<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR294783_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Velsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Jutter / De Hofgeest, 11 april 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering 2013 gemeente Velsen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R13.019</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervallen: Verordening Wet inburgering 2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders
                                            van de gemeente Velsen;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering zoals deze luidde op 31
                                            december 2012;</al></li><li nr="c."><al>de wetswijziging: de wet tot wijziging van de Wet
                                            inburgering en enkele andere wetten in verband met de
                                            versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de
                                            inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430);</al></li><li nr="d."><al>Inburgeringsplichtige: de persoon bedoeld in artikel X,
                                            2e tot en met 5e lid van de wetswijziging;</al></li><li nr="e."><al>voorziening: een inburgeringsvoorziening of
                                            taalkennisvoorziening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                    regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                    verordening worden gebruikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op
                                    een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over
                                    hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod
                                    van en de toegang tot de inburgeringsvoor-zieningen.</al></li><li nr="2."><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                    inburgeringsplichtigen gebruik van de volgende middelen: </al><lijst><li nr=""><al>a. een gemeentelijk informatiepunt;</al></li><li nr=""><al>b. het verstrekken van informatie over de wet aan
                                            inburgeraars die zich melden voor inschrijving bij
                                            Burgerzaken of een bijstandsuitkering aanvragen;</al></li><li nr=""><al>c. het benaderen van inburgeraars met informatie over de
                                            wet en daarmee samenhangende aspecten. Daarbij zal
                                            gebruik worden gemaakt van zelforganisaties ,
                                            bibliotheek, club- en buurthuis werk en
                                            vluchtelingenwerk.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college beoordeelt periodiek de doeltreffendheid en
                                    doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de
                                    inburgeringsplichtigen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de voorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inburgeringsaanbod</titel></kop><al>Het college doet het aanbod voor een voorziening aan:</al><lijst><li nr=""><al>a. de houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel
                                    28 van de Vreemdelingenwet 2000;</al></li><li nr=""><al>b. de geestelijke bedienaar, bedoeld in artikel 1, onderdeel g
                                    van de wet, die geen oudkomer is als bedoeld in artikel 1,
                                    onderdeel c van de wet, indien en voor zover zij uiterlijk 31
                                    december 2012 inburgeringsplichtig zijn geworden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stemt de voorziening aan de inburgeringsplichtige
                                    bedoeld in artikel 3 onder a af op het startniveau en de
                                    vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de
                                    maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige.</al></li><li nr="2."><al>Indien de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 onder a een
                                    voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt aangeboden,
                                    draagt het college er zorg voor dat de inburgeringsvoorziening
                                    wordt afgestemd op de voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="3."><al>Aan de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 onder a biedt
                                    het college maatschappelijke begeleiding aan.</al></li><li nr="4."><al>Een voorziening kan, naast hetgeen in de wet is geregeld,
                                    aanvullende onderdelen bevatten zoals stage en
                                    trajectbegeleiding.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                    wordt in ten hoogste 18 termijnen betaald.</al></li><li nr="2."><al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van de
                                    voorziening de termijnen van betaling vast. Indien het college
                                    de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat
                                    in de beschikking vastgelegd.</al></li><li nr="3."><al>Indien de inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen of het
                                    vrijstellend examen binnen de gestelde termijn heeft gehaald,
                                    heeft deze recht op een beloning gelijk aan de betaalde eigen
                                    bijdrage met een maximum van € 270,=.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking één of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr=""><al>a. het deelnemen aan de voorziening;</al></li><li nr=""><al>b. het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr=""><al>c. het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr=""><al>d. voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr=""><al>e. het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Het aanbod van een voorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                            lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het adres
                            waar de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 in de gemeentelijke
                            basisadministratie is ingeschreven.</al><lijst><li nr="1."><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de voorziening
                                    die wordt aangeboden en worden de rechten en verplichtingen
                                    vermeld die aan die voorziening worden verbonden.</al></li><li nr="2."><al>De inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 aan wie een aanbod
                                    wordt gedaan, deelt binnen twee weken het college schriftelijk
                                    mee of hij het aanbod al dan niet aanvaardt.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 het aanbod
                                    aanvaardt, neemt het college binnen twee weken na ontvangst van
                                    deze mededeling het besluit tot vaststelling van de voorziening
                                    overeenkomstig het gedane aanbod.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>Het besluit tot toekenning van de voorziening bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr=""><al>a. een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr=""><al>b. een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3;</al></li><li nr=""><al>c. de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald;</al></li><li nr=""><al>d. de termijnen en wijze van betaling van de eigen
                                    bijdrage.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bestuurlijke boete bedraagt € 100,= indien de
                                    inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het
                                    college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze
                                    inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent
                                    aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de
                                    wet.</al></li><li nr="2."><al>De bestuurlijke boete bedraagt € 200,= indien de
                                    inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent
                                    aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde voorziening,
                                    bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de
                                    verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening.</al></li><li nr="3."><al>De bestuurlijke boete bedraagt € 500,= indien de
                                    inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid,
                                    van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op
                                    grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet
                                    verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                                    eerste lid, bedraagt € 200,= indien de inburgeringsplichtige
                                    zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar
                                    aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde
                                    overtreding.</al></li><li nr="2."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                                    tweede lid, bedraagt € 400,= indien de inburgeringsplichtige
                                    zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar
                                    aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde
                                    overtreding.</al></li><li nr="3."><al>De bestuurlijke boete bedraagt € 1.000,= indien de
                                    inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond
                                    van artikel 32 van de wet vastgestelde termijn het
                                    inburgeringsexamen heeft behaald.</al></li><li nr="4."><al>De bestuurlijke boete bedraagt € 1.000,= indien de
                                    inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond
                                    van artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het
                                    inburgeringsexamen heeft behaald.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De verordening zoals deze gold op 31 december 2012 blijft van toepassing
                            op:</al><lijst><li nr=""><al>a. Inburgeringsplichtigen die op dat moment een door het college
                                    vastgestelde voorziening volgden.</al></li><li nr=""><al>b. Inburgeringsplichtigen die zonder een door het college
                                    vastgestelde voorziening worden gehandhaafd op hun
                                    inburgeringsplicht.</al></li><li nr=""><al>c. Vrijwillige inburgeraars die op dat moment een door het
                                    college aangeboden voorziening volgden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Voorziening door college</titel></kop><al>In gevallen die de uitvoering van de verordening betreffen en waarin
                            deze niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht tot 1
                            januari 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering 2013
                            gemeente Velsen.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 maart 2013.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>Per 1 januari 2013 is de Wet inburgering gewijzigd.</al><al>Met de wijziging beoogt het kabinet de eigen verantwoordelijkheid van
                    vreemdelingen voor de inburgering te versterken.</al><al>In de wet zoals die gold per 31 december 2012 was een veelheid aan taken
                    toebedeeld aan de gemeente. Met de wetswijziging komen deze te vervallen.</al><al>Wel blijft de gemeente op grond van het overgangsrecht, vooral gedurende de
                    eerste jaren na inwerkingtreding van de wetswijziging, een aantal taken
                    uitoefenen.</al><al>Deze zijn erop gericht om inburgeraars die al met een traject gestart zijn in
                    staat te stellen het traject af te ronden. Daarnaast blijft de gemeente belast
                    met het handhaven van de inburgeringsplicht van de ‘oude’ inburgeraars.</al><al>De belangrijkste wijzigingen zijn:</al><lijst><li nr="•"><al>De verantwoordelijkheid voor inburgering wordt bij de
                            inburgeringsplichtige gelegd. Dit betekent dat het tot de eigen
                            verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige behoort om te bepalen
                            hoe hij aan zijn inburgeringsplicht voldoet en dat hij daarvoor zelf de
                            kosten draagt. Daarmee vervalt de plicht van de gemeente om voor
                            inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen te zorgen. De taken
                            die de gemeente heeft ten aanzien van het oproepen van (potentieel)
                            inburgeringsplichtigen en het doen van een onderzoek (intake) vervallen
                            daarmee eveneens.</al></li><li nr="•"><al>De doelgroep wordt beperkt tot </al><lijst><li nr=""><al>o vreemdelingen die op of na de inwerkingtreding van dit
                                    wetsvoorstel rechtmatig verblijf verkrijgen voor verblijf in
                                    Nederland en (direct of in een later stadium) een
                                    verblijfsvergunning voor bepaalde tijd krijgen voor een
                                    niet-tijdelijk doel (asiel of gezinsvorming/hereniging)</al></li><li nr=""><al>o of als geestelijke bedienaar.</al></li></lijst></li><li nr="•"><al>De mogelijkheid voor de gemeente om vrijwillige inburgeraars
                            (EU-onderdanen en genaturaliseerde Nederlanders) op grond van de Wet
                            inburgering een inburgeringsvoorziening aan te bieden vervalt.</al></li><li nr="•"><al>Vrijwillige inburgeraars kunnen net als iedere andere burger via het reguliere
                            onderwijs de noodzakelijke (taal)vaardigheid en kennis verwerven om
                            volledig deel te kunnen nemen aan de samenleving.</al></li><li nr="•"><al>Een overgangsregeling, die erin voorziet: </al><lijst><li nr=""><al>o dat de gemeente diegenen die al een aanbod hebben gehad en
                                    zich momenteel voorbereiden op het inburgeringsexamen in staat
                                    stelt dit voort te zetten en het examen af te leggen;</al></li><li nr=""><al>o dat de gemeente handhaaft dat inburgeraars die vóór 1 januari
                                    2013 inburgeringsplichtig zijn geworden aan hun
                                    inburgeringsplicht voldoen;</al></li><li nr=""><al>o dat de gemeente een aanbod doet aan asielgerechtigden en
                                    geestelijke bedienaren die voor 1 januari 2013
                                    inburgeringsplichtig zijn geworden maar nog geen aanbod hebben
                                    gehad voor die datum. Daarbij blijft ongewijzigd dat voor
                                    asielgerechtigde inburgeringsplichtigen een
                                    inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening ook uit
                                    maatschappelijke begeleiding (artikel 19, zesde lid van de wet)
                                    bestaat.</al></li></lijst></li></lijst><al>Met ingang van 1 januari 2013 ontvangt de gemeente per nieuwe
                    inburgeringsplichtige asielgerechtigde daartoe van het Rijk een eenmalige
                    bijdrage van € 1.000 per persoon. Dat bedrag is tijdelijk verhoogd naar € 2.000
                    (alleen voor inburgeringsplichtige asielgerechtigden en inburgeringsplichtige na
                    reizende gezinsleden die gedurende 2013 hun verblijfsvergunning krijgen). Daarna
                    wordt de bijdrage weer € 1.000.</al><al>Na 1 januari 2013 kan de gemeente alleen een aanbod doen aan asielgerechtigden
                    en geestelijk bedienaren, die uiterlijk 31 december 2012 inburgeringsplichtig
                    zijn geworden en aan wie nog geen voorziening is aangeboden.</al><al>Aan anderen kunnen gemeenten nog wel voorzieningen aanbieden maar niet meer op
                    grond van de Wet inburgering.</al><al>De gemeente blijft de opdracht houden om de inburgeringsplichtigen binnen haar
                    grenzen die onder het overgangsrecht vallen goed te informeren over de rechten
                    en plichten die voortvloeien uit deze wet.</al><al>Ook moet zij de inburgeringsplicht handhaven van inburgeringsplichtigen die
                    onder het overgangsrecht vallen. Dit betreft inburgeringsplichtigen die vóór 1
                    januari hun inburgeringsplicht opgelegd hebben gekregen en vóór die datum een
                    gemeentelijk aanbod hebben gekregen.</al><al>Omdat na 1 januari 2013 zich nog geschillen kunnen voordoen tussen de gemeente
                    en degenen die op grond van de wet zoals die gold tot en met 31 december 2012
                    inburgeringsplichtig zijn werken deze handhavingsbepalingen ook door na 1
                    januari 2013.</al><al>In verband met deze taken draagt de wetswijziging de gemeente op om bij
                    verordening regels te stellen over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="1."><al>Informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen over hun rechten en
                            plichten uit hoofde van de wet, alsmede van het aanbod van en de toegang
                            tot inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 van de wet).</al></li><li nr="2."><al>Het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen of taalkennisvoorzieningen
                            en de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld (artikel
                            19, vijfde lid, en artikel 23, derde lid, van de wet).</al></li><li nr="3."><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de
                            verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 van de
                            wet).</al></li></lijst></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Omwille van de leesbaarheid van de verordening wordt de term voorziening
                        gehanteerd. Dit kan zowel een inburgeringsvoorziening zijn als een
                        taalkennisvoorziening.</al><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                        gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit inburgering en
                        de Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 2 De informatieverstrekking aan
                            inburgeringsplichtigen</titel></kop><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed
                        te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de Wet
                        inburgering.</al><al>Dit artikel in de verordening vormt de uitwerking van deze
                        verplichting.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 3 Inburgeringsaanbod</titel></kop><al>Vanaf 1 januari 2013 is het college alleen verplicht een voorziening aan te
                        bieden aan asielgerechtigden en een inburgeringsvoorziening aan geestelijke
                        bedienaren die vóór 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 4 De samenstelling van de voorziening</titel></kop><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                        vaststelling door het college van een passende voorziening, met in begrip
                        van de totstandkoming en samenstelling daarvan.(artikel 19, vijfde lid,
                        onderdeel b, WI). In dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het
                        college de opdracht heeft voor de asielgerechtigde inburgeringsplichtige een
                        op de persoon toegesneden voorziening samen te stellen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op de
                        inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college
                        en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid van de
                        wet). De hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt €
                        270. Dit bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd
                        (artikel 23, tweede lid van de wet).</al><al>In de verordening is gekozen voor betaling van de eigen bijdrage in ten
                        hoogste 18 termijnen van € 15,= Als de inburgeringsplichtige het examen
                        heeft behaald, kan de betaalde eigen bijdrage tot maximaal € 270,= als
                        beloning worden terugontvangen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 6 Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat bepaalt
                        dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten
                        van de inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is vastgesteld. Dit
                        artikel delegeert de</al><al>bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in het artikel worden
                        genoemd aan inburgeringsplichtigen in het kader van een voorziening op te
                        leggen. Het college legt in de beschikking tot de toekenning van de
                        voorziening deze verplichtingen vast.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 7 De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen
                        dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang
                        omdat zo’n aanbod de start is van een procedure die – als het goed is –
                        leidt tot een besluit tot het toekennen van een voorziening.</al><al>In het eerste lid wordt geregeld dat het college het aanbod van een
                        voorziening aan de inburgeringsplichtige op schriftelijke wijze kenbaar
                        maakt en dat dit wordt verzonden aan het adres waar de inburgeringsplichtige
                        staat ingeschreven in de GBA. Zodoende wordt voorkomen dat onduidelijkheid
                        rijst over de vraag of het college een aanbod heeft gedaan.</al><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de
                        uiteindelijke beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming met
                        het aanbod tevens worden opgevat als instemming met de beschikking tot het
                        vaststellen van de voorziening (die eenzijdig door de gemeente wordt
                        opgelegd). Deze beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als het
                        aanbod (het vierde lid).</al><al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de inburgeringsplichtige
                        het aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit schriftelijk aan de gemeente
                        meedeelt (het derde lid). Het meest praktisch is dat deze schriftelijke
                        mededeling geschiedt in de vorm van het laten ondertekenen door de
                        inburgeringsplichtige van een verklaring die door de gemeente is
                        opgesteld.</al><al>Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de
                        inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij/zij zich zelfstandig moeten
                        voorbereiden op het inburgeringsexamen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 8 De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>In dit artikel wordt geregeld welke onderwerpen in ieder geval in de
                        beschikking moeten worden neergelegd.</al><al>De inburgeringsplichtige heeft de mogelijkheid om tegen het besluit bezwaar
                        en beroep in te stellen.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 9 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                            overtredingen</titel></kop><al>Artikel 35 WI draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                        bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen
                        kan worden opgelegd. In artikel 34 WI zijn voor de verschillende
                        overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd.</al><al>Wij relateren de boetebedragen aan de bedragen zoals opgenomen in de
                        Maatregelenverordening Wet werk en bijstand.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 10 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                            overtreding</titel></kop><al>Dit artikel biedt het college de ruimte om bij herhaling van de overtreding
                        een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 9 mogelijk is.</al></divisie><divisie><kop><titel>Artikel 11 Voorziening door college</titel></kop><al>In dit artikel worden de criteria genoemd op grond waarvan het college
                        categorieën vrijwillige inburgeraars kan aanwijzen die bij voorrang in
                        aanmerking komen voor een voorziening. Het ligt voor de hand om bij
                        vrijwillige inburgeraars dezelfde criteria te hanteren als bij
                        inburgeringsplichtigen (artikel 3 van de verordening).</al><al>Wel wordt in het tweede lid een verbijzondering aangebracht om te bevorderen
                        dat schaarse middelen zo effectief mogelijk worden ingezet.</al><al>De overige artikelen spreken voor zich.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>