<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR29033_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Terneuzen 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zeeuws Vlaams Advertentieblad,</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Terneuzen 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning, art. 5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-09-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>10683</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Terneuzen 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Terneuzen,</al><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 8 augustus 2006;</al><al>gelet op artikel 5 van de Wet maatschappelijk ondersteuning</al><al>Besluit vast te stellen de navolgende verordening:</al><al><vet>Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Tereuzen 2007.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Wet</cursief>: Wet maatschappelijke ondersteuning;</al></li><li nr="b."><al><cursief>Compensatiebeginsel</cursief>: de algemene verplichting aan het gemeentebestuur om personen</al></li></lijst><al>met aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek door het treffen van</al><al>voorzieningen een gelijkwaardige uitgangspositie te verschaffen zodat zij zelfredzaam zijn</al><al>en in staat tot maatschappelijke participatie;</al><lijst><li nr="c."><al><cursief>Beperkingen</cursief>: moeilijkheden die een persoon heeft met het uitvoeren van activiteiten;</al></li><li nr="d."><al><cursief>Persoon met beperkingen</cursief>: een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek, inclusief</al></li></lijst><al>chronische psychische en psychosociale problemen, aantoonbare beperkingen ondervindt</al><al>bij het uitvoeren van activiteiten op het gebied van het voeren van het huishouden, bij het</al><al>normale gebruik van de woning; bij het verplaatsen in en om de woning, bij het zich</al><al>lokaal verplaatsen per vervoermiddel of bij het ontmoeten van medemensen en het op</al><al>basis daarvan aangaan van sociale verbanden;</al><al>e.<cursief>Mantelzorger</cursief>: een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b.</al><al>van de wet;</al><al>f.<cursief>Zelfredzaamheid</cursief>: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk en financiële vermogen om</al><al>voorzieningen te treffen die deelname aan het normale maatschappelijke verkeer mogelijk</al><al>maken;</al><al>g.<cursief>Maatschappelijke participatie</cursief>: normale deelname aan het maatschappelijke verkeer, te</al><al>weten het voeren van een huishouden, het normale gebruik van de woning; het zich in en</al><al>om de woning verplaatsen; het zich zodanig verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden</al><al>bij regionale, bovenregionale en landelijke vervoersystemen; het ontmoeten van andere</al><al>mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die manier deel te</al><al>nemen aan het lokale maatschappelijke leven;</al><al>h.<cursief>Algemene voorziening</cursief>: een voorziening die wordt geleverd op basis van directe</al><al>beschikbaarheid, een beperkte toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en</al><al>adequate oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon ondervindt;</al><al>i.<cursief>Individuele voorziening</cursief>: een voorziening die individueel wordt aangeboden indien een</al><al>algemene voorziening geen adequate oplossing biedt;</al><al>j.<cursief>Eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten</cursief>: een door het college van burgemeester en</al><al>wethouders vast te stellen bijdrage, die bij respectievelijk de verstrekking van een</al><al>voorziening in natura, een persoonsgebonden budget (een eigen bijdrage) of een financiële</al><al>tegemoetkoming (een eigen aandeel) betaald moet worden en waarop de regels van het</al><al>Besluit maatschappelijke ondersteuning van toepassing zijn;</al><al>k.<cursief>Voorziening in </cursief><cursief>natura</cursief>: een voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de</al><al>vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt;</al><al>l.<cursief>Persoonsgebonden budget</cursief>: een geldbedrag waarmee de aanvrager een of meer aan hem te</al><al>verlenen voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze verordening en het Besluit</al><al>maatschappelijke ondersteuning te stellen regels van toepassing zijn;</al><al>m.<cursief>Financiële tegemoetkoming</cursief>: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening welke</al><al>kan worden afgestemd op het inkomen van de aanvrager;</al><al>n.<cursief>Algemeen gebruikelijk</cursief>: naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiksdan</al><al>wel bestedingspatroon van een persoon als de aanvrager behorend;</al><al>o.<cursief>Meerkosten</cursief>: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voorzover</al><al>dit deel van de kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk te</al><al>beschouwen kosten van een dergelijke voorziening;</al><al>p.<cursief>Besparingsbijdrage</cursief>: een door de aanvrager te betalen bijdrage, gelijk aan het bedrag dat</al><al>ten gevolge van de verstrekking van een voorziening door de aanvrager wordt bespaard</al><al>omdat deze verstrekte voorziening een algemeen gebruikelijke voorziening vervangt of</al><al>kan vervangen;</al><al>q.<cursief>Huisgenoot</cursief>: iedere meerderjarige met wie de aanvrager duurzaam gemeenschappelijk een</al><al>woning bewoont;</al><al>r.<cursief>Budgethouder</cursief>: een persoon aan wie ingevolge deze verordening een persoonsgebonden</al><al>budget is toegekend en die aan het college verantwoording over de besteding van het</al><al>persoonsgebonden budget verschuldigd is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Beperkingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voorzover:</al><lijst><li nr="a."><al>deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied van het voeren van het</al></li></lijst></li></lijst><al>huishouden, het verplaatsen in en om de woning, het zich lokaal verplaatsen per</al><al>vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale</al><al>verbanden aangaan op te heffen of te verminderen;</al><al>b.deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening kan</al><al>worden aangemerkt;</al><lijst><li nr="c."><al>deze in overwegende mate op het individu is gericht.</al><lijst><li nr="2."><al>Geen voorziening wordt toegekend:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is;</al></li><li nr="b."><al>indien de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente Terneuzen</al></li><li nr="c."><al>voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning</al></li></lijst><al>voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen;</al><al>d.voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan</al><al>het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw;</al><al>e.voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van aantoonbare meerkosten in</al><al>vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor</al><al>de voorziening wordt aangevraagd;</al><al>f.voorzover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de aanvrager voorafgaand aan het</al><al>moment van beschikken heeft gemaakt;</al><al>g.indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens</al><al>deze, dan wel krachtens de aan deze verordening voorafgaande Verordening</al><al>voorzieningen gehandicapten is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de</al><al>voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of versterkte voorziening</al><al>verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te</al><al>rekenen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Vorm van te verstrekken individuele voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Keuzevrijheid</titel></kop><al>Een individuele voorziening kan verstrekt worden in natura, als financiële tegemoetkoming en</al><al>als persoonsgebonden budget. Het college stelt vast in welke situaties de bij wet verplichte</al><al>keuze tussen een voorziening in natura en een persoonsgebonden budget niet wordt geboden</al><al>aan de hand van de in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Terneuzen</al><al>neergelegde criteria.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voorziening in natura</titel></kop><al>Indien een voorziening in natura wordt verstrekt is de bruikleenovereenkomst,</al><al>huurovereenkomst of dienstverleningsovereenkomst tussen de leverancier en de aanvrager</al><al>van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Financiële tegemoetkoming</titel></kop><al>Bij verstrekking van een financiële tegemoetkoming worden de toepasselijke voorwaarden</al><al>zoals genoemd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Terneuzen in de</al><al>beschikking opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Persoonsgebonden budget</titel></kop><al>1.Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 van de wet, zijn de volgende</al><al>voorwaarden van toepassing:</al><al>a.een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van individuele</al><al>voorzieningen;</al><al>b.de omvang van het persoonsgebonden budget is de tegenwaarde van de in de</al><al>betreffende situatie goedkoopst adequate te verstrekken voorziening in natura, indien</al><al>nodig aangevuld met een vergoeding voor instandhoudingkosten, zoals vastgelegd in</al><al>het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Terneuzen;</al><al>c.de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld wordt door het</al><al>college vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente</al><al>Terneuzen;</al><al>d.op het persoonsgebonden budget is de Overeenkomst persoonsgebonden budget</al><al>gemeente Terneuzen van toepassing.</al><al>2.De toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden budget, de omvang en de looptijd</al><al>ervan worden bij beschikking vastgesteld.</al><al>3.Bij de beschikking wordt een program van eisen verstrekt waarin aangegeven is aan welke</al><al>vereisten de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening dient te voldoen.</al><al>4.Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget ter beschikking</al><al>gesteld door storting op de rekening van de aanvrager.</al><al>5.Het college kan steekproefsgewijs nagaan of het verstrekte persoonsgebonden budget</al><al>besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is. De budgethouder is verplicht de</al><al>daarvoor noodzakelijke stukken, zoals genoemd in het Besluit maatschappelijke</al><al>ondersteuning gemeente Terneuzen, op verzoek van het college per omgaande te</al><al>verstrekken.</al><al>6.Na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde bescheiden wordt door het college</al><al>beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug</al><al>te vorderen of te verrekenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Eigen bijdragen en eigen aandeel</titel></kop><al>Bij het verstrekken van individuele voorzieningen op grond van de wet is de aanvrager een</al><al>eigen bijdrage verschuldigd of wordt de financiële tegemoetkoming afgestemd op het</al><al>inkomen. Het college legt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Terneuzen</al><al>de omvang van de eigen bijdrage en het eigen aandeel vast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Hulp bij het huishouden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vormen van hulp bij het huishouden</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek bij het</al><al>voeren van een huishouden, te verstrekken voorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een algemene voorziening waaronder algemene hulp bij het huishouden;</al></li><li nr="b."><al>hulp bij het huishouden in natura;</al></li><li nr="c."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan hulp bij het huishouden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Primaat van de algemene hulp bij het huishouden</titel></kop><al>1.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 4, 5 en 6 van de wet</al><al>kan voor de in artikel 8 onder a. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht</al><al>indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek of</al></li><li nr="b."><al>problemen bij het uitvoeren van de mantelzorg</al></li></lijst><al>het zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken en de</al><al>algemene hulp bij het huishouden dit snel en adequaat kan oplossen.</al><al>2.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 4, 5 en 6 van de wet</al><al>kan voor de in artikel 8 onder b. en c. vermelde voorzieningen in aanmerking worden</al><al>gebracht als:</al><lijst><li nr="a."><al>de in artikel 8 onder a. genoemde voorziening een onvoldoende oplossing biedt of</al></li><li nr="b."><al>niet beschikbaar is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Gebruikelijke zorg</titel></kop><al>In afwijking van het gestelde in artikel 9 komt een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid,</al><al>onder g. onderdeel 4, 5 en 6 van de wet niet in aanmerking voor hulp bij het huishouden als</al><al>tot de leefeenheid waar deze persoon deel van uitmaakt een of meer huisgenoten behoren die</al><al>wel in staat zijn het huishoudelijk werk te verrichten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Omvang van de hulp bij het huishouden</titel></kop><al>De omvang van de hulp bij het huishouden wordt uitgedrukt in klassen, waarbij de volgende</al><al>klassen met de daarbij behorende uren kunnen worden toegekend:</al><al>Klasse 1, 0 tot en met 1,9 uur per week;</al><al>Klasse 2, 2 tot en met 3,9 uur per week;</al><al>Klasse 3, 4 tot en met 6,9 uur per week;</al><al>Klasse 4, 7 tot en met 9,9 uur per week;</al><al>Klasse 5, 10 tot en met 12,9 uur per week;</al><al>Klasse 6, 13 tot en met 15,9 uur per week.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Omvang van het persoonsgebonden budget</titel></kop><al>De bedragen die per klasse in de vorm van een persoonsgebonden budget worden verstrekt,</al><al>worden jaarlijks door het college vastgesteld en vastgelegd in het Besluit maatschappelijke</al><al>ondersteuning gemeente Terneuzen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Vormen van woonvoorzieningen</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het voeren van een huishouden, te</al><al>verstrekken woonvoorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een algemene woonvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een woonvoorziening in natura;</al></li><li nr="c."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een woonvoorziening;</al></li><li nr="d."><al>een financiële tegemoetkoming in de kosten van een woonvoorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Primaat algemene woonvoorzieningen en recht op individuele woonvoorzieningen</titel></kop><al>1.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan</al><al>voor de in artikel 13, onder a. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht</al><al>indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek een aanpassing aan de</al><al>woning noodzakelijk maken en de algemene woonvoorziening dit snel en adequaat kan</al><al>oplossen.</al><al>2.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan</al><al>voor de in artikel 13, onder b. c. en d. vermelde voorziening in aanmerking worden</al><al>gebracht indien de in het vorige lid genoemde oplossing niet aanwezig is of niet tot een</al><al>snelle en adequate oplossing leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Soorten individuele woonvoorzieningen</titel></kop><al>De in artikel 13 onder b., c. en d. genoemde voorzieningen kunnen bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten;</al></li><li nr="b."><al>een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>een niet bouwkundige of niet woontechnische woonvoorziening;</al></li><li nr="d."><al>een uitraasruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Primaat van de verhuizing</titel></kop><al>1.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan</al><al>voor een voorziening als bedoeld in artikel 15 onder a. in aanmerking worden gebracht</al><al>wanneer aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het normale gebruik</al><al>van de woning belemmeren.</al><al>2.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan</al><al>voor een voorziening als bedoeld in artikel 15 onder b. en c. in aanmerking worden</al><al>gebracht wanneer de in het eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de</al><al>goedkoopst adequate voorziening is.</al><al>3.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan</al><al>voor een voorziening als bedoeld in artikel 15, onder d. in aanmerking worden gebracht</al><al>wanneer sprake is van een op basis van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of</al><al>gebrek aanwezige gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen</al><al>het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan</al><al>komen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Primaat van de losse woonunit</titel></kop><al>Indien een bouwkundige woonvoorziening bestaat uit een aanbouw aan of een aanzienlijke</al><al>verbouwing van een woning die niet het eigendom is van een verhuurder, die bereid is de</al><al>aangepaste woning blijvend ter beschikking te stellen van personen die op basis van</al><al>aantoonbare beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek behoefte hebben aan een dergelijke</al><al>woning, zal het college een herplaatsbare losse woonunit verstrekken indien daartegen geen</al><al>bezwaren van overwegende aard bestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Uitsluitingen</titel></kop><al>De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op het treffen van voorzieningen aan</al><al>hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen,</al><al>recreatiewoningen, kamerverhuur en specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte</al><al>woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of</al><al>voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten</al><al>meegenomen kunnen worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Hoofdverblijf</titel></kop><al>1.Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft</al><al>of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen.</al><al>2.In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een woonvoorziening getroffen worden</al><al>voor het bezoekbaar maken van één woonruimte indien de aanvrager zijn hoofdverblijf</al><al>heeft in een AWBZ-instelling.</al><al>3.De aanvraag voor het bezoekbaar maken wordt ingediend in de gemeente waar de aan te</al><al>passen woning staat.</al><al>4.De woonvoorziening betreft slechts het bezoekbaar maken van de in het tweede lid</al><al>bedoelde woonruimte met een door het college in het Besluit maatschappelijke</al><al>ondersteuning gemeente Terneuzen vast te leggen maximumbedrag.</al><al>5.Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan dat de aanvrager de woonruimte, de</al><al>woonkamer en een toilet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Beperkingen</titel></kop><al>De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt geweigerd indien:</al><al>a.de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing</al><al>waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolg</al><al>van ziekte of gebrek geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden</al><al>aanwezig was;</al><al>b.de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment</al><al>beschikbare meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is</al><al>verleend door het college;</al><al>c.deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan</al><al>automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen;</al><al>d.de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis van leeftijd,</al><al>gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat deze voorziening noodzakelijk zou zijn</al><al>en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodzaak;</al><al>e.De aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen, verhuisd is vanuit of naar een</al><al>woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar</al><al>een AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg, of er in</al><al>de verlaten woonruimte geen problemen met het normale gebruik van de woning zijn</al><al>ondervonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Terugbetaling bij verkoop</titel></kop><al>De eigenaar-bewoner, die krachtens deze verordening een woonvoorziening heeft ontvangen</al><al>die leidt tot waardestijging van de woning, dient bij verkoop van deze woning binnen een</al><al>periode van 10 jaar na gereedmelding van de voorziening, deze verkoop van de woning</al><al>onverwijld aan het college te melden. De meerwaarde van de woning dient volgens het in het</al><al>Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Terneuzen door het college vastgelegde</al><al>afschrijvingsschema te worden terugbetaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Vormen van vervoersvoorzieningen</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het zich lokaal verplaatsen te</al><al>verstrekken voorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een algemene voorziening waaronder een collectieve vervoersvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een vervoersvoorziening in natura;</al></li><li nr="c."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een vervoersvoorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Het recht op een algemene voorziening</titel></kop><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor</al><al>de in artikel 22 onder a. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien</al><al>aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik van het openbaar vervoer of</al></li><li nr="b."><al>het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Het primaat van het collectief vervoer</titel></kop><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor</al><al>de in artikel 22, onder b. en c. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer:</al><al>a.aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het gebruik van een collectief</al><al>systeem als bedoeld in artikel 22, onder a., onmogelijk maken dan wel</al><lijst><li nr="b."><al>een collectief systeem als bedoeld in artikel 22, onder a., niet aanwezig is, dan wel</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbende in plaats van deelname aan de collectieve vervoersvoorziening een</al></li></lijst><al>bewuste keuze maakt voor een persoonsgebonden budget ten behoeve van het gebruik van</al><al>de eigen auto of voor vervoer door derden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen</titel></kop><al>Indien het inkomen van een ongehuwde persoon of het gezamenlijk inkomen van gehuwde</al><al>personen meer bedraagt dan 1,5 maal in het Besluit maatschappelijke ondersteuning</al><al>Terneuzen voor de diverse categorieën genoemde inkomensgrenzen, wordt het bezit van een</al><al>personenauto algemeen gebruikelijk geacht, zodat een auto of een met een auto vergelijkbare</al><al>voorziening en de daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten niet in</al><al>aanmerking komen voor verstrekking of vergoeding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Omvang in gebied en in kilometers</titel></kop><al>1.Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte ten</al><al>behoeve van maatschappelijke participatie uitsluitend rekening gehouden met de</al><al>verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van</al><al>alledag, tenzij zich een uitzonderingssituatie voordoet waarbij het gaat om een</al><al>bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de aanvrager zelf bezocht kan worden, terwijl</al><al>het bezoek voor de aanvrager noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen.</al><al>2.De te verstrekken vervoersvoorziening zal maatschappelijke participatie door middel van</al><al>lokale verplaatsingen met tenminste een omvang per jaar van 1500 kilometer met een</al><al>bandbreedte tot 3000 kilometer mogelijk maken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Verplaatsen in en rond de woning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Vormen van rolstoelvoorzieningen</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het verplaatsen in en om de woning</al><al>dan wel voor sportbeoefening te verstrekken voorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een algemene voorziening waaronder een algemene rolstoelvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een rolstoelvoorziening in natura;</al></li><li nr="c."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een rolstoelvoorziening;</al></li><li nr="d."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een sportrolstoel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Primaat algemene rolstoelvoorziening bij incidenteel rolstoelgebruik en sportrolstoel.</titel></kop><al>1.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g., onderdeel 5 en 6 van de wet kan</al><al>voor de in artikel 27, onder a. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht</al><al>indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek incidenteel zittend</al><al>verplaatsen in en rond de woning noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt</al><al>worden op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of een andere wettelijke</al><al>regeling geen adequate oplossing bieden.</al><al>2.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g., onderdeel 5 en 6 van de wet kan</al><al>voor de in artikel 27, onder b. en c. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht</al><al>indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek dagelijks zittend</al><al>verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt</al><al>worden op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of een andere wettelijke</al><al>regeling geen adequate oplossing bieden.</al><al>3.Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5 en 6 van de wet kan</al><al>voor de in artikel 27, onder d. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht</al><al>indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek sportbeoefening zonder</al><al>sportrolstoel onmogelijk maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Aanspraak op rolstoelvoorzieningen voor AWBZ-bewoners</titel></kop><al>In uitzondering op het gestelde in artikel 28, lid 2);</al><al>komt een persoon die verblijft in een op grond van artikel 5 van de Wet toelating</al><al>zorginstellingen erkende instelling uitsluitend voor een rolstoel in aanmerking indien hij geen</al><al>recht heeft op een rolstoel, verstrekt op grond van de AWBZ.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Het verkrijgen van voorzieningen en het motiveren van besluiten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Gebruik aanvraagformulier</titel></kop><al>Een aanvraag dient te worden ingediend door middel van een door het college ter beschikking</al><al>gesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Relatie met de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten</titel></kop><al>De aanvraag dient te worden ingediend bij het zorgloket van de gemeente Terneuzen in welk</al><al>loket zowel aanvragen voor voorzieningen inzake de wet alsook aanvragen zorg inzake de</al><al>Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten kunnen worden ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Inlichtingen, onderzoek, advies en beschikking</titel></kop><al>1.Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van</al><al>het recht op een voorziening, degene door wie een aanvraag is ingediend:</al><al>a.op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en</al><al>tijdstip en hem te ondervragen;</al><al>b.op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe</al><al>aangewezen deskundigen te doen ondervragen en/of onderzoeken.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college vraagt een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het handelt om een aanvraag een persoon betreffend, die nog niet eerder een aanvraag</al></li></lijst></li></lijst><al>in het kader van deze verordening heeft ingediend en het een voorziening betreft</al><al>waarvan de kosten naar verwachting het bedrag als genoemd in het Besluit</al><al>maatschappelijke ondersteuning gemeente Terneuzen te boven zal gaan;</al><lijst><li nr="b."><al>de gevraagde voorziening om medische redenen wordt afgewezen;</al></li><li nr="c."><al>het college dat overigens gewenst vindt.</al><lijst><li nr="3."><al>Een aanvrager is verplicht aan het college of de door hem aangewezen adviesinstantie die</al></li></lijst></li></lijst><al>gegevens te verschaffen of te doen verschaffen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling</al><al>van de aanvraag.</al><al>4.Bij de advisering zoals genoemd in het eerste lid wordt door de adviseur gebruik gemaakt</al><al>van de systematiek zoals neergelegd in de International Classification of Functions,</al><al>Disabilities and Impairments, de zogenaamde ICF classificatie.</al><al>5.De beschikking vermeldt op welke wijze de genomen beschikking bijdraagt aan het</al><al>behouden en bevorderen van de zelfredzaamheid en de normale maatschappelijke</al><al>participatie van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en van</al><al>mensen met een psychosociaal probleem.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Samenhangende afstemming</titel></kop><al>Het college legt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Terneuzen regels</al><al>vast omtrent de wijze waarop de verkrijging van individuele voorzieningen samenhangend</al><al>wordt afgestemd op de situatie van de aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Wijzigingen in de situatie</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt, is verplicht aan het</al><al>college mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk</al><al>moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Intrekking van een voorziening</titel></kop><al>1.Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of</al><al>gedeeltelijk intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de gegevens zodanig onjuist</al></li></lijst><al>waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn</al><al>genomen.</al><al>2.Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden</al><al>budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de tegemoetkoming of het budget binnen</al><al>zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van het middel</al><al>waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>1.Ingeval een voorziening is ingetrokken kan op basis daarvan reeds uitbetaalde financiële</al><al>tegemoetkoming of persoonsgebonden budget worden teruggevorderd.</al><al>2.In geval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze</al><al>voorziening worden teruggevorderd indien de voorziening is verleend op basis van</al><al>valselijk verstrekte gegevens.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de</al><al>bepalingen van deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van</al><al>overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38.</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening en het op deze</al><al>verordening berustende Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Terneuzen</al><al>geldende bedragen verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de prijsindex</al><al>volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39.</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per jaar geëvalueerd. Indien de</al><al>evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt deze verordening aangepast. Het college zendt</al><al>hiertoe jaarlijks na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag</al><al>over de doeltreffendheid en de effectiviteit van de verordening in de praktijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Terneuzen 2007.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad d.d. 7 september 2006.</ondertekening><ondertekening>griffier, mr. A.W. de Feijter</ondertekening><ondertekening>voorzitter, J.A.H. Lonink</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>