<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR29253_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening werkleeraanbod Wet investeren in Jongeren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zeeuws Vlaams Advertentieblad, 23 december 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening werkleeraanbod WIJ</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in jongeren, art. 12</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Vaststelling Verordening Werkleeraanbod Wet investeren in jongeren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Terneuzen;</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 10 november
                        2009;</al><al>gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet en artikel 12, eerste
                        lid onderdeel a van de Wet investeren in jongeren;</al><al>Besluit vast te stellen de navolgende verordening:</al><al>Verordening Werkleeraanbod Wet investeren in jongeren.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet investeren in jongeren (WIJ);</al></li><li nr="b."><al>algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid, niet zijnde
                                        arbeid in het kader van de Wet sociale werkvoorziening, die
                                        algemeen maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen
                                        de openbare orde of goede zeden; </al></li><li nr="c."><al>startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld
                                        in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van
                                        de Wet educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger
                                        algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend
                                        wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7
                                        onderscheidenlijk 8 van de Wet op het voortgezet
                                        onderwijs;</al></li><li nr="d."><al>inburgeraars: personen die een door de gemeente aangeboden
                                        inburgeringstraject volgen zoals bedoeld in artikel 19 van
                                        de Wet inburgering;</al></li><li nr="e."><al>voorziening: een voorziening bedoeld in artikel 7 eerste lid
                                        onder a van de Wet werk en bijstand (WWB);</al></li><li nr="f."><al>UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;</al></li><li nr="g."><al>het college: het College van Burgemeester en Wethouders van
                                        de gemeente Terneuzen;</al></li><li nr="h."><al>de gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente
                                        Terneuzen;</al></li><li nr="i."><al>traject: een met de belanghebbende overeengekomen, dan wel
                                        door het college aan hem opgelegd geheel van activiteiten
                                        gericht op het verkrijgen en behouden van betaalde
                                        arbeid;</al></li><li nr="j."><al>arbeidsinschakeling: het verwerven van algemeen
                                        geaccepteerde arbeid, niet zijnde gesubsidieerde
                                        arbeid;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt, voor zover
                                niet anders bepaald hebben dezelfde betekenis als in de WIJ.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Beleid en financien</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod
                                algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de
                                arbeidsinschakeling of een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan het werkleeraanbod ook invullen met een combinatie
                                van algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de
                                arbeidsinschakeling dan wel één of meerdere voorzieningen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid kan een werkleeraanbod ook bestaan
                                uit een voorbereidingsperiode op een zelfstandig beroep of bedrijf,
                                als bedoeld in artikel 17, zesde lid van de wet. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stemt het werkleeraanbod af op de omstandigheden,
                                krachten en bekwaamheden van de jongere, wiens recht op een
                                werkleeraanbod is vastgesteld. Bij de invulling van het
                                werkleeraanbod onderzoekt het college de mogelijkheden en
                                omstandigheden van de jongere. Zij beziet daarbij tevens in hoeverre
                                de wensen van de jongere bij de invulling van het werkleeraanbod
                                kunnen worden betrokken. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college zorgt voor een voldoende gevarieerd aanbod van
                                voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan bij het bepalen van het aanbod aan voorzieningen
                                prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden en
                                in verband met maatschappelijke, economische en conjuncturele
                                ontwikkelingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden
                                van voorzieningen wordt door het college een afweging gemaakt,
                                waarbij gekeken wordt of de ondersteuning of de voorziening, gelet
                                op de mogelijkheden en capaciteiten van de cliënt, het meest
                                doelmatig is met het oog op het behalen van een startkwalificatie
                                dan wel het inschakelen in arbeid.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college bevordert de beschikbaarheid van voorzieningen voor de
                                opvang van kinderen niet ouder dan 12 jaar van alleenstaande ouders,
                                voor zover die opvang nodig is voor het volgen van een traject of
                                voor deelname aan een voorziening, of voor het bereiken van het doel
                                van een traject of een voorziening.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Uitvoering van dit artikel vindt plaats binnen de daarvoor door de
                                gemeenteraad beschikbaar gestelde middelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod komen in aanmerking
                                voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en voor de naar het
                                oordeel van het college noodzakelijk geachte en beschikbare
                                voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college doet een werkleeraanbod dat past binnen de criteria die
                                gesteld zijn in deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De voorzieningen</titel></kop><al>Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor voorzieningen die
                            beschikbaar, adequaat en toereikend zijn voor het doel dat met het
                            trajectplan van de jongere wordt beoogd. Het doel van de inzet van een
                            voorziening is het behalen van een startkwalificatie door het volgen van
                            scholing, het bevorderen van duurzame arbeidsparticipatie van jongeren
                            door het opdoen van werkervaring, het aanleren van vaardigheden en
                            kennis, het opdoen van werkritme, maatschappelijke participatie dan wel
                            op andere wijze vergroten van persoonlijke en maatschappelijke
                            zelfredzaamheid. Onder voorzieningen wordt ook verstaan de inzet van
                            verschillende diagnostische instrumenten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verplichtingen van de jongere</titel></kop><al>Een jongere die gebruik maakt van een voorziening is gehouden te voldoen
                            aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet structuur
                            uitvoering werk en inkomen, deze verordening, evenals aan de
                            verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft
                            verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekken werkleeraanbod</titel></kop><al>Het college kan het werkleeraanbod intrekken of herzien indien wijziging
                            optreedt in de omstandigheden, krachten of bekwaamheden van de jongeren
                            dan wel indien de jongere niet voldoet aan een of meer op hem rustende
                            verplichtingen als bedoeld in artikel 5 en hem dit te verwijten
                            valt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Budget en subsidieplafonds</titel></kop><al>.Het college kan één of meer subsidie- of budgetplafonds vaststellen
                            voor de verschillende voorzieningen. Een door het college ingesteld
                            subsidie- of budgetplafond vormt een weigeringsgrond bij de aanspraak op
                            de specifieke voorziening, behoudens het gestelde in de wet.</al><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in
                            aanmerking komt voor een specifieke voorziening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Werkleeraanbod, subsidies en projecten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Scholing en werken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het uitgangspunt bij het aanbieden van werkleeraanbod is het behalen
                                van een startkwalificatie. Bij het ontbreken van een
                                startkwalificatie wordt in eerste instantie ingezet op scholing,
                                onder de noemer Leer Eerst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde scholing wordt zoveel mogelijk
                                gecombineerd met het opdoen van werkervaring.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college wijst voor de uitvoering van de in het eerste lid
                                bedoelde voorziening Dethon en ROC Westerschelde aan als
                                opdrachtnemer.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de jongere over een startkwalificatie beschikt wordt via de
                                jobhunter ingezet op arbeidsinschakeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Projecten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst voor de uitvoering van Work First en voor de
                                uitvoering en de exploitatie van een voorlichtings- en
                                opleidingscentrum (VOC) voor de glastuinbouw Dethon aan als
                                opdrachtnemer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij vraaggerichte trajecten of projecten kan het college nadere
                                besluiten nemen over eventuele investeringen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college legt in beleidsregels de omvang en de hoogte van de
                                bijdrage voor genoemde projecten vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een loonkostensubsidie aan een werkgever of een
                                detacheringsbedrijf verstrekken gericht op arbeidsinschakeling van
                                een jongere.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verstrekken van loonkostensubsidie is een generieke
                                regeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college verstrekt de loonkostensubsidie alleen indien door de
                                plaatsing de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden
                                beïnvloed en er geen verdringing van bestaande werkgelegenheid
                                plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Persoonsgebonden re-integratiebudget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan jongeren een vergoeding verstrekken in de vorm
                                van een op arbeidsinschakeling gericht persoonlijk
                                re-integratiebudget.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een persoonsgebonden re-integratiebudget wordt verstaan een
                                subsidie ter voldoening van noodzakelijke te maken kosten van
                                werkzaamheden die zijn gericht op arbeidsinschakeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overige vergoedingen</titel></kop><al>Het college kan aan personen een vergoeding verstrekken voor kosten die
                            gemaakt zijn in het kader van de arbeidsinschakeling of in het kader van
                            een in deze verordening opgenomen voorziening. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Voorliggende voorzieningen</titel></kop><al>Het college verstrekt geen vergoeding voor kosten waarvoor, al dan niet
                            door de gemeente, reeds een andere vergoeding wordt verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening
                            nadere beleidsregels vaststellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, indien onverkorte toepassing zou leiden tot
                                onredelijkheid of onbillijkheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Werkleeraanbod
                            WIJ.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met ingang van 1 januari 2010 in werking. De
                            “Verordening tijdelijke regels Wet investeren in jongeren”, zoals deze
                            is vastgesteld door de raad op 1 oktober 2009, wordt ingetrokken op de
                            dag waarop deze verordening in werking treedt.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad d.d. 17 december
                            2009.</ondertekening><ondertekening>griffier, drs. T.A.M. Leeraert,</ondertekening><ondertekening>voorzitter, J.A.H. Lonink</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label></kop><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>Begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in
                    de WIJ. Daarom worden bepaalde begrippen, zoals ‘werkleeraanbod’,
                    ‘arbeidsinschakeling’ en ‘jongere’, niet opnieuw gedefinieerd. Wel gedefinieerd
                    zijn de begrippen ‘startkwalificatie’ en ‘algemeen geaccepteerde arbeid’, omdat
                    deze in de WIJ niet nader zijn omschreven. Het begrip ‘startkwalificatie’ is
                    afkomstig uit de Wet educatie en beroepsonderwijs en wordt wel in de WWB
                    gedefinieerd (art. 6, eerste lid, onderdeel d WWB). </al><tussenkop>Artikel 2 Opdracht college</tussenkop><al>In het eerste lid is de opdracht aan het college verwoord, zoals deze
                    voortvloeit uit de artikelen 11, eerste lid en 13, eerste lid, WIJ. Hoewel deze
                    opdracht ook uit het samenstel van deze bepalingen en artikel 5, eerste lid, WIJ
                    kan worden afgeleid, is er uit een oogpunt van duidelijkheid voor gekozen de
                    opdracht aan het college nader te omschrijven. In het tweede lid is tevens
                    verduidelijkt dat het werkleeraanbod ook samengesteld kan zijn uit een
                    combinatie van algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij
                    arbeidsinschakeling en één of meerdere voorzieningen. Onder voorziening wordt
                    verstaan een instrument dat wordt ingezet om de jongere dichterbij de
                    arbeidsmarkt te brengen. Dit kan zoals gezegd allerlei vormen hebben, variërend
                    van schuldhulpverlening tot training van werknemersvaardigheden.</al><al>In het derde lid is vastgelegd dat een werkleeraanbod ook kan bestaan uit
                    ondersteuning bij een traject gericht op werk in zelfstandig beroep of bedrijf.
                    Dit volgt al uit artikel 17, zesde lid, WIJ. Uit een oogpunt van herkenbaarheid
                    en consistentie, alsmede gelet op het belang dat gehecht wordt aan het
                    begeleiden van jongeren naar zelfstandig werk, is deze bepaling opgenomen.
                    Aangetekend moet daarbij worden dat het een zgn. ‘kan’-bepaling is:het college
                    bepaalt of het zinvol is de jongere een aanbod te doen gericht op ondersteuning
                    richting zelfstandig bedrijf of beroep. Ter zake kan beleid worden
                    geformuleerd.</al><al>Het vierde lid vormt een herhaling van artikel 17, eerste lid, WIJ. Wederom uit
                    een oogpunt van herkenbaarheid en consistentie, alsmede gelet op het belang van
                    maatwerk bij het vaststellen van het werkleeraanbod, is dit artikel opgenomen.
                    Toegevoegd is de gemeentelijke onderzoeksplicht en de plicht om de wensen van de
                    jongere bij de invulling te betrekken. Met het oog op motivering en
                    kansbenutting zal het college daarmee rekening dienen te houden. Daarmee is niet
                    gezegd dat de jongere recht heeft op een bepaalde specifieke voorziening en deze
                    kan opeisen. De uiteindelijke invulling van de aard en de samenstelling van het
                    aanbod is voorbehouden aan het college.</al><tussenkop>Artikel 3 Aanspraak op ondersteuning</tussenkop><al>Als spiegelbeeld van de opdracht van het college, zoals verwoord in artikel 2,
                    eerste lid, komen jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod in aanmerking
                    voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en voorzieningen. Dit vloeit reeds
                    voort uit artikel 13, eerste lid, WIJ maar is omwille van de herkenbaarheid en
                    eenduidigheid hier nader geconcretiseerd. Wat de vorm van de ondersteuning is
                    bepaalt het college. </al><al>Voor de duidelijkheid is verder nog bepaald dat het om jongeren moet gaan die
                    recht op een werkleeraanbod hebben. Dat is niet iedere ‘jongere’ in de zin van
                    de WIJ (zie artikel 2, eerste lid, WIJ), want daaronder wordt verstaan de
                    jongere in de leeftijd van 16 tot 27 jaar. Artikel 13, eerste lid, WIJ kadert de
                    doelgroep af.</al><al>In het tweede lid wordt expliciet de koppeling gelegd tussen de algemene
                    aanspraak van de jongere en de criteria die gesteld zijn voor het aanbieden van
                    een werkleeraanbod. Daarbij wordt verwezen naar de verordening. </al><al/><tussenkop>Artikel 4 De voorzieningen</tussenkop><al>Naast het aanbieden van algemeen geaccepteerde arbeid en ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling kan het college voorzieningen aanbieden. Die voorzieningen
                    zijn primair bedoeld voor jongeren die niet direct inzetbaar zijn op de
                    arbeidsmarkt, maar kunnen in een krimpende arbeidsmarkt ook worden aangeboden
                    aan jongeren zonder direct aanwijsbare belemmeringen. </al><al>In dit artikel staan voorzieningen die het college ter beschikking staan. De
                    genoemde voorzieningen zijn geen statisch geheel. Het is denkbaar dat het
                    college gaandeweg voorzieningen ontwikkelt, daarom is de omschrijving breed
                    opgezet en kunnen alle mogelijke voorzieningen die een jongere op weg helpen
                    naar een startkwalificatie of reguliere arbeid worden ingezet, zolang het binnen
                    de geformuleerde visie valt. Het staat het college in beginsel vrij om zelf aan
                    werkleeraanbod invulling te geven en daarbij ook te betrekken de mate waarin
                    voorzieningen noodzakelijk geacht worden en feitelijk beschikbaar zijn.
                    Voorbeelden van voorzieningen die onder de werking van dit artikel kunnen vallen
                    zijn Work First, Leer Eerst, plaatsingskosten/plaatsingsfee, intensieve
                    begeleiding, diagnostische instrumenten, training en cursussen, kosten van
                    leermiddelen en jobhunting, bemiddeling, nazorg.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 Verplichtingen van de jongere</tussenkop><al>In de WIJ is vastgelegd welke verplichtingen verbonden zijn aan het recht op een
                    werkleeraanbod (zie de artikelen 44 en 45 WIJ). Daaraan is toegevoegd dat de
                    jongere de verplichtingen dient na te komen die voortvloeien uit de verordening
                    of die in concreto aan een voorziening zijn verbonden. Dit kunnen verplichtingen
                    van uiteenlopende aard zijn, die een concretisering vormen van de in de WIJ
                    opgenomen verplichtingen. Zo kan bepaald worden dat een jongere gedurende het
                    traject op gezette tijden met de consulent de voortgang bespreekt. </al><tussenkop>Artikel 6 Intrekken werkleeraanbod</tussenkop><al>Dit artikel vormt een herhaling van artikel 21 WIJ. De meerwaarde van opname van
                    deze bepaling in de verordening werkleeraanbod is gelegen in de overweging dat
                    intrekking van het werkleeraanbod complementair is aan het voeren van beleid
                    m.b.t. de invulling het werkleeraanbod. Daar waar het recht op werkleeraanbod
                    wordt toegekend en ingevuld, kan dit ook worden ingetrokken, onder de
                    voorwaarden, genoemd in artikel 21 WIJ. Intrekking is in wezen slechts aan de
                    orde als er een situatie is ontstaan dat niet langer kan worden gevergd dat het
                    werkleeraanbod wordt voortgezet en een andere invulling (via gedeeltelijke
                    herziening) evenmin soelaas biedt. Gedacht kan worden aan herhaalde misdragingen
                    jegens andere jongeren of begeleiders op de werk/leerplek of veelvuldig verzuim.
                    Daarbij kunnen bijvoorbeeld ook een rol spelen de positie van gemotiveerde
                    jongeren die wachten op een werk/leerplek, de staat van de arbeidsmarkt en de
                    kosten van de voorziening. Het college besluit slechts tot intrekking nadat de
                    individuele situatie zorgvuldig afgewogen is.</al><tussenkop>Artikel 7 Budgetplafonds </tussenkop><al>De gemeente kan een verdeling maken van de beschikbare middelen over de
                    verschillende voorzieningen. Dit kan in een beleidsplan of de begroting
                    gebeuren. Het uitgeput zijn van begrotingsposten kan echter nooit een reden zijn
                    om geen werkleeraanbod te doen. De verplichting daartoe is immers vastgelegd in
                    artikel 13, eerste lid WIJ. Wel kan de invulling van het werkleeraanbod
                    beïnvloed worden door budgettaire beperkingen. Zijn er vanwege die beperkingen
                    voor bepaalde voorzieningen geen middelen meer dan dient te worden nagegaan
                    welke andere instrumenten beschikbaar zijn. Dit houdt dus in dat er geen
                    algemeen plafond ingesteld kan worden. Wat wel kan is dat per voorziening een
                    plafond wordt ingebouwd. Dit laat de mogelijkheid open dat er naar een ander
                    instrument wordt uitgeweken om tot duurzame arbeidsparticipatie te komen. </al><tussenkop>Artikel 8 Scholing en werken</tussenkop><al>Voor jongeren die geen startkwalificatie hebben en die niet kunnen of willen
                    deelnemen aan een reguliere opleiding is een aanbod ontwikkeld dat Leer Eerst
                    wordt genoemd omdat het behalen van een startkwalificatie van groot belang wordt
                    geacht. Leer Eerst combineert werken, scholing en begeleiding op een op het
                    individu aangepast niveau.</al><al>De uitvoering van deze voorziening is voorbehouden aan Dethon en het ROC
                    Westerschelde. De reden hiervoor is dat er blijvende infrastructurele
                    voorzieningen moeten worden opgezet. Het opstarten of voortbestaan mag niet in
                    gevaar komen door een aanbestedingsprocedure of door een wisseling van
                    exploitanten als gevolg van een aanbestedingsprocedure.</al><tussenkop>Artikel 9 Projecten</tussenkop><al>De uitvoering van het hier genoemde project en de voorziening Work First is een
                    voorbehouden opdracht voor de Gemeenschappelijke Regeling Dethon. De reden voor
                    het vastleggen van deze voorbehouden opdrachten in deze verordening is dat bij
                    het opzetten van Work First en van een proefkas en opleidingskas voor de
                    glastuinbouw een blijvende infrastructuur moet worden opgezet. Het opstarten of
                    voortbestaan mag niet in gevaar komen door een aanbestedingsprocedure of door
                    een wisseling van exploitanten als gevolg van een aanbestedingsprocedure.</al><al>De organisatievorm, de hoogte van de bijdrage en de wijze van exploitatie zal
                    door het college nader worden vastgesteld.</al><al>Bij vraaggerichte trajecten waarbij werkgevers een baangarantie afgeven kan
                    sprake zijn van bijzondere en unieke situaties die niet vooraf in een
                    verordening kunnen worden geregeld. In dergelijke gevallen kan het college
                    nadere besluiten nemen over de vorm en hoogte van een eventuele bijdrage.</al><tussenkop>Artikel 10 Loonkostensubsidie</tussenkop><al>Doel van de loonkostensubsidie is om jongeren, die door de grotere afstand tot
                    de arbeidsmarkt misschien minder productief zijn, sneller en makkelijker aan
                    werk te helpen. Bijkomend doel is werkgevers die door een gebrek aan
                    werkervaring van de genoemde personen huiverig zijn deze in dienst te nemen
                    vanwege de extra financiële risico's die daaraan verbonden zijn te stimuleren
                    tot het aangaan van een dienstverband. Door deze subsidiëring worden die
                    financiële risico’s tijdelijk gecompenseerd. Uitgangspunt is dat belanghebbende,
                    gedurende de periode dat de loonkostensubsidie wordt verstrekt, aanvullende
                    vaardigheden en werkervaring kan opdoen, zodat de afstand tot de arbeidsmarkt
                    aan het eind van de subsidieperiode is verkleind. </al><al>Ten einde te voorkomen dat in het kader van Europese regelgeving sprake zou zijn
                    van een aanmeldingsplichtige steunmaatregel is in lid 2 opgenomen dat het gaat
                    om een generieke regeling. Dit betekent dat ieder bedrijf of onderneming
                    ongeacht de vestigingsplaats van de onderneming of de plaats van tewerkstelling
                    van de werknemer, een beroep kan doen op een loonkostensubsidie, uiteraard voor
                    zover aan de overige bepalingen van dit artikel wordt voldaan.</al><tussenkop>Artikel 11 Persoonsgebonden re-integratiebudget</tussenkop><al>Een persoonsgebonden re-integratiebudget kan beschikbaar worden gesteld als een
                    persoon op eigen initiatief met een voorstel komt. Het college moet vooraf
                    goedkeuring verlenen aan het voorgestelde traject. Daarna kan de persoon zelf
                    uitvoering geven aan de onderdelen opgenomen in het trajectplan. Bij dit
                    trajectplan gelden dezelfde voorwaarden als bij alle andere trajectplannen. De
                    persoon verstrekt zelf alle benodigde verantwoordingsinformatie. Het college kan
                    in beleidsregels nadere voorwaarden vaststellen.</al><al>Artikel 12 Overige vergoedingen</al><al>Soms moeten extra kosten gemaakt worden in het kader van de arbeidsinschakeling
                    of een traject. Het kan hier zowel trajecten gericht op arbeidsinschakeling als
                    trajecten gericht op maatschappelijke participatie betreffen. Aantoonbare, reële
                    kosten kunnen worden vergoed. Ook kan een stage vergoeding worden verstrekt. Het
                    college kan ter nadere uitvoering van dit artikel beleidsregels vastleggen.</al><tussenkop>Artikel 13 Voorliggende voorzieningen</tussenkop><al>Dit artikel beoogt dubbele subsidiëring van dezelfde kosten uit verschillende
                    bronnen te voorkomen. </al><al>Artikel 14 Beleid</al><al>De wet vraagt aan de gemeenteraad om het Werkleeraanbod in een verordening vast
                    te leggen. De belangrijkste voorwaarden en uitgangspunten zijn in de voorgaande
                    artikelen vastgelegd. Het college kan nadere beleidsregels en een beleidsplan
                    opstellen waarin de algemene uitgangspunten uit de verordening nader worden
                    uitgewerkt.</al><tussenkop>Artikel 15 Hardheidsclausule</tussenkop><al>Indien de toepassing van deze verordening tot onbillijkheden leidt, kan het
                    college ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen. Van deze
                    mogelijkheid dient zeer terughoudend gebruik gemaakt te worden, om het scheppen
                    van precedenten tegen te gaan.</al><tussenkop>Artikel 16 Citeerartikel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 17 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>