<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR287667_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Gouda</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-02-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-73350.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAfgelopenMaand%26spd%3d20141119%26epd%3d20141219%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dGouda%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=4&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad, 10-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bij bestuurlijke boete bij recidive Gouda</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 8b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>901917</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Gouda</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Gouda;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders </al><al>van 19 maart 2013;</al><al>gelet op de artikel 8, eerste lid, onderdeel i, van de Wet werk en
                        bijstand;</al><al>besluitvast te stellen de volgende verordening: Verordening verrekening
                        bestuurlijke boete bij recidive Gouda.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Recidiveboete is de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a, vijfde
                        lid, van de Participatiewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitoefening van de bevoegdheid tot verrekening</titel></kop><al>Het college verrekent het openstaande boetebedrag met de algemene bijstand
                        gedurende de eerste drie maanden na dagtekening van het besluit tot
                        oplegging van een recidiveboete zonder dat het bepaalde in artikel 4:93,
                        vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in acht wordt genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verzoek tot doorbetaling huur/hypotheek</titel></kop><al>Belanghebbende kan verzoeken om, in afwijking van het bepaalde in artikel 2,
                        de verrekening te maximeren op 50% van de geldende bijstandsnorm, zodat
                        hiermee de huur dan wel hypotheekrente na aftrek van de huurtoeslag
                        respectievelijk hypotheekrenteaftrek, en de kosten van gas, elektra en water
                        kunnen worden betaald.</al><al>Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval afgewezen
                        indien de belanghebbende redelijkerwijs over voldoende gelden kan beschikken
                        om de genoemde drie maanden in zijn levensonderhoud te voorzien dan wel
                        redelijkerwijs deze gelden op korte termijn kan verwerven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verrekening met inachtneming van artikel 4:93, vierde lid, van de
                            Algemene wet bestuursrecht</titel></kop><al>In afwijking van artikel 2 verrekent het college het openstaande boetebedrag
                        met inachtneming van artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet
                        bestuursrecht voor zover: </al><al>Toepassing van artikel 2 en 3 onaanvaardbare consequenties heeft voor de
                        eventuele minderjarige belanghebbende(n); dan wel</al><al>De gezondheidstoestand van (een van de) belanghebbende(n) naar het oordeel
                        van het college ernstig wordt bedreigd doordat mogelijkheden ontbreken om de
                        noodzakelijke medicatie of behandeling te financieren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgende op de dag
                        van bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening bestuurlijke
                        boete bij recidive Gouda.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Gouda in de openbare
                        vergadering van 23 april 2013.</al><al/><al>De raad van de gemeente voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>, voorzitter</ondertekening><ondertekening>, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>Op 1 januari 2013 is de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                    SZW-wetgeving in werking getreden. Met deze wet krijgt het college de plicht om
                    een boete op te leggen indien sprake is van een schending van de
                    inlichtingenplicht. De eerdere bevoegdheid om een maatregel in deze situatie op
                    te leggen is komen te vervallen. De hoogte van de boete is in beginsel gelijk
                    aan het bedrag dat de belanghebbende te veel aan bijstand heeft ontvangen. </al><al>Is er sprake van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht (recidive)
                    dan wordt de boete in beginsel verhoogd tot 150% van het te veel ontvangen
                    bedrag. Naast deze verhoging is het college ook bevoegd om gedurende een tijdvak
                    van ten hoogste drie maanden de openstaande boetevordering volledig te
                    verrekenen met de bijstand.</al><al>In eerste instantie had de wetgever voorzien in een plicht tot volledige
                    verrekening van de boetevordering. Bij amendement is deze verplichting echter
                    omgezet in een bevoegdheid, zodat de gemeente de mogelijkheid heeft om daar waar
                    volledige verrekening onwenselijke effecten heeft (denk bijvoorbeeld aan de
                    hogere maatschappelijke kosten vanwege uithuis zetting) de verrekening aan te
                    passen, dan wel bij de verrekening de beslagvrije voet volledig te respecteren.
                    De Wet werk en bijstand verplicht de gemeenteraad bij verordening nadere regels
                    te stellen met betrekking tot het gebruik van deze bevoegdheid.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelgewijze toelichting</titel></kop><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijving</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Uitoefening van de bevoegdheid tot verrekening</vet></al><al>Artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat
                    verrekening niet mogelijk is voor zover beslag op de vordering nietig zou zijn.
                    Concreet houdt dit in dat bij verrekening in beginsel rekening gehouden wordt
                    met de beslagvrije voet zoals deze zijn regeling vindt in artikel 475c tot en
                    met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Zoals reeds aangegeven
                    geeft de Wet werk en bijstand het college de bevoegdheid om deze bepaling in de
                    eerste drie maanden na oplegging van de boete buiten toepassing te laten. Het
                    college mag dus de openstaande boetevordering (zowel de recidiveboete als een
                    wellicht nog openstaand bedrag in verband met de eerdere boete) in deze eerste
                    drie maanden volledig met een eventueel bijstandsrecht verrekenen. </al><al>In eerste instantie was deze verrekening – gelijk nog steeds in de IOAW en IOAZ
                    – als een verplichting opgenomen in de wet. De Kamer achtte echter – juist bij
                    bijstandsverlening – het risico reëel dat zich situaties zouden kunnen voordoen
                    waarbij de uiteindelijke totale maatschappelijke kosten beduidend hoger lagen
                    dan het met deze invorderingsmethodiek bereikte resultaat. Reden voor de Kamer
                    om de gemeente in dit kader meer handelingsvrijheid te geven, om juist in deze
                    individuele situaties af te kunnen wijken van het principe. Vandaar dat bij de
                    verrekening met de bijstand niet gesproken wordt over een plicht, maar over een
                    bij verordening nader in te kaderen bevoegdheid.</al><al>In deze verordening is er voor gekozen om in lijn met deze bedoeling uit te gaan
                    van het principe van volledige verrekening, om vervolgens in artikel 3 en 4 de
                    mogelijkheden te benoemen om van dit principe af te wijken.</al><al>Het spreekt voor zich dat het hier gaat om een maximum bedrag. Mocht het recht
                    van belanghebbende op bijstand beperkter zijn, dan bedraagt de inhouding
                    natuurlijk dit beperktere recht. Een bepaling zoals hier opgenomen in artikel 3
                    is in dit geval waarschijnlijk niet nodig.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Verzoek tot doorbetaling huur/hypotheekrente</vet></al><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>Zoals in de toelichting op artikel 2 aangegeven zijn in artikel 3 en 4 de
                    mogelijkheden om van het in artikel 2 benoemde principe van volledige
                    verrekening af te wijken nader uitgewerkt. Artikel 3 voorziet daarbij in de
                    mogelijkheid voor belanghebbende om het college te verzoeken om in ieder geval
                    de huur onder aftrek van de huurtoeslag en (in geval van een koopwoning) de
                    hypotheekrente onder aftrek van de in dit kader (waarschijnlijk) te ontvangen
                    belastingteruggave en de eventueel te ontvangen bijzondere bijstand), en de
                    kosten van gas, elektra en water te kunnen betalen. De gedachte hierachter is
                    dat huisuitzetting of executieverkoop, dat gepaard gaat met allerlei extra
                    kosten voor de maatschappij, voorkomen dient te worden. In de beschikking kan de
                    verplichting worden opgenomen dat de bijstand ook daadwerkelijk aan deze kosten
                    moet worden betaald.</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>In het tweede lid van artikel 3 is daarnaast bepaald dat een verzoek tot
                    betaling zonder meer wordt geweigerd indien de belanghebbende in redelijkheid
                    over voldoende gelden kan beschikken om de genoemde drie maanden in zijn
                    levensonderhoud te voorzien dan wel in redelijkheid deze gelden op korte termijn
                    kan verwerven. </al><al>Er wordt bewust over gelden gesproken en niet over middelen in de zin van de Wet
                    werk en bijstand. Van het in de Wet werk en bijstand gedefinieerde begrip
                    “middelen” zijn immers een aantal posten uitgesloten. Denk dan bijvoorbeeld aan
                    bedragen die belanghebbende heeft ontvangen in het kader van een immateriële
                    schadevergoeding of bedragen waarover belanghebbende wel beschikt, maar die bij
                    saldering met de openstaande schulden geen aan te spreken vermogen opleveren.
                    Dit zijn echter wel gelden die belanghebbende in deze situatie kan aanspreken
                    voor zijn levensonderhoud, voor zover hij er in ieder geval in redelijkheid over
                    kan beschikken.</al><al>Iemand kan bijvoorbeeld redelijkerwijs over gelden beschikken indien het
                    aannemelijk is dat hij binnen afzienbare tijd bezittingen te gelde weet te maken
                    of op korte termijn werk weet te aanvaarden. </al><al>Van de belanghebbende wordt echter niet verwacht dat hij noodzakelijke
                    bezittingen zoals bijvoorbeeld meubels of een bed verkoopt. Evenmin is het reëel
                    om te verwachten dat het iemand met een hele grote afstand tot de arbeidsmarkt
                    op zeer korte termijn lukt aan het werk te gaan. In dergelijke situaties kan een
                    verzoek tot doorbetaling van de huur of hypotheek niet met een beroep op het
                    tweede lid worden afgewezen.</al><al>Er wordt gesproken over een verzoek. Dit betekent dat de belanghebbende zelf in
                    actie moet komen indien hij de hoogte van de verrekening beperkt wenst te zien,
                    teneinde zijn huur/hypotheek te kunnen betalen. </al><al>Het verzoek kan lopende de drie maanden van de verrekening worden gedaan. Mocht
                    derhalve plots blijken dat uithuis zetting dreigt of dat verwachte inkomsten
                    uitblijven, dan kan er een verzoek worden gedaan. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Verrekenen met inachtneming van artikel 4:93, vierde lid, van de
                        Algemene wet bestuursrecht</vet></al><al>In artikel 4 zijn een tweetal situaties benoemd waarin het college ondanks de in
                    de wet opgenomen bevoegdheid toch de beslagvrije voet bij verrekening in acht
                    neemt. De genoemde omstandigheden betreffen situaties die ook tijdens de
                    parlementaire behandeling expliciet zijn benoemd. </al><al/><al><vet>Artikel 5 Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Citeertitel</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>