<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR294747_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Legger oppervlaktewaterlichamen gemeente Geertruidenberg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Brabantse Delta</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-09-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Brabantse Delta</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Waterschapsblad 2015, 8506</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Legger oppervlaktewaterlichamen gemeente Geertruidenberg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 5.1 Waterwet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 78 Waterschapswet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">dagelijks bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-09-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-11-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-09-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>paragraaf 3.1.2.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15UT008470</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al><extref doc="http://www.brabantsedelta.nl/">Red: De leggerkaarten zijn in te zien op het hoofdkantoor van waterschap Brabantse Delta en zijn tevens raadpleegbaar op www.brabantsedelta.nl</extref> .]</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Legger oppervlaktewaterlichamen gemeente Geertruidenberg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Wettelijke basis van de legger</onderstreept></al><al>In artikel 5.1 van de Waterwet is bepaald dat het waterschap zorg draagt
                            voor de vaststelling van een legger, waarin is omschreven waaraan
                            waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructiemoeten
                            voldoen. De Waterwet vermeldt de basisgegevens die de legger moeten
                            bevatten. De ligging van de waterstaatswerken en daaraan grenzende
                            beschermingszones en de profielen van vrije ruimte worden aangegeven op
                            overzichtskaarten.</al><al>In de Waterwet is verder bepaald dat bij provinciale verordening voor
                            leggers nadere voorschriften kunnen worden gegeven. Dat is gebeurd in de
                            Verordening Water Noord-Brabant. Tevens bepaalt de Waterwet in artikel
                            5.1 dat bij provinciale verordening vrijstelling verleend kan worden
                            aanzien van het in de legger vermelden van vorm, afmeting, constructie
                            en de ligging van waterstaatswerken. Op basis van Verordening Water
                            Noord-Brabant zijn de minst belangrijke delen van de
                            oppervlaktewaterlichamen (bijv. greppels en oppervlaktewaterlichamen
                            langs wegen die dienen voor de afwatering van die weg) vrijgesteld van
                            opname in de legger. De Verordening Water bepaalt verder dat van de vrij
                            meanderende wateren enkel de ligging wordt aangegeven, door middel van
                            een zone waarbinnen de waterloop zich feitelijk kan bevinden. De legger
                            op g rond van de Waterwet moet worden onderscheiden van de
                            onderhoudslegger als bedoeld in artikel 78 van de Waterschapswet. In
                            deze Waterschapswetlegger worden de onderhoudsplichtigen of
                            onderhoudsverplichtingen aangewezen. Waterschap Brabantse Delta
                            combineert beide leggers in één document.</al><al><onderstreept>Relatie tussen de legger en de Keur</onderstreept></al><al>De Keur stelt regels over waterstaatswerken, beschermingszones,
                            profielen van vrije ruimte en g rondwaterlichamen. Volgens de
                            begripsbepalingen van zowel artikel 1.1 Waterwet als artikel 1.1 Keur
                            gaat het om oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, waterkeringen,
                            ondersteunende kunstwerken en bijbehorende onderhoudsstroken en om
                            beschermingzones, profielen van vrije ruimte die als zodanig in de
                            legger zijn aangegeven en g rondwaterlichamen. De legger is zodoende van
                            belang voor de reikwijdte van de verbods- en beheerbepalingen van de
                            Waterwet en de Keur.</al><al><onderstreept>Afbakening van deze legger</onderstreept></al><al>Deze legger heeft alleen betrekking op oppervlaktewaterlichamen die
                            gelegen zijn in het gebied dat deze legger omvat. Bij de legger van de
                            oppervlaktewateren zijn de bijbehorende ondersteunende kunstwerken
                            inbegrepen. Oppervlaktewaterlichamen elders in het beheergebied van het
                            waterschap vallen onder een andere legger. Daarnaast geldt dat voor
                            bergingsgebieden en waterkeringen met een opgelegde normering eveneens
                            aparte leggers van kracht zijn. In deze legger komen alleen kaden voor
                            die geen opgelegde normering kennen op g rond van hogere wet- of
                            regelgeving en geen onderdeel van een bergingsgebied zijn.</al><al>Om aan de grenzen van de legger de relatie met andere leggers te duiden,
                            kunnen keringen, oppervlaktewaterlichamen of bergingsgebieden ter
                            informatie wel op de leggerkaarten zijn aangegeven. Daarbij is wel
                            vermeld dat dit enkel ter informatie is. Regels met betrekking tot
                            maten, afmetingen en onderhoudsplichten ten aanzien van deze objecten
                            zijn dan ook niet opgenomen in deze legger.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>2</nr><titel>Toepassingsbereik</titel></kop><structuurtekst><al>Deze legger is van toepassing op de oppervlaktewaterlichamen met
                            bijbehorende ondersteunende kunstwerken in de gemeente Geertruidenberg.
                            De ligging van het gebied is op de onderstaande overzichtskaart globaal
                            aangegeven. De e acte ligging, begrenzingen, bijbehorende kunstwerken en
                            dergelijke zijn weergegeven op de bij deze legger behorende
                            leggerkaarten en de bijhorende leggertabellen.</al><al><plaatje><illustratie id="i82226bf2-b996-47c0-9051-4b522bc03fb0" naam="i218371i82226bf2-b996-47c0-9051-4b522bc03fb0.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="11.2cm"/></plaatje></al><al>In deze gebieden waren eerder al leggers vastgesteld. Voor zover de
                            gebieden uit deze legger samenvallen</al><al>met de oude leggers, komen de oude leggers te vervallen. Het gaat om de
                            volgende leggers:</al><lijst><li nr="·"><al>‘Legger op de watergangen 1e en 2e fase’, Vergadering van
                                    hoofdingelanden van het waterschap De Dongestroom, 21 april
                                    1994;</al></li><li nr="·"><al>‘Legger op de watergangen 3e en 4e fase’, Vergadering van
                                    hoofdingelanden van het waterschap De Dongestroom, 29 maart
                                    1996;</al></li><li nr="·"><al>‘Legger van oppervlaktewateren’ van waterschap Land van Nassau
                                    in werking per 1 januari 1996.</al></li></lijst><al>Bij de totstandkoming van deze legger is naast de geldende wet- en
                            regelgeving (met name de Waterwet en de Verordening Water Noord-Brabant)
                            toepassing gegeven aan de beleidsregel ‘Waterlopen op orde’ (2005). Deze
                            beleidsregel geeft richtlijnen voor het indelen van
                            oppervlaktewaterlichamen in categorieën, vooral ten behoeve van het
                            vaststellen van leggers. De oudere leggers van het waterschap zijn nog
                            gebaseerd op het beleid van de waterschappen voor de fusie naar
                            waterschap Brabantse Delta in 2004. De beleidsregel ‘Waterlopen op orde’
                            voorziet in het gaan hanteren van gelijke uitgangspunten voor het hele
                            waterschap, bij herziening van de legger. Opgemerkt moet worden dat (zie
                            de toelichting van de Keur waterschap Brabantse Delta en de Beleidsregel
                            ‘Toepassing Waterwet en Keur’) in de beleidsregel ‘Waterlopen op orde’
                            nog de oude aanduidingen voor de categorieën waterlopen gebruikt worden.
                            Dit doet aan het principe van ordenen in categorieën echter niets
                            af.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>3</nr><titel>Toelichting bij de leggeronderdelen</titel></kop><structuurtekst><al>De legger bestaat naast dit leggerboek uit de volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="·"><al>De leggerkaarten: deze geeft de exacte ligging van de
                                    oppervlaktewaterlichamen, ondersteunende kunstwerken en
                                    onderhoudsstroken weer.</al></li><li nr="·"><al>Een leggertabel: deze tabel bevat gegevens over maatvoeringen,
                                    functies en materialen van de oppervlaktewaterlichamen en de
                                    ondersteunende kunstwerken. Daarnaast geeft deze tabel de
                                    afmetingen van onderhoudsstroken en onderhoudsverplichtingen
                                    aan, in samenhang met de in deze legger opgenomen
                                    voorschriften.</al></li><li nr="·"><al>Voorschriften: de legger bevat regels met betrekking tot
                                    onderhoudsverplichtingen en afmetingen van
                                    onderhoudsstroken.</al></li></lijst><al>In dit hoofdstuk slechts kort toegelicht welke informatie de legger
                            bevat en hoe die informatie geraadpleegd kan worden.</al><al><onderstreept>Indeling in categorieën
                                oppervlaktewaterlichamen</onderstreept></al><al>Voor de weergave van oppervlaktewaterlichamen, wordt een principieel
                            onderscheid gemaakt tussen categorie A, categorie B en categorie C
                            oppervlaktewaterlichamen. Omdat categorie A oppervlaktewaterlichamen van
                            een groter belang zijn voor de waterhuishouding, zijn daar de maten en
                            afmetingen in meer detail vastgelegd in de legger. In de onderstaande
                            paragrafen wordt daarom steeds de splitsing gemaakt tussen categorie A
                            en categorie B oppervlaktewaterlichamen. Categorie C
                            oppervlaktewaterlichamen zijn niet van belang voor de publieke
                            waterhuishouding en worden daarom niet in de legger opgenomen. Deze
                            waterlopen kennen slechts één tot twee belanghebbenden. Enkele
                            voorbeelden van categorie C oppervlaktewaterlichamen zijn; sloten die
                            enkel dienen voor de afwatering van een weg- of spoorweg, blusvijvers,
                            een greppel voor de afwatering van één perceel, perceelscheidingen.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label/><nr>3.1</nr><titel>Oppervlaktewaterlichamen</titel></kop><structuurtekst><tussenkop>  3.1.1 Categorie A oppervlaktewaterlichamen</tussenkop><al><onderstreept>Algemene uitgangspunten</onderstreept></al><al>Met betrekking tot oppervlaktewaterlichamen zijn alleen die
                                    gegevens opgenomen, welke karakteristiek zijn voor het
                                    hydrologisch functioneren en de specifieke functie die een
                                    waterloop kan hebben. Dit betekent dat in de leggertabel de
                                    volgende waarden in elk geval zijn opgenomen:</al><lijst><li nr="·"><al>Bodembreedte</al></li><li nr="·"><al>Bodemdiepte</al></li><li nr="·"><al>Taludhelling linkerzijde</al></li><li nr="·"><al>Taludhelling rechterzijde</al></li><li nr="·"><al>Hoogteligging van de bodem bovenstrooms</al></li><li nr="·"><al>Hoogteligging van de bodem benedenstrooms</al></li><li nr="·"><al>Lengte</al></li></lijst><al>De maten vormen zowel het dwars- als lengteprofiel van een
                                    oppervlaktewaterlichaam. Deze maten zijn gerelateerd aan
                                    knooppunten in het watersysteem. Dit is hie ronder schematisch
                                    weergegeven.</al><al><plaatje><illustratie id="iade6ff45-7ac5-4ffa-9878-c6ae09e9c8e2" naam="i218372iade6ff45-7ac5-4ffa-9878-c6ae09e9c8e2.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.9cm"/></plaatje></al><al>Voor iedere streng tussen knooppunten zijn de maten van het
                                    dwarsprofiel opgenomen, de hoogteligging en de lengte t.o.v. het
                                    bovenstroomse knooppunt. Knooppunten liggen daar waar waterlopen
                                    samenkomen of daar waar het profiel van een waterloop verandert,
                                    zoals bijv. bij een bodemval of een overgang naar een andere
                                    taludhelling. In het uitzonderlijke geval dat de waterloop heel
                                    lang is zonder een profielverandering, kan omwille van de
                                    nauwkeurigheid van de leggergegevens een e tra knooppunt
                                    opgenomen zijn.</al><al>De kengetallen die samen het profiel vormen zijn zodanig dat
                                    daaruit kenmerkende eigenschappen afgelezen kunnen worden. Ofwel
                                    deze eigenschappen zijn direct af te lezen, ofwel deze zijn
                                    rekenkundig te herleiden (voor rekenformules, zie bijlage II).
                                    In deze legger worden alleen die gegevens opgenomen die direct
                                    relevant zijn voor de definiëring van het
                                    oppervlaktewaterlichaam. Gegevens die eenvoudig herleid kunnen
                                    worden uit de legger, worden daarom niet apart opgenomen in de
                                    leggertabel. Zo kan bijvoorbeeld het verhang van een waterloop
                                    eenvoudig herleid worden uit de hoogteliggingen boven- en
                                    benedenstroom en de lengte van een waterloop, welke vermeld zijn
                                    in de legger. Daarnaast zijn in de legger de bovenbreedte van
                                    een waterloop aan het maaiveld en het normale waterpeil niet
                                    opgenomen. Het waterpeil is ofwel te vinden in het peilbesluit
                                    (indien het peilbeheerst gebied betreft), ofwel te herleiden uit
                                    technische eigenschappen uit opgenomen kunstwerken (bijvoorbeeld
                                    het stuwpeil bij een retentievoorziening), ofwel is deze niet
                                    aanwezig omdat het een vrijafwaterend watersysteem betreft welke
                                    geen vast peil kent. De bovenbreedte van een watergang kan
                                    eenvoudig berekend worden met de formules uit bijlage II.</al><al>Voor oppervlaktewaterlichamen geldt dat de taludhellingen en
                                    andere maten gelijk blijven over de hele lengte van een
                                    waterloop vak en dus geen significante afwijken vertonen. Daar
                                    waar er wel significante afwijkingen zijn, zoals bij een
                                    meanderende waterloop, is dat specifiek in de leggertabel
                                    aangegeven.</al><al><onderstreept>Voorzieningen voor afwijkende
                                        taluds</onderstreept></al><al>De bovenstaande uitgangspunten gelden in elk geval voor gevallen
                                    waarin er sprake is van een standaardprofiel, waarbij de taluds
                                    aan beide zijden gelijke hellingen hebben. Daarvan is echter
                                    niet altijd sprake. Enerzijds zijn er oppervlaktewaterlichamen
                                    met twee verschillende taludhellingen, anderzijds
                                    oppervlaktewaterlichamen met aan één of beide zijden een
                                    zogenaamd ‘accoladeprofiel’. In die gevallen gelden bijzondere
                                    aanduidingen in de leggertabel.</al><al><cursief>Bepalen van linker- en rechterzijde van een
                                        waterloop</cursief></al><al>Als er in de leggertabel onderscheid gemaakt wordt tussen de
                                    linkerzijde en de rechterzijde is het van belang dat helder is
                                    hoe objectief kan worden bepaald, welke zijde links en welke
                                    zijde rechts is. In de legger wordt daarom als uitgangspunt
                                    aangehouden dat geldt dat het profiel bekeken wordt met de
                                    stroomrichting mee. Met andere woorden, daar waar de legger
                                    spreekt over de linkerzijde, is dat de zijde aan de linkerkant
                                    van het oppervlaktewaterlichaam indien men kijkt met de stroom
                                    van het water mee. De stroomrichting is bij de grotere categorie
                                    A oppervlaktewaterlichamen met een pijltje op de leggerkaart
                                    aangegeven. </al><al><cursief>Accoladeprofielen</cursief></al><al>Een accoladeprofiel, ook wel een banket genoemd, is een profiel
                                    waarbij de oever van een oppervlaktewaterlichaam niet vanaf de
                                    bodem tot een het maaiveld doorloopt, maar de oever wordt
                                    onderbroken door een stuk vlakke (horizontale) oever. Het vlakke
                                    deel van de oever kan zich zowel onder als boven het waterpeil
                                    bevinden. In de onderstaande figuur is dit schematisch
                                    weergegeven. </al><al><plaatje><illustratie id="ie0c81234-5a8c-4fd5-802d-88fedb94d947" naam="i218373ie0c81234-5a8c-4fd5-802d-88fedb94d947.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.9cm"/></plaatje></al><al>In het geval van een accoladeprofiel geldt de standaard
                                    opgenomen profielhelling alleen voor het stuk vanaf de bodem.
                                    Voor de accolade worden in de tabel de volgende e tra maten
                                    opgenomen: hoogteligging van het accoladeprofiel t.o.v. de
                                    bodem, de breedte van de accolade en de taludhelling vanaf de
                                    accolade tot aan het maaiveld. Daarnaast wordt aangegeven of de
                                    accolade aan de linker- of rechterzijde ligt of aan beide
                                    zijden.</al><al><onderstreept>Specifieke uitgangspunten bij bijzondere typen
                                        oppervlaktewaterlichamen</onderstreept></al><al>Naast de gangbare soorten oppervlaktewaterlichamen (bijv. sloten
                                    en vaarten), bevat de legger ook bijzondere
                                    oppervlaktewaterlichamen waarvoor bijzondere specifieke
                                    uitgangspunten gelden. Voorbeelden van bijzondere waterlopen
                                    zijn bijv. meanderende waterlopen (geen vast profiel),
                                    retentievoorzieningen, vennen.</al><al><onderstreept>Meanderende
                                        oppervlaktewaterlichamen</onderstreept></al><al>Meanderende oppervlaktewaterlichamen zijn waterlopen zoals beken
                                    die geen vast profiel en geen vaste ligging hebben. In deze
                                    waterlopen hebben natuurlijke beekvormingsprocessen in meer of
                                    mindere mate vrij spel. In deze gevallen is er daarom geen
                                    sprake van een vast leggerprofiel of een vaste ligging. Op de
                                    leggerkaart zijn deze wateren aangegeven met een arcering, die
                                    het gebied aangeeft waarbinnen de waterloop zich bevindt of soms
                                    met een aparte brede lijn indien de meandering heel beperkt is.
                                    Van deze waterlopen is om hydraulische redenen wel een
                                    principeprofiel opgenomen, maar dit profiel stemt dus bij
                                    voorbaat niet overeen met de praktijk. Het principeprofiel dient
                                    in dat geval enkel om de hydraulische relatie te duiden met
                                    overige gedeelten van het watersysteem waar het meanderende
                                    oppervlaktewaterlichaam deel van uitmaakt.</al><al><onderstreept>Retentievoorzieningen</onderstreept></al><al>Retentievoorzieningen zijn bufferende voorzieningen om
                                    hemelwater, dat afstroomt van verhard oppervlak, op te vangen en
                                    gedoseerd af te voeren naar het oppervlaktewatersysteem. Dit is
                                    nodig omdat er anders piekafvoeren optreden, die wateroverlast
                                    kunnen veroorzaken. Kenmerkend voor retentievoorzieningen is dat
                                    deze een bepaalde bergende inhoud hebben, met andere woorden een
                                    beperkte tijd een waterschijf kunnen vasthouden, die daarna
                                    alsnog gedoseerd afgevoerd wordt. In de praktijk komen er wat de
                                    legger betreft 2 soorten retentievoorzieningen voor: retentie
                                    met een homogeen profiel en retentie zonder een homogeen
                                    profiel.</al><al>In het geval van een homogeen profiel is de retentievoorziening
                                    een duidelijk herkenbare bak met een profiel zoals een waterloop
                                    met een herkenbare knijpvoorziening (bijv. een retentiestuw). De
                                    inhoud (m3) van de retentie kan dan worden herleid uit de
                                    profielgegevens, de hoogte van de waterschijf (het herleiden uit
                                    de eigenschappen van de knijpvoorziening) en de lengte van de
                                    retentie (zie bijlage II voor berekeningsformules). In die
                                    gevallen wordt in de legger geen inhoud vermeld, maar alleen de
                                    aanduiding dat er sprake is van een oppervlaktewater met een
                                    retentiefunctie.</al><al>In het geval er geen sprake is van een homogeen profiel,
                                    bijvoorbeeld als de retentie is vormgegeven als een vijver, is
                                    er op basis van de ontwerpgegevens van de retentievoorziening
                                    wel opgenomen welke inhoud de waterschijf moet hebben (m3). Ook
                                    hier blijkt de hoogte van de te bufferen waterschijf uit de
                                    kengetallen van de knijpconstructie die in de legger zijn
                                    vermeld. </al><al><cursief>Vennen</cursief></al><al>Op g rond van provinciaal beleid hebben sommige vennen in het
                                    beheergebied een bijzondere (natuur-) functie gekregen. Dit
                                    betekent dat deze oppervlaktewaterlichamen vanwege die
                                    bijzondere functie op g rond van de beleidsregel ‘Waterlopen op
                                    orde’ de status ‘categorie A’ krijgen. Hydrologisch gezien zijn
                                    het echter (semi-)geïsoleerde wateren die geen minimaal vereist
                                    profiel kennen. In de legger worden daarom bij deze vennen geen
                                    profielen opgenomen, alleen de watervlakte wordt op kaart
                                    aangegeven.</al><tussenkop>  3.1.2 Categorie B oppervlaktewaterlichamen</tussenkop><al/><al>Voor categorie B oppervlaktewaterlichamen geldt dat deze een
                                    minder groot belang hebben voor de publieke waterhuishouding.
                                    Voor deze oppervlaktewaterlichamen wordt alleen de ligging
                                    opgenomen op de leggerkaarten. Tenzij anders is aangegeven in de
                                    leggertabel, geldt voor de categorie B oppervlaktewaterlichamen
                                    een standaard profiel. Dit standaard profiel is gebaseerd op het
                                    gemiddelde profiel van de categorie B oppervlaktewaterlichamen.
                                    In specifieke gevallen kan op basis van een hydrologische
                                    berekening beargumenteerd worden afgeweken van het standaard
                                    profiel. </al><al/><al>Het standaard profiel voor categorie B oppervlaktewaterlichamen
                                    is:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>Bodembreedte: 0,50 meter;</al></li><li nr="-"><al>Diepte t.o.v. maaiveld: 0,80 meter;</al></li><li nr="-"><al>Taludhellingen beide zijden: 1:1,5.</al></li></lijst><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.2</nr><titel>Bijzondere (ecologische) functies aan
                                oppervlaktewaterlichamen</titel></kop><structuurtekst><al>Aan oppervlaktewaterlichamen kunnen op g rond van provinciaal beleid
                                of regelgeving bijzondere (veelal ecologische) functies toegekend
                                zijn, zoals ecologische verbindingszone, vismigratieroute,
                                enzovoorts. Op g rond van de beleidsregel ‘Waterlopen op orde’
                                worden deze oppervlaktewaterlichamen als categorie A waterloop
                                aangemerkt. Door de bijzondere functie kunnen e tra eisen aan het
                                oppervlaktewaterlichaam of gelet op de Keur bijzondere regels ten
                                behoeve van het onderhoud gelden. Daarom wordt in de leggertabel
                                middels een aanduiding aangegeven welke bijzondere functie een
                                oppervlaktewaterlichaam categorie A heeft, indien er een functie is
                                toegekend.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.3</nr><titel>Ondersteunende kunstwerken</titel></kop><structuurtekst><al>In oppervlaktewaterlichamen komen allerlei ondersteunende
                                kunstwerken voor. Veel voorkomende voorbeelden zijn duikers, dammen
                                met duikers, stuwen, maar ook minder vaak voorkomende ondersteunende
                                kunstwerken zoals bodemvallen of sifons. Alle ondersteunende
                                kunstwerken hebben gemeen dat deze de werking van het
                                oppervlaktewaterlichaam waarvan zij deel uitmaken beïnvloeden.
                                Bijvoorbeeld duikers maken de doorstroom van water door een dam
                                mogelijk, of verbinden oppervlaktewaterlichamen, maar hebben tevens
                                een zeker opstuwend effect. Het is dan ook noodzakelijk om met name
                                in de categorie A waterlopen op kenmerkende maten van ondersteunende
                                kunstwerken op te nemen. Bij categorie B waterlopen is dit gezien
                                het minder grote belang van deze waterlopen, minder relevant.</al><al>Kenmerkende eigenschappen voor ondersteunende kunstwerken zijn die
                                maten en afmetingen die relevant zijn voor het functioneren van het
                                kunstwerk. Welke kenmerken maten in de leggertabel wel of niet
                                worden opgenomen per type ondersteunend kunstwerk, voert te ver in
                                dit kader. Om hier toch een indicatie voor te geven is hie ronder
                                voor de voorbeelden ‘duikers’ en ‘stuwen’ toegelicht.</al><al>Duikers:</al><lijst><li nr="·"><al>De omvang van de doorstroomopening van de duiker, want dit
                                        is bepalend voor de doorstroomcapaciteit (hetzij de
                                        binnendiameter bij een ronde duiker hetzij de breedte en
                                        hoogte aan de binnenkant bij een rechthoekige duiker).</al></li><li nr="·"><al>De lengte van de duiker, want dit bepaald mede het opstuwend
                                        effect van de duiker. </al></li><li nr="·"><al>De hoogteligging boven- en benedenstrooms, want de hoogte
                                        t.o.v. de bodem en het verhang bepalen mede de doorstroom
                                        van de duiker.</al></li><li nr="·"><al>In het geval dat de duiker slecht in één richting water mag
                                        doorlaten is het relevant te weten of er een terugslagklep
                                        of iets dergelijks aanwezig moet zijn en aan welke kant van
                                        de duiker die zit.</al></li></lijst><al>Stuwen:</al><lijst><li nr="·"><al>De hoogte van de stuw, want dat bepaald de mate van
                                        opstuwing dus het ma imale peil achter de stuw.</al></li><li nr="·"><al>De aanwezigheid van een gat in de stuw, bij retentiestuwen,
                                        waarbij de hoogte en maatgeving van dat gat van belang zijn.
                                        Dit is immers maatgevende waarden voor de hoeveel
                                        retentiecapaciteit achter de stuw.</al></li><li nr="·"><al>Indien de stuw geen vaste stuw is maar in hoogte gevarieerd
                                        kan worden, is het van belang dit aan te geven met
                                        vermelding van de marges waarbinnen de hoogte gevarieerd kan
                                        worden.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.4</nr><titel>Onderhoudsplicht</titel></kop><structuurtekst><al>Voorheen was de onderhoudsplicht geregeld via de Keur in samenhang
                                met de legger. De legger bevatte onderhoudsplichtigen voor
                                leggerwaterlopen (=categorie A), de Keur een algemene regel voor de
                                overige waterlopen. Conform de Waterschapswet legt de legger nu voor
                                alle oppervlaktewaterlichamen vast wie de onderhoudsplichtigen zijn,
                                dus ook voor andere oppervlaktewaterlichamen dan categorie A. Voor
                                de verhouding met de Waterwetlegger wordt verwezen naar hoofdstuk
                                1.</al><al>In de Waterschapswetlegger geldt dat voor categorie A waterlopen de
                                onderhoudsplichtige in de leggertabel is opgenomen. Voor de
                                categorie B waterlopen geldt dat de onderhoudsplicht in het algemeen
                                berust bij de eigenaar of gebruiker van de aan het
                                oppervlaktewaterlichaam grenzende g ronden, voor de halve breedte
                                van dat oppervlaktewaterlichaam. Alleen daar waar een andere
                                onderhoudsplicht geldt, is dit in de leggertabel apart
                                aangegeven.</al><al>Oppervlaktewaterlichamen categorie C hebben geen belang voor de
                                publieke waterhuishouding en zijn daarom niet in de legger
                                opgenomen. Voor die oppervlaktewaterlichamen geldt dat de
                                onderhoudsplicht van het oppervlaktewater en de ondersteunende
                                kunstwerken volledig bij de eigenaren berusten. Het belang van dat
                                onderhoud heeft echter primair een privaatrechtelijke achterg rond
                                (Burgerlijk Wetboek) dan een publiek rechtelijke vanwege het
                                ontbreken van een publiek waterhuishoudkundig belang. Voorbeelden
                                van oppervlaktewaterlichaam categorie C zijn bijvoorbeeld
                                blusvijvers, bermsloten enkel ten behoeve van de afwatering van een
                                weg of spoorweg, enzovoorts.</al><al>Wat de onderhoudsplichten feitelijk inhouden, staat in de Keur en de
                                Waterwet. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het onderhouden
                                van het doorstroomprofiel (bijv. het schoonhouden van duikers zodat
                                deze niet verstopt raken) en het bouwkundig onderhoud oftewel het in
                                goede staat van onderhoud houden van het kunstwerk (bijv. een duiker
                                die versleten is vervangen door een nieuwe).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.5</nr><titel>Onderhoudsstroken</titel></kop><structuurtekst><al>Voor het uitvoeren van machinaal onderhoud (zowel jaarlijks maaien
                                als periodiek uitbaggeren tot leggerdiepte) dient voldoende ruimte
                                naast het oppervlaktewaterlichaam vrij te zijn. Voor categorie A
                                oppervlaktewaterlichamen werd tot de inwerkingtreding van de
                                Waterwet de onderhoudsstrook via de Keur afgedwongen. De
                                onderhoudsstrook was per definitie 4 meter + 1 meter e tra ter
                                bescherming aan beide zijden bij leggerwaterlopen (=categorie A
                                oppervlaktewaterlichamen). Met de Waterwet worden de
                                onderhoudsstroken nu in de legger gedefinieerd.</al><al><cursief>Alleen onderhoudsstroken langs categorie A
                                    oppervlaktewaterlichamen</cursief></al><al>In deze legger geldt dat zoals voorheen alleen een onderhoudsstrook
                                langs categorie A waterlopen aangehouden wordt. Voor categorie B
                                worden geen onderhoudsstroken gedefinieerd. Vanwege het minder grote
                                belang voor de waterhuishouding ligt het onderhoud daarvan van
                                oudsher vrijwel nooit bij het waterschap maar bij de aanliggende
                                eigenaren en is er dus geen voorziening voor machinaal onderhoud
                                door het waterschap nodig. Daar waar het onderhoud wel van oudsher
                                bij het waterschap ligt, geldt dat voorheen ook geen
                                onderhoudsstroken vrijgehouden werden. De thans gehanteerde
                                werkwijze is daarmee gelijk aan de werkwijze die van oudsher gevoerd
                                werd, voordat de Waterwet van kracht werd.</al><al><cursief>Standaard afmetingen onderhoudsstroken</cursief></al><al>Gelet op het bestaande regime van onderhoudsstroken en de regels
                                zoals deze in de Keur zijn opgenomen geldt dat de standaardafmeting
                                van een onderhoudsstrook 5 meter vanuit de insteek van een
                                oppervlaktewaterlichaam is, en dat er aan beide zijden een
                                onderhoudsstrook ligt. Dit is afgestemd op machinaal onderhoud vanaf
                                de kant, waarbij het principe geldt dat beide zijden gelijk belast
                                worden. In de legger worden alleen afwijkingen van die
                                standaardregel vermeld, bijvoorbeeld als de onderhoudsstrook aan één
                                zijde of beide zijden kleiner is. Dit komt onder andere voor bij
                                oppervlaktewaterlichamen die niet vanaf de kant, maar vanaf het
                                water met maaiboten onderhouden worden. Dit komt ook voor in
                                situaties die al jaren geleden zijn ontstaan en waarbij toen
                                rechtmatig permanente obstakels zijn aangebracht (meestal gebouwen),
                                nog voordat de huidige regels zijn ontstaan. In het voorbeeld
                                waarbij onderhoud plaatsvindt met een maaiboot is een
                                onderhoudsstrook van 1 meter vaak voldoende. In dat geval is die
                                kleine onderhoudsstrook voornamelijk nog nodig voor
                                baggerwerkzaamheden welke eens in de aantal jaren uitgevoerd moeten
                                kunnen worden om de leggerdiepte te handhaven.</al><al>In de onderstaande figuren is dit standaardprincipe visueel
                                uitgebeeld.</al><al>Principeprofiel basisprofiel:</al><al><plaatje><illustratie id="i14c69eb2-771d-4116-ad3e-ab9d0f56e8a2" naam="i218374i14c69eb2-771d-4116-ad3e-ab9d0f56e8a2.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.9cm"/></plaatje></al><al>Principeprofiel accoladeprofiel:</al><al><plaatje><illustratie id="i55c67615-46d6-470f-8f43-b94b071aab22" naam="i218375i55c67615-46d6-470f-8f43-b94b071aab22.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.9cm"/></plaatje></al><al>A = 5 meter</al><al><onderstreept>Bijzondere regel bij verankerde
                                    damwanden/kademuren</onderstreept></al><al>Langs oppervlaktewaterlichamen van de categorie A komen ook
                                damwanden en kademuren (bijv. voor scheepvaart) voor die in de g
                                rond verankerd zijn tegen wegzakken. In die gevallen geldt van
                                oudsher een afwijkende maat voor de onderhoudsstrook, waarbij de
                                verankering maatgevend is. De verankering moet immers vervangen of
                                gerepareerd kunnen worden. De regel voor deze gevallen is, dat de
                                onderhoudsstrook in deze gevallen strekt tot 1 meter achter de
                                verankering van de damwand. In de onderstaande figuur is dit
                                schematisch weergegeven.</al><al>Principeprofiel verankerde damwand of kademuur:</al><al><plaatje><illustratie id="if05ef125-ad5e-4c8d-a062-175f76109539" naam="i218376if05ef125-ad5e-4c8d-a062-175f76109539.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="9.9cm"/></plaatje></al><al>B = 1,00 meter</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.6</nr><titel>Beschermingszones</titel></kop><structuurtekst><al>De Waterwet en de Keur bieden de mogelijkheid om naast
                                onderhoudsstroken ook beschermingszones langs
                                oppervlaktewaterlichamen aan te wijzen. Een beschermingszone biedt e
                                tra bescherming aan een oppervlaktewaterlichaam of een waterkering
                                tegen grote ontgravingen en e plosiegevaarlijke inrichtingen. In de
                                praktijk is deze e tra bescherming bij oppervlaktewaterlichamen
                                categorie A hoogst zelden nodig. Bovendien voorziet de
                                onderhoudsstrook al in een voldoende mate van bescherming, vanwege
                                op g rond van de Keur geldende beperkingen op onderhoudsstroken. In
                                beginsel worden er daarom geen beschermingszones aangewezen. Alleen
                                in specifieke situaties waar een e tra bescherming nodig is omdat de
                                onderhoudsstrook klein is en toch gezien de lokale situatie e tra
                                bescherming nodig is, kan een beschermingszone aangewezen worden in
                                de legger. Deze beschermingszone is hooguit net zo breed als de
                                onderhoudsstrook zou zijn (5 meter vanuit de insteek of 1 meter
                                vanuit een verankering bij een kademuur). Daarmee komt de
                                werkingssfeer van een beschermingszone overeen met de Keurregels van
                                voor de inwerkingtreding van de Waterwet.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>4</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Hoofdelijke aansprakelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer percelen met een beperkt recht zijn bezwaard, dan wel
                                krachtens persoonlijk recht in gebruik zijn gegeven, rusten de in
                                deze legger aan de eigenaar opgelegde verplichtingen van de Keur ook
                                op de beperkt gerechtigden en in geval er sprake is van een
                                persoonlijk recht ook op de gebruikers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de nakoming van de in de Keur aan de eigenaar opgelegde
                                verplichtingen is ieder van de genoemde gerechtigden alsmede de
                                eigenaar hoofdelijk aansprakelijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderhoudsplicht ondersteunende kunstwerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verplichting tot het schoonhouden van het doorstromingsprofiel
                                van een ondersteunend kunstwerk zoals bedoeld in de Keur rust op de
                                onderhoudsplichtige van het oppervlaktewaterlichaam waartoe het
                                ondersteunend kunstwerk behoord, tenzij in de leggertabel van deze
                                legger anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verplichting tot het in goede staat van onderhoud houden van een
                                ondersteunend kunstwerk (bouwkundig onderhoud) zoals bedoeld in de
                                Keur rust op de onderhoudsplichtige van het oppervlaktewaterlichaam
                                waartoe het ondersteunend kunstwerk behoord, tenzij in de
                                leggertabel van deze legger anders is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onderhoudsplicht oppervlaktewateren categorie A</titel></kop><al>De onderhoudsplicht voor oppervlaktewaterlichamen categorie A zoals
                            bedoeld in de Keur berust bij het waterschap, tenzij in de leggertabel
                            van deze legger anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Onderhoudsplichten oppervlaktewateren categorie B</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De onderhoudsplicht voor oppervlaktewaterlichamen categorie B zoals
                                bedoeld in de Keur berust bij de eigenaar van de aan het
                                oppervlaktewaterlichaam grenzende g ronden, tenzij in de leggertabel
                                van deze legger anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderhoudsplicht van een eigenaar van g ronden grenzend aan
                                oppervlaktewaterlichaam strekt zich uit tot de halve breedte van het
                                aan die g ronden grenzende oppervlaktewaterlichaam, tenzij in de
                                leggertabel van deze legger anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een oppervlaktewaterlichaam categorie B heeft de volgende minimale
                                standaardafmetingen, tenzij in de leggertabel van deze legger anders
                                is bepaald:</al><lijst><li nr="·"><al>Bodembreedte: 0,50 meter;</al></li><li nr="·"><al>Diepte ten opzichte van het maaiveld: 0,80 meter;</al></li><li nr="·"><al>Taludhelling aan beide zijden: 1:1,5.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderhoudsstroken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De onderhoudsstrook langs een oppervlaktewaterlichaam categorie A
                                zoals bedoeld in de Keur bedraagt aan beide zijden 5 meter vanuit de
                                insteek van het oppervlaktewaterlichaam, tenzij in de leggertabel
                                van deze legger anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderhoudsstrook langs een oppervlaktewaterlichaam categorie A
                                welke voorzien is van een verankerde damwand of kademuur bedraagt
                                aan de zijde met de kademuur tot 1 meter vanaf het achterste punt
                                van de verankering, tenzij in de leggertabel van deze legger anders
                                is bepaald. Indien aan de andere zijde van het
                                oppervlaktewaterlichaam geen verankerde damwand of kademuur aanwezig
                                is, geldt aan die zijde lid 1 onverkort.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beschermingszones</titel></kop><al>In de leggertabel van deze legger kunnen beschermingszones zijn
                            aangewezen zoals bedoeld in de Keur.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>Bijlage I: Begrippenlijst</titel></kop><al>In deze legger worden de onderstaande begrippen gehanteerd (voor zover deze niet
                    in de Waterwet of de Keur zijn gedefinieerd).</al><al>bouwkundig onderhoud</al><al>het in goede staat van onderhoud houden van een ondersteunend kunstwerk.</al><al>kade</al><al>een als zodanig in een legger aangewezen overige waterkering of waterkerende
                    hoogte.</al><al>Keur</al><al>Keur waterschap Brabantse Delta.</al><al>legger bergingsgebieden</al><al>legger specifiek voor bergingsgebieden.</al><al>legger waterkeringen</al><al>legger specifiek voor waterkeringen.</al><al>het waterschap:</al><al>het waterschap Brabantse Delta.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage II: Berekeningen aan profielen</titel></kop><al>In deze legger zijn waarden voor bijvoorbeeld bovenbreedten van
                    oppervlaktewaterlichamen niet opgenomen, omdat deze uit de gegevens in de legger
                    berekend kunnen worden. Ter informatie is hie ronder uitgewerkt hoe die
                    berekeningen gedaan kunnen worden.</al><tussenkop>Berekening bovenbreedte van een oppervlaktewaterlichaam</tussenkop><al>Voor wat betreft de breedte van de waterloop aan het maaiveld geldt dat deze
                    eenvoudig berekend kan worden uit de opgenomen leggergegevens. Indien de
                    taludhelling aan beide zijden gelijk is:</al><al><plaatje><illustratie id="i50d841c3-1624-4c6c-ad22-88f0f223df34" naam="i218377i50d841c3-1624-4c6c-ad22-88f0f223df34.png" breedte="15cm" type="foto" hoogte="9.4cm"/></plaatje></al><tussenkop>Berekening van retentie-inhoud</tussenkop><al>Om de inhoud van een retentie te berekenen is naast de lengte van de retentie
                    ook het oppervlak van het dwarsprofiel van gebufferde waterschijf nodig. Deze
                    oppervlakte is het verschil tussen de oppervlakte van de waterschijf met
                    retentieschijf (A) en de oppervlakte van de waterschijf zonder retentieschijf
                    (B). Dit is in de onderstaande figuur schematisch uitgebeeld.</al><al><plaatje><illustratie id="i892eb37e-619c-4372-a4c5-f5f71c502c6d" naam="i218378i892eb37e-619c-4372-a4c5-f5f71c502c6d.png" breedte="15cm" type="foto" hoogte="9.4cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>III:</nr><titel>Leggertabellen</titel></kop><al>[Red: De leggertabellen zijn in te zien op het hoofdkantoor van waterschap
                    Brabantse Delta en zijn tevens raadpleegbaar op <extref doc="http://www.brabantsedelta.nl/">www.brabantsedelta.nl</extref> via
                    leggerkaarten.]</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>