komt niet in aanmerking voor aanduiding
                                    op reguliere bewegwijzeringborden;</al></li><li nr="b."><al> het object of terrein kan niet worden bereikt door de bestaande
                                    reguliere bewegwijzeringborden te volgen;</al></li><li nr="c."><al> de aanvraag heeft betrekking op maximaal 2 strokenborden per
                                    weg;</al></li><li nr="d."><al> het object of terrein ligt buiten de bebouwde kom, met
                                    uitzondering van objecten of terreinen binnen de bebouwde kom
                                    waar de weg buiten de bebouwde kom onderdeel uitmaakt van de
                                    naar die objecten en terreinen op gemeentelijke wegen verwezen
                                    route;</al></li><li nr="e."><al> het object of terrein valt onder een categorie als bedoeld in
                                    bijlage 1;</al></li><li nr="f."><al> het object of terrein heeft een eigen ontsluiting of eigen
                                    zijweg met het karakter van een openbare weg: </al><lijst><li nr="1°."><al> op de weg; of</al></li><li nr="2°."><al> niet op de weg, mits de route vanaf de weg naar het
                                            object of terrein door de daartoe bevoegde wegbeheerder
                                            is of zal worden voorzien van bewegwijzering.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Vergunningvereisten reclameborden binnen de bebouwde
                                kom</titel></kop><al>Onverminderd artikel 4, geldt voor reclameborden binnen de bebouwde kom
                            het vereiste dat de maatvoering, vormgeving en kleurstelling van het
                            reclamebord voldoen aan het door burgemeester en wethouders vastgestelde
                            beleid over reclameborden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Vergunningvereisten verkiezingsborden binnen de
                                bebouwde kom</titel></kop><al>Onverminderd artikel 4, geldt voor verkiezingsborden binnen de bebouwde
                            kom het vereiste dat het verkiezingsbord is bevestigd aan andere
                            elementen of voorwerpen dan aan bomen, beplantingen of tot de weg
                            behorende verkeersvoorzieningen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Vergunningvereisten kunstobjecten binnen de bebouwde
                                kom</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Burgemeester en wethouders kunnen een vergunningaanvraag voor een
                                kunstobject binnen de bebouwde kom indienen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Onverminderd artikel 4, gelden voor kunstobjecten binnen de
                                bebouwde kom de volgende vereisten: </al><lijst><li nr="a."><al> het Brabants Kenniscentrum voor Kunst en Cultuur heeft een
                                        positief oordeel gegeven over het ontwerp van het
                                        kunstobject;</al></li><li nr="b."><al> het kunstobject wordt buiten de obstakelvrije zone van 1,5
                                        meter voor erftoegangswegen of 4,5 meter voor
                                        gebiedsontsluitingswegen geplaatst, tenzij het betreft een
                                        kunstobject op het middenterrein van een rotonde;</al></li><li nr="c."><al> het kunstobject op het middenterrein van een rotonde
                                        beslaat maximaal 50% van het grondoppervlak van het
                                        middenterrein;</al></li><li nr="d."><al> het kunstobject is van niet-reflecterend materiaal
                                        gemaakt;</al></li><li nr="e."><al> het kunstobject bestaat uit statische delen;</al></li><li nr="f."><al> het kunstobject bevat geen scherpe of boven de weg
                                        uitstekende elementen;</al></li><li nr="g."><al> het kunstobject is ondergeschikt aan de technische en
                                        verkeerstechnische inrichting van de weg;</al></li><li nr="h."><al> het kunstobject heeft een minimale breekkans;</al></li><li nr="i."><al> het kunstobject is zo veel mogelijk
                                        vandalismebestendig.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt een rotonde
                                die direct aan de bebouwde kom grenst geacht te liggen binnen de
                                bebouwde kom.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Kosten veranderen van de weg</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onverminderd artikel 153 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 33
                                van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer,
                                draagt de houder van de vergunning de kosten die voor het veranderen
                                van de weg moeten worden gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De houder van de vergunning onderhoudt de verandering van de weg en
                                draagt daarvoor de kosten, tenzij Gedeputeerde Staten anders hebben
                                bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Vereisten aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onverminderd artikel 4:2 Awb, bevat de aanvraag de volgende
                                gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al> een plaatsaanduiding op de weg, onder vermelding van het
                                        wegnummer van de weg;</al></li><li nr="b."><al> de aard en wijze van de verandering van de weg;</al></li><li nr="c."><al> een uitwerking van het gestelde onder a en b in een
                                        detailtekening, die voldoet aan de volgende eisen: </al><lijst><li nr="1°."><al> de schaal van de tekening is 1:500, eventuele
                                                details worden getekend op een schaal van 1:200, de
                                                tekeningen bevatten een pijl die naar het noorden
                                                wijst en de juiste coördinaten;</al></li><li nr="2°."><al> iedere tekening bevat een tekeninghoofd met een
                                                uniek nummer en een vermelding van de datum waarop
                                                de tekening voor het laatst is gewijzigd;</al></li><li nr="3°."><al> iedere tekening vermeldt de opdrachtgever;</al></li><li nr="4°."><al> iedere tekening vermeldt de maatvoeringen ten
                                                opzichte van vaste meetpunten in de omgeving;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al> een tijdsplanning, waaruit blijkt hoeveel tijd de
                                        realisering van de beoogde verandering van de weg in beslag
                                        zal nemen;</al></li><li nr="e."><al> materiaalkeuze;</al></li><li nr="f."><al> de naam en het telefoonnummer van de contactpersoon van de
                                        aanvrager die aanwezig is bij de realisering van de
                                        verandering van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Onverminderd het eerste lid, bevat de aanvraag voor het leggen,
                                verleggen, wijzigen of verwijderen van kabels of leidingen in
                                verband met een verandering van de weg door of namens de provincie
                                Noord-Brabant het verslag van de bouwvergadering voorbereiding
                                kabels of leidingen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Onverminderd het eerste lid, bevat de aanvraag voor een uitweg: </al><lijst><li nr="a."><al> het aantal en soort uitwegen waarover het perceel reeds
                                        beschikt, ingetekend in de detailtekening als bedoeld in het
                                        eerste lid, onder c;</al></li><li nr="b."><al> een omschrijving van het soort uitweg en het beoogde
                                        gebruik.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Onverminderd het eerste lid, bevat de aanvraag voor een ontsluiting
                                van een tankstationterrein: </al><lijst><li nr="a."><al> het aantal en soort ontsluitingen waarover het perceel
                                        reeds beschikt, ingetekend in de detailtekening als bedoeld
                                        in het eerste lid, onder c;</al></li><li nr="b."><al> een omschrijving van de soort ontsluiting en het beoogde
                                        gebruik.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Onverminderd het eerste lid, bevat de aanvraag voor een aanduiding
                                van een object of terrein op reguliere bewegwijzeringborden of op
                                strokenborden een uittreksel van de Kamer van Koophandel waarop een
                                beschrijving is opgenomen van de activiteiten die vanuit, in of op
                                het object of terrein plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Onverminderd het eerste lid, bevat de aanvraag voor een kunstobject
                                het oordeel van het Brabants Kenniscentrum voor Kunst en Cultuur
                                over het kunstobject.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Onvolledige aanvraag</titel></kop><al>Indien de verstrekte gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 14,
                            onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de
                            voorbereiding van de beschikking op de aanvraag, stellen Gedeputeerde
                            Staten de aanvrager éénmalig in de gelegenheid de aanvraag aan te vullen
                            binnen een termijn van vier weken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 3 Gebruiken van de weg</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16 Begripsbepalingen specifiek</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> evenement: elke toegankelijke activiteit van vermaak op of
                                    nabij de weg, met uitzondering van weekmarkten als bedoeld in
                                    artikel 160 van de Gemeentewet, betogingen, samenkomsten en
                                    vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties en
                                    wedstrijden met voertuigen als bedoeld in artikel 10 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994 en wedstrijden zonder voertuigen;</al></li><li nr="b."><al> gebruiken van de weg: handelen waarmee de weg op enigerlei
                                    wijze anders dan voor verkeersdoeleinden wordt gebruikt;</al></li><li nr="c."><al> gedenkteken: gedenkteken als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Verordening wegen Noord-Brabant 2010;</al></li><li nr="d."><al> motorrijtuigen: motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994 alsmede motorvoertuigen als bedoeld in
                                    artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                    1990;</al></li><li nr="e."><al> standplaats: lokatie, niet aard- of nagelvast op de weg
                                    aanwezig, van waaruit goederen of diensten worden
                                    aangeboden;</al></li><li nr="f."><al> stof: stof als bedoeld in artikel 1, onder g, van de
                                    Verordening wegen Noord-Brabant 2010;</al></li><li nr="g."><al> verkeersregelaar: verkeersregelaars als bedoeld in artikel 1
                                    van de Regeling verkeersregelaars 2009;</al></li><li nr="h."><al> voertuig: voertuig als bedoeld in artikel 1 van het Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990 alsmede de voertuigen als
                                    bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen;</al></li><li nr="i."><al> wedstrijd: activiteit gericht op prestatievergelijkingen tussen
                                    de deelnemers waarbij een prijs, beloning of aandenken in het
                                    vooruitzicht wordt gesteld;</al></li><li nr="j."><al> wedstrijd met voertuigen: wedstrijd als bedoeld in artikel 10
                                    van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="k."><al> weggebruikers: weggebruikers als bedoeld in artikel 1 van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Soorten vergunning, ontheffing, verklaring van geen
                                bezwaar</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen vergunning verlenen voor het gebruiken
                                van de weg ten behoeve van: </al><lijst><li nr="a."><al> evenementen;</al></li><li nr="b."><al> wedstrijden, niet zijnde een wedstrijd met voertuigen;</al></li><li nr="c."><al> activiteiten, niet zijnde evenementen of wedstrijden;</al></li><li nr="d."><al> voorwerpen in verband met evenementen of wedstrijden;</al></li><li nr="e."><al> standplaatsen;</al></li><li nr="f."><al> spandoeken;</al></li><li nr="g."><al> voorwerpen in verband met particuliere bouw- of
                                        onderhoudswerkzaamheden buiten de weg;</al></li><li nr="h."><al> stoffen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen voor een wedstrijd
                                met voertuigen die plaatsvindt in meerdere gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen een verklaring van geen bezwaar afgeven
                                voor een wedstrijd met voertuigen die plaatsvindt binnen één
                                gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Algemene vereisten</titel></kop><al>Om voor een vergunning als bedoeld in artikel 17, eerste lid, een
                            ontheffing als bedoeld in artikel 17, tweede lid, of een verklaring van
                            geen bezwaar als bedoeld in artikel 17, derde lid, in aanmerking te
                            komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al> de periode waarin het gebruiken van de weg plaatsvindt, is
                                    verenigbaar met de werkzaamheden die de provincie Noord-Brabant
                                    in dezelfde periode op dezelfde weg uitvoert;</al></li><li nr="b."><al> de kwaliteit van de weg blijft door het gebruiken van de weg
                                    onaangetast;</al></li><li nr="c."><al> door het gebruiken van de weg blijven het doel, de
                                    functionaliteit of, het onderhoud van de weg, dan wel van een
                                    tot de weg behorende verkeersvoorziening onbelemmerd;</al></li><li nr="d."><al> door het gebruiken van de weg blijven het uitzicht van
                                    weggebruikers op de weg of het zicht op tot de weg behorende
                                    verkeersvoorzieningen onbelemmerd;</al></li><li nr="e."><al> voor het gebruiken van de weg is voldoende fysieke ruimte
                                    beschikbaar;</al></li><li nr="f."><al> door het gebruiken van de weg wordt geen overlast, hinder of
                                    schade voor het milieu als bedoeld in de Wet milieubeheer
                                    veroorzaakt;</al></li><li nr="g."><al> door het gebruiken van de weg vindt geen aantasting van het
                                    karakter of de functie van objecten of gebieden plaats.</al></li><li nr="h."><al> het gebruiken van de weg is niet strijdig met de andere
                                    belangen die de Verordening wegen Noord-Brabant 2010
                                    beschermt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Vergunningvereisten evenementen</titel></kop><al>Onverminderd artikel 18, gelden voor evenementen de volgende
                            vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al> het evenement vindt plaats binnen de bebouwde kom, tenzij het
                                    evenement van internationale, nationale of regionale betekenis
                                    of karakter is;</al></li><li nr="b."><al> er is een omleidingroute bepaald waarbij: </al><lijst><li nr="1°."><al> de omleidingroute gaat over wegen die zo veel mogelijk
                                            gelijkwaardig zijn aan de weg die voor het evenement
                                            gebruikt wordt;</al></li><li nr="2°."><al> aan de wegen die onderdeel zijn van de omleidingroute
                                            geen wegwerkzaamheden of activiteiten plaatsvinden
                                            waardoor de extra verkeersdrukte op de omleidingroute
                                            kan leiden tot verkeersonveiligheid of belemmering van
                                            de doorstroming van het verkeer;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al> de bereikbaarheid voor hulpdiensten is gegarandeerd;</al></li><li nr="d."><al> de uitvoerbaarheid van de dienstregeling voor het openbaar
                                    vervoer is gegarandeerd;</al></li><li nr="e."><al> in voldoende parkeerfaciliteiten is voorzien afgestemd op het
                                    verwachte bezoekersaantal.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Vergunningvereisten wedstrijden, niet zijnde
                                wedstrijden met voertuigen</titel></kop><al>Onverminderd artikel 18, gelden voor wedstrijden, niet zijnde
                            wedstrijden met voertuigen, de vereisten als bedoeld in artikel 19, met
                            dien verstande dat een omleidingroute als bedoeld in artikel 19, onder
                            b, niet vereist is in het geval het verkeer op de weg kruisende wegen
                            kortstondig staande wordt gehouden door de politie of door
                            verkeersregelaars.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Vergunningvereisten standplaatsen</titel></kop><al>Onverminderd artikel 18, gelden voor standplaatsen de volgende
                            vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al> de standplaats wordt ingenomen op een carpool- of
                                    parkeerplaats;</al></li><li nr="b."><al> de aanvraag betreft de eerste standplaats op de carpool- of
                                    parkeerplaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Vergunningvereisten spandoeken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onverminderd artikel 18, gelden voor spandoeken buiten de bebouwde
                                kom de volgende vereisten: </al><lijst><li nr="a."><al> het spandoek verkondigt een boodschap die bijdraagt aan de
                                        belangen die de Verordening wegen Noord-Brabant 2010
                                        beschermt;</al></li><li nr="b."><al> het spandoek wordt geplaatst buiten de obstakelvrije zone
                                        van: </al><lijst><li nr="1°."><al> 1,5 meter voor erftoegangswegen;</al></li><li nr="2°."><al> 4,5 meter voor gebiedsontsluitingswegen; of</al></li><li nr="3°."><al> 6 meter voor stroomwegen;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al> het spandoek is niet bevestigd aan een tot de weg behorende
                                        verkeersvoorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Onverminderd artikel 18, gelden voor spandoeken binnen de bebouwde
                                kom de volgende vereisten: </al><lijst><li nr="a."><al> het spandoek bevat andere opschriften of afbeeldingen dan
                                        handelsreclame;</al></li><li nr="b."><al> het spandoek wordt in de berm van de weg geplaatst;</al></li><li nr="c."><al> het spandoek is niet bevestigd aan een tot de weg behorende
                                        verkeersvoorziening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Vergunningvereisten voorwerpen in verband met
                                particuliere bouw- of onderhoudswerkzaamheden buiten de weg</titel></kop><al>Onverminderd artikel 18, gelden voor voorwerpen in verband met
                            particuliere bouw- of onderhoudswerkzaamheden buiten de weg de volgende
                            vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al> een locatie buiten de weg om de voorwerpen in verband met
                                    particuliere bouw- of onderhoudswerkzaamheden te plaatsen is
                                    niet beschikbaar;</al></li><li nr="b."><al> de voorwerpen in verband met particuliere bouw- of
                                    onderhoudswerkzaamheden buiten de bebouwde kom worden geplaatst
                                    buiten de obstakelvrije zone van: </al><lijst><li nr="1°."><al> 1,5 meter voor erftoegangswegen;</al></li><li nr="2°."><al> 4,5 meter voor gebiedsontsluitingswegen; of</al></li><li nr="3°."><al> 6 meter voor stroomwegen;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al> de voorwerpen in verband met particuliere bouw- of
                                    onderhoudswerkzaamheden binnen de bebouwde kom worden zo dicht
                                    als de fysiek beschikbare ruimte toelaat bij het perceel van de
                                    aanvrager geplaatst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Vergunningvereisten stoffen</titel></kop><al>Onverminderd artikel 18, gelden voor stoffen overeenkomstige vereisten
                            als voor voorwerpen in verband met particuliere bouw- of
                            onderhoudswerkzaamheden buiten de weg als bedoeld in artikel 23.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 Ontheffing wedstrijd met voertuigen in meerdere
                                gemeenten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten verlenen geen ontheffing voor wedstrijden met
                                motorrijtuigen die geheel of gedeeltelijk op de weg plaatsvinden
                                waarbij sprake is van vaststelling of vergelijking van prestaties
                                van: </al><lijst><li nr="a."><al> deelnemers;</al></li><li nr="b."><al> voertuigen;</al></li><li nr="c."><al> onderdelen van voertuigen; of</al></li><li nr="d."><al> bedrijfsstoffen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het eerste lid geldt niet voor puzzel-, foto-, of
                                oriërentatietoertochten met motorrijtuigen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Onverminderd artikel 148, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994
                                en artikel 18, wordt om voor een ontheffing in aanmerking te komen
                                voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 19.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 Verklaring van geen bezwaar wedstrijd met voertuigen
                                binnen één gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten verlenen geen verklaring van geen bezwaar voor
                                wedstrijden met motorrijtuigen die geheel of gedeeltelijk op de weg
                                plaatsvinden waarbij sprake is van vaststelling of vergelijking van
                                prestaties van: </al><lijst><li nr="a."><al> deelnemers;</al></li><li nr="b."><al> voertuigen;</al></li><li nr="c."><al> onderdelen van voertuigen; of</al></li><li nr="d."><al> bedrijfsstoffen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het eerste lid geldt niet voor puzzel-, foto-, of
                                oriërentatietoertochten met motorrijtuigen;</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Onverminderd artikel 148, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994
                                en artikel 18, wordt om voor een verklaring van geen bezwaar in
                                aanmerking te komen voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel
                                19.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27 Kosten gebruiken van de weg</titel></kop><al>De houder van de vergunning, ontheffing of verklaring van geen bezwaar
                            draagt de kosten die verbonden zijn aan het gebruiken van de weg.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28 Vereisten aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onverminderd artikel 4:2 Awb, bevat de aanvraag om een vergunning,
                                ontheffing of verklaring van geen bezwaar de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al> plaatsaanduiding op de weg, onder vermelding van het
                                        wegnummer van de weg;</al></li><li nr="b."><al> beschrijving van de aard en de wijze van het gebruiken van
                                        de weg;</al></li><li nr="c."><al> datum en tijden van het gebruiken van de weg;</al></li><li nr="d."><al> naam en telefoonnummer van de contactpersoon die bereikbaar
                                        is tijdens het gebruiken van de weg;</al></li><li nr="e."><al> eventuele reeds verleende vergunningen, ontheffingen en
                                        toestemmingen op grond van andere regelgeving dan de
                                        Verordening wegen Noord-Brabant 2010.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Onverminderd het eerste lid, bevat de aanvraag voor een evenement: </al><lijst><li nr="a."><al> een voorstel over de omleidingroute en te treffen
                                        verkeersmaatregelen, getekend op een topografische kaart op
                                        een schaal niet kleiner dan 1:100.000;</al></li><li nr="b."><al> een aanduiding van de parkeerfaciliteiten, ingetekend op de
                                        kaart, bedoeld onder a;</al></li><li nr="c."><al> de naam en het telefoonnummer van de contactpersoon die de
                                        verkeersmaatregelen treft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Onverminderd het eerste en het tweede lid, bevat de aanvraag voor
                                een wedstrijd: </al><lijst><li nr="a."><al> het reglement waaronder de wedstrijd wordt gehouden;</al></li><li nr="b."><al> een verklaring van geen bezwaar van de politie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Onverminderd het eerste lid tot en met derde lid, bevat de aanvraag
                                voor een wedstrijd met voertuigen: </al><lijst><li nr="a."><al> een beschrijving van het aantal en de soort deelnemende
                                        voertuigen;</al></li><li nr="b."><al> een bewijs van verzekering overeenkomstig de Wet
                                        aansprakelijkheidsverzekering motorvoertuigen als bedoeld in
                                        artikel 148, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Onverminderd het eerste tot en met het vierde lid, bevat de
                                aanvraag voor een wedstrijd met voertuigen die plaatsvindt in
                                meerdere gemeenten een verklaring van geen bezwaar van de
                                burgemeesters van de gemeenten waardoor de route van de wedstrijd
                                met voertuigen loopt en van de beheerders van de in de route
                                voorkomende wegen welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de
                                provincie of een gemeente.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Onverminderd het eerste lid, bevat de aanvraag voor een spandoek
                                een beschrijving van het doel van het spandoek en het opschrift of
                                de afbeeldingen op het spandoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29 Termijnen aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Aanvragen voor lokale of regionale evenementen of wedstrijden
                                worden acht weken vóórdat het evenement of de wedstrijd plaatsvindt
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Aanvragen voor nationale of internationale evenementen of
                                wedstrijden worden twaalf weken vóórdat het evenement of de
                                wedstrijd plaatsvindt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Aanvragen voor activiteiten niet zijnde evenementen of wedstrijden
                                worden acht weken vóórdat de activiteit niet zijnde een evenement of
                                wedstrijd plaatsvindt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Aanvragen voor voorwerpen of stoffen worden vier weken voordat het
                                voorwerp of de stof op de weg wordt geplaatst of aangebracht
                                ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30 Onvolledige aanvraag</titel></kop><al>Indien de verstrekte gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 27,
                            onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de
                            voorbereiding van de beschikking op de aanvraag, stellen Gedeputeerde
                            Staten de aanvrager éénmalig in de gelegenheid de aanvraag aan te vullen
                            binnen een termijn van twee weken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4 Gedenktekens</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 31 Begripsbepalingen specifiek</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt mede verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> nabestaande: persoon of personen waarvan een naaste het
                                    dodelijke slachtoffer is geworden van het verkeer op de
                                    weg;</al></li><li nr="b."><al> veiligheidsvest: oranjerood vest als bedoeld in de norm NEN-EN
                                    471:2003+A1:2008.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32 Vereisten plaatsing</titel></kop><al>Voor het gebruiken van de weg door het plaatsen van een gedenkteken
                            wordt voldaan aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al> het gedenkteken dient ter nagedachtenis aan een menselijk
                                    slachtoffer van een verkeersongeluk op de weg;</al></li><li nr="b."><al> de plaatsing van het gedenkteken geschiedt door of in opdracht
                                    van de nabestaande die het gedenkteken wil plaatsen;</al></li><li nr="c."><al> het gedenkteken heeft een maximale afmeting van 0,50 meter
                                    breed, 0,50 meter lang en 0,50 meter hoog;</al></li><li nr="d."><al> het gedenkteken wordt in de berm geplaatst, zo ver als
                                    ruimtelijk mogelijk verwijderd van de hoofdrijbaan;</al></li><li nr="e."><al> het gedenkteken is niet bevestigd aan een tot de weg behorende
                                    verkeersvoorziening;</al></li><li nr="f."><al> op of naast het gedenkteken wordt geen verlichting
                                    geplaatst;</al></li><li nr="g."><al> de aanwezigheid, grootte, plaats en vormgeving van het
                                    gedenkteken veroorzaakt geen hinder of overlast voor het verkeer
                                    op de weg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33 Vereisten onderhoud</titel></kop><al>Voor het onderhouden van een gedenkteken op de weg wordt voldaan aan de
                            volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al> het onderhoud van het gedenkteken wordt uitgevoerd door of in
                                    opdracht van de nabestaande die het gedenkteken op de weg heeft
                                    geplaatst;</al></li><li nr="b."><al> de uitvoering van het onderhoud, bedoeld onder a, geschiedt op
                                    een veilige en milieuvriendelijke wijze;</al></li><li nr="c."><al> de nabestaande die bij het gedenkteken aanwezig is, of degene
                                    die het onderhoud aan het gedenkteken uitvoert, draagt een
                                    veiligheidsvest.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34 Termijn aanwezigheid</titel></kop><al>Een gedenkteken mag gedurende onbepaalde tijd op de weg aanwezig zijn,
                            tenzij verwijdering of verplaatsing in verband met de zorgplicht voor
                            wegen vereist is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 35 Kosten plaatsing, onderhoud en verwijdering</titel></kop><al>De nabestaande draagt de kosten die voor de plaatsing, het onderhoud en
                            de verwijdering van het gedenkteken moeten worden gemaakt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 5 Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 36 Intrekking</titel></kop><al>De Regeling veranderen en gebruiken van wegen Noord-Brabant wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 37 Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Vergunningen voor het veranderen van de weg die Gedeputeerde Staten
                                hebben verleend tussen 1 mei 2006 en de inwerkingtreding van deze
                                regeling worden geacht te zijn verleend op grond van deze
                                regeling.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voor veranderingen van de weg die zonder vergunning zijn
                                gerealiseerd voor de inwerkingtreding van deze regeling en die niet
                                passen binnen deze regeling, geldt een overgangstermijn van één jaar
                                nadat Gedeputeerde Staten de niet vergunbare verandering van de weg
                                hebben geconstateerd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Vergunningen voor het gebruiken van de weg die Gedeputeerde Staten
                                hebben verleend voor de inwerkingtreding van deze regeling, worden
                                geacht te zijn verleend op grond van deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het vereiste, bedoeld in artikel 19, onder a, geldt niet indien het
                                evenement op de weg: </al><lijst><li nr="a."><al> sinds 15 maart 2007 jaarlijks of tweejaarlijks heeft
                                        plaatsgevonden;</al></li><li nr="b."><al> met toestemming van Gedeputeerde Staten heeft
                                        plaatsgevonden;</al></li><li nr="c."><al> in vorm, aard en karakter sinds 15 maart 2007 ongewijzigd
                                        is gebleven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op wedstrijden op
                                de weg.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Gedenktekens geplaatst op de weg vóór 21 augustus 2008, die niet
                                voldoen aan deze regeling, worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Gedenktekens geplaatst op de weg op of na 21 augustus 2008, worden
                                geacht te zijn geplaatst op grond van deze regeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 38 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2013.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 39 Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling veranderen en gebruiken van
                            wegen Noord-Brabant 2013.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>’s-Hertogenbosch, 21 mei 2013</ondertekening><ondertekening>Gedeputeerde Staten voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk</ondertekening><ondertekening>de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage</titel></kop><divisie><kop><titel>Bijlage 1 bij de Regeling veranderen en gebruiken van wegen
                            Noord-Brabant 2013</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Noord-Brabant/i220911.pdf">Categoriën objecten en terreinen als bedoeld in artikel 9</extref></al></divisie></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting behorende bij de Regeling veranderen en gebruiken van de weg
                        Noord-Brabant</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al><vet>Veranderen en gebruiken van de weg</vet> De provincie Noord-Brabant is als
                    wegbeheerder verantwoordelijk voor het onderhoud van haar wegen en het
                    beschermen en verbeteren van onder meer de verkeersveiligheid en doorstroming op
                    haar wegen. Hiertoe richt de provincie haar wegen zo veel als mogelijk in
                    volgens een aanpak waarbij verkeersveiligheid een vanzelfsprekend onderdeel is
                    van de ruimtelijke ordening, de vormgeving van infrastructuur en het gedrag van
                    verkeersdeelnemers. In het kader van deze aanpak, beter bekend als Duurzaam
                    Veilig, zijn de provinciale wegen naar gebruik en functie gecategoriseerd in
                    stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen. Een uniforme
                    inrichting van die wegen verhoogt de doorstroming van het verkeer en bevordert
                    de verkeersveiligheid.</al><al>Provinciale wegen kunnen ook ruimte bieden voor het plaatsen van elementen die
                    geen verkeersfunctie hebben, of voor een gebruik anders dan voor
                    verkeersdoeleinden zoals evenementen. Hierbij spelen veel belangen een rol.
                    Omdat provinciale wegen in eerste instantie een verkeersfunctie vervullen, is de
                    centrale vraag in deze: hoe gaat de provincie als wegbeheerder om met verzoeken
                    tot het veranderen van wegen ten behoeve van elementen die geen verkeersfunctie
                    hebben of verzoeken om de weg te gebruiken op een andere manier dan conform haar
                    verkeersfunctie?</al><al>Deze regeling staat niet op zichzelf. Deze regeling is gebaseerd op de Wegenwet,
                    de Wegenverkeerswet 1994 en de Verordening wegen Noord-Brabant 2010 (Verordening
                    wegen). Tevens houdt deze regeling verband met wet- en (nadere) regelgeving op
                    andere beleidsterreinen, zoals milieu, flora en fauna en kunst en cultuur. Omdat
                    ook gemeenten en waterschappen zijn betrokken bij het leefbaar, veilig en
                    geordend inrichten van onze leefomgeving, is een goede afstemming noodzakelijk.
                    De provincie gaat daarom uit van een integrale afweging van belangen.</al><al>Voor het gebruik van de provinciale weg anders dan voor verkeersdoeleinden,
                    kunnen meerdere vergunningen, ontheffingen of toestemmingen nodig zijn. De
                    besluitvorming over een aanvraag voor een evenementenvergunning bijvoorbeeld is
                    in handen bij de burgemeester. Deze bevoegdheid vindt haar grondslag in artikel
                    174 van de Gemeentewet. Het derde lid van dit artikel bepaalt dat de
                    burgemeester belast is met de uitvoering van de verordeningen die betrekking
                    hebben op het toezicht op openbare samenkomsten en vermakelijkheden en bovendien
                    op de voor het publiek openstaande gebouwen en erven. Deze bevoegdheid hebben de
                    meeste gemeenten uitgewerkt in de Algemene plaatselijke verordening (Apv). De
                    burgemeester toetst een aanvraag voor een evenement aan de criteria openbare
                    orde, overlast, verkeersveiligheid of veiligheid van personen of goederen en tot
                    slot de zedelijkheid of gezondheid. Voor het daadwerkelijk afsluiten van een
                    gemeentelijke weg is het college van burgemeester en wethouders als wegbeheerder
                    bevoegd. Wanneer een evenement (al dan niet gedeeltelijk) plaatsvindt op een
                    provinciale weg, heeft de organisatie van het evenement naast de
                    evenementenvergunning van de burgemeester, ook een vergunning van Gedeputeerde
                    Staten nodig om de weg voor het evenement te gebruiken. Gedeputeerde Staten
                    toetsen de aanvragen aan de belangen die de Verordening wegen Noord-Brabant
                    beschermt. De specifieke criteria die hierbij gelden, hebben Gedeputeerde Staten
                    in deze regeling nader uitgewerkt. Voor evenementen op provinciale wegen gelden
                    dus zowel de Verordening wegen Noord-Brabant als de Apv. Dit is mogelijk omdat
                    beide verordeningen ieder voor zich eigen belangen beschermen en dus naast
                    elkaar werken. De burgemeester kan bij calamiteiten of andere situaties waarin
                    hij dat noodzakelijk vindt, op grond van artikel 172 en verder van de
                    Gemeentewet gebruik maken van zijn bevelbevoegdheden. Bijvoorbeeld: Een
                    evenement vindt binnen een gemeentelijke kern plaats. De nabij gelegen
                    provinciale weg is geen onderdeel van het evenemententerrein en bevat geen
                    tijdelijke verkeersmaatregelen ter regulering van het bezoekende verkeer. Het
                    evenement heeft echter een grote verkeersaantrekkende werking, met (mogelijk)
                    gevaar voor de (verkeers)veiligheid en openbare ordeverstoring. De burgemeester
                    kan dan de nabij gelegen provinciale weg afsluiten voor het verkeer, met als
                    doel een veilige omleidingroute of voldoende parkeerruimte te creëren. Op het
                    moment dat de burgemeester hiertoe besluit, doorkruist de burgemeester feitelijk
                    de bevoegdheden van de provinciaal wegbeheerder, omdat het hier een calamiteit
                    betreft. In de praktijk zal de organisatie van het evenement of de betreffende
                    gemeente, vóórdat het evenement plaatsvindt, met de provincie overleggen over
                    het gebruik van de weg en over het treffen van verkeersmaatregelen.</al><al><vet>Gedenktekens</vet> Bij de uitvoering van de zorgplicht voor haar wegen
                    leggen Gedeputeerde Staten de nadruk op maatregelen die sterk bijdragen aan het
                    terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers en op maatregelen met een grote
                    kosteneffectiviteit, zoals het aanleggen van vrijliggende fietspaden, het
                    aanleggen van semi-verhardingen in de bermen en het zorgen voor voldoende
                    obstakelvrije ruimte langs provinciale wegen. De inrichting van wegen en
                    bijbehorende bermen bestaat daarom in principe uit verkeersfunctionele
                    elementen, zoals verkeersborden, verkeerregelinstallaties en vangrails.</al><al>Ondanks alle maatregelen die Gedeputeerde Staten treffen, bestaat er altijd een
                    risico op het plaatsvinden van verkeersongelukken. Helaas zijn daarbij soms
                    slachtoffers te betreuren. Nabestaanden daarvan vragen regelmatig of zij een
                    gedenkteken ter plaatse van het ongeval mogen plaatsen. Rouwverwerking en andere
                    emotionele waarden spelen daarbij voor hen een belangrijke rol. Een gedenkteken
                    is in de Verordening wegen Noord-Brabant gedefinieerd als een niet aard- en
                    nagelvast voorwerp zonder verkeersfunctie op de weg dat dient ter nagedachtenis
                    aan één of meerdere dodelijke slachtoffers van een verkeersongeval dat op de weg
                    heeft plaatsgevonden.</al><al>Het plaatsen van gedenktekens op de weg kan in strijd zijn met diverse belangen.
                    Niet alle wegen bieden voldoende ruimte om, naast verkeersfunctionele elementen,
                    ook andere elementen zoals gedenktekens te plaatsen. De aanwezigheid van
                    gedenktekens kan leiden tot belemmering in de uitvoering van de zorgplicht voor
                    wegen. Gedenktekens kunnen leiden tot bezwaren van betrokkenen of veroorzakers
                    van het ongeval, van omwonenden en van andere weggebruikers. Bij de afweging van
                    deze belangen moeten Gedeputeerde Staten tevens in ogenschouw nemen dat zij geen
                    expliciete taak of kennis hebben om ondersteuning te bieden bij
                    rouwverwerking.</al><al>Omdat provinciale wegen in eerste instantie een verkeersfunctie vervullen en
                    Gedeputeerde Staten steeds vaker geconfronteerd wordt met ruimtegebrek, vinden
                    zij het van belang nader te regelen hoe zij met verzoeken voor gedenktekens en
                    andere monumenten op de weg omgaat. Voor het op zorgvuldige en emotioneel
                    verantwoorde wijze uitvoeren van dit beleid, laten Gedeputeerde Staten zich
                    bijstaan door een externe deskundige.</al><al><vet>Tot slot</vet>Deze regeling bevat geen hardheidsclausule. Gedeputeerde
                    Staten hebben in de voorbereiding op deze regeling alle vergunningaanvragen
                    beoordeeld die zij gedurende enkele jaren heeft ontvangen. Dit heeft geleid tot
                    een limitatief aantal veranderingen van de weg en een aantal manieren van het
                    gebruik van de weg die Gedeputeerde Staten willen toestaan en daarbij optimaal
                    te kunnen blijven voldoen aan de zorgplicht voor de weg. De limitatief opgesomde
                    soorten vergunningen voldoen aan de tot dusver gebleken maatschappelijke
                    behoefte, waardoor een hardheidsclausule niet noodzakelijk is. Afwijken van deze
                    regeling is daarom niet mogelijk.</al><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen algemeen</vet>Onder d Tegenwoordig staat de
                    naam voor nationaal kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en
                    openbare ruimte.</al><al>Onder h Voorbeelden van tot de weg behorende verkeersvoorzieningen zijn
                    verkeerstekens, kunstwerken, duikers, bomen en andere beplantingen, geleiders en
                    verlichting. Verkeerstekens zijn de tekens als bedoeld in artikel 3 van het
                    Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer; verkeersborden,
                    verkeerslichten en verkeerstekens op het wegdek. Uit artikel 6 van het Besluit
                    administratieve bepalingen inzake het wegverkeer volgt dat de volgende
                    markeringen in ieder geval tot verkeerstekens op het wegdek behoren:
                    doorgetrokken strepen aan de kant van de weg en op de as van de weg, gele
                    doorgetrokken en onderbroken strepen, blauwe strepen, parkeerplaatsen,
                    voetgangeroversteekplaatsen, blokmarkeringen bij een bushalte,
                    verdrijvingvakken, stopstrepen, voorsorteervakken, haaientanden, busbanen met
                    opschrift bus of lijnbus en markeringen ter geleiding van het verkeer,
                    herinnering aan de geldende maximumsnelheid en ter aanduiding van andere
                    omstandigheden.</al><al><vet>Artikel 2 Begripsbepalingen specifiek</vet> Onder a Voorbeelden van
                    activiteiten die op weggebruikers zijn gericht, zijn carpoolplaatsen, parkeer-
                    en rustplaatsen, wegrestaurants, autogarages en autoschadeherstelbedrijven.</al><al>Onder b Voorbeelden van toeristisch- recreatieve fiets- en wandelroutes zijn
                    LF-routes, Fietsknooppuntensysteem, ATB-routes en LAW-paden.</al><al>Onder c Een bouwbord bevat onder andere informatie over de duur van de
                    wegwerkzaamheden, de opdrachtgever, de opdrachtnemend aannemer, de uitvoerend
                    aannemer en contactinformatie, maar geen handelsreclame.</al><al>Onder i Kabels en leidingen met een openbare functie zijn kabels en leidingen
                    die een algemeen nut dienen. Dit zijn uitsluitend telecommunicatiekabels of
                    niet-gevulde mantelbuizen als bedoeld in de Telecommunicatiewet,
                    elektriciteitskabels, gasleidingen, waterleidingen of rioleringen en de perceel-
                    of huisaansluitingen hiervan, zoals de huisaansluiting op het elektriciteitsnet
                    of een leiding waarmee vanaf een perceel afval- of hemelwater op een provinciale
                    bermsloot wordt geloosd.</al><al>Onder k Voorbeelden van kunstwerken zijn aquaducten, viaducten, bruggen, tunnels
                    en duikers.</al><al>Onder l Voorbeelden van duurzame materialen zijn staal, beton en kunststof.</al><al>Onder o Voorbeelden van militaire objecten of terreinen zijn vliegbases,
                    kazernes en oefenterreinen.</al><al>Onder p Voorbeelden van mottoborden die gericht zijn op een gewenst
                    verkeersgedrag zijn borden in het kader van verkeerscampagnes zoals “Bob jij of
                    Bob ik?”, “Gordels om, ook achterin” en “Wij gaan weer naar school”.</al><al>Onder r Voorbeeld van een open verharding is een verharding door middel van
                    tegels.</al><al>Onder s Bijna alle oppervlaktewaterlichamen die tot een provinciale weg behoren
                    zijn bermsloten.</al><al>Onder ad Voorbeelden van winkelgebieden zijn outletcentra, woonboulevards,
                    tuinboulevards en autoboulevards.</al><al><vet>Artikel 3 Soorten vergunningen</vet> Provinciale wegen hebben, net als
                    iedere andere weg in Nederland, primair de functie om het verkeer zo veilig en
                    zo snel mogelijk af te wikkelen. Een duurzaam veilige inrichting van de weg en
                    een goede (onderhouds)kwaliteit dragen daaraan bij. Hiervoor is een bepaalde
                    hoeveelheid ruimte nodig. De wegen kunnen ook ruimte bieden voor veranderingen
                    die derden willen realiseren. Gelet op de belangen die Gedeputeerde Staten
                    moeten beschermen en de taken die zij hebben als wegbeheerder, kunnen zij niet
                    iedere verandering van de weg toestaan. Dit “nee, tenzij-principe” behoeft enige
                    nuancering, omdat ook andere provinciale beleidskaders van belang kunnen zijn
                    bij de afweging om bepaalde veranderingen van de weg al dan niet toe te staan.
                    Gedeputeerde Staten hebben daarom limitatief opgesomd welke veranderingen van de
                    weg zij, mits wordt voldaan aan de daarvoor gestelde vereisten, kunnen
                    toestaan.</al><al>Onder a Veranderingen van de weg die de provincie in het kader van de zorgplicht
                    voor wegen op haar eigen wegen uitvoert of laat uitvoeren, zijn op grond van de
                    Verordening wegen Noord-Brabant uitgezonderd van de vergunningplicht. Het Rijk,
                    andere provincies en gemeenten hebben ook een zorgplicht voor haar wegen. Het
                    kan voorkomen dat andere wegbeheerders in het kader van hun zorgplicht voor
                    wegen werkzaamheden (moeten) uitvoeren die gevolgen hebben voor een
                    Noord-Brabantse provinciale weg. Dit geldt ook voor de beheerder van het
                    spoorwegennet in Nederland. Gedeputeerde Staten kunnen vergunning verlenen voor
                    hun werkzaamheden op de weg. Dat geldt ook voor organisaties die namens of in
                    opdracht van een overheid taken uitvoeren, zoals ingehuurde aannemers of daartoe
                    ingestelde uitvoeringsorganisaties. Hierna zijn enkele voorbeelden
                    toegelicht.</al><al>Rijkswegen, provinciale wegen en gemeentelijke wegen sluiten op elkaar aan
                    teneinde een sluitend en veilig wegennetwerk te vormen. Door een rijksweg of
                    gemeentelijke weg op een provinciale weg aan te sluiten, wijzigt een andere
                    wegbeheerder de provinciale weg. Omdat de verandering geschiedt uit hoofde van
                    de zorgplicht voor wegen, kunnen Gedeputeerde Staten vergunning verlenen.</al><al>In het belang van de verkeersveiligheid plaatsen Gedeputeerde Staten verlichting
                    op de weg. Verlichting kan, met name binnen de bebouwde kom, ook andere belangen
                    dienen zoals het verbeteren van de sociale veiligheid. Gemeenten kunnen het
                    noodzakelijk vinden om op de provinciale weg, aanvullend op de aanwezige
                    verlichting, extra verlichting te plaatsen. Voor zover de extra verlichting de
                    verkeersveiligheid niet in het geding brengt kunnen Gedeputeerde Staten
                    vergunning verlenen. Voor wat betreft de uitvoering spelen esthetische belangen
                    en het belang van uniformiteit in de uitvoering van wegmeubilair binnen de
                    bebouwde kom voor gemeenten vaak een belangrijke rol. Gedeputeerde Staten
                    respecteren deze belangen en kunnen toestaan dat verlichting op de provinciale
                    weg binnen de bebouwde kom volgens gemeentelijke huisstijl wordt uitgevoerd. In
                    dat geval zullen Gedeputeerde Staten in de vergunning de voorwaarde opnemen dat
                    de gemeentelijk wegbeheerder de openbare verlichting plaatst, beheert en
                    onderhoudt.</al><al>Alvorens een andere wegbeheerder een verandering van de weg wil realiseren,
                    overleggen de betrokken partijen. Afhankelijk van de tijdsduur en de soort
                    werkzaamheden, kunnen Gedeputeerde Staten een vergunning verlenen of een
                    verkeersbesluit nemen. Bijvoorbeeld: Voor het aanleggen van een aansluiting van
                    een rijksweg op de provinciale weg, verlenen Gedeputeerde Staten vergunning.
                    Indien de bijbehorende werkzaamheden langer dan 4 maanden duren, dan nemen
                    Gedeputeerde Staten tevens een verkeersbesluit. Als de werkzaamheden korter
                    duren, dan bevat de vergunning voorschriften die verband houden met de wijze van
                    uitvoering. Indien de werkzaamheden geen permanente maar een tijdelijke
                    verandering van de weg tot gevolg hebben, kunnen Gedeputeerde Staten volstaan
                    met het verlenen van een vergunning voor de uitvoering van de werkzaamheden. Dit
                    geldt ook voor werkzaamheden van andere wegbeheerders die niet plaatsvinden op
                    de provinciale weg en activiteiten die in gemeenten plaatsvinden zoals
                    evenementen, waarvoor het noodzakelijk is dat op de weg omleiding- of
                    waarschuwingsborden worden geplaatst.</al><al>In provinciale wegen liggen zowel binnen als buiten de bebouwde kom
                    verschillende rotondes. De inrichting van provinciale rotondes is gericht op
                    doorstroming en verkeersveiligheid. De inrichting is bovendien onderhoudsarm.
                    Gemeenten hebben naast hun taken als wegbeheerder, identiek aan die van de
                    provincie, ook andere belangen bij de inrichting van rotondes. Met name binnen
                    de bebouwde kom kunnen voor rotondes ook esthetische belangen een rol spelen. De
                    provincie kan aan de gemeente vergunning verlenen voor het op alternatieve wijze
                    met beplanting inrichten van een rotonde gelegen binnen de bebouwde kom, of op
                    de grens daarvan.</al><al>Het kan voorkomen dat een andere overheidsorganisatie op grond van andere
                    wetgeving dan die over wegen bepaalde verplichtingen heeft, die van invloed is
                    op de provinciale wegen. Het meest bekende voorbeeld is de Wet geluidhinder.
                    Daarin is onder meer bepaald dat een gemeente voorzieningen moet treffen indien
                    de aanwezigheid van een weg meer geluidsoverlast veroorzaakt dan toegestaan. In
                    dat geval kan de gemeente bijvoorbeeld geluidwerende voorzieningen plaatsen op
                    een provinciale weg. Gedeputeerde Staten kunnen hiervoor vergunning
                    verlenen.</al><al>Onder b Werkzaamheden of activiteiten buiten de weg kunnen van invloed zijn op
                    de weg. Om de verkeersveiligheid en doorstroming op de weg te beschermen kunnen
                    verkeersmaatregelen op de weg, geplaatst door andere wegbeheerders of
                    organisaties, nodig zijn.</al><al>Onder c In wegen liggen veel kabels en leidingen. Het gaat om kabels ten dienste
                    van telecommunicatie, elektriciteitskabels, gasleidingen, waterleidingen,
                    rioleringen, et cetera. Voor het leggen, verleggen, onderhouden, repareren en
                    verwijderen daarvan is het vaak noodzakelijk de weg open te breken. Dit heeft
                    gevolgen voor de toegankelijkheid, veiligheid en kwaliteit van die wegen.</al><al>Onder d Artikel 14 van de Wegenwet bepaalt dat de eigenaar van een weg het
                    uitwegen daarop moet gedogen. Dit artikel stelt onder meer beperkingen aan de
                    privaatrechtelijke bevoegdheden van rechthebbenden ten aanzien van wegen. Deze
                    beperkingen vormen volgens de Hoge Raad (30 september 1987, nr. 1082,
                    NJ1989/781, NJO1989/3) echter geen beletsel om regels vast te stellen in het
                    belang van de vrijheid en veiligheid van het verkeer waarbij het zonder
                    vergunning maken of hebben van een uitweg verboden is en op grond van die regels
                    een vergunning tot uitweg te weigeren indien het genoemde belang door de
                    aangevraagde uitweg dreigt te worden geschaad.</al><al>Gedeputeerde Staten streven naar een duurzaam veilige inrichting van de wegen.
                    Uitwegen passen daarin in principe niet, omdat uitwegen potentiële
                    conflictpunten zijn. Een stijging van het aantal uitwegen betekent een stijging
                    van het aantal conflictpunten en dus een stijging van de verstoring voor het
                    ‘doorgaande’ verkeer. Dit geldt met name voor gebiedsontsluitingswegen en
                    stroomwegen omdat deze bedoeld zijn voor een goede doorstroming van het verkeer
                    en daarop dan ook zijn ingericht. Een andere reden om uitwegen te bestempelen
                    als potentiële conflictpunten is de waarneembaarheid ervan vanaf de weg. Omdat
                    uitwegen niet altijd voldoende of tijdig waarneembaar zijn, kunnen uitwegen
                    naast de doorstroming, ook de verkeersveiligheid aantasten. De aanwezigheid van
                    uitwegen vraagt namelijk om een bepaald attentie- en anticipatieniveau van
                    weggebruikers. Beide zijn (mede) afhankelijk van de functie van de weg en de
                    daarvoor geldende maximum snelheden.</al><al>Onder e Voor ontsluitingen van tankstationterreinen geldt dezelfde toelichting
                    als voor uitwegen. Ontsluitingen voor tankstationterreinen zijn bijzondere
                    uitwegen op de weg. Vanwege verschillen in het soort gebruik en de hoge
                    gebruiksintensiteit hebben Gedeputeerde Staten voor ontsluitingen van
                    tankstationterreinen specifieke regels vastgesteld.</al><al>Onder f Bewegwijzering draagt bij aan een veilige en vlotte afwikkeling van het
                    verkeer op de weg. Bewegwijzering is bedoeld voor het verwijzen van een route
                    naar steden, dorpen, objecten of terreinen. Voor het aanduiden van objecten en
                    terreinen op reguliere bewegwijzering conformeren Gedeputeerde Staten zich in
                    beginsel aan de Richtlijn bewegwijzering, publicatie 222 van het CROW en de
                    Richtlijn toeristische bewegwijzering, publicatie 262 van het CROW. Dit geldt
                    zowel voor de keus om objecten of terreinen al dan niet aan te duiden, als de
                    manier waarop, de vormgeving, maatvoering, de kleurstellingen van de borden en
                    de financiële gevolgen.</al><al>Onder g In het geval een object of terrein niet in aanmerking komt voor
                    aanduiding met behulp van reguliere bewegwijzering, kunnen Gedeputeerde Staten
                    vergunning verlenen voor aanduiding op een strokenbord.</al><al>Onder h De bijzondere aanduidingen die Gedeputeerde Staten kunnen toestaan, zijn
                    andere borden dan Gedeputeerde Staten als wegbeheerder op haar wegen plaatsen.
                    Bijzondere aanduidingen kunnen echter wel een bijdrage leveren aan de
                    verkeersveiligheid of andere belangen van weggebruikers dienen. Zo kan bebording
                    waarmee toeristisch-recreatieve fietsroutes worden aangeduid zoekend verkeer
                    voorkomen, ondanks dat deze borden geen functie voor de verkeersveiligheid
                    hebben. Zo hebben mottoborden een attentiewaarde en educatieve waarde richting
                    weggebruikers. Gebiedsaanduidingen hebben een oriënterende werking. Gedeputeerde
                    Staten willen dergelijke bijzondere aanduidingen daarom niet op voorhand
                    weigeren. Een bijzondere vorm van aanduiding is een zogenaamde blikvanger bij
                    een tankstation, een paal waarop merk en prijzen zijn vermeld. Deze regeling
                    voorziet niet in de mogelijkheid om een vergunning voor een blikvanger te
                    verlenen. Blikvangers behoren niet op de weg aanwezig te zijn, maar kunnen wel
                    op het tankstationterrein aanwezig zijn.</al><al>Onder i Voor provinciale wegen binnen de bebouwde kom zijn de mogelijkheden om
                    daarop een reclamebord toe te staan ruimer dan buiten de bebouwde kom. De
                    aanwezigheid van een reclamebord binnen de bebouwde kom of op een rotonde die
                    grenst aan de bebouwde kom levert minder conflicterende situaties op, dan een
                    reclamebord op de weg buiten de bebouwde kom. Dit komt door de verschillen in
                    weginrichting, weggebruik en toegestane snelheden.</al><al>Onder j Ten tijde van verkiezingen maken politieke partijen zich bekend door
                    verkiezingsposters en -borden te plaatsen. De posters en borden worden vaak op
                    de weg geplaatst of aan tot de weg behorende verkeersvoorzieningen bevestigd.
                    Dit kan gevolgen hebben voor de verkeersveiligheid en andere belangen die de
                    Verordening wegen beschermt. Gedeputeerde Staten kunnen vergunning verlenen voor
                    verkiezingsborden, voor de opschriften en inhoud van de posters en borden geldt
                    de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting.</al><al>Onder k Gedeputeerde Staten ontvangen regelmatig verzoeken van gemeenten om op
                    een rotonde een kunstobject te mogen plaatsen. Het Brabants Kenniscentrum voor
                    Kunst en Cultuur beoordeelt of een kunstobject voldoet aan kunstinhoudelijke
                    criteria.</al><al><vet>Artikel 4 Algemene vergunningvereisten</vet> Onder a Indien de aanvraag
                    betrekking op heeft op een wegvak waar tegelijkertijd werkzaamheden gepland
                    zijn, kan het voorkomen dat de aanvraag zich daarmee niet verenigt. Daarover
                    overleggen Gedeputeerde Staten dan met de aanvrager. Het kan voorkomen dat de
                    aanvrager, ondanks dat binnen een bepaalde tijd voorzienbaar is dat werken
                    plaatsvinden, toch de verandering wil realiseren. In dergelijke gevallen kunnen
                    Gedeputeerde Staten de vergunning verlenen onder voorwaarde van actieve
                    risicoaanvaarding van de zijde van de aanvrager.</al><al>Onder b De provincie is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de weg door deze
                    te onderhouden, in stand te houden en de bruikbaarheid te waarborgen.
                    Veranderingen van de weg mogen hieraan geen afbreuk doen.</al><al>Onder c Om het verkeer veilig en met een goede doorstroming te kunnen
                    afwikkelen, zijn op wegen verschillende verkeersvoorzieningen aanwezig. Deze
                    hebben een functie voor het verkeer, die door de aanwezigheid van de
                    aangevraagde verandering in het doel, de functionaliteit of in de
                    onderhoudsmogelijkheden niet mogen worden belemmerd.</al><al>Onder d Weggebruikers moeten voldoende zicht hebben om veilig op de weg te
                    kunnen rijden of de weg te verlaten. De verandering van de weg mag het uitzicht
                    van weggebruikers op de weg of het zicht op tot de weg behorende
                    verkeersvoorzieningen niet belemmeren.</al><al>Onder e Om een verandering van de weg te realiseren moet op het moment dat
                    Gedeputeerde Staten de aanvraag ontvangen voldoende fysieke ruimte beschikbaar
                    zijn. Gedeputeerde Staten zullen in beginsel geen ruimte creëren om een aanvraag
                    mogelijk te maken. Voor sommige veranderingen van de weg houden Gedeputeerde
                    Staten een obstakelvrije zone aan. Binnen die zone, gemeten vanuit de kant van
                    de rijbaanverharding, mogen geen andere objecten geplaatst worden dan tot de weg
                    behorende verkeersvoorzieningen. In welke gevallen een obstakelvrije zone van
                    toepassing is, blijkt uit de vereisten die voor de specifieke veranderingen van
                    de weg gelden.</al><al>Onder f en g Het kan voorkomen dat voornoemde vereisten onvoldoende toereikend
                    zijn voor het kunnen behandelen van een aanvraag. In dat geval zullen
                    Gedeputeerde Staten maatwerk leveren, waarbij ook nog niet nader genoemde
                    belangen die de Verordening wegen beschermt overwogen worden. Het betreft
                    bijvoorbeeld de belangen in het kader van doelmatig en zuinig energiegebruik,
                    het voorkomen van overlast en hinder en het voorkomen van schadelijke gevolgen
                    voor het milieu zoals bedoeld in de Wm of de Provinciale milieuverordening
                    Noord-Brabant 2010.</al><al>Dit artikel bevat de algemene vergunningvereisten. Voor specifieke veranderingen
                    van de weg hebben Gedeputeerde Staten specifieke vereisten vastgesteld. De
                    hierop volgende artikelen lichten de specifieke vereisten toe. Voor
                    veranderingen aan de weg die andere wegbeheerders uitvoeren uit hoofde van hun
                    zorgplicht voor wegen of andere wettelijke taken, voor verkeersmaatregelen in
                    verband met werkzaamheden of activiteiten buiten de weg en voor bijzondere
                    aanduidingen, stellen Gedeputeerde Staten geen specifieke vereisten. De algemene
                    vergunningvereisten volstaan.</al><al><vet>Artikel 5 Vergunningvereisten kabels en leidingen</vet> Eerste lid, onder a
                    Uit hogere regelgeving vloeit voort dat aanvragen om vergunningen in beginsel
                    moeten worden ingewilligd, als het gaat om kabels en leidingen met een openbare
                    functie. Bovendien geldt voor telecommunicatiekabels en niet-gevulde
                    mantelbuizen een gedoogplicht ingevolge artikel 5.2 van de Telecommunicatiewet.
                    Deze gedoogplicht mag niet worden gefrustreerd door de Verordening wegen. Verder
                    geldt voor werken ten behoeve van elektriciteitskabels en gasleidingen, die door
                    de wetgever op voorhand zijn aangemerkt als werken van algemeen nut, dat
                    Gedeputeerde Staten verplicht zijn om daarvoor een vergunning op grond van de
                    Verordening wegen te verlenen en deze ook te gedogen, ingevolge de
                    Belemmeringenwet Verordeningen en de Belemmeringenwet Privaatrecht. Dit geldt
                    ook voor waterleidingen en rioleringen, als het gaat om concrete werken die door
                    de Minister van Verkeer en Waterstaat als werken van algemeen nut zijn
                    aangemerkt. Als sprake is van onoverkomelijke bezwaren, bijvoorbeeld vanwege de
                    situering van de beoogde kabel of leiding ten opzichte van de weg, beplantingen
                    en andere kabels en leidingen, dan zullen Gedeputeerde Staten streven naar een
                    passende oplossing. Een passende oplossing kan bijvoorbeeld bestaan uit het
                    aanwijzen van een andere dan de beoogde locatie voor het (ver)leggen en in stand
                    houden van de desbetreffende kabel of leiding. Hierover zullen Gedeputeerde
                    Staten dan met de betrokkene(n) in overleg treden. Zij beschouwen dit streven
                    als een uitvloeisel van de beginselplicht tot vergunningverlening.</al><al>Voor kabels en leidingen zonder openbare functie geldt geen beginselplicht tot
                    vergunningverlening. Daarbij komt dat Gedeputeerde Staten ernaar streven dat zo
                    weinig mogelijk kabels en leidingen onder, in en op wegen liggen, om te
                    voorkomen dat wegen vaker moeten worden afgesloten en opengebroken dan strikt
                    noodzakelijk is, vanwege werkzaamheden die verband houden met het (ver)leggen,
                    onderhouden en repareren van (te veel) kabels en leidingen. Tot slot geldt dat
                    Gedeputeerde Staten de beperkte ruimte onder, in en op wegen zoveel mogelijk
                    willen reserveren voor kabels en leidingen met een openbare functie, die zij in
                    beginsel moeten dulden. Om deze redenen weigeren Gedeputeerde Staten aanvragen
                    om vergunningen voor het (ver)leggen en in stand houden van kabels en leidingen
                    zonder openbare functie.</al><al>Eerste lid, onder b Om te voorkomen dat de weg opengebroken moet worden voor
                    onderhoud aan kabels of leidingen, waardoor de doorstroming en veiligheid op de
                    weg in het geding zijn, liggen kabels of leidingen niet in de lengterichting
                    onder gesloten verhardingen van hoofdrijbanen of fietspaden. Kabels of leidingen
                    in bermen van wegen zijn bovendien veiliger bereikbaar indien daaraan onderhoud
                    of herstel moet plaatsvinden. Alleen indien in de berm van de weg onvoldoende
                    fysieke ruimte beschikbaar is, kunnen Gedeputeerde Staten voor het leggen van
                    telecommunicatie- en elektriciteitskabels onder gesloten verharding een
                    uitzondering maken, omdat deze kabels niet onderhoudsgevoelig zijn. Het leggen
                    van kabels en leidingen in de lengterichting onder een fietspad met een open
                    verharding is in beginsel wel toegestaan.</al><al>Eerste lid, onder c Kabels of leidingen kunnen alleen in kunstwerken worden
                    gelegd, als daarmee tijdens de bouw van het kunstwerk rekening is gehouden door
                    middel van speciaal daarvoor bestemde mantelbuizen of holle ruimten. In het
                    geval dat in een kunstwerk geen ruimte gereserveerd is voor kabels of leidingen,
                    staan Gedeputeerde Staten in het belang van het behoud van de constructie geen
                    nieuwe kabels of leidingen toe, indien niet reeds op het moment van de aanvraag
                    voldoende gereserveerde ruimte beschikbaar is. Gelet op het bepaalde in artikel
                    1.1, onder aa, van de Telecommunicatiewet heeft de gedoogplicht voor kabels als
                    bedoeld in de Telecommunicatiewet betrekking op kabels in openbare gronden.
                    Kunstwerken zijn daarvan onderdeel. Dit betekent dat indien een kunstwerk niet
                    beschikt over mantelbuizen of holle ruimten, de provincie de aanwezigheid van
                    een telecommunicatiekabel op een andere manier op of aan het kunstwerk moet
                    toestaan.</al><al>Eerste lid, onder d Indien kabels of leidingen moeten worden vervangen of
                    verlegd, staan Gedeputeerde Staten het (ver)leggen naar een locatie onder bomen
                    en struiken ter voorkoming van schade aan bomen of kabels en leidingen niet toe.
                    Kabels en leidingen moeten op een bepaalde afstand van beplantingen liggen. Die
                    afstand is in beginsel minimaal de afstand die gelijk is aan de helft van de
                    diameter van de kroon van de beplantingen. In bestaande situaties is dit echter
                    niet altijd mogelijk vanwege ruimtegebrek binnen het bestaande wegprofiel.
                    Maatwerk is derhalve vaak noodzakelijk. Gedeputeerde Staten overleggen met de
                    aanvrager over het tracé van de te (ver)leggen kabels en leidingen.</al><al>Tweede en derde lid Deze bepalingen hebben betrekking op onder andere het lozen
                    van hemelwater van percelen de weg op sloten die onderdeel zijn van de weg.</al><al><vet>Artikel 6 Vergunningvereisten uitwegen</vet> Eerste lid, onder a
                    Stroomwegen hebben een functie voor langeafstandsverkeer en vormen verbindingen
                    tussen steden, landsdelen en landen. Op stroomwegen gelden over het algemeen
                    maximum snelheden van 80 km/u of hoger. De aanwezigheid van uitwegen verenigt
                    zich daarmee in het belang van de verkeersveiligheid en doorstroming niet.</al><al>Eerste lid, onder b Uitwegen ontsluiten bij voorkeur op de weg van de laagste
                    orde. Het gestelde onder a geldt daarom ook voor nieuwe uitwegen op
                    gebiedsontsluitingswegen. Gedeputeerde Staten staan op die wegen geen nieuwe
                    uitwegen toe, tenzij geen andere ontsluitingsmogelijkheid beschikbaar is en
                    bundeling van uitwegen met naastgelegen percelen niet mogelijk is.
                    Gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom kunnen wel geschikt zijn voor
                    een uitweg, omdat het onderscheid tussen gebiedsontsluitingswegen binnen de
                    bebouwde kom en erftoegangswegen in de uitvoeringspraktijk moeilijk of niet
                    zichtbaar is.</al><al>Ter vermindering van het aantal conflictpunten geniet bundeling van uitwegen de
                    voorkeur boven ontsluiting van ieder individueel perceel. Gedeputeerde Staten
                    voeren met de betrokken perceeleigenaren overleg. Als de betrokkenen geen
                    overeenstemming bereiken èn de Gedeputeerde Staten moeten de aanvraag voor een
                    nieuwe uitweg, gelet op de belangen die de Verordening wegen beschermt,
                    weigeren, dan staat het de eigenaar van het niet ontsloten perceel nog vrij om
                    op grond van artikel 5:57 Burgerlijk Wetboek noodweg te vorderen ten laste van
                    een naburig erf. Een andere manier voor het bundelen van uitwegen is het
                    aanleggen van een parallelvoorziening waarop de aangrenzende percelen kunnen
                    ontsluiten. De uitvoerbaarheid van een dergelijke oplossing is afhankelijk van
                    onder meer ruimtelijke en financiële mogelijkheden.</al><al>Eerste lid, onder c Voor zover Gedeputeerde Staten een directe ontsluiting van
                    een perceel op de weg toestaan, staan zij ter voorkoming van het aantal
                    conflictpunten op de weg per perceel maximaal één uitweg toe. Indien het perceel
                    waarvoor een uitweg wordt aangevraagd al een uitweg heeft, weigeren Gedeputeerde
                    Staten de aanvraag om een nieuwe uitweg.</al><al>Eerste lid, onder d Weggebruikers die een uitweg verlaten dienen voorrang te
                    verlenen en hebben voldoende uitzicht nodig om veilig de weg op te rijden. De
                    aanwezigheid van bomen, abri’s, huizen en dergelijke kunnen het uitzicht
                    belemmeren. Hierover heeft het CROW in richtlijn 164 Handboek wegontwerp
                    verschillende aanbevelingen gegeven, zoals het hanteren van minimaal 5 meter
                    zicht vóór de kantstreep of kant wegverharding en minimaal 110 meter vrij
                    oprijzicht. In Noord-Brabant zijn echter door de aanwezigheid van bomenrijen
                    langs wegen niet alle aanbevelingen praktisch toepasbaar. Gedeputeerde Staten
                    volgen zo veel mogelijk de aanbevelingen van het CROW, maar dienen om praktische
                    redenen ook maatwerk te leveren.</al><al>Eerste lid, onder e Een uitweg is ondergeschikt aan de weginrichting of tot de
                    weg behorende verkeersvoorzieningen, zoals voorsorteervakken, opstelstroken,
                    middengeleiders en vangrails. De weginrichting of tot de weg behorende
                    verkeersvoorzieningen zullen niet worden veranderd of verplaatst om het veilig
                    in- en uitrijden van een uitweg mogelijk te maken.</al><al>Tweede lid Wanneer Gedeputeerde Staten in het kader van een omgevingsvergunning
                    een advies geven over een uitweg, dan toetsen zij de aanvraag aan de vereisten
                    als bedoeld in het eerste lid.</al><al><vet>Artikel 7 Vergunningvereisten ontsluitingen van tankstationterreinen</vet>
                    De artikelsgewijze toelichting van artikel 6 is van overeenkomstige
                    toepassing.</al><al>Tweede lid, onder a tot en met c Voorbeelden van percelen waarop activiteiten
                    plaatsvinden die op weggebruikers zijn gericht, zijn wegrestaurants en
                    autoschadeherstelbedrijven. Ter bevordering van de verkeersveiligheid en
                    doorstroming worden linksafbewegingen, zonder dat daartoe de weg is ingericht
                    met behulp van bijvoorbeeld linksafstroken, niet mogelijk gemaakt. Om
                    linksafbewegingen te voorkomen kunnen doorgetrokken strepen of verhoogde
                    middengeleiders op de weg aanwezig zijn. In het geval Gedeputeerde Staten een
                    ontsluiting van een tankstationterrein toestaan, dan zullen Gedeputeerde Staten
                    in de vergunning voorschrijven dat zij op kosten van de vergunninghouder de weg
                    wijzigen teneinde het veilig linksaf slaan mogelijk te maken, dan wel
                    linksafbewegingen te voorkomen. Over de kosten van dergelijke wegaanpassingen
                    overleggen Gedeputeerde Staten eerst met de aanvrager.</al><al>Derde lid Wanneer Gedeputeerde Staten in het kader van een omgevingsvergunning
                    een advies geven over een ontsluiting van een tankstationterrein, dan toetsen
                    zij de aanvraag aan de vereisten als bedoeld in het eerste van artikel 6 en het
                    tweede lid van dit artikel.</al><al><vet>Artikel 8 Vergunningvereisten aanduidingen van objecten of terreinen op
                        reguliere bewegwijzeringborden</vet> Onder a Het doel van bewegwijzering is
                    het met de grootst mogelijke zekerheid en veiligheid geleiden van de
                    weggebruiker naar diens bestemming. Om dit doel te kunnen bereiken, moet
                    bewegwijzering voldoen aan een aantal hoofdeisen, te weten uniformiteit,
                    continuïteit, leesbaarheid en begrijpelijkheid. De Nationale
                    Bewegwijzeringsdienst is verantwoordelijk voor het ontwerp van de
                    bewegwijzeringplannen en afstemming tussen de betrokken wegbeheerders.
                    Individuele objecten en terreinen kunnen op reguliere bewegwijzeringborden
                    aangeduid worden. Hiervoor gelden een aantal criteria. Alvorens daaraan te
                    toetsen, toetsen Gedeputeerde Staten eerst of de bestaande bewegwijzering
                    voldoet. Gedeputeerde Staten willen daarmee voorkomen dat te veel bebording op
                    de weg aanwezig is, waardoor onduidelijkheid kan ontstaan en de
                    verkeersveiligheid en doorstroming in het geding kunnen komen.</al><al>Onder b Gedeputeerde Staten volgen voor het al dan niet aanduiden van objecten
                    en terreinen met behulp van reguliere bewegwijzering, alsmede de wijze waarop,
                    de vormgeving, de maatvoering, de kleurstelling en de financiële gevolgen, de
                    richtlijn 222 Bewegwijzering. Voor de toeristisch-recreatieve objecten en
                    terreinen volgen Gedeputeerde Staten richtlijn 262 Toeristische bewegwijzering
                    van het CROW. Deze richtlijnen bevatten de soorten objecten en terreinen die op
                    reguliere bewegwijzeringborden kunnen worden aangeduid, alsmede de criteria
                    waaraan moet worden voldaan. Gedeputeerde Staten hebben de lijst aangevuld met
                    objecten en terreinen waarvan zij vinden dat aanduiding op reguliere
                    bewegwijzering tot de mogelijkheden moet behoren.</al><al>Artikel 4 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer
                    (Babw) bepaalt hoe de vormgeving van verkeersborden die geboden, verboden,
                    adviessnelheden en gevaren uitgevoerd moeten worden. Verkeersborden die overige
                    informatie voor weggebruikers bevatten moeten bestaan uit een rechthoekig bord
                    waarop de letters, cijfers of symbolen in een blauw veld zijn geplaatst. De
                    objecten en terreinen genoemd in dit artikel worden zo aangeduid. Van het
                    bepaalde in artikel 4 van het Babw mag uitsluitend worden afgeweken indien de
                    Minister van Verkeer en Waterstaat daartoe heeft besloten. De Minister heeft in
                    2009 besloten dat voor het aanduiden van toeristisch-recreatieve objecten en
                    terreinen als bedoeld in de richtlijn 262 Toeristische bewegwijzering van het
                    CROW een bruine kleurstelling mag worden gehanteerd. Dit geldt ook voor objecten
                    en terreinen die met behulp van strokenborden aangeduid worden.</al><al><vet>Artikel 9 Vergunningvereisten aanduidingen van objecten of terreinen op
                        strokenborden</vet> Onder a Objecten en terreinen die niet in aanmerking
                    komen voor aanduiding op reguliere bewegwijzeringborden, kunnen wel in
                    aanmerking komen voor aanduiding op een strokenbord.</al><al>Onder b Gedeputeerde Staten willen voorkomen dat te veel bebording op de weg
                    aanwezig is, waardoor onduidelijkheid kan ontstaan en de verkeersveiligheid en
                    doorstroming in het geding kunnen komen. Indien het object of terrein bereikt
                    kan worden door de reeds bestaande bewegwijzering op de provinciale weg te
                    volgen – de bewegwijzering met daarop de vestigingsplaats van het object of
                    terrein verwijst in de richting waar het object of terrein gevestigd is –, biedt
                    aanduiding met een strokenbord op de provinciale weg geen meerwaarde.</al><al> Onder c Gedeputeerde Staten staan niet meer dan 2 aanduidingen op strokenborden
                    toe per object of terrein per verschillende provinciale weg. In theorie kan het
                    voorkomen dat een object of terrein met behulp van 4 strokenborden aangeduid
                    wordt, in het geval het object of terrein via 2 provinciale wegen bereikt kan
                    worden.</al><al>Onder d Deze regeling is van toepassing voor alle provinciale wegen. Indien de
                    gemeente echter een eigen bewegwijzeringbeleid heeft vastgesteld, geldt een
                    uitzondering voor objecten en terreinen aan de provinciale weg binnen de
                    bebouwde kom. Gedeputeerde Staten kunnen in die gevallen toestaan dat aanduiding
                    naar die objecten of terreinen op de provinciale weg plaatsvindt volgens het
                    gemeentelijk beleid.</al><al>Onder e Aanvankelijk bepaalde dit vereiste dat een object of terrein moest
                    voorzien in bovenlokale belangen en gelegen zijn aan de provinciale weg buiten
                    de bebouwde kom. Dit vereiste bleek in de praktijk moeilijk hanteerbaar en
                    leidde tot een ongewenste hoeveelheid maatwerk. Gedeputeerde Staten blijven er
                    echter van uitgaan de meeste bezoekers aan objecten of terreinen die voorzien in
                    bovenlokale belangen niet of onvoldoende bekend zijn met de lokale
                    infrastructuur. Om zoekend verkeer te voorkomen en de bereikbaarheid te
                    verbeteren, kunnen deze objecten en terreinen in aanmerking blijven komen voor
                    een strokenbord op de provinciale weg. Gedeputeerde Staten hebben het
                    oorspronkelijke vereiste exacter ingevuld, door in bijlage 1 limitatief te
                    benoemen welke objecten en terreinen een bovenlokaal belang dienen. Voor
                    objecten en terreinen die gericht zijn op lokale belangen gaan Gedeputeerde
                    Staten ervan uit dat de locatie van het object of terrein bekend is bij de
                    plaatselijke bevolking. Het object of terrein trekt in verhouding tot objecten
                    en terreinen die gericht zijn op bovenlokale belangen minder zoekend verkeer
                    aan. Het aanduiden van dergelijke objecten en terreinen kan juist een afleidende
                    werking hebben en daarmee leiden tot verkeersonveiligheid of
                    doorstromingsproblemen. Bedrijven zoals boerenbedrijven, verkoop van fruit en
                    groente aan de weg of vanuit huis, thuiskappers en dergelijke komen daarom niet
                    in aanmerking voor aanduiding met een strokenbord.</al><al>Onder f Objecten en terreinen die rechtstreeks op de provinciale weg ontsluiten
                    met een uitweg, of een doodlopende zijweg met het karakter van een uitweg, zijn
                    direct ontsloten. In het geval dat dergelijke uitwegen niet tijdig en voldoende
                    zichtbaar zijn, kan een aanduiding onverwachte manoeuvres en rembewegingen van
                    weggebruikers voorkomen. Deze objecten en terreinen kunnen in aanmerking komen
                    voor een strokenbord. Indirect ontsloten objecten en terreinen zijn bereikbaar
                    via parallel- of zijwegen. Deze wegen zijn meestal in onderhoud bij de gemeente
                    (of een waterschap). Om die objecten en terreinen te bereiken moeten
                    weggebruikers minimaal twee afslaande bewegingen maken (van provinciale weg naar
                    gemeentelijke weg en gemeentelijke weg naar uitweg). Het plaatsen van één
                    strokenbord is dan niet voldoende. Omdat het merendeel van de benodigde
                    verwijzingen op de gemeentelijke wegen moeten worden geplaatst, is het
                    noodzakelijk dat de gemeente hiervoor toestemming verleent. Heeft de gemeente
                    geen toestemming verleend, dan heeft plaatsing van een strokenbord aan de
                    provinciale weg geen nut. Het uitsluitend plaatsen van een strokenbord op de
                    provinciale weg kan dan zelfs betekenen dat daardoor zoekend verkeer ontstaat op
                    het gemeentelijke wegennet, met alle mogelijke verkeersonveilige situaties van
                    dien. Dit is binnen de netwerkgedachte die Gedeputeerde Staten volgen niet
                    gewenst. Daarom zullen Gedeputeerde Staten naar objecten of terreinen met
                    bovenlokale belangen, die indirect ontsloten zijn, pas verwijzen als de gemeente
                    doorverwijst en daarvoor toestemming, vergunning of ontheffing heeft
                    verleend.</al><al><vet>Artikel 10 Vergunningvereisten reclameborden binnen de bebouwde kom</vet>
                    Borden anders dan borden ten behoeve van het verkeer hebben in principe een
                    afleidende werking op weggebruikers en kunnen daarom tot verkeersonveilige
                    situaties leiden. Gedeputeerde Staten achten het risico hierop in verband met de
                    hogere toegestane snelheden en de hogere verkeersintensiteiten op wegen buiten
                    de bebouwde kom hoger, dan op wegen binnen de bebouwde kom. Om die reden willen
                    Gedeputeerde Staten uitsluitend reclameborden op haar wegen binnen de bebouwde
                    kom toestaan. Verschillende gemeenten hebben een eigen vastgesteld beleid over
                    reclameborden, dat veelal betrekking heeft op het gebied binnen de bebouwde kom
                    en voorziet in lokale belangen. Gedeputeerde Staten willen ruimte bieden voor de
                    uitvoering van vastgesteld gemeentelijk beleid. Voorop gesteld dat door de
                    plaatsing van reclameborden op de provinciale weg binnen de bebouwde kom de
                    belangen die deze verordening beschermt niet in het geding komen, kunnen
                    Gedeputeerde Staten reclameborden op de weg binnen de bebouwde kom toestaan
                    conform het ter plaatse geldende beleid van de gemeente.</al><al><vet>Artikel 11 Vergunningvereisten verkiezingsborden binnen de bebouwde
                        kom</vet> Onder a Ten tijde van verkiezingen is het voor politieke partijen
                    gebruikelijk met behulp van borden aandacht voor de politieke partij te vragen.
                    De opschriften van dergelijke verkiezingsborden vallen onder de grondwettelijke
                    vrijheid van meningsuiting. Borden anders dan borden voor het verkeer hebben in
                    principe een afleidende werking op weggebruikers en kunnen daarom tot
                    verkeersonveilige situaties leiden. Gedeputeerde Staten achten het risico hierop
                    in verband met de hogere toegestane snelheden en de hogere verkeersintensiteiten
                    op wegen buiten de bebouwde kom hoger, dan op wegen binnen de bebouwde kom. Om
                    die reden kunnen Gedeputeerde Staten verkiezingsborden op haar wegen binnen de
                    bebouwde kom wel vergunnen, buiten de bebouwde kom niet.</al><al>Onder b Ter bescherming van onderhoudskwaliteit van bomen en tot de weg
                    behorende verkeersvoorzieningen mogen verkiezingsborden daaraan niet worden
                    bevestigd.</al><al><vet>Artikel 12 Vergunningvereisten kunstobjecten binnen de bebouwde kom</vet>
                    Eerste lid De vergunninghouder moet het kunstobject onderhouden. Omdat het
                    kunstobject is gelegen op de weg, gelden de algemeen geaccepteerde
                    veiligheidsvoorschriften die zijn vastgelegd in publicatie 96b van het CROW.
                    Gedeputeerde Staten verwachten van een andere wegbeheerder dat zij die
                    voorschriften kennen en juist kunnen toepassen aangezien zij daartoe – net als
                    de provincie Noord-Brabant – de wettelijke taak en deskundigheid heeft. Van een
                    derde, niet-wegbeheerder, verwachten Gedeputeerde Staten dezelfde deskundigheid
                    niet. Gedeputeerde Staten beschermen hiermee niet alleen de verkeersveiligheid
                    maar ook de persoonlijke veiligheid van niet-wegbeheerders. Vergunningaanvraag
                    ingediend door een andere partij dan een gemeente nemen Gedeputeerde Staten niet
                    in behandeling.</al><al>Tweede lid, onder a Alvorens Gedeputeerde Staten het aangevraagde kunstobject
                    kunnen toetsen op verkeersveiligheidscriteria, moet het BKKC een positief
                    kunstinhoudelijk oordeel hebben gegeven over het ontwerp van het kunstobject. De
                    aanvrager van het kunstobject dient zelf om dat oordeel over het ontwerp bij het
                    BKKC te vragen.</al><al>Tweede lid, onder b tot en met i Het kunstobject moet voldoen aan deze
                    verkeersveiligheidscriteria. Om een rotonde zo veilig mogelijk in te richten en
                    daarvoor voldoende fysieke ruimte beschikbaar te hebben, mag een kunstobject
                    niet meer dan 50% van de oppervlakte van het middenterrein innemen.</al><al>Derde lid Om de veiligheid en doorstroming op provinciale wegen te verbeteren,
                    heeft de provincie Noord-Brabant zich in het verleden geconformeerd aan het
                    duurzaam veilig inrichten van wegen en rotondes. Daarom worden deze
                    onderhoudsarm ingericht, om te voorkomen dat de verkeersveiligheid en
                    doorstroming wordt aangetast. Sommige weggedeelten of rotondes in provinciale
                    wegen kunnen geschikt zijn om daarop kunstobjecten te plaatsen. Het in beginsel
                    vrijgeven van alle provinciale wegen en alle daarin gelegen rotondes als
                    potentiële ruimte om daarop kunst te plaatsen, past niet bij de taak die de
                    provincie heeft als wegbeheerder. Voor kunst op provinciale wegen moet voldoende
                    ruimte beschikbaar zijn, naast de ruimte die nodig is voor het
                    wegbeheerderschap. Daarnaast is het geldende snelheidsregime beperkend van
                    toepassing. Er kunnen echter ook andere belangen gelden. Het middenterrein van
                    een rotonde kan door een gemeente gezien worden als markeringspunt, indien
                    daarop een kunstobject prijkt. Omdat voor wegen binnen de bebouwde kom lagere
                    snelheidsregimes gelden en de verkeersintensiteiten ten opzichte van provinciale
                    wegen buiten de bebouwde kom lager zijn, willen Gedeputeerde Staten aanvragen
                    voor kunst op rotondes binnen of op de grens van de bebouwde kom niet op
                    voorhand weren.</al><al><vet>Artikel 13 Kosten veranderen van de weg</vet> Eerste lid In beginsel voert
                    de provincie de vergunde veranderingen van de wegen (aanleg, verplaatsing,
                    wijziging en verwijdering) uit, of laat deze namens haar uitvoeren.
                    Veranderingen die een andere wegbeheerder op de provinciale weg uitvoert zijn
                    hiervan uitgezonderd. De andere wegbeheerders beschikken zelf over de
                    noodzakelijke kennis en kunde om als wegbeheerder op te treden. Gedeputeerde
                    Staten verbinden over de uitvoering wel voorschriften aan de vergunning. Voor de
                    kosten van de realisatie van de verandering van de weg geldt het
                    veroorzakerprincipe, inhoudende dat de vergunninghouder zowel de kosten van de
                    verandering van de weg, de kosten van aanpassing of herstel van de weg als de
                    kosten voor het plaatsen van noodzakelijke verkeersmaatregelen draagt. Hiervan
                    zijn op grond van artikel 153 Wegenverkeerswet 1994 uitgezonderd de
                    verkeerstekens die wegbeheerder op de weg plaatst. Artikel 33 van het Babw
                    bepaalt dat indien het bevoegd gezag op de weg verkeerstekens plaatst in verband
                    met activiteiten die in, op, boven of langs de weg worden ondernomen die niet
                    tot het normaal gebruik van de weg behoren, het bevoegd gezag de daarmee gepaard
                    gaande kosten ten laste mag brengen van degene die de activiteiten uitvoert. In
                    het geval dat de provincie als initiatiefnemer aan een weg werkzaamheden
                    uitvoert, kan het voorkomen dat in eerder verband toegestane veranderingen
                    verplaatst, gewijzigd of verwijderd moeten worden. In dat geval moeten
                    Gedeputeerde Staten de in het verleden verleende vergunning wijzigen, dan wel
                    intrekken. De kosten die in het kader van de wegwerkzaamheden gepaard gaan met
                    de verplaatsing, wijziging of verwijdering voor het deel dat tot de provinciale
                    weg behoort, betaalt de provincie. De vergunninghouder kan overigens ook een
                    verzoek om nadeelcompensatie indienen bij Gedeputeerde Staten, aangezien zij in
                    dit geval een wijzigings- of intrekkingbesluit hebben genomen.</al><al><vet>Artikel 14 Vereisten aanvraag</vet> Artikel 4:2 Awb bepaalt onder meer dat
                    een aanvraag wordt ondertekend en tenminste de naam en het adres van de
                    aanvrager, een dagtekening en een aanduiding van de beschikking die gevraagd
                    wordt bevat. Om een aanvraag zorgvuldig te kunnen behandelen en een
                    weloverwogen, goed gemotiveerd besluit te kunnen nemen, hebben Gedeputeerde
                    Staten voor specifieke veranderingen aanvullende gegevens nodig.</al><al><vet>Artikel 15 Onvolledige aanvraag</vet> Op grond van artikel 4:5 van de Awb
                    kunnen Gedeputeerde Staten besluiten om aanvragen die niet voldoen aan de
                    aanvraagvereisten als bedoeld in het artikel 13, niet in behandeling te nemen.
                    Alvorens hiertoe te besluiten bieden Gedeputeerde Staten de aanvrager éénmalig
                    de gelegenheid diens aanvraag aan te vullen. Gedeputeerde Staten achten hiervoor
                    een termijn van vier weken redelijk.</al><al>Het bij de aanvraag ontbreken van de toestemmingen als bedoeld in artikel 13,
                    eerste lid onder h, kan niet zonder meer leiden tot het buiten behandeling laten
                    van de aanvraag.</al><al><vet>Artikel 16 Begripsbepalingen specifiek</vet> Onder c Voorbeelden van
                    motorrijtuigen zijn bromfietsen, bussen, personenauto’s, landbouw- of
                    bostrekkers, motorfietsen, rijdende werktuigen en trekkers.</al><al>Onder h Voorbeelden van voertuigen zijn alle motorrijtuigen, aanhangwagens,
                    gehandicaptenvoertuigen, opleggers en fietsen.</al><al><vet>Artikel 17 Soorten vergunning</vet> Provinciale wegen hebben, net als
                    iedere andere weg in Nederland, primair de functie om het verkeer zo veilig en
                    zo snel mogelijk af te wikkelen. Een duurzaam veilige inrichting van de weg en
                    een goede (onderhouds)kwaliteit dragen daaraan bij. Gelet op de belangen die
                    Gedeputeerde Staten moeten beschermen en de taken die zij hebben als
                    wegbeheerder, vinden zij het van belang om een gebruik van de weg anders dan
                    waarvoor de weg is bedoeld, in beginsel niet toe te staan. Dit
                    nee-tenzij-principe behoeft enige nuancering, omdat ook andere belangen een rol
                    kunnen spelen bij de afweging om een bepaald gebruik van de weg al dan niet toe
                    te staan. Om die reden willen Gedeputeerde Staten in beginsel alleen het in dit
                    artikel genoemde gebruiken van de weg toestaan.</al><al>Eerste lid, onder a en b Evenementen hebben een veelal statisch karakter
                    aangezien deze – ongeacht de aard van het evenement – binnen een afgesloten of
                    afgebakend evenemententerrein plaatsvinden. De weg kan deel uitmaken van een
                    evenemententerrein. Evenementen op de weg zijn in beginsel in strijd met de
                    belangen die de Verordening wegen beschermt. Echter, Gedeputeerde Staten
                    realiseren zich dat met evenementen andere belangen een rol spelen, zoals
                    culturele of sportieve belangen. Gedeputeerde Staten erkennen dat en kunnen
                    evenementen toestaan, mits de belangen die de Verordening wegen beschermt niet
                    in het geding komen. Dit geldt ook voor wedstrijden. Voor wedstrijden met
                    voertuigen is niet de Verordening wegen van toepassing, maar artikel 10 juncto
                    artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994. Voor die wedstrijden geldt de
                    ontheffingplicht op grond van de Wegenverkeerswet 1994, niet de vergunningplicht
                    op grond van de Verordening wegen.</al><al>Eerste lid, onder c Voorbeelden van activiteiten niet zijnde evenementen of
                    wedstrijden, zijn het freteren van konijnen en het rapen van eikels in de bermen
                    van de weg gedurende het herfstseizoen. Het freteren van konijnen is op grond
                    van de Flora- en faunawet jaarlijks gedurende het jachtseizoen van 15 augustus
                    tot 31 januari vrijgesteld. Echter, indien het freteren plaatsvindt op de weg is
                    op grond van de Verordening wegen een vergunning vereist. Dit geldt ook voor
                    andere activiteiten die onder de werking van de Flora- en faunawet vallen en
                    plaatsvinden op de weg.</al><al>Eerste lid, onder d Voor het kunnen houden van een evenement of wedstrijd kan de
                    organisatie ervan het noodzakelijk vinden om voorwerpen in verband met het
                    evenement of de wedstrijd op de weg te plaatsen, zoals podia en tribunes.
                    Gedeputeerde Staten kunnen dit toestaan, mits de voorwerpen de kwaliteit van de
                    weg of tot de weg behorende verkeersvoorzieningen niet in het geding brengen,
                    bijvoorbeeld door omvang, materiaal of bevestigingswijze.</al><al>Eerste lid, onder e Gedeputeerde Staten ontvangen soms het verzoek om ruimte op
                    de weg beschikbaar te stellen voor de verkoop van bijvoorbeeld etenswaren en
                    dranken aan weggebruikers vanuit een verkoopwagen. Gedeputeerde Staten kunnen
                    standplaatsinname toestaan, voor zover de beoogde locatie voldoende
                    verkeersveilig is. Standplaatsinname direct op de weg in de berm ervan zullen
                    Gedeputeerde Staten daarom niet toestaan, parkeer- en carpoolplaatsen kunnen
                    hiervoor wel geschikt zijn.</al><al>Eerste lid, onder f Spandoeken kunnen een bijdrage leveren aan de belangen die
                    de Verordening wegen beschermt. Het betreft dan spandoeken waarop een boodschap
                    is vermeld in het kader van campagnes ter bevordering van de verkeersveiligheid,
                    zoals ‘Wij gaan weer naar school’. Spandoeken die geen attentiewaarde ten gunste
                    van de verkeersveiligheid en doorstroming hebben, zijn bijvoorbeeld spandoeken
                    met handelsreclame of waarop de aankondiging van een nationale collecte is
                    vermeld. Met uitzondering van spandoeken die een boodschap verkondigen in het
                    belang van de verkeersveiligheid, staan Gedeputeerde Staten buiten de bebouwde
                    kom geen spandoeken toe. Binnen de bebouwde kom kunnen Gedeputeerde Staten
                    spandoeken wel toestaan, mits deze de belangen die de Verordening wegen
                    beschermt niet in het geding brengen en een ander doel hebben dan het maken van
                    handelsreclame.</al><al>Eerste lid, onder g Bouwafvalcontainers en andere voorwerpen in het kader van
                    particuliere bouwwerkzaamheden hebben geen functie voor de weg of het verkeer.
                    Ter bescherming van de veiligheid en doorstroming moeten gebruikers deze daarom
                    op eigen grondgebied plaatsen. Het kan echter voorkomen dat dit niet mogelijk is
                    en dat de gebruiker dergelijke voorwerpen tijdelijk op de weg wil plaatsen.
                    Gedeputeerde Staten kunnen hiervoor vergunning verlenen.</al><al>Eerste lid, onder h Stoffen als bergen zand of hopen snoeiafval hebben geen
                    functie voor de weg of het verkeer. Ter bescherming van de veiligheid en
                    doorstroming moeten deze daarom op eigen grondgebied worden geplaatst. Het kan
                    echter voorkomen dat dit niet mogelijk is en dat de gebruiker de stoffen
                    tijdelijk op de weg wil plaatsen. Gedeputeerde Staten kunnen hiervoor vergunning
                    verlenen.</al><al>Tweede lid Voor wedstrijden met voertuigen is artikel 10, juncto artikel 148,
                    van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing. Dat artikel maakt onderscheid
                    tussen wedstrijden met voertuigen die plaatsvinden binnen één gemeente en
                    wedstrijden met voertuigen die plaatsvinden binnen meerdere gemeenten. In het
                    laatste geval zijn Gedeputeerde Staten bevoegd te beslissen voor zover het geen
                    wegen van het Rijk betreft.</al><al>Derde lid In het geval een wedstrijd met voertuigen plaatsvindt binnen één
                    gemeente is het college van Burgemeester en wethouders van die gemeente het
                    bevoegde gezag. Voor zover de wedstrijd geheel of gedeeltelijk plaatsvindt op de
                    weg dienen Burgemeester en Wethouders aan Gedeputeerde Staten te vragen of zij
                    geen bezwaar hebben tegen de wedstrijd. De artikelsgewijze toelichting behorende
                    bij artikel 10, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.</al><al><vet>Artikel 18 Algemene vergunningvereisten</vet> Onder a Gedeputeerde Staten
                    onderzoeken of volgens het BMIT werkzaamheden gepland zijn voor het wegvak
                    waarop de aanvraag betrekking heeft en zo ja, binnen welke termijn. In het geval
                    voor het betreffende wegvak werkzaamheden gepland zijn, kan het voorkomen dat de
                    aanvraag zich daarmee niet verenigt. In dergelijke gevallen kunnen Gedeputeerde
                    Staten de vergunning niet verlenen.</al><al>Onder b De provincie is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de weg door deze
                    te onderhouden, in stand te houden en de bruikbaarheid te waarborgen. Het
                    gebruiken van de weg mag hieraan geen afbreuk doen. Onder c Om het verkeer
                    veilig en met een goede doorstroming te kunnen afwikkelen, zijn op wegen
                    verschillende voorzieningen aanwezig, zoals verkeersregelinstallaties, openbare
                    verlichting, verkeersborden, vangrails en dergelijke. Deze voorzieningen hebben
                    een verkeersfunctie, die door het aangevraagde gebruik van de weg in het doel,
                    de functionaliteit of in onderhoudsmogelijkheden niet mogen worden
                    belemmerd.</al><al>Onder d Weggebruikers moeten voldoende zicht hebben om veilig op de weg te
                    kunnen rijden of de weg te verlaten. Het gebruiken van de weg mag het uitzicht
                    van weggebruikers op de weg of het zicht op tot de weg behorende
                    verkeersvoorzieningen niet belemmeren.</al><al>Onder e Om een weg te gebruiken moet op het moment dat Gedeputeerde Staten de
                    aanvraag ontvangen voldoende fysieke ruimte beschikbaar zijn. Gedeputeerde
                    Staten zullen geen ruimte creëren om een aanvraag mogelijk te maken. Voor
                    sommige voorwerpen houden Gedeputeerde Staten een obstakelvrije zone aan. Binnen
                    die zone, gemeten vanuit de kant van de rijbaanverharding, mogen geen andere
                    voorwerpen geplaatst worden dan tot de weg behorende verkeersvoorzieningen. In
                    welke gevallen een obstakelvrije ruimte van toepassing is, blijkt uit de
                    vereisten die voor de specifieke voorwerpen gelden.</al><al>Onder f De Verordening wegen beschermt niet alleen de verkeersveiligheid en
                    doorstroming. De verordening voorkomt ook overlast, hinder en schadelijke
                    gevolgen voor het milieu. Gedeputeerde Staten toetsen de aanvragen voor
                    evenementen bijvoorbeeld ook aan het bepaalde in de Provinciale
                    milieuverordening Noord-Brabant 2010, waarin onder andere stiltegebieden en
                    grondwaterbeschermingsgebieden zijn vastgelegd. Voor zover een provinciale weg
                    in een dergelijk gebied ligt, kunnen specifieke regels voor de toelaatbaarheid
                    van evenementen en wedstrijden van toepassing zijn.</al><al>Onder g Deze bepaling vindt onder meer toepassing in Natura 2000-gebieden waarin
                    een provinciale weg ligt. Voor Natura 2000-gebiden gelden specifieke regels.
                    Gedeputeerde Staten toetsen de aanvraag aan de specifieke regels die gelden voor
                    het betreffende Natura 2000-gebied waar de weg doorheen loopt.</al><al>Dit artikel bevat de algemene vergunningvereisten. Voor specifiek gebruik van de
                    weg hebben Gedeputeerde Staten specifieke vereisten vastgesteld. De hierop
                    volgende artikelen lichten de specifieke vereisten toe. Voor het gebruiken van
                    de weg voor activiteiten, niet zijnde evenementen en wedstrijden, en voorwerpen
                    in verband met evenementen of wedstrijden stellen Gedeputeerde Staten geen
                    specifieke vereisten. De algemene vergunningvereisten volstaan.</al><al><vet>Artikel 19 Vergunningvereisten evenementen</vet> Onder a Stroomwegen liggen
                    buiten de bebouwde kom en zijn bedoeld om steden, landsdelen of landen te
                    verbinden. Gebiedsontsluitingswegen liggen ook buiten de bebouwde kom en vormen
                    verbindende schakels tussen stroomwegen. Zowel stroom- als
                    gebiedsontsluitingswegen hebben een belangrijke functie voor de doorstroming
                    voor het verkeer en kennen maximum snelheden variërend van 70 km/u tot 120 km/u.
                    In het belang van de verkeersveiligheid, doorstroming en bereikbaarheid staan
                    Gedeputeerde Staten op deze wegen geen nieuwe evenementen toe. Hiervan zijn
                    uitgezonderd de evenementen die Gedeputeerde Staten in het verleden regelmatig
                    heeft toegestaan, mits deze in vorm, aard en karakter hetzelfde zijn gebleven.
                    Dit komt tot uitdrukking in de overgangsbepaling van deze regeling. Daarnaast
                    geldt dat het evenement meer dan een lokaal belang moet dienen. Gedeputeerde
                    Staten maken daarom onderscheid tussen internationale, nationale, regionale en
                    lokale evenementen en wedstrijden. Het onderscheid wordt bepaald door het
                    karakter of de betekenis van het evenement of de wedstrijd. Voorbeelden van
                    internationale evenementen en -wedstrijden zijn het Wereldkampioenschap voetbal,
                    jaarlijkse herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en onderdelen daarvan, zoals
                    Operatie Market Garden, en de Tour de France. Voorbeelden van nationale
                    evenementen en wedstrijden zijn de Luchtmachtdagen, Landmachtdagen, Koningsdag,
                    de Ronde van Nederland en de Acht van Chaam. Voorbeelden van regionale
                    evenementen en wedstrijden zijn de Bloemencorso Zundert, Volkel in de Wolken en
                    de Wielerronde van Maren-Kessel. Provinciale wegen binnen de bebouwde kom zijn
                    erftoegangswegen, of gebiedsontsluitingswegen met de inrichting of het karakter
                    van een erftoegangsweg. De maximumsnelheid binnen de bebouwde kom is meestal
                    bepaald op 50 km/u. Op deze wegen kunnen Gedeputeerde Staten wel een evenement
                    toestaan, omdat het risico op aantasting van de verkeersveiligheid, doorstroming
                    en bereikbaarheid minder is dan op stroomwegen en gebiedsontsluitingswegen
                    buiten de bebouwde kom. Voorbeelden van lokale evenementen en wedstrijden zijn
                    carnavalsoptochten, Sinterklaasoptochten, kermissen, braderieën, jaar- en
                    rommelmarkten. Ondanks dat puzzel-, foto- of oriëntatieritten niet alleen binnen
                    de bebouwde kom plaatsvinden, beschouwen Gedeputeerde Staten deze als
                    wedstrijden van lokaal belang.</al><al>Onder b Een evenement kan uitsluitend op de weg plaatsvinden indien maatregelen
                    getroffen worden die ertoe bijdragen dat het risico op aantasting van de
                    verkeersveiligheid, doorstroming en bereikbaarheid zo klein mogelijk wordt
                    gemaakt. Een omleidingroute is daarom bij de meeste evenementen en wedstrijden
                    noodzakelijk.</al><al><vet>Artikel 20 Vergunningvereisten wedstrijden, niet zijnde wedstrijden met
                        voertuigen</vet>In tegenstelling tot bij evenementen, is bij wedstrijden
                    sprake van prestatievergelijkingen tussen deelnemers of voertuigen waarbij een
                    prijs, beloning of aandenken in het vooruitzicht wordt gesteld. Gelet op het van
                    toepassing zijnde juridische kader, onderscheiden Gedeputeerde Staten
                    wedstrijden met voertuigen, waar onder wedstrijden met motorrijtuigen, en
                    wedstrijden zonder voertuigen. Voor wedstrijden met voertuigen is de
                    Wegenverkeerswet 1994 van toepassing. Voor wedstrijden zonder voertuigen de
                    Verordening wegen. Voor het al dan niet toestaan van wedstrijden zonder
                    voertuigen passen Gedeputeerde Staten dezelfde vereisten toe als bij
                    evenementen. De artikelsgewijze toelichting behorende bij artikel 20 is daarom
                    van overeenkomstige toepassing.</al><al><vet>Artikel 21 Vergunningvereisten standplaatsen</vet> Standplaatsen op de weg
                    of in de berm kunnen onverwachte gedragingen van weggebruikers tot gevolg
                    hebben, met alle risico’s voor de verkeersveiligheid en doorstroming van dien.
                    Gedeputeerde Staten staan daarom standplaatsen niet toe op de weg, met
                    uitzondering van de daartoe behorende parkeer- en carpoolplaatsen. Met het oog
                    op het behoud van voldoende ruimte per parkeer- en carpoolplaats kunnen
                    Gedeputeerde Staten daarom maximaal één standplaatsinname per parkeer- en
                    carpoolplaats toestaan.</al><al><vet>Artikel 22 Vergunningvereisten spandoeken</vet> Eerste lid, onder c Ter
                    bescherming van onderhoudskwaliteit van tot de weg behorende
                    verkeersvoorzieningen mogen spandoeken daaraan niet worden bevestigd.</al><al>Tweede lid, onder b Spandoeken mogen niet boven de weg komen te hangen teneinde
                    veilige doorrijhoogten te garanderen.</al><al><vet>Artikel 23 Vergunningvereisten voorwerpen bouw- of onderhoudswerkzaamheden
                        buiten de weg</vet> Gedeputeerde Staten staan voorwerpen op de weg in
                    verband met bouw- of onderhoudswerkzaamheden buiten de weg uitsluitend toe als
                    de belangen die de Verordening wegen beschermt niet in het geding komen. Ter
                    bescherming van de obstakelvrije ruimte moet de voorwerpen zo dicht mogelijk bij
                    het perceel van de eigenaar of gebruiker worden geplaatst. Het zo dicht mogelijk
                    bij het perceel van de eigenaar of gebruiker plaatsen dient er tevens toe het
                    zicht van weggebruikers te beschermen en de mogelijkheden van Gedeputeerde
                    Staten om de uitvoering van onderhoud aan de weg en tot de weg behorende
                    verkeersvoorzieningen te behouden.</al><al><vet>Artikel 24 Vergunningvereisten stoffen</vet> De artikelsgewijze toelichting
                    behorende bij artikel 22 is van overeenkomstige toepassing.</al><al><vet>Artikel 25 Ontheffing wedstrijd met voertuigen in meerdere gemeenten</vet>
                    Eerste lid Gedeputeerde Staten staan wedstrijden met motorrijtuigen op de
                    provinciale weg niet toe, omdat de weg daarvoor niet geschikt is. In Nederland
                    zijn daarvoor geschikte circuits beschikbaar.</al><al>Tweede lid Het in het vooruitzicht stellen van een prijs, beloning of aandenken
                    maakt een activiteit tot een wedstrijd (Rechtbank Maastricht, 15-02-1977, VR
                    1977, 91). Puzzel-, foto- of oriëntatietoertochten zijn daarom wedstrijden. Voor
                    zover deze met motorrijtuigen plaatsvinden zouden Gedeputeerde Staten dergelijke
                    wedstrijden op grond van het tweede lid niet toestaan. Echter, voor dergelijke
                    wedstrijden geldt dat de deelnemers en voertuigen zich moeten houden aan de
                    geldende regels en vereisten zoals vastgelegd in de wegenverkeerswetgeving.
                    Daarom hebben Gedeputeerde Staten hiervoor een uitzondering gemaakt.</al><al><vet>Artikel 26 Verklaring van geen bezwaar wedstrijd met voertuigen binnen één
                        gemeente</vet> Eerste lid De artikelsgewijze toelichting behorende bij
                    artikel 24, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.</al><al>Tweede lid De artikelsgewijze toelichting behorende bij artikel 24, tweede lid,
                    is van overeenkomstige toepassing.</al><al><vet>Artikel 27 Kosten gebruiken van de weg</vet> Voor de kosten van het
                    gebruiken van de weg geldt het veroorzakerprincipe, inhoudende dat de
                    vergunninghouder de kosten ervan draagt.</al><al><vet>Artikel 28 Vereisten aanvraag</vet> Artikel 4:2 Awb bepaalt onder meer dat
                    een aanvraag wordt ondertekend en tenminste de naam en het adres van de
                    aanvrager, een dagtekening en een aanduiding van de beschikking die gevraagd
                    wordt bevat. Om een aanvraag zorgvuldig te kunnen behandelen en een
                    weloverwogen, goed gemotiveerd besluit te kunnen nemen, hebben Gedeputeerde
                    Staten voor specifieke veranderingen aanvullende gegevens nodig.</al><al><vet>Artikel 29 Termijnen aanvraag</vet> Om tijdig een besluit te kunnen nemen,
                    hebben Gedeputeerde Staten voldoende tijd nodig voor het behandelen van de
                    aanvraag. Hiervoor hebben Gedeputeerde Staten verschillende termijnen
                    vastgesteld.</al><al><vet>Artikel 30 Onvolledige aanvraag</vet> Op grond van artikel 4:5 van de Awb
                    kunnen Gedeputeerde Staten besluiten om aanvragen die niet voldoen aan de
                    aanvraagvereisten als bedoeld in artikel 3 niet in behandeling te nemen.
                    Alvorens hiertoe te besluiten bieden Gedeputeerde Staten de aanvrager éénmalig
                    de gelegenheid diens aanvraag aan te vullen. Gedeputeerde Staten achten hiervoor
                    een termijn van twee weken redelijk.</al><al><vet>Artikel 31 Begripsbepalingen specifiek</vet> Onder a Gedeputeerde Staten
                    beschouwen familieleden en vrienden als naasten.</al><al>Onder b NEN-normen zijn raadpleegbaar op www.nen.nl.</al><al><vet>Artikel 32 Vereisten plaatsing</vet> Gedeputeerde Staten staan aard- en
                    nagelvaste gedenktekens niet toe. Aard- en nagelvaste gedenktekens vormen een
                    obstakel voor de uitvoering van de zorgplicht en kunnen leiden tot vertragingen
                    bij de uitvoering van infrastructurele projecten. Zou een gedenkteken leiden tot
                    een verandering van de weg als bedoeld in artikel 4 van de Verordening wegen
                    Noord-Brabant 2010, dan staan Gedeputeerde Staten dat ook niet toe. Deze
                    regeling biedt hiertoe geen vergunningmogelijkheid.</al><al>Ondanks dat Gedeputeerde Staten er van uitgaan dat gedenktekens door de
                    nabestaanden verwijderd worden na verloop van enige rouwtijd, kunnen sommige
                    nabestaanden behoefte hebben aan aanwezigheid van een gedenkteken voor een
                    langere periode. Enige beperking in dat geval is dat het gedenkteken een sober
                    karakter heeft qua aard en verschijningsvorm. Het gedenkteken mag dus niet de
                    uitstraling van graf of monument hebben. Voorbeelden van toegestane gedenktekens
                    zijn een gedenktegel, zwerfkei, knuffelbeest of bosje bloemen.</al><al>Onder a Gedeputeerde Staten staan gedenktekens uitsluitend toe indien deze
                    geplaatst worden naar aanleiding van een verkeersongeval op een provinciale weg,
                    waarbij één of meerdere dodelijke verkeersslachtoffers zijn gevallen. De redenen
                    hiervoor zijn ten eerste dat Gedeputeerde Staten als wegbeheerder uitsluitend
                    beleid kunnen voeren dat betrekking heeft op de wegen die onder haar bevoegdheid
                    vallen. Daarnaast wensen Gedeputeerde Staten uitsluitend gedenktekens toe te
                    staan die direct verband houden met het gebruik van de provinciale weg. In de
                    uitvoeringspraktijk is gebleken dat er ook behoefte bestaat aan het plaatsen van
                    andere gedenktekens, bijvoorbeeld ter nagedachtenis aan op provinciale wegen
                    omgekomen (huis)dieren of historische gebeurtenissen. Gelet op de belangen die
                    Gedeputeerde Staten moeten beschermen als wegbeheerder en gelet op het beoogde
                    gebruik van provinciale wegen, staan Gedeputeerde Staten dergelijke gedenktekens
                    echter niet toe.</al><al>Onder c De maximale afmetingen dienen om afleiding of uitzichtvermindering van
                    weggebruikers te voorkomen.</al><al>Onder d Een gedenkteken wordt zo ver mogelijk verwijderd van de hoofdrijbaan
                    geplaatst, dus in de berm tussen het fietspad of de parallelweg en de sloot.
                    Uitsluitend indien dit niet mogelijk is, is het toegestaan het gedenkteken in de
                    berm die rechtstreeks grenst aan de hoofdrijbaan te plaatsen. De reden die
                    hieraan ten grondslag ligt, is dat Gedeputeerde Staten willen voorkomen dat
                    eventuele bezoekers aan het gedenkteken zichzelf of weggebruikers op de
                    hoofdrijbaan in gevaar brengen. Voor de bezoekers aan een gedenkteken gelden te
                    allen tijde de verkeersregels zoals vastgelegd in de
                    wegenverkeerswetgeving.</al><al>Onder e Uit onderdeel d volgt dat Gedeputeerde Staten uitsluitend gedenktekens
                    op de grond in de berm van de weg toestaan. Gedenktekens bevestigd aan
                    verkeerstekens, bomen, bruggen, vangrails, palen en dergelijke kunnen
                    weggebruikers afleiden en daarmee de verkeersveiligheid in het geding brengen.
                    Bovendien willen Gedeputeerde Staten schade ontstaan door bevestiging van
                    gedenktekens aan tot de weg behorende verkeersvoorzieningen voorkomen.</al><al>Onder f Om afleiding van weggebruikers te voorkomen is verlichting van of bij
                    een gedenkteken, anders dan eventueel reeds in de berm aanwezige openbare
                    verlichting, niet toegestaan. Ook kaarsjes en andere vormen van verlichting zijn
                    niet toegestaan.</al><al>Onder g Gedenktekens mogen de belangen die de Verordening wegen Noord-Brabant
                    beschermt niet in het geding brengen. De verkeersveiligheid mag niet in het
                    geding komen door de aanwezigheid van gedenktekens. Gedeputeerde Staten stellen
                    voor de vormgeving geen expliciete vereisten anders dan met betrekking tot de
                    grootte, omdat zij nabestaanden in de gelegenheid willen stellen om een
                    gedenkteken naar eigen voorkeur vorm te geven. Nabestaanden kunnen zo een
                    gedenkteken kiezen dat het beste past bij de wijze van gedenken en het te
                    gedenken verkeersslachtoffer, waarbij blijft gelden dat het in aard en
                    verschijningsvorm geen graf of monument is.</al><al><vet>Artikel 33 Vereisten onderhoud</vet> Onder b Met veilig, milieuvriendelijk
                    en energiebewust onderhoud aan het gedenkteken wordt bedoeld dat de manier van
                    onderhoud de verkeersveiligheid niet in het geding brengt. Bovendien mogen de
                    manier van onderhoud en de daarbij gebruikte middelen geen schade aan de bodem,
                    het grondwater of de luchtkwaliteit veroorzaken.</al><al><vet>Artikel 34 Termijn aanwezigheid</vet> Omdat Gedeputeerde Staten
                    nabestaanden van dodelijke verkeersslachtoffers die een gedenkteken op de weg
                    willen plaatsen niet willen belasten met administratieve procedures zoals het
                    indienen van een aanvraag om vergunning, hebben Gedeputeerde Staten het plaatsen
                    van gedenktekens buiten de vergunningplicht die geldt voor het veranderen van de
                    weg gehouden. Voorwaarde om dat te kunnen doen, is dat voor het plaatsen van een
                    gedenkteken de weg niet veranderd wordt. Gedeputeerde Staten beschouwen
                    gedenktekens daarom als niet aard- en nagelvaste voorwerpen die tijdelijk, of in
                    ieder geval niet permanent, op de weg aanwezig zijn. Gedenktekens die voldoen
                    aan deze regeling mogen daarom in principe voor onbepaalde tijd op de weg
                    aanwezig blijven. Toch kan het voorkomen dat een gedenkteken moet worden
                    verwijderd of verplaatst, indien de uitvoering van de zorgplicht voor wegen dat
                    verlangt. De uitvoering van de zorgplicht voor wegen is een continu proces.
                    Daarbij kan het voorkomen dat bestaande wegen gereconstrueerd of verlegd moeten
                    worden. Dat geschiedt in het algemeen belang van verkeersveiligheid,
                    doorstroming of bereikbaarheid. Omdat een gedenkteken voorziet in een
                    individueel belang, wordt een gedenkteken zo nodig verwijderd of verplaatst. Dit
                    kan bijvoorbeeld nodig zijn bij de uitvoering van een infrastructureel project
                    of bij belemmering in het onderhoud van de weg. Alvorens te verwijderen of te
                    verplaatsen, treden Gedeputeerde Staten in overleg met de nabestaande, als die
                    bekend is.</al><al><vet>Artikel 37 Overgangsrecht</vet> Deze regeling bevat geen overgangsrecht
                    voor aanvragen die Gedeputeerde Staten ontvingen vóórdat deze regeling in
                    werking trad, maar waarop zij nog niet hebben beslist. Het principe van
                    overgangsrecht is de onmiddellijke werking. Een nieuwe regeling is niet slechts
                    van toepassing op hetgeen na haar inwerkingtreding voorvalt, doch ook op hetgeen
                    bij haar inwerkingtreding reeds bestond, zoals bestaande rechtsposities en
                    verhoudingen (onmiddellijke werking). Een vóór de inwerkintreding ingediende
                    aanvraag valt dus niet automatisch onder de oude regeling maar “koud” onder de
                    nieuwe, tenzij in de nieuwe regeling nadrukkelijk wordt afgeweken. Provinciale
                    Staten hebben daarover in de Verordening wegen niets bepaald. Aanvragen die
                    Gedeputeerde Staten ontvingen terwijl de Regeling veranderen en gebruiken van
                    wegen Noord-Brabant van toepassing was maar waarop zij nog niet beslist hebben,
                    behandelen zij daarom onder het regime van deze regeling.</al><al>Eerste lid Deze overgangbepaling voorkomt dat vergunningen die werden verleend
                    op grond van de Verordening wegen en de regelingen die met artikel 17 van deze
                    regeling zijn ingetrokken, komen te vervallen. De datum 1 mei 2006 is gekozen
                    omdat sinds het inwerkingtreden van de Verordening wegen Noord-Brabant 2006
                    Gedeputeerde Staten in verschillende regelingen een goed en consistent
                    vergunningbeleid hebben vastgelegd op basis waarvan vergunningenaanvragen
                    getoetst werden. Vóór de inwerkingtreding van de Wegenverordening Noord-Brabant
                    2006 was daarvan nog onvoldoende sprake.</al><al>Tweede lid Voor bestaande veranderingen van de weg die zijn gerealiseerd zonder
                    dat Gedeputeerde Staten vergunning hebben verleend en waarbij sprake is van
                    strijdigheid met deze regeling, kunnen Gedeputeerde Staten niet alsnog een
                    vergunning verlenen. De belanghebbende dient de niet vergunbare verandering
                    binnen één jaar nadat deze door Gedeputeerde Staten is geconstateerd te
                    verwijderen. Na het verstrijken van die periode kunnen Gedeputeerde Staten
                    handhavend optreden, tenzij de belanghebbende kan aantonen dat de verandering al
                    meer dan vijf jaar aanwezig is zonder dat Gedeputeerde Staten aan de
                    belanghebbende hebben laten weten dat de verandering strijdig is met de geldende
                    verordening of regeling. Er is dan sprake van zogenaamd passief gedogen en in
                    dat geval wordt een vergunning geacht te zijn verleend. Willen Gedeputeerde
                    Staten daarna nog handhavend optreden, dan dienen zij de vergunning die geacht
                    wordt te zijn verleend, in te trekken. Hiertegen staat rechtsbescherming op
                    grond van de Awb open. Is de verandering korter dan vijf jaar aanwezig zonder
                    daartoe strekkende vergunning en is legalisatie niet mogelijk, dan kunnen
                    Gedeputeerde Staten wel direct handhavend optreden.</al><al>Derde lid Deze overgangbepaling voorkomt dat vergunningen die werden verleend op
                    grond van de Verordening wegen en de regeling die met artikel 18 van deze
                    regeling is ingetrokken komen te vervallen.</al><al>Vierde en vijfde lid Het beginsel is dat Gedeputeerde Staten geen nieuwe
                    evenementen of wedstrijden op de weg buiten de bebouwde kom toestaan. Echter,
                    sommige evenementen of wedstrijden zijn inmiddels een traditie geworden.
                    Gedeputeerde Staten willen dergelijke evenementen en wedstrijden kunnen blijven
                    toestaan en scharen de evenementen en wedstrijden die jaarlijks of tweejaarlijks
                    plaatsvonden op de weg vóór de inwerkingtreding van de regeling Beleidsnota
                    Wegenbeheer, module B3 Vergunningen voor het gebruik van de weg onder deze
                    overgangsbepaling. Voorwaarde is wel dat vorm, aard en karakter moeten in ieder
                    geval hetzelfde zijn gebleven. Die regeling trad in werking op 15 maart 2007. Om
                    te voorkomen dat de weg in verband met een evenement of wedstrijd vaker dan
                    thans het geval is moet worden afgesloten, staan Gedeputeerde Staten evenementen
                    die daarvoor hebben plaatsvonden op de weg buiten de bebouwde kom alsmede nieuwe
                    evenementen niet toe.</al><al>Zesde en zevende lid Deze regeling is van toepassing op alle bestaande en nieuwe
                    gedenktekens, echter niet voor aard- en nagelvaste gedenktekens. De regeling
                    Beleidsnota Wegenbeheer, module B6 Gedenktekens, in werking getreden op 21
                    augustus 2008, bevat een eerbiedigende overgangsregeling die nog niet is
                    verlopen bij de inwerkingtreding van deze regeling.</al><al>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>de voorzitter</al></entry><entry><al> de secretaris</al></entry></row><row><entry><al>prof. dr. W.B.H.J. van de Donk</al></entry><entry><al>drs. W.G.H.M. Rutten</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>