<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR28770_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet Inburgering gemeente Hattem</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Dijkpoorter, 28-04-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet Inburgering gemeente Hattem</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 8</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-02-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-05-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet Inburgering gemeente Hattem</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>No.: 6</al><al>Onderwerp:</al><al>Verordening Wet Inburgering</al><al>---------------------------------------</al><al>De raad der gemeente Hattem;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college d.d. 9 februari 2007, no. 6;</al><al/><al>gelet op artikel 8 van de Wet Inburgering;</al><al/><al>overwegende dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de
                        informatievoorziening, alsmede het aanbod van, en de toegang tot
                        inburgeringvoorzieningen;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><lijst><li nr="1."><al>In te stemmen met de nota ´Invoering Nieuwe Wet Inburgering 2007´.
                                Daarbij kennis te nemen van de toezegging van het college dat er een
                                tussenrapportage plaatsvindt voor 1 juni 2007 waarin ook de
                                financiële kaders worden voorgelegd. </al></li><li nr="2."><al>Vast te stellen de navolgende “Verordening Wet Inburgering gemeente
                                Hattem.”</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al>het college: het college van burgemeester en
                                            wethouders;</al></li><li nr="b"><al>de wet: de Wet inburgering;</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                    regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                    verordening worden gebruikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op
                                    een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over
                                    hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod
                                    van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen. </al></li><li nr="2."><al>Het college beoordeelt tenminste eens in de 2 jaren de
                                    doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking
                                    aan de inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover aan de
                                    raad. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bepalen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college bepaalt de groepen inburgeringsplichtigen waaraan hij bij
                            voorrang een inburgeringsvoorziening kan aanbieden op basis van de
                            volgende criteria (in willekeurige volgorde): </al><lijst><li nr="a"><al>Aanwezigheid algemene bijstandsuitkering of een uitkering op
                                    grond van de sociale zekerheidswetten of sociale
                                    zekerheidsregelingen zoals aangewezen bij algemene maatregel van
                                    bestuur,</al></li><li nr="b"><al>Afwezigheid van inkomsten uit werk van meer dan 12 uren per week
                                    en algemene bijstandsuitkering of een uitkering op basis van de
                                    sociale zekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen. </al></li><li nr="c"><al>Zorg over minderjarige kinderen</al></li><li nr="d"><al>Eigen aanmelding, gemotiveerdheid </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening af op het
                                    startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden
                                    en de maatschappelijke positie van de
                                    inburgeringsplichtige.</al></li><li nr="2"><al>Indien de inburgeringsplichtige ook een voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                    voor dat de inburgeringsvoorziening en de voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling op elkaar worden afgestemd. </al></li><li nr="3"><al>Bij een inburgeringsplichtige die geestelijke bedienaar is,
                                    stemt het college de inburgeringsvoorziening bovendien af op de
                                    sociaal-maatschappelijke en de geestelijke, godsdienstige of
                                    levensbeschouwelijke taken die hij vervult in de Nederlandse
                                    samenleving. </al></li><li nr="4"><al>Een inburgeringsvoorziening kan, naast datgene dat in de wet is
                                    geregeld, een of meer van de volgende onderdelen bevatten:</al><lijst><li nr="a"><al>Trajectbegeleiding</al></li><li nr="b"><al>Maatschappelijke begeleiding</al></li><li nr="c"><al>Praktijkcomponent passend bij het niveau en persoonlijke
                                            situatie van de</al></li><li nr="d"><al>inburgeringsplichtige</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                    wordt in ten hoogste 12 termijnen betaald.</al></li><li nr="2."><al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een
                                    inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast. Als het
                                    college de eigen bijdrage wil verrekenen met de algemene
                                    bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking één of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="a"><al>Het deelnemen aan de aangeboden inburgeringsvoorziening</al></li><li nr="b"><al>Het deelnemen aan gesprekken met de klantmanager en/of
                                    trajectbegeleider</al></li><li nr="c"><al>Het deelnemen aan het inburgeringsexamen op het tijdstip dat
                                    door het college is bepaald</al></li><li nr="d"><al>Het melden indien door ziekte dan wel door andere omstandigheden
                                    niet aan de verplichtingen in de beschikking kan worden
                                    voldaan</al></li><li nr="e"><al>Het meewerken aan onderzoek om belastbaarheid te bepalen. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of
                                    tweede lid, van de wet in een gesprek met de
                                    inburgeringsplichtige. Het aanbod wordt tevens toegezonden op
                                    het adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke
                                    basisadministratie is ingeschreven. </al></li><li nr="2."><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                    inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en van de rechten
                                    en verplichtingen die aan de inburgeringsvoorziening worden
                                    verbonden. </al></li><li nr="3."><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                    binnen twee weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod
                                    aanvaardt. </al></li><li nr="4."><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                    college binnen twee weken na ontvangst van deze mededeling het
                                    besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening,
                                    overeenkomstig het gedane aanbod. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat in
                            ieder geval: </al><lijst><li nr="a"><al>een omschrijving van de inburgeringsvoorziening, met inbegrip
                                    van de rechten en verplichtingen van de inburgeringsplichtige;
                                </al></li><li nr="b"><al>in geval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van start
                                    gaat waarbinnen het inburgeringsexamen moet worden behaald,
                                    bedoeld in artikel 26 van de wet van start gaat;</al></li><li nr="c"><al>de datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn behaald;</al></li><li nr="d"><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De bestuurlijke boete bedraagt maximaal € 250 indien de
                                    inburgeringsplichtige geen gehoor geeft aan de oproep, bedoeld
                                    in artikel 25, eerste of tweede lid van de wet of geen of
                                    onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in
                                    artikel 25, vierde lid, van de wet. Bij deze bestuurlijke boete
                                    gelden de volgende schema´s voor opbouw boete:</al><al><cursief>Verschijnen op intake</cursief></al></li></lijst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="45*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="54*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Gedraging</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1e keer niet verschijnen</al></entry><entry colname="col2"><al>Waarschuwingsbrief + nieuwe afspraak</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2e keer niet verschijnen</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete € 25,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3e keer niet verschijnen</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete: € 100,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4e keer en vaker niet verschijnen</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete: € 250,- per keer</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Verzetten van afspraak</cursief></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="40*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="59*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Gedraging</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1e keer verzetten</al></entry><entry colname="col2"><al>Nieuwe afspraak binnen 4 weken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2e keer verzetten</al></entry><entry colname="col2"><al>Waarschuwingsbrief + nieuwe afspraak</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3e keer verzetten</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete € 25,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4e keer verzetten</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete € 100,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5e keer en vaker verzetten</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete € 250,- per keer</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Niet meewerken tijdens intake</cursief></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="45*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="54*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Gedraging</al></entry><entry colname="col2"><al>Handhaving</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1e keer niet meewerken</al></entry><entry colname="col2"><al>Waarschuwingsbrief + nieuwe afspraak</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2e keer niet meewerken</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete € 100,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3e keer en vaker niet meewerken</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete € 250,- per keer</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2"><al>De bestuurlijke boete bedraagt maximaal € 500 indien de
                                    inburgeringsplichtige onvoldoende medewerking verleent aan de
                                    uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening,
                                    bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de bij
                                    verordening vastgestelde verplichtingen in het kader van deze
                                    voorziening, bedoeld in artikel 23, derde lid, van de wet. Bij
                                    deze bestuurlijke boete geldt het volgende schema bij opbouw
                                    boete:</al></li></lijst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="35*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="64*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Gedraging</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1e keer niet meewerken</al></entry><entry colname="col2"><al>Gesprek + Waarschuwingsbrief</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2e keer niet meewerken</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete € 150,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3e keer niet meewerken</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete € 500,- + stopzetten traject</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="3"><al>De bestuurlijke boete bedraagt maximaal € 500 indien de
                                    inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid,
                                    van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op
                                    grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet
                                    verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. </al></li><li nr="4"><al>De bestuurlijke boete bedraagt maximaal € 1.000,- indien de
                                    inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond
                                    van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het
                                    inburgeringsexamen heeft behaald. Bij de bestuurlijke boetes als
                                    bedoeld in lid 3 en 4 geldt het volgende schema bij opbouw
                                    boetes:</al></li></lijst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="53*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="46*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Gedraging</al></entry><entry colname="col2"><al>Handhaving</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1e keer niet halen binnen termijn</al></entry><entry colname="col2"><al>Waarschuwingsbrief + hersteltermijn</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2e keer niet halen binnen termijn</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete € 250,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3e keer niet halen binnen termijn</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete € 500,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4e keer en vaker niet halen binnen termijn</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestuurlijke boete € 1.000,- per keer</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.Slotbepalingen</nr><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2007. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering
                            gemeente Hattem.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad der gemeente
                        Hattem, gehouden op 19 februari 2007.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> , voorzitter.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> , griffier.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>De Wet inburgering (WI) treedt op 1 januari 2007 in werking en komt in
                            de plaats van de Wet inburgering nieuwkomers (Win) en de verschillende
                            oudkomersregelingen. De WI regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel
                            alle vreemdelingen van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen
                            en mogen verblijven. </al><al>Bij het invulling geven aan de inburgeringverplichting staat de eigen
                            verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de
                            inburgeringsplichtige centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen
                            inzicht bepalen hoe hij zich wil voorbereiden op het inburgeringsexamen.
                            Aan de inburgeringverplichting is voldaan wanneer het inburgeringsexamen
                            is behaald (een resultaatsverplichting). </al><al/><al>Gemeenten krijgen in de WI een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo
                            hebben gemeenten de opdracht om de inburgeringsplichtigen in de gemeente
                            goed te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze
                            wet. Daarnaast hebben gemeenten de taak aan bepaalde groepen
                            inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Een
                            inburgeringsvoorziening leidt inburgeringsplichtigen toe naar het
                            inburgeringsexamen. Ook moeten gemeenten de inburgeringsplicht van
                            inburgeringsplichtigen handhaven. Het college moet een bestuurlijke
                            boete opleggen als een inburgeringspichtige zich verwijtbaar niet houdt
                            aan de verplichtingen die voor hem gelden. </al><al/><al>In verband met deze taken draagt de WI gemeenten op om bij verordening
                            regels te stellen over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="1."><al>Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                                    inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit
                                    hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang
                                    tot inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 WI).</al></li><li nr="2."><al>Regels met betrekking tot het aanbieden van
                                    inburgeringsvoorzieningen aan bijzondere groepen
                                    inburgeringsplichtigen en over de rechten en plichten van de
                                    inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is
                                    vastgesteld (artikel 19, vijfde lid, en artikel 23, derde lid,
                                    WI).</al></li><li nr="3."><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die
                                    voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel
                                    35 WI).</al><al/></li></lijst><al>Regels over de informatieverstrekking aan
                                    inburgeringsplichtigen</al><al>Artikel 8 WI bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels
                                    vaststelt over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                                    inburgeringsplichtigen. Het gaat dan om informatie over de
                                    rechten en plichten uit hoofde van de WI en informatie over het
                                    aanbod van inburgeringsvoorzieningen en de toegang tot die
                                    voorzieningen. </al><al/><al>Regels met betrekking tot het aanbieden van
                                    inburgeringsvoorzieningen</al><al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van
                                    de inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt
                                    op het inburgeringsexamen. Voor een aantal bijzondere groepen
                                    biedt de wet extra faciliteiten. Gemeenten krijgen de taak om
                                    voor deze groepen inburgeringsplichtigen een
                                    inburgeringsvoorziening aan te bieden. Het gaat om de volgende
                                    vier groepen inburgeringsplichtigen:</al><lijst><li nr="1"><al>nieuw- en oudkomers die een uitkering ontvangen die is
                                    aangewezen in het Besluit inburgering;</al></li><li nr="2"><al>oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering
                                    hebben;</al></li><li nr="3"><al>asielgerechtigde nieuw- en oudkomers; </al></li><li nr="4"><al>nieuw- en oudkomers die werkzaam zijn als geestelijke bedienaar. </al></li></lijst><al/><al>Aan inburgeringsplichtigen die behoren tot de eerste twee
                                    groepen (nieuw- en oudkomers die een uitkering ontvangen en
                                    oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering hebben)
                                    kán het college een inburgeringsvoorziening aanbieden (artikel
                                    19, eerste lid, WI). Het college is verplicht een
                                    inburgeringsvoorziening aan te bieden aan alle asielgerechtigde
                                    inburgeringsplichtigen (oud- en nieuwkomers) en aan nieuw- en
                                    oudkomers die werkzaam zijn als geestelijke bedienaar (artikel
                                    19, tweede lid, WI). </al><al>Het aanbod behelst een inburgeringsvoorziening die toe leidt
                                    naar het inburgeringsexamen en het eenmaal gratis afleggen van
                                    dat examen. Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat
                                    een inburgeringsvoorziening ook uit maatschappelijke
                                    begeleiding.</al><al/><al>De WI draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te
                                    stellen met betrekking tot het aanbieden van
                                    inburgeringsvoorzieningen aan deze vier groepen. In de wet is
                                    ook vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval regels
                                    moeten worden gesteld: </al><lijst><li nr="•"><al>De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen
                                    van een aanbod aan inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde
                                    lid, onderdeel a, WI).</al></li><li nr="•"><al>De criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod
                                    aan inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a,
                                    WI).</al></li><li nr="•"><al>De vaststelling door het college van een passende
                                    inburgeringsvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en
                                    de samenstelling van de inburgeringsvoorziening (artikel 19,
                                    vijfde lid, onderdeel b, WI).</al></li><li nr="•"><al>De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                                    inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in
                                    ieder geval betrekking op de inning van de eigen bijdrage door
                                    het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen
                                    (artikel 23, derde lid, WI). </al></li></lijst><al/><al>Het vaststellen van de bedrag van de bestuurlijke boete </al><al>Artikel 35 WI draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van
                                    de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende
                                    overtredingen kan worden opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt
                                    het bedrag dat ten hoogste als bestuurlijke boete kan worden
                                    opgelegd.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die
                            worden gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit
                            inburgering en de Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze
                            verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente
                            goed te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de
                            Wet inburgering. De wet laat gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke
                            wijze de informatievoorziening aan de inburgeringsplichtigen wordt
                            georganiseerd. Wel bepaalt artikel 8 WI dat de gemeenteraad bij
                            verordening regels vaststelt over de informatieverstrekking door de
                            gemeente aan inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en
                            plichten uit hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en de
                            toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al><al>Dit artikel in de verordening vormt de uitwerking van deze verplichting.
                            Overeenkomstig de rolverdeling tussen raad en college, stelt de raad in
                            dit artikel de kaders vast voor een adequate informatievoorziening aan
                            de inburgeringsplichtigen. Het college is belast met de organisatie van
                            de informatieverstrekking en legt daarover (periodiek) verantwoording af
                            aan de raad. </al><al/><al>Het tweede lid verplicht het college de raad periodiek te rapporteren
                            over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking
                            aan de inburgeringsplichtigen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bepalen van de doelgroepen</titel></kop><al>Artikel 19, eerste lid, WI bepaalt dat het college aan twee groepen
                            inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening kán aanbieden:</al><lijst><li nr="1."><al>inburgeringsplichtigen die algemene bijstand of een uitkering op
                                    grond een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen
                                    socialezekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen
                                    ontvangen;</al></li><li nr="2."><al>oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering
                                    hebben.</al></li></lijst><al/><al>De gemeenteraad moet bij verordening regels stellen met
                                    betrekking tot de criteria die worden gehanteerd bij het doen
                                    van een aanbod aan deze twee groepen inburgeringsplichtigen
                                    (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI). Dit artikel vorm de
                                    uitwerking van deze verplichting. In dit artikel wordt het
                                    college opgedragen om vast te stellen aan welke groepen
                                    inburgeringsplichtigen (binnen de twee doelgroepen van artikel
                                    19, eerste lid, WI) bij voorrang een inburgeringsvoorziening kan
                                    worden aangeboden. </al><al/><al>Om te voorkomen dat inburgeringsplichtigen die behoren tot de
                                    groep of groepen die het college heeft aangewezen aan deze
                                    aanwijzing een recht gaan ontlenen op het krijgen van een
                                    aanbod, bepaalt dit artikel dat het college aan de groepen die
                                    hij aanwijst een inburgeringsvoorziening kan aanbieden. </al><al/><al>De Gemeente Hattem stelt de volgende criteria vast bij het
                                    aanbieden van een inburgeringsvoorziening: </al><lijst><li nr="•"><al>Aanwezigheid algemene bijstandsuitkering of een uitkering op
                                    grond van de sociale zekerheidswetten of
                                    socialezekerheidsregelingen zoals vastgesteld bij algemene
                                    maatregel van bestuur,</al></li><li nr="•"><al>Afwezigheid van inkomsten uit arbeid van meer dan 12 uren per
                                    week en algemene bijstandsuitkering of een uitkering op basis
                                    van de sociale zekerheidswetten of socialezekerheidsregelingen.
                                </al></li><li nr="•"><al>Zorg over minderjarige kinderen</al></li><li nr="•"><al>Eigen aanmelding, gemotiveerdheid</al></li></lijst><al>De reden dat de inburgeringsplichtigen die voldoen aan één van
                                    de bovengenoemde criteria met voorrang een
                                    inburgeringsvoorziening krijgen aangeboden is gelegen in het
                                    feit dat deze groep (in het bijzonder bij toepassing van
                                    criteria 1 tot en met 3) het meest kwetsbaar is en waarbij een
                                    goede inburgering de maatschappelijke participatie (werk en
                                    opvoeden) zal vergroten. </al><al>Bij het eerste criterium volgt de Gemeente Hattem de redenatie
                                    van de wet dat werk de hoogste vorm van participatie is en de
                                    integratie bevordert. Dit geldt voor alle
                                    uitkeringsgerechtigden, zowel WWB als UWV-uitkeringen, en om die
                                    reden wordt er bij het gestelde criterium geen onderscheid
                                    gemaakt naar een bepaalde uitkering. </al><al>Bij het tweede criterium is de grens van 12 uur genoemd omdat
                                    hierbij wordt aangehaakt bij de grens die geldt bij het bepalen
                                    of een persoon een zogenaamde nugger (niet uitkeringsgerechtigde
                                    werkzoekende) is. Het laatste criterium is toegevoegd om hiermee
                                    de groep inburgeringsplichtigen die gemotiveerd is, optimaal te
                                    ondersteunen en stimuleren.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                            vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening,
                            met in begrip van de totstandkoming en samenstelling van de
                            inburgeringsvoorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI). In
                            dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het college de
                            opdracht heeft voor iedere inburgeringsplichtige die daarvoor in
                            aanmerking komt, een op de persoon toegesneden inburgeringsvoorziening
                            samen te stellen. </al><al>In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een
                            passende inburgeringsvoorziening moet vaststellen. Bij het bepalen van
                            de passendheid van een inburgeringsvoorziening, spelen de volgende
                            factoren een rol:</al><lijst><li nr="•"><al>De kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal
                                    en de Nederlandse samenleving en zijn of haar
                                    leercapaciteit.</al></li><li nr="•"><al>De maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of
                                    gaat vervullen in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden
                                    gedacht aan het verrichten van betaalde arbeid of het opvoeden
                                    van kinderen.</al></li><li nr="•"><al>De persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij
                                    kan bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de
                                    inburgeringsplichtige moet vervullen. </al></li></lijst><al/><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen die
                                    een voorziening gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan
                                    het voordelen opleveren de inburgeringsvoorziening daarmee te
                                    combineren. In één geval bepaalt de Wet inburgering dat de
                                    inburgeringsvoorziening gecombineerd moet worden met een
                                    reïntegratievoorziening: als een inburgeringsvoorziening wordt
                                    aangeboden aan een inburgeringsplichtige die bijstandsgerechtigd
                                    is of een uitkering ontvangt op grond van een andere
                                    socialezekerheidswet of socialezekerheidsregeling én die
                                    verplicht is om arbeid om arbeid te verkrijgen of te aanvaarden,
                                    moet deze voorziening altijd worden gecombineerd met een
                                    voorziening gericht op arbeidsinschakeling (artikel 20, eerste
                                    lid WI). Het college is hiervoor verantwoordelijk (artikel 20,
                                    tweede lid, WI). Beide voorzieningen zullen bij een dergelijk
                                    gecombineerd aanbod op elkaar moeten worden afgestemd. Het
                                    tweede lid van artikel 4 van de verordening draagt het college
                                    op om er voor te zorgen dat de inburgeringsvoorziening en de
                                    voorziening gericht op arbeidsinschakeling op elkaar worden
                                    afgestemd. Aangezien deze voorzieningen in het kader van de
                                    uitkeringsverstrekking op grond van socialezekerheidswetten of
                                    –regelingen ook door andere partijen dan het college worden
                                    verstrekt, maakt het college afspraken met de verantwoordelijke
                                    uitvoerders van de socialezekerheidswet of –regeling: het
                                    Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV),
                                    eigenrisicodragers of overheidswerkgevers (artikel 21 WI). </al><al/><al>In het derde lid wordt geregeld dat een inburgeringsvoorziening
                                    die wordt aangeboden aan geestelijke bedienaren specifiek wordt
                                    afgestemd op het beroep dat deze uitoefenen en de
                                    maatschappelijke taken die zij in dat verband vervullen. Artikel
                                    19, tweede lid, WI bevat de mogelijkheid om bij of krachtens
                                    algemene maatregel van bestuur regels te stellen over het aanbod
                                    aan geestelijke bedienaren. </al><al/><al>Het vierde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college
                                    als onderdeel van de inburgeringsvoorziening aan
                                    inburgeringsplichtigen kan aanbieden. Voor de Gemeente Hattem
                                    betekent dit dat de trajecten in ieder geval traject – en
                                    maatschappelijke begeleiding en een praktijkcomponent bevatten.
                                    De praktijkcomponent dient zoveel mogelijk te worden afgestemd
                                    op de situatie en het niveau van de inburgeringsplichtige. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op
                            de inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het
                            college en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde
                            lid, WI). De hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en
                            bedraagt € 270. Dit bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden
                            gewijzigd (artikel 23, tweede lid, WI). </al><al/><al>In dit artikel van de verordening wordt geregeld dat de
                            inburgeringsplichtige het recht heeft de eigen bijdrage in maximaal 12
                            termijnen te betalen. Artikel 24, eerste lid, WI maakt het bij
                            inburgeringsplichtigen die algemene bijstand ontvangen mogelijk dat het
                            college de eigen bijdrage verrekent met deze uitkering. Als het college
                            wil overgaan tot verrekening, moet dat worden vastgelegd in de
                            beschikking tot toekenning van de inburgeringsvoorziening. </al><al/><al>Als de inburgeringsplichtige een uitkering van het UWV ontvangt, kan het
                            college het UWV verzoeken de eigen bijdrage te verrekenen met of in te
                            houden op de uitkering van het UWV (artikel 24, tweede lid, WI). In dit
                            geval int het UWV de eigen bijdrage ten behoeve van de gemeente. Deze
                            wijze van verrekening geschiedt door het UWV en niet door de gemeente,
                            en wordt dus niet in deze verordening geregeld. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat
                            bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over de
                            rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Dit artikel delegeert de
                            bevoegdheid aan het college om de verplichtingen in het artikel aan de
                            inburgeringsplichtige in het kader van een inburgeringsvoorziening op te
                            leggen. Het college legt in de beschikking tot de toekenning van de
                            inburgeringsvoorziening de verplichtingen vast. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die ervoor moeten zorgen
                            dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van
                            belang omdat zo’n aanbod de start is van een procedure die – als het
                            goed is – leidt tot een besluit tot het toekennen van een
                            inburgeringsvoorziening. </al><al/><al>In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het
                            aanbod van een inburgeringsvoorziening aan de inburgeringsplichtige in
                            eerste instantie in een (intake)gesprek met de inburgeringsplichtige
                            doet en dat dit aanbod vervolgens schriftelijk wordt toegestuurd naar
                            het adres waar de inburgeringsplichtige staat ingeschreven in de GBA. Op
                            deze wijze kan er geen onduidelijk ontstaan over het feit dat het
                            college de inburgeringsplichtige een aanbod heeft gedaan. </al><al/><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de
                            uiteindelijke beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming
                            met het aanbod tevens worden opgevat als instemming met de beschikking
                            tot de toekenning van de inburgeringsvoorziening (die eenzijdig door de
                            gemeente wordt opgelegd). Deze beschikking moet dan wel dezelfde inhoud
                            hebben als het aanbod (het vierde lid).</al><al/><al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de
                            inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, hij of zij dit schriftelijk
                            aan de gemeente meedeelt (het derde lid). Een inburgeringsplichtige
                            hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de inburgeringsplichtige
                            het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten voorbereiden op het
                            inburgeringsexamen. In dat geval wordt in een beschikking opgenomen
                            binnen welke termijn de persoon het inburgeringsexamen moet hebben
                            behaald. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening is een
                            beschikking. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid
                            heeft tegen dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel
                            wordt geregeld welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten
                            worden neergelegd.</al><al/><al>In beschikking zal de toegekende inburgeringsvoorziening, inclusief de
                            rechten en plichten van de inburgeringsplichtige worden omgeschreven
                            (onderdeel a). </al><al/><al>Indien het college een inburgeringsvoorziening vaststelt voor een
                            oudkomer, dan moet het college in de betreffende beschikking ook de dag
                            opnemen waarop de termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van
                            start gaat (artikel 22, tweede lid, juncto artikel 26 WI). Binnen vijf
                            jaar ná deze datum moet de betreffende oudkomer het inburgeringexamen
                            hebben behaald. Het ligt voor de hand om deze termijn in te laten gaan
                            op de datum van de beschikking. </al><al/><al>De termijn waarbinnen inburgeringsplichtige nieuwkomers het
                            inburgeringsexamen moeten hebben behaald, vloeit rechtstreeks voort uit
                            de wet (artikel 7, eerste lid, WI). In de beschikking hoeft (en kan) van
                            deze termijn alleen melding worden gemaakt (onderdeel c). </al><al/><al>In de beschikking kan worden neergelegd dat de inburgeringsplichtige
                            reeds op een eerder tijdstip moet deelnemen aan het inburgeringexamen
                            (onderdeel d). Het ligt voor de hand dat deelname aan zo’n examen
                            verplicht wordt gesteld direct nadat de looptijd van de
                            inburgeringsvoorziening is afgelopen.</al><al/><al>In de beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel termijnen de eigen
                            bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de betaling plaatsvindt
                            (al dan niet op basis van verrekening met de bijstandsuitkering). Dit is
                            geregeld in artikel 5 van de verordening.</al><al><vet>Artikel 9 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de
                                verschillende overtredingen</vet></al><al>Artikel 35 WI draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                            bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende
                            overtredingen kan worden opgelegd. In artikel 34 WI zijn voor de
                            verschillende overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete
                            vastgelegd. </al><al/><al>De boetes die in de verordening worden opgenomen, zijn geen gefixeerde
                            bedragen. Het college zal bij elke overtreding de bestuurlijke boete
                            moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze
                            aan de overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het college
                            daarbij ook zonodig rekening houden met de omstandigheden waaronder de
                            overtreding is gepleegd (artikel 38, tweede lid, WI). Deze bepaling
                            brengt met zich mee dat het college bij elke op te leggen bestuurlijke
                            boete zal moeten nagaan of gelet op de individuele omstandigheden van de
                            betrokken inburgeringsplichtige, afwijking van de hoogte van de
                            voorgeschreven boete geboden is. Afwijking van de standaardboete kan
                            zowel een verhoging als een verlaging betekenen, zij het dat de
                            verhoging het maximumbedrag van artikel 34 WI niet te boven mag
                            gaan.</al><al/><al>In het kader van een de uitvoering van een gecombineerde reïntegratie-
                            en inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging
                            (bijvoorbeeld het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en
                            gegevens te verstrekken) zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van
                            een bestuurlijke boete als voor het verlagen van de bijstand (een
                            maatregel op grond van artikel 18, tweede lid, Wet werk en bijstand) of
                            het opleggen van een boete of maatregel op grond van een andere sociale
                            zekerheidswet of – regeling. Artikel 37 WI bevat een regeling voor de
                            samenloop van sancties. In dit artikel wordt bepaald dat het college in
                            dat geval géén bestuurlijke boete kan opleggen. </al><al/><al>Om te kunnen spreken van een herhaling van een overtreding, moeten de
                            overtredingen zich wel binnen een bepaalde tijdspanne voordoen, in deze
                            12 maanden. </al></divisie></nota-toelichting><bijlage/></regeling></body></cvdr>