<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR29151_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van de baatbelasting herziening winkelgebied Burg. van Hoofflaan.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veldhoven</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-02-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veldhoven</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.deweekkrant.nl/de_ahrenberger">De Ahrenberger, 28-6-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening baatbelasting herziening winkelgebied Burg. van Hoofflaan</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.overheid.nl">Gemeentewet, art. 222</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-06-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-07-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2006-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>06.205</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Regeling m.b.t. de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van de baatbelasting herziening winkelgebied Burg. van Hoofflaan.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>– Begripsomschrijvingen.</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>een onroerende zaak:</al><lijst><li nr="1."><al>een gebouwd eigendom;</al></li><li nr="2."><al>een ongebouwd eigendom;</al></li><li nr="3."><al>een gedeelte van een onder 1 of 2 bedoeld eigendom dat
                                        blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk
                                        geheel te worden gebruikt;</al></li><li nr="4."><al>een samenstel van twee of meer van de onder 1 of 2 bedoelde
                                        eigendommen of onder 3 bedoelde gedeelten daarvan, die naar
                                        de omstandigheden bij elkaar horen;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>eigendom: een perceel volgens de kadastrale aanduiding;</al></li><li nr="c."><al>het bestemmingsplan: bestemmingsplan “D’ Ekker”, vastgesteld bij
                                raadsbesluit van 8 februari 1983, goedgekeurd door Gedeputeerde
                                Staten van Noord-Brabant op 25 januari 1984, nr. 106.604;</al></li><li nr="d."><al>bestemming: de voor een onroerende zaak geldende bestemming volgens
                                het geldende bestemmingsplan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Belastbaar feit.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam “Baatbelasting herziening winkelgebied Burg. van
                                Hoofflaan” wordt in de vorm van een heffing ineens een belasting
                                geheven ter zake van de onroerende zaken gelegen in de gemeente
                                binnen de rode omlijning op de bij deze verordening behorende en als
                                zodanig gewaarmerkte kaart nr. 2005-070, die op 1 januari 2006 zijn
                                gebaat door de in het tweede lid genoemde voorzieningen die tot
                                stand zijn gebracht door of met medewerking van het
                                gemeentebestuur.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid bedoelde voorzieningen omvatten:</al><lijst><li nr="a."><al>heraanleg en uitbreiding parkeerplaatsen met nieuwe in- en
                                        uitrijmogelijkheden;</al></li><li nr="b."><al>aanleg nieuwe ontsluitingsweg in heraangelegd en uitgebreid
                                        parkeerplaatsengebied; </al></li><li nr="c."><al>gelijkvloerse bestrating van het gehele gebied met
                                        hoogwaardige bestrating; </al></li><li nr="d."><al>uitbreiding riolering met meer kolken; </al></li><li nr="e."><al>accentuering doorsteken voor voetgangers van/naar
                                        parkeerplaatsen naar/van de winkels;</al></li><li nr="f."><al>uitbreiding openbare verlichting;</al></li><li nr="g."><al>plaatsen van nieuw straatmeubilair;</al></li><li nr="h."><al>aanbrengen haagbeplanting en andere beplanting. </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>– Belastingplicht.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak als
                            bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens
                            eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene, die op het tijdstip
                            van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting wordt geheven in
                            de vorm van een jaarlijkse belasting, bij de aanvang van het
                            belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld,
                            tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens
                            eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in
                            artikel 2, tweede lid, ter zake van een onroerende zaak krachtens
                            overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van die
                            onroerende zaak niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>– Maatstaf van heffing.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Maatstaf van heffing is de uitkomst van de volgende formule:</al><al>(A x C) + (B x D) </al><al>waarin:</al><al>A = de maatstaf van heffing zoals bedoeld in het tweede lid;</al><al>B = de maatstaf van heffing zoals bedoeld in het derde lid;</al><al>C = het tarief zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid;</al><al>D = het tarief zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid.</al></li><li nr="2."><al>De <cursief>toegangszijde</cursief> wordt bepaald op het aantal
                                volle strekkende meters van de zijde vanwaar een gebouw vanaf het
                                openbaar gebied voor het publiek toegankelijk is, zoals aangegeven
                                in het bestemmingsplan.</al></li><li nr="3."><al>De <cursief>oppervlakte</cursief> wordt bepaald op het volle aantal
                                vierkante meters van de onroerende zaak dat bebouwbaar is met de
                                bestemming winkels, kantoren en horecabedrijven, zoals aangegeven in
                                het bestemmingsplan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>- Belastingtarief.</titel></kop><al>De belasting bedraagt:</al><lijst><li nr="1."><al>voor elke volle strekkende meter van de heffingsmaatstaf, zoals
                                bedoeld in artikel 4, tweede lid: € 134,23;voor elke volle vierkante
                                meter van de heffingsmaatstaf, zoals bedoeld in artikel 4, derde
                                lid: € 6,55.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>– Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse
                            belasting.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
                                belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een
                                jaarlijkse belasting gedurende 10 jaren. Het verzoek genoemd in de
                                eerste volzin dient binnen zes weken na de dagtekening van de
                                aanslag schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b,
                                van de Gemeentewet, bedoelde gemeenteambtenaar te worden
                                ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Het belastingjaar loopt van 1 juli van enig jaar tot en met 30 juni
                                van het daarop volgende jaar. </al></li><li nr="3."><al>De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
                                verschuldigde bedrag, berekend op basis van een periode van 10 jaar
                                en een rentevoet van 4 %.</al></li><li nr="4."><al>De belasting over de nog niet aangevangen belastingjaren kan elk
                                jaar door de belastingplichtige worden afgekocht. Hiertoe dient een
                                schriftelijk verzoek te worden ingediend, voorafgaand aan het eerste
                                belastingjaar van de periode, waarop de afkoop betrekking heeft. De
                                afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van de op 1 juli van
                                het eerste belastingjaar van de periode waarop de afkoop betrekking
                                heeft, nog te verschijnen belastingbedragen, berekend naar een
                                rentevoet van 4 %.</al></li></lijst><lijst><li nr="5."><lijst><li nr="a."><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een
                                        jaarlijkse heffing en de belastingplicht in de loop van het
                                        belastingtijdvak als bedoeld in het eerste lid eindigt of
                                        wijzigt als gevolg van het overdragen van eigendom, bezit of
                                        beperkt recht, wordt de nieuwe genothebbende krachtens
                                        eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang van het
                                        eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor
                                        de resterende belastingjaren van het belastingtijdvak,
                                        berekend overeenkomstig het vierde lid van dit artikel.</al></li><li nr="b."><al>In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op
                                        verzoek van de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige
                                        de jaarlijkse heffing overeenkomstig het eerste lid
                                        gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient binnen zes weken na
                                        de dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel a,
                                        schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b,
                                        van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden
                                        ingediend.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
                                heffing en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het
                                bezit of het beperkt recht van een gedeelte van de onroerende zaak
                                wordt overgedragen, wordt voor de verdeling van de resterende
                                belastingschuld de maatstaf van heffing voor de betreffende
                                onroerende zaken opnieuw vastgesteld voor de nog niet aangevangen
                                belastingjaren volgens de formule A/B x C. </al><al>Voor deze formule geldt:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="A."><al>de oppervlakte van de na de overdracht bestaande onroerende
                                        zaak;</al></li><li nr="B."><al> de oppervlakte van de voor de overdracht bestaande
                                        onroerende zaak; </al></li><li nr="C."><al>de resterende belastingschuld voor de op het moment
                                        van de overdracht nog niet aangevangen belastingjaren, zoals
                                        deze gold voor de voor de overdracht bestaande onroerende
                                        zaak.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>– Wijze van heffing.</titel></kop><al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>– Termijn van betaling.</titel></kop><al>De aanslagen moeten worden betaald in één termijn, welke vervalt op de
                        laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening
                        van het aanslagbiljet is vermeld.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>– Kwijtschelding van belasting.</titel></kop><al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>– Machtiging tot overdracht van bevoegdheden.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het
                                verlenen van schriftelijke toestemming met betrekking tot het
                                verdagen van de uitspraak op het bezwaarschrift voor ten hoogste één
                                jaar.</al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een of meer
                                gemeenteambtenaren aanwijzen die in zijn plaats treden met
                                betrekking tot de uitvoering van enige wettelijke bepaling
                                betreffende de heffing en de invordering van de baatbelasting.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>– Verzending van aanslagen.</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan bepalen dat voor de
                        toezending of uitreiking van de aanslagbiljetten ingevolge artikel 8, eerste
                        lid, van de Invorderingswet 1990 (Stbl. 1990, 221) voor de betrokken in
                        artikel 231 tweede lid letter b, van de Gemeentewet bedoelde
                        gemeenteambtenaar een andere gemeenteambtenaar in de plaats treedt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>– Nakoming van verplichtingen.</titel></kop><al>De verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet
                        inzake rijksbelastingen (Stbl. 1959, 301) en in de artikelen 58 en 60 van de
                        Invorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de
                        algemene maatregelen van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet,
                        gelden mede jegens de door het college van burgemeester en wethouders
                        aangewezen ambtenaren van de gemeentelijke belastingen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>– Invorderingsrente.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bepaalde in Hoofdstuk V van de Invorderingswet 1990 inzake
                                invorderingsrente vindt toepassing op de invordering van de
                                baatbelasting.</al></li><li nr="2."><al>De ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de
                                Invorderingswet 1990 vindt daarbij overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van de in het tweede lid genoemde regeling wordt geen
                                invorderingsrente in rekening gebracht indien deze in totaal een
                                bedrag van € 22,68 niet te boven gaat.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>– Inwerkingtreding en citeertitel.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 juli 2006.</al></li><li nr="3."><al> De verordening kan worden aangehaald als “Verordening baatbelasting
                                herziening winkelgebied Burg. van Hoofflaan”.</al></li></lijst><al/><al/></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>