<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR288082_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Stein 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stein</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stein</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Schakel 29 mei 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Stein 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=artikel 8, eerste lid, onderdeel i">Wet werk en bijstand, artikel 8, eerste lid, onderdeel i </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeenteblad afd. A 2013, no 9</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>n.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Stein 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De Raad der gemeente Stein;</vet></al><al/><al>gezien het voorstel inzake aanpassen verordeningen Wwb in verband </al><al>wetswijzigingen 2013</al><al>(Gem. blad Afd. A 2013, no.9);</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 februari 2013, met
                        overneming van de daarin vermelde motieven; </al><al/><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel i, van de Wet werk en
                        bijstand;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is de uitoefening van de bevoegdheid tot
                        verrekening als bedoeld in artikel 60b van de Wet werk en bijstand bij
                        verordening te regelen;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de <vet>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij
                            recidive gemeente Stein 2013</vet>.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen
                                    475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke
                                    Rechtsvordering;</al></li><li nr="b."><al>recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a,
                                    vijfde lid, van de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="c."><al>verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde lid,
                                    van de Wet werk en bijstand.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verrekenen zonder inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>Het college verrekent de recidiveboete zonder inachtneming van de
                            beslagvrije voet gedurende een tijdvak van drie maanden vanaf het moment
                            van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>In afwijking van de artikel 2 kan het college de recidiveboete met
                            inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in de
                                    artikel 2 zou leiden tot huisuitzetting van belanghebbende en
                                    diens gezin; of</al></li><li nr="b."><al>anderszins sprake is van dringende redenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al>De artikelen 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste
                            lid, van de Wet werk en bijstand, indien en voor zover deze boete nog
                            niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari
                            2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening verrekening
                            bestuurlijke boete bij recidive gemeente Stein 2013”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 27 maart 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de Griffier, de Voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al><vet>Algemeen </vet></al><al/><al>Op 1 januari 2013 is de "Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                    SZW-wetgeving" in werking getreden. Met de wet krijgt het college van
                    burgemeester en wethouders (hierna college) de plicht om een bestuurlijke boete
                    op te leggen indien sprake is van schending van de inlichtingenplicht. De
                    eerdere bevoegdheid om een maatregel in deze situatie op te leggen is daarmee
                    verdwenen. De hoogte van de boete is daarbij in beginsel gelijk aan het bedrag
                    dat belanghebbende te veel aan bijstand heeft ontvangen. </al><al/><al>Een bestuurlijke boete is een bestraffende sanctie, inhoudende een
                    onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom. De hoogte van de
                    boete is geregeld in artikel 18a Wwb respectievelijk lid 1 en 5. De boete
                    bedraagt wettelijk maximaal 100% van het benadelingsbedrag. Is sprake van het
                    bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht (recidive), dan wordt deze
                    recidiveboete in beginsel verhoogd tot maximaal 150% van het teveel ontvangen
                    bedrag. Naast deze verhoging krijgt het college daarbij ook de bevoegdheid om in
                    de eerste drie maanden na oplegging van de boete de bijstand volledig te
                    verrekenen met de openstaande boetevordering. In eerste instantie had de
                    wetgever voorzien in een plicht tot volledige verrekening van de boete. Bij
                    amendement is deze verplichting echter omgezet in een bevoegdheid, zodat
                    gemeenten de mogelijkheid hebben om daar waar volledige verrekening onwenselijke
                    effecten heeft (denk daarbij aan hogere maatschappelijke kosten vanwege
                    uithuisplaatsing) de verrekening aan te passen, dan wel bij de verrekening de
                    beslagvrije voet te respecteren oftewel beschermen. De Wet werk en bijstand
                    verplicht de gemeenteraad in dit kader bij verordening nadere regels te stellen
                    met betrekking tot het gebruik van deze bevoegdheid. Daar waar terugvordering en
                    invordering niet door de wetgever is verplicht, blijft sprake van een
                    bevoegdheid van het college. Nadere beleidsregels hieromtrent heeft het college
                    vastgesteld in de ‘Beleidsregels Terugvorderingen Wwb, Ioaw, Ioaz gemeente Stein
                    2013’.</al><al/><al><cursief>Pseudoverrekening</cursief></al><al>In het kader van pseudoverrekening kunnen gemeenten te maken krijgen met
                    verzoeken van andere gemeenten om een door hen opgelegde recidiveboete te
                    verrekenen. Het college dat de boete heeft opgelegd zal in dat geval aangeven in
                    hoeverre het de beslagvrije voet in acht wil nemen (volgens de regels van zijn
                    gemeentelijke verordening). De gemeente die de uitkering verstrekt, moet in
                    beginsel gehoor geven aan dit verzoek. Mocht de beslagvrije voet niet
                    gerespecteerd worden, dan kan de belanghebbende het college waarvan hij
                    uitkering ontvangt, verzoeken de beslagvrije voet toch in acht te nemen. In
                    artikel 60b, tweede lid, van de Wwb is geregeld dat het college die de uitkering
                    verstrekt, de bevoegdheid heeft aan dit verzoek van belanghebbende tegemoet te
                    komen. Het ligt voor de hand dat het college bij de beslissing op dat verzoek
                    handelt analoog aan de regels die in de eigen gemeentelijke verordening zijn
                    vastgelegd.</al><al/><al><cursief>Positionering boeteambtenaar</cursief></al><al>De procedure rond het opleggen van een boete is geregeld in Titel 5.4 van de
                    Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het opleggen van een boete geschiedt door een
                    boeteambtenaar. Dit is een speciaal bevoegde medewerker die belast is met het
                    onderzoek, de beoordeling en het voeren van de boetegesprekken. Er geldt een
                    verplichte functiescheiding tussen de medewerker die de boete oplegt en degene
                    die het vooronderzoek verricht. Gedragingen waarvoor een bestuurlijke boete van
                    maximaal € 340,- kan worden opgelegd, kunnen via klantmanagers onderling worden
                    afgehandeld (lichte procedure artikel 5:40 Awb). Voor boetes van een hoger
                    bedrag wordt de sociale recherche als boeteambtenaar aangewezen. </al><al/><al><cursief>Artikelsgewijs</cursief></al><al><vet>Artikel 1 - Begrippen</vet></al><al>In deze bepaling zijn een aantal begrippen nader omschreven. De meeste behoeven
                    geen nadere toelichting.</al><al/><al><cursief>Verrekenen</cursief></al><al>De Wwb kent een ruimer begrip van verrekenen dan het Wetboek van Burgerlijke
                    Rechtsvordering. Voor de duidelijkheid is daarom een aparte begripsbepaling
                    opgenomen in de verordening. </al><al/><al><vet>Artikel 2 - Verrekenen zonder inachtneming beslagvrije voet</vet></al><al>Uitgangspunt van deze verordening is dat volledige verrekening met de
                    beslagvrije voet plaatsvindt voor de maximale termijn van drie maanden. </al><al/><al><vet>Artikel 3 - Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</vet></al><al>Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de inlichtingenplicht,
                    zijn er situaties denkbaar waarin volledige verrekening met de beslagvrije voet
                    niet aanvaardbaar wordt geacht. Die situaties komen aan de orde in dit artikel.
                    Het gaat daarbij altijd om individuele omstandigheden waaraan het college zal
                    moeten toetsen. In onderdeel a is geregeld dat het college kan besluiten in
                    afwijking van artikel 2 toch de beslagvrije voet te respecteren wanneer
                    volledige verrekening waarschijnlijk leidt tot huisuitzetting van belanghebbende
                    (en diens gezin). Voorkomen moet worden dat een belanghebbende door de volledige
                    verrekening op straat komt te staan, nu dit de problematiek alleen maar
                    verergert, met alle maatschappelijke kosten van dien.</al><al/><al>Een dreigende huisuitzetting wordt in deze verordening gezien als een dringende
                    reden om van verrekening met de beslagvrije voet af te zien. Dat volgt uit het
                    woord 'anderszins' in onderdeel b. Ook bij aanwezigheid van andere dringende
                    redenen dan een dreigende huisuitzetting, kan het college rekening houden met de
                    bescherming van de beslagvrije voet. Van dringende redenen is niet snel sprake.
                    Het gaat slechts om incidentele gevallen, waarbij de behoeftige omstandigheden
                    waarin de belanghebbende en diens gezinsleden verkeren op geen enkele andere
                    wijze te verhelpen zijn. Het enkele feit dat het belanghebbende door de
                    verrekening aan middelen ontbreekt om in het bestaan te voorzien, is op zich
                    onvoldoende voorwaarde om te kunnen spreken van dringende redenen.</al><al/><al><vet>Artikel 4 - Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</vet></al><al>In artikel 60b, derde lid Wwb is bepaald dat de bevoegdheid om te verrekenen met
                    de beslagvrije voet ook van toepassing is op eerder opgelegde bestuurlijke
                    boetes voor zover op het moment van verrekening van de recidiveboete, die
                    eerdere boetes nog niet zijn betaald. Mocht het college die eerdere, nog
                    openstaande boetes gaan verrekenen, dan regelt artikel 4 dat de bepalingen in
                    deze verordening van overeenkomstige toepassing zijn. </al><al/><al><vet>Artikel 5 - Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 6 - Citeertitel</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>