<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR2916_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Inspraakverordening gemeente Wijk bij Duurstede 1997</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:creator><dcterms:modified>2008-12-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wijk bij Duurstede</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.wijkbijduurstede.nl">Wijkse Courant</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Inspraakverordening gemeente Wijk bij Duurstede 1997</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1997-04-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1997-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-03-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuw</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Inspraak</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Inspraak</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Inspraakverordening gemeente Wijk bij Duurstede 1997</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>ALGEMENE INSPRAAKVERORDENING</vet></al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Wijk bij Duurstede, gelezen het voorstel van
                        burgemeester en wethouders, d.d. 25 maart 1997,</al><al>gelet op artikel 150 van de Gemeentewet</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al>1.De volgende Algemene Inspraakverordening vast te stellen: De raad van
                        de gemeente Wijk bij Duurstede;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.</al><al>15 april 1997, nr. 57 ;</al><al> gelet op artikel 150 van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>-de Algemene Inspraakverordening gemeente Wijk bij </al><al>Duurstede 1997 vast te stellen.</al><al>-de Inspraakverordening van 21 december 1993 in te</al><al>trekken.</al><al>-de werking van de Inspraakverordening gemeente Wijk bij Duurstede</al><al>Duurstede 1997 na één jaar te evalueren. </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>De verordening verstaat onder:</al><al>a.inspraak:</al><al>de gelegenheid waarbij ingezetenen en andere natuur-</al><al>lijke en rechtspersonen die een belang hebben in de </al><al>gemeente betrokken worden bij de voorbereiding van</al><al>het gemeentelijk beleid, teneinde hen in staat te </al><al>stellen de inhoud van het beleid te beïnvloeden;</al><lijst><li nr="b."><al>inspraakprocedure:</al><al> de wijze waarop de inspraak gestalte wordt gegeven. </al><al> Daarbij kan sprake zijn van participatie of consultatie</al></li><li nr="c."><al>inspraakonderwerp:</al><al> het gemeentelijk beleidsvoornemen of het voorgenomen</al><al> besluit waarop de inspraak betrekking heeft.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>1.Inspraak is in het beginsel mogelijk op alle terreinen van</al><al>gemeentelijk bestuur.</al><lijst><li nr="2."><al>Geen inspraak wordt verleend als:</al></li><li nr="1."><al>het om een herziening van ondergeschikte betekenis gaat van een
                                    eerder vastgesteld beleidsvoornemen of besluit;</al></li><li nr="2."><al>inspraak bij of krachtens de wet is uitgesloten;</al></li><li nr="3."><al>als er sprake is van uitvoering van regelingen van hogere
                                    overheden, waarbij van beleidsvrijheid geen sprake is;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Subject van inspraak</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen inspraak verlenen aan ingezetenen <cursief>en andere natuurlijke en rechtspersonen die een belang hebben
                                in de gemeente. </cursief></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>1.Burgemeester en wethouders stellen voor elk beleidsvoornemen waarop
                            inspraak wordt verleend, een inspraakprocedure vast.</al><al>Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht wordt als basis voor</al><al>de inspraakprocedure in de gemeente gehanteerd.</al><lijst><li nr="2."><al>De inspraakprocedure geeft aan:</al><lijst><li nr="a."><al>het onderwerp van inspraak</al></li><li nr="b."><al>het moment in de beleids- of planontwikkeling waarop
                                        </al></li></lijst></li></lijst><al>de inspraak start.</al><al>c.de financiële, planologische en juridische kaders, alsmede de </al><al>overige marges en bespreekpunten</al><al>d.de wijze waarop inspraak wordt verleend (participatie of</al><al>consultatie)</al><lijst><li nr="e."><al>de faseringen en termijnstelling</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop de inspraak en de verwerking daarvan wordt
                                    teruggekoppeld aan de insprekers.</al><lijst><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat alle
                                            relevante</al><al> informatie met betrekking tot de inspraakprocedure
                                            tijdig beschikbaar </al><al> komt aan belanghebbenden.</al></li><li nr="4."><al>In reguliere schoolvakanties worden geen
                                            inspraakbijeenkomsten</al><al> gehouden of uitnodigingen daarvoor verzonden tenzij
                                            belanghebbenden</al><al> aangeven hiertegen geen bezwaar te hebben.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de inspraakprocedure wijzigen in
                                die gevallen waarin de vaststelling van de beleidsvoornemens dat
                                vereist. Zij geven hiervan kennis overeenkomstig artikel 3:42 van de
                                Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Insprekers kunnen een verzoek tot herziening van de
                                inspraakprocedure bij het college indienen. Burgemeester en
                                wethouders beslissen binnen 4 weken over het verzoek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het besluit over het verzoek tot wijziging van de inspraakprocedure
                                wordt gemotiveerd en schriftelijk aan de insprekers meegedeeld.</al><al>Eindverslag</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Ter afronding van de inspraak maken burgemeester en
                                        wethouders een eindverslag op.</al></li><li nr="2."><al>Dit verslag bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde procedure;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                        mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li><li nr="c."><al>een reactie op de zienswijzen, waarbij met redenen omkleed
                                        wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing
                                        van het beleidsvoornemen of voorgenomen besluit zou kunnen
                                        worden overgaan;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders bieden het eindverslag
                                        gelijktijdig aan met het ter besluitvorming voorliggende voorstel aan de functionele
                                        raadscommissie en/of de gemeenteraad.</al></li><li nr="4."><al>Het door de raad (scommissie) genomen definitieve besluit
                                        wordt inclusief het eindverslag door burgemeester en wethouders ter kennis van
                                        de insprekers gebracht.</al></li></lijst><al>Beklagrecht</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende
                                        natuurlijke en rechtspersonen</al><al> kunnen over de wijze van uitvoering van deze verordening en
                                        de inspraakprocedure bij </al><al> burgemeester en wethouders een schriftelijke klacht
                                        indienen.</al></li><li nr="2."><al>Een klacht, als bedoeld in het eerste lid, dient uiterlijk
                                        vier weken na afloop van de</al><al> inspraakprocedure te worden ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken na
                                        ontvangst van het</al><al> klaagschrift omtrent de ingediende klacht. Zij kunnen deze
                                        termijn met ten hoogste </al><al> vier weken verdagen.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders brengen de beslissing over het
                                        klaagschrift onmiddellijk</al><al> ter kennis van de klager en de gemeenteraad.</al></li></lijst><al>Slot – en overgangsbepalingen</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als de ‘Algemene
                                Inspraakverordening gemeente Wijk bij Duurstede 1997’.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste
                                        dag na haar bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De Inspraakverordening zoals vastgesteld door de raad op 21
                                        december 1993 wordt ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>De op de datum van inwerkingtreding lopende
                                        inspraakprocedures worden voortgezet overeenkomstig de eerdere besluiten die over die procedures
                                        zijn opgenomen.</al><al> Op die procedures is deze verordening niet van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 29 april 1997.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De secretaris, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al> Toelichting op de Algemene Inspraakverordening</al><al><vet>Artikel 1 Definitie en functie van inspraak</vet></al><al>Inspraak is de gelegenheid waarbij burgers invloed kunnen uitoefenen
                                op het gemeentelijk besluitvormingsproces en is een onderdeel van de
                                voorbereiding van het gemeentelijk beleid.</al><al>Tijdens inspraak hebben belanghebbenden de mogelijkheid om hun
                                mening over een beleidsvoornemen of een voorgenomen besluit kenbaar
                                te maken. Dit is voor het gemeentebestuur een belangrijk middel in
                                het kader van de noodzakelijke belangenafweging.</al><al>Het zwaartepunt van de inspraak ligt in principe in het begin van
                                het beleids- of planproces.</al><al>We onderscheiden twee vormen van inspraak: participatie en
                                consultatie.</al><al>Participatie</al><al>Participatie is gebaseerd op samenwerking en gezamenlijk overleg. In
                                dat gezamenlijk overleg vindt er een verkenning plaats van de
                                probleemstelling en verschillende oplossingsrichtingen.</al><al>Meer specifiek gedefinieerd:</al><lijst><li nr="-"><al>Participatie gaat uit van het samen met belanghebbenden
                                        formuleren van ( nadere )</al><al> randvoorwaarden en uitgangspunten voor beleid op plannen
                                        en/of het uitwerken </al><al> daarvan;</al></li><li nr="-"><al>Aspecten die bij participatie aan de orde komen zijn:</al></li><li nr="·"><al>analyse van de problematiek</al></li><li nr="·"><al>het zoeken naar oplossingsmogelijkheden</al></li><li nr="·"><al>het bestuderen van de alternatieven</al></li><li nr="·"><al>het uitwerken van (randvoorwaarden) voor een beleid of
                                        plan</al></li><li nr="-"><al>Voorwaarde voor participatie is dat er ruime mogelijkheden
                                        voor beïnvloeding</al><al> aanwezig zijn;</al></li><li nr="-"><al>Participatie kan in verschillende fasen van een beleid of
                                        planproces plaats vinden.</al><al> Dat kan aan het begin zijn, het kan ook gaan om uitwerking
                                        van onderdelen van een </al><al> groter beleid of plan;</al></li><li nr="-"><al>Het resultaat van participatie is een uitgewerkt ( onderdeel
                                        van) een beleid of plan of</al><al> verschillende alternatieven;</al></li><li nr="-"><al>Werkvormen die gebruikt worden bij participatie zijn
                                        werkgroepen, studiedagen,</al><al>werkconferenties enz.</al><al/></li></lijst><al><vet>Consultatie:</vet></al><al>Consultatie is een meningsuitwisseling over die onderdelen van een
                                beleid of plan die ter discussie staan. Er is sprake van een door
                                randwoorden afgebakende discussie, waarbij door de gemeente aan
                                belanghebbenden een aantal vragen wordt voorgelegd. </al><al>Consultatie is een volwaardige vorm van inspraak die kan leiden tot
                                bijstelling van beleid of plannen. </al><al>Meer specifiek gedefinieerd:</al><lijst><li nr="-"><al>Consultatie gaat uit van het aan belanghebbenden voorleggen
                                        van een beleid of een</al><al> plan, waarvan de hoofdlijnen reeds vastliggen;</al></li><li nr="-"><al>Daarbij worden maatschappelijk betrokkenen geraadpleegd om
                                        beleid of plannen aan</al></li></lijst><al>te kunnen passen zodat deze zoveel mogelijk zijn afgestemd op de
                                visies of belangen</al><al>van de betrokkenen;</al><lijst><li nr="-"><al>Het resultaat van consultatie is een aangepast beleid of
                                        plan en een overzicht van</al><al> beslispunten voor de politieke besluitvorming;</al></li><li nr="-"><al>Consultatie kan in verschillende fasen in de
                                        beleidsontwikkeling plaatsvinden en kan</al></li></lijst><al>betrekking hebben op het totale beleid of op onderdelen
                                daarvan;</al><al>-Werkvormen die gebruikt worden bij consultatie zijn algemene
                                inspraakavonden,</al><al>- inloopspreekuren, enquêtes, hoorzittingen, beleid dat ‘ter visie’
                                wordt aangeboden om </al><al>- schriftelijk of mondeling op te reageren, enz.</al><al>In principe kan er in iedere fase van een beleids- of
                                planontwikkelingsproces sprake zijn van participatie of consultatie.
                                Aan het begin van een inspraakprocedure wordt gemotiveerd aangegeven
                                waarom voor één of voor beide vormen wordt gekozen.</al><al>Met inspraak wordt gestreefd naar:</al><lijst><li nr="-"><al>Het vergroten van het draagvlak voor het beleid;</al></li><li nr="-"><al>het versterken van de betrokkenheid en eigen
                                        verantwoordelijkheid van burgers bij de</al></li></lijst><al>eigen woon- en leefsituatie;</al><al>-het verbeteren van de kwaliteit van beleid en plannen.</al><al>Inspraak moet worden onderscheiden van andere mogelijkheden die men
                                heeft om zich tot het gemeentebestuur te wenden. Te denken valt
                                hierbij aan het spreekrecht bij commissievergaderingen, de
                                spreekuren van de wethouders, het schrijven van brieven, bezwaar- en
                                beroepsmogelijkheden, enz.</al><al>Ook moet inspraak duidelijk worden onderscheiden van informatie.
                                Informatie over beleid of plannen is een belangrijk onderdeel van
                                inspraakprocessen. Slechts met voldoende informatie zijn
                                belanghebbenden in staat volwaardig deel te nemen aan participatie
                                of consultatie. Informatie kan schriftelijk en mondeling worden
                                gegeven. Schriftelijk zal die veelal via de gebruikelijke kanalen
                                gaan, zoals artikelen op de gemeentepagina, via persberichten,
                                persoonlijke brieven of het toezenden van de conceptplannen aan
                                belanghebbenden. Wordt er gekozen voor mondelinge informatie dan kan
                                dit bijvoorbeeld via een informatie-avond, een inloopspreekuur of
                                tijdens een commissievergadering.</al><al>Informatie moet niet verward worden met inspraak. Informatie is geen
                                inspraak. Als besloten wordt om voor mondelinge
                                informatie-overdracht te kiezen (bijv. in de vorm van een
                                informatie-avond) dan moet duidelijk gemaakt worden dat er geen
                                sprake is van invloed.</al><al>Zowel bij inspraak als bij mondelinge informatie-overdracht is
                                sprake van interactie tussen bestuur en burgers. Soms wordt daarom
                                gekozen voor een informatie-avond in plaats van een inspraak-avond.
                                Dat geldt bijvoorbeeld omdat er wettelijke beperkingen zijn of omdat
                                er politiek/bestuurlijke argumenten zijn om af te zien van inspraak. </al><al>Over het algemeen geldt dat informatie een onderdeel is van het
                                inspraakproces. Voor tijdens en na de inspraak worden
                                belanghebbenden schriftelijk en/of mondeling geïnformeerd. De
                                informatie die verkregen wordt van belanghebbenden kan natuurlijk
                                aanleiding voor de gemeente zijn om conceptplannen bij te stellen.
                                Informatie van belanghebbenden is vaak een nuttige bron, een
                                voorstadium, een signaal op grond waarvan beleid kan worden
                                ontwikkeld dat een groter draagvlak heeft. Echter, inspraak kan
                                nooit vervangen worden door informatie.</al><al>Informatievoorziening over een beleidsvoornemen of een besluit,
                                zonder dat er inspraak plaatsvindt, valt buiten de regeling van deze
                                inspraakverordening.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Onderwerp van inspraak</vet></al><al>Inspraak is in beginsel mogelijk op alle terreinen van gemeentelijk
                                bestuur.</al><al>In een aantal gevallen is inspraak wettelijk voorgeschreven. </al><al>Voorbeelden hiervan zijn de Wet op de Ruimtelijke Ordening, de
                                Monumentenwet, de Wegenwet, de Welzijnswet en de Wet op de Stads- en
                                Dorpsvernieuwing. Wij vinden het niet gewenst om in de verordening
                                een opsomming te geven van gevallen waarin inspraak wordt verleend.
                                Een dergelijke opsomming kan nooit volledig zijn en kan ten onrechte
                                als limitatief geïnterpreteerd worden. </al><al>Van geval tot geval wordt expliciet besloten om inspraak te geven
                                onder gelijktijdige vaststelling van de inspraakprocedure, met
                                inachtneming van de wettelijk voorgeschreven verplichtingen ten
                                aanzien van inspraak.</al><al>In gevallen, waarin dat uitdrukkelijk is verzocht door
                                belanghebbenden, zal inspraak in het bijzonder de aandacht hebben.
                                Dit geldt temeer, indien sprake is van initiatieven vanuit de
                                inwoners c.q. belangengroeperingen. Het past immers geheel in de
                                geest van de verordening dat dergelijke initiatieven worden
                                toegejuicht. Overigens zal dit niet kunnen betekenen, dat deze in
                                alle gevallen zullen worden overgenomen, doch een adequate reactie
                                van gemeentewege mag worden verwacht.</al><al>In het tweede lid is opgenomen wanneer in elk geval geen inspraak
                                wordt verleend.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Subject van inspraak</vet></al><al>Deze omschrijving spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Inspraakprocedure</vet></al><al>Eerste lid</al><al>De vast te stellen inspraakprocedure maakt integraal onderdeel uit
                                van het beleidsvoornemen. Veelal zal dit beleidsvoornemen opgesteld
                                zijn in de vorm van een B&amp;W rapport.</al><al>De inspraakprocedure wordt samen met het beleidsvoornemen
                                vastgesteld door B&amp;W.</al><al>De Algemene wet bestuursrecht (Awb) geeft in afdeling 3.4 een
                                openbare voorbereidingsprocedure aan voor de voorbereiding van
                                besluiten. In deze verordening is ervoor gekozen deze procedure als
                                basis voor inspraakprocedures volgens deze verordening in de
                                gemeente te hanteren. Door het overnemen van de procedure, in alle
                                situaties waarin besloten is inspraak te verlenen, wordt een
                                standaard werkwijze ingevoerd, die door zijn algemene geldigheid
                                herkenbaar is voor de burgers en gemakkelijker toepasbaar is voor
                                betrokken ambtenaren. </al><al>Gevolg van het volgen van de modelregeling van afdeling 3.4 is wel
                                dat burgemeester en wethouders aan bevoegdheden inboeten waar het
                                gaat om:</al><lijst><li nr="-"><al>de vaststelling van de periode waarin het beleidsvoornemen
                                        ter inzage wordt gelegd;</al></li><li nr="-"><al>hoe de mogelijkheid van ter inzagelegging ter kennis van het
                                        publiek wordt gebracht;</al></li><li nr="-"><al>wat in de bekendmaking moet worden vermeld.</al></li></lijst><al>Dit bezwaar is niet zo zwaarwegend dat het opweegt tegen het
                                voordeel van een zoveel mogelijk uniforme regeling van de ter
                                inzagelegging.</al><al>Hieronder de procedure:</al><al>1.De ter inzagelegging wordt in ieder geval aangekondigd op de
                                gemeentepagina in deWijkse Courant en waar mogelijk op andere
                                geschikte wijze (bijvoorbeeld per brief).</al><al>In deze kennisgeving wordt in ieder geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>wat het beleidsvoornemen of voorgenomen besluit
                                        inhoudt;</al></li><li nr="b."><al>op welke aspecten van het beleidsvoornemen of voorgenomen
                                        besluit inspraak mogelijk is (marges van inspraak);</al></li><li nr="c."><al>waar en wanneer de stukken ter inzage liggen;</al></li><li nr="d."><al>wie in de gelegenheid wordt gesteld te reageren (“hun
                                        zienswijze naar voren te brengen”);</al></li><li nr="e."><al>op welke wijze dat kan gebeuren. Het kan zowel mondeling als
                                        schriftelijk</al></li><li nr="2."><al>Het beleidsvoornemen of voorgenomen besluit en daarop
                                        betrekkende hebbende</al><al> stukken wordt voor een periode van tenminste 4 weken ter
                                        inzage gelegd. Dat vindt in </al><al>elk geval plaats op het stadskantoor en
                                        zo mogelijk op andere daarvoor geschikte </al></li></lijst><al>plaatsen (bijvoorbeeld bibliotheek en dorpshuizen)</al><al>3.Iedereen die in de gelegenheid is gesteld te reageren kan
                                gedurende die vier weken van</al><al>ter inzagelegging zijn/haar zienswijze naar voren brengen. Officiële
                                schoolvakantieperioden tellen daarbij niet mee. Het gemeentebestuur
                                kan die periode verlengen, hetgeen in de algemene kennisgeving wordt
                                vermeld.</al><al>Tweede lid</al><al>Het zwaartepunt in de verordening ligt bij de opstelling van de
                                inspraakprocedure. Dit maakt het mogelijk de inspraak ‘op maat’ te
                                organiseren, afhankelijk van het onderwerp, de aard en de reikwijdte
                                van het beleidsvoornemen en de inspraakkaders. Bij de beschrijving
                                van de inspraakprocedure wordt in ieder geval aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>Het onderwerp van inspraak</al></li><li nr="-"><al>Een beschrijving van het beleidsvoornemen of plan, de
                                        achterliggende</al><al> stukken en mogelijke gevolgen;</al></li><li nr="b."><al>Het moment in de beleids- en planontwikkeling waarop de
                                        inspraak start</al></li><li nr="-"><al>Aangegeven wordt in welke fase het beleid of plan zich
                                        bevindt.</al><al> In het algemeen worden belanghebbenden zo vroeg mogelijk
                                        betrokken</al><al> in het beleids- of planproces. </al></li><li nr="c."><al>De financiële, planologische en juridische kaders, alsmede
                                        overige marges en</al><al>bespreekpunten</al></li><li nr="-"><al>Een beschrijving wordt gegeven van de vastgestelde
                                        randvoorwaarden,</al><al> wettelijke beperkingen en de ruimte die de inspraak biedt.
                                        Ook worden</al><al> de elementen genoemd waarover van belanghebbenden een
                                        uitspraak </al><al> wordt gevraagd.</al></li><li nr="d."><al>De wijze waarop inspraak wordt verleend (participatie of
                                        consultatie)</al></li><li nr="-"><al>Een beschrijving van de te volgen procedure en de inhoud van
                                        de</al><al> verschillende fasen in het inspraakproces;</al></li><li nr="-"><al>een motivering waarom gekozen wordt voor participatie dan
                                        wel</al><al> consultatie;</al></li><li nr="-"><al>wie in eerste instantie als belanghebbenden kunnen worden
                                        aangemerkt;</al></li><li nr="-"><al>op welke wijze belanghebbenden worden geïnformeerd en
                                        worden</al><al> betrokken bij de inspraak;</al></li><li nr="-"><al>op welke wijze belanghebbenden worden geïnformeerd over de
                                        wijze waarop hun reacties al dan niet zijn verwerkt in het
                                        beleid.</al></li><li nr="e."><al>De fasering en termijnstelling</al></li><li nr="-"><al>een planning</al></li><li nr="-"><al>de termijnen</al></li><li nr="-"><al>de relevante politieke besluitvormingsmomenten</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop betrokkenen over deze
                                        besluitvormingsmomenten</al><al> worden geïnformeerd. </al></li></lijst><al>Derde lid</al><al>Het is vanzelfsprekend dat betrokkenen goed geïnformeerd moeten zijn
                                om volwaardig te kunnen deelnemen aan een inspraakprocedure. Dat
                                betekent dat aan belanghebbenden inzicht wordt gegeven in de onder
                                artikel 4 lid twee beschreven elementen.</al><al>Ook krijgen deelnemers aan inspraakprocedures verslagen van
                                eventuele bijeenkomsten toegezonden. Zij worden tevens geïnformeerd
                                over:</al><lijst><li nr="-"><al>de wijze waarop het college rekening heeft gehouden met de
                                        in de inspraak naar voren</al><al> gebrachte zaken;</al></li><li nr="-"><al>de eventuele wijzigingen in het voorgenomen besluit na
                                        behandeling in commissies</al><al>en raad.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Wijzigingsbevoegdheid</vet></al><al>Wijziging van de inspraakprocedure kan plaats vinden door
                                        het college. Deze wijzigingsbevoegdheid wordt ingeperkt wat
                                        betreft het vaststellen van de inzagetermijn. Omdat afdeling
                                        3.4 van de Awb van toepassing is verklaard kan niet worden
                                        afgeweken van de termijn van tenminste vier weken voor de
                                        ter inzagelegging. Dat geldt ook voor de termijn waarbinnen
                                        belanghebbenden hun zienswijze over het beleidsvoornemen
                                        kenbaar kunnen maken. </al><al/><al><vet>Artikel 6 Eindverslag</vet></al><al>Het eindverslag geeft een overzicht weer van:</al><lijst><li nr="-"><al>de naar voren gebrachte zienswijzen;</al></li><li nr="-"><al>op welke wijze daarmee rekening is gehouden en;</al></li><li nr="-"><al>het verloop van de procedure.</al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 7 Beklagrecht</vet></al><al>Het aangeven van het verschil tussen de geboden
                                        klachtenprocedure en het indienen van een bezwaarschrift is
                                        in dit verband van belang. Voor het omschrijven van dit
                                        verschil is gebruik gemaakt van de informatie van de VNG
                                        over de concept-toelichting op de 4<sup>e</sup> tranche van
                                        de Algemene wet bestuursrecht waarin het klachtenrecht zal
                                        worden geregeld. </al><al>Een belanghebbende kan een klacht bij burgemeester en
                                        wethouders indienen wanneer het betreft een gedraging van
                                        een gemeentelijke vertegenwoordiger waar het gaat om de
                                        wijze van uitvoering van de Inspraakverordening of een
                                        inspraakprocedure.</al><al>Nadat burgemeester en wethouders op de klacht hebben
                                        beslist, kan tegen die beslissing geen bezwaar worden
                                        gemaakt of beroep worden aangetekend.</al><al>Indien een belanghebbende het niet eens is met een
                                        besluitdat op grond van de
                                        Inspraakverordening of een inspraakprocedure is genomen, kan
                                        hij een bezwaarschrift indienen bij het bestuursorgaan
                                        (raad, burgemeester en wethouders of de burgemeester) dat
                                        het besluit heeft genomen.</al><al>In geval dat een belanghebbende een klacht heeft ingediend,
                                        maar niet uitgesloten moet worden geacht dat bedoeld is
                                        tegen een besluit bezwaar te maken, dan zal met
                                        belanghebbende over diens juiste bedoeling overleg moeten
                                        worden gepleegd.</al><al/><al><vet>Artikel 8 en 9 Slot en overgangsbepalingen</vet></al><al>Deze artikelen hebben geen toelichting nodig. </al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>