<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR291837_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Dalfsen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-05-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dalfsen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">KernPUNTEN, 22-05-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Dalfsen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, artikel 149 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>10-12-2012, nummer 123</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Dalfsen 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dalfsen;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10
                        december 2012, nr.123;</al><al>gelet op artikel 149 van de gemeentewet;</al><al>overwegende dat het gewenst is in aanvulling op de Wet kinderopvang en
                        kwaliteitseisen peuterspeelzalen nadere eisen te stellen aan de inrichting
                        van peuterspeelzalen; </al><al>b e s l u i t:</al><al>vast te stellen de ‘<vet>Verordening Ruimte- en inrichtingseisen
                            peuterspeelzalen gemeente Dalfsen 2013’</vet></al><al/><al><vet>Verordening Ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente
                            Dalfsen 2013</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder peuterspeelzaal hetgeen daaronder
                        wordt verstaan in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
                        peuterspeelzalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Groepspeelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een peuterspeelzaal is voor ieder kind minimaal 3,5 m2
                            bruto-oppervlakte aan groepsspeelruimte beschikbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke ruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal en de
                            leeftijd van de op te vangen kinderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Buitenspeelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De peuterspeelzaal beschikt over aangrenzende buitenspeelruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>Voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar;</al></li><li nr="b."><al>een oppervlakte van minimaal 3 m2 bruto-oppervlakte speelruimte
                                    per aanwezig kind;</al></li><li nr="c."><al>ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen
                                    kinderen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanwijzing toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zien toe op de naleving van de bij deze
                            verordening gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders wijzen de directeur van de GGD IJsselland aan
                            als toezichthouder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2,
                            eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
                            of de instandhouding redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming
                            met de voorschriften uit deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks of de
                            exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met
                            de voorschriften uit deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de
                            toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van de
                            bij deze verordening gestelde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vastleggen onderzoeksresultaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek
                            bij een peuterspeelzaal als bedoeld in artikel 5, schriftelijk vast in
                            een inspectierapport.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij of krachtens
                            artikel 2 en 3 gegeven voorschriften niet zijn of zullen worden
                            nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de houder
                            in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover
                            zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de
                            zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder,
                            die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage legt op een
                            voor ouders en personeel toegankelijke plaats.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de
                            vaststelling daarvan openbaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De toezichthouder stelt burgemeester en wethouders in kennis van de
                            vaststelling van het rapport.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen artikel 2 en 3 buiten toepassing laten of
                        daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van kwalitatief
                        verantwoorde opvang voor kinderen in een peuterspeelzaal leidt tot een
                        onbillijkheid van overwegende aard. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekking voorgaande regeling en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ‘verordening kwaliteit peuterspeelzalen gemeente Dalfsen’ van
                            21-03-2005 wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar
                            bekendmaking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Ruimte- en
                        inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Dalfsen 2013.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Dalfsen in zijn openbare
                        vergadering van 28 januari 2013.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de voorzitter, de griffier,</ondertekening><ondertekening>Drs. H.C.P. Noten N.A. IJnema Msc.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Verordening ruimte- en inrichtingseisen
                        peuterspeelzalen gemeente Dalfsen 2012</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Op 1 augustus 2010 is de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
                    (hierna: de Wet) in werking getreden. Het doel van deze Wet is om jonge kinderen
                    in peuterspeelzalen en kindercentra een veilig en stimulerende omgeving te
                    bieden. </al><al>Eén van de onderliggende doelstellingen van de nieuwe Wet is de regelgeving over
                    peuterspeelzalen te harmoniseren met de kinderdagopvang. Hierdoor ontstaat een
                    landelijk kwaliteitskader voor zowel de peuterspeelzalen als de
                    kinderdagopvang.</al><al>Echter, in de kwaliteitseisen zijn geen eisen opgenomen ten aanzien van ruimte
                    en inrichting van de peuterspeelzalen. Gemeenten leggen eisen met betrekking tot
                    de ruimte en inrichting van peuterspeelzalen vast in een gemeentelijke
                    verordening. De gemeente Dalfsen doet dit in de verordening ruimte- en
                    inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Dalfsen 2012.</al><al>Bij het opstellen van de verordening ruimte- en inrichtingseisen
                    peuterspeelzalen gemeente Dalfsen 2012 is aangesloten bij het model van de VNG.
                    Dit model is in overleg met diverse deskundigen op het gebied van
                    peuterspeelzaalwerk en kinderopvang en de brancheorganisaties tot stand
                    gekomen.</al><tussenkop>Ruimte en inrichting</tussenkop><al>Kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen kan niet zonder het stellen van
                    kwaliteitseisen. Eisen betreffende ruimte en inrichting vormen hier een
                    essentieel onderdeel van. De eerste levensjaren van een kind zijn belangrijk
                    voor de ontwikkeling van de cognitieve, de sociaal-emotionele en de motorische
                    vaardigheden. De opvoeding door de ouders legt daarvoor de basis, maar ook de
                    rest van de omgeving waarin het kind opgroeit, is van belang. Veel kinderen
                    brengen enkele uren per dag door in peuterspeelzalen en andere kindercentra. Ze
                    moeten daar veilig kunnen spelen en voldoende ruimte hebben. </al><al>Bestaande eisen over veiligheid en gezondheid die algemeen geldend zijn en
                    volgen uit andere wet- en regelgeving zoals bouwvoorschriften,
                    brandveiligheidsvoorschriften, eisen aan speeltoestellen, keukenhygiëne en
                    dergelijke zijn van kracht. </al><tussenkop>Toezicht</tussenkop><al>In deze verordening is het kader voor het toezicht en de wijze van vastleggen
                    van de onderzoeksresultaten van een inspectie beschreven. Op de handhaving zijn
                    de algemene handhavingsbevoegdheden uit de Awb van toepassing. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepaling</tussenkop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 2 Groepspeelruimte</tussenkop><al>In dit artikel wordt bepaald dat voor elk kind 3,5m² bruto oppervlak speelruimte
                    aanwezig moet zijn. Dit is de vloeroppervlakte inclusief eventuele
                    speeltoestellen, speelhoeken en alle andere voorwerpen of materialen die door de
                    kinderen worden gebruikt om te spelen. Het gaat om het totale aantal vierkante
                    meters die beschikbaar zijn voor de kinderen in de groepsruimten om te spelen.
                    Dus de lengte vermenigvuldigd met de breedte van de ruimtes waar de kinderen
                    spelen. </al><al>Speelruimtes dienen passend te zijn ingericht voor spelen en rusten. Bij de
                    inrichting van de binnenruimte dient rekening te worden gehouden met zowel het
                    aantal kinderen dat van een ruimte gebruik maakt als de leeftijd van de kinderen
                    die naar de peuterspeelzaal gaan. Dit is de leeftijd van twee jaar tot het
                    tijdstip waarop kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs.</al><al>Daarnaast is de houder van een peuterspeelzaal gehouden aan de eisen die zijn
                    vastgelegd in het Bouwbesluit 2003. Het Bouwbesluit bevat bouwtechnische
                    voorschriften waaraan alle bouwwerken minimaal moeten voldoen. Peuterspeelzalen
                    vallen onder de categorie ‘bijeenkomstfunctie voor kinderopvang’. De eisen uit
                    het Bouwbesluit hebben betrekking op veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid,
                    energiezuinigheid en milieu.</al><tussenkop>Artikel 3 Buitenspeelruimte</tussenkop><al>Dit artikel geeft aan dat de buitenspeelruimte voor kinderen die gebruik maken
                    van de peuterspeelzaal aangrenzend aan de peuterspeelzaal moet zijn.. Evenals de
                    binnenruimte moet de buitenruimte voor spel geschikt te zijn en ingericht in
                    overeenstemming met de behoeften en mogelijkheden van de kinderen. Ook voor de
                    buitenspeelruimte geldt dat bij de inrichting rekening moet worden gehouden met
                    het aantal kinderen en de leeftijd van de kinderen die gebruik maken van de
                    ruimte. De speelruimte bestaat per aanwezig kind uit minimaal 3m² bruto
                    oppervlakte. Dit is de vloeroppervlakte inclusief eventuele speeltoestellen en
                    alle andere voorwerpen/materialen die door de kinderen worden gebruikt om te
                    spelen. Met aanwezig kind wordt gedoeld op in de peuterspeelzaal aanwezige
                    kinderen, niet noodzakelijkerwijs buitenspelend. </al><tussenkop>Artikel 4 Aanwijzing toezichthouders</tussenkop><al>Dit artikel maakt burgemeester en wethouders (hierna B&amp;W) verantwoordelijk
                    voor de naleving van deze verordening. B&amp;W wijzen de directeur van de GGD
                    aan als toezichthouder. Dit is in overeenstemming met het systeem van de wet. In
                    de gemeente Dalfsen is dit de GGD IJsselland. De directeur van de GGD IJsselland
                    oefent aldus het toezicht uit onder het gezag van de burgemeester en wethouders.
                    Afdeling 5.2. van de Algemene wet bestuursrecht bevat een algemene regeling van
                    de bevoegdheden van toezichthouders, zoals het recht op het betreden van
                    plaatsen, op het vorderen van inlichtingen en het inzien van schriftelijke
                    stukken. </al><tussenkop>Artikel 5 Onderzoek door de toezichthouder</tussenkop><al>In dit artikel worden drie soorten van onderzoek onderscheiden. In de eerste
                    plaats onderzoekt de toezichthouder naar aanleiding van een aanvraag voor de
                    exploitatie van een peuterspeelzaal of aan de voorschriften uit deze verordening
                    zal worden voldaan. Daarnaast voert de toezichthouder jaarlijks regulier
                    onderzoek uit bij bestaande peuterspeelzalen. Voorts beschikt de toezichthouder
                    op grond van lid 3 over de mogelijkheid om incidenteel onderzoek te verrichten
                    naar de naleving van de voorschriften uit deze verordening. </al><tussenkop>Artikel 6 Vastleggen onderzoeksresultaten</tussenkop><al>De resultaten van het onderzoek uit artikel 5 worden door de toezichthouder
                    schriftelijk vastgelegd in een inspectierapport. </al><al>De toezichthouder zendt het ontwerp-inspectierapport aan de houder van de
                    peuterspeelzaal. De houder wordt hiermee in de mogelijkheid gesteld om een
                    reactie te geven op de inhoud van het rapport. </al><al>De toezichthouder voegt de reactie van de houder als bijlage bij het rapport. De
                    houder zorgt er voor dat zowel ouders van kinderen in de peuterspeelzaal als het
                    personeel inzage hebben in het inspectierapport van de toezichthouder. </al><al>Uiterlijk 3 weken na ontvangst stelt de toezichthouder het inspectierapport vast
                    en maakt het rapport openbaar door middel van publicatie op het Landelijk
                    Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen. </al><al>Van deze vaststelling worden burgemeester en wethouders door de toezichthouder
                    schriftelijk op de hoogte gebracht. </al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Het opnemen van een hardheidsclausule in deze verordening opent de mogelijkheid
                    voor burgemeester en wethouders om, in gevallen waarin toepassing van een
                    artikel van de verordening een onbillijkheid van overwegende aard zou opleveren,
                    artikel 2 en 3 buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken. Het
                    afwijkende besluit van burgemeester en wethouders moet altijd binnen de
                    doelstellingen van de verordening passen. De toepassing van de hardheidsclausule
                    moet beperkt blijven tot individuele gevallen. Het gebruik van dit artikel is
                    slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk.</al><tussenkop>Artikelen 8 en 9</tussenkop><al>Deze artikelen spreken voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>