<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR293125_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zeeuws Vlaams Advertentieblad, 21 november 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Langdurigheidstoeslag WWB</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">art. 147, lid 1 Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0015703">art. 8 en 36 Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Terneuzen;</al><al/><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders;</al><al/><al>gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, de artikelen 8 en 36
                        van de Wet werk en bijstand;</al><al/><al><vet>Besluit</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de Wet: de Wet werk en bijstand (WWB);</al></li><li nr="b."><al>referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand
                                            aan de peildatum;</al></li><li nr="c."><al>peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de
                                            langdurigheidstoeslag ontstaat;</al></li><li nr="d."><al>inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de
                                            wet, met dien verstande dat voor de zinsnede in sub b
                                            “een periode waarover een beroep op bijstand wordt
                                            gedaan” moet worden gelezen “de referteperiode”. Een
                                            bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32
                                            van de wet, voor de beoordeling van het recht op
                                            langdurigheidstoeslag als inkomen gezien.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt, voor
                                    zover niet anders bepaald hebben dezelfde betekenis als in de
                                    WWB.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college van
                            burgemeester en wethouders.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Recht op langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Langdurig, laag inkomen</titel></kop><al>Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het
                            hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende de
                            referteperiode het inkomen per maand niet uitkomt boven de 110 procent
                            van de geldende bijstandsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:</al><al>a. voor gehuwden € 500,00;</al><al>b. voor een alleenstaande ouder € 450,00;</al><al>c. voor een alleenstaande € 350,00.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum
                                bepalend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, indien onverkorte toepassing zou leiden tot
                                onredelijkheid of onbillijkheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                            Langdurigheidstoeslag WWB”</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht per 1 januari 2012 in
                            werking, onder gelijktijdige intrekking van de Verordening
                            Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2012, zoals vastgesteld door
                            de gemeenteraad op 15 december 2011.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad d.d. 8 november
                        2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier, drs. T.A.M. Leeraert </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>voorzitter, J.A.H. Lonink</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Op grond van artikel 8 lid 1 onderdeel d van de Wet werk en bijstand (WWB) dient
                    de gemeenteraad bij verordening regels vast te stellen met betrekking tot het
                    verlenen van een langdurigheidstoeslag. Deze regels dienen in ieder geval
                    betrekking te hebben op de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze
                    waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen langdurig, laag inkomen, conform
                    het gestelde in artikel 36 lid 1 en 6 WWB. </al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijving</vet></al><al>Begrippen die in de WWB voorkomen hebben in deze verordening dezelfde betekenis
                    als in de WWB. Ten aanzien van een aantal begrippen, die als zodanig niet in de
                    WWB zelf staan is een definitie gegeven in deze verordening. Bij de invulling
                    van het begrip peildatum als datum waartegen een langdurigheidstoeslag is
                    aangevraagd wordt aangesloten bij de jurisprudentie van de Centrale Raad van
                    Beroep (CRvB, 22-07-2008, nr. 07/2304 WWB). De toekenning kan, na aanvraag dus
                    plaatsvinden tegen de eerst mogelijke datum na afloop van een referteperiode.
                    Met betrekking tot het begrip ‘inkomen’ is een van de WWB afwijkende definitie
                    opgenomen. Nu de wetgever de gemeenteraad opdracht gegeven heeft om in de
                    verordening regels te stellen met betrekking tot het begrip ‘langdurig, laag
                    inkomen’, is de gemeenteraad bevoegd om dit begrip voor de toepassing van
                    artikel 36 lid 1 WWB nader te definiëren. Met de gebruikte definitie wordt
                    aangesloten bij de reeds in de bestaande uitvoeringspraktijk gehanteerde (en ook
                    door de wetgever bedoelde) invulling van het begrip inkomen in artikel 36 lid 1
                    WWB. Het netto inkomen zoals dat feitelijk in de referteperiode is ontvangen
                    (CRvB 25-01-2011, nr. 09/1673 WWB).</al><al/><tussenkop>Artikel 2 Uitvoering</tussenkop><al>De uitvoering die berust bij het college impliceert ook dat het college nadere
                    beleidsregels omtrent de uitvoering kan opstellen.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Langdurig, laag inkomen</tussenkop><al>Nadat belanghebbende(n) 36 maanden op een minimum inkomen is (zijn) aangewezen
                    is er over het algemeen niet veel reserveringsruimte over. Daarom wordt hier een
                    termijn van 36 maanden aangehouden. Dit sluit impliciet ook aan bij de termijn,
                    zoals die gold bij laatste wijziging van het wetsartikel over de
                    langdurigheidstoeslag. De leeftijd waarop recht bestaat op een
                    langdurigheidstoeslag is destijds door de wetgever namelijk teruggebracht van 23
                    naar 21 jaar. Een belanghebbende is vanaf zijn 18<sup>e</sup> voor de WWB een
                    zelfstandig rechtssubject. Het verschil tussen 18 en 21 jaar is dus de termijn
                    van 36 maanden.</al><al/><al>Het begrip ‘langdurig, laag inkomen’ wordt ingevuld als een inkomen dat niet
                    hoger is dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Hiermee wordt
                    voldaan aan de nieuwe eis, zoals genoemd in artikel 36 lid 6 van de WWB en is
                    tevens een grens gekozen die gelijkluidend is in de gemeenten Hulst, Sluis en
                    Terneuzen. Ook dient te worden voldaan aan het gestelde in artikel 36 lid 4 WWB,
                    waarin is bepaald dat er geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in
                    artikel 34 WWB aanwezig mag zijn. </al><al/><tussenkop>Artikel 4 Hoogte van de langdurigheidstoeslag</tussenkop><al>In het eerste lid is de hoogte van de langdurigheidstoeslag bepaald. De hoogte
                    is verschillend voor gehuwden, alleenstaande ouders en alleenstaanden. Deze
                    driedeling is tot stand gekomen, omdat er ook verschillende
                    reserveringscapaciteiten voortvloeien uit de voor de genoemde groepen geldende
                    bijstandsnormen. Daarnaast is afstemming gezocht met de andere twee gemeenten in
                    Zeeuws Vlaanderen. De categorieën en bedragen zijn vanaf 2012 exact hetzelfde in
                    alle drie de gemeenten. </al><al/><tussenkop>Artikel 5 Hardheidsclausule</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht op 1 januari 2012.
                </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>