<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR28834_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening wet kinderopvang</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Edam-Volendam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Edam-Volendam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadskrant 10 januari 2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Kinderopvang Edam-Volendam</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 149, Wet kinderopvang artikel 25</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-06-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>104-2004</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening wet kinderopvang</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Edam-Volendam; </al><al> gelezen het voorstel van het college van 26-10-2004; nr 104-2004, inzake voorstel conceptverordening Wet kinderopvang; </al><al> gelet op artikel 25 van de Wet kinderopvang en artikel 149 van de Gemeentewet; </al><al> gezien de brief van 18 augustus 2004 van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer der Staten Generaal, waarin hij aankondigt artikel 6 eerste lid, onder k, artikel 6, eerste lid onder 1, en artikel 23 van de Wet kinderopvang vooralsnog per 2005 niet in werking te laten treden; </al><al> overwegende dat het noodzakelijk is de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling van de tegemoetkoming van de gemeente in de kosten van kinderopvang bij verordening te regelen; </al><al> b e s l u i t : </al><al>vast te stellen de volgende verordening VERORDENING WET KINDEROPVANG </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>a. het college: het college van burgemeester en wethouders; </al><al>b. de wet: de Wet kinderopvang; </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>VASTSTELLING NOODZAAK VAN KINDEROPVANG OP GROND VAN SOCIAAL-MEDISCHE INDICATIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie als bedoeld in artikel 23 van de wet bevat in ieder geval de volgende gegevens: </al><al>a. naam en adres van de ouder; </al><al>b. indien van toepassing: naam van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder: het adres van de partner; </al><al>c. naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft; </al><al>d.overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van detegemoetkoming. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier. </al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inhoud van de beschikking</titel></kop><al>1. Het besluit tot vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie bevat in ieder geval: </al><al>a. de geldigheidsduur van de indicatie;</al><al>b. de omvang van de kinderopvang die noodzakelijk wordt geacht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college weigert de noodzaak van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie vast te stellen indien: </al><al>a. de ouder en de partner reeds een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangt of kan ontvangen; of </al><al>b. de ouder of de partner niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel k of t van de wet. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFSTUK 3 AANVRAAG VAN DE TEGEMOETKOMING </label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Te verstrekken gegevens bij de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1. Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat: </al><al>a. naam, adres en sofinummer van de ouder; </al><al>b. indien van toepassing: naam en sofinummer van de partner en, indien dit een ander adresis dan het adres van de ouder: het adres van de partner; </al><al>c. naam, geboortedatum en sofinummer van het kind of de kinderen waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft; </al><al>d. een offerte of contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per kind, de kostprijs per uur en de aanvangsdatum van de opvang; </al><al>e. gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in artikel 22 van de wet; </al><al>f. overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een door het collegevastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede ondertekend door de partner. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>VERLENING VAN DE TEGEMOETKOMING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Het besluit tot verlenen van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen vier weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het stelt de ouder hiervan schriftelijk in kennis. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Weigeringsgrond</titel></kop><al>Het college weigert de tegemoetkoming indien de ouder niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 22 van de wet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ingangsdatum van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de aanvraag voor de tegemoetkoming door het college in ontvangst is genomen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een tegemoetkomingsjaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming voor een andere periode verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Omvang van de kinderopvang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat door de ouder is aangevraagd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In afwijking van het eerste lid verleent het college bij een ouder als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a, van de wet de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat naar zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is voor de combinatie van arbeid en zorg. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang bevat in ieder geval: </al><al>a. de vaststelling tot welke van de gemeentelijke doelgroepen de ouder behoort; </al><al>b. de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de tegemoetkoming betrekking heeft; </al><al>c. de naam en adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar de kinderopvang plaatsvindt; </al><al>d.de periode en de omvang van de kinderopvang per tijdvak waarvoor de tegemoetkomingwordt verleend; </al><al>e. de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt bepaald en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend; </al><al>f. de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald; </al><al>g. de verplichtingen van de ouder. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>De bevoorschotting van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse termijnen uitbetaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van bevoorschotting. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>VASTSTELLING VAN DE TEGEMOETKOMING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ouder verstrekt binnen vier weken na afloop van de periode waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het college een overzicht van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze periode. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de tegemoetkoming binnen acht weken na ontvangst van het overzicht vande kosten vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al> De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier weken betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>VERPLICHTINGEN VAN DE OUDER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>lnlichtingenplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De ouderof de partner doet het college onmiddellijk na het bekend worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van een lagere tegemoetkoming. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De ouder of partner verstrekt desgevraagd aan het college, binnen een door het college te stellen redelijke termijn, alle gegevens en inlichtingen van hem en zijn partner die voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente van belang zijn. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Onder toepassing van artikel 25 van de Tijdelijke referendumwet treedt deze verordening in werking drie dagen na haar bekendmaking; echter niet vóór 1 januari 2005. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet kinderopvang gemeente Edam-Volendam </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Intrekking Verordening Kinderopvang Edam-Volendam</titel></kop><al>In verband met de inwerkingtreding van de Wet Kinderopvang ingaande 1 januari 2005 komt de verordening Kinderopvang Edam-Volendam (vastgesteld 25-05-2000) per genoemde datum te vervallen. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de </ondertekening><ondertekening>gemeente Edam-Volendam in zijn </ondertekening><ondertekening>vergadering gehouden op 21 december 2004,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>