<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR29124_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Organisatiebesluit 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hof van Twente</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hofweekblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Organisatiebesluit 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 160 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-11-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Organisatiebesluit 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Burgemeester en wethouders</vet> van de gemeente Hof van
                        Twente,</al><al/><al><vet>Overwegende</vet>:</al><al/><al>dat de organisatie met ingang van 1 januari 2009 is overgegaan van het
                        sectorenmodel op het hofmodel, waarbij afdelingen gepositioneerd zijn
                        rechtstreeks onder de directie,</al><al/><al>dat het wenselijk is de nieuwe organisatiestructuur en de verdeling van
                        taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van directie en
                        afdelingsmanagers eenduidig en transparant vast te leggen, </al><al/><al>dat het wenselijk is uiteenlopende centrale kaders van algemene aard, die
                        gelden voor integraal management, te bundelen, zodat deze eenvoudig
                        geraadpleegd kunnen worden,</al><al/><al>dat dit besluit gezien dient te worden als groeidocument, </al><al/><al>dat op termijn met nieuwe onderwerpen kan worden uitgebreid, die voor de
                        gehele organisatie relevant zijn,</al><al/><al>dat dit algemene besluit complementair is aan de beleidsinhoudelijke
                        bevoegdheidstoedeling aan specifieke afdelingsmanagers en functionarissen
                        genoemd in het Mandaat- en volmachtenbesluit,</al><al/><al>dat dit besluit jaarlijks bij vaststelling van het directieplan zal worden
                        geactualiseerd,</al><al/><al>gelet op artikel 160 Gemeentewet; </al><al/><al/><al><vet>besluiten:</vet></al><al/><al>- de Organisatieverordening van 14 mei 2002 en de Regeling budgetbeheer van
                        22 januari 2008 in te trekken,</al><al>- het Organisatiebesluit 2009 vast te stellen.</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 1 : HET HOFMODEL</label></kop><structuurtekst><al/><al><vet>Artikel 1 : De organisatiestructuur</vet></al><al>1. De ambtelijke organisatie is onderverdeeld in tien afdelingen, een
                            directie, een programmamanager, een concern controller en de
                            raadsgriffie. </al><al>2. De afdelingen zijn: Algemene zaken (AZ), Brandweer (BR) Facilitaire
                            zaken (FAZA), Financiële zaken (FIZA), Openbare werken (OW),
                            Publiekszaken(PUZA), Ruimtelijk economische ontwikkeling (REO),
                            Vergunningen &amp; handhaving (V&amp;H), Welzijn &amp; onderwijs
                            (W&amp;O), Werk, inkomen en zorg (WIZ) </al><al>3. De afdelingen, programmamanager en concern controller ressorteren
                            hiërarchisch rechtstreeks onder de directie. </al><al>4. De directie bestaat uit één directeur en één algemeen directeur. De
                            functie van algemeen directeur wordt vervuld door de gemeentesecretaris.
                            De gemeentesecretaris draagt binnen de directie de
                            eindverantwoordelijkheid. </al><al>5. Tot de afdeling Openbare werken behoort de buitendienst,
                            georganiseerd in drie rayons, elk onder leiding van een rayonmanager. </al><al>6. De raadsgriffie fungeert geheel onafhankelijk van het college en de
                            directie en ressorteert rechtstreeks onder de gemeenteraad. Zij blijft
                            in dit organisatiebesluit buiten beschouwing. </al><al>7. Afdelingen functioneren op hun taakvelden zelfstandig qua beleid en
                            uitvoering. Zij kunnen zich daarbij laten ondersteunen door consulenten
                            op financieel, juridisch, personeel of communicatief gebied. </al><al>8. Het organigram van het hofmodel is vormgegeven overeenkomstig bijlage
                            1.</al><al/><al><vet>Artikel 2 : Taakvelden per afdeling</vet></al><al>1. De afdeling Algemene zaken is belast met (vergunningverlening
                            op het gebied van) openbare orde en veiligheid, rampenbestrijding,
                            jumelages, commissie bezwaarschriften, juridische advisering,
                            kabinetszaken, koninklijke onderscheidingen, integrale veiligheid,
                            intergemeentelijke samenwerking, communicatie, bestuurssecretariaat,
                            directiesecretariaat, personele en organisatiezaken. Tot de afdeling
                            behoren ook de coördinatoren gebiedsgericht werken en de medewerker
                            bedrijfsvoering. </al><al>2. De afdeling Brandweer is belast met het verlenen van tijdelijke en
                            permanente gebruiksvergunningen, advisering over bouw- en
                            milieuaanvragen, aanschaf en onderhoud brandweermaterieel, het
                            voorbereiden van oefeningen en de repressieve brandbestrijding door de
                            vrijwillige brandweerorganisatie. </al><al>3. De afdeling Facilitaire zaken is belast met documentaire
                            informatievoorziening, centrale postbehandeling, archief,
                            informatiecentrum, facilitair beheer, centrale inkoop, bode- en
                            huishoudelijke diensten, cateringvoorziening, beheer vergaderruimten,
                            gebouwbeheer, werkplekvoorzieningen, beleid informatisering en
                            automatisering, systeem- en netwerkbeheer, pc- en helpdeskondersteuning. </al><al>4. De afdeling Financiële zaken is belast met de opstelling van
                            begroting en jaarrekening, financiële administratie,
                            crediteurenadministratie, heffing en invordering gemeentelijke
                            belastingen en overige debiteuren, Wet waardering Onroerende Zaken, BAG,
                            Treasury en financieel consulentschap. </al><al>5. De afdeling Openbare werken is belast met beleid, programmering,
                            voorbereiding en uitvoering van aanleg, beheer en onderhoud op het
                            gebied van civiele techniek (wegen en riolering), groen, water, sport-
                            en speelvoorzieningen en gebouwen, gladheidsbestrijding,
                            ongediertebestrijding, afval, verkeer en vervoer, vergunningen inritten,
                            riolering, Wet informatieuitwisseling ondergrondse netwerken, beheer
                            gemeentewerven. </al><al>6. De afdeling Publiekszaken is belast met frontoffice-dienstverlening
                            voor in beginsel alle gemeentelijke producten via de kanalen
                            publieksbalie, receptie en telefonisch informatiecentrum. De afdeling
                            geeft uitvoering aan de GBA. </al><al>7. De afdeling Ruimtelijk economische ontwikkeling is belast met de
                            integrale ontwikkeling van ruimtelijk beleid gericht op het gebruik van
                            ruimte in planologisch opzicht, door middel van structuurvisies,
                            bestemmingsplannen, projectbesluiten, gemeentelijke grondexploitatie
                            voor woningbouw of bedrijventerreinen, stedelijke vernieuwing en
                            plattelandsontwikkeling, economische aangelegenheden en milieubeleid. </al><al>8. De afdeling Vergunningen en handhaving is belast met de verlening van
                            vergunningen en ontheffingen op het gebied van bouwen, wonen, sloop,
                            milieu, monumenten, bomenkap en Algemene plaatselijke verordening,
                            monumentensubsidie en handhaving op al deze gebieden. </al><al>9. De afdeling Welzijn &amp; onderwijs is belast met beleid, uitvoering,
                            subsidieverlening op de gebieden: sport, zwembaden, kunst en cultuur,
                            sociaal cultureel werk, volwasseneneducatie, sociaal culturele
                            accommodaties, bibliotheek, integratie nieuwkomers, allochtonen,
                            ouderen, zorgvoorzieningen, volksgezondheid, maatschappelijke
                            dienstverlening, vrijwilligers, gemeenschapsaccommodaties, en tevens met
                            lokaal onderwijsbeleid, onderwijshuisvestingsbeleid, schoolbestuur
                            openbaar primair onderwijs, leerlingenvervoer, leerplicht,
                            peuterspeelzalen, jeugd(gezondheids)zorg en jeugd- en jongerenwerk.</al><al>10. De afdeling Werk, inkomen en zorg is belast met uitvoering van: Wet
                            maatschappelijke ondersteuning, Wet werk en bijstand, Besluit
                            bijstandsverlening zelfstandigen, Wet inkomensvoorziening oudere en
                            gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, reïntegratiebeleid,
                            sociale werkvoorziening, bijzondere bijstand, minimabeleid,
                            kwijtscheldingsbeleid, kinderopvang en inburgering.</al><al/><al><vet>Artikel 3 : Programmamanager en concern controller</vet></al><al>1. De programmamanager is belast met de coördinatie en afstemming
                            van (strategische) projecten en activiteiten, samengebracht in een
                            programma. </al><al>2. De concern controller treedt op als adviseur van directie en
                            managementoverleg en is belast met de beleidsmatige coördinatie,
                            planning en control van de jaarlijkse beleidscyclus, coördinatie van
                            doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken, algemene (juridische)
                            kwaliteitsaudits.</al><al/><al><vet>Artikel 4 : Uitgangspunten van integraal
                            management</vet></al><al>1. Centraal uitgangspunt van het leidinggeven in de organisatie is
                            integraal management. </al><al>2. Integraal management betekent dat managers verantwoordelijk zijn voor
                            zowel de input in termen van personele, financiële en andere middelen
                            van hun afdeling, als de output in termen van kwaliteit van
                            dienstverlening, behalen beleidsagenda en productie-agenda en
                            verantwoordelijkheid voor communicatie. Tevens betekent het dat managers
                            de hiervoor benodigde bevoegdheden krijgen toebedeeld. </al><al>3. De directie stuurt en leidt de ambtelijke organisatie en is jegens de
                            gemeentelijke bestuursorganen college en burgemeester integraal
                            eindverantwoordelijk voor de ambtelijke organisatie. </al><al>4. Afdelingsmanagers zijn binnen vastgestelde kaders integraal
                            verantwoordelijk voor het takenpakket dat aan hun afdeling is
                            toebedeeld, met uitzondering van de verantwoor-delijkheden die op basis
                            van het projectmatig werken bij besluit van burgemeester en wethouder
                            zijn toegewezen aan projectleiders, als bedoeld in hoofdstuk 13. </al><al>5. Leidinggevende taken die betrekking hebben op taken en medewerkers
                            van de buitendienst worden onder verantwoordelijkheid van de
                            afdelingsmanager Openbare werken uitgevoerd door de rayonmanagers. </al><al>6. Strategische projecten worden aangestuurd door daartoe aangewezen
                            projectleiders. </al><al>7. Projectmatig werken geschiedt op basis van het Handboek projectmatig
                            werken Hof van Twente, door een interdisciplinair samengestelde
                            projectgroep, in opdracht van een ambtelijk opdrachtgever en onder
                            toezicht van een stuurgroep.</al><al/><al><vet>Artikel 5 : Centrale kaderstelling leidinggeven</vet></al><al>1. Op het feitelijke leidinggeven door afdelingsmanagers zijn van
                            toepassing de kaders vermeld in dit besluit.</al><al>2. Voor zover de kaders over een onderwerp in dit besluit niet
                            uitputtend zijn, bevat het besluit een expliciete verwijzing naar de
                            geldende regeling of verordening.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2 : TAKEN, VERANTWOORDELIJKHEDEN &amp;BEVOEGDHEDEN
                            DIRECTIE</titel></kop><structuurtekst><al/><al><vet>Artikel 6 : Stimuleren innovatie</vet></al><al>1. De directie schept kaders en randvoorwaarden voor de strategische
                            beleidsontwikkeling en beleidsadvisering. </al><al>2. De directie is verantwoordelijk voor het signaleren van
                            ontwikkelingen in bestuur en beleid die een bestuurlijke interventie
                            vereisen en het nemen van inititiatief nemen hierin. </al><al>3. De directie formuleert strategische vraagstellingen en doelstellingen
                            en bevordert de vertaling van de strategische visie en doelstellingen
                            naar een tactisch niveau. </al><al>4. De directie is opdrachtgever van strategische beleidsprogramma’s en
                            –projecten. </al><al>5. De directie initieert veranderingen ten behoeve van het effectiever
                            en efficiënter werken, stimuleert de burgergerichtheid van de
                            organisatie en neemt initiatieven om de tevredenheid van burgers over de
                            gemeente te vergroten.</al><al/><al><vet>Artikel 7 : Kwaliteitszorg</vet></al><al>1. De directie initieert ontwikkelingen op het gebied van de
                            organisatiestructuur en stelt de structuur vast. </al><al>2. De directie stelt de concernkaders vast voor een effectieve en
                            efficiënte bedrijfsvoering, planning en control en bewaakt de kwaliteit
                            en toepassing hiervan. </al><al>3. De directie is verantwoordelijk voor de jaarlijkse beleids- en
                            budgetcyclus, bestaande uit kadernota, programmabegroting,
                            jaarverslag/jaarrekening en bestuursrapportages. </al><al>4. De directie schept de kaders voor projectmatig en programmatisch
                            werken. </al><al>5. De directie bewaakt de samenhang, integraliteit en afstemming van
                            beleidsontwikkeling en uitvoering. </al><al>6. De directie bevordert en bewaakt de kwaliteit van het functioneren
                            van de organisatie en de interne en externe dienstverlening. </al><al>7. De directie schept de voorwaarden voor een adequate overleg- en
                            communicatie-structuur binnen de organisatie</al><al/><al><vet>Artikel 8 : Leidinggevende taken</vet></al><al>1. De directie is (eind)verantwoordelijk voor het sturen en leiden van
                            de ambtelijke organisatie. </al><al>2. De directie geeft leiding aan de afdelingsmanagers, de
                            programmamanager en de concerncontroller. </al><al>3. De directie faciliteert het afdelingsmanagement in het behalen van
                            resultaten, door het toedelen van beschikbare middelen op het gebied van
                            personeel, informatie, organisatie, financiën, automatisering en
                            huisvesting. </al><al>4. De directie biedt ondersteuning aan afdelingsmanagers door middel van
                            periodieke klankbordgesprekken en biedt mogelijkheden voor management
                            development. </al><al>5. De directie neemt initiatieven om een managementstijl te ontwikkelen
                            waarin medewerkers zich kunnen ontwikkelen en met plezier kunnen werken. </al><al>6. De directie stimuleert de samenwerking tussen afdelingen, stimuleert
                            verbindingen en faciliteert en bewaakt de samenwerking tussen college en
                            afdelingen.</al><al/><al><vet>Artikel 9 : Adviseur college</vet></al><al>1. De directie draagt zorg voor de voorbereiding van de vergadering van
                            het college van burgemeester en wethouders, en stelt de concept agenda
                            vast. </al><al>2. De gemeentesecretaris vervult een inhoudelijke adviesrol tijdens de
                            collegevergadering. </al><al>3. De gemeentesecretaris draagt zorg voor het vastleggen van de
                            besluitvorming in de vergadering van het college. </al><al>4. De directie draagt zorg voor de terugkoppeling van besluiten van het
                            college naar de ambtelijke organisatie. </al><al>5. De directie ziet toe op de uitvoering van genomen
                            besluiten.</al><al/><al><vet>Artikel 10 : WOR-bestuurder</vet></al><al>1. De gemeentesecretaris vervult de rol van bestuurder in het kader van
                            de Wet op de ondernemingsraden (WOR-bestuurder) en is daarmee
                            gesprekspartner van de ondernemingsraad. </al><al>2. De WOR-bestuurder voert regelmatig overleg met de ondernemingsraad
                            over de onderwerpen die in de wet op de ondernemingsraden zijn
                            opgenomen.</al><al>3. Bij het overleg bedoeld in het vorige lid, geeft de WOR-bestuurder
                            uitvoering aan het convenant dat met de ondernemingsraad is
                            afgesloten.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3 : TAKEN, VERANTWOORDELIJKHEDEN &amp; BEVOEGDHEDEN
                            AFDELINGSMANAGER</titel></kop><structuurtekst><al/><al><vet>Artikel 11 : Leidinggeven aan medewerkers</vet></al><al>1. De afdelingsmanager geeft leiding aan de medewerkers,
                            werkzaam binnen de afdeling, heeft de zorg voor een goed functionerende
                            afdeling. </al><al>2. Indien een medewerker door het college is benoemd tot projectleider
                            van een strategisch project, is de afdelingsmanager géén inhoudelijk
                            leidinggevende voor de werkzaamheden die hij of zij uit dien hoofde
                            verricht. </al><al>3. De afdelingsmanager hanteert een coachende managementstijl waarin
                            medewerkers gestimuleerd worden zich te ontwikkelen en met plezier
                            kunnen werken. </al><al>4. De afdelingsmanager communiceert actief richting medewerkers over
                            besluiten van raad, college en directie die de organisatie of afdeling
                            betreffen. </al><al>5. De afdelingsmanager draagt zorg voor functionele en structurele
                            vormen van (werk)overleg binnen (clusters van) de afdeling, die
                            noodzakelijk zijn voor een goede afstemming en taakverdeling tussen
                            medewerkers. </al><al>6. De afdelingsmanager organiseert de voorbereiding van
                            portefeuillehoudersoverleg en betrekt daarbij medewerkers.</al><al/><al><vet>Artikel 12 : Zorg voor kwaliteit</vet></al><al>1. De afdelingsmanager initieert en zorgt voor de uitvoering van
                            veranderingen om de eigen afdeling in relatie tot de organisatie
                            effectiever en efficiënter te laten werken. </al><al>2. De afdelingsmanager stimuleert de burgergerichtheid en neemt
                            initiatieven om de tevredenheid van burgers over de gemeentelijke
                            dienstverlening te vergroten. </al><al>3. De afdelingsmanager bewaakt samenhang, integraliteit en afstemming
                            met overige afdelingen. </al><al>4. De afdelingsmanager bevordert kwaliteit in het functioneren van de
                            afdeling en de interne en externe dienstverlening. </al><al>5. De afdelingsmanager toetst binnen de afdeling de besluitrijpheid van
                            de collegeadviezen op inhoud, integraliteit en taalgebruik. </al><al>6. De afdelingsmanager ziet toe op een rechtmatige toepassing van
                            regelgeving die in mandaat en ondermandaat wordt uitgevoerd en
                            organiseert interne controle hierop.</al><al/><al><vet>Artikel 13 : Planning en control van de afdeling</vet></al><al>1. De afdelingsmanager zorgt voor doorvertaling van de
                            strategische visie en van de beleidsagenda uit de programmabegroting
                            door het jaarlijks opstellen van een afdelingsplan, waarin doelen,
                            activiteiten, middelen en resultaten voor het komende jaar worden
                            vastgelegd. </al><al>2. Over de resultaatafspraken uit het afdelingsplan wordt aan het eind
                            van het voorgaande jaar overeenstemming bereikt tussen afdelingsmanager
                            en directie. </al><al>3. De afdelingsmanager zorgt op basis van het afdelingsplan voor
                            effectieve en efficiënte bedrijfsvoering en control binnen de afdeling. </al><al>4. De afdelingsmanager draagt als integraal verantwoordelijk
                            leidinggevende, op basis van het vastgestelde afdelingsplan, zorg voor
                            een goede uitvoering van het middelenbeleid met betrekking tot de
                            afdeling. </al><al>5. De afdelingsmanager levert input en bouwstenen voor
                            beleidsontwikkeling en beleids-advisering en signaleert relevante
                            ontwikkelingen op het gebied van de eigen afdeling. </al><al>6. De afdelingsmanager draagt zorg voor het tijdig aanleveren van
                            bijdragen van de afdeling voor de opstelling van stukken uit de
                            jaarlijkse budgetcyclus zoals kadernota, programmabegroting,
                            bestuursrapportages en jaarverslag &amp; jaarrekening.</al><al/><al><vet>Artikel 14 : Inhuur externen</vet></al><al>1. De afdelingsmanager is binnen de budgetbevoegdheid als bedoeld in
                            hoofdstuk 5 en met inachtneming van de regels over tijdelijk personeel
                            als bedoeld in hoofdstuk 7, en de regels over inkoop en aanbesteding als
                            bedoeld in hoofdstuk 8, bevoegd om te besluiten tot het inhuren van
                            externen. </al><al>2. De inhuur van externen kan, overeenkomstig de categorisering van de
                            rekenkamercommissie, bestaan uit de volgende structurele vormen van
                            inhuur: </al><al> A) onderhoudscontracten (bijvoorbeeld openbaar groen) </al><al>B) uitbesteding van diensten (bijvoorbeeld opstellen bestemmingsplan) </al><al>C) doorlopende inhuur (bijvoorbeeld detachering medewerker)</al><al>3. De inhuur van externen kan bestaan uit de volgende incidentele vormen
                            van inhuur: </al><al>A) capaciteitsinhuur bij piekdrukte </al><al>B) specialistische deskundigheid </al><al>C) interim-/ projectmanagement </al><al>D) advies-/ onderzoeksopdracht.</al><al>4. Alvorens tot inhuur wordt besloten toetst de afdelingsmanager op
                            basis van de checklist inhuur externen of de inhuur gelegitimeerd is. </al><al>5. De afdelingsmanager draagt ervoor zorg dat binnen zijn afdeling in
                            iedere situatie van externe inhuur een adequate invulling wordt gegeven
                            aan het opdrachtgeverschap. </al><al>6. De rol van opdrachtgever omvat een deugdelijke dossiervorming vanaf
                            de contractvorming tot en met de evaluatie, het toetsen op kwaliteit van
                            de geleverde dienst c.q. werkzaamheid aan het contract en het beoordelen
                            en goedkeuren van facturen in lijn met de budgetbevoegdheid genoemd in
                            hoofdstuk 6.</al><al/><al><vet>Artikel 15 : Borgen integriteitsbeleid</vet></al><al>1. De afdelingsmanager is op grond van de Nota integriteitsbeleid
                            verantwoordelijk voor het scheppen van een situatie binnen de afdeling,
                            waarin enerzijds medewerkers integer handelen jegens klanten, collega’s
                            en overige personen, en anderzijds medewerkers door klanten, collega’s
                            en overige personen integer behandeld worden. </al><al>2. De afdelingsmanager heeft een informerende functie door periodiek in
                            bijvoorbeeld werkoverleg aandacht te schenken aan de geldende
                            integriteitsvoorschriften, een signalerende functie voor niet integer
                            handelen en treft zonodig maatregelen. </al><al>3. De informatieverstrekking, bedoeld in het vorige lid, omvat onder
                            meer het wijzen op het bestaan van de klachtenregeling, de
                            klokkenluidersregeling en de gemeentelijke
                            vertrouwenspersonen.</al><al/><al><vet>Artikel 16 : Communicatie (factor C)</vet></al><al>1. De afdelingsmanager draagt ervoor zorg, dat bij de taakuitvoering op
                            gepaste wijze communicatie (extern en inter) plaatsvindt bij de
                            voorbereiding en uitvoering van besluiten, overeenkomstig de
                            uitgangspunten van het handboek Factor C.</al><al>2. De communicatieconsulent vervult een ondersteunende rol bij de keuze
                            van en het gebruik van communicatie-instrumenten.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4 : BEVOEGDHEDEN BETREFFENDE PERSONEEL</titel></kop><structuurtekst><al/><al><vet>Artikel 17 : Bevoegdheden college en directie</vet></al><al>1. Het college is bevoegd tot het nemen van besluiten betreffende (de
                            rechtspositie van) leden van de directie, en tevens betreffende
                            situaties waarin directie noch afdelingsmanager krachtens dit hoofdstuk
                            bevoegd zijn. </al><al>2. Het college is bevoegd tot het vaststellen en wijzigen van het
                            functieboek. </al><al>3. Bevoegdheden tot vaststelling van de CAR/UWO en besluiten betreffende
                            de klokkenluidersregeling zijn voorbehouden aan het college. </al><al>4. De directie is bevoegd tot het nemen van besluiten op grond van de
                            CAR-UWO, Rechtspositieregeling en Sociaal statuut, inclusief aanstelling
                            en ontslag, voor zover betrekking hebbend op afdelingsmanagers. </al><al>5. In uitzondering op het vierde lid is de directie niet bevoegd tot het
                            nemen van besluiten betreffende het ontslag van leidinggevenden wegens
                            onbekwaamheid of ongeschiktheid en ontslag als disciplinaire maatregel.
                            Deze bevoegdheid is voorbehouden aan het college. </al><al>6. De directie is bevoegd tot het nemen van besluiten betreffende het
                            ontslag van een medewerker wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid en
                            ontslag als disciplinaire maatregel. </al><al>7. De directie is bevoegd tot het nemen van besluiten als bedoeld in
                            artikel 18, derde tot en met achtste lid, voor zover deze betrekking
                            hebben op afdelingsmanagers.</al><al/><al><vet>Artikel 18 : Bevoegdheden afdelingsmanagers</vet></al><al>1. De afdelingsmanager is bevoegd tot het nemen van besluiten op grond
                            van de CAR-UWO, Rechtspositieregeling en Sociaal statuut, inclusief
                            aanstelling en ontslag, voor zover betrekking hebbend op medewerkers. </al><al>2. In uitzondering op het eerste lid is de afdelingsmanager niet bevoegd
                            tot het nemen van besluiten betreffende het ontslag van medewerkers
                            wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid en ontslag als disciplinaire
                            maatregel. </al><al>3. De afdelingsmanager is bevoegd tot het nemen van besluiten op grond
                            van de Bezoldigingsverordening en de Aanzet beloningsdifferentiatie. </al><al>4. De afdelingsmanager is bevoegd tot het nemen van besluiten op grond
                            van de regeling attenties en vieringen bij speciale gebeurtenissen. </al><al>5. De afdelingsmanager is bevoegd tot het nemen van besluiten op basis
                            van de verlofregeling. </al><al>6. De afdelingsmanager is bevoegd tot het nemen van besluiten ten
                            aanzien van verzoeken om zwangerschapsverlof, bevallingsverlof,
                            ouderschapsverlof en buitengewoon verlof inclusief zorgverlof.</al><al>7. De afdelingsmanager is bevoegd tot het uitvoeren van de procedure bij
                            (langdurig) ziekteverzuim, alsmede tot het nemen van besluiten over de
                            toekenning van Arbo-hulpmiddelen. </al><al>8. De afdelingsmanager is bevoegd tot het nemen van besluiten over
                            toepassing van het cafetariamodel. </al><al>9. De bevoegdheden van de afdelingsmanager, genoemd in de leden 4, 5 en
                            6 van dit artikel, zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            rayonmanager. </al><al>10. De rayonmanager overlegt met de afdelingsmanager openbare werken
                            voordat hij toepassing geeft aan het zesde lid.</al><al/><al><vet>Artikel 19 : Advisering en uitvoering door personeel en
                                organisatie</vet></al><al>1. De directie respectievelijk afdelingsmanager vraagt de cluster
                            personeel en organisatie van de afdeling Algemene zaken advies alvorens
                            toepassing te geven aan één van de bevoegdheden genoemd in artikel 17 of
                            18.</al><al>2. De feitelijke uitvoering van besluiten, die genomen zijn op basis van
                            artikel 17 en 18, vindt plaats door de cluster personeel en organisatie
                            van de afdeling Algemene zaken.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 5 : BELEIDS- EN BUDGETCYCLUS</titel></kop><structuurtekst><al/><al><vet>Artikel 20 : Financiële verordening </vet></al><al>1. De jaarlijkse beleids- en budgetcyclus is op grond van artikel 212
                            Gemeentewet vastgelegd in de Financiële verordening gemeente Hof van
                            Twente 2007.</al><al>2. Het college draagt er zorg voor, dat de raad jaarlijks in de maand
                            juni een kadernota kan vaststellen. </al><al>3. Het college draagt er zorg voor, dat de raad jaarlijks in de maand
                            november een programmabegroting kan vaststellen. </al><al>4. Het college draagt er zorg voor, dat de raad jaarlijks vóór 15 juli
                            de jaarstukken vast kan stellen, bestaande uit een jaarverslag
                            (programmaverantwoording) en een jaarrekening. </al><al>5. Het college draagt er zorg voor, dat de raad jaarlijks twee
                            tussentijdse bestuurs-rapportages kan vaststellen. De eerste
                            bestuursrapportage maakt onderdeel uit van het jaarverslag, de tweede
                            bestuursrapportage is gekoppeld aan de programmabegroting.</al><al/><al><vet>Artikel 21 : Kadernota</vet></al><al>1. Doelstelling van de kadernota is om (financiële) kaders vast te
                            leggen, die nadien een (beleidsmatige) uitwerking krijgen in de
                            programmabegroting. </al><al>2. Uitgangspunt is dat buiten de kadernota om in beginsel géén
                            tussentijdse voorstellen om nieuw beleid aan de raad ter besluitvorming
                            worden voorgelegd.</al><al>3. De financiële kaders genoemd in het eerste lid hebben hoofdzakelijk
                            betrekking op de volgende onderwerpen:</al><al>a. autonome ontwikkelingen sinds de vaststelling van de
                            programmabegroting;</al><al>b. het resultaat van de jaarrekening van het afgelopen jaar;</al><al>c. het voorlopig budgettair meerjarenperspectief;</al><al>d. de stand van de reserves; </al><al>e. geïnventariseerde onderwerpen voor nieuw beleid; </al><al>f. besparingsmogelijkheden;</al><al>g. financiële ruimte in de gemeentelijke belastingheffing;</al><al>4. Ter voorbereiding op de kadernota verzamelt de afdelingsmanager
                            relevante informatie met betrekking tot autonome ontwikkelingen,
                            onderwerpen voor nieuw beleid en besparingsmogelijkheden die zich binnen
                            zijn afdeling voordoen.</al><al>5. De afdelingsmanager bepreekt de verzamelde informatie tijdens
                            regulier portefeuillehoudersoverleg en dient deze vervolgens in bij de
                            afdeling financiële zaken.</al><al>6. De afdeling financiële zaken draagt in overleg met de concern
                            controller en na raadpleging van het managementoverleg zorg voor de
                            opstelling van een financieel sluitende concept kadernota, waarin enkele
                            keuzemogelijkheden c.q. varianten zijn verwerkt, en legt deze voor aan
                            de directie.</al><al>7. De concept kadernota wordt vastgesteld door de directie en vervolgens
                            aangeboden ter behandeling aan het college.</al><al>8. Het college stelt de kadernota vast als raadsvoorstel en biedt haar
                            aan aan de raad.</al><al>9. Het honoreren van een voorstel tot nieuw beleid via Kadernota en
                            programmabegroting laat onverlet, dat indien sprake is van een besluit,
                            waarin kaderstellende beleidskeuzes worden gemaakt, dit ook afzonderlijk
                            door de raad dient te worden vastgesteld. </al><al/><al><vet>Artikel 22 : Programmabegroting / tweede
                            bestuursrapportage</vet></al><al>1. Op basis van de vastgestelde kadernota wordt gestart met de
                            opstelling van de programmabegroting. Deze bestaat uit
                            beleidsinhoudelijke programma’s en paragrafen.</al><al>2. De programma’s geven een beschrijving van de doelstellingen en
                            beoogde resultaten van de inspanningen op de verschillende
                            beleidsterreinen en met betrekking tot de gemeentelijke taken
                            hierbij.</al><al>3. De afdelingen zijn programmahouder voor één of meerdere programma’s,
                            hetgeen betekent dat zij de hiervoor benodigde financiële en
                            beleidsmatige informatie verzamelen en een concept opstellen. De
                            afdelingsmanager draagt zorg voor een tijdige aanlevering van de
                            financiële informatie bij de afdeling financiële zaken en de
                            beleidsmatige informatie bij de concern controller.</al><al>4. In de programmabegroting is op herkenbare en onderscheidenlijke wijze
                            opgenomen de tweede bestuursrapportage van het lopende
                            begrotingsjaar.</al><al>5. De afdeling financiële zaken is belast met de financiële uitwerking
                            en onderbouwing van de programmabegroting. De concern controller
                            verricht de eindredactie over de teksten van de programmabegroting. </al><al>6. De concept programmabegroting wordt door de afdelingsmanager
                            besproken in regulier portefeuillehoudersoverleg. Eventuele wijzigingen
                            of toevoegingen worden per omgaande kenbaar gemaakt aan de concern
                            controller.</al><al>7. De directie besluit tot instemming met de sluitende concept
                            programmabegroting.</al><al>8. Het college stelt de programmabegroting inclusief de tweede
                            bestuursrapportage vast als raadsvoorstel, en biedt deze aan aan de raad
                            ter behandeling en vaststelling vóór 15 november. </al><al/><al><vet>Artikel 23 : Jaarverslag &amp; jaarrekening/ eerste
                                bestuursrapportage</vet></al><al>1. Jaarlijks vóór 15 juli dienen de jaarstukken, bestaande uit
                            jaarverslag en jaarrekening betreffende het voorgaande jaar te worden
                            vastgesteld door de raad. </al><al>2. In het jaarverslag wordt een beleidsmatige verantwoording opgenomen
                            van de realisatie van de verschillende programma’s op basis van de in de
                            programmabegroting tevoren gestelde doelstellingen, activiteiten en
                            acties. </al><al>3. De jaarrekening bevat hoofdzakelijk een financiële verantwoording
                            over het afgelopen jaar (programmarekening), de balans, een
                            kredietoverzicht, staten van reserves en voorzieningen, geldleningen en
                            uitzettingen, en een overzicht van de actuele grondcomplexen. </al><al>4. De afdelingen zijn programmahouder voor één of meerdere programma’s
                            uit het jaarverslag, hetgeen betekent dat zij de hiervoor benodigde
                            financiële en beleidsmatige bouwstenen verzamelen en een concept
                            bijdrage opstellen. De afdelingsmanager draagt zorg voor een tijdige
                            aanlevering hiervan bij de afdeling financiële zaken en concern
                            controller. </al><al>5. In het jaarverslag is op herkenbare en onderscheidenlijke wijze
                            opgenomen de eerste bestuursrapportage van het lopende begrotingsjaar. </al><al>6. De afdeling financiële zaken is belast met de financiële uitwerking
                            en onderbouwing van het jaarverslag. De concern controller verricht de
                            eindredactie over de teksten van het jaarverslag. </al><al>7. Het concept jaarverslag wordt door afdelingsmanagers besproken in het
                            reguliere portefeuillehoudersoverleg. Eventuele wijzigingen of
                            toevoegingen worden per omgaande kenbaar gemaakt. </al><al>8. De directie besluit tot instemming met het jaarverslag en de
                            jaarrekening.</al><al>9. Het college stelt het jaarverslag en de jaarrekening, inclusief de
                            tweede bestuursrapportage, vast als raadsvoorstel en biedt deze stukken
                            aan de raad aan ter behandeling en vaststelling.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 6 : BUDGETREGELING</label></kop><structuurtekst><al/><al><vet>Artikel 24 : Definities</vet></al><al>1. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><al>a. Budgetbeheer: het geheel van maatregelen om een adequaat beheer van
                            de gemeentelijke budgetten te waarborgen.</al><al>b. Budget: een taakstelling tot uitdrukking komend in inkomsten
                            respectievelijk uitgaven verbonden aan een beheersproduct, kostenplaats
                            of een investering. Tot het budget wordt tevens gerekend het realiseren
                            van de hieraan verbonden kwaliteit en prestaties.</al><al>c. Budgethouder: de ambtenaar die bevoegd is uitgaven en inkomsten voor
                            akkoord te verklaren ten laste of ten gunste van een budget.</al><al>d. Budgetoverdracht: het horizontaal overdragen van een budget aan een
                            andere afdeling.</al><al>e. Budgetsubstitutie: het aanwenden van een meevaller op een onderdeel
                            van een budget voor een overschrijding op een budget van een ander
                            beheersproduct.</al><al/><al><vet>Artikel 25 : Bevoegdheden budgethouders</vet></al><al>1. Een afdelingsmanager is budgethouder voor de taakvelden die onder de
                            verantwoordelijkheid vallen van de afdeling. </al><al>2. Een opdrachtgever van een strategisch project is budgethouder voor
                            dit project. </al><al>3. Een rayonmanager is budgethouder voor budgetten die direct
                            gerelateerd zijn aan taken van het betreffende rayon. </al><al>4. Een budget wordt vastgesteld per beheersproduct op het moment dat de
                            gemeenteraad op voorstel van het college de programmabegroting vaststelt
                            of tussentijds een begrotingswijziging vaststelt.</al><al/><al><vet>Artikel 26 : Aangaan van verplichtingen</vet></al><al>1. Verplichtingen mogen slechts worden aangegaan, nadat de budgethouder
                            heeft geconstateerd dat hiervoor een toereikend budget beschikbaar
                            is.</al><al>2. De verplichtingen worden met het oog op de rechtmatigheid vastgelegd
                            in een schriftelijke overeenkomst of akkoordverklaring met een
                            uitgebrachte offerte. </al><al>3. Voor het inkopen of aanbesteden van werken, leveringen en diensten
                            gelden de kaders uit de nota Inkoop- en aanbestedingsbeleid Hof van
                            Twente. </al><al>4. Budgethouders mogen verplichtingen boven een bedrag van € 50.000
                            slechts aangaan nadat toestemming is verkregen van het college. In
                            uitzondering hierop geldt dat bij:</al><al>· levering van producten en/of diensten, waarbij het gaat om een
                            enkelvoudige aanbesteding of één offerte, de verplichting eerst wordt
                            aangegaan nadat de portefeuillehouder hiermee heeft ingestemd.</al><al>· levering van producten en/of diensten, waarbij het gaat om een
                            meervoudige aanbesteding, de verplichting eerst wordt aangegaan, nadat
                            het proces-verbaal in het college is geweest en voor gezien is
                            getekend.</al><al>· levering van producten en/of diensten, waarbij het gaat om verlenging
                            van een bestaand contract en waarbij de onderliggende
                            prijs-kwaliteitsverhouding, c.q. eenheidsprijs niet of slechts marginaal
                            als gevolg van inflatiecorrectie wijzigt, de verplichtingen door de
                            budgethouder zonder instemming van de portefeuillehouder en/of college
                            kunnen worden aangegaan, tenzij het verplichtingen betreft met een
                            bestuurlijk relevant karakter.</al><al/><al><vet>Artikel 27 : Betalingen</vet></al><al>1. Betalingsstukken en ontvangsten worden voor akkoord getekend (en
                            gecodeerd) door de budgethouder, die tevens verantwoordelijk is voor de
                            controle op de juiste levering van goederen en diensten. </al><al>2. De betalingsfiatteur toetst alvorens tot betaling wordt overgegaan of
                            de betalingsstukken voldoen aan de formele vereisten.</al><al/><al><vet>Artikel 28 : Registratie budgetten</vet></al><al>1. De budgethouder is verantwoordelijk voor de op zijn of haar budget
                            betrekking hebbende betalingen en zorgt ervoor dat de actuele stand van
                            de reeds gedane uitgaven op ieder moment zichtbaar is. </al><al>2. De afdelingsmanager financiële zaken is verantwoordelijk voor de
                            adequate registratie van de budgetgegevens in de financiële
                            administratie.</al><al/><al><vet>Artikel 29 : Budgetsubstitutie</vet></al><al>1. De budgethouder heeft geen bevoegdheid tot het overhevelen van het
                            budget van het ene beheersproduct naar een ander.</al><al>2. De budgethouder is wel bevoegd om binnen het toegekende budget van
                            het beheersproduct te schuiven binnen de directe kosten. Aan deze
                            bevoegdheid zijn de volgende voorwaarden verbonden:</al><al>a. De oorspronkelijke doelstelling van het budget wordt gerealiseerd en
                            de afgesproken kwaliteit en prestatie wordt geleverd.</al><al>b. Incidentele budgetten mogen niet worden aangewend voor structurele
                            uitgaven.</al><al>c. De uitgaven van een budget mogen niet worden gecompenseerd door een
                            hogere inkomst, tenzij deze direct het zelfde doel betreft.</al><al>d. Budgetsubstitutie wordt op initiatief van de budgethouder vastgelegd
                            in een technische begrotingswijziging.</al><al>e. Van budgetsubstitutie zijn uitgesloten: stelposten, subsidies,
                            loonkosten personeel en inhuur van personeel.</al><al/><al><vet>Artikel 30 : Verantwoording budgetten</vet></al><al>1. De budgethouder verstrekt de afdeling Financiële zaken alle gegevens
                            en stukken die ten behoeve van de financiële administratie van de
                            gemeente, de budget- en kredietbewaking en de (jaar)verslaglegging nodig
                            zijn. </al><al>2. De afdelingsmanager is verantwoordelijk voor de periodieke
                            verantwoording van de geplande en werkelijke uitkomsten van de budgetten
                            van zijn afdeling aan het college, overeenkomstig de budgetcyclus als
                            bedoeld in hoofdstuk 5. Dit betreft zowel verwachte over- als
                            onderschrijdingen van de uitgaven en/of inkomsten als de aan het budget
                            gekoppelde prestaties, afwijkingen in kostendekkingspercentages en
                            overige kerncijfers.</al><al/><al><vet>Artikel 31 : Advisering door financieel consulent</vet></al><al>1. Budgethouders worden in de uitvoering van hun taak actief en reactief
                            ondersteund en van advies voorzien door een financieel consulent van de
                            afdeling Financiële zaken.</al><al>2. De financieel consulent overlegt twee maal per jaar met de
                            budgethouder over de stand van zaken met betrekking tot de onder zijn
                            verantwoordelijkheid vallende budgetten.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 7 : FORMATIE &amp; TIJDELIJK PERSONEEL</titel></kop><structuurtekst><al/><al><vet>Artikel 32 : Jaarlijks formatieplan</vet></al><al>1. Jaarlijks stelt de directie een formatieplan vast, waarin voor het
                            komende jaar per afdeling de werkelijke en toegestane formatie wordt
                            vermeld.</al><al>2. Grondslag voor het formatieplan vormt het geconsolideerde functieboek
                            dat is vastgesteld door burgemeester en wethouders. </al><al>3. Het formatieplan bevat een actueel overzicht van taakstellingen die
                            op grond van raads- of collegebesluiten uit het verleden nog dienen te
                            worden gerealiseerd.</al><al>4. Het formatieplan bevat een overzicht van alle principe-afspraken die
                            de directie met individuele afdelingsmanagers op basis van
                            afdelingsplannen heeft gemaakt over de oplossing van voorziene
                            tijdelijke personele knelpunten.</al><al>5. De afdeling Algemene zaken, cluster Personeel en organisatie is
                            belast met het voeren van een doorlopend actuele registratie van het
                            geldende formatieplan en tussentijdse mutaties daarin.</al><al>6. De afdeling Algemene zaken, cluster Personeel en organisatie is
                            belast met het voeren van een permanent actuele registratie van
                            loonkosten van de gehele organisatie..</al><al/><al><vet>Artikel 33 : Inhuur personeel ten laste van het budget tijdelijk
                                personeel</vet></al><al>1. Jaarlijks is op basis van de programmabegroting en beheersbegroting
                            een Budget tijdelijk personeel beschikbaar. </al><al>2. De directie is bevoegd te besluiten over aanvragen van
                            afdelingsmanagers voor inhuur van tijdelijk personeel ten laste van het
                            budget tijdelijk personeel. </al><al>3. De directie toetst de urgentie, redelijkheid en mate waarin het
                            knelpunt niet binnen de afdeling kan worden opgelost door
                            taakverschuiving of posterioriteiten. </al><al>4. De afdeling Algemene zaken, cluster Personeel en organisatie is
                            belast met het voeren van een permanent actuele registratie van het
                            budget tijdelijk personeel. </al><al>5. De afdelingsmanager levert tijdig informatie aan bij de afdeling
                            Algemene zaken, benodigd voor de verantwoording van de besteding van het
                            budget tijdelijk personeel aan de directie. </al><al>6. In alle gevallen van inhuur van personeel op basis van dit artikel
                            dient advies te worden gevraagd bij de cluster Personeel en organisatie
                            van de afdeling Algemene zaken.</al><al/><al><vet>Artikel 34 : Inhuur personeel ten laste van
                            vacatureruimte</vet></al><al>1. De directie kan besluiten om de vacatureruimte geheel of gedeeltelijk
                            aan te wenden voor de realisatie van een personele taakstelling als
                            bedoeld in artikel 32. </al><al>2. De afdelingsmanager is bevoegd om tijdelijk personeel in te huren ten
                            laste van vacatureruimte, voor zover deze rechtstreeks is bedoeld voor
                            de vervulling van werkzaamheden die de vacature betreffen en deze niet
                            is aangewend als bedoeld in het eerste lid. </al><al>3. In andere gevallen dan in het vorige lid is bedoeld besluit de
                            directie of inhuur van personeel ten laste van vacatureruimte kan
                            geschieden na advisering door het managementoverleg en de afdeling
                            Algemene zaken. </al><al>4. De afdeling Algemene zaken, cluster Personeel en organisatie is
                            belast met het voeren van een permanent actuele registratie van de
                            vacatureruimte. </al><al>5. De afdelingsmanager levert tijdig informatie aan bij de afdeling
                            Algemene zaken, benodigd voor de verantwoording van de besteding van de
                            vacatureruimte aan directie en college. </al><al>6. In alle gevallen van inhuur van personeel op basis van dit artikel
                            dient advies te worden gevraagd bij de cluster Personeel en organisatie
                            van de afdeling Algemene zaken.</al><al/><al><vet>A</vet><vet>rtikel 35 : Inhuur personeel ten laste van
                                exploitatiebudget of krediet</vet></al><al>1. Een afdelingsmanager of opdrachtgever is bevoegd om in
                            overeenstemming met de doelstelling van een exploitatiebudget of krediet
                            te besluiten tot tijdelijke inhuur van personeel, indien vaststaat dat
                            dit budget of krediet (mede) aangewend mag worden voor personele
                            werkzaamheden. </al><al>2. De afdelingsmanager vraagt advies bij de afdelingen Financiële zaken
                            en Algemene zaken, cluster Personeel en organisatie over het feitelijke
                            tijdsbestek, de omvang en het budget dat gemoeid is met deze vorm van
                            externe inhuur.</al><al/><al><vet>Artikel 36 : Randvoorwaarden voor substitutie van
                            functies</vet></al><al>1. Een besluit tot het structureel inzetten van vacatureruimte voor een
                            andere functie dan waarvoor deze is bedoeld, kan uitsluitend worden
                            genomen door de directie. Hiervoor is een partiële wijziging van het
                            functieboek vereist.</al><al>2. Een verzoek om substitutie als bedoeld in het vorige lid wordt gedaan
                            door de afdelingsmanager, zodra deze van oordeel is dat de betreffende
                            vacatureruimte niet geheel of gedeeltelijk ingezet kan worden om een
                            bestaande personele taakstelling te realiseren.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 8 : INKOOP EN AANBESTEDING</titel></kop><structuurtekst><al/><al><vet>Artikel 37 : Gemeentelijk beleid</vet></al><al>1. De afdelingsmanager of opdrachtgever draagt ervoor zorg, dat inkoop
                            en aanbesteding van goederen, diensten of werken binnen zijn afdeling
                            verlopen overeenkomstig het Inkoop- en aanbestedingsbeleid Gemeente Hof
                            van Twente 2009, het Besluit duurzaam inkopen Hof van Twente 2009 en de
                            Procesbeschrijving inkoop en aanbesteding 2009.</al><al>2. De afdelingsmanager of opdrachtgever constateert de behoefte om tot
                            inkoop of aanbesteding over te gaan. Indien hiervoor géén budget of
                            krediet volgt uit de lopende begroting, initieert hij een procedure voor
                            een kredietverstrekking door de raad. </al><al>3. Voor het aangaan van verplichtingen van meer dan € 500.000 dient
                            vooraf conform de Financiële verordening, de raad te worden
                            geïnformeerd. </al><al>4. Burgemeester en wethouders kunnen uitsluitend in bijzondere
                            omstandigheden, met redenen omkleed, besluiten om af te wijken van
                            gemeentelijk inkoop- en aanbestedingsbeleid.</al><al/><al><vet>Artikel 38 : Aanbestedingsvormen</vet></al><al>1. De afdelingsmanager of opdrachtgever zorgt ervoor dat een functionele
                            of technische specificatie wordt opgesteld voor het betreffende goed, de
                            dienst of het werk. </al><al>2. De afdelingsmanager of opdrachtgever bepaalt welke aanbestedingsvorm
                            dient te worden toegepast volgens het Inkoop- en aanbestedingsbeleid. </al><al>3. Enkelvoudig onderhands aanbesteden geschiedt bij werken tot € 100.000
                            en leveringen of diensten tot € 30.000. </al><al>4. Onderhandse aanbesteding geschiedt op basis van het vragen van drie
                            offertes bij werken tussen € 100.000 en € 1.500.000 en bij leveringen of
                            diensten tussen € 30.000 en € 100.000.</al><al>5. Openbare aanbesteding geschiedt bij werken tussen € 1.500.000 en €
                            5.150.000 en bij leveringen of diensten tussen € 100.000 en € 206.000. </al><al>6. Europese aanbesteding geschiedt bij werken vanaf € 5.150.000 en bij
                            leveringen of diensten vanaf € 206.000.</al><al/><al><vet>Artikel 39 : Gunning en sluiten overeenkomst</vet></al><al>1. In geval van een enkelvoudig onderhandse aanbesteding draagt de
                            afdelingsmanager of opdrachtgever ervoor zorg dat ondertekening van de
                            overeenkomst geschiedt door een persoon die daarvoor volmacht heeft op
                            grond van het Mandaat- en volmachtenbesluit. </al><al>2. In overige aanbestedingsprocedures zorgt de afdelingsmanager of
                            opdrachtgever ervoor dat de ontvangen inschrijvingen worden beoordeeld
                            op basis van de vastgestelde gunningscriteria en de gunning geschiedt op
                            basis van de laagste inschrijfprijs of de economisch voordeligste
                            aanbieding. </al><al>3. Tenminste 15 dagen na het op de hoogte stellen van de niet-gegunde
                            partijen kan de overeenkomst , na het bereiken van overeenstemming over
                            de inhoud daarvan, worden gesloten. Dit geschiedt door een
                            collegebesluit of op basis van een volmacht. </al><al>4. Ondertekening van een overeenkomst geschiedt na consultatie van de
                            inkoopcoördinator en een juridisch consulent of externe juridische
                            deskundige. </al><al>5. Alle ondertekende overeenkomsten worden opgenomen in het digitale
                            overeenkomstenregister dat in beheer is bij de centrale
                            inkoopfunctionaris </al><al>6. De afdelingsmanager of opdrachtgever draagt zorg voor toezicht op een
                            deugdelijke nakoming van de verplichtingen van de contractpartij en voor
                            een volledige en tijdige aanlevering van de informatie die voor een
                            deugdelijke dossiervorming noodzakelijk is. </al><al>7. De afdeling facilitaire zaken/ DIV draagt zorg voor dossiervorming.
                            In het dossier worden in ieder geval verzameld: specificatie inclusief
                            kostenraming, gunningscriteria, verantwoording gevoerde
                            aanbestedingsprocedure, verslag selectie leveranciers, overeenkomst,
                            evaluatieformulier, gespreksaantekeningen, emails.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 9 : JURIDISCHE KWALITEITSZORG</titel></kop><structuurtekst><al/><al><vet>Artikel 40 : Eigen verantwoordelijkheid afdelingen</vet></al><al>1. Het uitgangspunt van juridische kwaliteitszorg is, dat afdelingen
                            primair zelf verantwoordelijk zijn voor het waarborgen van de juridische
                            kwaliteit van hun handelen. Dit geldt zowel voor het verrichten van
                            bestuursrechtelijke als privaatrechtelijke rechtshandelingen.</al><al>2. Een afdeling draagt zorg voor de besluitvorming door het
                            bestuursorgaan over, en het maken van een beslissing op bezwaar nadat de
                            commissie bezwaarschriften advies heeft uitgebracht over een
                            bezwaarschrift.</al><al>3. De afdeling Algemene zaken en de concern controller zijn gezamenlijk
                            verantwoordelijk voor juridische control. Dit uit zich in de coördinatie
                            van juridisch vakberaad, juridische audits en incompanytrainingen.</al><al/><al><vet>Artikel 41 : Raadplegen juridisch consulent</vet></al><al>1. Een afdeling kan een juridisch consulent van de afdeling Algemene
                            zaken vragen om een concept advies, besluit of brief juridisch op één of
                            meerdere onderdelen te laten toetsen en hierover advies uit te brengen. </al><al>2. Met het oog op de rechtmatigheid, interne controle en
                            risicobeheersing geldt voor alle afdelingen de afspraak, dat het
                            raadplegen van een juridisch consulent verplicht is bij voorstellen en
                            besluiten over:</al><al>A) Verordeningen; </al><al>B) Beleidsregels; </al><al>C) Overeenkomsten, met financiële verplichtingen &gt; € 10.000, tenzij
                            sprake is van een standaard contract dat frequent wordt gehanteerd; </al><al>D) (Europese) aanbestedingen; </al><al>E) Besluiten afwijkend van verordening of beleidsregel; </al><al>F) Publiek-private samenwerking; </al><al>G) Delegatie en mandaat; </al><al>H) Afwijken van wettelijke/verplichte adviezen; </al><al>I) Gemeenschappelijke regelingen;</al><al/><al><vet>Artikel 42 : Gerechtelijke procedures</vet></al><al>1. Wanneer een advies is uitgebracht door de juridisch consulent, wordt
                            dit expliciet genoemd in het ambtelijk voorstel aan het college en als
                            bijlage hieraan toegevoegd. </al><al>2. De vakafdeling verricht voorbereidende handelingen om namens een
                            bestuursorgaan (raad, college of burgemeester) op te treden in een
                            bezwaar- of beroepsprocedure in het kader van (openbare) (hoor)zittingen
                            van de commissie bezwaarschriften, de rechtbank, de Raad van State of de
                            Centrale Raad van Beroep. Deze kunnen bestaan uit het schrijven van een
                            verweerschrift, beroepschrift, pleitnota en het samenstellen van een
                            procesdossier.</al><al>3. De vakafdeling zorgt ervoor dat een ambtelijk vertegenwoordiger
                            aanwezig is bij de zittingen, die het woord voert namens het
                            bestuursorgaan. Het hoofd van de afdeling bespreekt de betreffende zaak
                            voor tijdens (regulier) portefeuillehoudersoverleg, zodat de
                            vertegenwoordiger met een duidelijk standpunt/ mandaat kan handelen en
                            vragen kan beantwoorden.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 10 : RECHTMATIGHEID</titel></kop><structuurtekst><al/><al><vet>Artikel 43 : Verantwoordelijkheid van afdelingen</vet></al><al>1. Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                            gemeenten dient de gemeente, onder meer met het oog op de jaarlijkse
                            accountantscontrole van de jaarrekening, aantoonbaar rechtmatig te
                            handelen. </al><al>2. Bepalend voor het rechtmatig handelen zijn interne controle en
                            verbijzonderde interne controle bij gemeentelijke processen waaraan
                            financiële risico’s zijn verbonden voor de gemeente. </al><al>3. Afdelingsmanagers zijn ervoor verantwoordelijk, dat voor de binnen
                            hun afdeling bestaande financieel risicovolle processen actuele
                            procesbeschrijvingen bestaan en dat in de dagelijkse praktijk op basis
                            daarvan wordt gewerkt. </al><al>4. De algemene coördinatie van rechtmatigheid geschiedt onder
                            verantwoordelijkheid van de concern controller. </al><al>5. Coördinatie van de financiële rechtmatigheid is een
                            verantwoordelijkheid van de afdelingsmanager Financiële zaken.</al><al/><al><vet>Artikel 44 : Uitvoeren interne controle</vet></al><al>1. Onderdeel van de procesbeschrijvingen genoemd in artikel 43 dient te
                            zijn een opsomming van de risico’s en een vastlegging van de interne
                            controles die in verband hiermee als vast onderdeel van het proces
                            worden uitgevoerd. </al><al>2. Het uitvoeren van interne controles wordt schriftelijk vastgelegd in
                            de betreffende dossiers, zodat dit ten tijde van de verbijzonderde
                            interne controle inzichtelijk is. </al><al>3. Tot de interne controle behoort ook de zorg voor het op orde houden
                            van dossiers en het realiseren van aansluiting tussen het eigen
                            registratiesysteem met het financiële systeem.</al><al/><al><vet>Artikel 45 : Verbijzonderde interne controle</vet></al><al>1. Afdelingsmanagers dragen ervoor zorg, dat een medewerker die géén
                            inhoudelijke betrokkenheid heeft bij het proces, wordt aangewezen als
                            verbijzonderde intern controleur. </al><al>2. Op basis van het intern controleplan, dat jaarlijks wordt
                            geactualiseerd, voert de verbijzonderde intern controleur periodiek,
                            verspreid over het jaar, controles uit op basis van steekproeven. </al><al>3. De verbijzonderde interne controle vindt plaats door het invullen van
                            een daartoe opgestelde werklijst, die samen met schriftelijke
                            bewijsstukken in een werkmap wordt verzameld. De werkmappen zijn
                            beschikbaar voor de accountantscontrole. </al><al>4. De medewerker bedrijfsvoering stelt twee maal per jaar een rapportage
                            verbijzonderde interne controle op op basis van de uitgevoerde
                            verbijzonderde interne controles. </al><al>5. De rapportage verbijzonderde interne controle wordt gebruikt door de
                            accountant bij het opstellen van de managementletter naar aanleiding van
                            de interimcontrole en het verslag van bevindingen bij de eindcontrole
                            van de jaarrekening.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 11 : COMMUNICATIESTRUCTUUR</titel></kop><structuurtekst><al/><al><vet>Artikel 46 : Structurele vormen van overleg</vet></al><al>1. De organisatie functioneert voor wat betreft haar interne contacten
                            op basis van de communicatiestructuur, zoals vastgelegd in het overzicht
                            in bijlage 1. </al><al>2. Communicatie in het kader van projectmatig werken vindt plaats
                            overeenkomstig het handboek projectmatig werken en blijft in dit besluit
                            buiten beschouwing.</al><al/><al><vet>Artikel 47 : Raadsvergadering, rondetafelgesprek en presidium
                            </vet></al><al>1. Raadsvergaderingen, rondetafelgesprekken en presidiumvergaderingen
                            vinden plaats overeenkomstig het Reglement van orde voor de raad. </al><al>2. De bijeenkomsten bedoeld in het eerste lid blijven in dit besluit
                            buiten beschouwing.</al><al/><al><vet>Artikel 48 : Auditcommissie</vet></al><al>1. De auditcommissie heeft tot doel om namens de raad contact te
                            onderhouden met de accountant. Dit geschiedt op grond van de
                            controleverordening. </al><al>2. De auditcommissie bestaat uit drie raadsleden en vergadert in
                            aanwezigheid van de accountant, een directielid, de afdelingsmanager
                            financiële zaken en de concern controller. </al><al>3. Jaarlijks vindt overleg plaats op basis van de boardletter, waarin
                            wordt gerapporteerd over de gehouden interimcontrole en het verslag van
                            bevindingen, waarin verslag wordt gedaan over de eindcontrole van de
                            jaarrekening.</al><al/><al><vet>Artikel 49 : Driehoeksoverleg</vet></al><al>1. Het driehoeksoverleg heeft tot doel om periodiek contact te
                            onderhouden tussen de voorzitter van de raad, de griffier en de
                            gemeentesecretaris. </al><al>2. Het overleg vindt tweewekelijks plaats en beoogt afstemming te plegen
                            over de planning van de raad, de nakoming van toezeggingen en actuele
                            politiek-bestuurlijke of organisatorische ontwikkelingen.</al><al/><al><vet>Artikel 50 : Collegevergadering</vet></al><al>1. De wekelijkse collegevergadering heeft tot doel om overeenkomstig de
                            Gemeentewet besluitvorming te laten plaatsvinden over al die
                            publiekrechtelijke en privaatrechtelijke bevoegdheden die niet
                            gemandateerd zijn. </al><al>2. De collegevergadering wordt bijgewoond door de gemeentesecretaris of
                            loco-secretaris. </al><al>3. Burgemeester en wethouders bepalen een volgorde waarin de personen
                            die benoemd zijn als loco-secretaris optreden bij afwezigheid van de
                            secretaris.</al><al/><al><vet>Artikel 51 : Bestuurlijk voortgangsoverleg</vet></al><al>1. De directie voert twee maal per jaar een bestuurlijk
                            voortgangsoverleg met het college. </al><al>2. Het bestuurlijk voortgangsoverleg heeft tot doel om de realisatie van
                            het directieplan te bespreken respectievelijk de speerpunten voor het
                            volgend jaar te bepalen.</al><al/><al><vet>Artikel 52 : B&amp;W themabijeenkomst</vet></al><al>1. Iedere twee à drie maanden wordt een B&amp;W themabijeenkomst
                            georganiseerd. </al><al>2. Doelstelling van deze themabijeenkomst is dat informeel, zonder een
                            voorstel, bestuurlijk-ambtelijk klankbordoverleg wordt gehouden over een
                            actueel thema in aanwezigheid van directieleden en betrokken medewerkers
                            en afdelingsmanagers.</al><al/><al><vet>Artikel 53 : Georganiseerd overleg</vet></al><al>1. Het georganiseerd overleg heeft tot doel om overeenstemming te
                            verkrijgen tussen vertegenwoordigers van werknemersorganisaties en de
                            werkgever over arbeidsvoorwaardelijke aangelegenheden. </al><al>2. De burgemeester is voorzitter van het georganiseerd overleg.</al><al/><al><vet>Artikel 54 : Portefeuillehoudersoverleg</vet></al><al>1. Met individuele portefeuillehouders wordt door individuele
                            afdelingsmanagers periodiek, in beginsel wekelijks,
                            portefeuillehouderoverleg gevoerd. </al><al>2. Het portefeuillehoudersoverleg heeft tot doel om informatie uit te
                            wisselen en actuele onderwerpen en voorstellen, die in voorbereiding
                            zijn voor besluitvorming door college en raad te bespreken. </al><al>3. Behalve de betreffende afdelingsmanager kunnen op diens initiatief
                            ook betrokken (beleids-) medewerkers aanwezig zijn in dit overleg.</al><al/><al><vet>Artikel 55 : Directieoverleg</vet></al><al>1. Wekelijks vindt directieoverleg plaats. </al><al>2. Doelstelling van het directieoverleg is om elkaar te informeren en
                            afstemming te plegen met het oog op integraliteit en realisatie van het
                            directieplan. </al><al>3. Het directieoverleg is besluitvormend van aard met betrekking tot het
                            sturen en leiden van de ambtelijke organisatie.</al><al/><al><vet>Artikel 56 : Ambtelijk voortgangsoverleg</vet></al><al>1. Het ambtelijk voortgangsoverleg wordt gehouden door de directie met
                            individuele afdelingsmanagers. </al><al>2. Het overleg heeft tot doel om de voortgang, realisatie en eventuele
                            bijstelling van het afdelingsplan te bespreken. </al><al>3. In beginsel bestaat het overleg uit een doelstellingengesprek in de
                            maand december, waarin overeenstemming wordt bereikt over het
                            afdelingsplan, een voortgangsgesprek in de maand juni, dat tevens
                            jaargesprek is, en een verantwoordingsgesprek in de maand november.</al><al/><al><vet>Artikel 57 : Managementoverleg</vet></al><al>1. Het wekelijkse managementoverleg heeft als doelstelling, dat
                            afdelingsmanagers en directie gezamenlijk actuele,
                            afdelingsoverstijgende onderwerpen informatief, opiniërend met elkaar
                            bespreken. </al><al>2. Het managementoverleg wordt bij toerbeurt voorgezeten door een
                            afdelingsmanager.</al><al/><al><vet>Artikel 58 : Overlegvergadering ondernemingsraad</vet></al><al>1. Overeenkomstig artikel 10 vinden periodiek in aanwezigheid van
                            de WOR-bestuurder/gemeentesecretaris overlegvergaderingen van de
                            ondernemingsraad plaats overeenkomstig de Wet op de
                            ondernemingsraden.</al><al/><al><vet>Artikel 59 : Werkoverleg</vet></al><al>1. Overeenkomstig artikel 11, vijfde lid vindt periodiek werkoverleg
                            plaats binnen clusters van afdelingen, met een gemeenschappelijk
                            takenpakket. 2. Het werkoverleg heeft als doel om afstemming,
                            taakverdeling en onderlinge informatie-uitwisseling te bewerkstelligen,
                            waarbij het afdelingsplan een centrale rol speelt.</al><al/><al><vet>Artikel 60 : Individueel werkoverleg </vet></al><al>1. Afhankelijk van de functie die een medewerker vervult en het al
                            dan niet routinematige karakter van de werkzaamheden, houdt een
                            afdelingsmanager periodiek werkoverleg met een individuele medewerker.
                            2. Het individuele werkpoverleg heeft tot doel om de voortgang in de
                            realisatie van het individuele werkplan van de betrokken medewerker te
                            bespreken. </al><al/><al><vet>Artikel 61 : Jaargesprek</vet></al><al>1. Jaarlijks houdt de afdelingsmanager met iedere medewerker een
                            jaargesprek. </al><al>2. Het formulier jaargesprek vormt de leidraad voor dit jaargesprek. </al><al>3. Het jaargesprek heeft tot doel om het functioneren van de medewerker
                            te bespreken op basis van de in het voorgaande jaar gemaakte afspraken
                            en de beoordeling van de afdelingsmanager. Zonodig worden
                            ontwikkelingsafspraken gemaakt.</al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 12 : BEHANDELING KLACHTEN</vet></al><al/><al><vet>Artikel 62 : Decentrale behandeling interne klachten</vet></al><al>1. De behandeling van een mondelinge klacht tegen een gedraging van een
                            medewerker wordt, indien de betrokken medewerker deze niet zelf tijdens
                            een mondeling contact naar tevredenheid van de klager kan oplossen,
                            verricht door de afdelingsmanager.</al><al>2. De behandeling van een schriftelijke klacht tegen een gedraging van
                            een medewerker wordt verricht door de afdelingsmanager.</al><al>3. Indien de klacht betrekking heeft op een gedraging van een
                            afdelingsmanager, en deze komt niet tot overeenstemming met de klager,
                            dan is de behandeling van de klacht in handen van de directie.</al><al>4. Een klacht gericht tegen een directielid wordt behandeld door het
                            college.</al><al>5. Een klacht gericht tegen een bestuursorgaan of lid hiervan, wordt
                            behandeld door het betreffende bestuursorgaan.</al><al>6. Een klacht dient eerst intern te worden behandeld en heet daardoor
                            interne klacht. Leidt dit niet tot een bevredigende oplossing voor de
                            klager, dan kan deze zijn klacht voorleggen aan de Nationale ombudsman.
                            Dan is sprake van een externe klacht.</al><al>7. Behandeling van een interne klacht geschiedt binnen een richttermijn
                            van 2 weken, maar in ieder geval binnen 6 weken na indiening.</al><al>8. Op de klachtenbehandeling is van toepassing de Interne handreiking
                            klachtenbehandeling en hoofdstuk 9 van de Algemene wet
                            bestuursrecht.</al><al/><al><vet>Artikel 63 : Procedure behandeling interne klacht</vet></al><al>1. Door de klachtbehandelaar wordt contact opgenomen met de
                            klager. </al><al>2. De klager wordt uitgenodigd voor een gesprek of kan telefonisch
                            worden gehoord. Telefonisch horen is alleen mogelijk met toestemming van
                            de klager. Ook wordt (gelijktijdig) de persoon gehoord op wie de klacht
                            betrekking heeft.</al><al>3. Tijdens het horen probeert de klachtbehandelaar te bereiken dat de
                            klacht wordt verduidelijkt, het conflict wordt opgelost en het
                            geschonden vertrouwen wordt hersteld. </al><al>4. De klachtbehandelaar draagt er in alle gevallen voor zorg dat van dit
                            gesprek een kort verslag wordt gemaakt waarin de hoofdlijnen worden
                            vastgelegd. </al><al>5. Indien het horen naar het oordeel van de klager resulteert in een
                            afdoende behandeling van de klacht, wordt onder verantwoordelijkheid van
                            de klachtbehandelaar de klacht schriftelijk afgedaan. Het verslag van
                            het horen wordt als bijlage toegevoegd. </al><al>6. Indien de klacht niet is opgelost, legt de klachtbehandelaar de
                            klacht voor aan burgemeester en wethouders. </al><al>7. Het oordeel van burgemeester en wethouders over de klacht wordt
                            schriftelijk, gemotiveerd in een antwoordbrief bekendgemaakt aan de
                            klager. De mogelijkheid om de klacht in te dienen bij de Nationale
                            ombudsman wordt daarbij kenbaar gemaakt.</al><al/><al><vet>Artikel 64 : Centrale klachtencoördinatie en
                                -registratie</vet></al><al>1. Een mondelinge of schriftelijke klacht wordt gemeld bij de centrale
                            klachtencoördinator, die zorgdraagt voor opname hiervan in de centrale
                            klachtenregistratie.</al><al>2. De centrale klachtencoördinator ondersteunt de klachtbehandelaar
                            zowel inhoudelijk als procesmatig door het proces en de hiermee gemoeide
                            termijnen te bewaken en zonodig de klachtbehandelaar op zijn
                            verantwoordelijkheid te wijzen.</al><al>3. De klachtencoördinator ontvangt een afschrift van de antwoordbrief. </al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 13 : PROJECTMATIG WERKEN</vet></al><al/><al><vet>Artikel 65 : Handboek projectmatig werken</vet></al><al>1. De gemeente Hof van Twente maakt gebruik van projectmatig
                            werken, wanneer niet routinematige werkzaamheden in een tijdelijke
                            situatie met een bekende einddatum in een specifieke
                            organisatiestructuur, losstaand van de lijnorganisatie worden verricht,
                            op basis van een projectplan met tevoren bekende eindresultaten. </al><al>2. Het handboek projectmatig werken is opgesteld als leidraad voor de
                            medewerkers van de gemeente Hof van Twente die betrokken zijn bij het
                            uitvoeren van projecten in de rol van projectleider, projectmedewerker,
                            opdrachtgever of anderszins. </al><al>3. Het doel van het handboek is een bijdrage te leveren aan de
                            beheersing van de projecten die worden georganiseerd en uitgevoerd.
                            Daartoe bevat het de nodige aanwijzingen en richtlijnen. </al><al>4. Het handboek is richtinggevend, maar biedt afhankelijk van de omvang
                            en complexiteit van een project voldoende ruimte en flexibiliteit om tot
                            een op de specifieke situatie toegesneden invulling te komen. </al><al>5. De flexibiliteit die in het vorige lid wordt bedoeld komt tot uiting
                            in de keuze of een project al dan niet als strategisch project wordt
                            aangeduid.</al><al/><al><vet>Artikel 66 : Strategische projecten en lijnprojecten</vet></al><al>1. Hof van Twente onderscheidt strategische projecten en lijnprojecten.
                            Projecten die niet als strategisch worden benoemd zijn lijnprojecten. </al><al>2. Strategische projecten kenmerken zich door een combinatie van
                            politiek afbreukrisico, diversiteit aan betrokken beleidsvelden, de
                            complexiteit van externe partijen, de lange tijdsduur die met het
                            project gemoeid is en het omvangrijke budget dat hiervoor beschikbaar
                            is. </al><al>3. Een strategisch project kent een stuurgroep onder leiding van de
                            ambtelijke opdrachtgever, waarin onder meer een projectwethouder zitting
                            heeft, en een projectgroep onder leiding van de projectleider. </al><al>4. Een strategisch project doorloopt achtereenvolgens een
                            verkenningsfase, ontwikkelingsfase, realisatiefase en een
                            afrondingsfase. </al><al>5. In een lijnproject bestaat geen stuurgroep en kunnen projectfasen
                            eventueel samengevoegd worden.</al><al/><al><vet>Artikel 67 : Verantwoording over projecten</vet></al><al>1. De ambtelijke verantwoordelijkheid voor de voortgang van een project
                            ligt op grond het handboek projectmatig werken bij de projectleider en
                            de opdrachtgever. </al><al>2. Het afleggen van inhoudelijke verantwoording over een project
                            geschiedt bij de afronding van iedere projectfase met behulp van de
                            formats uit het handboek projectmatig werken. </al><al>3. Voor strategische projecten geldt, dat jaarlijks ook in de
                            bestuursrapportages een beknopte projectrapportage wordt opgenomen over
                            ieder project afzonderlijk. </al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van de
                        gemeente Hof van Twente</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>d.d. 17 november 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester en wethouders van Hof van Twente,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>drs. G. Twickler, H. Kok</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>INHOUD ORGANISATIEBESLUIT</titel></kop><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 1 : HET HOFMODEL</vet></al><al/><al>Artikel 1 : De organisatiestructuur</al><al>Artikel 2 : Taakvelden per afdeling</al><al>Artikel 3 : Programmamanager en concerncontroller</al><al>Artikel 4 : Uitgangspunten van integraal management</al><al>Artikel 5 : Centrale kaderstelling leidinggeven</al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 2 : TAKEN, VERANTWOORDELIJKHEDEN &amp; BEVOEGDHEDEN
                        DIRECTIE</vet></al><al/><al>Artikel 6 : Stimuleren innovatie</al><al>Artikel 7 : Kwaliteitszorg</al><al>Artikel 8 : Leidinggevende taken</al><al>Artikel 9 : Adviseur college</al><al>Artikel 10 : WOR-bestuurder</al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 3 : TAKEN, VERANTWOORDELIJKHEDEN &amp; BEVOEGDHEDEN
                        AFDELINGSMANAGER</vet></al><al/><al>Artikel 11 : Leidinggeven aan medewerkers</al><al>Artikel 12 : Zorg voor kwaliteit</al><al>Artikel 13 : Planning en control van de afdeling</al><al>Artikel 14 : Inhuur externen</al><al>Artikel 15 : Borgen integriteitsbeleid</al><al>Artikel 16 : Communicatie (Factor C)</al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 4 : BEVOEGDHEDEN BETREFFENDE PERSO</vet><vet>NEEL</vet></al><al/><al>Artikel 17 : Bevoegdheden directie</al><al>Artikel 18 : Bevoegdheden afdelingsmanagers</al><al>Artikel 19 : Advisering en uitvoering door personeel en organisatie</al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 5 : BELEIDS- EN BUDGETCYCLUS</vet></al><al/><al>Artikel 20 : Financiële verordening</al><al>Artikel 21 : Kadernota</al><al>Artikel 22 : Programmabegroting / tweede bestuursrapportage</al><al>Artikel 23 : Jaarverslag / eerste bestuursrapportage</al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 6 : BUDGETREGELING</vet></al><al/><al>Artikel 24 : Definities</al><al>Artikel 25 : Bevoegdheden budgethouders</al><al>Artikel 26 : Aangaan van verplichtingen</al><al>Artikel 27 : Betalingen</al><al>Artikel 28 : Registratie</al><al>Artikel 29 : Budgetsubstitutie</al><al>Artikel 30 : Verantwoording budgetten</al><al>Artikel 31 : Advisering door financieel consulent</al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 7 : FORMATIE EN TIJDELIJK PERSONEEL</vet></al><al/><al>Artikel 32 : Jaarlijks formatieplan</al><al>Artikel 33 : Inhuur personeel ten laste van budget tijdelijk personeel</al><al>Artikel 34 : Inhuur personeel ten laste van vacatureruimte</al><al>Artikel 35 : Inhuur personeel ten laste van exploitatiebudget of krediet</al><al>Artikel 36 : Randvoorwaarden voor substitutie van functies</al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 8 : INKOOP EN AANBESTEDING</vet></al><al/><al>Artikel 37 : Gemeentelijk beleid</al><al>Artikel 38 : Aanbestedingsvormen</al><al>Artikel 39 : Gunning en sluiten overeenkomst</al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 9 : JURIDISCHE KWALITEITSZORG</vet></al><al/><al>Artikel 40 : Eigen verantwoordelijkheid afdelingen</al><al>Artikel 41 : Raadplegen juridisch consulent</al><al>Artikel 42 : Gerechtelijke procedures</al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 10 : RECHTMATIGHEID</vet></al><al/><al>Artikel 43 : Verantwoordelijkheid van afdelingen</al><al>Artikel 44 : Uitvoeren interne controle</al><al>Artikel 45 : Verbijzonderde interne controle</al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 11 : COMMUNICATIESTRUCTUUR</vet></al><al/><al>Artikel 46 : Structurele vormen van overleg</al><al>Artikel 47 : Raadsvergadering, rondetafelgesprek en presidium</al><al>Artikel 48 : Auditcommissie</al><al>Artikel 49 : Driehoeksoverleg</al><al>Artikel 50 : Collegevergadering</al><al>Artikel 51 : Bestuurlijk voortgangsoverleg</al><al>Artikel 52 : B&amp;W themabijeenkomst</al><al>Artikel 53 : Georganiseerd overleg</al><al>Artikel 54 : Portefeuillehoudersoverleg</al><al>Artikel 55 : Directieoverleg</al><al>Artikel 56 : Ambtelijk voortgangsoverleg</al><al>Artikel 57 : Managementoverleg</al><al>Artikel 58 : Overlegvergadering ondernemingsraad</al><al>Artikel 59 : Werkoverleg</al><al>Artikel 60 : Individueel werkoverleg</al><al>Artikel 61 : Jaargesprek</al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 12 : BEHANDELING INTERNE KLACHTEN</vet></al><al/><al>Artikel 62 : Decentrale behandeling interne klachten</al><al>Artikel 63 : Procedure behandeling interne klacht</al><al>Artikel 64 : Centrale klachtencoördinatie en -registratie</al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 13 : PROJECTMATIG WERKEN</vet></al><al/><al>Artikel 65 : Handboek projectmatig werken</al><al>Artikel 66 : Strategische projecten en lijnprojecten</al><al>Artikel 67 : Verantwoording over projecten</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>