<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR293089_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schagen</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-05-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schagen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Schager Weekblad, 10 april 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet basisregistraties adressen en gebouwen, artikel 6</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 147, 108 lid 1, 149 en 156 lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-05-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013-24</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Straatnaamgeving en huisnummering</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Schagen;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van …..;</al><al/><al>gelet op artikel 6 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen en
                        artikel 147 van de Gemeentewet (medebewindstaken), en de artikelen 108,
                        eerste lid en 149 Gemeentewet (autonome taken), en artikel 156, eerste lid
                        Gemeentewet (delegatiebesluit);</al><al/><al>overwegende dat gelet op de basisregistraties adressen en gebouwen (bag),
                        het wenselijk is regels vast te stellen voor naamgeving van (delen van) de
                        openbare ruimte en de nummering van objecten;</al><al/><al>besluit:</al><al>vast te stellen de Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2013</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening (en de daarop berustende bepalingen) wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Adres</cursief>: door het college aan een
                                    verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats toegekende
                                    benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een
                                    openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van de
                                    woonplaats.</al></li><li nr="b."><al><cursief>Afgebakend terrein</cursief>: een terrein met een
                                    kunstmatige of natuurlijke afbakening, waarop zich geen
                                    verblijfsobjecten bevinden en dat betreedbaar en afsluitbaar
                                    is.</al></li><li nr="c."><al><cursief>College:</cursief> het college van burgemeester en
                                    wethouders. </al></li><li nr="d."><al><cursief>Convenant</cursief>: het tussen de minister van VROM,
                                    de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Koninklijke TPG Post
                                    BV gesloten convenant en Nader Convenant inzake postcodes;</al></li><li nr="e."><al><cursief>Ligplaats:</cursief> een door het college als zodanig
                                    aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op
                                    de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, dat is
                                    bestemd voor het permanent afmeren van een voor woon-,
                                    bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig.</al></li><li nr="f."><al><cursief>NEN 1772:2010</cursief>: normering van het Nederlands
                                    Normalisatie-instituut voor wat betreft straatnaam- en
                                    nummerborden.</al></li><li nr="g."><al><cursief>Nummeraanduiding:</cursief> door het college als
                                    zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een
                                    standplaats, een ligplaats en een afgebakend terrein dat bestaat
                                    uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging
                                    van een letter- en/of cijfercombinatie.</al></li><li nr="h."><al><cursief>Openbare ruimte:</cursief> door het college als zodanig
                                    aangewezen en van een naam voorziene openbare buitenruimte die
                                    binnen één woonplaats gelegen is.</al></li><li nr="i."><al><cursief>Pand</cursief>: kleinste bij de totstandkoming
                                    functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die
                                    direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en
                                    afsluitbaar is.</al></li><li nr="j."><al>Rechthebbende: eenieder die krachtens eigendom of een beperkt
                                    zakelijk recht zodanig de beschikking heeft over een onroerende
                                    zaak dat hij naar burgerlijk recht bevoegd is om in die zaak te
                                    handelen zoals in de verordening is voorgeschreven, alsmede de
                                    beheerder.</al></li><li nr="k."><al><cursief>Standplaats:</cursief> door het college als zodanig
                                    aangewezen terrein of een gedeelte daarvan dat is bestemd voor
                                    het permanent plaatsen van een niet direct en duurzaam met de
                                    aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve
                                    doeleinden geschikte ruimte.</al></li><li nr="l."><al><cursief>Uitvoeringsvoorschriften:</cursief> nadere bepalingen
                                    inzake naamgeving en nummering (adressen).</al></li><li nr="m."><al><cursief>Verblijfsobject: </cursief>de kleinste binnen één of
                                    meerdere panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige of
                                    recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die
                                    ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de
                                    openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, die
                                    onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en
                                    in functioneel opzicht zelfstandig is.</al></li><li nr="n."><al><cursief>Wijk- en buurtindeling</cursief>: een indeling van de
                                    gemeente in wijken en buurten conform de eisen die het CBS aan
                                    deze indeling verbindt.</al></li><li nr="o."><al><cursief>Woonplaats:</cursief> een door het college als zodanig
                                    aangewezen en van een naam voorzien gedeelte van het grondgebied
                                    van de gemeente.</al></li><li nr="p."><al><cursief>De wet</cursief>: Wet basisregistraties adressen en
                                    gebouwen. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>NAAMGEVING EN BEGRENZING VAN WOONPLAATSEN, TOEKENNEN VAN NAMEN AAN DE
                            OPENBARE RUIMTE, HET NUMMEREN VAN VERBLIJFSOBJECTEN, LIGPLAATSEN,
                            STANDPLAATSEN EN AFGEBAKENDE TERREINEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 2. Naamgeving woonplaatsen en openbare ruimten</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt de grens en de naam van de woonplaats(en) vast
                                    en kan desgewenst de woonplaats(en), al dan niet op basis van
                                    bouwblokken, in wijken en buurten verdelen en aanduiden met
                                    namen, zonodig met letters en nummers.</al></li><li nr="2."><al>Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de
                                    openbare ruimte en zonodig aan gemeentelijke gebouwen en
                                    bouwwerken.</al></li><li nr="3."><al>Onder vaststellen, verdelen, aanduiden en toekennen, zoals
                                    bedoeld in het eerste lid en tweede lid, wordt tevens begrepen
                                    het wijzigen en intrekken daarvan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3. Vaststelling stand- en ligplaatsen en nummering</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt de ligplaatsen en standplaatsen vast.</al></li><li nr="2."><al>Het college kent binnen het grondgebied van de gemeente nummers
                                    toe aan verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen.</al></li><li nr="3."><al>Het college bepaalt de afbakening van panden, verblijfsobjecten,
                                    standplaatsen en ligplaatsen.</al></li><li nr="4."><al>De toekenning of afbakening, zoals bedoeld in het tweede en
                                    derde lid, kan ook op voor personen toegankelijke objecten, niet
                                    zijnde verblijfsobjecten of op afgebakende terreinen worden
                                    toegepast, indien dat naar oordeel van het college noodzakelijk
                                    is.</al></li><li nr="5."><al>Onder vaststellen, toekennen en bepalen, zoals bedoeld in het
                                    eerste tot en met vierde lid, wordt tevens begrepen het wijzigen
                                    en intrekken daarvan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4. Namen en nummers aanbrengen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De door het college toegekende namen, zoals vervat in artikel 2,
                                    worden door of in opdracht van de gemeente blijvend zichtbaar en
                                    in voldoende aantallen ter plaatse aangebracht.</al></li><li nr="2."><al>Aan objecten, zoals aangegeven in artikel 3, waarvoor een nummer
                                    is vastgesteld moet dat nummer op een doeltreffende wijze zijn
                                    aangebracht.</al></li><li nr="3."><al>Het is eenieder die daartoe niet bevoegd is, verboden namen aan
                                    de openbare ruimten en woonplaatsen, wijken en buurten toe te
                                    kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen.</al></li><li nr="4."><al>Het is eenieder die daartoe niet bevoegd is, verboden aan een
                                    pand of verblijfsobject, stand- of ligplaats of afgebakend
                                    terrein nummers toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan
                                    te brengen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>PLAATSEN VAN NAAM- EN NUMMERBORDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 5. Gedoogplicht naam- en nummerborden</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk-
                                    of buurtaanduiding, borden met namen van de openbare ruimte,
                                    naamverwijsborden, nummerborden, nummerverzamelborden en andere
                                    (verwijs)aanduidingen aan een bouwwerk, gebouw, muur, schutting
                                    of een ander soort terreinafscheiding worden aangebracht, draagt
                                    de rechthebbende er zorg voor dat de hier bedoelde borden
                                    vanwege of op verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van het
                                    college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of
                                    verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Indien het college het noodzakelijk acht om een naambord, waarop
                                    de vervallen naam is doorgehaald, tijdelijk naast het naambord
                                    met de nieuwe naam te handhaven, zal de rechthebbende dit
                                    toelaten als daaraan door het college een termijn van niet
                                    langer dan een jaar is verbonden.</al></li><li nr="3."><al>De rechthebbende zorgt ervoor dat in het eerste en tweede lid
                                    bedoelde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar
                                    blijven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6. Verplichting tot aanbrengen van nummerborden</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Tenzij het college anders heeft besloten, zorgt de rechthebbende
                                    van een object ervoor dat de nummers, zoals bedoeld in artikel
                                    3, tweede lid, worden aangebracht op een wijze zoals krachtens
                                    artikel 7 is bepaald.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende draagt er zorg voor dat de in het eerste lid
                                    genoemde nummers binnen vier weken na kennisgeving van het
                                    besluit van het college zijn aangebracht.</al></li><li nr="3."><al>Indien een verblijfsobject, ligplaats, standplaats of afgebakend
                                    terrein nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen vier weken
                                    na voltooiing aangebracht.</al></li><li nr="4."><al>Indien het college heeft besloten om een nummerbord, waarop het
                                    vervallen nummer is doorgehaald, naast het nummerbord met het
                                    nieuwe nummer te handhaven, zal de rechthebbende dit toelaten of
                                    daar uitvoering aan geven als daaraan door het college een
                                    termijn van niet langer dan een jaar is verbonden.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan de in het tweede en derde lid genoemde termijn
                                    verlengen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>NADERE VOORSCHRIFTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 7. Uitvoeringsvoorschriften</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan uitvoeringsvoorschriften vaststellen betreffende
                                    het proces en de wijze van: a. naamgeving en begrenzing van
                                    woonplaatsen, wijken, buurten en bouwblokken; b. naamgeving en
                                    begrenzing van de openbare ruimte; c. nummering van
                                    verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen en afgebakende
                                    terreinen; d. opmaak van formulieren, besluiten en
                                    verklaringen.</al></li><li nr="2."><al>De uitvoeringsvoorschriften zijn niet strijdig met het convenant
                                    inzake postcodes.</al></li><li nr="3."><al>De uitvoering van de borden voor openbare ruimten en
                                    nummeraanduidingen en de plaatsing hiervan dienen te worden
                                    uitgevoerd conform NEN 1772:2010. Deze normering is in deze
                                    verordening opgenomen als bijlage 1.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 8. Strafbepaling</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Overtreding van artikel 4, tweede, derde en vierde lid, artikel
                                    5, en artikel 6, eerste tot en met het vierde lid, wordt
                                    bestraft met een geldboete van de eerste categorie.</al></li><li nr="2."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening is belast de in artikel 141 van het
                                    Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren en de
                                    bij besluit van het college aangewezen afdeling c.q.
                                    personen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9. Inwerkingtreding</label></kop><al>De verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij
                            bekend is gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10. Intrekken oude regels</label></kop><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening worden de volgende
                            gemeentelijke verordeningen ingetrokken:</al><lijst><li nr="-"><al>gemeente Zijpe: Verordening op de naamgeving van delen van de
                                    openbare ruimte en de nummering van gebouwen, complexen,
                                    afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen van 1 januari
                                    2009;</al></li><li nr="-"><al>gemeente Harenkarspel: Verordening op de naamgeving van delen
                                    van de openbare ruimte en de nummering van gebouwen, complexen,
                                    afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen van 31 oktober
                                    2008.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11. Overgangsbepalingen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 genoemde
                                    regels en voorschriften aan objecten zijn toegekend, blijven na
                                    inwerkingtreding van deze verordening bestaan.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat op
                                    grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften
                                    aangebrachte namen en nummers binnen een door hen te bepalen
                                    termijn moeten worden vervangen door namen en nummers die
                                    voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde
                                    voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12. Citeertitel</label></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening naamgeving en
                            nummering (adressen) 2013.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van: 2013</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Schagen,</ondertekening><ondertekening>griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Mevrouw E. van der Voorde, De heer G. Westerink </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING OP DE MODELVERORDENING NAAMGEVING EN NUMMERING (ADRESSEN)
                    </titel></kop><al>ALGEMEEN </al><tussenkop>Wettelijke grondslag </tussenkop><al>Op 1 juli 2009 is de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (hierna: Wet
                    bag), in werking getreden. Deze wet </al><al>omvat ondermeer regels betreffende de methodische registratie van adresgegevens.
                    Met de invoering van de Wet bag is de gemeente de plicht opgelegd om ten behoeve
                    van de basisregistratie adressen bepaalde, expliciet in de Wet bag genoemde
                    zaken, van een naam, nummer of begrenzing te voorzien. Voor zover het deze zaken
                    betreft is er sprake van medebewind als bedoeld in artikel 108, tweede lid, van
                    de Gemeentewet. Hoeveel vrijheid de gemeente nog heeft om zelf een regeling rond
                    naamgeving en nummering te treffen wordt aangegeven in artikel 121 Gemeentewet.
                    Dit artikel stelt, dat de gemeentelijke regeling niet in strijd mag zijn met
                    wetten, algemene maatregelen van bestuur en provinciale verordeningen. Deze
                    bevoegdheidsafbakening betekent, dat de gemeente een aanvullingsbevoegheid heeft
                    op de hogere regelgeving. De gemeente heeft ter voorbereiding daarvan wel
                    rekening te houden met twee grenzen. Een benedengrens (niet treden in de
                    bijzondere belangen van de ingezetenen) en een bovengrens (regels mogen niet in
                    strijd zijn met hogere regelgeving). </al><al>Al met al staat het de gemeente dus vrij om, met het oog op een goede uitvoering
                    van het medebewind, de wijze van naamgeving en nummering in het kader van de Wet
                    bag nader te regelen. Het gaat hier om het zogeheten ‘vrije medebewind’, omdat
                    in de Wet bag geen regels worden gegeven voor het meer creatieve proces dat aan
                    de eerder genoemde methodische registratie vooraf gaat; onder andere het
                    bedenken en toekennen van namen aan woonplaatsen en aan delen van de openbare
                    ruimte en de methode van toekennen van nummeren aan objecten en plaatsen. </al><al>Het is de gemeente, in het kader van regeling en bestuur van de eigen
                    huishouding, toegestaan om in de verordening inzake naamgeving en nummering
                    bepalingen op te nemen over zaken waarin de Wet bag in het geheel niet voorziet. </al><al>Daaronder vallen bijvoorbeeld zaken als de afbakening en aanduiding van wijken,
                    buurten en bouwblokken, alsmede het nummeren van afgebakende en afsluitbare
                    terreinen en de naamgeving van gemeentelijke bouwwerken. De verordening
                    naamgeving en nummering heeft daardoor een dubbele grondslag nodig. Met
                    betrekking tot de beslissingen, als bedoeld in artikel 6 van de Wet bag, is er
                    sprake van regeling van bestuur in medebewind, waarvoor artikel 108, tweede lid,
                    en artikel 149 van de Gemeentewet de grondslag biedt. Voor de overige
                    beslissingen betreft het regeling en bestuur op grond van artikel 108, eerste
                    lid en artikel 149 van de Gemeentewet. De twee grondslagen voor deze verordening
                    worden dan ook in de aanhef van de verordening genoemd. </al><al>Op het punt van de taaktoedeling bepaalt de Wet bag, dat de in artikel 6 van die
                    wet genoemde beslissingen door de gemeenteraad moeten worden genomen, waarmee
                    wordt aangesloten op de voorheen bestaande taaktoedeling op basis van artikel
                    108, eerste lid en hoofdstuk IX van de Gemeentewet. Het is zodoende – mede
                    ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet - de raad die, naast het autonome deel,
                    ook het onderwerpelijke medebewindsdeel in een regeling kan uitwerken. In de
                    verordening zelf kan delegatie van beslissingen aan het college worden geregeld
                    op grond van de algemene delegatiebevoegdheid van artikel 156, eerste lid, van
                    de Gemeente. Dit is in deze verordening ook het geval. (Zie verder ook hierna
                    onder dualistisch bestel) </al><tussenkop>Belang van naamgeving en nummering (adressen) </tussenkop><al>Adressen vervullen een essentiële functie in het maatschappelijk verkeer. Niet
                    alleen voor dienstverlenende instanties </al><al>als politie, brandweer, posterijen en ambulancebedrijven, maar ook voor
                    bijvoorbeeld de makelaardij, de advocatuur, het notariaat en het bedrijfsleven.
                    Zij kunnen veelal hun werkzaamheden niet uitvoeren zonder goed sluitende
                    informatie over adressen. Ook de burger heeft belang bij een goede adressering
                    van zijn woonverblijf. Hij wenst in brede zin vindbaar te zijn. Adressen
                    vervullen binnen het openbaar bestuur eveneens een wezenlijke functie. Enerzijds
                    is een groot deel van de overheidsregistraties geordend (toegankelijk) op
                    alfanumerieke volgorde van adressen. Anderzijds zijn adressen van wezenlijke
                    betekenis voor het koppelen en maken van selecties uit deze registraties. Het
                    benoemen van delen van de openbare ruimte (voorheen straatnamen) en het
                    toekennen van nummers aan verblijfsobjecten (voorheen huisnummers) is een taak
                    die de gemeente met extra zorg moet omgeven. </al><tussenkop>Algemene wet bestuursrecht </tussenkop><al>Het toekennen van een naam of nummer (adressen) op grond van de verordening is
                    een besluit in de zin van de </al><al>Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het besluit zal aan de formele en materiële
                    eisen van de Awb moeten voldoen. Op grond van de Awb is het mogelijk tegen een
                    besluit een bezwaarschrift in te dienen bij het besluitende bestuursorgaan.
                    Tevens staat de mogelijkheid open om een beroepschrift in te dienen bij de
                    sector bestuursrecht van de rechtbank. </al><al>Met name ten aanzien van naamgeving kan de vraag rijzen of er wel sprake is van
                    een besluit. Deze vraag kan </al><al>bevestigend worden beantwoord indien het besluit zich richt op bepaalde,
                    concreet aanwijsbare objecten en het besluit gebaseerd is op een
                    publiekrechtelijke regeling die een gedoogplicht inhoudt voor de rechthebbende
                    op onroerende zaken in verband met het op deze objecten aanbrengen van naam- en
                    nummerborden. Op grond van deze verordening zal derhalve sprake zijn van een
                    besluit tot naamgeving of nummering. Ook wijziging of intrekking van een naam of
                    nummer of het afwijzen van een verzoek daartoe valt binnen de reikwijdte van de
                    Awb. Indien een aanvraag voor een naam of een nummering moet worden afgewezen of
                    een besluit tot naamgeving of nummering een belanghebbenden zou treffen, moet
                    worden bezien of artikel 4:7, 4:8 dan wel 4:9 van de Awb van toepassing is. Deze
                    artikelen houden de verplichting in de aanvrager of belanghebbende te horen
                    voordat het besluit wordt genomen. </al><tussenkop>Gemeentewet </tussenkop><al>De kaderstellende en controlerende bevoegdheden liggen bij de raad en de
                    bestuursbevoegdheden liggen bij het college. Er kunnen drie typen
                    bestuursbevoegdheden worden onderscheiden: a.)bestuursbevoegdheden die in de
                    Gemeentewet zijn opgenomen, b.) de bestuursbevoegdheden in medebewindswetten en
                    c.) de autonome bevoegdheden. De bestuurlijke bevoegdheden die in de Gemeentewet
                    zijn opgenomen zijn met de inwerkingtreding van de Wet dualisering
                    gemeentebestuur (Stb.2002, 111) bij het college gelegd. De verordende
                    bevoegdheid ligt bij de raad. Dit betekent dat de bevoegdheid tot vaststelling
                    van een verordening op de naamgeving en nummering bij de raad berust.</al><al>De naamgeving en nummering kan worden aangemerkt als een autonome
                    bestuursbevoegdheid. Deze bevoegdheid ligt bij de raad. De raad kan er echter
                    voor kiezen om de bevoegdheid ter zake van naamgeving en nummering op grond van
                    artikel 156 Gemeentewet aan het college te delegeren. Daar is in deze
                    modelverordening ook voor gekozen. </al><tussenkop>Regelen van de gevolgen </tussenkop><al>Bij het gebruik van de bevoegdheid tot naamgeving en nummering moet het college
                    rekening houden met het belang van vooral bewoners en bedrijven. Wijziging van
                    een naam of een nummer treft immers de belangen van bewoners en bedrijven. In
                    bepaalde gevallen kan er sprake zijn van een gemeentelijke gehoudenheid tot
                    regeling van de gevolgen van de wijzigingsbesluiten. Een aantal punten is
                    hierbij van belang: </al><lijst><li nr="1."><al>Tussen het besluit tot wijziging en de uitvoering van de wijziging dient
                            voldoende tijd te liggen, zodat bewoners en bedrijven zich op de
                            gewijzigde naam of het veranderde nummer kunnen voorbereiden. Hoe langer
                            deze periode is, hoe minder de gemeenten gehouden is tot compenserende
                            maatregelen. De in artikel 11 genoemde periode kan voor gewone gevallen
                            als een redelijke voorbereiding worden gezien. Gevallen die hiervan
                            afwijken, zoals sterk naar buiten tredende bedrijven met een groot
                            klanten potentieel, moeten op zichzelf worden bezien. Het verdient
                            aanbeveling in een vroeg stadium contact op te nemen met de betrokken
                            bewoners en bedrijven. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) kent deze
                            verplichting op grond van artikel 4:8. </al></li><li nr="2."><al>Voor de gevallen waarin de gemeente gehouden kan worden tot het
                            vergoeden van de gemaakte kosten, is geen algemene norm aan te geven
                            waaruit de hoogte of de vorm van de vergoeding kan worden afgeleid.
                        </al></li><li nr="3."><al>Indien de wijziging bewoners betreft en er een korte
                            voorbereidingsperiode geldt, is het beschikbaar stellen van een aantal
                            adreswijzigingskaarten in de meeste gevallen een redelijke vorm van
                            schadeloosstelling. </al></li><li nr="4."><al>Bedrijven die ook bij een voorbereidingsperiode van een jaar onredelijk
                            in hun belangen worden getroffen, kunnen aanspraak maken op vergoeding
                            van een deel van de kosten die ze maken. Daarbij zijn de volgende
                            aspecten te overwegen: </al><lijst><li nr="a.)"><al>De bevoegdheid van de gemeente om tot wijziging te besluiten;
                                </al></li><li nr="b.)"><al>Het maatschappelijk risico dat een bedrijf dientengevolge is toe
                                    te rekenen, waarbij de keuze voor vermelding van het adres op
                                    verpakkingsmateriaal, winkelruiten, markiezen, bedrijfsauto’s of
                                    productieonderdelen geacht worden tot het ondernemersrisico te
                                    behoren; </al></li><li nr="c.)"><al>De lengte van de voorbereidingsperiode; </al></li><li nr="d.)"><al>De specifieke aspecten van het bedrijf; </al></li><li nr="e.)"><al>De voorraad naar buiten gerichte kantoorbescheiden en
                                    andersoortige productieonderdelen die niet tot het
                                    ondernemingsrisico zijn te rekenen; </al></li><li nr="f.)"><al>De actualiteit van de onder punt e. genoemde zaken; </al></li><li nr="g.)"><al>Het gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van de onder
                                    punt e genoemde zaken; </al></li><li nr="h.)"><al>De mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale afschrijving
                                    van de onder punt e. genoemde zaken.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING </tussenkop><al>Artikel 1. </al><al>De begripsomschrijvingen zijn aangepast aan de omschrijving zoals opgenomen in
                    artikel 1 van de wet. Daardoor zijn de voorheen in de verordening gehanteerde
                    begrippen straatnaam, huisnummer, object, gebouw, complex en bouwwerk komen te
                    vervallen. Verblijfsobject, pand, nummeraanduiding, wijk- en buurtindeling,
                    woonplaats en convenant zijn aan de begripsomschrijvingen toegevoegd. De overige
                    begrippen zijn ongewijzigd gebleven. Voor de goede orde wordt gewezen op het
                    feit dat het begrip “openbare ruimte” onder punt g. niet precies overeenkomt met
                    het begrip openbare ruimte die wordt gebezigd in het spraakgebruik. </al><al>Artikel 2. </al><al>Het eerste lid regelt het vaststellen en begrenzen van de woonplaats(en). Het
                    totale grondgebied van de gemeente moet in een of meer woonplaatsen worden
                    opgedeeld. Dit betekent, dat de gemeentegrens altijd samenvalt met de
                    woonplaatsgrenzen. Verder biedt het eerste lid de mogelijkheid om woonplaatsen
                    te verdelen in wijken en buurten. In het kader van de Volkstelling 1971 is
                    tussen gemeenten, de provinciale planologische diensten en het Centraal Bureau
                    voor de Statistiek (CBS) een gebiedsindeling overeengekomen, die wordt aangeduid
                    met de term CBS wijk- en buurtindeling. Deze indeling werd noodzakelijk geacht,
                    omdat op provinciaal en landelijk niveau behoefte bestond aan inzicht in de
                    onderverdeling van het gemeentelijk grondgebied. Sinds 1971 heeft het echter
                    ontbroken aan systematisch interbestuurlijk overleg waardoor onduidelijkheid kon
                    ontstaan over de te hanteren wijk- en buurtindeling. De minister van Economische
                    Zaken is voornemens zijn coördinerende rol inzake wijk- en buurtindeling te
                    reactiveren, maar dat heeft nog niet geleid tot nadere bijhoudingsregels.
                    Gemeenten doen er voorlopig verstandig aan - bij het opdelen van een woonplaats
                    in wijken en buurten - de CBS-voorschriften inzake de wijk- en buurtindeling uit
                    1970 aan te houden. </al><al>Het tweede lid regelt het per woonplaats benoemen van openbare ruimte. In de Wet
                    bag zijn geen bepalingen </al><al>opgenomen over de grenzen van benoemde delen van de openbare ruimte. Daar is in
                    de verordening wel voor gekozen om te voorkomen dat delen van de openbare
                    ruimte, onbedoeld, een dubbele naam krijgen of deels geen naam krijgen vanwege
                    onduidelijkheid over de begrenzingen. Voor de meeste gemeenten is het vastleggen
                    van begrenzingen van benoemde delen van de openbare ruimte al dagelijkse
                    praktijk. Verder is in het tweede lid de naamgeving van gemeentelijke gebouwen
                    en bouwwerken meegenomen</al><al>Met de wettelijke regeling inzake de naamgeving van de openbare ruimte komt een
                    einde aan discussies over de </al><al>naamgeving van rijkswegen en provinciale wegen. De Wet bag schrijft namelijk
                    voor dat alle verblijfsobjecten van een nummer moeten zijn voorzien en dat geldt
                    dus ook voor bijvoorbeeld benzinestations, restaurants of hotels die alleen via
                    een rijks- of provinciale weg zijn te bereiken. Nummers kunnen alleen worden
                    uitgegeven als zij worden gerelateerd aan een door het college vastgestelde naam
                    aan een deel van de openbare ruimte. Gemeenten moeten derhalve ex artikel 6 van
                    de Wet bag voor rijks- en provinciale wegen een naambesluit nemen. Gemeenten
                    moeten hier verstandig met hun bevoegdheid omgaan. In dit soort gevallen kan
                    worden aangesloten bij de al jaren door veel gemeenten toegepaste werkwijze,
                    waarbij de naamgeving louter wordt gebaseerd op het nummer en het type weg.
                    Bijvoorbeeld door de A9 in een bepaalde woonplaats de naam toe te kennen.
                    Daarmee blijft de A-nummering in tact en ook het type weg (rijksweg) blijft
                    onveranderd. (E-aanduidingen moeten niet in de naamgeving van rijkswegen worden
                    betrokken.) Zo kan ook bijvoorbeeld de provinciale weg N245 de naam worden
                    toegekend. Ook hier blijft het type weg en de N-nummering volledig in tact. Tot
                    op heden hebben gemeenten zich aan deze werkwijze gehouden. </al><al>Anders ligt dat bij de naamgeving van rivieren en wateren van internationale
                    betekenis. Na ampel beraad is besloten over de naamgeving van dit soort openbare
                    buitenruimten geen regels op te nemen in de verordening. Er bestaat voor de
                    gemeente immers geen enkele aanleiding of noodzaak tot het herbenoemen van deze
                    rivieren en wateren. Het behoeft bovendien geen nadere uitleg dat het tot
                    onoverzichtelijke situaties leidt als bijvoorbeeld een rivier per woonplaats een
                    andere naam krijgt toebedeeld. Het toekennen van nummeringen aan een object of
                    plaats dient te worden gekoppeld aan de naam van de openbare ruimte naast
                    voornoemde rivieren en wateren. Als zich de bijzondere situatie al mocht
                    voordoen om een naam van een rivier of water van internationale betekenis te
                    wijzigen, dan kan dat niet eerder plaatsvinden dan na gehouden overleg met het
                    bestuursorgaan die dat aangaat. </al><al>Het derde lid bepaalt, dat onder de termen bepalen, vaststellen, verdelen en
                    toekennen, zoals bedoeld in het eerste en twee lid, tevens het wijzigingen of
                    intrekken daarvan omvat. Deze passage is opgenomen, omdat hierover in het
                    verleden problemen zijn gerezen. </al><al>Artikel 3. </al><al>Het eerste en tweede lid regelen het vaststellen van standplaatsen en
                    ligplaatsen en het toekennen van nummers aan verblijfsobjecten, ligplaatsen,
                    standplaatsen en afgebakende terreinen. Hier is niet voor de term huisnummer
                    gekozen, omdat bij afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen niet kan worden
                    gesproken van een huis. Vandaar dat de term nummeraanduiding wordt gebruikt. </al><al>Een burger kan overigens een aanvraag voor een nummeraanduiding bij burgemeester
                    en wethouders indienen. Deze aanvraag zal in de regel zijn aan te merken als een
                    verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van artikel
                    1:3, derde lid, van de Awb. Op de afwikkeling van de aanvraag zijn de hoofdstuk
                    3 en 4 van de Awb van toepassing (zie hierover ook de algemene toelichting). </al><al>De strekking van het derde lid spreekt voor zich en behoeft geen verdere
                    toelichting. Het vierde lid regelt, dat het eerste tot en met het derde lid ook
                    kan worden toegepast op andere betreedbare en afsluitbare objecten - zoals
                    bijvoorbeeld afgebakende terreinen - als het college dat nodig oordeelt. </al><al>Het vijfde lid bepaalt dat onder de termen vaststellen, verdelen en toekennen,
                    zoals bedoeld in het eerste en twee lid, tevens het wijzigingen of intrekken
                    daarvan omvat. Deze passage is opgenomen om hierover expliciete duidelijkheid te
                    geven.</al><al>Artikel 4. </al><al>De toegekende namen moeten overeenkomstig de wens van het college worden
                    aangebracht. De kosten daarvan </al><al>komen voor rekening van de gemeente. De in het eerste lid vervatte zinsnede ‘in
                    voldoende aantallen ter plaatse’ </al><al>verdient nadere toelichting. Onder dit begrip wordt verstaan, dat een
                    verkeersdeelnemer bij het oprijden van een </al><al>kruising van wegen, door in voldoende aantallen aangebrachte naamborden, zonder
                    omkijken en in een oogopslag de naam van de dwarsstraat moet kunnen lezen. Dit
                    betekent doorgaans dat op alle hoeken van de kruising borden dienen te worden
                    aangebracht. </al><al>Het tweede lid bepaalt dat een object of plaats of terrein een door het college
                    toegekend nummer ook feitelijk moet dragen. Het college wordt de mogelijkheid
                    geboden toe te zien op de naleving van het aanbrengen van nummers. Met het oog
                    op de dienstverlening is het immers noodzakelijk dat de nummers, die door het
                    college zijn toegekend, ook ter plaatse terug zijn te vinden. Voor de hieraan
                    verbonden kosten wordt verwezen naar de algemene toelichting. </al><al>Het derde lid verbiedt een ieder die daartoe niet is bevoegd, namen toe te
                    kennen aan delen van de openbare ruimte door naamborden zichtbaar ter plaatse
                    aan te brengen. Het komt steeds vaker voor dat burgers - om de meest
                    uiteenlopende redenen - een straatnaambord in de tuin plaatsen of aan de
                    onroerende zaak bevestigen. Dat geeft veelal verwarring met de door de gemeente
                    toegekende namen aan de openbare ruimte. Het derde lid geeft de gemeente de
                    bevoegdheid om hiertegen op te treden. Voor de goede orde wordt erop gewezen dat
                    het iedereen vrij staat om een naam toe te kennen aan zijn onroerende zaak,
                    zolang dat geen verwarring geeft met de door de gemeente toegekende namen aan de
                    openbare ruimte. </al><al>Het vierde lid verbiedt een ieder die daartoe niet is bevoegd nummers toe te
                    kennen aan onroerende zaken die privé bezit zijn door deze op zichtbare wijze
                    aan te brengen. Het aanbrengen van zelf gekozen nummers door eigenaren,
                    gebruikers of beheerders aan objecten, plaatsen en terreinen is de laatste
                    decennia hand over hand toegenomen. Bovendien is bij de invoering van de bag ook
                    gebleken dat nummers vaak zijn verdwenen. Ook worden nummers soms zo abstract
                    vormgegeven dat zij niet meer aan het criteria van doeltreffendheid, zoals
                    bedoeld in het tweede lid, voldoen. Deze criteria zijn uitgewerkt in de
                    uitvoeringsvoorschriften, zoals bedoeld in artikel 7. </al><al>Artikel 5. </al><al>Vanuit een weloverwogen algemeen maatschappelijk belang dienen naamborden door
                    of namens de gemeente ter plaatse goed zichtbaar en in voldoende mate te worden
                    aangebracht. Veelal is het noodzakelijk om naamborden te bevestigen aan
                    gebouwgevels, terreinafscheidingen of aan paaltjes die op privéterrein worden
                    geplaatst. De betrokken rechthebbenden zijn verplicht dat toe te laten. Het
                    artikel houdt verder rekening met de omstandigheid dat de borden niet door de
                    gemeente zelf, maar op verzoek van de gemeente door derden worden aangebracht. </al><al>Het tweede lid geeft de gemeente de mogelijkheid om een bord met de oude
                    (doorgehaalde) naam enige tijd te </al><al>handhaven naast een bord met de nieuwe naam. Op deze wijze wordt voorkomen dat
                    zij, die niet van de herbenoeming op de hoogte zijn, hun bestemming niet kunnen
                    vinden. </al><al>Het derde lid is opgenomen om te voorkomen dat de leesbaarheid/zichtbaarheid van
                    een aangebracht naambord door bijvoorbeeld hoog opschietend groen, zonnescherm
                    of reclamebord wordt belemmerd. Vandaar dat is bepaald dat de rechthebbende
                    ervoor dient te zorgen dat de bedoelde borden vanaf de openbare weg leesbaar
                    blijven. </al><al>Artikel 6. </al><al>Met betrekking tot dit artikel wordt gewezen op het feit dat het aanbrengen van
                    nummerborden per gemeente </al><al>verschillend is geregeld. Sommige gemeenten brengende nummers zelf aan. Het
                    aanbrengen van de nummers wordt echter ook uitbesteed of overgelaten aan de
                    aannemer. Bijvoorbeeld als onderdeel van het uitvoeren van een bouwwerk. Ten
                    slotte wordt het ook vaak aan de rechthebbende opgedragen om de nummers, conform
                    de gemeentelijke voorschriften, aan te brengen. </al><al>In de verordening is gekozen voor een formulering waarbij de rechthebbende het
                    nummer dient aan te brengen, tenzij het college anders besluit. Het laatste zal
                    vaak het geval zijn bij nieuwbouwprojecten, waarbij een uniform uitgevoerde
                    nummering wenselijk wordt geacht. Het verdient aanbeveling de
                    verantwoordelijkheid voor het aanbrengen van een nummer in de tekst van het
                    nummerbesluit te regelen. </al><al>In het tweede en derde lid is bepaald dat het door het college toegekende nummer
                    binnen een bepaalde termijn moet zijn aangebracht. Voor gevallen waarin het
                    object nog niet is voltooid, moet het nummer vier weken na de voltooiing zijn
                    aangebracht. </al><al>Het vierde lid biedt de gemeente de mogelijkheid om een bord met het oude
                    (doorgehaalde) nummer enige tijd te </al><al>handhaven naast een bord met het nieuwe nummer. Op deze wijze wordt voorkomen
                    dat zij, die niet van de</al><al>hernummering op de hoogte zijn, hun bestemming niet kunnen vinden. Het handhaven
                    van het oude (doorgehaalde) nummer wordt soms bij omvangrijke of ingewikkelde
                    vernummeringen toegepast. </al><al>Het vijfde lid geeft het college de mogelijkheid de in het tweede en derde lid
                    genoemde termijnen te verlengen. </al><al>Artikel 7. </al><al>Het eerste lid biedt de mogelijkheid om uitvoeringsvoorschriften vast te stellen
                    ten aanzien van naamgeving en </al><al>nummering. Deze uitvoeringsvoorschriften zijn gericht op vast gemeentelijk
                    beleid. Dat kan van belang zijn bij beroeps- en bezwaarprocedures. De
                    uitvoeringsvoorschriften kunnen bepalingen bevatten met betrekking tot de
                    bestuurlijke, taalkundige en inhoudelijke aspecten van de naamgeving, alsmede
                    bepalingen over de wijk- en buurtindeling, de toekenning van nummers, de wijze
                    van nummeren, de uitvoering en plaatsing van borden en voorschriften van
                    administratief-organisatorische aard. Ook kunnen modellen worden voorgeschreven
                    voor verklaringen, besluiten en formulieren. </al><al>Artikel 2 bepaalt dat de uitvoeringsvoorschriften niet in strijd mogen zijn met
                    het postcodeconvenant. </al><al>Artikel 3 bepaalt de vormgeving en plaatsing van de borden volgens NEN
                    1772:2010. Deze normering is als bijlage 1 opgenomen in deze verordening.</al><al>Artikel 8. </al><al>Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de verordening, heeft alleen
                    zin wanneer deze verplichtingen bij </al><al>nalatigheid of overtreding kunnen worden afgedwongen, zodra deze worden
                    overtreden. Het is gebruikelijk aan lichte overtredingen een geldboete van de
                    eerste categorie te verbinden. </al><al>In het tweede lid wordt de afdeling of dienst aangewezen, die op de naleving van
                    de bepalingen in de verordening moet toezien. Dat kan bijvoorbeeld de afdeling
                    handhaving zijn. </al><al>Artikel 9. </al><al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening. </al><al>Artikel 10. </al><al>Dit artikel regelt het vervallen van de oude bepalingen. De strekking van dit
                    artikel spreekt voor zich. </al><al>Artikel 11. </al><al>Het principe van het benoemen van de openbare ruimte en het nummeren van
                    verblijfsobjecten, ligplaatsen, </al><al>standplaatsen en afgebakende terreinen dateert al uit de vorige eeuw. In de loop
                    der jaren zijn veel opvolgende </al><al>voorschriften van kracht geweest. Het is niet zinvol bij de invoering van de
                    verordening te eisen dat alle nummers in de gemeente dienen te worden aangepast
                    aan de nieuwe uitvoeringsvoorschriften, zoals vervat in artikel 7. Nummers die
                    onder het oude regime tot stand zijn gekomen, blijven gehandhaafd. Het college
                    heeft wel de mogelijkheid om aanpassing van de nummers te eisen. </al><al>Artikel 12. </al><al>Omdat de term huisnummer in principe geen juiste term is voor het nummeren van
                    verblijfsobjecten, afgebakende </al><al>terreinen, standplaatsen en ligplaatsen en de term straatnaam geen juiste term
                    is voor plantsoenen, wegen e.d., is </al><al>gekozen voor de citeertitel Verordening naamgeving en nummering (adressen).
                </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>