<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR29276_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zeeuws Vlaams Advertentieblad, 23 december 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in jongeren. artt. 12 en art. 41</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Vaststelling Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Terneuzen;</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 10 november
                        2009</al><al>gelet op artikel 147, eerste lid Gemeentewet en de artikelen 12, eerste lid,
                        onderdeel b en 41, eerste lid vand e Wet investeren in jongeren;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is het verlagen van uitkeringen van
                        jongeren van 18 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar bij wijze van sanctie
                        bij verordening te regelen;</al><al>Besluit vast te stellen de navolgende verordening:</al><al>Afstemmignsverordening Wet investeren in jongeren</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>1.In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet investeren in jongeren (WIJ); </al></li><li nr="b."><al>WIJ-norm: de op grond van hoofdstuk 4 van de wet op de jongere
                                    van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op
                                    grond van dat hoofdstuk door het college vastgestelde verhoging
                                    of verlaging;</al></li><li nr="c."><al>maatregel: de verlaging van de inkomensvoorziening op grond van
                                    artikel 41, eerste lid WIJ; </al></li><li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Terneuzen</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Afstemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 42 van de wet, verlaagt het college,
                                overeenkomstig deze verordening, het bedrag van de aan de jongere
                                toegekende inkomensvoorziening, indien de jongere naar het oordeel
                                van het college de op hem rustende verplichtingen, bedoeld in
                                hoofdstuk 5 van de wet, of de uit artikel 30c, tweede lid of derde
                                lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
                                voortvloeiende verplichtingen, niet of onvoldoende nakomt, dan wel
                                zich jegens het college zeer ernstig misdraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                                van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de jongere en kan
                                daarom afwijken van de in deze verordening genormeerde maatregelen.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wordt toegepast op de voor de jongere van toepassing
                                zijnde WIJ-norm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de maatregel ook worden
                                toegepast op de bijzondere bijstand indien aan belanghebbende
                                bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing van artikel 12 van
                                de Wet werk en bijstand .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het besluit tot opleggen van een maatregel</titel></kop><al>In het besluit tot opleggen van een maatregel worden in ieder geval
                            vermeld: de reden van de maatregel, de duur van de maatregel, het bedrag
                            waarmee de inkomensvoorziening wordt verlaagd en, indien van toepassing,
                            de reden om af te wijken van een standaardmaatregel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Horen van belanghebbende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de jongere in de
                                gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het horen van de jongere kan achterwege worden gelaten indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vereiste spoed zich daartegen verzet; </al></li><li nr="b."><al>de jongere reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn
                                        zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen
                                        nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;</al></li><li nr="c."><al>de jongere niet heeft voldaan aan een verzoek van het
                                        college of van een derde aan wie het college met toepassing
                                        van artikel 11, vierde lid, van de wet, werkzaamheden in het
                                        kader van de wet heeft uitbesteed, om binnen een gestelde
                                        termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel
                                        44 van de wet; of</al></li><li nr="d."><al>het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen
                                        van de ernst van de gedraging of de mate van
                                        verwijtbaarheid;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>de jongere aangeeft hiervan geen gebruik te willen
                                        maken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Afzien van het opleggen van een maatregel</titel></kop><al>Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien elke vorm
                            van verwijtbaarheid ontbreekt of indien het daarvoor dringende redenen
                            aanwezig acht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ingangsdatum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wordt opgelegd met ingang van de kalendermaand volgend
                                op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan
                                de jongere is bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende
                                kracht worden opgelegd, voor zover de inkomensvoorziening nog niet
                                is uitbetaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Samenloop</titel></kop><al>Indien sprake is van een gedraging die schending oplevert van meerdere
                            in de wet genoemde verplichtingen, wordt één maatregel opgelegd. Indien
                            voor schending van die verplichtingen maatregelen van verschillende
                            hoogten gelden, wordt de hoogste maatregel opgelegd. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Het niet nakomen van de verplichtingen bedoeld in artikel 45 van de
                            wet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Indeling in categorieën</titel></kop><al>Gedragingen van de jongere inhoudende het niet of onvoldoende
                            nakomen van de verplichtingen bedoeld in artikel 45 van de wet, worden
                            onderscheiden in de volgende categorieën:</al><lijst><li nr="1."><al>Eerste categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het onvoldoende meewerken aan het opstellen van een plan met
                                    betrekking tot de arbeidsinschakeling, waaronder begrepen het
                                    onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden
                                    tot arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="b."><al>bij herhaling niet voldoen aan de inlichtingenplicht zoals
                                    bedoeld in artikel 44 van de wet.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Tweede categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het stellen van onredelijke eisen in verband met door de
                                            jongere te verrichten algemeen geaccepteerde arbeid, die
                                            het aanvaarden of verkrijgen van algemeen geaccepteerde
                                            arbeid belemmeren;</al></li><li nr="b."><al>het niet of onvoldoende meewerken aan het behoud of
                                            bevorderen van de arbeidsbekwaamheid;</al></li><li nr="c."><al>het niet of onvoldoende meewerken aan activiteiten of
                                            werkzaamheden, gericht op de arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="d."><al>het nalaten de opgedragen werkzaamheden of activiteiten
                                            naar beste vermogen te verrichten;</al></li><li nr="e."><al>het zich niet onderwerpen aan een noodzakelijke
                                            behandeling en/of onderzoek (van medische of psychische
                                            aard).</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De hoogte en duur van de maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wordt vastgesteld op:</al><lijst><li nr="a."><al>10 procent van de WIJ-norm bij gedragingen van de eerste
                                        categorie;</al></li><li nr="b."><al>20 procent van de WIJ-norm bij gedragingen van de tweede
                                        categorie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan van het opleggen van een
                                maatregel worden afgezien indien de jongeren binnen een door de
                                gemeente nader vast te stellen periode van maximaal een half jaar
                                heeft bewezen wel te kunnen voldoen aan de verplichtingen waarvoor
                                in principe een maatregel opgelegd zou kunnen worden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De duur van de maatregel bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld
                                op een maand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het vorige lid kan de duur van de maatregel worden
                                verdubbeld, indien de jongere zich binnen twaalf maanden na
                                bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd,
                                opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of
                                hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd
                                wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
                                dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Het niet nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 44 van
                            de wet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Schending inlichtingenplicht met benadeling gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de
                                inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet
                                leidt tot het niet kunnen afronden van het werkleeraanbod, wordt een
                                maatregel opgelegd ter hoogte van de kosten van het werkleeraanbod
                                met een maximum van € 2.000,00. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgezien:</al><lijst><li nr="a."><al>zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld
                                        en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft
                                        genomen;</al></li><li nr="b."><al>zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat
                                        het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende
                                        heeft getroffen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een belanghebbende zich verbaal zeer ernstig misdraagt
                                tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die
                                rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, als
                                bedoeld in artikel 41, eerste lid van de wet, wordt onverminderd
                                artikel 2, tweede lid, een maatregel opgelegd van minimaal 10% van
                                de inkomensvoorziening gedurende een maand. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een belanghebbende zich fysiek - al of niet in combinatie met
                                verbaal geweld - zeer ernstig misdraagt tegenover het college of
                                zijn ambtenaren wordt een maatregel opgelegd van minimaal 50% van de
                                inkomensvoorziening gedurende een maand.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, indien onverkorte toepassing zou leiden tot
                                onredelijkheid of onbillijkheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met ingang van 1 januari 2010 in werking. De
                            “Verordening tijdelijke regels Wet investeren in jongeren”, zoals deze
                            is vastgesteld door de raad op 1 oktober 2009, wordt ingetrokken op de
                            dag waarop deze verordening in werking treedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening wordt aangehaald als: Afstemmingsverordening WIJ. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad d.d. 17 december
                        2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier, drs. T.A.M. Leeraert</ondertekening><ondertekening>voorzitter, J.A.H. Lonink</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijving</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 2 Afstemming</tussenkop><al>In dit artikel wordt algemeen aangegeven wanneer een maatregel van toepassing
                    is. Ook wordt aangegeven dat de maatregel wordt afgestemd op de ernst van de
                    gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de
                    belanghebbende. Op deze aspecten moet altijd worden ingegaan. Dus altijd moet op
                    deze individualiseringsgronden worden ingegaan in de rapportage en ook moet een
                    melding plaatsvinden in de beschikking aan de belanghebbende.</al><tussenkop>Artikel 3 Berekeningsgrondslag</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 4 Het besluit tot opleggen van een maatregel</tussenkop><al>Het verlagen van de bijstand omdat een maatregel wordt opgelegd vindt plaats
                    door middel van een besluit. Wanneer de maatregel bij een lopende
                    inkomensvoorziening wordt opgelegd, wordt een besluit tot vaststelling op grond
                    van artikel 41 van de wet genomen.</al><al>In dit artikel wordt aangegeven wat in het besluit in ieder geval moet worden
                    vermeld. Deze eisen vloeien rechtstreeks voort uit de Algemene wet bestuursrecht
                    en dan met name uit het motiveringsbeginsel. Het motiveringsvereiste houdt onder
                    andere in dat een besluit kenbaar is en van een deugdelijke motivatie wordt
                    voorzien.</al><tussenkop>Artikel 5 Horen van belanghebbende</tussenkop><al>Op grond van de Algemene wet bestuursrecht is in een aantal gevallen het horen
                    van de belanghebbende verplicht bij de voorbereiding van beschikkingen Deze
                    hoorplicht geldt echter niet bij de voorbereiding van beschikkingen die
                    betrekking hebben op een financiële aanspraak (artikel 4:12 Awb). In dit artikel
                    wordt het horen van de belanghebbende voordat een maatregel wordt toegepast in
                    beginsel voorgeschreven.</al><al>Het tweede lid bevat een aantal uitzonderingen op deze hoorplicht. De onderdelen
                    a. en b. staan ook genoemd in artikel 4:11 Awb.</al><tussenkop>Artikel 6 Afzien van het opleggen van een maatregel</tussenkop><al>Het artikel is dusdanig geformuleerd dat het college de mogelijkheid heeft
                    belanghebbende geen maatregel op te leggen als er aantoonbare en dringende
                    redenen aanwezig zijn waarom de belanghebbende niet aan zijn verplichtingen kon
                    voldoen.</al><tussenkop>Artikel 7 Ingangsdatum </tussenkop><al>In de praktijk komt het regelmatig voor dat een maatregel feitelijk niet
                    geëffectueerd kan worden. Deze beperking is bij het opstellen van deze
                    verordening onderkend. Het wordt niet wenselijk geacht om voor deze situaties de
                    mogelijkheid op te nemen om een maatregel met terugwerkende kracht op te leggen.
                    (Een besluit tot verlaging met terugwerkende kracht kan alleen met een besluit
                    tot herziening van de inkomensvoorziening worden genomen, artikel 40 lid 3 van
                    de WIJ). </al><tussenkop>Artikel 8 Samenloop</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 9 Indeling in categorieën</tussenkop><al>Bij het benoemen van deze gedragingen is zoveel mogelijk aangesloten bij de wet,
                    de gemeentelijke visie en de in de Verordening Werkleeraanbod WIJ genoemde
                    voorzieningen. </al><al>In de wet is opgenomen dat een jongere zich aan noodzakelijke medische
                    behandeling dient te onderwerpen. In deze verordening is daar behandeling en/of
                    onderzoek van psychische aard aan toegevoegd. Hieronder wordt ondermeer afkicken
                    verstaan. Psychiatrische of psycho- sociale aandoeningen vormen vaak een
                    belemmering om een traject te starten of af te maken.</al><tussenkop>Artikel 10 De hoogte en duur van de maatregel</tussenkop><al>Deze bepaling bevat de verlaging voor de twee categorieën van gedragingen die
                    verband houden met het geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het
                    verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, een leerwerkaanbod of een traject
                    op weg daar naar toe.</al><al>Het tweede lid geeft aan dat de jongere na een “misstap” de kans krijgt zijn
                    fout te herstellen. De visie van de gemeente is er vooral op gericht dat
                    jongeren (alsnog) de kans krijgen een startkwalificatie te behalen. Dit kan door
                    fouten te straffen maar vooral zal het beter werken jongeren positief te
                    stimuleren het aangeboden traject tot een succesvol einde te brengen.</al><al>Op basis van het vierde lid kan een maatregel na (herhaalde) recidive verhoogd
                    en/of verdubbeld worden. </al><al>De hoogte en duur van de verlaging zal individueel moeten worden vastgesteld,
                    waarbij gekeken zal moeten worden naar de ernst van de gedraging, de mate van
                    verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de betrokkene indien de
                    verordening daarin niet voorziet.</al><tussenkop>Artikel 11 Schending inlichtingenplicht met benadeling
                    gemeente</tussenkop><al>Het is van belang dat de jongere op verzoek of uit eigen beweging mededeling
                    doet van alle feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk moet
                    zijn dat zij van invloed kunnen zijn op arbeidsinschakeling, het volgen van een
                    traject, het leerwerkaanbod of de inkomensvoorziening. Voor het schenden van de
                    inlichtingenplicht wordt geen verlaging door middel van een maatregel opgelegd.
                    Wel dienen alle ten onrechte door de gemeente gemaakte kosten te worden
                    teruggevorderd waaronder de ook voor re-integratie of werkleeraanbod gemaakte
                    kosten. Aan het terug te vorderen bedrag is een maximum verbonden om excessen te
                    voorkomen.</al><al>.</al><tussenkop>Artikel 12 Zeer ernstige misdragingen</tussenkop><al>Onder de term ‘zeer ernstig misdragen’ kunnen diverse vormen van agressie worden
                    verstaan, zij het dat er sprake moet zijn van verwijtbaarheid en van gedrag dat
                    in het normale menselijke verkeer in alle gevallen als onacceptabel kan worden
                    beschouwd.</al><al>De gemeente kan alleen een maatregel toepassen indien er een verband bestaat
                    tussen de ernstige misdraging en (mogelijke) belemmeringen voor de gemeente bij
                    het vaststellen van het recht op een inkomensvoorziening of indien er een
                    belemmering ontstaat die het onmogelijk maakt een traject te volgen. Vandaar dat
                    in dit artikel wordt bepaald dat de zeer ernstige misdragingen moeten hebben
                    plaatsgevonden onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de
                    uitvoering van de WIJ en die het volgen van het traject dat in het kader van de
                    WIJ is opgelegd onmogelijk maakt.</al><al>In artikel 41 eerste lid WIJ wordt gesproken over ‘het zich jegens het college
                    zeer ernstig misdragen’. Dit betekent dat alleen (zeer) agressief gedrag
                    tegenover leden van het college en hun ambtenaren aanleiding kan zijn voor het
                    toepassen van een maatregel. Er kan dus geen maatregel worden toegepast als een
                    klant zich agressief heeft gedragen tegenover een medewerker van een andere
                    organisatie die belast is met de uitvoering van de WIJ. Het is in dat geval
                    wellicht wel mogelijk om een maatregel op te leggen wegens het niet of
                    onvoldoende gebruik maken van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling
                    (artikel 9, tweede lid van deze verordening).</al><al>Bij het vaststellen van de maatregel in de situatie dat een
                    uitkeringsgerechtigde zich ernstig heeft misdragen, zal gekeken moeten worden
                    naar de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke
                    omstandigheden van de betrokkene.</al><al>Wat betreft het vaststellen van de ernst van de gedraging, kunnen de volgende
                    vormen van agressief gedrag in een oplopende reeks van ernstig naar steeds
                    ernstiger) worden onderscheiden:</al><lijst><li nr="-"><al>Verbaal geweld (schelden);</al></li><li nr="-"><al>Discriminatie;</al></li><li nr="-"><al>Intimidatie (uitoefenen van psychische druk);</al></li><li nr="-"><al>Zaakgericht fysiek geweld (vernielingen);</al></li><li nr="-"><al>Mensgericht fysiek geweld;</al></li><li nr="-"><al>Combinatie van agressievormen.</al></li></lijst><al>Voor het bepalen van de verwijtbaarheid van de misdraging zal gekeken moeten
                    worden naar de omstandigheden waaronder de misdraging heeft plaatsgehad.</al><al>Het toepassen van een maatregel staat geheel los van het doen van aangifte bij
                    de politie. Het college legt een maatregel op, terwijl de functionaris tegen wie
                    de agressie zich richtte aangifte kan doen bij de politie.</al><al>Voor zover aanwezig kan hier verwezen worden naar het bij de gemeente aanwezige
                    agressieprotocol. Hierin is aangegeven hoe wordt omgegaan met lastige en
                    agressieve klanten. In een dergelijk agressieprotocol kan een relatie worden
                    gelegd met het maatregelenbeleid ten aanzien van agressieve klanten, in de vorm
                    van beleidsregels.</al><al>Indien de jongere zich echter meermaals zeer ernstig misdraagt, is artikel 22
                    van toepassing. Dit artikel bepaalt dat indien de jongere zich herhaaldelijk
                    zeer ernstig misdraagt, hij (tijdelijk) kan worden uitgesloten van het recht op
                    werkleeraanbod en dus van het recht op inkomensvoorziening.</al><tussenkop>Artikel 13 Hardheidsclausule</tussenkop><al>Indien de toepassing van deze verordening tot onbillijkheden leidt, kan het
                    college ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen. Van deze
                    mogelijkheid dient zeer terughoudend gebruik gemaakt te worden, om het scheppen
                    van precedenten tegen te gaan.</al><tussenkop>Artikel 14 Citeerartikel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 15 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>