<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>296253_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van
                vergunningen voor het parkeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oosterhout</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-05-28</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=2a">Wegenverkeerswet 1994, art. 2a </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-09-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                databankenrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-10-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>0004079</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE OOSTERHOUT;</al><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 augustus
                        2004.</al><al>Gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">artikel 149 van de Gemeentewet</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=2a">artikel 2a van de Wegenverkeerswet</extref>,</al><al>BESLUIT:</al><al>Vast te stellen de Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de
                        verlening van vergunningen voor het parkeren.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk id="afdeling-i-definities-en-begripsomschrijvingen-"><kop><titel>Afdeling I: Definities en begripsomschrijvingen.</titel></kop><artikel id="artikel-1"><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)">RVV 1990</extref>: het Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens van 26 juli 1990, Staatsblad 459;</al></li><li nr="b."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)">RVV 1990;</extref></al></li><li nr="c."><al>Parkeren: het gedurende de aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die
                                    nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
                                    uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen
                                    van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor openbaar verkeer
                                    openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten
                                    staan niet ingevolge een wettelijke voorschrift is
                                    verboden.</al></li><li nr="d."><al>houder van een motorrijtuig: degene die naar de omstandigheden
                                    als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien
                                    verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het -
                                    krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994">Wegenverkeerswet 1994</extref> - aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens
                                    naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van
                                    het parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="e."><al>huishouden: één of meerdere personen die samen op één adres
                                    wonen en er samenleven, in de zin van samen in hun dagelijkse
                                    levensbehoefte voorzien, vormen een huishouden.</al></li><li nr="f."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="g."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="h."><al>vergunninghouderplaats: een parkeerplaats die </al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 (uit <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)">bijlage I van het RVV 1990</extref>, of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 (uit
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)">bijlage I van het RVV 1990</extref> met het
                                            opschrift zone, voorzover deze plaats niet is
                                            uitgezonderd;</al></li></lijst></li><li nr="i."><al>parkeervergunning: een door Burgemeester en Wethouders verleende
                                    vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorrijtuig
                                    te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                                    belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="j."><al>vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan
                                    wie een vergunning is verleend.100%</al></li><li nr="k."><al>Bewonersvergunning (A-vergunning): een vergunning ten behoeve
                                    van de eigenaar of houder van een motorvoertuig, die als bewoner
                                    in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op een
                                    adres staat ingeschreven en van wie het adres een zelfstandige
                                    woning betreft, in een gebied waar het vergunningengebied van
                                    kracht is.</al></li><li nr="l."><al>Bedrijfsvergunning (B-vergunning): een vergunning ten behoeve
                                    van bedrijven die als bedrijf op een adres staat ingeschreven in
                                    een gebied waar het vergunningengebied van kracht is.</al></li><li nr="m."><al>Onderhoudsvergunning (C-vergunning): een vergunning ten behoeve
                                    van bedrijven of personen die tijdelijk werkzaam zijn in een
                                    gebied waar het vergunningengebied van kracht is.</al></li><li nr="n."><al>Bezoekersvergunning (D-vergunning): een vergunning, in de vorm
                                    van een kraskaart, ten behoeve van bezoekers van de bewoners in
                                    het vergunningengebied welke maximaal één dag geldig is.</al></li><li nr="o."><al>Zorgvergunning (E-vergunning): een vergunning ten behoeve
                                    zorgverlenende instanties zonder winstoogmerk, die vanwege het
                                    zorgverlenende karakter snel en op korte afstand van hun
                                    cliënten moeten kunnen komen.</al></li><li nr="p."><al>Hotelvergunning (F-vergunning): een vergunning ten behoeven van
                                    de gasten van de hotels die gelegen zijn in het
                                    vergunningengebied.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk id="afdeling-ii-plaatsen-voor-vergunninghouders-vergunningen-en-vergunningbewijzen"><kop><titel>Afdeling II: Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel id="artikel-2-aanwijzen-plaatsen-en-tijden"><kop><titel>Artikel 2: Aanwijzen plaatsen en tijden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan, bij openbaar te
                                    maken besluit, weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het
                                    parkeren door vergunninghouders.</al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan bij openbaar te
                                    maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren
                                    aan vergunninghouders is toegestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-3-aanvraag-parkeervergunning"><kop><titel>Artikel 3: Aanvraag parkeervergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en Wethouders kunnen op een daartoe strekkende
                                    aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op
                                    vergunninghouderplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Een parkeervergunning kan worden verleend aan: </al><lijst><li nr="a."><al>de eigenaar of houder van een motorvoertuig, wanneer
                                            deze volgens het gemeentelijke basisadministratiesysteem
                                            woont in een gebied waar vergunninghouderplaatsen en/of
                                            mede door vergunninghouders te gebruiken
                                            parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn
                                            (bewonersvergunning), dan wel;</al></li><li nr="b."><al>de rechtspersoon, die gevestigd is en/of het beroep of
                                            bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                            vergunninghouderplaatsen en/of mede door
                                            vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                            aanwezig zijn (bedrijfsvergunning), dan wel;</al></li><li nr="c."><al>degene, die woont in een gebied waar
                                            belanghebbendenplaatsen en/of mede door
                                            vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                            aanwezig zijn, ten behoeve van het parkeren van
                                            motorvoertuigen van degene die hem of haar bezoekt, te
                                            noemen een bezoekersvergunning.</al></li><li nr="d."><al>het bedrijf, dat een motorvoertuig nodig heeft bij het
                                            verrichten van herstel-, onderhouds- of daarmee gelijk
                                            te stellen werkzaamheden, voor zover dit voertuig voor
                                            het uitvoeren van die werkzaamheden in de onmiddellijke
                                            omgeving van de betreffende locatie moet worden
                                            geparkeerd (onderhoudsvergunning), dan wel;</al></li><li nr="e."><al>de instantie met een zorgverlenende functie, zonder
                                            winstoogmerk (zorgvergunning)</al></li><li nr="f."><al>hotels die gevestigd zijn in een gebied waar
                                            vergunninghouderplaatsen en/of mede door
                                            vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                            aanwezig zijn (hotelvergunning)</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en Wethouders kunnen in bijzondere gevallen een
                                    vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders die niet
                                    voldoen aan één van de in het tweede lid genoemde
                                    voorwaarden.</al></li><li nr="4."><al>Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                                    betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met
                                    betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht
                                    is.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en Wethouder kan aan een vergunning nadere
                                    voorschriften of beperkingen, anders bedoeld als in het vorige
                                    lid, verbinden. Deze voorschriften mogen alleen strekken tot
                                    bescherming van het belang van beschikbare ruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-4-aanvragen"><kop><titel>Artikel 4: Aanvragen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en Wethouders kunnen, met inachtneming van het
                                    bepaalde in de volgende leden van dit artikel, regels
                                    (beleidsregels) geven voor het aanvragen en verlenen van een
                                    vergunning.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en Wethouders geven binnen acht weken na ontvangst
                                    van een aanvraag voor een vergunning een beschikking.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en Wethouders kunnen de in het tweede lid genoemde
                                    termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging
                                    van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis
                                    gesteld.</al></li><li nr="4."><al>Een besluit tot afwijzing van een aanvraag is met reden
                                    omkleed.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-5-geldigheidsduur-parkeervergunning"><kop><titel>Artikel 5: Geldigheidsduur parkeervergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een parkeervergunning wordt voor ten hoogste twaalf maanden
                                    verleend.</al></li><li nr="2."><al>Nadat een eerste vergunning is verleend, kan een vergunning voor
                                    aansluitende tijdvakken worden verlengd door voldoening van de
                                    verschuldigde belasting door de vergunninghouder minimaal één
                                    maand voor het verstrijken van de lopende
                                    vergunningstermijn.</al></li><li nr="3."><al>Bij niet tijdige betaling vervalt de parkeervergunning van
                                    rechtswege.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-6-gegevens"><kop><titel>Artikel 6: Gegevens</titel></kop><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het weggedeelte of gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder en/of het kenteken of een ander
                                    kenmerk van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is
                                    verleend;</al></li><li nr="d."><al>de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning verbonden
                                    zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-7-wijzigingen"><kop><titel>Artikel 7: Wijzigingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Vergunninghouder is verplicht elke wijziging in de
                                    omstandigheden die relevant zijn voor het verlenen van een
                                    vergunning, onmiddellijk aan burgemeester en wethouders kenbaar
                                    te maken.</al></li><li nr="2."><al>Wijziging van het voertuig of van het kenteken van het voertuig,
                                    van (bedrijfs)naam of -adres van vergunninghouder dienen
                                    onmiddellijk aan burgemeester en wethouders te worden
                                    doorgegeven.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-8-intrekken-of-wijzigen-vergunning"><kop><titel>Artikel 8: Intrekken of wijzigen vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en Wethouders kunnen een parkeervergunning
                                    intrekken of wijzigen: </al><lijst><li nr="a."><al>Op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de
                                            vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar
                                            uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de
                                            omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van
                                            de vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                            vergunningen komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan
                                            de vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
                                            onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></li><li nr="2."><lijst><li nr="a."><al>Een besluit tot het intrekken of wijzigen van een
                                            vergunning is met redenen omkleed. De betrokkene wordt
                                            van het intrekken of wijzigen van de vergunning
                                            schriftelijk in kennis gesteld;</al></li><li nr="b."><al>Een besluit tot intrekken of wijzigen van een vergunning
                                            wordt eerst genomen nadat de houder van de vergunning in
                                            de gelegenheid is gesteld binnen een door het bevoegde
                                            orgaan te stellen termijn zijn oordeel kenbaar te maken
                                            omtrent het voornemen tot het nemen van dit besluit.
                                            Deze bepaling blijft buiten toepassing in spoedeisende
                                            gevallen en geldt voorts niet wanneer de wijziging of
                                            intrekking een groot aantal vergunningen betreft.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien de parkeervergunning is ingetrokken op grond van lid 1
                                    sub e. of f. wordt een aanvraag voor een parkeervergunning door
                                    dezelfde vergunninghouder, binnen 6 maanden na intrekking
                                    geweigerd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk id="afdeling-iii-verbodsbepalingen"><kop><titel>Afdeling III: Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel id="artikel-9"><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om enig voertuig, niet zijnde een motorvoertuig
                                    te plaatsen of te laten staan: </al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een vergunninghouderplaats.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp
                                    op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of
                                    te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                    belemmerd of verhinderd.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                    bepaalde uit het eerste lid van dit artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-10"><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze, met andere
                                    middelen, of met andere munten, dan aangegeven op of nabij de
                                    parkeerapparatuur, in werking te stellen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de
                                    tijden waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is
                                    toegestaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een motorvoertuig te parkeren indien de
                                            parkeerapparatuur niet in werking is gesteld of niet
                                            onmiddellijk na aanvang van het parkeren in werking
                                            wordt gesteld;</al></li><li nr="b."><al>een motorvoertuig geparkeerd te houden indien de
                                            parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
                                            verstreken.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid onder a vervatte verbod geldt niet wanneer
                                    aan de eigenaar of houder van het motorvoertuig een vergunning
                                    is verleend voor het parkeren op de betreffende categorie
                                    parkeerplaatsen, het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is
                                    voorzien van een vergunning en niet gehandeld wordt in strijd
                                    met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.</al></li><li nr="4."><al>Het in het tweede lid vervatte verbod is niet van toepassing op
                                    parkeerapparatuurplaatsen waar op grond onder a van de
                                    verordening parkeerbelastingen naheffingsaanslagen worden
                                    opgelegd wegens het niet betalen van verschuldigde
                                    parkeergeld.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                    bepaalde in het tweede lid van dit artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel id="artikel-11"><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                    vergunninghouderplaats slechts aan vergunninghouders is
                                    toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te
                                    houden: </al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is
                                            voorzien van de vergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                            voorschriften.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                    bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk id="afdeling-iv-strafbepaling"><kop><titel>Afdeling IV: Strafbepaling</titel></kop><artikel id="artikel-12"><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van het hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel><artikel id="artikel-13"><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20strafvordering/article=141">artikel 141 van het Wetboek van strafvordering</extref> genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door het college van burgemeester en wethouders
                            aangewezen ambtenaren belast.</al></artikel><artikel id="artikel-14-diefstal-verlies-of-vermissing"><kop><titel>Artikel 14: Diefstal, verlies of vermissing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In geval van verlies of vermissing van een vergunning op naam
                                    wordt géén duplicaatvergunning verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>In geval van verlies of vermissing van een vergunning op
                                    kenteken kan een duplicaatvergunning worden verstrekt.</al></li><li nr="3."><al>In geval van diefstal van vergunning wordt slechts een duplicaat
                                    verstrekt indien van de diefstal aangifte is gedaan bij de
                                    politie en tegen overlegging van het proces-verbaal.</al></li><li nr="4."><al>Alle kosten, verbonden aan de uitgifte van
                                    duplicaat-vergunningen zijn voor rekening van de
                                    vergunninghouder.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk id="afdeling-v-overgangs-en-slotbepalingen"><kop><titel>Afdeling V: Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel id="artikel-15"><kop><titel>Artikel 15</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Parkeerverordening
                            2005”.</al><lijst><li nr="1."><al>Deze vergunning treedt in werking op een door burgemeester en
                                    wethouders bij openbaar besluit bekend te maken datum.</al></li><li nr="2."><al>Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                    “Parkeerverordening 1996”.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21 september 2004.</al><al>De raad voornoemd,</al><al>voorzitter,</al><al>griffier,</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Toelichting op de Parkeerverordening Oosterhout 2004</titel></kop><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Ten aanzien van lid e – de omschrijving van huishouden het volgende –, indien
                    meerdere huishoudens op één adres wonen dient aangetoond te worden dat er tussen
                    deze huishoudens onderling geen familie- en / of samenlevingsverband is. Dit kan
                    door:</al><lijst><li nr="•"><al>Als hoofdbewoner (huishouden) aan te tonen dat huurcontracten zijn
                            gesloten met andere bewoners (huishoudens op het zelfde adres.</al></li><li nr="•"><al>Als huurder, een huurcontract met de hoofdbewoner te overleggen.</al></li><li nr="•"><al>Aan te tonen dat er geen samenlevingscontract, huwelijksverband of
                            familieverband bestaat tussen de huishoudens onderling.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>Dit artikel geeft aan dat burgemeester en wethouders ten allen tijde de
                    mogelijkheid hebben wijzigingen ten aanzien van de plaatsen en de tijden in te
                    voeren.</al><al>Los hiervan staat het heffen van rechten voor het uitgeven van de vergunning. De
                    tarifering. Dit gebeurt op basis van de ‘Verordening op de heffing en de
                    invordering van de parkeerbelastingen’</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>In dit artikel worden de basisvoorwaarden voor het in aanmerking komen voor een
                    parkeervergunning vastgelegd. In de beleidsregel is meer specifiek aangegeven
                    aan welke criteria de aanvrager dient te voldoen alvorens een vergunning te
                    verkrijgen. Dit is onder meer gedaan omdat het middels de beleidsregel
                    eenvoudiger is om mutatie is in criteria van de aanvragen door te voeren zonder
                    dat de parkeerverordening aangepast dient te worden.</al><al><vet>Artikel 4 lid 1</vet></al><al>De formulering van dit artikel biedt burgemeester en wethouders de mogelijkheid
                    in te spelen op nieuwe ontwikkelingen in de technologie (aanvragen via internet)
                    maar geeft ook de mogelijkheid om via aanvragen te bepalen welke gegevens
                    noodzakelijk worden geacht om een aanvraag voor een parkeervergunning te kunnen
                    beoordelen.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid tot het voor een kortere periode verlenen van
                    een vergunning dan een jaar.</al><al><vet>Artikelen 6, 7 en 8</vet></al><al>De bepalingen uit deze artikelen zien toe op een correcte verloop van de
                    procedures tot verlenen van een vergunning en het naleven van de voorwaarden.
                    Handelen in strijd met de vergunningvoorwaarden of het verstrekken van onjuiste
                    gegevens levert gedurende een half jaar een weigeringsgrond op bij het verlenen
                    van een vergunning.</al><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>Deze bepalingen zijn opgenomen om fraude met de parkeervergunning tegen te gaan
                    en minder lucratief te maken.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>