<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR28947_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Edam-Volendam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Edam-Volendam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 150</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1995-03-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1995-04-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-07-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>63-95</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraakverordening Edam-Volendam</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Edam-Volendam; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 maart 1995; </al><al>gehoord de commissie Algemene Zaken c.a.; </al><al>gelet op artikel 150 Gemeentewet; </al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende </al><al>VERORDENING INZAKE DE WIJZE WAAROP INGEZETENEN EN IN DE GEMEENTE EEN BELANG
                        HEBBENDE NATUURLIJKE EN RECHTSPERSONEN BIJ DE VOORBEREIDING VAN GEMEENTELIJK
                        BELEID WORDEN BETROKKEN</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>de verordening verstaat onder: </al><al>a. inspraak: het ten aanzien van gemeentelijke beleidsvoornemens kenbaar
                            maken van een zienswijze en daarover van gedachten wisselen; </al><al>b. inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt
                            gegeven.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Object van inspraak</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Inspraak is in beginsel mogelijk op alle terreinen van gemeentelijk
                                bestuur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien bij de raad, de burgemeester of bij het college van
                                burgemeester en wethouders het voornemen bestaat nieuw beleid te
                                voeren of bestaand beleid te wijzigen, verleent het college van
                                burgemeester en wethouders daarop inspraak indien dat bij besluit
                                van de raad, de burgemeester onderscheidenlijk het college van
                                burgemeester en wethouders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen inspraak wordt verleend: </al><al>a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder</al><al>vastgesteld beleidsvoornemen; </al><al>b. indien inspraak bij of krachtens de wet is uitgesloten;</al><al>c. indien sprake is van uitvoering van regelingen van hogere
                                overheden waarbij van enige beleidsvrijheid geen sprake is. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Subject van inspraak</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en in de gemeente een
                            belanghebbende natuurlijke en rechtspersonen. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Op de in deze verordening bedoelde inspraakprocedure is afdeling 3.4 van
                            de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen voor elk beleidsvoornemen, waarop
                                inspraak wordt verleend, een inspraakprocedure vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inspraakprocedure omvat: </al><al>a. de wijze waarop inspraak wordt verleend; </al><al>b. een termijnstelling; </al><al>c. een omschrijving van de mate waarin en de voorwaarden waaronder
                                de in artikel 3 genoemden invloed op het beleidsvoornemen kunnen
                                uitoefenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen de inspraakprocedure wijzigen in die
                            gevallen waarin devaststelling van het beleidsvoornemen zulks vereist.
                            Zij geven hiervan kennis overeenkomstig het gestelde in artikel 3:42 van
                            de Algemene wet bestuursrecht. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter afronding van de inspraak maken burgemeester en wethouders een
                                eindverslag op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eindverslag bevat in ieder geval: </al><al>a. een overzicht van de gevolgde procedure; </al><al>b. een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling
                                of schriftelijk naarvoren zijn gebracht; </al><al>c. een reactie op deze zienswijzen waarbij met redenen omkleed
                                wordt</al><al>aangegeven op welkepunten al dan niet tot aanpassing van het
                                beleidsvoornemen zou kunnen worden overgegaan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders brengen het eindverslag ter kennis van de
                                gemeenteraad.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Beklagrecht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingezetenen en in de gemeente een belanghebbende natuurlijke en
                                rechtspersonen kunnen over de wijze van uitvoering van deze
                                verordening en de inspraakprocedure bij burgemeester en wethouders
                                een schriftelijke klacht indienen. </al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een klacht, als bedoeld in het eerste lid, dient uiterlijk vier
                                weken na afloop van de inspraakprocedure te worden ingediend. </al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken na ontvangst
                                van het klaagschrift omtrent de ingediende klacht. Zij kunnen deze
                                termijn met ten hoogste vier weken verdagen. </al><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders brengen de beslissing over het
                                klaagschrift ter kennis van de klager en de gemeenteraad. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7</nr><titel>Slot- en overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al> De verordening kan worden aangehaald als "Inspraakverordening".</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>De verordening treedt in werking met ingang van 3 april 1995. </al><al/></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad der gemeente Edam-Volendam in zijn openbare
                        vergadering gehouden op 23 maart 1995 </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>