<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR292155_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Moerdijks Restauratie Fonds gemeente Moerdijk</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Moerdijkse Bode week 20, 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Moerdijks Restauratie Fonds gemeente Moerdijk</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-04-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Moerdijks Restauratie Fonds gemeente Moerdijk</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 25 april
                        2013;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 maart 2013;</al><al>overwegende dat:</al><lijst><li nr="-"><al>Het Moerdijks Restauratie Fonds eigenaren tegemoet komt bij de
                                instandhouding van monumenten;</al></li><li nr="-"><al>Het in het algemeen belang is om gemeentelijke monumenten in goede
                                staat te krijgen en te houden;</al></li><li nr="-"><al>Een “revolving fund” een duurzame wijze van financieren is;</al><al/></li></lijst><al>gelet op artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet,</al><al/><al>BESLUIT</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al>Verordening Moerdijks Restauratie Fonds GEMEENTE MOERDIJK</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>verordening: Verordening Moerdijks Restauratie Fonds (MRF) gemeente
                                Moerdijk;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijk monument: een object dat is opgenomen in het
                                gemeentelijk monumentenregister zoals bedoeld in artikel 1 van de
                                Erfgoedverordening gemeente Moerdijk;</al></li><li nr="c."><al>instandhouden: het treffen van voorzieningen tot het opheffen van
                                (bouwtechnische) gebreken die noodzakelijk zijn voor de
                                instandhouding van de cultuurhistorische waarde van het gemeentelijk
                                monument en die het normale onderhoud te boven gaan;</al></li><li nr="d."><al>kosten van voorzieningen: de begroting en door het college
                                goedgekeurde kosten van:</al><lijst><li nr="1."><al>de aanneemsom of materiaalkosten;</al></li><li nr="2."><al>de risicoverrekening van loon- en
                                        materiaalprijsstijgingen;</al></li><li nr="3."><al>de kosten van de architect overeenkomstig de SR 1997 en van
                                        de constructeur overeenkomstig de DNR 2005, voor zover de
                                        inschakeling hiervan noodzakelijk is;</al></li><li nr="4."><al>kosten van de aanvraag om een omgevingsvergunning
                                        (leges);</al></li><li nr="5."><al>de verschuldigde BTW, voor zover deze niet kan worden
                                        verrekend;</al></li><li nr="6."><al>kosten van een bouwhistorische opname of onderzoek, gericht
                                        op de instandhouding; een reservering voor noodzakelijk
                                        meerwerk dat ten tijde van de begroting van de hierboven
                                        genoemde kosten redelijkerwijs niet was te voorzien, tot een
                                        maximum van 5% van de aanneemsom of materiaalkosten;</al></li><li nr="7."><al>de kosten voor het afsluiten van de lening uit het Moerdijks
                                        Restauratie Fonds (MRF) gemeente Moerdijk;</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>Moerdijks Restauratie Fonds (MRF) gemeente Moerdijk: het fonds van
                                de gemeente Moerdijk bij het Nationaal Restauratie Fonds
                                (Restauratiefonds) waaruit laagrentende leningen worden verstrekt
                                ten behoeve van de instandhouding van gemeentelijke monumenten als
                                bedoeld in lid b van dit artikel;</al></li><li nr="f."><al>lening: lening waarbij een hypothecaire zekerheid wordt
                                gevestigd;</al></li><li nr="g."><al>eigenaar: een natuurlijke of rechtspersoon die op het object waarop
                                de aanvraag om financiering betrekking heeft, een zakelijk recht
                                heeft in de zin van:</al><lijst><li nr="1."><al>het eigendom;</al></li><li nr="2."><al>het recht van erfpacht;</al></li><li nr="3."><al>een appartementsrecht;</al></li><li nr="4."><al>een deelneming- of lidmaatschaprecht op gebruik van een
                                        woning;</al></li></lijst></li><li nr="h."><al>Woonhuismonument: object dat op de gemeentelijke lijst van
                                monumenten is geplaatst en in oorsprong is vervaardigd voor bewoning
                                of thans voor bewoning in gebruik is, met dien verstande dat niet
                                als woonhuizen worden aangemerkt: gebouwen die deel uitmaken van een
                                geregistreerd museum, kerkgebouwen, kloosters, gemeentehuizen,
                                schoolgebouwen, het hoofdhuis van buitenplaatsen, landhuizen,
                                gebouwen van liefdadigheid, molens, gemalen, agrarische gebouwen en
                                watertorens;</al></li><li nr="i."><al>Bijzonder object: object dat op de gemeentelijke lijst van
                                monumenten is geplaatst en in oorsprong is vervaardigd voor andere
                                doeleinden dan bewoning. Bijvoorbeeld gebouwen die deel uitmaken van
                                een geregistreerd museum, kerkgebouwen, kloosters, gemeentehuizen,
                                schoolgebouwen, het hoofdhuis van buitenplaatsen, landhuizen,
                                gebouwen van liefdadigheid, molens, gemalen, agrarische gebouwen en
                                watertorens;</al></li><li nr="j."><al>verstrekken van een lening (toekenningsbeschikking): het besluit van
                                het college dat aan de eigenaar van een gemeentelijk monument onder
                                voorwaarden een lening wordt toegekend in de kosten van
                                voorzieningen als bedoeld onder lid d van dit artikel;</al></li><li nr="k."><al>vaststellen van de lening (vaststellingsbeschikking): het besluit
                                van het college waarbij de hoogte van de lening definitief wordt
                                vastgesteld;</al></li><li nr="l."><al>Nationaal Restauratiefonds: de Stichting Nationaal Restauratiefonds
                                (Restauratiefonds), gevestigd te Hoevelaken;</al></li><li nr="m."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente
                                Moerdijk.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Doel van de lening</titel></kop><al>Het doel van de lening op basis van deze verordening is eigenaren van een
                        gemeentelijk monument, zoals bedoeld in deze verordening, een lening te
                        verstrekken voor de kosten die gemoeid zijn met voorzieningen in het kader
                        van de instandhouding van gemeentelijke monumenten. Het pand waarvoor de
                        lening wordt verstrekt, wordt hypothecair belast tot de hoogte van de
                        lening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Op de lening uit het Moerdijks Restauratie Fonds gemeente Moerdijk ten
                        behoeve van de instandhouding van gemeentelijke monumenten kan een beroep
                        gedaan worden door: natuurlijke personen, stichtingen of andere
                        privaatrechtelijke rechtspersonen zonder winstoogmerk, die eigenaar zijn van
                        een gemeentelijk monument en zich het behoud van (het) gemeentelijke
                        monument(en) ten doel stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vaststelling en reservering van het budget</titel></kop><al>Uit de gemeenterekening Moerdijks Restauratie Fonds gemeente Moerdijk kunnen
                        slechts leningen worden verstrekt tot maximaal het door de gemeenteraad
                        beschikbaar gestelde budget ten behoeve van de financiering in het kader van
                        de instandhouding van gemeentelijke monumenten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Grondslag van de lening</titel></kop><al>De lening wordt verstrekt voor een instandhoudingproject op grond van door
                        het college vastgestelde kosten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al>De hoogte van de lening wordt vastgesteld op basis van een gespecificeerde
                        kostenbegroting van de uit te voeren werkzaamheden die noodzakelijk zijn
                        voor het treffen van voorzieningen voor de instandhouding van het
                        gemeentelijk monument. De begroting dient tenminste gespecificeerd te zijn
                        in hoeveelheden, materialen, arbeidsuren, kosten van onderaannemers en
                        bijkomende kosten zoals architectenkosten, overige adviseurs, leges- en
                        verzekeringskosten. De aanvrager is verplicht om het college wijzigingen te
                        melden die relevant zijn voor het toekennen van leningen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Hoogte van de lening</titel></kop><al>De lening uit het Moerdijks Restauratie Fonds gemeente Moerdijk bedraagt
                        maximaal 100% van de goedgekeurde kosten van voorzieningen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Grondslag en werkingsfeer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op grond van deze verordening kan het college een lening verstrekken
                            voor de kosten van het treffen van voorzieningen aan het casco en
                            exterieur ten behoeve van de instandhouding van een gemeentelijk
                            monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De lening wordt berekend over de kosten van voorzieningen met
                            uitzondering van de kosten waarvoor op grond van enige andere – door het
                            college te bepalen – regeling een subsidie of lening in de kosten van
                            voorzieningen kan worden verkregen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval van brandschade, stormschade et cetera worden de kosten berekend
                            aan de hand van de kosten van te treffen voorzieningen minus de bij
                            voldoende dekking uit te keren verzekeringspenningen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vastgestelde lening wordt verstrekt aan de eigenaar van het
                            gemeentelijk monument waaraan de voorzieningen worden getroffen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Om voor een lening in aanmerking te komen dienen de kosten voor het
                            treffen van voorzieningen aan een woonhuismonument of bijzonder object
                            tenminste € 10.000,- te bedragen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voor financiering in aanmerking komende kosten voor het treffen van
                            voorzieningen aan een woonhuismonument bedragen maximaal € 25.000,--.
                            Kosten die dit bedrag te boven gaan komen niet in aanmerking voor een
                            lening.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voor financiering in aanmerking komende kosten voor het treffen van
                            voorzieningen aan een bijzonder object bedragen maximaal € 50.000,--.
                            Kosten die dit bedrag te boven gaan komen niet in aanmerking voor een
                            lening.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De lening wordt verstrekt tegen een rente die 5 procentpunt ligt onder
                            de door de Nationaal Restauratiefonds (Restauratiefonds) gehanteerde
                            marktrente, met een minimum van 1,5%. Het pand waarvoor de lening wordt
                            verstrekt, wordt hypothecair belast tot de hoogte van de lening. De
                            aflossingstermijn is maximaal 30 jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Bepaling voor restaurerende instellingen</titel></kop><al>In afwijking van artikel 8 lid 8 kan op verzoek van een restaurerende
                        instelling een lening worden verstrekt waarbij de (hypothecaire)
                        zekerstelling niet op het te restaureren pand berust, maar op de waarde van
                        het totale eigen bezit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Tussentijdse vervreemding</titel></kop><al>Indien de eigenaar van het monument binnen de looptijd van de lening uit het
                        Moerdijks Restauratie Fonds gemeente Moerdijk besluit het pand te
                        vervreemden, wordt de lening beëindigd en dient de eigenaar het restant van
                        schuld uiterlijk bij de overdracht aan de koper terug te storten in het
                        Moerdijks Restauratie Fonds gemeente Moerdijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Aanvraag en beschikking</titel></kop><al>Op een ontvankelijke aanvraag wordt door het college spoedig, doch uiterlijk
                        binnen 8 weken na ontvangst van een advies van het Nationaal
                        Restauratiefonds (Restauratiefonds) beslist in de vorm van een
                        toekenningsbeschikking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt geen lening indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het totale door de gemeenteraad beschikbaar gestelde maximale
                                    budget, genoemd in artikel 4 van deze verordening, is
                                    bereikt;</al></li><li nr="b."><al>met het treffen van voorzieningen het belang van de
                                    monumentenzorg niet of onvoldoende wordt gediend;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van voorzieningen niet in redelijke verhouding staan
                                    tot het te bereiken resultaat;</al></li><li nr="d."><al>met het treffen van voorzieningen is begonnen voordat de
                                    aanvrager een beschikking inhoudende de toezegging van de lening
                                    (toekenningsbeschikking) heeft ontvangen;</al></li><li nr="e."><al>voor de betreffende voorzieningen binnen een termijn van
                                    vijftien jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag wordt
                                    ingediend eerder een subsidie of een lening is verstrekt;</al></li><li nr="f."><al>voor de te treffen voorzieningen een omgevingsvergunning is
                                    vereist en deze (nog) niet is verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een lening weigeren in het geval van een negatief advies
                            van het Nationaal Restauratiefonds (Restauratiefonds).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Bijzondere voorwaarden</titel></kop><al>De lening wordt verstrekt onder voorwaarde dat:</al><lijst><li nr="a."><al>het werk wordt aanbesteed overeenkomstig door het college te stellen
                                eisen;</al></li><li nr="b."><al>de aanvang van het werk tenminste twee weken van te voren wordt
                                gemeld bij het college;</al></li><li nr="c."><al>met de uitvoering van werkzaamheden is begonnen binnen 26 weken na
                                de datum van verzending van de toekenningsbeschikking;</al></li><li nr="d."><al>binnen 130 weken na de toekenningsbeschikking de werkzaamheden zijn
                                voltooid en de gereedmelding zoals bedoeld in artikel 15 is
                                ingediend;</al></li><li nr="e."><al>aan de door het college met controle belaste personen:</al><lijst><li nr="1."><al>toegang wordt verleend tot het monument waarvoor de lening is
                                verstrekt;</al></li><li nr="2."><al>inzage wordt verleend in de op het treffen van de voorzieningen
                                betrekking gegevens.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Onderhoudsvoorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lening wordt verstrekt onder de voorwaarde dat de eigenaar gedurende
                            de looptijd van de lening het gemeentelijk monument in goede staat zal
                            houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het beëindigen van de lening, ook bij tussentijdse vervreemding, kan
                            het college een bouwkundig inspectierapport eisen in verband met de
                            voorwaarde genoemd in het eerste lid. Het rapport wordt opgesteld door
                            een naar het oordeel van het college deskundige organisatie. De eigenaar
                            kan worden verplicht om de in het rapport geconstateerde bouwkundige
                            gebreken te herstellen. Het college kan een termijn stellen waarbinnen
                            deze gebreken dienen te zijn hersteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigenaar is verplicht het object waarvoor een lening is verstrekt
                            voldoende te verzekeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden is een CAR-verzekering
                            verplicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Vaststelling van de lening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vaststelling van de lening vindt plaats nadat:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden bij het college gereed zijn
                            gemeld, gecontroleerd en akkoord bevonden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een overzicht is overlegd van alle kosten voor het treffen van
                            voorzieningen en de daarop betrekking hebbende bijkomende kosten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een overzicht is overlegd van eventueel meer- en minderwerk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de vast te stellen lening wordt berekend op basis van de
                            bij de toekenning aanvaarde kosten van voorzieningen of de werkelijke
                            kosten van de voorzieningen als deze lager dan wel hoger zijn, met
                            inachtneming van het bepaalde ten aanzien van meerwerk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid bevat:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een volledig ingevuld gereedmeldingsformulier;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een kostenoverzicht;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>alle originele rekeningen en originele betalingsbewijzen met betrekking
                            tot de werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ermee instemmen dat de aanvrager in plaats van
                            rekeningen en betalingsbewijzen een verklaring van een
                            registeraccountant overlegt waaruit blijkt dat het overgelegde
                            kostenoverzicht juist en volledig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Intrekking van de lening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van niet naleving van één van de voorwaarden als bedoeld in
                            deze verordening kan het college al naar gelang de ernst van de
                            overtreding:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een besluit tot verstrekking en/of vaststelling van de lening geheel of
                            gedeeltelijk intrekken of het Nationaal Restauratiefonds niet geheel tot
                            uitbetaling laten overgaan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een reeds aangegane lening geheel of gedeeltelijk door het Nationaal
                            Restauratiefonds laten intrekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval de niet naleving van de voorwaarden als bedoeld in deze
                            verordening de eigenaar niet verwijtbaar is, kan het college besluiten
                            de in het eerste lid genoemde sancties geheel of gedeeltelijk niet te
                            treffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Hardheidsclausule en slotbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in het belang van de monumentenzorg afwijken van de
                            bepalingen in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verordening wordt met inachtneming van de bepalingen in de
                            Gemeentewet bekendgemaakt in huis aan huis blad de Moerdijkse Bode.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Moerdijks Restauratie
                        Fonds gemeente Moerdijk.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de vergadering van de raad d.d. 25 april 2013,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>H.D. Tiekstra J.P.M. Klijs</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting op de Verordening Moerdijks Restauratie Fonds gemeente Moerdijk</label></kop><al/><divisie><kop><label>Toelichting artikel 1</label></kop><al>De verordening is gericht op de instandhouding van gemeentelijke monumenten.
                        Materiaalkosten die bij zelfwerkzaamheid worden gemaakt komen in het kader
                        van deze verordening voor financiering in aanmerking. Het college kan zowel
                        bij de uitvoering door een aannemer als werkzaamheden in zelfwerkzaamheid
                        nader voorwaarden stellen ter garantie dat de werkzaamheden van voldoende
                        kwaliteit zijn.</al><al/><al>Extra kosten die bij de uitvoering worden gemaakt voor het treffen van
                        milieuvriendelijke voorzieningen om het gemeentelijk monument in stand te
                        houden worden, binnen door burgemeester en wethouders te bepalen grenzen,
                        betrokken bij de kosten van voorzieningen als bedoeld in artikel 1 lid d van
                        deze verordening.</al><al/><al>De reservering als bedoeld in artikel 1, lid d, sub 7 dient als stelpost die
                        eventueel tijdens het treffen van voorzieningen wordt ingevuld als gevolg
                        van onvoorzien meerwerk. Deze invulling vindt plaats na overleg met de
                        afdeling Vergunningen &amp; Handhaving van de gemeente Moerdijk.</al></divisie><divisie><kop><label>Toelichting artikel 7</label></kop><al>Op grond van dit artikel is het mogelijk 100% van de zogenaamde goedgekeurde
                        kosten (de goedgekeurde kosten van voorzieningen) laagrentend uit het
                        Moerdijks Restauratiefonds gemeente Moerdijk te financieren. Op verzoek van
                        de aanvrager is het mogelijk ook een lening af te sluiten voor een deel van
                        de van de totale goedgekeurde kosten. Het minimum bedrag en het maximum
                        bedrag zijn in artikel 8 lid 5, 6 en 7 genoemd. De definitieve goedkeuring
                        van de kosten (vaststellingsbeschikking) vindt na uitvoering en
                        gereedmelding van de werkzaamheden plaats, bij de vaststelling van de lening
                        op basis van artikel 15.</al></divisie><divisie><kop><label>Toelichting artikel 8</label></kop><al>Op basis van het eerste lid is het mogelijk financiële ondersteuning te
                        verkrijgen voor het treffen van voorzieningen aan het casco en aan
                        bijzondere exterieure monumentale onderdelen, mits hiervoor voldoende
                        middelen beschikbaar zijn.</al><al/><al>Het maximale plafond van de regeling wordt door de gemeenteraad vastgesteld
                        (zie artikel 4). </al><al>Onder casco – zijnde een zelfstandige bouwkundige eenheid – wordt in ieder
                        geval verstaan de bouwkundige hoofdstructuur bestaande uit gevels,
                        bouwmuren, balklagen, kappen (inclusief goten en hemelwaterafvoeren),
                        kelders, monumentale kappen of restanten daarvan.</al><al>De voor financiering in aanmerking komende kosten van voorzieningen,
                        exclusief het interieur, worden bepaald overeenkomstig de richtlijnen van de
                        Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Hieronder vallen in ieder geval ook
                        de volgende voorzieningen:</al><lijst><li nr="a."><al>herstellen of vervangen van het afwateringsysteem ten behoeve van
                                hemelwaterafvoer;</al></li><li nr="b."><al>herstellen of aanbrengen van een bliksembeveiliging;</al></li><li nr="c."><al>het aanbrengen van voorzieningen die nodig zijn voor een periodieke
                                inspectie van het monument.</al><al/></li></lijst><al>In het tweede lid wordt dubbele subsidiëring of leningverstrekking voor
                        voorzieningen aan het casco voorkomen, bijvoorbeeld een lening uit het
                        Provinciaal Cultuurfonds voor Monumenten en beeldbepalende panden in de
                        provincie Noord-Brabant. Leningen en subsidies kunnen wel worden
                        gecombineerd, maar niet worden ‘gestapeld’, dat wil zeggen: niet voor
                        dezelfde kosten van voorzieningen worden verstrekt.</al><al/><al>Ten aanzien van het derde lid wordt ervan uitgegaan dat een eigenaar van een
                        object dit voldoende heeft verzekerd. Tijdens de uitvoering van de
                        werkzaamheden is bovendien een zogenaamde CAR-verzekering vereist (zie
                        artikel 14, lid 4). Als de monumentale waarde te zeer is aangetast, dan zal
                        in de regel herbouw niet meer aan de orde zijn. Naar analogie van het beleid
                        voor rijksmonumenten wordt het monument dan als verloren beschouwd.</al><al/><al>In het vierde lid is de eigendomsituatie op het moment van de vaststelling
                        van de lening bepalend. De lening wordt vastgesteld in de definitieve
                        beschikking (artikel 15) van deze verordening. Als de kosten lager uitvallen
                        dan in de eerdere beschikking (de in genoemde artikel 11
                        toekenningsbeschikking), dan zijn de werkelijk gemaakte kosten bepalend.
                        Meerwerk dat de in de kosten van voorzieningen genoemde 5% (artikel 1, lid
                        d, sub 7) overstijgt, zal slechts in uitzonderingsgevallen worden
                        verrekend.</al><al/><al>Met het vijfde lid wordt aangegeven dat om voor een lening in aanmerking te
                        komen de kosten voor het treffen van voorzieningen aan een woonhuismonument
                        of een bijzonder object minimaal € 10.000,-- dienen te bedragen; dit is
                        tevens het minimum van een lening uit het Moerdijks Restauratie Fonds
                        gemeente Moerdijk.</al><al/><al>Met het zesde en zevende lid wordt aangegeven dat het maximum bedrag aan
                        goedgekeurde kosten waarvoor een lening kan worden toegekend, voor een
                        woonhuismonument € 25.000,-- bedraagt en voor een bijzonder object €
                        50.000,--. Bij splitsing in (woon)eenheden geldt een berekening van het
                        maximum naar rato van het vloeroppervlak. </al><al/><al>In het achtste lid staat een van de belangrijkste condities van de
                        verordening betreft het aanbieden van een lening tegen een lager rentetarief
                        dan de geldende marktrente die het Nationaal Restauratiefonds hanteert. Het
                        minimum bedraagt echter 1,5%. De genoemde bedragen zijn, indien van
                        toepassing, inclusief verschuldigde BTW (zie ook artikel 1, lid d, sub
                        5).</al><al>De looptijd van de lening is afhankelijk van de hoogte van de lening; zie
                        hiervoor het uitvoeringsreglement van het Moerdijks Restauratie Fonds
                        gemeente Moerdijk dat onderdeel uitmaakt van de Samenwerkingsovereenkomst
                        tussen de gemeente Moerdijk en het Nationaal Restauratiefonds inzake het
                        Moerdijks Restauratie Fonds gemeente Moerdijk.</al></divisie><divisie><kop><label>Toelichting Artikel 9</label></kop><al>Een restaurerende instelling is een rechtspersoon die als zodanig door het
                        college is aangemerkt en op grond van haar statuten het zonder winstoogmerk
                        restaureren van monumenten als doelstelling heeft. Een dergelijke instelling
                        is als eigenaar-verhuurder fiscaal vrijgesteld. De restaurerende
                        instellingen geven er soms de voorkeur aan een lening met borgstelling op
                        een ander deel van het bezit dan het te restaureren object. Met dit artikel
                        wordt die uitzondering op de normale regeling mogelijk gemaakt.</al></divisie><divisie><kop><label>Toelichting Artikel 10</label></kop><al>In geval van een voorgenomen eigendomsoverdracht, wordt met de eigenaar de
                        lening of het opgenomen deel daarvan af te lossen. De lening is niet
                        overdraagbaar op de koper van het pand/ object.</al></divisie><divisie><kop><label>Toelichting Artikel 11</label></kop><al>De beslistermijn is geregeld in afdeling 4.1.3 van de Algemene Wet van
                        bestuursrecht. De in de wet genoemde termijn gaat pas in nadat het Nationaal
                        Restauratiefonds een advies heeft afgegeven. In de regel zal het verstrekken
                        van een lening voor de financiering van de te treffen voorzieningen ook voor
                        bedrijven mogelijk zijn, gelet op het openbare belang van de instandhouding
                        van het gebouwde erfgoed. De eigenaar dient een aanvraag om een lening op
                        een daarvoor beschikbaar gesteld formulier in te dienen bij Burgemeester en
                        Wethouders. Het volledig ingevulde en ondertekende formulier dient in ieder
                        geval vergezeld te gaan van de op het formulier vermelde gegevens en
                        verplichte bijlagen. Indien hieraan niet wordt voldaan stellen Burgemeester
                        en Wethouders de aanvrager eenmalig in de gelegenheid de door hem aan te
                        leveren ontbrekende gegevens alsnog te verstrekken. Indien de ingediende
                        gegevens – ook na een verzoek om aanvulling van ontbrekende gegevens –
                        onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, kunnen Burgemeester en
                        Wethouders besluiten de aanvraag niet ontvankelijk te verklaren (niet in
                        behandeling te nemen).</al><al>In het geval van een positieve beschikking op de aanvraag volgt een
                        toekenningsbeschikking. Bij een negatieve beslissing volgt een afwijzende
                        beschikking. De definitieve beschikking is de vaststellingsbeschikking die
                        wordt afgegeven na afloop van de uitvoering en de gereedmelding van het werk
                        (zie artikel 15). Een gedetailleerde beschrijving van de volledige procedure
                        is opgenomen in het uitvoeringsreglement van het Moerdijks Restauratie Fonds
                        gemeente Moerdijk dat onderdeel uitmaakt van de Samenwerkingsovereenkomst
                        tussen de gemeente Moerdijk en het Nationaal Restauratiefonds inzake het
                        Moerdijks Restauratie Fonds gemeente Moerdijk.</al></divisie><divisie><kop><label>Toelichting Artikel 12</label></kop><al>De bepaling onder lid 1c is opgenomen om de bouwtechnische kwaliteit van de
                        in stand te houden onderdelen vooraf vast te kunnen stellen ten behoeve van
                        de bepaling van de kosten van voorzieningen.</al><al>Een omgevingsvergunning op grond van de Erfgoedverordening gemeente Moerdijk
                        is vereist, dan wel een verklaring van het college dat een vergunning –
                        gelet op de aard van de werkzaamheden – niet is vereist. Het Nationaal
                        Restauratiefonds (Restauratiefonds) adviseert over alle aanvragen om een
                        lening door toetsing van de inkomens- en vermogenspositie van de aanvrager
                        in relatie tot het aangevraagde bedrag.</al></divisie><divisie><kop><label>Toelichting Artikel 13</label></kop><al>Het college kan de eis stellen dat aanbesteding plaats vindt volgens het
                        Uniform Aanbestedingsreglement (UAR 2001). De termijn van 130 weken in
                        artikel 13, lid d, is gelet op de aard van een project vastgesteld. Gemeente
                        Moerdijk, afdeling Vergunningen en Handhaving dient te worden betrokken bij
                        de uitvoering van de voorwaarden waaronder een lening wordt verstrekt. Hier
                        dient ook de aanvang van het werk te worden gemeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Toelichting Artikel 14</label></kop><al>Het college kan bij het verstrekken van een lening verplichtingen opleggen
                        die strekken tot verwezenlijking van het doel van de lening. Het doel is in
                        dit geval het in stand houden van het bereikte kwaliteitsniveau van het
                        monument na het treffen van voorzieningen gedurende de looptijd van de
                        lening. Aan de overtreding van deze voorwaarde kan het college op grond van
                        artikel 16 van deze verordening sancties verbinden. Als deskundige
                        organisatie voor het opstellen van een inspectierapport wordt in ieder geval
                        de Stichting Monumentenwacht Noord-Brabant aangemerkt.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>