<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR289157_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Haarlems Weekblad, 1-5-2013 en Witte Weekblad, 1-5-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-04-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BOB 13/011</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt Subsidieverordening 2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Subsidieverordening 2013</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude;</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 februari
                        2013</al><al/><al>Besluit:</al><al/><al>De Subsidieverordening 2010 van de gemeente Haarlemmerliede en
                        Spaarnwoude in te trekken en de Subsidieverordening 2013 van de gemeente
                        Haarlemmerliede en Spaarnwoude vast te stellen. </al><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 april 2013</al><al>De griffier, De voorzitter,</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al><vet>Subsidie</vet> : Een aanspraak op financiële middelen door
                                    de gemeente aan een instelling verstrekt met het oog op bepaalde
                                    activiteiten van die instelling, anders dan als betaling voor
                                    aan de gemeente geleverde goederen of diensten. </al></li><li nr="2."><al><vet>Exploitatiesubsidie</vet>: Een subsidie van jaarlijks €
                                    10.000,- of meer aan instellingen voor activiteiten. Het bedrag
                                    kan jaarlijks worden geïndexeerd bij besluit van burgemeester en
                                    wethouders.</al></li><li nr="3."><al><vet>Waarderingssubsidie</vet>: Een subsidie van minder dan
                                    jaarlijks € 10.000,- aan instellingen voor activiteiten die voor
                                    de gemeente van belang worden geacht, zonder deze naar aard of
                                    inhoud te willen beïnvloeden. </al></li><li nr="4."><al><vet>Budgetsubsidie</vet>: Een subsidie van minder dan jaarlijks
                                    € 500,- aan instellingen voor activiteiten die voor de gemeente
                                    van belang worden geacht, zonder deze naar aard of inhoud te
                                    willen beïnvloeden. </al></li><li nr="5."><al><vet>Eenmalige subsidie</vet>: Een subsidie aan instellingen die
                                    wordt toegekend ten behoeve van een eenmalige activiteit en / of
                                    experiment, niet zijnde een bijdrage in een investering. </al></li><li nr="6."><al><vet> (regionale) Wmo subsidie</vet>: een subsidie naast de
                                    algemene subsidies die onder de 9 beleidsvelden van de Wet
                                    Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) valt. </al></li><li nr="7."><al><vet>Beleidssector</vet>: Een specifiek deel van het
                                    gemeentelijk beleid, waarop door aanvrager producten /
                                    prestaties worden uitgevoerd. </al></li><li nr="8."><al><vet>Subsidieplafond</vet>: Het bedrag per beleidssector dat als
                                    subsidie in de goedgekeurde gemeentebegroting is opgenomen.
                                </al></li><li nr="9."><al><vet>Welzijn</vet> : activiteiten op het terrein van onderwijs
                                    (niet vallende onder enige wettelijke bepaling voor Primair
                                    Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Hoger Beroepsonderwijs en
                                    Universitair Onderwijs), bibliotheekwerk, muzikale vorming,
                                    sport &amp; recreatie, oudheidkunde, kunst, musea,
                                    maatschappelijke begeleiding en advies, sociaal-cultureel werk,
                                    basisgezondheidszorg, amateurkunst, jongeren, ouderenbeleid en
                                    minderhedenbeleid.</al></li><li nr="10."><al><vet>Gemeente</vet>: Gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude
                                </al></li><li nr="11."><al><vet>Burgemeester en wethouders</vet>: burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude </al></li><li nr="12."><al><vet>De commissie</vet>: de commissie raadsvoorbereiding van de
                                    gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rechtspersoonlijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie wordt slechts verleend aan rechtspersonen met volledige
                                rechtsbevoegdheid. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders, in
                                afwijking van het gestelde in het eerste lid, subsidie verlenen aan
                                instellingen zonder volledige rechtsbevoegdheid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Natuurlijke personen zijn van subsidie uitgesloten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reikwijdte van de verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op alle door de gemeente toe te
                                kennen subsidies op het terrein van welzijn zoals bedoeld in artikel
                                1. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>Het toekennen van donaties, zijnde geldelijke bijdragen
                                        waarvoor de ontvangers geen directe tegenprestaties behoeven
                                        te leveren. </al></li><li nr="b."><al>Contributies, zijnde geldelijke bijdragen op grond van
                                        lidmaatschappen van de gemeente; </al></li><li nr="c."><al>Geldelijke bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen
                                        waaraan de gemeente deelneemt of geldelijke bijdragen aan
                                        andere gemeenten. </al></li><li nr="d."><al>Geldelijke bijdragen welke worden toegekend op grond van de
                                        subsidieverordening onderhoud gemeentelijke monumenten.
                                    </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Subsidie wordt alleen aanvullend op eigen middelen van de
                                subsidievrager verstrekt. Er wordt in principe geen volledige
                                subsidie (voor 100% van de kosten) of nagenoeg volledige
                                subsidiering toegekend. Alleen indien in omstandigheden waarin een
                                eigen bijdrage van deelnemers voor diensten en activiteiten niet
                                redelijk is, zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders,
                                kan volledige subsidiering plaatsvinden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Instellingen gericht op het maken van winst, zulks ter beoordeling
                                van burgemeester en wethouders, komen niet voor subsidie in
                                aanmerking. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Subsidie zal niet worden verleend indien het te ontvangen subsidie
                                lager is dan € 100,--. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het eigen vermogen van de subsidievrager 25% of meer bedraagt
                                dan van de totale uitgaven in het jaar waarvoor subsidie wordt
                                gevraagd, wordt geen subsidie verleend. Onder eigen vermogen wordt
                                hierbij verstaan, de algemene reserve welke blijkt uit de balans van
                                het voorafgaande jaar, niet zijnde doel- en
                                bestemmingsreserves.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vestigingsplaats, plaats van uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient de instelling in de
                                gemeente gevestigd te zijn en / of in de gemeente de activiteiten
                                waarvoor subsidie wordt gevraagd, uit te voeren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Instellingen die niet in de gemeente gevestigd zijn en de
                                activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet in de gemeente
                                uitvoeren komen niet voor subsidie in aanmerking. Burgemeester en
                                wethouders kunnen in bijzondere gevallen hiervan afwijken, voor
                                zover bedoeld en bepaald in het subsidiebeleidskader.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>De gemeenteraad kan per beleidssector beleidsdoelstellingen en / of
                            beleidsnota’s vaststellen, waarin wordt bepaald welke producten /
                            prestaties / activiteiten en / of een verzameling hiervan voor subsidie
                            in aanmerking komen en welke specifieke voorschriften van toepassing
                            zijn. Indien deze zijn vastgesteld worden de daarin opgenomen bepalingen
                            geacht naar evenredigheid van toepassing dan wel in aanvulling te zijn
                            op het bepaalde in deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Subsidienormen en -grondslagen</titel></kop><al>De subsidienormen en -grondslagen van deze verordening zijn voor de
                            onderscheidene deelterreinen waarvoor subsidie kan worden verstrekt,
                            opgenomen in het subsidiebeleidskader. De daarin genoemde absolute
                            bedragen kunnen jaarlijks bij vaststelling van het subsidieprogramma
                            worden geïndexeerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van deze
                                verordening. Uitvoering houdt mede in: het nemen van besluiten op
                                aanvragen, het aangaan van subsidieovereenkomsten, besluiten omtrent
                                bevoorschotting en het intrekken en / of wijzigen van
                                subsidieverlening- en / of vaststellingsbesluiten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders informeren de commissie over hun
                                voorgenomen besluiten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders brengen eenmaal per jaar een verslag
                                inzake de verleende en geweigerde subsidies, de doeltreffendheid en
                                de effecten van de subsidies in de praktijk ter kennis van de
                                raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt jaarlijks, met het vaststellen van de
                                gemeentebegroting, voor de beleidssectoren subsidieplafonds vast.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het subsidieplafond wordt gevormd door het totaal van de subsidies
                                vermeerderd met de post onvoorzien zoals opgenomen in het
                                subsidieprogramma. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een subsidieplafond dreigt te worden overschreden, geven
                                burgemeester en wethouders bij de verdeling van het beschikbare
                                bedrag die aanvragen voorrang, waarvan de inwilliging in
                                vergelijking met andere aanvragen naar verwachting: </al><lijst><li nr="a."><al>Van meer belang is voor het beleid waarvoor de gemeenteraad
                                        en / of burgemeester en wethouders verantwoordelijkheid
                                        dragen; </al></li><li nr="b."><al>Meer zal bijdragen aan de verwezenlijking van het doel van
                                        de subsidie; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien met toepassing van het derde lid geen voorrang kan worden
                                bepaald, verdelen burgemeester en wethouders het beschikbare
                                subsidiebedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt eveneens
                                uitdrukkelijk gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de
                                gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De subsidie wordt geweigerd indien verlening / vaststelling ervan
                                zou leiden tot overschrijding van het door de gemeenteraad
                                vastgestelde subsidieplafond van de betreffende beleidssector.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Democratisering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling dient op zodanige wijze georganiseerd te zijn, dat
                                personeel en eventuele vrijwilligers, alsmede degenen ten behoeve
                                van wie de activiteiten worden georganiseerd, in de gelegenheid zijn
                                invloed uit te oefenen op het beleid van die instelling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders kunnen ter zake nadere regels
                                treffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Discriminatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Instellingen die op grond van deze verordening subsidie ontvangen,
                                dienen discriminatie binnen hun organisatie te voorkomen en actief
                                te bestrijden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien blijkt dat instellingen uitingen van discriminatie binnen hun
                                organisatie toelaten, uitoefenen, dan wel niet of onvoldoende
                                bestrijden, zullen burgemeester en wethouders de instelling
                                schriftelijk waarschuwen dat zulks in strijd is met de voorwaarden
                                van subsidieverlening. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na de onder lid 2 bedoelde waarschuwing de uitingen van
                                discriminatie blijven bestaan, worden herhaald dan wel opnieuw of
                                anders voorkomen, zal onmiddellijk tot het stoppen van subsidie
                                worden overgegaan voor de resterende periode waarvoor het subsidie
                                was toegekend. Reeds ontvangen subsidie zal naar rato van het nog
                                niet verstreken tijdvak van subsidieverstrekking worden
                                teruggevorderd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Instellingen verspelen aldus tevens het recht om gedurende een
                                geheel kalenderjaar voor gemeentelijke subsidiering in aanmerking te
                                komen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>EXPLOITATIESUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om exploitatiesubsidie dient voor 1 april van
                                        het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor subsidie wordt
                                        aangevraagd, bij burgemeester en wethouders te worden
                                        ingediend. Burgemeester en wethouders formuleren jaarlijks,
                                        in overleg met de instelling die een exploitatiesubsidie
                                        aanvraagt, de doelen die met de te verlenen subsidie moeten
                                        worden bereikt. </al></li><li nr="2."><al>Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten de
                                        aanvragen die na 1 april zijn ingediend niet te behandelen.
                                    </al></li><li nr="3."><al>De subsidieaanvrager is verplicht om het door burgemeester
                                        en wethouders vastgestelde subsidieaanvraagformulier te
                                        gebruiken met het daarbij behorende begrotingsformat en
                                        balansformat.</al></li><li nr="4."><al>Bij de indiening van de aanvraag dienen te worden overlegd:
                                    </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een afschrift van de statuten of oprichtingsakte van de
                                instelling;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een opgave van de bestuurssamenstelling op het tijdstip van het
                                indienen van de aanvraag;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Een werkplan of activiteitenoverzicht, waarin wordt beschreven welke
                                activiteit de instelling wil gaan verrichten voor de betreffende
                                subsidieperiode;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een begroting van inkomsten en uitgaven, inclusief een overzicht van
                                te heffen bijdragen van deelnemers en/of leden en eventuele andere
                                subsidies;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een volledig overzicht van de financiële toestand van de instelling
                                op het tijdstip van de subsidieaanvraag (balans);</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>een raming van het aantal te verwachten (jeugd)leden in de
                                subsidieperiode, indien de subsidie (mede) gebaseerd is op het
                                aantal (jeugd)leden.</al><al/><lijst><li nr="5."><al>Het overleggen van de in het eerste lid onder a en b
                                        bedoelde bescheiden kan achterwege blijven indien de
                                        aanvrager er redelijkerwijs vanuit kan gaan dat deze
                                        gegevens aan burgemeester en wethouders bekend zijn. In de
                                        aanvraag wordt daarvan melding gedaan.</al></li><li nr="6."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat ook andere dan
                                        in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor het
                                        beoordelen van de aanvraag van belang zijn, worden
                                        overgelegd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Beslistermijn en toetsing aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders beslissen schriftelijk op de aanvraag
                                voor exploitatiesubsidie binnen vier weken na vaststelling van de
                                begroting door de raad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders toetsen de aanvraag aan: </al><lijst><li nr="a."><al>Deze verordening; </al></li><li nr="b."><al>Het gemeentelijk beleid; </al></li><li nr="c."><al>Het door de raad vastgestelde subsidieplafond.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Besluit tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de
                                activiteiten van de aanvrager passen binnen het gemeentelijk beleid,
                                besluiten zij tot het verlenen van de subsidie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening houdt een omschrijving van de
                                activiteiten in waarvoor subsidie wordt verleend en het bedrag van
                                de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling dient uiterlijk voor 1 juli van het jaar volgend op
                                het subsidiejaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij indiening van de aanvraag dienen te worden overlegd: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Een afschrift van de statuten van de instelling (ook bij wijziging,
                                de statuten overleggen);</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Een inhoudelijk jaarverslag over het afgelopen subsidiejaar;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een opgave van de (jeugd)leden voor zover de subsidie mede wordt
                                bepaald door een bedrag per (jeugd)lid. De opgave dient de volgende
                                persoonsgegevens te vermelden: naam, voorletters, geboortedatum,
                                adres en woonplaats;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Een jaarrekening met een duidelijke weergave van de opbouw van de
                                kostprijs van diensten, activiteiten en producten waarbij. De
                                kostprijs per uur is gerelateerd aan de personeelskosten;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Een verklaring van de accountant, als bedoeld in artikel 393, eerste
                                lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Burgemeester en wethouders
                                kunnen besluiten dat deze verklaring niet hoeft te worden
                                overlegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Besluit tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders stelt de subsidie
                                overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie kan hoger worden vastgesteld indien de subsidieontvanger
                                aantoont dat er sprake is van onvermijdbare hogere kosten, buiten de
                                invloedsfeer van de subsidieontvanger gelegen. Burgemeester en
                                wethouders zijn hiertoe bevoegd besluiten te nemen voor zover de in
                                het subsidieprogramma opgenomen post onvoorzien daarvoor toereikend
                                is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidie kan lager worden vastgesteld: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>In verband met naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet
                                noodzakelijke uitgaven; b. Indien de subsidieontvanger onjuiste of
                                onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste
                                gegevens of volledige gegevens tot een andere beschikking op de
                                aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Indien de subsidieontvanger overigens niet heeft voldaan aan de aan
                                de subsidie verbonden verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht tot het verrichten van de in het
                                subsidieverleningbesluit vermelde activiteiten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat
                                daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie
                                belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de
                                ontvangsten kunnen worden nagegaan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende
                                zeven jaar bewaard. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen naast de in dit artikel bedoelde
                                verplichtingen nadere voorwaarden opleggen aan de
                                subsidieontvanger.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>WAARDERINGSSUBSIDIES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>aard van subsidie</titel></kop><al>Een subsidie wordt toegekend in de vorm van een waarderingssubsidie
                            indien de jaarlijkse subsidie niet meer bedraagt dan € 10.000,-; </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag tot een waarderingssubsidie dient voor 1 april van het
                                voorafgaande aan het eerste jaar waarvoor subsidie wordt
                                aangevraagd, bij burgemeester en wethouders te worden ingediend.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten de
                                aanvragen die na 1 april zijn ingediend niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieaanvrager is verplicht om het door burgemeester en
                                wethouders vastgestelde subsidieaanvraagformulier te gebruiken met
                                het daarbij behorende begrotingsformat en balansformat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de indiening van de aanvraag dienen te worden overlegd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een afschrift van de statuten of oprichtingsakte van de
                                instelling;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een opgave van de bestuurssamenstelling op het tijdstip van het
                                indienen van de aanvraag;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Een werkplan, waarin wordt beschreven welke activiteit de instelling
                                wil gaan verrichten voor de betreffende subsidieperiode;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een begroting van inkomsten en uitgaven, inclusief een overzicht van
                                te heffen bijdragen van deelnemers en/of leden en eventuele andere
                                subsidies;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een volledig overzicht van de financiële toestand van de instelling
                                op het tijdstip van de subsidieaanvraag (balans);</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>een raming van het aantal te verwachten (jeugd)leden in de
                                subsidieperiode, indien de subsidie (mede) gebaseerd is op het
                                aantal (jeugd)leden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het overleggen van de in het eerste lid onder a en b bedoelde
                                bescheiden kan achterwege blijven indien de aanvrager er
                                redelijkerwijs vanuit kan gaan dat deze gegevens aan burgemeester en
                                wethouders bekend zijn. In de aanvraag wordt daarvan melding gedaan.
                            </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat ook andere dan in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van
                                de aanvraag van belang zijn, worden overgelegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Beslistermijn, toetsing aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen schriftelijk op de aanvraag
                                voor een waarderingssubsidie binnen vier weken na vaststelling van
                                de begroting door de raad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders toetsen de aanvraag aan: </al><lijst><li nr="a."><al>Deze verordening; </al></li><li nr="b."><al>Het gemeentelijk beleid; </al></li><li nr="c."><al>Het door de raad vastgestelde subsidieplafond.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Besluit tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de
                                activiteiten van de aanvrager passen binnen het gemeentelijk beleid,
                                besluiten zij tot het vaststellen van de waarderingssubsidie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot vaststelling wordt voor een periode van maximaal
                                vier jaar genomen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beschikking tot subsidievaststelling bevat een aanduiding van de
                                activiteiten waarvoor de waarderingssubsidie wordt verstrekt, het
                                bedrag van de subsidie, alsmede het tijdvak waarop de
                                waarderingssubsidie betrekking heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht tot het verrichten van de in het
                                subsidievaststellingsbesluit vermelde activiteiten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht jaarlijks voor 1 juli in te
                                dienen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een inhoudelijk jaarverslag en een financieel verslag, bedoeld in de
                                artikelen 4:76 en 4:77 van de Awb;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een opgave van de (jeugd)leden voor zover de subsidie mede wordt
                                bepaald door een bedrag per (jeugd)lid. De opgave dient de volgende
                                persoonsgegevens te vermelden: naam, voorletters, geboortedatum,
                                adres en woonplaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat
                                daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie
                                belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de
                                ontvangsten kunnen worden nagegaan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende
                                zeven jaar bewaard. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen naast de in dit artikel bedoelde
                                verplichtingen nadere voorwaarden opleggen aan de
                                subsidieontvanger.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BUDGETSUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>aard van subsidie</titel></kop><al>Een subsidie wordt toegekend in de vorm van een budgetsubsidie indien de
                            jaarlijkse subsidie niet meer bedraagt dan € 500,-.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag tot een budgetsubsidie dient voor 1 april van het
                                voorafgaande aan het eerste jaar waarvoor subsidie wordt
                                aangevraagd, bij burgemeester en wethouders te worden ingediend.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten de
                                aanvragen die na 1 april zijn ingediend niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieaanvrager is verplicht om het door burgemeester en
                                wethouders vastgestelde subsidieaanvraagformulier te gebruiken met
                                het daarbij behorende begrotingsformat en balansformat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Toetsing aanvraag en subsidiebesluit</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen
                                        omtrent de aard en de hoogte van de budgetsubsidie. </al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders toetsen deze aanvraag aan: </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Deze verordening; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het gemeentelijk beleid; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Het door de raad vastgestelde subsidieplafond. </al><al/><lijst><li nr="3."><al>Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de
                                        activiteiten van de aanvrager passen binnen het gemeentelijk
                                        beleid, besluiten zij tot het vaststellen of verlenen van de
                                        subsidie. </al></li><li nr="4."><al>De beschikking tot subsidievaststelling / subsidieverlening
                                        bevat een aanduiding van de activiteiten waarvoor de
                                        subsidie wordt verstrekt, alsmede het bedrag van de
                                        subsidie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aan een instelling een subsidie is verleend, dient de
                                instelling uiterlijk voor 1 juli van het jaar volgend op het
                                subsidiejaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag gaat vergezeld van: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Een verslag over het afgelopen subsidiejaar; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Een overzicht van de inkomsten en uitgaven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Besluit tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders stelt dat de subsidie
                                overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie kan hoger worden vastgesteld indien de subsidieontvanger
                                aantoont dat er sprake is van onvermijdbare hogere kosten, buiten de
                                invloedsfeer van de subsidieontvanger gelegen. Burgemeester en
                                wethouders zijn hiertoe bevoegd besluiten te nemen voor zover de in
                                het subsidieprogramma opgenomen post onvoorzien daarvoor toereikend
                                is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidie kan lager worden vastgesteld: </al><lijst><li nr="a."><al>In verband met naar het oordeel van burgemeester en
                                        wethouders niet noodzakelijke uitgaven; </al></li><li nr="b."><al>Indien de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens
                                        heeft verstrekt en de verstrekking van juiste gegevens of
                                        volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag
                                        tot subsidieverlening zou hebben geleid; </al></li><li nr="c."><al>Indien de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                        subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten; </al></li><li nr="d."><al>Indien de subsidieontvanger overigens niet heeft voldaan aan
                                        de aan de subsidie verbonden verplichtingen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht tot het verrichten van de in het
                                subsidieverleningbesluit vermelde activiteiten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat
                                daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie
                                belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de
                                ontvangsten kunnen worden nagegaan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende
                                zeven jaar bewaard. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen naast de in dit artikel bedoelde
                                verplichtingen nadere voorwaarden opleggen aan de
                                subsidieontvanger.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>EENMALIGE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag voor een eenmalige subsidie dient minimaal 10 weken
                                    voordat de activiteit wordt verricht, te worden aangevraagd.
                                </al></li><li nr="2."><al>Bij indiening van de aanvraag dienen te worden overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van de statuten of oprichtingsakte van de
                                    instelling;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de bestuurssamenstelling op het tijdstip van het
                                    indienen van deaanvraag;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>een beschrijving van de activiteit; </al></li><li nr="d."><al>een gespecificeerde begroting van inkomsten en uitgaven; </al></li><li nr="e."><al>indien van toepassing: een overzicht van te heffen bijdragen van
                                    deelnemers en/of leden en eventuele andere subsidies.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Toetsing aanvraag en subsidiebesluit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen omtrent
                                    de aard en de hoogte van de eenmalige subsidie. </al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders toetsen deze aanvraag aan: </al><lijst><li nr="a."><al>Deze verordening; </al></li><li nr="b."><al>Het gemeentelijk beleid; </al></li><li nr="c."><al>Het door de raad vastgestelde subsidieplafond. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de
                                    activiteiten van de aanvrager passen binnen het gemeentelijk
                                    beleid, besluiten zij tot het vaststellen of verlenen van de
                                    subsidie.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ertoe besluiten, bijvoorbeeld
                                    indien de subsidie wordtaangevraagd voor een experiment voor de
                                    periode van 1 jaar, op een aanvraag voor een eenmalige subsidie
                                    een besluit tot subsidieverlening te nemen.</al></li><li nr="5."><al>De beschikking tot subsidievaststelling / subsidieverlening
                                    bevat een aanduiding van de activiteiten waarvoor de subsidie
                                    wordt verstrekt, alsmede het bedrag van de subsidie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aan een instelling een subsidie is verleend, dient de
                                instelling uiterlijk voor 1 april van het jaar volgend op het
                                subsidiejaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag gaat vergezeld van: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Een verslag over het afgelopen subsidiejaar; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Een overzicht van de inkomsten en uitgaven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Besluit tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders stelt dat de subsidie
                                overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidie kan hoger worden vastgesteld indien de subsidieontvanger
                                aantoont dat er sprake is van onvermijdbare hogere kosten, buiten de
                                invloedsfeer van de subsidieontvanger gelegen. Burgemeester en
                                wethouders zijn hiertoe bevoegd besluiten te nemen voor zover de in
                                het subsidieprogramma opgenomen post onvoorzien daarvoor toereikend
                                is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidie kan lager worden vastgesteld: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>In verband met naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet
                                noodzakelijke uitgaven; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Indien de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                verstrekt en de verstrekking van juiste gegevens of volledige
                                gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot
                                subsidieverlening zou hebben geleid; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Indien de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
                                subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Indien de subsidieontvanger overigens niet heeft voldaan aan de aan
                                de subsidie verbonden verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht binnen acht weken na het
                                plaatsvinden van de activiteit een verslag van deze activiteit bij
                                burgemeester en wethouders in te dienen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen hiervoor ontheffing verlenen.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met
                                betrekking tot de inrichting van de administratieve
                                organisatie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Intrekking en wijziging subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zolang de subsidie niet is vastgesteld kunnen burgemeester en
                                wethouders de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de
                                subsidieontvanger wijzigen indien: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De activiteit waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel
                                heeft plaatsgevonden of zal plaatsvinden; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De subsidieontvanger niet voldoet aan de aan de subsidie verbonden
                                verplichtingen; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
                                verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot
                                een andere beschikking zou hebben geleid; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>De subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger
                                dit wist of behoorde te weten. </al><al/><al>2.De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip
                                waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of
                                wijziging anders is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Intrekking of wijziging subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de subsidievaststelling intrekken
                                of ten nadele van de instelling wijzigen: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Op grond van feiten of omstandigheden waarvan zij bij de
                                subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte konden zijn en
                                op grond waarvan de subsidie lager zou zijn vastgesteld; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Indien de subsidievaststelling onjuist was en de instelling dit wist
                                of behoorde te weten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot het tijdstip waarop de
                                subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging
                                anders is bepaald. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten
                                nadele van de instelling worden gewijzigd indien sedert de dag
                                waarop zij aan de instelling is bekend gemaakt vijf jaren zijn
                                verstreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het subsidiebedrag wordt binnen 8 weken betaald na de bekendmaking
                                aan de organisatie of instelling van het besluit tot
                                subsidievaststelling, tenzij burgemeester en wethouders in het
                                besluit een andere termijn hebben aangegeven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het besluit als bedoeld in lid 1 kan eveneens een besluit tot
                                voorschotverlening worden vermeld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen ten aanzien van
                            de overgangssituatie tussen intrekken van de oude subsidieverordening en
                            de inwerkingtreding van de nieuwe subsidieverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met de vaststelling van deze verordening wordt de
                                Subsidieverordening 2010 van de gemeente Haarlemmerliede en
                                Spaarnwoude ingetrokken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 april 2013.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening is bekendgemaakt in de gemeentelijke krant Maak
                                Kennis Met Haarlemmerliede en Spaarnwoude van 6 mei 2013.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan aangehaald worden als “Algemene Subsidieverordening
                            Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2013”</al><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>BIJLAGE 1 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>algemene bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Dit artikel dient ter toelichting en om interpretatieverschillen te
                            voorkomen met betrekking tot de begrippen die in deze verordening
                            voorkomen. Er is een limitatieve opsomming opgenomen van het begrip
                            welzijn in verband met de reikwijdte van de verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rechtspersoonlijkheid</titel></kop><al>Regel is dat subsidie wordt verstrekt aan instellingen die een volledige
                            rechtspersoonlijkheid bezitten. Dit artikel biedt de mogelijkheid om
                            daarvan in bijzonder gevallen af te wijken, dat wil zeggen voor
                            activiteiten die passen binnen het subsidiebeleid en waarbij de
                            omstandigheden dat deze niet worden gerealiseerd door een
                            rechtspersoonlijkheid bezittende instelling geen beletsel is. </al><al>Natuurlijke personen zijn van subsidie uitgesloten. Alhoewel
                            initiatieven op welzijnsterrein vaak beginnen bij 1 persoon, is er
                            altijd sprake van een groep mensen die dat initiatief steunt. Daarmee
                            wordt een draagvlak aangetoond. Om de noodzaak van dat draagvlak te
                            waarborgen zal er uitsluitend ondersteuning plaatsvinden van groepen
                            burgers verenigd in instellingen en organisaties.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reikwijdte van de verordening</titel></kop><lijst><li nr="·"><al>De reikwijdte van de verordening is nadrukkelijk begrensd tot het
                                beleidsterrein welzijn. </al></li><li nr="·"><al>Voor de duidelijkheid is in lid 2 aangegeven welke financiële
                                verstrekkingen daar in elk geval niet toe behoren of niet tot het
                                begrip subsidie worden gerekend.</al></li><li nr="·"><al>In lid 3 is 100% subsidie in principe uitgesloten. Er zijn echter
                                omstandigheden, zoals bijvoorbeeld crisishulpverlening, waarin een
                                eigen bijdrage niet redelijk is. Voor dergelijke omstandigheden is
                                een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen.</al></li><li nr="·"><al>Indien het college van mening is dat activiteiten redelijkerwijs
                                self-supporting kunnen zijn (dus met eigen middelen en
                                deelnemersbijdragen gefinancierd kunnen worden) wordt geen subsidie
                                verstrekt.</al></li><li nr="·"><al>Instellingen met een winstoogmerk behoren niet voor subsidie in
                                aanmerking te komen. De beoordeling van de vraag of er sprake is van
                                winstoogmerk is aan het college. Toetsingscriterium hierbij is of er
                                sprake is van ondernemen zoals algemeen bedoeld in het
                                maatschappelijk verkeer, of er sprake is van plicht tot het betalen
                                van vennootschapsbelasting en of er sprake is van een rechtsvorm die
                                het winstoogmerk duidelijk maakt (bijvoorbeeld een maatschap een VOF
                                of een BV).</al></li><li nr="·"><al>Instellingen die als zodanig niet gericht zijn op het maken van
                                winst, organiseren soms activiteiten die duidelijk de bedoeling
                                hebben geld op te brengen om daarmee middelen voor de instellingskas
                                te vergaren. Dergelijke instellingen zijn op grond hiervan niet
                                uitgesloten van subsidie. Vanzelfsprekend wel de betreffende
                                activiteit.</al></li><li nr="·"><al>Uit efficiency overwegingen is een “bodembedrag’ opgenomen.</al></li><li nr="·"><al>Subsidie is aanvullend. Indien een instelling een aanzienlijk eigen
                                vermogen heeft, ontbreekt de noodzaak tot subsidie. Onder eigen
                                vermogen worden nadrukkelijk niet gevormde bestemmingsreserves
                                gerekend, zoals voor afschrijvingen, jubileumvieringen, en
                                dergelijke. Bij de bepaling van het eigen vermogen zal uitgegaan
                                worden van de gangbare handelwijze in de accountancy.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vestigingsplaats, plaats van uitvoering</titel></kop><al>De gemeenteraad heeft nadrukkelijk vastgelegd dat het plaatselijke
                            voorzieningenniveau gehandhaafd dient te worden. Gesteld voor keuzes
                            gaat de instandhouding van plaatselijke voorzieningen dus voor. Bij alle
                            subsidiering van instellingen en voorzieningen die niet in de gemeente
                            gevestigd zijn, zal dan ook zeer terughoudend gehandeld worden. Gezien
                            de schaal van de gemeente ten opzichte van de buurgemeenten en de
                            daarmee verband houdende verschillen in rijksfinanciering is het primair
                            de verantwoordelijkheid van de gemeente van vestiging de subsidiering te
                            verzorgen. Dit houdt in dat subsidiering van elders gevestigde
                            instellingen alleen plaatsvindt wanneer activiteiten feitelijk in de
                            gemeente worden uitgevoerd.</al><al>Activiteiten die niet in de gemeente worden uitgevoerd komen in principe
                            niet voor subsidie in aanmerking. In het subsidiebeleidskader is zulks
                            uitvoerig toegelicht. Kortheidshalve wordt daar naar verwezen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>De gemeenteraad is op grond van de bepalingen van de Gemeentewet het
                            aangewezen orgaan om subsidiëring te regelen. Door de inhoudelijke
                            criteria zoveel mogelijk op te nemen in beleidsuitgangspunten en
                            beleidsnota’s wordt aan het primaat van de raad tegemoet gekomen en
                            wordt eveneens de rechtsgelijkheid bevorderd. De redactie van dit
                            artikel is zodanig bedoeld, dat vastgestelde beleidsnota’s en de daarin
                            opgenomen voorwaarden en andersoortige eisen, van kracht zijn als ware
                            zij opgenomen in deze subsidieverordening.</al><al>Dit artikel regelt tevens van toepasselijkheid van het geldende
                            subsidiebeleidskader, voor zover de daarin opgenomen teksten niet reeds
                            in deze subsidieverordening zijn vertaald.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Subsidienormen en -grondslagen</titel></kop><al>De subsidienormen en -grondslagen van deze verordening zijn voor de
                            onderscheidene deelterreinen waarvoor subsidie kan worden verstrekt,
                            opgenomen in het subsidiebeleidskader. De daarin genoemde absolute
                            bedragen kunnen jaarlijks bij vaststelling van het subsidieprogramma
                            worden geïndexeerd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De bevoegdheidsverdeling geeft aan dat de raad stuurt op hoofdlijnen en
                            dat het college verantwoordelijk is voor de uitvoering van dit door de
                            raad in beleidsuitgangspunten en beleidsnota’s vastgestelde beleid.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><al>Het instellen van subsidieplafonds is door de wet mogelijk gemaakt om
                            tot betere beheersbaarheid van de overheidsuitgaven te kunnen komen.
                            Indien door het verlenen of vaststellen van een subsidie het
                            subsidieplafond zou worden overschreden, moet de subsidieaanvraag worden
                            afgewezen. Met de tekst van dit artikel is zoveel mogelijk aansluiting
                            gezocht bij de derde tranche van de Awb.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Democratisering</titel></kop><al>Dit artikel is opgenomen om ervan verzekerd te zijn dat de instelling
                            democratisch is ingericht. Instellingen die hieraan niet voldoen, komen
                            op grond van deze bepaling niet voor subsidie in aanmerking.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Discriminatie</titel></kop><al>Alhoewel wettelijk verankerd en zeer voor de hand liggend wordt
                            nadrukkelijk als uitgangspunt van gemeentelijk subsidiebeleid aangeven,
                            dat discriminatie actief dient te worden bestreden door de instellingen
                            en organisaties die worden gesubsidieerd. Indien onverhoopt zou blijken
                            dat een gesubsidieerde organisatie niet optreedt tegen uitingen van
                            discriminatie, zal na een waarschuwing bij een tweede constatering de
                            subsidiering onmiddellijk worden gestopt.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Exploitatiesubsidie</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>De datum voor het indienen van de aanvraag houdt verband met de
                            besluitvorming rond de begrotingscyclus van de gemeente. Dit artikel
                            geeft aan welke gegevens met een aanvraag moeten worden ingediend.
                            Tevens is het verplicht om het subsidieaanvraagformulier te gebruiken
                            met het daarbij behorende begrotingsformat en balansformat. Burgemeester
                            en wethouders kunnen, indien zij dit nodig achten, bepalen dat ook
                            andere gegevens moeten worden overgelegd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Beslistermijn en toetsing aanvraag</titel></kop><al>Het niet in deze verordening opnemen van beslistermijnen zou betekenen
                            dat de Awb van toepassing zou zijn. Ingevolge die wet geldt een
                            ‘redelijke termijn’ die na acht weken verstreken is, zij het dat
                            verdaging (ook met een ‘redelijke termijn’) mogelijk is. Binnen vier
                            weken na het vaststellen van de begroting door de raad wordt de, in
                            artikel 12 genoemde beslistermijn, als redelijke termijn geacht. Door de
                            aanvraag te toetsen aan het gemeentelijk beleid (bijv. het
                            welzijnsbeleidskader) wordt de mogelijkheid geboden de subsidieaanvragen
                            inhoudelijk te toetsen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Besluit tot subsidieverlening</titel></kop><al>In de derde tranche van de Awb wordt uitgegaan van twee
                            publiekrechtelijke handelingen, te weten subsidieverlening en
                            subsidievaststelling.</al><al>Bij exploitatiesubsidie komen de instellingen met beide handelingen in
                            aanraking. Bij de subsidieverlening wordt in feite gezegd dat een
                            instelling in principe een bepaald bedrag aan subsidie krijgt. Dit is
                            tevens het maximum aan subsidie dat een instelling kan ontvangen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Dit artikel regelt het tweede publiekrechtelijke moment in het
                            subsidietraject. Voor het vaststellen van een subsidie zullen de
                            instellingen een aanvraag moeten indienen, vergezeld van een aantal
                            stukken. Voor de inhoud van dit artikel is aansluiting gezocht bij de
                            derde tranche van de Awb.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Besluit tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Subsidie is een aanspraak op financiële middelen. Voor elk concreet
                            geval worden die aanspraken vastgesteld in een beschikking tot
                            subsidieverlening. Zo’n beschikking is meer dan een toezegging. Een
                            instelling mag ervan uitgaan dat zij de daarin aangeven gelden ook
                            werkelijk ontvangt. Dit artikel geeft limitatief de omstandigheden aan
                            die het voor burgemeester en wethouders mogelijk maken om bij de
                            vaststelling af te wijken van de beschikking tot verlening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><al>Het stellen van eisen met betrekking tot de administratie van een
                            instelling is met name van belang met het oog op de subsidievaststelling
                            aan de hand van aan deze administratie ontleende gegevens. Deze moet
                            daarom inzichtelijk en controleerbaar zijn en steeds op een kalenderjaar
                            betrekking hebben.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Waarderingssubsidies</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Aard van subsidie</titel></kop><al>De tekst van dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting op artikel 11.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Beslistermijn, toetsing aanvraag</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting op artikel 12.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Besluit tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting op artikel 15.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><al>Om inzicht te houden in de activiteiten die de subsidieontvanger
                            verricht, is er voor gekozen de instellingen voor 1 juli van het
                            afgelopen subsidiejaar een inhoudelijk en een financieel jaarverslag te
                            laten overleggen. Daarnaast worden burgemeester en wethouders in de
                            gelegenheid gesteld nadere eisen te stellen aan de administratie van de
                            instellingen.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>BUDGETSUBSIDIE</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>aard van subsidie</titel></kop><al>De tekst van dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting op artikel 12.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Toetsing aanvraag en subsidiebesluit</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting op artikel 12.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting op artikel 14.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Besluit tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting op artikel 15.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting op artikel 21.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Eenmalige subsidie</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Aangezien het niet altijd mogelijk is om de aanvraag voor 1 april
                            voorafgaande aan het jaar waarvoor subsidie wordt gevraagd in te dienen,
                            is hier de mogelijkheid opgenomen om de subsidie minimaal 10 weken voor
                            de activiteit in te dienen. Voor een termijn van tien weken is gekozen
                            in verband met de beslistermijn van 8 weken volgens de Awb. Bij het
                            vaststellen van subsidieplafonds in de begroting van de gemeente zal dus
                            extra ruimte opgenomen moeten worden om eenmalige subsidies te kunnen
                            toekennen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Toetsing aanvraag en subsidiebesluit</titel></kop><al>Het eerste lid biedt Burgemeester en Wethouders de mogelijkheid nadere
                            regels te stellen omtrent de eenmalig subsidie. </al><al>Er is voor gekozen om de aanvraag voor een eenmalige subsidie zowel te
                            kunnen verlenen als gelijk te kunnen vaststellen. Verlening zal in
                            principe plaatsvinden indien het gaat om een subsidie ten behoeve van
                            een experiment van bijv. één jaar of indien het gaat om een hoog bedrag
                            aan eenmalig subsidie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting op artikel 14.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Besluit tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting op artikel 15.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Verplichting subsidieontvanger</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting op artikel 21</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Intrekking en wijziging subsidieverlening</titel></kop><al>De bij a tot en met d vermelde omstandigheden maken het mogelijk om bij
                            de subsidievaststelling een lagere subsidie vast te stellen dan werd
                            aangegeven in de beschikking tot verlening, zelfs om deze vast te
                            stellen op nihil. Dit artikel maakt het mogelijk om dergelijke besluiten
                            te nemen vooruitlopend op de vaststelling (zelfs vooruitlopend op het
                            beschikbaar komen van verslagen van de instelling).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Intrekking of wijziging subsidievaststelling</titel></kop><al>Een besluit tot subsidievaststelling leidt voor een instelling tot
                            definitieve aanspraken. De redenen om een vaststellingsbesluit in te
                            trekken of ten nadele van een instelling te wijzigen, moeten daarom
                            beperkter zijn dan de redenen voor het intrekken van een besluit tot
                            subsidieverlening.</al><al>Bij waarderingssubsidies en éénmalige subsidies die direct worden
                            vastgesteld, geldt dat de activiteiten die een instelling doet zo
                            gewaardeerd worden dat achteraf geen controle hoeft plaats te vinden.
                            Daarom is dit artikel zo geformuleerd dat intrekking of wijziging alleen
                            mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden die bij de
                            vaststelling niet bekend konden zijn.</al><al>Daarnaast is het mogelijk om een vaststellingsbesluit in te trekken of
                            te corrigeren als het kennelijk onjuist is geweest. Met het oog op de
                            rechtszekerheid wordt in het derde lid een termijn gesteld van maximaal
                            vijf jaar.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Betaling</titel></kop><al>De instellingen hebben recht op een vlotte afwikkeling als de subsidie
                            eenmaal is vastgesteld.</al><al>In lid 1 is de termijn van uitbetaling op acht weken gezet. De vier
                            weken die de Awb als regel hanteert, blijken in overheidsland vaak
                            tekort te zijn, hetgeen in dit geval bij overschrijding van de termijn
                            betaling van wettelijke rente zou betekenen.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Overgang- en slotbepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Er kan een discrepantie ontstaan tussen het moment dat subsidieaanvragen
                            worden / zijn ingediend en de inwerkingtreding van deze verordening. Dit
                            artikel biedt Burgemeester en Wethouders de mogelijkheid regels te
                            stellen ten aanzien van deze overgangssituatie.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel hoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel hoeft geen nadere toelichting.</al></divisie></bijlage><bijlage><al><vet>SUBSIDIEVERORDENING </vet></al><al><vet>HAARLEMMERLIEDE EN SPAARNWOUDE 2013</vet></al><al/><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN 2</al><al>HOOFDSTUK 2 EXPLOITATIESUBSIDIE 4</al><al>HOOFDSTUK 3 WAARDERINGSSUBSIDIES 5</al><al>HOOFDSTUK 4 BUDGETSUBSIDIE 7</al><al>HOOFDSTUK 5 EENMALIGE SUBSIDIE 8</al><al>HOOFDSTUK 6 OVERIGE BEPALINGEN 9</al><al>HOOFDSTUK 7 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN 9</al><al>BIJLAGE 1 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING 11</al><al/><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>