<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR295205_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening Súdwest-Fryslân 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Súdwest-Fryslân</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Súdwest-Fryslân</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.gemeentesudwestfryslan.nl/">ta jo tsjinst</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Súdwest-Fryslân 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/volledig/geldigheidsdatum_28-03-2013#TitelIII">artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/Hoofdstuk1/geldigheidsdatum_28-03-2013">artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0004825/volledig/geldigheidsdatum_28-03-2013#Opschrift">artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-06-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regelgeving</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening Súdwest-Fryslân 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De raad van de gemeente Súdwest-Fryslân;</al><al> gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 november
                        2012;</al><al> gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 2a van de Wegenverkeerswet
                        1994 en artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                        1990;</al><al> overwegende dat een juridisch kader nodig is voor het verlenen van
                        parkeervergunningen en - ontheffingen die in verschillende kernen van de
                        gemeente worden verleend.;</al><al> b e s l u i t:</al><al> vast te stellen de:</al><al><vet>Parkeerverordening Súdwest-Fryslân 2013</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al> a. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al><al/><al> b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990
                            met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van
                            het RVV 1990;</al><al/><al> c. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                            staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is
                            voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
                            personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op
                            binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande
                            terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge
                            een wettelijk voorschrift is verboden;</al><al/><al> d. houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven
                            kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de
                            Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens;</al><al/><al> e. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van
                            verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting
                            overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al><al/><al> f. parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting
                            wordt geheven door middel van parkeerapparatuur;</al><al/><al> g. belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die:</al><al> i. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 , of</al><al> ii. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van
                            het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is
                            uitgezonderd;</al><al/><al> h. parkeerverbodszoneplaats: een parkeerplaats waar een parkeerverbod
                            geldt die:</al><al> i. is aangeduid met bord E1 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of</al><al> ii. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van
                            het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is
                            uitgezonderd;</al><al/><al> i. parkeerschijfzoneplaats: een parkeerplaats die is voorzien van een
                            blauwe streep, waar het parkeren van een motorvoertuig op meer dan twee
                            wielen slechts is toegestaan indien het motorvoertuig overeenkomstig het
                            bij ministeriële regeling bepaalde is voorzien van een duidelijk
                            zichtbare parkeerschijf;</al><al/><al> j. vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens
                            welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                            aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen;</al><al/><al> k. ontheffing: een door het college verleende ontheffing op grond van
                            artikel 87 van het RVV krachtens welke het wordt toegestaan te parkeren
                            bij een parkeerverbodszoneplaats (art. 62, verkeersteken E1) of een
                            parkeerschijfzoneplaats zonder dat het motorvoertuig is voorzien van een
                            duidelijk zichtbare parkeerschijf (art. 25 van het RVV);</al><al/><al> l. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie
                            een vergunning is verleend;</al><al/><al> m. ontheffinghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie
                            een ontheffing is verleend;</al><al/><al> n. autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van
                            motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke
                            personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan
                            één huishouden;</al><al/><al> o. autodateplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig
                            bestemd voor autodate.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>PLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDERS, VERGUNNINGEN EN
                            VERGUNNINGBEWIJZEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                                aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders.
                                Het college kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als
                                bedoeld in artikel 3, derde lid. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van
                                een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een vergunning kan worden verleend aan:</al><al> a. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in een
                                gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders
                                te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie
                                I);</al><al/><al> b. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of
                                bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede
                                door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van diens
                                beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een
                                motorvoertuig te parkeren (categorie II);</al><al/><al> c. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die eigenaar is van
                                een zelfstandige recreatiewoning in een gebied waar
                                belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken
                                parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie III);</al><al/><al> d. een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor
                                autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied waar
                                belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken
                                parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie IV).</al><al/></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
                                aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet
                                aan één van de in het derde lid genoemde vereisten. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal
                                uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie
                                vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
                                verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een vergunning voor
                                categorie IV kan het college voorschriften en beperkingen verbinden
                                die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of
                                beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of
                                schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet
                                milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van
                                selectief autogebruik. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag
                                voor een vergunning. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten
                                hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn
                                wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een vergunning wordt voor ten hoogste 5 jaar verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><al> a. de periode waarvoor de vergunning geldt;</al><al/><al> b. het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al><al/><al> c. de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><al> Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al><al> a. op verzoek van de vergunninghouder;</al><al/><al> b. wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep
                            of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de vergunning is
                            verleend;</al><al/><al> c. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden
                            die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;</al><al/><al> d. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                            komt te vervallen of wordt gewijzigd;</al><al/><al> e. wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn
                            betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;</al><al/><al> f. wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                            vergunning verbonden voorschriften;</al><al/><al> g. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                            gegevens zijn verstrekt;</al><al/><al> h. om redenen van openbaar belang.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>PLAATSEN VOOR ONTHEFFINGHOUDERS, ONTHEFFINGEN EN
                            ONTHEFFINGBEWIJZEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                                aanwijzen waarvoor ontheffingen kunnen worden verleend. Het college
                                kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in
                                artikel 8, derde lid.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren aan ontheffinghouders is
                                toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een ontheffing
                                verlenen voor het parkeren op een parkeerverbodszoneplaats of een
                                parkeerschijfzoneplaats.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van
                                een ontheffing.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een ontheffing kan worden verleend aan:</al><al> a. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in een
                                gebied waar parkeerverbodszoneplaatsen of parkeerschijfzoneplaatsen
                                aanwezig zijn (categorie I);</al><al/><al> b. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of
                                bedrijf uitoefent in een gebied waar parkeerverbodszoneplaatsen of
                                parkeerschijfzoneplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het in
                                het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is
                                in dat gebied een motorvoertuig te parkeren (categorie II);</al><al/><al> c. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die eigenaar is van
                                een zelfstandige recreatiewoning in een gebied waar
                                parkeerverbodszoneplaatsen of parkeerschijfzoneplaatsen aanwezig
                                zijn (categorie III);</al><al/><al> d. een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor
                                autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied waar
                                parkeerverbodszoneplaatsen of parkeerschijfzoneplaatsen aanwezig
                                zijn (categorie IV).</al><al/></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het college kan in bijzondere gevallen een ontheffing ook verlenen
                                aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet
                                aan één van de in het derde lid genoemde vereisten. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal
                                uit te geven ontheffingen per aaneengesloten gebied en per categorie
                                vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Het college kan aan een ontheffing voorschriften en beperkingen
                                verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een ontheffing voor
                                categorie IV kan het college voorschriften en beperkingen verbinden
                                die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of
                                beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of
                                schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet
                                milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van
                                selectief autogebruik.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag
                                voor een ontheffing. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten
                                hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn
                                wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een ontheffing wordt voor ten hoogste 5 jaar verleend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De ontheffing bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><al/><al> a. de periode waarvoor de ontheffing geldt;</al><al/><al> b. het gebied waarvoor de ontheffing geldt;</al><al/><al> c. de naam van de ontheffinghouder of het kenteken van het
                                motorvoertuig waarvoor de ontheffing is verleend.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><al> Het college kan een ontheffing intrekken of wijzigen:</al><al> a. op verzoek van de ontheffinghouder;</al><al/><al> b. wanneer de ontheffinghouder niet meer woonachtig is of geen beroep
                            of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de vergunning of
                            ontheffing is verleend;</al><al/><al> c. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden
                            die relevant waren voor het verlenen van de ontheffing;</al><al/><al> d. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van ontheffingen
                            komt te vervallen of wordt gewijzigd;</al><al/><al> e. wanneer de ontheffinghouder niet of niet tijdig aan zijn
                            betalingsverplichting voor zijn ontheffing heeft voldaan;</al><al/><al> f. wanneer de ontheffinghouder handelt in strijd met de aan de
                            ontheffing verbonden voorschriften;</al><al/><al> g. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de ontheffing onjuiste
                            gegevens zijn verstrekt;</al><al/><al> h. om redenen van openbaar belang.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>VERBODSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats of een autodateplaats slechts aan
                                vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren
                                of geparkeerd te houden:</al><al> a. zonder vergunning;</al><al> b. zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van
                                de voor dat motorvoertuig afgegeven vergunningsbewijs;</al><al> c. in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het is ontheffinghouders verboden gedurende de tijden waarop
                                ontheffing is verleend voor het parkeren bij
                                parkeerverbodszoneplaatsen en parkeerschijfzoneplaatsen aldaar een
                                motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al><al> a. zonder ontheffing;</al><al> b. zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van
                                de voor dat motorvoertuig afgegeven ontheffingsbewijs;</al><al> c. in strijd met de aan de ontheffing verbonden voorschriften.</al><al/></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                en tweede lid van dit artikel. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel/></kop><al> Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
                                plaatsen of te laten staan:</al><al> a. op een parkeerapparatuurplaats</al><al> b. op een belanghebbendenplaats;</al><al> c. op een parkeerverbodszoneplaats;</al><al> d. op een parkeerschijfzoneplaats.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>STRAFBEPALING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel/></kop><al> Overtreding van het bepaalde in afdeling IV van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>VI</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel/></kop><al> Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de buitengewoon opsporingsambtenaren van het
                            Team Handhaving en Toezicht Publiek Domein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel/></kop><al> Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening
                            Súdwest-Fryslân 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013 of een door
                                het college bij openbaar besluit bekend te maken datum. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij inwerkingtreding van deze verordening vervallen de
                                Parkeerverordening Bolsward 1994, Parkeerverordening 2008 Nijefurd,
                                , Parkeerverordening Sneek, 2006, Parkeerverordening 2009
                                Wymbritseradiel, Parkeerverordening 1996 Wûnseradiel.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Vergunningen en ontheffingen die zijn verleend krachtens de
                                verordeningen genoemd in artikel 18, tweede lid worden geacht te
                                zijn verleend krachtens deze verordening.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 december 2012</ondertekening><ondertekening> drs. H.H. Apotheker, voorzitter</ondertekening><ondertekening> G.W. Stegenga, wnd. griffier</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>