<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR294837_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordoostpolder</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordoostpolder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad, 23-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>345568-1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is ingetrokken door de <extref doc="1.1:CVDR386692_1">Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Noordoostpolder,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2013, no. ……;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>B E S L U I T:</al><al>vast te stellen de </al><al><vet><onderstreept>Algemene plaatselijke verordening gemeente
                                Noordoostpolder</onderstreept></vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare plaats: openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan <cursief>door of
                                        namens de gemeenteraad de grenzen zijn
                                        vastgesteld;</cursief></al></li><li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de gemeentelijke
                                    Bouwverordening;</al></li><li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet;</al></li><li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="i."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1.,
                                    eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="j."><al>college: het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, derde lid,
                                of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in
                                    artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft
                                    daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 48 uur
                                    voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de
                                    burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                    toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>Niet opgenomen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids
                                    op te treden op door de burgemeester in het belang van de
                                    openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het
                                    milieu aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                    toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op een openbare plaats of aan de
                                    weg in strijd met de publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats anders te gebruiken dan
                                    overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:</al><lijst><li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de plaats,
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid ervan of voor het
                                            doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud ervan;</al></li><li nr="b."><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                    orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
                                    aanzien van terrassen en uitstallingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2., eerste lid,
                                    onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is
                                        <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht</onderstreept> (positieve fictieve beschikking
                                    bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3.
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd
                                        gezag:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief> een uitweg te maken naar de
                                            weg;</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>van de weg gebruik te maken voor het hebben van
                                                een uitweg;</cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief>verandering te brengen in een bestaande uitweg
                                                naar de weg.</cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>Voorde toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                        verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat.</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>De vergunning kan worden geweigerd in het belang
                                        van:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>de bruikbaarheid van de weg;</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief><cursief>het veilig en doelmatig gebruik van de
                                                  weg;</cursief></cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief><cursief><cursief> de bescherming van het
                                                  uiterlijk aanzien van de
                                                  omgeving;</cursief></cursief></cursief></al></li><li nr="d."><al><cursief><cursief><cursief><cursief>de bescherming van
                                                  groenvoorzieningen in de
                                                  gemeente.</cursief></cursief></cursief></cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><cursief>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voorzover in
                                        het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het
                                        Provinciaal wegenreglement.</cursief></al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al><cursief>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                        4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</cursief></al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>Niet opgenomen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>Niet opgenomen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder
                                of gevaar onstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al>Niet opgenomen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan gedurende een door het college aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden in het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing
                                    op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en
                                    onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken
                                    plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>Niet opgenomen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>Niet opgenomen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>Niet opgenomen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><al>Niet opgenomen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li><li nr="e."><al>een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein
                                            evenement).</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de
                                    burgemeester een evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100
                                            personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 08.00 en 00.30 uur plaats
                                            vindt;</al></li><li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of
                                            na 23.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad of anderszins een belemmering vormt voor
                                            het verkeer en de hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;</al></li><li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting:</al><al>i. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                            snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;</al><al>ii. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten
                                            ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                            bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                                            worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                            consumptie worden verstrekt of bereid;</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                            inrichting liggend deel daarvan waar sta- of
                                            zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                            vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen
                                            voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                            verstrekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                    besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan
                                    waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                    vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
                                    directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatievergunning openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van
                                    de openbare inrichting in strijd is met een geldend
                                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester
                                    de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien
                                    naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of
                                    leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare
                                    orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
                                    bevindt in:</al><lijst><li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                            Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de
                                            openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de
                                            winkelactiviteit;</al></li><li nr="b."><al>een zorginstelling;</al></li><li nr="c."><al>een museum; of</al></li><li nr="d."><al>een bedrijfskantine of – restaurant.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling
                                    van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare
                                    inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van
                                    de Drank- en Horecawet, indien</al><lijst><li nr="a."><al>zich in de zes maanden voorafgaand aan de
                                            inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten
                                            gepaard gaande met geweld, overlast op straat of
                                            drugsgebruik en – handel hebben voorgedaan in of bij de
                                            inrichting, dan wel</al></li><li nr="b."><al>de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er
                                            zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in
                                            artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid.</al></li><li nr="c."><al>de burgemeester verleent ambtshalve vrijstelling van het
                                            verbod genoemd in het eerste lid voor die openbare
                                            inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in
                                            artikel 1 van de Drank- en Horecawet en aanwezig waren
                                            op 1 januari 2013 en na die datum niet zijn
                                            gewijzigd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident
                                    heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                    toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de
                                    vrijstelling bedoeld in het vijfde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr="a."><al><cursief>Het is voor een openbare inrichting verboden om
                                                bezoekers toe te laten na 01.00uur.</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>Een openbare inrichting dient vanaf 03.00 uur
                                                de verlichting op te draaien, de muziek af te bouwen
                                                en de laatste drankjes te serveren.</cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief>Het is voor een openbare inrichting verboden
                                                deze voor bezoekers geopend te hebben, daarin
                                                bezoekers toe te laten of te hebben tussen 04.00 uur
                                                en 07.00 uur.</cursief></al></li><li nr="d."><al><cursief>Het bepaalde in de voorgaande leden a, b en c
                                                is niet van toepassing op een cafetaria of een
                                                snackbar.</cursief></al></li><li nr="e."><al><cursief><cursief>Het is voor een cafetaria of een
                                                  snackbar verboden om deze voor bezoekers geopend
                                                  te hebben, daarin bezoekers toe te laten of te
                                                  hebben tussen 05.30 uur en 07.00
                                                uur.</cursief></cursief></al></li><li nr="f."><al><cursief><cursief><cursief>Het is voor een cafetaria of
                                                  snackbar verboden om tussen 04.00 uur en 05.30 uur
                                                  alcoholische dranken te verkopen dan wel toe te
                                                  laten dat gedurende dit tijdstip in een cafetaria
                                                  of snackbar alcoholische dranken worden
                                                  genuttigd.</cursief></cursief></cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                        bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een
                                        terras, behorend bij een openbare inrichting als in lid 1
                                        bedoeld, andere sluitingstijden vaststellen.</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>Het is verboden voor het publiek toegankelijke eet- of
                                        drinkgelegenheden, die in beheer zijn bij verenigingen en
                                        stichtingen met een sociaal-culturele doelstelling of bij
                                        instellingen die accommodaties ten behoeve van dergelijke
                                        verenigingen of stichtingen beheren of welke zijn verbonden
                                        aan sportaccommodaties, geopend te hebben, daarin bezoekers
                                        toe te laten of te hebben:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief><cursief>tussen 02.00 uur en 06.00
                                                  uur;</cursief></cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief><cursief><cursief>in afwijking van de
                                                  sluitingstijd door de burgemeester vastgesteld op
                                                  grond van lid
                                            4.</cursief></cursief></cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><cursief>De burgemeester is bevoegd in bijzondere gevallen voor
                                        alle of bepaalde eet- of drinkgelegenheden als bedoeld in
                                        het vorige lid ontheffing van dat verbod te
                                        verlenen.</cursief></al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al><cursief>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van
                                            de Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                        toepassing.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
                                    sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting
                                    enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd bestuursorgaan voor
                                de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33.1</nr><titel>Beperking sterke drank</titel></kop><al><cursief>Het is verboden anders dan om niet sterke drank voor
                                    gebruik ter plaatse en bedrijfsmatig sterke drank voor gebruik
                                    elders dan ter plaatse te verstrekken in een
                                    inrichting:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of
                                            in hoofdzaak geringe eetwaren, zoals belegde broodjes,
                                            patates frites en kroketten, worden
                                        verkocht;</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>welke uitsluitend of in hoofdzaak voor het geven
                                            van onderwijs wordt gebruikt;</cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief>die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in
                                            hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of
                                            -instellingen;</cursief></al></li><li nr="d."><al><cursief>die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in
                                            hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of
                                            -instellingen;</cursief></al></li><li nr="e."><al><cursief>die of waarvan een onderdeel in gebruik is als
                                            wachtruimte voor passagiers van een openbaar
                                            vervoerbedrijf;</cursief></al></li><li nr="f."><al><cursief>die gelegen is op een kampeer- of
                                            caravanterrein;</cursief></al></li><li nr="g."><al><cursief>die gelegen is op een terrein, waarop een kermis,
                                            een lunapark of een soortgelijke vermakelijkheid wordt
                                            gehouden, gedurende de tijd dat zulk een vermakelijkheid
                                            plaatsvindt.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33.2</nr><titel>Ontheffing</titel></kop><al><cursief>Burgemeester en wethouders kunnen op schriftelijk verzoek
                                    ontheffing verlenen:</cursief></al><lijst><li nr="1."><al><cursief>a. van het verbod tot het anders dan om niet
                                            verstrekken van sterke drank voor gebruik ter plaatse in
                                            de inrichtingen, genoemd in artikel 2:33.1., onder a tot
                                            en met f;</cursief></al><al><cursief> b. van het verbod tot het bedrijfsmatig
                                            verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter
                                            plaatse in de inrichtingen, genoemd in artikel 2:33.1.,
                                            onder b tot en met f.</cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>Op de ontheffing is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3
                                                van de Algemene wet bestuursrecht</onderstreept>
                                            (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                            beslissen) niet van toepassing.</cursief></al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>Niet opgenomen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
                                            eerste lid, onder a, van de Wet op de kansspelen te
                                            verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee
                                    kansspelautomaten toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40.1</nr><titel>Begripsbepalingen speelautomatenhallen</titel></kop><al><cursief>In de artikelen 2:40.2. tot en met 2:40.9 wordt verstaan
                                    onder:</cursief></al><lijst><li nr="1."><al><cursief>de wet: de Wet op de kansspelen;</cursief></al></li><li nr="2."><al><cursief>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder a, van de Wet;</cursief></al></li><li nr="3."><al><cursief>behendigheidsautomaat: automaat als bedoeld in
                                            artikel 30, onder b, van de Wet;</cursief></al></li><li nr="4."><al><cursief>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel
                                            30, onder c, van de Wet;</cursief></al></li><li nr="5."><al><cursief>speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het
                                            publiek gelegenheid te geven een spel door middel van
                                            speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c,
                                            eerste lid, onder b, van de wet;</cursief></al></li><li nr="6."><al><cursief>ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die de
                                            speelautomatenhal exploiteert;</cursief></al></li><li nr="7."><al><cursief>beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en
                                            de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is
                                            belast;</cursief></al></li><li nr="8."><al><cursief>openbare weg: alle voor het openbaar rij- of ander
                                            verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen
                                            de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen
                                            of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede
                                            kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en
                                            als zodanig aangeduide parkeerterreinen.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40.2</nr><titel>Vergunningplicht.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester
                                        een speelautomatenhal te vestigen of te
                                        exploiteren.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>De burgemeester kan voor maximaal 1 speelautomatenhal
                                        een vergunning verlenen.</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>De vergunning als bedoeld in lid 2 kan worden verleend
                                        voor ten hoogste 120 speelautomaten, waarbij het totaal
                                        aantal spelersplaatsen niet hoger mag zijn dan
                                        120.</cursief></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht</onderstreept> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40.3</nr><titel>Vergunningaanvraag.</titel></kop><al><cursief>De ondernemer dient de vergunning aan te vragen onder
                                    overlegging van:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>een nauwkeurige beschrijving van de inrichting
                                            waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan, alsmede een
                                            plattegrond waarin is aangegeven op welke plaats in de
                                            speelautomatenhal en in welk aantal kansspel- en/of
                                            behendigheidsautomaten worden opgesteld;</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>een bewijs van inschrijving bij de kamer van
                                            koophandel en fabrieken;</cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief>een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is
                                            over de ruimte te beschikken;</cursief></al></li><li nr="d."><al><cursief>een verklaring omtrent het gedrag:</cursief></al><al><cursief>- van de ondernemer dan wel, indien de ondernemer
                                            een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming
                                            krachtens de (eventueel bij te voegen) statuten
                                            vertegenwoordigt(en) en</cursief></al><al><cursief>- van de beheerder.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40.4</nr><titel>Beslissingstermijn.</titel></kop><al><cursief>De burgemeester beslist binnen twaalf weken na de datum
                                    waarop hij de aanvraag met bijbehorende bescheiden heeft
                                    ontvangen.</cursief></al><al><cursief>De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste twaalf weken
                                    worden verdaagd.</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40.5</nr><titel>Voorschriften.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>De vergunning kan uitsluitend worden gesteld ten name
                                        van de ondernemer en is niet overdraagbaar.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>In de vergunning wordt de naam van de beheerder
                                        vermeld.</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen
                                        verbonden.Deze hebben in elk geval betrekking
                                    op:</cursief></al><al><cursief>a. de sluitingstijden van de
                                        speelautomatenhal;</cursief></al><al><cursief>b. het toezicht in de speelautomatenhal;</cursief></al><al><cursief><cursief>c. het aantal en type speelautomaten dat mag
                                            worden opgesteld;</cursief></cursief></al><al><cursief><cursief><cursief>d. het aantal
                                                spelersplaatsen;</cursief></cursief></cursief></al><al><cursief><cursief><cursief>e. de exploitatie van de
                                                hal.</cursief></cursief></cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40.6</nr><titel>Weigeringsgronden.</titel></kop><al><cursief>De vergunning wordt geweigerd indien:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>het aantal af te geven vergunningen voor
                                            speelautomatenhallen is verleend;</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief><cursief>de speelautomatenhal niet uitsluitend
                                                rechtstreeks vanaf de openbare weg voor het publiek
                                                toegankelijk is;</cursief></cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief><cursief><cursief>de beheerder(s) de leeftijd van
                                                  25 jaar nog niet bereikt heeft
                                                (hebben);</cursief></cursief></cursief></al></li><li nr="d."><al><cursief><cursief><cursief><cursief>de ondernemer of de
                                                  beheerder(s) onder curatele staat (staan) of
                                                  bewind is ingesteld over één of meer aan hen
                                                  toebehorende goederen, als bedoeld in Boek 1,
                                                  titel 19, van het Burgerlijk
                                                  Wetboek;</cursief></cursief></cursief></cursief></al></li><li nr="e."><al><cursief>door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar
                                            het oordeel van de burgemeester de leef- en woonsituatie
                                            in de naaste omgeving of het karakter van de
                                            winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig
                                            wordt beïnvloed;</cursief></al></li><li nr="f."><al><cursief>de exploitatie of vestiging van de
                                            speelautomatenhal strijd oplevert met het geldende
                                            bestemmingsplan, dan wel een stadsvernieuwingsplan c.q.
                                            leefmilieuverordening in de zin van de Wet op de stads-
                                            en
                                            dorpsvernieuwing.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40.7</nr><titel>Vervallen vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>Indien een overeenkomstig artikel 2.40.5, tweede lid,
                                        in de vergunning vermelde beheerder de hoedanigheid van
                                        beheerder heeft verloren, dient de ondernemer onder
                                        overlegging van de in artikel 2.40.3, onder d, genoemde
                                        bescheiden een nieuwe vergunning aan te vragen binnen 14
                                        dagen nadat de in artikel 2.40.3. bedoelde verklaring
                                        omtrent het gedrag aan hem is verzonden.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>De vergunning vervalt indien de beslissing op een
                                        aanvraag voor een nieuwe vergunning voor het vestigen dan
                                        wel exploiteren van een speelautomatenhal in hetzelfde pand
                                        onherroepelijk is geworden dan wel indien geen aanvraag is
                                        ingediend binnen zes maanden na het verlies van de
                                        hoedanigheid als bedoeld in het eerste lid.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40.8</nr><titel>Intrekkingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>De burgemeester kan de vergunning
                                    intrekken:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van
                                                een onjuiste of onvolledige opgave is
                                                verleend;</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>indien de omstandigheden of inzichten op grond
                                                waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn
                                                gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld
                                                in artikel 2.40.6 onder e;</cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief>indien gehandeld wordt in strijd met aan de
                                                vergunning verbonden voorschriften en
                                                beperkingen;</cursief></al></li><li nr="d."><al><cursief>indien de exploitatie van een speelautomatenhal
                                                voor een periode van langer dan zes maanden wordt
                                                onderbroken.</cursief></al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>Intrekking van de vergunning geschiedt niet,
                                        spoedeisende gevallen uitgezonderd, voordat de
                                        vergunninghouder bij aangetekende brief van dit voornemen in
                                        kennis is gesteld. Daarbij wordt hem medegedeeld, dat hij in
                                        de gelegenheid wordt gesteld zich in persoon of bij
                                        gemachtigde door de burgemeester of een door deze aangewezen
                                        ambtenaar te worden gehoord.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40.9</nr><titel>Voortzetting exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>Indien een ondernemer komt te overlijden dient, indien
                                        voortzetting van de exploitatie wordt beoogd, binnen drie
                                        maanden een nieuwe vergunning te worden
                                        aangevraagd.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>In alle gevallen van wisseling van ondernemer dient
                                        binnen 4 weken na overname van de speelautomatenhal een
                                        nieuwe vergunning te worden aangevraagd.</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>Zolang op een tijdig ingediende aanvraag niet is
                                        beslist, is voortzetting van de exploitatie toegestaan, met
                                        inachtneming van de voorschriften en beperkingen, verbonden
                                        aan de van rechtswege vervallen vergunning.</cursief></al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al> een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al> met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet,
                                    aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                    ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de
                                    gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
                                    plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin
                                    gelegen wegen of paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                    ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de
                                    gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
                                    plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin
                                    gelegen wegen of paden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats:</al><lijst><li nr="a."><al> te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                            overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                            voertuig, hek, heining of andere afsluiting,
                                            verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al> zich op te houden op een wijze die aan andere
                                            gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats
                                            gelegen woningen onnodig overlast of hinder
                                            berokkent.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van
                                    Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al> een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; en</al></li><li nr="b."><al> een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Dran-k en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al> zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al> zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een
                                    flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke
                                    meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk
                                    is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor
                                    gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze
                                ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen,
                                wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en
                                rijwielstallingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al> dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al> daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw,
                                    deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen
                                    of woonschip bevindt te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>Niet opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>Niet opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>Niet opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al> binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al> op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="c."><al> op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                            duidelijk doet kennen;</al></li><li nr="d."><al> op andere door burgemeester en wethouders aangewezen
                                            plaatsen zonder dat die hond aangelijnd is.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van
                                    toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet
                                    van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:</al><lijst><li nr="a."><al> die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            een sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al> die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57.1</nr><titel>Loslopende honden op dijken, verbod wild in te lopen</titel></kop><al><cursief>Behoudens het bepaalde in de Jachtwet is het de eigenaar,
                                    houder of verzorger van:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief> een hond verboden zich met dit dier te bevinden op
                                            de dijken; dit geldt niet voor die dijkvakken waarvan
                                            burgemeester en wethouders bij openbaar bekend te maken
                                            besluit hebben verklaard, dat het verbod niet van
                                            toepassing is;</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief> een hond verboden deze zonder voldoende toezicht
                                            buiten de bebouwde kom los te laten
                                        lopen;</cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief> een windhond of andere hond, welke door zijn
                                            lichaamsbouw in staat is wild in te lopen en te vangen,
                                            verboden deze los te laten lopen buiten de bebouwde
                                            kom;</cursief></al></li><li nr="d."><al><cursief> een hond, onverminderd het bepaalde onder a en b,
                                            verboden deze tussen één uur na zonsondergang en één
                                            voor zonsopgang buiten de bebouwde kom los te laten
                                            lopen, zulks anders dan in bij hem in gebruik zijnde
                                            woningen en andere gebouwen of de daarbij behorende
                                            afgesloten erven.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>Degene die zich met een hond op een openbare plaats
                                        begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen
                                        van die hond onmiddellijk worden verwijderd en daarvoor een
                                        opruimmiddel (schep, poepzakje) bij zich te
                                        dragen.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of
                                        houder van een hond</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief> die zich vanwege zijn handicap door een
                                                geleidehond of een sociale hulphond laat begeleiden;
                                                of</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief> die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd
                                                opleidt tot geleidehond of sociale
                                                hulphond.</cursief></al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing
                                        op door het college aangewezen plaatsen.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al><lijst><li nr="a."><al> vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer
                                            of van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al> door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al> zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat
                                            de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening
                                            van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de
                                            korf aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                    plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al> aanwezig te hebben,of</al></li><li nr="b."><al> aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde
                                            regels, of </al></li><li nr="c."><al> aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegevn.e</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                    ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwende en eenhoevige dieren of varkens
                                (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet
                                van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is
                                verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden
                                dat dit vee die weg niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>Niet opgenomen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><al>Niet opgenomen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al> het volgnummer van de aantekening met betrekking tot
                                            het goed;</al></li><li nr="b."><al> de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al> een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                            voorzover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van
                                            het goed;</al></li><li nr="d."><al> de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed;</al></li><li nr="e."><al> de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkrege.n</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al> de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><al>1. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding
                                        van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming
                                        behorende vestiging;</al><al>2. van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde
                                        adressen;</al><al>3. als hij het beroep van handelaar niet langer
                                        uitoefent;</al><al>4. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van
                                        een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren
                                        is gegaan.</al></li><li nr="b."><al> de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al> aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te
                                        hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming
                                        duidelijk zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al> een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Vuurwerk.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,
                                    aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73.1</nr><titel>Gebruik van carbid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>Het is verboden carbid met behulp van melkbussen of
                                        andere voorwerpen welke daartoe gebruikt kunnen worden te
                                        gebruiken.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet buiten
                                        de bebouwde kom en op door het college binnen de bebouwde
                                        kom aangewezen plaatsen tussen 31 december vanaf 10.00 uur
                                        tot 1 januari 02.00 uur met inachtneming van onderstaande
                                        bepalingen:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief> De maximaal toegestane inhoud van de in lid 1.
                                                bedoelde melkbussen dan wel voorwerpen is 50
                                                liter.</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief> Tijdens het bezigen van carbid moet het deksel
                                                van de melkbussen of van andere voorwerpen door
                                                middel van een touw of ketting daaraan zijn
                                                verbonden.</cursief></al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat.</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                                openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. </al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2 van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid genoemde belangen, kan
                                het college over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in
                                dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd
                                        bestuursorgaan:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>een seksinrichting te exploiteren of te
                                                wijzigen in door het college van burgemeester en
                                                wethouders aangewezen gebieden of delen van de
                                                gemeente;</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>een escortbedrijf te exploiteren of te
                                                wijzigen.</cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>Het is verboden een seksinrichting te exploiteren in
                                        andere gebieden of delen van de gemeente dan de in het
                                        eerste lid, onder a, bedoelde.</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>Het bevoegde bestuursorgaan kan voor ten hoogste 1
                                        seksinrichting vergunning verlenen.</cursief></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de aanvraag om en in de vergunning wordt in ieder geval
                                    vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staat niet onder curatele en is niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al><lijst><li nr="·"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                  Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                  Wet arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr="·"><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b,
                                                  242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot
                                                  en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en
                                                  453 van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="·"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163
                                                  van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="·"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en
                                                  30b van de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="·"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</al></li><li nr="·"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><al>Niet opgenomen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken:</al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                            of gebieden;</al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    kan door politieambtenaren aan personen die zich bevinden op de
                                    wegen en gedurende de tijden bedoeld in het eerste lid, het
                                    bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting
                                    te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de in artikel 3:13, tweede
                                    lid, genoemde belangen personen aan wie ten minste eenmaal een
                                    bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid bij besluit
                                    verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in een
                                    openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen en
                                    op de tijden bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het vierde lid genoemde verbod
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Niet opgenomen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, dan wel de aanwijzing of vaststelling
                                    bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, worden geweigerd in het
                                    belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of – veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer van de volgende delen:...</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                    twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                    daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113 , eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>Niet opgenomen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>Niet opgenomen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                    wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>In deze afdeling wordt verstaan onder:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief> iepziekte: de aantasting van iepen door de
                                                schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn.
                                                Ceratocystis ulmi (Buism.) C.
                                            Moreau);</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief><cursief> iepenspintkever: het insect, in elk
                                                  ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten
                                                  Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistriatus
                                                  (Marsh) en Scolytus
                                            pygmaeus.</cursief></cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan:
                                        rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten
                                        van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of
                                        ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen
                                        hebben.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Bestrijding iepziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden
                                        die naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor
                                        verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
                                        iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe
                                        door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij
                                        de aanschrijving vast te stellen termijn:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief> indien de iepen in de grond staan, deze te
                                                vellen;</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief> de iepen te ontschorsen en de schors te
                                                vernietigen;</cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief> of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan
                                                te vernietigen of zodanig te behandelen dat
                                                verspreiding van de iepziekte wordt
                                                voorkomen.</cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met
                                        uitzondering van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout
                                        met een doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden of in
                                        voorraad te hebben of te vervoeren. Het college kan
                                        ontheffing verlenen van dit verbod.</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene
                                        wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel/></kop><al>Niet opgenomen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al> onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al> bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al> kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel;</al></li><li nr="d."><al> mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                    krachtens een Provinciale Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>Niet opgenomen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                    maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging
                                    of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of
                                    ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                    milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningplicht lichtreclame.</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
                                    beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit
                                    is bestemd of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al> de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al> de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming
                                    van de belangen genoemd in artikel 4:18, vierde lid, onder a en
                                    b.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een door het college aangewezen weg,
                                            waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                            op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
                                aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast,
                                of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor
                                bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op
                                            snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen, en van maandag t/m
                                    zaterdag tussen 18.00 en 10.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten
                                    van gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens
                                    worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de
                                    Grondwet verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>op door het college aangewezen dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen,
                                    zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                            redelijke welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de daarin
                                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats vaartuigen niet zijnde een woonschip</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan
                                        een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich
                                        daarop of daarin te begeven of te bevinden.</al></li><li nr="2."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                        vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                        maken.</al><al/></li></lijst><al><vet>Ligplaatsen woonschepen</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31.1</nr><titel>Verbod ligplaats en vergunningplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>Het is verboden een woonschip ligplaats te doen innemen
                                        of ingenomen te doen houden op andere plaatsen dan die op
                                        grond van het vierde lid door het college zijn
                                        aangewezen.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod
                                        genoemd in het eerste lid voor maximaal drie bewoonde
                                        varende monumenten, die als zodanig zijn erkend, zulks onder
                                        de voorwaarde dat de eigenaar of de gebruiker voorafgaand
                                        schriftelijk toestemming heeft verkregen van zowel de
                                        eigenaar van het water als de eigenaar van de kade van de
                                        plaats waar ligplaats zal worden ingenomen.</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>Het in het eerste lid genoemde verbod is niet van
                                        toepassing op woonschepen die in aanbouw of in reparatie
                                        zijn, zolang zij zich op of aan een scheepswerf danwel in of
                                        bij een reparatie-inrichting bevinden.</cursief></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><cursief>Het college wijst bij openbaar bekend te maken besluit
                                        gedeelten van openbaar water aan als plaats waar woonschepen
                                        bij langdurig verblijf binnen de gemeente met vergunning
                                        ligplaats mogen hebben.</cursief></al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al><cursief>Een aanvraag voor een ligplaatsvergunning als bedoeld
                                        in het vierde lid moet bij het college worden ingediend op
                                        een door hen daarvoor vastgesteld formulier.</cursief></al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31.2</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al><cursief>Een ligplaatsvergunning mag en moet alleen worden geweigerd
                                    indien:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>de plaats ten aanzien waarvan men de
                                            ligplaatsvergunning vraagt, reeds aan een ander is
                                            toegewezen;</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>het woonschip langer is dan 30 meter of breder dan
                                            5 meter;</cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief>het woonschip belemmeringen zal kunnen veroorzaken
                                            aan het verkeer te water of te land;</cursief></al></li><li nr="d."><al><cursief>het uiterlijk van het woonschip en/of de daarop
                                            aanwezige voorwerpen niet voldoet/ voldoen aan redelijke
                                            eisen van welstand en veiligheid en/of een storend
                                            element vormt/vormen in het landschap;</cursief></al></li><li nr="e."><al><cursief>redelijkerwijs moet worden aangenomen dat niet
                                            voldaan zal worden aan de bij of krachtens deze
                                            paragraaf gegeven voorschriften;</cursief></al></li><li nr="f."><al><cursief>het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen
                                            drie maanden na indiening van de aanvraag met het
                                            woonschip de plaats waarvoor de ligplaatsvergunning is
                                            gevraagd, kan innemen.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31.3</nr><titel>Tenaamstelling ligplaatsvergunning</titel></kop><al><cursief>De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de
                                    aanvrager en vermeldt tevens de plaatsaanduiding van de
                                    desbetreffende ligplaats</cursief>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31.4</nr><titel>Houder vergunning</titel></kop><al>De ligplaatsvergunning geldt zowel voor de aanvrager alswel voor de
                                erfopvolger in welke hand deze ligplaatsvergunning komt te
                                vallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31.5</nr><titel>Wachtlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>Indien de aanvraag om een ligplaatsvergunning wordt
                                        geweigerd omdat de gewenste ligplaats reeds aan een ander is
                                        toegewezen wordt de naam van de aanvrager op zijn verzoek op
                                        een door het college aan te houden wachtlijst
                                        geplaatst.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>Indien één of meer van de krachtens het vierde lid van
                                        artikel 5:31.1 door het college vastgestelde ligplaatsen
                                        vrijkomt / vrijkomen stelt het college de op de wachtlijst
                                        geplaatste gegadigden, te beginnen met de hoogst geplaatste,
                                        in de gelegenheid schriftelijk een nieuwe aanvraag om een
                                        ligplaatsvergunning bij hun college in te
                                    dienen.</cursief></al><al><cursief> Het college is bevoegd van die volgorde af te wijken
                                        indien er op grond van hun bekende feiten dringende redenen
                                        bestaan om een lagere op de wachtlijst geplaatste gegadigde
                                        bij voorrang te behandelen.</cursief></al><al><cursief>In deze gevallen kan de ligplaatsvergunning slechts
                                        worden geweigerd op grond van één of meer omstandigheden
                                        vermeld in artikel 5:31.2, onder b tot en met
                                    f.</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>Indien een zodanige aanvraag niet binnen twee weken na
                                        de datum van verzending van het in het tweede lid bedoeld
                                        schrijven is ontvangen, wordt aangenomen dat geen prijs meer
                                        op de ligplaatsvergunning wordt gesteld en wordt de naam van
                                        de betrokken persoon van de wachtlijst
                                    geschrapt.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31.6</nr><titel>Intrekking ligplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief> Het college kan een ligplaatsvergunning intrekken
                                        indien:</cursief></al><lijst><li nr="a."><al><cursief>de gegevens in de ligplaatsvergunning niet meer
                                                overeenstemmen met de werkelijke situatie en niet
                                                binnen drie maanden na wijziging van de gegevens
                                                door de vergunninghouder een verzoek tot wijziging
                                                is ingediend bij het college;</cursief></al></li><li nr="b."><al><cursief>niet (langer) wordt voldaan aan de bij of
                                                krachtens deze verordening gegeven
                                                voorschriften;</cursief></al></li><li nr="c."><al><cursief>het woonschip waarop de vergunning betrekking
                                                heeft en/of de daarop aangewezen voorwerpen niet
                                                langer voldoet/voldoen aan redelijke eisen van
                                                welstand of een storend element vormt/vormen in het
                                                landschap;</cursief></al></li><li nr="d."><al><cursief>het woonschip zonder toestemming van het
                                                college gedurende een periode langer dan zes maanden
                                                aaneengesloten buiten de gemeente
                                                verblijft;</cursief></al></li><li nr="e."><al><cursief>de gebruiker van het woonschip niet of niet
                                                tijdig het liggeld voldoet.</cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>Het met redenen omklede besluit tot intrekking van de
                                        ligplaatsvergunning wordt door het college schriftelijk aan
                                        de vergunninghouder meegedeeld.</cursief></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31.7</nr><titel>Wijziging ligplaatsvergunning</titel></kop><al><cursief>Indien wijziging van de ligplaatsvergunning noodzakelijk
                                    is, dient vooraf aan het college een verzoek tot wijziging van
                                    de ligplaatsvergunning te worden ingediend.</cursief></al><al><cursief>Op een verzoek om wijziging van een ligplaatsvergunning is
                                    het bepaalde in artikel 5:31.2, onder b t/m f, van
                                    overeenkomstige toepassing.</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31.8</nr><titel>Aansluiting water, elektriciteit en verbod tot lozing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>De eigenaar of gebruiker van een woonschip is verplicht
                                        ervoor te zorgen, dat het woonschip is aangesloten op de
                                        drinkwaterleiding en op het elektriciteitsnet. Alle kosten,
                                        zowel voor het aanbrengen als van het opheffen van de
                                        aansluiting komen voor rekening van de eigenaar of gebruiker
                                        van het woonschip.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>Het is de gebruiker van een woonschip verboden
                                        huishoudelijk afvalwater of fecaliën in openbaar water te
                                        lozen.</cursief></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><cursief>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod,
                                        bedoeld in het vorige lid, indien en voor zolang
                                        mogelijkheden ontbreken om op andere wijze te lozen. Aan een
                                        zodanige ontheffing kunnen voorwaarden worden
                                        verbonden.</cursief></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31.9</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief>Het college kan nadere regels stellen met betrekking
                                        tot het gebruik van ligplaatsen voor
                                    woonschepen.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>Voor het gebruik van ligplaatsen voor woonschepen is
                                        liggeld verschuldigd, zoals vastgelegd in de
                                        Liggeldverordening Woonschepen</cursief>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31.10</nr><titel>Nakoming aanwijzingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><cursief> Bij het innemen van een ligplaats</cursief>,<cursief>
                                        zo ook bij het uitvoeren van werkzaamheden aan of nabij de
                                        ligplaats, dienen de door of namens het college gegeven
                                        aanwijzingen in acht te worden genomen.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><cursief>De eigenaar en/of gebruiker van een woonschip is
                                        verplicht gevolg te geven aan de door of namens het college
                                        gegeven bevelen en aanwijzingen in het belang van de
                                        openbare orde of van de vrijheid of veiligheid van het
                                        verkeer.</cursief></al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel
                                        1, onder z, van het Reglement verkeersregels en
                                        verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="b."><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                                        eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al> in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al> in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al> in het belang van de veiligheid van het publik.e</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    motorvoertuigen, bromfietsen, fietsers en paarden:</al><lijst><li nr="a."><al> ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de bevoegde minister aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al> die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li><li nr="c."><al> die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al> van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al> voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al><lijst><li nr="a."><al> op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid
                                            bedoelde gebieden of terreinen;</al></li><li nr="b."><al> binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al> verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li><li nr="b."><al> sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al> vuur voor koken, bakken en bradn.e</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de
                                op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                                maanden of geldboete van de tweede categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde
                                en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste
                                categorie: artikel 2:9, 2:47; 2:48; 2:49; 2:50; 2:51; 2:52;
                                2:62.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de
                            burgemeester aan te wijzen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 april 2013.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de in het eerste lid bedoelde datum wordt de Algemene
                                plaatselijke verordening 2010, laatstelijk vastgesteld bij
                                raadsbesluit van 7 oktober 2010 no.13563-3, ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            tweede</al><al>lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            gemeente Noordoostpolder.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>0.</nr><titel>INHOUD</titel></kop><al><vet>Inhoud Algemene plaatselijke verordening gemeente
                    Noordoostpolder</vet></al><al/><al>Ingangsdatum 1 april 2013</al><al/><al>Noot: cursief geplaatste artikelen zijn afwijking/toevoeging van de model-APV
                    van de VNG.</al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</vet></al><al/><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn</al><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag </al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1:6 Intrekking of weigering van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1:7 Termijnen</al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 2 OPENBARE ORDE</vet></al><al/><al><vet>Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden</vet></al><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden</al><al/><al><vet>Afdeling 2 Betoging</vet></al><al>Artikel 2:2 Vervallen (opgenomen in artikel 2:25)</al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:4 Vervallen (opgenomen in artikel 2:3)</al><al>Artikel 2:5 Vervallen (opgenomen in artikel 2:3)</al><al/><al><vet>Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken</vet></al><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                    afbeeldingen</al><al/><al><vet>Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg</vet></al><al>Artikel 2:7 Vervallen (opgenomen in artikel 2:25)</al><al>Artikel 2:8 Niet opgenomen</al><al>Artikel 2:9 Straatartiest</al><al/><al><vet>Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg</vet></al><al>Artikel 2:10 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg</al><al>Artikel 2.11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg</al><al>Artikel 2.12 <cursief>Maken, veranderen van een uitweg</cursief></al><al/><al><vet>Afdeling 6 Veiligheid op de weg</vet></al><al>Artikel 2:13 Niet opgenomen</al><al>Artikel 2:14 Niet opgenomen</al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</al><al>Artikel 2:17 Niet opgenomen</al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen</al><al>Artikel 2:19 Niet opgenomen</al><al>Artikel 2:20 Niet opgenomen</al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al><al>Artikel 2:22 Niet opgenomen</al><al>Artikel 2:23 Niet opgenomen</al><al/><al><vet>Afdeling 7 Evenementen</vet></al><al>Artikel 2:24 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:25 Evenement</al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring</al><al/><al><vet>Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen</vet></al><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting</al><al>Artikel 2:29 <cursief>Sluitingstijd</cursief></al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingtijden; tijdelijke sluiting</al><al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen</al><al>Artikel 2:32 Handel in openbare inrichtingen</al><al>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 2:33.1 <cursief>Beperking sterke drank</cursief></al><al>Artikel 2:33.2 <cursief>Ontheffing beperking sterke drank</cursief></al><al/><al><vet>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                        nachtverblijf</vet></al><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling </al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</al><al>Artikel 2:37 Niet opgenomen</al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</al><al/><al><vet>Afdeling 10 Toezicht op speelautomaten</vet></al><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden </al><al>Artikel 2:40 Speelautomaten</al><al><vet><cursief>Speelautomatenhallen</cursief></vet></al><al><cursief>Artikel 2:40.1 Begripsbepalingen</cursief></al><al><cursief>Artikel 2:40.2 Vergunningplicht</cursief></al><al><cursief>Artikel 2:40.3 Vergunningaanvraag</cursief></al><al><cursief>Artikel 2:40.4 Beslissingstermijn</cursief></al><al><cursief>Artikel 2:40.5 Voorschriften</cursief></al><al><cursief>Artikel 2:40.6 Weigeringsgronden</cursief></al><al><cursief>Artikel 2:40.7 Vervallen vergunning</cursief></al><al><cursief>Artikel 2:40.8 Intrekkingsgronden</cursief></al><al><cursief>Artikel 2:40.9 Voortzetting exploitatie</cursief></al><al/><al><vet>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</vet></al><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</al><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden</al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen</al><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.</al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.</al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik</al><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.</al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein
                    e.d.</al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen</al><al>Artikel 2:54 Niet opgenomen</al><al>Artikel 2:55 Niet opgenomen</al><al>Artikel 2:56 Niet opgenomen </al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden</al><al>Artikel 2:57.1 <cursief>Loslopende honden op dijken, verbod wild in te
                        lopen</cursief></al><al><cursief>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden</cursief></al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</al><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al><al>Artikel 2:61 Vervallen</al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee</al><al>Artikel 2:63 Niet opgenomen</al><al>Artikel 2:64 Niet opgenomen</al><al>Artikel 2:65 Bedelarij</al><al/><al><vet>Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</vet></al><al>Artikel 2:66 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</al><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van het
                    Wetboek van Strafrecht</al><al>Artikel 2:69 Vervallen (opgenomen in artikel 2:68)</al><al>Artikel 2:70 Vervallen (opgenomen in artikel 2:32)</al><al/><al><vet>Afdeling 13 Vuurwerk en carbid</vet></al><al>Artikel 2:71 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen consumentenvuurwerk</al><al>Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk</al><al>Artikel 2:73.1 <cursief>Gebruik van carbid</cursief></al><al/><al><vet>Afdeling 14 Drugsoverlast</vet></al><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 3 SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE
                    E.D.</vet></al><al/><al><vet>Afdeling 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 3:3 Nadere regels</al><al/><al><vet>Afdeling 2 Seksinrichtingen en straatprostitutie</vet></al><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen</al><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3:6 Niet opgenomen</al><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting</al><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3:9 Straatprostitutie</al><al>Artikel 3:10 Niet opgenomen</al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische
                    goederen,afbeeldingen en dergelijke</al><al/><al><vet>Afdeling 3 Beslissingstermijn; weigeringsgronden</vet></al><al>Artikel 3:12 Beslissingstermijn</al><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</al><al/><al><vet>Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</vet></al><al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</al><al>Artikel 3:15 Wijziging beheer</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 4 BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON, ZORG VOOR HET
                        UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE </vet></al><al/><al><vet>Afdeling 1 Geluidhinder en verlichting</vet></al><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4:4 Niet opgenomen</al><al>Artikel 4:5 Niet opgenomen</al><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder</al><al/><al><vet>Afdeling 2 Bodem-, weg en milieuverontreiniging</vet></al><al>Artikel 4:7 Straatvegen</al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en
                    putten buiten gebouwen</al><al/><al><vet><cursief>Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden</cursief></vet></al><al><cursief>Artikel 4:10 Begripsbepalingen</cursief></al><al><cursief>Artikel 4:11 Bestrijding iepziekte</cursief></al><al>Artikel 4:12 Niet opgenomen</al><al/><al><vet>Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</vet></al><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</al><al>Artikel 4:14 Niet opgenomen</al><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</al><al>Artikel 4:16 Vervallen</al><al/><al><vet>Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen</vet></al><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling</al><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen </al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 5 ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE
                        GEMEENTE</vet></al><al/><al><vet>Afdeling 1 Parkeerexcessen</vet></al><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al><al>Artikel 5.3. Te koop aanbieden van voertuigen</al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</al><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.</al><al>Artikel 5:7 Parkeren reclamevoertuigen</al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</al><al>Artikel 5:10 Vervallen</al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</al><al/><al><vet>Afdeling 2 Collecteren</vet></al><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</al><al/><al><vet>Afdeling 3 Venten</vet></al><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:15 Ventverbod</al><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting</al><al/><al><vet>Afdeling 4 Standplaatsen</vet></al><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning</al><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</al><al>Artikel 5:21 vervallen</al><al/><al><vet>Afdeling 5 Snuffelmarkten</vet></al><al>Artikel 5:22 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt</al><al/><al><vet>Afdeling 6 Openbaar water</vet></al><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water</al><al>Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen niet zijnde een woonschip</al><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats</al><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats </al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken</al><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</al><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</al><al/><al><vet><cursief> Ligplaatsen woonschepen</cursief></vet></al><al><cursief>Artikel 5:31.1 Verbod ligplaats en vergunningplicht</cursief></al><al><cursief>Artikel 5:31.2 Weigeringsgronden</cursief></al><al><cursief>Artikel 5:31.3 Tenaamstelling ligplaatsvergunning</cursief></al><al><cursief>Artikel 5:31.4 Houder vergunning</cursief></al><al><cursief>Artikel 5:31.5 Wachtlijst</cursief></al><al><cursief>Artikel 5:31.6 Intrekking ligplaatsvergunning</cursief></al><al><cursief>Artikel 5:31.7 Wijziging ligplaatsvergunning</cursief></al><al><cursief>Artikel 5:31.8 Aansluiting water etc.</cursief></al><al><cursief>Artikel 5:31.9 Nadere regels</cursief></al><al><cursief>Artikel 5:31.10 Nakoming aanwijzingen</cursief></al><al/><al><vet>Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                        natuurgebieden</vet></al><al>Artikel 5:32 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:33 Crossterreinen</al><al>Artikel 5:34 Beperking verkeer in natuurgebieden</al><al/><al><vet>Afdeling 8 Verbod vuur te stoken</vet></al><al>Artikel 5:35 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins
                    vuur te stoken</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 6 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</vet></al><al/><al>Artikel 6:1 Strafbepaling</al><al>Artikel 6:2 Toezichthouders</al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</al><al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding</al><al>Artikel 6:5 Overgangsbepalingen</al><al>Artikel 6:6 Citeertitel</al><al/><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>