<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR288004_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening adviescommissie bezwaarschriften gemeente Baarn 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-05-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.baarn.nl/woonomgeving/elektronisch-gemeenteblad_42187/">Elektronisch Gemeenteblad, 1 mei 2013, week 18, nummer 44</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening adviescommissie bezwaarschriften Baarn</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht, artikel 7:13</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-04-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-04-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13RV000017 en 13CV000088</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vastgesteld door college, burgemeester en raad.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening adviescommissie bezwaarschriften gemeente Baarn
            2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Baarn; ieder voor
                        zoveel het hun bevoegdheden betreft; gezien het voorstel van het college;
                        gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                        Gemeentewet; </al><al/><al>BESLUITEN</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening: </al><al/><al><vet>Verordening adviescommissie bezwaarschriften gemeente Baarn
                        2013</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                                genomen</al></li><li nr="b."><al>commissie: adviescommissie bezwaarschriften gemeente Baarn</al></li><li nr="c."><al>voorzitter: de (plaatsvervangend) voorzitter van de commissie</al></li><li nr="d."><al>leden: de leden van de commissie, niet zijnde de voorzitter</al></li><li nr="e."><al>secretaris: de (plaatsvervangend) secretaris van de commissie</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inleidende bepaling commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren
                            tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn
                            ingediend tegen besluiten op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>een wettelijk voorschrift inzake de heffing en invordering van
                                    gemeentelijke belastingen of de Wet waardering onroerende
                                    zaken;</al></li><li nr="b."><al>de functiewaarderingregeling gemeente Baarn (FUWA);</al></li><li nr="c."><al>personele regelingen inzake onder meer aanstelling, schorsing en
                                    ontslag en al hetgeen kan voortvloeien uit de CAR/UWO.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en tenminste twee leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en
                            ontslagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorzitter en leden wonen niet in de gemeente Baarn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3a</nr><titel>Instellen van kamers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie kan een of meer kamers instellen, die belast worden met de
                            behandeling van bezwaarschriften.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke kamer kan alle categorieën bezwaarschriften behandelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elke kamer bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een voorzitter, overeenkomstig artikel 7:13 Awb, zijnde de
                                    voorzitter of zijn/haar plaatsvervanger;</al></li><li nr="b."><al>maximaal 2 leden, door de commissie aangewezen uit haar
                                    midden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze verordening zo
                            veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretaris van de commissie wordt door het college aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris
                            aan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de leden worden benoemd voor een termijn van vier jaar
                            en kunnen telkens herbenoemd worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de leden kunnen op elk moment ontslag nemen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aftredende voorzitter en de aftredende leden blijven hun functie
                            vervullen totdat in de opvolging is voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                            aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig
                            mogelijk in handen van de commissie gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden
                            voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter: </al><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:1, tweede lid; </al></li><li nr="b."><al>artikel 6:6, voor wat betreft het stellen van een termijn aan de
                                    indiener;</al></li><li nr="c."><al>artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft
                                    tijdens de behandeling door de commissie; </al></li><li nr="d."><al>artikel 7:4, tweede lid; </al></li><li nr="e."><al>artikel 7:6, vierde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan de secretaris mandaat verlenen voor het uitoefenen van
                            de bevoegdheden genoemd in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te
                            winnen of te laten inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie
                            bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig
                            uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan
                            kosten zijn verbonden die het daarvoor bestemde jaarbudget
                            overschrijden, is vooraf machtiging van het college vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de
                            belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld
                            zich door de commissie te laten horen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb
                            (uitzonderingen op de hoorplicht).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van
                            het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het
                            verwerend orgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten
                            minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het
                            verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het
                            tijdstip van de zitting te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week
                            voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend
                            orgaan meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of
                            afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste
                            tot en met het derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Quorum</titel></kop><al>Voor het houden van een zitting is vereist dat minimaal de voorzitter of
                        zijn/haar plaatsvervanger en 1 lid, aanwezig is. </al><al/><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Niet-deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden nemen niet deel aan de behandeling van een
                        bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.
                        Zij laten zich zo nodig vervangen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbaarheid zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zitting van de (kamer van) de commissie is openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter of een van de
                            aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe
                            een verzoek doet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de (kamer van de) commissie vervolgens beslist dat gewichtige
                            redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting
                            verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen van
                            de aanwezigen en hun hoedanigheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is
                            gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond,
                            of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in
                            elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan
                            melding.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die
                            aan het verslag kunnen worden gehecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld,
                            nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen
                            beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek
                            houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan
                            de leden, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een
                            week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de
                            commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe
                            hoorzitting. De voorzitter beslist op dit verzoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die
                            betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van
                            overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De (kamer van de) commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten
                            deuren over het door haar uit te brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De (kamer van de) commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het
                            uit te brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de
                            voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien
                            die minderheid dat verlangt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                            beslissing op het bezwaarschrift.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Uitbrengen advies en verdaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in
                            artikel 14 en eventueel door de (kamer van de) commissie ontvangen
                            nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het
                            bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter de termijn van twaalf weken
                            als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, die gaat lopen op
                            de dag na het verstrijken van de bezwaartermijn, ontoereikend is voor
                            achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een
                            beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing te
                            verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de (kamer van de) commissie en
                            de belanghebbenden een afschrift.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften ingevolge de
                        Algemene wet bestuursrecht 2005 vastgesteld op 26 januari 2005 (in werking
                        getreden op 1 mei 2005) en gewijzigd op 28 maart 2007 (in werking getreden
                        op 6 april 2007) wordt ingetrokken met ingang van de datum van
                        inwerkingtreding van deze verordening. </al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de bekendmaking.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening adviescommissie
                        bezwaarschriften Baarn”. </al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 24 april 2013</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van het college, gehouden op 5 maart
                        2013</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn vergadering van 5 maart 2013</ondertekening><ondertekening>M.A. Röell</ondertekening><ondertekening>Burgemeester</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>In de aanhef van de regelgeving is bepaald dat de bestuursorganen van de
                    gemeente, de raad, het college en de burgemeester, ieder voorzover het hun
                    bevoegdheden betreft, besluiten de verordening vast te stellen. Duidelijk is dat
                    de raad de verordende bevoegdheid heeft. Het college en de burgemeester hebben
                    deze bevoegdheid niet, maar nemen hiermee het besluit tot instellen van de
                    commissie bezwaarschriften. Op deze manier is het mogelijk dat de
                    bestuursorganen samen een en dezelfde commissie instellen om te adviseren op
                    bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. De
                    ondertekening gebeurt eveneens door de drie bestuursorganen.</al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsbepaling</vet> In dit artikel zijn slechts die
                    begripsbepalingen opgenomen die niet in de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
                    voorkomen. Zo ontbreekt er een omschrijving van het begrip 'bestuursorgaan'
                    hoewel dat op meerdere plaatsen in de verordening voorkomt. Het bestuursorgaan
                    dat het bestreden besluit heeft genomen, wordt in de verordening aangeduid als
                    'verwerend orgaan'. Dit is in principe de gemeenteraad, het college van
                    burgemeester en wethouders of de burgemeester. </al><al/><al><vet>Artikel 2 Inleidende bepaling commissie</vet> De commissie wordt via deze
                    inleidende bepaling als zodanig geïntroduceerd. In artikel 1:5 van de Awb is
                    omschreven wat onder het maken van bezwaar dient te worden verstaan. </al><al>De bezwaarschriften over belastingen en personele aangelegenheden zijn
                    uitgesloten van behandeling door de commissie. Voor de afhandeling van deze
                    bezwaarschriften zijn andere procedures afgesproken. </al><al/><al><vet>Artikel 3 Samenstelling van de commissie</vet> Het eerste lid verwijst naar
                    de adviescommissie zoals bedoeld in artikel 7:13 Awb. Door de bepaling in het
                    tweede lid delegeert de raad de benoeming van commissieleden aan het college. De
                    commissie werkt met een roulatieschema, waarbij telkens de voorzitter of
                    zijn/haar plaatsvervanger en twee van de leden horen en adviseren. </al><al>Het college benoemt hiervoor een voorzitter en een voldoende aantal leden. De
                    commissie wijst zelf uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter(s) aan. </al><al/><al><vet>Artikel 3a Instellen van kamers</vet></al><al>De commissie kan besluiten om verschillende kamers in te stellen. Op het moment
                    van vaststellen van deze verordening is er door de commissie een Kamer Sociale
                    Dienst BBS (voor alle bezwaarschriften met betrekking tot de Wet Werk en
                    Bijstand en de andere wetten en regelingen die de BBS uitvoert) en een Kamer
                    Algemene Zaken voor alle overige zaken ingesteld.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Secretaris</vet> Hoewel in de Awb nergens over een secretaris
                    wordt gesproken, is het gebruikelijk dat een commissie beschikt over een
                    secretaris ter ondersteuning van de werkzaamheden. De juristen van Juridische
                    Zaken en van de BBS zijn benoemd als secretaris. </al><al/><al><vet>Artikel 5 Zittingsduur</vet> Voorheen was bepaald dat de zittingsduur van
                    de commissie gelijk liep met de zittingstermijn van de raad. Dat heeft echter
                    alleen een functie als raadsleden lid van de commissie zijn, wat niet het geval
                    is. </al><al>Een lid kan bij zijn ontslag zelf het tijdstip van dat ontslag bepalen. Het kan
                    ook een later tijdstip kiezen om zodoende eventueel nog bij de afhandeling van
                    lopende zaken betrokken te kunnen zijn. De bepaling van het derde lid is van
                    orde. Een ontslagnemend lid kan niet gedwongen worden ook feitelijk de functie
                    te blijven vervullen.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Uitoefening bevoegdheden</vet> Ingevolge artikel 7:13 Awb beslist
                    de commissie (dus de hele commissie) over onder andere de toepassing van artikel
                    7:4, zesde lid (inzage in de stukken en geheimhouding), en 7:5, tweede lid (wel
                    of niet horen in het openbaar). Dit uitdrukkelijke voorschrift maakt het niet
                    mogelijk dat deze bevoegdheid door de voorzitter (of een ander lid) van de
                    commissie wordt uitgeoefend. De hiervoor aangehaalde bepalingen zijn in dit
                    artikel dan ook niet genoemd. </al><al>De in dit artikel aangehaalde artikelen of artikelleden van de Awb luiden als
                    volgt. Artikel 2:1, tweede lid Een bestuursorgaan kan van een gemachtigde een
                    schriftelijke machtiging verlangen. Artikel 6:6 Indien niet is voldaan aan
                    artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in
                    behandeling nemen van het bezwaar of beroep, kan dit niet-ontvankelijk worden
                    verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen
                    binnen een hem daartoe gestelde termijn. De voorzitter geeft deze gelegenheid en
                    stelt deze termijn. Artikel 6:17 Indien iemand zich laat vertegenwoordigen,
                    zendt het orgaan dat bevoegd is op het bezwaar te beslissen, de op de zaak
                    betrekking hebbende stukken in elk geval aan de gemachtigde. Artikel 7:4, tweede
                    lid Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak
                    betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste één
                    week voor belanghebbenden ter inzage. Artikel 7:6, vierde lid Het bestuursorgaan
                    kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, toepassing van het derde lid
                    achterwege laten, voorzover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden
                    [...]. </al><al>Om praktische redenen kan de voorzitter haar bevoegdheden mandateren aan de
                    secretaris.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Vooronderzoek</vet></al><al> Het spreekt voor zich dat de voorzitter van de commissie er zorg voor dient te
                    dragen dat al het noodzakelijke wordt gedaan om de behandeling van het
                    bezwaarschrift genoegzaam voor te bereiden. Dat geldt zowel intern bij de
                    gemeente – hij/zij krijgt de bevoegdheid alle gewenste inlichtingen in te winnen
                    - als extern. Zo moet het mogelijk zijn om met de klager in contact te treden om
                    nadere informatie in te winnen of bijvoorbeeld hem bij kennelijke
                    niet-ontvankelijkheid in overweging te geven het bezwaarschrift in te trekken.
                    De activiteiten van de commissie of haar voorzitter bij de voorbereiding van de
                    te behandelen zaken kunnen kosten meebrengen. Daarbij vallen gewone en
                    bijzondere kosten te onderscheiden. Bij gewone kosten valt te denken aan
                    bijvoorbeeld de vergoedingen voor de leden. Het inschakelen van externe
                    deskundigen zal bijzondere kosten meebrengen. Deze kosten komen ten laste van de
                    gemeentebegroting. In de begroting is voorzien in de normale kosten van een
                    commissie en in het inwinnen van extern advies in het kader van bezwaar en
                    beroep. In het geval van overschrijding van het beschikbare budget is
                    toestemming van het college vereist. </al><al>In dit verband verdient ook artikel 3:7 Awb aandacht. Daarin is bepaald dat het
                    bestuursorgaan waaraan advies wordt uitgebracht, al dan niet op verzoek, de
                    gegevens ter beschikking stelt aan de adviseur die nodig zijn voor een goede
                    vervulling van diens taak. </al><al>Uit de hier gebezigde formulering volgt dat het ter beoordeling van het
                    bestuursorgaan blijft welke gegevens dat zullen zijn. Uit de aard van het advies
                    van de commissie vloeit evenwel voort dat dit alle op de zaak betrekking
                    hebbende gegevens zullen zijn. De commissie zal immers geen afgewogen oordeel
                    kunnen uitbrengen indien gegevens worden achtergehouden. </al><al/><al><vet>Artikel 9 Hoorzitting</vet> Voor het bepaalde in het eerste lid: zie de
                    toelichting op artikel 7 van deze verordening. Artikel 7:3 van de Awb geeft aan
                    in welke gevallen van het horen van belanghebbenden kan worden afgezien. </al><al>De bevoegdheid om van het horen af te zien wordt door de verordening toegekend
                    aan de voorzitter van de commissie. Deze beslissing is dus niet aan het
                    bestuursorgaan dat het bezwaarschrift heeft ontvangen. Dat zou overigens ook
                    niet mogelijk zijn, gelet op artikel 7:13, vierde lid, waarin onder andere is
                    bepaald dat de commissie, voorzover bij wettelijk voorschrift niet anders is
                    bepaald, beslist over de toepassing van artikel 7:3. </al><al>De ambtelijke organisatie heeft afgesproken dat het bestuursorgaan zo mogelijk
                    enkele weken vóór de hoorzitting een verweerschrift indient. De bezwaarcommissie
                    heeft hierom gevraagd, vanwege de volgende voordelen:</al><lijst><li nr="-"><al>de inhoudelijke beoordeling van de bezwaren door het bestuursorgaan is
                            eerder beschikbaar dan pas tijdens de hoorzitting. Ook voor de
                            belanghebbenden is het handig om tijdig bekend te zijn met het standpunt
                            van het bestuursorgaan. Bezwaarcommissie en belanghebbenden zijn dan
                            beter voorbereid op de zitting en dat leidt tot een betere vorm van hoor
                            en wederhoor.</al></li><li nr="-"><al>De motivering van het bestreden besluit komt in het verweerschrift beter
                            uit de verf. Vóór de hoorzitting worden via het verweerschrift zaken
                            verduidelijkt of nader toegelicht.</al></li><li nr="-"><al>De commissie en de partijen kunnen zich duidelijker op de geschilpunten
                            concentreren. Discussies over niet relevante aspecten worden beperkt of
                            voorkomen. </al><al/></li></lijst><al><vet>Artikel 10 Uitnodiging zitting</vet> Ingevolge het eerste lid van deze
                    bepaling wordt ook het verwerend orgaan uitgenodigd voor de zitting. Het is van
                    groot belang dat dit orgaan zich ook ter zitting laat vertegenwoordigen. Daarmee
                    kan worden voorkomen dat er, vanwege de inbreng van bezwaarmaker, een eenzijdig
                    beeld ontstaat. Voorts is het voor een externe commissie van groot belang om van
                    bestuurlijke zijde te vernemen hoe een beslissing tot stand is gekomen. Anders
                    kan het voor de commissie moeilijk worden om een goede afweging te maken. </al><al/><al><vet>Artikel 11 Quorum</vet></al><al>Er is geen wettelijk bezwaar tegen het horen in het kader van de
                    bezwaarprocedure door de voorzitter en één lid van de adviescommissie. Er is dan
                    een voldoende quorum aanwezig. De advisering over het bezwaarschrift aan het
                    bestuursorgaan moet echter door de voorzitter en de twee leden
                    plaatsvinden.</al><al/><al/><al><vet>Artikel 13 Openbaarheid zitting</vet> Ingevolge artikel 7:5, tweede lid Awb
                    besluit het bestuursorgaan, voorzover niet bij wettelijk voorschrift anders is
                    bepaald, of het horen in het openbaar plaatsvindt. In artikel 7:13, vierde lid
                    Awb wordt deze bevoegdheid aan de commissie toegekend. In de onderhavige
                    verordeningsbepaling is vastgelegd dat de hoorzitting in principe in het
                    openbaar plaatsvindt. Uitzondering op deze regel blijft mogelijk, bijvoorbeeld
                    indien bijzonder persoonlijke zaken van familiaire, medische of financiële aard
                    of andere zaken met een vertrouwelijk karakter aan de orde komen.</al><al/><al><vet>Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging</vet></al><al> Artikel 7:7 Awb vereist zeer kort en bondig dat van het horen een verslag wordt
                    gemaakt. De wijze waarop en de inhoudelijk vereisten aan het verslag worden niet
                    door de Awb geregeld. Dit staat er overigens niet aan in de weg dat in de
                    verordening een vaste procedure wordt opgenomen. Het bepaalde in het eerste lid
                    hoeft niet zo ver te strekken dat van al het aanwezige publiek naam en
                    hoedanigheid wordt opgenomen. Wel zal uit het verslag duidelijk moeten blijken
                    wie namens welke partij aanwezig was en wat door hen naar voren is gebracht.
                    Gezien de betekenis van de hoorzitting in het kader van de besluitvorming in de
                    bezwaarschriftfase, ligt het voor de hand (hoewel niet voorgeschreven in de Awb)
                    dat het verslag van de zitting uiterlijk gelijktijdig met de beslissing op het
                    bezwaar aan belanghebbende wordt toegezonden. Ook is het mogelijk het verslag
                    van de hoorzitting vóór het nemen van het bestreden besluit aan de
                    belanghebbenden te zenden. Het verslag speelt ook een rol in de raadkamer en bij
                    het advies. Als een lid afwezig is geweest bij het horen en de stemmen staken in
                    de adviescommissie, hoeft bij de hernieuwde behandeling in de commissie niet
                    opnieuw gehoord te worden (CRvB, 2 april 1996, AB 1997/23). </al><al/><al><vet>Artikel 15 Nader onderzoek</vet> Een nader onderzoek kan feiten of
                    omstandigheden aan het licht brengen die op het moment van de zitting nog niet
                    bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om belanghebbenden en het verwerend orgaan
                    opnieuw te horen. De onderhavige bepaling voorziet in de mogelijkheid de
                    commissie te verzoeken daartoe een nieuwe zitting te houden. In artikel 7:9 Awb
                    wordt bepaald dat indien het in het hier bedoelde geval feiten of omstandigheden
                    betreft die voor de op bezwaar te nemen beslissing van aanmerkelijk belang
                    kunnen zijn, dit aan belanghebbenden wordt meegedeeld en dat zij opnieuw in de
                    gelegenheid worden gesteld te worden gehoord (rechtsbeginsel hoor en wederhoor).
                    Is de nieuwe informatie niet van aanmerkelijk belang dan kan er voor gekozen
                    worden om de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen schriftelijk te
                    reageren. Na de hoorzitting gehouden telefoongesprekken kunnen gezien worden als
                    nader onderzoek (Nationale ombudsman 9 juli 2001, AB 2001/263). Een zorgvuldige
                    procedure houdt ook in dat het bestuursorgaan zich niet rechtstreeks tot de
                    adviescommissie kan wenden zonder dat de andere belanghebbenden in de
                    gelegenheid worden gesteld om hun standpunt dienaangaande kenbaar te maken (Rb.
                    Rotterdam, 10 november 1999, JB, 1999/311). </al><al/><al><vet>Artikel 16 Raadkamer en advies</vet> Zie ook de toelichting bij artikel 13.
                    De hoorzitting is in principe openbaar; de hier bedoelde beraadslaging vindt
                    achter gesloten deuren plaats. Lid 3 is opgenomen voor die gevallen waarin het
                    vergaderquorum wel aanwezig is, maar de commissie door afwezigheid van een of
                    meer leden dan wel hun plaatsvervangers (of als gevolg van de toepassing van
                    artikel 12) tijdens de besluitvorming uit een even aantal personen bestaat. Het
                    horen kan plaatsvinden door een niet-voltallige commissie (zie onder 11); de
                    advisering dient plaats te vinden door een commissie die voldoet aan de eisen
                    van artikel 7:13, eerste lid, onder a. Hoe het advies totstandkomt, is niet
                    voorgeschreven. Schriftelijke consultatie is mogelijk (CRvB 21 oktober 1999, AB
                    2000/42 en Rb. Haarlem 5 januari 2001, ongepubliceerd, zaaknummer Awb 00/8620 en
                    00/8621). Advisering door de voorzitter en één lid van de hoorcommissie is in
                    strijd met artikel 7:13, eerste lid, onder a Awb (Raad van State, Afdeling
                    bestuursrechtspraak 19-10-98, JB 1998/257). Uit het derde lid van dit artikel
                    (mogelijkheid voor de commissie om het horen op te dragen aan de voorzitter of
                    een lid dat geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder
                    verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan) volgt niet dat de gehele advisering
                    kan worden opgedragen aan de voorzitter en één lid. </al><al/><al><vet>Artikel 17 Uitbrengen advies</vet> Volgens artikel 7:13, zesde lid Awb
                    maakt in de bezwaarschriftprocedure het verslag van de hoorzitting deel uit van
                    het advies van de commissie en wordt het schriftelijk uitgebracht. De
                    beslistermijn bedraagt ingevolge artikel 7:10 van de Awb 12 weken, behoudens in
                    het geval van opschorting of met gebruikmaking van de mogelijkheid van
                    verdaging. De onderhavige bepaling verlangt van de voorzitter van de commissie
                    dat indien hij voorziet dat de termijn als hiervoor bedoeld niet wordt gehaald,
                    hij tijdig het bestuursorgaan verzoekt de beslissing op het bezwaar te verdagen.
                </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>