<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR2876_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening outplacement gewezen wethouders</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hardenberg</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-02-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hardenberg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2008, nr. 6</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening outplacement gewezen wethouders</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-02-05</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-02-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OUTPLACEMENT GEWEZEN
            WETHOUDERS</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hardenberg;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 december
                        2007;</al><al>gelet op artikel 147 van de Gemeentewet,</al><al>besluit vast te stellen de volgende</al><al><vet>VERORDENING OUTPLACEMENT GEWEZEN WETHOUDERS</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="1."><al>belanghebbende: hij die ophoudt wethouder te zijn en in het
                                    genot is van een uitkering op grond van artikel 131 tot en met
                                    136 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers;</al></li><li nr="2."><al>outplacementbureau: bureau of organisatie bij voorkeur
                                    aangesloten bij een brancheorganisatie voor outplacement en
                                    loopbaanbegeleiding. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toekenning outplacementfaciliteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten op aanvraag omtrent de
                                toekenning van outplacementfaciliteiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kosten van de outplacementfaciliteiten komen voor rekening van de
                                gemeente. Burgemeester en wethouders sluiten daartoe een
                                schriftelijke overeenkomst met het outplacementbureau.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Eventuele reis-, verblijf- en verwervingskosten komen voor rekening
                                van belanghebbende. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maximale toekenningsduur</titel></kop><al> De outplacementfaciliteiten worden toegekend voor de periode van ten
                            hoogste één jaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Uitleg verordening</label></kop><al> In de gevallen waarin deze verordening niet of niet in redelijkheid
                            voorziet zijn burgemeester en wethouders bevoegd een voorziening te
                            treffen. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Slotbepalingen</label></kop><al>Deze verordening treedt in werking op dag nadat zij is vastgesteld en
                            kan worden aangehaald als: 'Verordening outplacement gewezen
                            wethouders'.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad van de gemeente Hardenberg van 5 februari 2008.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting op de Voorbeeldverordening outplacement gewezen
                                wethouders</vet></al><al/><al><vet>Inleiding</vet></al><al>In de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) is bepaald dat
                            hij die ophoudt wethouder te zijn, met ingang van de dag van aftreden en
                            voor zover hij nog niet de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, recht
                            heeft op een uitkering. Deze uitkering komt ten laste van de gemeente.
                            De uitkering is gekoppeld aan de duur dat betrokkene wethouder is
                            geweest met dien verstande dat de minimumduur twee jaar is. De maximale
                            duur van de uitkering is zes jaar. Indien de betrokken wethouder bij
                            zijn aftreden 50 jaar of ouder is én hij ten minste tien jaar zonder
                            onderbreking wethouder is geweest, wordt de uitkering voortgezet tot het
                            tijdstip waarop hij 65 jaar wordt. De hoogte van de uitkering bedraagt
                            het eerste jaar 80% van de laatstelijk genoten bezoldiging. Gedurende de
                            rest van de uitkeringsperiode bedraagt de hoogte van de uitkering 70%
                            van de laatstgenoten bezoldiging. </al><al/><al><vet>Outplacementbegeleiding</vet></al><al> Outplacementbegeleiding is een professionele begeleiding van, in dit
                            geval, de gewezen wethouder waarbij deze zich op eigen kracht en onder
                            eigen verantwoordelijkheid een nieuwe functie elders verwerft. Deze vorm
                            van begeleiding kan voor zowel de gemeente als de gewezen wethouder een
                            aantrekkelijk alternatief zijn. Betrokkene heeft uitzicht op een andere
                            betrekking en voor de gemeente blijven de uitkeringskosten beperkt. </al><al/><al><vet>Beletselen</vet></al><al>In het derde lid van artikel 44 van de Gemeentewet is bepaald dat de
                            wethouders, buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend,
                            geen inkomsten, in welke vorm ook, genieten ten laste van de gemeente.
                            Deze bepaling geldt niet voor gewezen wethouders. Het toekennen van
                            outplacementfaciliteiten aan een gewezen wethouder is dan ook niet in
                            strijd met de Gemeentewet. Het aanbieden van faciliteiten in welke vorm
                            ook gedurende het wethouderschap is wél in strijd met de Gemeentewet. </al><al/><al><vet>Verordening</vet></al><al> Deze verordening voorziet erin dat in beginsel iedere gewezen wethouder
                            outplacementfaciliteiten kan aanvragen. De raad stelt als budgethouder
                            de verordening vast, mede gelet op de financiële voordelen die dit in de
                            sfeer van uitkeringen aan gewezen wethouders kan hebben. Burgemeester en
                            wethouders beslissen vervolgens op een aanvraag om
                            outplacementfaciliteiten. Het toekennen van faciliteiten is een
                            discretionaire bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Bij de
                            besluitvorming omtrent de aanvraag zijn de volgende factoren van belang.
                            Zoals gezegd kan het toekennen van faciliteiten voor alle partijen
                            (financieel) voordeel opleveren. In die zin zal in de meeste gevallen
                            het verzoek van de gewezen wethouder worden ingewilligd. Er zijn
                            situaties denkbaar dat een aanvraag wordt geweigerd. Hierbij kan
                            bijvoorbeeld worden gedacht aan de gewezen deeltijdwethouder die elders
                            nog een betrekking heeft. Een andere weigeringgrond kan zijn indien de
                            gewezen wethouder een zogenaamde terugkeergarantie heeft. </al><al>In dit geval ligt de primaire verantwoordelijkheid bij de
                            oorspronkelijke werkgever. Het is natuurlijk mogelijk om gezamenlijk
                            outplacementfaciliteiten toe te kennen waarbij de gemeente en de
                            oorspronkelijke werkgever een deel van de kosten voor hun rekening
                            nemen. Een dergelijke afspraak kan ook reeds bij aanvaarding van de
                            wethoudersfunctie worden gemaakt. De aanvraag ter zake van het toekennen
                            van outplacementfaciliteiten dient schriftelijk te worden ingediend. </al><al/><al><vet>Overig</vet></al><al>De verordening verstaat onder een outplacementbureau een bureau of
                            organisatie bij voorkeur aangesloten bij de brancheorganisatie. In het
                            geval een bureau of organisatie niet daarbij is aangesloten zal vooraf
                            informatie ingewonnen kunnen worden over de algemene voorwaarden die
                            gehanteerd worden. Bijvoorbeeld of de in dienst zijnde psychologen lid
                            zijn van het Nederlands instituut van psychologen (NIP). De verordening
                            gaat er verder van uit dat de gemeente een overeenkomst sluit met het
                            betreffende outplacementbureau. Hierdoor wordt voorkomen dat het
                            toekennen van faciliteiten aan de gewezen wethouder door de fiscus wordt
                            aangemerkt als loon in natura.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>