<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR293121_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zeeuwsch Vlaams Advertentieblad, 19 december 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">art. 8, lid 1, onderdeel i Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>26024</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>De raad van de gemeente Terneuzen;</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders;</al><al/><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel i van de Wet werk en
                        bijstand;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij
                        recidive</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet werk en bijstand (WWB); </al></li><li nr="b."><al>college: het College van Burgemeester en Wethouders van de
                                        gemeente Terneuzen;</al></li><li nr="c."><al>de raad: de gemeenteraad van de gemeente Terneuzen;</al></li><li nr="d."><al>beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de
                                        artikelen 475c tot en met 475e van </al><al> het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; </al></li><li nr="e."><al>recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel
                                        18a, vijfde lid, van de Wet werk </al><al> en bijstand; </al></li><li nr="f."><al>verrekenen<cursief>: </cursief>verrekening als bedoeld in
                                        artikel 60, vierde lid, van de Wet werk en </al><al> bijstand. </al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verrekenen met beslagvrije voet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien sprake is van recidive, verrekent het college de
                                recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van de
                                beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment van de
                                dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekent
                                het college de recidiveboete in de daarop volgende twee maanden op
                                een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een
                                inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen
                                gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r,
                                van de Wet werk en bijstand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>In afwijking van de artikel 2 kan het college de recidiveboete met
                            inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen indien: </al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in de
                                    artikelen 2, zou leiden tot huisuitzetting van belanghebbende en
                                    diens gezin; of</al></li><li nr="b."><al>anderszins sprake is van dringende redenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al>De artikelen 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste
                            lid, van de Wet werk en bijstand, indien en voor zover deze boete nog
                            niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete.
                        </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening
                            nadere beleidsregels vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, indien onverkorte toepassing zou leiden tot
                                onredelijkheid of onbillijkheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening
                            bestuurlijke boete bij recidive. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Terneuzen op 13 december 2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier, drs. T.A.M. Leeraert </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>voorzitter, J.A.H. Lonink</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen deel</tussenkop><al>Op 1 januari 2013 treedt de "Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                    SZW-wetgeving" in werking. Voor de Wet werk en bijstand (WWB) introduceert deze
                    wet de bestuurlijke boete bij een schending van de inlichtingenplicht. Het
                    college van burgemeester en wethouders (verder college) is verplicht de
                    bestuurlijke boete met de lopende uitkering te verrekenen. In beginsel moet bij
                    deze verrekening de bescherming van de beslagvrije voet in acht genomen worden.
                    Is echter sprake van een bestuurlijke boete wegens recidive, dan kan het college
                    besluiten gedurende maximaal drie maanden met de beslagvrije voet te verrekenen. </al><al>De WWB verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te stellen
                    over de bevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk buiten werking te stellen bij
                    verrekening van de recidiveboete. Gemeenten krijgen daarmee de ruimte een
                    afweging te maken van situaties of omstandigheden waarin het buiten werking
                    stellen van de beslagvrije voet niet proportioneel wordt geacht. De bevoegdheid
                    van de gemeenteraad strekt zich slechts uit over het al dan niet in acht nemen
                    van de beslagvrije voet bij verrekening van de recidiveboete. Daar waar
                    terugvordering en invordering niet door de wetgever is verplicht, blijft sprake
                    van een bevoegdheid van het college. Het college kan op deze onderdelen nadere
                    (beleids)regels vaststellen.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1 Begrippen</tussenkop><al> In deze bepaling zijn een aantal begrippen nader omschreven. De meeste behoeven
                    geen nadere toelichting.</al><al/><al><cursief>Verrekenen</cursief></al><al>De WWB kent een ruimer begrip van verrekenen dan het Wetboek van Burgerlijke
                    Rechtsvordering. Voor de duidelijkheid is daarom een aparte begripsbepaling
                    opgenomen in de verordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 2 Verrekenen met beslagvrije voet</tussenkop><al>Het college verrekent een bestuurlijke boete gedurende één maand zonder
                    inachtneming van de beslagvrije voet. Voor de overige twee maanden vindt
                    weliswaar verrekening met de beslagvrije voet plaats, maar niet volledig.
                    Belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de
                    toepasselijke bijstandsnorm. </al><al>Voor het percentage van 80% is aansluiting gezocht bij de
                    invorderingsmogelijkheden die de Belastingdienst heeft bij notoire wanbetalers.
                    Onder omstandigheden kan deze de beslagvrije voet (90% van de toepasselijke
                    bijstandsnorm) verlagen met 10% op grond van artikel 19, eerste lid, van de
                    Invorderingswet 1990. </al><al/><al>Met de gekozen opzet wordt enerzijds uiting gegeven aan het principe dat fraude
                    niet mag lonen. Het gaat hier immers om belanghebbenden die herhaaldelijk hun
                    inlichtingenplicht hebben geschonden. Daar mag een duidelijk signaal tegenover
                    staan. Anderzijds wordt rekening gehouden met de zorgplicht van gemeenten. Het
                    volledig buiten werking stellen van de beslagvrije voet gedurende drie maanden
                    kan kwalijke maatschappelijke consequenties hebben. Dat moet voorkomen worden,
                    nu de regeling daarmee zijn doel voorbij zou schieten.</al><al/><al>Een belanghebbende kan inkomsten uit arbeid hebben die op grond van artikel 31,
                    tweede lid, onderdelen n of r, van de WWB worden vrijgelaten voor de algemene
                    bijstand. Bij verrekening van een recidiveboete tot 80% van de bijstandsnorm,
                    tellen deze inkomsten echter gewoon mee. Het college laat deze inkomsten dus
                    niet buiten beschouwing bij de beoordeling van de vraag of een belanghebbende
                    nog over voldoende inkomen beschikt. Dat is geregeld in lid 3.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</tussenkop><al>Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de inlichtingenplicht,
                    zijn situaties denkbaar waarin volledige verrekening met de beslagvrije voet
                    niet aanvaardbaar wordt geacht. Die situaties komen aan de orde in artikel 3.
                    Het gaat daarbij altijd om individuele omstandigheden waaraan het college zal
                    moeten toetsen.</al><al/><al>In onderdeel a is geregeld dat het college kan besluiten in afwijking van de
                    artikel 2 toch de beslagvrije voet te respecteren wanneer volledige verrekening
                    waarschijnlijk leidt tot huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin.
                    Voorkomen moet worden dat een belanghebbende door de volledige verrekening op
                    straat komt te staan, nu dit de problematiek alleen maar verergert, met alle
                    maatschappelijke kosten van dien. </al><al/><al>Een dreigende huisuitzetting wordt in deze verordening gezien als een dringende
                    reden om van verrekening met de beslagvrije voet af te zien. Dat volgt uit het
                    woord 'anderszins' in onderdeel b. Ook bij aanwezigheid van andere dringende
                    redenen dan een dreigende huisuitzetting, kan het college rekening houden met de
                    bescherming van de beslagvrije voet. Van dringende redenen is niet snel sprake.
                    Het gaat slechts om incidentele gevallen, waarbij de behoeftige omstandigheden
                    waarin de belanghebbende en diens gezinsleden verkeren op geen enkele andere
                    wijze te verhelpen zijn. Het enkele feit dat het belanghebbende door de
                    verrekening aan middelen ontbreekt om in het bestaan te voorzien, is op zich
                    geen voldoende voorwaarde om te kunnen spreken van dringende redenen. </al><al/><tussenkop>Artikel 4 Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</tussenkop><al>In artikel 60b, derde lid, van de WWB is bepaald dat de bevoegdheid om te
                    verrekenen met de beslagvrije voet ook van toepassing is op eerder opgelegde
                    bestuurlijke boetes voor zover op het moment van verrekening van de
                    recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn betaald. Mocht het college die
                    eerdere, nog openstaande boetes gaan verrekenen, dan regelt artikel 4 dat de
                    bepalingen in deze verordening van overeenkomstige toepassing zijn.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 Uitvoering</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Beleid</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Hardheidsclausule</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 8 Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>