<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR292728_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Lochem 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Berkelbode, 22-05-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Lochem 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-05-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-03-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013-006851</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Lochem 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Lochem<cursief>;</cursief></al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        26 maart 2013<cursief>,</cursief> inzake de Algemene subsidieverordening
                        gemeente Lochem<cursief>;</cursief></al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Algemene subsidieverordening Lochem 2013</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                    Lochem;</al></li><li nr="b."><al>eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere
                                    incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de
                                    reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college
                                    slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier
                                    jaar subsidie wil verstrekken;</al></li><li nr="c."><al>raad: raad van de gemeente Lochem;</al></li><li nr="d."><al>jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een
                                    bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een periode van
                                    maximaal vier jaar wordt verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor alle programma’s uit de gemeentebegroting kan subsidie worden
                                verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren
                                activiteiten, de doelgroepen, de indexering van de subsidies, het
                                vormen van een egalisatiereserve, en de verdeling van de subsidie
                                per programma zoals bedoeld in het eerste lid worden
                                omschreven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van
                                subsidies met in achtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen
                                financiële middelen of het subsidieplafond en - indien de begroting
                                nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde
                                dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot
                                subsidieverlening te verbinden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>SUBSIDIEPLAFOND EN BEGROTINGSVOORBEHOUD</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit jaarlijks, na de vaststelling van de begroting
                                door de raad tot het instellen van subsidieplafond(s) per programma
                                of programmaonderdeel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op
                                welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen omtrent de verdeling van het
                                beschikbare bedrag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de
                                mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds
                                ingediende aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is
                                vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende
                                middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Bij aanvraag in te dienen gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het
                                college met behulp van een door het college vastgesteld
                                aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een aanvraag om subsidie kan de aanvrager gevraagd worden de
                                volgende gegevens te overleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor
                                        wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden
                                        nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen.
                                        In het bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht
                                        zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de
                                        gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen;</al></li><li nr="c."><al>een begroting en dekkingsplan van de kosten van de
                                        activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het
                                        dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen
                                        of private organisaties of personen aangevraagde subsidies
                                        of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder
                                        vermelding van de stand van zaken daarvan;</al></li><li nr="d."><al>indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand
                                        van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie
                                aanvraagt, kan het college een exemplaar van de oprichtingsakte, de
                                statuten, een opgave van de bestuurssamenstelling, het jaarverslag,
                                de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar opvragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in
                                het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die
                                voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk,
                                respectievelijk voldoende, zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan uiterlijk 1
                                oktober in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de
                                subsidieaanvraag betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een
                                aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij te late indiening de aanvraag buiten behandeling
                                laten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen
                                13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het
                                college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de
                                uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie
                                uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarop de aanvraag is
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan andere termijnen stellen voor het beslissen op een
                                aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>WEIGERING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Naast de in artikel 4:25, tweede lid, en artikel 4:35 van de Algemene
                            wet bestuursrecht genoemde gronden kanhet college een aanvraag
                            voor subsidie weigeren indien naar het oordeel van het college:</al><lijst><li nr="a."><al>de te subsidiëren activiteiten van de aanvrager niet gericht
                                    zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan
                                    ingezetenen van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>de subsidieverstrekking niet past binnen door de gemeenteraad
                                    vastgesteld beleid;</al></li><li nr="c."><al>uit de overgelegde begroting naar voren komt dat de activiteiten
                                    waarvoor subsidie wordt gevraagd financieel niet haalbaar
                                    zijn;</al></li><li nr="d."><al>de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor
                                    het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;</al></li><li nr="e."><al>de gelden in een eerder subsidiejaar niet of in onvoldoende mate
                                    besteed zijn voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar was
                                    gesteld;</al></li><li nr="f."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                    ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of
                                    de openbare orde;</al></li><li nr="g."><al>de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende
                                    gelden, hetzij eigen middelen, hetzij middelen van derden, kan
                                    beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;</al></li><li nr="h."><al>de aanvrager de maatschappelijke behoefte aan de activiteiten
                                    niet aannemelijk kan maken;</al></li><li nr="i."><al>een doublure ontstaat met activiteiten van een al door de
                                    gemeente gesubsidieerde (rechts)persoon;</al></li><li nr="j."><al>de door de aanvrager aan de deelnemers van de activiteiten
                                    gevraagde eigen bijdrage zo laag is gesteld, dat door een
                                    redelijke verhoging hiervan subsidieverlening verlaagd kan
                                    worden;</al></li><li nr="k."><al>de activiteiten uitsluitend in het belang zijn van een politieke
                                    groepering, vakorganisatie, bedrijf of kerkgenootschap dan wel
                                    in hoofdzaak politieke of godsdienstige vorming beogen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Wet BIBOB</titel></kop><al>Het college kan voor subsidies binnen door de raad vast te stellen
                            beleidsterreinen of onderdelen daarvan bepalen dat de gevraagde subsidie
                            kan worden geweigerd of de verleende subsidie kan worden ingetrokken in
                            het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet
                            bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>VERLENING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verlening subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan
                                op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats
                                vindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot
                                subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en
                                gebruik van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Betaling en bevoorschotting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Eenmalige subsidies worden binnen een maand na vaststelling
                                uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Jaarlijkse subsidies worden 100% bevoorschot.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in
                                het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de
                                voorschotten bepaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>Bij subsidies, hoger dan 50.000 euro, welke verleend worden voor
                            activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de
                            verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en
                            verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden
                            uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt
                            niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><al>De subsidieontvanger doet direct melding aan het college, zodra
                            aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend,
                            niet of geheel niet zullen worden verricht of dat niet of geheel niet
                            aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen
                            zal worden voldaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie
                                is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk
                                schriftelijk over:</al><lijst><li nr="a."><al>besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging
                                        van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel
                                        ontbinding van de rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                        verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de
                                        beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden
                                        geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van
                                        de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het
                                        doel van de rechtspersoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor
                                handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet
                                bestuursrecht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7.</nr><titel>VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Verantwoording subsidies tot 5.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies tot 5.000 euro worden door het college:</al><lijst><li nr="a."><al>direct vastgesteld of;</al></li><li nr="b."><al>ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de
                                        activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door
                                haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de
                                subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan
                                de subsidie verbonden verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat bepaalde specifiek aangeduide subsidies
                                die meer bedragen dan 5.000 euro, maar minder dan 50.000 euro,
                                direct worden vastgesteld of ambtshalve worden vastgesteld op de
                                wijze als geregeld in het eerste lid onder b. van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 5.000 tot 50.000 euro</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 5.000 euro, maar
                                minder dan 50.000 euro, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13
                                weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot
                                vaststelling in bij het college, tenzij de subsidie valt onder de
                                reikwijdte van artikel 15 derde lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit
                                blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn
                                verricht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van
                                belang zijn, worden overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan 50.000 euro,
                                        dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in
                                        bij het college:</al><lijst><li nr="a."><al>bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het
                                        verricht zijn van de activiteiten;</al></li><li nr="b."><al>bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 juli
                                        in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk
                                        6 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is
                                        verleend.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanvraag tot vaststelling bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten
                                        waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden
                                        uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                        jaarrekening);</al></li><li nr="c."><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een
                                        toelichting daarop;</al></li><li nr="d."><al>een accountantsverklaring.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in
                                        dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de
                                        vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Vaststelling subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de
                                        aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.</al></li><li nr="2."><al>Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de
                                        verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de
                                        vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is
                                        dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het
                                        college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na
                                        ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan categorieën van subsidies of
                                        subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie direct
                                        wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een
                                        aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen.</al></li><li nr="4."><al>Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in
                                        het eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het
                                        college zes weken na een eenmalige rappel over tot
                                        ambtshalve vaststelling.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8.</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Standaardberekeningswijzen van uurtarieven en uniforme
                                kostenbegrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt
                                gemaakt van uurtarieven, dienen deze tarieven door de
                                subsidieaanvrager te worden berekend met gebruikmaking van een door
                                het college voor te schrijven standaardberekeningswijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van
                                uurtarieven wordt uitgegaan van door het college bepaalde
                                definities.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Vergoeding vermogensvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 4:41 tweede lid, van de Awb, is de
                                subsidieontvanger aan burgemeester en wethouders een vergoeding van
                                de vermogenswaarde verschuldigd; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wijze waarop de hoogte van de vergoeding wordt bepaald, wordt
                                vermeld in de beschikking tot subsidieverlening; </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van
                                de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het
                                tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande
                                dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of
                                beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als
                                schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij onroerende zaken, geschiedt de waardebepaling door een
                                onafhankelijke deskundige. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het vermogensbestanddeel is gefinancierd uit meerdere
                                inkomstenbronnen, bedraagt de vergoeding als bedoeld in het eerste
                                lid dat gedeelte van de waarde van het vermogensbestanddeel
                                overeenkomstig de verhouding tussen subsidie en totale inkomsten
                                over de laatste vijf subsidiejaren. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De instelling dient onmiddellijk te voldoen aan een vordering als
                                bedoeld in lid 5 sub b.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van
                            deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover
                            toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger
                            leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Lochem 2005 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 1 juni 2013 worden
                            afgedaan volgens de bepalingen van de Algemene subsidieverordening
                            gemeente Lochem 2005.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening
                            gemeente Lochem 2013.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Lochem op 13 mei 2013. </ondertekening><ondertekening> De griffier, </ondertekening><ondertekening>J.P. Stegeman</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> De voorzitter,</ondertekening><ondertekening> F.J. Spekreijse</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>De basis voor subsidieverstrekking is te vinden in de Algemene Wet
                            Bestuursrecht (hierna: Awb). De AWB kent in titel 4.2 een uitgebreide
                            regeling voor subsidieverstrekking door bestuursorganen. Deze regeling
                            in de Awb biedt gemeenten veel vrijheid bij de invulling van hun lokale
                            subsidiebeleid. Bij het opstellen van de verordening is dan ook gekeken
                            naar dereguleringsmogelijkheden binnen het subsidieproces. Een
                            belangrijk aspect in het subsidietraject is gelegen in vereenvoudiging
                            van de regels voor de verantwoording van de subsidie.. </al><tussenkop>Grondslag verordening </tussenkop><al>In de Awb staat dat de subsidieverstrekking moet zijn gebaseerd op een
                            wettelijk voorschrift. Deze eis komt voort uit de wens van de wetgever,
                            dat de rechtszekerheid van de subsidieaanvrager en subsidieontvanger
                            voldoende is gewaarborgd. Hiermee wordt tevens een doelmatige besteding
                            van overheidsuitgaven nagestreefd. Mogelijk onzorgvuldig of willekeurig
                            handelen van het overheidsorgaan of nalatigheid van de subsidieontvanger
                            is immers beter te toetsen aan de hand van een wettelijke regeling dan
                            aan de hand van een op zichzelf staand besluit van een
                            bestuursorgaan.</al><al>Voor gemeenten betekent dit, dat de subsidieverstrekking moet zijn
                            gebaseerd op een verordening van de raad (artikel 4:23, lid 1 Awb). Dus
                            waar in de AWB wordt gesproken over “wettelijk voorschrift”, moet wat
                            betreft de gemeente daarvoor worden gelezen “verordening”. Deze
                            verordening moet de essentiële elementen van het proces van
                            subsidieverstrekking bevatten, zoals een omschrijving of aanduiding van
                            de te subsidiëren activiteiten, de bevoegdheid voor het vaststellen van
                            een subsidieplafond en de bijbehorende verdelingsmaatstaf. Volgens de
                            Memorie van Toelichting bij de Awb moet een wettelijk voorschrift, in
                            dit geval een gemeentelijke verordening, aan de twee volgende eisen
                            voldoen om de beoogde doelmatigheid en rechtszekerheid te bereiken. Het
                            moet een omschrijving bevatten van de activiteiten, waarvoor subsidie
                            kan worden verleend en het moet een grondslag bevatten voor de
                            verplichtingen, die het bestuursorgaan aan de subsidieverlening kan
                            verbinden (voor zover die grondslag niet al in de Awb is neergelegd; zie
                            artikel 4:37 Awb).</al><al/><al><vet>Het subsidiebegrip</vet></al><al>Om de subsidietitel uit de Awb op een juiste wijze toe te passen, is het
                            van belang dat helder is wat er onder subsidie wordt verstaan. Subsidie
                            is een materieel begrip en wordt omschreven in artikel 4:21, eerste lid
                            Awb. Voldoet een geldverstrekking aan de daar genoemde voorwaarden, dan
                            is het een subsidie, hoe ook genaamd.</al><al>Er is sprake van een subsidie als het gaat om geldverstrekkingen, die
                            aan de volgende kenmerken voldoen:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanspraak op financiële middelen;</al></li><li nr="b."><al>door bestuursorgaan verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>met het oog op bepaalde activiteiten van aanvrager;</al></li><li nr="d."><al>anders dan als betaling voor het bestuursorgaan geleverde
                                    goederen of diensten.</al></li></lijst><al>In de praktijk kan het voorkomen, dat er afwijkende termen worden
                            gebruikt, zoals bijdrage, uitkering of vergoeding, terwijl het in feite
                            een subsidie betreft. De gekozen benaming is voor de toepasselijkheid
                            van de subsidietitel niet van belang, ze is gewoon van toepassing als
                            aan de voorwaarden is voldaan.</al><al>a.aanspraak op financiële middelen</al><al>Een subsidie is een aanspraak op geld. Dat kan zijn een gift, een
                            geldlening onder zachte voorwaarden of een garantstelling. </al><al>Het leveren van goederen of diensten door de gemeente om niet of onder
                            de kostprijs valt niet onder het subsidiebegrip van de Awb. Dit
                            betekent, dat de zogenaamde ‘subsidies’ in natura (de niet-financiële
                            verstrekkingen), zoals het beschikbaar stellen van gemeentelijke
                            accommodaties voor sportbeoefening of het heffen van een toegangsprijs
                            voor een gemeentelijk museum, die de kosten niet dekken, niet aan de
                            begripsomschrijving voldoen en dus geen subsidie zijn. </al><al>b.verstrekt door bestuursorgaan</al><al>Slechts wanneer de financiële middelen worden verstrekt door een
                            bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 van de Awb kan er sprake zijn
                            van een subsidie. Geld van particulieren, zoals fondsen, waarmee
                            activiteiten van andere particulieren mogelijk worden gemaakt, vallen
                            niet onder het subsidiebegrip. Uitzondering zijn de privaatrechtelijke
                            partijen met een publieke taak</al><al>c.met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager</al><al>Een subsidie wordt altijd verstrekt met een bepaald doel, voor bepaalde
                            duidelijk omschreven activiteiten van de ontvanger. De
                            bestedingsrichting van de middelen moet dus duidelijk zijn. De ontvanger
                            krijgt geld voor een bepaald doel en mag dat geld dan ook alleen voor
                            dat doel besteden. Is een financiële aanspraak niet gericht op het
                            verrichten van bepaalde activiteiten, dan is er geen sprake van subsidie
                            (bijv. sociale uitkeringen, schadevergoedingen).</al><al>d.anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen
                            of diensten.</al><al>Commerciële transacties vallen buiten het subsidiebegrip. Er is geen
                            sprake van subsidie als de overheid een marktconforme vergoeding betaalt
                            voor aangeschafte goederen of aan haar geleverde diensten. Onder
                            betaling wordt verstaan het leveren van een tegenprestatie, die is
                            afgestemd op de waarde van de verkregen goederen of diensten in het
                            economische verkeer. Zo lijkt er in ieder geval sprake van een subsidie
                            als de betaling minder dan de kostprijs bedraagt.</al><al>Daarbij moet wel worden bedacht dat subsidies die de werkelijke kosten
                            van gesubsidieerde activiteiten geheel dekken ook regelmatig voorkomen
                            (bijvoorbeeld de exploitatiesubsidies).</al><al>De beperking ‘aan het bestuursorgaan’ geleverde goederen of diensten is
                            aangebracht omdat betalingen voor door de subsidieontvanger aan derden
                            geleverde goederen en diensten wel een subsidie kan zijn. Denk
                            bijvoorbeeld aan de door de regionale bureaus voor slachtofferzorg
                            geleverde diensten en de vergoedingen voor rechtsbijstand aan
                            rechtsbijstandverleners. De overheid heeft dan ook geen contractuele
                            relatie met deze bureaus, maar een subsidierelatie. </al><al>Als een gemeente op grond van de publieke taak diensten aan derden
                            levert en de gemeente schakelt hiervoor een bedrijf in, dan is de
                            betaling voor de levering van deze diensten door dat bedrijf aan derden
                            eveneens geen subsidie.</al><al/><al><vet>Uitgezonderde en aangewezen beleidsterreinen en
                            onderwerpen</vet></al><al>In het tweede tot en met het vierde lid van artikel 4:21 Awb wordt
                            vervolgens aangegeven welke beleidsterreinen en onderwerpen zijn
                            uitgezonderd van de subsidietitel van de Awb en welke juist worden
                            aangewezen.</al><al>Aangewezen zijn:</al><al>·bekostiging van het onderwijs en onderzoek.</al><al>Uitgezonderd zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>Fiscale faciliteiten</al></li><li nr="·"><al>Uitkeringen aan doelgroepen zoals uitkeringen of toeslagen op
                                    grond van Sociale zekerheidswetgeving, financiële
                                    tegemoetkomingen als studiefinanciering en huurtoeslag.</al></li></lijst><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Er is in de definities een onderscheid gemaakt tussen twee vormen van
                            subsidie: de jaarlijkse subsidie en de eenmalige subsidie</al><al>De jaarlijkse subsidie wordt bij voorkeur voor meerdere jaren verleend
                            en heeft veelal betrekking op voortdurende activiteiten van een
                            instelling. </al><al>In de verordening is bepaald dat deze voor een periode van ten hoogste
                            vier jaren wordt verstrekt. Na het verstrijken van die periode kan
                            uiteraard opnieuw worden besloten een jaarlijkse subsidie te
                            verstrekken. Voor de periode van 4 jaar is gekozen, omdat deze termijn
                            én aansluit bij de zittingstermijn van de raad (hoewel die termijnen
                            uiteraard niet gelijk hoeven te lopen) én het een goede termijn lijkt om
                            te bezien of eerder vastgestelde beleidsdoelen nog gelden en, zo ja, die
                            met de verstrekte subsidies worden gediend. </al><al>Als deze subsidie voor langer dan drie jaar aan een instelling wordt
                            verstrekt voor de uitvoering van dezelfde activiteit(en), ontstaat er
                            een subsidierelatie, zoals beschreven in artikel 4:51 van de Awb en
                            dient bij weigering van de subsidie voor een nieuw tijdvak een redelijke
                            termijn in acht te worden genomen. Na schriftelijke kennismaking
                            bedraagt deze termijn 6 tot 12 maanden. Op deze manier hebben de
                            organisaties genoeg tijd om te reageren en zich voor te bereiden. </al><al>Eenmalige subsidies zijn subsidies die voor een eenmalige activiteit of
                            een activiteit, waarvoor het college slechts voor een van te voren
                            bepaalde tijd van maximaal 4 jaar subsidie wil verlenen. Eenmalige
                            subsidies hebben een looptijd, afhankelijk van de duur van het project
                            en kunnen onder omstandigheden dus een looptijd hebben van langer dan
                            een jaar. Deze subsidie kenmerkt zich door een begin- en einddatum.</al><al>De subsidies zijn in drie categorieën verdeeld, te weten:</al><lijst><li nr="-"><al>subsidies tot 5.000 euro</al></li><li nr="-"><al>subsidies van 5.000 tot 50.000 euro</al></li><li nr="-"><al>subsidies vanaf 50.000 euro</al></li></lijst><al>De verschillen tussen deze categorieën worden gekenmerkt door de
                            indieningsvereisten bij aanvraag tot verlening en vaststelling van de
                            subsidie en de manier van verantwoording van de subsidie. Het doel
                            hiervan is om uiteindelijk tijd en geld te besparen, voor zowel de
                            aanvrager als de gemeente. </al><al>Belangrijke gedachte is dat er wordt uitgegaan van het vertrouwen in de
                            aanvrager, dit komt met name tot uiting in de subsidies tot 5.000 euro.
                            De ontvanger heeft de ruimte om de besteding van deze subsidie in
                            principe vrij in te vullen binnen de doelen en activiteiten. Er hoeft
                            achteraf geen verantwoording te worden afgelegd aan de gemeente. Wel
                            behoudt de gemeente het recht om steekproefsgewijs controle uit te
                            voeren. Het vertrouwen komt met name tot uiting in de meldingsplicht die
                            is opgelegd aan de aanvragen in artikel 13. </al><al/><al><vet>Artikel 2. Reikwijdte verordening</vet></al><al/><al>In lid 1 van dit artikel is bepaald dat voor alle programma’s uit de
                            gemeentebegroting subsidie kan worden verstrekt. Hiervoor is gekozen
                            omdat een opsomming van de terreinen waarop subsidie kan worden
                            verstrekt een beperking inhoudt. Immers, zodra een nieuw beleidsveld
                            zich voordoet waarop subsidie wordt verstrekt, zou deze verordening
                            aangepast moeten worden. De gemeentebegroting is een beleidsstuk waarbij
                            weloverwogen keuzes worden gemaakt waarop de gemeente zich wil inzetten. </al><al>In lid 2 wordt vermeld dat er nadere regels kunnen worden gesteld door
                            het college. Uiteraard binnen de kaders van deze verordening en de
                            gemeentebegroting. Dit zijn de zogenaamde beleidsregels. Hierin worden
                            zaken geregeld zoals: welke activiteiten worden gesubsidieerd, de
                            doelgroepen, de indexering. Deze bevoegdheid is bij het college gelegd
                            omdat dan snel kan worden ingesprongen op de actualiteit. Anders zou het
                            betekenen dat elke wijziging via een wijziging van de verordening moet
                            worden doorgevoerd. Dat vergt teveel tijd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><al>Het college besluit ingevolge het eerste lid binnen de daarvoor door de
                            raad vastgestelde kaders, zoals neergelegd in de gemeentebegroting, deze
                            subsidieverordening en eventuele beleidsregels. Dit betekent dat het
                            college geen subsidies kan verlenen, die niet stroken met de door de
                            raad vastgestelde algemene regels. Met ‘besluiten over het verstrekken
                            van subsidies’ in plaats van ‘verlenen van subsidies’ wordt beoogd de
                            bevoegdheid te besluiten over het gehele subsidieproces, dus ook het
                            bevoorschotten, lager vaststellen, terugvorderen en dergelijke.</al><al>In het eerste lid is bepaald dat het college daarbij de
                            gemeentebegroting en subsidieplafonds in acht neemt. Als de
                            gemeentebegroting nog niet is vastgesteld en er formeel dus nog geen
                            financiële ruimte door de raad beschikbaar is gesteld, wordt subsidie
                            slechts verleend onder de voorwaarde dat de raad daarvoor geld
                            beschikbaar zal stellen, het zogenoemde begrotingsvoorbehoud.</al><al>In het tweede lid is de bevoegdheid van het college geregeld om
                            voorwaarden aan de subsidie te verbinden. In beginsel is in afdeling
                            4.2.4 Awb zeer uitvoerig en nauwgezet bepaald welke verplichtingen onder
                            welke voorwaarden bij een subsidieverlening kunnen worden opgelegd en
                            kunnen alle toegestane verplichtingen in beginsel bij subsidieverlening
                            of subsidiewijziging worden opgelegd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>De raad stelt de begroting vast op hoofdlijnen (programma’s) en
                            vervolgens stelt het college per programma of programmaonderdeel de
                            subsidieplafonds vast.</al><al>Met het oog op de rechtszekerheid verlangt de Awb dat het
                            subsidieplafond bekend wordt gemaakt vóórdat de periode waarop het
                            betrekking heeft ingaat. Zo kunnen potentiële aanvragers tijdig weten
                            hoeveel geld beschikbaar is. Maar vooral van belang is, dat
                            subsidieaanvragen zonder nadere motivering worden afgewezen op het
                            moment dat het subsidieplafond bereikt is. Indien het voor subsidie
                            beschikbare bedrag enkel op de begroting vermeld staat en de gemeente
                            deze bedragen niet als zijnde subsidieplafonds heeft gepubliceerd, kan
                            de gemeente subsidieaanvragen niet ongemotiveerd weigeren wegens het
                            bereiken van het plafond. </al><al>In lid 3 is bepaald dat het college nadere regels kan opstellen omtrent
                            de wijze van verdeling van de beschikbare middelen. Mogelijkheden
                            daarbij zijn een verdeling op volgorde van binnenkomst of via een
                            tendersysteem. Van belang is dat helder is voor de aanvrager op basis
                            van welke criteria de aanvragen worden getoetst en in rangorde worden
                            gezet. De criteria, waaraan een aanvraag wordt getoetst, zijn zoveel
                            mogelijk eenduidig. Het college zal de criteria in nadere regels
                            uitwerken. Deze criteria dienen bij het publiceren van de
                            subsidieplafonds bekend te worden gemaakt, niet later. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Bij aanvraag in te dienen gegevens</titel></kop><al>Ingevolge artikel 4:29 Awb begint het subsidieproces met een aanvraag.
                            Wat een aanvraag is en aan welke eisen deze moet voldoen staat in
                            afdeling 4.1.1. van de Awb. </al><al>In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk
                            dient te worden </al><al>gedaan. Hiervoor zijn standaard aanvraagformulieren beschikbaar. Door
                            het gebruik van standaardformulieren wordt in ieder geval de
                            rechtszekerheid bevorderd. Voor de aanvrager is meteen duidelijk welke
                            documenten hij dient te overleggen. Het aanvraagformulier bevat slechts
                            die vragen, die strikt noodzakelijk zijn voor de behandeling van een
                            aanvraag, dus zo eenvoudig mogelijk. </al><al>In het tweede lid is bepaald welke gegevens de aanvrager eventueel moet
                            overleggen bij zijn subsidieaanvraag. Zoals in lid 4 is bepaald is het
                            college bevoegd om ook andere dan, of slechts enkele van, de in het
                            tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het
                            nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk
                            voldoende, zijn.</al><al>In artikel 5, lid 2, sub d, wordt verwezen naar de systematiek van
                            subsidieverlening en verrekening bij jaarlijks (per boekjaar) verstrekte
                            subsidies conform artikel 4:72 Awb. Een dergelijke verplichting dient in
                            de beschikking tot subsidieverlening te worden opgenomen. Inzage in de
                            financiële reserve van een instelling is slechts aan de orde voor de
                            beoordeling van een jaarlijkse subsidieaanvraag van een grote instelling
                            met overeenkomstige subsidiebehoefte.</al><al>In artikel 5, lid 3, worden meer formele eisen gesteld aan instellingen,
                            die voor de eerste maal subsidie aanvragen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><al>Hier worden de termijnen genoemd, waarbinnen aanvragen voor subsidie
                            dienen te zijn ingediend bij het college. In dit artikel wordt slechts
                            een uiterste indieningsdatum genoemd voor (meer)jaarlijkse
                            subsidies.</al><al>Een subsidie kan voorafgaand of, mits sprake is van een stimulerend
                            effect van de subsidieregeling, na afloop van de subsidiabele
                            activiteiten worden verstrekt. De gemeente kan er ook voor kiezen om
                            voor alle subsidies (dus ook voor de eenmalige subsidies) indieningsdata
                            (deadlines) vast te stellen. Deze termijnen zijn uiteraard afhankelijk
                            van de door de gemeente voor opstelling van de begroting en de
                            vaststelling daarvan gehanteerde termijnen en kunnen naar eigen voorkeur
                            worden vastgesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>In dit artikel worden de termijnen gegeven, waarbinnen het college
                            gehouden is te beslissen op een aanvraag voor subsidie. In de Awb staan
                            geen strikte beslistermijnen op een aanvraag om subsidie. </al><al>Met de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen bestaat het
                            risico dat bestuursorganen, die zich niet aan de door zichzelf gestelde
                            termijnen houden, met een dwangsom kunnen worden geconfronteerd. Van
                            belang is dus dat de aanvragen binnen de daarvoor gestelde termijn
                            worden afgehandeld. Onder strikte voorwaarden kan de beslistermijn
                            opgeschort worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Op grond van de Awb kan de subsidie geweigerd worden indien: </al><lijst><li nr="·"><al>door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond wordt
                                    overschreden;</al></li><li nr="·"><al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al></li><li nr="·"><al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                                    verplichtingen;</al></li><li nr="·"><al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en
                                    verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en
                                    de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor
                                    de vaststelling van de subsidie van belang zijn.</al></li><li nr="·"><al>de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of
                                    onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze
                                    gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben
                                    geleid; of</al></li><li nr="·"><al>de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surseance van
                                    betaling is verleend of ten aanzien van hem de
                                    schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is
                                    verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is
                                    ingediend.</al></li></lijst><al>Naast deze wettelijke weigeringsgronden worden in dit artikel nadere, op
                            de gemeentelijke praktijk toegesneden, gronden opgenomen. </al><al>Op grond van de Algemene wet bestuursrecht dient bij het weigeren van
                            subsidie op gronden genoemd in artikel 4:35 de subsidieontvanger eerst
                            gehoord te worden. Bij de weigeringsgronden genoemd in deze verordening
                            is horen van de subsidieontvanger niet verplicht maar het verdient
                            aanbeveling om de subsidieontvanger toch te horen alvorens te weigeren.
                            Dit kan ook telefonisch.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Wet Bibob</titel></kop><al>Een bijzondere weigeringsgrond is opgenomen in artikel 9. Het betreft
                            het geval dat de aanvrager van een subsidie de toets van de Wet Bibob
                            (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur)
                            niet kan doorstaan. Deze regeling is noodzakelijk om de Wet Bibob te
                            kunnen toepassen. De ingrijpende bevoegdheden van de Wet Bibob in de
                            privacy van instellingen en personen vereist dat voor instellingen en
                            personen voorzien is dat de gemeente eventueel van die bevoegdheid
                            gebruik kan maken.</al><al>De Wet Bibob is bedoeld als aanvulling op bestaande instrumenten, die
                            het college reeds ter beschikking heeft. Het college zal bij ieder
                            beleidsdoel, dat het wil subsidiëren, zich de vraag moeten stellen of er
                            enig risico is van het faciliteren van strafbare feiten en of die
                            risico’s niet voldoende worden ondervangen met de bestaande toetsing van
                            aanvragen. Het is niet mogelijk te bepalen dat de Wet Bibob generiek op
                            alle subsidies wordt toegepast. Het college dient zelf een afweging te
                            maken in welke situatie toepassing zinvol is. Voordat tot toepassing op
                            een gemeentelijke subsidieregeling kan worden overgegaan, dient daarvoor
                            toestemming te zijn verkregen van de minister van Justitie en minister
                            van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verlening van de subsidie</titel></kop><al>Ingevolge het eerste lid geeft het college al in het besluit tot
                            verlening van de subsidie aan op welke wijze de verantwoording van de
                            ontvangen subsidies dient plaats te vinden. Hiermee wordt bereikt dat
                            degene, aan wie de subsidie is toegekend, van meet af aan duidelijk is
                            aan welke voorwaarden en administratieve eisen hij dient te voldoen. </al><al>In het tweede lid is geregeld dat het college de subsidieontvanger
                            verplichtingen kan opleggen. Bij veel, veelal kleinere subsidies zal het
                            stellen van verplichtingen bij de toekenning niet noodzakelijk zijn. In
                            die gevallen kan het college daarvan eenvoudig afzien. In gevallen, dat
                            het college van oordeel is dat redelijkerwijs nadere verplichtingen
                            dienen te worden gesteld, zal dit veelal op de subsidieontvanger en de
                            door hem te ondernemen activiteiten toegesneden verplichtingen zijn.
                            Deze verplichtingen zullen in een bij de beschikking verstrekte bijlage
                            worden opgenomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Betaling en bevoorschotting</titel></kop><al>Voorschotten worden automatisch (ambtshalve) verstrekt volgens het in de
                            subsidieregeling of de verleningsbeschikking opgenomen
                            bevoorschottingsritme. De bevoorschottingsbeschikking wordt ambtshalve
                            gegeven op het moment van de verleningsbeschikking. De subsidieaanvrager
                            hoeft geen aanvra(a)g(en) voor bevoorschotting in te dienen of
                            tussentijdse overzichten van prestaties of uitgaven te overleggen. Dit
                            leidt tot lastenbesparingen bij zowel de subsidieontvanger als de
                            subsidieverstrekkende gemeente.</al><al>Omdat de bevoorschotting mede afhankelijk is van de aard van de te
                            subsidiëren activiteit is er voor gekozen om de termijnen, waarop de
                            (automatische) bevoorschotting plaats vindt, niet in de verordening te
                            noemen. Het bevoorschottingsritme en de hoogte van de voorschotten
                            worden in verleningsbeschikking vermeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>In het kader van het terugdringen van de administratieve lasten is
                            ervoor gekozen aan verstrekte subsidies, hoger dan 50.000 euro, de
                            mogelijkheid te verbinden om jaarlijks een tussentijdse verantwoording
                            te vragen. Het college moet vooraf bepalen welke vereisten worden
                            gesteld aan de tussentijdse, inhoudelijke en financiële verantwoording.
                            Het ligt voor de hand dat dit regime in ieder geval lichter is dan het
                            regime dat is opgesteld voor de eindverantwoording.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><al>De meldingsplicht is bedoeld als tegenhanger van het geven van meer
                            vertrouwen in de vorm van onder andere: het niet standaard
                            verantwoording afleggen bij subsidies tot 5.000 euro, het vragen van
                            minder tussenrapportages en automatische bevoorschotting. </al><al>De subsidieontvanger is verplicht tijdig (zonder nodeloos tijdsverloop)
                            te melden bij de gemeente als het aannemelijk is dat de gesubsidieerde
                            activiteit niet, niet tijdig, niet geheel of niet volgens alle daaraan
                            verbonden verplichtingen zal worden verricht. In dat geval zal de
                            subsidie lager of op nihil worden vastgesteld of zullen nadere afspraken
                            worden gemaakt over het aanpassen van de verplichtingen, bijvoorbeeld
                            het geven van meer tijd voor de uitvoering van de activiteiten. </al><al>Bij het niet voldoen aan deze meldingsplicht kan, indien dat achteraf
                            mocht blijken, met toepassing van artikel 4:49 Awb alsnog de
                            subsidievaststelling worden ingetrokken, omdat de ontvanger wist en
                            behoorde te weten dat de vaststelling onjuist was. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><al>In artikel 14 zijn de overige verplichtingen van de ontvanger van de
                            subsidie opgenomen, als ook de plicht belangrijke wijzigingen te melden
                            aan het college. Overigens moet “schriftelijk” hier niet al te
                            letterlijk worden opgevat; een melding per e-mail kan ook voldoende
                            zijn. Niets belet de gemeente om bij twijfel direct contact op te nemen
                            met de subsidieontvanger en om nadere stukken te vragen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Verantwoording subsidies tot 5.000 euro</titel></kop><al>Over het algemeen wordt bij subsidies tot 5.000 euro een vast bedrag
                            (lump sum) verstrekt. De subsidieontvanger hoeft achteraf niet standaard
                            verantwoording af te leggen aan de subsidieverstrekker. De
                            subsidieontvanger hoeft geen aanvraag voor subsidievaststelling
                            (verantwoording) in te dienen. Hierdoor kunnen de lasten voor zowel de
                            subsidieaanvrager als de subsidieverstrekker worden bespaard.</al><al>In het geval van directe vaststelling (eerste lid, onderdeel a) worden
                            de bewijsstukken van de prestatie direct met de aanvraag meegestuurd.
                            Ook als de activiteiten nog niet hebben plaatsgevonden, kan onderdeel a
                            worden toegepast. De toepassing is dan onder meer afhankelijk van de
                            aard van de subsidie (bijvoorbeeld een ‘waarderingssubsidie’) en
                            risicoafweging van de subsidieverstrekker. Steekproefsgewijze controle
                            na de vaststelling is mogelijk, maar leidt alleen in bijzondere
                            gevallen, zoals fraude, tot terugvordering. </al><al>In het geval van verlening, gevolgd door ambtshalve vaststelling (eerste
                            lid, onderdeel b), wordt in de subsidiebeschikking vermeld wanneer de
                            gesubsidieerde activiteiten moeten zijn verricht. De subsidie wordt
                            vervolgens, binnen 13 weken na de datum waarop de activiteiten uiterlijk
                            moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld door de
                            subsidieverstrekker. De ambtshalve vaststelling zal in de praktijk
                            veelal al vóór het verstrijken van de termijn gebeuren, namelijk als het
                            vanuit oogpunt van een efficiënte werkwijze wenselijk wordt geacht, dat
                            dergelijke vaststellingsbeschikkingen op een vaste datum worden genomen.
                            Wel dient de gemeente binnen een beperkte termijn, hier is gekozen voor
                            13 weken na afloop van de activiteit, te reageren.</al><al>Door te kiezen voor het systeem van ambtshalve vaststelling is er
                            juridisch meer mogelijkheid om op te treden, als de gemeente bemerkt dat
                            de activiteit niet (geheel) is gerealiseerd. De subsidie is immers niet
                            bij verstrekking reeds vastgesteld. De subsidieontvanger dient,
                            desgevraagd, op een door het college in de beschikking aangegeven wijze,
                            aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn
                            verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                            verplichtingen. De subsidieverstrekker zal steekproefsgewijs van deze
                            bevoegdheid gebruik maken.</al><al>In principe is er voor gekozen dat het direct vaststellen van de
                            subsidie gebeurt bij subsidies die lager zijn dan 5.000 euro. Het gaat
                            dan veelal om de zogenaamde “waarderingssubsidies”. Deze worden
                            verstrekt omdat de gemeente het waardeert dat de organisatie bepaalde
                            werkzaamheden in de maatschappij verricht. De manier van berekenen is
                            ook eenvoudig en bestaat uit een bedrag per lid al of niet in combinatie
                            met een vast bedrag. In lid 3 is bepaald dat voor een aantal specifiek
                            aangeduide subsidies niet de grens van 5.000 euro wordt gehanteerd maar
                            nog wel de grens van 50.000 euro. Voorbeelden hiervan zijn de
                            sportzalen. Deze ontvangen een subsidie die gebaseerd is op een vast
                            bedrag waarbij jaarlijks een index wordt toegepast. Deze subsidies
                            worden dan ook meteen vastgesteld. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 5.000 tot 50.000 euro</titel></kop><al>In dit artikel is aangegeven op welke wijze de subsidiënt de aan hem
                            verleende subsidie aan het college dient te verantwoorden. Ingevolge
                            artikel 10, eerste lid, wordt de wijze van verantwoording al bij het
                            besluit tot verlening van de subsidie aan de ontvanger bekend
                            gemaakt.</al><al>Het tweede lid bepaalt, dat de subsidieontvanger moet aantonen dat de
                            activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn uitgevoerd. Daarbij
                            zal vooraf door de subsidieverstrekker al moeten zijn aangegeven op
                            welke manieren het aantonen kan plaatsvinden. Er kunnen daarbij
                            verschillende instrumenten worden gebruikt, zoals bestuurs- en
                            activiteitenverslagen, een managementverklaring, een
                            deskundigenverklaring of andere bewijsstukken (bijvoorbeeld een
                            publicatie) enz.</al><al>Ook hier kan het college bepalen dat bepaalde categorieën van subsidies,
                            dan wel subsidieontvangers, niet tot verantwoording van de aan hun
                            verleende subsidie hoeven over te gaan. Te denken valt daarbij aan
                            subsidies van een beperkte omvang of subsidies, die aan een vertrouwde
                            ontvanger worden verstrekt, dan wel subsidies die voor een doel worden
                            aangewend, dat nadere verantwoording van de besteding van het geld
                            overbodig maakt. Bij dit laatste kan worden gedacht aan de huurkosten
                            van een gebouw. De verantwoorde besteding van de subsidie blijkt dan
                            immers al uit het feit, dat het betreffende gebouw in gebruik is bij de
                            subsidieontvanger.</al><al>Ingevolge het derde lid kan het college bepalen dat het voor de
                            verantwoording daarvan andere stukken en bewijzen verlangt dan
                            gebruikelijk en uit hoofde van de gewone bedrijfsvoering van de
                            subsidieontvanger al worden opgesteld. Te denken valt aan de verslagen,
                            die rechtspersonen uit hoofde van de wet al dienen op te stellen en die
                            natuurlijk naar gelang van de hoedanigheid van de betreffende
                            rechtspersoon verschillen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf 50.000 euro</titel></kop><al>Bij subsidies van 50.000 euro of meer wordt uitgegaan van de
                            traditionele afrekening van subsidies, namelijk op basis van
                            gerealiseerde kosten en baten. De vaststelling van de subsidie vindt -
                            tenzij de voorschriften voor subsidies tot 50.000 euro worden toegepast
                            - plaats op basis van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde kosten.
                            Bij de financiële verantwoording mag de subsidieverstrekker een door een
                            accountant opgesteld stuk vragen. Het is echter niet verplicht daar in
                            alle gevallen om te vragen. Zekerheid kan ook worden verkregen door
                            steekproefsgewijze controles van de uitvoeringsinstanties of door
                            verantwoording in de jaarrekening van een instelling.</al><al>Als er wordt gekozen voor het opvragen van een accountantsverklaring, is
                            het van belang dat de gemeente en de subsidieontvanger voorafgoede
                            afspraken maken over de wijze van verantwoorden en over de aspecten, die
                            in de controle worden betrokken. Hierbij kan het raadzaam zijn om ook de
                            accountant te consulteren. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Vaststelling subsidie</titel></kop><al>In dit artikel is geregeld binnen welke termijn het college besluit over
                            de vaststelling van de subsidie.</al><al>Ingevolge het derde lid kan het college, naast deze Algemene
                            subsidieregeling, categorieën van subsidies of subsidieontvangers
                            aanwijzen voor wie de subsidie wordt vastgesteld zonder dat hiervoor
                            door de subsidieontvanger een aanvraag moet worden ingediend. Hierdoor
                            kunnen de lasten voor zowel de subsidieaanvrager als de
                            subsidieverstrekker worden bespaard.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Standaardberekeningswijzen van uurtarieven en uniforme
                                kostenbegrippen</titel></kop><al>Een veel gebruikte methode voor de bepaling van de omvang van het
                            subsidiebedrag is de berekening van de (gedeeltelijke) bijdrage aan de
                            werkelijke kosten van subsidiabele activiteiten. Hierbij is een
                            belangrijke basis voor de financiering/subsidie (kostengrondslag) de
                            inzet van personeel. De subsidieontvanger moet zich verantwoorden over
                            het aantal subsidiabele uren en de totstandkoming van de uurtarieven.
                            Dit brengt hoge lasten met zich mee. Vooral de verschillende
                            uitgangspunten en definities per subsidie ten aanzien van de
                            subsidiabele kosten (bijvoorbeeld overheadkosten) leggen een grote
                            (lasten)druk op de administratieve systemen van subsidieontvangers. </al><al>Bij het bepalen van de standaardberekeningswijzen voor de berekening van
                            uurtarieven kan het college aansluiten bij de berekeningswijzen, zoals
                            die in het Rijksbrede subsidiekader worden gehanteerd: </al><lijst><li nr="a."><al>berekening op basis van integrale kosten;</al></li><li nr="b."><al>berekening op basis van kosten per kostendrager, vermeerderd met
                                    een forfaitair vastgestelde opslag voor indirecte kosten of</al></li><li nr="c."><al>een forfaitair vastgesteld uurtarief.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Vermogensvorming</titel></kop><al>In dit artikel wordt aangegeven in welke gevallen de subsidieontvanger
                            een vergoeding verschuldigd op grond van vermogensvorming. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In de hardheidsclausule is aangegeven op welke onderdelen van de
                            regeling deze clausule niet van toepassing is. De te treffen
                            voorziening, die niet in de verordening is voorzien, dient altijd binnen
                            de doelstellingen van de subsidie te passen. De toepassing van de
                            hardheidsclausule dient beperkt te blijven tot individuele gevallen.
                            Zodra de toepassing van een hardheidsclausule voor bepaalde gevallen
                            voldoende is uitgekristalliseerd en daardoor en bestendig karakter heeft
                            gekregen, dient dit beleid in de Algemene subsidieverordening of
                            beleidsregels te worden neergelegd.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>