<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR294791_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Velsen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch gemeenteblad 24 december 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Velsen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20Wet%20Bestuursrecht">Algemene Wet Bestuursrecht, afdeling 4 (AWB) </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentwet/article=149">Gemeentewet, artikel 149 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-06-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>toevoeging artikel 1.9 Afwijkinsbevoegdheid</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R15.077</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Intrekken <extref doc="http://velsen.regelingenbank.nl/regelingen/Algemene-subsidieverordening-Velsen-2008">algemene subsidieverordening Velsen 2008</extref> met ingang van 5 april 2013</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Velsen 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.1 begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr=""><al>Awb:</al></li><li nr=""><al>de Algemene Wet Bestuursrecht;</al></li><li nr=""><al>Aanvrager:</al></li><li nr=""><al>een rechtspersoon, die door middel van het indienen van een
                                    schriftelijke aanvraag een verzoek heeft ingediend om subsidie
                                    te verkrijgen;</al></li><li nr=""><al>Activiteitenplan:</al></li><li nr=""><al>een overzicht van de voorgenomen activiteiten;</al></li><li nr=""><al>Balans:</al></li><li nr=""><al>een overzicht per een bepaalde datum van de bezittingen (activa)
                                    en schulden (passiva);</al></li><li nr=""><al>Begroting:</al></li><li nr=""><al>een overzicht van de geraamde baten en lasten voor een bepaalde
                                    periode en/of bepaalde activiteiten;</al></li><li nr=""><al>Budgetsubsidie:</al></li><li nr=""><al>een subsidie in de vorm van een budget voor een periode van
                                    minimaal één en maximaal vier jaren, waarbij het subsidiebedrag
                                    is gerelateerd aan een bepaald niveau van te leveren prestaties
                                    of resultaten;</al></li><li nr=""><al>College:</al></li><li nr=""><al>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                    Velsen;</al></li><li nr=""><al>De-minimis steun:</al></li><li nr=""><al>steun van decentrale overheden aan een onderneming die over een
                                    periode van drie belastingjaren niet hoger is dan de
                                    de-minimisdrempel (2013: € 200.000) en hierdoor niet beschouwd
                                    kan worden als staatssteun.</al></li><li nr=""><al>De-minimis-verklaring:</al></li><li nr=""><al>verklaring inzake de hoogte van de subsidie en andere voordelen
                                    die een onderneming in de afgelopen drie belastingjaren van
                                    decentrale overheden heeft ontvangen met als doel vast te
                                    stellen of met de gevraagde subsidie de de-minimisdrempel wordt
                                    overschreden;</al></li><li nr=""><al>Jaar:</al></li><li nr=""><al>begrotingsjaar en/of boekjaar, gelijklopend aan het
                                    subsidietijdvak;</al></li><li nr=""><al>Maatschappelijk resultaat:</al></li><li nr=""><al>het profijt dat de samenleving van Velsen heeft van de door de
                                    subsidieontvanger geleverde producten;</al></li><li nr=""><al>Opdrachtformulering:</al></li><li nr=""><al>een overzicht van de door de gemeente gewenste
                                    projectresultaten, gebaseerd op de geformuleerde
                                    beleidsdoelstellingen en het gewenste maatschappelijke
                                    resultaat;</al></li><li nr=""><al>Prestatieplan:</al></li><li nr=""><al>een overzicht van de met gebruikmaking van de subsidie te
                                    leveren producten en projectresultaten;</al></li><li nr=""><al>Projectresultaat:</al></li><li nr=""><al>de uitkomst van de inzet van de subsidie-ontvanger om het
                                    maatschappelijk resultaat te bereiken;</al></li><li nr=""><al>Raad:</al></li><li nr=""><al>de raad van de gemeente Velsen, zoals bedoeld in artikel 6 van
                                    de Gemeentewet;</al></li><li nr=""><al>Staatssteun:</al></li><li nr=""><al>financieel voordeel die een overheid aan een bepaalde
                                    onderneming toekent die deze niet onder normale
                                    marktomstandigheden zou hebben gekregen en die dreigt te leiden
                                    tot vervalsing van de mededinging en tot nadelige beïnvloeding
                                    van het handelsverkeer tussen lidstaten.</al></li><li nr=""><al>Subsidie:</al></li><li nr=""><al>een subsidie als bedoeld in artikel 4.21 Awb te weten “de
                                    aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan
                                    verleend met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager,
                                    anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                                    goederen of diensten”;</al></li><li nr=""><al>Subsidieontvanger:</al></li><li nr=""><al>een rechtspersoon waaraan, al dan niet onder voorbehoud,
                                    voorwaarden en beperkingen, subsidie is verleend;</al></li><li nr=""><al>Subsidieplafond:</al></li><li nr=""><al>het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste
                                    beschikbaar is voor de verlening van subsidies krachtens een
                                    wettelijk voorschrift;</al></li><li nr=""><al>Subsidietijdvak:</al></li><li nr=""><al>de periode waarvoor subsidie wordt verleend;</al></li><li nr=""><al>Uitvoeringsovereenkomst:</al></li><li nr=""><al>een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 4:36 van de Awb die
                                    door de gemeente en de subsidieontvanger kan worden gesloten ter
                                    uitvoering van de subsidiebeschikking;</al></li><li nr=""><al>Voorschot:</al></li><li nr=""><al>de betaling van een deel van de subsidie voorafgaand aan de
                                    subsidievaststelling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.2 Reikwijdte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening is van toepassing op alle subsidiëring, tenzij
                                    de gemeenteraad anders bepaalt, van activiteiten die door derden
                                    in het gemeentelijk belang worden uitgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening is van toepassing op alle subsidies die door of
                                    namens het college worden verleend, tenzij op grond van een
                                    wettelijk voorschrift een afzonderlijke verordening dient te
                                    worden vastgesteld, dan wel een subsidie rechtstreeks op grond
                                    van een wettelijk voorschrift wordt verleend;</al></li><li nr="3."><al>Het college kan subsidie verlenen voor de beleidsvelden zoals
                                    opgenomen in de gemeentebegroting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.3 Bevoegdheden van de raad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt jaarlijks in het kader van de
                                    begrotingsbehandeling de subsidieplafonds vast en daarmee de
                                    budgetten die voor subsidiëring beschikbaar zijn;</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt eenmaal in de vier jaar het beleid per beleidsveld
                                    vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.4 Bevoegdheden van het college</titel></kop><al>Het college is bevoegd tot het nemen van alle besluiten ter uitvoering
                            van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.5 Grondslag voor subsidieverlening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan op basis van deze verordening per deelterrein
                                    beleidsregels vaststellen.</al></li><li nr="De"><al>beleidsregels bevatten tenminste: </al><lijst><li nr=""><al>a. de uitwerking van de beleidsmatige grondslagen voor
                                            de subsidie;</al></li><li nr=""><al>b. eventuele specifieke voorschriften die van toepassing
                                            zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Subsidie wordt slechts verstrekt voor de bekostiging van
                                    activiteiten die, naar het oordeel van het college, van belang
                                    zijn voor de gemeente Velsen en/of haar inwoners.</al></li><li nr="3."><al>Voor de verlening van subsidies in de vorm van garanties en
                                    borgstellingen stelt het college een toetsingskader vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.6 Weigeringsgronden</titel></kop><al>De subsidieverlening kan, naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van
                            de Awb genoemde gevallen, geweigerd worden, indien gegronde redenen
                            bestaan om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="1."><al>de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de
                                    gemeente of niet aanwijsbaar ten goede zullen komen aan
                                    ingezetenen van de gemeente;</al></li><li nr="2."><al>de aanvrager zich richt op zaken die strijdig zijn met het
                                    gemeentelijk beleid en/of het collegeprogramma;</al></li><li nr="3."><al>de gelden niet, of in onvoldoende mate, besteed zullen worden
                                    voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt
                                    gesteld;</al></li><li nr="4."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                    ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of
                                    de openbare orde;</al></li><li nr="5."><al>de aanvrager ook zonder subsidieverlening over voldoende gelden,
                                    uit eigen middelen of uit middelen van derden, kan beschikken om
                                    de kosten van de activiteiten te dekken;</al></li><li nr="6."><al>de aanvrager zich richt op het uitdragen van overtuigingen en
                                    denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke
                                    aard;</al></li><li nr="7."><al>in het beoogde doel/de voorgenomen activiteit(en) reeds op
                                    andere wijze in belangrijke mate is voorzien;</al></li><li nr="8."><al>binnen de organisatie van de aanvrager een medewerker of
                                    bestuurder, een beloning ontvangt die hoger is dan de wettelijke
                                    normen voor topinkomens in de (semi) publieke sector.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.7 Staatssteun</titel></kop><al>De aanvraag kan worden geweigerd indien subsidieverlening naar het
                            oordeel van het college zou kunnen leiden tot staatssteunrisico’s.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.8 Toezichthouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan toezichthouders, als bedoeld in artikel 5.11 van
                                    de Awb, aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de
                                    naleving van de verplichtingen die zijn opgelegd aan de
                                    subsidieontvanger;</al></li><li nr="2."><al>De toezichthouders hebben niet de bevoegdheden, vermeld in de
                                    artikelen 5.18 en 5.19 van de Awb.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.9 Afwijkingsbevoegheid</nr><titel/></kop><al>Indien het college subsidie verstrekt voor activiteiten, die mede door
                            andere bestuursorganen worden gesubsidieerd, kan het college afwijken
                            van de bij of krachtens deze verordening aan de subsidie te verbinden
                            verplichtingen, voor zover dit wenselijk is met het oog op een goede
                            afstemming met de door die andere bestuursorganen opgelegde of op te
                            leggen verplichtingen, en daardoor het belang met het oog waarop die
                            verplichtingen zouden moeten worden opgelegd, niet onevenredig wordt
                            geschaad.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2 Aanvraag en verlening subsidie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.1 Subsidieaanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvrager die in aanmerking wenst te komen voor een
                                    structurele (budget)subsidie, dient hiertoe een schriftelijk
                                    verzoek in bij het college vóór 1 juli van het jaar voorafgaande
                                    aan dat, waarvoor het subsidie wordt aangevraagd. De
                                    subsidieaanvraag dient in ieder geval te voldoen aan de eisen
                                    van artikel 4:2 Awb;</al></li><li nr="2."><al>Van de genoemde termijn in artikel 2.1.1 kan afgeweken worden in
                                    geval van een incidentele aanvraag of als het subsidieplafond
                                    nog niet bereikt is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.2 Verplichte informatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag van subsidie gaat vergezeld van: </al><lijst><li nr=""><al>1 een activiteitenplan waarin wordt aangegeven hoe de
                                            activiteiten bijdragen aan het realiseren van de
                                            gemeentelijke beleidsdoelstellingen (als het een
                                            aanvraag voor een budgetsubsidie betreft);</al></li><li nr=""><al>2 een begroting van de aan de activiteit verbonden
                                            inkomsten en uitgaven, voorzien van een
                                            toelichting;</al></li><li nr=""><al>3 een opgave van eventueel bij anderen aangevraagde
                                            subsidie voor dezelfde activiteiten, met daarbij de
                                            stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van
                                            die aanvraag;</al></li><li nr=""><al>4 een financieel overzicht en verantwoording over het
                                            laatst voorgaande boekjaar, inclusief balans;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij een eerste aanvraag om subsidie legt de aanvrager tevens
                                    over: </al><lijst><li nr=""><al>1 een afschrift van de oprichtings- of stichtingsakte
                                            dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn
                                            gewijzigd;</al></li><li nr=""><al>2 een bewijs van inschrijving uit het register van de
                                            Kamer van Koophandel en Fabrieken;</al></li><li nr=""><al>3 een opgave van het aantal leden, onderverdeeld in
                                            inwoners van Velsen en inwoners buiten Velsen;</al></li><li nr=""><al>4 motivering van de aanvraag;</al></li><li nr=""><al>5 een overzicht van haar financiële situatie op dat
                                            moment.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan: </al><lijst><li nr=""><al>1 modellen vaststellen die moeten worden gebruikt voor
                                            de bescheiden;</al></li><li nr=""><al>2 richtlijnen vaststellen waaraan de aanvraag moet
                                            voldoen;</al></li><li nr=""><al>3 binnen een door hen te bepalen termijn overlegging van
                                            andere stukken of anderszins nadere informatie
                                            verlangen, indien zij dat voor de beoordeling van de
                                            aanvraag nodig achten.</al></li><li nr=""><al>4 Bij een incidentele subsidie voor een investering legt
                                            de subsidieontvanger, naast de in het 1e en 2e lid
                                            genoemde stukken, tevens over:</al></li><li nr=""><al>1 een plan tot investering en financiering;</al></li><li nr=""><al>2 een kostenspecificatie of –raming van de voorgenomen
                                            investering;</al></li><li nr=""><al>3 de raming van de gevolgen voor de exploitatie.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De aanvrager van een subsidie kan gevraagd worden een
                                    de-minimisverklaring te overleggen.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan bepalen dat één of meer van de in het 1e en 2e
                                    lid vermelde stukken niet verstrekt behoeven te worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.3 Beslissingstermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie
                                    binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel,
                                    indien het college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken
                                    gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn voor het aanvragen
                                    van de subsidie.</al></li><li nr="2."><al>Op de aanvraag voor jaarlijkse subsidie wordt door het college
                                    beslist vóór 31 december voorafgaand aan het jaar waarop de
                                    subsidie betrekking heeft;</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van de in 2.3.1 genoemde termijn afwijken als
                                    het beschikbare subsidieplafond in de begroting van het lopende
                                    jaar nog niet bereikt is.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.1 Uitvoeringsovereenkomst</titel></kop><al>Aan de subsidieverlening kan de voorwaarde worden verbonden dat de
                            subsidieontvanger verplicht is om mee te werken aan de totstandkoming
                            van een overeenkomst ter uitvoering van de beschikking tot
                            subsidieverlening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2 Uitvoering van de activiteiten</titel></kop><al>De subsidieontvanger kan worden verplicht de activiteiten uit te voeren
                            die in de subsidiebeschikking en de uitvoeringsovereenkomst vermeld
                            staan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.3 Behalen van projectresultaten</titel></kop><al>De subsidieontvanger kan worden verplicht de in de
                            uitvoeringsovereenkomst opgenomen projectresultaten te behalen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.4 Informatieverstrekking en meldplicht</titel></kop><al>De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                            schriftelijk over:</al><lijst><li nr=""><al>a. aanmerkelijke verschillen tussen de werkelijke uitgaven en
                                    inkomsten van de begrote uitgaven en inkomsten, onder vermelding
                                    van de oorzaak van de verschillen;</al></li><li nr=""><al>b. wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding
                                    met derden;</al></li><li nr=""><al>c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat gemaakte afspraken
                                    voortvloeiende uit een tussen gemeente en subsidieontvanger
                                    gesloten uitvoeringsovereenkomst niet kunnen worden
                                    verwezenlijkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.5 Administratieve organisatie</titel></kop><al>Het college kan nadere eisen stellen aan de inrichting van de
                            administratieve organisatie van de subsidieontvanger.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.6 Onderzoek</titel></kop><al>Indien door of namens de rijks- of provinciale overheid, na overleg met
                            het college, onderzoeken worden ingesteld, verleent de subsidieontvanger
                            daaraan de nodige medewerking.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.7 Zorgvuldig beheer en verzekeringsplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger beheert de tot haar beschikking staande
                                    middelen zorgvuldig en treft maatregelen ter voorkoming van
                                    vermogensschade;</al></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger is verplicht haar roerende zaken te
                                    verzekeren en verzekerd te houden op basis van dagwaarde:</al></li><li nr="3."><al>De subsidieontvanger is verplicht haar onroerende zaken te
                                    verzekeren en verzekerd te houden op basis van herbouw- of
                                    vervangingswaarde;</al></li><li nr="4."><al>De subsidieontvanger is verplicht het bij haar in dienst zijnde
                                    personeel en de voor haar werkzame vrijwilligers, gedurende de
                                    tijd dat deze voor haar werkzaam zijn, te verzekeren tegen de
                                    gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.8 Meldplicht bij subsidies &gt; 50.000 euro</titel></kop><al>Bij subsidies van meer dan € 50.000,-- is de subsidieontvanger verplicht
                            om in de jaarrekening beloningen van medewerkers, inclusief directie en
                            externe inhuur, op te nemen indien deze hoger zijn dan de geldende
                            wettelijke normen voor topinkomens in de (semi) publieke sector.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.9 Toegankelijkheid accommodaties voor lichamelijk
                                gehandicapten</titel></kop><al>Het college kan de subsidieontvanger verplichten ervoor te zorgen dat de
                            gebruikte accommodatie bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar is voor
                            lichamelijk gehandicapten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.10 Overige verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan – aanvullend op de verplichtingen die in deze
                            verordening of in een bijzondere verordening zijn opgenomen – andere
                            doelgebonden verplichtingen opleggen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4 De subsidievaststelling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.1 Vaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger dient vóór 1 juli van het jaar volgend op
                                    het jaar waarvoor een subsidie is verleend, een aanvraag tot
                                    subsidievaststelling in zoals bedoeld in artikel 4:44 van de
                                    Awb, tenzij bij de subsidieverlening een andere termijn is
                                    gesteld;</al></li><li nr="2."><al>De subsidie wordt per boekjaar vastgesteld, tenzij anders is
                                    bepaald;</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt de subsidie vast binnen 13 weken, nadat de
                                    aanvraag daartoe ontvangen is.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan de in het 2e lid vermelde termijn met ten
                                    hoogste 13 weken verlengen. Van deze verlenging doet zij
                                    schriftelijk mededeling aan de subsidieontvanger die de aanvraag
                                    tot vaststelling heeft ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2 Verantwoording bij subsidie tot € 10.000</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidie tot € 10.000 wordt gelijktijdig verleend en
                                    vastgesteld, tenzij in de beschikking of in door het college
                                    vastgestelde nadere regels anders wordt beslist;</al></li><li nr="2."><al>De verantwoording wordt geacht plaats te vinden bij de aanvraag
                                    van de subsidie, zoals bedoeld in artikel 2.1 van deze
                                    verordening;</al></li><li nr="3."><al>Het college kan binnen 5 jaar na de verlening en vaststelling
                                    als bedoeld in lid 1 bepalen dat de volgende gegevens en
                                    bescheiden worden overgelegd: </al><lijst><li nr=""><al>a. een inhoudelijk jaarverslag waaruit blijkt of het
                                            doel is gerealiseerd en de activiteiten zijn
                                            uitgevoerd;</al></li><li nr=""><al>b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan
                                            verbonden uitgaven en inkomsten (financieel jaarverslag
                                            of jaarrekening).</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel
                                    bedoelde gegevens en bescheiden worden overgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.3 Verantwoording bij subsidie vanaf € 10.000 tot €
                                50.000</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Tenzij in de subsidiebeschikking een andere termijn is genoemd,
                                    dient de</al></li><li nr="subsidieontvanger"><al>vóór 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor een
                                    subsidie is verleend de volgende bescheiden in bij het college: </al><lijst><li nr=""><al>a. een inhoudelijk jaarverslag waaruit blijkt of het
                                            doel is gerealiseerd en de activiteiten zijn
                                            uitgevoerd;</al></li><li nr=""><al>b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan
                                            verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                            jaarrekening);</al></li><li nr=""><al>c. een balans naar de toestand aan het einde van het
                                            afgelopen subsidietijdvak met een toelichting
                                            daarop;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel
                                    bedoelde gegevens en bescheiden, die voor de vaststelling van
                                    belang zijn, worden overgelegd;</al></li><li nr="3."><al>Het college kan nadere eisen stellen over de wijze waarop zij
                                    geïnformeerd wil worden over de in artikel 3.4, onder 1 genoemde
                                    aanmerkelijke verschillen tussen de werkelijke uitgaven en
                                    inkomsten van de begrote uitgaven en inkomsten;</al></li><li nr="4."><al>Indien de subsidieontvanger de in het 1e of 2e lid bedoelde
                                    bescheiden niet tijdig bij het college indient, kan het college
                                    besluiten om de subsidie lager vast te stellen;</al></li><li nr="5."><al>De subsidieontvanger behoeft toestemming van het college voor
                                    handelingen vermeld in artikel 4:71 van de Awb.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.4 Verantwoording bij subsidie vanaf € 50.000</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Tenzij in de subsidiebeschikking een andere termijn is genoemd,
                                    dient de subsidieontvanger vóór 1 juli van het jaar volgend op
                                    het jaar waarvoor een subsidie is verleend de volgende
                                    bescheiden in bij het college: </al><lijst><li nr=""><al>a. een inhoudelijk jaarverslag waaruit blijkt of het
                                            doel is gerealiseerd en de activiteiten zijn
                                            uitgevoerd;</al></li><li nr=""><al>b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan
                                            verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                            jaarrekening);</al></li><li nr=""><al>c. een balans naar de toestand aan het einde van het
                                            afgelopen subsidiejaar met een toelichting daarop;</al></li><li nr=""><al>d. een accountantsverklaring, zoals bedoeld in het
                                            tweede lid van dit artikel.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger is verplicht een controleopdracht te
                                    verstrekken aan een accountant als bedoeld in artikel 393, 1e
                                    lid, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, resulterend in een
                                    accountantsverklaring.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel
                                    bedoelde gegevens en bescheiden, die voor de vaststelling van
                                    belang zijn, worden overgelegd;</al></li><li nr="4."><al>Het college kan nadere eisen stellen over de wijze waarop zij
                                    geïnformeerd wil worden over de in 3.4, onder 1 genoemde
                                    aanmerkelijke verschillen tussen de werkelijke uitgaven en
                                    inkomsten van de begrote uitgaven en inkomsten;</al></li><li nr="5."><al>Indien de subsidieontvanger de in het eerste of tweede lid
                                    bedoelde bescheiden niet tijdig bij het college indient, kan het
                                    college besluiten om de subsidie lager vast te stellen;</al></li><li nr="6."><al>Het college kan besluiten dat de verplichtingen zoals neergelegd
                                    in het eerste lid, onder d van dit artikel, voor een bepaalde
                                    categorie subsidieontvangers niet gelden;</al></li><li nr="7."><al>De subsidieontvanger behoeft toestemming van het college voor
                                    handelingen vermeld in artikel 4:71 van de Awb.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.5 Controle</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd controle uit te oefenen op de getrouwheid
                                    van de in artikel 4.2, 4.3 of 4.4 bedoelde gegevens en kan
                                    bepalen aanvullend onderzoek te (laten) verrichten om een
                                    oordeel te krijgen over de effectiviteit en efficiency van de
                                    subsidieontvanger en de rechtmatigheid van besteding van de
                                    toegekende subsidie;</al></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger is verplicht medewerking te verlenen aan de
                                    controle respectievelijk een onderzoek zoals bedoeld in het
                                    eerste lid van dit artikel en verschaft daartoe de
                                    toezichthouders als bedoeld in het derde lid van dit artikel
                                    toegang tot de betreffende accommodatie en verleent hen inzage
                                    in de boekhouding;</al></li><li nr="3."><al>Het college kan een of meer toezichthouders aanwijzen die zijn
                                    belast met het toezicht op de naleving van de aan de
                                    subsidieontvanger opgelegde verplichtingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.6 Lagere vaststelling</titel></kop><al>Het college kan op grond van artikel 4:46 Awb het subsidiebedrag lager
                            vaststellen dan het bedrag in de subsidieverlening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.7 Intrekking en wijziging</titel></kop><al>Het college kan met in achtneming van de artikelen 4:48 tot en met 4:51
                            Awb de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de
                            subsidieontvanger wijzigen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 5 Financiële bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.1 Bevoorschotting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan voorschotten als bedoeld in artikel 4:54 van de
                                    Awb verlenen;</al></li><li nr="2."><al>Indien er geen gebruik is gemaakt van de mogelijkheid tot
                                    bevoorschotting, kan het college bij de subsidieverlening
                                    bepalen dat het subsidiebedrag in gedeelten wordt
                                    uitbetaald;</al></li><li nr="3."><al>Subsidies boven € 10.000 worden voor 95% bevoorschot. Het
                                    eventueel resterende bedrag wordt uitbetaald na verantwoording
                                    van de besteding van de subsidie en de vaststelling van de
                                    definitieve hoogte van de subsidie;</al></li><li nr="4."><al>Subsidies tussen € 10.000 en € 50.000 worden bevoorschot in 2
                                    termijnen;</al></li><li nr="5."><al>Subsidies boven € 50.000 worden bevoorschot in 4
                                    kwartaaltermijnen;</al></li><li nr="6."><al>Het college kan vorderingen op een subsidieontvanger
                                    rechtstreeks met het voorschot verrekenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2 Betalingstermijn</titel></kop><al>Het subsidiebedrag wordt binnen 6 weken na de subsidievaststelling
                            betaald. Bij verrekening vindt betaling dan wel terugvordering binnen 6
                            weken plaats.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.3 Terugvordering</titel></kop><al>Het college kan op grond van en met inachtneming van het bepaalde in
                            artikel 4:57 Awb onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en
                            voorschotten terugvorderen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.4 Vermogensvorming subsidieontvanger</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de subsidieontvanger structureel subsidie ontvangt, mogen
                                    eventuele exploitatieoverschotten in enig jaar, zulks ter
                                    beoordeling van het college, worden gedoteerd aan een
                                    egalisatiereserve. Aan deze egalisatiereserve is een maximum
                                    verbonden van 10% van de laatst ontvangen periodieke
                                    subsidie;</al></li><li nr="2."><al>Het College kan in het belang van de uitvoering van de
                                    gesubsidieerde activiteiten van het in het eerste lid genoemde
                                    percentage afwijken;</al></li><li nr="3."><al>Indien een reserve als bedoeld in het eerste lid van dit artikel
                                    is opgebouwd, dient de subsidieontvanger deze reserve gedurende
                                    een periode van 3 jaar aan te wenden om eventuele
                                    exploitatietekorten in volgende jaren op te vangen;</al></li><li nr="4."><al>De subsidieontvanger is, voor zover het verlenen van de subsidie
                                    heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor in de volgende
                                    gevallen een vergoeding verschuldigd aan het college: </al><lijst><li nr=""><al>a. indien de subsidieontvanger een schadevergoeding
                                            ontvangt voor verlies of beschadiging van voor de
                                            gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde
                                            goederen;</al></li><li nr=""><al>b. indien de gesubsidieerde activiteiten geheel of
                                            gedeeltelijk worden beëindigd;</al></li><li nr=""><al>c. indien de subsidieverlening of de
                                            subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie
                                            wordt beëindigd;</al></li><li nr=""><al>d. indien de rechtspersoon die subsidie ontvangt wordt
                                            ontbonden;</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De hoogte van de in het vorige lid bedoelde vergoeding wordt
                                    bepaald door het college, maar ingeval van ontbinding van de
                                    rechtspersoon die subsidie ontvangt vervalt het batig saldo van
                                    de liquidatierekening - gelimiteerd tot het bedrag dat opgebouwd
                                    is met (behulp van) gemeentelijke subsidie - aan de gemeente en
                                    zal de raad het batig saldo een bestemming geven die gericht is
                                    op het belang/welzijn van de inwoners van de gemeente
                                    Velsen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 6 Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6.1 Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of onduidelijk is,
                            beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.2 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan, in bijzondere gevallen, artikelen van deze verordening
                            buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing van
                            deze artikelen, gelet op het belang van de aanvrager of
                            subsidieontvanger, leidt tot een onbillijkheid van overwegende
                            aard.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.3 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Algemene Subsidieverordening
                            Velsen 2013.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.4 Inwerkingtreding, intrekking en
                                overgangsregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 5 april 2013
                                    en is vanaf dat tijdstip van toepassing op subsidieaanvragen,
                                    subsidieverlening en subsidievaststelling;</al></li><li nr="2."><al>Met ingang van deze datum wordt de Algemene Subsidieverordening
                                    Velsen, vastgesteld op 11 september 2008, ingetrokken;</al></li><li nr="3."><al>De verordening genoemd in lid 2 blijft van toepassing voor zover
                                    dat voor de afwikkeling van subsidie verleend op basis van deze
                                    verordening noodzakelijk is;</al></li><li nr="4."><al>Besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze
                                    verordening blijven gehandhaafd;</al></li><li nr="5."><al>Aanvragen voor het subsidiejaar 2013, die ingediend zijn voor de
                                    inwerkingtreding van deze verordening, worden beoordeeld op
                                    grond van de nieuwe verordening, tenzij de oude verordening voor
                                    belanghebbende gunstiger is.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad op 28 maart
                        2013.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de Algemene Subsidieverordening Velsen</titel></kop><divisie><kop><titel>Inleiding</titel></kop><al>De Algemene wet bestuursrecht (Awb) geeft een wettelijk kader voor alle
                        subsidies die het Rijk en de lagere overheden verlenen. De eis dat een
                        subsidie in beginsel steeds een wettelijke grondslag heeft, staat hierbij
                        centraal. Voor de gemeente betekent dit dat verlening van subsidies
                        gebaseerd moet zijn op een verordening. Naast deze Algemene
                        Subsidieverordening, verder te noemen: ASV, zal de uitwerking van het
                        subsidiebeleid op bepaalde beleidsterreinen in beleidsregels kunnen worden
                        vastgelegd.</al><al>Deze subsidieverordening geldt voor alle door de gemeente te verlenen
                        subsidies. Deze verordening bepaalt niet de verdeling van beschikbare
                        subsidiebedragen. In principe is de begroting het beleidsinstrument voor
                        bepaling van subsidies in samenhang met eventuele deelverordeningen en
                        beleidsnota’s. Per beleidsveld kan een andere wijze van verdeling van het
                        beschikbare subsidiebudget worden aangegeven.</al><al>Wat betreft de budgetsubsidies wordt de relatie gelegd tussen het
                        gemeentelijk beleid en de te leveren prestaties/activiteiten van de
                        subsidieontvanger (organisatie). De ASV geeft een aantal uitgangspunten en
                        regels. Het beleid wordt op een andere wijze vastgelegd, dit kan zijn in
                        afzonderlijke beleidsnotities, gemeentebegroting of
                        deel-subsidieverordeningen. Daarnaast zullen afspraken per subsidieontvanger
                        organisatie gemaakt worden, die worden vastgelegd in een subsidiebeschikking
                        en eventueel een uitvoeringsovereenkomst.</al><al>De Awb onderscheidt drie fasen in het subsidieproces:</al><lijst><li nr=""><al>a. de subsidieverlening;</al></li><li nr=""><al>b. de subsidievaststelling;</al></li><li nr=""><al>c. de uitbetaling.</al></li></lijst><al><cursief>ad. a. de subsidieverlening</cursief></al><al>Het subsidieproces begint met een aanvraag om subsidie. Op deze
                        subsidieaanvraag neemt de gemeente een besluit. Dit besluit wordt de
                        beschikking tot subsidieverlening genoemd. In de beschikking tot
                        subsidieverlening moet óf een maximum bedrag worden opgenomen óf de wijze
                        waarop de subsidie wordt berekend met daarbij een maximumbedrag.</al><al>De beschikking geeft de aanvrager aanspraak op uitbetaling van subsidie, op
                        voorwaarde dat de aanvrager de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                        verstrekt en de daaraan verbonden verplichtingen ook daadwerkelijk
                        uitvoert.</al><al>Zo nodig kunnen aan de aanvrager voorschotten worden verstrekt voor de
                        uitvoering van deze activiteiten.</al><al><cursief>Ad b. de subsidievaststelling</cursief></al><al>Wanneer de activiteiten zijn afgerond, dient de subsidieontvanger een
                        verzoek tot vaststelling van subsidie in. In dit verzoek legt de aanvrager
                        tevens rekening en verantwoording af.</al><al>De subsidieverstrekker stelt vervolgens de definitieve subsidie vast. Dit
                        besluit wordt de beschikking tot subsidievaststelling genoemd. Het bedrag
                        van de subsidievaststelling kan lager zijn dan het bedrag genoemd in de
                        beschikking tot subsidieverlening, indien de subsidieontvanger bijvoorbeeld
                        niet alle overeengekomen activiteiten heeft geleverd. De Awb biedt de
                        mogelijkheid om de subsidieverlening en subsidievaststelling samen te laten
                        vallen, bijvoorbeeld bij het toekennen van kleinere subsidies (in de
                        verordening wordt de grens van € 10.000 gehanteerd).</al><al><cursief>Ad c. de uitbetaling</cursief></al><al>De beschikking tot subsidievaststelling verplicht de subsidieverstrekker tot
                        uitbetaling. Een uitbetaling is een handeling naar burgerlijk recht en dus
                        geen beschikking in de zin van de Awb. Op uitbetalingen is dan ook het
                        privaatrecht van toepassing. Bij de uitbetaling vindt een verrekening met
                        eventuele voorschotten plaats. In deze fase van het subsidieproces vindt ook
                        een eventuele terugvordering van voorschotten en onverschuldigd betaalde
                        subsidies plaats.</al><al><cursief>Artikel 4.4 lid 2 </cursief></al><al>Artikel 4.4 lid 2 is gericht op het aanleveren van een accountantsverklaring
                        bij de verantwoording van een subsidie vanaf € 50.000. Uit dit artikel is de
                        zinsnede: "De controle richt zich op de getrouwheid en rechtmatigheid van de
                        verantwoordingsinformatie" geschrapt. In de praktijk is gebleken dat de
                        controle van de rechtmatigheid van de subsidie moet plaatsvinden door de
                        subsidieverstrekker omdat dit voor de accountant van de gesubsidieerde
                        instelling heel lastig is om vast te stellen. Artikel 4.4 lid 4 biedt de
                        ruimte om hiervoor gegevens bij de subsidieontvanger op te vragen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de ASV Velsen 2008</titel></kop><al>De tekst van de verordening is artikelsgewijs doorgenomen en daaruit volgend
                        is de ASV op enkele belangrijke punten gewijzigd. Daarom is ervoor gekozen
                        om de oude verordening in te trekken en een nieuwe verordening vast te
                        stellen.</al><al>Er zijn twee redenen voor de betreffende wijzigingen:</al><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten de
                                bestaande subsidieverordening aan te passen door middel van het
                                opnemen van een mogelijkheid om in de ASV aan te sluiten bij de
                                normering van de Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen
                                publieke en semipublieke sector (WNT). Dit werd ook met motie 9 van
                                2011 inzake toepassing van wettelijke normering op topinkomens, door
                                de Raad verzocht. In dit kader is er zowel een reden tot weigering
                                van de subsidie als een meldingsplicht toegevoegd.</al></li><li nr="2."><al>Actualisatie in verband met wet- en regelgeving, onder andere op het
                                gebied van het toekennen van staatssteun (Europese
                                regelgeving).</al></li></lijst><al>Daarnaast is er een relatie gelegd tussen de ASV en het op te stellen
                        toetsingskader voor garanties en borgstellingen door de afdeling financiën
                        door middel van het opnemen van een verwijzing.</al><al>De wijzigingen hebben als zodanig geen invloed op de hoogte van subsidies en
                        de verdeling van de subsidiegelden.</al><al>De belangrijkste wijzigingen in de verordening betreffen de volgende
                        aspecten:</al><lijst><li nr="1."><al>Weigeringsgrond voor subsidieverlening</al><al>In de huidige ASV kan de subsidieaanvraag worden geweigerd op grond van
                                een aantal redenen zoals vermeld in de leden van artikel 1.6. Onder
                                lid 8 is als mogelijke weigeringsgrond toegevoegd het niet voldoen
                                aan de wettelijke normen voor topinkomens in de publieke en
                                semi-publieke sector.</al></li><li nr="2."><al>Weigeringsgrond subsidieverlening: Staatssteun</al><al>Opname van genoemde weigeringsgrond in de verordening is gebaseerd op
                                Artikel 87 lid 1 EG-verdrag. Deze verbiedt bepaalde steunmaatregelen
                                van de lidstaten van de Europese Gemeenschap ten gunste van
                                ondernemingen. Er is in principe sprake van staatssteun in de vorm
                                van subsidie indien er voldaan is aan de volgende criteria: </al><lijst><li nr=""><al>a. er moet sprake zijn van een maatregel van de Staat of met
                                        staatsmiddelen bekostigd;</al></li><li nr=""><al>b. deze maatregel moet een selectieve groep van
                                        ondernemingen begunstigen;</al></li><li nr=""><al>c. de maatregel moet de begunstigden een voordeel
                                        verschaffen;</al></li><li nr=""><al>d. de maatregel moet de mededinging en het interstatelijk
                                        handelsverkeer ongunstig beïnvloeden (artikel 87 lid 1
                                        EG-verdrag).</al></li></lijst><al>Door opname van artikel 1.7 wordt naleving van bovengenoemde Europese
                                wetgeving mogelijk gemaakt. Als een subsidie wordt aangemerkt als
                                onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt loopt de gemeente
                                bepaalde juridische en financiële risico's. Opname van deze bepaling
                                biedt de mogelijkheid om aanvragen te weigeren zodat dergelijke
                                risico's worden voorkomen.</al></li><li nr="3."><al>De-minimis verklaring</al><al>Door artikel 2.2 lid 5 op te nemen, is er de mogelijkheid om van de
                                subsidieaanvrager een de-minimis verklaring op te vragen. Dit
                                betekent dat de subsidie aanvrager zo nodig verplicht kan worden om
                                te verklaren dat er geen sprake is van het bereiken van de grens van
                                de de-minimissteun.</al></li><li nr="4."><al>Opname 13 weken termijn bij incidentele subsidie aanvragen.</al><al>In artikel 2.3 lid 1, is de beslissingstermijn voor incidentele
                                subsidies opgenomen, te weten 13 weken conform de standaardisering
                                van termijnen in het rijkssubsidiekader. Het staat de gemeente vrij
                                om deze termijn te hanteren voor (incidentele) subsidies.</al></li><li nr="5."><al>Meldplicht bij subsidies &gt; 50.000 euro</al><al>Door opname van artikel 3.8 ontstaat een meldplicht bij subsidies van
                                meer dan € 50.000,-- om in de jaarrekening beloningen te vermelden
                                indien deze hoger zijn dan de geldende wettelijke normen voor
                                topinkomens in de (semi) publieke sector. Op deze wijze is controle
                                op het voldoen aan de normen zoals gesteld in de WNT mogelijk zonder
                                dat overbodige administratieve druk ontstaat.</al></li><li nr="6."><al>Uitzondering op vermogensvorming</al><al>In artikel 5.4 lid 2 is toegevoegd dat het college is toegestaan om een
                                uitzondering te maken op de in lid 1 van hetzelfde artikel genoemde
                                percentage als het gaat om vermogensvorming van de ontvanger van
                                structurele subsidie. In de praktijk is gebleken dat er
                                uitzonderlijke situaties denkbaar zijn waarbij er in het belang van
                                de gesubsidieerde activiteiten toch sprake kan zijn van
                                noodzakelijkheid om hogere reserves op te bouwen. Opname van lid 2
                                in de verordening biedt de mogelijkheid aan het college om in
                                dergelijke gevallen van lid 1 af te wijken.</al></li></lijst></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>