<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR29189_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-06-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zeeuws Vlaams Advertentieblad, 8 april 2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening Terneuzen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-03-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-05-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-04-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Vaststelling Inspraakverordening Terneuzen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Terneuzen;</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 9 februari
                        2004;</al><al>gelet op artikel 150 van de Gemeentewet;</al><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de "Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en
                        belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden
                        betrokken <vet>(Inspraakverordening Terneuzen)</vet>".</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de
                                voorbereiding van gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="b."><al>inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt
                                gegeven;</al></li><li nr="c."><al>beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                                vaststellen of wijzigen van beleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of
                            inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk
                            beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen inspraak wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder
                                    vastgesteld beleidsvoornemen;</al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
                                    uitgesloten;</al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij
                                    het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid
                                    heeft;</al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                    dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="e."><al>indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate
                                    spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;</al></li><li nr="f."><al>indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van
                                    de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen
                                    in de samenleving.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraakgerechtigden</titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                            bestuursrecht van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere
                            inspraakprocedure vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag
                            op.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het eindverslag bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                    mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed
                                    wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van
                                    het beleidsvoornemen wordt overgegaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze
                            openbaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn burgerjaarverslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Inspraakverordening Terneuzen 2003, vastgesteld door de raden van de
                        voormalige gemeenten Axel, Sas van Gent en Terneuzen d.d. 31 oktober 2002,
                        wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking zes weken na de dag van
                        bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening Terneuzen.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad d.d. 25 maart
                        2004.</ondertekening><ondertekening>griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. A.W. de Feijter J.A.H. Lonink</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><tussenkop>Toelichting op de Inspraakverordening Terneuzen</tussenkop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Sinds 1 januari 1994 is in artikel 150 van de Gemeentewet aan de raad de
                    verplichting opgelegd een inspraakverordening vast te stellen. De VNG heeft in
                    1993 daarvoor een modelinspraakverordening opgesteld. De Inspraakverordening
                    Terneuzen 2003, die op 31 oktober 2002 door de raden van de voormalige gemeenten
                    Axel, Sas van Gent en Terneuzen is vastgesteld was hierop gebaseerd. Inmiddels
                    is de modelverordening grondig herzien. De verordening is aangepast aan diverse
                    wetswijzigingen, zoals aan het klachtrecht, de dualisering en de
                    inspraakverplichtingen in verschillende bijzondere wetten. Tevens is het model
                    aangepast aan de Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving. </al><al>Met deze herziening wordt de inspraakverordening ook aangepast aan de Wet
                    uniforme openbare voorbereidingsprocedure Algemene wet bestuursrecht (Awb). In
                    deze wet wordt afdeling 3.4 van de Awb grondig herzien en artikel 150 van de
                    Gemeentewet gewijzigd. Naar verwachting zal de Wet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure Awb omstreeks 1 juli 2004 in werking treden.</al><al>Tot slot is de inspraakverordening ook al aangepast aan de (komende) wijziging
                    van artikel 150 van de Gemeentewet. Dat is juridisch geen probleem, omdat dit
                    ook volgens de huidige wetgeving al mogelijk is en afdeling 3.4 in de vorige
                    verordening ook al van overeenkomstige toepassing is verklaard.</al><al>Afdeling 3.4 Awb bevat een procedure voor de voorbereiding van besluiten.
                    Daarnaast is thans nog afdeling 3.5 opgenomen, die een uitgebreidere
                    voorbereidingsprocedure kent. Met de nieuwe Wet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure Awb wordt beoogd deze twee procedures ineen te schuiven
                    en tegelijkertijd te vereenvoudigen. In de wet is afdeling 3.4 (nieuw) van
                    toepassing verklaard op de inspraak bij provincies en gemeenten. </al><al>Afwijkingen van afdeling 3.4. Awb zijn toegestaan (artikel 150, lid 2 [nieuw]
                    Gemeentewet).</al><tussenkop>Inspraakprocedure/deregulering </tussenkop><al>Aan inspraak kan op zeer uiteenlopende manieren worden vormgegeven. Gekozen is
                    voor een sobere regeling mede met het oog op het dereguleringsstreven van
                    opeenvolgende kabinetten.</al><al>Door het van toepassing verklaren van de procedureregeling van afdeling 3.4 van
                    de Awb en het weghalen van overbodige bepalingen en paragraafindeling, is de
                    verordening nog verder gedereguleerd. Nu resteert een bondige en goed leesbare
                    verordening van slechts acht artikelen. </al><tussenkop>Alternatieven voor inspraak </tussenkop><al>Inspraak is onderdeel van het totale besluitvormingsproces. Het moet naar onze
                    mening onderscheiden worden van de andere mogelijkheden die men heeft om zich
                    tot het gemeentebestuur te wenden, bijvoorbeeld het spreekrecht bij raads- of
                    commissievergaderingen, het schrijven van brieven, bezoeken van spreekuren,
                    houden van informatiebijeenkomsten enz. </al><al>Inspraak is uiteraard ook van een andere orde dan de mogelijkheid om de
                    uitkomsten van de beleidsvaststelling aan te vechten door middel van bezwaar en
                    beroep. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen </tussenkop><lijst><li nr="a."><al>Inspraak: voor de omschrijving hiervan is aangesloten bij de tekst van
                            artikel 150 van de Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel van de
                            voorbereiding en uitvoering van het gemeentelijk beleid en heeft een
                            tweeledig doel. Enerzijds wordt aan belanghebbenden de mogelijkheid
                            geboden om hun mening over beleidsvoornemens kenbaar te maken.
                            Anderzijds biedt inspraak aan bestuursorganen een belangrijk hulpmiddel
                            in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke
                            belangenafweging. </al></li><li nr="b."><al>Inspraakprocedure: in de modelverordening is afdeling 3.4 Awb van
                            toepassing verklaard. Artikel 4, tweede lid, geeft echter het
                            bestuursorgaan ruimte om een andere procedure te volgen indien het
                            onderwerp van inspraak daarom vraagt.</al></li><li nr="c."><al>Beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                            vaststellen of wijzigen van beleid. Duidelijk is aangegeven dat het
                            hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of
                            maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden
                            gebaseerd.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 2 Onderwerp van inspraak</tussenkop><al>Het eerste lid regelt dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen
                    bevoegdheden besluit of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van
                    gemeentelijk beleid. Dit lid is zo geformuleerd dat voor verschillende soorten
                    beleidsvoornemens de inspraak op een andere wijze geregeld kan worden.</al><al>Het besluit om al dan niet inspraak te verlenen is een besluit in de zin van de
                    Awb. Hiertegen kan dus bezwaar worden gemaakt. </al><al>In het tweede lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien een
                    wettelijk voorschrift daartoe verplicht. Hieronder worden die wettelijke
                    verplichtingen opgesomd:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorbereiding van ruimtelijke plannen of herziening daarvan dan wel
                            bij de toepassing van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de
                            Ruimtelijke Ordening (artikel 6a WRO);</al></li><li nr="b."><al>de voorbereiding van het beleid inzake stadsvernieuwing (artikel 8 Wet
                            op de stads- en dorpsvernieuwing);</al></li><li nr="c."><al>de voorbereiding van een ontwikkelingsprogramma stedelijke vernieuwing
                            (artikel 7a Wet stedelijke vernieuwing);</al></li><li nr="d."><al>de voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan (artikel 4.17,
                            derde lid, Wet milieubeheer (WM));</al></li><li nr="e."><al>de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een
                            afvalstoffenverordening die afwijkt van artikel 10.21 WM (artikel 10.26,
                            tweede lid, WM);</al></li><li nr="f."><al>het integraal gemeentelijk gehandicaptenbeleid (artikel 1a Wet
                            voorzieningen gehandicapten);</al></li><li nr="g."><al>de plannen en beleidsverslagen gericht op de realisatie en de vormgeving
                            van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de Algemene bijstandswet
                            (artikel 118), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandig (artikel 42, eerste lid, onder d)
                            en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                            werkloze werknemers (artikel 42, eerste lid, onder d);</al></li><li nr="h."><al>de voorbereiding van besluiten tot uitsluiting van welstandstoetsing als
                            bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder a en b, van de Woningwet
                            (artikel 12, vierde lid).</al></li></lijst><al>In het derde lid is opgenomen wanneer geen inspraak wordt verleend. Dit behoeft
                    geen verdere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 3 Inspraakgerechtigden</tussenkop><al>De omschrijving van inspraakgerechtigden vloeit rechtstreeks voort uit de tekst
                    van artikel 150 van de Gemeentewet. </al><tussenkop>Artikel 4 Inspraakprocedure</tussenkop><al>Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van de Awb
                    van toepassing verklaard op de inspraak. In artikel 3:11 tot en met 3:17 (tot de
                    inwerkingtreding van de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb:
                    artikel 3:11 tot en met 3:13) Awb is de inspraakprocedure te vinden. </al><al>Volgens lid 2 is het ook mogelijk voor een of meer beleidsvoornemens een andere
                    inspraakprocedure vast te stellen, waarbij ook van de gestelde termijnen in de
                    Awb kan worden afgeweken. Gedacht kan hierbij o.a. worden aan artikel 19
                    WRO-procedures. </al><tussenkop>Artikel 5 Eindverslag</tussenkop><al>In dit artikel wordt omschreven dat er van de inspraakprocedure een eindverslag
                    moet worden opgemaakt, waarin verschillende punten aan de orde moeten komen. Dit
                    artikel spreekt voor zich en behoeft dan ook geen verdere toelichting. </al><tussenkop>Artikel 6 Intrekking oude verordening</tussenkop><al>Met deze bepaling wordt de bestaande inspraakverordening ingetrokken. De datum
                    waarop de oude verordening vervalt, is de datum waarop de verordening in werking
                    treedt (zie artikel 7).</al><tussenkop>Artikel 7 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze verordening treedt zes weken na de dag van bekendmaking in werking. Deze
                    termijn is noodzakelijk in verband met artikel 22 van de Tijdelijke
                    referendumwet (Trw) die op deze verordening van toepassing is. </al><al>In artikel 6 wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt
                    ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude regeling vervalt, is
                    de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt. Weliswaar kan over een
                    besluit tot intrekking van een verordening een referendum worden aangevraagd,
                    echter in dit model maakt het besluit tot intrekking deel uit van de verordening
                    tot vaststelling of wijziging van de bestaande inspraakverordening en is alleen
                    het besluit tot vaststelling van de verordening referendabel.</al><tussenkop>Artikel 8 Citeertitel</tussenkop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening Terneuzen. </al><al>Voor een uitgebreidere toelichting op deze verordening wordt verwezen naar de
                    toelichting op de Model-inspraakverordening, opgenomen in de ledenbrief van de
                    VNG d.d. 22 augustus 2003, kenmerk Lbr. 03/114. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>