<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR29177_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Huisvestingsverordening 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wijdemeren</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijdemeren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Wijdemeren Informeren, 20 juli 2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Huisvestingswet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-07-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-07-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-09-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Huisvestingsverordening 2005</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Convenant Woonruimteverdeling</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Huisvestingsverordening Gooi en Vechstreek 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>in deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Huisvestingswet;</al></li><li nr="b."><al>aftoppingsgrens: het daarover bepaalde in artikel 20 van de
                                    Huursubsidiewet;</al></li><li nr="c."><al>besluit: het Huisvestingsbesluit;</al></li><li nr="d."><al>Convenant Woonruimteverdeling:de overeenkomst tussen de het
                                    gewest namens de samenwerkende gemeenten en de in de
                                    gewestgemeenten actieve corporaties inhoudende afspraken over
                                    onder meer de woonruimteverdeling.</al></li><li nr="e."><al>doorstromer: de woningzoekende die een zelfstandige herbezetbare
                                    woonruimte in de regio achterlaat voor verhuur of verkoop en die
                                    zich op de woningmarkt begeeft.</al></li><li nr="f."><al>economische binding: de binding van een persoon aan de regio,
                                    daarin gelegen dat die persoon, met het oog op de voorziening in
                                    het bestaan, een redelijk belang heeft zich in dit gebied te
                                    vestigen, met dien verstande dat een economische binding in elk
                                    geval wordt aangenomen ten aanzien van personen die voor de
                                    voorziening in het bestaan zijn aangewezen op het duurzaam (dat
                                    is: ten minste 19 uur per week) verrichten van arbeid binnen of
                                    vanuit de regio en dat ook het duurzaam volgen van een
                                    dagopleiding in de regio hiermee wordt gelijkgesteld;</al></li><li nr="g."><al>eigenaar: het daaromtrent in artikel 1, lid 2 van de wet
                                    bepaalde;</al></li><li nr="h."><al>GBA: gemeentelijke basisadministratie;</al></li><li nr="i."><al>huishouden: een alleenstaande, danwel twee of meer personen die
                                    een gemeenschappelijke huishouding voert resp. voeren, danwel
                                    wenst resp. wensen te voeren;</al></li><li nr="j."><al>huurprijs: de rekenhuur van artikel 5 van de
                                    Huursubsidiewet;</al></li><li nr="k."><al>ingezetene: degene die, gedurende tenminste een jaar direct
                                    voorafgaande aan de datum van aanvraag voor een urgentie, in de
                                    basisadministratie van één van de gemeenten in de regio is
                                    ingeschreven;</al></li><li nr="l."><al>inkomen:het belastbaar inkomen, bedoeld in artikel 3, tweede
                                    lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, dan wel, indien
                                    geen aanslag in de inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld,
                                    het zuiver loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de
                                    loonbelasting 1964, of een op vergelijkbare wijze bepaald
                                    bedrag;</al></li><li nr="m."><al>kamer: elke afzonderlijke ruimte in een woning bestemd voor
                                    woon- of slaapruimte.</al></li><li nr="n."><al>maatschappelijke binding: het daaromtrent in artikel 1 onder m
                                    van de wet bepaalde, te weten de binding van een persoon aan de
                                    regio, daarin gelegen dat die persoon een redelijk, met de
                                    regionale samenleving verband houdend belang heeft zich in die
                                    regio te vestigen, met dien verstande dat een maatschappelijke
                                    binding in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van personen
                                    die niet meer in de regio woonachtig zijn, maar gedurende de
                                    voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken
                                    ingezetene zijn geweest van dat gebied;</al></li><li nr="o."><al>onttrekken aan de bestemming tot wonen: het slopen of het
                                    gebruiken voor een ander doel dan permanente bewoning door een
                                    huishouden</al></li><li nr="p."><al>onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30
                                    van de wet;</al></li><li nr="q."><al>onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke geen eigen toegang
                                    heeft en welke niet kan worden bewoond door een huishouden,
                                    zonder afhankelijkheid van wezenlijke voorzieningen buiten die
                                    woonruimte;</al></li><li nr="r."><al>regio: het grondgebied van de gemeenten Blaricum, Bussum,
                                    Wijdemeren, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden,
                                    Weesp;</al></li><li nr="s."><al>regionale urgentiecommissie: de commissie die in de regio het
                                    advies uitbrengt inzake de toekenning van urgentie, als bedoeld
                                    in deze verordening;</al></li><li nr="t."><al>starter: de woningzoekende die zich vanuit een onzelfstandige
                                    woonsituatie op de woningmarkt begeeft; tevens dient hieronder
                                    te worden verstaan de in de regio ingezetene woningzoekende die
                                    in een proces van echtscheiding verkeert respectievelijk in een
                                    proces van ontbinding van de duurzame samenwoning;</al></li><li nr="u."><al>statushouder: persoon van wie de asielaanvrage uitmondt in een
                                    geldige status tot verblijf (verblijfsvergunning) in Nederland
                                    en voor wie dientengevolge dezelfde rechten en plichten als
                                    Nederlanders gelden;</al></li><li nr="v."><al>urgente: het daaromtrent in hoofdstuk 2 van deze verordening
                                    bepaalde;</al></li><li nr="w."><al>van binding vrijgestelden: gepensioneerden, arbeidsongeschikten,
                                    langdurig werklozen, remigranten zonder economische binding, van
                                    echt gescheidenen zonder economische binding, wettelijk erkende
                                    vluchtelingen aan wie de verblijfsstatus is toegekend en
                                    maatschappelijk gebondenen;</al></li><li nr="x."><al>vestiger: de woningzoekende die niet in de regio woonachtig is,
                                    dan wel korter dan 1 jaar woonachtig is in de regio, met ofwel
                                    een economische binding ofwel een maatschappelijke binding ofwel
                                    van binding vrijgesteld;</al></li><li nr="y."><al>woningen: zelfstandige woonruimte die valt onder de werkingsfeer
                                    van de Huurprijzenwet Woonruimte en bestemd is voor verhuur voor
                                    onbepaalde tijd;</al></li><li nr="z."><al>woonduur voor doorstromers: de periode welke is verstreken sinds
                                    de datum waarop een doorstromer zijn huidige woning (als huurder
                                    dan wel eigenaar) in één van de gewestgemeenten heeft
                                    betrokken;</al></li><li nr="aa."><al>woonduur voor starters: de leeftijd van de starter minus 18
                                    jaar.</al><al/></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 1.2</label><titel>Woningzoekenden die in een proces van ontbinding van de duurzame
                                relatie verkeren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor ingezetenen van de regio die in een echtscheidingsprocedure
                                verkeren, en zich op de woningmarkt begeven, geldt het
                                starterscriterium als bedoeld in artikel 1.1 onder t, indien hiervan
                                blijkt uit een echtscheidingsconvenant of een voorlopige voorziening
                                terzake;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor ingezetenen van de regio, die hun duurzame samenwoningsrelatie
                                beëindigen, en zich op de woningmarkt begeven, geldt eveneens het
                                starterscriterium als bedoeld in artikel 1.1 onder t, indien hiervan
                                blijkt uit de afstandsverklaring van de gezamenlijke woning zoals
                                die bij de verhuurder van de gezamenlijke woning is overlegd, dan
                                wel uit een gewijzigde eigendomsakte c.q. notariële akte bij eigen
                                woningbezit,</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het gestelde onder lid 1 en lid 2 blijft van kracht gedurende een
                                termijn van maximaal 1 jaar vanaf het afsluiten van het
                                echtscheidingsconvenant of de voorlopige voorziening dan wel de
                                afstandsverklaring van de gezamenlijke woning en eindigt in ieder
                                geval op de datum van bijschrijving in het register van de
                                burgerlijke stand. Vanaf die datum is de persoon/personen aan wie de
                                woning is toegewezen 'doorstromer' en de persoon/personen aan wie de
                                woning niet is toegewezen 'starter'. De persoon die een tijdelijke
                                oplossing heeft gevonden buiten de regio wordt vanaf die datum een
                                ‘vestiger’.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Inschrijving als urgent woningzoekende</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.</nr><titel>Register van urgent woningzoekenden</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het aanleggen en bijhouden
                            van een register van woningzoekenden met een urgentie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.</nr><titel>Behandeling van verzoeken om toekennen van urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die wegens een noodsituatie met voorrang voor een woning in
                                aanmerking wenst te komen kan daartoe een schriftelijk verzoek
                                indienen bij burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen ten behoeve van de in het eerste
                                lid bedoelde verzoeken een model aanvraagformulier vast en bepalen
                                welke gegevens bij het verzoek moeten worden overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders vermelden op een verzoek als bedoeld in
                                het eerste lid de datum van ontvangst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen zo spoedig mogelijk, doch
                                uiterlijk binnen 8 weken, na de datum van ontvangst op een verzoek
                                als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Criteria t.a.v. de aanvrager van een urgentie.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvrager van een urgentie moet voldoen aan de navolgende
                                criteria:</al><al> ingezetene in de regio zijn dan wel vestiger zijn, te onderscheiden
                                in woningzoekende </al><lijst><li nr="a."><al>met een economische binding; of</al></li><li nr="b."><al>met een maatschappelijke binding; of</al></li><li nr="c."><al>die van binding zijn vrijgesteld;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvrager dient 18 jaar of ouder te zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvrager van de urgentie voor het huishouden moet de Nederlandse
                                nationaliteit bezitten of over een geldige verblijfstitel in
                                Nederland beschikken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.</nr><titel>Toekennen van urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kennen op een verzoek als bedoeld in
                                artikel 2.2 lid 1 de gevraagde urgentie slechts toe op basis van
                                uitgangspunten en randvoorwaarden als nader bepaald in artikel
                                2.6.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens een besluit te nemen winnen burgemeester en wethouders over
                                het verzoek als bedoeld in artikel 2.2. lid 1, het advies in van de
                                regionale urgentiecommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van hun besluit aan
                                de in het tweede lid bedoelde commissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders besluiten tot het toekennen van
                                een of meer urgentie(s) schrijven zij de naam van de verzoeker in
                                het register in als bedoeld in artikel 2.1.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een urgentie heeft een geldigheid van drie maanden vanaf de datum
                                van toezending van het besluit tot toekenning;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De urgentie geeft voorrang op de kandidaten die volgens het
                                convenant woonruimteverdeling voor een woning in aanmerking zouden
                                komen;</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De urgentie dient in principe gebruikt te worden om te reflecteren
                                op aangeboden woningen in de gehele regio, tenzij burgemeester en
                                wethouders, op grond van de omstandigheden van verzoeker, een
                                beperkter gebied hebben aangewezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5.</nr><titel>Verlenging geldigheid urgentie.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verzoek om verlenging van de geldigheid van een urgentie wordt
                                schriftelijk gericht aan het college van burgemeester en wethouders
                                .</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens een besluit te nemen winnen burgemeester en wethouders over
                                het verzoek als bedoeld in artikel 2.2. lid 1, het advies in van de
                                regionale urgentiecommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Verlenging van de geldigheid van een urgentie wordt alleen verleend
                                indien:</al><al> de urgent woningzoekende binnen de geldigheidstermijn van drie
                                maanden van de toegekende urgentie in voldoende mate heeft
                                gereageerd op het aanbod van beschikbaar komende woningen die zijn
                                afgestemd op de aard van de urgentie én</al><al> de urgent woningzoekende geen aangeboden woning(en) ongegrond heeft
                                geweigerd;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6.</nr><titel>Randvoorwaarden.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een urgentieverklaring wordt alleen toegekend indien sprake is van
                                een noodsituatie die het noodzakelijk maakt dat direct dan wel op
                                zeer korte termijn -uiterlijk binnen 3 maanden- een (andere) woning
                                beschikbaar komt, ter voorkoming van ernstige schade voor het
                                welzijn van aanvrager, die het rechtstreeks gevolg is van de
                                woonsituatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De individuele situatie van de aanvrager is uitgangspunt voor de
                                beoordeling van de urgentieaanvrager;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigen verantwoordelijkheid van de woningzoekende voor het
                                ontstaan en het oplossen van de eigen woonsituatie staat
                                voorop;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanvrager dient aan te geven op welke wijze(n) hij geprobeerd
                                heeft het probleem op te lossen;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vestiger dient voorts aan te tonen dat zijn woonprobleem
                                uitsluitend in deze regio opgelost kan worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7.</nr><titel>Urgentiecriteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een woningzoekende komt in elk geval voor een urgentieverklaring in
                                aanmerking, indien hij voldoet aan een of meer van de onder lid 2
                                t/m 7 opgenomen criteria en per criterium aan alle daarbij gestelde
                                en van toepassing zijnde voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Medische gronden.</al><al> Voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>er moet sprake zijn van een medische problematiek waarop de
                                        huidige woonsituatie een zeer ernstige, negatieve invloed
                                        heeft en die binnen de huidige woonsituatie redelijkerwijs
                                        niet oplosbaar is;</al></li><li nr="b."><al>de beoordeling van de medische situatie geschiedt door een
                                        regionaal optredend medisch deskundige, wiens advies wordt
                                        gevraagd door het regionaal urgentiebureau die dat verwerkt
                                        in haar rapportage aan de regionale urgentiecommissie als
                                        bedoeld in artikel 2.4. lid 2 van deze verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dakloosheid ten gevolge van branden andere calamiteiten.</al><al> Voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>De woning dient blijvend onbewoonbaar te zijn en de
                                        woningzoekende kan niet zelf in andere woonruimte
                                        voorzien.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dakloosheid van een ouder met minderjarige kind(eren).</al><al> Voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>de ouder kan bij een scheiding, dan wel na beëindiging van
                                        opname in een psychiatrische inrichting, niet over
                                        woonruimte beschikken voor hem/haar en zijn/haar
                                        minderjarig(e) kind(eren).</al></li><li nr="b."><al>de andere ouder kan het kind/de kinderen van aanvrager
                                        aantoonbaar evenmin huisvesten.</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager moet aantonen dat redelijkerwijze niet van hem
                                        of haar kan worden gevergd dat de echtelijke woning wordt
                                        opgeëist.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Financiële ontwrichting.</al><lijst><li nr="a."><al>Er dient sprake te zijn van een onvoorziene en niet aan
                                        aanvrager te wijten financiële ontwrichting van het
                                        huishouden waarvoor geen oplossing (in financiële zin) is,
                                        zodat de huidige woonlasten niet (meer) kunnen worden
                                        opgebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Geweld.</al><al> Voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>er moet sprake zijn van zeer ernstige overlast in de vorm
                                        van geweld of reële bedreiging die tot gevolg heeft dat
                                        aanvrager niet langer in de huidige woonruimte kan blijven
                                        wonen en direct elders geen (tijdelijke) onderdak
                                        beschikbaar is.</al></li><li nr="b."><al>het geweld of de bedreiging moet aantoonbaar zijn, zo
                                        mogelijk door een rapport van de politie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Sociale indicatie.</al><al> Voorwaarden:</al><lijst><li nr="1."><al>er moet sprake zijn van zeer ernstige problemen met
                                        betrekking tot de huidige woonsituatie én</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>er moet sprake zijn van een situatie waarin de aanvrager in
                                        samenhang met zeer ernstige woonproblemen niet meer in staat
                                        dreigt te zijn zelfstandig te functioneren in gezin (of als
                                        alleenstaande) en/of maatschappij.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8.</nr><titel>Status van een urgentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De urgentie betekent een voorrangspositie ten opzichte van andere
                                woningzoekenden conform het bepaalde in artikel 6 van het Convenant
                                Woonruimteverdeling en voorts in die zin dat dit de gestelde
                                leeftijdseisen bij alle woningen overstijgt tenzij de woningen
                                bestemd zijn voor specifieke doelgroepen als ouderen en lichamelijk
                                gehandicapten, blijkende uit aangebrachte fysieke kenmerken of
                                wanneer het specifiek benoemde jongerencomplexen betreft. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Om met een urgentieverklaring voor woningtoewijzing in aanmerking te
                                komen moet het desbetreffende huishouden voldoen aan de volgende
                                eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de advertentie gestelde inkomenseisen;</al></li><li nr="b."><al>het in de advertentie gestelde woningtype moet overeenkomen
                                        met het woningtype zoals dat vermeld is op de
                                        urgentiebeschikking.'</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9.</nr><titel>Doorhalen van de inschrijving</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders halen de naam van de urgent woningzoekende in
                            het register als bedoeld in artikel 2.1 door, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de urgent woningzoekende daarom heeft verzocht;</al></li><li nr="b."><al>de urgent woningzoekende na afgifte van de toegekende urgentie
                                    een woning in gebruik heeft genomen;</al></li><li nr="c."><al>de urgent woningzoekende binnen een termijn van drie maanden na
                                    afgifte van de toegekende urgentie niet heeft gereageerd op het
                                    aanbod van beschikbaar komende woningen die zijn afgestemd op de
                                    aard van de urgentie;</al></li><li nr="d."><al>de urgent woningzoekende een aangeboden woning ongegrond heeft
                                    geweigerd;</al></li><li nr="e."><al>de urgentie is toegekend op basis van gegevens waarvan de
                                    aanvrager wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist
                                    of onvolledig waren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10.</nr><titel>Nadere bepalingen omtrent urgentiecommissie</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders stelt -gecoördineerd door
                            middel van het portefeuillehoudersoverleg
                            volkshuisvesting/woonruimtezaken van het gewest- nadere regelen vast
                            waarin de taak, samenstelling, werkwijze en bevoegdheden van de in
                            artikel 2.4. lid 2 bedoelde commissie worden vastgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11.</nr><titel>Deelname aan aanbiedingssysteem</titel></kop><al>De urgent woningzoekende dient, om voor een woning in aanmerking te
                            komen, te reflecteren op een woning die volgens het convenant
                            woonruimteverdeling wordt aangeboden, tenzij sprake is van een acute
                            noodsituatie. In dat geval kunnen burgemeester en wethouders
                            rechtstreeks bemiddelen bij een eigenaar van woonruimte.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12.</nr><titel>Bemiddeling</titel></kop><al>Voor woningzoekenden die beschikken over een urgentieverklaring als
                            bedoeld in dit hoofdstuk kunnen burgemeester en wethouders bij eigenaren
                            van woningen waarmee geen convenant is afgesloten actief bemiddelen,
                            opdat voor hen een passende woning ter beschikking komt binnen de bij
                            urgentietoekenning gestelde termijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.13.</nr><titel>Relatie tussen woning en huisvestingsproblematiek</titel></kop><al>De in artikel 2.2 lid 1 bedoelde voorrang en de in artikel 2.10.
                            bedoelde bemiddeling beperken zich uitsluitend tot toewijzing van een
                            woning die passend is in verband met de specifieke
                            huisvestingsproblematiek die aan de urgentietoekenning ten grondslag
                            ligt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Wijziging van de samenstelling van de woonruimtevoorraad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op alle woningen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Vergunningsvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                                een woning geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot woning te
                                onttrekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder het onttrekken aan de bestemming tot woning wordt in deze
                                verordening verstaan het slopen of het gebruiken voor een ander doel
                                dan bewoning. Onder onttrekking wordt mede verstaan het samenvoegen
                                met andere woning en het omzetten van een zelfstandige woning in
                                onzelfstandige woonruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Aanvragen van een onttrekkingsvergunning</titel></kop><al>De aanvraag om een woonruimte-onttrekkingsvergunning als bedoeld in
                            artikel 3.2 wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders
                            en vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van de eigenaar;</al></li><li nr="b."><al>de personalia van de bewoner(s);</al></li><li nr="c."><al>de huur- of koopprijs van het pand;</al></li><li nr="d."><al>een exacte aanduiding van de te onttrekken vertrekken van het
                                    pand;</al></li><li nr="e."><al>het beoogde gebruik van (de onttrokken delen van) het pand na de
                                    onttrekking.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Ongenoegzaamheid van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de ingevolge artikel 3.3 in te dienen gegevens niet volledig
                                zijn, stellen burgemeester en wethouders aanvrager schriftelijk in
                                de gelegenheid om de benodigde ontbrekende gegevens alsnog binnen
                                vier weken in te dienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de aanvullende gegevens niet tijdig worden ingediend c.q. ook in
                                tweede instantie niet voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 3.3,
                                nemen burgemeester en wethouders het verzoek niet in
                                behandeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Besluitvormingstermijn</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen 8 weken op een verzoek om
                            vergunning als bedoeld in artikel 3.2.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Afwegingscriterium</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verlenen de vergunning als bedoeld in artikel
                            3.2 tenzij het belang van het behoud of de samenstelling van de
                            woningvoorraad groter is dan het met het onttrekken aan de bestemming
                            tot bewoning gediende belang en het belang van het behoud of de
                            samenstelling van de woningvoorraad niet door het stellen van
                            voorwaarden of voorschriften voldoende kan worden gediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Compensatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verbinden aan het verlenen van een
                                onttrekkingsvergunning de voorwaarde van het naar keuze van
                                vergunninghouder hetzij bieden van compensatie door het toevoegen
                                aan de woningvoorraad van andere, vervangende woning(en), welke naar
                                hun oordeel gelijkwaardig zijn aan de te onttrekken woning(en),
                                hetzij de voorwaarde van het bieden van een financiële compensatie,
                                overeenkomstig het bepaalde in lid 2.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen richtlijnen vaststellen tot het
                                beschikbaar stellen van vervangende woningen c.q. heffing van een
                                financiële bijdrage bij onttrekking van woningen</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>Verdere bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.</nr><titel>Het Convenant Woonruimteverdeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders komen met de besturen van de toegelaten
                                instellingen eenConvenant voor de Woonruimteverdeling
                                overeen. Dit Convenant vormt een aanvulling op deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De overeenkomsten als bedoeld in het 1e lid worden ter goedkeuring
                                voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders en ter
                                kennis gebracht van het portefeuillehoudersoverleg
                                volkshuisvesting/woonruimtezaken van het gewest Gooi en
                                Vechtstreek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inhoud van de in het 1e lid bedoelde overeenkomsten wordt in
                                ruime mate door burgemeester en wethouders bij de ingezetenen en
                                andere belangstellenden bekend gemaakt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd van de bepalingen in deze
                                verordening af te wijken, indien strikte toepassing daarvan zou
                                leiden tot niet gerechtvaardigde hardheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle besluiten op grond van hardheid worden ter kennis gebracht van
                                het portefeuillehoudersoverleg volkshuisvesting/woonruimtezaken van
                                het gewest Gooi en Vechtstreek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.</nr><titel>Overleg bij wijziging</titel></kop><al>Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening
                            plegen burgemeester en wethouders -gecoördineerd door middel van het
                            portefeuillehoudersoverleg volkshuisves-ting/woonruimtezaken van het
                            gewest- overleg met de in de gemeente werkzame, ingevolge artikel 70,
                            eerste lid, of artikel 72, eerste lid, van de Woningwet (Stb 1991, 439)
                            toegelaten instellingen en met andere daarvoor naar hun oordeel in
                            aanmerking komende organisaties die binnen de gemeente op het gebied van
                            de woonruimteverdeling werkzaam zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Status toelichting</titel></kop><al>De bij deze verordening behorende toelichting op de regionale
                            huisvestingsverordening wordt geacht onlosmakelijk deel uit te maken van
                            de verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Verzoeken om toekennen van urgentie welke zijn ingediend vóór 1 juli
                                2005 worden afgedaan op de voet van het bepaalde in de
                                huisvestingsverordening 1999.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen tot verlening van een onttrekkingsvergunning welke zijn
                                ingediend vóór 1 juli 2005 worden afgedaan op de voet van het
                                bepaalde in de huisvestingsverordening 1999.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de Huisvestingsverordening
                            Gooi en Vechtstreek 2005.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2005.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting op de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2005.</label></kop><al/><tussenkop>HOOFDSTUK 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1.1 sub e (doorstromer)</tussenkop><al>De zelfstandige woning die de woningzoekende achterlaat kan ook een herbezetbare
                    koopwoning of huurwoning boven de koopprijsgrens respectievelijk huurprijsgrens
                    zijn. Er moet sprake zijn van zelfstandige herbezetbare woning: indien de woning
                    wordt gesloopt is de voormalige bewoner geen doorstromer maar starter.</al><al/><tussenkop>Artikel 1.1 sub k (ingezetene)</tussenkop><al>Bewoners van vakantiewoningen en tweede woningen waar een deel van het jaar
                    verbleven wordt vallen niet onder de definitie van ingezetene.</al><al/><tussenkop>Artikel 1.1 sub l (inkomen)</tussenkop><al>Voor de bepaling van het inkomen van een huishouden hanteren burgemeester en
                    wethouders de volgende uitvoeringsregels:</al><lijst><li nr="a."><al>als inkomen wordt het laatst bekende belastbare jaarinkomen gehanteerd;
                            als bewijs hiervoor geldt de daarop betrekking hebbende aanslag t.b.v de
                            inkomstenbelasting.</al></li><li nr="b."><al>indien geen aanslag t.b.v. de inkomstenbelasting is opgelegd, geldt als
                            bewijsstuk de laatste jaaropgave van de werkgever(s) en/of uitkerende
                            instantie(s) met betrekking tot het bruto inkomen.</al></li><li nr="c."><al>indien alleen bewijsstukken van het meest recente bruto-inkomen worden
                            gehanteerd, kunnen burgemeester en wethouders voor de omrekening van
                            bruto-inkomen naar belast-baar inkomen een door hen vastgestelde
                            regionaal uniforme conversietabel hanteren.</al></li><li nr="d."><al>indien de aanvrager kan aantonen dat het inkomen sinds de vaststelling
                            van het laatst bekende inkomen overeenkomstig a. en b. is verminderd of
                            spoedig zal verminderen, geldt in afwijking van het in sub a. en b.
                            gestelde het lagere inkomen.</al></li><li nr="e."><al>burgemeester en wethouders, danwel de woningcorporaties, kunnen de
                            woningzoekende vragen een IB-60 formulier m.b.t. het meest recente
                            kalenderjaar te overleggen ter verificatie van het inkomen.</al></li><li nr="f."><al>onder het begrip inkomen in deze verordening wordt begrepen het totaal
                            van de inkomens van het huishouden, verminderd met de inkomens van
                            inwonende kinderen, pleegkinderen en kleinkinderen die op 1 januari van
                            het jaar waarin woningtoewijzing plaatsvindt 26 jaar of jonger zijn.
                            Negatieve inkomens blijven buiten beschouwing.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Artikel 1.1 sub n (maatschappelijke binding)</tussenkop><al>Van belang voor de verdelingssystematiek van woningen in de regio is, dat
                    woningzoekenden met een maatschappelijke binding woningzoekenden zijn die in het
                    verleden ingezetene waren van de regio maar de regio hebben verlaten en elders
                    hun hoofdverblijf hebben gevonden. Deze maatschappelijk gebondenen, die dus
                    willen terugkeren, maken deel uit van de categorie vestigers (Dat ingezetenen in
                    de regio uiteraard een maatschappelijke binding hebben met de regio is hier niet
                    van belang; zij behoren ofwel tot de categorie starters ofwel tot de categorie
                    doorstromers.</al><al/><tussenkop>Artikel 1.1 sub p (onttrekkingsvergunning)</tussenkop><al>De tekst van artikel 30 van de wet luidt:</al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een woning die behoort tot een door de gemeenteraad in
                            de huisvestingsverordening daartoe met het oog op het behoud of de
                            samenstelling van de woningvoorraad aangewezen categorie, zonder
                            vergunning van burgemeester en wethouders:</al><lijst><li nr="a."><al>aan de bestemming tot bewoning te onttrekken, of voor een
                                    zodanig gedeelte aan die bestemming te onttrekken, dat die
                                    woning daardoor niet langer geschikt is voor bewoning door een
                                    huishouden van dezelfde omvang als waarvoor deze zonder zodanige
                                    onttrekking geschikt is;</al></li><li nr="b."><al>met (een) andere woning(en) samen te voegen;</al></li><li nr="c."><al>van zelfstandige in een onzelfstandige woning om te zetten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder een zelfstandige woning als bedoeld in het eerste lid, onder c,
                            wordt verstaan een woning welke een eigen toegang heeft en welke door
                            een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is
                            van wezenlijke voorzieningen buiten die woning.</al></li><li nr="3."><al>Een woning, aangewezen overeenkomstig artikel 5 van de wet, wordt tevens
                            aangewezen overeenkomstig het eerste lid, tenzij een zodanige aanwijzing
                            naar het oordeel van de gemeenteraad met het oog op het behoud of de
                            samenstelling van de woningvoorraad niet noodzakelijk is.</al><al/></li></lijst><tussenkop>Artikel 1.1 sub t (starter)</tussenkop><al>Voor wat betreft de woningzoekenden die in een proces van echtscheiding verkeren
                    respectievelijk in een proces van ontbinding van de duurzame samenwoning wordt
                    verwezen naar de bepalingen </al><al>in artikel 1.2 Woningzoekenden die in een proces van ontbinding van de duurzame
                    relatie verkerenen de toelichting op dat artikel </al><al/><tussenkop>Artikel 1.1 sub z (woonduur voor doorstromers)</tussenkop><al>De begripsbepaling voor woonduur is van belang voor de doelgroep
                    doorstromers.</al><al>Bij de toetsing van de woonduur is uitgangspunt het moment van inschrijving in
                    de basisadministratie van de desbetreffende gemeente in de regio. De woonduur
                    vangt in ieder geval niet eerder aan dan het ondertekenen van het huur- of
                    koopcontract. Hiermee wordt voorkomen dat inwonende kinderen die de (koop)
                    woning overnemen van bijvoorbeeld hun ouders, woonduur opbouwen over een periode
                    dat zij niet de huurder of de eigenaar van de woning waren. </al><al/><al><cursief>Artikel 1.2 (woningzoekenden die in een proces van ontbinding van de
                        duurzame relatie verkeren)</cursief></al><al>Door het opnemen van artikel 1.1 sub t. en artikel 1.2 wordt de positie op de
                    'startersmarkt' van woningzoekende gehuwden en samenwonenden, die in een proces
                    van ontbinding van de duurzame relatie verkeren, gelijkgeschakeld aan die van
                    samenwonenden die hun duurzame relatie verbreken. </al><al>Vaak zal een als tijdelijk bedoelde oplossing van de woningbehoefte worden
                    gevonden, in zelfstandige dan wel onzelfstandige woning, in de regio dan wel
                    buiten de regio. Met het opnemen van lid 3 wordt beoogd de periode af te bakenen
                    (d.w.z. tot maximaal een jaar na het afsluiten van het echtscheidingsconvenant
                    of de voorlopige voorziening dan wel de afstandsverklaring van de gezamenlijke
                    woning) waarbinnen de tijdelijke oplossing geen gevolgen heeft. Men blijft
                    gedurende die periode starter. Deze periode, die dus maximaal een jaar duurt,
                    eindigt op de datum van bijschrijving in het register van de burgerlijke stand.
                    Vanaf die datum is de persoon/personen aan wie de woning is toegewezen
                    'doorstromer' en de persoon/personen aan wie de woning niet is toegewezen
                    'starter’. Na deze periode wordt de woonsituatie van dat moment dus tot
                    uitgangspunt genomen. Concreet: de in een proces van echtscheiding verkerende
                    woningzoekende die een tijdelijke oplossing buiten de regio heeft gevonden
                    wordt, vanaf het moment zijnde 1 jaar na het afsluiten van het
                    echtscheidingsconvenant of de voorlopige voorziening, een vestiger.</al><al/><tussenkop>Toelichting HOOFDSTUK 2.</tussenkop><al>Deze paragraaf maakt het mogelijk dat burgemeester en wethouders aan
                    woningzoekenden een urgentie kunnen toekennen. De paragraaf behandelt de
                    procedure voor het indienen van een aanvraag om urgentie, de behandeling van de
                    aanvraag en de uiteindelijke beslissing.</al><al/><tussenkop>Artikel 2.1 Register van urgent woningzoekenden</tussenkop><al>In dit artikel wordt vastgesteld dat er een register dient te worden aangelegd
                    en bijgehouden waarin de urgent woningzoekenden zijn ingeschreven. Aan de opname
                    in dit register kan de woningzoekende rechten ontlenen op voorrang bij het
                    verkrijgen van passende woonruimte. Burgemeester en wethouders kunnen
                    bevoegdheden rond de urgentieverlening mandateren aan derden.</al><al/><tussenkop>Artikel 2.2. onder 1. noodsituatie.</tussenkop><al>De woningmarktsituatie in Gooi en Vechtstreek is en blijft naar verwachting zeer
                    krap. Een woningaanbodsysteem dat in principe toegankelijk is voor een ieder met
                    objectieve toewijzingscriteria moet de kansen op een woning zo rechtvaardig
                    mogelijk verdelen. Als op grond van persoonlijke omstandigheden voorrang wordt
                    toegekend aan een woningzoekende, dient deze voorrang, gezien de krappe
                    woningmarktsituatie, uiterst beperkt te worden toegekend. En wel op zodanige
                    wijze dat deze verdedigbaar is ten opzichte van andere woningzoekenden. </al><al>Een urgentieverklaring wordt alleen toegekend indien sprake is van een
                    noodsituatie die het noodzakelijk maakt dat direct dan wel op zeer korte termijn
                    -uiterlijk binnen 3 maanden- een (andere) woning beschikbaar komt, ter
                    voorkoming van ernstige schade voor het welzijn van aanvrager, die het
                    rechtstreeks gevolg is van de woonsituatie. De aanvrager moet aantonen dat hij
                    zelf gedurende een behoorlijke termijn -gelet op de individuele omstandigheden-
                    v heeft geprobeerd een woning toegewezen te krijgen in de gehele regio via het
                    gepubliceerde woningaanbod of geprobeerd heeft een tijdelijk onderkomen te
                    vinden.</al><al/><tussenkop>Artikel 2.2 onder 2. Toekennen van urgentie</tussenkop><al>Het beoordelen van aanvragen om urgenties vereist specifieke deskundigheid.
                    Daarom is hier voorgeschreven dat over binnengekomen aanvragen het advies van
                    een onafhankelijke commissie moet worden ingewonnen. De individuele situatie van
                    de aanvrager is uitgangspunt voor de beoordeling van de urgentieaanvrage;</al><al/><tussenkop>Artikel 2.7 Urgentiecriteria</tussenkop><al>Dit artikel bevat de criteria en de voorwaarden per criterium waaraan getoetst
                    wordt of sprake is van een noodsituatie die toekenning van een urgentie
                    rechtvaardigt. De criteria zijn niet uitputtend. De praktijk heeft geleerd dat
                    waar de criteria over het algemeen toereikend zijn voor de beoordeling van de
                    vraag of sprake is van een noodsituatie in uitzonderlijke gevallen het gegeven
                    kader niet toereikend is en de urgentiecommissie toch adviseert tot verlening
                    van urgentie op basis van de geconstateerde noodsituatie. </al><al>Het mag duidelijk zijn dat er diverse klachten of problemen die in duidelijk
                    verband staan met de woonsituatie, echter zonder dat er sprake hoeft te zijn van
                    een noodsituatie. Een verandering in de woonsituatie zal leiden tot een algemene
                    vermindering van de klachten. Toch zijn deze problemen van een andere orde omdat
                    hulp op wat langere termijn geboden kan worden.</al><al>Als voorbeelden van dergelijke gevallen waarin de situatie geen toekenning van
                    een urgentie rechtvaardigt omdat geen sprake is van een noodsituatie kunnen o.m.
                    worden genoemd situaties van inwoning/kamerbewoning met of zonder kinderen ,
                    tijdelijke onderdak elders is mogelijk, burenruzie/hinder van buren, het werken
                    in onregelmatige diensten, verstoring van relatie/generatieconflicten,
                    bezwaarlijke reisafstand in verband met economische binding, huis te groot/te
                    klein, tuin te bewerkelijk, dichterbij voorzieningen/familie willen wonen,
                    co-ouderschap, problemen met flatbewoning, terugkeer uit buitenland, het willen
                    laten overkomen van partner en/of kinderen uit het buitenland, heimwee, lang op
                    een woning wachten.</al><al/><tussenkop>Artikel 2.10.Nadere bepalingen omtrent urgentiecommissie</tussenkop><al>De taak, samenstelling en werkwijze van de commissie worden geregeld in het
                    Reglement op de regionale urgentiecommissie huisvesting Gooi en Vechtstreek.' </al><al/><tussenkop>Artikel 2.11. Deelname aan aanbiedingssysteem</tussenkop><al>In dit artikel wordt het beginsel vastgelegd dat ook urgent woningzoekenden zelf
                    actief moeten zijn in het verkrijgen van passende woonruimte. Zij dienen zelf te
                    reflecteren op de aangeboden woonruimte. Zij verkrijgen met hun status van
                    urgent woningzoekende binnen de gestelde termijn voorrang boven andere reguliere
                    kandidaten.</al><al>Van de in dit artikel bedoelde actieve bemiddelingsmogelijkheid door
                    burgemeester en wethouders wordt slechts dan gebruik gemaakt indien binnen het
                    reguliere aanbod geen passende woning ter beschikking komt binnen de in de
                    urgentietoekenning gestelde termijn.</al><al/><tussenkop>Artikel 2.13 Relatie tussen woning en
                    huisvestingsproblematiek</tussenkop><al>Bij het toekennen van urgentie wordt aangegeven voor welk type woning de
                    urgentie geldt. Het toekennen van urgentie is uitsluitend bedoeld om de
                    specifieke woonproblematiek van de aanvrager op te lossen. Het is niet mogelijk
                    en niet wenselijk met een toegekende urgentie ‘promotie’ te maken in de
                    wooncarrière.</al><al/><tussenkop>Toelichting HOOFDSTUK 3</tussenkop><tussenkop>artikel 3.2. Vergunningsvereiste.</tussenkop><al>Het vergunningstelsel in het kader van de onttrekking van woningen aan de
                    woonbestemming is opgenomen teneinde het college van burgemeester en wethouders
                    zicht te laten blijven houden op de ontwikkelingen in deze, dit vanwege de in de
                    regio Gooi en Vechtstreek aanhoudende schaarste op de woningmarkt.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>