<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR28868_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van leges 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2009, 35</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Legesverordening 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 156, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 217</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 219</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-02-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009/396</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Legesverordening 2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van leges 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><cursief>De raad van de gemeente Tilburg;</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>gezien het voorstel van het college;</al></li><li nr="-"><al>gelet op de artikelen 156, tweede lid, aanhef en onderdeel h, 217,
                                219 en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de
                                Gemeentewet;</al></li></lijst><al><cursief>Besluit:</cursief></al><al>vast te stellen de “Verordening op de heffing en de invordering van leges
                        2010”, luidende als volgt:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>“dag”: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte
                                van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;</al></li><li nr="b."><al>“week”: een aaneengesloten periode van zeven dagen;</al></li><li nr="c."><al>“maand”: het tijdvak dat loopt van de n<sup>e</sup> dag in een
                                kalendermaand tot en met de (n-1)<sup>e</sup> dag in de volgende
                                kalendermaand;</al></li><li nr="d."><al>“jaar”: het tijdvak dat loopt van de n<sup>e</sup> dag in een
                                kalenderjaar tot en met de (n-1)<sup>e</sup> dag in het volgende
                                kalenderjaar;</al></li><li nr="e."><al>“kalenderjaar”: de periode van 1 januari tot en met 31
                                december.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam "leges" worden rechten geheven voor het genot van door of
                        vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in deze verordening
                        en de daarbij behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst dan wel degene ten behoeve
                        van wie de dienst is verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel onder rubriek 10.2
                            worden niet geheven in het geval de raadpleging geschiedt:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de rijks-, provinciale of gemeentedienst;</al></li><li nr="b."><al>overeenkomstig artikel 15 van de wet van 26 mei 1870, Staatsblad
                                    82;</al></li><li nr="c."><al>ter uitvoering van de Jachtwet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel onder rubriek 9
                            worden niet geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>in de gevallen waarin de beheerder ingevolge zijn instructie tot
                                    kosteloos onderzoek verplicht is;</al></li><li nr="b."><al>voor het door het publiek persoonlijk raadplegen van
                                    archiefstukken in de Onderzoekerscentrum van het archief.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel onder rubriek 2
                            worden niet geheven als de verstrekking plaatsvindt uitsluitend ter
                            publicatie in de plaatselijke dagbladen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van de in artikel 2 bedoelde leges zijn voorts vrijgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>stukken, welke ter voldoening aan wettelijke voorschriften
                                    kosteloos moeten worden verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>beschikking op bezwaar- en verzoekschriften met betrekking tot
                                    gemeentelijke belastingen;</al></li><li nr="c."><al>inlichtingen, welke anders dan ten behoeve of in het belang van
                                    bepaalde personen, op verzoek worden verstrekt aan ambassades,
                                    gezantschappen en consulaten van vreemde mogendheden;</al></li><li nr="d."><al>stukken, vereist voor de militaire dienst, met uitzondering van
                                    die welke moeten dienen voor toelating tot enige inrichting van
                                    onderwijs waar men wordt opgeleid tot officier of voor de
                                    geneeskundige en farmaceutische dienst bij de land-, zee- of
                                    luchtmacht;</al></li><li nr="e."><al>attestaties de vita, strekkende tot betaling van pensioenen,
                                    wachtgelden, lijfrenten en andere periodieke uitkeringen ten
                                    laste van publiekrechtelijke lichamen;</al></li><li nr="f."><al>beschikking of afschriften daarvan, houdende beslissing op een
                                    aanvraag van subsidie uit de gemeentekas;</al></li><li nr="g."><al>gunstige beschikkingen, genomen krachtens een
                                    rechtspositieregeling voor het personeel der gemeente;</al></li><li nr="h."><al>de bevelschriften tot betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leges genoemd in de in artikel 2 bedoelde tabel onder rubriek 7.3 sub
                            c, "Verklaring omtrent het gedrag", worden niet van een aanvrager
                            geheven die de aanvraag doet met als doel tijdelijk een gastkind van de
                            Stichting Europa Kinderhulp in hun gezin op te nemen voor het houden van
                            een korte vakantie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Tarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leges worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze
                            verordening behorende tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de
                            tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leges worden geheven bij wege van een mondelinge dan wel een
                            gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen
                            een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde
                            bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de
                            schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leges als bedoeld in artikel 8.2 lid 1 tot en met lid 5 van de bij
                            deze verordening gevoegde tarieventabel worden opgelegd bij wege van
                            aanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tijdstip van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leges moeten worden betaald in geval de kennisgeving als bedoeld in
                            artikel 6, eerste lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                                    kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>in geval de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan, op het
                                    moment van uitreiken van de kennisgeving.</al></li><li nr="c."><al>in geval de kennisgeving wordt toegezonden, binnen 8 dagen na de
                                    dagtekening van de kennisgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in artikel 6, tweede lid, bedoelde aanslagen moeten worden betaald
                            binnen één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Teruggaaf</titel></kop><al>Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges voor een in de tarieventabel
                        omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242
                        van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in
                        deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel opgenomen
                        bepaling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Abonnementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in deze verordening bedoelde abonnementen worden per schriftelijke
                            aanvraag verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bij abonnement verkregen inlichtingen mogen niet worden gepubliceerd
                            of anderszins bekend gemaakt, noch aan derden worden verstrekt of
                            medegedeeld, noch ten behoeve van derden worden verwerkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het publicatieverbod geldt niet ten aanzien van abonnementen verleend
                            voor dag-, week- en buurtbladen voor zover betreft de publicatie in de
                            eigen bladen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Abonnementen worden geacht te zijn ingegaan op de dag, waarop het
                            verschuldigde bedrag is voldaan, tenzij een andere datum is
                            overeengekomen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het voorafgaande geldt mede ten aanzien van inlichtingen, verstrekt door
                            middel van de computer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en
                                de invordering van de leges.</al></li><li nr="2."><al>Het college heeft de bevoegdheid tot het vaststellen van de
                                legesverordening met betrekking tot de van rijkswege in de loop van
                                het belastingjaar gewijzigde tarieven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking, doch niet eerder dan 1 januari 2010.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></li><li nr="3."><al>De "Legesverordening 2009" van 11 november 2008 wordt ingetrokken
                                met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de
                                heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                                belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Legesverordening
                                2010".</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9, 12 en 13 november
                        2009</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage</titel></kop><tussenkop>Tarieventabel behorende bij de “Legesverordening 2010”. </tussenkop><tussenkop>Inhoudsopgave</tussenkop><al>Hoofdstuk 1 Algemeen</al><al>Hoofdstuk 2 Bestuursstukken</al><al>Hoofdstuk 3 Burgerlijke stand</al><al>Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Gemeentelijke basisadministratie
                    persoonsgegevens</al><al>Hoofdstuk 5 Reisdocumenten </al><al>Hoofdstuk 6 Rijbewijzen </al><al>Hoofdstuk 7 Overige burgerzaken</al><al>Hoofdstuk 8 Bouwvergunningen</al><al>Hoofdstuk 9 Regionaal Archief Tilburg</al><al>Hoofdstuk 10 Vastgoedinformatie</al><al>Hoofdstuk 11 Wet op de kansspelen</al><al>Hoofdstuk 12 Drank- en Horecawet</al><al>Hoofdstuk 13 Algemene Plaatselijke Verordening</al><al>Hoofdstuk 14 Verkeer en vervoer</al><al>Hoofdstuk 15 Diversen</al><al/><tussenkop>De in artikel 2 van de Legesverordening 2010 bedoelde tarieven
                    bedragen:</tussenkop><al/><tussenkop>Hoofdstuk 1 Algemeen</tussenkop><lijst><li nr="1.1"><al><cursief>Vergunningen, beschikkingen en dergelijke</cursief></al><al> Voor een gunstige beschikking op aanvragen van een </al><al> vergunning of een ontheffing, dan wel voor elk ander </al><al> stuk in het persoonlijk belang van de aanvrager </al><al> opgemaakt, voor zover daarvoor in deze verordening </al><al>geen bijzondere regeling is opgenomen of voor zover </al><al> daarvoor geen wettelijke regeling of vrijstelling bestaat, </al><al> per bladzijde € 3,04</al><al> met een minimum van € 9,49</al></li><li nr="1.2"><al><cursief>Fotokopieën</cursief></al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>Voor het verstrekken van een fotokopie van een getypt, </al></li><li nr=""><al>gedrukt of geschreven stuk, van maximaal het formaat A4, </al></li><li nr=""><al>anders dan bedoeld in rubriek 10.2, per bladzijde </al></li><li nr=""><al> * A4 enkelzijdig € 0,06</al></li><li nr=""><al> * A4 dubbelzijdig € 0,12</al></li><li nr=""><al> * A3 enkelzijdig € 0,12</al></li><li nr=""><al>* A3 dubbelzijdig € 0,18</al></li><li nr=""><al> * A2 formaat € 4,42</al></li><li nr=""><al>* A1 formaat € 5,65</al></li><li nr=""><al>* A0 formaat € 6,19</al><al/><al/></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 2 Bestuursstukken</tussenkop><lijst><li nr="2."><al>Raadsstukken</al><lijst><li nr="a."><al>Voor een abonnement op de stukken van de</al><al> raad (exclusief de begrotingsstukken) per jaar € 26,65</al></li><li nr="b."><al>Voor een abonnement op agenda's en verslagen der</al><al> vaste raadscommissies van advies en bijstand per jaar €
                                    33,38</al></li><li nr="c."><al>Voor losse exemplaren van de onder letter a</al><al> bedoelde stukken: per bladzijde € 0,05</al><al>met een minimum van € 0,13</al><al/></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 3 Burgerlijke stand </tussenkop><lijst><li nr="3.1"><al><cursief>Nasporingen en inlichtingen burgerlijke stand</cursief></al><al> Voor het doen van een opzoeking of nasporing in de </al><al>registers van de burgerlijke stand, lopende over het </al><al> tijdperk na de invoering van de burgerlijke stand en </al><al> berustend in het archief van de burgerlijke stand, </al><al> zonder dat van het resultaat een authentiek uittreksel </al><al> uit de registers of een bewijs van inschrijving wordt </al><al> verlangd ongeacht of de bemoeiingen al dan niet tot </al><al> het gewenste doel leiden, per eenheid van 15 minuten </al><al> (afgerond naar boven) € 30,95</al></li><li nr="3.2"><al><cursief>Huwelijksvoltrekking/Partnerschapsregistratie </cursief></al><al> Voor het in behandeling nemen van een huwelijksaanvraag </al><al> of partnerschapsregistratie, waarbij het huwelijk of </al><al> partnerschapsregistratie wordt gesloten op werkdagen </al><al> tussen 08.45 uur en 18.00 uur:</al><lijst><li nr="a."><al>in de Oranjezaal € 432,40</al></li><li nr="b."><al>in de Willem II-zaal € 366,40</al></li><li nr="c."><al>in de Anna Paulowna-zaal € 334,20</al></li><li nr="d."><al>in de trouwzaal Udenhout, raadszaal € 450,15</al></li><li nr="e."><al>in de trouwzaal Udenhout, B&amp;W-kamer € 331,30</al></li><li nr="f."><al>in één van de aangewezen externe huwelijkslocaties € 366,40</al><al/><al>Indien de huwelijksvoltrekking of partnerschaps-</al><al>registratie plaatsvindt op werkdagen voor 8.45 uur </al><al>ofwel ná 18.00 uur, dan wel op een zaterdag tussen </al><al>08.45 uur en 18.00 uur, is voor het onder a t/m e bepaalde</al><al>recht een opslag verschuldigd van € 55,90</al><al> Voor het voltrekken van een huwelijk of </al><al> partnerschapsregistratie buiten het gemeentehuis, in </al><al> het geval bedoeld in artikel 64 van het Burgerlijk </al><al> Wetboek, indien niet is gebleken van het onvermogen </al><al> van partijen € 204,05</al></li><li nr=""><al> Voor het in behandeling nemen van een administratief</al><al> huwelijk € 65,00 </al></li></lijst></li><li nr="3.3"><al><cursief>Trouwboekje </cursief></al><al>Voor een trouwboekje uitgevoerd in leer met opdruk € 16,95</al><al> Voor een trouwboekje uitgevoerd in linnen met opdruk € 16,00</al><al> Voor een trouwboekje uitgevoerd in kunststof met opdruk € 6,25</al></li><li nr="3.4"><al><cursief>Afschrift van/uittreksel uit akte van de Burgerlijke
                                stand.</cursief></al><al> Voor het verstrekken van een afschrift van of een </al><al> uittreksel uit een akte uit de registers van de </al><al> burgerlijke stand € 11,30</al></li><li nr="3.5"><al><cursief>Verklaring van huwelijksbevoegdheid</cursief></al><al> Nederlanders die in het buitenland een huwelijk willen </al><al> aangaan, moeten in een aantal gevallen een verklaring </al><al> van huwelijksbevoegdheid overleggen. Dit is een </al><al> verklaring, waaruit blijkt dat er naar Nederlands recht </al><al> geen beletselen bestaan tegen het voorgenomen </al><al> huwelijk. Deze verklaring wordt afgegeven door de </al><al> ambtenaar van de burgerlijke stand van de (laatste) </al><al>woonplaats in Nederland. € 20,40</al><al/></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Gemeentelijke BasisAdministratie
                    persoonsgegevens</tussenkop><lijst><li nr="4.1"><al><cursief>Nasporingen bevolkingsregister</cursief></al><al> Voor het verstrekken van inlichtingen, betreffende niet</al><al> met namen en adressen aangeduide personen, </al><al> ten behoeve waarvan één of meer kaartenverzamelingen </al><al> of registers, behorende tot de bevolkingsadministratie, </al><al> niet berustende in de archiefbewaarplaatsen, bedoeld </al><al> in de Archiefwet 1995, geheel of gedeeltelijk moet </al><al> worden doorlopen, dat voor het verzamelen der gegevens, </al><al> de verstrekking ervan daaronder begrepen, nodig is, per </al><al> eenheid van 15 minuten (afgerond naar boven) € 30,95</al></li><li nr="4.2"><al><cursief>Voor het verstrekken van een inlichting aan een derde
                            </cursief></al><al><cursief> als genoemd in het Privacyreglement voor de </cursief></al><al><cursief> Gemeentelijke Basisregistratie personen </cursief></al><al><cursief> (B&amp;W-besluit 2 juli 2002, A18):</cursief>€
                            8,25</al></li><li nr="4.3"><al><cursief>Inzagerecht en protocollering GBA</cursief></al><al> Voor het in behandeling nemen van een aanvraag </al><al> tot het verkrijgen van een bericht als bedoeld in de </al><al> artikelen 79 en 103 van de wet GBA € 4,50</al></li><li nr="4.4"><al><cursief>Documentatie omtrent bevolking </cursief></al><al> Voor het ad hoc verstrekken uit de Gemeentelijke </al><al> Basisregistratie personen van andere inlichtingen dan bedoeld </al><al>onder 4.2, per eenheid van 15 minuten (afgerond naar boven) € 30,95</al><al/></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 5 Reisdocumenten</tussenkop><lijst><li nr="5.1"><al><cursief>Nationale paspoorten en Nederlandse
                                Identiteitskaarten</cursief></al><al> Voor het in behandeling nemen van een aanvraag:</al><lijst><li nr="a."><al>tot het afgeven van een nationaal paspoort € 50,90</al></li><li nr="b."><al>tot het afgeven van een faciliteitenpaspoort € 50,90</al></li><li nr="c."><al>tot het afgeven van een nationaal paspoort, een</al><al> groter aantal bladzijden bevattend dan een paspoort </al><al> als bedoeld onder a € 56,90</al></li><li nr="d."><al>tot het afgeven van een Nederlandse identiteitskaart:</al><al> t/m 13 jaar € 8,95</al><al> vanaf 14 jaar € 42,85 </al></li><li nr="e."><al>tot het afgeven van een reisdocument voor </al><al> vreemdelingen € 50,90</al></li><li nr="f."><al>tot het afgeven van een reisdocument voor </al><al> vluchtelingen € 50,90</al></li><li nr="g."><al>tot het bijschrijven van een kind in een </al><al> reisdocument als bedoeld in dit artikel sub a, </al><al> sub b, sub c, sub e en sub f direct bij de </al><al> aanvraag van dit nieuwe reisdocument € 8,95</al></li><li nr="h."><al>tot het bijschrijven van een kind middels een </al><al> bijschrijvingsticker in een reeds uitgegeven </al><al> reisdocument als bedoeld in dit artikel sub a, </al><al> sub b, sub c, sub e en sub f. € 20,90</al></li><li nr="i."><al>worden de tarieven als genoemd in dit artikel sub a, </al><al> sub b, sub, c, sub d, sub e en sub f bij een</al><al> spoedlevering vermeerderd met een bedrag van € 41,00</al></li><li nr="j."><al>wordt het tarief als genoemd in dit artikel sub i bij </al><al> een gecombineerde spoedlevering van een nieuw </al><al> reisdocument als bedoeld in dit artikel sub a, sub b, </al><al> sub c, sub e en sub f en het bijschrijven van één of </al><al> meer kinderen als bedoeld in dit artikel sub g slechts </al><al> één keer per reisdocument berekend.</al></li><li nr="k."><al>wordt het tarief als genoemd in dit artikel sub h</al><al> bij een spoedlevering vermeerderd met een </al><al> bedrag per bijschrijvingsticker van € 19,50</al></li><li nr="l."><al>tot het afgeven van een nationaal paspoort, indien</al><al> aan de aanvrager reeds eerder een nationaal paspoort </al><al> werd verstrekt, welk document bij de aanvraag niet </al><al> compleet kan worden overlegd en de aanvrager zich </al><al> niet met een geldig legitimatiebewijs kan legitimeren, </al><al>wordt de terzake verschuldigde leges verhoogd met € 24,75</al><al/></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 6 Rijbewijzen</tussenkop><lijst><li nr="6.1"><al><cursief>Wegenverkeersregeling</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag</al><al> tot eerste afgifte, vervanging of vernieuwing van </al><al> een rijbewijs € 46,30 </al></li><li nr="b."><al>Voor het in behandeling nemen van en het</al><al> bemiddelen in een aanvraag voor de omwisseling </al><al> van een buitenlands, militair of linnen rijbewijs, </al><al> af te geven door de Rijksdienst voor het Wegverkeer € 71,10 </al><al> De kosten voor het rijbewijs zijn overigens inbegrepen </al><al> en worden met voornoemde instantie verrekend. </al></li><li nr="c."><al>Voor het afgeven of vernieuwen van een rijbewijs, </al><al> waarbij de aanvrager reeds eerder een rijbewijs </al><al> werd verstrekt, welk document bij de aanvraag </al><al> niet compleet kan worden overgelegd en de </al><al> aanvrager zich niet met een geldig legitimatiebewijs </al><al> kan legitimeren, wordt de ter zake verschuldigde </al><al> leges verhoogd met € 24,75</al></li><li nr="d."><al>De tarieven als genoemd onder sub a en b worden bij</al><al> een spoedlevering vermeerderd met een bedrag van € 33,25</al></li><li nr="e."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag</al><al> tot het verkrijgen van gegevens uit het Centraal </al><al> Register Rijbewijzen of elke andere vergunning </al><al> of ontheffing verleend op grond van de </al><al> Wegenverkeerswet, het Wegenverkeersreglement </al><al> of een daarop steunende regeling € 8,25</al></li><li nr="f."><al>Voor elke andere vergunning of ontheffing verleend</al><al>op grond van de Wegenverkeerswet, het</al><al>Wegenverkeersreglement of een daarop steunende regeling,
                                    uitgezonderd het gestelde in artikel 15.2, </al><al>dan wel voor een wijziging van een dergelijke </al><al>vergunning of ontheffing € 8,05</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="6.2"><al><cursief>Eigen verklaring</cursief></al><al>Voor het in behandeling nemen van een eigen verklaring/</al><al>het verstrekken van een eigen verklaring ter verkrijging </al><al>van een geneeskundige verklaring bij het Centraal Bureau
                            Rijvaardigheidsbewijzen voor de eerste afgifte, </al><al>dan wel vernieuwing of omwisseling van een rijbewijs € 20,45</al><al/></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 7 Overige Burgerzaken</tussenkop><lijst><li nr="7.1"><al><cursief>Naturalisatie</cursief></al><al> Voor het in behandeling nemen van een verzoek tot</al><al>verkrijging van de Nederlandse nationaliteit</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="-"><al>enkelvoudig verzoek laag tarief € 252,00</al></li><li nr="-"><al>meervoudig verzoek laag tarief € 355,00</al></li><li nr="-"><al>enkelvoudig verzoek hoog tarief € 380,00</al></li><li nr="-"><al>meervoudig verzoek hoog tarief € 482,00</al></li><li nr="-"><al>enkelvoudig optieverzoek € 144,00</al></li><li nr="-"><al>gemeenschappelijk optieverzoek € 246,00</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="7.2"><al><cursief>Legalisatie</cursief></al><al> Voor de legalisatie van een handtekening/diploma € 8,25</al></li><li nr="7.3"><al><cursief>Verklaringen in het bijzonder belang van de
                                aanvragers</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>Voor een akte van eedsaflegging € 8,25</al></li><li nr="b."><al>Voor een attestatie de vita € 8,25</al></li><li nr="c."><al>Voor een verklaring omtrent het gedrag € 30,05</al></li><li nr="d."><al>Voor verklaringen van woonplaats inzake naturalisatie €
                                    8,25</al></li><li nr="e."><al>Voor een verklaring van Nederlanderschap € 8,25</al></li><li nr="f."><al>Voor verklaringen, certificaten en dergelijke -</al><al> zonder onderscheid - die in het bijzonder belang </al><al> van de personen, die de stukken vragen, worden </al><al> afgegeven, en voor zover niet uitdrukkelijk elders </al><al> in deze verordening een hoger of lager recht is </al><al> genoemd, per stuk € 8,25</al></li></lijst></li><li nr="7.4"><al><cursief>Wet Bescherming Persoonsgegevens</cursief></al><al> Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot </al><al> het verkrijgen van een bericht als bedoeld in de artikelen </al><al> 35 en 39 van de Wet Bescherming Persoonsgegevens € 4,50</al></li></lijst><lijst><li nr="7.5"><al><cursief>Lijkbezorging</cursief></al><al> Voor een verlof tot het doen opgraven en het doen </al><al>overplaatsen van een lijk € 18,60</al><al/></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 8 Bouwvergunningen </tussenkop><tussenkop>8.1 </tussenkop><tussenkop>a. Bouwkosten en aanlegkosten</tussenkop><al>Onder bouwkosten en aanlegkosten wordt in deze rubriek verstaan de aannemingssom
                    (exclusief omzetbelasting) als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid van de
                    Uniforme administratieve voorwaarden voor uitvoering van werken 1989 (UAV 1989),
                    voor het uit te voeren werk, of, voor zover deze ontbreekt, een raming van de
                    bouwkosten (exclusief omzetbelasting) als bedoeld in het normblad NEN 2631,
                    uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd.
                    Indien het bouwen of aanleggen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid
                    geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten en aanlegkosten verstaan: de
                    prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor
                    het tot stand brengen van het (bouw)werk waarop deze aanvraag betrekking heeft.
                    De hoogte van de opgegeven bouwkosten en/of aanlegkosten zullen worden
                    gecontroleerd aan de hand van de meest recente uitgave "Taxatieboekjes
                    Bouwkosten" zoals die worden uitgegeven door Reed Business. Deze uitgave is
                    kosteloos in te zien bij de dienst Publiekszaken.</al><tussenkop>b. Sloopkosten</tussenkop><al>Onder sloopkosten wordt in deze rubriek verstaan de aannemingssom (exclusief
                    omzetbelasting) als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid van de Uniforme
                    administratieve voorwaarden voor uitvoering van werken 1989 (UAV 1989), voor het
                    uit te voeren werk, of, voor zover deze ontbreekt, een raming van de sloopkosten
                    (exclusief omzetbelasting). Indien het slopen door zelfwerkzaamheid geschiedt
                    wordt in deze titel onder sloopkosten verstaan: de prijs die aan een derde in
                    het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van
                    het sloopwerk waarop deze aanvraag betrekking heeft.</al><tussenkop>8.2 Bouwvergunningen </tussenkop><al>Bij een aanvraag van een bouwvergunning dient een gespecificeerde,
                    controleerbare opgave verstrekt te worden van de bouwkosten. Het tarief voor het
                    in behandeling nemen van een bouwaanvraag bedraagt nimmer meer dan €
                    500.000,00.</al><lijst><li nr="1."><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van</al><al>een aanvraag tot het verkrijgen van een lichte bouwvergunning als
                            bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel p, van de Woningwet, indien
                            de bouwkosten:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>minder bedragen dan € 50.000,00: 1,99% over elk heel bedrag van
                                    € 50,00 met een minimum van € 100,00;</al></li><li nr="b."><al>€ 50.000,00 bedragen of meer:</al><al>€ 995,00 vermeerderd met 1,76% over elk heel bedrag van € 500,00
                                    boven € 50.000,00.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                            het verkrijgen van een reguliere bouwvergunning als bedoeld in artikel
                            1, eerste lid, onderdeel o, van de Woningwet, indien de bouwkosten:</al><lijst><li nr="a."><al>minder bedragen dan € 50.000,00: 2,44% over elk heel bedrag van
                                    € 50,00 met een minimum van €125,00;</al></li><li nr="b."><al>€ 50.000,00 bedragen of meer, doch minder dan € 4.500.000,00: €
                                    1.220,00 vermeerderd met 2,30% over elk heel bedrag van €500,00
                                    boven € 50.000,00;</al></li><li nr="c."><al>€ 4.500.000,00 of meer bedragen:</al><al>€ 103.570,00 vermeerderd met 1,73% over elk heel bedrag van €
                                    500,00 boven € 4.500.000,00.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling van een aanvraag tot het
                            verkrijgen van een bouwvergunning eerste fase, als bedoeld in artikel
                            56a, tweede lid, van de Woningwet, indien de bouwkosten:</al><lijst><li nr="a."><al>minder bedragen dan € 50.000,00:</al><al> 0,80% over elk heel bedrag van € 50,00 met een minimum van
                                    €75,00;</al></li><li nr="b."><al>€ 50.000,00 bedragen of meer, doch minder dan € 4.500.000,00: </al><al>€ 400,00 vermeerderd met 0,77% over elk heel bedrag van € 500,00
                                    boven € 50.000,00;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="c."><al>€ 4.500.000,00 of meer bedragen:</al><al>€ 34.665,00 vermeerderd met 0,59% over elk heel bedrag van
                                    €500,00 boven € 4.500.000,00.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                            het verkrijgen van een gewijzigde bouwvergunning eerste fase, als
                            bedoeld in artikel 56a, achtste lid, van de Woningwet: een bedrag naar
                            het tarief en berekend op de wijze als in 8.2.3 bepaald en verminderd
                            met de voor de primaire bouwvergunning eerste fase berekende leges, met
                            dien verstande dat in elk geval € 75,00 is verschuldigd en dat geen
                            restitutie van de voor de primaire bouwvergunning eerste fase betaalde
                            leges plaatsvindt.</al></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                            het verkrijgen van een bouwvergunning tweede fase, als bedoeld in
                            artikel 56a, derde lid, van de Woningwet, indien de bouwkosten:</al><lijst><li nr="a."><al>minder bedragen dan € 50.000,00:</al><al> 1,89% over elk heel bedrag van € 50,- met een minimum van
                                    €75,00;</al></li><li nr="b."><al>€ 50.000,00 bedragen of meer, doch minder dan €
                                    4.500.000,00:</al><al>€ 945,00 vermeerderd met 1,08 % over elk heel bedrag van €
                                    500,00 boven € 50.000,00;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="c."><al>€ 4.500.000,00 of meer bedragen: € 81.045,00 vermeerderd met
                                    1,35% over elk heel bedrag van</al><al> € 500,00 boven € 4.500.000,00.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het
                            verkrijgen van een bouwvergunning voor de bouw van tijdelijke bouwwerken
                            waarbij het hanteren van een gangbare bouwsom niet mogelijk is, zoals
                            bij het plaatsen van prefab-units, tenten of iets dergelijks, bedraagt €
                            58,00 per 10 m² vloeroppervlakte, afgerond op een veelvoud van 10 m²,
                            met dien verstande dat minimaal € 125,00 betaald moet worden.</al></li><li nr="7."><al>Voor het verlenen van een gedoogbeschikking ten aanzien van het bouwen
                            van een bouwwerk, dat zonder de vereiste bouwvergunning is opgericht en
                            waarvoor niet alsnog bouwvergunning kan worden verkregen, worden leges
                            geheven volgens het tarief als vermeld in 8.2 lid 1, sub a en b.</al></li><li nr="8."><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                            het overschrijven van een verleende bouwvergunning als bedoeld in
                            artikel 10.3 van de bouwverordening € 58,00.</al></li></lijst><lijst><li nr="9."><lijst><li nr="a."><al>Indien ten behoeve van een schetsplan, een principeverzoek of
                                    bouwplan advies wordt gevraagd, bedraagt het tarief € 92,00.
                                </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al>Indien binnen 26 weken, na verzending van het onder lid a
                                    bedoelde advies, een aanvraag om een bouwvergunning wordt
                                    ingediend, welke overeenkomstig het afgegeven advies is, wordt
                                    het onder lid a bedoelde tarief in mindering gebracht op de
                                    verschuldigde leges voor het in behandeling nemen van de
                                    aanvraag om bouwvergunning. In het geval dat de bouwvergunning
                                    wordt aangevraagd in twee fasen, zal het bedrag in mindering
                                    worden gebracht op het tarief dat betrekking heeft op de
                                    aanvraag bouwvergunning eerste fase.</al></li><li nr="10."><al>Indien ten behoeve van een schetsplan, een principeverzoek of
                                    bouwplan advies wordt gevraagd aan de Agrarische Adviescommissie
                                    Bouwaanvragen (AAB) worden de overeenkomstig de hiervoor
                                    vermelde artikelen (8.2 lid 1 tot en met 8.2 lid 9) berekende
                                    bedragen verhoogd met een bedrag van</al><al> € 595,00. </al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>8.3 Verhogingen in geval van aanvragen om een bouwvergunning die tevens
                    gelden als een verzoek om vrijstelling of ontheffing van een bestemmingsplan of
                    projectbesluit </tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Verhoging ingeval van een vrijstelling of projectbesluit waarbij sprake
                            is van samenloop met een aanvraag om een bouwvergunning</al><al>Indien de aanvraag betrekking heeft op een bouwplan waarvoor:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="I."><al>een vergunning moet worden verleend met toepassing van artikel
                                    19, eerste, tweede en/of vierde lid van de Wet op de ruimtelijke
                                    ordening of artikel 50, vijfde lid, van de Woningwet (zoals die
                                    luidde tot 1 juli 2008), of</al></li><li nr="II."><al>een (project)besluit wordt genomen als bedoeld in artikel 3.10
                                    of 3.40 Wet ruimtelijke ordening wordt het overeenkomstig
                                    artikel 8.2 berekende bedrag verhoogd met een basisbedrag van €
                                    3.529,40. Dit bedrag wordt vermeerderd met de som van de onder
                                    a, b en/of c aangegeven bedragen, berekend per onderdeel van de
                                    aanvraag:</al><lijst><li nr="a."><al>Zelfstandige woningen. Voor alle zelfstandige woningen
                                            in de aanvraag wordt het basisbedrag verhoogd met €
                                            602,30 per woning voor de eerste 50 woningen. Indien de
                                            aanvraag betrekking heeft op meer dan 50 woningen wordt
                                            het bedrag voor de eerste 50 woningen met € 602,30
                                            verhoogd en voor de resterende woningen met € 399,20 per
                                            woning.</al></li><li nr="b."><al>Niet zelfstandige woningen en gebouwen en bouwwerken met
                                            een andere functie dan wonen. Voor alle gebouwen en
                                            bouwwerken met een andere functie dan wonen in de
                                            aanvraag wonen wordt het basisbedrag verhoogd met € 6,00
                                            per m2 Bruto Vloer Oppervlak voor de eerste 5.000 m²
                                            Bruto Vloer Oppervlak. Indien de aanvraag betrekking
                                            heeft op meer dan 5.000 m2 Bruto Vloer Oppervlak wordt
                                            het bedrag voor de eerste 5.000 m2 Bruto Vloer Oppervlak
                                            met € 6,00 per m2 verhoogd en voor de resterende m2 met
                                            € 3,95 per m2 Bruto Vloer Oppervlak.</al></li><li nr="c."><al>Onbebouwde percelen. Indien de aanvraag geheel of
                                            gedeeltelijk betrekking heeft op onbebouwde percelen
                                            (daaronder wordt alles verstaan dat niet onder de noemer
                                            bouwwerk of gebouw valt) dan wordt het basisbedrag
                                            verhoogd met een basisbedrag van € 3.178,15 voor de
                                            eerste 5.000 m2 terreinoppervlak. Indien de aanvraag
                                            betrekking heeft op meer dan 5.000 m2 terreinoppervlak
                                            wordt dit basisbedrag verhoogd voor de extra m2 met een
                                            bedrag van € 700,35 voor elke extra hectare
                                            terreinoppervlak.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>Lid 1 blijft buiten toepassing indien de kosten bedoeld in artikel 6.2.4
                            sub h Besluit ruimtelijke ordening zijn opgenomen in een door de
                            aanvrager gesloten exploitatieovereenkomst of in een bij het in het
                            tweede lid bedoelde besluit vastgesteld exploitatieplan.</al></li><li nr="3."><al>Verhoging in geval van een binnenplanse, buitenplanse of tijdelijke
                            ontheffing, waarbij sprake is van samenloop met een bouwvergunning.</al><al> Indien een aanvraagbetrekking heeft op een bouwplan waarvoor een
                            ontheffing moet worden verleend met toepassing van artikel 3.6, eerste
                            lid, sub c, met uitzondering van de 10% afwijkingsbevoegdheid, artikel
                            3.23 en artikel 3.22 Wet Ruimtelijke Ordening worden de volgens 8.2
                            berekende leges verhoogd met 0,3% te berekenen over de vastgestelde
                            bouwkosten, met een minimum van € 100,00</al></li></lijst><tussenkop>8.4 Tarief in geval van een projectbesluit waarbij geen sprake is van
                    samenloop met een aanvraag om een bouwvergunning </tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een
                            aanvraag tot het verkrijgen van een projectbesluit als bedoeld in
                            artikel 3.10 en/of 3.40 Wet ruimtelijke ordening, waarbij geen sprake is
                            van een aanvraag om een bouwvergunning als bedoeld in artikel 8.2: €
                            3.529,40. Dit bedrag wordt vermeerderd met de som van de onder a, b
                            en/of c aangegeven bedragen, berekend per onderdeel van de
                            aanvraag:</al><lijst><li nr="a."><al>Zelfstandige woningen. Voor alle zelfstandige woningen in de
                                    aanvraag wordt het basisbedrag verhoogd met € 602,30 per woning
                                    voor de eerste 50 woningen. Indien de aanvraag betrekking heeft
                                    op meer dan 50 woningen wordt het bedrag voor de eerste 50
                                    woningen met € 602,30 verhoogd en voor de resterende woningen
                                    met € 399,20 per woning.</al></li><li nr="b."><al>Niet zelfstandige woningen en gebouwen en bouwwerken met een
                                    andere functie dan wonen. Voor alle gebouwen en bouwwerken met
                                    een andere functie dan wonen in de aanvraag wordt het
                                    basisbedrag verhoogd met € 6,00 per m2 Bruto Vloer Oppervlak
                                    voor de eerste 5.000 m2 Bruto Vloer Oppervlak. Indien de
                                    aanvraag betrekking heeft op meer dan 5.000 m2 Bruto Vloer
                                    Oppervlak wordt het bedrag voor de eerste 5.000 m2 Bruto Vloer
                                    Oppervlak met € 6,00 per m2 verhoogd en voor de resterende m2
                                    met € 3,95 per m2 Bruto Vloer Oppervlak.</al></li><li nr="c."><al>Onbebouwde percelen. Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk
                                    betrekking heeft op onbebouwde percelen (daaronder wordt alles
                                    verstaan dat niet onder de noemer bouwwerk of gebouw valt) dan
                                    wordt het basisbedrag verhoogd met een basisbedrag van €
                                    3.178,15 voor de eerste 5.000 m2 terreinoppervlak. Indien de
                                    aanvraag betrekking heeft op meer dan 5.000 m2 terreinoppervlak
                                    dan wordt dit bedrag nog eens verhoogd met een bedrag van €
                                    700,35 voor elke hectare extra terreinoppervlak.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Lid 1 blijft buiten toepassing indien de kosten bedoeld in artikel 6.2.4
                            sub h Besluit ruimtelijke ordening zijn opgenomen in een door de
                            aanvrager gesloten exploitatieovereenkomst of in een bij het in het
                            tweede lid bedoelde besluit vastgesteld exploitatieplan.</al></li></lijst><tussenkop>8.5 Tarief ingeval van een verzoek tot uitwerking/wijziging van het
                    bestemmingsplan </tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                            het wijzigen en/of uitwerken van een ingevolge artikel 11 van de Wet op
                            de Ruimtelijke Ordening of artikel 3.6 lid 1 onder a en b van de Wet
                            ruimtelijke ordening aangewezen deel van een bestemmingsplan, al dan
                            niet in combinatie met een aanvraag om een bouwvergunning, als
                            volgt:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 3.529,40 verhoogd met € 1,05 per m2 bestemmingsoppervlak met
                                    bebouwingsmogelijkheden (derhalve niet zijnde verkeers- en
                                    groenbestemmingen);</al></li><li nr="b."><al>In de overige gevallen: € 628,20.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Lid 1 blijft buiten toepassing indien de kosten bedoeld in artikel 6.2.4
                            sub h Besluit ruimtelijke ordening zijn opgenomen in een door de
                            aanvrager gesloten exploitatieovereenkomst of in een bij het in het
                            eerste lid bedoelde plan vastgesteld exploitatieplan.</al></li></lijst><tussenkop>8.6 Tarief in geval van een verzoek om herziening van een bestemmingsplan </tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het tarief ter zake het gevolg geven aan het verzoek om een
                            bestemmingsplan op te stellen, al dan niet in combinatie met een
                            aanvraag om bouwvergunning, en waarbij sprake is van een individueel
                            belang bedraagt € 3.529,40. Dit bedrag wordt vermeerderd met de som van
                            de onder a, b en/of c aangegeven bedragen, berekend per onderdeel van de
                            aanvraag:</al><lijst><li nr="a."><al>Zelfstandige woningen. Voor alle zelfstandige woningen in de
                                    aanvraag wordt het basisbedrag verhoogd met € 602,30 per woning
                                    voor de eerste 50 woningen. Indien de aanvraag betrekking heeft
                                    op meer dan 50 woningen wordt het bedrag voor de eerste 50
                                    woningen met € 602,30 verhoogd en voor de resterende woningen
                                    met € 399,20 per woning.</al></li><li nr="b."><al>Niet zelfstandige woningen en gebouwen en bouwwerken met een
                                    andere functie dan wonen. Voor alle gebouwen en bouwwerken met
                                    een andere functie dan wonen in de aanvraag wordt het
                                    basisbedrag verhoogd met € 6,00 per m2 Bruto Vloer Oppervlak
                                    voor de eerste 5.000 m2 Bruto Vloer Oppervlak. Indien de
                                    aanvraag betrekking heeft op meer dan 5.000 m2 Bruto Vloer
                                    Oppervlak wordt het bedrag voor de eerste 5.000 m2 Bruto Vloer
                                    Oppervlak met € 6,00 per m2 verhoogd en voor de resterende m2
                                    met € 3,95 per m2 Bruto Vloer Oppervlak.</al></li><li nr="c."><al>Onbebouwde percelen. Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk
                                    betrekking heeft op onbebouwde percelen (daaronder wordt alles
                                    verstaan dat niet onder de noemer bouwwerk of gebouw valt) dan
                                    wordt het basisbedrag verhoogd met een basisbedrag van €
                                    3.178,15 voor de eerste 5.000 m2 terreinoppervlak. Indien de
                                    aanvraag betrekking heeft op meer dan 5.000 m2 terreinoppervlak
                                    dan wordt dit bedrag nog eens verhoogd met een bedrag van €
                                    700,35 voor elke hectare extra terreinoppervlak.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Onder een verzoek als bedoeld in lid 1 moet mede worden verstaan een
                            verzoek tot het nemen van een projectbesluit als bedoeld in artikel 8.3
                            en 8.4, indien de gemeente meewerkt aan de aanvraag door middel van een
                            herziening van het bestemmingsplan en er sprake is van gecoördineerde
                            behandeling in de zin van artikel 3.30, 3.33 of 3.35 Wet ruimtelijke
                            ordening. In dit geval zijn de artikelen 8.3 en 8.4 niet van
                            toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Lid 1 blijft buiten toepassing indien de kosten bedoeld in artikel 6.2.4
                            sub h Besluit ruimtelijke ordening zijn opgenomen in een door de
                            aanvrager gesloten exploitatieovereenkomst of in een bij het in het
                            eerste lid bedoelde plan vastgesteld exploitatieplan.</al></li></lijst><tussenkop>8.7 Teruggaaf</tussenkop><al>Er wordt nimmer teruggaaf verleend van de verhoging als bedoeld in artikel
                    8.2.10 van deze verordening.</al><lijst><li nr="1."><al>Indien de aanvraag om bouwvergunning wegens onvolledigheid niet in
                            behandeling wordt genomen, wordt teruggaaf van de leges verleend, met
                            dien verstande dat er in alle gevallen voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een lichte bouwvergunning een minimumbedrag van € 100,00;</al></li><li nr="b."><al>een reguliere bouwvergunning een minimumbedrag van €
                                    125,00;</al></li><li nr="c."><al>een bouwvergunning eerste fase een minimumbedrag van €
                                    75,00;</al></li><li nr="d."><al>een bouwvergunning tweede fase een minimumbedrag van €
                                    75,00;</al><al>aan te betalen casu quo betaalde leges overblijft.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Indien een aanvraag tot het verkrijgen van een bouwvergunning eerste
                            fase op initiatief van de aanvrager wordt ingetrokken voordat de
                            vergunning is verleend, wordt teruggaaf van 50% van de geheven leges
                            verleend, met dien verstande dat er in alle gevallen een minimumbedrag
                            van € 75,00 overblijft.</al></li><li nr="3."><al>Indien een aanvraag tot het verkrijgen van:</al><lijst><li nr="-"><al>een lichte bouwvergunning,</al></li><li nr="-"><al>een reguliere bouwvergunning,</al><al>dan wel een bouwvergunning tweede fase,</al><al>wordt ingetrokken voordat de vergunning is verleend, wordt
                                    teruggaaf van 75% van de geheven leges verleend, met dien
                                    verstande dat er in alle gevallen voor:</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>een lichte bouwvergunning een minimumbedrag van € 100,00;</al></li><li nr="b."><al>een reguliere bouwvergunning een minimumbedrag van €
                                    125,00;</al></li><li nr="c."><al>een bouwvergunning tweede fase een minimumbedrag van € 75,00
                                    aan</al><al> te betalen casu quo betaalde leges overblijft.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien een aanvraag om bouwvergunning wordt ingetrokken, op initiatief
                            van de gemeente, omdat ze niet binnen de daarvoor gestelde termijn tot
                            een vergunning zou hebben kunnen leiden door omstandigheden die de
                            gemeente - door bijvoorbeeld verkeerde of te late advisering -
                            aangerekend kunnen worden, en binnen drie maanden na de intrekking een
                            nieuwe aanvraag wordt ingediend voor nagenoeg hetzelfde bouwplan, dan
                            wordt teruggaaf van 100% van de leges voor de eerste aanvraag
                            verleend.</al></li></lijst><lijst><li nr="5a."><al>Indien de gevraagde lichte bouwvergunning, reguliere bouwvergunning of
                            bouwvergunning tweede fase is geweigerd, wordt teruggaaf van 50% van de
                            geheven leges verleend, met dien verstande dat er in alle gevallen
                            voor:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>een lichte bouwvergunning een minimumbedrag van €
                                            100,00;</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al> een reguliere bouwvergunning een minimumbedrag van €
                                            125,00;</al></li><li nr="c."><al>een bouwvergunning tweede fase een minimumbedrag van €
                                            75,00 aan</al><al> te betalen casu quo betaalde leges overblijft.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="5b."><al>Indien de gevraagde bouwvergunning eerste fase is geweigerd, wordt geen
                            teruggaaf van de geheven leges verleend.</al></li><li nr="6."><al>Indien van een verleende vergunning geen gebruik wordt gemaakt en binnen
                            een jaar na de verlening van de vergunning door de vergunninghouder
                            schriftelijk verzocht wordt om de vergunning in te trekken, wordt
                            teruggaaf van 25% van de geheven leges verleend, met dien verstande dat
                            er in alle gevallen voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een lichte bouwvergunning een minimumbedrag van € 100,00;</al></li><li nr="b."><al>een reguliere bouwvergunning een minimumbedrag van €
                                    125,00;</al></li><li nr="c."><al>een bouwvergunning eerste fase een minimumbedrag van €
                                    75,00;</al></li><li nr="d."><al>een bouwvergunning tweede fase een minimumbedrag van € 75,00 aan
                                    te betalen casu quo betaalde leges overblijft.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Indien een aanvraag tot het verkrijgen van een bouwvergunning betrekking
                            heeft op het bouwen in afwijking van een eerder ingediend bouwplan,
                            waarvoor reeds een vergunning is verleend, maar waarvan nog geen gebruik
                            is gemaakt, zijn, indien de bouwkosten van het gewijzigde bouwplan hoger
                            zijn dan die van de oorspronkelijke aanvraag, leges verschuldigd over
                            het verschil van de bouwkosten door toepassing van het tarief als
                            vermeld in 8.2, met dien verstande dat voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een lichte bouwvergunning een minimumbedrag van € 100,00;</al></li><li nr="b."><al>een reguliere bouwvergunning een minimumbedrag van €
                                    125,00;</al></li><li nr="c."><al>een bouwvergunning eerste fase een minimumbedrag van €
                                    75,00;</al></li><li nr="d."><al>een bouwvergunning tweede fase een minimumbedrag van € 75,00
                                    extra</al><al> betaald moet worden.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><al>Het vorenstaande is niet van toepassing, indien de afwijking zodanig is
                            dat, naar de omstandigheden beoordeeld, van een nieuw bouwplan sprake
                            is. Indien de bouwkosten van het gewijzigde bouwplan lager zijn dan die
                            van de oorspronkelijke aanvraag zal geen teruggaaf plaatsvinden over het
                            verschil.</al></li></lijst><lijst><li nr="8."><al>Indien, nadat een aanvraag om een bouwvergunning in behandeling is
                            genomen, blijkt dat de aanvraag betrekking heeft op een vergunningvrij
                            bouwwerk als bedoeld in artikel 43 van de Woningwet, zullen er geen
                            leges worden geheven, dan wel zal 100% teruggaaf plaatsvinden van de
                            reeds geheven leges.</al></li><li nr="9a."><al>Indien de aanvraag betrekking heeft op een verzoek waarvoor een
                            bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening is
                            opgesteld en op grond van artikel 8.6 van deze legesverordening de leges
                            zijn verhoogd en de procedure wordt stopgezet door omstandigheden die de
                            gemeente aangerekend kunnen worden, wordt teruggaaf van 100% van
                            genoemde verhoging verleend.</al></li><li nr="9b."><al>Indien de aanvraag betrekking heeft op een verzoek waarvoor een
                            procedure is gestart als bedoeld in artikel 3.10 of 3.40 van de Wet
                            ruimtelijke ordening en op grond van artikel 8.3 en 8.4 van deze
                            legesverordening de leges zijn verhoogd en de procedure wordt stopgezet
                            door omstandigheden die de gemeente aangerekend kunnen worden, wordt
                            teruggaaf van 100% van genoemde verhoging verleend.</al></li></lijst><tussenkop>8.8 Sloopvergunning</tussenkop><al>Onder de term bouwwerk wordt verstaan: elke constructie van enige omvang van
                    hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij
                    direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect
                    steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.</al><lijst><li nr="1."><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                            het verkrijgen van een sloopvergunning voor het geheel of gedeeltelijk
                            slopen van één of meer bouwwerk(en), als bedoeld in artikel 8.1 van de
                            Bouwverordening, waarbij een hoeveelheid sloopafval vrijkomt van:</al><al>10 m<sup>3</sup> t/m 25 m3 € 224,15</al><al>26 m3 t/m 50m3 € 420,28</al><al>51 m3 t/m 100 m3 € 812,55 </al><al>101 m3 t/m 500 m3 € 1.569,05</al><al>Meer dan 500 m3 € 3.082,07</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Indien er sprake is van een samenloop van een aanvraag om een
                            sloopvergunning als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Bouwverordening en
                            een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder b of artikel 3.7 derde
                            lid van de Wet ruimtelijke ordening, zijn de tarieven als genoemd in het
                            eerste lid van toepassing. Bij toepassing van dit lid blijft het
                            bepaalde in de leden 3 tot en met 7 van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het
                            verkrijgen van een sloopvergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder b of
                            artikel 3.7 lid 3 van de Wet ruimtelijke ordening, waarbij een
                            hoeveelheid sloopafval vrijkomt van minder dan 10m3 bedraagt €
                            168,11.</al></li><li nr="4."><al>Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het
                            verwijderen van asbest, waarbij de hoeveelheid sloopafval minder
                            bedraagt dan 10 m3, als bedoeld in artikel 8.1.1 lid 2 van de
                            Bouwverordening, bedraagt € 224,15.</al></li><li nr="5."><al>Indien bij een aanvraag tot het verkrijgen van een sloopvergunning, als
                            bedoeld in artikel 8.1.1 van de Bouwverordening een sloopveiligheidsplan
                            moet worden ingediend, wordt het in artikel 8.6 lid 1 en lid 2 genoemde
                            bedrag verhoogd met € 56,04.</al></li><li nr="6."><al>Indien:</al><lijst><li nr="-"><al>op een sloopaanvraag afwijzend wordt beschikt;</al></li><li nr="-"><al>een sloopaanvraag wordt ingetrokken, voordat hierop een
                                    beslissing isgenomen,</al><al>wordt teruggaaf van 75% van de geheven leges verleend.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="7."><al>Indien een sloopvergunning wordt ingetrokken op verzoek van de
                            aanvrager, omdat daarvan na verlening geen gebruik wordt gemaakt, wordt
                            op verzoek, tot uiterlijk één jaar na verlening teruggaaf van 50% van de
                            geheven leges verleend.</al></li><li nr="8."><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag door
                            een woningcorporatie tot het verkrijgen van een sloopvergunning als
                            bedoeld in artikel 8.1 van de Bouwverordening en op basis van het
                            Aedes-protocol "Asbestverwijdering bij mutatie- en klachtenonderhoud
                            woningcorporaties":</al><lijst><li nr="a."><al>voor de parapluvergunning voorzien van het pandenboek €
                                    224,15</al></li><li nr="b."><al>voor de behandeling en verwerking van iedere melding op basis
                                    van de parapluvergunning en bijbehorend pandenboek € 56,04</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>8.9 Gebruiksvergunning in verband met brandveiligheid</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor
                            een vergunning voor het gebruik van een bouwwerk als bedoeld in artikel
                            2.11.1, eerste lid, van het "Besluit brandveilig gebruik
                            bouwwerken":</al><lijst><li nr="a."><al>voor een gebruiksoppervlak tot en met 200 m2 € 471,55</al></li><li nr="b."><al>voor een gebruiksoppervlak van 201 m2</al><al> tot en met 1000 m2, € 471,55</al><al> vermeerderd met een bedrag van € 98,40</al><al> per 100 m2 voor elke 100 m2 of gedeelte </al><al> daarvan boven een gebruiksoppervlak boven </al><al> de 201 m2.</al></li><li nr="c."><al>voor een gebruiksoppervlak van 1001 m2 tot</al><al> en met 5000 m2, € 1.259,05</al><al> vermeerderd met een bedrag van € 41,80</al><al> per 100 m2 voor elke 100 m2 of gedeelte </al><al> daarvan boven een gebruiksoppervlak boven </al><al> de 1001 m2.</al></li><li nr="d."><al>voor een gebruiksoppervlak groter dan € 2.930,55</al><al> 5001 m2 vermeerderd met een bedrag van € 18,10</al><al> per 100 m2 of gedeelte daarvan boven een </al><al> gebruiksoppervlak boven de 5001 m2. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor het aanpassen van een bestaande vergunning, overeenkomstig het
                            bepaalde in artikel 2.11.1, eerste lid, van het "Besluit brandveilig
                            gebruik bouwwerken", voor een bouwwerk dat gedeeltelijk wordt vernieuwd,
                            dan wel veranderd of vergroot, wordt de leges slechts berekend over het
                            gebruiksoppervlak dat wordt vernieuwd, dan wel veranderd of vergroot,
                            vermeerderd met het gebruiksoppervlak van de ruimten die direct grenzen
                            aan de beschouwde ruimte(n), met een maximum van tweemaal de
                            gebruiksoppervlak van de ruimten die worden vernieuwd, veranderd of
                            vergroot.</al></li><li nr="3."><al>Voor het aanpassen van een bestaande vergunning, overeenkomstig het
                            bepaalde in artikel 2.11.1, eerste lid, van het "Besluit brandveilig
                            gebruik bouwwerken", voor een veranderd gebruik, zonder dat er sprake is
                            van verbouwing of anderszins, wordt de leges slechts berekend over het
                            gebruiksoppervlak dat wordt vernieuwd, dan wel veranderd of vergroot,
                            vermeerderd met het gebruiksoppervlak van de ruimten die direct grenzen
                            aan de beschouwde ruimte(n), met een maximum van tweemaal de
                            gebruiksoppervlakte van de ruimten die worden vernieuwd, veranderd of
                            vergroot.</al></li><li nr="4."><al>Voor zover een vergunning, als bedoeld in artikel 2.11.1, eerste lid,
                            van het "Besluit brandveilig gebruik bouwwerken", aanpassing behoeft na
                            een verandering waarvoor overeenkomstig artikel 44 van de Woningwet
                            slechts een lichte bouwvergunning is vereist, dan wel sprake is van
                            vergunningvrij bouwen, op aanvraag van een vergunninghouder, is het
                            gestelde onder 8.7 lid 2 eveneens van toepassing.</al></li><li nr="5."><al>Indien een aanvraag voor een vergunning, overeenkomstig artikel artikel
                            2.11.1, eerste lid, van het "Besluit brandveilig gebruik bouwwerken", op
                            grond van het gestelde in artikel 2.11.3 van het "Besluit brandveilig
                            gebruik bouwwerken" niet verder in behandeling wordt genomen zal 10% van
                            de leges als bedoeld in 8.7 lid 1, 8.7 lid 2, 8.7 lid 3 en 8.7 lid 4 in
                            rekening worden gebracht met een minimum van € 125,00 en een maximum van
                            € 1.200,00.</al></li><li nr="6."><al>Indien een vergunning, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.11.1,
                            eerste lid, van het "Besluit brandveilig gebruik bouwwerken", op grond
                            van het gestelde in artikel 2.11.5 van het "Besluit brandveilig gebruik
                            bouwwerken", moet worden geweigerd, wordt teruggaaf van 50% van de
                            geheven leges als bedoeld in lid 1 tot en met lid 4 van dit artikel
                            verleend met dien verstande dat er een minimumbedrag van € 250,00 aan te
                            betalen casu quo betaalde leges overblijft.</al></li><li nr="7."><al>Voor een hernieuwde aanvraag van een vergunning, overeenkomstig het
                            bepaalde in artikel 2.11.1, eerste lid, van het "Besluit brandveilig
                            gebruik bouwwerken", voor een bouwwerk waarvan de vergunning op grond
                            van het bepaalde in artikel 2.11.6 van het "Besluit brandveilig gebruik
                            bouwwerken" is ingetrokken, wordt de leges berekend overeenkomstig het
                            bepaalde in lid 1.</al></li><li nr="8."><al>Indien binnen twee weken na het in behandeling nemen van een aanvraag
                            tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2.11.1,
                            eerste lid, van het "Besluit brandveilig gebruik bouwwerken", doch voor
                            het verlenen van een vergunning, deze aanvraag wordt ingetrokken, wordt
                            teruggaaf van 75% van de geheven leges verleend, met dien verstande dat
                            er in alle gevallen een minimumbedrag van € 125,00 aan te betalen casu
                            quo betaalde leges overblijft.</al></li><li nr="9."><al>Indien op een later tijdstip dan in lid 8 bedoeld na het in behandeling
                            nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld
                            in artikel 2.11.1, eerste lid, van het "Besluit brandveilig gebruik
                            bouwwerken", doch voor het verlenen van een vergunning, deze aanvraag
                            wordt ingetrokken, wordt teruggaaf van 50% van de geheven leges
                            verleend, met dien verstande dat er in alle gevallen een minimum-bedrag
                            van € 125,00 aan te betalen casu quo betaalde leges overblijft.</al></li><li nr="10."><al>Voor het aanpassen van een bestaande vergunning, overeenkomstig het
                            bepaalde in artikel 2.11.1, eerste lid, van het "Besluit brandveilig
                            gebruik bouwwerken" door middel van revisietekeningen en administratieve
                            handelingen, zonder dat er sprake is van een verbouwing, wordt er een
                            bedrag van € 50,00 geheven.</al></li><li nr="11."><al>Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het
                            overschrijven van een gebruiksvergunning als bedoeld in artikel 10.3 van
                            de Bouwverordening bedraagt € 50,00.</al></li></lijst><tussenkop>8.10 Aanlegvergunningen</tussenkop><al>Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot
                    het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a of 3.7,
                    derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening (aanlegvergunning) € 100,00.</al><tussenkop>8.11 Monumentenvergunning </tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Omschrijving monumentenvergunning Onder monumentenvergunning wordt in
                            deze rubriek verstaan een vergunning als bedoeld in artikel 11, lid 2
                            van de Monumentenwet 1988, een vergunning als bedoeld in artikel 37, lid
                            1 van de Monumentenwet 1988, een vergunning als bedoeld in artikel 10,
                            lid 2 van de Monumentenverordening gemeente Tilburg of een vergunning
                            als bedoeld in artikel 22, lid 2 van de Monumentenverordening gemeente
                            Tilburg.</al></li><li nr="2."><al>Bouwkosten monumentenvergunning Onder bouwkosten wordt in deze rubriek
                            verstaan de aannemingssom (exclusief omzetbelasting) als bedoeld in
                            paragraaf 1, eerste lid van de Uniforme administratieve voorwaarden voor
                            uitvoering van werken 1989 (UAV 1989), voor het uit te voeren werk, of,
                            voor zover deze ontbreekt, een raming van de bouwkosten (exclusief
                            omzetbelasting) als bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of
                            zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het
                            bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in
                            deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het
                            economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen
                            van het (bouw)werk waarop deze aanvraag betrekking heeft. De hoogte van
                            de opgegeven bouwkosten zullen worden gecontroleerd aan de hand van de
                            meest recente uitgave "Taxatieboekjes Bouwkosten" zoals die worden
                            uitgegeven door Reed Business. Deze uitgave is kosteloos in te zien bij
                            de dienst Publiekszaken.</al></li><li nr="3."><al>Tarief Monumentenvergunningen Het tarief bedraagt voor het in
                            behandeling nemen van een vergunning als bedoeld in artikel 11 en
                            artikel 37 van de Monumentenwet 1988, alsmede in artikel 10 en artikel
                            22 van de Monumentenverordening gemeente Tilburg, indien de
                            bouwkosten:</al><lijst><li nr="1."><al>minder bedragen dan € 10.000,00: € 108,45;</al></li><li nr="2."><al>liggen tussen € 10.000,00 en € 50.000,00: € 108,45 vermeerderd
                                    met 0,54% over elk bedrag boven € 10.000,00;</al></li><li nr="3."><al>liggen tussen € 50.000,00 en € 100.000,00: € 323,10 vermeerderd
                                    met 0,43% over elk bedrag boven € 50.000,00;</al></li><li nr="4."><al>liggen tussen € 100.000,00 en € 500.000,00: € 540,55 vermeerderd
                                    met 0,33% over elk bedrag boven € 100.000,00;</al></li><li nr="5."><al>liggen tussen € 500.000,00 en € 1.000.000,00: € 1.861,50
                                    vermeerderd met 0,21 % over elk bedrag boven € 500.000,00;</al></li><li nr="6."><al>meer bedragen dan € 1.000.000,00: € 2.905,10.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Teruggaaf bij monumentenvergunning</al><lijst><li nr="1."><al>Indien de aanvraag om monumentenvergunning wegens onvolledigheid
                                    niet in behandeling wordt genomen, wordt teruggaaf van de leges
                                    verleend, met dien verstande dat er in alle gevallen een
                                    minimumbedrag van € 50,00 aan te betalen casu quo betaalde leges
                                    overblijft.</al></li><li nr="2."><al>Bij intrekking van een aanvraag voor het verkrijgen van een
                                    monumentenvergunning op initiatief van de aanvrager wordt nimmer
                                    teruggaaf van de leges verleend.</al></li><li nr="3."><al>Indien een aanvraag om monumentenvergunning wordt ingetrokken op
                                    initiatief van de gemeente, omdat ze niet binnen de daarvoor
                                    gestelde termijn tot een vergunning zou hebben kunnen leiden
                                    door omstandigheden die de gemeente – door bij voorbeeld
                                    verkeerde of te late advisering – aangerekend kunnen worden, en
                                    binnen drie maanden na de intrekking een nieuwe aanvraag wordt
                                    ingediend voor nagenoeg hetzelfde plan, dan wordt teruggaaf van
                                    100% van de leges voor de eerste aanvraag verleend.</al></li><li nr="4."><al>Indien de gevraagde monumentenvergunning wordt geweigerd, wordt
                                    teruggaaf van 50% van de geheven leges verleend.</al></li><li nr="5."><al>Indien van een verleende vergunning geen gebruik wordt gemaakt
                                    en dit binnen een jaar na de verlening van de vergunning door de
                                    vergunninghouder kenbaar wordt gemaakt, wordt teruggaaf van 25%
                                    van de geheven leges verleend.</al></li><li nr="6."><al>Indien een aanvraag tot het verkrijgen van monumentenvergunning
                                    betrekking heeft op bouwen in afwijking van een eerder ingediend
                                    bouwplan waarvoor reeds een vergunning is verleend maar waarvan
                                    nog geen gebruik is gemaakt, wordt teruggaaf van 100% van de
                                    leges voor de eerste aanvraag verleend en geldt voor de nieuwe
                                    aanvraag het tarief aan leges dat verschuldigd is door
                                    toepassing van het tarief als vermeld in 8.9.3.</al><al/></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 9 Regionaal Archief Tilburg</tussenkop><al>Archivalia berustend in de archiefbewaarplaatsen van het Regionaal Archief
                    Tilburg.</al><lijst><li nr="1."><al>Voor een fotokopie van een bij de gemeentearchivaris berustend stuk of
                            gedeelte daarvan in het Onderzoekerscentrum:</al><lijst><li nr="a."><al>per fotokopie € 0,50</al></li><li nr="b."><al>bij schriftelijke of digitale bestelling van bidprentjes,
                                    bevolkingsregisters, rechterlijke en</al><al> notariële akten, krant per fotokopie exclusief</al><al> afhandelingskosten per stuk € 0,50</al></li><li nr="c."><al>Bij het onder artikel 9.1, lid a vermelde tarief kan </al><al> het hoofd dienstverlening per fotokopie 50% reductie</al><al> verlenen aan scholieren, studenten en onderzoekers.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor het verstrekken van een kopie van een bij de</al><al>gemeentearchivaris berustende grootformaat stukken, zoals bouwtekeningen
                            en plattegronden:</al><al>per stuk (formaat van origineel groter dan A3) € 14,75</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Voor het vervaardigen van fotoreproducties, op papier</al><al>of digitaal, van bij de gemeentearchivaris berustende archivalia of
                            beeldmateriaal:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>fullsize download (16.9 x 12.4 cm) € 5,35</al></li><li nr="b."><al>fotoprint (18,0 x 13,0 cm) € 10,25</al></li><li nr="c."><al>fotoprint (24,0 x 30,0 cm) € 14,60</al></li><li nr="d."><al>poster A3 Hahnemühle binnen A3 (42,0 x 29,7</al><al> cm) en poster A2 Hahnemühle binnen A2 (59,4</al><al> x 42,0 cm) € 29,10</al><al/></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 10 Vastgoedinformatie</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Voor het namens het Kadaster verstrekken van gegevens gelden de tarieven
                            als bedoeld in de Regeling Tarieven Kadaster (1 september 2006), dit wil
                            zeggen dat voor het verstrekken van de volgende gegevens de volgende
                            tarieven gelden:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>uit de kadastrale registratie (AKR), per object € 14,80</al></li><li nr="b."><al>uit het Landmeetkundig- en</al><al> Cartografisch Informatiesysteem (LKI), per object € 14,80</al></li><li nr="c."><al>uit de geautomatiseerde registratie van hypotheken,</al><al> per object € 14,80</al></li><li nr="d."><al>uit de registratie voor schepen, per object € 14,80</al></li><li nr="e."><al>Voor het telefonisch verstrekken van deze</al><al> informatie uit het kadaster, per object € 14,80</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><al>Dit tarief is overeenkomstig de Regeling Tarieven Kadaster. Het
                            verstrekken van de gegevens geschiedt door het verschaffen van één of
                            meerdere computerprints.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Nasporing archief Bouw- en woningtoezicht</al><lijst><li nr="a."><al>Voor het doen van een opzoeking of een nasporing</al><al>in het archief Bouw- en woningtoezicht door de </al><al>daarvoor aangewezen ambtenaren, per kwartier € 13,03</al></li><li nr=""><al>Voor het doen van een opzoeking of een nasporing</al><al>in het digitaal archief Bouw- en woningtoezicht via </al><al>internet, zonder hulp van ambtenaren € 0,00</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="c."><al>Voor een kopie van een stuk of gedeelte daarvan</al><al> per stuk € 0,50</al></li><li nr="d."><al>Voor het verstrekken van een kopie van grootformaat</al><al> stukken, zoals bouwtekeningen en plattegronden; </al><al> per stuk (formaat van origineel groter dan A3) € 14,75</al></li><li nr="e."><al>Voor het verstrekken van een digitaal bestand,</al><al> van een bij het archief Bouw- en woningtoezicht </al><al> berustende bouwtekening € 6,04</al></li><li nr="f."><al>Voor het downloaden van een bestand uit het digitale</al><al> archief Bouw- en woningtoezicht € 0,00</al></li><li nr="g."><al>Afhandelingskosten voor toezenden van kopieën,</al><al> gedigitaliseerd materiaal (via e-mail) etc. € 3,29</al></li><li nr="h."><al>Voor het in behandeling nemen van een verzoek om informatie met
                                    betrekking tot bodemgesteldheid welke wordt aangevraagd via het
                                    digitaal loket Ondernemers € 6,04</al></li><li nr="i."><al>Voor het in behandeling nemen van een verzoek om informatie met
                                    betrekking tot bodemgesteldheid welke wordt aangevraagd door
                                    tussenkomst van een medewerker van de gemeente € 17,82</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Informatievoorziening commerciële partijen.</al><al>Voor het verstrekken van informatie betreffende:</al><al>bestemmingsplannen, gebieden waarop Wet </al><al>Voorkeursrecht Gemeenten van toepassing is, </al><al>aanwezigheid van op een pand rustende aanschrijving:</al><al>per informatieverzoek € 17,82</al><al/></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 11 Wet op de kansspelen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Vergunningen voor speelautomaten</al><lijst><li nr="a."><al>Voor het verkrijgen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld
                                    in artikel 30b van de Wet op de kansspelen</al><al> per vergunning € 22,50</al><al> vermeerderd met:</al><al> per toestel een bedrag van € 136,00</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>Indien de periode minder bedraagt dan 4 kalenderjaren, </al><al>wordt het tarief per toestel naar evenredigheid in rekening </al><al>gebracht. De bedragen zijn vastgesteld volgens het </al><al>Speelautomatenbesluit 2000.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al>Bij staking van de exploitatie wordt op schriftelijk verzoek van
                                    de aanvrager teruggaaf verleend over het aantal nog niet
                                    verschenen jaren waarvoor de vergunning is afgegeven.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Wet op de kansspelen</al><al>Voor een vergunning tot het aanleggen van een </al><al> kansspel als bedoeld in artikel 3 van de Wet op </al><al> de kansspelen:</al><lijst><li nr="a."><al>bij een prijzenpakket tot € 455,00 € 18,51</al></li><li nr="b."><al>bij een prijzenpakket van € 455,00 en meer € 37,03</al><al/></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 12 Drank- en Horecawet</tussenkop><al>Vergunningen en/of ontheffingen in verband met de Drank-</al><al> en Horecawet en/of de exploitatievergunning ingevolge </al><al>Hoofdstuk 2, afdeling 3, paragraaf 1a van de Algemene </al><al>Plaatselijke Verordening</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al>Voor wijziging van de omschrijving in de in de akte </al><al>van vergunning vermelde Lokaliteiten als bedoeld </al><al> in artikel 30 van de Drank- en Horecawet en/of de </al><al>exploitatievergunning, op verzoek van de </al><al>vergunninghouder € 32,56</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag </al><al> om ontheffing ex artikel 35, tweede lid Drank- </al><al>en Horecawet € 21,59</al></li><li nr="c."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag </al><al>tot verkrijging van de Drank- en Horecawet</al><al>vergunning en/of de exploitatievergunning wanneer </al><al>sprake is van een wijziging van de </al><al>leidinggevende/beheerder in loondienst € 97,16</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="d."><al>Voor het in behandeling nemen van een andere </al><al>aanvraag om een Drank- en Horecawet vergunning, de
                                    exploitatievergunning en/of ontheffing op grond </al><al> van de in deze rubriek genoemde regelingen € 539,75</al></li><li nr="e."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot </al><al>alleen de wijziging van exploitatievorm € 0,00</al><al/></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 13 Algemene Plaatselijke Verordening</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Verlenging sluitingsuur van inrichtingen voor het</al><al>verbruiken van eet- en drinkwaren </al><al> Voor het verlenen van ontheffing als bedoeld in </al><al> artikel 32, zesde lid van de Algemene Plaatselijke </al><al> Verordening: per dag waarvoor de toestemming geldt € 43,18</al><al> met een maximum van € 215,90</al></li><li nr="2."><al>Ventvergunningen</al><al> Vervallen</al></li><li nr="3."><al>Collecten</al><al>Voor het afgeven van een vergunning voor het houden </al><al> van een openbare inzameling van geld en/of goederen </al><al> als bedoeld in artikel 126 van de Algemene plaatselijke </al><al> verordening € 5,22</al></li><li nr="4."><al>Algemene Plaatselijke Verordening APV</al><lijst><li nr="a."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag</al><al> van een (rechts)persoon, niet zijnde een openbaar </al><al> nutsbedrijf, voor een vergunning ingevolge </al><al> artikel 14 van de APV voor wat betreft het aanbrengen </al><al> van ondergrondse voorzieningen, zoals kabels, </al><al> leidingen en tankinstallaties, in openbare grond: € 544,45</al></li><li nr="b."><al>Vervallen.</al></li><li nr="c."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag</al><al> voor een vergunning ingevolge artikel 13 van de APV: </al><al> * Bouwactiviteiten € 214,30</al><al> * (licht)reclame € 214,30</al><al> * Terrassen € 214,30</al><al> * Tijdelijke terrassen € 107,15</al><al> * Aankondigingborden € 107,15</al><al> * Spandoeken € 107,15</al><al> * Winkelwagenopvangsluis € 214,30</al><al> * Rijwielbeugels en –rekken € 142,85</al><al> * Overige objecten € 142,85</al><al> * Overschrijvingen € 71,40</al><al> En voor het in behandeling nemen van een aanvraag </al><al> om een verlenging voor:</al><al> * Bouwactiviteiten € 107,15</al><al> * Vervallen (Terrassen) </al></li><li nr="d."><al>Vervallen</al></li><li nr="e."><al>voor het verlenen van een ontheffing van het </al><al> algemene stookverbod ex artikel 134 APV per </al><al> toegekende ontheffing € 17,68</al></li><li nr="f."><al>voor iedere, op grond van de APV verleende </al><al> vergunning of ontheffing, voor zover daarvoor </al><al> in deze verordening geen bijzondere regeling </al><al> is opgenomen, per bladzijde € 3,09</al><al> met een minimum van € 5,22</al></li><li nr="g."><al>Vervallen</al></li><li nr="h."><al>voor het in behandeling nemen van een aanvraag </al><al> voor een vergunning voor het afleveren dan wel </al><al> ter aflevering aanwezig houden van consumenten-</al><al> vuurwerk op grond van artikel 92 lid 1 APV € 79,18</al></li><li nr="i."><al>voor het in behandeling nemen van een verzoek </al><al> tot ontheffing van artikel 110 APV voor het plaatsen </al><al> of in werking hebben van geluidsapparaten of </al><al> handelingen te verrichten op een zodanige wijze </al><al> dat voor een omwonende of voor de omgeving </al><al> geluidshinder wordt veroorzaakt € 79,18</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Evenementen</al><lijst><li nr="a."><al>voor iedere op grond van artikel 26 van de</al><al>APV verleende vergunning voor het houden van een</al><al>evenement ex artikel 25 van de APV op of aan de</al><al>openbare weg (standaard, ± 1,5 uur behandeltijd) € 37,51</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al>als onder a., maar dan vergunningen die overleg</al><al> vergen en 1,5 tot 5 uur behandeltijd kosten € 77,29</al></li><li nr="c."><al>als onder a., maar dan vergunningen die intensieve</al><al>begeleiding vergen en meer dan 5 uur behandeltijd </al><al>kosten € 115,93</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="d."><al>herhalend evenement: afhankelijk van de</al><al>complexiteit als onder b. of c. </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="e."><al>voor iedere op grond van artikel 26 van de APV</al><al> verleende vergunning voor het houden van een</al><al> evenement ex artikel 25 van de APV anders dan op</al><al> de openbare weg € 17,78</al></li><li nr="f."><al>Bij het indienen van een aanvraag binnen de</al><al>wettelijk voorgeschreven termijn van acht weken </al><al>worden de aanvragen belast met het dubbele tarief.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="6."><al>Exploitatie seksinrichtingen</al><lijst><li nr="a."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om</al><al> vergunning op grond Hoofdstuk 3, artikel 97 van de </al><al> Algemene Plaatselijke Verordening. € 539,75</al><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag</al><al>wijziging leidinggevende € 97,16</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="7."><al>Exploitatievergunning grow- en/of smartshops</al><lijst><li nr="a."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om</al><al> een vergunning op grond van artikel 45b van de</al><al> Algemene Plaatselijke Verordening € 3.096,00</al></li><li nr="b."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag</al><al>wijziging leidinggevende € 527,35</al><al/></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 14 Verkeer en vervoer</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Informatie verkeersregelinstallaties</al><al> Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot </al><al> het verstrekken van gegevens betreffende het </al><al> functioneren van verkeersregelinstallaties, per aanvraag: € 164,70</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Ontheffingen RVV 1990</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>Voor het in behandeling nemen van aanvragen van</al><al> ontheffing van het Reglement Verkeerstekens </al><al> en Verkeersregels voor langer dan twee weken, </al><al> uitgezonderd die, bedoeld onder b en d: € 90,25</al></li><li nr="b."><al>Voor het verlenen van een parkeerontheffing</al><al> voor invaliden: € 26,90</al></li><li nr="c."><al>Voor een wijziging van de ontheffing als bedoeld</al><al>onder a of b, op verzoek van de ontheffinghouder € 17,80</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="d."><al>Voor het verkrijgen van een lokale ontheffing voor de</al><al> milieuzone zoals bedoeld in artikel 6 van de Regeling</al><al> Ontheffingen Milieuzone gemeente Tilburg € 25,00</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Luchtvaartwetgeving</al><al>Voor het verlenen van een verklaring van geen bezwaar </al><al>op grond van de Luchtvaartwet, dan wel een daarvan </al><al>afgeleide regeling, voor een kalenderjaar (alleen voor </al><al>vrije luchtballonnen) of voor een enkele gebeurtenis € 75,56</al><al/></li></lijst><tussenkop>Hoofdstuk 15 Diversen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Staanplaatsen ex artikel 2 Staanplaatsenverordening 1997</al><lijst><li nr="a."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om</al><al> vergunning voor een standplaats voor de verkoop van </al><al> waren (ex artikel 2 van de staanplaatsenverordening </al><al> 1997) per in die aanvraag genoemde locatie € 314,00</al></li><li nr="b."><al>Voor het verlenen van een vergunning voor een</al><al> standplaats voor de verkoop van waren (ex artikel 2 </al><al> Staanplaatsenverordening 1997) wordt het onder a. </al><al> vermelde bedrag verhoogd met € 37,61</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Terrasvergunning (tijdens de kermis)</al><al> Voor het verlenen van een terrasvergunning op of aan een </al><al> door de raad aangewezen kermisterrein, tijdens </al><al> de Tilburgse kermis € 131,95</al></li><li nr="3."><al>Instemmingsbesluit Telecom Aanbieders</al><lijst><li nr="a."><al>het tarief bedraagt voor het in behandeling</al><al> nemen van een melding in verband met het verkrijgen </al><al> van een instemming omtrent tijdstip, plaats en </al><al> werkwijze van de uitvoering van werkzaamheden </al><al> als bedoeld in artikel 5.2, lid 3 van de </al><al> Telecommunicatiewet, per locatie voor een tracé vanaf </al><al> 15 tot 100 meter een vast bedrag per vergunning van: €
                                    293,50</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al>Het tarief voor tracé’s vanaf 100 meter wordt </al><al>vermeerderd met een bedrag per strekkende van € 0,65</al><al>per strekkende meter.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="c."><al>Het tarief voor in het behandeling nemen van een melding voor
                                    het verkrijgen van instemming voor het (ver)plaatsen van
                                    ondergrondse en bovengrondse handholes, kasten e.d. t.b.v. een
                                    openbaar telecommunicatienetwerk een vast bedrag van: €
                                    117,75</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Geluidsmeting afstelling geluidsbegrenzer</al><lijst><li nr="a."><al>een vast bedrag per meetopdracht € 134,73</al></li><li nr="b."><al>per meetuur € 73,39</al></li><li nr="c."><al>voor het wijzigen van de afstelling en/of het</al><al> verzegelen van een geluidsbegrenzer € 134,73</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Kapvergunning</al><lijst><li nr="a."><al>Voor het in behandeling nemen van een aanvraag</al><al> om een kapvergunning, als bedoelt in de </al><al> Bomenverordening gemeente Tilburg 2000, </al><al> bedragen de leges voor één boom: € 87,15</al></li><li nr="b."><al>Voor iedere volgende boom komt op dit bedrag</al><al> een toeslag van € 43,55</al><al> tot een maximum van € 871,05</al></li><li nr="c."><al>Indien de kapvergunning wordt geweigerd vindt een</al><al> restitutie plaats van 25% van de geheven leges. </al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Opslagkosten inboedels</al><al> Bij het ophalen van tijdelijk door de gemeente opgeslagen </al><al> inboedels te betalen vergoeding gerekend in de periode </al><al> vanaf het moment van woninguitzetting: </al><lijst><li nr="a."><al>0 weken - 2 weken € 70,00</al></li><li nr="b."><al>2 weken - 4 weken € 135,00</al></li><li nr="c."><al>4 weken - 7 weken € 225,00</al></li><li nr="d."><al>7 weken - 10 weken € 340,00</al></li><li nr="e."><al>10 weken - 3 maanden € 500,00</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>Leges havenvergunning</al><al> Voor elke vergunning/toestemming ingevolge de </al><al> Havenverordening Piushaven Tilburg 2004, uitgezonderd </al><al> de toestemming als bedoeld in artikel 16 van de hiervoor </al><al> vermelde verordening € 36,12</al></li><li nr="8."><al>Leges marktvergunningen</al><lijst><li nr="a."><al>Voor een marktvergunning als bedoeld in artikel 5</al><al> van het Marktreglement 2001 € 37,78</al></li><li nr="b."><al>Voor een vergunning voor het plaatsen van</al><al> kramen als bedoeld in artikel 7, lid 3 van het in </al><al> lid a vermelde reglement € 37,78</al></li><li nr="c."><al>Voor het overschrijven van een vergunning als</al><al> bedoeld in artikel 14 van het in lid a vermelde </al><al> reglement € 37,78</al></li><li nr="d."><al>Voor het verlenen van een toestemming tot het</al><al> gebruik van apparatuur voor bakken en braden als </al><al> bedoeld in artikel 19, sub j van het in lid a </al><al> vermelde reglement € 37,78</al></li><li nr="e."><al>Voor het verlenen van een vergunning tot het</al><al> tijdelijk laten vervangen als bedoeld in artikel 21 </al><al> van het in lid a vermelde reglement € 37,78</al></li></lijst></li><li nr="9."><al>Omzettingsvergunning</al><lijst><li nr="a."><al>Het tarief voor het in behandeling nemen van een</al><al>aanvraag voor het verlenen van een omzettingsvergunning,</al><al>als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel c, van</al><al>de Huisvestingswet bedraagt per adres € 500,00</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="b."><al>Indien van de omzettingsvergunning slechts gebruik</al><al>kan worden gemaakt na ontheffing van een bestemmings-</al><al>plan als bedoeld in de Wet Ruimtelijke Ordening, geeft </al><al>artikel 35, lid 2 Huisvestingswet aan dat de aanvraag mede </al><al>aangemerkt wordt als een verzoek om zodanige ontheffing. </al><al>Het tarief voor het in behandeling nemen van het verzoek</al><al>om ontheffing bedraagt € 0,00 </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="c."><al>Indien:</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>op een aanvraag tot vergunning negatief wordt beschikt;
                                            of</al></li><li nr="2."><al>een aanvraag om vergunning wordt ingetrokken, voordat </al><al>hierop een beslissing is genomen; of</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><lijst><li nr="3."><al>de vergunning wordt ingetrokken, omdat daarvan geen </al><al>gebruik wordt gemaakt;</al><al>wordt tot uiterlijk één jaar na dagtekening van de
                                            afwijzing dan wel de intrekking van de aanvraag, op
                                            verzoek teruggaaf van 50% van de geheven leges verleend.
                                        </al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Memorie van toelichting behorende bij de “Verordening tot
                    heffing en invordering van leges 2010”.</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De legesverordening 2010 is aangepast aan de Europese Dienstenrichtlijn (EDR). </al><al>De EDR streeft ter bevordering van de vrijheid van vestiging en de vrije
                    verrichting van grensoverschrijdende diensten naar een vereenvoudiging van
                    administratieve procedures, opheffing van belemmeringen voor
                    dienstenactiviteiten en vergroting van het wederzijds vertrouwen tussen
                    lidstaten onderling en van dienstverrichters en consumenten in de interne markt.
                    Een vergunningenstelsel valt alleen onder de EDR als het vergunningenstelsel
                    specifiek is gericht op dienstverrichters of dienstverleners. Een algemeen
                    vergunningenstelsel (bijvoorbeeld de omgevingsvergunning voor bouw- of
                    aanlegactiviteiten) valt niet onder de EDR omdat dit zich niet aansluitend richt
                    op de dienstverrichters/dienstverleners, maar ook op particuliere burgers.
                    Slechts een beperkt aantal vergunningenstelsels valt onder de werking van de
                    EDR.</al><al>Deze zijn: </al><lijst><li nr="-"><al>drank en horecawet (hoofdstuk 12 van de tarieventabel);</al></li><li nr="-"><al>verlenging sluitingsuur van inrichtingen voor het verbruiken van eet- en
                            drinkwaren (hoofdstuk 13.1 van de tarieventabel);</al></li><li nr="-"><al>evenementen (hoofdstuk 13.5 van de tarieventabel);</al></li><li nr="-"><al>exploitatie seksinrichtingen (hoofdstuk 13.6 van de tarieventabel);</al></li><li nr="-"><al>staanplaatsen ex artikel 2 Staanplaatsenverordening 1997 (hoofdstuk 15.1
                            van de tarieventabel) en</al></li><li nr="-"><al>terrasvergunning, tijdens de kermis (hoofdstuk 15.2 van de
                            tarieventabel) </al></li></lijst><al>Het totaal van bovenstaande onderdelen van de tarieventabel dienen maximaal
                    kostendekkend te zijn.</al><tussenkop>Inhoudelijke wijzigingen</tussenkop><al>-Hoofdstuk 3 tot en met 7 (Burgerzaken)</al><tussenkop>Kostentoerekening Burgerzaken</tussenkop><al>Burgerzaken heeft zich tot doel gesteld om de primaire dienstverlening naar de
                    burger toe op een kwalitatief hoog niveau te brengen en te handhaven. </al><al>Bij deze berekening van de leges wordt uitgegaan van de nota “kostentoerekening
                    Belastingen en Retributieve Heffingen” van 2003, zoals vastgesteld door het
                    college op 15 september 2003 (A33). Hierin heeft de gemeente Tilburg haar beleid
                    met betrekking tot kostprijsberekening, kostendekking en prijsbeleid op
                    transparante en eenduidige wijze vastgelegd. Hieraan wordt systematisch
                    uitwerking gegeven binnen de gemeentelijke bedrijfsvoering waarbij
                    bedrijfseconomisch correcte uitgangspunten worden gehanteerd.</al><al>Door de sector Burgerzaken worden enerzijds producten geleverd waarvoor de
                    burger leges betaalt en anderzijds producten waarvoor de burger niet betaalt.
                    Kostenverhoging van betaalde producten wordt gedekt door verhoging van de leges
                    en kostenverhoging van de niet of gedeeltelijk betaalde producten gaat ten laste
                    van de algemene middelen. </al><tussenkop>Tarieven 2010 Burgerzaken</tussenkop><al>Voor de tariefwijzigingen voor 2010 van producten van Burgerzaken worden de
                    volgende uitgangspunten gehanteerd:</al><lijst><li nr="a."><al>De producten waarvoor door het rijk een wettelijk (maximum) tarief is
                            opgelegd. De betreffende tarieven, bijvoorbeeld reisdocumenten, zijn
                            aangepast aan de voor 2010 geldende (maximum) tarieven.</al></li><li nr="b."><al>Eveneens zijn rijksleges en inkoopkosten, voor zover bekend, aan de
                            prijzen voor 2010 aangepast. Deze laatste wijziging is budgettair
                            neutraal aangezien deze kostencomponent geheel wordt doorberekend aan de
                            burgers.</al></li><li nr="c."><al>De tarieven, waarvoor geen wettelijk (maximum) tarief geldt, worden
                            verhoogd met 0 % (conform algemene nominale ontwikkeling).</al></li><li nr="d."><al>De uiteindelijke tarieven, die tot stand zijn gekomen na toepassing van
                            de punten a tot en met c, zijn afgerond op 5 eurocenten nauwkeurig, naar
                            boven dan wel naar beneden. De tarieven waarvoor een wettelijk maximum
                            geldt en waarvoor het maximum bedrag ook in rekening wordt gebracht,
                            zijn op 5 eurocenten nauwkeurig naar beneden afgerond.</al></li><li nr="e."><al>Voor producten waarvan de tarieven landelijk worden vastgesteld en
                            waarvan de tarieven voor 2010 bij het tot stand komen van de
                            legesverordening voor 2010 nog niet bekend zijn, zijn de tarieven voor
                            2009 opgenomen. Echter de in een later stadium centraal door de overheid
                            vastgestelde tarieven voor 2010 zullen, met de onder punt d. vermelde
                            afronding, worden gehanteerd.</al></li></lijst><tussenkop>Nederlandse Identiteitskaarten</tussenkop><al>Bijschrijvingen van kinderen in paspoorten worden medio juni 2012 afgeschaft.
                    Door een wijziging van de Europese verordening zal het beginsel van 1p-1p (één
                    persoon per paspoort) van kracht worden. Om de kosten van het 1p-1p beginsel
                    voor de burgers te beperken wordt met ingang van 1 januari 2010 voor de
                    Nederlandse Identiteitskaart een jeugdtarief geïntroduceerd voor personen van 0
                    t/m 13 jaar. Dit jeugdtarief is vergelijkbaar met het tarief voor de huidige
                    bijschrijving. Ter financiering hiervan wordt met ingang van 1 januari 2010 de
                    eenmalige gratis Nederlandse Identiteitskaart voor 14-jarigen afgeschaft. </al><tussenkop>Administratief huwelijk</tussenkop><al>Per 1 januari 2010 wordt er naast het kosteloze huwelijk ter uitbreiding een
                    administratief huwelijk ingevoerd. De reden hiervan is dat er een grotere vraag
                    is naar een huwelijk of geregistreerd partnerschap te registreren die eenvoudig
                    van aard is en minder kosten voor de aanstaande bruidsparen met zich meebrengt.
                    De ceremonie van dit administratieve huwelijk is korter van duur , heeft een
                    zakelijk toonzetting en er komt geen trouwzaal en trouwambtenaar bij
                    kijken.</al><al>De introductie van het administratieve huwelijk heeft een lagere opbrengst
                    aan</al><al>huwelijksleges tot gevolg, waardoor een stijging van de reguliere
                    huwelijksleges</al><al>(zaalhuur) noodzakelijk is.</al><tussenkop>Omwisseling militair en linnen rijbewijs</tussenkop><al> Onderdeel 6.1, letter b van de tarieventabel is een toevoeging geplaatst. Per 1 </al><al> oktober</al><al> 2009 is de procedure voor de omwisseling van een militair of oud linnen
                    rijbewijs </al><al> gewijzigd. Net als bij de omwisseling van een buitenlands rijbewijs moet bij </al><al> deze aanvragen het rijbewijs tegenwoordig aangetekend opgestuurd worden naar </al><al> de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Het RDW neemt de beslissing tot wel
                    of niet omwisselen. Voor het omwisselen van een militair en linnen rijbewijs
                    worden dezelfde handelingen verricht als bij het omwisselen van een buitenlands
                    rijbewijs naar een Nederlands rijbewijs. Gelet op het feit dat nu in alle drie
                    de situaties de werkwijze hetzelfde is geworden, en er dus bij alle drie de
                    omwisselingen extra kosten moeten worden gemaakt, zijn de leges voor deze drie
                    situaties gelijk getrokken. </al><al><vet>- </vet>8.2 Bouwvergunningen</al><tussenkop>8.1.a Bouwkosten en aanlegkosten </tussenkop><al>Aan de omschrijving van hetgeen bedoeld wordt met de term "bouwkosten" is een
                    alinea toegevoegd over de wijze waarop en op basis waarvan de opgegeven
                    bouwkosten zullen worden gecontroleerd. Hiermee wordt vooruitgelopen op de
                    invoering van de Wabo en het project van het Ministerie van VROM om te komen tot
                    een transparante legessystematiek. Bovendien is geregeld hoe het
                    controle-instrument kan worden ingezien. </al><tussenkop>8.1.b Sloopkosten</tussenkop><al>Toegevoegd is een lid over de definitie van het begrip "sloopkosten".</al><tussenkop>8.2.10 Advies t.b.v. schetsplan, principeverzoek of bouwplan</tussenkop><al>De advieskosten die de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen in 2010 bij de
                    gemeente in rekening brengt bedragen € 595,00. Het bedrag in dit artikel is daar
                    mee in overeenstemming gebracht.</al><tussenkop>8.8 Sloopvergunning</tussenkop><al>In het kader van de verbetering Dienstverlening is met de coöperaties in Tilburg
                    een afspraak gemaakt met betrekking tot het vereenvoudigen van de aanvraag
                    sloopvergunning. Het gaat dan met name om de verwijdering van asbest bij
                    mutaties en klachtenonderhoud. Er wordt gewerkt met een parapluvergunning en
                    meldingen op basis van die vergunning. In verband hiermee is er een nieuw lid 8
                    aan artikel 8.8 toegevoegd. </al><tussenkop>8.9 Gebruiksvergunning in verband met brandveiligheid</tussenkop><al>De basis voor de Gebruiksvergunning bevindt zich niet langer in de </al><al>Bouwverordening maar in het Gebruiksbesluit. In artikel 8.9 is derhalve de </al><al>verwijzing naar de Bouwverordening vervangen door een verwijzing naar het </al><al>Gebruiksbesluit.</al><tussenkop>8.11 Monumentenvergunning</tussenkop><al>Aan de omschrijving van hetgeen bedoeld wordt met de term "bouwkosten" is een
                    alinea toegevoegd over de wijze waarop en op basis waarvan de opgegeven
                    bouwkosten zullen worden gecontroleerd. Hiermee wordt vooruitgelopen op de
                    invoering van de Wabo en het project van het Ministerie van VROM om te komen tot
                    een transparante legessystematiek. Bovendien is geregeld hoe het
                    controle-instrument kan worden ingezien. </al><al><vet>- </vet>Hoofdstuk 10 Vastgoedinformatie</al><tussenkop>Onderdeel 10.1</tussenkop><al>De tarieven uit de Regeling Tarieven Kadaster zijn per 1 augustus 2009
                    gewijzigd. Derhalve is het tarief voor 2010 van onderdeel 10.1 gewijzigd van €
                    10,25 naar </al><al>€ 10,80. </al><tussenkop>Onderdeel 10.2 Nasporing archief Bouw- en woningtoezicht</tussenkop><al>Verzoeken om informatie met betrekking tot de bodemgesteldheid kunnen inmiddels
                    ook worden gedaan via het digitaal loket. Aangezien bepaalde afnemers van deze
                    gegevens gewaarmerkte stukken verlangen, is het noodzakelijk een onderscheid in
                    tarieven te maken afhankelijk of er wel of geen tussenkomst van een medewerker
                    nodig is. Daarom zijn onderdeel 10.2, letters g en h toegevoegd. Verder is
                    onderdeel 10.2, letter g gewijzigd in onderdeel 10.2, letter i.</al><al>-Hoofdstuk 11 Wet op de kansspelen</al><al>De tarieven zijn niet nominaal verhoogd, omdat deze op het wettelijke maximum
                    zijn vastgesteld.</al><al>-Hoofdstuk 14 Verkeer en vervoer</al><al>Bij raadsbesluit van 30 juni 2008 is vastgesteld een tarief van € 25,00 voor het
                    verkrijgen van een lokale ontheffing voor de milieuzone. Dit product is echter
                    niet opgenomen in de Legesverordening 2009. Daarom is dit product voor 2010 in
                    onderdeel 14.2 (Ontheffingen RVV 1990) onder letter d van de tarieventabel
                    opgenomen.</al><tussenkop>Deze onderdelen voldoen aan de Europese Dienstenrichtlijn (EDR): </tussenkop><lijst><li nr="-"><al><vet>Hoofdstuk 12 Drank- en Horecawet</vet></al><al> Onderdeel 12.1 Drank- en Horecawet en/of Algemene Plaatselijke
                            Verordening</al><al> Totale lasten € 104.931,00</al><al> Totale baten € 45.231,00</al><al> Dekkingspercentage 43,10% </al></li><li nr="-"><al><vet>Hoofdstuk 13 Algemene Plaatselijke Verordening</vet></al><al>Onderdeel 13.1 Verlenging sluitingsuur inrichtingen</al><al>Totale lasten € 9.574,00</al><al>Totale baten € 1.079,00</al><al>Dekkingspercentage 11,27 % </al><al>Onderdeel 13.5 Evenementen</al><al>Totale lasten € 211.492,00</al><al>Totale baten € 13.907,00</al><al> Dekkingspercentage 6,58% </al><al>Onderdeel 13.6 Exploitatie sexinrichtingen</al><al>Totale lasten € 4.739,00</al><al>Totale baten € 1.910,00</al><al>Dekkingspercentage 40,30% </al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al><vet>Hoofdstuk 15 Diversen</vet></al><al>Onderdeel 15.1 Staanplaatsen ex artikel 2 Staanplaatsenverordening
                            1997.</al><al>Totale lasten € 19.948,00</al><al>Totale baten € 1.312,00</al><al> Dekkingspercentage: 6,57% </al><al>Onderdeel 15.2 Terrasvergunning (tijdens de kermis).</al><al>Totale lasten € 3.990,00</al><al>Totale baten € 923,00</al><al>Dekkingspercentage 23,13% </al><al/></li></lijst><tussenkop>Totaal van de legesverordening 2010</tussenkop><al>Volgens de wettelijke regeling mag het dekkingspercentage van de totale
                    legesverordening maximaal 100% bedragen. Dit betekent dat individuele leges wel
                    een overdekking mogen kennen, maar dat alle leges gezamenlijk maximaal 100% van
                    de kosten mogen dekken. Voor de gemeente Tilburg geldt dat de totale
                    kostendekking onder de 100% ligt.</al><al>De totale lasten van de legesverordening bedragen: € 17.903.000</al><al>De geraamde opbrengsten zijn: € 12.715.000</al><tussenkop>Saldo € 5.190.000</tussenkop><al>Het kostendekkingspercentage is 71,02%.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>