<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR28756_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorzieningen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hattem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Dijkpoorter, 28-04-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorzieningen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet sociale werkvoorziening, art. 7, lid 10</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-06-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-05-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorzieningen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>No.: 22</al><al>Onderwerp:</al><al>Verordening Persoonsgebonden Budget </al><al>Begeleid werken Wet sociale werkvoorziening</al><al>------------------------------------------------------------------</al><al/><al>De Raad van de gemeente Hattem:</al><al/><al>gelezen het voorstel van het College van 13 mei 2008, no. 22; </al><al/><al>gelet op artikel 7, tiende lid, van de Wet sociale werkvoorziening;</al><al/><al>overwegende dat de raad bij verordening nadere regels dient vast te stellen
                        met betrekking tot het verstrekken van Persoonsgebonden Budgetten.</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de VERORDENING PERSOONSGEBONDEN BUDGET BEGELEID WER-KEN WET
                        SOCIALE WERKVOORZIENING 2008</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al>college : het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Hattem </al></li><li nr="b"><al>de wet: De Wet sociale werkvoorziening.</al></li><li nr="c"><al>periodieke De loonkostensubsidie en overige aan de werkgever te
                                verstrekken subsidie: vergoedingen voor structurele kosten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De hoogte van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden
                            Uitvoeringskosten</titel></kop><al>De uitvoeringskosten bedragen (maximaal) 5% van het bedrag per arbeidsjaar,
                        zoals deze wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 van de
                        wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Invulling voorwaarden adequate werkplek</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college verstrekt op aanvraag aan iedere Wsw-geïndiceerde die
                                daar recht op heeft een persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw,
                                indien werkgever en begeleidingsorganisatie er zorg voor dragen dat
                                de arbeidsplaats voor de Sw-geïndiceerde adequaat wordt
                                ingevuld.</al></li><li nr="2"><al>De werkgever voldoet aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a"><al>Zijn onderneming staat, voor zover het niet betreft een
                                        overheidsinstelling of daaraan gelieerd, ingeschreven bij de
                                        Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="b"><al>De aangeboden arbeidsplaats, de omvang daarvan en de
                                        salariëring zijn, gelet op de indicatiestelling en
                                        mogelijkheden van de Sw-geïndiceerde, als passend aan te
                                        merken;</al></li><li nr="c"><al>De duur van het dienstverband bedraagt tenminste 6 maanden,
                                        met een mogelijkheid tot verlenging;</al></li></lijst></li><li nr="3"><al>De begeleidingsorganisatie voldoet aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a"><al>De begeleidingsorganisatie staat ingeschreven bij de Kamer
                                        van Koophandel, tenzij het betreft een overheidsinstelling
                                        of daaraan gelieerd, </al></li><li nr="b"><al>De begeleidingsorganisatie heeft aantoonbare kennis en
                                        ervaring in het werkveld;</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de
                            werkgever</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt op voorstel van de Wsw-geïndiceerde de hoogte van
                                de subsidie aan de werkgever vast.</al></li><li nr="2."><al>De te verstrekken loonkostensubsidie wordt bepaald op basis van de
                                loonwaarde van de Wsw-geïndiceerde. Het college stelt de loonwaarde
                                vast aan de hand van een loonwaarde onderzoek. Het college kan
                                hierbij een extern deskundige inschakelen.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 10 van deze
                                verordening vindt om de 5 jaar een loonwaar-debepaling plaats in
                                geval er sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Herziening van de loonkostensubsidie</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Op verzoek van de werkgever wordt, bij een herindicatie, een
                                loonkostensubsidie herzien als hier, gelet op de ontwikkeling van de
                                arbeidsproductiviteit van de werknemer, aanleiding voor is.</al></li><li nr="2"><al>De loonkostensubsidie wordt ambtshalve gewijzigd als hier gerede
                                aanleiding toe is.</al></li><li nr="3"><al>De herziening van de loonkostensubsidie vindt plaats op basis van
                                een loonwaarde - onderzoek. Daarbij kan het college een extern
                                deskundige inschakelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De vergoeding aan de begeleidingsorganisatie</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De hoogte van de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de
                                omvang van het aantal uren begeleiding wordt door partijen in
                                onderling overleg vastgesteld. Tussentijdse aanpassingen hierin zijn
                                mogelijk indien partijen dit vooraf overeenkomen.</al></li><li nr="2"><al>De kosten van een begeleidingsorganisatie in verband met het zoeken
                                van een begeleid werkenplaats komen, tot maximaal 5% van het bedrag
                                per arbeidsjaar, zoals deze wordt vastgesteld overeenkomstig het
                                bepaalde in artikel 8 van de wet voor vergoeding in aanmerking als
                                dit leidt tot het tot stand komen van een arbeidsovereenkomst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de
                            omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college verstrekt een vergoeding voor de eenmalige kosten van
                                aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht
                                als uit rapport van een door de gemeente aan te wijzen deskundige
                                blijkt dat aanpassingen op de werkplek noodzakelijk zijn, deze
                                persoonsgerelateerd zijn, en het niet redelijk is dat deze kosten
                                door de werkgever worden gedragen.</al></li><li nr="2"><al>Voor vergoedingen tot het bedrag van maximaal 5% van het bedrag per
                                arbeidsjaar, zoals deze wordt vastgesteld overeenkomstig het
                                bepaalde in artikel 8 van de wet is geen deskundigenrapport
                                noodzakelijk.</al></li><li nr="3"><al>Kosten voor aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en
                                kosten voortvloeiend uit arbowetgeving die de werkgever uit hoofde
                                van normaal en goed werkgeverschap voor iedere werknemer zou moeten
                                maken komen niet in aanmerking voor vergoeding door het
                                college.</al></li><li nr="4"><al>Een vergoeding wordt alleen verstrekt indien er sprake is van een
                                dienstverband van minimaal 6 maanden.</al></li><li nr="5"><al>Aanpassingen waarvan de kosten hoger zijn dan het maximaal te
                                verstrekken loonkostensubsidie voor de periode van het dienstverband
                                komen niet voor een vergoeding in aanmerking. In dat geval wordt de
                                arbeidsplaats niet als passend beschouwd.</al></li><li nr="6"><al>Het college regelt de wijze van uitbetaling van de vergoeding.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Indienen van de aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het verzoek voor een persoonsgebonden budget wordt schriftelijk
                                ingediend. Het verzoek wordt mede-ondertekend door werkgever en de
                                begeleidingsorganisatie.</al></li><li nr="2"><al>Het college kan ten behoeve van de aanvraag een aanvraagformulier
                                vaststellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het college besluit over de aanvraag binnen 4 weken na ontvangst van
                                alle benodigde gegevens.</al></li><li nr="2"><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste 4 weken verdagen. Het
                                college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Het besluit tot verlenen van de periodieke subsidie</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een periodieke subsidie bevat in ieder
                        geval:</al><lijst><li nr="a"><al>de hoogte van de periodieke subsidie en de wijze waarop deze kan
                                worden aangepast;</al></li><li nr="b"><al>wijze van bevoorschotting van de subsidie;</al></li><li nr="c"><al>de verplichtingen van de werkgever.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Het vaststellen van de periodieke subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De werkgever verstrekt binnen 4 weken na afloop van het kalenderjaar
                                aan het college een schriftelijke opgave van het door hem in het
                                voorgaande jaar betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-geïndiceerde,
                                vermeerderd met alle werkgeverslasten.</al></li><li nr="2"><al>Het college stelt de periodieke subsidie binnen vier weken na
                                ontvangst van deze opgave vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al>De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling binnen vier weken betaald,
                        onder verrekening van de betaalde voorschotten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verplichtingen van de werkgever</titel></kop><al>De werkgever doet onmiddellijk schriftelijke mededeling aan het college van
                        alle feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de
                        verstrekking van de subsidie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14 Afwijking</nr><titel>van de bepaling/hardheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan in bijzondere gevallen, ten gunste van de
                                SW-geïndiceerde, afwijken van de bepalingen in deze verordening
                                indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van
                                overwegende aard leidt. </al></li><li nr="2."><al>Voorafgaand aan de toepassing van het eerste lid kan het college
                                advies vragen</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                                persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale
                                werkvoorziening.</al></li><li nr="2"><al>Zij treedt in werking op 1 juli 2008.</al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van het de Raad der
                        gemeente Hattem, gehouden op 23 juni 2008.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>, voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> , griffier</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Op 1 januari 2008 is de herziene Wet sociale werkvoorziening (Wsw)
                                in werking getreden. Deze wet bevordert dat Wsw-geïndiceerden meer
                                in een reguliere werkomgeving gaan werken. Om deze doelstelling te
                                verwezen-lijken worden regie en sturing op de Wsw nadrukkelijker in
                                handen gelegd van gemeenten. </al><al>Een tweede verandering heeft betrekking op het geven van meer
                                rechten en keuzemogelijkheden aan Wsw-geïndiceerden, waaronder het
                                recht op een persoonsgebonden budget (PGB) om begeleid werken te
                                realise-ren.</al><al>De wet verplicht gemeenteraden om bij verordening nadere regels vast
                                te stellen over de wijze waarop het college vormgeeft aan het PGB
                                (artikel 7, tiende lid, Wsw). </al><al>De huidige wet kent twee vormen van begeleid werken:</al><lijst><li nr="•"><al>Begeleid werken; tot stand gebracht door het
                                werkvoorzieningschap.</al></li><li nr="•"><al>Begeleid werken; tot stand gebracht door de SW-geindiceerde zelf of
                                namens hem.</al></li></lijst><al>Naast het begeleid werken dat door gemeente of schap tot stand wordt
                                gebracht, introduceert de nieuwe Wsw het begeleid werken via de
                                figuur van het persoonsgebonden budget (PGB). Dit vanuit de gedachte
                                dat de Wsw als vrijwillige voorziening voor een specifieke groep
                                arbeidsgehandicapten zo goed mogelijk moet aan-sluiten bij de
                                capaciteiten en mogelijkheden van een Wsw-geïndiceerde.</al><al>Daarbij past ook dat Wsw-geïndiceerden de mogelijkheid moeten hebben
                                om zelf te bepalen op welke manier hun arbeidsplaats wordt
                                gerealiseerd. Door de Wsw-geïndiceerde een recht op een PGB te geven
                                wordt hierin voorzien. Tussen beide vormen van begeleid werken,
                                totstandkoming via een PGB dan wel met behulp van gemeente of schap,
                                bestaat een aantal verschillen. Zo is begeleid werken met een PGB
                                als een recht voor elke Wsw-geïndiceerde geformuleerd. </al><al>Deze heeft recht op begeleid werken met een PGB als de aanvraag aan
                                de wettelijke eisen en de daarop ge-baseerde gemeentelijke
                                voorwaarden voldoet. Bovendien ligt bij begeleid werken met een PGB
                                het initiatief bij de Wsw-geïndiceerde zelf. De Wsw-geïndiceerde, of
                                iemand namens hem, zal een PGB bij de gemeente moe-ten aanvragen en
                                om dit te kunnen doen zal hij zelf een werkgever en een
                                begeleidingsorganisatie moeten aandragen en de wijze van
                                werkplekaanpassing moeten regelen, dan wel daar een voorstel voor
                                doen. Als een Wsw-geïndiceerde (of een door hem ingeschakelde
                                begeleidingsorganisatie) een</al><al>werkgever vindt die hem een adequate werkplek aanbiedt, de
                                begeleiding op de werkplek adequaat wordt geregeld én de kosten van
                                begeleid werken binnen het beschikbare budget vallen, dan is de
                                gemeente (na de aanvraag te hebben beoordeeld) verplicht de wens van
                                de Wsw-geïndiceerde te honoreren. </al><al>Voor personen op de wachtlijst geldt dat zij pas van het PGB gebruik
                                kunnen maken als zij op grond van hun plek op die wachtlijst aan de
                                beurt zijn voor een Wsw-plek. Voor het beroep op een PGB is geen
                                begeleid werken-indicatie van het CWI vereist. Een SW-indicatie
                                volstaat. Ook een sw-werknemer met een bestaand dienstverband kan
                                dus een beroep doen op een PGB.</al><al>Het verschil tussen begeleid werken dat door de gemeente of schap
                                wordt georganiseerd en begeleid werken met een PGB is in beginsel
                                uitsluitend gelegen in de procedurele wijze waarop een begeleid
                                werkenplek tot stand wordt gebracht. Als de begeleid werkenplek
                                eenmaal is gerealiseerd zijn er in principe geen verschillen. </al><al/><al>De regeling van begeleid werken met een PGB Het begeleid werken met
                                een PGB wordt geregeld in artikel 7. De gemeente kan een verzoek van
                                een Wsw-geïndiceerde om voor een PGB in aanmerking niet weigeren,
                                als:</al><lijst><li nr="•"><al>· De betrokkene al een Wsw-dienstbetrekking heeft of recht heeft op
                                plaatsing vanaf de wachtlijst;</al></li><li nr="•"><al>· De door de Wsw-geïndiceerde of de door hem aangedragen
                                begeleidingsorganisatie voorgestelde werkplek en begeleiding op de
                                werkplek adequaat zijn;</al></li><li nr="•"><al>· De door de gemeente aan de werkgever te verstrekken periodieke
                                subsidie en de aan begeleidingsorganisatie te verstrekken vergoeding
                                niet hoger zijn dan het (gemiddelde) budget dat beschikbaar is voor
                                een Wsw-plaats. Komt het bedrag van de periodieke subsidie en de
                                periodieke vergoeding van begeleiding boven het budget uit dat
                                beschikbaar is voor een Wsw-plaats, dan is het college niet
                                ver-plicht om subsidie te verstrekken, maar mag het dat wel doen
                                (artikel 7, eerste lid, Wsw).</al></li></lijst><al>Het uitgangspunt van de wet is dat een Wsw-geïndiceerde recht heeft
                                op begeleid werken met een PGB. Het college heeft de bevoegdheid om
                                op grond van de wet en de voorwaarden in deze verordening te toetsen
                                of het aangevraagde bedrag voor het PGB nodig is om de betreffende
                                Wsw-geïndiceerde op een adequate wijze begeleid te laten werken, dan
                                wel dat zou kunnen worden volstaan met een lager bedrag. Omgekeerd
                                kan het college, hoewel hij de toekenning van een dergelijke hogere
                                aanvraag mag weigeren, ook besluiten een hoger bedrag toe te kennen
                                dan het beschikbare bedrag.</al><al>Het PGB bestaat uit drie bestanddelen:</al><lijst><li nr="•"><al>· Een periodieke subsidie aan de werkgever waar de Wsw-geïndiceerde
                                in dienst is. Deze subsidie is primair bedoeld als een
                                tegemoetkoming in de loonkosten in verband met de geringere
                                arbeidsproduc-tiviteit. Ook kan deze subsidie worden gebruikt als
                                een vergoeding voor structurele kosten van de werkgever die verband
                                houden met het in dienst hebben van een Wsw-geïndiceerde. Daarbij
                                kan worden gedacht aan reiskosten of kosten voor intermediaire
                                activiteiten ten behoeve van mensen met een visuele of auditieve
                                handicap (zoals een voorleeshulp of een doventolk).</al></li><li nr="•"><al>· Een periodieke vergoeding aan de begeleidingsorganisatie die de
                                begeleiding van de Wsw-geïndiceerde verzorgt.</al></li><li nr="•"><al>· Een vergoeding voor de eenmalige noodzakelijke kosten van
                                aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht
                                (artikel 7, derde lid, Wsw). Hieronder worden bijvoorbeeld kosten
                                verstaan die gemaakt worden voor technische aanpassingen in de
                                werkplek. </al></li></lijst><al>Het PGB is geen rugzakje: de Wsw-geïndiceerde krijgt geen budget
                                mee. In feite moet het PGB als hier bedoeld dan ook eerder worden
                                gezien als een persoonsvolgend budget. Het PGB wordt aangevraagd
                                door de Wsw-geïndiceerde, maar de subsidie en vergoeding worden door
                                de gemeente verstrekt aan de werkgever respectievelijk de
                                begeleidingsorganisatie. De Wsw-geïndiceerde heeft echter geen recht
                                op een bepaald budget. Het uitgangspunt van de wet is dat een
                                Wsw-geïndiceerde recht heeft op begeleid werken met een PGB.
                                Enerzijds bestaat er dus een recht op een PGB, anderzijds heeft het
                                college de verantwoordelijkheid voor het zo efficiënt en effectief
                                inzetten van publieke middelen en het realiseren van de jaarlijkse
                                (rijks)taakstelling voor het realiseren van Wsw-plekken. Het bestaan
                                van een PGB ontslaat het college ook niet van de zorgplicht zoals
                                die is geformuleerd in art. 1 lid 3 van de wet.</al><al/><al>De onderwerpen in de verordening</al><al>In artikel 7, tiende lid, Wsw staan de onderwerpen genoemd die de
                                gemeenteraad in ieder geval in zijn verordening zal moeten
                                regelen:</al><lijst><li nr="•"><al>de wijze waarop de hoogte van de periodieke subsidie aan de
                                werkgever dient te worden vastgesteld;</al></li><li nr="•"><al>de hoogte van de voor het college rechtstreeks aan de
                                subsidieverlening verbondenuitvoeringskosten omgerekend op
                                jaarbasis;</al></li><li nr="•"><al>de voorwaarden waaronder het college aan de werkgever een vergoeding
                                verstrekt voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van
                                de omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht, en</al></li><li nr="•"><al>de voorwaarden waaronder het college een begeleidingsorganisatie
                                inschakelt die door de Wsw-geïndiceerde zelf is aangewezen.</al></li></lijst><al>Het college zal bij elke aanvraag van een PGB moeten beoordelen of
                                de werkgever de voorgestelde inpassing in de arbeid adequaat kan
                                verzorgen. In verband hiermee kan een gemeente eisen stellen aan de
                                werkgever en de door hem aangeboden werkplek. Omdat begeleid werken
                                met een PGB een recht is voor alle Wsw-geïndiceerden, zullen
                                eventuele voorwaarden waaronder dit recht kan worden gerealiseerd
                                bij verordening moeten worden geregeld. Daarnaast zijn ook
                                procedurele bepalingen in de verordening worden opgenomen die
                                verband houden met het feit dat een PGB moet worden aangevraagd. Het
                                gaat dan om aangelegenheden als de beslistermijn en de bevoegdheid
                                van het college om een subsidie te wijzigen.</al><al/><al>Onderscheid subsidies en vergoedingen</al><al>De wet maakt een onderscheid tussen subsidies en vergoedingen. De
                                periodieke betalingen door de gemeente aan een werkgever worden als
                                een subsidie aangemerkt en de periodieke betalingen aan de
                                begeleidingsorganisatie als een vergoeding. Ook de betalingen in
                                verband met eenmalige kosten van aanpassing van de werkplek worden
                                in de wet als een vergoeding aangemerkt.</al><al>Bepalend of een bepaalde geldverstrekking een subsidie is (die op
                                basis van een beschikking wordt verstrekt) of een commerciële
                                transactie (waarvoor een overeenkomst wordt gesloten) is het gegeven
                                of tegenover de betaling door de gemeente een reële economische
                                tegenprestatie staat (in de vorm van een concrete dienst of concreet
                                product), is er sprake van een commerciële transactie. Staat
                                tegenover de betaling door de gemeente geen duidelijke economische
                                tegenprestatie, dan is er sprake van een subsidie. Periodieke
                                subsidie aan de werkgever en de vergoeding voor de eenmalige kosten
                                van aanpassing van de werkplek moeten daarom worden aangemerkt als
                                een subsidie. </al><al>De periodieke vergoeding aan een begeleidingsorganisatie moet worden
                                opgevat als een commerciële transactie. De gemeente koopt een dienst
                                in bij de begeleidingsorganisatie en betaalt daarvoor in principe de
                                marktprijs.</al><al>Het verstrekken van subsidies is een publiekrechtelijke
                                rechtshandeling: het vindt plaats op basis van een beschikking. De
                                bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn in beginsel
                                hierop van toepassing. De verstrekking van periodieke vergoedingen
                                aan een begeleidingsorganisatie is privaatrechtelijk van aard.</al><al/><al>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In artikel 1 is een beperkt aantal begrippen opgenomen, omdat de wet
                        voldoende duidelijk is over gehanteerde termen en begrippen. Een
                        uitgebreide(re) begrippenlijst is derhalve overbodig.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>Artikel 7, tiende lid, onderdeel b, Wsw bepaalt dat de gemeenteraad bij
                        verordening regels stelt over de hoogte van de voor het college rechtstreeks
                        aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten omgerekend op
                        jaarbasis. Artikel 2 van deze verordening vormt de uitwerking van deze
                        verplichting.</al><al>In dit artikel wordt bepaald dat het college elk jaar de hoogte van de
                        gemeentelijke uitvoeringskosten van begeleid werken met een PGB vaststelt.
                        De gemeente bepaalt zelf welke uitvoeringskosten het toekennen van een PGB
                        aan een Wsw-geïndiceerde voor de gemeente met zich meebrengt. De wet geeft
                        niet aan wat precies onder uitvoeringskosten moet worden verstaan. Het gaat
                        om kosten die rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden zijn (artikel
                        7, tweede lid, onderdeel b, Wsw). Daarbij kan onder meer worden gedacht aan
                        kosten in verband met de volgende activiteiten:</al><lijst><li nr="•"><al>· het beoordelen van aanvragen voor een PGB;</al></li><li nr="•"><al>· de administratieve handelingen in verband met het verstrekken van
                                subsidies en vergoedingen in het kader van het PGB;</al></li><li nr="•"><al>· het monitoren van het begeleid werken met een PGB;</al></li><li nr="•"><al>· het tussentijds bepalen van loonwaarde;</al></li><li nr="•"><al>· het vragen van een deskundigenrapport;</al></li><li nr="•"><al>· het voeren van (tussentijdse) gesprekken met
                                begeleidingsorganisatie en werkgever.</al><al>Uit efficiency overwegingen is gekozen voor een percentage van het
                                bedrag dat de gemeente (gemiddeld) per Wsw-geïndiceerde van het rijk
                                ontvangt, waarbij ook rekening wordt gehouden de mate van
                                arbeidshandicap. Op grond van het bepaalde in artikel 8 van de Wet
                                sociale werkvoorziening en de daarop betrekking hebbende algemene
                                maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen wordt vastgesteld
                                welk minimum aantal arbeidsjaren de gemeente dient te realiseren en
                                de daarbij behorende rijksvergoeding. Door de rijksvergoeding te
                                delen door het aantal te realiseren arbeidsjaren wordt het bedrag
                                gedistilleerd wat de gemeente ontvangt per Wsw-geïndiceerde. ( voor
                                2008 is dit € 25.336,--)</al><al>Het bedrag dat de gemeente (gemiddeld) per Wsw-geïndiceerde van het
                                rijk ontvangt minus de (gemiddelde) uitvoeringskosten per
                                Wsw-geïndiceerde levert vervolgens het bedrag op dat de gemeente in
                                beginsel beschikbaar heeft voor een PGB.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><al>Het college beoordeelt bij elke aanvraag van een PGB of de inpassing in de
                        arbeid van betrokkene, met inbegrip van begeleiding op zijn werkplek
                        adequaat door de werkgever wordt verzorgd (artikel 7, eerste lid, Wsw). In
                        verband hiermee kan een gemeente eisen stellen aan de werkgever en de door
                        hem aangeboden werkplek. In artikel 7, tiende lid, Wsw dient de gemeenteraad
                        in zijn verordening de voorwaarden te regelen waaronder het college een
                        begeleidingsorganisatie inschakelt die door de Wsw-geïndiceerde is
                        aangewezen.</al><al>Deze voorwaarden worden benoemd in lid 2. </al><al>Overheidsinstellingen of daaraan gelieerde instellingen kunnen niet worden
                        ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Voor overige ondernemingen geldt
                        de plicht tot inschrijving wel.</al><al>Naast het passend zijn van de arbeidsplek, zoals omschreven in lid 2 sub b
                        dient uiteraard de salariëring van de als begeleid werken geplaatste
                        werknemer conform de voor die bedrijfstak of branche geldende CAO of
                        arbeidsvoorwaarden te zijn.</al><al>Voor wat betreft de duur van het, minimale, dienstverband is aansluiting
                        gezocht bij het gegeven dat het rijk de bonus voor begeleid werken pas
                        uitkeert als er sprake is van een dienstverband van zes maanden. Om deze
                        reden is een, minimale, duur van het dienstverband in de verordening
                        opgenomen.</al><al>Wat betreft de voorwaarden waaraan begeleidingsorganisaties moeten voldoen
                        zijn eveneens een aantal verplichtingen opgenomen. De inschrijving bij de
                        Kamer van Koophandel geldt alleen als de betreffende organisatie
                        inschrijvingsplichtig is.</al><al>Stringente eisen aan de begeleidingsorganisatie past niet in het beginsel
                        van vrije keuzerecht van een Wsw georganiseerde voor een dergelijke
                        organisatie. Om deze reden zijn er b.v. geen liquiditeit en
                        solvabiliteitseisen gesteld. Ook is lidmaatschap van keurmerkorganisatie
                        niet noodzakelijk om goed werk te kunnen leveren. Kennis van het werkveld
                        sociale werkvoorziening is wel vereist om een adequate plaatsing en
                        begeleiding te kunnen verwachten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><al>De gemeenteraad dient bij verordening nadere regels te stellen met
                        betrekking tot de wijze waarop de hoogte van de periodieke subsidie aan de
                        werkgever dient te worden vastgesteld (artikel 7, tiende lid, onderdeel a,
                        Wsw). De periodieke subsidie bestaat uit een loonkostensubsidie en eventueel
                        ook uit een vergoeding voor structurele kosten van de werkgever die verband
                        houden met het in dienst hebben van een Wsw-geïndiceerde (bijvoorbeeld
                        reiskosten of terugkerende kosten voor intermediaire activiteiten).</al><al>Het doel van de loonkostensubsidie is het verstrekken van een tegemoetkoming
                        in de loonkosten in verband met de geringere arbeidsproductiviteit van de
                        Wsw-geïndiceerde. Om te kunnen bepalen wat de hoogte van de
                        loonkostensubsidie moet zijn, is inzicht nodig in de verdiencapaciteit
                        (loonwaarde) van de betrokken Wsw-geïndiceerde. Ook het functieprofiel van
                        de te vervullen functie en het daarbij behorende (CAO-)loon maken vaak deel
                        uit van dit proces.</al><al>Om duidelijkheid te verschaffen aan alle partijen ( De Sw-werknemer, de
                        werkgever en de gemeente) is een loonwaardeonderzoek noodzakelijk. Hierbij
                        wordt gebruik gemaakt van bestaande methodieken. In complexe situaties, of
                        bij een verschil van inzicht met de (toekomstig) werkgever kan de gemeente
                        een externe deskundige inschakelen.</al><al/><al>Ingeval er sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd is het
                        wenselijk om periodiek onderzoek te doen naar de loonwaarde, om op die
                        manier een actueel beeld te krijgen en zo mogelijk het subsidie bij te
                        stellen. In lid 5 is daartoe een bepaling opgenomen.</al><al>Het verstrekken van subsidies aan werkgevers kan onder bepaalde
                        omstandigheden vallen onder staatssteun (die op grond van Europese
                        regelgeving verboden is). Voor het verstrekken van loonkostensubsidies aan
                        werkgevers die Wsw-geïndiceerden in dienst hebben is de Europese
                        Vrijstellingsverordening werkgelegenheidssteun van belang. Deze Europese
                        verordening bepaalt dat bij loonkostensubsidies van 60% en hoger daaraan een
                        individuele loonwaardebepaling ten grondslag dient te liggen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><al>De productiviteit van een Sw-geïndiceerde kan wijzigen, als deze persoon
                        langer op een begeleid werkenplek werkzaam is. Als dat het geval is, kan de
                        loonkostensubsidie worden aangepast. De werkgever kan dan, als de
                        productiviteit, c.q. verdiencapaciteit van de werknemer minder wordt, na
                        overleg en met instemming van de werknemer, een verzoek indienen om de
                        loonkostensubsidie te herzien. De werkgever moet zijn verzoek om herziening
                        met redenen omkleden. Ook ambtshalve kan het college, als er een gerede
                        aanleiding is voor een (tussentijds) aanpassing van het subsidie, een
                        hernieuwde beoordeling voor de hoogte van het subsidie doen. Dit zal zich
                        overigens alleen in uitzonderlijke gevallen voordoen, bijvoorbeeld als er
                        sprake is van kennelijke</al><al>onredelijkheid bij handhaving van een bestaande situatie.</al><al>In de praktijk wordt in de subsidiebeschikking aan de werkgever opgenomen
                        hoe, en op welke wijze, (tussentijdse) herbeoordelingen van loonwaarde
                        zullen plaatsvinden (art. 4 lid 3 cursief en art. 10) .</al><al>De herbeoordeling van de loonwaarde vindt eveneens plaats op basis van een
                        loonwaardeonderzoek. Dit conform het bepaalde in artikel 4 </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><al>Op basis van ervaringsgegevens blijkt dat de omvang van het aantal uren aan
                        begeleiding in de tijd kan variëren, afhankelijk van de behoefte hieraan en
                        de aard van de handicap.</al><al>Daarom is, de mogelijkheid in de verordening opgenomen om het aantal uren
                        aan begeleiding, en dus de vergoeding, aan te passen. Partijen (gemeente,
                        Sw-geïndiceerde en begeleidingsorganisatie) moeten het hier uiteraard wel
                        over eens zijn en van te voren met elkaar afspreken dat periodieke
                        evaluaties over aanpassingen in de omvang van het aantal begeleidingsuren
                        plaats vinden. Op die manier kan maatwerk in de begeleiding worden geleverd. </al><al/><al>In het tweede lid is opgenomen om het zoeken naar een werkplek pas te
                        honoreren als dit ook daadwerkelijk leidt tot een arbeidsovereenkomst (no
                        cure, no pay). Het stelsel van de PGB gaat uit van de veronderstelling dat
                        een Sw-geïndiceerde zelf met een werkgever aankomt. In de praktijk komt het
                        echter voor dat de begeleidingsorganisatie, c.q. het reïntegratiebedrijf,
                        eerst een werkplek moet gaan zoeken, omdat die op voorhand niet beschikbaar
                        is. Art. 7 lid 4 van de wet geeft dit ook aan. Lukt het zoeken van een
                        werkplek niet, of niet tijdig, en er zou toch voor die dienst moeten worden
                        betaald, dan is dit vanuit financieel oogpunt ongewenst. Vandaar de, no
                        cure, no pay bepaling in lid 2. Bovendien is ook de maximaal te verstrekken
                        vergoeding vastgelegd, dit ter beheersing van de door de gemeente te betalen
                        kosten. Ook hierbij is, evenals bij de uitvoeringskosten ( art 2) gekozen
                        voor een percentage van het bedrag dat de gemeenten (gemiddeld) per
                        Wsw-geïndiceerde van het Rijk ontvangt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><al>De verordening dient regels te bevatten die betrekking hebben op de
                        voorwaarden waaronder het college aan de werkgever een vergoeding (subsidie)
                        verstrekt voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de
                        omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht (artikel 7, tiende lid,
                        Wsw).</al><al>Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting.</al><al>Het eerste lid bepaalt dat een eenmalige vergoeding kan worden verstrekt.
                        Hiervoor is een deskundigenrapport voor nodig, tenzij het gaat om
                        investeringen van geringe aard (lid 2) Het vierde lid stelt een minimale
                        duur aan het dienstverband dat de werkgever met de betrokken
                        Wsw-geïndiceerde moet aangaan, alvorens tot investeringen wordt
                        overgegaan.</al><al>In het vijfde lid wordt een maximum gesteld aan de hoogte van de vergoeding.
                        De gedachte hierachter is dat als de kosten boven dit bedrag uitgaan de
                        aangeboden arbeidsplaats als niet passend moet worden beschouwd. In de
                        praktijk zullen hierbij van geval tot geval kosten en baten tegen elkaar
                        moeten worden afgewogen. Duidelijk is dat hier de criteria van redelijkheid
                        en maatwerk van belang zijn om een verantwoorde en zorgvuldige afweging te
                        maken. De aard van de voorziening kan immers van geval tot geval verschillen
                        en overigens ook gerelateerd zijn aan de aard van de handicap. Bovendien
                        hoeft er niet persé sprake te zijn van aanpassingen van bouwkundige aard.
                        Het kan ook gaan om (aangepaste) apparatuur die een Sw-geïndiceerde kan
                        gebruiken bij een andere werkgever. Er is wel een maximum vastgelegd om de
                        investering “rendabel” te laten zijn. Bepalend hierbij is de duur van het
                        dienstverband. Bij een dienstverband van langere duur past, zonodig, ook een
                        duurdere investering.</al><al>De bovengrens is vastgelegd in de maximaal te verstrekken loonkostensubsidie
                        voor de periode dat het dienstverband wordt aangegaan.</al><al/><al>Het zesde lid bepaalt dat het college de wijze van uitbetaling van de
                        vergoeding regelt. Daarbij kan worden gedacht aan de termijnen van
                        betaling.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>De Wsw-geïndiceerde zal het PGB moeten aanvragen. Omdat begeleid werken met
                        een PGB leidt tot een subsidierelatie met de werkgever (in verband met het
                        verstrekken van een periodieke subsidie) en een contractrelatie met de
                        begeleidingsorganisatie (in verband met het verstrekken van een periodieke
                        vergoeding), zullen ook de werkgever en de begeleidingsorganisatie van de
                        Wsw-geïndiceerde de aanvraag ( het verzoek) moeten ondertekenen.</al><al>Op basis van de aanvraag beslist het college vervolgens of een periodieke
                        subsidie aan de werkgever en een periodieke vergoeding aan de
                        begeleidingsorganisatie worden verstrekt en voor welke bedragen. Vervolgens
                        vindt de verstrekking van de periodieke subsidie aan de werkgever plaats op
                        basis van een beschikking en de verstrekking van een periodieke vergoeding
                        aan de begeleidingsorganisatie op basis van een overeenkomst.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><al>Met het vaststellen van de subsidie wordt de subsidieverstrekking voor het
                        betreffende kalenderjaar afgerond. De hoogte van het subsidiebedrag voor dat
                        jaar wordt definitief vastgesteld. Om de subsidie te kunnen vaststellen,
                        dient de werkgever een schriftelijke opgave te doen van het door hem in het
                        voorgaande jaar betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-geïndiceerde, vermeerderd
                        met alle werkgeverslasten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel/></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel/></kop><al>Artikel 14 bepaalt dat burgemeester en wethouders in bijzondere gevallen ten
                        gunste van de SW-geindiceerde kunnen afwijken van de bepalingen van deze
                        verordening, zo nodig na het inwinnen van advies. Dit afwijken kan alleen
                        maar ten gunste van de betrokken SW-geindiceerde of (toekomstig) begeleid
                        werken werkgever,nooit ten nadele. Verder is met nadruk gemeld: in
                        bijzondere gevallen. Het gebruik maken van de hardheidsclausule moet
                        beschouwd worden als een uitzondering en niet als een regel. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel/></kop><al>De verordening moet binnen zes maanden na inwerkingtreding van de wet zijn
                        vastgesteld.</al></divisie></nota-toelichting><bijlage/></regeling></body></cvdr>