<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR292696_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeente Opmeer 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Opmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Koggenlander d.d. 28-3-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeente Opmeer 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8, lid 1 en art. 30</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-06-12</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RVS 2.64 d.d. 14-3-2013</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeente Opmeer 2013
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De Raad van de gemeente Opmeer;</al>
          <al/>
          <al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 maart 2013;</al>
          <al/>
          <al>Gezien het advies van de Commissie Samenlevingszaken van 20 februari
                        2013;</al>
          <al/>
          <al>Gelet op artikel 8 lid 1 onderdeel c, en artikel 30 van de Wet werk en
                        bijstand,</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>besluit:</vet>
          </al>
          <al>in te trekken de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeenteOpmeer
                        2012</al>
          <al/>
          <al>en vast te stellen de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeente
                        Opmeer 2013</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijving</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk
                                en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de wet: de Wet Werk en Bijstand;</al></li>
                <li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente …</al></li>
                <li nr="c."><al>jongere: de belanghebbende van 18 tot 27 jaar</al></li>
                <li nr="d."><al>woonkosten: de aan de woning verboden kosten zijnde de huur
                                        of de verschuldigde hypotheekrente en bij het in eigendom
                                        hebben van de woning de daaraan verbonden zakelijke lasten
                                        en onderhoudskosten.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Doelgroepen</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening is uitsluitend van toepassing op alleenstaanden en
                            alleenstaande ouders van 21 jaar of ouder, maar jonger dan 65 jaar en
                            voor gehuwden waarvan beide echtgenoten ouder zijn dan 21 jaar maar
                            jonger dan 65 jaar.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>CRITERIA VOOR HET VERHOGEN VAN DE BIJSTANDSNORM MET EEN
                            TOESLAG</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Toeslagen alleenstaande en alleenstaande ouder</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De toeslag als bedoeld in artikel 25 lid 1 van de wet bedraagt 20
                                procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de
                                alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf
                                heeft. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De toeslag als bedoeld in artikel 25 lid 1 van de wet bedraagt 10
                                procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de
                                alleenstaande ouder in wiens woning een ander hoofdverblijf heeft,
                                uitgezonderd het ten laste komend kind en/of de persoon als bedoeld
                                in artikel 4 tweede of vijfde lid van de wet. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de bijstandsnorm
                                voor de alleenstaande van 21 jaar niet verhoogd met een
                                toeslag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>In afwijking van het eerste lid wordt de bijstandsnorm voor de
                                alleenstaande van 22 jaar verhoogd met een toeslag van 10 procent,
                                tenzij voor die alleenstaande sprake is van het genoemde in het
                                tweede lid, dan wordt de bijstandsnorm niet verhoogd met een
                                toeslag. </al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>CRITERIA VOOR HET VERLAGEN VAN DE BIJSTANDSNORM</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Verlaging gehuwdennorm</titel>
            </kop>
            <al>De verlaging van de gehuwdennorm als bedoeld in artikel 26 van de wet
                            bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm, in het geval dat een ander zijn
                            hoofdverblijf in de woning heeft.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Verlaging woonsituatie</titel>
            </kop>
            <al>De verlaging van de bijstandsnorm in verband met de woonsituatie als
                            bedoeld in artikel 27 van de wet bedraagt </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>15 procent van de gehuwdennorm, in het geval een woning wordt
                                    bewoond waaraan voor de belanghebbende geen aantoonbare
                                    woonkosten zijn verbonden;</al></li>
              <li nr="b."><al>20 procent van de gehuwdennorm in het geval er geen woning wordt
                                    bewoond. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Verlaging schoolverlaters</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De verlaging van de bijstandsnorm voor schoolverlaters als bedoeld
                                in artikel 28 van de wet bedraagt 15 procent. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Dit artikel is niet van toepassing op de belanghebbende op wie
                                artikel 3 lid 3 of lid 4 van toepassing is. </al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Anti-cumulatiebepaling</titel>
            </kop>
            <al>De toepassing van deze verordening leidt er toe dat de toepasselijke
                            bijstandsnorm ten minste bedraagt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>voor een alleenstaande: 35% van de gehuwdennorm;</al></li>
              <li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder: 55% van de gehuwdennorm;</al></li>
              <li nr="c."><al>voor een gezin: 65% van de gehuwdennorm.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In gevallen waar deze verordening niet of niet naar redelijkheid in
                                voorziet, beslist het college.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Toeslagenverordening Wet
                            werk en bijstand gemeente Opmeer 2013.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Intrekking, inwerkingtreding en overgangsrecht</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Opmeer </al>
          <al>van 14 maart 2013.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>mevrouw M.C.G.M. de Vree-Bekker</ondertekening>
        <ondertekening>griffier gemeenteraad Opmeer</ondertekening>
        <ondertekening>de heer G.J.A.M. Nijpels</ondertekening>
        <ondertekening>voorzitter gemeenteraad Opmeer</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Toelichting Toeslagenverordening Wet werk en bijstand Opmeer 2013</titel>
        </kop>
        <tussenkop>Normen, toeslagen en verlagingen</tussenkop>
        <al>Hoofdstuk 3 van de Wet werk en bijstand (WWB) kent voor de algemeen
                    noodzakelijke kosten van het bestaan een systeem van landelijke basisnormen en
                    toeslagen en verlagingen. De bijstandsnormen zijn geregeld in de artikelen 20
                    tot en met 24 WWB. De artikelen 25 tot en met 29 WWB regelen de toeslagen en
                    verlagingen. Op grond van artikel 8 van de WWB stelt de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast met betrekking tot verhogen en verlagen van de
                    norm.</al>
        <al>Het begrip ‘gezin’ is in de Wet werk en bijstand weer gewijzigd. De
                    meerderjarige inwonende kinderen behoren per 1-7-2012 niet meer tot het begrip
                    ‘gezin’ in de WWB. Het begrip ‘gezinsnorm’ zoals dat was opgenomen in de wet in
                    de Toeslagenverordening 2012 is weer gewijzigd is in ‘gehuwdennorm’. Bij de
                    bepaling van het recht op en de hoogte van de bijstandsverlening worden niet
                    meer de middelen van alle gezinsleden in aanmerking genomen.</al>
        <tussenkop>Normen</tussenkop>
        <al>Voor personen van 21 jaar tot en met 65 jaar bestaan er een drietal basis
                    bijstandsnormen te weten:</al>
        <al>• Gehuwden: 100% van het wettelijk minimumloon </al>
        <al>• Alleenstaande ouders: 70% van de gehuwdennorm</al>
        <al>• Alleenstaanden: 50% van de gehuwdennorm</al>
        <al>Een toeslag kan worden verstrekt aan een alleenstaande of alleenstaande ouder
                    indien de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan niet of niet geheel
                    gedeeld kunnen worden. De mogelijkheid tot het delen van kosten wordt aanwezig
                    geacht als naast de belanghebbende nog één of meer anderen hun hoofdverblijf
                    hebben in dezelfde woning. Dan kunnen zaken als huur, gas, water en licht, maar
                    ook krant etc. worden gedeeld. Het is overigens niet van belang of men deze
                    kosten daadwerkelijk deelt. Dat is een verantwoordelijkheid van de
                    belanghebbende zelf. Het gaat uitsluitend om de beoordeling of deling van kosten
                    mogelijk is. De toeslag bedraagt ten hoogste 20% van de gehuwdennorm, zodat de
                    uitkering maximaal bedraagt voor:</al>
        <al>• Alleenstaande ouders: 90% van de gehuwdennorm</al>
        <al>• Alleenstaanden: 70% van de gehuwdennorm</al>
        <al>De toeslag kan worden vastgesteld op elk bedrag binnen dit maximum van 20% van
                    de gehuwdennorm, mits dit aansluit bij het niveau van de noodzakelijke
                    bestaanskosten.</al>
        <tussenkop>Verlagingen</tussenkop>
        <al>De WWB noemt de volgende verlagingen:</al>
        <al>• Verlaging in verband met het geheel of gedeeltelijke kunnen delen met een
                    ander van algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan bij gehuwden;</al>
        <al>• Verlaging in verband met de woonsituatie;</al>
        <al>• Verlaging in verband met het recentelijk beëindigen van een studie</al>
        <al>• Verlaging in verband met de leeftijd van 21 of 22 jaar bij
                    alleenstaanden.</al>
        <tussenkop>
          <vet>De Toeslagenverordening</vet>
        </tussenkop>
        <al>In de WWB is geregeld dat de gemeenteraad bij verordening dient vast te stellen
                    voor welke categorieën de bijstandsnorm verhoogd of verlaagd wordt en op grond
                    van welke criteria de hoogte van die verhoging of verlaging wordt bepaald. Het
                    door het college voorgestane beleid moet dus worden vastgelegd in een
                    verordening.</al>
        <tussenkop>Categorieën</tussenkop>
        <al>De WWB bepaalt dat de Toeslagenverordening een categoriaal karakter moet hebben.
                    Bij het afbakenen van de categorieën is getracht te komen tot in de praktijk
                    eenvoudig te hanteren criteria. Daarom is gekozen voor een forfaitaire
                    benadering. Het is niet nodig om in de Toeslagenverordening alle mogelijke
                    situaties uitputtend te regelen. In niet geregelde of uitzonderlijke gevallen
                    heeft het college de bevoegdheid om de bijstand bij wijze van individualisering
                    afwijkend vast te stellen. In deze verordening is niet voor een uitputtende
                    opsomming gekozen. Het komt voor dat er bij een uitkeringsgerechtigde meerdere
                    mensen inwonen of dat meerdere situaties op een uitkeringsgerechtigde van
                    toepassing zijn. </al>
        <tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijving</tussenkop>
        <al>Er is voor gekozen om begrippen die reeds zijn omschreven in de WWB niet
                    afzonderlijk te definiëren in de verordening. Dit voorkomt dat in geval van
                    wijziging van de definities ook de verordening aangepast moet worden. </al>
        <tussenkop>Artikel 2 Categorieën</tussenkop>
        <al>Artikel 30 WWB, eerste lid, schrijft voor dat in de verordening moet zijn
                    vastgelegd voor welke categorieën de bijstandsnorm wordt verhoogd of verlaagd.
                    De in dit artikel genoemde categorieën zijn rechtstreeks terug te voeren op de
                    wet. De alleenstaande en alleenstaande ouder tot 21 jaar valt buiten de
                    toeslagenregeling. Er is voor gekozen om bij de jongmeerderjarige gehuwden, die
                    zijn van 18 tot 21 jaar, geen verdere verlaging toe te passen omdat voor hen al
                    de lagere jongerennormen gelden. </al>
        <tussenkop>Artikel 3 Toeslagen</tussenkop>
        <tussenkop>lid 1 geen kostendeling</tussenkop>
        <al>De hoogte van de toeslag is maximaal, dus 20 procent van de gehuwdennorm, voor
                    de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn
                    hoofdverblijf heeft. De gemeenteraad heeft dit in de verordening opgenomen op
                    grond van de verplichting genoemd in artikel 30 lid 2 onderdeel a van de WWB. </al>
        <tussenkop>lid 2 kostendeling</tussenkop>
        <al>Ingeval in de woning een ander (of meerdere anderen) zijn hoofdverblijf heeft
                    zonder dat sprake is van een gezin, wordt verondersteld dat er noodzakelijke
                    kosten van het bestaan gedeeld kunnen worden (bijvoorbeeld huur en stookkosten,
                    maar ook een krant). Daarbij is de mate waarin de kosten ook daadwerkelijk
                    gedeeld worden niet van belang. Dat is een verantwoordelijkheid van de
                    belanghebbende zelf. </al>
        <al>Zolang er geen sprake is van een gezinssituatie moet er echter van worden
                    uitgegaan dat niet alle kosten gedeeld kunnen worden. Een toeslag blijft op zijn
                    plaats. In de Toeslagenverordening is daarom gekozen voor een toeslag van 10
                    procent van de gehuwdennorm als één of meer anderen in dezelfde woning zijn
                    hoofdverblijf heeft. </al>
        <tussenkop>lid 3 en lid 4 afwijkende regeling alleenstaanden van 21 en 22
                    jaar</tussenkop>
        <al>Artikel 29 WWB geeft het college de bevoegdheid om een verlaging (lagere
                    toeslag) toe te passen indien het college van oordeel is, dat gezien de hoogte
                    van het wettelijk minimumjeugdloon er een drempel zou kunnen zijn om werk te
                    aanvaarden. Aangezien het wettelijk minimumjeugdloon voor een 21-jarige lager is
                    dan dat voor een 22-jarige ligt het voor de hand om voor een 21-jarige een
                    grotere verlaging toe te passen dan voor een 22-jarige. De alleenstaande van 21
                    jaar die kosten deelt heeft al geen recht op een toeslag vanwege de leeftijd en
                    de kostendeling is dus niet van invloed. Voor de alleenstaande van 22 jaar die
                    geen kosten deelt geldt een toeslag van 10%, voor die alleenstaande die wel
                    kosten deelt (tweede lid van toepassing) wordt een verlaging van 10% wel
                    redelijk geacht, zodat per saldo er geen toeslag voor de alleenstaande
                    kostendeler van 22 jaar geldt. </al>
        <tussenkop>Artikel 4 Verlagingen gehuwdennorm</tussenkop>
        <al>In de gehuwdennorm is reeds rekening gehouden met het feit dat beide echtgenoten
                    de kosten van huishouden volledig kunnen delen met elkaar. Indien in de woning
                    nog een ander zijn hoofdverblijf heeft, kunnen de algemeen noodzakelijke kosten
                    van het bestaan nog verder gedeeld worden. De systematiek van verlagingen in
                    geval van gehuwden heeft dezelfde uitgangspunten als de toeslagensystematiek bij
                    alleenstaande en alleenstaande ouders.</al>
        <tussenkop>Artikel 5 Geen woonkosten</tussenkop>
        <al>Als aan een woning geen woonkosten verbonden zijn, is sprake van lagere
                    bestaanskosten dan in andere gevallen. Artikel 27 WWB opent om die reden de
                    mogelijkheid om de norm of de toeslag te verlagen. Dat is in artikel 6
                    gerealiseerd. Dit artikel leidt ertoe dat de norm of toeslag met 15% wordt
                    verlaagd als de belanghebbende geen woonkosten heeft. Dat kan zich voordoen bij
                    krakers, of als de woonkosten worden betaald door een derde, bijvoorbeeld de
                    ouders of de ex-partner. Onder woonkosten wordt in dit verband verstaan de huur
                    of, als men een eigen woning bewoont, de verschuldigde hypotheekrente en de aan
                    het eigendom verbonden zakelijke lasten alsmede een naar omstandigheden vast te
                    stellen bedrag voor onderhoud (CRvB 6 november 2001, nrs. 99/7 en 99/29
                    NABW).</al>
        <al>Wordt de norm of toeslag verlaagd omdat de belanghebbende geen woonlasten heeft
                    en is hij daarnaast medebewoner, zodat de toeslag ook nog eens vanwege
                    kostendeling verlaagd wordt, dan kan dit spoedig als een te ver gaande vorm van
                    verlaging van de uitkering worden aangemerkt, gelet op het totale effect van de
                    dubbele verlaging (zie CRvB 27 mei 2008, LJN: 2698). Op grond van het
                    individualiseringsbeginsel zal de verlaging dan beperkt moeten worden.</al>
        <al>Wordt er geen woning bewoond, dat is het geval bij dak- en thuislozen die
                    zwerven, dan is de verlaging 20%. Er wordt dan dus geen toeslag verleend. Onder
                    deze categorie vallen ook diegenen die in de betreffende bijstandsverlenende
                    gemeente een briefadres hebben of een tijdelijk door de gemeente ter beschikking
                    gesteld adres. </al>
        <tussenkop>Artikel 6 Recente beëindiging van onderwijs/opleiding</tussenkop>
        <al>Degene die recentelijk het onderwijs of de beroepsopleiding heeft beëindigd,
                    waarvoor aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet
                    studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de
                    schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                    onderwijsbijdrage en schoolkosten, ontvangt gedurende maximaal zes maanden een
                    uitkering die niet noemenswaardig afwijkt van de ontvangen WSF/WTS. De verlaging
                    kan slechts plaatsvinden in de periode van een half jaar na de beëindiging van
                    de scholing of de beroepsopleiding. De reden hiervoor is dat de omstandigheden
                    en mogelijkheden van belanghebbende een zekere periode nog vergelijkbaar zijn
                    met die van studerenden. Daarnaast moet voorkomen worden dat de hoogte van de
                    bijstandsuitkering een belemmering vormt voor het aanvaarden van een
                    dienstbetrekking.</al>
        <al>De verlaging voor schoolverlater mag op grond van artikel 30 lid 2 onderdeel b
                    van de wet niet gelijktijdig met de verlaging in verband met de leeftijd van 21
                    of 22 jaar voor een alleenstaande worden toegepast. </al>
        <tussenkop>Artikel 7 Anti-cumulatie</tussenkop>
        <al>De verlagingen zien op verschillende omstandigheden en kunnen elk afzonderlijk
                    als redelijk worden aangemerkt. Om te voorkomen dat cumulatie ervan tot een te
                    grote verlaging zou leiden die per saldo als onredelijk wordt beschouwd, is met
                    deze bepaling gewaarborgd wat de minimale bijstand is. Per saldo kan er nooit
                    meer dan een verlaging van 35% op de bijstandsnorm worden toegepast. Deze
                    bepaling laat de mogelijkheid voor individualisering van de bijstand op grond
                    van artikel 18 lid 1 van de wet overigens wel ongemoeid. </al>
        <tussenkop>Artikel 8 Hardheidsclausule</tussenkop>
        <al>Niet alle zich mogelijk in de praktijk voordoende situaties kunnen in een
                    verordening worden vastgelegd. Vandaar dat, naast de afstemmingsverplichting van
                    artikel 18, eerste lid, van de wet WWB, het college de bevoegdheid krijgt,
                    hierin te voorzien. </al>
        <tussenkop>Artikel 9 Citeertitel</tussenkop>
        <al>“Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2013” is de officiële naam waarmee
                    deze verordening kan worden aangehaald. </al>
        <tussenkop>Artikel 10 Intrekking inwerkingtreding </tussenkop>
        <al>De bestaande verordening wordt ingetrokken. </al>
        <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2013. </al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>