<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>292147_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Brummen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Brummen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-27</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://www.brummen.nl/bekendmakingen-brummense-berichten/detail/1741/list/2015/13/?tx_ncgovpermits_controller%5BproductType%5D=verordeningen%20en%20reglementen&amp;tx_ncgovpermits_controller%5Bfulltext%5D=plaatselijke%20verordening&amp;cHash=c7246f04d97fa17f8322f4f7cb0cb0d0">'Brummense Berichten', 09-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening gemeente Brummen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-11-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights><dcterms:source resourceIdentifier="">Inspraakverordening gemeente Brummen</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-09-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging artikelen: 1:2, 2:1, 2:1a, 2:3, 2:10, 2:11, 2:12, 2:15, 2:24, 2:25, 2:31, 2:32, 2:34a, 2:34b, 2:40, 2:42, 2:51, 2:52, 2:59, 2:60, 2:62, 2:67, 2:68, 2:69, 2:72, 2:73, 4:1, 4:3, 4:11, 4:12, 4:17, 4:31, 4:32, 4:33, 5:3, 5:5, 5:9, 5:13, 5:39, 6:1, 6:2, 6:7 en toevoeging artikelen: 2:25a, 2:25b, 2:25c, 2:25d, 2:25e, 2:60a</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB15.0085</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><lijst><li nr="1."><al>Aanvragen waarop nog niet is beschikt bij de inwerkingtreding van dit
                            besluit, worden afgehandeld met inachtneming van dit besluit.</al></li><li nr="2."><al>Beleidsregels die zijn vastgesteld onder de Algemene Plaatselijke
                            Verordening gemeente Brummen 2013 blijven gelden onder dit besluit.</al></li></lijst></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule><vet>Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Brummen (APV)
            2013</vet></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De gemeenteraad van de gemeente Brummen;</al><al></al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12
                        maart 2013, met kenmerk RV13.0013;</al><al>gehoord het behandeladvies van het forum Samenleving/Bestuur/Financiën van
                        11 april 2013;</al><al></al><al>heeft besloten:</al><lijst><li nr="1."><al>Ten aanzien van de wijzigingsverordening op de Algemene Plaatselijke
                                Verordening gemeente Brummen 2013 geen inspraak te verlenen, zoals
                                omschreven in de inspraakverordening van de gemeente Brummen;</al></li><li nr="2."><al>De 'Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening gemeente
                                Brummen 2013' vast te stellen, met dien verstande dat de volgende
                                artikelen worden toegevoegd:</al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen</al><al>Artikel 2:44a Geprepareerde middelen om diefstaldetectie te
                                verhinderen</al><al>en dat artikel 5.14 Venten e.d. niet wordt geschrapt.</al></li><li nr="3."><al>De 'Wijzigingsverordening Drank- en Horecawet gemeente Brummen 2013'
                                vast te stellen, met dien verstande dat:</al><al>artikel 2:34f Verbod happy hours wordt geschrapt.</al></li><li nr="4."><al>De wijzigingsverordeningen in beslispunten 2 en 3 zes weken na
                                bekendmaking in werking te laten treden.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen weergegeven op de kaart
                                    in bijlage 1 bij deze verordening;</al></li><li nr="·"><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld
                                    in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of
                                    ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;</al></li><li nr="·"><al>bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening daaronder
                                    wordt verstaan;</al></li><li nr="·"><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="·"><al>gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                                    Woningwet daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="·"><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="·"><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="·"><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="·"><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="·"><al>weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                    Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag, tenzij in deze verordening anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verdagen, tenzij in deze verordening anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 of 4:12 van
                                deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan acht wekenvóór het tijdstip waarop de aanvrager
                                de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan hetbestuursorgaan
                                besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing waarbij
                                politieinzet isgewenst/noodzakelijk is, wordt ingediend minder dan
                                twaalf weken vóór het tijdstip waarop deaanvrager de vergunning of
                                ontheffing nodig heeft, kan het bestuursorgaan besluiten de
                                aanvraag</al><al>niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor vergunning of ontheffing mede wordt
                                ingediend voor het volgende jaar of volgende jaren, kan het
                                bestuursorgaan besluiten het gedeelte van de aanvraag of ontheffing
                                dat betrekking heeft op het volgende jaar of de volgende jaren
                                buiten behandeling te laten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders isbepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn ofworden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gesteldetermijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders isbepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegde gezag
                                worden geweigerd in hetbelang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing voorzover in het betrokken
                                artikel één of meer weigeringsgronden zijn genoemd, tenzij in het
                                betrokken artikel wordt verwezen naar artikel 1:8.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht van
                                toepassing</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr><titel>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van
                                toepassing</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Orde en veiligheid op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door
                                    uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats </al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                            ontstaanof dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot
                                            toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of
                                            dreigen te ontstaan; of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                            samenscholing</al></li></lijst><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege hetbevoegd gezag in het belang van
                                    de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden
                                    zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op
                                    betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                    levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare
                                    manifestaties.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1a</nr><titel>Nachtelijk verblijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich tussen zonsondergang en zonsopgang te
                                    bevinden in door het bevoegd bestuursorgaan aangewezen
                                    gebieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in
                                    het eerste lid gestelde verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1b</nr><titel>Gebiedsontzegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan degene die, hetzij alleen, hetzij in
                                    groepsverband, de openbare orde ernstig verstoort door het
                                    plegen van strafbare feiten, of anderszins personen lastig valt
                                    of schade toebrengt uit het oogpunt van openbare orde het bevel
                                    geven zich te verwijderen en zichverwijderd te houden van of uit
                                    een door de burgemeester bij bevel gegeven plaats of
                                    gebiedgedurende de tijd bij het bevel genoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zich in het gebied te bevinden in strijd met een
                                    krachtens het eerste lidgegeven bevel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde bevel geldt niet voor zover de
                                    persoon tot wie het bevel isgericht:</al><lijst><li nr="a."><al>in het gebied blijkens opgave in het persoonsregister
                                            van de gemeente woonachtig is, of</al></li><li nr="b."><al>aannemelijk maakt dat hij op de plaats of in het gebied
                                            werkzaam is, of</al></li><li nr="c."><al>anderszins aannemelijk maakt dat hij een zwaarwegend
                                            belang heeft zich in dat gebied op te houden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester bepaalt de plaats of het gebied waarvoor een
                                    gebiedsontzegging bij bevelopgelegd kan worden.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                    bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                    manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en
                                    ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk op de werkdag die aan de dag van het tijdstip vóór
                                    12.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een
                                    kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg in strijd
                                    met de publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan
                                    de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig
                                    de publieke functie daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een:</al><lijst><li nr="a."><al>bouwkeet/schaftkeet;</al></li><li nr="b."><al>container</al></li><li nr="c."><al>kraanwagen;</al></li><li nr="d."><al>toiletkeet;</al></li><li nr="e."><al>driehoeksreclameborden/sandwichborden;</al></li><li nr="f."><al>spandoeken;</al></li></lijst><al>mits de onder 2a t/m 2d genoemde objecten niet langer dan 30
                                    dagen en de onder 2e en 2f genoemde objecten niet langer dan 10
                                    dagen ter plaatse blijven en hiervan minimaal 10 werkdagen vóór
                                    plaatsing melding is gedaan aan het college, middels een door
                                    het college vastgesteld formulier en uiterlijk op de 10e werkdag
                                    na de melding geen tegenbericht is ontvangen, dat de melding
                                    niet akkoord is bevonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid en een melding als
                                    bedoeld in het tweede lid kan worden geweigerd dan wel niet
                                    akkoord worden bevonden, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar
                                            oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                            doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>Het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het College kan in het belang van de openbare orde of de woon-
                                    en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
                                    uitstallingen en reclame-uitingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:15.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor
                                    zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)Vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit; of</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien door
                                    of in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam
                                    publieke taken worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                    wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek van Strafrecht
                                    </onderstreept>, de <onderstreept>Wet beheer
                                        Rijkswaterstaatswerken</onderstreept> , de vigerende
                                    Wegenverordening Gelderland, de Waterschapskeur, de
                                        T<onderstreept>elecommunicatiewet</onderstreept> of de
                                    daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is
                                        <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht</onderstreept> (positieve fictieve beschikking
                                    bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder een omgevingsvergunning van het college
                                    een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een
                                    bestaandeuitweg naar de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning
                                    voorts slechts geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;
                                        </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>indien door de uitweg het (openbaar) groen op
                                            onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of</al></li><li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg
                                            van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het (openbaar) groen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken,
                                    de Waterschapskeur of de vigerende Wegenverordening Gelderland.
                                </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraag 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder
                                of gevaar ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                    meter boven dat gedeelte van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad
                                    of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m
                                    uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte
                                    delen van een afscheiding zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan wat
                                    artikel 1 van deWegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door deWaterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement zoals een snuffelmarkt, straatfeest,
                                            buurtbarbecue, muziekvoorstelling in een muziektent,
                                            open dag, kinderspelactiviteit, plechtigheid of
                                            soortgelijke activiteit die op één dag plaatsvindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder geluidsgevoelige gebouwen wordt verstaan: woningen en
                                    gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder
                                    worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering
                                    van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder geluidsgevoelige terreinen wordt verstaan: terreinen die
                                    op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt
                                    als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                    behorende bij de betreffende inrichting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de
                                    burgemeester een evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan in verband met de voorbereidingstijd van het
                                    evenement van de termijn genoemd in artikel 1:3 afwijken of voor
                                    bijzondere, periodiek terugkerende evenementen afzonderlijk
                                    bepalen op welk tijdstip de aanvraag wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                    orde en veiligheid of de woon- en leefomgeving nadere regels
                                    stellen ten aanzien van evenementen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan plaatsen aanwijzen waarvoor het in dit
                                    artikel onder lid 1 genoemde verbod niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op een aangewezen plaats als bedoeld in lid 4 van dit artikel is
                                    artikel 2:25a van overeenkomstige toepassing met uitzondering
                                    van het genoemde in lid 1.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de burgemeester ontheffing
                                    verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148 , van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25a</nr><titel>Uitzondering vergunningsplicht voor eendaagse
                                    evenementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100
                                            personen;</al></li><li nr="b."><al>Het evenement tussen 09:00 en 24:00 uur plaats
                                            vindt;</al></li><li nr="c."><al>Geen muziek ten gehore wordt gebracht na 23:00 uur;</al></li><li nr="d."><al>Het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad/voetpad of anderszins een belemmering
                                            vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al>Er slechts kleine objecten (bijvoorbeeld partytenten)
                                            geplaatst worden met een totaal oppervlakte van minder
                                            dan 50 m2;</al></li><li nr="f."><al>Het evenement niet plaatsvindt op de zondag vóór 13:00
                                            uur;</al></li><li nr="g."><al>Er geen doorgaande wegen hoeven te worden afgesloten
                                            c.q. verkeersmaatregelen getroffen hoeven te
                                            worden;</al></li><li nr="h."><al>Er een organisator is;</al></li><li nr="i."><al>Geen sprake is van verkoop/schenken van alcohol.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover een evenement voldoet aan alle in lid 1 van dit
                                    artikel genoemde voorwaarden - met uitzondering van de
                                    voorwaarde, zoals gesteld in lid 1, onder 9 - dient de
                                    evenementenorganisator het evenement uiterlijk 21 dagen,
                                    voorafgaande aan het evenement te melden aan de
                                    burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding
                                    besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in lid 2
                                    te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare
                                    veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden een evenement te houden of hieraan deel te nemen
                                    als:</al><lijst><li nr="a."><al>geen kennisgeving is gedaan overeenkomstig het tweede
                                            lid;</al></li><li nr="b."><al>wordt afgeweken van de bij de kennisgeving verstrekte
                                            gegevens;</al></li><li nr="c."><al>in strijd wordt gehandeld met de door de burgemeester
                                            gegeven voorschriften zoals bedoeld in artikel
                                            2:25c</al></li><li nr="d."><al>de burgemeester het evenement heeft verboden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25b</nr><titel>Bijzondere weigeringsgronden</titel></kop><al>De burgemeester kan de vergunning weigeren als naar zijn
                                oordeel:</al><lijst><li nr="a."><al>Het evenement gevaar oplevert voor de openbare orde, de
                                        gezondheid, de veiligheid, de brandveiligheid of voor het
                                        ontstaan van wanordelijkheden;</al></li><li nr="b."><al>Een onevenredig groot aantal bezoekers te verwachten
                                        is;</al></li><li nr="c."><al>Het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de
                                        bestemming van de plaats op waar het wordt gehouden;</al></li><li nr="d."><al>Het evenement een onevenredig groot beslag legt op de
                                        beschikbare ruimte of tijd dan wel de inzet van
                                        hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al>Het evenement een belemmering vormt voor het verkeer;</al></li><li nr="f."><al>Van het evenement een onevenredige belasting voor het woon-
                                        of leefklimaat in de omgeving te verwachten is;</al></li><li nr="g."><al>Het evenement verontreiniging tot gevolg heeft, afbreuk doet
                                        aan het uiterlijk aanzien van de omgeving dan wel schade
                                        toebrengt aan groenvoorzieningen of voorzieningen van
                                        openbaar nut;</al></li><li nr="h."><al>De organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed
                                        verloop van het evenement, gelet op de hiervoor genoemde
                                        belangen of</al></li><li nr="i."><al>De organisator onvoldoende waarborgen biedt om schade aan
                                        het milieu als gevolg van het evenement te voorkomen of te
                                        beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25c</nr><titel>Vergunningvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan aan de vergunning bedoeld in artikel 2:25,
                                    eerste lid voorschriften en beperkingen verbinden ter
                                    bescherming van de in artikel 2:25b genoemde belangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de naleving van deze
                                    voorschriften bepalen dat een borgsom wordt betaald voordat het
                                    evenement wordt gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan de organisator of degene die feitelijk
                                    leiding geeft aan het evenement bevelen maatregelen te nemen ter
                                    bescherming van de in artikel 2:25b genoemde belangen, dan wel
                                    hem bevelen het evenement onmiddelijk te beëindigen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden te handelen in strijd met een bevel als bedoeld
                                    in het derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25d</nr><titel>Samenloop</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het verrichten van activiteiten op het evenemententerrein
                                    die op grond van een gemeentelijke verordening
                                    vergunningplichtig zijn, is geen afzonderlijke vergunning nodig,
                                    mits die activiteiten in de evenementenvergunning van de
                                    organisator zijn vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan de vergunninghouder verboden de in het
                                    eerste lid bedoelde activiteiten te verrichten, tenzij zij zich
                                    bij overeenkomst jegens hem hebben verplicht de aan zijn
                                    evenementenvergunning verbonden voorschriften en beperkingen na
                                    te leven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25e</nr><titel>Behoud privaatrechtelijke bevoegdheden</titel></kop><al>De voorgaande artikelen laten onverlet de bevoegdheid van de
                                gemeente om voor het gebruik van gemeentegrond of openbaar water als
                                evenemententerrein een overeenkomst te sluiten. Hierin kunnen
                                bedingen zijn opgenomen die zien op de in artikel 2:25b genoemde
                                belangen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26a</nr><titel>Verplichtingen tijdens evenementen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in eenomvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
                                        geschonken ofrookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                        worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijfwordt in
                                        ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café,
                                        cafetaria, snackbar, discotheek,buurthuis of clubhuis. Onder
                                        horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit bedrijf
                                        behorendterras en andere aanhorigheden;</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting
                                        liggend deel van het horecabedrijf waarsta- of
                                        zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                                        dranken kunnen wordengeschonken of spijzen voor directe
                                        consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Mogelijkheid tot verbod exploitatie horecabedrijf</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant verboden het horecabedrijf voor bezoekers
                                    geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten
                                    verblijven: op maandag tot en met vrijdag tussen 01:30 en 06:00
                                    uur, en op zaterdag en zondag tussen 03:00 en 06:00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet tijdens de
                                    jaarwisseling en geldt voorts niet voor het horecabedrijf,
                                    gelegen in een dorp/kern voor de dagen waarop de jaarlijkse
                                    kermis/volksfeest wordt gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan in zeer bijzondere situaties ontheffing
                                    verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
                                    sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;</al></li><li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen
                                        die geen gebruik maken van het terras;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van <onderstreept>artikel 437, eerste lid, van het Wetboek
                                        van
                                    Strafrech</onderstreept><onderstreept>t.</onderstreept></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting
                                    enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt hetcollege op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tot en met
                                2:31.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8A.</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank- en horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>alcoholhoudende drank,</al></li><li nr="-"><al>horecabedrijf,</al></li><li nr="-"><al>horecalocaliteit,</al></li><li nr="-"><al>inrichting,</al></li><li nr="-"><al>paracommerciële rechtspersoon,</al></li><li nr="-"><al>sterke drank,</al></li><li nr="-"><al>slijtersbedrijf en</al></li><li nr="-"><al>zwak-alcoholhoudende drank,</al></li></lijst><al>dat wat daaronder wordt verstaan in de <onderstreept>Drank- en
                                    Horecawet.</onderstreept></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>Regulering paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een paracommercieel rechtspersoon kan alcoholhoudende drank
                                    uitsluitend verstrekken vanaf 1 uur voor de aanvang en tot
                                    uiterlijk 1 uur na afloop van een activiteit die wordt
                                    uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de
                                    rechtspersoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende
                                    drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en
                                    bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet
                                    rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende
                                    rechtspersoon betrokken zijn, als dit zou leiden tot oneerlijke
                                    mededinging.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                            a, van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten
                                    toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn geen kansspelautomaten
                                    toegestaan. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichbaar is te bekrassen of
                                    te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien
                                    gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen, of
                                    voorwerpen of middelen of werktuigen, die daar, gelet de
                                    omstandigheden voor gebruikt zouden kunnen worden, en/of
                                    vermommingartikelen te vervoeren, bij zich te hebben of te
                                    dragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing, indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt, of
                                    niet zijn bestemd om zich onrechtmatig toegang te verschaffen
                                    tot een gebouw of erf; onrechtmatig sluitingen te openen of te
                                    verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken,
                                    of het maken van sporen of herkenning bij het plegen van
                                    voornoemde strafbare feiten te voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44a</nr><titel>Geprepareerde middelen om diefstaldetectie te
                                    verhinderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg, in de nabijheid van winkels een tas,
                                    of enig kledingstuk te dragen, te vervoeren of bij zich te
                                    hebben, die/dat kennelijk uitgerust is om het plegen van
                                    winkeldiefstallen te vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het 1e lid gestelde verbod is niet van toepassing, indien
                                    kan worden aangetoond, dat de tas of het kledingstuk niet voor
                                    dat doel bestemd is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op
                                            een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                            gebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen
                                            onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen ensoortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zichzonder
                                    redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik
                                    bestemde ruimte van zo'ngebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of opeen voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel,parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan weldeze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte isbestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan, voor, tegen een wegafzetting, dranghek,
                                raam, raamkozijn, deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van
                                een portiek indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of</al></li><li nr="b."><al>Daardoor de ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de
                                burgemeester zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te
                                bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen
                                terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod
                                kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat
                                            die hond aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>buiten de bebouwde kom op de weg, zonder toezicht;</al></li><li nr="c."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide, sportveld en park ’t Goor te Brummen of op
                                            een andere door het college aangewezen plaats;</al></li><li nr="d."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                            duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en c gelden niet
                                    voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze opleidt tot
                                    geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al><lijst><li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede
                                            bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak,
                                            speelweide, plantsoen, sportveld of begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid, onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid, is een
                                    ieder die zich met een hond opeen openbare plaats bevindt,
                                    verplicht een schepje of andere doeltreffend hulpmiddel
                                    teronmiddellijke verwijdering van eventuele hondenuitwerpselen
                                    bij zich te hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is, en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder d,
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                    plaatsen, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde
                                            regels;</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                    ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet
                                    milieubeheer van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60a</nr><titel>Hinder of schade veroorzaakt door dieren in of nabij
                                    woningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in of nabij woningen dieren aanwezig te hebben,
                                    op een dusdanige wijze dat dit voor de omgeving en/of omwonenden
                                    hinderlijk of schadelijk is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt slechts, nadat de
                                    betrokkene door het college is aangeschreven, dat dit verbod ten
                                    aanzien van de in die aanschrijving te noemen diersoorten van
                                    toepassing is. Degene tot wie de aanschrijving is gericht of
                                    diens rechtsopvolger is verplicht de aanschrijving te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet
                                    milieubeheer van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens
                                (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet
                                van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is
                                verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden
                                dat dit vee die weg niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Overlast door het plaatsen van minicontainers en grofvuil op
                                    openbare grond</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de Algemene Maatregel van Bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te
                                    nemen:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor
                                            zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                            goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed; en</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vrijstelling is <onderstreept>paragraaf 4.1.3.3 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht </onderstreept>(positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><lijst><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefend met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde
                                                adressen;</al></li><li nr="3."><al>dat hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door
                                        <onderstreept>artikel 429, aanhef en onder 1, van het
                                        Wetboek van Strafrecht</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73a</nr><titel>Gebruik van carbid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen
                                    calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met
                                    vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden op
                                    zodanige wijze dat gevaar, schade of hinder voor de omgeving kan
                                    worden veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod gesteld in het eerste lid geldt niet indien:</al><lijst><li nr="a."><al>Gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/ of dergelijke
                                            voorwerpen met een maximale inhoud van 50 liter, met
                                            gebruikmaking van acetyleengas afkomstig van een reactie
                                            tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels
                                            met vergelijkbare eigenschappen en</al></li><li nr="b."><al>het gebruik plaatsvindt op 31 december van 10:00 uur tot
                                            1 januari 02:00 uur en</al></li><li nr="c."><al>de plaats vanwaar geschoten wordt, is gelegen: buiten de
                                            bebouwde kom en op een afstand van tenminste 75 meter
                                            van woonbebouwing en op een afstand van tenminste 300
                                            meter van in gebruik zijnde voorzieningen voor het
                                            houden van dieren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing voorzover de Wet
                                    Milieubeheer, de Wet wapens en munitie, deWet milieugevaarlijke
                                    stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van
                                    Strafrechtvan toepassing is.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Openlijk drugsgebruik</titel></kop><al>Vervallen </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15.</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doenophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indiendeze
                                personen het bepaalde in artikel 2:1 (samenscholing en
                                ongeregeldheden), 2:47 (hinderlijk gedragop openbare plaatsen), 2:48
                                (verboden drankgebruik), 2:49 (verboden gedrag bij of in gebouwen),
                                2:50(hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten),
                                2:73 (bezigen consumentenvuurwerk) of</al><al>2:73a (gebruik van carbid) van de Algemene plaatselijke verordening
                                groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbareorde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, eengebied, met
                                inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen
                                en daarbij</al><al>behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet besluiten tot plaatsingvan vaste camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid eveneens ten aanzien vanandere openbare plaatsen: openbare
                                    parkeerplaatsen of openbare parkeerterreinen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met eenander tegen vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen meteen ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in eenomvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen vanerotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan:</al><al>een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een
                                        parenclub of een prostitutiebedrijfwaaronder tevens begrepen
                                        een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig ofin een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in debedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederenvan
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die eenseksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging vandie rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent,dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li></lijst><lijst><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2 van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenennoodzakelijk
                                                is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreftvoor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                deGemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van debevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                            en</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie
                                            openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius,
                                            Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere
                                            rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands
                                            recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                            artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                            Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al><al> bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                            Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet
                                            arbeid vreemdelingen;</al><lijst><li nr="."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b,
                                                  242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot
                                                  en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en
                                                  453 van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163
                                                  van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="."><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en
                                                  30b van de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</al></li><li nr="."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toete laten of te laten
                                    verblijven:</al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01:00 en 07:00
                                            uur;</al></li><li nr="b."><al>op zaterdag en zondag tussen 02:30 en 07:00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd datdie seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid,gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in de daarin geregeldeonderwerpen wordt voorzien door
                                    de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheidmet de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolgeartikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><al>Vervallen </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslissingstermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om
                                    vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf
                                    weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in dit artikel genoemde termijnen worden opgeschort indien er
                                    een advies wordt gevraagd als bedoeld in artikel 9 van de Wet
                                    bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                    bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan,
                                            voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening; of</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven
                                    kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de
                                    aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid,
                                    achterwege gelaten, in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="d."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="e."><al>de gezondheid of zedelijkheid; of</al></li><li nr="f."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan exploitatie van de seksinrichting of
                                    het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of hetescortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijkebeëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het
                                    bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegdbestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunningovereenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid,aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefenddoor een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid
                                    heeftingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:17</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><al>Een vergunning wordt naast het gestelde in artikel 1:6 tevens
                                ingetrokken:</al><lijst><li nr="a."><al>indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat een in de
                                        vergunning genoemde beheerderniet meer als zodanig werkzaam
                                        is of indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat een
                                        nietin de vergunning vermeld persoon leidinggevende of
                                        onmiddellijk leidinggevende is geworden;</al></li><li nr="2."><al>indien zich naar het oordeel van het bevoegd gezag ten
                                        aanzien daarvan feiten hebbenvoorgedaan, die de vrees
                                        wettigen dat het van kracht blijven der vergunning gevaar
                                        zou kunnenopleveren voor de openbare orde, veiligheid of
                                        zedelijkheid en/of de leef- en/of woonsituatie;</al></li><li nr="3."><al>in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3
                                        van de wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het
                                        openbaar bestuur of naar aanleiding van een op grond van
                                        artikel 7 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen
                                        door het openbaar bestuur door het bevoegdbestuursorgaan
                                        gevraagd en door het Bureau bevordering
                                        integriteitsbeoordelingen door hetopenbaar bestuur
                                        uitgebracht advies.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wetgeluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van
                                        gebouwenbehorende bij de betreffende inrichting;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder wordenaangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij debetreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat deaanwijzing slechts geldt in een door
                                    hem aangewezen gedeelte.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing van de collectieve activiteiten
                                    ten minste vier weken voor hetbegin van een nieuw kalenderjaar
                                    bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, eenfestiviteit terstond als
                                    collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt
                                    door de inrichting, bedraagtniet meer dan 75 dB(A), gemeten op
                                    de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwinggelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek hogerdan de geluidsnorm als bedoeld in
                                    de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit uiterlijk om
                                    02:00 uur te worden beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6a</nr><titel>Verplichtingen tijdens festiviteiten (binnen inrichtingen met
                                    een Wm-vergunning of AMvB)</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Verbod op het uitbranden van sloten e.d.</titel></kop><al>Het is verboden riet, ruigten, houtopstanden, bermen en sloten uit
                                te branden.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een
                                            dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 15 centimeter op
                                            1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van
                                            meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste
                                            stam. In het kader van een herplant- of
                                            instandhoudingplicht kunnen voorschriften gesteld en
                                            maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan 15
                                            centimeter dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven het
                                            maaiveld;</al></li><li nr="b."><al>houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal,
                                            een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken,
                                            een beplanting van bosplantsoen;</al></li><li nr="c."><al>hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te
                                            zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.</al></li><li nr="d."><al>dunning: velling welke uitsluitend als een
                                            voorzorgsmaatregel ter bevordering van de groei van de
                                            overblijvende houtopstand moet worden beschouwd, waarbij
                                            de oppervlakte/grondprojectie van de houtopstand gelijk
                                            blijft;</al></li><li nr="e."><al>knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats
                                            verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen,
                                            gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek
                                            noodzakelijk onderhoud;</al></li><li nr="f."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente,
                                            vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de
                                            Boswet;</al></li><li nr="g."><al>boomwaarde: het bedrag dat wordt gevonden door
                                            vermenigvuldiging van verschillende factoren: de
                                            oppervlakte in cm² van de dwarsdoorsnede op 1,3 meter
                                            boven het maaiveld, de geïndexeerde eenheidsprijs per
                                            cm2, de standplaatswaarde, de conditiewaarde, de waarde
                                            van de plantwijze, enz., één en ander bekend onder de
                                            naam "Methode Raad", of overeenkomstig de laatst bekende
                                            richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs
                                            van Bomen;</al></li><li nr="h."><al>historische panden: Rijks- of gemeentelijke monumentale
                                            panden of panden, die van algemeen belang zijn wegens
                                            hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of hun
                                            cultuurhistorische waarde;</al></li><li nr="i."><al>Erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte
                                            daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en
                                            dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van
                                            het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een
                                            bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing
                                            is, deze die inrichting niet verbieden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt onder het vellen mede verstaan rooien,
                                    met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van
                                    handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of
                                    ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge
                                    kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                    houtopstand te vellen of te doen vellen.</al><lijst><li nr="a."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                            houtopstanden binnen de bebouwde kom en houtopstanden op
                                            erf buiten de bebouwde kom, wanneer het betreft:</al><lijst><li nr="-"><al>de loofhoutsoorten berk (Betula), esdoorn
                                                  (Acer), kers (Prunus), lijsterbesachtigen
                                                  (Sorbus), gouden regen (Laburnum), goudiep (Ulmus
                                                  carpinifolia ‘Wredei’), hulst (Ilex), Italiaanse
                                                  populier (Populus nigra ‘Italica’), Appel (Malus),
                                                  Krenteboompje (Amelanchier), fluweelboom (Rhus)
                                                  en</al></li><li nr="-"><al>de naaldbomen, met uitzondering van Taxus (Taxus
                                                  soorten).</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>De in lid 1 onder a gestelde vrijstellingen gelden niet
                                            voor houtopstanden wanneer:</al><lijst><li nr="-"><al>het een houtopstand betreft: in een tuin
                                                  behorende bij een historisch pand;</al></li><li nr="-"><al>in het Wilhelminapark in Eerbeek;</al></li><li nr="-"><al>geregistreerde monumentale bomen bij ‘De
                                                  Bomenstichting’ te Amsterdam;</al></li><li nr="-"><al>of een houtopstand op door het college nader aan
                                                  te wijzen plaatsen.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    houtopstanden wanneer het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>populieren en wilgen als wegbeplantingen en éénrijige
                                            beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze
                                            zijn geknot;</al></li><li nr="b."><al>fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf
                                            jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op
                                            daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden
                                            geveld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt tevens niet voor
                                    houtopstand buiten de bebouwde kom, die een zelfstandige eenheid
                                    vormt en die een grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, hetzij
                                    in geval van rijbeplanting, gerekend over het totaal aantal
                                    rijen, meer bomen bevat dan 20.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt tenslotte niet
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                            Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last
                                            van het college, zulks onverminderd het bepaalde in
                                            artikel 4:18 van deze paragraaf;</al></li><li nr="b."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                            reguliere onderhoud;</al></li><li nr="c."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als
                                            cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte
                                            boomsoorten;</al></li><li nr="d."><al>hagen of heggen staande in de onmiddellijke nabijheid
                                            van woonbebouwing buiten, dan wel binnen de bebouwde
                                            kom, waarbij sprake is van een zekere ruimtelijke
                                            relatie met deze woonbebouwing.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester
                                    toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in
                                    verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een
                                    direct gevaar voor personen of goederen (noodkap).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Aanvraag vergunning:</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Weigering ex lege:</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan wel onder
                                    voorschriften verlenen in het belang van onder meer:</al><lijst><li nr="-"><al>natuur- en milieuwaarden;</al></li><li nr="-"><al>landschappelijke waarden;</al></li><li nr="-"><al>cultuurhistorische waarden;</al></li><li nr="-"><al>waarden van stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="-"><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="-"><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Inwerkingtreding vergunning</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Vervaltermijn vergunning</titel></kop><al>Vervallen </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                                    het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                    overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen
                                    moet worden herplant. In ieder geval wordt een herplantplicht
                                    opgelegd, indien het gemeentelijk beleid of een bestemmings-,
                                    bomen-, groen-, of landschapsplan de te vellen houtopstand
                                    direct of indirect als waardevol omschrijft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
                                    kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren
                                    aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand
                                    voorkomende flora en fauna.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is,zonder vergunning van het
                                    bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is
                                    gegaan,kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de
                                    grond waarop zich de houtopstandbevond dan wel aan degene die
                                    uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is,
                                    deverplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door
                                    hen te geven aanwijzingen binneneen door hen te stellen
                                    termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij tevens wordenbepaald binnen welke termijn na
                                    herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting
                                    moetworden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is,in het voortbestaan ernstig
                                    wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                    gerechtigdevan de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan
                                    wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van
                                    voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om
                                    overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door
                                    hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                    bedreiging wordt weggenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:20</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Het college beslist op een verzoek om schadevergoeding op grond van
                                artikel 17, juncto artikel 13vierde lid, van de Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:21</nr><titel>Bestrijding van iepziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
                                            Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi
                                            (Buism.) C. Moreau);</al></li><li nr="b."><al>iepenspintkever: het insect, in elk
                                            ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus
                                            scolytus (F.) en Scolytus multistratus (Marsch) en
                                            Scolytus pygmaeus.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar
                                    het oordeel van burgemeester en wethouders gevaar opleveren van
                                    verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van de
                                    iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door
                                    het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij
                                    aanschrijving vast te stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de iepen te ontbasten en de bast te vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen
                                            of zodanig te behandelen dat verspreiding van de
                                            iepziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan
                                            voorhanden of in voorraad te hebben of te
                                            vervoeren;</al></li><li nr="b."><al>het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast
                                            iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan
                                            4 centimeter;</al></li><li nr="c."><al>het college kan ontheffing verlenen van het onder a. van
                                            dit lid gestelde verbod.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde aanschrijving
                                    biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de
                                    noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van
                                    aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden
                                    verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:22</nr><titel>Verhouding tussen kap- en bouw- of aanlegvergunning</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:23</nr><titel>Bescherming bomen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Bescherming van flora en fauna</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:24</nr><titel>Bescherming van het wild</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd, indien bij een hoge waterstand de
                                    uiterwaarden geheel of gedeeltelijkzijn overstroomd, ter
                                    bescherming van het wild door middel van het plaatsen van borden
                                    dedaarvoor in aanmerking komende wegen voor al het verkeer met
                                    inbegrip van voetgangers af tesluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden van een weg gebruik te maken of zich daarop te
                                    bevinden, welke ingevolge hetgestelde in lid 1 is afgesloten,
                                    dan wel zich te bevinden op ondergelopen terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het hiervoor gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    bestemmingsverkeer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:25</nr><titel>Verbod op paardrijden buiten ruiterpaden</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.26</nr><titel>Verbod op dropping e.d. in beschermd gebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden tussen zonsondergang en zonsopgang een dropping
                                    of een oriënteringstocht teorganiseren of daaraan deel te nemen
                                    op grond die in de gemeentelijke planologischevoorschriften
                                    betreffende het gebied van de gemeente dat niet tot de bebouwde
                                    kom behoort,wordt aangeduid als te beschermen natuur- of
                                    bosgebied.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing op droppingen en
                                    oriënteringstochten op openbare wegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen voor het houden van een
                                    oriënteringstocht:</al><lijst><li nr="-"><al>nadat de eigenaar van de grond schriftelijk toestemming
                                            heeft verleend;</al></li><li nr="-"><al>indien aannemelijk is dat het wild niet verstoord zal
                                            worden;</al></li><li nr="-"><al>indien de tocht dezelfde avond voor 23:00 uur beëindigd
                                            zal zijn.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:27</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:28</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:29</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:30</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:31</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel <onderstreept>2.1, eerste lid onder a van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht</onderstreept> is vereist,
                                dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden
                                gebruikt voor recreatief nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:32</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
                                    beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit
                                    is bestemd of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap; of</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:33</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 4:32, eerste lid is niet van toepassing
                                    op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming
                                    van de belangen genoemd artikel 4:32, vierde lid, onder a en
                                    b.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen ten behoeve van autobedrijf
                                    e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen testallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een dezer
                                            voertuigen; dan wel;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen en/of goederen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot de voertuigen bedoeld in het eerste lid worden niet gerekend
                                    voertuigen, gebezigd voor persoonlijk gebruik van de in het
                                    eerste lid genoemde persoon.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden er een gewoonte van te maken een voertuig te
                                parkeren op of aan de weg met het kennelijke doel het te koop aan te
                                bieden of te verhandelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de <onderstreept>Wet
                                    milieubehe</onderstreept>er.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een weg;</al></li><li nr="b."><al>op een plaats te parkeren, op zodanige wijze dat dit
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzienvan de
                                            gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op deweg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar, houder of gebruiker van een voertuig dat,
                                    met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan zes
                                    meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, verboden te parkeren
                                    op een weg binnen de bebouwde kom.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op door het
                                    college aangewezen plaatsen, wegen, dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet tussen
                                    07:00 uur en 19:00 uur, voor de tijd, die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden, waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan andere dan in het derde lid gestelde tijden
                                    vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning ofander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht vanbewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszinshinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanweizhgeid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park ofplantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is voor instellingen die niet op de lijst van het Centraal
                                    Bureau Fondsenwerving staan verboden zonder vergunning van het
                                    college een openbare inzameling van geld of goederen te houden
                                    of daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.14</nr><titel>Venten e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college in de
                                    uitoefening van handel op of aan de weg of op of aan een
                                    openbaar water, aan een huis dan wel op een andere - al dan niet
                                    met enige beperking - voor het publiek toegankelijke en in de
                                    openlucht gelegen plaats goederen te koop aan te bieden, te
                                    verkopen of af te geven dan wel diensten aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van het te koop aanbieden, verkopen of
                                            afleveren van gedrukte of geschreven stukken waarin
                                            gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                            artikel 7, eerste lid, van de Grondwet;</al></li><li nr="b."><al>voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren van
                                            goederen door - of door huisgenoten of personeel van -
                                            hem die dit mede doet ter exploitatie van zijn winkel,
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="c."><al>voor het te koop aanbieden of verkopen van goederen op
                                            de plaats die is aangewezen voor het houden van een
                                            markt, zulks gedurende de tijden waarop die markt
                                            gehouden wordt;</al></li><li nr="d."><al>voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen op een standplaats bedoeld in artikel
                                            5:15.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of
                                            -veiligheid;</al></li><li nr="d."><al>wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te
                                            verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            een redelijk verzorgingsniveau voor de consumenten ter
                                            plaatse in gevaar komt.</al></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbareen in de openlucht gelegen plaats te
                                    koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                    danweldiensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke
                                    middelen, zoals een kraam, een wagen of eentafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan het college de
                                    vergunning weigeren wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
                                    orde en veiligheid of de woon- en leefomgeving nadere regels
                                    stellen ten aanzien standplaatsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van hetcollege standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:16, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerpwordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:16, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><al>Vervallen; opgenomen in artikel 2:24 en 2:25</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen
                                            gevaar, overlast of hinder voor de omgeving
                                            oplevert;</al></li><li nr="d."><al>het verbranden van schoon snoeihout in de maanden
                                            oktober t/m maart in het buitengebied van de gemeente
                                            Brummen. Voor het stoken van een paasvuur is altijd een
                                            ontheffing nodig. Zelf als Pasen binnen deze periode
                                            valt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor zover er sprake is van een situatie, zoals omschreven in
                                    lid 2, onder d. dient voldaan te worden aan de volgende
                                    voorwaarden:</al><lijst><li nr="·"><al>Er mag alleen snoeihout afkomstig van
                                            landschapsonderhoud en erfbeplanting worden
                                            verbrand;</al></li><li nr="·"><al>Er mag geen snoeihout, dat is ontstaan binnen de
                                            bebouwde kom, naar het buitengebied worden overgebracht
                                            om daar te verbranden;</al></li><li nr="·"><al>De totale hoeveelheid te verbranden snoeihout mag
                                            maximaal 50 m3 zijn. Dit mag geen bedrijfsmatig kap- en
                                            snoeihout betreffen. Het mee verbranden van andere
                                            (afval)stoffen is nadrukkelijk niet toegestaan;</al></li><li nr="·"><al>Vanaf de brandplaats moet de afstand tot woningen van
                                            derden en bos- en heidegebieden minimaal 100 meter
                                            bedragen. De afstand tot brandbare objecten (gebouwen)
                                            en wegen moet minimaal 50 meter bedragen;</al></li><li nr="·"><al>De brandplaats mag een maximale oppervlakte hebben van
                                            20 m2.</al></li><li nr="·"><al>Er mag geen verbranding binnen het terrein van een
                                            inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer
                                            plaatsvinden;</al></li><li nr="·"><al>Er moet worden zorggedragen dat er geen verontreiniging
                                            van de bodem dan wel oppervlaktewater optreedt. Artikel
                                            13 van de Wet bodembescherming (zorgplicht) en artikel
                                            6.2 van de Waterwet mogen niet worden overtreden. Voor
                                            het maken van vuur mag daarom geen gebruik worden
                                            gemaakt van vloeibare brandstoffen;</al></li><li nr="·"><al>Vanaf de brandplaats moet een afstand van minimaal 5
                                            meter tot een watergang worden aangehouden;</al></li><li nr="·"><al>Het verbranden van snoeihout moet geschieden op een
                                            voorziening, zoals bijvoorbeeld beton, stenen, tegels of
                                            metal;</al></li><li nr="·"><al>De verbrandingsresten moeten binnen 72 uur na de
                                            verbranding op een verantwoorde wijze worden verwijderd
                                            en afgevoerd;</al></li><li nr="·"><al>De weersomstandigheden moeten voldoen aan de volgende
                                            twee eisen:</al><lijst><li nr="-"><al>Het moet droog weer zijn, dus bij regen of mist
                                                  mag er geen verbranding plaatsvinden;</al></li><li nr="-"><al>De windkracht mag maximaal 5 Beaufort zijn (max.
                                                  10,7 m/s).</al></li></lijst></li><li nr="·"><al>Er mag geen gevaar of overlast voor de omgeving
                                            optreden. Dit geldt zowel voor buurtbewoners als het
                                            verkeer;</al></li><li nr="·"><al>Er moet onafgebroken toezicht zijn op het vuur door een
                                            meerderjarige;</al></li><li nr="·"><al>Er moet worden zorggedragen voor een goed brandend vuur,
                                            zodat zo min mogelijke rookontwikkeling plaatsvindt.
                                            Verder moet zodanig worden gestookt, dat er geen
                                            vliegvuur of hinder ten gevolge van rook kan ontstaan.
                                            Bij hinder aan derden moet het stoken direct worden
                                            beëindigd;</al></li><li nr="·"><al>Er moeten voldoende blusmiddelen aanwezig zijn om,
                                            indien nodig, het vuur te temperen of te doven. Dit kan
                                            bijvoorbeeld met (een combinatie van) de volgende
                                            blusmiddelen:</al><lijst><li nr="-"><al>een schop en voldoende zand;</al></li><li nr="-"><al>een tuinslang of emmers water;</al></li><li nr="-"><al>een brandblusser.</al></li></lijst></li><li nr="·"><al>Verbranding mag slechts plaatsvinden tussen zonsopgang
                                            en zonsondergang; </al></li><li nr="·"><al>Er mag geen verbranding plaatsvinden op zon- en
                                            feestdagen, met uitzondering van paas- en
                                            kampvuren;</al></li><li nr="·"><al>Aanwijzingen van het bevoegd gezag (zoals politie,
                                            brandweer of gemeente) worden in verband met openbare
                                            orde en/of veiligheid direct gevolgd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Reiniging door middel van stralen of onder hoge druk
                                reinigen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Verbodsbepaling</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Uitzonderingen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Verhouding met andere artikelen uit deze verordening.</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Openbare veiligheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Versperring van brandkranen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Wegsleepregeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                        1990;</al></li><li nr="b."><al>wet: de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen;</al></li><li nr="d."><al>voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder
                                        a1 RVV 1990;</al></li><li nr="e."><al>het college: het college van burgemeester en
                                        wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:38</nr><titel>Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen
                                    worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het
                                    belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten</titel></kop><al>Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder
                                c, van de wet worden alle wegenen weggedeelten binnen de gemeente
                                aangewezen voorzover ze behoren tot een van de in artikel 2 vanhet
                                besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:39</nr><titel>Plaats bewaring voertuigen en openingstijden</titel></kop><al>Als plaats van bewaring van voertuigen wordt door de gemeenteraad
                                het terrein van de wegsleperaangemerkt. Het terrein van Neuteboom,
                                Garage, Berging &amp; Transport bevindt zich aan de Dorpstraat 43 te
                                Beekberkgen. De openingstijden van het terrein zijn op werkdagen van
                                09:00 tot 17:00 uur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:40</nr><titel>Kosten overbrengen en bewaren voertuigen en loze
                                    ritten</titel></kop><al>De kosten van het overbrengen en bewaren van een voertuig en loze
                                ritten worden vermeld in degemeentelijke tarieventabel behorende bij
                                de legesverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:41</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>Het college stelt interne beleidsregels vast waarin de uit te voeren
                                taken en de daarbij behorendeverantwoordelijkheden nader worden
                                geregeld.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de
                                op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen - met uitzondering van de voorschriften in Hoofdstuk 2,
                                afdeling 8A - wordt gestraft met hectenis van ten hoogte drie
                                maanden of geldboete van de tweede categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de
                                economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde
                                bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11, tweede lid;
                                artikel 2:12, eerste lid en artikel 4:12, eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van hetbij of krachtens deze
                                verordening bepaalde zijn de belast de buitengewoon
                                opsporingsambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen
                                met dit toezicht belasten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van
                                politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van
                                Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van
                                de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij ofkrachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare ordeof
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot hetbinnentreden in een woning zonder toestemming van de
                            bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het bevoegd gezag is bevoegd om af te wijken van enig voorschrift in
                            deze verordening, wanneer deze voor één of meer belanghebbenden gevolgen
                            zou hebben, die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in
                            verhouding tot de met het voorschrift te dienen doelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Brummen 2010
                                wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking zes weken na bekendmaking van het
                                vaststellingsbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:5,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening
                            gemeente Brummen 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 25 april 2013, bij
                        raadsbesluit met kenmerk RB13.0013;</al><al>de griffier, mr. A.P. Leenstra</al><al>de voorzitter, N.E. Joosten bc.</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><al><plaatje><illustratie formaat="pdf" naam="kaart met bebouwde kommen" type="foto" id="i218362"></illustratie></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 1: Kaart met bebouwde kommen</titel></kop><al><plaatje><illustratie formaat="pdf" naam="kaart met bebouwde kommen" type="foto" id="i218363"></illustratie></plaatje></al></bijlage></regeling></body></cvdr>