<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR28992_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening Sliedrecht 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sliedrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sliedrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas, 3 juni 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening Sliedrecht 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Titel 4.2 Awb</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-06-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidieverordening Sliedrecht 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Algemene Subsidieverordening Sliedrecht 2010</vet></al><al><vet>Gemeente Sliedrecht</vet></al><al><vet> De raad van de gemeente Sliedrecht; </vet></al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 oktober 2009; </al><al>gelet op artikel 147 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet
                        bestuursrecht; </al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening: </al><al><vet><cursief>Algemene Subsidieverordening Sliedrecht
                        2010.</cursief></vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al><vet>De Wet:</vet> de Algemene Wet Bestuursrecht;</al></li><li nr="b."><al><vet>De raad:</vet> de gemeenteraad van Sliedrecht; </al></li><li nr="c."><al><vet>Burgemeester en wethouders:</vet> het college van
                                    burgemeester en wethouders van Sliedrecht; </al></li><li nr="d."><al><vet>Algemene Subsidieverordening:</vet> het wettelijk
                                    voorschrift als bedoeld in artikel 4:23, eerste lid, van de wet;
                                </al></li><li nr="e."><al><vet>Subsidie:</vet> subsidie als bedoeld in artikel 4:21 van de
                                    wet; </al></li><li nr="f."><al><vet>Boekjaar:</vet> het kalenderjaar; </al></li><li nr="g."><al><vet>Subsidieplafond:</vet> het bedrag dat gedurende een bepaald
                                    tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van
                                    subsidies; </al></li><li nr="h."><al><vet>Programma:</vet> een jaarlijks door burgemeester en
                                    wethouders vast te stellen staat, met een overzicht van hun
                                    besluiten tot subsidieverlening over één of meer boekjaren en
                                    van de afgewezen subsidieaanvragen voor het desbetreffende jaar;
                                </al></li><li nr="i."><al><vet>Activiteit:</vet> de prestatie op basis waarvan subsidie
                                    wordt ontvangen of kan worden ontvangen; </al></li><li nr="j."><al><vet>Activiteitenplan:</vet> een overzicht van de activiteiten
                                    waarvoor subsidie wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde
                                    doelstellingen met vermelding per activiteit van de daarvoor
                                    benodigde personele en materiële middelen; </al></li><li nr="k."><al><vet>Activiteitenverslag:</vet> een door de subsidieontvanger in
                                    te dienen verslag, dat de aard en omvang van de activiteiten
                                    waarvoor subsidie werd verleend, de in verband daarmee gemaakte
                                    kosten en ontvangen inkomsten beschrijft en een verklaring voor
                                    de (eventueel) niet gerealiseerde activiteiten bevat; </al></li><li nr="l."><al><vet>Beleidsregel:</vet> een bij besluit vastgestelde algemene
                                    regel als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, van de wet; </al></li><li nr="m."><al><vet>Deelverordening:</vet> een verordening waarin voor
                                    afzonderlijke subsidieterreinen bijzondere bepalingen worden
                                    vastgelegd, die in rangorde boven de algemene bepalingen gaan;
                                </al></li><li nr="n."><al><vet>Activiteitsubsidie:</vet> een incidentele subsidie voor de
                                    uitvoering van een eenmalige activiteit, die wordt verleend
                                    binnen vooraf vastgestelde beleidskaders en criteria; </al></li><li nr="o."><al><vet>Budgetsubsidie:</vet> een voor één of meer boekjaren
                                    verleende subsidie, waarbij meetbare activiteiten of prestaties
                                    worden gekoppeld aan de te verlenen subsidie, waarbij de
                                    subsidieontvanger, met in achtneming van het bepaalde in deze
                                    verordening vrij is in de wijze waarop deze wordt aangewend;
                                </al></li><li nr="p."><al><vet>Waarderingssubsidie:</vet> een voor één of meer boekjaren
                                    of incidenteel verleende subsidie, die waardering uit voor het
                                    louter bestaan van de subsidieontvanger in relatie met één van
                                    zijn activiteiten, waarbij in beginsel geen verband bestaat
                                    tussen de kosten die de aanvrager voor een activiteit maakt en
                                    de hoogte van de subsidie die hij ter stimulering ontvangt;
                                </al></li><li nr="q."><al><vet>Exploitatiesubsidie:</vet> een voor één of meer boekjaren
                                    verleende subsidie, die wordt verstrekt als subsidie in bepaalde
                                    kosten van een organisatie om activiteiten tot stand te brengen
                                    dan wel in stand te houden;</al></li><li nr="r."><al><vet>Organisatie:</vet> een rechtspersoon naar burgerlijk recht,
                                    die zich zonder winstoogmerk activiteiten ten doel stelt of mede
                                    ten doel stelt ter behartiging van belangen van ideële of
                                    materiële aard, of een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid
                                    die is ingeschreven in het verenigingsregister; </al></li><li nr="s."><al><vet>Contributie:</vet> een geldelijke bijdrage van de gemeente
                                    aan een organisatie teneinde bij die organisatie aangesloten te
                                    kunnen zijn ter verkrijging van een tegenprestatie; </al></li><li nr="t."><al><vet>Donatie:</vet> een geldelijke bijdrage van de gemeente aan
                                    een organisatie, welke bijdrage een eenzijdig karakter heeft,
                                    voor welke de organisatie geen directe tegenprestatie behoeft te
                                    leveren en waaraan geen voorwaarden worden verbonden. </al></li><li nr="u."><al><vet>Egalisatiereserve:</vet> de middelen die nodig zijn om niet
                                    in financiële problemen te komen indien zich tegenvallers
                                    voordoen. Tegenover de egalisatiereserve staan geen
                                    verplichtingen.</al></li><li nr="v."><al><vet>Bestemmingsreserve: </vet>een reserve waaraan een bepaalde
                                    bestemming is gegeven.</al></li><li nr="w."><al><vet>Voorziening: </vet>een schatting van de voorziene lasten in
                                    verband met risico’s en verplichtingen, waarvan de omvang en/of
                                    het tijdstip van optreden min of meer onzeker is, en die
                                    oorzakelijk samenhangen met de voorafgaande periode. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op alle subsidieverstrekkingen
                                van de gemeente Sliedrecht voor activiteiten welke liggen op de
                                beleidsterreinen: algemeen bestuur, democratie en internationale
                                betrekkingen, openbare orde en veiligheid, verkeer, vervoer en
                                waterstaat, volkshuisvesting, economische zaken, onderwijs, welzijn,
                                cultuur, sport en recreatie, sociale voorzieningen en
                                maatschappelijke dienstverlening, volksgezondheid en milieu. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening is niet van toepassing voorzover bij of krachtens
                                wettelijk voorschrift daarvan wordt afgeweken. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening is niet van toepassing op gelden die ingevolge
                                regelingen van het rijk of provincie door bemiddeling van de
                                gemeente kunnen worden verstrekt, noch op instellingen als bedoeld
                                in artikel 70 van de Woningwet. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening is niet van toepassing op contributies en donaties.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beslissend orgaan</titel></kop><al>Besluiten ter uitvoering van deze verordening worden genomen door
                            burgemeester en wethouders, tenzij in deze verordening anders is
                            bepaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad is bevoegd, voor één of meer beleidsterreinen of onderdelen
                                daarvan, subsidieplafonds vast te stellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenzij de raad daarvan bij afzonderlijk besluit afwijkt, gelden als
                                subsidieplafond de in de gemeentebegroting of wijzigingen daarvan
                                per onderwerp opgenomen inkomensoverdrachten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen hoe het beschikbare bedrag
                                wordt verdeeld, voorzover verdeling niet reeds bij deelverordening
                                door de raad is geregeld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan nadere regels stellen in een op deze verordening
                                gebaseerde deelverordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een deelverordening wordt opgenomen welke activiteiten op basis
                                van de nadere regels voor subsidie in aanmerking komen, de beoogde
                                doelstelling van de subsidie en specifieke voorschriften en
                                voorwaarden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ter uitvoering van deze
                                verordening en deelverordeningen beleidsregels vaststellen, waarin
                                onder meer is opgenomen welke activiteiten in aanmerking komen voor
                                subsidie evenals de wijze van berekenen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>ALGEMENE EISEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Algemene criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Activiteiten komen slechts in aanmerking voor subsidiëring voorzover
                                deze naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende
                                mate in het belang zijn van de gehele of een deel van de lokale
                                gemeenschap, althans in het belang van de gemeente Sliedrecht worden
                                geacht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Activiteiten komen slechts in aanmerking voor subsidiëring voorzover
                                de activiteiten passen binnen het beleid van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Activiteiten komen slechts in aanmerking voor subsidiëring voorzover
                                die activiteiten niet ten doel hebben het uitdragen van
                                overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of
                                politieke aard. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Activiteiten komen slechts in aanmerking voor subsidiëring voorzover
                                die activiteiten niet uitsluitend of in hoofdzaak worden ontplooid
                                in het belang van een politieke partij, een vakorganisatie, een
                                bedrijf, een kerkgenootschap of een andere levensbeschouwelijke
                                instelling. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Activiteiten komen slechts in aanmerking voor subsidiëring voorzover
                                naar het oordeel van burgemeester en wethouders door de
                                subsidieaanvrager een zodanige werkwijze wordt toegepast alsmede
                                over een zodanige organisatorische opzet en over zodanig
                                gekwalificeerde medewerkers beschikt, dat burgemeester en wethouders
                                redelijkerwijs mag verwachten dat de beoogde doeleinden kunnen
                                worden bereikt. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Activiteiten komen slechts in aanmerking voor subsidiëring voorzover
                                de organisatie niet zelf in de kosten daarvan kan voorzien, hetzij
                                uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, tenzij
                                burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de te verrichten
                                activiteiten van dermate belang zijn dat van deze regel kan worden
                                afgeweken. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Onder middelen van derden, zoals bedoeld in het vorige lid, worden
                                onder meer verstaan legaten, het eigen vermogen, subsidies van
                                derden en het batig exploitatiesaldo van naar het oordeel van
                                burgemeester en wethouders aan de subsidieaanvrager gelieerde
                                rechtspersonen. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Activiteiten komen slechts in aanmerking voor subsidiering voor
                                zover de door de gemeenteraad vastgestelde subsidieplafonds niet
                                worden overschreden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Eisen gesteld aan de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Om voor een subsidie in aanmerking te komen dient een organisatie: </al><lijst><li nr="a."><al>Een zodanige bestuursvorm te bezitten dat de deelnemers,
                                        leden, vrijwilligers en beroepskrachten bij het beleid en de
                                        besluitvorming betrokken worden; </al></li><li nr="b."><al>Bij de toelating van leden of de benoeming van bestuursleden
                                        niet te discrimineren; </al></li><li nr="c."><al>Met inbegrip van de subsidie over voldoende financiële
                                        middelen te beschikken om de gestelde doelen te kunnen
                                        verwezenlijken; </al></li><li nr="d."><al>Tenminste één jaar te hebben gefunctioneerd. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ontheffing
                                verlenen van het bepaalde in het eerste lid, onder c en onder d.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Activiteiten komen slechts in aanmerking voor subsidiëring voorzover
                                de organisatie niet een instelling is als bedoeld in artikel 70 van
                                de Woningwet. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wet en openbare orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Organisaties komen slechts in aanmerking voor subsidiëring voorzover
                                de organisatie niet een doel nastreeft dat strijdig is met de wet of
                                de organisatie niet in strijd met de wet of de openbare orde
                                handelt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een eenmaal verleende subsidie kan op grond van handelingen in
                                strijd met de wet of de openbare orde worden teruggevorderd. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SUBSIDIES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Activiteitsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen in de vorm van
                                een activiteitsubsidie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie wordt verleend als maximumbijdrage voor de taakstellende
                                uitvoering van een activiteit. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een activiteitsubsidie wordt in de vorm van een eenmalige financiële
                                aanspraak verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij het verlenen van de subsidie
                                nadere voorwaarden stellen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Budgetsubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen in de vorm van
                                een budgetsubsidie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie wordt verleend als maximumbijdrage voor de taakstellende
                                uitvoering van een vastgesteld activiteitenplan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een budgetsubsidie kan als subsidie voor één of meer boekjaren, in
                                de vorm van een periodieke aanspraak op financiële middelen worden
                                verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Afdeling 4.2.8 van de Wet is van toepassing op budgetsubsidies.
                            </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij het verlenen van de subsidie
                                nadere voorwaarden stellen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ter uitvoering van de beschikking
                                tot subsidieverlening een uitwerkingsovereenkomst sluiten. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Met inachtneming van het bepaalde in deze verordening, de
                                beschikking tot subsidieverlening en de afgesloten
                                uitwerkingsovereenkomst is de subsidieontvanger vrij in de wijze
                                waarop de subsidie wordt aangewend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Waarderingssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen in de vorm van
                                een waarderingssubsidie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie wordt verleend aan een organisatie die een bescheiden
                                ondersteuning verdient, voor het bestaan van die organisatie in
                                relatie met één van haar activiteiten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een waarderingssubsidie kan als incidentele subsidie worden
                                verstrekt, in de vorm van een eenmalige financiële aanspraak, en als
                                subsidie voor één of meer boekjaren, in de vorm van een periodieke
                                aanspraak op financiële middelen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een waarderingssubsidie wordt direct vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan een waarderingssubsidie kunnen geen nadere voorwaarden worden
                                gesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Exploitatiesubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen in de vorm van
                                een exploitatiesubsidie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie wordt verleend als subsidie in bepaalde kosten aan de
                                hand van een goedgekeurde exploitatiebegroting. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een exploitatiesubsidie kan als subsidie voor één of meer boekjaren,
                                in de vorm van een periodieke aanspraak op financiële middelen
                                worden verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Afdeling 4.2.8 van de wet is van toepassing op exploitatiesubsidies.
                            </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ter uitvoering van de beschikking
                                tot subsidieverlening een uitwerkingsovereenkomst sluiten. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een organisatie komt de met haar afgesloten uitwerkingsovereenkomst
                                na. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een exploitatiesubsidie wordt slechts verleend aan een rechtspersoon
                                met volledige rechtsbevoegdheid. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij het verlenen van de subsidie
                                nadere voorwaarden stellen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>PROCEDUREVOORSCHRIFTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verzoek om subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvrager die een verzoek om subsidie indient, neemt daarbij het
                                volgende in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>De aanvraag wordt schriftelijk bij burgemeester en
                                        wethouders ingediend; </al></li><li nr="b."><al>De aanvraag is ondertekend en bevat ten minste naam en adres
                                        van de aanvrager, de dagtekening alsmede een aanduiding van
                                        de subsidie die wordt gevraagd; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvrager die een verzoek om een activiteitsubsidie indient,
                                neemt daarbij naast de eisen gesteld in lid 1 van dit artikel
                                eveneens het volgende in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>De aanvraag wordt uiterlijk 3 maanden voor het tijdstip
                                        waarop een aanvang met de activiteit wordt gemaakt,
                                        ingediend; </al></li><li nr="b."><al>De aanvraag is voorzien van een beschrijving van de
                                        activiteit; </al></li><li nr="c."><al>De aanvraag is voorzien van een begroting met daarin de
                                        kosten en de baten van de activiteit waarvoor subsidie wordt
                                        aangevraagd;</al></li><li nr="d."><al>Overzicht van de financiële positie van de organisatie op
                                        het tijdstip van de aanvraag, op basis van de balans en
                                        rekening van baten en lasten van het voorafgaande jaar met
                                        toelichting; </al></li><li nr="e."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen voor
                                        het bepaalde onder a.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naast de in paragraaf 4.2.8.2 van de wet genoemde verplichtingen
                                neemt de aanvrager die een verzoek om een budgetsubsidie indient
                                naast de in lid 1 van dit artikel genoemde verplichtingen, het
                                volgende in acht: </al><lijst><li nr="a."><al>De aanvraag wordt vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan
                                        dat waarin het te subsidiëren activiteitenplan gerealiseerd
                                        wordt of een aanvang neemt, ingediend; </al></li><li nr="b."><al>Indien de organisaties reserves heeft of wil vormen is de
                                        aanvraag voorzien van een overzicht welke reserves de
                                        organisatie heeft of meent te moeten hebben, voor welke
                                        doeleinden deze moeten dienen en tot welk bedrag de
                                        organisatie deze wenst te vormen; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanvrager die een verzoek om een waarderingssubsidie indient,
                                neemt daarbij naast de in lid 1 van dit artikel genoemde
                                verplichtingen het volgende in acht: </al><lijst><li nr="a."><al>Bij incidentele waarderingssubsidie wordt de aanvraag
                                        uiterlijk 3 maanden voor het tijdstip waarop een aanvang met
                                        de activiteit wordt gemaakt, ingediend; </al></li><li nr="b."><al>Voorzover de aanvraag betrekking heeft op één of meer
                                        boekjaren, wordt de aanvraag vóór 1 april van het jaar
                                        voorafgaande ingediend; </al></li><li nr="c."><al>De aanvraag is voorzien van een beschrijving van de
                                        activiteit. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Naast de in paragraaf 4.2.8.2 van de wet genoemde verplichtingen
                                neemt de aanvrager die een verzoek om exploitatiesubsidie indient
                                naast de in lid 1 van dit artikel genoemde verplichtingen, het
                                volgende in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>De aanvraag wordt vóór 1 april van het jaar voorafgaande aan
                                        dat waarin het te subsidiëren activiteitenplan gerealiseerd
                                        wordt of een aanvang neemt, ingediend;</al></li><li nr="b."><al>Indien de organisaties reserves heeft of wil vormen is de
                                        aanvraag voorzien van een overzicht welke reserves de
                                        organisatie heeft of meent te moeten hebben, voor welke
                                        doeleinden deze moeten dienen en tot welk bedrag de
                                        organisatie deze wenst te vormen; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat naast de genoemde
                                gegevens en bescheiden nog andere gegevens, van belang voor de
                                beslissing op de aanvraag, moeten worden overlegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Niet tijdig ingediend</titel></kop><al>Indien een aanvraag voor subsidie niet tijdig is ingediend, kunnen
                            burgemeester en wethouders besluiten deze buiten behandeling te laten
                            dan wel de aanvrager een sanctionering op te leggen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Niet volledig ingediend</titel></kop><al>Indien een aanvraag voor subsidie niet volledig is ingediend, kunnen
                            burgemeester en wethouders besluiten deze buiten behandeling te laten
                            danwel de aanvrager een sanctionering op te leggen, nadat de aanvrager
                            in de gelegenheid is gesteld de ontbrekende stukken alsnog aan te
                            leveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Hersteltermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de aanvrager die niet tijdig of een incomplete aanvraag heeft
                                ingediend kan een hersteltermijn worden gegeven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze hersteltermijn bedraagt maximaal tot 3 weken na ontvangst van
                                de incomplete aanvraag met inachtneming van de uiterlijk gestelde
                                indieningtermijnen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissingstermijn op een aanvraag wordt opgeschort tot op het
                                moment dat de aanvraag ontvangen of compleet is danwel tot op het
                                moment dat de hersteltermijn is verstreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Sanctionering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van Burgemeester en Wethouders kan de volgende sancties
                            opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>De subsidie te verlenen op dezelfde hoogte als het voorgaande
                                    subsidiejaar;</al></li><li nr="b."><al>De aanvraag in behandeling te nemen en een subsidie te verlenen,
                                    maar op het te verlenen bedrag een korting op te leggen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>SUBSIDIEVERLENING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met inachtneming van het
                                bepaalde in deze verordening te beslissen op een aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op een aanvraag wordt, zodra deze volledig is, uiterlijk binnen acht
                                weken beslist. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de gevallen waarin de aanvraag betrekking heeft op het boekjaar
                                volgende op dat waarin de aanvraag is ingediend, vangt de in het
                                tweede lid genoemde termijn aan op de dag na die waarop de
                                gemeentebegroting voor dat boekjaar door de raad is vastgesteld, en
                                indien aan de orde, zonodig door Gedeputeerde Staten respectievelijk
                                de Kroon is goedgekeurd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>Voorzover subsidie wordt verleend ten laste van een begroting welke nog
                            niet is vastgesteld, vindt verlening plaats onder de voorwaarde dat
                            voldoende middelen ter beschikking worden gesteld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Subsidiegerechtigden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies worden, behoudens het bepaalde in het volgende lid, alleen
                                verleend aan organisaties met rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk
                                recht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In bijzondere gevallen, ter beoordeling van burgemeester en
                                wethouders, kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid
                                incidenteel verleende subsidies worden toegekend aan natuurlijke
                                personen, aan een groep van natuurlijke personen, dan wel aan een
                                rechtspersoon in oprichting, onverminderd het bepaalde in artikel
                                4:66 van de wet en het bepaalde in hoofdstuk 3 van deze verordening.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In die gevallen als bedoeld in het tweede lid vindt het bepaalde in
                                en krachtens deze verordening voorzover mogelijk overeenkomstig
                                plaats. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Subsidievoorwaarden rijksoverheid, provincie of Europese Unie
                                (EU)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het geval de organisatie behalve subsidie van de gemeente een
                                subsidie van het Rijk, provincie of EU ontvangt en de bepalingen van
                                deze verordening wijken af van de voorwaarden waaronder men de
                                subsidie van het Rijk, provincie of EU ontvangt, gelden voor de
                                betreffende afwijkende bepalingen de voorwaarden van het Rijk,
                                provincie of EU. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het vorige lid
                                afwijken, als de gemeentelijke subsidie hoger is dan de subsidie van
                                het Rijk, provincie of EU. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Vermogensontwikkeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn, voorzover niet nader bepaald in
                                deze verordening of in deelverordeningen, bevoegd maximumbedragen
                                vast te stellen voor: </al><lijst><li nr="a."><al>De reserves; </al></li><li nr="b."><al>De voorzieningen; </al></li><li nr="c."><al>Het vermogen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen schriftelijk instemming verlenen
                                voor het vormen en aanhouden van één of meer reserves en
                                voorzieningen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij de subsidieverlening rekening
                                houden met de omvang van de vermogensbestanddelen zoals genoemd in
                                het eerste lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Egalisatiereserve</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de gesubsidieerde organisatie toegestaan een
                                egalisatiereserve te vormen van maximaal 10% van het
                                exploitatietotaal van de organisatie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De jaarlijkse toevoeging aan de egalisatiereserve bedraagt niet meer
                                dan 20 % van het maximum bedrag genoemd in lid 1. van dit artikel.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de bepaling van de beschikbare eigen middelen als bedoeld in
                                artikel 6, zesde lid, blijven bestemmingsreserves, voorzover
                                burgemeester en wethouders daartoe op grond van artikel 22 eerder
                                instemming hebben verleend, buiten beschouwing. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel blijven bestemmingsreserves,
                                voorzover burgemeester en wethouders daartoe op grond van artikel 22
                                eerder instemming hebben verleend, buiten beschouwing. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen zo nodig in voorkomende gevallen
                                van het bepaalde in het eerste lid afwijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Bestemmingsreserves</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bestemmingsreserves zijn eigen middelen die gereserveerd worden voor
                                vooraf bepaalde doelen, ter vervanging van vaste activa. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de gesubsidieerde organisatie toegestaan bestemmingsreserves
                                te vormen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de bepaling van de beschikbare eigen middelen als bedoeld in
                                artikel 6, zesde lid, blijven bestemmingsreserves, voorzover
                                burgemeester en wethouders daartoe op grond van artikel 22 eerder
                                instemming hebben verleend, buiten beschouwing. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders geven instemming voor de vorming van een
                                bestemmingsreserve, indien naar het oordeel van burgemeester en
                                wethouders de noodzaak daartoe is aangetoond. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De met instemming van burgemeester en wethouders gevormde
                                bestemmingsreserves mogen slechts worden aangewend voor het doel
                                waarvoor ze zijn gevormd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de gesubsidieerde organisatie toegestaan tot vorming van
                                voorzieningen over te gaan, indien zij hiervoor toestemming hebben
                                gekregen van burgemeester en wethouders;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een organisatie tot vorming van een voorziening wil overgaan,
                                legt zij dit schriftelijk, tegelijk met de subsidieaanvraag, ter
                                instemming aan burgemeester en wethouders voor. Als de in het vijfde
                                lid genoemde risico's of verplichtingen in de loop van het
                                subsidiejaar ontstaan, verzoekt de organisatie schriftelijk aan
                                burgemeester en wethouders om met de vorming van de voorziening in
                                te stemmen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de bepaling van de beschikbare eigen middelen als bedoeld in
                                artikel 6, zesde lid, blijven voorzieningen, voorzover burgemeester
                                en wethouders daartoe op grond van artikel 22 eerder instemming
                                hebben verleend, buiten beschouwing. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders geven instemming voor de vorming van een
                                voorziening, indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders
                                de noodzaak daartoe is aangetoond. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voorzieningen kunnen slechts voor instemming in aanmerking komen als
                                zij gevormd worden ten behoeve van: </al><lijst><li nr="a."><al>Verplichtingen of risico's, waarvan de omvang op de
                                        balansdatum onzeker is, maar redelijkerwijs wel is in te
                                        schatten; </al></li><li nr="b."><al>Bestaande risico's als gevolg van te verwachten
                                        verplichtingen of verliezen, waarvan de omvang
                                        redelijkerwijs is te schatten; </al></li><li nr="c."><al>Een gelijkmatige verdeling van bepaalde lasten over een
                                        aantal jaren. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan een verzoek tot instemming met
                                de vorming van een voorziening de voorwaarde verbinden dat vooraf
                                een meerjarenplan en begroting wordt toegezonden. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De met instemming van burgemeester en wethouders gevormde
                                voorzieningen mogen slechts worden aangewend voor het doel waarvoor
                                ze zijn gevormd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Naast de in artikel 4:25, tweede lid, van de Wet en artikel 4:35 van
                            de Wet genoemde weigeringsgronden kan de subsidie worden geweigerd
                            indien voldoende redenen bestaan om aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>Niet voldaan wordt aan de algemene eisen zoals gesteld in
                                    hoofdstuk 2 en de voorwaarden zoals opgenomen in deze
                                    verordening en in de nadere gestelde regels; </al></li><li nr="b."><al>De gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor
                                    het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; </al></li><li nr="c."><al>De behoefte aan de activiteit, investering of voorziening niet
                                    kan worden aangetoond. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Indexering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een subsidie voor meer dan één boekjaar wordt verleend kunnen
                                burgemeester en wethouders in de beschikking tot subsidieverlening
                                bepalen dat de subsidie jaarlijks wordt geïndexeerd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de subsidie wordt geïndexeerd delen burgemeester en
                                wethouders de organisatie voor 1 februari voorafgaande aan het
                                subsidiejaar de wijzigingen en de indexpercentages voor dat
                                subsidiejaar schriftelijk mede. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer geïndexeerd wordt, wordt het percentage zoals vermeld in de
                                gemeentelijke kadernota of de in de uitvoeringsovereenkomst
                                opgenomen wijze van indexeren gehanteerd. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Activiteiten</titel></kop><al>De subsidieontvanger is gehouden de activiteiten te verrichten zoals
                            deze opgenomen zijn in de beschikking tot subsidieverlening en/of de
                            uitvoeringsovereenkomst. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De financiële administratie van een organisatie wordt op een
                                inzichtelijke wijze gevoerd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht zich, voor wat betreft de
                                inrichting van de financiële administratie van aan de activiteiten
                                verbonden uitgaven en inkomsten, te richten naar de aanwijzingen van
                                burgemeester en wethouders. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht aan burgemeester en wethouders of
                                aan de door hen daartoe aangewezen ambtenaren, accountant of leden
                                van de rekenkamer inzage te verlenen in de administratie en alle
                                gewenste inlichtingen te verstrekken, voorzover dit naar het oordeel
                                van burgemeester en wethouders nodig is in verband met de
                                subsidieverlening of de subsidievaststelling. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Fysieke controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor, tijdens en na afloop van de realisatie van een door de
                                gemeente gesubsidieerde activiteit of voorziening kunnen
                                burgemeester en wethouders, de door hen aangewezen ambtenaren of een
                                door hen aan te wijzen accountant bij de organisatie of ter plaatse
                                van de activiteit of de voorziening een fysieke controle instellen.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van deze fysieke controle wordt een verslag opgemaakt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een kopie van het verslag wordt aan de organisatie toegezonden.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Review accountant</titel></kop><al>Naast het in artikel 29 en 30 bepaalde kan burgemeester en wethouders de
                            externe accountant van de gemeente bij de accountant van de
                            gesubsidieerde organisatie een accountantsreview laten instellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Bescheiden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht voor de subsidievaststelling een
                                overzicht van de verrichtte activiteiten in relatie tot het
                                goedgekeurde activiteitenplan te verstrekken, alsmede de rekening en
                                verantwoording met toelichting over het betreffende boekjaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat naast de genoemde
                                gegevens en bescheiden nog andere gegevens, van belang voor de
                                vaststelling van de subsidie, moeten worden overlegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>De subsidieontvanger is verplicht, naast het bepaalde in artikel 29 en
                            30, alle overige informatie te verschaffen en medewerking te verlenen
                            aan onderzoeken welke door burgemeester en wethouders nodig worden
                            geacht. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Vermogensvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet
                                is de subsidieontvanger aan burgemeester en wethouders een
                                vergoeding voor de vermogensvorming verschuldigd, tenzij
                                burgemeester en wethouders hiervan afzien. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van
                                de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het
                                tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande
                                dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of
                                beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als
                                schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorzover het onroerende zaken betreft geschiedt de waardebepaling
                                door een onafhankelijk deskundige. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen de vergoeding na overleg met de
                                subsidieontvanger vast. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders houden hierbij rekening met de mate
                                waarin de subsidie heeft bijgedragen tot vermogensvorming.
                                Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de
                                vermogenswaardevermeerdering geheel ten goede komt aan de gemeente,
                                voor zover deze is veroorzaakt door de subsidieverstrekking. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Toestemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij burgemeester en wethouders hiervan, geheel of gedeeltelijk,
                                bij de subsidieverlening ontheffing verlenen, behoeft de organisatie
                                de in artikel 4:71, eerste lid van de wet bedoelde toestemming van
                                burgemeester en wethouders. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenzij burgemeester en wethouders hiervan, geheel of gedeeltelijk,
                                ontheffing verlenen, behoeft de organisatie toestemming van
                                burgemeester en wethouders om bedragen om niet aan derden ter
                                beschikking te stellen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Batig saldo bij liquidatie</titel></kop><al>Indien de organisatie rechtens of feitelijk ophoudt te bestaan is zij
                            verplicht dat deel van het dan aanwezige vermogen, waaronder begrepen de
                            reserves en voorzieningen, dat met de gemeentelijke subsidies is
                            opgebouwd aan de gemeente te restitueren. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>SUBSIDIEVASTSTELLING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Termijn aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een organisatie waaraan subsidie is verleend dient binnen 12 weken
                                na realisering van de gesubsidieerde activiteit of voorziening een
                                verzoek in als bedoeld in artikel 4:44 van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorzover subsidie voor één of meer boekjaren is verleend, wordt de
                                aanvraag tot vaststelling van de subsidie binnen 6 maanden na afloop
                                van het boekjaar ingediend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in voorkomende gevallen ontheffing
                                verlenen en een ander tijdstip bepalen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Termijn van vaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beschikken op de aanvraag tot
                                vaststelling van de subsidie binnen drie maanden na ontvangst van de
                                aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen het subsidiebedrag voor één of
                                meer boekjaren definitief vast, zo mogelijk, voor 1 oktober van het
                                jaar volgend op het boekjaar waarvoor de subsidie is verleend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen zo nodig in voorkomende gevallen
                                een andere termijn bepalen en doen daarvan mededeling aan de
                                betreffende organisatie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Ambtshalve vaststelling</titel></kop><al>Voorzover na de datum, op of waarvoor een aanvraag tot vaststelling van
                            de subsidie gedaan kan worden geen aanvraag is ingediend, kan de
                            subsidie ambtshalve worden vastgesteld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Jaarrekening</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat een organisatie verplicht
                            is een jaarrekening op te stellen, als bedoeld in artikel 4:75, tweede
                            lid, van de wet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Financieel verslag</titel></kop><al>Voorzover de subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate
                            ontleent aan de subsidie is artikel 4:76 van de wet van toepassing op
                            het financiële verslag. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Vrijstelling en ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor subsidies, die een bedrag van € 50.000,-- niet te boven gaan,
                                wordt vrijstelling verleend van de verplichtingen, bedoeld in
                                artikel 4:78, eerste tot en met vierde lid, van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Organisaties die een subsidie ontvangen van € 50.000 tot € 100.000
                                wordt vrijstelling verleend van de verplichtingen, bedoeld in
                                artikel 4:78, eerste tot en met vierde lid, van de wet en overleggen
                                jaarlijks een beoordelingsverklaring welke door een accountant is
                                afgegeven;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Organisaties die een subsidie ontvangen van meer dan € 100.000
                                overleggen jaarlijks een schriftelijke accountantsverklaring. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Controleverplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 4:78 van de wet, onderzoekt de
                                accountant tevens de naleving van de aan de subsidie verbonden
                                verplichtingen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen een aanwijzing over de reikwijdte
                                en de intensiteit van de controle, als bedoeld in artikel 4:78,
                                tweede lid van de wet, vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Vaststelling budgetsubsidie</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde over subsidievaststelling worden de volgende
                            regels met betrekking tot budgetsubsidie in acht genomen: </al><lijst><li nr="1."><al>Voorzover de subsidieontvanger de in de beschikking tot
                                    subsidieverlening opgenomen activiteiten realiseert tegen een
                                    lager bedrag dan is verleend, wordt bij de vaststelling van de
                                    subsidie uitgegaan van het verleende bedrag; </al></li><li nr="2."><al>Voorzover de subsidieontvanger de in de beschikking tot
                                    subsidieverlening opgenomen activiteiten realiseert tegen een
                                    hoger bedrag dan is verleend, dekt de subsidieontvanger de extra
                                    kosten uit eigen middelen; </al></li><li nr="3."><al>Voorzover de subsidieontvanger meer werkzaamheden realiseert dan
                                    in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen, dekt zij de
                                    kosten van de extra activiteiten uit eigen middelen; </al></li><li nr="4."><al>Voorzover de subsidieontvanger minder werkzaamheden realiseert
                                    dan in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen, wordt bij
                                    de vaststelling van de subsidie uitgegaan van een niveau dat
                                    overeenkomt met het lagere prestatieniveau; </al></li><li nr="5."><al>Voorzover de subsidieontvanger, naar het oordeel van
                                    burgemeester en wethouders, naar aard en hoedanigheid andere
                                    werkzaamheden realiseert dan in de beschikking tot
                                    subsidieverlening opgenomen, wordt bij de subsidievaststelling
                                    gehandeld overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid; </al></li><li nr="6."><al>Subsidieontvanger kan niet bestede subsidies, voorzover deze op
                                    grond van het eerste lid mogen worden behouden, naar eigen
                                    inzicht aanwenden voor het verrichten van activiteiten ter
                                    verwezenlijking van de doelstelling van de organisatie of
                                    reserveren, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 22. </al></li><li nr="7."><al>Wanneer achteraf blijkt dat voldoende eigen middelen aanwezig
                                    waren in het betreffende boekjaar kan burgemeester en wethouders
                                    besluiten de subsidie in te trekken of te wijzigen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Schenkingen, erfstellingen en legaten</titel></kop><al>Gedurende het boekjaar ontvangen schenkingen, erfstellingen en legaten
                            van natuurlijke personen blijven bij de vaststelling van de subsidie
                            buiten beschouwing. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>WIJZIGING EN INTREKKING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Intrekken en wijzigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een verleende of vastgestelde
                                subsidie conform de artikelen 4:48, 4:49 en 4:50 van de wet
                                intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger geeft van elke omstandigheid die kan leiden tot
                                het intrekken, terugvorderen of het beëindigen van de subsidie,
                                onmiddellijk schriftelijk kennis aan burgemeester en wethouders.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders horen de organisatie voordat wordt
                                besloten tot intrekking of wijziging van de subsidie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Middelen van derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het beschikbaar komen van gelden van gelieerde rechtspersonen voor
                                de organisatie kan een reden vormen voor wijziging of intrekking.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het ontvangen van schenkingen, erfstellingen en legaten van
                                natuurlijke personen kan geen reden vormen voor wijziging of
                                intrekking. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>SUBSIDIEBETALING EN TERUGVORDERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Bevoorschotting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen besluiten één of meer voorschotten
                                op een verleende subsidie uit te betalen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de gevallen waarin sprake is van een uitwerkingsovereenkomst,
                                gaan burgemeester en wethouders niet tot uitbetaling van een
                                voorschot over dan nadat deze overeenkomst door de subsidieontvanger
                                is ondertekend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorzover subsidie voor één of meer boekjaren wordt verleend, wordt
                                het verleende jaarlijkse subsidiebedrag in de loop van het
                                betreffende boekjaar volledig bevoorschot op basis van het volgende
                                betalingsschema, </al><lijst><li nr="a."><al>Subsidiebedragen tot € 2.500,-- aan het begin van het jaar
                                        in één termijn; </al></li><li nr="b."><al>Voor subsidiebedragen van € 2.500,-- tot € 50.000,-- bij
                                        aanvang van elk kwartaal 25%; </al></li><li nr="c."><al>Voor subsidiebedragen van € 50.000,-- of meer bij aanvang
                                        van elke maand 1/12 deel van de verleende subsidie. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere omstandigheden van
                                dit schema afwijken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Invorderingsmaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen teveel, onverschuldigd of ten
                                onrechte betaalde subsidiebedragen en voorschotten terugvorderen
                                overeenkomstig artikel 4:57 van de Wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders horen de organisatie voordat wordt
                                besloten tot terugvorderen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het treffen van
                                invorderingsmaatregelen. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>10</nr><titel>BIJZONDERE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Het programma</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verstrekken jaarlijks aan de raad een
                            overzicht van hun besluiten tot: </al><lijst><li nr="a."><al>Subsidieverlening voor één of meer boekjaren; </al></li><li nr="b."><al>Afwijzing van subsidieaanvragen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen toezichthouders als bedoeld in artikel
                            5: 11 van de Algemene Wet Bestuursrecht aanwijzen die zijn belast met
                            het toezicht op de naleving van de voorwaarden en verplichtingen die aan
                            een subsidieontvanger zijn opgelegd. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>11</nr><titel>OVERGANGS-EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij het verlenen van subsidie
                                ontheffing verlenen van de bepalingen van deze verordening als
                                onverkorte toepassing daarvan naar hun oordeel tot onbillijkheden of
                                bijzondere hardheden zou leiden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de vaststelling van de subsidie kunnen burgemeester en
                                wethouders afwijken van de in deze verordening genoemde bepalingen,
                                als onverkorte toepassing daarvan naar hun oordeel tot
                                onbillijkheden of bijzondere hardheden zou leiden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Uitleg van de verordening</titel></kop><al>Bij twijfel over de uitleg van deze verordening, en in de gevallen
                            waarin de verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en
                            wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is niet van toepassing op subsidies die voor de
                                inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend of vastgesteld.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vaststelling van voor inwerkingtreding van deze verordening
                                verleende subsidies vindt plaats overeenkomstig de voor
                                inwerkingtreding van deze verordening geldende bepalingen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op alle aanvragen voor
                                subsidieverlening, ongeacht de datum van indiening, met betrekking
                                tot subsidies die worden verleend voor een tijdstip of periode
                                gelegen op of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2010:</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Algemene
                                    Subsidieverordening Sliedrecht 2010'. </al></li><li nr="3."><al>Met inwerkingtreding van deze verordening komen te vervallen: </al><lijst><li nr="a."><al>De Algemene Subsidieverordening Sliedrecht 2003</al></li><li nr="b."><al>De deelverordening Investeringssubsidies Sliedrecht
                                            2003;</al></li><li nr="c."><al>De deelverordening Exploitatiesubsidies Sliedrecht
                                            2003.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad </ondertekening><ondertekening>van de gemeente Sliedrecht op 8 februari 2010, </ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>