<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR289865_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de warenmarkten voor de gemeente Dronten 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-05-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2013, nr. 17</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Marktverordening Dronten 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-06-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B13.000290</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>economische aangelegenheden en arbeid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Marktreglement Dronten 2013</al><al>Reglement voor de Marktcommissie 2013.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Verordening vervangt de Marktverordening gemeente Dronten 1999.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de warenmarkten voor de gemeente Dronten 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Geconsolideerde tekst</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Dronten,</al><al>gelezen het voorstel van het college van 14 januari 2013, No B13.000077. </al><al>gezien het advies van de raadscommissie van maart 2013;</al><al>overwegende dat: </al><al>-Actualisatie van de Marktverordening gewenst is;</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>Vast te stellen de hierna volgende <vet>Verordening op de warenmarkten
                        voor de gemeente Dronten 2013 (Marktverordening Dronten
                        2013)</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>markt: de door het college ingestelde warenmarkten;</al></li><li nr="b."><al>standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is
                                    aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;</al></li><li nr="c."><al>vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter
                                    beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;</al></li><li nr="d."><al>dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt
                                    gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste
                                    standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;</al></li><li nr="e."><al>standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek
                                    om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende
                                    uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een
                                    artikel;</al></li><li nr="f."><al>standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter
                                    beschikking wordt gesteld om te standwerken;</al></li><li nr="g."><al>vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is
                                    verleend voor het innemen van een standplaats;</al></li><li nr="h."><al>marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het
                                    college;</al></li><li nr="i."><al>branche-indeling: de indeling in artikelengroepen en het aantal
                                    vastgestelde plaatsen per artikelengroep.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Inrichting van de markt; branche-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt ten aanzien van de markt:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal standplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>de afmetingen van de standplaatsen;</al></li><li nr="c."><al>de opstelling en indeling van de markt;</al></li><li nr="d."><al>welke standplaatsen worden toegewezen als vaste standplaats
                                        en als standwerkersplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor de markt vaststellen:</al><lijst><li nr="a."><al>een lijst met artikelengroepen of branches;</al></li><li nr="b."><al>een maximumaantal standplaatsen per branche.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde
                            in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een
                                krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter
                                bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of
                                ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen in acht te nemen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>BEPALINGEN OVER VERGUNNINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Standplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een standplaats op een markt in te nemen zonder
                                vergunning van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een standplaatsvergunning wordt verleend voor onbepaalde tijd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Iedere drie jaar worden de verleende vergunningen geëvalueerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Vereisten</titel></kop><al>Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een
                            handelingsbekwaam natuurlijk persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft
                            bereikt en een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Intrekking vaste standplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in:</al><lijst><li nr="a."><al>op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van
                                        artikel 7 van het marktreglement van de gemeente Dronten de
                                        vergunning wordt overgeschreven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een vastestandplaatsvergunning intrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                        gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in
                                        artikel 6 genoemde vereisten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 7 van het
                                marktreglement van de gemeente Dronten is overgeschreven, reeds
                                vergunning heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde
                                markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Intrekking en schorsing vaste standplaatsvergunning</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 7 kan het college een vergunning
                            voor een vaste standplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan
                            wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen,
                            indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de
                                    voorschriften van de vergunning overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; of</al></li><li nr="c."><al>niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat
                                    wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker</titel></kop><al>Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een
                            standwerkersplaats van de toewijzing van een dagplaats of een
                            standwerkersplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, indien
                            deze:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;</al></li><li nr="c."><al>niet als standwerker actief is op een hem toegewezen
                                    standwerkersplaats;</al></li><li nr="d."><al>niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat
                                    wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet .</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Onmiddellijke verwijdering</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het
                            college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te
                            verwijderen indien hij:</al><lijst><li nr="a."><al>het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de
                                    voorschriften van de vergunning overtreedt;</al></li><li nr="b."><al>zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;</al></li><li nr="c."><al>als standwerker actief is op een niet aan hem toegewezen
                                    standwerkersplaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt
                            gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten
                            hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking
                            van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de marktmeester en de bij besluit van het
                            college aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening op de warenmarkten voor de gemeente Dronten 1999,
                            vastgesteld op 18 februari 1999, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de
                                Marktverordening gemeente Dronten 1999 gelden als besluiten genomen
                                krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de Marktverordening gemeente
                                Dronten 1999 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding
                                van deze verordening niet definitief op de aanvraag is beslist,
                                wordt daarop deze verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is
                            bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening Dronten
                        2013.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 28 maart 2013.</ondertekening><ondertekening>A.C. Visser-Teeuwen P.C.J. Bleeker</ondertekening><ondertekening>adjunct-griffier plv. voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>ALGEMENE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Grondslag en belang verordening</tussenkop><al>In artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat gemeentelijke
                    verordeningen door de raad worden vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe
                    niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of de
                    burgemeester is toegekend. Ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet maakt de
                    raad de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig acht.</al><al>Artikel 160 van de Gemeentewet regelt de overheveling van de gemeentewettelijke
                    bestuursbevoegdheden aan het college. Hieronder valt de bevoegdheid om
                    jaarmarkten of gewone marktdagen in te stellen, af te schaffen of te veranderen
                    (artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet). </al><al>De marktverordening beoogt de gemeentelijke belangen te beschermen. Het gaat
                    hier om belangen van openbare orde, zedelijkheid en gezondheid, beperking van
                    overlast, regulering van het woon- en leefklimaat en de (verkeers)veiligheid
                    binnen de gemeente.</al><tussenkop>Inhoud</tussenkop><al>Hoofdstuk 1 van de Marktverordening bevat een aantal algemene bepalingen die
                    betrekking hebben op de markt in zijn geheel. Hoofdstuk 2 bevat een aantal
                    bepalingen die van belang is voor de vergunningaanvraag en de
                    vergunningverlening aan een rechtspersoon (een organisatie) die is belast met de
                    organisatie van de markt. Hoofdstuk 3 bevat de straf-, overgangs- en
                    slotbepalingen.</al><tussenkop>Toepassing</tussenkop><al>In het geval een gemeente over meer dan één markt beschikt, is deze verordening
                    op elk van deze markten afzonderlijk van toepassing. </al><tussenkop>Instellen marktcommissie voor en door het college</tussenkop><al>Veel gemeenten kennen een marktcommissie die het college adviseert in
                    marktaangelegenheden. De samenstelling en werkwijze dient het college nader uit
                    te werken. </al><tussenkop>Dienstenrichtlijn</tussenkop><al>[Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december
                    2006 betreffende diensten op de interne markt, PB L376/36, 27 december
                    2006]</al><al>De Europese Dienstenrichtlijn is op 28 december 2006 in werking getreden met als
                    doel de nog bestaande belemmeringen van het vrije verkeer van diensten op te
                    heffen. Zo is over de vrijheid van vestiging (hoofdstuk 3) bepaald dat lidstaten
                    de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit in beginsel niet
                    afhankelijk mag stellen van een vergunningstelsel (artikel 9).</al><al>Allereerst is gekeken of de verordening een dienst regelt, die onder de
                    reikwijdte van de Dienstenrichtlijn valt. Het begrip ‘dienst’ moet worden
                    uitgelegd als ‘dienstverrichting welke gewoonlijk tegen vergoeding geschiedt’ en
                    sluit hiermee aan bij artikel 50 EG en de interpretatie van het EG Hof van
                    Jusititie. De modelmarktverordening 2008 (individuele vergunning) regelt de
                    warenmarkt; het gaat dus om de verkoop van goederen. Derhalve bevat dit model
                    geen bepalingen omtrent de toegang tot of de uitoefening van een dienst. Daarmee
                    valt dit model buiten de werkingsfeer van de Dienstenrichtlijn en hoeft er niet
                    verder te worden gescreend.</al><tussenkop>Verificatieplicht Vreemdelingenwet 2000</tussenkop><al>In het kader van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) dient bij de aanvraag om een
                    vergunning een verblijfsrechtelijke toets plaats te vinden alvorens tot
                    vergunningverlening wordt overgegaan. Artikel 9, tweede lid, van de Vw 2000
                    schept een verplichting om desgevraagd bij een aanvraag voor een beschikking
                    anders dan op grond van de Vw 2000, een document te overleggen waaruit het
                    rechtmatige verblijf blijkt. Bij de vergunningverlening met betrekking tot de
                    markt dient een gemeente hier rekening mee te houden.</al><tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>In dit artikel wordt een aantal begrippen dat in de verordening wordt
                    gehanteerd, gedefinieerd.</al><tussenkop>Artikel 2. Inrichting van de markt; branche-indeling</tussenkop><al>Op grond van het eerste lid, onder a, stelt het college het aantal standplaatsen
                    op de markt vast met onder meer als doel het aantrekkelijk maken van de markt
                    voor de consumenten. Het aantal branches is in principe onbeperkt, tenzij het
                    gaat om een gespecialiseerde markt.</al><al>Bij de opstelling en indeling van de markt als bedoeld in het eerste lid, onder
                    c, wordt rekening gehouden met de verschillende branches. Voor de orde op de
                    markt is het van belang te bepalen welke materialen (kraam of ook andere
                    verkoopmaterialen) worden toegelaten en waar deze kunnen worden opgesteld. Naast
                    de traditionele (huur)kraam onderscheidt de Centrale vereniging voor de
                    ambulante handel (CVAH) bijvoorbeeld de instantkraam, de verrijdbare kraam en de
                    verkoopwagens. De onder b genoemde afmetingen van de standplaatsen kunnen
                    overigens ook een beperking geven voor bepaalde materialen.</al><al>Het tweede lid schept de mogelijkheid een beperkt aantal kooplieden per branche
                    toe te laten. Hierdoor wordt bereikt dat op de markt een zo groot mogelijke
                    verscheidenheid aan branches aanwezig is en wordt voorkomen dat te veel
                    kooplieden van één branche op de markt optreden. Hierdoor wordt de markt
                    aantrekkelijker voor de consument.</al><tussenkop>Artikel 3. Nadere regels</tussenkop><al>Er is voor gekozen om de verordening in te korten en een gedeelte van de
                    bepalingen over te hevelen naar een marktreglement. Op grond artikel 3 is het
                    college bevoegd deze nadere regels te stellen.</al><tussenkop>Artikel 4. Voorschriften en beperkingen</tussenkop><al>Door aan een vergunning of ontheffing voorschriften en beperkingen te verbinden,
                    kan een verfijning in de gewenste rechtstoestand worden aangebracht. De in het
                    eerste lid genoemde belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is
                    vereist, zijn de gemeentelijke belangen van openbare orde, zedelijkheid en
                    gezondheid, beperking van overlast, regulering van het woon- en leefklimaat en
                    de veiligheid binnen de gemeente.</al><al>Niet-nakoming van voorschriften die aan een vergunning/ontheffing verbonden
                    zijn, kan grond opleveren voor intrekking van de vergunning/ontheffing of voor
                    toepassing van andere bestuursrechtelijke sancties. De strafbepaling van artikel
                    11 is eveneens van toepassing.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2. Bepalingen over vergunningen</tussenkop><tussenkop>Artikel 5. Standplaatsvergunning</tussenkop><al>De vergunning geeft het recht om een standplaats op de markt in te nemen. De
                    vergunninghouder moet voldoen aan de voorschriften en beperkingen die aan de
                    vergunning zijn verbonden (artikel 4). De vergunning is persoonlijk en niet
                    overdraagbaar.</al><al>De verkoop van waren op een markt dient uitsluitend te geschieden door degenen
                    aan wie door het college vergunning daarvoor is verleend. Iedere andere wijze
                    van verkopen op markten is verboden. Een uitzondering op deze regel kan worden
                    gemaakt voor degenen, die de kooplieden van koffie, soepen en dergelijke
                    voorzien.</al><tussenkop>Artikel 6. Vereisten</tussenkop><al>Slechts het vereiste van een handelingsbekwaam natuurlijk persoon opgenomen, die
                    de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt is opgenomen. Hiermee is dwingend
                    vastgelegd dat alleen natuurlijke personen tot de markt worden toegelaten en
                    wordt voorkomen dat rechtspersonen een overheersende positie op de markt kunnen
                    innemen. Door de koppeling van de vergunning aan een natuurlijk persoon wordt
                    een zo eerlijk mogelijke verdeling van alle marktstandplaatsen in Nederland
                    bereikt. Uiteraard kan het wel zo zijn dat de natuurlijke persoon een
                    onderneming drijft in de vorm van een rechtspersoon. Ook dan wordt de
                    natuurlijke persoon (de bedrijfsleider) aangemerkt als vergunninghouder. Het is
                    echter niet mogelijk de vergunning op naam van de rechtspersoon te stellen.</al><tussenkop>Artikel 7. Intrekking vaste standplaatsvergunning</tussenkop><al>Als de in het eerste lid genoemde gronden zich voor doen, wordt altijd tot
                    intrekking van de vaste standplaatsvergunning overgegaan. In het tweede lid
                    worden intrekkingsbevoegdheden (‘kan’ betekent: is bevoegd, dat wil zeggen is
                    niet verplicht) genoemd ten aanzien van de vergunning.</al><al>Bij dag- en standwerkersplaatsen ligt intrekking van de vergunning minder voor
                    de hand. Daarom is deze bepaling beperkt tot de vaste standplaatsvergunning. Ten
                    aanzien van dagplaatsen en standwerkersplaatsen zal echter eerder worden
                    overgegaan tot bestuursdwang of onmiddellijke verwijdering op grond van artikel
                    10.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3. Straf-, overgangs- en slotbepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 8. Intrekking en schorsing vaste
                    standplaatsvergunning</tussenkop><al>In artikel 8 worden de gronden genoemd op basis waarvan een vergunning voor een
                    vaste standplaats kan worden ingetrokken of geschorst. De zinsnede ‘Onverminderd
                    het bepaalde </al><al>in artikel 7’ geeft aan dat ook de intrekking op grond van artikel 7 een
                    punitieve sanctie is. Het verdient aanbeveling een sanctiebeleid vast te stellen
                    waarin wordt aangegeven in welke gevallen de vergunning wordt geschorst dan wel
                    ingetrokken.</al><al>Het artikel heeft een facultatief karakter. Het hangt van de omstandigheden af
                    of tot intrekking of schorsing wordt overgegaan.</al><al>In onderdeel c wordt ervan uitgegaan dat het niet betalen van marktgeld een
                    grond kan zijn voor intrekking of schorsing van een standplaatsvergunning voor
                    de markt. De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
                    van 29 juli 1999 (JG 99.0184 m.nt. M. Geertsema) inzake het hoger beroep van S.
                    Gonesh tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 6 november 1998, vormt
                    naar ons inzicht voldoende basis om deze intrekkings- of schorsingsgrond in het
                    model op te nemen. De Afdeling overwoog in deze zaak dat ingevolge de
                    Verordening op de straathandel van de gemeente Amsterdam een vergunning voor een
                    vaste standplaats kan worden ingetrokken ‘wegens het niet voldoen aan
                    verplichtingen die voor de vergunninghouder voortvloeien uit de voor die markt
                    geldende heffingsverordening’. Het stond tussen partijen vast dat Gonesh ten
                    tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar reeds gedurende langere tijd
                    niet aan zijn uit de geldende heffingsverordening voortvloeiende
                    betalingsverplichtingen had voldaan. Het dagelijks bestuur van het stadsdeel
                    Zuidoost van de gemeente Amsterdam kon de aan Gonesh verleende vergunning
                    derhalve intrekken.</al><al>Het moge duidelijk zijn dat deze intrekkings- of schorsingsgrond niet
                    lichtvaardig mag worden gebruikt. Het kan wel een oplossing bieden voor
                    (notoire) ‘wanbetalers’. Voor alle duidelijkheid wijzen wij erop dat deze
                    uitspraak zich naar ons inzicht alleen uitstrekt tot betalingsverplichtingen op
                    basis van publiekrechtelijke regelingen. De vraag of intrekking of schorsing ook
                    mogelijk is bij het niet nakomen van privaatrechtelijke betalingsverplichtingen
                    (huur of pacht) blijft in deze uitspraak onbeantwoord.</al><tussenkop>Artikel 9. Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker</tussenkop><al>In artikel 8 is de intrekking of schorsing van een vergunning voor een vaste
                    standplaats geregeld. Intrekking of schorsing ligt uiteraard minder voor de hand
                    bij niet-vaste standplaatsen, maar in de praktijk is het van belang gebleken om
                    naast de bevoegdheid tot onmiddellijke verwijdering (artikel 10) ook een
                    vergunninghouder van een dagplaats of standwerkersplaats langduriger van de
                    markt te kunnen verwijderen. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen indien een
                    vergunninghouder voor een vaste standplaats op de vuist gaat met een
                    dagplaatshouder of standwerker.</al><al>In dit artikel 9 is dan ook de mogelijkheid opgenomen om in de daarin genoemde
                    gevallen de vergunninghouder voor maximaal vier marktdagen uit te sluiten van de
                    toewijzing van een dagplaats of een standwerkersplaats. In de beschikking tot
                    uitsluiting moet worden aangegeven om hoeveel dagen het gaat (maximaal vier) en
                    om welke concrete dagen.</al><al>Het in onderdeel d genoemde is opgenomen ter bestraffing van niet-betalende
                    dagplaatshouders of standwerkers. Zie verder de toelichting onder artikel 8,
                    onderdeel c.</al><tussenkop>Artikel 10. Onmiddellijke verwijdering</tussenkop><al>In artikel 125 van de Gemeentewet is bepaald dat ter uitvoering van wetten,
                    algemene maatregelen van bestuur en provinciale en gemeentelijke verordeningen
                    het gemeentebestuur de bevoegdheid heeft om bestuursdwang toe te passen. Dit
                    artikel bevat voor het college de bevoegdheidsgrondslag om bestuursdwang toe te
                    passen bij overtreding van de marktverordening en de daarop gebaseerde
                    voorschriften. In de artikelen 5:21 tot en met 5:36 van de Awb worden regels
                    over de besluitvorming omtrent en de toepassing van bestuursdwang (en dwangsom)
                    gegeven. De in artikel 10 geregelde onmiddellijke verwijdering is een vorm van
                    bestuursdwang, waarbij de spoedeisendheid als bedoeld in artikel 5:24, zesde
                    lid, van de Awb wordt verondersteld. Achteraf dient dan het besluit tot het
                    toepassen van bestuursdwang op papier te worden gesteld. Van deze bevoegdheid
                    dient uiteraard alleen in zeer spoedeisende gevallen gebruik te worden gemaakt.
                    Overigens is in artikel 5:23 van de Awb geregeld dat de bepalingen over
                    bestuursdwang niet van toepassing zijn indien wordt opgetreden ter onmiddellijke
                    handhaving van de openbare orde.</al><al>Op grond van artikel 4:8 van de Awb dienen belanghebbenden bij toepassing van
                    artikel 10 in beginsel in de gelegenheid te worden gesteld hun zienswijze
                    (mondeling dan wel schriftelijk) kenbaar te maken. Artikel 4:11 Awb bepaalt dat
                    dit horen niet nodig is in spoedeisende situaties.</al><al>Onderdeel c is gewijd aan de niet-actieve standwerker. </al><tussenkop>Artikel 11. Strafbepaling</tussenkop><al>Ten aanzien van de in artikel 11 opgenomen strafbepaling geldt dat van
                    overtreding alleen sprake kan zijn indien de verordening een ge- of verbodsnorm
                    (een verplichtende norm) inhoudt. Tegen overtredingen van de in deze verordening
                    opgenomen bepalingen, alsmede tegen handelingen die de orde op de markt op
                    enigerlei wijze kunnen verstoren, verdient voor wat de organisatie betreft een
                    administratieve afhandeling de voorkeur.</al><tussenkop>Artikel 12. Toezichthouders</tussenkop><al>In artikel 5:11 van de Awb wordt aangegeven dat onder toezichthouder wordt
                    verstaan: een natuurlijk persoon, die bij of krachtens een wettelijk voorschrift
                    is belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                    krachtens enig wettelijk voorschrift. Een persoon die aangewezen is als
                    toezichthouder beschikt in beginsel over alle in afdeling 5.2 van de Awb
                    opgenomen bevoegdheden. Op grond van artikel 5:14 van de Awb kunnen deze
                    bevoegdheden bij verordening of bij besluit van het college worden beperkt. In
                    dit verband is tevens artikel 5:16a van de Awb van belang. Hierin staat
                    beschreven dat een toezichthouder bevoegd is van personen inzage te vorderen van
                    een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                    identificatieplicht.</al><al>Een bepaling over buitengewone opsporingsambtenaren is overbodig en in strijd
                    met Aanwijzing 92 van de Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving. Immers, in
                    artikel 142, eerste lid, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering,
                    is onder meer bepaald dat met de opsporing van strafbare feiten als buitengewoon
                    opsporingsambtenaar zijn belast de personen die <cursief>bij</cursief>
                    verordeningen zijn belast met het toezicht op de naleving daarvan, een en ander
                    voor zover het die feiten betreft en de personen zijn beëdigd. Aangezien
                    buitengewone opsporingsambtenaren hun aanwijzing aan het Wetboek van
                    Strafvordering ontlenen, is een nadere regeling niet nodig. De aanwijzing als
                    toezichthouder op grond van artikel 26 is de grondslag voor de aanwijzing als
                    buitengewoon opsporingsambtenaar. De opsporingsbevoegdheid van de buitengewone
                    opsporingsambtenaren beperkt zich tot die zaken waarvoor zij toezichthouder
                    zijn. Zij dienen op grond van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar aan
                    eisen van vakbekwaamheid en betrouwbaarheid te voldoen en te zijn beëdigd door
                    de procureur-generaal.</al><tussenkop>Artikel 13. Intrekking oude regeling</tussenkop><al>De datum waarop de verordening in werking treedt, is de datum waarop de oude
                    regeling vervalt.</al><tussenkop>Artikel 14. Overgangsbepalingen</tussenkop><al>Een overgangsregeling als hier opgenomen, is noodzakelijk voor de
                    rechtszekerheid van de betrokkenen. Het is van belang oude rechten te
                    eerbiedigen. </al><tussenkop>Artikel 15. Inwerkingtreding</tussenkop><al>De marktverordening is een besluit van het gemeentebestuur op overtreding
                    waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op dezelfde wijze
                    bekendgemaakt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur die algemeen
                    verbindende voorschriften inhouden (artikel 139 Gemeentewet). Wel is van belang
                    dat de gemeente gehouden is dit besluit mee te delen aan het parket van het
                    arrondissement waarin de gemeente is gelegen (artikel 143 Gemeentewet).</al><al>In verband met artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht is het uiteraard niet
                    mogelijk aan de bepalingen van een strafvordering terugwerkende kracht te
                    verlenen.</al><tussenkop>Artikel 16. Citeertitel</tussenkop><al>In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te
                    onderscheiden van de voorgaande regeling.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>