<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR291447_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen Opsterland 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-09-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.opsterland.nl, 25-04-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen Opsterland 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8 lid 1 onder g en lid 2 onder d, art. 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012-37161</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De verordening treedt in werking met terugwerkende kracht per 1 januari 2013</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen Opsterland 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Opsterland</al><al/><al>gelezen het advies van het CUMO van 18 oktober 2012</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 oktober 2012</al><al/><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onder g, en tweede lid, onder d en artikel 35, vijfde
            lid van de Wet werk en bijstand;</al><al/><al>overwegende dat,</al><al>de raad bij verordening nadere regels stelt voor het verlenen van categoriale
            bijzondere bijstand voor maatschappelijke participatie van het schoolgaande kind;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al>Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen Opsterland 2013</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader zijn
              omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand, de Algemene wet
              bestuursrecht en de Gemeentewet. In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van Opsterland</al></li><li nr="c."><al>de raad: de gemeenteraad van Opsterland;</al></li><li nr="d."><al>bijdrage: de categoriale bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35, lid 5,
                  van de wet;</al></li><li nr="e."><al>sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteit: een
                  maatschappelijke, educatieve, sportieve of culturele activiteit die beoogt een
                  sociaal isolement te voorkomen of te doorbreken.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Maatschappelijke participatie</titel></kop><al>Uitsluitend kosten in verband met maatschappelijke participatie van een ten laste
              komend kind dat onderwijs of een beroepsopleiding volgt, komen in aanmerking voor
              bijstandsverlening op grond van deze verordening. Met maatschappelijke participatie
              wordt bedoeld dat het oogmerk van bijstandsverlening dient te zijn het voorkomen of
              doorbreken van een sociaal isolement.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Uitsluitend een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 35 lid 5 WWB, met een in
              aanmerking te nemen inkomen dat niet uitkomt boven een door het college vast te
              stellen percentage van de geldende bijstandsnorm, komt in aanmerking voor categoriale
              bijzondere bijstand op grond van deze verordening.</al><al>Uitsluitend kosten voor sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve
              activiteiten in verband met ‘maatschappelijke participatie’ zoals bedoeld in artikel 2
              komen in aanmerking voor categoriale bijzondere bijstand op grond van deze
              verordening.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het college stelt met betrekking tot de uitvoering van deze verordening
              beleidsregels vast. De in het eerste lid bedoelde beleidsregels bevatten regels voor
              vaststelling van:</al><lijst><li nr="-"><al>het percentage bedoeld in artikel 3 eerste lid van deze verordening, waarbij dit
                  percentage in ieder geval niet hoger wordt vastgesteld dan 110 procent van de
                  geldende bijstandsnorm.</al></li><li nr="-"><al>de hoogte van de bijdrage per kind en de wijze waarop deze wordt verstrekt.</al><al>De in het eerste lid bedoelde beleidsregels bevatten tevens een richtsnoer van
                  de te verstrekken kosten in verband met sociaal-culturele, educatieve en sportieve
                  activiteiten.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening maatschappelijke
                  participatie schoolgaande kinderen Opsterland 2013’.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad voornoemd in zijn vergadering van 3 december
            2012</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Ieke Zwart Francisca Ravestein</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Algemene toelichting</al><al/><al>In de motie Blanksma-Spekman c.s. heeft de Tweede Kamer de regering gevraagd om
              gemeenten financieel af te rekenen door een korting op de algemene uitkering uit het
              gemeentefonds, als die onvoldoende bijdragen aan de rijksdoelstelling om het aantal
              kinderen uit arme gezinnen dat vanwege financiële redenen maatschappelijk niet
              meedoet, met de helft terug te dringen. Bij de uitvoering van deze motie heeft de
              regering gekozen voor een uitwerking die recht doet aan het uiteindelijke doel van de
              motie, namelijk in de Wet werk en bijstand gemeenteraden voor te schrijven dat zij
              gehouden zijn een verordening op te stellen met betrekking tot het verlenen van
              categoriale bijzondere bijstand voor de kosten in verband met maatschappelijke
              participatie van ten laste komende kinderen die onderwijs of een beroepsopleiding
              volgen. Voorts dient invulling te worden gegeven aan het begrip maatschappelijke
              participatie.</al><al/><al>Deze vorm van categoriale bijzondere bijstand kan op grond van artikel 35 lid 9 van
              de wet alleen worden verstrekt aan personen met maximaal een inkomen van 110% van de
              van toepassing zijnde bijstandsnorm. Kinderen moeten in hun kansen en mogelijkheden op
              ontwikkeling niet worden belemmerd door de slechte financiële positie van hun ouders.
              Maatschappelijke participatie van een kind is van groot belang met het oog op zijn of
              haar kansen op een zelfredzame toekomst. Alhoewel de regering er vanuit gaat dat de
              meeste ouders zich inzetten voor een goede toekomst voor hun kind, wil de regering
              voorkomen dat deze specifieke ondersteuning voor andere zaken kan worden aangewend. Om
              die reden acht de regering het wenselijk om de categoriale bijzondere bijstand aan
              deze groep in natura en niet als geldbedrag uit te keren. Als verstrekking in natura
              naar het oordeel van het college leidt tot een ondoelmatige uitvoering hiervan, kan
              gekozen worden voor een andere vorm.</al><al/><al>De gemeente Opsterland heeft om doelmatigheidsredenen gekozen voor het verstrekken
              van categoriale bijzondere bijstand in de vorm van een geldbedrag.</al><al/><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al/><al>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</al><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de WWB, Awb of de
              Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit voorkomt dat in
              geval van wijziging van betreffende definities in de betreffende wetten ook de
              Verordening moet worden gewijzigd.</al><al/><al>Ten aanzien van het beleid met betrekking tot de voorzieningen voor maatschappelijke
              participatie geldt dat deze uitsluitend betrekking mogen hebben op sociaal-culturele,
              educatieve of sportieve activiteiten. In artikel 1 lid 2 onderdeel e van deze
              verordening is bepaald dat onder sociaal-culturele, educatieve respectievelijk
              sportieve activiteit wordt verstaan: een maatschappelijke, educatieve, sportieve of
              culturele activiteit die beoogt een sociaal isolement te voorkomen of te doorbreken.
              Er kan worden gedacht aan een lidmaatschap van een sportvereniging of
              toneelvereniging. Een lidmaatschap van een belangengroep, zoals een vakbond, is geen
              sociaal-culturele of sportieve activiteit.</al><al/><al>Artikel 2. Maatschappelijke participatie</al><al>In artikel 8 lid 2 onderdeel d WWB is expliciet bepaald dat de gemeenteraad in de
              verordening maatschappelijke participatie regels moet stellen over de wijze waarop
              invulling wordt gegeven aan het begrip ‘maatschappelijke participatie’.</al><al/><al>In artikel 2 van deze verordening is aangegeven dat uitsluitend kosten in verband
              met maatschappelijke participatie in aanmerking komen voor bijstandsverlening op grond
              van deze verordening. Dit volgt ook uit artikel 3 lid 2 van deze verordening. In
              artikel 2 van deze verordening is voorts aangegeven dat het oogmerk van
              maatschappelijke participatie het voorkomen of doorbreken van een sociaal isolement
              is. Bij de invulling van het begrip maatschappelijke participatie is rekening gehouden
              met het feit dat van categoriale bijzondere bijstand zoals bedoeld in artikel 35 lid 5
              WWB geen sprake is voor zover het hoofddoel van de vergoeding het subsidiëren van
              culturele, educatieve of sportieve activiteiten is. Er is slechts sprake van
              bijstandsverlening indien voor belanghebbenden kosten worden weggenomen die zij anders
              wel zouden maken. Daarom is voor de toepassing van deze verordening slechts sprake van
              maatschappelijke participatie indien het oogmerk van bijstandsverlening het voorkomen
              of doorbreken van een sociaal isolement is.</al><al/><al>Artikel 3. Doelgroep</al><al>In artikel 3 lid 1 van deze verordening is bepaald dat uitsluitend een
              belanghebbende zoals bedoeld in artikel 35 lid 5 WWB, met een in aanmerking te nemen
              inkomen dat niet uitkomt boven een door het college vast te stellen percentage van de
              geldende bijstandsnorm, komt in aanmerking voor categoriale bijzondere bijstand op
              grond van deze verordening.</al><al/><al>In artikel 3 lid 2 van deze verordening is voorts bepaald dat uitsluitend kosten
              voor sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteiten in verband
              met ‘maatschappelijke participatie’ zoals bedoeld in artikel 2 in aanmerking komen
              voor categoriale bijzondere bijstand op grond van deze verordening. Zie in dit verband
              ook de toelichting bij artikel 2 van deze verordening.</al><al/><al>Artikel 4. Uitvoering</al><al>Het college stelt met betrekking tot de uitvoering van deze verordening
              beleidsregels vast. Deze beleidsregels hebben in ieder geval betrekking op het
              percentage bedoeld in artikel 3 lid 1 van deze verordening, waarbij dit percentage in
              ieder geval niet hoger wordt vastgesteld dan 110 procent van de geldende
              bijstandsnorm. In deze beleidsregels wordt tevens de hoogte van de bijdrage per kind
              bepaald en de wijze waarop deze wordt verstrekt. De beleidsregels bevatten tevens een
              richtsnoer van de te verstrekken kosten in verband met sociaal-culturele, educatieve
              en sportieve activiteiten.</al><al/><al>Artikel 5. Citeertitel en Artikel 6. Inwerkingtreding</al><al>Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>